21-03-17

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Kees van Beijnum, Jean Paul, Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik, Youssef Rzouga

 

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies elf jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

De narcis

De wereld werd zeer zuiver en zeer groot,
Toen schemering de bleeke lucht vervulde.
En liefelijker vlamde de vergulde
Bloem in het donker hoekje bij de sloot.

Er zijn maar enkelen die haar genaken,
Zij lokt niet en zij weert niet, maar wie kwam,
Wordt priester van haar stille gouden vlam,
En blijft zijn leven lang haar schoon bewaken.

O deze aandachtige ingetogenheid,
Die niet meer om het leven lacht en schreit,
Dit enkel schóón zijn, rijk en goedertieren!

Dit prijken in een storeloos geduld,
Dit heerschen van een stille kracht vervuld,
Om ’t leven als een louter feest te vieren.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Cover

Lees meer...

21-03-16

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Kees van Beijnum, Jean Paul, Hamid Skif, Hubert Fichte

 

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies tien jaar en viert vandaag dus zijn tweede lustrum! Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

Tulpen

Ze zijn veel trotscher dan de rozen
En zeer gelukkig en alleen.
Stil heeft eenelk zijn deel gekozen
Van ’t leven; en ’t is elk gemeen.

Zij smeeken: Heer, ik sta te branden !
Alleen voor U ben ik gesmukt !
En voelen door dezelfde handen
Zich tot een zelfde doel geplukt.

Zoo heeft Gods liefde hen gevonden
Tot leven en tot dood bereid.
Zij staan zeer stil en schoon, verslonden
In de aanblik van Zijn heiligheid.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Portret door Alfred Löb, 1936

Lees meer...

21-03-15

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Jean Paul, Hamid Skif, Hubert Fichte

 

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies negen jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

Landelijke zaterdagavond

Alles is vrij, de dingen zijn gaan slapen.
Werktuigen, van het zweet der handen nat,
Zijn eindelijk weer drooggepoetst en glad.
En menschen rekken zich lui uit en gapen.

De jongens zwemmen naakt en zonverbrand.
De moeders zitten breiend langs de straten.
Een krant maakt zich op tafel breed en bant
Haar schokkend nieuws in manlijke gelaten.

De helderdonkre hemel heft zich hooger
En is op eenmaal vol geheim, als vloog er
Dreunend een vliegtuig naar een vreeslijk oord.

En onder dit afschuwelijke kermen
Liggen de paren langs de duistre bermen
En planten zich hartstochtlijk hijgend voort.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Hier links met vriend IJgbert Jacobs bij de Gevangenpoort in Den Haag, 1931

Lees meer...

21-03-14

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Jean Paul, Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik, Youssef Rzouga

 

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies acht jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

Het prinsje

Toen sloegen wijd de glazen deuren open.
Snel trad het slanke prinsje op ‘t balkon,
Frommelde blozend aan zijn strik en knoopen,
Maar lachte helder als de lentezon.

En eensklaps lachten al de menschen mede.
Toen boog hij dankend, gratievol en teêr.
Zijn handen wuifden groeten naar beneden,
En hij vermaakte zich en lachte weer.

En voor de oogen van de saêmgestroomde
Menigte was hij een genadig vorst,
Zóó heerlijk, dat men naar het goudomdroomde
Gelaat alleen in eerbied staren dorst.
Totdat hun donkere en half beschroomde
Liefde in gejubel helder openborst.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Cover

Lees meer...

21-03-13

Willem de Mérode, 250 Jaar Jean Paul, Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik


Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies zeven jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

 

Stil dorp

 

De molen heft zijn armen stil
In de blauwe zonnige najaarslucht
En laat ze vallen met een zucht,
Als een moe man, tegen zijn wil.

De huizen slapen, het gordijn
Is neergelaten voor elk raam
Alleen met den blinkende koopren naam
Speelt op de deuren de zonneschijn.

