19-04-17

Martin Michael Driessen, Marjoleine de Vos, Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Louis Amédée Achard, Pierre-Jean de Béranger, Gudrun Reinboth, Werner Rohner

 

De Nederlandse schrijver, vertaler en regisseur Martin Michael Driessen werd geboren op 19 april 1954 in Bloemendaal. Zie ook alle tags voor Martin Michael Driessen op dit blog.

Uit: Rivieren

“De kade stond onder water en er was maar nauwelijks genoeg ruimte om onder de eerste brug door te varen. Hij duwde af. Op deze zondagochtend was Sainte-Menehould even slaperig als hij. Er was niemand te bekennen. Hij stuurde de kano naar het midden van de stroom en bukte onder de middelste boog van de brug. Toen hij aan de andere kant het licht in voer en zich weer oprichtte, gingen er in een huis aan de linkeroever roestige vensterluiken open. Drie donkere, kroesharige kleine meisjes doken op en wuifden hem opgewonden toe. Hij zwaaide terug.
De kano stuurde goed, alleen stak de punt te veel omhoog, hoewel hij alle bagage voorin had gestouwd. Het was een lange aluminium Canadees, eigenlijk te groot voor een man alleen. Hij had hem aan zijn zoon cadeau gedaan op diens zestiende verjaardag. Ze waren er die zomer samen de Loire mee afgevaren, een groot stuk althans, langs Chambord en de andere beroemde kastelen. Dat was na de veelbelovende beginrepetities voor Don Carlos geweest. Later was hij zijn rol kwijtgeraakt omdat hij de regieassistente had geslagen. Waar hij tot op de dag van vandaag geen spijt van kon hebben. Wie geen respect heeft, begrijpt niets van theater. De rivier stroomde nu tussen overhangende bomen en struiken, zoals het nog tientallen kilometers zou doorgaan, althans volgens de vooroorlogse kanogids die hij de avond tevoren had geraadpleegd. ‘De Aisne,’ had hij gelezen, ‘is een gemoedelijke rivier, die zich in tallooze meanders door het lieflijke Noord-Fransche landschap slingert. Behalve incidenteele boomhindernissen zijn er tot aan de groote barrage van Autry generlei bijzondere problemen te verwachten.’ Des te beter, dacht hij, bijzondere problemen heb ik al genoeg aan boord.
Het was stil. De bomen met hun bollen van maretakken staken af tegen de parelgrijze morgenhemel. Bisamratten plonsden in het water en doken onder, als ze door het verschijnen van zijn kano verrast werden. Zwaluwen stortten zich uit hun nestgaten in de hoge, afgekalfde lemen oevers in de buitenbochten van de stroom en zochten een veilig heenkomen. La France Profonde, dacht hij terwijl hij met rustige peddelslagen koers hield, wat wil je meer.”

 

 
Martin Michael Driessen (Bloemendaal, 19 april 1954)

Lees meer...

19-04-14

Pierre-Jean de Béranger, Louis Amédée Achard, Stefan Schütz, Gudrun Reinboth, Werner Rohner

 

De Franse dichter en schrijver van liedteksten Pierre-Jean de Béranger werd geboren op 19 april 1780 in Parijs. Zie ook alle tags voor Pierre-Jean de Béranger op dit blog.

 

Bon vin et fillette

L'amour, l'amitié, le vin,
Vont égayer ce festin ;
Nargue de toute étiquette !
Turlurette, turlurette,
Bon vin et fillette !

L'amour nous fait la leçon ;
Partout, ce dieu sans façon,
Prend la nappe pour serviette.
Turlurette, turlurette,
Bon vin et fillette !

Que dans l'or mangent les grands,
Il ne faut à deux amants
Qu'un seul verre, qu'une assiette.
Turlurette, turlurette,
Bon vin et fillette !

Sur un trône est-on heureux ?
On ne peut s'y placer deux ;
Mais vive table et couchette !
Turlurette, turlurette,
Bon vin et fillette !

Si pauvreté qui nous suit
A des trous à son habit,
De fleurs ornons sa toilette.
Turlurette, turlurette,
Bon vin et fillette !

Mais que dis-je ? Ah ! dans ce cas,
Mettons plutôt habit bas :
Lise en paraîtra mieux faite,
Turlurette, turlurette,
Bon vin et fillette !

 

 
Pierre-Jean de Béranger (19 april 1780 – 16 juli 1857)
Borstbeeld door David d'Angers, 1829

Lees meer...

19-04-11

Manuel Bandeira, Gudrun Reinboth, Stefan Schütz, n. c. kaser

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 19 april 2010.

 

 

Brazilian Tragedy

 

Misael, civil servant in the Ministry of Labor, 63 years old, met new Maria Elvira: prostitute, syphilitic, with ulcerated fingers, a pawned wedding ring and teeth that showed misery.

 

Misael took Maria out of "the hard life," installed her in a two-stored house in Estácio, paid for the doctor, dentist, manicurist. . . . He gave her everything she wanted.

 

When Maria Elvira saw herself with pretty teeth, she immediately looked for a lover.

