15-03-17

Ben Okri, David Albahari, Louis Paul Boon, Kurt Drawert, Gerhard Seyfried, Andreas Okopenko, An Rutgers van der Loeff, Prosper van Langendonck, Paul Heyse

 

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit:The Famished Road

“We longed for an early homecoming, to play by the river, in the grasslands, and in the magic caves. We longed to meditate on sunlight and precious stones, and to be joyful in the eternal dew of the spirit. To be born is to come into the world weighted down with strange gifts of the soul, with enigmas and an inextinguishable sense of exile. So it was with me.
How many times had I come and gone through the dreaded gateway? How many times had I been born and died young? And how often to the same parents? I had no idea.
So much of the dust of living was in me. But this time, somewhere in the inter space between the spirit world and the Living, I chose to stay. This meant breaking my pact and outwitting my companions. It wasn't because of the sacrifices, the burnt offerings of oils and yams and palm-nuts, or the blandishments, the short-lived promises of special treatment, or even because of the grief I had caused. It wasn't because of my horror of recognition either. Apart from a mark on my palm I had managed to avoid being discovered. It may have simply been that I had grown tired of coming and going.
It is terrible to remain forever in-between. It may also have been that I wanted to taste of this world, to feel it, know it, love it, to make a valuable contribution to it, and to have that sublime mood of eternity in me as I live the life to come. But I sometimes think it was a face that made me want to stay. I wanted to make happy the bruised face of the woman who would become my mother.
When the time arrived for the ceremonies of birth to begin, the fields at the crossroads were brilliant with lovely presences and iridescent beings. Our king led us to the first peak of the seven mountains. He spoke to us for a long time in silence. His cryptic words took flame in us. He loved speeches. With great severity, his sapphire eyes glowing, he said to me:"You are a mischievous one. You will cause no end of trouble. You have to travel many roads before you find the river of your destiny. This life of yours will be full of riddles.
You will be protected and you will never be alone."

 

 
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

Lees meer...

15-03-16

Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Andreas Okopenko, An Rutgers van der Loeff

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

Uit: Schreiben

„Bei Lacan habe ich einen Satz gefunden, der mein Anliegen, über das Schreiben zu schreiben, fast buchstäblich zum Ausdruck bringt: «Liebe ist, wenn man gibt, was man nicht hat.» Dieser Satz bezeichnet ein Paradoxon und ist zugleich eine Aufforderung, es anzuerkennen und sich einzulassen darauf. Mit anderen Worten: Das Unmögliche zu verschenken, ist das Mögliche dessen, der liebt. Wie nun ließe sich besser erklären, worum es mir in diesem Buch geht – nur eben bezogen auf die Literatur, die genau dort ihren Platz hat, wo sie etwas dauerhaft Abwesendes mit Sprache durchdringt und damit auch vorstellbar macht. Mein Text zu diesem schier unendlichen Thema bewegt sich in Form einer Terzine. Das hat sich aus dem Material so ergeben. Die Motive, die sich wiederholen, sind jedoch nie Wiederholung an sich, sondern Übergänge in einen anderen, neuen Verlauf. Genau das regelt die Terzine auch: sie kehrt in ihrer Verpflichtung zum Reim immer auf den zweiten Vers der letzten Strophe zurück, um dann zwei Verse vor-anzukommen. Ihre Langsamkeit wird so zur Genauigkeit des Denkens, das seinen Abschluss oft erst in einer Parallelfigur findet. Das gefällt mir gut. Ebenso gefällt mir, mich in Begriffen zu bewegen, die schon festgelegt und eingeführt sind. Es erspart Zeit. Außerdem sind sie aus ihren jeweiligen Denksystemen nicht beliebig und ohne Verlust an Verständlichkeit und Sinn herauszulösen. Ich werde sie, wo ich sie als bekannt nicht voraussetzen darf, erläutern, zumal ihre Verwendungen auch in der enzyklopädischen Literatur nicht einheitlich geregelt sind und entsprechend kommentiert werden sollten. Die Markierung ( *) hinter dem betreffenden Wort signalisiert den Kommentar, der sich im Wortregister am Ende des Buches befindet. Dabei erhebe ich keinen Anspruch auf Geltung und möchte nur, dass ich so verstanden werde, wie ich verstanden habe, was ich erzähle. Und nun danke ich allen, die sich mit mir auf einen Weg begeben, der genaugenommen nirgendwo hinführt und schön allein dadurch ist, dass es ihn gibt.“

 

 
Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

Lees meer...

