06-05-13

Gouden Boekenuil 2013 voor Oek de Jong

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong heeft de Gouden Boekenuil 2013 gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Pier en oceaan. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Pier en oceaan

 

“Aan het eind van de middag liep Abel met zijn polsstok het weiland in, gevolgd door zijn broertje.
Het was of er iets in de lucht hing vanaf de dag dat de verhuizing was aangekondigd. Abel had zichzelf van een stok voorzien en met een oud aardappelmes tekens in de bast gesneden, geïnspireerd door een oudere jongen in de buurt die zo’n stok bezat. Zijn moeder had het griezelig gevonden zoals hij tekens kerfde in de bast van die stok en hem er van boven tot onder mee bedekte. Hij nam zijn stok mee naar bed en betastte in het donker de tekens. De stok leek hem te beschermen. Maar op deze laatste dag had hij ervan afgezien om het ding bij zich te hebben.
Abel liep het weiland in. Hij droeg zijn polsstok niet op zijn schouder, maar sleepte hem achter zich aan door het gras, zodat hij vanaf de weg niet te zien zou zijn. Naast hem liep Otto, die een hompje klei kneedde. Hij zou er een paard van maken. Al dagen was hij bezig om paarden van klei te maken.
Ze liepen, waadden soms haast, door het gras, dat tot hun heupen reikte, rood en geel van zuring en boterbloem. De zon daalde, maar brandde nog steeds op hun gezicht. Hoog boven hen hing een leeuwerik in de lucht. Hij zong onophoudelijk, een hartstochtelijk en stralend gekweel, nu eens dichtbij, dan weer wat verderaf. Abel hoorde de wind, het gras dat langs zijn laarzen en de polsstok ritste en de vogel hoog in de lucht. Een vage angst greep hem aan. Hij keek om naar de huizen, maar hij kon al niet meer terug.

Ze liepen naar de sloot die er ‘altijd was geweest’. In zijn kleine universum was dit een van de meest geheimzinnige plekken. Bijna alle sloten liepen recht door het land, maar deze kronkelde. Hij was niet door mensen gegraven. Een van de oudere jongens had gezegd dat hij er ‘altijd was geweest’. Het was een oude geul uit de tijd dat de zee door een netwerk van geulen nog diep doordrong in het land. Het was de kronkeling die dit water voor de jongen op een onzegbare manier geheimzinnig maakte. Het weiland liep er wat omhoog – ook dat was anders. En het water was breder en dieper. Toen Abel ervoor stilstond en een windvlaag over het water zag strijken, werd hij nog banger. Het was of hij hier niet hoorde.”

 

 

 

Oek de Jong (Breda, oktober 1952)

17:40 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gouden uil, oek de jong, romenu |  Facebook |

06-05-12

Gouden Boekenuil 2012 voor David Pefko


De Nederlandse schrijver David Pefko heeft de Gouden Boekenuil gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Het Voorseizoen. Dat heeft de organisator van de prijs, Boek.be, bekendgemaakt. David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

 

Uit: Het Voorseizoen

 

