20-01-18

Stefan Popa, Edward Hirsch, Guy Helminger, André Kubiczek, Batya Gur, Nazim Hikmet, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr.

 

De Nederlandsche schrijver en journalist Stefan Popa werd op 20 januari 1989 geboren in Vleuten. Zie ook alle tags voor Stefan Popa op dit blog.

Uit: De verovering van Vlaanderen

`Verder vanuit dit genadeloze dieptepunt dat zowaar het uitzichtloze heeft bereikt. En u wilt evenzeer verder, dunkt me. U wilt méér. U hebt schoon genoeg van minder. Wellicht dat u onderweg enkele geschiedkundige strapatsen mijnerzijds ten deel zullen vallen, dat durf ik op dit moment te zeggen noch te beloven. De kans bestaat dat ik bekentenissen zal doen die u niet horen te interesseren en dat toch doen. Ik overweeg zelfs om dit werk iiberhaupt niet te publiceren. Dat zou wat zijn zeg! Het Nederlands taalgebied mijzelf ontzeggen. Het jammerlijke hieraan is dat niemand zal weten dat ik gemist word. Behalve ikzelf uiteraard, hoewel ik moet oppassen met dergelijke beweringen die de ijdeltuiterij schampen. Ik houd lang niet zoveel van mezelf als u van mij zult houden aan het eind van deze reis. Deze belofte doe ik u, waarmee ik indirect het besluit heb genomen om alles te noteren wat mij kortgeleden is overkomen — zoals u, scherpzinnig als u bent, al doorzag. We bevinden ons op een pril kruispunt in mijn leven, zowel literair als secundair. Rest mij enkel nog de opmerking dat dit alles waargebeurd is en met de meest zuivere intenties nauwgezet is opgeschreven. `Luister je wel?' Niet echt, echt niet zelfs. Ik bespaar vader mijn antwoord en mijzelf een donderpreek. Hij biedt hulp, zoals altijd wanneer we elkaar de eerste vrijdag van de maand treffen in hetzelfde verdomde restaurant aan hetzelfde verdomde tafeltje met altijd hetzelfde veranderende uitzicht op diezelfde Amstel. Een baan, wat zakgeld, adviezen, een advocaat mits nodig. Maar ik heb helemaal niets nodig. `De reclamewereld is niet meer wat het was, vader', zeg ik alsof de reclamewereld ooit iets is geweest. Vader buigt zich over de tafel. Zijn voorgeknoopte das bungelt vervaarlijk boven een diep bord met kreeftsoep. Dat zelfingenomen lachje. Zijn grijze wenkbrauwen die als halfopen rolgordijnen voor zijn ogen hangen. In het knoopsgat van de linker revers steekt het oude logo van zijn eerste grootbedrijf. Op zijn zeventiende is hij begonnen in een fabriek waar opbergdoosjes werden geproduceerd en vijftig jaar later is hij ondernemer van het jaar 1996, 1997, 2004, 2006 en tevens multimiljonair, in willekeurige volgorde. Met de iets te lange nagel van zijn wijsvinger tikt hij op de opgepoetste speld: 'Het beginnen gaat je prima af, maar het volhouden lukt je steeds niet, laat staan het afmaken. Als ik iets heb geleerd, en als jij één ding van mij kunt leren, is het dat niets vanzelf gaat in het leven. Niemand schenkt je je eerste tonnetje. Dat moet je zelf verdienen.'

 

 
Stefan Popa (Vleuten, 20 januari 1989)

Lees meer...

20-01-17

Edward Hirsch, Stefan Popa, Guy Helminger, André Kubiczek, Batya Gur, Nazim Hikmet, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

To Poetry

Don’t desert me
just because I stayed up last night
watching The Lost Weekend.

I know I’ve spent too much time
praising your naked body to strangers
and gossiping about lovers you betrayed.

I’ve stalked you in foreign cities
and followed your far-flung movements,
pretending I could describe you.

Forgive me for getting jacked on coffee
and obsessing over your features
year after jittery year.

I’m sorry for handing you a line
and typing you on a screen,
but don’t let me suffer in silence.

Does anyone still invoke the Muse,
string a wooden lyre for Apollo,
or try to saddle up Pegasus?

Winged horse, heavenly god or goddess,
indifferent entity, secret code, stored magic,
pleasance and half wonder, hell,

I have loved you my entire life
without even knowing what you are
or how—please help me—to find you.

 

 

Gabriel: A Poem (Fragment)

Grief broke down in phrases
And extrapolated lines
From me without myself

Tear-stained pillow of stone
I felt I was lying
Beside him in the coffin

Wormy mother
Who takes us into the ground
With her whenever and wherever

She wants the grass glistens
And grows over us in the heat
Of late summer in the country

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

Lees meer...

20-01-16

Edward Hirsch, Stefan Popa, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Batya Gur, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Fast Break
In Memory of Dennis Turner, 1946-1984

A hook shot kisses the rim and
hangs there, helplessly, but doesn't drop,

and for once our gangly starting center
boxes out his man and times his jump

perfectly, gathering the orange leather
from the air like a cherished possession

and spinning around to throw a strike
to the outlet who is already shoveling

an underhand pass toward the other guard
scissoring past a flat-footed defender

who looks stunned and nailed to the floor
in the wrong direction, trying to catch sight

of a high, gliding dribble and a man
letting the play develop in front of him

in slow motion, almost exactly
like a coach's drawing on the blackboard,

both forwards racing down the court
the way that forwards should, fanning out

and filling the lanes in tandem, moving
together as brothers passing the ball

between them without a dribble, without
a single bounce hitting the hardwood

until the guard finally lunges out
and commits to the wrong man

while the power-forward explodes past them
in a fury, taking the ball into the air
 

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)
 

Lees meer...

20-01-15

Edward Hirsch, Stefan Popa, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Batya Gur, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr.

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Edward Hopper and the House by the Railroad (1925)

Out here in the exact middle of the day,
This strange, gawky house has the expression
Of someone being stared at, someone holding
His breath underwater, hushed and expectant;

This house is ashamed of itself, ashamed
Of its fantastic mansard rooftop
And its pseudo-Gothic porch, ashamed
of its shoulders and large, awkward hands.

But the man behind the easel is relentless.
He is as brutal as sunlight, and believes
The house must have done something horrible
To the people who once lived here

Because now it is so desperately empty,
It must have done something to the sky
Because the sky, too, is utterly vacant
And devoid of meaning. There are no

Trees or shrubs anywhere--the house
Must have done something against the earth.
All that is present is a single pair of tracks
Straightening into the distance. No trains pass.

Now the stranger returns to this place daily
Until the house begins to suspect
That the man, too, is desolate, desolate
And even ashamed. Soon the house starts

To stare frankly at the man. And somehow
The empty white canvas slowly takes on
The expression of someone who is unnerved,
Someone holding his breath underwater.

And then one day the man simply disappears.
He is a last afternoon shadow moving
Across the tracks, making its way
Through the vast, darkening fields.

This man will paint other abandoned mansions,
And faded cafeteria windows, and poorly lettered
Storefronts on the edges of small towns.
Always they will have this same expression,

The utterly naked look of someone
Being stared at, someone American and gawky.
Someone who is about to be left alone
Again, and can no longer stand it.

 

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)
Edward Hopper, The House by the Railroad

Lees meer...

20-01-14

Edward Hirsch, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Sawako Ariyoshi, Batya Gur, Robert Olen Butler Jr.

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

For the Sleepwalkers

Tonight I want to say something wonderful
for the sleepwalkers who have so much faith
in their legs, so much faith in the invisible

arrow carved into the carpet, the worn path
that leads to the stairs instead of the window,
the gaping doorway instead of the seamless mirror.

I love the way that sleepwalkers are willing
to step out of their bodies into the night,
to raise their arms and welcome the darkness,

palming the blank spaces, touching everything.
Always they return home safely, like blind men
who know it is morning by feeling shadows.

And always they wake up as themselves again.
That's why I want to say something astonishing
like: Our hearts are leaving our bodies.

Our hearts are thirsty black handkerchiefs
flying through the trees at night, soaking up
the darkest beams of moonlight, the music

of owls, the motion of wind-torn branches.
And now our hearts are thick black fists
flying back to the glove of our chests.

We have to learn to trust our hearts like that.
We have to learn the desperate faith of sleep-
walkers who rise out of their calm beds

and walk through the skin of another life.
We have to drink the stupefying cup of darkness
and wake up to ourselves, nourished and surprised.

 

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

Lees meer...

20-01-13

Edward Hirsch, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Egon Bondy, Axel Hacke

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

 

Early Sunday Morning

 

I used to mock my father and his chums
for getting up early on Sunday morning
and drinking coffee at a local spot
but now I’m one of those chumps.