15-03-15

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

Uit: Pieter Daens

“Veel meer hield ik ervan door de straatjes te dwalen, langs de kromming van de rivier de Dender te slenteren en de buitenwijken te verkennen. Ik zag de wijk Schaarbeek met haar weiden en velden, ik waagde me in de wijk Osbroeck met op haar moerasgrond dichte begroeiing van warrelhout, en aan de overkant van de Dender drong ik door tot de wijk Mijlbeek, wier bewoners men buitenlieden noemde, of zelfs minachtend ‘deze van over de Rijn’.
Maar wat me meest boeide was het leven en lawaai langs de Dender, waar steeds meer fabrieken oprezen. Aalst matigde zich de naam van Keizerlijke Stede aan, maar bleek voorbestemd om gewoon een fabriekstadje te worden. Naast de kerken en kloosters schoten als giftige paddestoelen deze fabrieken uit de grond op. In het begin waren zij maar een schuur of bergplaats, maar als knaap kon ik reeds vaststellen, dat het niet meer de kerktorens waren die het stadje domineerden, doch hún rokende schoorstenen. Ik kon horen hoe niet meer het geklingel van de beiaard en het kleppen der Sintmaartenskerk de dagtijd bepaalde, maar het loeien der fabrieksirenen. Vanaf vijf en zes uur in de kille en nog duistere ochtend hoorde ik dit haast dierlijke huilen. Ik werd erdoor gewekt, en over de hobbelige stenen in de smalle straatjes hoorde ik het klepperen der klompen van mannen, vrouwen en kinderen, die zich naar de fabrieken repten.
Zelf heb ik het niet meegemaakt, maar uit kleurrijke verhalen van vader vernam ik, hoe deze fabrieken waren ontstaan en hoe de eigenaars, weldra ‘de heren’, zich tot almachtige heersers ontpopten. Ik hoorde allerlei fantastisch over Eliaert-Cools, over Jan Baptist Jelie, over kapitein Van der Smissen, die allen uit armoede het naburige stadje Ninove verlieten en naar Aalst kwamen afzakken.
Zij hadden te Ninove gewerkt in primitieve huisbedrijfjes zonder toekomst, en snoven hier de geur van iets dat niet nader te bepalen was: een nieuwe economie, een nieuw politiek leven, een nieuwe tijd.
Vader vertelde ons over Eliaert-Cools, die als 20-jarige met zijn even jonge vrouwtje de stad kwam bewonen en op een verloren plekje grond, aan de kromming van de Dender, garen begon te spinnen, te bleken en te verven. Nog geen drie jaar later had hij reeds honderd arbeiders in zijn fabriek en haast evenveel thuisarbeiders die voor hem werkten. In 1850 – ik was toen acht jaar geworden – liet hij een stoommachine plaatsen, de allereerste in de stad, en werd alles mechanisch ingericht. Zijn fabriek besloeg toen reeds het hele blok tussen de Oude Dender, de Stoofstraat en de Voldersstraat, en een groot deel der Pontstraat.”

 

 
Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Lees meer...