Misael didn't want a scandal. He could have beaten her, shot her, or stabbed her. He did none of these: they moved. They lived like that for three years Each time Maria Elvira found a new lover, they moved.

 

Misael and Elvira lived in Estácio, Rocha, Catete, General Pedra Street, Olaria, Ramos, Bonsucesso, Vila Isabel, Marquês de Sapucaí Street, Niterói, Encantado, Clapp Street, again in  Estácio, Todos os Santos, Catumbi, Lavradio, Boca do Mato, Inválidos…

 

The last address, in Constituição Street, where Misael, in lack of good sense, killed her with six shots. The police found her laying dead on her back, dressed in blue organdy.

 

 

 

Young Lovers

 

The lad approached the maid and said:

-Antonia, I am still not used to your

body, to your face.

The maid looked with the corner of her eyes and waited.

-You remember when we were children

and suddenly saw a striped caterpillar?

The maid remembered.

-We stayed there staring at it...

The small child inside of her, showed in her eyes again.

The lad continued in a sweet voice.

-Antonia, you look like a striped caterpillar.

The maid opened her eyes widely, protesting.

The lad concluded:

-Antonia, you are funny, you look insane.

 

 

 

Vertaald door Mariza Góes

 

 

 

 

Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

Sculptuur van Otto Dumovich in Rio de Janeiro

 

 

Lees meer...

19-04-10

Manuel Bandeira, Gudrun Reinboth, Stefan Schütz, n. c. kaser


De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009.

 

 

Poetica

 

I am tired of limited poetry

Of well behaved verse

Of public servant poetry with time clock card, protocols and expressions of appreciation to Mr. Director.

 

I am tired of poetry that has to look up in the dictionary the vernacular meaning of a word.

 

Down with the purists.

All the words especially of prejudice

All the constructions of syntax and exceptions

All the rhythms especially the innumerable

 

I am tired of flirting poetry

Political

Rickety 

Syphilitic

Of all poetry that surrenders to anything that is not its true self

 

That can't be poetry

That is bookkeeping,  a table of co-sines, the perfect lover with hundred examples of letters and the  different ways to please women, etc..

 

I want rather the poetry of madmen

The poetry of the drunkards

The difficult and poignant poetry of drunkards

The poetry of Shakespeare's fools

 

- I will not acknowledge any poetry that isn't freedom 

 

 

 

 

Madrigal

 

The sunlight reflects the moon

reflects the moon, falls on the sea.

From the sea, ascends to your face

comes to shine in your eyes

and you look into lonely eyes,

into eyes that are yours.

That is how I feel in lunary ecstasy,

the sunlight singing within me. 

 

 

 

Vertaald door Mariza Góes

 

 

 

Swallow

 

Outside the swallow is saying:

"I have spent all day in vain, in vain!"

Swallow, swallow

My song is yet sadder!

"I have spent all life in vain, in vain...

 

 

 

Vertaald door Mirna Rubim

 

 

 

manubandeira
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Gudrun Reinboth werd geboren op 19 april 1943 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009.

 

 

schwester mond

 

schöne mondin
dein stilles licht
versagt sich
der verbrüderung
der menschenschritte
kein astronaut
hindert das silberne
gitter der weiden
vorm tiefen blaugrund
und wer wollte
mich mahnen
dass dein schimmer
nur leihgabe ist
wenn er das gesicht
des geliebten hebt
aus der blindheit
der nacht

 

 

 

 

antrag

 

mitten im tode
sind wir
im leben

nimm den
lebendigen morgen
auf einer brücke
aus vogelstimmen
tanzt er im licht

erwärmen will ich
das blei unserer angst
zu flüssigem silber

zuvor aber
tröste die schatten
sage ich komme
später zurück
sie sollen
so lange du lebst
nur mir aufschub
gewähren

 

 

 

 

Reinboth
Gudrun Reinboth (Berlijn, 19 april 1943)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Schütz werd geboren op 19 april 1944 in Memel. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 18 april 2009.

 

Uit: Katt

 

„Ein Mann, Katt, dreht sich im Kreis. Er ahnt, daß das Elend seiner Worte und das Elend seiner Geschichtsauffassung von Krise, Gewalt, Wahnsinn und Revolution unlösbar miteinander zusammenhängt. Der Mann erwacht eines Morgens als Vogel und beginnt umherzuirren - eine besondere Erscheinung. Schließlich macht der Vogel sich auf den Weg, um den Grund für seine Verwandlung zu erfahren. Er sucht Anna, seine Frau, und überschreitet dabei die Grenze von Ost nach West. Als er vor deren Haustür steht, trifft er nicht auf Anna, sondern auf einen andern zweiten Katt. Er liest die Aufzeichnungen des anderen - und so beginnt der Vogel Katt, die Welt von Ursache und Wirkung vollends zu verlassen. Katt ist ein «Volksbuch»: seine Komik ist subversiv, sie unterläuft die Macht der Verhältnisse mit dem Pathos des Gelächters. Ich schreibe Bücher, weil mich die Objekte in dieser Welt dazu verführen. Die Frauen haben mich verführt, Medusa zu schreiben. Die Ironie in ihrem Lächeln setzt mir noch heute zu. Als ich aus dem Traum Medusa aufwachte und mir mein Ich langsam wieder dämmerte, und als ich die Einbahnstrasse wahrnahm, in der sich die Welt befand, verfluchte ich die Existez meines Ichs und wünschte, nach Medusa nicht mehr aufgewacht zu sein. Aber die Dinge haben ihre eigene Verkettung, und ich begann darüber nachzudenken, was man mich hat träumen lassen, um bei Licht den Weg zu gehen, der mich in jene andere Welt bringt, die schon immer anwesend ist. Zwei Punkt waren auf dem Weg zu Katt entscheident, ich verweigerte meinen Willen denen, die von mir Du sollst: Ich will verlangten, und mir begenete mein Totem. Weiter Erklärungen sind sinnlos....“