No one cares about my old humiliations
but they go on dragging through my sleep
like a string of empty tin cans rattling
behind an abandoned car.

It’s like this: just when you think
you have forgotten that red-haired girl
who left you stranded in a parking lot
forty years ago, you wake up

early enough to see her disappearing
around the corner of your dream
on someone else’s motorcycle
roaring onto the highway at sunrise.

And so now I’m sitting in a dimly lit
café
full of early morning risers
where the windows are covered with soot
and the coffee is warm and bitter.

 

 

 

 

What the Last Evening Will Be Like

 

You're sitting at a small bay window
in an empty café by the sea.
It's nightfall, and the owner is locking up,
though you're still hunched over the radiator,
which is slowly losing warmth.

Now you're walking down to the shore
to watch the last blues fading on the waves.
You've lived in small houses, tight spaces—
the walls around you kept closing in—
but the sea and the sky were also yours.

No one else is around to drink with you
from the watery fog, shadowy depths.
You're alone with the whirling cosmos.
Goodbye, love, far away, in a warm place.
Night is endless here, silence infinite.

 

 

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

Lees meer...

20-01-12

Edward Hirsch, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Egon Bondy, Axel Hacke

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook mijn blog van 20 januari 2009 en ook mijn blog van 20 januari 2010.en ook mijn blog van 20 januari 2011.

 

 

Fall

 

Fall, falling, fallen. That's the way the season

Changes its tense in the long-haired maples

That dot the road; the veiny hand-shaped leaves

Redden on their branches (in a fiery competition

With the final remaining cardinals) and then

Begin to sidle and float through the air, at last

Settling into colorful layers carpeting the ground.

At twilight the light, too, is layered in the trees

In a season of odd, dusky congruences—a scarlet tanager

And the odor of burning leaves, a golden retriever

Loping down the center of a wide street and the sun

Setting behind smoke-filled trees in the distance,

A gap opening up in the treetops and a bruised cloud

Blamelessly filling the space with purples. Everything

Changes and moves in the split second between summer's

Sprawling past and winter's hard revision, one moment

Pulling out of the station according to schedule,

Another moment arriving on the next platform. It

Happens almost like clockwork: the leaves drift away

From their branches and gather slowly at our feet,

Sliding over our ankles, and the season begins moving

Around us even as its colorful weather moves us,

Even as it pulls us into its dusty, twilit pockets.

And every year there is a brief, startling moment

When we pause in the middle of a long walk home and

Suddenly feel something invisible and weightless

Touching our shoulders, sweeping down from the air:

It is the autumn wind pressing against our bodies;

It is the changing light of fall falling on us.

 

 

 

 

I'm Going to Start Living Like a Mystic

 

Today I am pulling on a green wool sweater

and walking across the park in a dusky snowfall.

 

The trees stand like twenty-seven prophets in a field,

each a station in a pilgrimage—silent, pondering.

 

Blue flakes of light falling across their bodies

are the ciphers of a secret, an occultation.

 

I will examine their leaves as pages in a text

and consider the bookish pigeons, students of winter.

 

I will kneel on the track of a vanquished squirrel

and stare into a blank pond for the figure of Sophia.

 

I shall begin scouring the sky for signs

as if my whole future were constellated upon it.

 

I will walk home alone with the deep alone,

a disciple of shadows, in praise of the mysteries.

 

 

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

Lees meer...

20-01-11

Edward Hirsch, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Eugen Gomringer, Batya Gur

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook mijn blog van 20 januari 2009 en ook mijn blog van 20 januari 2010.

 

 

After a Long Insomniac Night

I walked down to the sea in the early morning
after a long insomniac night.

I climbed over the giant gull-colored rocks
and moved past the trees,
tall dancers stretching their limbs
and warming up in the blue light.

I entered the salty water, a penitent
whose body was stained,
and swam toward a red star rising
in the east—regal, purple-robed.

One shore disappeared behind me
and another beckoned.
                                     I confess
that I forgot the person I had been
as easily as the clouds drifting overhead.

My hands parted the water.
The wind pressed at my back, wings
and my soul floated over the whitecapped waves.
 

 

 

 

 

Charades

We waited on two sides of the subway tracks:
you were riding uptown and I was heading downtown
to a different apartment, after all these years.

We were almost paralyzed, as anxious
travelers surged around us in waves,
and then you started to pantomime.

First, you touched your right eye.
Then you palmed your left knee.
Finally, you pointed at me.

I made of a sign of understanding
back to you but the train suddenly roared
into the station and you disappeared.
 

 

 

 

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Lees meer...

20-01-10

Edward Hirsch, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Eugen Gomringer, Batya Gur, Egon Bondy


De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook mijn blog van 20 januari 2009.

 

 

Poor Angels

 

At this hour the soul floats weightlessly

through the city streets, speechless and invisible,

astonished by the smoky blend of grays and golds

seeping out of the air, the dark half-tones

 

of dusk suddenly filling the urban sky

while the body sits listlessly by the window

sullen and heavy, too exhausted to move,

too weary to stand up or to lie down.

 

At this hour the soul is like a yellow wing

slipping through the treetops, a little ecstatic

cloud hovering over the sidewalks, calling out

to the approaching night, “Amaze me, amaze me,”

 

while the body sits glumly by the window

listening to the clear summons of the dead

transparent as glass, clairvoyant as crystal.

Some nights it is almost ready to join them.

 

Oh, this is a strange, unlikely tethering,

a furious grafting of the quick and the slow:

when the soul flies up, the body sinks down

and all night—locked in the same cramped room—

 

they go on quarreling, stubbornly threatening

to leave each other, wordlessly filling the air

with the sound of a low internal burning.

How long can this bewildering marriage last?

 

At midnight the soul dreams of a small fire

of stars flaming on the other side of the sky,

but the body stares into an empty night sheen,

a hollow-eyed darkness. Poor luckless angels,

 

feverish old loves: don’t separate yet.

Let what rises live with what descends.

 

 

 

 

Branch Library

 

I wish I could find that skinny, long-beaked boy

who perched in the branches of the old branch library.

 

He spent the Sabbath flying between the wobbly stacks

and the flimsy wooden tables on the second floor,   

 

pecking at nuts, nesting in broken spines, scratching

notes under his own corner patch of sky.

 

I'd give anything to find that birdy boy again

bursting out into the dusky blue afternoon

 

with his satchel of scrawls and scribbles,

radiating heat, singing with joy.

 

 

 

 

 

Hirsch
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

 

 

 

 

De Turkse schrijver Nazim Hikmet werd op 20 januari 1902 geboren in Thessaloniki. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007  en ook mijn blog van 20 januari 2008 en ook mijn blog van 20 januari 2009.

 

 

 

De reus met de diepblauwe ogen

 

Er was eens een reus met diepblauwe ogen

Hij beminde een heel kleine vrouw

Die droomde van een huisje met een tuin

Waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

 

De reus had lief als een reus

Zijn handen waren groot voor grote dingen

Nooit hadden zij de muren kunnen bouwen of het belletje doen schellen

Van het huisje met de tuin waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

 

Er was eens een reus met heel blauwe ogen

Hij beminde een heel kleine vrouw

Zij was heel aardig, maar werd vlug moe.

Op de grote wegen van de reus

Had ze zich behaaglijk willen voelen.

Ze zei vaarwel aan de diepblauwe ogen

En in de armen van een rijke dwerg

Liep ze het huisje binnen met een tuin waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

 

Nu begrijpt de reus

Dat de liefde van een reus

Zelfs niet mag begraven worden

In het huis waarin gevlamde kamperfoelies bloeien.

 

 

 

Vertaald door Paul Snoek

 

 

 

 

De dode op het Beyazitplein

 

Er ligt een dode
een jongen van negentien
bij dag onder de zon
bij nacht onder de sterren
op het Beyazitplein in Istanbul.

 

Er ligt een dode
in de ene hand een leerboek
in de andere hand zijn vermoorde droom
april in het jaar negentienhonderdzestig
op het Beyazitplein in Istanbul.

 

Er ligt een dode neergeschoten
de wonde aan zijn voorhoofd
gaat open als een rode anjer
op het Beyazitplein in Istanbul.

 

Er zal een dode liggen
zijn bloed zal zo lang op de grond druppen
tot mijn volk met de wapens
met vrijheidsliederen
het machtige plein zal heroveren.

 

 

 

 

Vertaald door J. Iven en P. Eydemir

 

 

 

 

 

Hikmet
Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)

 

 

 

 

 

De Duitse (Luxemburgse) schrijver Guy Helminger werd geboren op 20 januari 1963 in Esch-sur-Alzette. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007 en ook mijn blog van 20 januari 2008 en ook mijn blog van 20 januari 2009.

