24-03-13
Harry Prenen, Top Naeff, Willem van Iependaal, Robert Hamerling, Fanny Lewald
De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook alle tags voor Harry Prenen op dit blog.
Uit: Het een en ander over Godfried Bomans
“Deze avond gaf mij de bevestiging van iets dat ik al lang vermoedde. Gezien zijn succes kan men kwalijk zeggen dat Bomans miskend zou zijn, maar desondanks geniet hij vaak een verkeerde bekendheid. Dat hij een van onze eerste humoristen is wordt wel algemeen aanvaard (..) dat hij echter een van onze beste prozaïsten is, daar wil de officiële litteratuur en fijnproeverij nog maar moeilijk aan geloven. En toch is dat zo. Wie werkelijk iets weet van wat proza en wat schrijven is kan in zijn boeken en in zijn journalistiek te kust en te keur passages vinden om in een lijstje te zetten. De fijnproeverij verzekert ons echter dat hij een voortreffelijk auteur voor Jan, Piet en Klaas is, een genie van de middenstand, maar niet voldoende voor de happy few. Het tegendeel is waar, want terwijl hij de duizenden op de galerij in hun twee handen laat klappen blijft hij tegelijkertijd iemand van de kleine keurbende.
Dit misverstand heeft niettemin vele aanhangers. (..) Het volk te vermaken schijnt bij het edeler deel der natie op de index te staan (verboden, e.k.). En toch doet Bomans hiermede op eigen manier in onze litteratuur niet anders en niets minders dan Dickens het in de zijne deed. (..) Vervolgens ben ik van mening dat er in het eerste het beste goede stuk van Bomans’ Elsevierjournalistiek meer echte schrijfkunst en aangeboren talent steekt dan in menig poëem op hoge stelten.
Bij de happy few van de litteraire café’s kan men ondertussen nog meer bedenkingen vernemen. Bijvoorbeeld: dat hij in Elsevier schrijft!!Een burgerlijk blad, naar ik verneem.”

Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)
09:36 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: harry prenen, top naeff, willem van iependaal, robert hamerling, fanny lewald, godfried bomans, romenu |
Facebook |
02-03-13
Honderd jaar Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger
De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden.
Uit: Pieter Bas
“Dit heb ik voorzeker met vele grote mannen gemeen: dat ik in Dordrecht geboren ben. De inwoners – die ik vanaf deze plaats hartelijk groet – kunnen u het eenvoudige huis aanwijzen: op de hoek van de Jan de Witstraat en het oude Muntplein. Zo van buiten gezien maakt het niet de indruk dat een minister daar geboren is; dit was althans mijn indruk toen ik het jaren later bezocht. Wanneer ge de moeite wilt nemen het Muntplein over te steken en u tegenover de slagerij van Bos op te stellen, krijgt ge een goede kijk op het geheel. Het raam
links, met de ijzeren spijltjes ervoor, is de kamer waar ik geboren ben. De gedenksteen erboven is natuurlijk later aangebracht. De twee ramen daarnaast werpen het licht in een vertrek dat wij gewoonlijk ‘het Kabinet’ noemden, vanwege het kleine eikenhouten bureau waaraan mijn vader te werken placht, wanneer zijn aanwezigheid niet op het stadhuis vereist werd. Hij vervulde daar de plaats van gemeentesecretaris, een woord dat wij moeilijk konden uitspreken. Zozeer waren wij destijds van zijn hoge positie en onmisbaarheid doordrongen, dat, toen hij een keer met verkoudheid in bed lag, wij verbaasd waren het verkeer op straat gewoon te zien doorgaan.
Naast ‘het Kabinet’, dat is dus het laatste raam rechts, bevond zich mijn slaapkamertje, sindsdien geheel verbouwd en veranderd; doch, naar ik hoor, zijn er reeds stappen gedaan alles in de vorige toestand te restaureren.
De dag dat ik het eerste licht zag, was een zeer bewogene. Het ministerie Brouwer-Kortenhoef was juist de vorige avond gevallen op een onderwijswet en ’s ochtends om acht uur kwam de mare hiervan tegelijk met het bericht van mijn geboorte ‘het Kabinet’ binnen, het eerste door de krant, het tweede door de baker.
Mijn vader schijnt een ogenblik in beraad te hebben gestaan aan welke van de twee bronnen hij het eerste zijn nieuwsgierigheid zou bevredigen, doch ten slotte zegevierde de vader in hem over de ambtenaar en kwam hij naar mijn toestand informeren.
‘Het is een gezonde jongen,’ zei hij, zich over het bed van zijn vrouw buigend en haar kussend, ‘het is een gezonde jongen en Kortenhoef is gewipt.’

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)
14:48 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, multatuli, thom wolfe, john irving, michael salinger, romenu |
Facebook |
24-03-12
Harry Prenen, Top Naeff, Willem van Iependaal, Robert Hamerling, Fanny Lewald
De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook alle tags voor Harry Prenen op dit blog.
Uit: Het een en ander over Godfried Bomans
„Dat sloeg de deur dicht. De aanvoerder van het gezelschap hield nog genoeg adem over om mij naar de redenen van deze opinie te vragen. Ik moet bekennen: mijn antwoord geleek op het eerste gezicht wel wat op een Delphische orakelspreuk: ‘Daar heb ik zeven redenen voor. Zeven grote en honderd kleine.”
– “Wat? Zeven? En honderd?” – “Zijn zeven boeken: Pieter Bas, Erik, Wonderlijke nachten, Sprookjes, Kopstukken, Bill Clifford en Pa Pinkelman.”
– “En die honderd andere redenen?” – “Zijn artikelen in Elsevier, zijn recensies en feuilletons in de Volkskrant, zijn verspreide verhalen als ‘Het Doosje’ en ‘Hoebe’, zijn toneelstukjes in het fonds van de heer Anton Zweers, zoals het kleine éénactertje ‘Driekoningen’, zijn circulaires voor feesten en gelegenheden, zijn brieven aan mij persoonlijk (maar daar hebt ge verder uw neus niet in te steken) en zo al verder. Mij dunkt dat beloopt nog meer dan honderd. En nu ik toch bezig ben wil ik meteen maar zeggen dat het bij al uw veneratie( verering) voor Slau en Vestdijk en dergelijke (wat ik u niet betwisten wil, al kan ik het niet van harte delen) en bij al uw schampere waardering voor Bomans als louter amuseur (dit zienlijk deel is ’t minst van hem, zou vader Vondel zeggen) het toch geen kwaad kan eerst eens tot overeenstemming te komen wat eigenlijk goed proza is alvorens op pad te gaan om de beste prozaïst te zoeken.”

Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)
De Rijnlandse Academie door Peer Molengraft, 1952
V.l.n.r. Jan Mul en Wouter Paap, Godfried Bomans en Harry Prenen
19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: harry prenen, godfried bomans, top naeff, willem van iependaal, robert hamerling, fanny lewald, romenu |
Facebook |
02-03-12
Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger
De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.
Uit: De dood van de sprookjesverteller
“Er was eens een sprookjesverteller en die ging dood. Hij had zijn hele leven lang over kabouters verteld en nu wilde hij, voor zijn dood, nog een kabouter zien, een werkelijke kabouter. Hij zocht in de provisiekast, in de ontbijttrommel, onder het buffet, maar er was nergens een kabouter te vinden. Nu begon de sprookjesverteller te wenen: 'Ach, lieve God,' sprak hij, 'ze zijn op. Er is er geen eentje meer! Ik heb mijn hele leven vast geloofd dat er kabouters waren, maar nu zie je wat je er van denken moet. Hij heeft toch gelijk gehad, de kruidenier van hiernaast die mij altijd zo uitlachte. Nu heb ik niets meer van het leven te verwachten.'
En de sprookjesverteller kroop in bed, blies de kaars uit en wachtte op de dood.
Doch de dood kwam niet; hij was de verkeerde weg ingeslagen en liep nu te mopperen om het huis heen. 'Woont hier de sprookjesverteller?' riep hij door het raam. 'Ja, Dood!' antwoordde de sprookjesverteller van uit de bedstee, 'kom er maar in! Maak het kort! Alle aar digheid is er toch voor mij af. Pas op voor de drempel, daar zit een plank los.'
'Je bent een rare.' hernam de Dood, zich over het bed buigend, 'verlang je naar mij? De mensen zijn altijd bang als ik binnenkom. Vind je het prettig, dat ik er ben?'
Jawel,' antwoordde de sprookjesverteller glimlachend, 'ik vind het heel prettig, Dood, de kabouter wil niet komen en daarom ben ik blij dat jij komt. Of het een, of het ander.'
'Wat zit je nu toch te praten van een kabouter?' sprak de Dood verbaasd, 'je bent toch een echte sprookjes verteller, waarlijk. Onderzoek liever je geweten, denk eens aan je zonden en aan de eeuwigheid. Dat zijn nuttige gedachten. Ik zal zo lang wat in de tuin rondlopen. Je roept wel als je klaar bent.'

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)
19:34 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, multatuli, john irving, thom wolfe, michael salinger, romenu |
Facebook |
24-03-11
Harry Prenen, Top Naeff, Willem van Iependaal, Robert Hamerling, Fanny Lewald
De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009 en ook mijn blog van 24 maart 2010.
Uit: Het een en ander over Godfried Bomans
“Ze spraken over litteratuur, en achter mijn koffie gezeten sloeg ik het dispuut met een huivering van eerbied gade. Het waren studenten, poëten of essayisten, abonnées op ‘Podium’, vlijmscherpe critici die hun mes zo lang op de wetsteen van hun vernuft geslepen hadden, dat er nauwelijks iets mee te snijden viel. De scheppende talenten onder hen dronken zich dagelijks tot aan de nok toe vol met gedichten van Slauerhoff en essays van Vestdijk (..)
Het gesprek ging erover wie nu eigenlijk op het ogenblik onze beste prosateur mocht heten. Om mijn verlegenheid te verbergen en mijn pover zelfvertrouwen bij elkaar te schrapen, bestelde ik een taartje en keek wat naar buiten. En daar passeerde (..) mijn oude speelgenoot Bomans. Hij reed bedachtzaam op een motorfietsje en hield een karbiesje in de hand. Ik wenkte hem toe om naderbij te komen en aan de koffie met discussie deel te nemen. Doch hij had geen tijd en snelde verder om de trein te halen. Moest een lezing houden, vanavond. Blijkbaar deed hij weer ’n tocht naar de binnenlanden om hun de wereld te laten zien door het oog van een meikever.(..)
Toen ik mij weer omkeerde en mijn plaats zocht was de grootste prozaschrijver nog steeds niet gevonden. Vestdijk, die pas vijftig jaar was geworden, maakte echter een mooie kans. Tijdens het wikken en wegen begon er eentje:
- ‘Tja, als ik het zeggen moet, de beste prozaïst in Holland is ….’
- ‘Bomans!’ - Het was mijn stem die de twijfelende stilte brak. Ik had het gezegd voor ik het wist. De uitwerking was verrassend. Ze zetten alle twintig tegelijk hun glaasje neer en spalkten hun ogen open om te zien of ik in ernst sprak, - een van hen begon alvast te proesten -, maar toen de gloed der overtuiging mijn wangen kleurde barstte het ganse gezelschap in een bevrijdende schater los. Een springvloed van vrolijkheid stootte alle sluizen open, zoals zelfs de beste grap van Bomans zelf nooit te beurt was gevallen. Toen de vreugde wat bedaard was vroeg een ganse deputatie tegelijk: ‘Maar Vestdijk dan? En Slauerhoff, en du Perron en …..??’ ‘Bomans…. Nu ja, het moet dan maar: Bomans schrijft beter!’

Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)
Harry Prenen en Godfried Bomans
19:24 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: harry prenen, top naeff, willem van iependaal, robert hamerling, fanny lewald, godfried bomans, romenu |
Facebook |
02-03-11
Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger
De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 ook mijn blog van 2 maart 2008. en ook mijn blog van 5 december 2009 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009 en ook mijn blog van 2 maart 2010.
Uit: Het zondagskind (Sprookjes)
„Er leefden eens een vader en een moeder en die hadden zes kinderen. Elk kind was op een andere dag van de week geboren. Het oudste kind heette Maandag en het jongste Zaterdag. En de rest heette naar de dagen ertussenin.
Maar een zondagskind was er niet bij en dat wilden die vader en moeder nu juist zo graag hebben. Ze waren wel blij met de zes, die ze hadden, maar ze waren nog meer bedroefd om het ene kind, dat ze misten. Ze liepen verdrietig door het huis en keken telkens naar het lege stoeltje, dat ze hadden klaargezet. En elke dag als ze gingen eten, zetten ze de wieg aan tafel, want je wist het maar nooit.
Dit hoorde de oude grootmoeder. Het was maar een klein mensje, met een geplooid mutsje, een piepstem en een bult. Ook was haar rechterbeen wat korter, ofschoon zij zelf volhield dat alleen haar linkerbeen wat langer was.
Maar zij kon toveren. Vroeger toverde zij de hele dag, maar nu deed zij het alleen 's avonds na tafel en was dan erg moe. "Kalm aan, vrouwtje," had de dokter gezegd, "alleen de kleine kunstjes, dan redden we het wel." Maar ze kon het niet laten en deed de grote ook.
Gelukkig maar, want anders was het zondagskind nooit gekomen. Dat zullen wij nu zien.
Op zekere dag kwam de oude grootmoeder voor een weekje logeren. Dat gebeurde elk jaar en nu was het weer zover. Ze klauterde de trap op naar haar kamertje onder de dakpannen en ging meteen in een dik boek zitten lezen.
"Bemoei je maar niet met me," zei ze met haar piepstem, "ik heb mijn boterhammetjes bij me. En als de week om is, dan kom ik vanzelf naar beneden."
Ze sliep niet, ze dronk niet en ze toverde niet, maar las aan één stuk door, de hele week lang. Elke dag kwam een van de zes kinderen, dat op die dag geboren was, naar boven met een kopje thee, maar ze raakte de kopjes niet aan en zei: "Zet het maar neer bij de andere kopjes." En toen het zondag geworden was, stonden er zes kopjes op een rij en toen kwam ze naar beneden.“

