20-05-16

Tommy Wieringa, Auke Hulst, Maurits de Bruijn, Ellen Deckwitz, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Honoré de Balzac

 

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Dit zijn de namen

“Pontus Beg was niet de oude man geworden die hij zich had voorgesteld. Er ontbrak iets aan. Er ontbrak zelfs tamelijk veel aan. Als jongen had hij een tijdje met een veiligheidsbril op zijn neus over het erf van zijn vader rondgelopen, met zijn handen op zijn rug – zo stelde hij zich het leven van een oude man voor. Soms gebruikte hij een tak als wandelstok. Meer dan iets anders wilde hij oud zijn. Traag en bedachtzaam, een kapitein die bedaard de storm doorstond. Hij zou sterven als een wijs man.
Toen het aan weerszijden van zijn neus begon te zweren, legde hij de bril terug bij de slijpmachine in de schuur en wachtte de ouderdom rustig af in plaats van hem tegemoet te rennen.
Een oude man voelde hij zich pas sinds hij een koude voet had. Hij was drieënvijftig jaar, nog te jong om voor echt oud door te gaan, maar hij las de tekenen. Er was een zenuw bekneld geraakt in zijn onderrug. Sindsdien had hij een koude linkervoet. Als hij ’s morgens op de badkamervloer stond, zag hij dat ze ver schillend van kleur waren. De rechter was goed doorbloed, zoals het hoorde, maar de linker was bleek en koud. Als hij erop drukte, voelde hij bijna niks. Het leek of de voet een ander toebe de voet een ander toebehoorde. Het sterven begint vanuit de voeten, dacht Beg.
Zo zou het zijn, de weg naar het einde: een geleidelijk uit elkaar groeien van hem en zijn lichaam.
De naam is de gast van het echte ding, had een filosoof uit het oude China gezegd, en zo kwam hij, Pontus Beg, ook steeds meer tegenover zijn lichaam te staan – hij was de gast en zijn lichaam het echte ding. En het echte ding begon zich nu van de gast te ontdoen.
De dagen worden korter, het leven keert naar binnen. ’s Nachts zijn er onweersbuien boven de vlakte die lang blijven hangen. Beg staat voor het raam en kijkt het onweer na. Het weerlicht in de verte, een web van gloeiende barsten in het hemelgewelf. Hij staat op het zeil met een warme en een koude voet en bedenkt dat hij zich nog iets moet inschenken om weer in slaap te raken.
De slaap is naarmate hij ouder wordt steeds vaker een onbetrouwbare vriend.”

 

 
Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

Lees meer...

04-05-16

Dodenherdenking II (Gerrit Achterberg)

 

Bij 4 mei

 

 
Oorlogsmonument in Woerden: Drukkers in verzet

 

 

Dodenherdenking II

De collaborateurs, de snorkers van vandaag,
allang weer aan de macht, op jacht naar geld en goed,
zouden uit winstbejag die dag van goed en bloed
het liefst verdonkeremanen, kregen zij hun zin.

Nooit ging de tijd tegen het volkgeweten in.
En wat de vreemdeling moest zeggen als hij zag
dat ere dierf en geen saluut verwierf de vloed
soldaten die in onze grond begraven lag?

Die rusten op de Holterberg en bij Margraten,
wit van de kruizen, duizelend in carré geschaard,
hebben deel aan deze nationale dag:

halfstok boven hun stof de Nederlandse vlag;
dat wij de vrouwen, waar ter wereld, niet vergaten,
door wie zij lang over de zee zijn nagestaard.

 

 
Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

24-05-15

Pinksteren (Gerrit Achterberg)

 

Prettige Pinksterdagen!

 


De nederdaling van de Heilige Geest door Juan de Roelas, ca. 1615

 

 

Pinksteren

Ontvang de vlam des Heren:
Hij heeft u rijp bevonden
om midden uit uw zonden
van Hem te profeteren.
 
En voel het blinde wonder
op uw tong preluderen:
gij kunt de taal schakeren
naar alle spraak en monden.
 
Onder het samenkomen
van klank en wezen moeten
zin en begrip verdwijnen;
 
onder het hete schijnen
van dit vuur Zijner dromen,
laat God zich door u groeten.

 

 


Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)
Nederlangbroek, N.H. kerk. Achterberg werd geboren in Nederlangbroek

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e mei ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

08:31 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pinksteren, gerrit achterberg, romenu |  Facebook |

20-05-15

Tommy Wieringa, Ellen Deckwitz, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert, Hector Malot

 

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Joe Speedboot

“Op een dag vroeg Joe of ik wilde meewerken aan een klein experiment.
Hij reed me tot aan de werkbank in de hangar en kwam tegenover me zitten. De werkbank waaraan Engel bouwtekeningen maakte stond tussen ons in. Met zijn rechterhand pakte hij de mijne en plaatste onze ellebogen in het midden, zodat onze onderarmen in een hoek van zestig graden tegenover elkaar stonden. Met een snelle beweging drukte Joe mijn arm tegen de tafel waardoor mijn lichaam schuin in de stoel kwam te hangen. Hij zette mij arm weer rechtop en drukte opnieuw, maar nu met minder kracht zodat ik langzamer werd omgeduwd. De rug van mijn hand raakte het tafelblad, ik keek hem aan en vroeg me af wat hij van me wilde.
- Zet eens een beetje kracht, zei hij
Ik zette een beetje kracht. Hij deed hetzelfde. Zo zaten we een tijdje tegenover elkaar. Toen gooide hij zijn schouder erin en drukte harder. Ik gaf niet mee, hij drukte harder en zijn ogen puilden. Ik gaf een beetje mee.
- Zet kracht verdomme! Kreunde hij.
Ik zette aan en bracht onze handen weer naar het midden van de tafel.
- Drukken!
Ik drukte hem neer. Hij kreunde en liet los.
- Moeilijk? Vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd.
- Een beetje moeilijk?
Het was niet erg moeilijk geweest. Joe knikte tevreden en stond op. Hij verliet de loods en kwam terug met een paar roestige ijzeren staven onder zijn arm. De staven varieerden in dikte, de dunste klemde hij vast in de bankschroef aan de kopse kant van de werkbank.

 

 
Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

Lees meer...

25-12-14

Kerstmis (Gerrit Achterberg)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Luca Giordano, De aanbidding door de herders, rond 1688

 

 

Kerstmis

Klokken haalden mij uit de slaap vandaan:
Kerstmis over Den Haag om middernacht.
Hij, die ik dagelijks te wezen dacht,
trok uit mij weg en kwam alleen te staan.

Ik keek tegen mijn eigen leven aan,
alsof een ander het had doorgebracht.
Een lege helderheid betrok de wacht
tussen mij en het opgeschoven raam.

De stad verstomde. Mijn verbeelding ging
over de torens heen naar Bethlehem.
2000 jaren her is daar een kind
zojuist geboren en de moeder windt
het in een doek. De ezel en de man
maken het nuchter mee. Een engel zingt.

 

 

 
Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)
Nederlands Hervormde Kerk in Langenbroek. Gerrit Achterberg werd geboren in Langenbroek.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

08:51 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, gerrit achterberg, romenu |  Facebook |

20-05-14

Ellen Deckwitz, Tommy Wieringa, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Zie ook alle tags voor Ellen Deckwitz op dit blog.

 

Gebed

Als kluisdeuren schuiven vingers in elkaar,
rust boven de schoot een dubbele vuist.
Nog steeds is je hart groter dan de knokenkluwen

die je zachtjes tegen je voorhoofd perst.
Wat je vroeger gebruikte om te weren, ligt
nu geklonken neer. Zo van: ik lok je god,
het is okay.

 

 

Kaarsje

De lont verkoolt in het vlamhart en ervoor
staat de wapenbroeder van Jeanne d’Arc. Hij zag
machteloos toe hoe ze terecht werd gesteld.

Iedere keer wanneer hij een licht opsteekt,
ziet hij een geblakerde, terugstaren
vanuit het vuur. Neemt waar dat hij toekijkt en
wat hij ook lijkt, het is niet voldoende.

 

 

Liedje

Laat me je oproepen in de geest
van degene die dit jaren later leest.
Ook al stellen ze zich je blond voor,

je ogen grijs en je mond grover
dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden
voor wanneer niemand je meer wil,
voor als niemand nog de pen uit

mijn handen rukt, verwacht ik je
tong en hef je mijn gezicht alsof
het een kelk is.

 

 
Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

Lees meer...

20-05-13

Ellen Deckwitz, Tommy Wieringa, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Zie ook alle tags voor Ellen Deckwitz op dit blog.

 

 

ONZE MOEDER I

Onze moeder kan een voetstuk op (één teug),
ze drinkt al jaren onder de tafel. Van flessenbodems
schrapen we gedachtenis af. We zetten ze bij,

de vaasjes waarop blank fluiteschuim bloesemt
en soms druipt het, soms knipoogt de fles soms

kruipen er wolken voor de zin. Slokken die
de dag van het gelaat vijlen. Wat doet iemand als wij
op een plek als enfin.