 

Uit: Pelargonien (Etwas fehlt immer)

 

Es gab wenig, das Frank Perl so erfreute wie das Fahrradfahren. Da waren Tage, an denen hob er sich morgens kurz nach dem Frühstück in den Sattel, und erst wenn es dunkel wurde, merkte er, daß er die ganze Zeit nichts gegessen hatte. Er fuhr in der Stadt herum, und ab und an, wenn es sich anbot, wenn er wußte, daß es ihm dieses seltsame Glücksgefühl bescheren würde, ließ er den Lenker los, richtete sich auf und schlug einem Passanten im Vorbeigleiten auf den Hinterkopf. Er drehte sich danach nie um, schaute sich nie die überraschten Mienen der Gedemütigten an. Er fuhr einfach weiter, wissend, daß die Gesichter in seinem Rücken in all ihren stumpfen Variationen doch immer mit dem gleichen Ausdruck völliger Sprachlosigkeit über dem Bürgersteig hingen, während in seiner Brust im selben Moment eine Sauerstoffflasche geöffnet wurde und etwas sich aufrichtete in seinen Gliedern. 
An sehr schönen Tagen radelte Perl nach so einem Schlag einmal um den Block und steuerte sein Opfer erneut an. 
Die Stadt hatte etwas von einem riesigen Blumenkasten, in dem die vom Vorjahr übriggebliebenen Erdbrocken sich zu kleinen schimmeligen Wohneinheiten strukturierten. In den Furchen dazwischen lief die eine oder andere Kellerassel, erschrocken über so viel Licht, das plötzlich über den Dachgiebeln stand und von dort aus jede noch so verwinkelte Ecke ausputzte. Nur die Blumen fehlten. 
„Etwas fehlt immer“, sagte Perl und faßte sich ans rechte Ohr. 
Er sah die Wagen, die sich langsam und laut aus der Stadt hinaus Richtung Autobahn schoben, sah, wie ihre Schatten stotterten, län-ger wurden, sich in aller Ruhe ausdehnten und wie Geisterfahrer die Gegenfahrbahn benutzten, während sein Rad ihn fast lautlos und gleichmäßig über den Bürgersteig ans Ende des Tages trug.“ 

 

 

 

 

Helminger
Guy Helminger (Esch-sur-Alzette, 20 januari 1963)

 

 

 

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Eugen Gomringer werd op 20 januari 1925 geboren in Cachuela Esperanza, Bolivia. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007 en ook mijn blog van 20 januari 2009.

 

 

 

schweigen schweigen schweigen
schweigen schweigen schweigen
schweigen schweigen
schweigen schweigen schweigen
schweigen schweigen schweigen

 

 

 

 

 

gleichmässig gleich gleichmässig ungleich ungleichmässig

gleich ungleichmässig ungleich gleichmässig

gleich

gleichmässig ungleich ungleichmässig gleich

ungleichmässig ungleich gleichmässig gleich gleichmässig

 

 

 

 

 

Gomringer
Eugen Gomringer (Cachuela Esperanza,  20 januari 1925)

 

 

 

 

 

De Israëlische schrijfster, journaliste en literatuurwetenschapster Batya Gur werd geboren op 20 januari 1947 in Tel Aviv. Zie ook mijn blog van 20 januari 2008 en ook mijn blog van 20 januari 2009.

 

Uit: The Saturday Morning Murder (Vertaald door Dalva Bilu)

 

It would take years, Shlomo Gold knew, before he would be able to park his car in front of the Institute on Disraeli Street without feeling a cold hand gripping his heart. Sometimes he even thought that the analytic society should change its prernises from Talbieh, just so he would not have to feel this recurrent anxiety. He had also considered requesting special permission to treat his patients elsewhere, but his supervisors thought that he should confront the situation with his own inner resources and not by means of external changes.

He could still hear old Hildesheimer's words reverberating in his mind. The building was not the issue, the old man had said: it was not the budding that was causing his anxiety; it was his own feelings in relation to the event. Ever since the day it had happened, Gold heard the words, in their heavy German accent, whenever he approached the building. Especially the sentence about how it was his own emotions he had to face, not the stone walls.

Naturally, Hildesheimer had said then, the fact that it was his,Gold's, analyst, who was involved had to be taken into account, and perhaps -- the old man gave him a shrewd, inquiring look-he should try to "derive the maximum from the difficulties of the situation." But Shlomo Gold, who had once been so proud of being given the keys to the building, could no longer enter his room at the Institute without an anxiety attack.“

 

 

 

 

gurbatya
Batya Gur (20 januari 1947 – 19 mei 2005)

 

 

 

 

De Tsjechische dichter, schrijver en filosoof Egon Bondy werd geboren op 20 januari 1930 in Praag. Zie ook mijn blog van 20 januari 2009.

 

Uit: Hatto (Vertaald door Mira Sonnenschein)

 

Der Erzbischof begann nun damit, die wertvollen Gaben zu zeigen, die er kürzlich von den Herzögen erhalten hatte, weil sie seine Unterstützung bei der Forchheimer Wahl suchten: Goldenes und silbernes Geschirr, kostbare Stoffe und seltene Pelze, aber auch Kuriositäten und wertvolle Nichtigkeiten wie die Federn eines Pfaus oder der Schwanz eines Basilisken befanden sich darunter ebenso wie eine antike Karte mit der Darstellung der Erde. Der Erzbischof entfaltete die Rolle, um sie sodann voller Stolz als ein Geschenk der Gesandtschaft des westfränkischen Königs zu präsentieren. Er betonte, sie sei wahrhaftig römischen Ursprungs, da hier, wie er erklärte, Jerusalem entgegen der Wahrheit nicht in der Mitte der Welt dargestellt worden war. (Tatsächlich handelte es sich, obgleich die Karte schon einige Jahrhunderte alt sein musste, um eine von einem ungelehrten Mönch angefertigte Kopie späteren Datums.) Für alle erkennbar war Jerusalem nachträglich in den asiatischen Teil eingezeichnet worden. Lesen konnten die Karte allerdings nur der Erzbischof, Salomon und Hatto. Die drei beugten sich also über das äußerst seltene Werk. Keiner von ihnen hatte eine solche Karte öfter als ein-, zweimal zu Gesicht bekommen. Zuerst konnte Hatto die Umrisse Italiens, dann aber auch schon leicht die des Mittelmeers erkennen. Oberhalb im Süden Afrika, unten der Norden mit Gallien und Germanien und noch etwas tiefer die skandische und die englische Insel. Ganz unten jenes Ultima Thule, ein häufiger Gegenstand seiner Überlegungen. Links im Osten zog sich das Festland bis zum Land der Serren hin. Im Westen endete es mit einigen Halbinseln im Ozean. Auch die größten Gebirgsketten und Flüsse waren auf der Karte eingezeichnet. Doch Hatto benötigte eine Weile, bis er erkannte, wo das eigene Land zu finden war. Der Erzbischof, der bereits einige Zeit dem Studium der Karte gewidmet hatte, deutete den geschätzten Gästen mit seinem Finger die entsprechenden Umrisse an. Da - und da - und hier. Hier leben schon die Sarazenen und von hier aus ziehen die Heiden los. Hatto betrachtete das Pergament mit größter Aufmerksamkeit. Es war ein sehr seltsames Gefühl, alles auf einer so kleinen Fläche, auf der eine so große Stadt wie Mainz gar nicht auffiel, aufgezeichnet zu sehen. Er folgte konzentriert dem Finger des Erzbischofs, ja er forderte ihn auf, alles noch einmal zu zeigen ...“

 

 

 

bondy
Egon Bondy (20 januari 1930 – 9 april 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

20-01-09

Edward Hirsch, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Eugen Gomringer, Batya Gur, Sawako Ariyoshi, Axel Hacke, Egon Bondy, Edeltraud Eckert, Robert Olen Butler Jr, Qurratulain Hyder, Raymond Roussel, Michiel de Swaen


De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Hij studeerde folklore aan de University of Pennsylvania. Hij werkte als docent Engels aan de Wayne State University en de University of Houston. Hirsch publiceerde o.a. in The New Yorker, The New York Review of Books, American Poetry Review, and The Paris Review. Hij had ook een wekelijkse column over poëzie in de Washington Post Book World van 2002 tot 2005. Zijn eerste bundel For the Sleepwalkers verscheen in 1981.

 

 

In Memoriam Paul Celan

 

Lay these words into the dead man's grave

next to the almonds and black cherries---

tiny skulls and flowering blood-drops, eyes,

and Thou, O bitterness that pillows his head.

 

Lay these words on the dead man's eyelids

like eyebrights, like medieval trumpet flowers

that will flourish, this time, in the shade.

Let the beheaded tulips glisten with rain.

 

Lay these words on his drowned eyelids

like coins or stars, ancillary eyes.

Canopy the swollen sky with sunspots

while thunder addresses the ground.

