02-03-16

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger, János Arany

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit:Moeder de gans
     Over sprookjes in het algemeen en over Charles Perrault in het bijzonder

“Wie herinnert zich niet haar wonderlijke stem, murmelend in onze verre, verre kinderjaren? Wie heeft niet gezucht van opwinding als de arme vrouw van Blauwbaard (was het zijn tiende? was het zijn twaalfde?) daar hoog op de toren roept: ‘Zuster Anna! Zuster Anna! Ziet gij nog niets komen?’ Nu, zolang zuster Anna nog niets ziet mogen wij opblijven, dat is zeker. Want zelfs uw oudste broer, die geheimzinnige bezigheden heeft op een groot kantoor ergens in de wereld, heeft zijn pijp laten uitgaan en luistert met een vreemde glimlach. Doch als hij zich betrapt ziet, schrikt hij en duikt weg achter zijn krant, want sprookjes vindt hij onzin.
Dat zijn ze ook. Maar we zijn ermee groot geworden en er is iets van die onzin diep in ons zelf blijven zitten. Op sommige zomeravonden komt dat nog wel eens naar boven en dan weten we zelf niet goed hoe we het hebben. Het kan dan gebeuren, dat een ernstig makelaar in effecten plotseling achter het rozenboompje in zijn tuin een kabouter meent te zien; hij wrijft zijn ogen uit en de kabouter is weg. Wat was dat? Het was veel meer van Moeder Gans in ons gebleven dan wij zelf wel weten. [...]
Hoe oud ze precies zijn weet geen sterveling, evenmin als men de plaats kent waar ze vandaan komen. Hierover zijn boeken geschreven, veel dikker dan de sprookjes zelf, maar ik moet mijn lezers waarschuwen: ze zijn niet zo spannend. Het eerst hielden Duitse vorsers zich met deze vraag bezig en zij kwamen na veel nadenken tot de natuurlijke slotsom, dat de sprookjes uit Duitsland stamden. Zo zegt bijvoorbeeld Franz Linnig in zijn Deutsche Mythenmärchen (1883), over Roodkapje sprekend: ‘Das Märchen von der kleinen süssen Dirne, die alle Leute so lieb haben, ist den deutschen Kinderherzen so innig verwachsen, das mann an einen fremden Ursprung kaum zu denken wagt’ Niet treffender kan worden aangetoond dat de wens de vader van gedachte is! Een andere Duits geleerde Theodor Pletscher, tekent tegen deze doorzichtige inbeslagneming dan ook protest aan [en merkt op dat de bekendste sprookjes, ook die in Duitsland het bekendst zijn, al lang in Frankrijk hun definitieve vorm hadden gevonden voor zij in Duitsland als volkssprookjes werden opgeschreven]."

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

02-03-15

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger, János Arany

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Wandelingen door Rome

“Ja mijne heren, de beste gids van Rome komt uit Sittard. Het is een klein stevig gebouwd mannetje, met borstelige, witte wenkbrauwen, een witte snor en een wit baardje dat aan de stevige kin vol moed begonnen is, maar zich dan plotseling bedenkt en er ineens mee uitscheidt. Hij draagt een wit hemd, dat van voren open is en daar een kettinkje laat zien, vermoedelijk eindigend in een gouden penning of medaille, doch daarover worden geen inlichtingen vertrekt. Opzij van de mond hebben zich twee kuiltjes gegraven, die op een algemene geneigdheid wijzen het leven een prettige instelling te vinden. De ogen zijn blauw en hebben de argeloze uitdrukking van een Walt Disney-kabouter. De schedel is opzij met een vermoeden van haar bekropen, doch in het midden volkomen kaal. Onder deze schedel bevindt zich Rome.’
(…)

“Naar het schoonmaken van de Trevi-fontein ben ik ook gaan kijken, maar om een heel andere reden. De Fontana di Trevi is de fontein, waar alle vreemdelingen, die later in Rome nog eens willen terugkeren, een munt ingooien. (..) Ik ging daar heen om te kijken, wat ze met al die duizenden munten zouden doen. Hoe vindt u die gedachte? Mij dunkt, dit is een typisch burgerlijke gedachte, die alleen door een Hollander kan worden voortgebracht. Niet de poëzie van zo’n munt in ‘t water gooien, met de volle maan boven je hoofd en een meisje aan je zij, nee, niets daarvan. Alleen de vraag: wáár blijven de duiten? Gaan ze naar de fiscus? Pikt de waterleiding ze in? Of verdwijnen ze in het potje der omliggende percelen? Kijk, aan zo’n vraag heb ik, als Hollander, houvast, daar kan ik mij uren in verdiepen.”
(…)

“Met honderden liepen ze in de stoet mee, allemaal als patertjes, nonnetjes, engelen of martelaren verkleed, met grote, oneindig verbaasde ogen, sommigen met hun eigen martelwerktuigjes in de hand en er verzonken op zuigend. Ik zag één engel, wier beide vleugels tot op de billetjes waren afgezakt en die liep nu juist heel ingetogen te bidden, in een brevier, dat zij precies omgekeerd in de beduimelde handjes hield. (..) Zestig Franciscaner paters trokken voorbij, ieder zeven jaar oud, met echte bruine pijtjes en hagelwitte koordjes, onder leiding van een dik gardiaantje, dat bijna omviel van de slaap.”

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

02-03-14

Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Erik of Het klein insectenboek

“De kleine Erik lag, juist op het ogenblik dat dit boekje begint, in het oude bed van grootmoeder Pinksterblom met den troonhemel en -de zijden kwasten, en keek over den rand van het blanke laken de schemerige kamer in.
Het was het uur waarop de kleine mensen naar bed gaan, het uur waar de grote mensen niet van weten: alle vertrouwde dingen van den muur vervagen zoetjes aan in het groeiende duister, en de wereld wordt stil, zo stil dat zij zelfs niet meer ademt... Buiten stapt nog iemand voorbij: stap, stap, zo klinkt het, en in de verte roept een jongetje hoog en fijn naar een ander jongetje. Zijn stem klinkt in den avond en je denkt- daar is toch een jongetje op de wereld dat nog niet in bed ligt...
Erik lag stil te.kijken naar het raam in de verte en naar de schemerende portretten van den muur. "Het is net," dacht hij, "of er iets gebeuren gaat. En misschien gaat er ook wel iets gebeuren?" En hij besloot om nu eens niet, gelijk op andere avonden. in slaap te vallen, maar goed op te letten of er misschien , @iets gebeuren ging". Nu was daar een goed middel voor. Want onder zijn hoofdkussen lag een boekje, "Solrns' Beknopte Natuurlijke Historie" geheten, en Erik moest daar voor morgen alle insecten uit kennen. Hij had er dezen helen Woensdagmiddag uit zitten leren en was tot aan de meikevers gekomen. Morgenochtend, onder het speelkwartier, zou hij de meikevers er bij nemen.
"Laat eens kijken," mompelde Erik, "hoeveel poten heeft een wesp ook al weer? Zes. De ogen zijn apart verstelbaar e 'n staan voor in den kop. Mooi. Zij leven niet in korven, gelijk de bijen, maar - ja, waar leven zij dan? Zij zullen apart leven, denk ik Nu, dat doet er ook niet toe. Zij behoren tot de familie der vliesvleugeligen en hebben geknikte sprieten.
En hoe staat het met de vlinders? De vlinder verbaast den aandachtigen natuurliefhebber door haar fraaie kleurenpracht. (Erik zei dezen zin twee keer, zo mooi vond hij hem.) Wij kunnen hen rekenen onder de zogenaamde nuttige insecten, maar de kinderen die zij krijgen - welke rupsen worden genoemd - kunnen zeer schadelijk zijn.”

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)
Hier eind jaren 1960 op de basisschool die hij zelf bezocht

Lees meer...

12-09-13

Michael Ondaatje, James Frey, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias

 

De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zieook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog.