Het dorp is nooit zó stil geweest.
En nergens zweeft een zweem van gerucht:
Een lege zaal waar 't geruis is gevlucht
Met het sterven van 't roezelig feest.

Geen mens durft gaan langs 't zandig pad,
Wijl 't rustend dorp dan wakker schrikt,
En verwijtend de wandelaar tegenblikt
Die treedt op takken en krakend blad.

Ik kom niet vóór de avond thuis,
Dat elk geluid als een dreigend woord
Niet roept hoe ik de stilte vermoord.
Vóór 't donker is kom ik niet thuis.

 

 



Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

Lees meer...

21-03-12

Willem de Mérode, Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik

 

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies zes jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

 

De appelboom

 

Na warme dagen volgen koude nachten.
Als lakens ligt de dauw op bleek en haag
Versteven naar wat zonneschijn te wachten
En slaat in wolken op en regent traag.

De struiken tinkelen met haarfijn ijzel.
En in de hof, de dragende appelaar
Komt uit de damp reusachtig te verrijzen,
Met ronde konen en veel grijzend haar.

O eedle boom, die, boven alle bomen
Een ogenlust, vanouds de mens verleidt.
Wie, als een vlinder op uw geur gekomen,
Wenst niet een weinig van uw zaligheid!

Men plukt, en gretig slaan de grage tanden
Zich in uw blanke sappig knappend vlees.
Zó overvalt ons onverhoeds de schande,
Als wij genieten wat Gods wet verwees.

Niet gij, maar ons geweten schuldbeladen
Hangt als een boom van kwade vruchten zwaar.
Gij zijt een beeld der hemelse genade,
Die alle mensen weldoet, appelaar.

Uw helder bloeien was ons duistrende ogen
Zo schoon, dat wij gekweld door hoop en vrees,
Ons daaglijks om uw rozenhoed bewogen,
En treurden als uw sneeuw ten gronde rees.

Uw dracht begon, reeds negen uwe toppen.
Wij zagen toe met stijgend ongeduld.
De droge tongen in uw sap te soppen
Was ons begeren, en gij hebt 't vervuld.

't Is plukkenstijd; reeds met de tenen manden
Komt men gezeuld, met ladder en met sloof.
En wij? wij voelen zoekend Vaders handen
De vrucht betasten in ons trillend loof.

 

 

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

Lees meer...

21-03-11

Hamid Skif, Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik

 

De Algerijnse schrijver en journalist Hamid Skif werd geboren op 21 maart 1951 in Oran. Zie ook mijn blog van 21 maart 2009 en ook mijn blog van 21 maart 2010.

 

 

L‘ARBRE

 

J´étais venu me pendre à la plus haute branche

Mais l´arbre prit peur

Il s´est enfui en entendant mes pas

Je n´ai plus d´arbre

dans ce lieu ou l´homme n´habite que son ombre

Ôu les chiens n´habitent que l´ombre de l´homme

 

Ôu le vent est une blessure du ciel

Ôu la pluie mange les jours de fête

 

Je me suis assis sur le sable

De ma poche j´ai tiré une branche de papier

Je l´ai plantée à mon ombre

Et je suis devenu aussi grand

 

que l´arbre qui ferme l´horizon

 

 

 

 

O MEIN HERZ

 

O mein Herz

Sag nichts

Sag kein einziges Wort

Gib die Worte dem Honighändler

der durch die Straßen geht

die Hand über den Brauen, um seine grünen Augen zu

schützen

und bete

dass sie dich nie vergisst

dass sie jede Nacht deinen Namen schreit

und bete weiter

dass sie dir den Mondstrahl schenkt aus ihrem Körper

Bete für dich und für sie

Bete weiter, dass sie deine Wunden in sich behält

und mit dem Balsam reibt aus ihrer Seele

 

 

Vertaald door Andreas Münzer

 

 

 

Hamid Skif (Oran, 21 maart 1951)

 

 

Lees meer...