Onze moeder dus
die kan een voetstuk op.
Nu hop,

straks ziet ze dat we het aankunnen. Klappen we
voor ouders die niet willen dat er over hen wordt
gedroomd,

knip zegt het glas en de kamer gaat uit.




ONZE MOEDER II

Op een dag werden we uit onze moeder gepeld
en ik vergat dat ze botten dealde.

Je raakt ook zo snel afgeleid
door de eerderen die maar om elkaar krommen
om maar in elkaar te stollen

terwijl je slonk. Er is grond
waarop ik palmen plant, getuigen
dat ik geen wortel meer schiet.
Mezelf niet als een kalenderblad
scheuren kan.

De aarde slurpt regenwormen op en ik gok
dat we allemaal lief willen worden
(gevonden), men zich op de bodem
in een midden bevindt. Dat voor ons niets
ooit aanbreekt.

 

 

 

 

Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

Lees meer...

20-05-12

Dolce far niente 9, Madison Cawein, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt

 

Romenu heeft even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten.

De Amerikaanse dichter Madison Julius Cawein werd geboren in Louisville, Kentucky, op 23 maart 1865. Zie ook mijn blog van 23 maart 2012.

 

 

Dolce Far Niente

I

Over the bay as our boat went sailing
Under the skies of Augustine,
Far to the East lay the ocean paling
Under the skies of Augustine.--
There, in the boat as we sat together,
Soft in the glow of the turquoise weather,
Light as the foam or a seagull's feather,
Fair of form and of face serene,
Sweet at my side I felt you lean,
As over the bay our boat went sailing
Under the skies of Augustine.


II

Over the bay as our boat went sailing
Under the skies of Augustine,
Pine and palm, to the West, hung, trailing
Under the skies of Augustine.--
Was it the wind that sighed above you?
Was it the wave that whispered of you?
Was it my soul that said "I love you"?
Was it your heart that murmured between,
Answering, shy as a bird unseen?
As over the bay our boat went sailing
Under the skies of Augustine.


III


Over the bay as our boat went sailing
Under the skies of Augustine,
Gray and low flew the heron wailing
Under the skies of Augustine.--
Naught was spoken. We watched the simple
Gulls wing past. Your hat's white wimple
Shadowed your eyes. And your lips, a-dimple,
Smiled and seemed from your soul to wean
An inner beauty, an added sheen,
As over the bay our boat went sailing
Under the skies of Augustine.

 

 

 

‚Gloucester Scene’ door Caroline M Bell (1874 – 1970)

 

 


IV

Over the bay as our boat went sailing
Under the skies of Augustine,
Red on the marshes the day flared, failing
Under the skies of Augustine.--
Was it your thought, or the transitory
Gold of the West, like a dreamy story,
Bright on your brow, that I read? the glory
And grace of love, like a rose-crowned queen
Pictured pensive in mind and mien?
As over the bay our boat went sailing
Under the skies of Augustine.


V

Over the bay as our boat went sailing
Under the skies of Augustine,
Wan on the waters the mist lay veiling
Under the skies of Augustine.--
Was it the joy that begot the sorrow?--
Joy that was filled with the dreams that borrow
Prescience sad of a far To-morrow,--
There in the Now that was all too keen,
That shadowed the fate that might intervene?
As over the bay our boat went sailing
Under the skies of Augustine.


VI

Over the bay as our boat went sailing
Under the skies of Augustine,
The marsh-hen cried and the tide was ailing
Under the skies of Augustine.--
And so we parted. No vows were spoken.
No faith was plighted that might be broken.
But deep in our hearts each bore a token
Of life and of love and of all they mean,
Beautiful, thornless and ever green,
As over the bay our boat went sailing
Under the skies of Augustine.

 

 

Madison Cawein (23 maart 1865 – 8 december 1914)

Lees meer...

20-05-11

100 Jaar Annie M.G. Schmidt, Gerrit Achterberg, William Michaelian, Wolfgang Borchert

 

100 Jaar Annie M.G. Schmidt

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd, vandaag precies 100 jaar geleden, op 20 mei 1911 geboren in Kapelle. Zie ook mijn blog van 20 mei 2010 en eveneens alle tags voor Annie M.G. Schmidt op dit blog.

 

 

Moeder dicht

 

'Mijn bladerloze schaduw mijdt het water'

Ziezo hè hè, de eerste regel staat er.

'en speurt de witte angst van eeuwen later'

Ga weg! Ga spelen met je transformator!

Je ziet toch dat je moeder zit te dichten.

'ik wend mij af en doof mijn vale lichten

ik heb 'tedúm tedúm' geweten'

Dat vul ik later in. Na 't middageten.

'mijn weemoed maakt de koele vlinder wakker

van mij getooide zelf'.Daar is de bakker!

Zeg maar: 'n halfje bruin en 'n heel wit.

'o grijze schim die daar zo heilloos zit

ik zie mijn grijze droefheid aan de kim'

Da's tweemaal grijs. Dat kan niet. 'naakte schim

aan wie ik zal mijn zachte treurnis zeg'

En nog een rol beschuit! O is ie weg?

'als dauw die druppelt van de trage bomen'

Als jij nog één keer binnen durft te komen,

dan krijg je geen vanille-vla vanavond!

'zo druppelt in dit hart tezeer gehavend'

Je moeder dicht. Ze heeft geen tijd, totaal niet.

Als vader thuiskomt gaat het helemaal niet.

Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.

Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.

Daar gaat ie weer. 'O humtum klaar en koel

in 't land van late regen en ik voel

mijn schamelheid.' 'n Heer met een kwitantie?

Zeg maar: m'n moeder is met kerstvakantie.

'mijn schamelheid.' Wat is dat? Hoofdje zeer?

M'n schatje toch... Gevallen met je beer?

Je moeder komt... na na... daar is ze al.

Wees nou maar zoet - 't genie staat weer op stal.

 

 

 

 

Op een mooie Pinksterdag

 

Op een mooie Pinksterdag,
Als het even kon
Liep ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie
te kuieren in de zon
Gingen madeliefjes plukken
Eendjes voeren
Eindeloos
Kijk nou toch, je jurk wordt nat
Je handjes vuil
En papa boos

Vader was een mooie held
Vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling
van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben je bang voor 't hondje
Hondje bijt niet
Papa zegt dat ie niet bijt
Op een mooie Pinksterdag
Met de kleine meid

Als het kindje groter wordt
Roossie in de knop
Zou je tegen alle jongens willen zeggen:
handen thuis en lazer op
Hebbu dat nou ook meneer?
Jawel, meneer
Precies als iedereen
Op een mooie Pinksterdag
Laat ze je alleen

Morgen kan ze zwanger zijn
't Kan ook nog vandaag
't Kan van de behanger zijn
of van een Franse zanger zijn
of iemand uit Den Haag
Vader kan gaan smeken
En gaan preken
Tot hij purper ziet
Vader zegt: pas op, m'n kind
Dat hondje bijt
Ze luistert niet

Vader is een hypocriet
Vader is een nul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen
en de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog één keer
Met mijn dochter
Aan het handje lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon

 

 



Annie M.G. Schmidt
(20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

Lees meer...

20-05-10

Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert


De Nederlandse dichter Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zie ook mijn blog van 20 mei 2009 en ook mijn blog van 20 mei 2008 en ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

 

Komaf

 

Vertoeven in familie voor een keer.
Wij zitten om de tafel bij elkaar.
Hetzelfde woordgebruik en handgebaar
komen nog altijd op hetzelfde neer.

Ik mag wel oppassen of ben alweer
geworteld en voortdurend in gevaar
dupe te worden van de evenaar
die alles afweegt op een vast weleer.

Ik wil niet meer. Het is te veel verzuurd.
De wereld schoof zich tussen toen en nu.
Zo luchtig mogelijk ga ik vertrekken.

Om niet voortijdig argwaan op te wekken
zeg ik in 't dode idioom aju
en fiets hermetisch door de strenge buurt.

 

 

 

Hoonte

 

Vlak voor de ramen staat het boomtheater.
Insecten trekken strepen langs de ruit
en vlinders buit'len om elkanders buit.
Een dikke duif vliegt in de groene krater

van bladeren, een duiker onder water,
en komt er later even oud weer uit.
Het leven, tegen dit decor gestuit,
wordt speeltoneel terwijl ik kijk en staat er.

Ik heb van de natuur nog nooit genoten
als hier op Hoonte in de Achterhoek.
Mariahoeve heet het hoge huis.

Hier krijgt het ogenblik voldoende grootte
en achtergrond, een eeuwig open doek
voor de verbeelding van het paradijs.

 

 

 

 

Zwarte lente

 

In de zon is de dood begonnen.
Hij heeft het zoete vreten aangevangen.
De warme velden worden donker overronnen.