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)
19:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, multatuli, thom wolfe, john irving, michael salinger, romenu |
Facebook |
24-03-10
Jacob van Lennep, Harry Prenen, Top Naeff, Robert Hamerling, Fanny Lewald
De Nederlandse schrijver Jacob van Lennep is geboren te Amsterdam op 24 maart 1802. Zie ook Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008 en ook mijn blog van 24 maart 2009.
Uit: Vertelling van een heer, die zijn koffer kwijt was
“Ofschoon mijn almanak Holland eigenlijk en voornamelijk bestemd is om Hollandsche toestanden, enz. te schilderen, zoo geloof ik niet, mij te groote afwijking van mijn programma schuldig te maken, wanneer ik de volgende bladzijden toewijde aan de beschrijving van den toestand van een Hollander: — en wel van eenen voor dien Hollander zeer onaangenamen toestand.
Ik voel mij daar te meer toe genoopt, omdat ik, toen het geval, dat het onderwerp mijns verhaals uitmaakt, plaats vond, innig medelijden gevoelde met gezegden Hollander: omdat ik dien persoon, omtrent wien het u, waarde lezer! vrijstaat volkomen onverschillig te zijn, van zooverre ik mij herinner, steeds groote genegenheid heb toegedragen; omdat ik hem, somtijds boven allen, doorgaans boven de meesten mijner natuurgenooten, liefheb, en hem, daarvan steeds blijken heb trachten te geven: al is het door mijne schuld, dat hij in den bedoelden, als in vele andere onaangename en pijnlijke toestanden, geraakt is: in ’t kort, omdat de Hollander niemand anders is dan .... uw onderdanige Dienaar.
Ik weet dat het van groote verwaandheid en eigendunk getuigt, dat het onbescheiden en onhoffelijk in mij is, u, waarde Lezer! over mijne eigene, en dat nog wel zeer onbeduidende avonturen te onderhouden; doch gij zult het mij voor deze reis vergeven: het is een vergrijp, waarvoor ik mij, hoeveel ik ook reeds geschreven heb, altijd heb gepoogd te wachten: en bovendien, de eenige zoetheid, die een ramp ons kan schenken, is gelegen in het recht van er over te klagen en er anderen mede te vervelen.
Gij moet dan weten, waarde lezer! dat ik op den 24sten Juli van dit jaar des morgens te zeven uren, Lane’s Private Hotel St.-Albans place St.-James’s te Londen verliet, om mij naar het station van den zuidwestelijken spoorweg te spoeden, en mij dan langs dezen naar de oude en alom bekende stad Salisbury te begeven.”

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.
Uit: Godfried Bomans, Werken V
“Het was de 19de april van het jaar 1929, des morgens om kwart voor elf. Het regende. De heer Prenen stond, op de kale boomloze vlakte die wij ‘de cour’ noemden, tegen de muur van het scheikundelokaal geleund, de uiterst dunne beentjes schuin naar voren in het grind geplant. De exposant was toen gekleed in een kaneelkleurig pakje (..) en las door zijn bril, waarvan het linkerglas gebarsten was, in een sterk beduimeld bundeltje met verzen van (Guido) Gezelle, een dichter die hij tot op heden is trouw gebleven.
Er ontstond een gesprek, waarvan ik mij de inhoud niet meer herinner. Wèl weet ik dat wij vanaf dat ogenblik bij elkaar gebleven zijn, in een hechte vriendschap lief en leed met elkander delend.
Er was veel overeenkomst. Met name deelden wij dezelfde genegenheid voor dingen die buiten het lesrooster vielen”(..). We namen “al spoedig onze toevlucht tot een uitgebreide correspondentie, die op het ogenblik de duizend brieven verre te boven gaat, en voorts tot samenkomsten in bescheiden Haarlemse tapperijen, als daar waren: ‘Het Vissertje’, De Zwarte Hond’ en ‘Schippersvreugde’.

Godfried Bomans en Harry Prenen
De Nederlandse schrijfster Top Naeff (eig. Anthonetta van Rhijn-Naeff) werd geboren op 24 maart 1878 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.
Uit: De Luitenant
„Ja, 't was waar, Jeanne werd ongenietbaar. Ze stelde in niets meer belang, zat den heelen dag in gepeins verzonken en had tegenover haar vriendinnen een soort van meerderheid in haar manieren en toon aangenomen, alsof ze (volgens Jet) de koperen bruiloft al achter den rug had. Ook haar werk leed er onder, zij kende de lessen maar half, doordat haar hoofd met andere, meer poëtische dingen vervuld was, en haar nette schriften waren langzamerhand aan alle kanten met reusachtige ‘H.'s’ (van Gelder heette Herman) beknoeid. In haar teekenboek, kwamen op de laatste bladzijde een paar dozijn mislukte officierspetten voor, afgewisseld door enkele snorren met fijn uitloopende, opgedraaide punten, en 't woord ‘Gelderland’ alleen was al voldoende, om Jeanne tot achter haar ooren te doen blozen en de anderen met een ‘ghum! ghum!’ veelbeteekenend te doen omzien. Het portretje was nu in haar horloge verhuisd, (een veel waardiger plaats voor zoo iets dan een lucifers-doosje). Het horloge werd om de vijf minuten geopend en weer gesloten, hetgeen de aandacht voor de les niet direct bevorderde en een ‘opletten Jeanne!’ klonk, geheel in strijd met de gewoonte, meermalen door de klasse.
Het was natuurkundeles, het eenige vak, waarin door een heer gedoceerd werd.
Een groote, knappe man, met enorme behaarde handen, gaf er les in en boezemde door zijn uiterlijk reeds eenigszins ontzag in.
Ook ditmaal liet het uurtje zich kalm aanzien, en waren alle leerlingen met de beste voornemens bezield. Dat zelfs de beste voornemens wel eens falen, zou helaas alweer blijken! En niet alle menschen zijn misschien voor het ongeluk geboren, maar Jet van Marle dan toch wel!
Zij zat stil, luisterend, met haar hand op haar knie en speelde, geheel in gedachten, met den gesp van haar kouseband, dien ze voelde door haar rokken heen.“

De Oostenrijkse dichter en dichter Robert Hamerling werd geboren op 24 maart 1830 in Kilchberg am Walde. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.
Wunder
Deute mir den süßen Zauber,
Der die Frauenlippe würzt:
Daß uns ihre Glutberührung
In ein Meer von Wonne stürzt?
Solchem Wunder nachzuspüren
Ist so fromm, als wie des Seins
Ew'gem Grunde nachzugrübeln:
Alle Wunder sind nur eins.
Heilig ist dies Weltenwunder,
Wo ihr's packt, an jedem Ort,
Und die großen Rätsel alle
Löst ein einzig Zauberwort.

De Duitse schrijfster Fanny Lewald werd op 24 maart 1811 in het toenmalige Königsberg geboren. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.
Uit: Clementine
„Beide Damen gingen fast erzürnt von einander; die kleine, rosige Professorin in die Arbeitsstube ihres Mannes, um ihm das vermuthliche Mislingen ihres Planes mitzutheilen; die ernste, schlanke Clementine auf ihr Zimmer, um den Sturm, den diese Unterhaltung in ihr erregt hatte, ruhig austoben zu lassen.
Clementine und Marie Frei waren die Töchter eines hochgestellten preußischen Beamten. Sie hatten früh ihre Mutter verloren und eine Tante, Frau von Alven, eine kluge, feinfühlende Frau, die Witwe, und deren einziges Kind früh gestorben war, hatte die Erziehung der beiden Mädchen im Frei’schen Hause übernommen. Nichts konnte aber verschiedener sein, als der Charakter dieser beiden Schwestern: Clementine, heftig, geistreich und zu tiefem Fühlen geneigt, wurde schnell von plötzlichen Eindrücken gefesselt, die sich dauernd ihrer Seele einprägten; was sie einmal ergriffen hatte, was ihr lieb geworden war, das konnte keine Macht ihr entreißen, das hielt sie fest für’s Leben. Aus diesem Gefühl entsprangen die treue Anhänglichkeit für Frau von Alven, die innige Liebe für ihren Vater und die fast mütterliche Zärtlichkeit für die um sechs Jahre jüngere Marie; aber zugleich auch eine leidenschaftliche, unwandelbare Liebe für Robert Thalberg, einen jungen Mann, mit dem sie in ihrer ersten Jugend in allen befreundeten Familien zusammengetroffen war.

19:51 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, jacob van lennep, top naeff, robert hamerling, fanny lewald, harry prenen |
Facebook |
02-03-10
Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger
De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 ook mijn blog van 2 maart 2008. en ook mijn blog van 5 december 2009 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.
Uit: Spookjes (De bramenplukker)
“En zij trokken een donker woud door, zwommen twee rivieren over, sprongen over sloten en heggen, en waren bij de bramenplukker. "Bramenplukker!" riep de reiziger, "hier zijn we!" "Wat aardig!" riep de bramenplukker, "u laat er geen gras over groeien, dat moet ik zeggen. Hemeltje lief, wat hebt u daar een mensen bij u! Het zijn er wel een paar duizend! Wat gaat u daarmee beginnen?" "Wij komen de parels halen," sprak de burgemeester, naar voren tredend, "en wij gaan in het paleis wonen waar de zoldering van beweegbaar mozaïek is en de zuilen van groen smaragd. Wij komen luisteren naar de muziek en de spiegels moeten we ook hebben." "Wel, dat is heerlijk!" riep de bramenplukker, hem omhelzend, "ik ben zo blij dat jullie het ook waarderen! Dat jullie inziet hoe mooi dat alles is! Welkom, welkom! Ontbijtkoek heb ik niet zoveel, maar wel goed brood en fris water."
"Wij moeten geen ontbijtkoek," sprak de burgemeester langzaam, "wij moeten parels." "Die krijgen jullie!" riep de bramenplukker, "zoveel als je dragen kunt. Wacht tot morgen!" "Kan het niet vanavond?" vroeg de burgemeester bezorgd, "tijd is geld!" "Nee," hernam de bramenplukker hoofdschuddend, "nu is het donker. En in het donker ziet men de parels niet. Maar morgenochtend vroeg zult u eens wat zien! Gaan jullie nu wat slapen, we hebben alle tijd." "Goed," sprak de burgemeester, "slapen, mannen! We hebben alle tijd!"
De volgende morgen lagen de velden glinsterend en flikkerend onder de rode hemel; aan elke grashalm, ook de kleinste, hingen prachtige, zilveren diamanten, en toen de zon opging, veranderden deze in topazen, smaragden en blauwe saffieren, stralend van licht, flonkerend van zuiverheid, schitterender dan aardse juwelen. En daartussen stonden de mensen en spraken over de parels die nu weldra gevonden zouden worden, hele grasvelden vol. Werd nu de bramenplukker maar wakker; zij hielden de ogen strak gevestigd op de kleine deur.
Eindelijk ging zij open; de bramenplukker trad naar buiten en schouwde zwijgend over de velden; zijn ogen stonden vol tranen. "Jullie treffen het wel," sprak hij zachtjes. "Wat zegt ie?" mompelde de burgemeester. "Ik zeg: jullie treffen het wel," hernam de bramenplukker glimlachend, "zoveel parels liggen er anders nooit." "Ik zie geen parels," sprak de burgemeester. "Zien jullie geen parels?" vroeg de bramenplukker verbaasd. "Wij zien niets," riepen de mensen, "wij zien helemaal niets."

Sculptuur van Wim Jonker in de Janstraat te Haarlem
De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008. en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.
Uit: Ideën I
“Wees door de Natuur bedeeld met zucht naar kennis... maak van 't streven naar waarheid uw hoofddoel, uw eenig doel... offer alles op aan dat streven... verwaarloos alle belangen om dat ééne belang... betaal de geringe kans op slagen met uw rust, met uwe gezondheid, met uw welvaart, met alles wat een mensch offeren kàn... verlaat vrouw en kind, zeggende: Vrouwe, wat heb ik met u te doen? Kind, wat heb ik met u te doen? Ik zoek de waarheid... ziedaar myne vrouw, ziedaar het kind van m'n hart.
Trek naar de woestyn... sla u een kemelhuid om de lenden... omgord u met lederen riem... voed u met sprinkhanen en wilde honig.
Denk, peins, overweeg... twyfel... overweeg nogmaals, en weder, en nogeens... altyd door, altyd op-nieuw.
Rek uw begrip tot de uiterste grens der mogelykheid van kennen, kunnen, weten, en begrypen.
Schroef uw denkvermogen op tot de hoogste mate van bevatting.
Span uwe gedachten voor de logge vracht van alle onopgeloste vraagstukken... zweep ze voort met de kracht van uwen wil, tot raders en zeelen kraken...
Hebt ge dit alles gedaan?
Als ge dit zult gedaan hebben tot uwe ziel vermoeid is, tot uw vleesch zich afscheidt van 't gebeente...
Als ge dan eindelyk meent iets te hebben geleerd, iets te weten, iets te begrypen...
Keer dan terug uit de woestyn. Volg de inspraak van uw hart dat aandryft tot meedeeling, en zeg:
- Broeders, ik geloof deze zaak is alzoo.
- Dan zal er afscheiding zyn tusschen wie u hooren.
Een gedeelte zal roepen:
- Deze mensch is slecht.
Dit zeggen zy die nadachten over de onderwerpen welke u bezighielden, maar die niet nadachten als gy in de woestyn. Zy noemen u slecht, wyl ze vreezen dat het volk offer zal schatten boven gebrek aan offer, en inspanning nemen tot maatstaf om 't slagen te meten.
Antwoord denzulken door te wyzen op uw versleten kleed van kemelvel.
En een ander gedeelte zal bestaan uit hen die nooit hoorden van de dingen die ge overdacht, uit lieden die zich bezighielden met niets, al den tyd dien gy sleet in zoo zwaren arbeid.
En weder zullen dezen zich verdeelen.
Het eerste deel zal zeggen:
- M'nheer, net m'n idee.”