Opeens moet ik denken aan de foto van haar moeder die op de afzuigkap geplakt zat.
‘Maakt dat niet uit, het is warm daar, Sue,’ had ik gezegd.
‘Ze had het altijd koud, dat weet je toch,’ was het antwoord dat me weer op slag verliefd had gemaakt.
‘Je glimlacht,’ fluistert Anca in mijn oor.
‘Ach ja, ik weet niet of ik nou kan zeggen dat het een slecht huwelijk was, het was meer dat ze na een tijd alles kapotmaakte.’
‘Als het aan jou had gelegen waren jullie nu nog bij elkaar geweest?’ ‘Ja, dat denk ik wel. Ik denk wel eens dat we nu nog samen zouden zijn als ik mijn regenpijp niet had laten vernieuwen.’
We drinken glaasjes brandewijn. Ik lig languit naast haar op bed. Ze trekt haar benen op en gaat dicht tegen me aan liggen, houdt me stevig vast, zo stevig als mogelijk. Ik zoen alles wat maar in de buurt van mijn mond komt.
‘Vertel verder,’ fluistert ze in mijn oor.
‘Het is een stom verhaal, Anca, je wilt het niet horen.’
‘Kom nou, ik vertel jou ook genoeg stomme dingen, ik vind iets niet zo gauw stom.’
‘Nou oké,’ zeg ik, ‘het was ergens in oktober. De bladeren waren van de bomen gevallen, Wigston is erg mooi in deze tijd van het jaar, weet je dat? Echt heel mooi, alles is roestbruin en vochtig. Maar goed, de goot zat constant verstopt, en toen begon het dagen achtereen te regenen, zo hevig dat we binnenbleven. We speelde spelletjes en Susan kookte de laatste groente uit de tuin. De oogst was gigantisch geweest die zomer en ik had de hele vriezer vol met bonen en courgettes, aubergines, paprika’s, ga zo maar door. Die dag maakte ze iets met de courgettes, geloof ik. Ja, ik kan me ook nog precies herinneren wat het was dat ze maakte: een stoofschotel met lamsvlees. Die avond zat de goot zo verstopt dat het regenwater niet meer weg kon. Toen begon de ellende… Het eerste kwam de goot naar beneden, met een enorme klap, toen de regenpijp…’

 


David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

09:19 Gepost door Romenu in Actualiteit, Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david pefko, gouden uil, romenu |  Facebook |

26-04-10

Gouden Uil, Cees Nooteboom, Bernard Malamud, Hannelies Taschau, Hertha Kräftner, Vicente Aleixandre


Gouden Uil 2010

 

De Nederlandese dichter en schrijver Cees Nooteboom is met zijn verhalenbundel 's Nachts komen de vossen” winnaar van de Gouden Uil Literatuurprijs 2010. Zie ook mijn blog van 31 juli 2006 en ook mijn blog van 31 juli 2007 en  mijn blog van 31 juli 2008 en mijn blog van 31 juli 2009.

 

Uit: 's Nachts komen de vossen

 

“Wij lakeien met uitwisbare namen

 

Hij en ik, want over mezelf zal ik ook iets moeten zeggen, en daar hou ik niet zo van, nog steeds niet. Na verloop van tijd kom je achter het een en ander omtrent jezelf, dat je ook het liefst voor jezelf zou willen houden. Het lukt niet, maar het is de droom: met je kleine, onbetekenende geheim verdwijnen en de deur achter je dichttrekken. Opdracht vervuld, wat die dan ook was. Leven, als iemand me kan zeggen wat de bedoeling is? Ik weet allang niet meer wat mensen zijn, maar hoe dan ook waren de laatste duizend jaar een enorme striptease voor de soort. Uit het zonnestelsel gesmeten, de aarde naar een achterbuurt van de melkweg verbannen, hersenfuncties zo onbetamelijk gegroeid dat we alles weten van wat we niet weten, God en zijn handlangers gestorven en wij lakeien met uitwisbare namen in dienst van onzichtbare deeltjes, bezig ons enige erfgoed te verkwanselen of te vernietigen terwijl we daarbij in de spiegel kijken. Dat klinkt natuurlijk als de afdeling bombast, dus ik hou me aanbevolen voor een prettiger theorie. Maar hoe dan ook, ik heb er vrede mee. Voorlopig dan.”

 

 

 

 

cees-nooteboom
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Uit: The Natural

 

Roy Hobbes pawed at the glass before thinking to prick a match with his thumbnail and hold the spurting flame in his cupped palm close to the lower berth window, but by then he had figured it was a tunnel they were passing through and was no longer surprised at the bright sight of himself holding a yellow light over his head, peering back in. As the train yanked its long tail out of the thundering tunnel, the kneeling reflection dissolved and he felt a splurge of freedom at the view of the moon-hazed Western hills bulked against night broken by sprays of summer lightning, although the season was early spring. Lying back, elbowed up on his long side, sleepless still despite the lulling train, he watched the land flowing and waited with suppressed expectancy for a sight of the Mississippi, a thousand miles away.