15-03-14

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

 

Zo zal ik dan worden

zo zal ik dan worden
stilaan een zich oudvoelend man
een bloem een gedicht op de lippen
en verder wat knutselend nog
aan luchtvervuiling en zo

zo zal ik dan worden
een propere oude man
als ons hondje dat niets mocht
in huis doen en zo doof
was geworden als een pot en zo

zo zal ik dan worden
met wat schorre stem verhalen
aan mijn kleinzoon over vroeger
de revolutie die we toen wilden
de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

zo zal ik dan worden
en vragen naar mijn bril
en zoeken naar mijn stok
om op te steunen en zo

 

 

Eens mijn geliefde

eens mijn geliefde
eens zal alles eens zijn
nadat rome zo mooi brandde
hirosjima in puin stortte
de amerikaan voet zette op de maan

eens zal alles eens zijn
nadat de kikker verdween
uit sloot en plas
nadat de knikker van glas
uit de hand van mijn vriendje rolde
mijn vriendje dat heel oud geboren werd
en zeer vroeg gestorven is
aan hartinfarkt of longkanker
de handen aan het stuur
van een dure wagen

eens zal alles eens zijn
mijn geliefde
nadat de laatste boom
zich losmaakt van zijn laatste blad
nadat de aarde niet meer leefbaar is
voor ons in ons graf
niet meer witgekalkt en zo

eens zal alles eens zijn
lieve schat
de aarde een dode planeet
dat is alles wat ik weet
eens als alles eens zal zijn

 

 
Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Lees meer...

15-03-13

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko, An Rutgers van der Loeff

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

 

 

Stilte, hier werkt een dichter

 

Stilte, hier werkt een dichter

wie is hooggeacht wie is hooggeleerd

de winnaar van een nobelprijs zou je zo zeggen

maar een arbeider zoals jij en ik, moegetobd

opgenomen in een ziekenhuis

aan zijn sterven overgelaten

en denkend plots aan leven en dood

het antwoord weet

de laatste woorden niet meer uitspreken kan

is hij niet de nobelprijs?

 

wordt ooit de ware dichter door overheden

met haat in hun hart

met misprijzen om zijn werk

op waarde gebrandschat

geprijsd en onder lof vermoord?

in de volksbuurten leest men hem

hij tokkelt op de snaar van hun hart

zijn eigen smart om het onrecht

en een volksvrouw denkt:

jij mijn geliefde dichter

 

dooft men het oor van de dichter

brengt men het geweten tot zwijgen

legt men zijn tong lam

door een prijs van misprijzende lof

vergeet hij allen de eenvoudigen

zij die hem voortbrachten

in een krot van armoe en opstand

 

op het hek van de dichter blijft het bord

waarschuwend voor de eerzuchtige groten:

opgepast, gevaarlijke hond

 

 

 

Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Lees meer...

15-03-12

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

 

Uit: Chapel Road (Vertaald door Adrienne Dixon)

 

“The old hunchback meets you in chapel road, he stops, because I want to have a word with you, he says: I hear you’ve written a story about our chapel road and that now you want to leave us and live in a cottage in the country; well now, your life’s all wrong, just as your story is bound to be all wrong as well … living in a cottage far from the world is no life … and a book about chapel road is no book … if I were to write a book it would be like this: it’s something very old which my late mother told me when I was a child: a poor but beautiful girl is orphaned and the workhouse sends her to be fostered with a farmer, as they used to do, and she grows up and becomes even more beautiful than she was before, and the son of the notary or the burgomaster falls in love with her but he’s got to go and study at the youniversity, to be a doctor, and he becomes a doctor and he marries a rich lady and the beautiful girl has a child from him and is held in contempt by everyone and she gives her child away at the convent, she puts it on a plank and the plank moves away and she’s lost her child forever, maybe she sheds a tear or two, and goes outside, and then begins her life as a poor but beautiful fallen girl; later she gets The Disease and she’s got to go to hospital and she’s going to die and at her death bed are the priest and the doctor and the doctor is her lover, he can tell from the ring he put on her finger long ago, and he asks what happened to our child and she replies that she left it at the convent of the sisters of saint dromedary, and the priest says: I’m your son because I was the child that was left in the convent of the sisters of saint dromedary. Here the hunchback stops and looks at you, because this is the novel he would write; of course, a bit spun out and padded to make it longer he says. You see? that dying woman who was a poor but beautiful girl, and at her deathbed the doctor and the priest who should have been her husband and her son … that would have been a proper book, but your book won’t be a proper book, there’ll be nothing in it about life AS IT REALLY IS.”