De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.
Uit: The Painted Word
“All these years, along with countless kindred souls, I am certain, I had made my way into the galleries of Upper Madison and Lower Soho and the Art Gildo Midway of Fifty-seventh Street, and into the museums, into the Modern, the Whitney, and the Guggenheim, the Bastard Bauhaus, the New Brutalist, and the Fountainhead Baroque, into the lowliest storefront churches and grandest Robber Baronial temples of Modernism. All these years I, like so many others, had stood in front of a thousand, two thousand, God-knows-how-many thousand Pollocks, de Koonings, Newmans, Nolands, Rothkos, Rauschenbergs, Judds, Johnses, Olitskis, Louises, Stills, Franz Klines, Frankenthalers, Kellys, and Frank Stellas, now squinting, now popping the eye sockets open, now drawing back, now moving closer--waiting, waiting, forever waiting for . . . it . . . for it to come into focus, namely, the visual reward (for so much effort) which must be there, which everyone (tout le monde) knew to be there--waiting for something to radiate directly from the paintings on these invariably pure white walls, in this room, in this moment, into my own optic chiasma. All these years, in short, I had assumed that in art, if nowhere else, seeing is believing. Well--how very shortsighted! Now, at last, on April 28, 1974, I could see. I had gotten it backward all along. Not "seeing is believing," you ninny, but "believing is seeing," for Modern Art has become completely literary: the paintings and other works exist only to illustrate the text.
Like most sudden revelations, this one left me dizzy. How could such a thing be? How could Modern Art be literary? As every art-history student is told, the Modern movement began about 1900 with a complete rejection of the literary nature of academic art, meaning the sort of realistic art which originated in the Renaissance and which the various national academies still held up as the last word.

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008. en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.
Uit: Last Night in Twisted River
„The young canadian, who could not have been more than fifteen, had hesitated too long. For a frozen moment, his feet had stopped moving on the floating logs in the basin above the river bend; he'd slipped entirely underwater before anyone could grab his outstretched hand. One of the loggers had reached for the youth's long hair — the older man's fingers groped around in the frigid water, which was thick, almost soupy, with sloughed-off slabs of bark. Then two logs collided hard on the would-be rescuer's arm, breaking his wrist. The carpet of moving logs had completely closed over the young Canadian, who never surfaced; not even a hand or one of his boots broke out of the brown water.
Out on a logjam, once the key log was pried loose, the river drivers had to move quickly and continually; if they paused for even a second or two, they would be pitched into the torrent. In a river drive, death among moving logs could occur from a crushing injury, before you had a chance to drown — but drowning was more common.
From the riverbank, where the cook and his twelve-year-old son could hear the cursing of the logger whose wrist had been broken, it was immediately apparent that someone was in more serious trouble than the would-be rescuer, who'd freed his injured arm and had managed to regain his footing on the flowing logs. His fellow river drivers ignored him; they moved with small, rapid steps toward shore, calling out the lost boy's name. The loggers ceaselessly prodded with their pike poles, directing the floating logs ahead of them. The rivermen were, for the most part, picking the safest way ashore, but to the cook's hopeful son it seemed that they might have been trying to create a gap of sufficient width for the young Canadian to emerge. In truth, there were now only intermittent gaps between the logs. The boy who'd told them his name was "Angel Pope, from Toronto," was that quickly gone.
"Is it Angel?" the twelve-year-old asked his father. This boy, with his dark-brown eyes and intensely serious expression, could have been mistaken for Angel's younger brother, but there was no mistaking the family resemblance that the twelve-year-old bore to his ever-watchful father. The cook had an aura of controlled apprehension about him, as if he routinely anticipated the most unforeseen disasters, and there was something about his son's seriousness that reflected this; in fact, the boy looked so much like his father that several of the woodsmen had expressed their surprise that the son didn't also walk with his dad's pronounced limp.“

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook mijn blog van 2 maart 2009.
Stingray (Fragment)
The young man believed
he had hooked an angel
shark
line ripping from his bait casting real
drag click whizzing away
a New Year's Eve noisemaker
attached to an electric drill
the rest of the anglers
at his end of the pier
grabbing their gear
clearing way
to watch this fight
big fish
big fish
big fish on
passes
tide steady
down 600 foot fishing pier
as tackle lay abandoned
on wheather cured panks
so that the owners
could catch this show
50 pound test line
stretching tight
gutteral cvat howling
like an out of tune violin
while the young man
repels down a mountainside
back leaning with all his weight
gaining three feet
giving up
two
towed from one rough hewn railing
to the other
for three tortuous quarters of an hour
before we even see
the fish

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e maart ook mijn vorige blog van vandaag.
20:02 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, john irving, multatuli, thom wolfe, romenu, michael salinger |
Facebook |
06-01-10
De drie wijzen (Godfried Bomans)
Bij het feest van Driekoningen

Uit: De drie wijzen
„Nu waren er die dag juist drie wijzen in de stad gekomen. De rijke man liet hen ieder een zak dadels brengen. De wijzen deelden de dadels aan de armen uit, maar behielden de zakken, want die konden hun nog van pas komen.
'Ik wil helemaal gelukkig zijn', zei de rijke man.
De wijzen knikten, want dit was hun bekend.
'Wie van jullie is de wijste?' vroeg de rijke man.
'Het wijst is hij, die het minst meent te weten.'
'Wie van jullie weet dan het minst?'
De drie wijzen traden tegelijk naar voren.
'Zo komen we niet verder', sprak de rijke man, 'laat de twee anderen wachten in de kamer hiernaast, de derde blijft.'
De twee bogen en gingen heen. De rijke man sprak nu tot de wijze, die overbleef:
'Hoe kan ik het geluk vinden?'
'Door er niet naar te zoeken', antwoordde de wijze.
De man dacht hierover na, maar begrijpen deed hij het niet.
'Wat is dan het geluk?' vroeg hij.
'Het geluk', antwoordde de wijze, 'is een toegift op iets anders.'
'Kan ik het herkennen?'
'Wij herkennen het, als het voorbij is.'
'Hier heb ik helemaal niets aan', antwoordde de rijke man, 'ga heen en roep de tweede.'
De eerste wijze boog en de tweede trad binnen.
'Hoe kan ik gelukkig worden?' vroeg de rijke man.
'Door niets te verwachten', antwoordde de wijze.
'Zijt gij gelukkig?'
'Als ik dat wist, zou ik het niet meer zijn.'
'Waar is het geluk?'
'Het geluk is daar, waar men niet is.'
'Zeer diepzinnig', sprak de rijke man, 'maar ik ben niets verder gekomen. Ga heen en roep de derde.'
De tweede wijze boog en de derde trad binnen.
'Wie vindt het geluk?' vroeg de rijke man.
'Die het niet nodig heeft', antwoordde de wijze.
'Wat ben ik, als al mijn wensen vervuld zijn?'
'Een man zonder verlangens.'
'Is dat het geluk?'
'Nee. Het is de verzadiging.'
'Buitengewoon', sprak de rijke man, 'en ga nu heen.'
En ook de derde wijze boog en ging.
De rijke man dacht over alles wat hij gehoord had nog enkele ogenblikken na, want hij had ervoor betaald en de dadels waren dat jaar schaars. Toen ging hij naar buiten om in de frisse lucht te zijn.“
Godfried Bomans

Houtskooltekening van Aleid Slingerland
14:09 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, romenu, driekoningen, jan steen |
Facebook |
05-12-09
Godfried Bomans, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Afanasy Fet, Alois Brandstetter, Joan Didion, Hanif Kureishi, Calvin Trillin, Eugenie Marlitt, Josh Malihabadi, Hans Helmut Kirst
Uit: De Kleine Catechismus van St. Nicolaas
Vraag: bestaan er meerdere Sinterklazen?
Antwoord: Er bestaat slechts één Sinterklaas, doch in meerdere personen.
Vraag: Wat moeten wij denken van de meening dat er geen Sinterklaas zou bestaan?
Antwoord: De meening dat er geen Sinterklaas zou bestaan, is een afschuwelijke ketterij, die wij met kracht moeten bestrijden.
Vraag: Hoe is het mogelijk dat Sinterklaas met paard en al door den schoorsteen komt?
Antwoord: Dat Sinterklaas met paard en al door den schoorsteen komt, is een mysterie, dat wij kinderlijk moeten aanvaarden.
Vraag: Zal ons dit mysterie ooit worden uitgelegd?
Antwoord: Dit mysterie zal ons in het hiernamaals door Sinterklaas zelf worden uitgelegd.
Vraag: Waarom rijdt Sinterklaas over de daken?
Antwoord: Sinterklaas rijdt over de daken om vijf redenen:
1e omdat het een wonder is;
2e omdat daar het minste kwaad gebeurt;
3e omdat daar de meeste schoorstenen staan;
4e uit de macht der gewoonte;
5e omdat Hij boven hoogtevrees staat.

Vraag: Hoe is het te verklaren dat Sinterklaas meer aan rijke dan aan arme kindertjes geeft?
Antwoord: Dat Sinterklaas meer aan rijke dan aan arme kinderen geeft, is wederom een mysterie.
Vraag: Zal ook dit mysterie ons in het hiernamaals verklaard worden?
Antwoord: Neen. Dit mysterie zal ons, naarmate wij ouder worden, reeds op aarde duidelijk worden.
Vraag: Heeft Sinterklaas ook vijanden?
Antwoord: Sinterklaas heeft drie vijanden, te weten: de Paaschhaas, het Kerstmannetje en zij, die weigeren Hem als ernst te beschouwen. Van de eerste twee zegt Hij dat Hij niet gelooft dat ze bestaan, en van de derde dat het niet bestaat dat ze niet gelooven.

De Engelse dichteres en schrijfster Christina Georgina Rossetti werd geboren in Londen op 5 december 1830. Zie ook mijn blog van 5 december 2006. En zie ook mijn blog van 5 december 2007 en ook mijn blog van 5 december 2008.
A Birthday
My heart is like a singing bird
Whose nest is in a water'd shoot;
My heart is like an apple-tree
Whose boughs are bent with thick-set fruit;
My heart is like a rainbow shell
That paddles in a halcyon sea;
My heart is gladder than all these,
Because my love is come to me.
Raise me a daïs of silk and down;
Hang it with vair and purple dyes;
Carve it in doves and pomegranates,
And peacocks with a hundred eyes;
Work it in gold and silver grapes,
In leaves and silver fleurs-de-lys;
Because the birthday of my life
Is come, my love is come to me.
At Home
When I was dead, my spirit turned
To seek the much-frequented house:
I passed the door, and saw my friends
Feasting beneath green orange boughs;
From hand to hand they pushed the wine,
They sucked the pulp of plum and peach;
They sang, they jested, and they laughed,
For each was loved of each.
I listened to their honest chat:
Said one: 'To-morrow we shall be
Plod plod along the featureless sands
And coasting miles and miles of sea.'
Said one: 'Before the turn of tide
We will achieve the eyrie-seat.'
Said one: 'To-morrow shall be like
To-day, but much more sweet.'
'To-morrow,' said they, strong with hope,
And dwelt upon the pleasant way:
'To-morrow,' cried they one and all,
While no one spoke of yesterday.
Their life stood full at blessed noon;
I, only I, had passed away:
'To-morrow and to-day,' they cried;
I was of yesterday.
I shivered comfortless, but cast
No chill across the tablecloth;
I all-forgotten shivered, sad
To stay and yet to part how loth:
I passed from the familiar room,
I who from love had passed away,
Like the remembrance of a guest
That tarrieth but a day.

Geschilderd door haar broer Dante Gabriel Rossetti
De Russische dichter Fjodor Tjoettsjev werd geboren op 5 december 1803 in Ovstug in het gouvernement Orjol. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008.
Say Not He Loves Me
Say not he loves me as before, as truly, dearly
As once he did... Oh no! My life
He would destroy, he does destroy - though see I clearly
The trembling of the hand that holds the knife.
Resentment, anger, tears, a pain now fierce, now muffled -
I'm wounded, stung, and yet I love... He is
All of my life, but I... I do not live - I suffer...
How bitter is existence such as this!
As to a mortal foe, in dozes scant and meagre
The air I breathe he measures out.. Each breath
I take is painful, yet... I breathe, for fresh air eager...
But life ... life slowly ebbs... I cannot ward off death.

Portret door Andrej Alexandrovsky
De Russische dichter Afanasy Afanasievich Fet werd geboren op 5 december 1820 nabij Mzensk. Zie ook mijn blog van 5 december 2008.
When You Were Reading Those Tormented Lines
When you were reading those tormented lines
In which the heart's resonant flame sends out glowing streams
And passion's fatal torrents rear up,-
Didn't you recall a single thing?
I can't believe it! That night on the steppe
When, in the midnight mist a premature dawn,
Transparent, lovely as a miracle,
Broke in the distance before you
And your unwilling eye was to this beauty drawn
To that majestic glow beyond the realm of darkness,-
How could it be that nothing whispered to you then:
A man has perished in that fire!