 

 

 

StefanSchuetz
Stefan Schütz (Memel 19 april 1944)

 

 

 

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009.

 

Uit: N. C. Kaser elementar

 

„was nuetzt es Dir wenn ich wiedermal sage dass ich Dich liebe .. das weißt Du seit jahren es ist immer dasselbe lied: einmal sanfte einmal harte toene.
wenn ich Dir erzaehle dass ich gestern geweint habe so glaubst Du mir nicht wenn ich aber hinschreibe ich habe gesoffen so ist fuer Dich das wahr. wenn ich Dir berichte wie hart mein leben ist – was hast Du davon? Deines wird nicht leichter. mein leben ist eine teufelei das ist das einzige was noch stimmt. sorgen – nein – sorgen habe ich keine ich verlottere zwar aber das ist wohl richtig so: vom mantel sind mir alle knoepfe abgesprungen ein gebuegeltes hemd habe (ich) monate nicht gesehen ... fuerwahr ich stinke. in faulig riechender bettwaesche verkruemle ich die tage und die naechte in kneipen & auf der straße sogar als strichjunge will mich keiner mehr. (...)
so & wenn Du das nun glaubst dann lache ich mich an Dir gesund.“

 

 

norber-c-kaser
n. c. kaser
(19 april 1947 – 21 augustus 1978)


Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook
mijn vorige blog van vandaag.

19-04-09

Manuel Bandeira, Gudrun Reinboth, Stefan Schütz, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Pierre-Jean de Béranger, Louis Amédée Achard


De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008.

 

 

Avondmaal

Wanneer de Onverbeide der mensen daar zal zijn
(Hetzij grimmig hetzij liefdevol),
Misschien ben ik dan bang.
Misschien ook glimlach ik, of zeg ik:
                                                   'Welkom, onontkoombare!
Mijn dag was goed, de nacht mag vallen.
(De nacht met zijn betovering.)
De akker is geploegd, het huis aan kant,
De tafel is gedekt,
Met alle dingen op hun plaats.'

 

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

Mijn geboortestad

Ik was een kind toen ik mijn geboortestad verliet.
Dertig jaar heb ik ver van haar doorgebracht.
Zo nu en dan zeiden ze me:
Je stad is compleet veranderd,
Zij heeft brede lanen en wolkenkrabbers...
Het is nu een mooie stad!

De angst sloeg mij om het hart.

Uiteindelijk heb ik mijn Recife weergezien
Zij is – inderdaad – compleet veranderd.
Zij heeft brede lanen en wolkenkrabbers.
Het is nu een mooie stad!

Degenen die mijn geboortestad zo mooi gemaakt hebben... de Duivel hale hen!

 

 

Vertaald door Jef van Egmond

 

 

 

 

 

My Last Poem

 

I would like my last poem thus

 

That it be gentle saying the simplest and least intended things

That it be ardent like a tearless sob

That it have the beauty of almost scentless flowers

The purity of the flame in which the most limpid diamonds are consumed

The passion of suicides who kill themselves without explanation.

 

 

 

Vertaald door Elizabeth Bishop

 

 

 

 

 

 

Bandeira_Recife
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

Circuito da Poesia, Recife, Brazilië

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Gudrun Reinboth werd geboren op 19 april 1943 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008.

 

 

Antigenesis

 

Siebenter Tag:

Am Anfang jener Zeit

hatte der Mensch

die höchste Vollendung

zu denken, zu erkennen,

zum Leben zu führen

endgültig erreicht.

 

Die ihm untertane Erde

hielt den Atem an. –

 

Doch er nützte den Tag nicht,

den letzten, der ihm

gegeben war.

Nichts wirklich Böses

geschah: nur kindlich

löste er die Vernichtung aus,

einfach, weil sie möglich war.

 

Sechster Tag:

Da verschwand jedes

menschliche Leben.

Viele verglühten

ahnungslos sofort,

beneidet von allen,

die einen schleichenden Tod

nach ihnen starben.

 

 

Fünfter Tag:

Hier und da

rührte sich noch

zählebiges Getier,

aus Felsen und Höhlen

schwerfällig kriechend,

zerfetzte Haut nachschleifend

und verendend in Qualen.

Zuletzt noch schleppten

Käfer mit Taumeln

ihren Chitinpanzer

über die Asche.