Wij lopen nu met vrome voeten over naakte wegen
en zijn van zijne majesteit doorzegen.
Ergens is er een onderspit gedolven.

En iedere vrouw is ons genegen
haar bloed te mengen met de zwarte zonnen,
die van de zomen van ons bloed zijn opgestegen.

O lente, zon-bedronken en van donker overrompeld.

 

 

 

 

deventer
Gerrit Achterberg
(20 mei 1905 - 17 januari 1962)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd geboren in Kapelle op 20 mei 1911. Zie ook mijn blog van 20 mei 2009 en ook mijn blog van 20 mei 2008 en ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

 

Ik ben lekker stout 

 

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!

Ik wil geen bandjes geven!

Ik wil niet zeggen elke keer:

jawel mevrouw, jawel meneer...

nee, nooit meer in m’n leven!

Ik hou m’n handen op m’n rug

en ik zeg lekker niks terug!

 

Ik wil geen vieze havermout,

ik wil geen tandjes poetsen!

‘k Wil lekker knoeien met het zout

ik wil niet aardig zijn, maar stout

en van de leuning roetsen

en schipbreuk spelen in de teil

en ik wil spugen op het zeil!

 

En heel hard stampen in een plas

en dan m’n tong uitsteken

en morsen op m’n nieuwe jas

en ik wil OVERMORGEN pas

weer met twee woorden spreken!

En ik wil alles wat niet mag,

de hele dag, de hele dag!

 

En ik wil op de kanapee

met hele vuile schoenen

en ik wil aldoor gillen: NEE!

En ik wil met de melkboer mee

en dan het paardje zoenen.

En dat is alles wat ik wil

en als ze kwaad zijn, zeg ik: BIL

 

 

 

 

Coctailparty

 

Daar zit de vrouw van de fabrikant
met veel briljanten van voren
en ook briljanten aan haar hand
en in haar oren.

 

En om haar hals een parelcollier
en om haar mond verdriet.
Hij zal wel weer op reis zijn want
hij is er niet.

 

En al die echte stenen zijn
de schuldgevoelens van haar man,
allemaal stukjes schuldgevoel
heeft zij an.

 

En als hij thuiskomt krijgt ze weer
een bloedrobijn, of iets van bont,
nog meer briljanten om haar hals
meer verdriet om haar mond.

 

 

 

 

Anie_Schmidt_Carmiggelt
Annie M.G. Schmidt
(20 mei 1911 – 21 mei 1995)

Jaren vijftig, met Simon Carmiggelt

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, California. Zie ook mijn blog van 20 mei 2009

 

 

Friends

On the sidewalk
the old woman sits
at a small table
talking to her dog.
She sips coffee,
offers him crumbs
from her paper plate.
Croissant, she says,
and the dog answers
with a sneezy little bark
that sounds exactly
like the word flaky.
They smile at each other,
then pause for a moment
to scratch at their fleas.
The morning sun rises
above the brick building
across the street.
It is a good sun,
full of understanding
and ancient wisdom.

 

 

 

Early Morning Haiku

 

 

My dear one asleep
Gives pause to the rising sun
How still is our room!


The morning traffic
Sounds like the roar of the sur

I long for wet sand


Good morning scrub jay
What new joy do you proclaim?
A mate or the wind?

 

 

 

 

William_Michaelian

William Michaelian (Dinuba,  20 mei 1956)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg. Zie voor ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2009

 

 

 

Warum, ach sag, warum

 

Warum, ach sag, warum
geht nun die Sonne fort?
Schlaf ein, mein Kind, und träume sacht,
das kommt wohl von der dunklen Nacht,
da geht die Sonne fort.

Warum, ach sag, warum
wird unsere Stadt so still?
Schlaf ein, mein Kind, und träume sacht,
das kommt wohl von der dunklen Nacht,
weil sie dann schlafen will.

Warum, ach sag, warum
brennt die Laterne so?
Schlaf ein, mein Kind, und träume sacht,
das kommt wohl von der dunklen Nacht,
da brennt sie lichterloh!

Warum, ach sag, warum
gehn manche Hand in Hand?
Schlaf ein, mein Kind, und träume sacht,
das kommt wohl von der dunklen Nacht,
da geht man Hand in Hand.

Warum, ach sag, warum
ist unser Herz so klein?
Schlaf ein, mein Kind, und träume sacht,
das kommt wohl von der dunklen Nacht,
da sind wir ganz allein.

 

 

 

Gedicht

 

Blume Anmut blüht so rot,
Blume Huldvoll blaut daneben.
Blume Anmut ist das Leben,
Blume Huldvoll ist der Tod.

Süß und herbe ist das Leben,
herb die Lust und süß die Not.
Blume Leben blüht so rot –
Blume Tod blüht blau daneben.

 

 

 

 

borchert
Wolfgang Borchert (20 mei 1921 - 20 november 1947)


Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

20-05-09

Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert, Ingvar Ambjørnsen, A.C. Cirino, Hector Malot, Hanna Krall, Sigrid Undset, Honoré de Balzac


De Nederlandse dichter Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zie ook mijn blog van 20 mei 2008 en ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

 

De dichter is een koe

 

Gras... en voorbij het grazen

lig ik bij mijn vier poten

mijn ogen te verbazen,

omdat ik nu weer evengrote

monden vol eet zonder te lopen,

terwijl ik straks nog liep te eten,

ik ben het zeker weer vergeten

wat voor een dier ik ben - de sloten

kaatsen mijn beeld wanneer ik drink,

dan kijk ik naar mijn kop, en denk:

hoe komt die koe ondersteboven?

Het hek waartegen ik mij schuur

wordt oud en glad en vettig op den duur.

Voor kikkers en voor kinderen ben ik schuw

en zij voor mij: mijn tong is hen te ruw,

alleen de boer melkt mij zo zalig,

dat ik niet eenmaal denk: wat is hij toch inhalig.

's Nachts, in de mist, droom ik gans onbewust

dat ik een kalfje ben, dat bij de moeder rust.

 

 

 

 

Punt

 

Het raam is dood aan deze kant.

Het heeft geen andere kant.

De wereld werd een wand,

waartegen ik beweeg,

een vlieg, een dunne veeg.

 

De muren komen op mij toe;

de zolder en de vloer:

plat parallellepipedum,

vertrapt lucifersdoosje en

de put van Edgar Allan Poe.

 

Gij nam dimensie met u mee

uit mijn bestaan. Ik ben alleen

het onveranderlijke punt,

waarop gij u verlaten kunt.

 

 

 

 

 

Schaatsenrijder

 

Over zijn strenge cirkels heengebogen

eigent hij zich de middelpunten toe.

Hun trots bezit staat in zijn harde ogen.

Hij wordt de mathematica niet moe,

 

waarmee elk nieuw uitvieren zich voltrekt

om elke nieuwe inkeer op te vangen.

Zie hem in rustige beslissing hangen

boven het tijdeloze, dat hij wekt

 

en kantelend in tegenkringen leidt

voor het een snelle, ronde dood zou vinden.

Hij heeft zich van de wereld al bevrijd;

enkel de smalle ijzers die hem binden

 

aan 't evenbeeld. Een laatste trouw misschien?

Wat kan hij in de spiegel nog verwachten?

Of houdt een vrouweschim, die wij niet zien,

hem vast binnen dit eenzaam veld van krachten?

 

IJskoude liefde, die niet sterven wil,

omdat de dode lelies onder water

haar eenmaal droegen in hun gouden harten,

waarmee de vijver vol lag, zwaar en stil.

 

 

 

 

 

Achterberg
Gerrit Achterberg
(20 mei 1905 - 17 januari 1962)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd geboren in Kapelle op 20 mei 1911. Zie ook mijn blog van 20 mei 2008 en ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

Leeszaal

 

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,

maar in de bibliotheek een volontair

die hunk'rend op een baantje zit te wachten

en boeken uitleent met een zeker air.

 

Ik lever geestlijk voedsel aan mevrouwen

die binnenkomen en alleen maar van

de allernieuwste liefdesboeken houwen,

"maar niet zo'n engerd als die Wasserman".

 

Ik loop met stapels boeken rond te sjouwen

en plak een etiquet op Gorters Mei.

Och, als nu juffrouw Jansen eens ging trouwen,

dan kwam er eindlijk eens een plaatsje vrij.

 

Ik ben het niet alleen, die staat te wachten

en achter me staat nog een hele rij.

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,

maar niet zo heel veel in de maatschappij ...

 

 

 

 

Tussen de regels door

 

Ja, laten we elkander goed begrijpen:

Het is voorbij. Dit moet het afscheid zijn.

(Nu zal ik heel hard in mijn vingers knijpen,

dan doet het me van binnen niet zo'n pijn.)

 

Zie je, ik blijf er koel en nuchter onder.

Het is het beste, voor ons alle twee.

(Nu zit ik dus te wachten op het wonder

nu zul je opstaan, glimlachen... maar nee...)