Portret door Ilya Repin
De Oostenrijkse schrijver en taalkundige Alois Brandstetter werd op 5 december 1938 in Aichmühl bei Pichl, Oberösterreich geboren. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008.
Uit: Hier kocht der Wirt
»Wegen einem hängt der Wirt den Reif nicht auf. «
Das ist ein altes Sprichwort, das ich gern benutze. Es stammt aus dem Altertum, als es noch keine
festen Öffnungszeiten gegeben hat. Damals hat sich ein Wirt also wirklich nach der Nachfrage gerichtet, und das Geschäft ist frei vor sich gegangen. Heute muß jeder Wirt und jeder Geschäftsmann sein Angebot nach der Nachfrage der Behörde ausrichten, der Wirt und die Gäste können dann zusammenkommen, wenn es der Politik paßt und wenn der Wirtschaftsminister
den Reif aufhängt. Jetzt kann's sein, daß der Wirt den Reif wegen einem aufhängen muß und
wegen oder trotz zwanzig den Reif nicht aufhängen darf!
Bei mir in Gerlamoos in Oberkärnten schaut die Geschichte natürlich ein bisserl anders aus. Wo kein
Kläger ist, da ist kein Richter, heißt ein anderes altes Sprichwort, und Wien ist weit! Was also mich, Peter Glantschnig, Wirt zu Gerlamoos, betrifft, so halte ich mich im eigenen Interesse an die Sperrstunde. Von einer Vorschrift, den ganzen Tag und die halbe Nacht offenhalten zu müssen, weiß ich aber nichts. Und wenn eine Reisegruppe ankommt und die Georgskirche besichtigen will und eine Führung braucht, dann mache ich mein Wirtshaus dicht und hänge dieses Schild da, mit der Aufschrift BIN IN DER KIRCHE, an die Wirtshaustür.
Es wird deswegen schon nicht gleich einer verdursten oder verhungern. Und die paar Gäste, die ich heute noch habe, kennen meinen Hausbrauch auch schon, die setzen sich geduldig auf eine Bank im Gastgarten und warten halt ein bisserl, wenn ich nicht grad eine Aushilf hab.
Am Anfang, wie ich den Schlüssel zur Georgskirche mit den Fresken des Thomas von Villach, den ich aber meistens Thomas oder Meister von Gerlamoos nenne, wie es auch in den älteren Büchern steht, übernommen hab, damals vor ungefähr zwanzig Jahren, da hab ich alles ehrenamtlich gemacht. Ich verlange natürlich auch heute für den Schlüssel nichts, aber nachdem ich auch Erklärungen und Führungen anbiete, wehre ich mich jetzt gegen freiwillige Spenden und kleinere Zuwendungen,
die man mir in die Tasche steckt oder in die Hand gibt, keineswegs. Einen Hut habe ich keinen.
Schließlich entstehen mir durch den »Kirchendienst« im Wirtshaus Ausfälle und Unkosten. Heute verdiene ich freilich am Thomas von Villach oft schon mehr als mit dem Villacher Bier. Einmal hat ein Gast aus dem Ort ein bisserl letzmäulig gemeint, ich betreib inzwischen zwei Geschäfte, die Georgskirche und das Wirtshaus, und zwar in dieser Reihenfolge.“

De Amerikaanse schrijfster Joan Didion werd geboren in Sacramento Valley op 5 december 1934. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008.
Uit: The Year of Magical Thinking
“Life changes fast.
Life changes in the instant.
You sit down to dinner and life as you know it ends.
The question of self-pity.
Those were the first words I wrote after it happened. The computer dating on the Microsoft Word file ("Notes on change.doc") reads "May 20, 2004, 11:11 p.m.," but that would have been a case of my opening the file and reflexively pressing save when I closed it. I had made no changes to that file in May. I had made no changes to that file since I wrote the words, in January 2004, a day or two or three after the fact.
For a long time I wrote nothing else.
Life changes in the instant.
The ordinary instant.
At some point, in the interest of remembering what seemed most striking about what had happened, I considered adding those words, "the ordinary instant." I saw immediately that there would be no need to add the word "ordinary," because there would be no forgetting it: the word never left my mind. It was in fact the ordinary nature of everything preceding the event that prevented me from truly believing it had happened, absorbing it, incorporating it, getting past it. I recognize now that there was nothing unusual in this: confronted with sudden disaster we all focus on how unremarkable the circumstances were in which the unthinkable occurred, the clear blue sky from which the plane fell, the routine errand that ended on the shoulder with the car in flames, the swings where the children were playing as usual when the rattlesnake struck from the ivy. "He was on his way home from work—happy, successful, healthy—and then, gone," I read in the account of a psychiatric nurse whose husband was killed in a highway accident. In 1966 I happened to interview many people who had been living in Honolulu on the morning of December 7, 1941; without exception, these people began their accounts of Pearl Harbor by telling me what an "ordinary Sunday morning" it had been. "It was just an ordinary beautiful September day," people still say when asked to describe the morning in New York when American Airlines 11 and United Airlines 175 got flown into the World Trade towers. Even the report of the 9/11 Commission opened on this insistently premonitory and yet still dumbstruck narrative note: "Tuesday, September 11, 2001, dawned temperate and nearly cloudless in the eastern United States."

De Britse schrijver en regisseur Hanif Kureishi werd geboren op 5 december 1954 in Bromley, Kent. Zie ook mijn blog van 5 december 2008.
Uit: Gabriel's Gift
“"School — how was, today?"
"Learning makes me feel ignorant," said Gabriel. "Has Dad rung?"
As well as the fact he didn't know where his father was, something strange was happening to the weather in Gabriel's neighborhood. That morning, when he left for school with Hannah, there was a light spring shower, and it was autumn.
By the time they had reached the school gates, a layer of snow sat on their hats. At lunchtime in the playground, the hot floodlight of the sun — suddenly illuminated like a lamp — had been so bright the kids played in shirtsleeves.
In the late afternoon, when he and Hannah were hurrying home along the edge of the park, Gabriel became certain that the leaves in the park were being plucked from the ground and fluttered back to the trees from which they had fallen, before turning green again.
From the corner of his eye, Gabriel noticed something even odder.
A row of daffodils were lifting their heads and dropping them like bowing ballerinas at the end of a performance. When one of them winked, Gabriel looked around before gripping Hannah's hairy hand, something he had always been reluctant to do, particularly if a friend might see him. But today was different: the world was losing its mind.
"Has he been in touch?" Gabriel asked.
Hannah was the foreign au pair.
"Who?" she said.
"My father."
"Certainly no. Gone away! Gone!"
Gabriel's father had left home, at Mum's instigation, three months ago. Unusually, it had been several days since he had phoned, and at least two weeks since Gabriel had seen him.
Gabriel determined that as soon as they got back he would make a drawing of thewinking daffodil, to remind him to tell his father about it. Dad loved to sing, or recite poetry. "Fair daffodils, we weep to see / You haste away so soon..." he would chant as they walked.
For Dad the shops, pavements and people were alive like nature, though with more human interest, and as ever-changing as trees, water or the sky.
In contrast, Hannah looked straight ahead, as if she were walking in a cupboard. She understood little English and when Gabriel spoke to her she grimaced and frowned like someone trying to swallow an ashtray. Perhaps they were both amazed that a kid spoke better English than she did.”

De Amerikaanse schrijver, journalist en columnist Calvin (Bud) Marshall Trillin werd geboren op 5 december 1935 in Kansas City, Missouri. Zie ook mijn blog van 5 december 2008.
Uit: Feeding a Yen
“Not long after the turn of the millennium, I had an extended father-daughter conversation with my older daughter, Abigail, on the way back from a dim sum lunch in Chinatown. Abigail, who was living in San Francisco, had come to New York to present a paper at a conference. As a group of us trooped back toward our house in Greenwich Village, where she'd grown up, Abigail and I happened to be walking together. "Let's get this straight, Abigail," I said, after we'd finished off some topic and had gone along in silence for a few yards. "If I can find those gnarly little dark pumpernickel bagels that we used to get at Tanenbaum's, you'll move back to New York. Right?"
"Absolutely," Abigail said.
There's a great comfort in realizing that a child you've helped rear has grown up with her priorities straight. When I phoned Abigail from the Oakland airport once to ask if she knew of an alternative route to her house in San Francisco--I'd learned of a huge traffic jam on the normal route, toward the Bay Bridge--she said, "Sure. Go south on 880, take 92 west across the bridge to 101, and we'll meet you at Fook Yuen for lunch." Fook Yuen is a dim sum restaurant in Millbrae, about five minutes from the San Francisco airport, and its way with a dumpling has persuaded us that flights in and out of San Francisco are best scheduled in the middle of the day. I report this response to a traffic jam as a way of demonstrating not simply that Abigail always has a fallback career as a taxi dispatcher awaiting her but also that she has the sort of culinary standards that could induce her to switch coasts if the right bagel came along.“

De Duitse schrijfster Eugenie Marlitt werd geboren op 5 december 1825 in Arnstadt. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008.
Uit: Reichsgräfin Gisela
“Seit dem Tode des Hüttenmeisters waren elf Jahre verflossen... Wäre – wie ein frommer Wahn annimmt – der abgeschiedene, unsterbliche Menschengeist wirklich verurteilt, in ewig beschaulicher Untätigkeit auf die alte irdische Heimat herabzusehen, dann hätte der Verstorbene, dessen Herz so warm und so treu für seine bedürftigen Landsleute geschlagen hatte, die tiefste Genugtuung empfinden müssen beim Anblick des Neuenfelder Tales.
Das weiße Schloß freilich lag noch so unberührt von Zeit und Wetter auf dem grünen Talgrunde, als sei es während der langen elf Jahre von einer konservierenden Glasglocke überwölbt gewesen... Da sprangen die Fontänen unveränderlich bis zu dem wie in den Lüften festgezauberten Gipfelpunkt, und ihr niederfallender Sprühregen ließ die Lichter des Himmels als Gold- und Silberfunken auf der beweglichen Wasserfläche des Bassins noch immer unermüdlich tanzen. Die Boskette, die Lindenalleen, das grüne Gefieder der Rasenplätze verharrte pflichtschuldigst in den Linien, die ihnen die künstlerische Hand des Gärtners vorgeschrieben. Auf den Balkonen leuchtete das unverblichene Federkleid der Papageien – sie schrien und plapperten die alten eingelernten Phrasen –, und im Schlosse flüsterten und huschten die Menschengestalten mit gebogenem Rücken und scheu devotem Fußtritt genau wie vor elf Jahren. Und sie waren wie hineingegossen in ihre Kniehosen und Strümpfe, und auf den blankgeputzten Rockknöpfen prangte das adlige Wappen, das den freigeborenen Menschen zum »Gut« stempelte.
Um alle diese wohlkonservierten Herrlichkeiten aber legte sich das ungeheure Viereck der Schloßgartenmauer, leuchtend weiß, sonder Tadel – es war ein streng behütetes Fleckchen Erde, konservativ, unverrückbar stillstehend in den einmal gegebenen Formen, wie die Adelsprinzipien selbst.“

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 5 december 2008.
De Duitse schrijver Hans Helmut Kirst werd geboren op 5 december 1914 te Osterode (voorm. Ost Preussen, nu Polen).
18:18 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, christina rossetti, fjodor tjoettsjev, eugenie marlitt, alois brandstetter, joan didion, romenu, afanasy fet, hanif kureishi, calvin trillin, josh malihabadi, hans helmut kirst |
Facebook |
02-07-09
Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock, Alekos Panagoulis, C. C. Bergius, Johannes Immerzeel, Arend Fokke Simonsz, Ota Pavel
De Zwitserse (Duitstalige) schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook mijn blog van 2 juli 2006 en ook mijn blog van 2 juli 2007.en ook mijn blog van 2 juli 2008.
Uit: Siddhartha
“Einen Stein kann ich lieben, und auch einen Baum oder ein Stück Rinde. Das sind Dinge, und Dinge kann man lieben. Worte aber kann ich nicht lieben. Darum sind Lehren nichts für mich, sie haben keine Härte, keine Weiche, keine Farben, kein Kanten, keinen Geruch, keinen Geschmack, sie haben nichts als Worte. Vielleicht ist es dies, was dich hindert, den Frieden zu finden, vielleicht sind es die vielen Worte. Denn auch Erlösung und Tugend, auch Sansara und Nirwana sind bloße Worte. Es gibt kein Ding, das Nirwana wäre; es gibt nur das Wort Nirwana.”
(…)
“Siddhartha lauschte. Er war nun ganz Lauscher, ganz ins Zuhören vertieft, ganz leer, ganz einsaugend, er fühlte, dass er nun das Lauschen zu Ende gelernt habe. Oft schon hatte er all dies gehört, diese vielen Stimmen im Fluß, heute klang es neu. Schon konnte er die vielen Stimmen nicht mehr unterscheiden, nicht frohe von weinenden, nicht kindliche von männlichen, sie gehörten alle zusammen, Klage der Sehnsucht und Lachen des Wissenden, Schrei des Zorns und Stöhnen der Sterbenden, alles war eins, alles war ineinander verwoben und verknüpft, tausendfach verschlungen. Und alles zusammen, alle Stimmen, alle Ziele, alles Sehnen, alle Leiden, alle Lust, alles Gute und Böse, alles zusammen war die Welt. Alles zusammen war der Fluß des Geschehens, war die Musik des Lebens. Und wenn Siddhartha aufmerksam diesem Fluß diesem tausendstimmigen Liede lauschte, wenn er nicht auf das Leid noch auf das Lachen hörte, wenn er seine Seele nicht an irgendeine Stimme band und mit seinem Ich in sie einging, sondern alle hörte, das GAnze, die Einheit vernahm, dann bestand das große Lied der tausend Stimmen aus einem einzigen Worte, das hieß Om: Die Vollendung.“