Ihr Tod dauerte lang ...

 

 



Reinboth
Gudrun Reinboth (Berlijn, 19 april 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Schütz werd geboren op 19 april 1944 in Memel. Zie ook mijn blog van 19 april 2007.

 

Uit: Der vierte Dienst

 

"Wir konnten uns den Planeten nicht aussuchen, auf dem unsere alte Schatulle notlandete, aber dafür, daß wir der intergalaktischen Polizei, der wir den Umstand zu verdanken haben, uns bis in diesen Teil des Universums verfolgt zu haben, entkommen sind, können wir doch ganz zufrieden sein mit unserem Unterschlupf."

(…)

"Mir wird's langsam zu bunt mit dir", herrschte ich die schwarze Schatulle an, "wenn du dich nicht bald erklärst, bringe ich dich dahin zurück, wo ich dich gekauft habe." Sie aber zeigte keine Regung und schien nur auf eine neuerliche Gelegenheit zu warten, mich anzuzapfen”.

 

 

 

 

Stefan_Schuetz
Stefan Schütz (Memel 19 april 1944)

 

 

 

 

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook mijn blog van 19 april 2007 en ook mijn blog van 19 april 2008.

 

 

Uit: N. C. Kaser elementar

 

“es lebt sich. ohne zeitung ohne radio eine gehstunde von der zivilisation entfernt .. straße gibt es keine. wie hinter zehn bergen liegt meran wo christian hausen wuerde & ladurner ... meran das bundesdeutsche altersheim 12 km entfernt oder nichteinmal das.
ich gehe nie ins tal.
ich werde der landschaft nicht muede.
meine mutter ja die hab ich begraben.
das gasthaus genuegt mir. sie lieben mich im dorf. ich bin einer der ihren geworden: verträumt verschlagen & hinterhältig. (...)
der rhythmus ist ein anderer geworden .. ich habe nichts mehr zu verlieren & zu versaeumen. die tage sind schoen & das blau meines himmels noch ungemalt.”

 

 

 

 

 

Kaser
n. c. kaser
(19 april 1947 – 21 augustus 1978)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Veniamin Kaverin werd geboren op 19 april 1902 in Pskov. Hij was de zoon van een dirigent en begon op het gymnasium met het schrijven van gedichten. In Sint Petersburg (Petrograd) studeerde hij vanaf 1920 Oosterse en Arabische talen. Samen met o.a. Michail Zostsjenko richte hij de literaire groep de Serapiosbroeders op. In 1922 publiceerde hij in een almanak van de groep het verhaal  “Kroniek van de stad Leipzig in het jaar 18”. Zijn eerste werk stond onder invloed van E. T. A. Hoffmann en Edgar Allan Poe. In 1929 verscheen zijn eerste roman De onruststoker. Bijzonder populair werd hij door zijn jeugdroman Twee Kapiteins die in delen verscheen tussen 1938 en 1944. In 1946 ontving hij er de Stalinprijs voor.

 

Uit: Two captains (Vertaald door Bernard Isaacs)

 

I remember  the  big dirty  yard and the  squat little houses with  the fence round them.  The  yard stood on  the edge  of the  river, and  in  the spring, when the flood-water subsided, it was littered with bits of wood and shells, and sometimes with things far more interesting. On one occasion, for

instance,  we  found  a postman's  bag full of letters,  and afterwards  the waters brought  down the postman himself and deposited him carefully  on the bank. He was lying on his back, quite a young man, fair-haired, in postman's uniform with shining buttons; he  must have  polished them up before setting out on this last round.

     A policeman took  the bag, but  Aunt Dasha kept the  letters-they  were soaking wet  and of no further use  to anybody. Not  all of them were soaked though. The bag  had been a new one, made of leather, and was closed  tight. Every evening Aunt Dasha used to read one of the letters  out, sometimes  to me alone, sometimes to the whole yard. It was so  interesting  that even the old women, who used to go to Skovorodnikov's  to play cards, would drop  the game and join  us. There was  one letter which Aunt Dasha  used to read more often  than  any  other, so often, in fact,  that I  soon got to  know it by heart. Many years have passed  since then, but I can still remember  it from the first word to the last. "Dear Maria Vasilievna,

     "I hasten to  inform  you that Ivan Lvovich  is  alive  and well.  Four months ago, on  his orders, I left the  schooner  along with thirteen of the crew.  I hope to see you soon, so I shall not describe our difficult journey across the pack-ice to Franz Josef Land. We suffered  terrible hardships and privations. I will only say that  I  was the only one of  our party to reach Cape Flora safely (not counting a pair of frostbitten feet). I was picked up by the St. Phocas, of Lieutenant Sedov's Expedition, and taken to Archangel.“

 

 

 

kaverin
Veniamin Kaverin (19 april 1902 – 4 mei 1989)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver van liedteksten Pierre-Jean de Béranger werd geboren op 19 april 1780 in Parijs. Zie ook mijn blog van 19 april 2007.

 

 

 

LE PRINTEMPS ET L'AUTOMNE

 

Deux saisons règlent toutes choses,

Pour qui sait vivre en s'amusant:

Au printemps nous devons les roses,

À l'automne un jus bienfaisant.