Having no timepiece he appraised the night and decided it was moving toward dawn. As he was looking, there flowed along this bone-white farmhouse with sagging skeletal porch, alone in untold miles of moonlight, and before it this white-faced, long-boned boy whipped with train-whistle yowl a glowing ball to someone hidden under a dark oak, who shot it back without thought, and the kid once more wound and returned. Roy shut his eyes to the sight because if it wasn't real it was a way he sometimes had of observing himself, just as in this dream he could never shake off--that had hours ago waked him out of sound sleep--of him standing at night in a strange field with a golden baseball in his palm that all the time grew heavier as he sweated to settle whether to hold on or fling it away. But when he had madehis decision it was too heavy to lift or let fall (who wanted a hole that deep?) so he changed his mind to keep it and the thing grew fluffy light, a white rose breaking out of its hide, and all but soared off by itself, but he had already sworn to hang on forever.

As dawn tilted the night, a gust of windblown rain blinded him--no, there was a window--but the sliding drops made him thirsty and from thirst sprang hunger. He reached into the hammock for his underwear to be first at breakfast in the dining car and make his blunders of ordering and eating more or less in private, since it was doubtful Sam would be up to tell him what to do.“

 

 

 

Malamud
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Hannelies Taschau werd geboren op 26 april 1937 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

 

Angriff

 

Es kann bekanntlich auch aus dem

Nichts etwas kommen

Ein wenig bewusstlos müde vom

Rodeln Kafka im Schnee Am Abend

auf einem Weg auf dem er auch noch

dauernd ausgleitet

Dann träumt er von Waffen dringt

aber nie zu ihnen vor weil er Freude

an ihrem Gebrauch nicht kennt

Kurzes Glucksen einer ungeheuer

schweren Winteramsel

Den Tag hätte er gern zurück

 

 

 

 

Hölderlin und wir

 

Es war so schön am Vermeidbaren

zu leiden Er liebte Efeu über alles

das hol ich ihm jetzt Ich weiß eine

Stelle wie Strickleitern hängt es

vom Himmel

In die abgestandene Vase unter

seinem Scherenschnitt dann Musik

und hadern Gibt es Schlimmeres

als nirgendwo zu Hause zu sein

Oh dieses Hadern er bekam nicht

genug davon

Dass man auf eine bestimmte

Berührung ein Leben lang warten

kann Oh diese Bitterkeit auf die

wir keine Rücksicht nehmen

 

 

 

 

Taschau
Hannelies Taschau (Hamburg, 26 april 1937)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Hertha Kräftner werd geboren op 26 april 1928 in Wenen. Zie ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Dorfabend

 

Beim weißen Oleander
begruben sie das Kind
und horchten miteinander,
ob nicht der falsche Wind
den Nachbarn schon erzähle,
daß es ein wenig schrie,
eh seine ungetaufte Seele,
im Halstuch der Marie
erwürgt, zum Himmel floh.
Es roch nach Oleander,
nach Erde und nach Stroh;
sie horchten miteinander,
ob nicht der Wind verriete,
daß sie dem toten Knaben
noch eine weiße Margerite
ans blaue Hälschen gaben …
Sie hörten aber nur
das Rad des Dorfgendarmen,
der pfeifend heimwärts fuhr.
Dann seufzte im Vorübergehn
am Zaun die alte Magdalen:
«Gott hab mit uns Erbarmen.»

 

 

 

 

Kräftner
Hertha Kräftner
(26 april 1928 – 13 november 1951)

 

 

 

 

De Spaanse dichter Vincente Aleixandre (eig. Vicente Pío Marcelino Cirilo Aleixandre y Merlo) werd geboren op 26 april 1898 in Sevilla. Zie ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

  

Sois confiant

 