 

 

Notes For The Legend Of Salad Woman

 

Since my wife was born
she must have eaten
the equivalent of two-thirds
of the original garden of Eden.
Not the dripping lush fruit
or the meat in the ribs of animals
but the green salad gardens of that place.
The whole arena of green
would have been eradicated
as if the right filter had been removed
leaving only the skeleton of coarse brightness.

All green ends up eventually
churning in her left cheek.
Her mouth is a laundromat of spinning drowning herbs.
She is never in fields
but is sucking the pith out of grass.
I have noticed the very leaves from flower decorations
grow sparse in their week long performance in our house.
The garden is a dust bowl.

On our last day in Eden as we walked out
she nibbled the leaves at her breasts and crotch.
But there's none to touch
none to equal
the Chlorophyll Kiss

 

 

 

 

Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

Lees meer...

24-03-13

Harry Prenen, Top Naeff, Willem van Iependaal, Robert Hamerling, Fanny Lewald

 

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook alle tags voor Harry Prenen op dit blog.

 

Uit: Het een en ander over Godfried Bomans

 

“Deze avond gaf mij de bevestiging van iets dat ik al lang vermoedde. Gezien zijn succes kan men kwalijk zeggen dat Bomans miskend zou zijn, maar desondanks geniet hij vaak een verkeerde bekendheid. Dat hij een van onze eerste humoristen is wordt wel algemeen aanvaard (..) dat hij echter een van onze beste prozaïsten is, daar wil de officiële litteratuur en fijnproeverij nog maar moeilijk aan geloven. En toch is dat zo. Wie werkelijk iets weet van wat proza en wat schrijven is kan in zijn boeken en in zijn journalistiek te kust en te keur passages vinden om in een lijstje te zetten. De fijnproeverij verzekert ons echter dat hij een voortreffelijk auteur voor Jan, Piet en Klaas is, een genie van de middenstand, maar niet voldoende voor de happy few. Het tegendeel is waar, want terwijl hij de duizenden op de galerij in hun twee handen laat klappen blijft hij tegelijkertijd iemand van de kleine keurbende.

Dit misverstand heeft niettemin vele aanhangers. (..) Het volk te vermaken schijnt bij het edeler deel der natie op de index te staan (verboden, e.k.). En toch doet Bomans hiermede op eigen manier in onze litteratuur niet anders en niets minders dan Dickens het in de zijne deed. (..) Vervolgens ben ik van mening dat er in het eerste het beste goede stuk van Bomans’ Elsevierjournalistiek meer echte schrijfkunst en aangeboren talent steekt dan in menig poëem op hoge stelten.

Bij de happy few van de litteraire café’s kan men ondertussen nog meer bedenkingen vernemen. Bijvoorbeeld: dat hij in Elsevier schrijft!!Een burgerlijk blad, naar ik verneem.”

 

 

Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)

Lees meer...

02-03-13

Honderd jaar Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden.

 

Uit: Pieter Bas

 

“Dit heb ik voorzeker met vele grote mannen gemeen: dat ik in Dordrecht geboren ben. De inwoners – die ik vanaf deze plaats hartelijk groet – kunnen u het eenvoudige huis aanwijzen: op de hoek van de Jan de Witstraat en het oude Muntplein. Zo van buiten gezien maakt het niet de indruk dat een minister daar geboren is; dit was althans mijn indruk toen ik het jaren later bezocht. Wanneer ge de moeite wilt nemen het Muntplein over te steken en u tegenover de slagerij van Bos op te stellen, krijgt ge een goede kijk op het geheel. Het raam

links, met de ijzeren spijltjes ervoor, is de kamer waar ik geboren ben. De gedenksteen erboven is natuurlijk later aangebracht. De twee ramen daarnaast werpen het licht in een vertrek dat wij gewoonlijk ‘het Kabinet’ noemden, vanwege het kleine eikenhouten bureau waaraan mijn vader te werken placht, wanneer zijn aanwezigheid niet op het stadhuis vereist werd. Hij vervulde daar de plaats van gemeentesecretaris, een woord dat wij moeilijk konden uitspreken. Zozeer waren wij destijds van zijn hoge positie en onmisbaarheid doordrongen, dat, toen hij een keer met verkoudheid in bed lag, wij verbaasd waren het verkeer op straat gewoon te zien doorgaan.

Naast ‘het Kabinet’, dat is dus het laatste raam rechts, bevond zich mijn slaapkamertje, sindsdien geheel verbouwd en veranderd; doch, naar ik hoor, zijn er reeds stappen gedaan alles in de vorige toestand te restaureren.

De dag dat ik het eerste licht zag, was een zeer bewogene. Het ministerie Brouwer-Kortenhoef was juist de vorige avond gevallen op een onderwijswet en ’s ochtends om acht uur kwam de mare hiervan tegelijk met het bericht van mijn geboorte ‘het Kabinet’ binnen, het eerste door de krant, het tweede door de baker.

Mijn vader schijnt een ogenblik in beraad te hebben gestaan aan welke van de twee bronnen hij het eerste zijn nieuwsgierigheid zou bevredigen, doch ten slotte zegevierde de vader in hem over de ambtenaar en kwam hij naar mijn toestand informeren.

‘Het is een gezonde jongen,’ zei hij, zich over het bed van zijn vrouw buigend en haar kussend, ‘het is een gezonde jongen en Kortenhoef is gewipt.’

 

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

24-03-12

Harry Prenen, Top Naeff, Willem van Iependaal, Robert Hamerling, Fanny Lewald

 

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook alle tags voor Harry Prenen op dit blog.

 

Uit: Het een en ander over Godfried Bomans

 

„Dat sloeg de deur dicht. De aanvoerder van het gezelschap hield nog genoeg adem over om mij naar de redenen van deze opinie te vragen. Ik moet bekennen: mijn antwoord geleek op het eerste gezicht wel wat op een Delphische orakelspreuk: ‘Daar heb ik zeven redenen voor. Zeven grote en honderd kleine.”

– “Wat? Zeven? En honderd?” – “Zijn zeven boeken: Pieter Bas, Erik, Wonderlijke nachten, Sprookjes, Kopstukken, Bill Clifford en Pa Pinkelman.”

– “En die honderd andere redenen?” – “Zijn artikelen in Elsevier, zijn recensies en feuilletons in de Volkskrant, zijn verspreide verhalen als ‘Het Doosje’ en ‘Hoebe’, zijn toneelstukjes in het fonds van de heer Anton Zweers, zoals het kleine éénactertje ‘Driekoningen’, zijn circulaires voor feesten en gelegenheden, zijn brieven aan mij persoonlijk (maar daar hebt ge verder uw neus niet in te steken) en zo al verder. Mij dunkt dat beloopt nog meer dan honderd. En nu ik toch bezig ben wil ik meteen maar zeggen dat het bij al uw veneratie( verering) voor Slau en Vestdijk en dergelijke (wat ik u niet betwisten wil, al kan ik het niet van harte delen) en bij al uw schampere waardering voor Bomans als louter amuseur (dit zienlijk deel is ’t minst van hem, zou vader Vondel zeggen) het toch geen kwaad kan eerst eens tot overeenstemming te komen wat eigenlijk goed proza is alvorens op pad te gaan om de beste prozaïst te zoeken.”

 

 

Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)

De Rijnlandse Academie door Peer Molengraft, 1952

V.l.n.r. Jan Mul en Wouter Paap, Godfried Bomans en Harry Prenen

 

Lees meer...

02-03-12

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

 

Uit: De dood van de sprookjesverteller

 

“Er was eens een sprookjesverteller en die ging dood. Hij had zijn hele leven lang over kabouters verteld en nu wilde hij, voor zijn dood, nog een kabouter zien, een werkelijke kabouter. Hij zocht in de provisiekast, in de ontbijttrommel, onder het buffet, maar er was nergens een kabouter te vinden. Nu begon de sprookjesverteller te wenen: 'Ach, lieve God,' sprak hij, 'ze zijn op. Er is er geen eentje meer! Ik heb mijn hele leven vast geloofd dat er kabouters waren, maar nu zie je wat je er van denken moet. Hij heeft toch gelijk gehad, de kruidenier van hiernaast die mij altijd zo uitlachte. Nu heb ik niets meer van het leven te verwachten.'