 

Syllable by syllable, clawed and handled,

the words have united in grief.

It is the ghostly hour of lamentation,

the void's turn, mournful and absolute.

 

Lay these words on the dead man's lips

 

like burning tongs, a tongue of flame.

A scouring eagle wheels and shrieks.

Let God pray to us for this man.

 

 

 

 

 

 

Lay Back the Darkness

 

My father in the night shuffling from room to room

on an obscure mission through the hallway.

 

Help me, spirits, to penetrate his dream

and ease his restless passage.

 

Lay back the darkness for a salesman

who could charm everything but the shadows,

 

an immigrant who stands on the threshold

of a vast night

 

without his walker or his cane

and cannot remember what he meant to say,

 

though his right arm is raised, as if in prophecy,

while his left shakes uselessly in warning.

 

My father in the night shuffling from room to room

is no longer a father or a husband or a son,

 

But a boy standing on the edge of a forest

listening to the distant cry of wolves,

 

to wild dogs,

to primitive wingbeats shuddering in the treetops.

 

 

 

 

Hirsch
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

 

 

 

 

De Turkse schrijver Nazim Hikmet werd op 20 januari 1902 geboren in Thessaloniki. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007  en ook mijn blog van 20 januari 2008.

 

 

 

Today is Sunday

 

Today is Sunday.

For the first time they took me out into the sun today.

And for the first time in my life I was aghast

that the sky is so far away

          and so blue

          and so vast

              I stood there without a motion.

Then I sat on the ground with respectful devotion

leaning against the white wall.

Who cares about the waves with which I yearn to roll

Or about strife or freedom or my wife right now.

The soil, the sun and me...

I feel joyful and how.

 

 

 

 

Translated by Talat Sait Halman.

 

 

 

 

Angina Pectoris

 

If half my heart is here, doctor,

      the other half is in China

with the army flowing

     toward the Yellow River.

And, every morning, doctor,

every morning at sunrise my heart

     is shot in Greece.

And every night,c doctor,

when the prisoners are asleep and the infirmary is deserted,

my heart stops at a run-down old house

                                       in Istanbul.

And then after ten years

all i have to offer my poor people

is this apple in my hand, doctor,

one read apple:

               my heart.

And that, doctor, that is the reason

for this angina pectoris--

not nicotine, prison, or arteriosclerosis.

I look at the night through the bars,

and despite the weight on my chest

my heart still beats with the most distant stars.

 

 

 

 

 

nazim_hikmet
Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)

 

 

 

 

 

 

De Duitse (Luxemburgse) schrijver Guy Helminger werd geboren op 20 januari 1963 in Esch-sur-Alzette. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007 en ook mijn blog van 20 januari 2008.

 

Uit: Morgen war schon

 

Der Nieselregen hatte aufgehört. Sie überholten einen Bus und blieben auf der linken Spur, obwohl kein Wagen vor ihnen zu sehen war. Feltzer bemerkte plötzlich, daß Bergrath den Kopf gewendet hatte und ihn ansah. Jetzt sprich nur ein Wort, dachte Feltzer, und es knallt.

Ein schmaler Streifen Mond tauchte auf, strich matt über den Himmel, bevor er zurück in die Dunkelheit glitt.

Als Bergrath tatsächlich den Mund aufmachte, bremste Feltzer sofort, während seine linke Hand in die Türablage griff. Die Räder rutschten über den Asphalt. Etwas weiter hinter ihnen rollten die Busscheinwerfer auf sie zu. Feltzer steuerte den Wagen auf den Seitenstreifen und brüllte: „Ich habe dich gewarnt. Habe ich dich nicht gewarnt?“ Er sah, wie Bergrath versuchte, aus dem Wagen zu flüchten. Auf der Fahrbahn rauschte der Bus an ihnen vorbei. Feltzer schloß einen Moment lang die Augen. Er sah, daß bereits alles rot war.“

 

 

 

 

Guy_Helminger
Guy Helminger (Esch-sur-Alzette, 20 januari 1963)

 

 

 

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Eugen Gomringer werd op 20 januari 1925 geboren in Cachuela Esperanza, Bolivia. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007.

 

 

 

Gomringer2

 

 

 

 

 

 

 

E_GOMRINGER_01
Eugen Gomringer (Cachuela Esperanza,  20 januari 1925)

 

 

 

 

 

De Israëlische schrijfster, journaliste en literatuurwetenschapster Batya Gur werd geboren op 20 januari 1947 in Tel Aviv. Zie ook mijn blog van 20 januari 2008.

 

Uit: Murder in Jerusalem

 

„Michael Ohayon laid A Suitable Boy, the heavy volume in which he had been immersed for weeks, especially the past two, during his vacation, at the foot of his bed. How was it possible to write a novel like this and at the same time live one's life? How suddenly familiar and true were the claims voiced by many women in his life, claims he had heard often enough from his only son as well, about the manner in which he lost himself in his work, how there was no approaching him while he was on a case. To create and write about some reality or to investigate it seemed suddenly to him like the very same effort, the very same anxiety.

A sudden noise cut his thoughts short. He hurried to the hallway, and from there to the bathroom. He had left the cabinet door under the sink open so that the dampness there would not grow moldy. The bucket he had placed under the sink had overturned, as if a cat had passed by. But no cat had passed by. The windows were shut and the blinds were closed and rain was pounding and a puddle of dirty water was gathering by the front door. There was no explanation for the overturned bucket. "The butterfly effect," Tzilla would say had she witnessed the scene, which would be certain to irritate Balilty: "Effects again?" he would exclaim. "Butterflies again?“

 

 

 

 

GurBatya
Batya Gur (20 januari 1947 – 19 mei 2005)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijfster Sawako Ariyoshi werd geboren op 20 januari 1931 in Wakayama. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007.

 

Uit: Le miroir des courtisanes Vertaald door Corinne Atlan)

 

Pendant son séjour à l'hôpital, Tomoko avait reçu, outre les fleurs, nombre de boîtes de bonbons et de biscuits secs. Tandis qu'elle sortait les biscuits un à un de leur emballage individuel, Jôji tendait la main pour les attrapper et les dévorait. Tomoko servit du thé, et, en regardant le visage innocent de l'enfant qui croquait ses biscuits, elle se sentit envahie par un sentiment inattndu de paix intérieure.
          - Tu peux venir me voir quand tu veux. Moi, j'ai le temps, je n'ai rien d'autre à faire que de me reposer.
          - Mmh.
          - Qu'est ce qui te ferais plaisir ? Si tu as envie de quelque chose, je te l'achèterai, tu n'as qu'à me le dire.
          - Mmh.
          Cette réponse de petit garçon, ce « Mmh » à toutes les questions, plaisait à Tomoko, elle sentait un élancement de joie dans son coeur chaque fois qu'elle l'entendait.
          Elle s'était souvent dit que la vie consistait à voir mourir les autres autour de soi. Chacun de nous, né d'une mère, doit vivre puis mourir pareillement, seule la durée de la vie diffère. Elle avait vu mourir des gens plus âgés qu'elle, mais ausi de plus jeunes, comme ce frère ou cette soeur de Jôji né quelques années avant lui, qui était mort avant d'avoir pu respirer sur cette terre. Et la mort de tous les êtres si longtemps qu'ils aient vécu, paraissait regrettable, et toujours soudaine. La mort de Tsuna. La mort du comte Kônami. La mort de Shûichi Nôzawa, de Fumike Ezaki, et puis celle d'Ikuyo, sa mère... Oui, jusque là, Tomoko s'était toujours dit que vivre, c'était dire adieu aux êtres chers, les voir disparaître dans la mort. Par quel miracle la simple vue de ce petit garçon croquant des biscuits salés suscitait-elle un tel élan dans son coeur, et des pensées si différentes ?“

 

 

 

 

ariyoshi
Sawako Ariyoshi (20 januari 1931 – 30 augustus 1984)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Axel Hacke werd geboren op 20 januari 1956 in Braunschweig. Hij bezocht de journalistenschool in München en studeerde politicologie. Van 1981 tot 200o werkte hij als redacteur bij de Süddeutschen Zeitung. In 2004 verscheen zijn succesvolste boek Der weiße Neger Wumbaba, waarin hij op amusante wijze verkeerd verstane liedteksten behandelt.