21-03-10

Willem de Mérode, Hamid Skif, Hubert Fichte, Michel Bartosik, Peter Hacks

 

Dit Blog bestaat vandaag precies vier jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, hier weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blogs van 21 maart 2006, 2 september 2006, 21 maart 2007 en 2 september 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en ook mijn blog van 21 maart 2009.

 

 

Sledevaart

 

Herinnering aan vrijdagmorgen

28 december 1923

 

Dit is het laatst geluk gweest,

Dat u en mij op aard'verbindt:

Een sledevaart door sneeuw en wind,

En dit geluk gedenk ik 't meest.

 

Er was geen leven en geen tijd.

onder een hemel van ivoor

Gleden wij stil de stilte door

Der smettelooze oneindigheid.

 

Peilde onze diepe veiligheid,

Aan 't tuig 't gelui der zuivre klok?

Opeens doorvoer 't mij met een schok:

Dit is des Heeren heiligheid.

 

Want roerloos, boven en beneê,

Stond 't ijle licht, dat schrikt noch blindt,

En 'k werd zoo rustig, of 'k weer, kind,

Op moeders schoot den slaap in gleê.

 

Wij spraken weinig en verstrooid.

Geluid drong tot geluk niet door.

De wereld ging voor mij teloor,

Maar uw gelaat vergeet ik nooit.

 

't Was of Gods niet te naken gloed,

Die helder oplaait in uw ziel,

Door blinkend prisma tot mij viel

Met al de warmte van uw bloed.

 

Even voor dit juweelen licht

Heeft duizels donker mij bedekt.

Toen heeft uw lach mij opgewekt

En zag 'k uw glanzend aardsch gezicht

 

 

  

DeMerode

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

  

 

De Algerijnse schrijver en journalist Hamid Skif werd geboren op 21 maart 1951 in Oran. Zie ook mijn blog van 21 maart 2009.

 

Uit: Sehr geehrter Herr Präsident (Vertaald door Linde Birk)

 

„Sehr geehrter Herr Präsident, gestatten Sie mir, Sie zu Ihrer triumphalen Wahl ins höchste Staatsamt zu beglückwünschen. Sie sind ohne Zweifel der Mann, der unser Land aus der Gefahr führen wird. Die Frage ist übrigens, warum es so lange gedauert hat, bis man Sie rief. Die Stimmen, die sich da und dort erheben, um die Legitimität Ihrer Wahl anzufechten, kommen von Neidern und Versagern. Von ihnen haben Sie nichts zu fürchten. Das Heer jener, die darum beten, dass die Sonne über unserem unglücklichen Land aufgehen möge, steht hinter Ihnen. Ich bin einer seiner getreuen Soldaten, auch wenn mein Ältester mich dafür kritisiert. Er ist wie so viele von den verderblichen Ideen der Saboteure angesteckt worden, die die Moral Ihrer Anhänger zu untergraben suchen. Wie Sie wissen, habe ich an Ihre Vorgänger zahlreiche Schreiben gerichtet, die unbeantwortet geblieben sind. Ich schicke Ihnen diese Briefe in Kopie und hoffe, daß Sie sie lesen werden.

Ich bin von vornherein mit allen Verfügungen einverstanden, die Sie zu treffen gedenken, um die Probleme zu bewältigen, von denen dort die Rede ist. Von ihrer Lösung hängt unsere Zukunft ab. Ich habe in den letzten Tagen mit einem Bericht begonnen, in dem ich meine Vorschläge wieder aufnehme. Ein Kapitel ist der Kultur gewidmet. Dieser Bereich hat unter so zahlreichen Wechselfällen gelitten, dass er rasche und, wenn Sie den Ausdruck erlauben, revolutionäre Initiativen erfordert. Ich bin überzeugt, dass Sie diesen Beitrag mit kühlem Kopf prüfen und so den Kurs einer wagemutigen Politik erkennen, die schon bald Früchte tragen wird.“

 

 

 

HAMIDSKIF

Hamid Skif (Oran, 21 maart 1951)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hubert Fichte werd geboren op 21 maart 1935 in Perleberg, Brandenburg. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en ook mijn blog van 21 maart 2009.