Le comprends-tu ? Tu as compris.
Tu recommences ? Et tu recommences encore.
Assieds-toi. Ne regarde pas en arrière. En avant !
En avant. Lève-toi. Un peu plus. C’est la vie.
C’est le chemin. Tu as le front couvert de sueurs, d’épines, de poussière d’amertume, sans amour, sans lendemain ?...
Continue, continue à monter. Tu y es presque. Oh, comme tu es jeune.
Comme tu es jeune, super jeune, un nouveau-né. Quel ignorant.
Entre tes cheveux gris qui tombent sur ton front brillent tes clairs yeux bleus,
tes lents yeux purs, restés là sous un certain voile.
Oh, n’hésite pas et relève-toi. Relève-toi encore. Que veux-tu ?
Prends ton bâton de frêne blanc et appuie-toi. Un bras à ton côté tu souhaiterais. Regarde-le.
Regarde-le, ne le sens-tu pas ? Là, subitement, il est calme. C’est une forme silencieuse.
C’est à peine si la couleur de sa tunique le distingue. Et a ton oreille un mot non prononcé.
Un mot sans musique, même si toi tu l’entends.
Un mot chargé de vent, de brise fraîche. Qui bouge tes vêtements usés.
Qui doucement aère ton front. Qui sèche ton visage,
qui essuie la trace de ces larmes.
Qui lisse, frôle à peine tes cheveux gris maintenant à l’approche de la nuit.
Prends ce bras blanc. Que tu connais à peine mais que tu reconnais.
Redresse-toi et regarde la ligne bleue de l’incroyable crépuscule,
la ligne de l’espérance à la limite de la terre.
Et avec de grands pas sûrs, redresse-toi, et là soutenu, confiant, seul, entame ta marche…

 

Vertaald door M. I. Scrivat

 

 

 

aleixandrelorcacernuda
Vicente Aleixandre (26 april 1898 – 14 december 1984)

Alexandre (l) hier met Luis Cernuda en Garcia Lorca (r)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn vorige blog van vandaag.

06-05-09

Gouden Uil 2009 voor Robert Vuijsje

 

Gouden Uil 2009 voor Robert Vuijsje

 

 

De Gouden Uil 2009 is toegekend aan de roman Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Het boek is zijn debuut en gaat over een jonge Joodse Amsterdammer die eruit ziet als een Marokkaan en op zoek gaat naar een zwarte vrouw. Volgens de jury van de Belgische literatuurprijs is het boek „brandend actueel, verfrissend, hartverwarmend en zeer geestig.”

De Nederlandse schrijver en journalist Robert Vuijsje werd in 1970 in Amsterdam geboren. Na het Barlaeus Gymnasium-A in Amsterdam en de UvA te hebben doorlopen, waar hij zijn propedeuse Sociologie behaalde en vervolgens overstapte naar de bovenbouwstudie Amerikanistiek bracht hij een jaar door op de Amerikaanse University of Memphis. Vanaf 1997 wijdde hij zich geheel aan de journalistiek middels verhalen voor o.a. Nieuwe Revu.

 

Uit Alleen maar nette mensen

 

“Dag schoonheid,’ zei ik. ‘Ik ben David. Wie ben jij?’
‘Wie ik?’ vroeg ze. ‘Hier, kijk op m’n tanden.’
Dit was het echte leven. De ene echte mens die aan de andere echte mens liet zien wat er op haar gouden tanden stond geschreven. Op de rechtervoortand stond in kleine letters row en op de linkertand anda.
‘Ro-wan-da?’ vroeg ik.
‘Zo heet ik,’ zei ze. ‘Rowanda.’
Ik vroeg waarom ze die gouden tanden had genomen.
‘Status?’ Ze deed haar mond open, zodat ik goed kon kijken. ‘Dat ze zien dat ik elite ben?’
Ik vroeg of Rowanda goed kon koken.
Dat kon ze niet. Ze woonde bij haar moeder. Die kookte altijd. Rowanda wilde wel graag leren.
Haar wenkbrauwen waren weggeschoren. Er zaten alleen twee getatoeëerde zwarte streepjes. ‘Die heb ik laten zetten,’ zei ze.
Ik vroeg waarom.
‘Ik weet niet.’ Rowanda haalde haar schouders op.
‘Mijn moeder heeft het ook.’