 

Uit: Der weisse Neger Wumbaba

 

Fest steht aber: Wir, die wir immer alle Texte falsch verstehen, so­bald wir sie nicht lesen, sondern hören, sobald sie gesungen, gebe­tet oder sonstwie vorgetragen werden, wir leben in einer rätselhaf­ten, doch auch reichen, poetischen Welt, bevölkert von Wesen, die niemand ausser uns auch nur zu kennen imstande ist. Nehmen wir jenen Herrn, der mich nach einer Lesung ansprach, um mir seine Version von Matthias Claudius' Der Mond ist aufge­gangen mitzuteilen. Da heisst es:
»Der Wald steht schwarz und schweiget, und aus den Wiesen steiget der weisse Nebel wunderbar.«
Dieser Mann erzählte mir, was in seinen Ohren klang: »Der Wald steht schwarz und schweiget,
und aus den Wiesen steiget der weisse Neger Wumbaba.«
Das hat nun etwas, das weit über Claudius hinausweist: Von wei­ssen Nebeln singen kann, mit Verlaub, jeder. Aber einen weissen Neger namens Wumbaba zu ersinnen - das ist sehr gross. Sehr viel später meldete sich bei mir noch Leser L. aus München, der eine münchnerisch-bayerische Version vortrug, die auf seine Enkel zurückgeht, und in der es heisst:
»Und aus der Isar steiget der weisse Neger Wumbaba.«
Das ist natürlich auch nicht zu verachten, wenngleich ich es doch schöner finde, diese sagenhaft fremd-schöne Wumbaba-Gestalt aus nebelüberhangenen Wiesen aufsteigen zu sehen, die sich vor einem schwarzen Walde erstrecken. Da kann die Isar nicht leicht mithalten.“

 

 

 

Axel_Hacke
Axel Hacke (Braunschweig, 20 januari 1956)

 

 

 

 

 

De Tsjechische dichter, schrijver en filosoof Egon Bondy werd geboren op 20 januari 1930 in Praag. Hij publiceerde talrijke dichtbundels, essays en ander proza en een geschiedenis van de filosofie in zes delen. Daarnaast vertaalde hij gedichten van Christian Morgenstern naar het Tsjechisch.

 

Uit: Die invaliden Geschwister (Vertaald door Mira Sonnenschein)

 

„Als er die Anhöhe erklommen hatte, breitete sich die Hochebene vor ihm aus. Auf dem Acker standen drei Bäume. Der letzte Schnee taute auf dem Weg, der bereits voller Pfützen war. Gleich brockenweise blieb der Lehm an den Schuhsohlen kleben. Unter den Bäumen angekommen, stolperte er über eine Leiche. Sie befand sich im Zustand fortgeschrittener Verwesung. Man konnte nicht mehr erkennen, ob sie männlich oder weiblich war. Als er mit dem Fuß gegen diesen Körper stieß, quoll Schlamm heraus. Es war die Leiche der Welt. Das Wetter war häßlich, der Himmel trüb. Nach einigen Kilometern erreichte er eine Kneipe. Da er die letzten Tage ununterbrochen und viel getrunken hatte, plagte ihn ein großer Katzenjammer.
Die Wirtin schenkte ihm ein Bier ein. Sie war dick, aber noch nicht alt. Ihr dauergewelltes, aber zerzaustes Haar war schwarz und glänzend. Nachdem er in der Ecke Platz genommen hatte, verschwand sie hinter einer verglasten Tür in der Küche. Unmittelbar darauf hörte man, wie sie sich dort mit jemandem paarte. Der Küchenschrank wackelte, Geschirr und Gläser schepperten. Die Stimme eines Mannes wurde laut und das Stöhnen der Frau. Zwei Beinpaare rutschten und scharrten über den Fußboden. Der kleine Dorfplatz hinter dem Fenster war menschenleer. Die Fenster in den kleinen Häusern waren dunkel, verhängt mit kleinen bunten oder gehäkelten Gardinen. In den Räumen mußte es selbst jetzt zur Mittagszeit schummrig sein. Nur aus einzelnen Schornsteinen stieg Rauch auf.“

 

 

 

bondy_ctk
Egon Bondy (20 januari 1930 – 9 april 2007)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Edeltraud Eckert werd geboren op 20 januari 1930 in Hindenburg.In 1949 begon zij aan een studie pedagogie aan de Humboldt universitei in Berlijn. Zij hoorde over het voortbestaan van Russische gevangenenkampen in de DDR en vormde samen met een groep vrienden een anticommunistische „verzetsgroep tegen onmenselijkheid.“ Op 10 mei 1950 werd zij in Potsdam gearresteerd. Haar werk bestaat uit gedichten die zij in de volgende jaren van haar gevangenschap schreef of die door medegevangenen van buiten waren geleerd. Bij een groter publiek werd zij pas in 2005 bekend door de publicatie van haar werk  door het "Archiv Unterdrückter Literatur in der DDR". Edeltraud Eckert was al in 1955 gestorven, enkele maanden nadat zij bij werkzaamheden in de gevangenis ernstig verwond was geraakt.

 

 

 

Abschied

 

Du riefst mich noch einmal zurück,

Weil ich vergaß Lebwohl zu sagen.

Noch einmal fand ich deinen Blick

Und wandte mich und ging zum Wagen.

 

Wie oft sah ich dies Bild vor mir,

Du lächelnd, ja beinah heiter,

Ein letztes Mal stand ich vor dir,

Ein Händedruck und dann - nichts weiter.

 

Ich musste gehen und wusste schon,

Mein Schritt ging deiner Welt verloren,

Ich hatte noch den warmen Ton,

Den Klang der Stimme in den Ohren.

 

Auf Wiedersehen sagtest du,

Ich nickte, wollte dir nicht wehren,

Und wusste doch so gut wie du,

Ich würde lange Zeit nicht wiederkehren.

 

 

 

 

 

edeltraud_eckert
Edeltraud Eckert (20 januari 1930 – 18 april 1955)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Olen Butler Jr. Werd geboren op 20 januari 1945 in Granite City, Illinois. Hij studeerde aan de Northwestern University (theater) en de University of Iowa (playwriting).Zijn eerste roman The Alleys of Eden verscheen in 1981, gevolgd door Sun Dogs in 1983. Korte verhalen publiceerde hij in bladen als The New Yorker, Esquire, Harper's, The Atlantic Monthly, GQ, and Zoetrope: All-Story. Voor zijn eerste verhalenbundel A Good Scent from a Strange Mountain kreeg hij in 1993 de  Pulitzer Prize voor fictie.

 

 

Uit: This is Earl Sandt

 

   „I’ve seen a man die, but not like this. There was silence suddenly around us when he disappeared beyond the trees, silence after terrible sounds, that hammering of his engine, the engine of his aeroplane, and the other sound, after.
        He had climbed miraculously up and he had circled the field and we all took off our hats as one, the men among us. Mine as well. Hooray, we cried. My son cried out, too. Hooray. This was why we’d come to this meadow. We would peek into the future and cheer it on.
        And Earl Sandt hammered overhead and down to the far edge of the pasture, defying the trees, defying the earth. The propeller of his engine spun behind him and he sat in a rattan chair, as if he was on his front porch smoking a cigar. Then he came back from the tree line, heading our way.
        I reached down and touched my son on the shoulder. I had never seen an aeroplane and something was changing in me as it approached. I suppose it scared me some. I had no premonition, but I needed to touch my son at that moment. The plane came toward us and there was a stiff wind blowing—the plane bucked a little, like a nervous horse, but Earl Sandt kept him steady, kept him coming forward, and I felt us all ready to cheer again.
        Then there was a movement on the wing. With no particular sound. Still the engine. But there was a tearing away. If I had been Earl Sandt, if I had been sitting in that rattan chair and flying above these bared heads, I might have heard the sound and been afraid.
        I lifted my camera. This had nothing to do with the thing happening on the wing. I was only vaguely aware of it in that moment. I lifted my camera and I tripped the shutter, and here was another amazing thing, it seemed to me. One man was flying above the earth, and with a tiny movement of a hand, another man had captured him.“

 

 

RoberOlenButler
Robert Olen Butler Jr. (Granite City, 20 januari 1945)

 

 

 

 

 

De Indiaase schrijfster Qurratulain Hyder werd geboren op 20 januari 1927 in Aligarh, Uttar Pradesh. Na de deling van India in 1947 trok zij naar Pakistan, maar zij keerde na een paar jaar weer terug. Zij heeft twaalf romans op haar naam staan, waarvan Aag ka dariya  (River of Fire) de bekendste is, en talrijke korte verhalen. Zij ontving diverse belangrijke prijzen en onderscheidingen. Rode draad in veel van haar werk is de pijn om de deling van India.

 

Uit: River of Fire

 

„It was the first beerbahuti of the season that Gautam had seen. The prettiest of rain-insects, clothed in god's own red velvet, the beerbahuti was called the Bride of Indra, Lord of the Clouds. This one was crawling upon a blade of grass. A gust of easterly wind brought it rolling down onto the sodden earth. Gautam scooped it up tenderly with the help of a twig and placed it on his palm. Come the rains and the beerbahutis appeared all over the green. From where do they emerge, so perfect in shape and colour, and where do they go? What a brief span of existence they have, but for them it's a lifetime. This was a solitary beerbahuti and it looked so alone in the expanse and depth of the forest. Right now it sat cosily in its own silence on Gautam's palm. It could soon be crushed by an animal or a passer-by.