 

Uit: Versuch über die Pubertät

 

“Ich trenne die Lämmer von den Muttertieren, weiche dem Widder aus, führe die Herde, hacke das Unkraut, während ich darauf achte, dass die Schafe in weiten Bögen angeordnet gleichmäßig fressen, dass die Schafe schnell, ohne sich festzubeißen, die Wintersaat kürzen, sie dürfen nicht stehen bleiben, die Pflanzen nicht mit der Wurzel ausreißen, nur eben die Spitzen abbeißen, sonst ist eine Ernte vernichtet, dass die Schafe nicht in die Felder des Nachbarn einbrechen, dass die Schafe nicht ohne zu fressen stehen bleiben und mit luftigen Flanken, abmagernd, abends in den Stall zurückkehren. Ich schmeiße Steine, kommandiere den Hund.
Fett sollen sie sich fressen für den Schlachter.
Ich esse das wenige aus dem Knappsack.
Ich treibe die Herde in den Stall zurück, gebe Kraftnahrung, lasse die Lämmer zu den Muttertieren, verteile Salzblöcke, miste die Kuh aus, melke, füttre, pumpe Wasser, decke den Tisch und schäle nach dem Abendbrot Mandeln zum Verkauf an die Großhändler in Aix, baue mir aus alten Mänteln unter der Treppe das Bett, neben dem Rucksack, in dem alles ist, was ich besitze, darf schnell die Toilette mit Wasserspülung benützen, wasche mich schnell.
Ich gehe schlafen.”

 

 

 

HubertFichte

Hubert Fichte (21 maart 1935 – 8 maart 1986)
Photo:Christian von Alvensleben

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, dichter, essayist en docent poëzie Michel Bartosik werd geboren in Antwerpen op 21 maart 1948. Zie ook mijn blog van 21 maart 2009.

 

 

Wohltemperiertes

voor Wiske

'Mijn ogen zijn mooier dan de jouwe' -
onder dromerig losknopen van haar
argeloos opgehoeste fonkelende beuzeling!
Ongedwongener dan op je trouwdag klink
je, dagdagelijks naakt nog steeds als
onder ede staand, in de verwelking
die je toekomt zo terloops natuurlijk als kleding
die van schouders glijdt een voor de lang te gane
liefde verlossend woord zeggend: verstrooide aanhef,
voor die niet onwelwilend toekoort, tot een ter ere van
niemand in het bijzonder, verlegen voor zich
uit geneuried aanzoekje.

 

 

 

 

Michel-Bartosik

Michel Bartosik (21 maart 1948 – 1 februari 2008)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en ook mijn blog van 21 maart 2009.

 

 

Die Hydra

 

Der Trick, der mit den Köpfen, der ist gut.
Je mehr du abhaust, desto mehr entspringen,
Wo einer schon genügt, dich zu verschlingen.
Von Schlappe schwillt zu Schlappe ihr der Mut.

Das findet Zulauf, dehnt sich, zischt und bellt,
Das knospt und sprießt in unbegrenzter Reihe.
Für einen toten Dummkopf treten zweie.
So steht sie längst als Gleichnis für die Welt.

Zwei sagenhaften Männern fiel das Amt,
Sie zu erlegen, zu, ungleichen Brüdern,
Gleich schnaufend jetzt, gleich blutig, gleich verschlammt.

Es ist ein alter Ärger mit den Hydern
Obsiegen aber wird der Heldenzwilling.
Das ist mein Wahlspruch. Sei er selffullfilling.

 

 

 

 

Lass mir deiner Blumen eine

Lass mir deiner Blumen eine,
Eine nur aus deinem Strauß,
Oder ich fall um und weine
Mir vor Gram die Augen aus.

Schenk mir einen Blick beim Scheiden,
Wenn ich geh in fremdes Land,
Oder sprich: ich mag dich leiden,
Oder nimm mich bei der Hand.