 

 

 

 

Vuijsje
Robert Vuijsje (Amsterdam, 1970)

 

 

19:05 Gepost door Romenu in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gouden uil, romenu, robert vuijsje |  Facebook |

01-04-08

Gouden Uil voor Marc Reugebrink, Nikolaj Gogol, Milan Kundera, Urs Allemann, Maria Polydouri, Edmond Rostand, Rolf Hochhuth, Joseph de Maistre


De Nederlandse dichter en schrijver Marc Reugebrink won vorige week de Gouden Uil voor zijn roman Het grote uitstel. Reugebrink werd geboren in Goor op 12 augustus 1960. Hij studeerde in Groningen zowel aan de lerarenopleiding (Nederlands en Engels) als aan de universiteit (Nederlandse taal- en letterkunde). In 1988 debuteerde hij als dichter met Komgrond, waarvoor hij de Van der Hoogtprijs 1989 kreeg; in 1987 kreeg hij voor zijn poëzie het Hendrik de Vriesstipendium van de stad Groningen. In 1991 volgde Wade. Onderwijl maakte hij samen met Joost Niemöller en Xandra Schutte deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift De XXIe Eeuw (1990-1993), en trad hij in 1994 toe tot de redactie van het algemeen-culturele tijdschrift De Gids. Hij verliet de redactie in 1999. Tegelijkertijd schreef hij een korte tijd poëziekritieken voor de Volkskrant, en werkte hij van eind jaren tachtig tot medio jaren negentig als recensent voor het Nieuwsblad van het noorden (thans Dagblad van het noorden) en bijna tien jaar voor De groene Amsterdammer. In 1998 verscheen Wild vlees, zijn eerste roman. Datzelfde jaar trok hij naar Gent, waar hij thans nog woont en werkt. In 2002 verscheen de essaybundel De inwijkeling, en in 2004 Touchdown, zijn tweede roman (longlist Gouden Uil en Librisprijs). In 2007 verscheen de roman Het grote uitstel . Vanaf 2001 is Reugebrink redacteur en redactiesecretaris van het onafhankelijke literaire tijdschrift Yang. Ook schrijft hij regelmatig voor o.a. De Morgen en houdt hij op internet een literair journaal bij (Inwijkeling).

 

 

Uit: Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1989, Dankwoord

 

“Wat die nestgeur betreft: die zal ik niet ontkennen, hoezeer de traditie waaruit ik voortkom momenteel ook in een kwade reuk mag staan. Ik stem wat dat aangaat volmondig in met een bekende uitspraak van de Engelse dichter T.S. Eliot, die de ware originaliteit slechts een vorm van ontwikkeling noemde. Het absoluut originele gedicht is een absoluut slecht gedicht, zo stelde hij; het heeft zich losgemaakt van al het bekende en kan niet meer begrepen worden. Ik heb het dan ook altijd nogal merkwaardig gevonden dat een aantal critici in mijn bundel zowel de verwantschap met de autonomistische traditie heeft aangewezen - en dus de poëzie in die zin begreep -, als tegelijkertijd van mening was dat mijn gedichten verregaand onverstaanbaar waren. Als ik dat goed begrijp, kan ik daaruit alleen maar concluderen dat de autonomistische traditie voor deze critici in haar geheel onverstaanbaar is, en dat is een onthullende constatering. Het betekent immers dat deze critici het werk van Leopold, van Van Ostaijen, zelfs van Nijhoff, van Kouwenaar of Faverey, van Mallarmé, Valéry, van Benn en Célan nooit hebben begrepen. Het is alsof de hele twintigste eeuw nooit heeft bestaan!

Voor dergelijke critici houdt met het vaststellen van verwantschap het eigenlijke lezen dan ook op. Het eigen onvermogen om door te dringen in teksten die qua taalgebruik afwijken van het middenstandsproza of het journalistieke proza (de verschillen tussen beide zijn soms akelig klein), wordt hier tot maatstaf voor goede poëzie verheven. Nu ben ik, misschien ondanks de schijn van het tegendeel, de laatste om de eis dat poëzie verstaanbaar moet zijn, tegen te spreken. Maar voor deze critici betekent verstaanbaarheid blijkbaar dat het taalgebruik in gedichten niet mag afwijken van het taalgebruik bij de bakker. Het lijkt mij nu juist een van de wezenstrekken van poëzie dat zij zich niet conformeert aan die vorm van taalgebruik, althans niet als regel. Zelfs de grootste brooddichter maakt weinig kans een halfje wit mee te krijgen als hij zijn verzen bij de bakker voorleest. ‘If we were in the habit of reading poets their obscurity would not matter; and, once we are out of the habit, their clarity does not help’, schreef de Amerikaanse dichter Randall Jarrell ooit. Zo bezien is de onverstaanbaarheid ‘in the eye of the beholder’ en niet iets wat men dichters aan kan wrijven.”