 

Ik weet het immers wel, vandaag of morgen

wordt het die kleine blonde. Zie 'k het goed?

(Ik zou haar langzaam, langzaam willen worgen

liefst met de voile van haar eigen hoed.)

 

Wees maar niet bang, ik zal geen scenes maken.

Ik ben een cynische moderne vrouw.

(Maar heeft modern ooit iets met vrouw te maken

en dat cynisme van me... nou...)

 

Nou dag. Bekommer je niet te veel om me.

We zullen elk een andere kant uit gaan.

(Niet waar! Het kan niet waar zijn godverdomme,

ik hou van je, maar dat gaat je niet aan.)

 

 

 

 

schmidt
Annie M.G. Schmidt
(20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, California. Sinds 1987 woont hij in Salem, Oregon. Zijn verhalen, gedichten en tekeningen verschenen in allerlei bladen in de VS en in Armenië. Zijn werk is wel vergeleken met dat van Walt Whitman, James Thurber enSamuel Beckett. Zijn website (I'm Telling You All I Know, zie link) is een uitputtend archief van zijn werk en van biografische gegevens.

 

 

Armenian Music

If you could hear
someone’s heart breaking,
it would sound like this.

Or a mythic waterfall,
splashing upon stones
near a hermit’s cave.

Or a widow’s sigh,
when war is done,
and she is all alone.

 

 

 

He Knows

Stop. Let’s not be foolish.
The dog’s on the porch
listening to our every word.
See? He’s looking in.
It isn’t fair to make him witness
our lazy crime of selfishness,
especially on such a fine
warm fall day.
Look at him. He knows.
We should be out chasing rabbits,
not standing here in the kitchen
barking at each other
without a bone between us.

 

 

 

 

 

MichaelianWilliam
William Michaelian (Dinuba,  20 mei 1956)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg. Zie voor ook mijn blog van 20 mei 2007

 

In Hamburg

 

In Hamburg ist die Nacht

nicht wie in andern Städten

die sanfte blaue Frau,

in Hamburg ist sie grau

und hält bei denen, die nicht beten,

im Regen Wacht.

 

In Hamburg wohnt die Nacht

in allen Hafenschänken

und trägt die Röcke leicht,

sie kuppelt, spukt und schleicht,

wenn es auf schmalen Bänken

sich liebt und lacht.

 

In Hamburg kann die Nacht

nicht süße Melodien summen

mit Nachtigallen tönen,

sie weiß, daß uns das Lied der Schiffssirenen,

die aus dem Hafen stadtwärtsbrummen,

genau so selig macht.

 

 

 

 

Laternen traum

 

Wenn ich tot bin,

möchte ich immerhin

so eine Laterne sein,

und die müßte vor deiner Türe sein

und den fahlen

Abend überstrahlen.

 

Oder am Hafen,

wo die großen Dampfer schlafen

und wo die Mädchen lachen,

würde ich wachen

an einem schmalen schmutzigen Fleet

und dem zublinzeln, der einsam geht.

 

In einer engen

Gasse möcht ich hängen

als rote Blechlaterne

vor einer Taverne –

und in Gedanken

und im Nachtwind schwanken

zu ihren Gesängen.

 

Oder so eine sein, die ein Kind

mit großen Augen ansteckt,

wenn es erschreckt entdeckt,

daß es allein ist und weil der Wind

so johlt an den Fensterluken –

und die Träume draußen spuken.

 

Ja, ich möchte immerhin,

wenn ich tot bin,

so eine Laterne sein,

die nachts ganz allein,

wenn alles schläft auf der Welt,

sich mit dem Mond unterhält –

natürlich per Du.

 

 

 



 

borchert_in_lueneburg_gross
Wolfgang Borchert (20 mei 1921 - 20 november 1947)

 

 

 

 

 

De Noorse schrijver, muzikant en theatermaker Ingvar Ambjørnsen werd geboren in Tønsberg op 20 mei 1956. Hij is in Noorwegen het bekendst door zijn Elling-trilogie. De verfilming van een van de delen hiervan kreeg in 2001 een Oscarnominatie voor de beste buitenlandse film. Daarnaast schreef hij veel boeken over Pelle og Proffen, twee jonge detectives die met allerlei misdaadzaken te maken krijgen. Ambjørnsen heeft veel literaire prijzen gewonnen. Sinds 1985 woont hij met zijn vrouw in Hamburg. Hij begon in de vroege jaren tachtig met het publiceren van min of meer autobiografische romans waarin hij zijn ervaringen aan de zelfkant van de maatschappij verwerkte.

 

 

Uit: Die Puppe an der Decke (Vertaald door Gabriele Haefs)

 

„Stina hatte wieder versucht, sich in der Dusche aufzuhängen. Sie wollte nicht darüber sprechen. Sie hatte noch an diesem Morgen versucht, sich in der Dusche zu erhängen, aber jetzt schlurfte sie hier durch den Kies, und das von Medikamenten gesättigte Blut pochte in ihren Adern. Seit dem letzten Besuch hatte sie ihre üppige Mähne abgeschnitten. Sie lebte zwar, aber das war ihr scheißegal, jetzt, mit soviel Nozinan im Leib. Rebekka hatte gelernt, mit diesem Schweigen umzugehen. Es gehörte zu ihren monatlichen Treffen, Treffen, die vielleicht durch und durch sinnlos waren. Und vielleicht auch nicht. Sie dachte, dass niemand wissen könne, welche Wirkung der Stein unten auf dem Grund auslöste, wenn er erst den dunklen Wasserspiegel durchschlagen hätte. Deshalb kam sie, Monat für Monat. Es kostete sie viel, aber sie kam. Seit fast drei Jahren sah sie nun zu, wie ihre Schwester mit dem Drachen Verstecken spielte. Stina fragte nicht nach Harald und den Kindern. Sie fragte nach niemandem. Sie wanderte im Flur auf und ab oder pflügte, so wie jetzt, durch den Kies im Park. In regelmäßigen Abständen versuchte sie sich das Leben zu nehmen. November. Die Bäume stellten sich für den Winter tot. Schwarze Risse im Grauen.“

 

 

 

 

ambjoernsen
Ingvar Ambjørnsen  (Tønsberg, 20 mei 1956)

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver A.C. Cirino werd geboren in Goede Hoop, een dorp aan de Coppenamerivier in het district Saramacca, op 20 mei 1929. Zie voor ook mijn blog van 20 mei 2007

 

Uit: De inheemse man en een priester

 

„Het gebeurde op een kwade dag dat een blanke priester per korjaal bij een inheems dorp aankwam. Om wat te doen? Hij zou de inheemsen komen bekeren en het evangelie aan de ‘arme stakkerds’ brengen. Op den duur zouden de inheemse mannen gedoopt worden en voortaan bijvoorbeeld Johannes in plaats van Tukajana heten. Volgens de pater werd de man een nieuwe mens wanneer hij gedoopt zou worden. Dat begreep het slachtoffer ook donders goed. De pater onderwees de inheemsen over vele kerkelijke wetten en gebruiken. Bijvoorbeeld dat er op goede vrijdag geen vlees gegeten mag worden. Dat werd door de inheemsen goed begrepen en ook heel goed onthouden!

Op zekere dag, het was het zoveelste bezoek van de priester aan het dorp, betrapte hij Johannes op heterdaad toen hij en zijn gezin bosvarkensvlees aan het eten waren. Was dat een bijzonderheid? Och mens, nee toch! Maar pas op dat moment zou de priester ontdekken dat hij de inheemsen uiterlijk kon veranderen, maar niet hun binnenste. Op de vraag van de priester aan Johannes of hij niet wist dat het die dag goede vrijdag was en dat hij dus geen vlees mocht eten, antwoordde Johannes hem dat hij vroeger Tukajana heette: ‘Door het doopsel van de pater heet ik nu Johannes, zo ook heeft hij het vlees gedoopt en dat heet nu: de vis anjumara!’