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren in 1923 in Bnin. Zie ook mijn blog van 2 juli 2007 en ook mijn blog van 2 juli 2008.
DAS ENDE EINES JAHRHUNDERTS
Es hatte besser sein sollen als die vergangenen,
unser 20. Jahrhundert.
Ihm bleibt keine Zeit mehr, das zu beweisen,
gezählt sind die Jahre,
der Schritt schwankt,
der Atem geht kurz.
Zu viel ist geschehen,
was nicht hat geschehen sollen,
und was hat kommen sollen,
kam leider nicht.
Es ging auf den Frühling zu, hieß es,
und, unter anderem, aufs Glück.
Die Angst hatte Berge und Täler verlassen sollen,
die Wahrheit schneller am Ziel
sein als alle Lügen.
Einige Unglücksfalle
sollten nicht mehr geschehen,
zum Beispiel Krieg,
Hunger und so.
Die Wehrlosigkeit der Wehrlosen,
das Vertrauen und so weiter
sollten Achtung genießen.
Wer sich an der Welt hat freuen wollen,
steht vor der Aufgabe,
die nicht zu erfüllen ist.
Die Dummheit ist gar nicht zum Lachen,
die Klugheit ist gar nicht lustig.
Die Hoffnung
ist nicht mehr das junge Mädchen
etcetera, cetera, leider.
Gott sollte endlich glauben dürfen
an einen Menschen, der gut ist und stark,
aber der Gute und Starke
sind immer noch zweierlei Menschen.
Wie leben?---fragte im Brief
mich jemand, den ich dasselbe
hab Fragen wollen.
Weiter und so wie immer,
wie oben zu sehn,
es gibt keine Fragen, die dringlicher wären
als die naiven.
DAS SCHREIBEN EINES LEBENSLAUFS
Was ist zu tun?
Ein Antrag ist einzureichen,
dazu ein Lebenslauf.
Ungeachtet der Länge des Lebens
hat der Lebenslauf kurz zu sein.
Geboten sind Bündigkeit und eine Auswahl von Fakten.
Die Landschaften sind durch Anschriften zu ersetzen,
labile Erinnerungen durch konstante Daten.
Von allen Lieben genügt die eheliche,
nur die geborenen Kinder zählen.
Wichtig ist, wer dich kennt, nicht, wen du kennst.
Reisen, nur die ins Ausland.
Zugehörig wozu, aber ohne weshalb.
Preise, ohne wofür.
Schreibe, als hättest du niemals mit dir gesprochen
und dich von weitem gemieden.
Umgehe mit Schweigen Hunde, Katzen und Vögel,
den Erinnerungskleinkram, Freunde und Träume.
Es gilt der Preis, nicht der Wert,
der Titel, nicht dessen Inhalt,
die Schuhgröße, nicht wo
der Mensch, für den man dich hält, hingeht.
Dazu eine Fotografie mit entblößtem Ohr.
Wichtig ist seine Form, nicht, was es hört.
Was es hört.
Das Knirschen des Papierwolfs.
Vertaald door Karl Dedecius

De Nederlandse dichter, prozaschrijver en criticus Pierre H. (Hubert) Dubois werd geboren in Amsterdam op 2 juli 1917. Zie ook mijn blog van 2 juli 2007 en ook mijn blog van 2 juli 2008.
Uit: Eikenschors en kaneel. Het werk van Godfried Bomans
“Het zal wel een voorbeschikking van het lot zijn dat de naam van Bomans onverbrekelijk verbonden is aan Haarlem, al werd hij daar niet geboren - dat gebeurde in Den Haag - en al overleed hij daar evenmin, dat gebeurde in de onmiddellijke nabijheid, in Bloemendaal. Maar het grootste en werkzaamste deel van zijn leven woonde hij in de stad die verbonden is met Nicolaas Beets, Hildebrand, de schrijver van de Camera Obscura, schoolvoorbeeld van mild-spottende humor en milieutypering. De negentiende eeuw is in de Nederlandse literatuur de eeuw van de humor geweest. Het hele land, merkte Beets zelf in zijn beroemde boek op, zit vol humoristen: humoristen op rijm, humoristen in proza, geleerde humoristen, huiselijke humoristen, hoge humoristen, lage humoristen... enz. Dat was voornamelijk het werk van de dominees; maar de negentiende eeuw was niet alleen de eeuw van Beets en consorten, het was vooral die van Multatuli, iemand die er ook weg mee wist, maar bij wie de humor overging in ironie en sarcasme en vaak veranderde in vitriool. De humor laat inderdaad een brede schakering toe en juist daarom lag daar bij uitstek, geruggesteund door een lange vaderlandse traditie, voor Bomans de weg van een modus vivendi. Het hing van de schakering af.
Die is in zijn oeuvre in hoge mate wisselend. De onderscheidingen van Hildebrand zijn er stuk voor stuk in terug te vinden, maar ook wel eens een vleug Multatuli; hij kan in scherpte variëren van mild en braaf tot (bijna) dodelijk. Maar in het laatste geval betreft zijn onderwerp doorgaans iets waarvan het nauwelijks kwaad kan als het effect dodelijk is, omdat het in de geest van de lezer ternauwernood nog ernstig wordt genomen. Lees bijvoorbeeld zijn talloze stukken over Sinterklaas, traditioneel een geliefd thema van Hollandse humoristen, dominees incluis. Men kan waarnemen hoe het geloof in de goedheilig man op een amusante manier om zeep wordt geholpen; geen pedagoog die het Bomans aanrekent: de populariteit van de gulle bisschop laat alle grapjes toe en iedereen weet dat de illusie op een gegeven moment moet worden doorgeprikt. Bij Bomans krijgt dat soms een haast sadistisch trekje dat een facet van zijn humor wordt.

De Duitse schrijver en filmmaker Axel Brauns werd op 2 juli 1963 geboren in Hamburg. Zie ook mijn blog van 2 juli 2007 en ook mijn blog van 2 juli 2008.
Uit: Tag der Jagd
“Auch der Page hatte an der Hortfeuertasche schwer zu tragen. Äußerst sorgfältig setzte er das pralle Etwas auf der Kofferbank ab, worüber sich Michaela Mahr freute. Vielleicht sollte sie sich so einen Helfer für ihren Rachezug ausborgen. Selbst schleppen kostete unnötig Kraft. Sie gab einen Euro Trinkgeld und verriegelte hinter sich die Zimmertür. Das Einzelzimmer lag zur Straße „Borgesch", von wo es nur einen Flügelschlag bis zum Hansaplatz war.
Durstig ging sie ins Badezimmer, drehte den Wasserhahn, blaukalt, auf und zuckte im letzten Moment zurück, bevor sie ihre Lippen benetzte. Braunkalt sprudelte eine Brühe ins blankweiße Becken, gurgelte in den Abfluss und wurde nicht weniger. Michaela drehte den Hahn ganz auf. Es sprudelte braunkalt, als wäre das der Trinkgenuss schlechthin. Bei der Dusche sah es gleich schlecht aus.
Dann pochte und röchelte es in der Leitung, nur noch spuckend kam das Wasser hervor, bis es sich in Tropfen erschöpfte. Sie rief bei der Rezeption an: »Was ist mit dem Wasser? Es ist braun.« »Das tut mir leid, meine Dame. Wir haben einen eigenen Brunnen, auf den wir sehr stolz sind. Doch wir haben gerade Reparaturen an den Leitungen gehabt. In einer halben Stunde dürfte das Problem behoben sein.
»Ich habe aber Durst.« »Bedienen Sie sich bitte auf Kosten des Hauses aus der Kühlbox. Unsere Haustechniker sind dabei, das Problem zu lösen.« Mit trockenem Mund machte sich Michaela über eine Flasche Sprudel her, legte sich aufs Bett und genoss das Prickeln auf Gaumen und Zunge. In kleinen Schlucken linderte sie ihren Durst, ließ sich Zeit dabei.”

De Duitse schrijver Friedrich Gottlieb Klopstock werd geboren in Quedlinburg op 2 juli 1723. Zie ook mijn blog van 2 juli 2007 en ook mijn blog van 2 juli 2008.
Das verlängerte Leben
Ja du bist es, du komst, süße Verneuerin,
Ach Erinrung der Zeit, die floh.
Inniger freust du mich oft, als die Erblickung mich,
Als mich Stimmen des Menschen freun.
Du erschafst mir kein Bild von dem Verschwundenen,
Scheinst zu wandeln in Wirkliches.
Längeres Leben wird uns, Gute, wenn uns den Schmerz
Wiederkehr des Genoßnen scheucht:
Denn die Stunde, die uns traurig umwölkt, gehört
Zu den Stunden des Lebens nicht.
Wie am Feste, das sie damals ihr feyerten,
Da noch Freyheit die Freyheit war,
In den Kränzen umher auf den elisischen
Feldern Blumen an Blumen sich
Lachend reihten, so reihn sich mit vereinter Hand
Jene süßen Erwachenden,
Die aus der Nacht des Vergangs mir die Erinnerung
Vor der Seele vorüberführt.
Kiesen soll ich daraus, singen mit trunknem Ton
Eine der Sonnen, die einst mir schien.
Kann ich es? Wer sich im Strom frischet, bemerket die
Kühlung einzelner Wellen nicht.
Das Rosenband
(1753)
Im Frühlingsschatten fand ich Sie;
Da band ich Sie mit Rosenbändern:
Sie fühlt' es nicht, und schlummerte.
Ich sah Sie an; mein Leben hing
Mit diesem Blick' an Ihrem Leben:
Ich fühlt' es wohl, und wußt' es nicht.
Doch lispelt' ich Ihr sprachlos zu,
Und rauschte mit den Rosenbändern:
Da wachte Sie vom Schlummer auf.
Sie sah mich an; Ihr Leben hing
Mit diesem Blick' an meinem Leben,
Und um uns ward's Elysium.

Portret door Johann Caspar Füssli (1750)
Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 2 juli 2007.
De Griekse dichter en verzetstrijder Alekos Panagoulis werd geboren op 2 juli 1939 in Glyfada.
De Duitse schrijver C. C. Bergius (eig. Egon-Maria Zimmer) werd geboren op 2 juli 1910 in Buer.
De Nederlandse dichter en schrijver Johannes Immerzeel werd geboren in Dordrecht op 2 juli 1776.
De Nederlandse dichter en prozaschrijver Arend Fokke Simonsz werd geboren in Amsterdam op 2 juli 1755.
19:55 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, hermann hesse, alekos panagoulis, pierre h dubois, wislawa szymborska, axel brauns, c c bergius, friedrich klopstock, johannes immerzeel, ota pavel, arend fokke simonsz, romenu |
Facebook |
24-03-09
Martin Walser, Dario Fo, Lawrence Ferlinghetti, Peter Bichsel, Jacob van Lennep, Harry Prenen, Top Naeff, Robert Hamerling, Fanny Lewald, Willem van Iependaal, Richard Leising, Gabriele von Baumberg, Christian Schubart, Olive Schreiner, William Morris
De Duitse schrijver Martin Walser werd op 24 maart 1927 geboren in Wasserburg aan de Bodensee. Zie ook Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008.
Uit: Angstblüte
“Es war Gundi. Sie klang, als sei jemand in ihrer Nähe, der nicht hören dürfe, was sie sagt. Man sah förmlich, wie sie den Kopf senkte, um Mund und Hörer möglichst dicht zusammenzubringen. Und verfügte doch in ihrem Schlößchen in der Menterschwaige über soviel Ungestörtheit, wie sie nur wollte. Eigentlich war sie entspannt. Die Gelassenheit selbst, sagte Diego, sei sie. Gelegentlich sprach er ihr sogar eine göttliche Gelassenheit zu. Aber heute gab es einen Grund für diesen Dringlichkeitston. Diego liegt im Schwabinger Krankenhaus. Er konnte morgens nicht aufstehen,
konnte keinen Arm, kein Bein mehr bewegen, ist darüber so erschrocken, daß er sofort gekotzt hat. Sie hat den Notarzt gerufen, der hat Diego ins Schwabinger Krankenhaus bringen lassen, da liegt er jetzt seit achtundvierzig Stunden, die Ärzte können sich für keine Ursache entscheiden. Also
Schlaganfall ist schon mal ausgeschlossen worden. MS noch nicht.
Als Karl von Kahn hörte, daß das schon vorgestern passiert war, konnte er ein zu lautes, fast klagendes Nein nicht zurückhalten.
Gundi sagte: Ja. Sagte das ganz matt.
Karl, eher heftig: Sag Lambert, ich komme sofort.
Karl, rief sie, Karl!
Er verstand nicht gleich und erfuhr, er habe Diego Lambert genannt. Das tue ihr weh. Jetzt, da Diego so elend daliege, ganz besonders.
Karl rief: Gundi, liebe Gundi, das tut mir so leid, wie ich es nicht sagen kann. Wisch es weg, hab es nicht gehört, laß es bedeutungslos sein. Ich bitte dich darum.”

Portret door Johannes Grützke
De Italiaanse regisseur, acteur en toneelschrijver Dario Fo werd geboren in Leggiuno-Sangiamo op 24 maart 1926. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008.
Uit: Bezahlt wird nicht (Vertaald door Peter O. Chotjewitz)
“Antonia: Das ist das wenigste, was einem passieren kann, wenn man mit einem Mann ins Bett geht.
Giovanni: Und im wievielten Monat ist sie? Letzten Sonntag sah man noch gar nichts.
Antonia: Seit wann versteht du was von Frauen? Außerdem ist der letzte Sonntag schon fast eine Woche her, und in einer Woche, das kannst du mir glauben ...
Giovanni: Vielleicht bin ich doof, aber nicht blöd ... Außerdem hätte Luigi mir was gesagt: Wir stehen am selben Band, und er erzählt mir sonst alles von sich und seiner Frau.
Antonia: Es gibt Dinge, die einem vielleicht peinlich sind, sodass er sie nicht erzählt hat.
Giovanni: Wieso peinlich? Spinnst du? Peinlich, dass seine Frau schwanger ist? Ist es jetzt eine Schande, ein Kind zu haben?
Antonia: Dann weiß er's also nicht. Wie soll er's dir erzählt haben, wenn er's noch nicht weiß?
Giovanni: Wieso?
Antonia: Nun ja, ganz klar, dass sie ihm nichts sagen wollte.
Giovanni: Wieso wollte sie ihm nichts sagen?
Antonia: Weil Luigi ödete sie immer, die arme Margherita, es wäre noch zu früh, momentan nicht, bei den wirtschaftlichen Aussichten und dass sie sich erst einrichten müssten, dass die Frau, wo sie arbeitet, sie sofort entlassen würde, wenn sie schwanger wäre. Jedenfalls lässt er sie immer die Pille nehmen.
Giovanni: Wenn sie immer die Pille nehmen muss, wie ist sie dann schwanger geworden?
Antonia: Da sieht man, dass die Pille eben nichts getaugt hat: das kommt vor.
Giovanni: Wieso hält sie es dann vor ihrem Mann geheim, wenn sie keine Schuld hat?

