12-09-17

Constantijn Huygens-prijs 2017 voor Hans Tentije

 

Constantijn Huygens-prijs 2017 voor Hans Tentije

Gisteravond werd de Constantijn Huygens-prijs toegekend aan dichter en schrijver Hans Tentije. De oeuvreprijs van 12 duizend euro wordt op 21 januari 2018 uitgereikt aan de 72-jarige Tentije voor zijn zestien dichtbundels en roman “De innerlijke bioscoop”. Hans Tentije (pseudoniem van Johann Krämer) werd geboren in Beverwijk op 23 december 1944. Zie ook alle tags voor Hans Tentije op dit blog.

 

Orvieto

Een slingerende weg en haarspeldscherpe
lussen tillen langs brokkelige, overgroeide weringen
het tufstenen plateau hoger en hoger, tot voor de poorten
van een later in de middag weer ontwaakte stad

voor de kathedraal sluit je vol ongeloof
je ogen even en over je oogleden strijkt zijn schittering
het goud van een heel verleden uit

getemperd, wijngeel licht valt
door wat marmeren triten lijken, met een nervatuur
van verkoolde bliksemschichten, van eeuwen terug geronnen
levenslopen, van vloedlijnen, opgestuwd
en onderaards nagolvend bloed dat in gebergten
strandde, zich daar begroef -

iemand brengt een grafstuk, vol overdadig
groen en aronskelken, naar de zijkapel, waar hardop, iets
te loslippig bidden zelfs verboden is

een lijkwagen draait met hangende vaantjes
het domplein op, verspilt zijn enorme motorvermogen
aan het vervoer van een simpele kist, het requiem
zal dadelijk worden opgedragen

vier pilasters laten, door druivenranken
en acanthusblad omlijst, een reeks uitgehouwen
bijbelse taferelen zien - bij de jongste dag zoek je je gezicht
tussen dat van de vele, vele verdoemden -
je vindt het niet, vooralsnog

 

 

l’Arbre de Jesse
Georges Braque – Kerkraam te Varengeville

Zoals het volmaakte het gebrekkige
nog gebrekkiger, erbarmelijker maakt, zo armzalig
voel je je naast het hoog op het krijt staande
zeekerkje van Varengeville
 
bijtende westenwinden hebben het klokkentouw gerafeld
en zout zet zich op de naar de afgrond
hellende grafstenen af, gebeier stort zich driest
over golven en rotskust uit en roept onweersluchten
aan en eenzame opvarenden –
 
gebrandschilderd, versplinterd valt de zon
op de plavuisgrauwe, zerkstenen vloer en stuwt
takken, mossen, bladeren, vogelnesten
naar het punt waar doorschijnende vingertoppen gothisch
bij elkaar komen en het allerbinnenste
zich met het buitenste vervlecht
 
met maangestalten, de oceaan
in al zijn schakeringen, met inzegeningen
en eerste communies, met het op drift
geraakte en het geborgene, het wisselend getij
 
een rijsje, uit een afgehouwen tronk
voortgekomen, een boom die, aan zichzelf ontgroeid
uit zijn omlijsting wil breken om het lood
van jaren van zich af te schudden en zijn kruin
tot de hemel te laten reiken –
 
zou je door dit glas heen ‘s avonds
de lichten van het reuzenrad, de schiettenten, het casino
kunnen zien, het getwinkel, daar, heel
in de verte, in Dieppe?
 
onbereikbare smalle stroken zand
tussen de golfslag en de steile kliffen, poreus
afbrokkelend krijt waarmee niet te schrijven is, de vloed
die ondermijnt en ontwortelt en tekeergaat
in de brandingsnissen en verstikt soms meehuilt
tijdens de engelenmissen
 
de zee beneden je, als keek je
door Braques glasscherven voor het eerst
naar zulke breekbare, onbestaanbare
tinten blauw en grijs
 
het sluike drenkelingenhaar van de wieren
wenkt de schaduwen die vergeefs tegen de dwarsstroom
proberen op te zwemmen, terwijl stenen
vonken in de diepte en een oorverdovend geruis
de schelpen, schelpenbanken spoelt
 
het kerkhofgrint is onberispelijk aangeharkt –

 

 
Hans Tentije (Beverwijk, 23 december 1944)