En de sprookjesverteller kroop in bed, blies de kaars uit en wachtte op de dood.

Doch de dood kwam niet; hij was de verkeerde weg ingeslagen en liep nu te mopperen om het huis heen. 'Woont hier de sprookjesverteller?' riep hij door het raam. 'Ja, Dood!' antwoordde de sprookjesverteller van uit de bedstee, 'kom er maar in! Maak het kort! Alle aar digheid is er toch voor mij af. Pas op voor de drempel, daar zit een plank los.'

'Je bent een rare.' hernam de Dood, zich over het bed buigend, 'verlang je naar mij? De mensen zijn altijd bang als ik binnenkom. Vind je het prettig, dat ik er ben?'

Jawel,' antwoordde de sprookjesverteller glimlachend, 'ik vind het heel prettig, Dood, de kabouter wil niet komen en daarom ben ik blij dat jij komt. Of het een, of het ander.'

'Wat zit je nu toch te praten van een kabouter?' sprak de Dood verbaasd, 'je bent toch een echte sprookjes verteller, waarlijk. Onderzoek liever je geweten, denk eens aan je zonden en aan de eeuwigheid. Dat zijn nuttige gedachten. Ik zal zo lang wat in de tuin rondlopen. Je roept wel als je klaar bent.'

 

 

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

24-03-11

Harry Prenen, Top Naeff, Willem van Iependaal, Robert Hamerling, Fanny Lewald

 

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009 en ook mijn blog van 24 maart 2010.

 

Uit: Het een en ander over Godfried Bomans

 

“Ze spraken over litteratuur, en achter mijn koffie gezeten sloeg ik het dispuut met een huivering van eerbied gade. Het waren studenten, poëten of essayisten, abonnées op ‘Podium’, vlijmscherpe critici die hun mes zo lang op de wetsteen van hun vernuft geslepen hadden, dat er nauwelijks iets mee te snijden viel. De scheppende talenten onder hen dronken zich dagelijks tot aan de nok toe vol met gedichten van Slauerhoff en essays van Vestdijk (..)

Het gesprek ging erover wie nu eigenlijk op het ogenblik onze beste prosateur mocht heten. Om mijn verlegenheid te verbergen en mijn pover zelfvertrouwen bij elkaar te schrapen, bestelde ik een taartje en keek wat naar buiten. En daar passeerde (..) mijn oude speelgenoot Bomans. Hij reed bedachtzaam op een motorfietsje en hield een karbiesje in de hand. Ik wenkte hem toe om naderbij te komen en aan de koffie met discussie deel te nemen. Doch hij had geen tijd en snelde verder om de trein te halen. Moest een lezing houden, vanavond. Blijkbaar deed hij weer ’n tocht naar de binnenlanden om hun de wereld te laten zien door het oog van een meikever.(..)

Toen ik mij weer omkeerde en mijn plaats zocht was de grootste prozaschrijver nog steeds niet gevonden. Vestdijk, die pas vijftig jaar was geworden, maakte echter een mooie kans. Tijdens het wikken en wegen begon er eentje:

 - ‘Tja, als ik het zeggen moet, de beste prozaïst in Holland is ….’

 - ‘Bomans!’  - Het was mijn stem die de twijfelende stilte brak. Ik had het gezegd voor ik het wist. De uitwerking was verrassend. Ze zetten alle twintig tegelijk hun glaasje neer en spalkten hun ogen open om te zien of ik in ernst sprak, - een van hen begon alvast te proesten -, maar toen de gloed der overtuiging mijn wangen kleurde barstte het ganse gezelschap in een bevrijdende schater los. Een springvloed van vrolijkheid stootte alle sluizen open, zoals zelfs de beste grap van Bomans zelf nooit te beurt was gevallen. Toen de vreugde wat bedaard was vroeg een ganse deputatie tegelijk: ‘Maar Vestdijk dan? En Slauerhoff, en du Perron en …..??’ ‘Bomans…. Nu ja, het moet dan maar: Bomans schrijft beter!’

 

 

 

 

Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)

Harry Prenen en Godfried Bomans

 

 

Lees meer...

02-03-11

Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 ook mijn blog van 2 maart 2008. en ook mijn blog van 5 december 2009 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009 en ook mijn blog van 2 maart 2010.

 

Uit: Het zondagskind (Sprookjes) 

 

„Er leefden eens een vader en een moeder en die hadden zes kinderen. Elk kind was op een andere dag van de week geboren. Het oudste kind heette Maandag en het jongste Zaterdag. En de rest heette naar de dagen ertussenin.
Maar een zondagskind was er niet bij en dat wilden die vader en moeder nu juist zo graag hebben. Ze waren wel blij met de zes, die ze hadden, maar ze waren nog meer bedroefd om het ene kind, dat ze misten. Ze liepen verdrietig door het huis en keken telkens naar het lege stoeltje, dat ze hadden klaargezet. En elke dag als ze gingen eten, zetten ze de wieg aan tafel, want je wist het maar nooit.
Dit hoorde de oude grootmoeder. Het was maar een klein mensje, met een geplooid mutsje, een piepstem en een bult. Ook was haar rechterbeen wat korter, ofschoon zij zelf volhield dat alleen haar linkerbeen wat langer was.
Maar zij kon toveren. Vroeger toverde zij de hele dag, maar nu deed zij het alleen 's avonds na tafel en was dan erg moe. "Kalm aan, vrouwtje," had de dokter gezegd, "alleen de kleine kunstjes, dan redden we het wel." Maar ze kon het niet laten en deed de grote ook.
Gelukkig maar, want anders was het zondagskind nooit gekomen. Dat zullen wij nu zien.
Op zekere dag kwam de oude grootmoeder voor een weekje logeren. Dat gebeurde elk jaar en nu was het weer zover. Ze klauterde de trap op naar haar kamertje onder de dakpannen en ging meteen in een dik boek zitten lezen.
"Bemoei je maar niet met me," zei ze met haar piepstem, "ik heb mijn boterhammetjes bij me. En als de week om is, dan kom ik vanzelf naar beneden."
Ze sliep niet, ze dronk niet en ze toverde niet, maar las aan één stuk door, de hele week lang. Elke dag kwam een van de zes kinderen, dat op die dag geboren was, naar boven met een kopje thee, maar ze raakte de kopjes niet aan en zei: "Zet het maar neer bij de andere kopjes." En toen het zondag geworden was, stonden er zes kopjes op een rij en toen kwam ze naar beneden.“

 

 


Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

 

 

Lees meer...