 

 

 

reugebrink3
Marc Reugebrink (
Goor, 12 augustus 1960)

 

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd geboren in Poltawa, Oekraïne, op 1 april 1809. Zie ook mijn blog van 1 april 2007.

 

Uit: St. John's Eve (Vertaald door Larissa Volokhonsky)

 

Weddings in the old days were no comparison with ours. My grandfather's aunt used to tell us--oh, ho, ho! How girls in festive headdresses of yellow, blue, and pink stripes trimmed with gold braid, in fine shirts stitched with red silk and embroidered with little silver flowers, in Morocco boots with high, iron-shod heels, capered about the room as smoothly as peahens and swishing like the wind; how young women in tall headdresses, the upper part made all of gold brocade, with a small cutout behind and a golden kerchief peeking from it, with two little peaks of the finest black astrakhan, one pointing backward and the other forward, in blue jackets of the best silk with red flaps, stepped out imposingly one by one, arms akimbo, and rhythmically stamped away at the gopak. How young lads in tall Cossack hats and fine flannel blouses with silver-embroidered belts, pipes in their teeth, bobbed and pranced before them, cutting all sorts of capers. Korzh himself couldn't hold back, looking at the young ones and remembering bygone times. With a bandore in his hands, puffing on his pipe and humming at the same time, the old fellow put a glass on his head and, to the loud shouts of the revelers, broke into a squatting dance. What people won't think up when they're tipsy! They used to dress in disguises--my God, they no longer looked like human beings! No comparison with the costumes at our weddings nowadays. How is it now? They just copy the Gypsies or the Muscovites. No, it used to be one would dress up as a Jew and another as a devil, and first they'd kiss each other and then grab each other's topknots . . . God help us! you had to hold your sides from laughter. They'd get dressed up inTurkish or Tartar costumes: everything on them blazes like fire . . . And when they start fooling and pulling tricks . . . well, saints alive! A funny thing happened with my grandfather's aunt, who was at this wedding: she was dressed then in a loose Tartar dress and went around offering glasses to the guests. The devil put one of them up to splashing some vodka on her from behind. Another--no flies on him either--struck a fire straight away . . . the flame blazed up, the poor aunt got frightened and started pulling her dress off in front of everybody . . . Noise, laughter, turmoil arose, like at a street fair. In short, the old people remember no merrier wedding ever.”

 

 

 

nikolai-gogol
Nikolaj Gogol (1 april 1809 –  4 maart 1852)

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook mijn blog van 1 april 2007.

 

Uit: The Curtain

 

Let us imagine a contemporary composer writing a sonata that in its form, its harmonies, its melodies resembles Beethoven's. Let's even imagine that this sonata is so masterfully made that, if it had actually been by Beethoven, it would count among his greatest works. And yet no matter how magnificent, signed by a contemporary composer it would be laughable. At best its author would be applauded as a virtuoso of pastiche.

What? We feel aesthetic pleasure at a sonata by Beethoven and not at one with the same style and charm if it comes from one of our own contemporaries? Isn't that the height of hypocrisy? So then the sensation of beauty is not spontaneous, spurred by our sensibility, but instead is cerebral, conditioned by our knowing a date?

No way around it: historical consciousness is so thoroughly inherent in our perception of art that this anachronism (a Beethoven piece written today) would be spontaneously (that is, without the least hypocrisy) felt to be ridiculous, false, incongruous, even monstrous. Our feeling for continuity is so strong that it enters into the perception of any work of art.

Jan Mukarovsky, the founder of structural aesthetics, wrote in Prague in 1932: "Only the presumption of objective aesthetic value gives meaning to the historical evolution of art." In other words: in the absence of aesthetic value, the history of art is just an enormous storehouse of works whose chronologic sequence carries no meaning. And conversely: it is only within the context of an art's historical evolution that aesthetic value can be seen.”

 

 

 

 

kundera
Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Urs Allemann werd geboren op 1 april 1948 in Schlieren. Zie ook mijn blog van 1 april 2007.