23-12-16

Hans Tentije

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Tentije (pseudoniem van Johann Krämer) werd geboren in Beverwijk op 23 december 1944. Hij groeide op in Wijk aan Zee en las al vroeg poëzie van Slauerhoff, Achterberg en de Vijftigers. Na zijn opleiding werd hij leraar Nederlands en richtrw zich op een schrijverscarrière. Aanvankelijk leek het erop of Tentije een prozaïst werd: in 1970 publiceerde hij enkele romanfragmenten in De Gids. Yoen de roman voltooid was vond Tentije deze zo experimenteel van karakter dat hij de enige was die hem kon lezen. In 1975 debuteerde Tentije met de poëziebundel “Alles is er en andere gedichten”. De bundel werd zeer goed ontvangen en werd bekroond met zowel de Van der Hoogtprijs als de Herman Gorterprijs.  De tweede bundel van Tentije, “Wat ze zei en andere gedichten” (1978), werd eveneens goed ontvangen in de pers. De volgende bundels echter, waaronder “Nachtwit” (1982) en “Schemeringen (1987) worden een stuk minder goed besproken. De humoristische ondertoon van de vorige bundels maakt plaats voor een meer melancholische inslag. Tentije stelt zich als dichter afstandelijker op: als commentator en beschouwer. In 1990 debuteerde Tentije toch nog als prozaïst met zijn roman “De innerlijke bioscoop. Het boek kreeg enkele positieve besprekingen, maar werd verder weinig opgemerkt. In 1994 verscheen er, buiten de bloemlezing “Drenkplaatsen: gedichten1975-1987”, ook de bundel “Van liefde en sterfte”. In opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst ontstond een samenwerking tussen Hans Tentije en kunstenaar Rob Verkerk, hij maakte schilderijen bij de bundel “Hoe het leven geleefd wordt”. Tentije ontving meerdere prijzen voor zijn dichtbundels, zo won hij in 1979 zowel de Van der Hoogtprijs als de Herman Gorterprijs voor “Wat ze zei en andere gedichten”. Ook zijn bundel “Deze oogopslag” werd in 2005 bekroond met de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge.

 

Hieromtrent

Langgerekte schaduwen en de mensenschuwe
straat verdwijnt voorbij de duinenrij, het naaldbos ginds
maar keert via slinkse omwegen
toch weer midden tussen de huizen terug

in een verzonnen of net even te hardop gedroomde
werkelijkheid valt een wonderlijke gloed over alles, de tijd moet
de tegengestelde richting zijn ingeslagen
om op deze vroegere ochtend verzeild te raken
waardoor dadelijk het vermoeden rijst
dat het verleden onveranderlijk synchroon met ons loopt -

wind trekt golven door de dennen en ondergronds
heeft de zee schelpenbanken, helse
brekers en muien afgetekend misschien

ook hier is geen plaats genoeg om het vele te bewaren en zoekt
stuifzand vergeefs achter de stoepranden
beschutting, terwijl rook van loof dat verstookt wordt
komt overgewaaid van de landjes
en er rond een lantaarnpaal heelhuids
een sleetse fietsband ligt -

hoeveel moeite getroosten de dingen zich niet

 

 

Insula dei

In gestichtskleren hebben ze hun armen voorwaarts gestrekt
brengen ze hun vingertoppen boven hun hoofd bij elkaar
zoals ze geleerd is: rij om rij

de zuster bij 't wandrek heeft iets in haar blik van geknoei
met zeepsop of breinaalden, maar dan van jaren later
ordeoefeningen van de Kleine Weesjes

of neem de meisjes van de afdeling Burger Naaischool
zoveel zijn 't er dat de meesten zelfs op de foto
nog niet tot hun recht komen

bloesjes en jurken trots uitgestald voor zich op de bank
ieder een klosje heel wit garen, een centimeter
haast symbolies om de hals

terwijl er daarbinnen met gloed verteld wordt van de hel
betekent straf eenzame opsluiting bij de briketten
in 't kolenhok

gezichten van die nonnen, hun advertenties in De Volkskrant
straks; stel je voor dat de klok eens echt was
blijven stilstaan op bijna half vier

 

 
Hans Tentije (Beverwijk, 23 december 1944)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hans tentije, romenu |  Facebook |