24-03-10

Jacob van Lennep, Harry Prenen, Top Naeff, Robert Hamerling, Fanny Lewald


De Nederlandse schrijver Jacob van Lennep is geboren te Amsterdam op 24 maart 1802. Zie ook  Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2008 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Vertelling van een heer, die zijn koffer kwijt was

 

“Ofschoon mijn almanak Holland eigenlijk en voornamelijk bestemd is om Hollandsche toestanden, enz. te schilderen, zoo geloof ik niet, mij te groote afwijking van mijn programma schuldig te maken, wanneer ik de volgende bladzijden toewijde aan de beschrijving van den toestand van een Hollander: — en wel van eenen voor dien Hollander zeer onaangenamen toestand.
Ik voel mij daar te meer toe genoopt, omdat ik, toen het geval, dat het onderwerp mijns verhaals uitmaakt, plaats vond, innig medelijden gevoelde met gezegden Hollander: omdat ik dien persoon, omtrent wien het u, waarde lezer! vrijstaat volkomen onverschillig te zijn, van zooverre ik mij herinner, steeds groote genegenheid heb toegedragen; omdat ik hem, somtijds boven allen, doorgaans boven de meesten mijner natuurgenooten, liefheb, en hem, daarvan steeds blijken heb trachten te geven: al is het door mijne schuld, dat hij in den bedoelden, als in vele andere onaangename en pijnlijke toestanden, geraakt is: in ’t kort, omdat de Hollander niemand anders is dan .... uw onderdanige Dienaar.
Ik weet dat het van groote verwaandheid en eigendunk getuigt, dat het onbescheiden en onhoffelijk in mij is, u, waarde Lezer! over mijne eigene, en dat nog wel zeer onbeduidende avonturen te onderhouden; doch gij zult het mij voor deze reis vergeven: het is een vergrijp, waarvoor ik mij, hoeveel ik ook reeds geschreven heb, altijd heb gepoogd te wachten: en bovendien, de eenige zoetheid, die een ramp ons kan schenken, is gelegen in het recht van er over te klagen en er anderen mede te vervelen.
Gij moet dan weten, waarde lezer! dat ik op den 24sten Juli van dit jaar des morgens te zeven uren, Lane’s Private Hotel St.-Albans place St.-James’s te Londen verliet, om mij naar het station van den zuidwestelijken spoorweg te spoeden, en mij dan langs dezen naar de oude en alom bekende stad Salisbury te begeven.”

 

 

 

lennep
Jacob van Lennep (24 maart 1802 – 25 augustus 1868)

 

 

 

 

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Godfried Bomans, Werken V

 

“Het was de 19de april van het jaar 1929, des morgens om kwart voor elf. Het regende. De heer Prenen stond, op de kale boomloze vlakte die wij ‘de cour’ noemden, tegen de muur van het scheikundelokaal geleund, de uiterst dunne beentjes schuin naar voren in het grind geplant. De exposant was toen gekleed in een kaneelkleurig pakje (..) en las door zijn bril, waarvan het linkerglas gebarsten was, in een sterk beduimeld bundeltje met verzen van (Guido) Gezelle, een dichter die hij tot op heden is trouw gebleven.

Er ontstond een gesprek, waarvan ik mij de inhoud niet meer herinner. Wèl weet ik dat wij vanaf dat ogenblik bij elkaar gebleven zijn, in een hechte vriendschap lief en leed met elkander delend.

Er was veel overeenkomst. Met name deelden wij dezelfde genegenheid voor dingen die buiten het lesrooster vielen”(..). We namen “al spoedig onze toevlucht tot een uitgebreide correspondentie, die op het ogenblik de duizend brieven verre te boven gaat, en voorts tot samenkomsten in bescheiden Haarlemse tapperijen, als daar waren: ‘Het Vissertje’, De Zwarte Hond’ en ‘Schippersvreugde’.

 

 

 

 

Bomans-en_Prenen
Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)

Godfried Bomans en Harry Prenen

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Top Naeff (eig. Anthonetta van Rhijn-Naeff) werd geboren op 24 maart 1878 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: De Luitenant

 

Ja, 't was waar, Jeanne werd ongenietbaar. Ze stelde in niets meer belang, zat den heelen dag in gepeins verzonken en had tegenover haar vriendinnen een soort van meerderheid in haar manieren en toon aangenomen, alsof ze (volgens Jet) de koperen bruiloft al achter den rug had. Ook haar werk leed er onder, zij kende de lessen maar half, doordat haar hoofd met andere, meer poëtische dingen vervuld was, en haar nette schriften waren langzamerhand aan alle kanten met reusachtige ‘H.'s’ (van Gelder heette Herman) beknoeid. In haar teekenboek, kwamen op de laatste bladzijde een paar dozijn mislukte officierspetten voor, afgewisseld door enkele snorren met fijn uitloopende, opgedraaide punten, en 't woord ‘Gelderland’ alleen was al voldoende, om Jeanne tot achter haar ooren te doen blozen en de anderen met een ‘ghum! ghum!’ veelbeteekenend te doen omzien. Het portretje was nu in haar horloge verhuisd, (een veel waardiger plaats voor zoo iets dan een lucifers-doosje). Het horloge werd om de vijf minuten geopend en weer gesloten, hetgeen de aandacht voor de les niet direct bevorderde en een ‘opletten Jeanne!’ klonk, geheel in strijd met de gewoonte, meermalen door de klasse.

Het was natuurkundeles, het eenige vak, waarin door een heer gedoceerd werd.

Een groote, knappe man, met enorme behaarde handen, gaf er les in en boezemde door zijn uiterlijk reeds eenigszins ontzag in.

Ook ditmaal liet het uurtje zich kalm aanzien, en waren alle leerlingen met de beste voornemens bezield. Dat zelfs de beste voornemens wel eens falen, zou helaas alweer blijken! En niet alle menschen zijn misschien voor het ongeluk geboren, maar Jet van Marle dan toch wel!

Zij zat stil, luisterend, met haar hand op haar knie en speelde, geheel in gedachten, met den gesp van haar kouseband, dien ze voelde door haar rokken heen.“

 

 

 

Naeff
Top Naeff (24 maart 1878 – 21 april 1953)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en dichter Robert Hamerling werd geboren op 24 maart 1830 in Kilchberg am Walde. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

 

Wunder

Deute mir den süßen Zauber,
Der die Frauenlippe würzt:
Daß uns ihre Glutberührung
In ein Meer von Wonne stürzt?

Solchem Wunder nachzuspüren
Ist so fromm, als wie des Seins
Ew'gem Grunde nachzugrübeln:
Alle Wunder sind nur eins.

Heilig ist dies Weltenwunder,
Wo ihr's packt, an jedem Ort,
Und die großen Rätsel alle
Löst ein einzig Zauberwort.

 

 

 

 

robert_hamerling
Robert Hamerling (24 maart 1830 – 13 juli 1889)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Fanny Lewald werd op 24 maart 1811 in het toenmalige Königsberg geboren. Zie ook mijn blog van 24 maart 2007 en ook mijn blog van 24 maart 2009.

 

Uit: Clementine

 

Beide Damen gingen fast erzürnt von einander; die kleine, rosige Professorin in die Arbeitsstube ihres Mannes, um ihm das vermuthliche Mislingen ihres Planes mitzutheilen; die ernste, schlanke Clementine auf ihr Zimmer, um den Sturm, den diese Unterhaltung in ihr erregt hatte, ruhig austoben zu lassen.
Clementine und Marie Frei waren die Töchter eines hochgestellten preußischen Beamten. Sie hatten früh ihre Mutter verloren und eine Tante, Frau von Alven, eine kluge, feinfühlende Frau, die Witwe, und deren einziges Kind früh gestorben war, hatte die Erziehung der beiden Mädchen im Frei’schen Hause übernommen. Nichts konnte aber verschiedener sein, als der Charakter dieser beiden Schwestern: Clementine, heftig, geistreich und zu tiefem Fühlen geneigt, wurde schnell von plötzlichen Eindrücken gefesselt, die sich dauernd ihrer Seele einprägten; was sie einmal ergriffen hatte, was ihr lieb geworden war, das konnte keine Macht ihr entreißen, das hielt sie fest für’s Leben. Aus diesem Gefühl entsprangen die treue Anhänglichkeit für Frau von Alven, die innige Liebe für ihren Vater und die fast mütterliche Zärtlichkeit für die um sechs Jahre jüngere Marie; aber zugleich auch eine leidenschaftliche, unwandelbare Liebe für Robert Thalberg, einen jungen Mann, mit dem sie in ihrer ersten Jugend in allen befreundeten Familien zusammengetroffen war.