 

 

Elegisch die dritte

 

Als den Gebirgssturz passierend er sah wie das Flugzeug aus Fleisch am

Felsen zerplatzte und schrie unter der Blutwolke o

dass Myriaden von Fliegen den Hirnpunkt den Herzspalt und schwärmten

auf ach und brannte so süss dies dass der Rauch Gesang

zwar doch die Zunge zerfiel und floss aus dem Mund an den Knochen

ab in die Schluchten das Wort aber es hielt ihn nicht

Haut sondern spie ihn hinaus und hinauf dass die Arme er wieder

weit und der Schnabel die Brust auf bis im Frein der Motor

stampfte und sah es nicht und lauschte und war der Propeller

der ihn noch einmal emporschraubend sich aufhob und war

nichts als die Glühlaus am schwarzen am Schädel am Himmel und pickte

selber sich weg und verschlang das Helikopter-Ioo

als an der Leber des Adlers der hohle der Zahn des Prometheus

nagte und schenkte ein Licht ihm im Schenkel der Stern

der aus dem Fleisch schon heraus sich zu drehen und nannte es Auge

was als winziger Mond lidlos ihm um den Kopf

schwirrte doch kaum es ihn sah wie die Bombe dem Krater entgegen

flog über Kopf der Vulkan ziellos Raketenmusik

 

 

 

 

Hinkfüssig

 

Auf Schlittschuhn wenn und stolz im Puff der Greis ausrutscht

dass scharf von unten es Gelächter durchs Eis bricht

Sweet Mermaids Fuss den Hut vom Kopf, Pa, Shorts runter

ob Schurz hoch Sturm von Loch zu Loch dich am Bart zerrt

der weiss zu flattern wär die Blume Schnee Klopstock

im Winterfreudenhaus beraubt der Stahlflügel

verrostet hing an hellbeblüteten Ulmen

zu schlafen schwindelnd als ihn Showgirls fair hüllten

zu tausend ein in Nacht nach Holders Flugvorsatz

Wolken um nach Welten um ei das stirbt stammelnd

die Polder nun vorüber sind es warn schöne

Gelichtre keiner Bläue Trauridämm seyn will

des Wintersdau mit Unterthrän als dann glänzet

im Beindorf leer den Todtenstille du friss dein

Gefriergeflügel Chickenshit wenn das auftaut

da die Mänaden du Monade träumst Zahlen!

Miss Mermaid! lang Errettung, Pa, nix Mund Nixmäär

 

 

 

 

Allemann
Urs Allemann (Schlieren, 1 april 1948)

 

 

 

De Griekse dichteres Maria Polydouri werd geboren op 1 april 1902 in Kalamata. Zie ook mijn blog van 1 april 2007.

 

 

To A Friend

I shall come upon the night, on the way that drags me along,
I shall come and find you there alone.
With indolent movements, eventide will spin her delicate shades,
drifting past your desolate window.

In the stillness of your  room you shall have me in-
books scattered around, consigned to silence deep.
And we shall sit side by side, musing over moments past,
yet long before we lose them, still are dying and last.

For the bitterness of ungrateful life, the dreariness,
for having no yearning, no craving,
for decay and silence abiding
plunged in brooding stillness
our speech and ultimate thought shall fade away.

But the night will come to rest
right at your window’s nest.
Scents and glittering stars and fair breezes shall mingle
with the grand call that Nature delivers,
with your heart that even silence itself will not shelter.

 

 

 

 

poulidori
Maria Polydouri (1 april 1902 – 30 april 1930)

 

 

 

 

De Franse schrijver Edmond Eugène Alexis Rostand werd geboren in Marseille op 1 april 1868. Zie ook mijn blog van 1 april 2007.

 

Uit: La Samaritaine

 

SCÈNE IV

JÉSUS, LES DISCIPLES

PIERRE, descendant.

Maudit soit ce pays ! Que la peste s'y vautre !

Et que la sauterelle y tombe, avec son bruit !

JACQUES, de même.

Que la nielle1 sur l'arbre abolisse le fruit,

Ou que le ver l'attaque au fond de la réserve !

ANDRÉ, de même.

Et que la femme avorte et que l'homme s'énerve !