 

 

 

 

Coppenamerivier
A.C. Cirino (20 mei 1929 -  6 mei 2003) 

Uitzicht op de Coppenamerivier, Suriname (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Hector-Henri Malot werd geboren in La Bouille bij Rouen op 20 mei 1830. Hij studeerde rechten in Rouen en Parijs, maar koos toch voor de literatuur. Hij werkte als literatuurcriticus voor L'Opinion Nationale en als theatercriticus voor Lloyd Français.De jonge Malot studeerde aan het Lycée Corneille in Rouen, tien jaar nadat Gustave Flaubert daar studeerde. Malot was bevriend met Jules Levallois, die later ambtenaar in Sainte-Beuve en literatuurcriticus zou worden. Op school blonk hij uit met hoge cijfers. In 1853 ging hij naar Parijs, waar hij vergeefs probeerde zijn eerste stuk te verkopen. Om in zijn onderhoud te voorzien schreef hij voor dagbladen en tijdschriften. Uiteindelijk is hij teruggegaan naar zijn ouderlijk huis waar hij zijn eerste trilogie Les Victimes d'amour heeft geschreven. Het eerste deel is in 1859 verschenen.Zijn eerste boek was Les Amants, uitgegeven in 1859. In totaal heeft hij meer dan 70 boeken geschreven, waaronder een aantal kinderboeken. Alleen op de wereld (1878) is in deze categorie waarschijnlijk het bekendste. Het boek vertelt het verhaal van weeskind Rémi dat op achtjarige leeftijd wordt verkocht aan de oude straatmuzikant Vitalis.In 1895 kondigde Malot aan te stoppen met het schrijven van fictie, maar in 1896 schreef hij L'Amour Dominateur en Le Roman de mes Romans, een boek over zijn literaire leven. Zie ook mijn blog van 20 mei 2006

 

Uit: Sans famille

 

Je suis un enfant trouvé.
Mais jusqu'à huit ans j'ai cru que, comme les autres enfants, j'avais une mère car, lorsque je pleurais, une femme me serrait si doucement dans ses bras, en me berçant, que mes larmes s'arrêtaient de couler.
Jamais je ne me couchais dans mon lit sans qu'une femme vînt m'embrasser, et, quand le vent de décembre collait la neige contre les vitres blanchies, elle me prenait les pieds entre ses deux mains et elle restait à me les réchauffer en me chantant une chanson, dont je retrouve encore dans ma mémoire l'air et quelques paroles.
Quand je gardais notre vache le long des chemins herbus ou dans les brandes, et que j'étais surpris par une pluie d'orage, elle accourait au-devant de moi et me forçait à m'abriter sous son jupon de laine relevé qu'elle me ramenait sur la tête et sur les épaules.
Enfin quand j'avais une querelle avec un de mes camarades, elle me faisait conter mes chagrins, et presque toujours elle trouvait de bonnes paroles pour me consoler ou me donner raison.
Par tout cela, et par bien d'autres choses encore, par la façon dont elle me parlait, par la façon dont elle me regardait, par ses caresses, par la douceur qu'elle mettait dans ses gronderies, je croyais qu'elle était ma mère.
Voici comment j'appris qu'elle n'était que ma nourrice.
Mon village, ou pour parler plus justement, le village où j'ai été élevé, car je n'ai pas eu de village à moi, pas de lieu de naissance, pas plus que je n'ai eu de père et de mère, le village enfin où j'ai passé mon enfance se nomme Chavanon; c'est l'un des plus pauvres du centre de la France.
Cette pauvreté, il la doit non à l'apathie ou à la paresse de ses habitants, mais à sa situation même dans une contrée peu fertile.“

 

 

 

 

Malot
Hector Malot
(20 mei 1830- 17 juli 1907)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijfster en journaliste Hanna Krall werd geboren op 20 mei 1937 in Warschau. Daar begon zij haar loopbaan in 1955 in de redactie van de krant Życie Warszawy. Vanaf 1966 werkte zij voor het politieke magazine Polityka en was zij tot 1969 buitenlandcorrespondente in de Sovjet Unie. Naast haar reportages publiceerde zij ook prozawerken die in diverse talen vertaald werden. In 1999 ontving zij de Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung, in 2008 de Ricarda-Huch-Preis.

 

Uit: The Woman from Hamburg and Other True Stories (Vertaald door Madeline Levine)

 

„One winter evening, in 1943, he brought home a stranger, a woman.

"This woman is a Jew. We have to help her."

His wife asked if anyone had seen themin the stairwell, and quickly made some sandwiches.

The Jewess was petite, with curly black hair, and although her eyes were blue, she looked very Semitic. They put her in a room with a wardrobe. (Wardrobes and Jews -this is, perhaps, one of the most important symbols of our century. To live in a wardrobe-a human being in a wardrobe. In the middle of the twentieth century. In the heart of Europe.)

The Jewess would go into the wardrobe whenever the doorbell rang, and since her hosts continued to be very sociable, she spent long hours inside it. Fortunately, she was a sensible woman. She never coughed; not even the slightest rustling issued from the wardrobe.

The Jewess was never the first to speak, and she responded to questions with the fewest possible words.

"Yes, I did."

"Attorney."

"In Belzec."

"We didn't have time to; we got married right before the war."

"They were taken away. I don't know, in Janowska or else in Belzec."

She did not expect sympathy. On the contrary, she rebuffed it.

"I am alive," she would say. "And I intend to remain alive."

She would watch intently as the wife (whose name was Barbara) ironed or stood beside the stove. Occasionally, she tried to help her, but did so with irritating clumsiness.“

 

 

 

 

krall
Hanna Krall (Warschau, 20 mei 1937)

 

 

 

 

De Noorse schrijfster Sigrid Undset werd geboren in Kalundborg, Denemarken, op 20 mei 1882. Haar familie verhuisde naar Noorwegen toen zij twee jaar oud was. In 1924 bekeerde ze zich tot het katholicisme. Ze vluchtte in 1940 naar de Verenigde Staten wegens haar verzet tegen nazi-Duitsland en de Duitse bezetting, maar na de Tweede Wereldoorlog in 1945 keerde ze terug. Haar bekendste werk is Kristin Lavransdatter, een modernistische trilogie over het leven in Scandinavië in de middeleeuwen. Het boek speelt zich af in middeleeuws Noorwegen en werd van 1920 tot 1922 in drie delen gepubliceerd. Kristin Lavransdatter beeldt het leven van een vrouw van geboorte tot dood uit.

In 1928 kreeg Sigrid Undset de Nobelprijs voor de Literatuur.

 

Uit: Kristin Lavrensdatter

 

"No one and nothing can harm us child, except what we fear and love."

"But what if a person doesn't fear and love God?" asked Kristin in horror, to which Brother Edvin responded.

"There is no one, Kristin, who does not love and fear God. But it's because our hearts are divided between love for God and fear of the Devil, and love for this world and this flesh, that we are miserable in love and death. For if a man knew no yearning for God and God's being, then he would thrive in Hell, and we alone would not understand that he had found his heart's desire. Then the fire would not burn him if he did not long for coolness, and he would not feel the pain of the serpent's bite if he did not long for peace."

 

Uit: The Master of Hestviken

 

"And since God had suffered, because of the suffering her own fault would bring her; she too would desire to be punished and made to suffer every time she thought of it. She saw that this was a different suffering from any she had suffered hitherto: that had been like falling from rock to rock down a precipice, to end in a bottomless morass — this was like climbing upward, with a helping hand to hold, slowly and painfully: but even in the pain there was happiness, for it lead to something. She understood now what the priests meant when they said there was healing in penance."

 

 

 

 

Sigrid Undset
Sigrid Undset (20 mei 1882 – 10 juni 1949)

 

 

 

 

De Franse schrijver Honoré de Balzac werd geboren in Tours op 20 mei 1799. Zie ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2008.

 

Uit: Ferragus

 

“Paris est le plus délicieux des monstres : là, jolie femme; plus loin, vieux et pauvre; ici, tout neuf comme la monnaie d'un nouveau règne; dans ce coin, élégant comme une femme à la mode. Monstre complet d'ailleurs! Ses greniers, espèce de tête pleine de science et de génie; ses premiers étages, estomacs heureux; ses boutiques, véritables pieds; de là partent tous les trotteurs, tous les affairés. Eh! quelle vie toujours active a le monstre? A peine le dernier frétillement des dernières voitures de bal cesse-t-il au coeur que déjà ses bras se remuent aux Barrières', et il se secoue lentement. Toutes les portes bâillent, tournent sur leurs gonds, comme les membranes d'un grand homard, invisiblement manoeuvrées par trente mille hommes ou femmes, dont chacune ou chacun vit dans six pieds carrés, y possède une cuisine, un atelier, un lit, des enfants, un jardin, n'y voit pas clair, et doit tout voir. Insensiblement les articulations craquent, le mouvement se communique, la rue parle. A midi, tout est vivant, les cheminées fument, le monstre mange; puis il rugit, puis ses mille pattes s'agitent. Beau spectacle ! Mais, ô Paris! qui n'a pas admiré tes sombres paysages, tes échappées de lumière, tes culs-de-sac profonds et silencieux; qui n'a pas entendu tes murmures, entre minuit et deux heures du matin, ne connaît encore rien de ta vraie poésie, ni de tes bizarres et larges contrastes. »

 

 

 

 

Hebert_Balzac
Honoré de Balzac
(20 mei 1799 - 18 augustus 1850)
Beeld van
Pierre-Eugène-Emile Hébert

 

20-05-08

Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, Honoré de Balzac, Wolfgang Borchert, A.C. Cirino


In verband met een korte vakantie van Romenu zijn de postings even wat minder uitvoerig.

 

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zie ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

 

Werkster

 

Zij kent de onderkant van kast en ledikant
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

 

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

 

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden
gaande de gouden straten naar zijn troon,
al slaande met de stoffer op het blik.