 

 

 

FannyLewald
Fanny Lewald (24 maart 1811 - 5 augustus 1889)

02-03-10

Godfried Bomans, Multatuli, Thom Wolfe, John Irving, Michael Salinger


De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 ook mijn blog van 2 maart 2008. en ook mijn blog van 5 december 2009 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: Spookjes (De bramenplukker)

 

“En zij trokken een donker woud door, zwommen twee rivieren over, sprongen over sloten en heggen, en waren bij de bramenplukker. "Bramenplukker!" riep de reiziger, "hier zijn we!" "Wat aardig!" riep de bramenplukker, "u laat er geen gras over groeien, dat moet ik zeggen. Hemeltje lief, wat hebt u daar een mensen bij u! Het zijn er wel een paar duizend! Wat gaat u daarmee beginnen?" "Wij komen de parels halen," sprak de burgemeester, naar voren tredend, "en wij gaan in het paleis wonen waar de zoldering van beweegbaar mozaïek is en de zuilen van groen smaragd. Wij komen luisteren naar de muziek en de spiegels moeten we ook hebben." "Wel, dat is heerlijk!" riep de bramenplukker, hem omhelzend, "ik ben zo blij dat jullie het ook waarderen! Dat jullie inziet hoe mooi dat alles is! Welkom, welkom! Ontbijtkoek heb ik niet zoveel, maar wel goed brood en fris water."

"Wij moeten geen ontbijtkoek," sprak de burgemeester langzaam, "wij moeten parels." "Die krijgen jullie!" riep de bramenplukker, "zoveel als je dragen kunt. Wacht tot morgen!" "Kan het niet vanavond?" vroeg de burgemeester bezorgd, "tijd is geld!" "Nee," hernam de bramenplukker hoofdschuddend, "nu is het donker. En in het donker ziet men de parels niet. Maar morgenochtend vroeg zult u eens wat zien! Gaan jullie nu wat slapen, we hebben alle tijd." "Goed," sprak de burgemeester, "slapen, mannen! We hebben alle tijd!"
De volgende morgen lagen de velden glinsterend en flikkerend onder de rode hemel; aan elke grashalm, ook de kleinste, hingen prachtige, zilveren diamanten, en toen de zon opging, veranderden deze in topazen, smaragden en blauwe saffieren, stralend van licht, flonkerend van zuiverheid, schitterender dan aardse juwelen. En daartussen stonden de mensen en spraken over de parels die nu weldra gevonden zouden worden, hele grasvelden vol. Werd nu de bramenplukker maar wakker; zij hielden de ogen strak gevestigd op de kleine deur.
Eindelijk ging zij open; de bramenplukker trad naar buiten en schouwde zwijgend over de velden; zijn ogen stonden vol tranen. "Jullie treffen het wel," sprak hij zachtjes. "Wat zegt ie?" mompelde de burgemeester. "Ik zeg: jullie treffen het wel," hernam de bramenplukker glimlachend, "zoveel parels liggen er anders nooit." "Ik zie geen parels," sprak de burgemeester. "Zien jullie geen parels?" vroeg de bramenplukker verbaasd. "Wij zien niets," riepen de mensen, "wij zien helemaal niets."

 

 

 

 

Sculptuur_Godfried_Bomans
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Sculptuur van Wim Jonker in de Janstraat te Haarlem

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam op 2 maart 1820. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007  en ook mijn blog van 2 maart 2008. en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: Ideën I

 

Wees door de Natuur bedeeld met zucht naar kennis... maak van 't streven naar waarheid uw hoofddoel, uw eenig doel... offer alles op aan dat streven... verwaarloos alle belangen om dat ééne belang... betaal de geringe kans op slagen met uw rust, met uwe gezondheid, met uw welvaart, met alles wat een mensch offeren kàn... verlaat vrouw en kind, zeggende: Vrouwe, wat heb ik met u te doen? Kind, wat heb ik met u te doen? Ik zoek de waarheid... ziedaar myne vrouw, ziedaar het kind van m'n hart.

Trek naar de woestyn... sla u een kemelhuid om de lenden... omgord u met lederen riem... voed u met sprinkhanen en wilde honig.

Denk, peins, overweeg... twyfel... overweeg nogmaals, en weder, en nogeens... altyd door, altyd op-nieuw.

Rek uw begrip tot de uiterste grens der mogelykheid van kennen, kunnen, weten, en begrypen.

Schroef uw denkvermogen op tot de hoogste mate van bevatting.

Span uwe gedachten voor de logge vracht van alle onopgeloste vraagstukken... zweep ze voort met de kracht van uwen wil, tot raders en zeelen kraken...

Hebt ge dit alles gedaan?

Als ge dit zult gedaan hebben tot uwe ziel vermoeid is, tot uw vleesch zich afscheidt van 't gebeente...

Als ge dan eindelyk meent iets te hebben geleerd, iets te weten, iets te begrypen...

Keer dan terug uit de woestyn. Volg de inspraak van uw hart dat aandryft tot meedeeling, en zeg:

- Broeders, ik geloof deze zaak is alzoo.

- Dan zal er afscheiding zyn tusschen wie u hooren.

Een gedeelte zal roepen:

- Deze mensch is slecht.

Dit zeggen zy die nadachten over de onderwerpen welke u bezighielden, maar die niet nadachten als gy in de woestyn. Zy noemen u slecht, wyl ze vreezen dat het volk offer zal schatten boven gebrek aan offer, en inspanning nemen tot maatstaf om 't slagen te meten.

Antwoord denzulken door te wyzen op uw versleten kleed van kemelvel.

En een ander gedeelte zal bestaan uit hen die nooit hoorden van de dingen die ge overdacht, uit lieden die zich bezighielden met niets, al den tyd dien gy sleet in zoo zwaren arbeid.

En weder zullen dezen zich verdeelen.

Het eerste deel zal zeggen:

- M'nheer, net m'n idee.”

 

 

 

multatuli
Multatuli (2 maart 1820 - 19 februari 1887)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Thom Wolfe werd geboren op 2 maart 1930 in Richmond, Virginia. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: The Painted Word

 

All these years, along with countless kindred souls, I am certain, I had made my way into the galleries of Upper Madison and Lower Soho and the Art Gildo Midway of Fifty-seventh Street, and into the museums, into the Modern, the Whitney, and the Guggenheim, the Bastard Bauhaus, the New Brutalist, and the Fountainhead Baroque, into the lowliest storefront churches and grandest Robber Baronial temples of Modernism. All these years I, like so many others, had stood in front of a thousand, two thousand, God-knows-how-many thousand Pollocks, de Koonings, Newmans, Nolands, Rothkos, Rauschenbergs, Judds, Johnses, Olitskis, Louises, Stills, Franz Klines, Frankenthalers, Kellys, and Frank Stellas, now squinting, now popping the eye sockets open, now drawing back, now moving closer--waiting, waiting, forever waiting for . . . it . . . for it to come into focus, namely, the visual reward (for so much effort) which must be there, which everyone (tout le monde) knew to be there--waiting for something to radiate directly from the paintings on these invariably pure white walls, in this room, in this moment, into my own optic chiasma. All these years, in short, I had assumed that in art, if nowhere else, seeing is believing. Well--how very shortsighted! Now, at last, on April 28, 1974, I could see. I had gotten it backward all along. Not "seeing is believing," you ninny, but "believing is seeing," for Modern Art has become completely literary: the paintings and other works exist only to illustrate the text.

Like most sudden revelations, this one left me dizzy. How could such a thing be? How could Modern Art be literary? As every art-history student is told, the Modern movement began about 1900 with a complete rejection of the literary nature of academic art, meaning the sort of realistic art which originated in the Renaissance and which the various national academies still held up as the last word.

 

 

 

tomwolfe
Thom Wolfe (Richmond, 2 maart 1930)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Irving werd geboren op 2 maart 1942 in Exeter, New Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 maart 2007 en ook mijn blog van 2 maart 2008. en eveneens mijn blog van 2 maart 2009.