Les jours croissent; le coeur s'éveille:

On fait le vin quand ils sont courts.

Au printemps, adieu la bouteille!

En automne, adieu les amours!

Mieux il vaudrait unir sans doute

Ces deux penchants faits pour charmer;

Mais pour ma santé je redoute

De trop boire et de trop aimer.

Or, la sagesse me conseille

De partager ainsi mes jours:

 

Au printemps, adieu la bouteille!

Au mois de mai j'ai vu Rosette,

Et mon coeur a subi ses lois.

Que de caprices la coquette

M'a fait essuyer en six mois!

Pour lui rendre enfin la pareille,

J'appelle octobre à mon secours.

Au printemps, adieu la bouteille!

Je prends, quitte, et reprends Adèle,

Sans façon comme sans regrets.

Au revoir, un jour me dit-elle.

Elle revint long-temps après;

J'étais à chanter sous la treille:

Ah! Dis-je, l'année a son cours.

Au printemps, adieu la bouteille!

Mais il est une enchanteresse

Qui change à son gré mes plaisirs.

 

Du vin elle excite l'ivresse,

Et maîtrise jusqu'aux desirs.

Pour elle ce n'est pas merveille

De troubler l'ordre de mes jours,

Au printemps avec la bouteille,

En automne avec les amours.

 

 

 

 

Pierre-JeanBeranger
Pierre-Jean de Béranger (19 april 1780 – 16 juli 1857)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis Amédée Achard werd geboren op 19 april 1814 in Marseille. Hij werkte er als journalist en trok later naar Parijs. Daar werkte hij voor bladen als Vert-Vert, Entracte, Charivari, l’Époque. Achard was een zeer produktief schrijver. Naast zijn journalistieke werk schreef hij ongeveer dertig toneelstukken en veertig boeken.

 

Uit: Belle-Rose

 

Il y avait, vers l'an 1663, à quelques centaines de pas de Saint-Omer, une maisonnette assez bien bâtie, dont la porte s'ouvrait sur le grand chemin de Paris. Une haie vive d'aubépine et de sureau entourait un jardin où l'on voyait pêle-mêle des fleurs, des chèvres et des enfants. Une demi-douzaine de poules avec leurs poussins caquetaient dans un coin entre les choux et les fraisiers; deux ou trois ruches, groupées sous des pêchers, tournaient vers le soleil leurs cônes odorants, tout bourdonnants d'abeilles, et çà et là, sur les branches de gros poiriers chargés de fruits, roucoulait quelque beau ramier qui battait de l'aile autour de sa compagne.

La maisonnette avait un aspect frais et souriant qui réjouissait le coeur; la vigne vierge et le houblon tapissaient ses murs; sept ou huit fenêtres percées irrégulièrement, et toutes grandes ouvertes au midi, semblaient regarder la campagne avec bonhomie; un mince filet de fumée tremblait au bout de la cheminée, où pendaient les tiges flexibles des pariétaires, et à quelque heure du jour que l'on passât devant la maisonnette, on y entendait des cris joyeux d'enfants mêlés au chant du coq.

 

 

 

 

Achard
Louis Amédée Achard (19 april 1814 – 24 maart 1875)

 

 

19-04-08

Manuel Bandeira, n. c. kaser, Gudrun Reinboth, Stefan Schütz, Pierre-Jean de Béranger


De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook mijn blog van 19 april 2007.

 

 

In diepe slaap

Toen ik gisteren insliep
Het was de nacht van Sint-Jan
Was er vrolijkheid en drukte
Geknal van bommetjes Bengaals vuur
Stemmen gezang en gelach
Rond de brandende vuren.

Midden in de nacht werd ik wakker
Hoorde geen stemmen meer geen gelach
Alleen ballonnen
Dreven over
In diepe stilte
Alleen het geluid van een tram
Zo nu en dan
Doorboorde de stilte
Als een tunnel.
Waar waren zij die zojuist nog
Dansten
Zongen
En lachten
Rond de brandende vuren?

- Ze sliepen allemaal
Ze lagen allen
Te slapen
In diepe slaap.

Toen ik zes jaar was
Kon ik het eind van het Sint-Jansfeest niet zien
Omdat ik in slaap viel.

Nu hoor ik de stemmen niet meer uit die tijd
Mijn oma
Mijn opa
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Waar zijn zij allemaal?

- Ze slapen allemaal
Ze liggen allen
Te slapen
In diepe slaap.

 

 

 

 

Moment in een café

Toen de begrafenis langskwam
Namen de mannen in het café
Werktuigelijk hun hoed af
En groetten afwezig de dode
Zij waren allen gericht op het leven
Zij gingen op in het leven
Vertrouwden het leven.

Eén echter ontblootte het hoofd in een breed en langzaam gebaar
En bleef staan kijken naar de kist
Hij wist dat het leven een genadeloos en zinloos jachten is
Dat het leven verraad is
En groette de materie die langsging
Materie voor altijd verlost van de gedoofde ziel.