Gib mir einen Kuß zum Scheine,
Eine einzge Silbe sprich.
Laß mir deiner Blumen eine
Und den Wahn, du liebtest mich.
 

 

 

 

Peter_Hacks_1963

Peter Hacks (21 maart 1928 – 28 augustus 2003)

Peter Hacks in 1963

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn vorige blog van van vandaag.

21-03-09

Willem de Mérode, Michel Bartosik, Hamid Skif, Hubert Fichte, Jean Paul, Peter Hacks, Youssef Rzouga, Günter Vallaster, Siegfried Kapper

 

Dit Blog bestaat vandaag precies drie jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Niet omdat dit zijn geboortedag was, maar omdat hij aan de wieg stond van dit Blog hier weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blogs van 21 maart 2006, 2 september 2006, 21 maart 2007 en 2 september 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.

 

 

Waanzin

 

Ik leef niet meer als ik u niet aanschouw.

Mijn denken is in leegte weggezonken.

’k Zie ’t licht niet meer, maar ballen vuur en vonken

En dan duikt alles in een nacht van rouw.

 

Er is een luide suizing in mijn oor,

Waar alle stemmen effen in vervloeien,

Tot klanken, schoon als bloemen, open bloeien,

En met een schok is ’t dat ‘k u noemen hoor.

 

Dit is beminnens waanzin, zeer gevreesd,

Wijl niemand uit haar weerloosheid geneest,

Of van haar laten wil, dan om te sterven.

 

Daar is geen leven buiten uw verband.

Blindelings tast ik langs de wereldwand

En stoot mijzelf gelijk een vaas aan scherven.

 

  

  

Merode

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

Willem de Mérode, september 1921

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, dichter, essayist en docent poëzie Michel Bartosik werd geboren in Antwerpen op 21 maart 1948 als zoon van een Poolse vader en Vlaamse moeder. In 1970 beëindigde Bartosik zijn studie Germaanse Filologie aan de VUB met een verhandeling over de poëzie van Hans Lodeizen. Twee jaar later begon hij aan dezelfde universiteit poëzie te doceren. In 1978 promoveerde hij tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte met een proefschrift over de poëzie van Jacques Hamelink. Sedert de jaren 1990 doceerde Bartosik ook aan de ULB, en gaf hij gastcolleges aan de Sorbonne (Parijs) en de Kàroli Gàspàr universiteit (Boedapest). In de jaren 1970 publiceerde Bartosik zijn eerste bundels, waarvan twee als lid van de Pink Poets, een dichtersgenootschap dat in 1972 was opgericht door Patrick Conrad en Nic van Bruggen, en zich met taalgerichte, neoromantische en experimentele poëzie afzette tegen het nieuw-realisme.

Na de jaren 1970 ging Bartosik met opzet trager schrijven. Daardoor publiceerde hij in de loop van bijna drie decennia slechts twee bundels. Geschreven familie was zijn laatse bundel, waarvoor hij in 2007 de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in ontvangst mocht nemen. Michel Bartosiks werk heeft een metafysische en mystieke inslag en is beïnvloed door Georg Trakl en Paul Celan. Terugkerende thema's zijn de dood en de ontwortelde Poolse vader van de dichter.

 

 

Floraliënlaan

 

Teruggevonden, kale, onvast

neergekribbelde afnemende cijferreeks,

angstvallig genotuleerde afgelegde weg

 

verklapt ten slotte toch hoe iemand

het komen van zijn sterven verbergt, stiekem

zijn stappen telt, hoop

aftrekt, zijn laan in-

slaat, paniek

beaamt

 

met mijn ogen dicht:

 

verlegen verloren heer

aan de kant gewankeld

van zijn private kruisweg,

bescheiden discreet graaiend

naar de dichtstbije lucht -

 

Ik kon haar vervloeken,

de buurvouw die je zag.

'Meneer leek zich te schamen'.