 

Uit: Last Night in Twisted River

 

„The young canadian, who could not have been more than fifteen, had hesitated too long. For a frozen moment, his feet had stopped moving on the floating logs in the basin above the river bend; he'd slipped entirely underwater before anyone could grab his outstretched hand. One of the loggers had reached for the youth's long hair — the older man's fingers groped around in the frigid water, which was thick, almost soupy, with sloughed-off slabs of bark. Then two logs collided hard on the would-be rescuer's arm, breaking his wrist. The carpet of moving logs had completely closed over the young Canadian, who never surfaced; not even a hand or one of his boots broke out of the brown water.

Out on a logjam, once the key log was pried loose, the river drivers had to move quickly and continually; if they paused for even a second or two, they would be pitched into the torrent. In a river drive, death among moving logs could occur from a crushing injury, before you had a chance to drown — but drowning was more common.

From the riverbank, where the cook and his twelve-year-old son could hear the cursing of the logger whose wrist had been broken, it was immediately apparent that someone was in more serious trouble than the would-be rescuer, who'd freed his injured arm and had managed to regain his footing on the flowing logs. His fellow river drivers ignored him; they moved with small, rapid steps toward shore, calling out the lost boy's name. The loggers ceaselessly prodded with their pike poles, directing the floating logs ahead of them. The rivermen were, for the most part, picking the safest way ashore, but to the cook's hopeful son it seemed that they might have been trying to create a gap of sufficient width for the young Canadian to emerge. In truth, there were now only intermittent gaps between the logs. The boy who'd told them his name was "Angel Pope, from Toronto," was that quickly gone.

"Is it Angel?" the twelve-year-old asked his father. This boy, with his dark-brown eyes and intensely serious expression, could have been mistaken for Angel's younger brother, but there was no mistaking the family resemblance that the twelve-year-old bore to his ever-watchful father. The cook had an aura of controlled apprehension about him, as if he routinely anticipated the most unforeseen disasters, and there was something about his son's seriousness that reflected this; in fact, the boy looked so much like his father that several of the woodsmen had expressed their surprise that the son didn't also walk with his dad's pronounced limp.“

 

 

 

Irving
John Irving (Exeter, 2 maart 1942)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook mijn blog van 2 maart 2009.

 

Stingray (Fragment)

 

The young man believed

he had hooked an angel

shark

line ripping from his bait casting real

drag click whizzing away

a New Year's Eve noisemaker

attached to an electric drill

the rest of the anglers

at his end of the pier

grabbing their gear

clearing way

to watch this fight

big fish

big fish

 

big fish on

passes

tide steady

down 600 foot fishing pier

as tackle lay abandoned

on wheather cured panks

so that the owners

could  catch this show

50 pound test line

stretching tight

gutteral cvat howling

like an out of tune violin

while the young man

repels down a mountainside

back leaning with all his weight

gaining three feet

giving up

two

towed from one rough hewn railing

to the other

for three tortuous quarters of an hour

before we even see

the fish

 

 

 

 

Salinger
Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

06-01-10

De drie wijzen (Godfried Bomans)


Bij het feest van Driekoningen

 

 

 

 

JanSteen, 1668

Jan Steen, Driekoningenfeest, 1668

 

 

 

 

Uit: De drie wijzen

 

„Nu waren er die dag juist drie wijzen in de stad gekomen. De rijke man liet hen ieder een zak dadels brengen. De wijzen deelden de dadels aan de armen uit, maar behielden de zakken, want die konden hun nog van pas komen.
'Ik wil helemaal gelukkig zijn', zei de rijke man.
De wijzen knikten, want dit was hun bekend.
'Wie van jullie is de wijste?' vroeg de rijke man.
'Het wijst is hij, die het minst meent te weten.'
'Wie van jullie weet dan het minst?'
De drie wijzen traden tegelijk naar voren.
'Zo komen we niet verder', sprak de rijke man, 'laat de twee anderen wachten in de kamer hiernaast, de derde blijft.'
De twee bogen en gingen heen. De rijke man sprak nu tot de wijze, die overbleef:
'Hoe kan ik het geluk vinden?'
'Door er niet naar te zoeken', antwoordde de wijze.
De man dacht hierover na, maar begrijpen deed hij het niet.
'Wat is dan het geluk?' vroeg hij.
'Het geluk', antwoordde de wijze, 'is een toegift op iets anders.'
'Kan ik het herkennen?'
'Wij herkennen het, als het voorbij is.'
'Hier heb ik helemaal niets aan', antwoordde de rijke man, 'ga heen en roep de tweede.'
De eerste wijze boog en de tweede trad binnen.
'Hoe kan ik gelukkig worden?' vroeg de rijke man.
'Door niets te verwachten', antwoordde de wijze.
'Zijt gij gelukkig?'
'Als ik dat wist, zou ik het niet meer zijn.'
'Waar is het geluk?'
'Het geluk is daar, waar men niet is.'
'Zeer diepzinnig', sprak de rijke man, 'maar ik ben niets verder gekomen. Ga heen en roep de derde.'
De tweede wijze boog en de derde trad binnen.
'Wie vindt het geluk?' vroeg de rijke man.
'Die het niet nodig heeft', antwoordde de wijze.
'Wat ben ik, als al mijn wensen vervuld zijn?'
'Een man zonder verlangens.'
'Is dat het geluk?'
'Nee. Het is de verzadiging.'
'Buitengewoon', sprak de rijke man, 'en ga nu heen.'
En ook de derde wijze boog en ging.
De rijke man dacht over alles wat hij gehoord had nog enkele ogenblikken na, want hij had ervoor betaald en de dadels waren dat jaar schaars. Toen ging hij naar buiten om in de frisse lucht te zijn.“

 

 

 

Godfried Bomans

 

 

 

Bomans

Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)
Houtskooltekening van Aleid Slingerland

14:09 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: godfried bomans, romenu, driekoningen, jan steen |  Facebook |

05-12-09

Godfried Bomans, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Afanasy Fet, Alois Brandstetter, Joan Didion, Hanif Kureishi, Calvin Trillin, Eugenie Marlitt, Josh Malihabadi, Hans Helmut Kirst

 

Uit: De Kleine Catechismus van St. Nicolaas

Vraag: bestaan er meerdere Sinterklazen?
Antwoord: Er bestaat slechts één Sinterklaas, doch in meerdere personen.

Vraag: Wat moeten wij denken van de meening dat er geen Sinterklaas zou bestaan?
Antwoord: De meening dat er geen Sinterklaas zou bestaan, is een afschuwelijke ketterij, die wij met kracht moeten bestrijden.

Vraag: Hoe is het mogelijk dat Sinterklaas met paard en al door den schoorsteen komt?
Antwoord: Dat Sinterklaas met paard en al door den schoorsteen komt, is een mysterie, dat wij kinderlijk moeten aanvaarden.

Vraag: Zal ons dit mysterie ooit worden uitgelegd?
Antwoord: Dit mysterie zal ons in het hiernamaals door Sinterklaas zelf worden uitgelegd.

Vraag: Waarom rijdt Sinterklaas over de daken?
Antwoord: Sinterklaas rijdt over de daken om vijf redenen:
1e omdat het een wonder is;
2e omdat daar het minste kwaad gebeurt;
3e omdat daar de meeste schoorstenen staan;
4e uit de macht der gewoonte;
5e omdat Hij boven hoogtevrees staat.

 

 

sint

 


Vraag: Hoe is het te verklaren dat Sinterklaas meer aan rijke dan aan arme kindertjes geeft?
Antwoord: Dat Sinterklaas meer aan rijke dan aan arme kinderen geeft, is wederom een mysterie.

Vraag: Zal ook dit mysterie ons in het hiernamaals verklaard worden?
Antwoord: Neen. Dit mysterie zal ons, naarmate wij ouder worden, reeds op aarde duidelijk worden.

Vraag: Heeft Sinterklaas ook vijanden?
Antwoord: Sinterklaas heeft drie vijanden, te weten: de Paaschhaas, het Kerstmannetje en zij, die weigeren Hem als ernst te beschouwen. Van de eerste twee zegt Hij dat Hij niet gelooft dat ze bestaan, en van de derde dat het niet bestaat dat ze niet gelooven.