Gautam put it down and made a boat out of a bargad leaf. A brook of rainwater was rippling past the gnarled roots of the banyan where Gautam had been sitting. He let the beerbahuti slide into her barge and put it out to sea. For this minute creature the rivulet must seem like an ocean. "Farewell, Indra's bride," Gautam said as the waves carried the leaf-boat away.

He looked up at the sky, collected his staff and cloth bag and resumed his journey. He noticed another red beerbahuti on the lush green grass, slowly making its progress from somewhere to nowhere. He could unwittingly trample these lovely, helpless little beings. He walked carefully across the patch of green and reached the mud track.“

 

 

 

 

Qurratulain_Hyder
Qurratulain Hyder (20 januari 1927 – 21 augustus 2007)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Raymond Roussel werd geboren op 20 januari 1877 in Parijs als zoon van zeer wekgestelde ouders. De schatrijke Raymond Roussel kon, net zoals zijn jeugdvriend Marcel Proust, zijn hele leven wijden aan het schrijven. Zijn werkmethode, waarin homofonie en homonymie een belangrijke rol speelde, heeft die van de OULIPO-auteurs duidelijk beïnvloed.. Tijdens zijn leven verguisd, dankte hij zijn latere roem aan surrealisten als André Breton en Marcel Duchamp, die hem als hun voorloper beschouwden. Zijn tweede roman Afrikaanse impressies verscheen in 1997 nog in Nederlandse vertaling.

 

 

Gaspard reprend...

 

[...] Gaspard reprend : " Tu sais, on croit qu'il va neiger

À Paris, il paraît qu'une nuit la surface

Des bassins a gelé ; je ne crois pas qu'il fasse

Pourtant pendant le jour encore un froid de loup ;

Nous pourrions bien avoir ici le contre-coup

De ça. " Roberte dit : " Oui, ce serait à craindre,

Mais jusqu'à présent nous n'avons pas à nous plaindre.

Il faut dire que sauf deux ou trois jours, depuis

Une bonne quinzaine au moins, même les nuits

Sont très douces aussi, c'est extraordinaire. "

 

Il dit : " Je ne suis pas sûr qu'il soit centenaire,

Celui-là, " lui montrant un tout petit palmier

À droite, rabougri, mince. " C'est le premier,

Je suis sûr, que je vois encore aussi grotesque ;

Je crois qu'en essayant il m'arriverait presque

A l'épaule, en trichant. " Roberte dit : " Au fond,

C'est ridicule, tous ces embarras qu'ils font

En paraissant se croire en plein dans les tropiques,

En transplantant tous leurs palmiers microscopiques ;

Ce sont à peine des mandarines que leurs

Oranges soi-disant ; et les envois de fleurs,

Elles sortent toujours directement des serres,

Et du reste elles sont à peu près aussi chères

Qu'à Paris. "Il répond : " Oh ! bien meilleur marché,

ça non. "

 

Elle reprend : " On a beaucoup marché

Par ici, " lui montrant sur la terre un peu molle,

Humide, on ne comprend trop comment, et qui colle,

Dans tous les sens, beaucoup, là, de traces de pas ;

Un talon a de gros clous carrés ; il dit : " Pas

En ce moment toujours, c'est vraiment incroyable

Comme on voit peu de gens, nous devons être au diable

Déjà, je suis sûr, nous n'avons plus de raisons

Pour jamais revenir sur nos pas, nous causons

Sans penser que nous nous éloignons. " [...]

 

 

 

 

raymond_roussel
Raymond Roussel (20 januari 1877 – 14 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, rederijker en heelmeester Michiel de Swaen werd geboren in Duinkerke op 20 januari 1654.  Michiel de Swaen studeerde aan het Jezuïetencollege van zijn geboortestad, waar hij waarschijnlijk een humanistische vorming genoot. Na een zesjarige opleiding - drie jaar bij een heelmeester en drie jaar op een onbekende plaats, vestigde De Swaen zich in Duinkerke als heelmeester en barbier. Terzelfder tijd was hij betrokken bij het letterkundige leven van die stad.

 

Sonnet aen den Heer Van Heel

 

Wat claegt gy, heer van Heel, wat doet gy Hollant treuren,

Omdat een wilde Swaen syn kust verlaten heeft?

De Swaen, met een meerder recht, tot rouwe sigh begeeft,

Nu een soo soet verblyf niet meer hem magh gebeuren.

 

O Hollant ! vreedsaem lant, waerin de vryheyt leeft,

Wat socht ik die vergeefs by uwe nagebueren,

Waer Frans en Castiliaen de rust en vrede schueren,

Waar't hooft der borgery voor vreemde heeren beeft...

 

O had ik, lieve Lant, in uw begryp gebleven,

Hoe vroylyk wiert myn stem tot singen voorts gedreven,

Of aen de Rotte-stroom, of midden op de Maes!

 

Nu leef ik in een oort waer vreughde is uytgeweken;

Myn spys is bittre gal, myn sang... Eylaes! Eylaes!

Och! Och! waer heb ik my, misleyde Swaen, versteken!’

 

 

 

 

deswaen
Michiel de Swaen (20 januari 1654 – 3 mei 1707)

 

 

20-01-08

Batya Gur, Guy Helminger, Nazim Hikmet, August Strindberg, Eugen Gomringer


De Israëlische schrijfster, journaliste en literatuurwetenschapster Batya Gur werd geboren op 20 januari 1947 in Tel Aviv. Na haar studie Hebreeuwse literatuur en geschiedenis werkte Gur, een kind van Poolse immigranten, eerst als lerares. Toen vertrok zij voor enkele jaren naar de VS. Op 39-jarige leeftijd begon zij met schrijven. Zij was de eerste Israëlische schrijfster die met detectiveromans bekend werd. In 1993 kreeg zij voor haar boek „Denn am Sabbat sollst du ruhen“  de Duitse Krimipreis. Gur stierf in 2005 aan de gevolgen van kanker. Op het laatst van haar leven woonde zij met haar gezin in Jerusalem. Zij liet een man en drie kinderen achter.

 

Uit: Bethlehem Road Murder

 

“There comes a moment in a person's life when he fully realizes that if he does not throw himself into action, if he does not stop being afraid to gamble, and if he does not follow the urgings of his heart that have been silent for many a year -- he will never do it.

Chief Superintendent Michael Ohayon did not say these things aloud, but this is exactly what he thought as he listened to the grumblings of Danny Balilty, the deputy commander of the intelligence division, who grumbled incessantly while Ohayon leaned over the corpse. He knelt to get a better look at the silk fibers that dangled from the rip in the scarf around her neck, beneath the face that had been smashed into a pulp of blood and bone.

Ada Efrati, who had called them, was waiting for them on the landing of the second floor, in front of the apartment she had bought. The moment they arrived Balilty had battered her with questions that he ultimately assured her would be pursued extensively the following day by Chief Superintendent Ohayon. He'd failed to notice the look of astonishment on Michael's face as he climbed up the twisting external stairs behind him to the second, and top, floor of the building. Even then, when he first saw her in the twilight, Balilty had looked over his shoulder and wondered about her ("Is she worth it or not? What do you say?" andwithout waiting had answered himself: "She's a tough one. She's got pretty lips, but you see those two lines near her mouth? They say: Not interested. But did you see that body on her? And those nerves she has? Nerves of steel. We've seen ordinary people after they find a body and she -- look how she stands there."). “

 

 

 

Gur
Batya Gur (20 januari 1947 – 19 mei 2005)

 

 

 

 

De Duitse (Luxemburgse) schrijver Guy Helminger werd geboren op 20 januari 1963 in Esch-sur-Alzette. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007.

 

Uit: Etwas fehlt immer

 

“Es gab wenig, das Frank Perl so erfreute wie das Fahrradfahren. Da waren Tage, an denen hob er sich morgens kurz nach dem Frühstück in den Sattel, und erst wenn es dunkel wurde, merkte er, daß er die ganze Zeit nichts gegessen hatte. Er fuhr in der Stadt herum, und ab und an, wenn es sich anbot, wenn er wußte, daß es ihm dieses seltsame Glücksgefühl bescheren würde, ließ er den Lenker los, richtete sich auf und schlug einem Passanten im Vorbeigleiten auf den Hinterkopf. Er drehte sich danach nie um, schaute sich nie die überraschten Mienen der Gedemütigten an. Er fuhr einfach weiter, wissend, daß die Gesichter in seinem Rücken in all ihren stumpfen Variationen doch immer mit dem gleichen Ausdruck völliger Sprachlosigkeit über dem Bürgersteig hingen, während in seiner Brust im selben Moment eine Sauerstoffflasche geöffnet wurde und etwas sich aufrichtete in seinen Gliedern. 
An sehr schönen Tagen radelte Perl nach so einem Schlag einmal um den Block und steuerte sein Opfer erneut an. 