 

Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods - en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

 

 

 

 

 

 

Beumer & Co.

 

Hoeken met huisgeheimen
komen bloot.
De vloeren schamen zich dood.
De lamp hangt laag en groot,
want de tafel is weggenomen.

 

Zij, die naar boven komen,
breken blind kapot
wat was in slot, ontnomen
wordt elk ding aan zijn lot;
maar de liefde is uit God,
en God is liefde. Amen.

 

De deur die binnen was,
is buitendeur geworden.
Onder de hand der horde
sterft het glas.

 

De spiegel met eeuwig licht
zwicht langzaam voorover,
en doet de kamer dicht.
Er ligt spinrag over.

 

Waar divan en donker stonden,
is, hun geheim ten spot,
een vrouwenschoen gevonden;
maar de liefde is uit God.
En buiten zullen staan de honden.

 

 

 

 

 

HULSHORST

 

Hulshorst, als vergeten ijzer

is uw naam, binnen de dennen

en de bittere coniferen,

roest uw station;

waar de spoortrein naar het noorden

met een godverlaten knars

stilhoudt, niemand uitlaat

niemand inlaat, o minuten,

dat ik hoor het weinig waaien

als een oeroude legende

uit uw bossen: barse bende

rovers, rans en ruw

uit het witte veluwhart.

 

 

 

 

 

 

achterbergVrouw
Gerrit Achterberg
(20 mei 1905 - 17 januari 1962)
Met zijn vrouw

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd geboren in Kapelle op 20 mei 1911. Zie ook mijn blog van 20 mei 2007 ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

De koning gaat verhuizen

 

Kadoze, kaduize,
de koning gaat verhuizen.
Hij gaat om negen uur precies
met heel z’n gouden theeservies,
z’n vorken en z’n glazen
en al z’n duizend vazen
en met z’n vogel Trillepiep
verhuizen in de jiep.

 

Kadoze, kaduize,
de kooi met witte muizen!
De gouden troon, het gouden bad
en de satijnen keukenmat
de hemden en de jassen
en de spiraalmatrassen,
de vissen in de vissenkom,
de lepels in de Turkse trom.
De koning zelf gaat bovenop
en draagt de gouden kolenschop.

 

Kadoze, kaduize,
de koning gaat verhuizen.
Maar ach, die arme koningin...
o jee, die kan er niet meer in!
Wat hindert dat? Het hindert niets!
De koningin gaat op de fiets.

 

 

 

 

Zonder jou

 

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

 

Dat zonder jou nog een lente bestaat
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meidoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindenlaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.

 

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

 

 

 

 

annie-mg-schmidt
Annie M.G. Schmidt
(20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

 

 

De Franse schrijver Honoré de Balzac werd geboren in Tours op 20 mei 1799. Zie ook mijn blog van 20 mei 2007.

 

Uit: Illusions perdues

 

Le papier, produit non moins merveilleux que l'impression à laquelle il sert de base, existait depuis longtemps en chine quand, par les filières souterraines du commerce, il parvint dans l'Asie-Mineure, où, vers l'an 750, selon quelques traditions, on faisait usage d'un papier de coton broyé et réduit en bouillie. La nécessité de remplacer le parchemin, dont le prix était excessif, fit trouver, par une imitation du papier bombycien (tel fut le nom du papier de coton en Orient), le papier de chiffon, les uns disent à Bâle, en 1170, par les Grecs réfugiés; les autres disent à Padoue, en 1301, par un Italien nommé Pax. Ainsi le papier se perfectionna lentement et obscurément; mais il est certain que déjà sous Charles VI on fabriquait à Paris la pâte des cartes à jouer. Lorsque les immortels Fust, Coster et Guttemberg eurent inventé LE LIVRE, des artisans, inconnus comme tant de grands artistes de cette époque, approprièrent la papeterie aux besoins de la typographie. Dans ce XVe siècle, si vigoureux et si naïf, les noms des différents formats de papier, de même que les noms donnés aux caractères, portèrent l'empreinte de la naïveté du temps. Ainsi le Raisin, le Jésus, le Colombier, le papier Pot, l'Écu, le Coquille, le Couronne, furent ainsi nommés de la grappe, de l'image de Notre-Seigneur, de la couronne, de l'écu, du pot, enfin du filigrane marqué au milieu de la feuille, comme plus tard, sous Napoléon, on y mit un aigle : d'où le papier dit grand-aigle. De même on appela les caractères Cicéro, Saint-Augustin, Gros-Canon, des livres de liturgie, des œuvres théologiques et des traités de Cicéron auxquels ces caractères furent d'abord employés. L'italique fut inventé par les Alde, à Venise : de là son nom. Avant l'invention du papier mécanique, dont la longueur est sans limites, les plus grands formats étaient le Grand-Jésus ou le Grand-Colombier; encore ce dernier ne servait-il guère que pour les atlas ou pour les gravures. En effet, les dimensions du papier d'impression étaient soumises à celles des marbres de la presse. Au moment où David parlait, l'existence du papier continu paraissait une chimère en France, quoique déjà Denis Robert d'Essone eût, vers 1799, inventé pour le fabriquer une machine que depuis Didot Saint-Léger essaya de perfectionner. Le papier vélin, inventé par Ambroise Didot, ne date que de 1780. Ce rapide aperçu démontre invinciblement que toute les grandes acquisitions de l'industrie et de l'intelligence se sont faites avec une excessive lenteur et par des agrégations inaperçues, absolument comme procède la Nature. Pour arriver à leur perfection, l'écriture, le langage peut-être!... ont eu les mêmes tâtonnements que la typographie et la papeterie.»

 

 

 

 

balzac
Honoré de Balzac
(20 mei 1799 - 18 augustus 1850)

 

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 20 mei 2007

 

 

De Duitse schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg.

 
De Surinaamse schrijver A.C. Cirino werd geboren in Goede Hoop op 20 mei 1929.

 

 

20-05-07

Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, Wolfgang Borchert, Honoré de Balzac, A.C. Cirino


De Nederlandse dichter Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zijn carrière als dichter kreeg pas duidelijk gestalte nadat Roel Houwink zich als zijn literaire mentor ontpopte. Het eerste resultaat was de bundel Afvaart (1931) waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde.Na de publicatie van Afvaart raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had moeilijke relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht, leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.

De ontwikkelingen mondden uit in een drama. Achterberg had in 1934 het onderwijs verruild voor een baan als landbouwcrisisambtenaar bij de Crisis Vee Centrale in Utrecht. Hij woonde in Utrecht op kamers en kreeg, hoewel hij inmiddels verloofd was, een relatie met zijn hospita. Op 15 december 1937 schoot Achterberg haar dood en hij verwondde haar dochter. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot tbr veroordeeld. Tot augustus 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-) psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de tbs in 1955 definitief werd opgeheven.

Onderwijl produceerde hij een stroom aan nieuw werk. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. En Jezus schreef in 't zand (1947) werd in 1949 onderscheiden met de P.C. Hooftprijs. Ballade van de gasfitter (1953) kreeg in 1954 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam en in 1959 kreeg Gerrit Achterberg voor zijn gehele werk de Constantijn Huygensprijs toegekend.

 

Zie ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

Diaspora

 

Al zijt gij in onnoembaarheid,
glanzende scharen van mijn wil
zijn uitgegaan om u te tellen:
een prevelen, niet te verstaan,
zal eenmaal samenvallen
met onze kennismaking
diep in de taal.

 

Dan treedt uw lichaam uit mijn som,
want alle moleculen
roep ik weerom
uit hun verstrooiing. Alle.

 

 

 

Depersonalisatie

 

Het schijnt verleden week te Amersfoort.

Een middag voor een ander; van opzij.

De zakenlui. De wereld zonder mij.

Een bakkersjongen in de Koppelpoort.

 

Het zet zich binnen stadsgezichten voort.

Bijna de dood; aan mijn leven voorbij.

Zo zal het zijn als ik hier niet meer rij.

Dan heeft de afzender het laatste woord.

 

Letters figuurtjes op de winkelruiten.

Mijn naam en ik gescheiden van elkaar.

Er zit al speling tussen hier en nu.

 

Agenten wenken dat ik moet besluiten.

Vrachtwagens met inboedel ronken zwaar.

Ik stuur u nog vanavond het reçu.