 

 

sintbomans 

Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Christina Georgina Rossetti werd geboren in Londen op 5 december 1830. Zie ook mijn blog van 5 december 2006. En zie ook mijn blog van 5 december 2007 en ook mijn blog van 5 december 2008.

 

 

A Birthday

My heart is like a singing bird
Whose nest is in a water'd shoot;
My heart is like an apple-tree
Whose boughs are bent with thick-set fruit;
My heart is like a rainbow shell
That paddles in a halcyon sea;
My heart is gladder than all these,
Because my love is come to me.

Raise me a daïs of silk and down;
Hang it with vair and purple dyes;
Carve it in doves and pomegranates,
And peacocks with a hundred eyes;
Work it in gold and silver grapes,
In leaves and silver fleurs-de-lys;
Because the birthday of my life
Is come, my love is come to me.

 

 

At Home

 

When I was dead, my spirit turned

To seek the much-frequented house:

I passed the door, and saw my friends

Feasting beneath green orange boughs;

From hand to hand they pushed the wine,

They sucked the pulp of plum and peach;

They sang, they jested, and they laughed,

For each was loved of each.

 

I listened to their honest chat:

Said one: 'To-morrow we shall be

Plod plod along the featureless sands

And coasting miles and miles of sea.'

Said one: 'Before the turn of tide

We will achieve the eyrie-seat.'

Said one: 'To-morrow shall be like

To-day, but much more sweet.'

 

'To-morrow,' said they, strong with hope,

And dwelt upon the pleasant way:

'To-morrow,' cried they one and all,

While no one spoke of yesterday.

Their life stood full at blessed noon;

I, only I, had passed away:

'To-morrow and to-day,' they cried;

I was of yesterday.

 

I shivered comfortless, but cast

No chill across the tablecloth;

I all-forgotten shivered, sad

To stay and yet to part how loth:

I passed from the familiar room,

I who from love had passed away,

Like the remembrance of a guest

That tarrieth but a day.

 

 

 

Rosetti

Christina Rossetti (5 december 1830 - 27 december 1894)
Geschilderd door haar broer Dante Gabriel Rossetti

 

 

 

 

De Russische dichter Fjodor Tjoettsjev werd geboren op 5 december 1803 in Ovstug in het gouvernement Orjol. Zie ook mijn blog van 5 december 2006  en ook mijn blog van 5 december 2008.

 

 

Say Not He Loves Me 

 

Say not he loves me as before, as truly, dearly

As once he did... Oh no! My life

He would destroy, he does destroy - though see I clearly

The trembling of the hand that holds the knife.

 

Resentment, anger, tears, a pain now fierce, now muffled -

I'm wounded, stung, and yet I love... He is

All of my life, but I... I do not live - I suffer...

How bitter is existence such as this!

 

As to a mortal foe, in dozes scant and meagre

The air I breathe he measures out.. Each breath

I take is painful, yet... I breathe, for fresh air eager...

But life ... life slowly ebbs... I cannot ward off death.

 

 

 

Tjoettsjev

Fjodor Tjoettsjev (5 december 1803 – 27 juli 1873)
Portret door Andrej Alexandrovsky

 

 

 

De Russische dichter Afanasy Afanasievich Fet werd geboren op 5 december 1820 nabij  Mzensk. Zie ook mijn blog van 5 december 2008.

 

 

When you were reading those tormented lines

 

When you were reading those tormented lines

In which the heart's resonant flame sends out glowing streams

And passion's fatal torrents rear up,-

Didn't you recall a single thing?

 

I can't believe it! That night on the steppe

When, in the midnight mist a premature dawn,

Transparent, lovely as a miracle,

Broke in the distance before you

 

And your unwilling eye was to this beauty drawn

To that majestic glow beyond the realm of darkness,-

How could it be that nothing whispered to you then:

A man has perished in that fire!

 

 

Fet 

Afanasy Fet (5 december 1820 – 3 december 1892)
Portret door Ilya Repin

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en taalkundige Alois Brandstetter werd op 5 december 1938 in Aichmühl bei Pichl, Oberösterreich geboren. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008.

 

Uit: Hier kocht der Wirt

 

»Wegen einem hängt der Wirt den Reif nicht auf. «

Das ist ein altes Sprichwort, das ich gern benutze. Es stammt aus dem Altertum, als es noch keine

festen Öffnungszeiten gegeben hat. Damals hat sich ein Wirt also wirklich nach der Nachfrage gerichtet, und das Geschäft ist frei vor sich gegangen. Heute muß jeder Wirt und jeder Geschäftsmann sein Angebot nach der Nachfrage der Behörde ausrichten, der Wirt und die Gäste können dann zusammenkommen, wenn es der Politik paßt und wenn der Wirtschaftsminister

den Reif aufhängt. Jetzt kann's sein, daß der Wirt den Reif wegen einem aufhängen muß und

wegen oder trotz zwanzig den Reif nicht aufhängen darf!

Bei mir in Gerlamoos in Oberkärnten schaut die Geschichte natürlich ein bisserl anders aus. Wo kein

Kläger ist, da ist kein Richter, heißt ein anderes altes Sprichwort, und Wien ist weit! Was also mich, Peter Glantschnig, Wirt zu Gerlamoos, betrifft, so halte ich mich im eigenen Interesse an die Sperrstunde. Von einer Vorschrift, den ganzen Tag und die halbe Nacht offenhalten zu müssen, weiß ich aber nichts. Und wenn eine Reisegruppe ankommt und die Georgskirche besichtigen will und eine Führung braucht, dann mache ich mein Wirtshaus dicht und hänge dieses Schild da, mit der Aufschrift BIN IN DER KIRCHE, an die Wirtshaustür.

Es wird deswegen schon nicht gleich einer verdursten oder verhungern. Und die paar Gäste, die ich heute noch habe, kennen meinen Hausbrauch auch schon, die setzen sich geduldig auf eine Bank im Gastgarten und warten halt ein bisserl, wenn ich nicht grad eine Aushilf hab.

Am Anfang, wie ich den Schlüssel zur Georgskirche mit den Fresken des Thomas von Villach, den ich aber meistens Thomas oder Meister von Gerlamoos nenne, wie es auch in den älteren Büchern steht, übernommen hab, damals vor ungefähr zwanzig Jahren, da hab ich alles ehrenamtlich gemacht. Ich verlange natürlich auch heute für den Schlüssel nichts, aber nachdem ich auch Erklärungen und Führungen anbiete, wehre ich mich jetzt gegen freiwillige Spenden und kleinere Zuwendungen,

die man mir in die Tasche steckt oder in die Hand gibt, keineswegs. Einen Hut habe ich keinen.

Schließlich entstehen mir durch den »Kirchendienst« im Wirtshaus Ausfälle und Unkosten. Heute verdiene ich freilich am Thomas von Villach oft schon mehr als mit dem Villacher Bier. Einmal hat ein Gast aus dem Ort ein bisserl letzmäulig gemeint, ich betreib inzwischen zwei Geschäfte, die Georgskirche und das Wirtshaus, und zwar in dieser Reihenfolge.“

 

 

Brandstetter 

Alois Brandstetter (Aichmühl , 5 december 1938)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joan Didion werd geboren in Sacramento Valley op 5 december 1934. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008.

 

Uit: The Year of Magical Thinking

 

Life changes fast.   
Life changes in the instant.
You sit down to dinner and life as you know it ends.
The question of self-pity.

Those were the first words I wrote after it happened. The computer dating on the Microsoft Word file ("Notes on change.doc") reads "May 20, 2004, 11:11 p.m.," but that would have been a case of my opening the file and reflexively pressing save when I closed it. I had made no changes to that file in May. I had made no changes to that file since I wrote the words, in January 2004, a day or two or three after the fact.

For a long time I wrote nothing else.

Life changes in the instant.
The ordinary instant.