 

 

  

 

Moeder probleemloos ondood

 

Dat gehuurde bed lijkt je vanmorgen

vroeg te willen gaan passen, je

ligt voorbeeldig doodsstil

gekrompen, arm over de vederlichte oktober

deken open en bloot streelbaar, maar

meteen geschrokken schuw

terugdeinzend de doorluchte hand misschien

aanstotend die bij de arm hoort welke

je moeder probleemloos ondood

je offreert

 

 

   

bartosik

Michel Bartosik (21 maart 1948 – 1 februari 2008)

 

 

 

De Algerijnse schrijver en journalist Hamid Skif werd geboren op 21 maart 1951 in Oran. Hij was in 1992 mede-oprichter van de Algerijnse journalistenvereniging. Na verscherpte censuurmaatregelen door de regering en een moordaanslag kreeg hij in 1997 van de Hamburger Stiftung für politisch Verfolgte en in 1999 van de PEN club in het kader van schrijvers in ballingschap een verblijfsbeurs in Hamburg. Voor zijn roman Geografie der Angst ontving hij in 2007 de Prix de l’association des écrivains de langue française.

 

Uit: Geografie der Angst (Vertaald door Andreas Münzner)

 

„Nichts mehr zu essen. Was ist mit Michel passiert? Er hat vergessen zu kommen.
Gestern bin ich trotz meiner Probleme beim Gehen zwischen ein und zwei Uhr nachts auf meinen wöchentlichen Spaziergang gegangen. Ich habe in Mülleimern gewühlt. Kommt er heute noch oder ist er der Last überdrüssig geworden?
Schlechte Neuigkeiten. In den Hangars beim Flughafen haben sie Tausende von Illegalen eingesperrt. Über das Radio werden die Leute aufgefordert, der Polizei, deren Belegschaft durch Truppen verstärkt wurde, tatkräftig zur Hand zu gehen. Die kleine Alte ist wieder am Fenster aufgetaucht. Sie schiebt ganz offensichtlich Wache. Meine Angst ist um eine Stufe gestiegen. Ich habe alle Bücher außer eines, das ich in Reserve halte, verschlungen und die Zeitungslektüre wieder aufgenommen. Jeden Tag lese ich einen alten Bericht noch einmal und erfinde eine Fortsetzung. Katastrophe, Unfall, Mord, der ganze Katalog der Vermischten Meldungen wird durch-exerziert. Ich liebe es, Dialoge zwischen Gefangenen zu erfinden – ob das ein Zufall ist?“

  

thm_skif

Hamid Skif (Oran, 21 maart 1951)

 

 

 

De Duitse schrijver Hubert Fichte werd geboren op 21 maart 1935 in Perleberg, Brandenburg. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.

 

Uit: Versuch über die Pubertät

 

„Bumms! Bi! Und Schicksalssinfonie! Ich bin fiftyfifty! Bumms! Bi! Tüten! Fünfte Sinfonie!
Fiftyfifty – das heißt homosexuell. Fiftyfifty. Fünfe gerade sein lassen. Wenn schon fünfzig, dann auch das ganze Hundert.
Bumms! Schwul! Gong! Posaunen von Jericho! Die Mäuse scheißen in die Orgel – der Schwule orgelt in die Scheiße! Tabu! Terrorangriff! Atombombe!
Fiftyfifty! Eine Tunte! Eine Tunte! Eine Tunte! Ein Warmer! Ein Lauwarmer! Ein warmer Bruder! Ein Huch-Nein! Eine Töhle [...] Eine Triene! Eine Schwuchtel! Ein Arschficker!
Ich bin ein Mischling ersten Grades, ein uneheliches Kind und nun auch noch schwul – das ist übertrieben.“

 

 

 

Fichte

Hubert Fichte (21 maart 1935 – 8 maart 1986)
Photo:Christian von Alvensleben

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jean Paul werd op 21 maart 1763 in Wunsiedel. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.