 

 

 

Achterberg
Gerrit Achterberg
(20 mei 1905 - 17 januari 1962)

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna Maria Geertruida Schmidt werd geboren in Kapelleop 20 mei 1911. Annie Schmidt werkte aanvankelijk als bibliothecaris in Amsterdam en Vlissingen. Na de WO II werkte ze vanaf 1946 als documentaliste en later als redactrice bij de Amsterdamse krant Het Parool. Het laatste werk deed ze tot 1958. In die periode werd ze lid van de cabaretgroep De Inktvis, waar ook andere Parool-coryfeën aan meededen. Annie Schmidt - de tussenletters M.G. waren nodig ter onderscheid van een andere schrijfster A. Schmidt - schreef in de beginjaren cabaretteksten/liedjes voor o.a. Wim Kan, Wim Sonneveld en Conny Stuart. Bekendheid als schrijfster kreeg ze met de hoorspelserie In Holland staat een huis over de familie Doorsnee, waar tussen 1952 en 1958 91 afleveringen van gemaakt werden. In 1965 schreef ze de tekst van de eerste oorspronkelijk Nederlandstalige succesvolle musical "Heerlijk duurt het langst" die 534 voorstellingen zou beleven en waarvoor Harry Bannink de muziek componeerde. In 1968 volgde de inmiddels legendarische televisieserie "Ja zuster, nee zuster” weer in nauwe samenwerking met Bannink. Meer musicals zouden volgen:

 

Zie ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

Uitverkoop in de Konijnen-Bijenkorf

 

In de Konijnen-Bijenkorf daar is het uitverkoop.

Daar krijg je voor een prikje een konijnekussensloop.

Er zijn konijnebroekjes voor drie worteltjes het stuk

en bij de kinderwagens is het heel bijzonder druk.

Er zijn konijne-nylons, o, die worden veel gevraagd,

‘konylons’ ja, ze ladderen niet, zelfs als je er aan knaagt.

Meneer Van Snuffert wil een fles met uitjes en augurken,

mevrouw Van Oren-Pokkestaart wil naar de zonnejurken.

Ze willen allemaal in de lift, de liftboy staat te gillen:

‘De derde! Schrijfbehoeften, lingerie, konijne-brillen!

De vierde! Levensmiddelen, corsetten, baby-wol!

Past op uw oren, dames, heren, ja, de lift is vol!’

Kijk daar, konijne-toffeltjes met echte vilten zolen

en een konijne-juffrouw demonstreert een rauwkostmolen:

‘U hoeft niet meer te knagen!’ zegt zij. ‘Dames! Kijkt u even!

Met deze rauwkostmolen blijft u eeuwig in het leven.’

Daar komt een dame met haar kinders, 't zijn er vierentachtig,

ze krijgen ieder een ballon, wat vinden ze dat prachtig.

Och kijk, die twee konijntjes met hun oren in de knoop!

In de Konijnen-Bijenkorf daar is het uitverkoop!

 

 

 

Schmidt
Annie M.G. Schmidt
(20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

De Duitse schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg. In 1942 kreeg hij difterie en kwam met oorlogswonden in het lazaret terecht. Zijn gezondheid zou zich nooit meer herstellen. Borchert kwam meermaals met de legerleiding in aanvaring: men verdacht hem van insubordinatie in zijn briefcorrespondentie, en hij werd in de gevangenis te Neurenberg opgesloten. Zijn vrijlating geschiedde op voorwaarde dat hij opnieuw naar het front in het oosten zou trekken: tijdens de veldtocht onderkoelde hij echter en liep vervolgens geelzucht op, zodat hij in Smolensk wederom in het veldhospitaal belandde. Uiteindelijk mocht hij met verlof naar huis: hij sloot zich in Hamburg bij het cabaret aan; in 1943 werd hij desondanks steeds zieker, en toen hij poogde aan het front in het theater toegelaten te worden, werd hij eens te meer gearresteerd. Hij werd in 1944 nogmaals voor het gerecht gebracht, ditmaal in Berlijn, er tot negen maand gevangenis veroordeeld en vervolgens opnieuw doodziek naar het front gestuurd. In 1945 capituleerde zijn regiment in Frankfurt am Main aan de Fransen: hij liep weg en trok te voet naar Hamburg terug.

In 1945 werkte Borchert eindelijk terug voor het theater: hij speelde weer cabaret, regisseerde Lessing en richtte zelf een toneelvereniging op in Altona. Maar hij was sterk verzwakt en bedlegerig: de aantasting van zijn lever zette zich snel door, en hij wist dat hij niet lang meer te leven had. In 1946 schreef hij nog een lange rist verhalen en een dichtbundel, die aanknoopten bij de expressionistische traditie van het interbellum die door het Derde Rijk verboden was geweest. Zijn radicale keuze voor het grove, eenvoudige en eenduidige maakten hem tot een hoofdvertegenwoordiger van wat men Kahlschlag of het Uur nul noemt. Met Draußen vor der Tür verwerd hij tot spreekbuis voor een misnoegde en ontmoedigde generatie, die zich voornam van nul te herbeginnen. Na hem kwamen nieuwe experimenten, die soms wel bij de vooroorlogse traditie poogden aan te knopen, maar desalniettemin heeft hij met dit ene toneelstuk, dat een klassieker is geworden, een gigantische impact op de Duitse literatuur nagelaten.

 

Uit: Draußen vor der Tür

 

“Aha, da steht einer. Da auf dem Ponton. Sieht aus, als ob er Uniform anhat. Ja, einen alten Soldatenmantel hat er an. Mütze hat er nicht auf. Seine Haare sind kurz wie eine Bürste. Er steht ziemlich dicht am Wasser. Beinahe zu dicht am Wasser steht er da. Das ist verdächtig. Die abends im Dunkeln am Wasser stehn, das sind entweder Liebespaare oder Dichter. Oder das ist einer von der großen grauen Zahl, die keine Lust mehr haben. Die den Laden hinwerfen und nicht mehr mitmachen. Scheint auch so einer zu sein von denen, der da auf dem Ponton. Steht gefährlich dicht am Wasser. Steht ziemlich allein da. Ein Liebespaar kann es nicht sein, das sind immer zwei. Ein Dichter ist es auch nicht. Dichter haben längere Haare. Aber dieser hier auf dem Ponton hat eine Bürste auf dem Kopf. Merkwürdiger Fall, der da auf dem Ponton, ganz merkwürdig. (Es gluckst einmal schwer und dunkel auf. Die Silhouette ist verschwunden.) Rums! Da! Weg ist er. Reingesprungen. Stand zu dicht am Wasser. Hat ihn wohl untergekriegt. Und jetzt ist er weg. Rums. Ein Mensch stirbt. Und? Nichts weiter.”

 

 

borchert2
Wolfgang Borchert (20 mei 1921  - 20 november 1947)

 

De Franse schrijver Honoré de Balzac werd geboren in Tours op 20 mei 1799. Aanvankelijk studeerde hij rechten, maar in 1819 stopte hij met zijn studie om te gaan schrijven. Eerst onder verschillende pseudoniemen, later onder zijn eigen naam. Het succes bleef uit en hij nam een drukkerij over. Ondanks zijn verhouding met de rijke en vijftien jaar oudere en getrouwde Laure de Berny, had hij altijd grote schulden. Balzac trouwde met Eve Hanska, een rijke weduwe uit Polen, maar stierf kort daarna op eenenvijftigjarige leeftijd te Parijs. Hij werd begraven op de beroemde Parijse begraafplaats Père-Lachaise. De Balzac wordt beschouwd als de onbetwiste meester van het realisme. Hij was een harde werker, een broodschrijver, en schreef de monumentale Comédie humaine, een oeuvre van bijna honderd boeken met als doel de gehele Franse maatschappij vast te leggen. Zijn eerste grote successen waren La Peau de chagrin en Le Père Goriot. Le Lys dans la vallée wordt als zijn meesterwerk beschouwd.

 

Zie ook mijn blog van 20 mei 2006.

 

Uit: Le père Goriot

 

« Madame Vauquer, née de Conflans, est une vieille femme qui, depuis quarante ans, tient à Paris une pension bourgeoise établie rue Neuve-Sainte-Geneviève, entre le quartier latin et le faubourg Saint-Marceau. Cette pension, connue sous le nom de la Maison-Vauquer, admet également des hommes et des femmes, des jeunes gens et des vieillards, sans que jamais la médisance ait attaqué les moeurs de ce respectable établissement. Mais aussi depuis trente ans ne s'y était-il jamais vu de jeune personne, et pour qu'un jeune homme y demeure, sa famille doit-elle lui faire une bien maigre pension. Néanmoins, en 1819, époque à laquelle ce drame commence, il s'y trouvait une pauvre jeune fille. En quelque discrédit que soit tombé le mot drame par la manière abusive et tortionnaire dont il a été prodigué dans ces temps de douloureuse littérature, il est nécessaire de l'employer ici: non que cette histoire soit dramatique dans le sens vrai du mot; mais, l'oeuvre accomplie, peut-être aura-t-on versé quelques larmes intra muros et extra . Sera-t-elle comprise au-delà de Paris? le doute est permis. Les particularités de cette scène pleine d'observations et de couleurs locales ne peuvent être appréciées qu'entre les buttes de Montmartre et les hauteurs de Montrouge, dans cette illustre vallée de plâtras incessamment près de tomber et de ruisseaux noirs de boue; vallée remplie de souffrances réelles, de joies souvent fausses, et si terriblement agitée qu'il faut je ne sais quoi d'exorbitant pour y produire une sensation de quelque durée. » 

 

 

 

BALZACRodin
Honoré de Balzac
(20 mei 1799 - 18 augustus 1850)
Beeld van Auguste Rodin

 

De Surinaamse schrijver A.C. Cirino werd geboren in Goede Hoop op 20 mei 1929. Hij was een kenner van de inheemse culturen en publiceerde in het Nederlands twee bundels Indiaanse vertellingen, gebaseerd op de vertelschat van Karaïben en Arowakken. Jarenlang waren ze de eerste, uitgebreide collectie van Surinaams-Indiaanse vertellingen, vastgelegd door iemand die zelf afkomstig was uit een Indiaanse groep.