 

 

 

Het laatste gedicht

Zo wenste ik mij mijn laatste gedicht

Dat het teder was en sprak van de eenvoudigste en minst nadrukkelijke dingen
Dat het verzengend was als een snik zonder tranen
Dat het de schoonheid had van bloemen bijna zonder geur
De puurheid van de vlam die de meest transparante diamant verteert
De hartstocht van hen die zich zonder uitleg doden.

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

manuel_bandeira
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

 

 

 

 

 

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook mijn blog van 19 april 2007.

 

 

ich krieg ein kind

ein kind krieg ich

mit rebenrotem kopf

mit biergelben fueßen

mit traminer goldnen haendchen

& glaesernem leib

wie klarer schnaps

zu allem lust

& auch zu nichts

ein kind krieg ich

es schreiet nie

lallet sanft

ewig sind

die windeln von dem kind

feucht & naß

ich bin ein faß

 

 

 

 

kloster (II)

faste

jetzt wo der

vierzigstuendige tabernakel

bei den klosterfraun

geschlossen

waer zeit

den stockfisch zu waessern

& den leuten das maul

Ihr tut nicht mehr

was des HERRN ist

hoechstens daß

bruder gaertner

spaeter dann

ein pflaenzchen

aus dem guckloch reicht

in den bergen

sollten Eure kutten jetzt

flattern wie salz

& lake

& meer

durchs beichtgatter sollte mild

der losspruch

riechen

nach stockfischhungertuch

kapuziner

Ihr naht Euch wie affen

den sitten der pfaffen

wo lange kein

psalmwind mehr

pfeift ueber

gras & schilf & rohr

johannes der taeufer

erbarme Dich ihrer

 

 

 

 

norbert-c-kaser
n. c. kaser
(19 april 1947 – 21 augustus 1978)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dicteres Gudrun Reinboth werd geboren op 19 april 1943 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 19 april 2007.

 

 

freiheit die ich meine

 

junger soldat
mit dem gesicht von
jedermanns sohn
der du gläubig
an der grenze stehst
ein bollwerk
meiner freiheit

 

ich bitte dich
kehre um
lebe
und schenk mir
die eine freiheit
jedes elend
lieber zu tragen
als deinen tod

 

stirbst du für mich
du erst begonnener
was fang ich an
mit meiner freiheit
die für immer
dein sterbegesicht trägt

 

 

 

 

verstummen über auschwitz

 

worte kommen
wie von weit
kommen wie
in schweren schuhn
asche und verwesung
an den sohlen
und sie bitten mich
um flügelschlag
und leichten weg

 

wollte ich sie
aus der schwere holen
müsste ich
das feuer und
die asche werden

weinen alle tränen
schreien alle flüche
opfer müsste ich
und täter werden

doch mein mut
geht nur
auf kleinen sohlen

 

 

 

 

Reinboth
Gudrun Reinboth (Berlijn, 19 april 1943)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 19 april 2007.

 

De Duitse schrijver Stefan Schütz werd geboren op 19 april 1944 in Memel.

 
De Franse dichter en schrijver van liedteksten Pierre-Jean de Béranger werd geboren op 19 april 1780 in Parijs.

 

 

19-04-07

Manuel Bandeira, Pierre-Jean de Béranger, norbert c. kaser, Gudrun Reinboth, Stefan Schütz


De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Hij schreef meer dan twintig boeken met gedichten en proza. In 1904 werd bij hem tbc geconstateerd en verhuisde hij naar Rio de Janeiro vanwege het gunstiger klimaat. In 1922, na een langdurig verblijf in Europa, waar hij veel bekende schrijvers en schilders ontmoette, droeg hij politieke en sociaal kritische gedichten bij aan de modernistische beweging in São Paulo. Bandeiro publiceerde zijn belangrijkste werk vanaf 1924. Hij werd een zeer gerespecteerde Braziliaanse schrijver die ook veel artikelen in kranten en tijdschriften publiceerde. Daarnaast doceerde hij Spaanse literatuur in Rio de Janeiro. In 1956 begon Bandeira met het vertalen van klassieke werken uit de literatuur in het Portugees.

 

 

A Estrela

 

Vi uma estrela tão alta,
Vi uma estrela tão fria!
Vi uma estrela luzindo
Na minha vida vazia.

Era uma estrela tão alta!
Era uma estrela tão fria!
Era uma estrela sozinha
Luzindo no fim do dia.

Por que da sua distância
Para a minha companhia
Não baixava aquela estrela?
Por que tão alto luzia?

E ouvi-a na sombra funda
Responder que assim fazia
Para dar uma esperança
Mais triste ao fim do meu dia.

 

 

 

The star

 

I saw a so high star

I saw a so cold star

I saw a shining star

In my empty life.

 

It was a so high star

It was a so cold star

It was a lonely star

Shining in the end of the day.

 

Why that so distant star

Didn't come down

To make me company?

Why did it shine so high?

 

And I listen to it in the deep shadow

Answering that it behaved this way

In order to give a sadder hope

To the end of my day.

 

 

 

 

Belo Belo

 

Belo belo belo,
Tenho tudo quanto quero.