Qu'ils connaissent toutes les soifs, toutes les faims !

Que tous leurs ennemis viennent sur leurs confins2,

Et qu'il ne reste rien de leurs villes rasées !

PIERRE

Que jamais, jamais plus, sous les bonnes rosées,

Vous ne vous incliniez et vous ne murmuriez,

Citronniers, amandiers, grenadiers et mûriers

Que jamais plus sous les fruits lourds l'arbre ne crie !…

JÉSUS

Les bénédictions de Dieu sur Samarie !

 (I1 descend..)

PIERRE

Quoi, Rabbi1 ? Mais ces mots de toi, que je retins :

« Évitez les Gentils2 et les Samaritains.

Ne prêchez qu'aux brebis d'Israël !... »

ANDRÉ

Oui, toi-même

Tu paraissais haïr ces païens !

JÉSUS

Je les aime.

PIERRE

Je te les entendis cependant prononcer,

Ces paroles. Pourquoi ?

JÉSUS

C'était pour commencer.

Vous n'aviez pas encore assez large poitrine

Et je ne pouvais toute y loger ma doctrine.

Si je vous avais dit d'aimer jusqu'aux Gentils,

Vous vous seriez scandalisés, mes chers petits.

 

Scène 4

Pouvais-je sans danger, dans votre ombre première,

Faire entrer brusquement tout mon flot de lumière ?

À vous, faibles, verser d'un coup tout mon vin fort ?

Non, certe, et c'est pourquoi j'étais prudent d'abord :

Je filtrais le rayon, je mesurais la dose,

Je n'osais tout livrer. Mais voici l'heure. J'ose.

ANDRÉ

Quoi ! de n'être pas Juif, cela n'empêche rien ?

JÉSUS

Élisée a guéri Nahaman le Syrien1.

PIERRE

Quoi ! nous devons aimer ces gens de Samarie ?

JÉSUS

Et vous les aimerez, puisque je vous en prie.

PIERRE

Que nous demandes-tu, Rabbi ?

JÉSUS

D'être parfaits.

On se sent allégé quand on porte mon faix. »

 

 

 

rostand
Edmond Rostand (1 april 1868 – 2 december 1918)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 1 april 2007.

 

De Duitse schrijver Rolf Hochhuth werd geboren op 1 april 1931 in Eschwege. Zie bovendien mijn blog van 2 april 2006.

 
De Franse politicus, schrijver en filosoof Joseph, comte de Maistre werd geboren in Chambéry op 1 april 1753.

 

 

03-04-07

Gouden Uil Literatuurprijs 2007


De Vlaamse Gouden Uil Literatuurprijs 2007 gaat naar de Nederlander Arnon Grunberg voor zijn boek Tirza. Het werk gaat over een man die zijn kind wil beschermen. Het boek werd zaterdagavond, 31 maart 2007, in Antwerpen door de jury omschreven als een indringend psychologisch portret, verbonden met de alomtegenwoordige paranoia.  Grunberg versloeg de Vlaamse genomineerden Tom Lanoye (Het derde huwelijk) en Dimitri Verhulst (De helaasheid der dingen) en de Nederlanders Remco Campert (Het satijnen hart) en Christiaan Weijts (ART.285b).

                       

Uit: Tirza

 

"Hij drukt haar tegen zich aan en hij begrijpt, niet eerder heeft hij dat zo duidelijk begrepen, zo overweldigd, zo compromisloos, dat hij geen reden wil hebben zonder Tirza te leven. Zonder haar is leven niet meer denkbaar, en wat niet denkbaar is, is ongewenst. Zij is zijn bestaansrecht. Wat hij tegen zich aandrukt geeft hem tegelijkertijd het voorrecht en de plicht te leven. Zonder haar vervalt de plicht, maar ook het recht. Hij kan zich nauwelijks meer voorstellen hoe hij geleefd heeft toen ze er nog niet was. Wachtend, dat was het. Zo heeft hij al die jaren geleefd, wachten op Tirza. Al wist hij natuurlijk niet dat het Tirza was op wie hij wachtte."

 

 

 

 

GRUNBERG
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

20:33 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: arnon grunberg, gouden uil |  Facebook |