De Amerikaanse dichter en schrijver Lawrence Ferlinghetti werd geboren op 24 maart 1919 in Yonkers, New York. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008.
Number 20
The pennycandystore beyond the El
is where I first
fell in love
with unreality
Jellybeans glowed in the semi-gloom
of that september afternoon
A cat upon the counter moved among
the licorice sticks
and tootsie rolls
and Oh Boy Gum
Outside the leaves were falling as they died
A wind had blown away the sun
A girl ran in
Her hair was rainy
Her breasts were breathless in the little room
Outside the leaves were falling
and they cried
Too soon! too soon!
Dove Sta Amore
Dove sta amore
Where lies love
Dove sta amore
Here lies love
The ring dove love
In lyrical delight
Hear love's hillsong
Love's true willsong
Love's low plainsong
Too sweet painsong
In passages of night
Dove sta amore
Here lies love
The ring dove love
Dove sta amore
Here lies love

Ferlinghetti in 1973
De Zwitserse schrijver Peter Bichsel werd geboren op 24 maart 1935 in Luzern. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008.
Uit: Cherubin Hammer und Cherubin Hammer
„Vom Berg aus konnte man bei guter Fernsicht auch eine ganz kleine Spitze, eine minime Spitze des Matterhorns, sehen, man mußte halt wissen, wo. Kein Wort dazu zu seiner Frau. Und wenn er Leute sah, oben auf dem Berg sitzen sah, dann ärgerte er sich im Wissen, daß sie es nicht wußten. Aber kein Wort dazu - ungebildetes Gesindel. Und solche wollen Lehrer sein, war sein ständiger Gedanke, wenn er Lehrer sah. Und er verabscheute Schulreisen. Erst im Gymnasium war er dann -Lateinisch und Griechisch - der beste, auch in Mathematik, die ihm keineswegs lag, aber die er sich in sein Hirn hämmerte. Auch da schon ein Langweiler, der seinen Lehrern keineswegs auffiel, sich am Unterricht nicht beteiligte, aber jede Prüfung fehlerlos bestand. (12)
Nur einmal, als ihm der Häfliger das Naturkundeheft zerknitterte, stand er auf, und Häfliger grinste und stand auch auf. Und da stellte er dem Häfliger dem Häfliger - mit einem Griff an die Kehle den Schnauf ab, und der Häfliger zog den Schwanz ein. Sein Leben hätte ganz anders verlaufen können. Aber die Klassenkameraden nahmen nur zur Kenntnis, daß der Schwächere gewonnen hatte, wie es ab und zu im Fußball auch vorkommt und was ja auch - ab und zu seinen Reiz hat Aber er wäre nie zum Starken geworden, auch wenn er allen Starken den Schnauf abgestellt hätte. Er wäre ein Leben lang der Schwächere gewesen, der einen Stärkeren besiegt hätte. Hammer war keineswegs zum Verlierer prädestiniert, er war nur zum Schwächeren prädestiniert, der zwar ab und zu siegt - er war der Beste in der Klasse -...“

De Nederlandse schrijver Jacob van Lennep is geboren te Amsterdam op 24 maart 1802. Zie ook Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008.
Uit: De lotgevallen van Ferdinand Huyck
„Dikwijls, mijn kinderen! wanneer wij na afloop van den avonddisch een naauwer kring om den haard sloten, en ik nog een laatste pijp stopte, terwijl uw lieve grootmoeder, - half wakend, half slapend nieuwe hieltjens aan de versletene kousjens der kleintjens breidde, en een van u mij met een vleiende stem toeriep: ‘och, grootvader! vertel ons nog eens wat van den Carnaval te Venetiën, of van den Landgraaf van Hessen, of van de Frankforter mis!’ heb ik aan uw nieuwsgierigheid voldaan en u eenige der belangrijkste episoden verteld van die reis, welke ik als jongeling door Duitschland en Italiën deed: ja, zoo menigmalen hebt gij naar het gepraat van den ouden man geluisterd, dat gij op het laatst mijn ontmoetingen en wederwaardigheden zoo goed en beter kendet dan ik zelf, en vaak, wanneer mijn door ouderdom eenigzins verzwakt geheugen te kort schoot, mij de kleine bijzonderheden herinnerdet, welke tot aanvulling mijns verhaals moesten strekken. Nimmer echter heeft een uwer mij ondervraagd betreffende hetgeen mij na mijn terugkomst van die reize overkomen is; waarschijnlijk omdat gij, wetende hoe kalm en gerust ik, sedert mijn huwelijk, de dagen mijns levens in den schoot mijns huisgezins gesleten heb, verondersteldet, dat ik, te huis komende, zoo maar dadelijk een vrouw en een aanzienlijk vermogen gevonden had, en dat geene zorg noch wederwaardigheid die dagen van kalmte was voorafgegaan. Intusschen bedriegt gij u zeer: en het tijdvak, dat onmiddelijk op mijn reis volgde, was het gewichtigste en, in zijn bijzonderheden, het belangrijkste mijns levens.“

Portret door A.J. Ehnle / P. Blommers
De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915.Prenen werkte als redacteur bij de Volkskrant, Elseviers Weekblad, de Haagse Post, de Nieuwe Eeuw en De Linie en later als leraar geschiedenis op het Haarlemse Mendelcollege. Rond 1930 raakte hij bevriend met de schrijver Godfried Bomans, een sterke vriendschap die zou duren tot de dood van Bomans in 1971. In 1936 begonnen ze een schertsgenootschap, de Rijnlandsche Academie, oorspronkelijk bedoeld om de demping van de Haarlemse Bakenessergracht tegen te gaan, een opzet waarin zij slaagden. Daarna onderhielden ze nog jaren een genootschappelijke correspondentie. Van een uitgave van een selectie van die brieven is het niet meer gekomen. Overigens heeft Harry Prenen zich door lezingen en publicaties zeer ingezet om de nagedachtenis aan zijn vriend in ere te houden. In zijn studententijd was Prenen redacteur van Propria Cures. Later illustreerde hij een groot aantal werken van Bomans, met name Sprookjes, Memoires of Gedenkschriften van Mr. P. Bas, Het Duel, Het Ogenboek en Een verdwenen facet van Haarlem. Ook legendarische stukken van Bomans in Ons huis in Haarlem en in Nijmegen in de Spiegel zijn door Prenen geïllustreerd. Van zijn gedichten is wellicht het kerstlied Midden in de Winternacht uit 1943 het meest bekend.
Uit: Herinneringen aan Godfried Bomans
“Een paar dagen na de begrafenis (van Bomans), heb ik een grote doos met brieven van zolder gehaald, uit de tijd van de ‘Rijnlandsche Academie’ – een schertsgenootschap dat wij beiden hadden opgericht en altijd volhielden in onze ‘missiven’, tot het einde toe. Er waren maar twee leden, hij en ik, die elkaar eindeloze brieven schreven, om de paar dagen, ofschoon het dagblad ‘Het Volk’, waarin de Academie toenmaals een lang ingezonden stuk over de een of andere kwestie publiceerde, zijn lezers door een voetnoot inlichtte dat het genootschap uit een paar honderd ‘intellectuelen’ bestond en geregeld bijeenkomsten hield – een fictie, die ons zo maar in de schoot werd geworpen en waarvan wij grondig gebruik maakten, want Godfried was er de man niet naar om zo’n buitenkansje onbenut te laten. Wij schraapten ons laatste geld bij elkaar en bestelden onmiddellijk een briefhoofd in gotische letters – ‘aldus schrik en eerbied verspreidend onder de burgers’”

Godfried Bomans en Harry Prenen
De Nederlandse schrijfster Top Naeff (eig. Anthonetta van Rhijn-Naeff) werd geboren op 24 maart 1878 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007
Uit: Boekenschouw (Over “De Ongeweten Dingen” van Ina Boudier-Bakker)
“Dien morgen begon het. Blééf Jopie onwillig om naar beneden te gaan, tegen het overtuigend gepraat der moeder in’.
Met dezen doorgebroken zin begint Ina Boudier een verhaal, het eerste van een nieuwen bundel. Het is haar privilegie zoo huiselijk te mogen, misschien te kúnnen schrijven. Het zijn meer aanduidingen dan zinnen, het halve woord is haar liever dan het heele, ja eigenlijk geneert haar nog dát. Geeft ze het, na lang tasten, uit het diepst van haar wezen prijs, dan voelen we iets als een ademstoot... het stáat... daarop kwam het aan. Met schijnbaar overtollige, in haar werk toch zoo kenschetsende klem-teekens zijn haar bladzijden bezaaid. Doch bij voorkeur houdt ze het in, stokt middenin den zin ... het behóeft niet meer... wij raadden het immers al.
Tusschen de regels ligt haar literatuur. Van ‘ongeweten dingen’ vertelt ze, met de omzichtige kieschheid waartoe een geheim ons noopt. De aandoening om het geval dempt al vanzelf haar stem, maakt ze hakkelend... soms is het maar een gebaar... In fluisterende vertrouwelijkheid, in een oogopslag, verstaan ze elkaar - Ina Boudier-Bakker en haar lezers - daar hapert niets”.

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Hamerling werd geboren op 24 maart 1830 in Kilchberg am Walde. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007
Du
Noch zarter, als die ich dir sang, die Lieder,
Noch süsser als ein Kuss, von dir gegeben,
Ist jenes holde Du, mein süsses Leben!
Das traulich zwischen uns geht hin und wieder.
Ein Vöglein scheint es mir im Glanzgefieder,
Dess gold'ne Schwingen leise zu mir streben:
Mein Ohr berührt's in wunderholdem Schweben,
Und lässt zuletzt sich mir im Herzen nieder.
Zu künden das Geheimnis ganz, das süsse,
Versuchten wir mit Worten leeren Schalles:
Nun fanden wir den sprechendsten der Grüsse.
Was braucht es noch des Reims und Silbenfalles?
Was selbst der Liebesblicke, Thränen, Küsse?
Mit einem Wörtchen sagen wir uns Alles.

Standbeeld in Graz
De Duitse schrijfster Fanny Lewald werd op 24 maart 1811 in het toenmalige Königsberg geboren. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007
Uit: Clementine
„Also weil der Herr Geheimrath mich gestern geistreich gefunden hat, soll und muß ich ihn heirathen? fragte Clementine und sah dabei lachend ihre jüngere Schwester, die Frau des Professors Reich, an, die ganz erhitzt auf dem Sopha ihres Wohnzimmers saß.
Darum allein nicht, entgegnete diese, aber Du darfst diese Verbindung nicht ausschlagen, wie alle andern, die sich Dir boten. Der Geheimrath von Meining ist ein sehr geachteter, gebildeter und reicher Mann; er ist freilich fünfzig Jahre alt, Du bist aber schon siebenundzwanzig, was kann denn passender sein? Du hast mir selbst gesagt, daß Du an Dein früheres Verhältniß zu Robert Thalberg mit vollkommener Ruhe dächtest; warum also wieder ein Glück, ein wahrhaftes Glück von Dir weisen, das sich Dir vielleicht nie wieder bietet? Mein Mann wünscht diese Verbindung, die Tante, Deine letzte Instanz, dringt darauf, Meining erwartet das Glück seines Lebens davon und Du selbst hältst Meining nicht nur für einen liebenswürdigen, sondern auch für einen ehrenwerthen Mann; was willst Du denn eigentlich, Clementine?
Ich will nicht lügen, Marie! Ich will, ich kann es nicht, und je achtungswerther mir der Geheimrath er scheint, um so weniger möchte ich ihn täuschen; ich kann nicht heirathen, quäle mich nicht.”

Portret door M. Stohl
De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Iependaal werd geboren in Rotterdam op 24 maart 1891. Na een moeizame schoolloopbaan vertrok hij rond 1910 naar Engeland, waar hij in 1915 in dienst trad van het Britse leger. Zijn verblijf in de loopgraven wakkerde zijn antimilitaristische gevoelens aan. Terug in Rotterdam probeerde hij in de jaren twintig op allerlei manieren in zijn levensonderhoud te voorzien, hetgeen hem enkele malen in de gevangenis deed belanden. Tijdens zo'n verblijf schreef hij enkele gedichten die in handen kwamen van de schrijver A.M. de Jong. Deze moedigde Van Iependaal aan om zijn werk te publiceren. In 1931 trouwde Van Iependaal, en kwam zijn eerste boek uit. Zijn leven raakte in een wat rustiger vaarwater. Hij begon te publiceren, vooral in tijdschriften met een pacifistische of socialistische signatuur. Hij was onder andere ook actief in de vrijdenkersbeweging. Grote populariteit kreeg Van Iependaal in de jaren dertig met zijn romans Polletje Piekhaar en Lord Zeepsop, die in hun tijd bestsellers waren. Van Iependaal kreeg hierdoor meer financiële armslag en vestigde zich in Laren, waar hij tijdens de oorlog onderduikadres verleende aan tientallen joden. Na de oorlog schreef Van Iependaal nog vele pamfletten, hoorspelen (voor de VARA) en romans, en hield hij in heel Nederland vele voordrachten. Sinds zijn dood is hij echter, ondanks zijn kleurrijke werk en zijn minstens even kleurrijke leven, steeds meer in de vergetelheid geraakt.
Het lied is uit
Meer van Willem van Iependaal
Ik zocht in riet en wilgenblad
Een schuil met jou, Marie
Omdat jij last van sproeten had
En ik van pozie
Ik zong van maan en wereldwee
voor jou, mijn koningin
En jij sprak over H.V.V
En ijsjes van Jamin
Ik noemde je mijn troeliefras
Mijn snuitebos en snoes
jij veegde met mijn flodderdas
De kruimels van je bloes
Jij trouwde met en makelaar
Een sof, een bankroetier
Verschoten lintje uit je haar
Treurt aan mijn stomme lier
Ik koop nou shag van Dobbelman,
Die kost maar negen spie
En draait daar saffiaantjes van
Das Lied ist aus, MARIE !