Tenho o fogo de constelações extintas há milênios.
E o risco brevíssimo - que foi? passou - de tantas estrelas cadentes.

A aurora apaga-se,
E eu guardo as mais puras lágrimas da aurora.

O dia vem, e dia adentro
Continuo a possuir o segredo grande da noite.

Belo belo belo,
Tenho tudo quanto quero.

Não quero o êxtase nem os tormentos.
Não quero o que a terra só dá com trabalho.

As dádivas dos anjos são inaproveitáveis:
Os anjos não compreendem os homens.

Não quero amar,
Não quero ser amado.
Não quero combater,
Não quero ser soldado.

- Quero a delícia de poder sentir as coisas mais simples.

 

 

 

 Nice, Nice

 

 Nice, nice, nice

 I have everything I want

 

 I have the fire of constellations

 Extinct millennia ago.

 And the over-short trace

 What's that? It is over!

 For so many cadent stars

 Dawn dims, and I retain

 The most pure tears of the dawn.

 

 The day comes, and day on

 I keep possessing

 The great secret of death.

 

 Nice, nice, nice

 I have everything I want

 

 I don't want ecstasy nor torments

 I don't want something which

 Earth gives only by working,

 

Gifts from angels are useless

Angels cannot understand men.

 

 I don't want to love,

 I don't want to be loved

 I don't want to fight

 I don't want to be a soldier

 I want the pleasure of being able to feel

 The most simple things...

 

 

 

Vertaald door Mirna Rubim

 

 

 

Bandeira
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

 

De Franse dichter en schrijver van liedteksten Pierre-Jean de Béranger werd geboren op 19 april 1780 in Parijs. In 1813 werd hij op slag beroemd met het chanson Le Roi d'Yvetot, een loflied op een goedmoedige en vreedzame dorps-“koning” , een sympatieke tegenfiguur van de altijd oorlog voerende en dictaoriale Napoleon. Toen Béranger in 1821 een tweede bundel verzamelde gedichten publiceerde werd deze verboden en moest hij voor korte tijd de gevangenis in, iets wat zijn aanzien enorm vergrootte. De in 1825 verschenen Chansons nouvelles maakten van hem de populairste dichter van zijn tijd en bij alle lagen van de bevolking. Toen hij in 1828, na het verschijnen van de Chansons inédites opnieuw de gevangenis in moest, nu wegens majesteitsschennis, regende het protesten uit heel Europa, zo geliefd was hij intussen ook buiten Frankrijk geworden.

Mon habit

Sois-moi fidèle, ô pauvre habit que j'aime !
Ensemble nous devenons vieux.
Depuis dix ans, je te brosse moi-même,
Et Socrate n'eut pas fait mieux.
Quand le sort à ta mince étoffe
Livrerait de nouveaux combats,
Imite-moi, résiste en philosophe :
Mon vieil ami, ne nous séparons pas.

Je me souviens, car j'ai bonne mémoire,
Du premier jour où je te mis.
C'était ma fête, et pour comble de gloire,
Tu fus chanté par mes amis ;
Ton indigence, qui m'honore,
Ne m'a point banni de leurs bras.
Tous ils sont prêts à nous fêter encore :
Mon vieil ami, ne nous séparons pas.

A ton revers, j'admire une reprise :
C'est encore un doux souvenir.
Feignant un soir de fuir la tendre Lise,
Je sens sa main me retenir.
On te déchire, et cet outrage
Auprès d'elle enchaîne mes pas.
Lisette a mis deux jours à tant d'ouvrage :
Mon vieil ami, ne nous séparons pas.

Y'ai-je imprégné des flots de musc et d'ambre
Qu'un fat exhale en se mirant !
M'a-t-on jamais vu dans une antichambre
T'exposer au mépris d'un grand ?
Pour des rubans, la France entière
Fut en proie à de longs débats.
La fleur des champs brille à ta boutonnière :
Mon vieil ami, ne nous séparons pas.

Ne crains plus tant ces jours de courses vaines
Où notre destin fut pareil :
Ces jours mêlés de plaisirs et de peines,
Mêlés de pluie et de soleil.
Je dois bientôt, il me le semble,
Mettre pour jamais habit bas.
Attends un peu ; nous finirons ensemble :
Mon vieil ami, ne nous séparons pas.

 

 

 

Beranger
Pierre-Jean de Béranger (19 april 1780 – 16 juli 1857)

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser (eig. Norbert Conrad Kaser) werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. In 1961 begon hij aan het gymnasium in Bruneck, maar hij maakte de school niet af. Hij werkte tijdelijk als leraar en schreef zijn eerste gedichten. In 1968 trad hij in Bruneck bij de paters Capucijnen in, maar na een jaar verliet hij het klooster weer. Hij haalde alsnog zijn gymnasiumdipkoma en begon aan een studie kunstgeschiedenis aan de universiteit van Wenen. Ook deze studie voltooide hij niet. Hij verving hier en daar een tijd docenten en ondernam in 1972-1973 verschillende reizen, o.a. naar Venetië en Barcelona. Hij kreeg gezondheidsklachten door zijn drankmisbruik en werd verschillende keren opgenomen. In 1976 trad hij toe tot de communistische partij van Italië en trad hij uit de katholieke kerk.