Die Stadt hatte etwas von einem riesigen Blumenkasten, in dem die vom Vorjahr übriggebliebenen Erdbrocken sich zu kleinen schimmeligen Wohneinheiten strukturierten. In den Furchen dazwischen lief die eine oder andere Kellerassel, erschrocken über so viel Licht, das plötzlich über den Dachgiebeln stand und von dort aus jede noch so verwinkelte Ecke ausputzte. Nur die Blumen fehlten. 
„Etwas fehlt immer“, sagte Perl und faßte sich ans rechte Ohr. 
Er sah die Wagen, die sich langsam und laut aus der Stadt hinaus Richtung Autobahn schoben, sah, wie ihre Schatten stotterten, län-ger wurden, sich in aller Ruhe ausdehnten und wie Geisterfahrer die Gegenfahrbahn benutzten, während sein Rad ihn fast lautlos und gleichmäßig über den Bürgersteig ans Ende des Tages trug.” 

 

 

 

 

Helminger
Guy Helminger (Esch-sur-Alzette, 20 januari 1963)

 

 

 

De Turkse schrijver Nazim Hikmet werd op 20 januari 1902 geboren in Thessaloniki. Zie ook mijn blog van 20 januari 2007.

 

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
vanuit de berichten over dood en overwinning
in de gevangenis
en terwijl ik de veertig ben gepasseerd...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
je hand die vergeten op een blauwe doek ligt
en in je haren
van de grond van Istanbul de waardige zachtheid de kern van mijn ziel...
Als een tweede mens in mij
   is de vreugde jou lief te hebben...
De geur van het geraniumblad die achterblijft op je vingertoppen,
een zonnige rust
en de uitnodiging van vlees:
   een door bloedrode lijnen verdeelde
              warme
        dikke duisternis...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen,
te schrijven over jou,
in de gevangenis op mijn rug te liggen en aan jou te denken:
het woord dat je sprak op een zekere dag, op een zekere plaats,
      de wereld niet op zichzelf
              maar op die manier...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen.
Ik moet weer een paar dingen van hout voor jou snijden:
      een sieradenkistje
                 een ring,
en zo’n drie meter fijne zijde weven.
En terwijl ik onmiddellijk
  van mijn plaats opspring
mij aan de tralies in mijn raam vastklamp
moet ik voor het melkwitte blauw van de vrijheid
    luidkeels lezen wat ik jou geschreven heb...

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
vanuit de berichten over dood en overwinning,
in de gevangenis
en terwijl ik de veertig ben gepasseerd....

 

Vertaald door Sytske Sötemann

 

 

 

nazmhikmetlt6
Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 20 januari 2007.

 

De Zweedse schrijver Johan August Strindberg werd op 20 januari 1849 in Stockholm geboren.

 

De Zwitserse schrijver Eugen Gomringer werd op 20 januari 1925 geboren in Cachuela Esperanza, Bolivia.

 

De Japanse schrijfster Sawako Ariyoshi werd geboren op 20 januari 1931 in Wakayama.

 

 

20-01-07

August Strindberg, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Eugen Gomringer, Sawako Ariyoshi


Johan August Strindberg werd op 20 januari 1849 in Stockholm geboren. Zijn vader was een scheepsmakelaar van aanzien, zijn moeder dienstbode. Toen Strindberg dertien was, stierf zijn moeder, die hij smartelijk zou missen. "Dit verlangen naar de moeder en dit gevoel van leegte vervolgden hem zijn hele leven," schreef hij in zijn autobiografie: De zoon van de dienstbode  Hij studeerde aan de Universiteit van Uppsala, probeerde acteur te worden, werd journalist en later bibliothecaris. Vanaf het eind van de jaren zeventig leefde hij uitsluitend van zijn pen, in het toenmalige Zweden een uniek verschijnsel. In 1872 schreef hij zijn eerste stuk Meester Olaf een realistisch historiestuk, in navolging van lbsen. In 1892 begon Strindberg een bohèmeleven in Duitsland en Frankrijk. In Parijs raakte hij in een zware psychische crisis, door hemzelf steeds Infernocrisis (1894-1896) genoemd. Latere psychiatrische studies wezen uit dat in deze crisis van Strindberg een duidelijk psychopatisch element aanwezig was. Na deze crisis zag hij de noodzaak een nieuw begin te maken, wat zijn werken opdeelt in twee verschillende groepen. In zijn tweede periode geeft hij nog een gedichtenbundel uit en dramatiek en lyriek hangen nauw samen. De Infernocrisis bracht Strindberg tot een nieuw, ondogmatisch en onkerkelijk maar wel christelijk religieus geloof, waarin schuld en boete een grote rol spelen. Volgens Strindberg was het lijden een soort mystiek gebeuren en het leven een zuiveringstoestand die aan de mensen was opgelegd.

Strindberg was bijzonder gëïnteresseerd in psychologie, zijn Droomspel verscheen in 1901, niet lang na de Traumdeutung van Freud. In 1907 stichtte hij samen met August Falek het 'Intieme Theater' in Stockholm, waarvoor hij zijn 'Kamerspelen' schreef. Onweer, Het afgebrande huis, Spooksonate en De Pelikaan. Zijn laatste stuk is De grote straatweg (1909). De laatste drie jaar van zijn leven schreef hij politieke, sociologische en filosofische pamfletten, die grote opschudding veroorzaakten in de Zweedse pers. Hij stierf in zijn huis in Stockholm, dat nu een Strindberg-museum is.

 

Uit: Master Olof

 

ACT I

 

(A Cloister opening upon a Convent Close planted with groups of

trees. The convent church forms the right side of the quadrangle.

A brick wall runs along the rear. Fruit trees in blossom appear

above the wall. Olof is seated on a stone bench. Before him stand

two scholars, who are reading their respective parts out of "The

Comedy of Tobit.")

First Scholar.

Now have our enemies trapped us full well.

Woe unto us, poor children of Israel!

Second Scholar.

Yea, brother, good cause you have to make such plaint!

Now certes we have come upon days of great lament--

Our land is taken away, and so's our increase,

And ne'er we may look for any help or surcease.

It must be, as long I have both dreamt and said,

That the promise to Abram has been long mislaid.

 

[Enter Lars Andersson.]

 

Lars Andersson. What are you doing?

Olof. I am playing.

Lars. Playing--you?

Olof. I am playing a little comedy about the children of Israel

and the Babylonian captivity.

Lars. Have you nothing better to do? Bigger work is waiting for

you.

Olof. I am too young.

Lars. Do not say you are too young.

Olof. No, for there are plenty of others who say it.

Lars (takes out a roll of paper, which he opens; for a while he

stands looking at Olof; then he begins to read) "Then the word of

the Lord came unto Jeremiah: 'Before I formed thee in the belly I

knew thee; and before thou camest forth out of the womb I

sanctified thee, and I ordained thee a prophet unto the nations.'

"Then said Jeremiah: 'Ah, Lord God! behold, I cannot speak, for I am a child.' 

STRINDBERG
August Strindberg (20 januari 1849 – 14 mei 1912)

 

 

Nazim Hikmet werd op 20 januari 1902 geboren in Thessaloniki, in het huidige

Griekenland, maar toen nog in het Osmaanse rijk. Hikmet was een plaatsgenoot

van Mustafa Kemal Atatürk die er 21 jaar eerder was geboren. Hikmets vader was

beroepsmilitair, zijn moeder schilderes. Zoals alle knapen uit de betere klassen

studeerde Nazim in Istanboel aan het Franstalige Galatasaray Lyceum. Dezelfde

school werd bezocht door telgen van het Osmaanse huis. Vervolgens belandde

Hikmet op de Osmaanse marineschool, maar hij moest deze om

gezondheidsredenen verlaten. Hikmet had blijkbaar weinig op met de

moderniseringsplannen van Mustafa Kemal Atatürk . Als hij de kans krijgt om

sociologie en economie aan de Universiteit van Moskou te studeren, is hij weg.

Tussen 1921 en 1928 verblijft Hikmet in de Russische hoofdstad. combineert daar

de traditionele Turkse poëzie met avant-gardistische invloeden. Terwijl Ankara

aangeeft waarover in de nieuwe republiek mag worden gedicht, ontwikkelt Hikmet

zich geheel onafhankelijk. Zeer tegen de zin van het gezag heeft zijn werk grote

invloed op de Turkse literatuur van de jaren twintig.

Als hij in 1928 terugkeert naar Turkije, voorziet Hikmet zich in zijn levensonderhoud

met het schrijven van artikelen voor dag- en weekbladen, filmscripts en

toneelstukken.