De Duitse dichter Richard Leising werd geboren op 24 maart 1934 in Chemnitz. Hij wordt gerekend tot de Saksische Dichterschool. Ten tijde van de DDR was hij een soort geheime tip van poëzieliefhebbers. Tijdens zijn leven publiceerde hij maar 35 gedichten. Langzaam groeit de belangstelling, ook voor zijn nagelaten werk. In 1992 ontving hij de Christian-Wagner-Preis.
Abendlied
(für Renate)
Was geht da vor mir hin
Gen Abend lang und länger
Es ist mein schwarzer Sinn
Der wache Doppelgänger
Der geht da vor mir her
So leicht als ich bin schwer
Mein böser Bruder Sänger
Noch stummer als ich bin.

Richard Leising (24 maart 1934 – 20 mei 1997)
De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Gabriele von Baumberg werd geboren op 24 maart 1768 in Wenen. Haar belangstelling voor literatuur leidde er toe dat zij in contact kwam met de literaire kringen van Wenen. Zij trouwede met de Hongaarse schrijver János Batsányi. Toen deze de proclamatie van Napoleon in het Hongaars had vertaald moest hij als verrader naar Parijs vluchten.
Glückwunsch an einen Freund zum Neujahrstage
Ich wünsche dir aus wahrem Freundschaftstriebe,
Ein Mädchen, gut, wie du, und würdig deiner Liebe,
Ein Mädchen - schön und treu - reich - klug und ohne List,
Weil du ein Freund - von Seltenheiten bist.

Silhouet
De Duitse dichter, componist enn journalist Christian Friedrich Daniel Schubart werd geboren op 24 maart 1739 in Obersontheim. In 1769 werd hij organist en directeur muziek in Ludwigsburg. In zijn sociallkritsche geschriften stelde hij de decadentie en de absolutistische heerschappij aan de kaak. Omdat hij met zijn scherpe tong de geestelijkheid aanviel werd hij in 1773 het land uitgezet. In Augsburg begon hij toen met het uitgeven van de »Deutsche Chronik. In 1777 kwam het weer tot een arrestatie. Zonder rechterlijke uitspraak kwam hij voor tien jaar in de gevangenis.Toen hij in 1787 vrijkwam benoemde hertog Karel Eugenius van Württemberg hem tot theaterdirecteur en zette Schubart de uitgave van de kroniek weer voort. Van hem is het lied Die Forelle, dat door Schubert op muziek is gezet.
Die Fürstengruft (Fragment)
Da liegen sie, die stolzen Fürstentrümmer,
Ehmals die Götzen ihre Welt!
Da liegen sie, vom fürchterlichen Schimmer
Des blassen Tags erhellt!
Die alten Särge leuchten in der dunkeln
Verwesungsgruft, wie faules Holz;
Wie matt die großen Silberschilde funkeln,
Der Fürsten letzter Stolz!
Entsetzen packt den Wandrer hier am Haare,
Geußt Schauer über seine Haut,
Wo Eitelkeit, gelehnt an eine Bahre,
Aus hohlen Augen schaut.
Wie fürchterlich ist hier des Nachhalls Stimme!
Ein Zehentritt stört seine Ruh'.
Kein Wetter Gottes spricht mit lauterm Grimme:
O Mensch, wie klein bist du!

De Zuidafrikaanse schrijfster Olive Emilie Albertina Schreiner werd geboren op 24 maart 1855 in Wittebergen, Lesotho. Zij was het zevende kind van een Duitse missionaris en een Engelse domineesdochter. In 1881 vertrok zij naar Engeland, waar zij haar loopbaan als schrijfster begon. Haar bekendste werk is haar debuut uit 1883 The Story of an African Farm. Tussen 1907 en 1913 leefde zij in De Aar in Zuidafrika.
Uit: The Story of an African Farm
„'What have you been doing to-day?' asked Lyndal, lifting her eyes to his face.
'Looking after ewes and lambs below the dam. Here!' he said, holding out his hand awkwardly, 'I brought them for you.'
There were a few green blades of tender grass.
'Where did you get them?'
'On the dam wall.'
She fastened them beside the leaf on her blue pinafore.
'They look nice there,' said the boy, awkwardly rubbing his great hands and watching her.
'Yes, but the pinafore spoils it all; it is not pretty.'
He looked at it closely.
'Yes, the squares are ugly; but it looks nice upon you - beautiful.'
He now stood silent before them, his great hands hanging loosely at either side.
'Someone has come to-day,' he mumbled out suddenly, when the idea struck him.
'Who?' asked both girls.
'An Englishman on foot.'
'What does he look like?' asked Em.
'I did not notice; but he has a very large nose,' said the boy slowly. 'He asked the way to the house.'
'Didn't he tell you his name?'
'Yes - Bonaparte Blenkins.'
'Bonaparte!' said Em, 'why that is like the reel Hottentot Hans plays on the violin --
' "Bonaparte, Bonaparte, my wife is sick;
In the middle of the week, but Sundays not,
I give her rice and beans for soup" –„

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 24 maart 2007
De Engelse schrijver, ontwerper en utopisch denker William Morris werd geboren op 24 maart 1834 in Walthamstow, Essex.
20:18 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, dario fo, jacob van lennep, top naeff, lawrence ferlinghetti, martin walser, william morris, robert hamerling, peter bichsel, fanny lewald, romenu, harry prenen, willem van iependaal, richard leising, gabriele von baumberg, christian schubart, olive schreiner |
Facebook |
02-03-09
Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger, Pascal Rannou, János Arany, Jevgeni Baratynski, Sholom Aleichem, Olivia Manning, Gerhard von Halem
De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008.
Uit: Erik of Het klein insectenboek
“’Kom, kom, kom,’ sprak de worm, die zich nu werkelijk in de vreemdste bochten begon te kronkelen van ingenomenheid, ‘weest u toch niet beschaamd. Wij kunnen niet allemaal een worm zijn. Nu, wat is het?’ ‘Ik zou graag willen weten hoe u zich zo…’ Erik zocht naar het juiste woord om den worm niet te kwetsen, ‘zo opgeruimd kunt voelen, terwijl u toch eigenlijk – blind bent.’ ‘Ik kan mij uw verlegenheid van zo even wel begrijpen,’ sprak de worm, een hevigen kronkel makend, ‘de vraag is dom. Maar dat hindert niets, want van zijn domheden leert men. De zaak is dat u de rollen omdraait, mijn waarde. Het is juist een groot voorrecht om blind te zijn, een teken van uitverkiezing. Hoeveel dieren zijn er blind? Ik kan ze op mijn ringen natellen, zo weinig zijn het er. Wij, wormen, hebben geen ogen nodig. U wel. Dat is een teken van zwakte.(…) En zo praatte het dier voort, terwijl het zich van louter
vergenoegdheid in steeds ingewikkelder bochten wrong.”

Portret door Kees Verwey, 1953
De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008.
Uit: De geschiedenis van Woutertje Pieterse
“Wouter liep, liep... en wist niet waarheen. Naar huis kon-i niet. Daar toch werd hy te streng bewaakt. Wat niet moeielyk viel, want de ruimte was bekrompen.
Hy koos eenzame straten, en kwam eindelyk aan 'n poort die hy zich herinnerde meer gezien te hebben. Maar den naam wist-i niet, en ik ook niet. 't Was 'n platte lage poort in welks buurt het altyd zoo naar asch rook, en waar-i eens dien sprong had gedaan, toen hy met Fransje Halleman was weggebleven van de katechizatie, die meende dat Wouter niet durfde wegblyven en van de poort springen. Maar Wouter durfde wèl, en deed het, juist omdat Fransje Halleman getwyfeld had aan z'n durven.
Aan dat wegblyven had hy te danken dat-i zoo byzonder goed thuis was in Habakuk, wiens profetiën hy twaalfmaal moest afschryven tot straf. Die sprong bezorgde hem bovondien 'n barometer in z'n verstuikten grooten teen, die uit edele wraak hem later altyd waarschuwde als 't regenen zou.
In zekeren zin was Habakuk te beschouwen als Wouter's overgang van de kinderlektuur tot de boeken waarin van ‘groote menschen’ wordt verteld. Sedert eenigen tyd namelyk voelde hy zich geschokt in z'n eerbied voor brave Hendrikken, en hy walgde van de papieren perzikken der naarstigheid. Andere perzikken kende hy niet, omdat die zoo niet voorkomen in 'n burgerhuishouden.
Niets was natuurlyker dan dat-i vurig verlangde met z'n grootere makkers op de school te kunnen meespreken over de wonderen die er gebeuren in de werkelyke wereld, waar men in 'n koets rydt, steden verwoest, prinsessen trouwt, en 's avonds opblyft na tienen, al is er niemand jarig. Ook bedient men zichzelf aan tafel in die wereld, en heeft maar te kiezen wat men gebruiken wil. Zoo meenen de kinderen.”

Standbeeld in Amsterdam
De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.
Uit: The Nanny Maffia
“Champagne for your little boy's birthday party?
"You're damned right," she says. "For all the nannies. I'm not kidding! If we ever tried to give a party for Bobby and his little friends without champagne for the nannies, we might was well, you know, forget about it.
"Bobby's nanny is mad enough as it is. All she can do is drop what are supposed to be very subtle hints about the V------'s party for little Sarah. Do you know what Van gave each kid as a party favor? An electric truck. I'm talking about a real electric truck. Of course, they're nothing much really. They're smaller than a Jaguar. By a little bit. The kid can get inside of it and drive it! They cost five hundred dollars, five hundred dollars! Can you imagine that? We had to carry the damn thing home. You should have seen us trying to get it in the cab. Of course, Van is absolutely petrified of the nannies.
"Well, I was damned if we were going to do anything like that. Robert had to take the whole afternoon off Tuesday to go to Schwarz. This was precisely the afternoon the Swedes came in with some bond thing, of course. The Swedes wear the worst clothes. They all look like striped cardboard. They think they're very European. Anyway, Robert got some kind of bird with a tape recorder in it, I don't know. The kids can talk into it and it records it and says it back. Something like that. You know. Well, I don't care, I think it's going to be a perfectly cute party favor, but our Mrs. G--- is not going to be happy with it, I'm sure of that.”

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008.
Uit: The Lion Guy
“Imagine a young man on his way to a less-than-thirty-second event--the loss of his left hand, long before he reached middle age.
As a schoolboy, he was a promising student, a fair-minded and likable kid, without being terribly original. Those classmates who could remember the future hand recipient from his elementary-school days would never have described him as daring. Later, in high school, his success with girls notwithstanding, he was rarely a bold boy, certainly not a reckless one. While he was irrefutably good-looking, what his former girlfriends would recall as most appealing about him was that he deferred to them.
Throughout college, no one would have predicted that fame was his destiny. "He was so unchallenging," an ex-girlfriend said.
Another young woman, who'd known him briefly in graduate school, agreed. "He didn't have the confidence of someone who was going to do anything special" was how she put it.
He wore a perpetual but dismaying smile--the look of someone who knows he's met you before but can't recall the exact occasion. He might have been in the act of guessing whether the previous meeting was at a funeral or in a brothel, which would explain why, in his smile, there was an unsettling combination of grief and embarrassment.”

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Hij begon met zijn optredens in het midden van de jaren tachtig bij bijeenkomsten als de Pearl Road Auto Wrecking Junkstock festivals. Vijf keer was hij coach en captain van het Cleveland Slam team bij de National Poetry Slam competitie. Zijn gedichten zijn verschenen in talrijke literaire tijdschriften. In 2004 verscheen de bundel They call it Fishing not Catching.
911
hate is extremely flammable
its vapors may cause flash fire
hate is harmful if inhaled
keep hate away from heat, sparks and flame
do not breath the vapors of hate
wash thoroughly after using hate
if you accidentally sallow hate
get medical attention
prejudice is an eye and skin irritant
its vapors too are harmful
do not get prejudice in eyes
or on clothing
prejudice is not recommended for use
by persons with heart conditions
if prejudice is swallowed induce vomiting
if prejudice comes in contact with skin
remove clothing and wash skin
if breathing is affected, get fresh air immediately
violence is harmful if absorbed through the skin
keep violence out of the reach of children
do not remain in enclosed areas
where violence is present
remove pets and birds from the vicinity of violence
cover aquariums to protect from violence
drift and run off from sites of violence
may be hazardous
this product is highly toxic
exposure to violence may cause
injury or death.