 

st. sebastian

sie haben ihn eingezogen

mit langem haar

das haben sie ihm rattenkurz

geschnitten

da ist er

ihr spott geworden & ueberhaupt

hat er nicht getan wie

sie

geflucht gehurt das pferd

zu tod geritten

einmal jagten alle uebers

feld

den feind erschlagen

keinen hat er
ueber sich

gebracht

& war bleich im gesicht

ihre wangen waren rot

vor blut & bier & wein:

sie nehmen ihn binden ihn

& schießen auf ihn ein

mit der nacht kommen

engel seine todeswunden

lecken

 

 

kloster (I)

aus den schalloechern

der ursulinen

toent es zur

vierzigstuendigen

anbeterei

eine frau

die in den lippen

rasch blaettert

ein bessrer film

fuer altweiber mit tuch

massive suende draus

in den faschingsgassen

weihrauch

harmonium

stinkgas

zischen um kirchbankplaetze

in zweierreih

schweben die klosterfraun

durchs schiff

geschluckter husten

eine frau

die in den lippen

schnell rosenkranz

blaettert

die rente sinkt

kaffee steigt

der bettnaessende neffe

der geliebte

fault wie kraut

die haarnadel sticht

& Die da Die da

ist eine schlange

vor mir

gib der mission licht

& den heiden

& geld

beim letzten glockenschlag

flattert

atemkurz

der diensthabende

kapuziner ein

den leib des HERRN

enthuellen

& sanften worts

die seel zu fuellen

amen

 

 

 

kaser1
n. c. Kaser
(19 april 1947 – 21 augustus 1978)

 

De Duitse schrijfster en dicteres Gudrun Reinboth werd geboren op 19 april 1943 in Berlijn. Zij groeide op in Gießen en Murten en studeerde kunstgeschiedenis en germanistiek in Bern. Na haar studie keerde zij naar Duitsland terug en werkte voor verschillende wetenschappelijke bibliotheken. Daarnaast schreef zij voor kranten en tijdschriften. Uiteindelijk begon zij gedichten en verhalen voor volwassenen te schrijven. Tegenwoordig schrijft zij vooral jeugdboeken.

beginn eines abschieds

du erwachsener sohn
wie du gehst wie du kommst
wie dein lächeln weit wird beim
anblick der mutter
wie unsere augen
nichts sagen wollen als
freude da bist du

aber
probeweis legt sich die
ferne schon
zwischen uns

ich lach dir zu reich dir
die bücher den koffer
noch
kommst du ja wieder

tief in mir regt sich
ein dunkler Gast

 

 

 

Reinboth
Gudrun Reinboth (Berlijn, 19 april 1943)

 

De Duitse schrijver Stefan Schütz werd geboren op 19 april 1944 in Memel. Hij studeerde af aan de toneelschool in Oostberlijn en werkte eerst als acteur aan het theater Neustrelitz en aan het Landestheater Halle tot hij in 1968 met schrijven begon.

 

Werk o.a. Fabrik im Walde (1972) , Antiopi und Theseus (Die Amazonen)(1973), Ikarus und Daedalus und kein Ende (1980), Medusa (1986), Galaxas Hochzeit (1993)

 

Uit: Peyotè (2001)

 

"So so, du warst schon öfter hier... Jedes Jahr in den letzen sieben Jahren!... Deine zweite Heimat! Nein, beim besten Willen auch, führen kann ich dich nicht zurück nach Banff. Nicht gegen Geld und gute Worte, denn deine "Zweite Heimat" hat scheints beschlossen, dich auf die Wartebank zu schieben. Am besten, du trennst dich von deiner Armbanduhr... Wenn du nicht willst, dann lass es bleiben... Was hast du? Rieche ich dir zu streng oder erträgsr du nur schwerlich meinen Anblick... Ach, wo du seiest. Oh, weit, sehr weit weg... Im Grunde ganz nah etwa eine Handbreit entfernt von der Nahtstelle, vor der jedes weiße Ethnologenhirn zu scheuen beginnt... Ich sehe wohl, das du kein Ethnologe bist und trotzdem stockt dirs Herz vor meiner zahngelückten, nach Gin stinkenden und schmutzbefallenen Gesellschaft. Stimmts, oder habe ich recht... Du schüttelst den Kopf, mein Freund, aber mit geschlossenen Augen sehe ich was du wirklich denkst: Dieser alte, heruntergekommene indianische Bastard ist es nicht wert, daß man seine Zeit an ihm verschwendet...Wie, ich täte dir Unrecht, du seiest als Freund gekommen , oh heiliger Stechapfelzauber sag nur noch du hättest den Adler gesehen und seine Spirale in den Himmel verfolgt... Dann hast du bestimmt auch den reinigenden Rauch von Sweetgras über dich geworfen, die Zeder im Haus benutzt, um böse Geister zu vertreiben, Peyotè gekaut und Tabak geraucht... Oh großer Manitu..."

 

 

 

sschuetz
Stefan Schütz (Memel 19 april 1944)