 

Uit: Het meisje en de vogels

 

“O, wat waren de vogeltjes verdrietig. Bij honderden kwamen ze aangevlogen om haar te troosten en beterschap te wensen. Overal zaten ze op de grond, op de spanten van het kamp, op het dak, aan de rand van haar hangmat, zelfs tegen de bladerwand van het kamp. Overal. En ze piepten en floten al maar door. En ze hadden heel wat lekkernijen voor haar meegebracht, heel wat bosvruchten. Het hele vogelrijk was in de waar en in de weer gekomen.
Sommige vogeltjes stierven van verdriet, omdat zij weigerden te eten toen zij Matuwi maar zagen wegkwijnen. De vogels kwamen bij elkaar en zeiden: "Matuwi is onze koningin. Hoe kunnen wij haar helpen?" Rediborsu dacht bij zichzelf: "Matuwi wordt niet beter." En hij bracht zijn familie om de vogelkoningin te groeten en een goede reis naar het hiernamaals te wensen.
Een der kleine grijze vogels sprong op Matuwi's armen en pikte haar. Er kwam wat bloed uit dat op de vogeltjes viel.
Enkele dagen daarna was het dorp en het hele vogelrijk in rouw gedompeld. Matuwi was overleden. Bij haar begrafenis zaten duizenden vogeltjes stil op de takken van de bomen toe te kijken. De vogels hadden zo'n verdriet dat zij nooit meer grote vriendschap met de mensen hebben gesloten. Vanaf die tijd vliegen zij snel weg als je in hun buurt komt.
En jij die dit verhaal hebt gehoord, weet nu ook waarom de rediborsu rode veren en een roodachtige bek heeft.”



REDIBORSI
A.C. Cirino (20 mei 1929 -  6 mei 2003) 

Rediborsi (Geen portret beschikbaar)

 

20-05-06

Schmidt, Achterberg, Balzac, Malot


Een rijke oogst aan literaire verjaardagen vandaag.

 

Wie kent haar niet, Annie M.G. Schmidt?

 

De snob

Ik dank de hemel voor het woord niveau,
want met dat woord kan ik me distantiëren.
Ik kan mij niet ... dat is nu eenmaal zo ...
met Jan en Piet en Klaas gaan occuperen,

want mijn niveau is steeds omhoog gegaan,
het is nu zoetjesaan zó hoog geworden:
Ik kan er zelf niet bij. Ik hang er áán!
Van uit die hoogte kijk ik op de horde.

En voor mijn naaste buurman voel ik niets,
mijn buurman mag dan nog zo'n nobel mens zijn,
mijn buurman heeft nog nooit gehoord van Keats,
ik ben geen snob, maar ergens moet een grens zijn.

Dat ik de dichter Piet persoonlijk ken
en zelfs twee worstjes met hem heb gegeten,
dat maakt dat ik iets heel bijzonders ben,
dat moet de wereld dan ook maar eens weten.

Voor ik iets mooi vind, kijk ik om me heen,
ik laat me niet ontroeren, voor het safe is.
Vindt Simon Vestdijk het ook mooi? O, neen?
Dan weet ik dus al zeker dat het scheef is.

Ik hang hier al zo lang. Ik word wèl moe.
Ik zou zo graag eens Hollands Glorie lezen...
maar mijn niveau laat dat volstrekt niet toe,
dus moet het maar weer Joyce of Huxley wezen.



Annie M.G. Schmidt
uit: Invers, poëzie moet uit haar boeken treden, Erik Heyman, Koen Stassijns , Ivo van Strijtem, NV Standaard Uitgeverij 1994   

 

 

 

 

 

Annie M.G. Schmidt (20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

Er zijn van die dichtregels die je voorgoed anders naar de werkelijkheid doen kijken:

"Den Haag, je tikt er tegen en het zingt" is er zo een van Gerrit Achterberg. 

Passage

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.  

Gerrit Achterberg

 

 

Gerrit Achterberg (20 mei 1905 -  17 januari 1962)

 

Een prozaschrijver is niet gemakkelijk in een paar regels te representeren. Van Honoré de Balzac blijven talloze citaten voortleven: 

  

« Oublier est le grand secret des existences fortes et créatrices. »

 

« L'amour est la poésie des sens »       

 

« Ce qui rend les amitiés indissolubles et double leur charme est un sentiment qui manque à l'amour : la certitude.»

   

 

"Entre la poire et le fromage Bianchon arriva, par d'habilles préparations, à parler de la messe, en la qualifiant de momerie et de farce.
- Une farce, dit Desplein, qui a coûté plus de sang à la chrétienté que toutes les batailles de Napoléon et que toutes les sangsues de Broussais !
La messe est une invention papale qui ne remonte pas plus haut que le VIe siècle, et que l'on a basé sur Hoc est corpus. Combien de sang n'a-t-il pas fallu établir la Fête-Dieu par l'institution de laquelle la cour de Rome a voulu constater sa victoire dans l'affaire de la Présence Réelle, schisme qui pendant trois siècles a troublé l'Eglise ! Les guerres du conte de Toulouse et des Albigeois sont la queue de cette affaire. Les Vaudois et les Albigeois se refusaient à reconnaître cette innovation."

Honoré de Balzac / La Messe de l'Athée / 1836   

 

 

 
Honoré de Balzac (20 mei 1799 – 18 augustus 1850)    

 

Net als met Robinson op zijn verlaten eiland kon ik als kind helemaal opgaan in de wereld van Remi uit “Alleen op de wereld” van Hector Malot.

Toch maar een fragment uit “Alleen op de wereld”:

“We gingen terug, tegen de scherpe wind in en ik begreep, dat we verdwaald waren. Vreselijk! verdwaald in 'n stikdonkere, koude nacht.....
Onwillekeurig bleef ik staan, doch Vitalis trok me mee. "Kom," zei hij, "volhouden!"
We liepen een eind de weg terug, die we pas waren langs gekomen.
"Zie je nu een bosje bomen?"
"Ja, daar links van de weg, zie ik ze."
"En lopen er wagensporen door de weg?"
"Nee, wagensporen kan ik niet ontdekken!"
"'t Schijnt wel, dat ik blind ben," mompelde Vitalis, terwijl hij zich over de ogen streek. "Kom Remi, laten we dan recht op die bomen aanlopen!"
Zo deden we en toen riep ik opeens: "Ik zie een muur!"
"Je zult een hoop stenen zien," meende Vitalis.
Maar ik hield vol, dat het een muur was en toen hij met de handen langs de muur had getast, moest hij toegeven, dat ik gelijk had.
"Zoek nu eens naar de wagensporen."
Ik kroop over de grond en zocht naar de sporen, maar te vergeefs.
"Dan is de toegang tot de steengroeve dichtgemetseld!" stelde Vitalis vast, "houd maar op met zoeken, we komen er niet in."
"Maar wat moeten we dan beginnen?" vroeg ik angstig.
"Ik denk, dat we hier moeten sterven, Remi...."
"Sterven?"
"Ja, jongen, dat is vreselijk voor jou, want je bent nog zo jong. Kom, laten we proberen Parijs weer te bereiken, dan gaan we naar het politiebureau. Ik had ons dat willen besparen, maar het moet."
We sloften verder, maar al spoedig kon hij niet meer.
Ons pad liep nu langs een schutting en in die schutting was een deur, die openstond. Daar achter lag een hoge mestvaalt met veel stro, zoals tuinders die 's winters op hun land hebben liggen.
"Laten we daar gaan zitten," hijgde Vitalis.
"Maar 't is zo koud en..."
"De mesthoop beschut ons tegen de wind en de sneeuw en we kunnen onder het stro kruipen".
Ik haalde het stro zoveel mogelijk op een hoop en we gingen er in zitten, dicht tegen elkaar aan.
"Neem Capi bij je, Remi, het dier zal je verwarmen," zei Vitalis nog. Ik legde wat stro over ons beiden heen en kroop vlak tegen hem aan. Daarop boog hij zich over mij heen en gaf mij een kus. Het was de tweede maal, dat hij dit deed en het was helaas ook de laatste maal...”   

 

 
Hector Malot
(20 mei 1830- 17 juli 1907)