At some point, in the interest of remembering what seemed most striking about what had happened, I considered adding those words, "the ordinary instant." I saw immediately that there would be no need to add the word "ordinary," because there would be no forgetting it: the word never left my mind. It was in fact the ordinary nature of everything preceding the event that prevented me from truly believing it had happened, absorbing it, incorporating it, getting past it. I recognize now that there was nothing unusual in this: confronted with sudden disaster we all focus on how unremarkable the circumstances were in which the unthinkable occurred, the clear blue sky from which the plane fell, the routine errand that ended on the shoulder with the car in flames, the swings where the children were playing as usual when the rattlesnake struck from the ivy. "He was on his way home from work—happy, successful, healthy—and then, gone," I read in the account of a psychiatric nurse whose husband was killed in a highway accident. In 1966 I happened to interview many people who had been living in Honolulu on the morning of December 7, 1941; without exception, these people began their accounts of Pearl Harbor by telling me what an "ordinary Sunday morning" it had been. "It was just an ordinary beautiful September day," people still say when asked to describe the morning in New York when American Airlines 11 and United Airlines 175 got flown into the World Trade towers. Even the report of the 9/11 Commission opened on this insistently premonitory and yet still dumbstruck narrative note: "Tuesday, September 11, 2001, dawned temperate and nearly cloudless in the eastern United States."

 

 

didion

 Joan Didion (Sacramento Valley, 5 december 1934)

 

 

 

 

De Britse schrijver en regisseur Hanif Kureishi werd geboren op 5 december 1954 in Bromley, Kent. Zie ook mijn blog van 5 december 2008.

 

Uit: Gabriel's Gift

 

"School — how was, today?"

"Learning makes me feel ignorant," said Gabriel. "Has Dad rung?"

As well as the fact he didn't know where his father was, something strange was happening to the weather in Gabriel's neighborhood. That morning, when he left for school with Hannah, there was a light spring shower, and it was autumn.

By the time they had reached the school gates, a layer of snow sat on their hats. At lunchtime in the playground, the hot floodlight of the sun — suddenly illuminated like a lamp — had been so bright the kids played in shirtsleeves.

In the late afternoon, when he and Hannah were hurrying home along the edge of the park, Gabriel became certain that the leaves in the park were being plucked from the ground and fluttered back to the trees from which they had fallen, before turning green again.

From the corner of his eye, Gabriel noticed something even odder.

A row of daffodils were lifting their heads and dropping them like bowing ballerinas at the end of a performance. When one of them winked, Gabriel looked around before gripping Hannah's hairy hand, something he had always been reluctant to do, particularly if a friend might see him. But today was different: the world was losing its mind.

"Has he been in touch?" Gabriel asked.

Hannah was the foreign au pair.

"Who?" she said.

"My father."

"Certainly no. Gone away! Gone!"

Gabriel's father had left home, at Mum's instigation, three months ago. Unusually, it had been several days since he had phoned, and at least two weeks since Gabriel had seen him.

Gabriel determined that as soon as they got back he would make a drawing of thewinking daffodil, to remind him to tell his father about it. Dad loved to sing, or recite poetry. "Fair daffodils, we weep to see / You haste away so soon..." he would chant as they walked.

For Dad the shops, pavements and people were alive like nature, though with more human interest, and as ever-changing as trees, water or the sky.

In contrast, Hannah looked straight ahead, as if she were walking in a cupboard. She understood little English and when Gabriel spoke to her she grimaced and frowned like someone trying to swallow an ashtray. Perhaps they were both amazed that a kid spoke better English than she did.”

 

 

kureishi

 Hanif Kureishi (Bromley, 5 december 1954)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist  en columnist Calvin (Bud) Marshall Trillin werd geboren op 5 december 1935 in Kansas City, Missouri. Zie ook mijn blog van 5 december 2008.

 

Uit: Feeding a Yen

 

Not long after the turn of the millennium, I had an extended father-daughter conversation with my older daughter, Abigail, on the way back from a dim sum lunch in Chinatown. Abigail, who was living in San Francisco, had come to New York to present a paper at a conference. As a group of us trooped back toward our house in Greenwich Village, where she'd grown up, Abigail and I happened to be walking together. "Let's get this straight, Abigail," I said, after we'd finished off some topic and had gone along in silence for a few yards. "If I can find those gnarly little dark pumpernickel bagels that we used to get at Tanenbaum's, you'll move back to New York. Right?"
"Absolutely," Abigail said.
There's a great comfort in realizing that a child you've helped rear has grown up with her priorities straight.
When I phoned Abigail from the Oakland airport once to ask if she knew of an alternative route to her house in San Francisco--I'd learned of a huge traffic jam on the normal route, toward the Bay Bridge--she said, "Sure. Go south on 880, take 92 west across the bridge to 101, and we'll meet you at Fook Yuen for lunch." Fook Yuen is a dim sum restaurant in Millbrae, about five minutes from the San Francisco airport, and its way with a dumpling has persuaded us that flights in and out of San Francisco are best scheduled in the middle of the day.
I report this response to a traffic jam as a way of demonstrating not simply that Abigail always has a fallback career as a taxi dispatcher awaiting her but also that she has the sort of culinary standards that could induce her to switch coasts if the right bagel came along.“

 

 

trilling 

Calvin Trillin (Kansas City, 5 december 1935)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Eugenie Marlitt werd geboren op 5 december 1825 in Arnstadt. Zie ook mijn blog van 5 december 2006 en ook mijn blog van 5 december 2008.

 

Uit: Reichsgräfin Gisela

 

Seit dem Tode des Hüttenmeisters waren elf Jahre verflossen... Wäre – wie ein frommer Wahn annimmt – der abgeschiedene, unsterbliche Menschengeist wirklich verurteilt, in ewig beschaulicher Untätigkeit auf die alte irdische Heimat herabzusehen, dann hätte der Verstorbene, dessen Herz so warm und so treu für seine bedürftigen Landsleute geschlagen hatte, die tiefste Genugtuung empfinden müssen beim Anblick des Neuenfelder Tales.

Das weiße Schloß freilich lag noch so unberührt von Zeit und Wetter auf dem grünen Talgrunde, als sei es während der langen elf Jahre von einer konservierenden Glasglocke überwölbt gewesen... Da sprangen die Fontänen unveränderlich bis zu dem wie in den Lüften festgezauberten Gipfelpunkt, und ihr niederfallender Sprühregen ließ die Lichter des Himmels als Gold- und Silberfunken auf der beweglichen Wasserfläche des Bassins noch immer unermüdlich tanzen. Die Boskette, die Lindenalleen, das grüne Gefieder der Rasenplätze verharrte pflichtschuldigst in den Linien, die ihnen die künstlerische Hand des Gärtners vorgeschrieben. Auf den Balkonen leuchtete das unverblichene Federkleid der Papageien – sie schrien und plapperten die alten eingelernten Phrasen –, und im Schlosse flüsterten und huschten die Menschengestalten mit gebogenem Rücken und scheu devotem Fußtritt genau wie vor elf Jahren. Und sie waren wie hineingegossen in ihre Kniehosen und Strümpfe, und auf den blankgeputzten Rockknöpfen prangte das adlige Wappen, das den freigeborenen Menschen zum »Gut« stempelte.

Um alle diese wohlkonservierten Herrlichkeiten aber legte sich das ungeheure Viereck der Schloßgartenmauer, leuchtend weiß, sonder Tadel – es war ein streng behütetes Fleckchen Erde, konservativ, unverrückbar stillstehend in den einmal gegebenen Formen, wie die Adelsprinzipien selbst.“

 

 

marlipor 

 Eugenie Marlitt (5 december 1825 – 22 juni 1887)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 5 december 2008.

 

De Duitse schrijver Hans Helmut Kirst werd  geboren op 5 december 1914 te Osterode (voorm. Ost Preussen, nu Polen).

 

De Indische dichter Josh Malihabadi werd geboren in Malihabad in Brits India op 5 december 1898.