 

Uit: Dr. Katzenbergers Badereise

 

“Daß sich niemand als Wagen-Mitbelehnter meldete, war ihm als Mittelmanne herzlich einerlei, da er mit der Anzeige schon genug dadurch erreichte, daß mit ihm kein Bekannter von Rang umsonst mitfahren konnte. Er hatte nämlich eine besondere Kälte gegen Leute von höherem oder seinem Range und lud sie deshalb höchst ungern zu Diners, Gouters, Soupers ein und gab lieber keine; leichter besucht' er die ihrigen zur Strafe und ironisch; – denn er denke (sagte er) wohl von nichts gleichgültiger als von Ehren-Gastereien, und er wolle ebensogern à la Fourchette des Bajonetts gespeiset sein, als feurig wetteifern mit den Großen seiner Stadt im Gastieren, und er lege das Tischtuch lieber auf den Katzentisch. Nur einmal – und dies aus halbem Scherz – gab er ein Gouter oder Degouter, indem er um 5 Uhr einer Gesellschaft seiner verstorbnen Frau seinen Tee einnötigte, der Kamillen-Tee war. Man gebe ihm aber, sagte er, Lumpenpack, Aschenbrödel, Kotsassen, Soldaten auf Stelzfüßen: so wüßt' er, wem er gern zu geben habe; denn die Niedrigkeit und Armut sei eine hartnäckige Krankheit, zu deren Heilung Jahre gehören, eine Töpfer- oder Topf-Kolik, ein nachlassender Puls, eine fallende und galoppierende Schwindsucht, ein tägliches Fieber; – venienti aber, sage man, currite morbo, d.h. man gehe doch dem herkommenden Lumpen entgegen und schenk' ihm einen Heller, das treueste Geld, das kein Fürst sehr herabsetzen könne.”

 

    

Jean-Paul-Denkmal_Bayreuth

Jean Paul (21 maart 1763 – 14 november 1825)
Standbeeld in Bayreuth

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.

 

 

Der Herbst steht auf der Leiter

             

Der Herbst steht auf der Leiter

Und malt die Blätter an,

Ein lustiger Waldarbeiter,

Ein froher Malersmann.

 

Er kleckst und pinselt fleißig

Auf jedes Blattgewächs,

Und kommt ein frecher Zeisig,

Schwupp, kriegt der auch ´nen Klecks.

 

Die Tanne spricht zum Herbste:

Das ist ja fürchterlich,

die anderen Bäume färbste,

Was färbste nicht mal mich?

 

Die Blätter flattern munter

Und finden sich so schön.

Sie werden immer bunter.

Am Ende falln sie runter.

 

 

 

 

Was träumt der Teufel

 

Was träumt der Teufel, wenn die Schatten nahn?

Was rührt den Braven, der in Chaos‘ Nacht

Die Öfen fährt und seine Arbeit macht,

Was, wenn gelehnet er an einen Zahn

 

Des Höllenmauls nach fünfe, pechumschäumt,

Ins Feuer starrt, wo sich die Sünder drängeln,

Ich wüsste Namen. Doch zurück: was träumt

Des Abgrunds Werkmeister? Er träumt von Engeln.

 

Höchst unvermittelt in der maledeiten

Stirn blüht ein Bild von jener Wesen Reizen

Und schönen Unzurechnungsfähigkeiten,

Die noch so frei nicht sind, gleich ihm zu heizen.

Auch ich an Halbheit krank. Wie der Geschwänzte

Träum ich dem Engel nach, der mich ergänzte.

 

 

 

Hacks

Peter Hacks (21 maart 1928 – 28 augustus 2003)

 

 

 

De Tunesische dichter Youssef Rzouga werd geboren op 21 maart 1957 in Mahdia. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.

 

 

Rêve

 

Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à concentrer
Le chant du cygne
Au fond de ma paume
Ou à contourner l’atome
Et agir contre le corbeau.

Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à tout faire /
A tout dire :
Le secret,l’âpre goût bizarre
D’un bombardement fortuit et massif.

Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à gommer l’or
Et l’orgueil.

Mon défi multiple d’enfant
Est le suivant :
Parvenir un jour à gagner mon petit village
Où je pourrai danser librement
« with my poem ».

 

 

   

Point d’attouchement

 

Deux mains se lovent
A un petit point ové d’attouchement
L’oersted, déluge de l’œuf magique,
Ejecte l’incendie de deux mains chaudes, chaudes..
Et rive l’âme à l’âme..

Deux mains s’enchevêtrent farouchement
A un petit point ové d’attouchement

Après le feu,
Le déluge.

 

   

RZOUGA

Youssef Rzouga (Mahdia 21, maart 1957)

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Günter Vallaster werd geboren op 21 maart 1968 in Schruns (Vorarlberg). Zie ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008.

 

Uit: Hinter dem Buchstabenzaun

 

 

kissen ein
ist kopf der
vor ecken
den zu mich fühle
über leintuch das mir
ich streife mühe mit
decken den von oder
sind matratze
der von kratzen
mir in die federn die ob
unklar
gestell ein bett

 

samt zu gesteigert
anker der röhre durch
gekappt knoten für knoten
nur verloren nicht
faden den hinterlassen
schiffchen vom film
wohlig allzu wohlig
gewebe ein teppich

 

    

Vallaster

Günter Vallaster (Schruns, 21 maart 1968)

 

 

 

De Tsjechische schrijver en vertaler Siegfried Kapper werd op 21 maart 1820 geboren in Smichov. Zie ook mijn blog van 21 maart 2007

 

Uit: Christen und Türken

 

Es ist ein herrlicher Maitag, so blau und warm, so sonnig und frisch, wie er nur unter diesem Himmelsstriche, der die Nähe italienischer Zonen bereits lebhaft ahnen läßt, zu Hause zu sein anfängt. Die Straße haben wir abseits gelassen, und als ging es über Federn hin rollt unser Karren — denn so müssen wir das Fahrzeug, in welchem wir auf einer bequemen Strohunterlage sitzen, nennen, wenn wir den Leser nicht verleiten sollen, sich von dem Luxus eines Grenzoffiziers irrigen Vorstellungen hinzugeben, lautlos über Hutweiden und Brachgrund dahin, um den Stabsort, nach welchem unser Weg uns zunächst führt, zu erreichen.

Die Pferde, zwei dürre, braune Wesen von wenig ansehnlichem Wuchse und langen wirren Mähnen, deren Schirrzeug in höchst einfacher Weise zum Theil aus alten Lederstücken, zum Theil aus zusammengeknüpften Stricken besteht, trotten so unverdrossen darauf los, als hätten sie — woran wir jedoch sehr zweifeln — Hafer im Leibe, und der Kutscher, auf einem Bund Heu vor uns thronend, hält mit ihnen, ohne auch nur einen Augenblick auszusetzen, seine bald schmeichelnden, bald drohenden, bald auch fluchenden Zwiegespräche.

Ein sonderbarer Kauz, dieser Rosselenker! Blind auf einem Auge, zernarbt im Gesichte von den Blattern, daß es den Anschein hat, als würde seine zerrissene Physiognomie lediglich durch Kleister zusammengehalten und könne jeden Augenblick wieder auseinandergehen; trotz der brennenden Hitze des Mittags fest in einen zottigen Schafpelz gehüllt, wie er da hockt und mit der knotigen Peitsche bald durch die Lüfte spielt, bald die beiden Gäule an ihren Flanken kitzelt, scheint er für nichts Anderes auf Erden, als für diese letztern, irgend einen Sinn zu haben. Die plötzliche Umwandlung, die mit dem Herrn, den er fährt, vorgegangen, hat ihn nur im Augenblicke des Einsteigens einen Moment stutzen gemacht.”

 

 

 

Siegfried_Kapper

Siegfried Kapper (21 maart 1820 – 7 juni 1879)
Lithografie van Eduard Kaiser, 1848