De Franse schrijver en letterkundige Pascal Rannou werd geboren op 2 maart 1958 in Laval. Hij doceert aan het Lycée Lavoisier de Mayenne en aan de universiteit van Rennes. Hij schrijft romans, essays, gedichten en kritieken en bijdragen aan o.a. Ar Men en Peuple Breton.
Uit: Noire la neige (2008)
“Chattanooga... Pitchipoï... Chattanooga... Pitchipoï... J'entends le bruit du train dans ma mémoire. Les pistons, les soupapes et les tuyaux de forge de la locomotive. Chattanooga... Pitchipoï... J'entends le bruit du train qui a rythmé ma vie. Et l'oeil de la locomotive illumine la nuit, traverse les collines, serpente autour des lacs. J'ai six ans. Penchée à la fenêtre, je respire les parfums de la nuit, l'été, dans la montagne. L'odeur des pins, des fleurs et des prairies, odeur de liberté. Ma' passe une main dans mes cheveux crépus. «Il est temps de dormir, tes soeurs dorment déjà. Demain tu danseras, c'est promis. Tu montreras aux gens les pas que tu sais faire.» Chattanooga... Pitchipoï... Je repose la tête sur le bras de Ma'. Je me sens bien, la nuit. La nuit est noire, comme moi, on peut s'y réfugier, se confondre avec elle. La nuit est belle comme Ma', qui est pourtant plus noire qu'elle, plus noire que moi. Chattanooga... Pitchipoï... J'entends le bruit du train qui m'emmène au pays de l'éternel hiver. Quand ils m'ont arrêtée, je n'ai pas su pourquoi, et je suis dans ce train, coincée entre une paroi et des femmes de tous âges, qui gémissent et qui pleurent, qui étreignent leur enfant. Un vent cruel siffle par la lucarne, des barbelés rayent le ciel qu'éclaire une lune froide. Un peu de paille, un seau qui passe et qu'on renverse, on est souillées, comment dire à cette mère que l'enfant qu'elle serre est mort depuis longtemps, elle ne me croirait pas. »

De Hongaarse dichter János Arany werd geboren op 2 maart 1817 in Nagyszalonta. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.
In fruchtloser Stunde
Blick ich in die große Nacht hinein,
Erde schlief in ihrem Schatten ein:
Meteore fallen hier und dort,
Die Gedanken kommen, gehen fort.
Seifenblasen scheinen sie zu sein,
glitzernd, wie der fernen Sterne Schein:
Doch nur bruchstückhaft ist beider Bahn,
sie zerplatzen, eh sie ganz sich nahn.
Vertaald door Annemarie Bostroem
Meine Hoffnung
Meine Hoffnung ist ein Nachen
ohne Ruder, ohne Mast.
Sturm und Woge jagt den schwachen
Kahn umher, ohn' Ruh und Rast.
Muß ins Ungewisse treiben
immer, wie es will der Wind.
Er kann meinen Schmerz betäuben,
wiegt er mich doch wie ein Kind!
Bin von Freiheitsluft umfächelt,
wenn ein Regenbogen blinkt,
meiner Phantasie zulächelt
und in ihrem Meer versinkt.
Drum voran auf wilder Welle,
treib der Freiheit zu mein Boot,
ob ich auch am Riff zerschelle,
wo sich treffen Traum und Tod!...
Vertaald door Martin Remané

Portret door Barabás Miklós
De Russische dichter Jevgeni Baratynski werd geboren op 2 maart 1800 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.
Waterfall
Crash, crash from a dizzying height,
Gray torrent, never cease!
Marry your lingering roar
With the lingering echo of a valley.
I hear the North wind whistle
Rocking the creaking pines,
And your rebellious thunder
Chimes with the thundering storm.
Why do I pay you heed
With such wild expectation?
Why does my breast tremble
With some premonition?
As if entranced, I stand
Above your steaming depths,
And my heart seems to comprehend
Your wordless utterance.
Crash, crash from a dizzying height,
Gray torrent, never cease!
Marry your lingering roar
With the lingering echo of a valley.

De Russisch-joodse schrijver Sholom Aleichem werd geboren in Pereyslav bij Kiev op 2 maart 1859 als Sjalom Jakov Rabinovitsj. Sholems moeder overleed toen hij 13 jaar was. Hij nam het pseudoniem Sholom Aleichem aan, wat een veel gebruikte groet is, die "vrede zij met u" betekent.Na zijn schoolopleiding, die hij met zeer goede cijfers afrondde, vertrok hij van huis om werk te zoeken. Drie jaar lang was hij de leraar van een rijke koopmansdochter, Olga Loev, met wie hij op 12 mei 1883 trouwde. Het echtpaar kreeg zes kinderen, onder wie de schilder Norman Raeben. Vanaf 1891 leefde Sholom Aleichem in Odessa, maar vanwege de pogroms die zuidelijk Rusland teisterden in het begin van de twintigste eeuw emigreerde hij met zijn familie in 1905. Eerst vestigde de familie zich in Zwitserland, maar vanaf 1914 in New York City. Daar overleed hij op 57-jarige leeftijd. Het werk van Sjolem Aleichem is veel vertaald. De musical Fiddler on the Roof kwam op Broadway in 1964 en was daar zeer succesvol. In het Nederlands werd de Nederlandse versie Anatevka gespeeld in 1966. Deze musical is gebaseerd op de figuur Tevje de Melkboer (Tewje der Milchiger), die vaak humoristische gesprekken voert met God.
Uit: Wandering Stars
“It was a beautiful morning. A warm sun bathed Holeneshti in its golden rays. Once she reached the market, Leah was like a fish in water—she was in her element. The sheer size of the Holeneshti market was something to behold. The Moldavian peasants had brought in sheep's milk and cheese, and great quantities of vegetables from their gardens—corn, greens, and cucumbers, all selling for a song, as well as onions, garlic, and bitter herbs. With all these plentiful choices before her, Leah quickly negotiated a basketful. And the fish! A heaven-sent bargain! She had not planned to buy fish, but suddenly there they were. But please imagine what fish—tiny, skinny, scrawny little things, all bone, barely a mouthful, but so cheap it would be a shame to turn them down. No one would believe it! Yes, Leah, was having a lucky day at the market. Of the one ruble she had brought, quite a bit was still left. With so much still unspent, she thought she would surprise the cantor with a gift—ten fresh eggs. Yisroyeli will appreciate that, she thought. It would be enough to make ten throat-soothing honey gogl-mogls. The High Holidays would be here soon—He'll need them to keep his throat in good shape. And how about candies for my Reizel? She loves sweets, confections, snacks—bless her, what a delight that girl is. I only wish I could buy her new shoes. The old ones are worn through and through—useless.”

De Britse schrijfster Olivia Manning werd geboren op 2 maart 1908 in Portsmouth – 23 juli 1980. Ze verbleef tussen 1939 en 1945 op de Balkan, het toneel van haar belangrijkste werk, de trilogie The great fortune (1960), The spoilt city (1962) en Friends and heroes (1965). In The rain forest (1974) gaf zij een beeld van de nadagen van een Britse kolonie.
Uit: The Balkan Trilogy (The spoilt city)
Were you in England recently, sir?” Guy asked.
“Less than a month ago. You’d find it much changed, I think. Changed for the better, I mean.”
While Wheeler, with knotted brows, concentrated on the task of getting the car-key off the ring, Sir Brian talked in a leisurely way of a new sense of comradeship which he said was breaking down class-consciousness in England and drawing people together. “Your secretary calls you ‘Brian’ and the liftman says: ‘We’re all in it together.’ I like it. I like it very much.” Once or twice, while talking, he gave a slightly mischievous side-glance at Wheeler, so the others warmed to him, feeling he was one of them and on their side against the established prejudices of the Legation.
Wheeler, not listening, gave a sigh. The key had come off the ring. He gazed at it, perplexed, then set himself the more difficult task of getting it on again.
“After the war we shall see a new world,” Sir Brian said and smiled at the three young people, each of whom watched him with rapt, nostalgic gaze. “A classless world, I should like to think.”
Harriet thought how odd it was to be standing in this melancholy light, listening to this important person who had flown in that afternoon and would fly out again that night—an unreal visitant to a situation that must seem unreal to him. Yet, real or not, the other men would be left to the risk of imprisonment, torture and death.”

Zelfportret
De Duitse dichter en schrijver Gerhard Anton von Halem werd geboren op 2 maart 1752 in Oldenburg. Hij werkte o.a. als jurist en ambtenaar. Von Halem was een vertegenwoordiger van de late Verlichting en stond in contact met o.a. Christoph Martin Wieland, Gottfried August Bürger en Johann Heinrich Voß. Behalve gedichten en essays over allerlei onderwerpen schreef hij een driedelige geschiedenis van het hertogdom Oldenburg.
Prädestination und freier Wille
Was streiten wir denn für und für?
Ihr Herren Streiter, möchten wir
Zur Einigung uns neigen!
Wohl dem, der sich's zu Herzen nimmt!
Wir sind zur Torheit vorbestimmt
Und frei, um sie zu zeigen…

20:13 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: godfried bomans, john irving, multatuli, thom wolfe, janos arany, jevgeni baratynski, romenu, michael salinger, pascal rannou, sholom aleichem, olivia manning, gerhard von halem |
Facebook |
02-03-08
Multatuli, Godfried Bomans, John Irving, Thom Wolfe, János Arany, Jevgeni Baratynski
De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.
Uit: Max Havelaar
“Saïdjah, die toen omstreeks zeven jaar oud was, had met den nieuwen buffel spoedig vriendschap gesloten. Ik zeg niet zonder doel: vriendschap, want het is inderdaad treffend te zien hoe de Javasche kerbo zich hecht aan den kleinen jongen die hem bewaakt en verzorgt.
Het sterke dier buigt gewillig den zwaren kop rechts of links of omlaag naar den vingerdruk van 't kind, dat hy kent, dat hy verstaat, waarmede hy is opgegroeid.
Zulke vriendschap dan had ook de kleine Saïdjah spoedig weten in te boezemen aan den nieuwen gast, en Saïdjah’s aanmoedigende kinderstem scheen meer kracht nog te geven aan de krachtvolle schoften van 't sterke dier, als het den zwaren kleigrond opscheurde en zyn weg teekende in diepe scherpe voren. De buffel keerde gewillig om als hy aan 't eind was van den akker, en verloor geen duimbreed gronds by het terugploegen van de nieuwe voor, die altyd naast de oude lag als ware de sawah een tuingrond geweest, geharkt door een reus.
Daarnaast lagen de sawahs van Adinda 's vader, den vader van ’t kind dat met Saïdjah huwen zou. En als Adinda_'s broertjes aankwamen aan de tusschenliggende grens, juist als ook Saïdjah dáár was met zyn ploeg, dan riepen zy elkander vroolyk toe, en roemden om-stryd de kracht en de gehoorzaamheid hunner buffels. Maar ik geloof dat die van Saïdjah de beste was, misschien wel omdat deze hem beter dan de anderen wist toe te spreken. Want buffels zyn zeer gevoelig voor goede toespraak.”

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.
Uit: Memoires of gedenkschriften van minister Pieter Bas
“En ja, behoef ik het nog te vermelden? Ik geraakte verliefd. Het droevig relaas mijner herhaalde omdolingen op de paden der liefde vormen zeker de meest beschamende bladzijden uit dit boek. Ware ik niet zulk een verknocht dienaar der waarheid, ware ik niet vastbesloten in deze bladzijden niets weg te laten wat wel, en niets toe te voegen wat niet is gebeurd, het zou U nimmer ter oore zijn gekomen.
Doch het besluit is gemaakt, wat de gevolgen ook zijn. De eene helft mijner lezers mag het boek vol walging ter zijde leggen, de andere vol schamper leedvermaak de lezing vervolgen, ik ga door. Men moge zich afvragen aan welken lichtzinnigen schavuit het vaderland gedurende vijf jaar de opvoeding der Jeugd, de beoefening der Wetenschap en de behartiging der Kunsten heeft toevertrouwd, nogmaals, ik ga door. Ik geraakte dan verliefd. Het was geen gewoon meisje. Zij geleek in niets op de babbelachtige, gillende schepsels, die ik tot nu toe gezien had. Afgronden van zielediepte schenen mij achter haar glanzende oogen verborgen: ik schreef in het geheim gedichten, waarin ik mijzelf met een nietswaardigen ellendeling vergeleek die niet waardig was den schoenriem van haar dienstmaagd te ontbinden (om niet te spreken van haar eigen schoenriem). Dat mijn hart een oven was, in stilte brandende. Dat ik mijn leven voor haar veil had. Als zij wenschte dat ik mij zou dooden, dan zou ik mij dooden. Als zij liever wenschte dat ik nog wat bleef leven, welaan, ik zou dit ellendig bestaan rekken. Dat de pen, waarmede ik deze armzalige gedachten neerschreef, in mijn hartebloed gedoopt was. Dat ik het niet waagde mijn blik naar haar op te heffen, noch zelfs haar aan te spreken. Dit laatste was zeker waar.

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007.
Uit: The Fourth Hand
“
It turned out there was a word for the feeling that small, unseen insects were crawling over or under his skin. "Formication," Dr. Zajac said.
Naturally Wallingford misheard him. "Excuse me?" he asked.
"It means 'tactile hallucination.' Formication," the doctor repeated, "with an m."
"Oh."
"Think of nerves as having long memories," Zajac told him. "What's triggering those nerves isn't your missing hand. I mentioned your love life because you once mentioned it. As for stress, I can only imagine what a week you have ahead of you. I don't envy you the next few days. You know what I mean."
Wallingford didn't know what Dr. Zajac meant. What did the doctor imagine of the week Wallingford had ahead of him? But Zajac had always struck Wallingford as a little crazy. Maybe everyone in Cambridge was crazy, Patrick considered.
"It's true, I'm a little unhappy in the love-life department," Wallingford confessed, but there he paused--he had no memory of discussing his love life with Zajac. (Had the painkillers been more potent than he'd thought at the time?)
Wallingford was further confused by trying to decide what was different about Dr. Zajac's office. After all, that office was sacred ground; yet it had seemed a very different place when Mrs. Clausen was having her way with him in the exact chair in which he now sat, scanning the surrounding walls.”

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 2 maart 2007.
De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia.
De Hongaarse dichter János Arany werd geboren op 2 maart 1817 in Nagyszalonta.
De Russische dichter Jevgeni Baratynski werd geboren op 2 maart 1800 in Sint Petersburg.
20:17 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: multatuli, godfried bomans, john irving, thom wolfe, janos arany, jevgeni baratynski, romenu |
Facebook |