Hikmets eerste toneelstuk heette Bij de open haard en verscheen in 1932. Het was

een verdicht drama over de liefde van een dichter. In datzelfde jaar maakte hij diepe

indruk met het innovatieve toneelstuk Kafatasi en het huis van de overledenen,

waarin hij de hebzucht en hypocrisie van een burgerfamilie aan de kaak stelde. Of

ging het stuk over de laatste sultan en diens opvolger Atatürk? Hikmet belandde

snel in de gevangenis. Officieel omdat hij illegaal met een Russisch paspoort

zonder visum zijn eigen land zou zijn binnengekomen. Als gevolg van de afkondiging

van een algemene amnestie komt Hikmet in 1935 vrij. Kort daarop triomfeert hij als

toneelschrijver met het stuk Unutalan Adam, waarin het gevierd en beroemd zijn

tegenover het ongelukkige privé-leven wordt gesteld. In 1936 verschijnt zijn Epos

van Sheik Bedrettin, over een revolutionair religieus leider in Anatolië. Hikmet had

het in de gevangenis van Bursa geschreven. In deze tijd trouwt hij met Münevver

Andac; zijn tweede huwelijk. In 1938 belandt hij weer in een cel. De dichter wordt

tot 28 jaar en vier maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens negatieve

uitlatingen over het fascisme in Duitsland en Spanje en het oproepen van rebellie

onder soldaten. In 1949 wordt er een internationaal comité gevormd, waarin onder

meer Jean-Paul Sartre en Pablo Picasso zitting hebben, dat campagne voert voor

Hikmets vrijlating. In 1950, na een regeringswisseling, komt hij vrij dankzij een

algemene amnestie. Buiten de gevangenis blijkt het nog gevaarlijker voor hem.

Er vinden verschillende mislukte aanslagen op zijn leven plaats. Het lukt Hikmet

om Turkije te ontvluchten als verstekeling op een vrachtboot die naar Roemenië

vaart. Nazim Hikmet zou zijn land niet meer zien en leefde vanaf 1951 in Sofia,

Warschau en ten slotte weer in Moskou.

 

 

Over het leven

 

Het leven neem je niet te licht,
je dient te leven in diepe ernst
zoals een eekhoorn doet,
zonder buiten of boven het leven iets te verwachten,
het enige wat je moet doen is leven.

Serieus moet je het leven nemen
en wel zo zeer dat je
bijvoorbeeld met geboeide handen op je rug
staand tegen de muur,
of met je grote stofbril
en je witte kiel in een laboratorium,
wilt sterven voor de mensen
en wel voor mensen die je nooit hebt gezien
en wel terwijl niemand je ertoe dwingt
hoewel je weet dat het leven het mooiste
en het puurste is dat er bestaat.

En zó serieus moet je het leven nemen
dat je op je zeventigste nog een olijftak poot
en dan niet om die je kinderen na te laten
maar omdat je ondanks je vrees voor de dood
niet in de dood gelooft
omdat het leven zwaarder weegt.

 

 

 

ABOUT MY POETRY

 

I have no silver-saddled horse to ride,

no inheritance to live on,

neither riches no real-estate --

a pot of honey is all I own.

A pot of honey

                     red as fire!

 

My honey is my everything.

I guard

my riches and my real-estate

-- my honey pot, I mean --

from pests of every species,

Brother, just wait...

As long as I've got

honey in my pot,

bees will come to it

                      from Timbuktu...

 
 
 
 
nazim_hikmet3
Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)

 

 

Guy Helminger werd geboren op 20 januari 1963 in Esch-sur-Alzette, Luxemburg.

Hij studeerde germanistiek en filosofie in Luxemburg, Heidelberg en Keulen. Hij

werkte als barkeeper, toneelspeler, regieassistent en 3D-graficus. Sinds 1085 leeft

en werkt Helminger in Keulen, waar hij onder andere cursussen geeft, waarin hij

schrijvers in performance en in het voorlezen van hun teksten. Helminger begon

met het publiceren van gedichten, toneelstukken en hoorspelen. In 2001 verscheen

Rost, een bundel met korte prozateksten. In 2003 volgde het verhaal Pelargonien

en in 2005 verscheen de verhalenbundel Etwas fehlt immer.

 

Anbrechender Abend

 

Schwarze Hügelflächen: Wald.

Licht platzte hinter Sepia-Brocken.

 

Im Hof splitterten Holzklötze.

 

Mit einer Rasierklinge

zerschnitten Kinder

einen Regenwurm.

 

 

landschaft mit winter

 

graue vogelbäuche über unseren köpfen.

die sonne kroch blinzelnd durch den schnee.

in den vitrinen

bot man tierpelze an.

die fußspuren von neonlicht gefärbt,

als wir, am straßenrand stehend,

einen lastwagenfahrer beobachteten,

der katzenfell

von den reifen strich.

 

 

 

HELMINGER
Guy Helminger (Esch-sur-Alzette, 20 januari 1963)

 

 

Eugen Gomringer werd op 20 januari 1925 als zoon van een Zwitserse vader en

een Boliviaanse moeder geboren in Cachuela Esperanza, Bolivia.Gomringer geldt

als de vader van de concrete poëzie. Hij studeerde van 1944 tot 1952 economie en

kunstgeschiedenis in Bern en Rome. Van 1954 tot 1957 was hij secretaris van de

Zwitserse architect en designer Max Bill aan de Hochschule für Gestaltung Ulm.

In 1953 richtte hij met Dieter Roth en Marcel Wyss het tijdschrift Spirale op en hij

gaf van 1960 tot 1965 de boekenreeks konkrete poesie – poesia concreta uit.

Tussen 1961 en 1985 werkte hij voor de Schweizer Werkbund en voor de Rosenthal

AG in Selb. Tussen 1977 en 1990 was hij daarnaast hoogleraar voor de theorie van

de esthetica aan de Staatliche Kunstakademie Düsseldorf. In 2000 richtte hij het

Institut für Konstruktive Kunst und Konkrete Poesie (IKKP) op in Rehau.

Zijn verzameling vormt de kern van het Museum für Konkrete Kunst in Ingolstadt.

 

gomringer1

 

 

 

 

 

gomringer3

 

 

 

 

 GOMRINGER
Eugen Gomringer (Cachuela Esperanza,  20 januari 1925)

 

 

De Japanse schrijfster Sawako Ariyoshi geldt als een van de beste van na WO II.

Zij werd geboren op 20 januari 1931 in Wakayama. In 1949 begon zij aan een

studie literatuur en theaterwetenschappen in Tokyo die zij in 1952 afrondde. In 1959

studeerde zij een jaar in New York aan het Sara Lwarence College. Zij schreef

zowel korte verhalen als romans, toneelstukken en draaiboeken. In haar werk

beschrijft zij vaak het huiselijke leven in Japan, maar ook sociale problemen.

 

Uit: Le miroir des courtisanes

 

« Tomoko avait déjà fait ses préparatifs pour se rendre au salon et était en train

d'accorder son petit shamisen, quand une servante se précipita dans sa chambre.
          - Madame Kokonoe, c'est terrible, c'est terrible !
          Sans comprendre ce qui était si terrible, Tommoko saisit les longues

manches de son kimono et en montant les escaliers quatre à quatre, elle se rendit

compte de l'agitation générale et des bruits de pas précipités provenant d'une des

chambres où les prostituées recevaient leurs clients. Elle chancela, se demandant

soudain si sa mère, avec son corps lourdi, n'était pas tombée dans l'escalier.

Totalement affolée, elle se précipita dans la pièce au moment même où

retentissaient les vagissements de nouveau-né. Sans intention de le voir, elle avait

assisté à la venue au monde de l'enfant. Le petit bloc noirâtre et sanguinolent qui

venait d'être expulsé d'entre les cuisses grandes ouvertes de sa mère étendit

aussitôt ses membres et se mit à bouger. A peine dégagé de la membrane qui le

recouvrait, il se mit à pousser des cris déchirants.
          Les gens qui se trouvaient là mirent un moment avant de s'apercevoir de

la présence de Tomoko, blème et pétrifiée.
          - Qu'est-ce que tu fais là ? Ce n'est pas la place d'une enfant, allez, va-t-en !

fit une geisha aînée, qui appela aussitôt une entremetteuse :
          - Emmène donc Ochobo en bas !
L'entremetteuse saisit négligememnt Tomoko par le bras et l'emmena dans la

couloir mais, s'apercevant que Tomoko était rigide comme un bout de bois, elle

fronça les sourcils :
          - Dis donc, petite, tu as tout vu ? »

 

 

Ariyoshi
Sawako Ariyoshi (20 januari 1931 – 30 augustus 1984)