 

 

Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Lees meer...

15-03-11

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009en ook mijn blog van 15 maart 2010.

 

Uit: Mieke Maaike’s obscene jeugd

 

„Wel, stilaan liep het dan naar me twaalfde jaar toe, en dacht ik terug aan de drie mannen bij de plas in het bos, en hoe echt leuk ik het zou gevonden hebben als ze nú me kutje begonnen te likken. Ook ik zou er nu tenminste wat aan gehad hebben, of aan verloren hebben, om de waarheid te zeggen.

Ik dacht ook terug aan de vader van Leentje, die wij Muisje noemden. Misschien zou die iets voor zo iets gevoeld hebben. En toen op een zondagochtend een historische stoet zou uitgaan en aan hun straatdeur langskomen, wou ik er aanbellen. Ik had me lichtste en kortste kleedje van vorig jaar aangetrokken, iets dat me groei niet meer had kunnen bijhouden, en nog met moeite tot onder me kont reikte. Vort! dacht ik, en ik speelde me broekje ook nog uit, dat ik reeds aangetrokken had. Maar op straat liep ik toch wat rechtop en hield me hand tegen de zoom, want dáár zomaar met je kontje blootlopen geeft geen pas.

Muisje was thuis en d’r paps ook, en ze stelden voor dat we vanuit het bovenraam naar buiten naar de historische stoet zouden kijken. We lagen gebogen over de vensterbank van het open raam, Muisje en ik. D’r paps was op voldoende afstand gevolgd, want blijkbaar wou hij me te korte kleedje even lekker op snee nemen. En ja, in plaats van naast ons aan het raam te leunen, zette hij zich nog wat neer op een netgepast voetbankje, om zoveel mogelijk te kunnen opvangen van het weinige dat onder de opstekende rand van me kleedje verborgen bleef.

Misschien dacht hij wel me witte broekje of zo te zien, dat misschien iets te klein kon zijn en misschien in de split iets van me kutje kon tonen. Maar tot zijn hemelse genade – zoals hij zich later uitdrukte – ontdekte hij daar niets van een broekje en net alles van de rest. Hij wou er rustig het zijne van meedragen, dat merkte ik wel, want hij verliet het voetbankje en zette zich gewoon op de hurken neer, met de neus onder me kleedje.

Nou, we schoten lekker op, vond ik. Ik boog me nog wat dieper uit het raam naar buiten en zette de benen wat open om meer steun en zo te krijgen. Zo kon hij niet alleen me kont maar ook nog, als hij wou, me kutje zien dat als een gebarsten perziek met dons bezet was geraakt. Z’n fluit moet erbij opgesprongen zijn van vreugde, met zaad dat hij van pure opwinding zomaar meteen had kunnen verliezen.“

 

 

 

Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Portret door Maurice Roggeman

 

 

Lees meer...

15-03-10

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert


De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009.

 

Uit: My Little War (Vertaald door Paul Vincent)

 

I knew Van den Abeele was lying there with his shoulder torn open, but I still didn’t look, I turned to the lieutenant of the 9th, who was standing there on the little cobbled road, arms open wide, railing at them: saligauds, boches! As if they could hear him on the other side of the Albert Canal. There was plenty of other noise anyway. Right next to us someone was emptying the belt of his machine gun, he was sitting on a chair he’d brought from the dairy and who knows maybe it all just looked like the

national shooting range to him. Except for the dive-bombers, that is. And except that we were dying of thirst. Bah, said the radio operator, it’s all down to fate, if it’s your turn to die, you die.

What’s-his-name replied that more people were dying here in one goddamn hour than over the course of ten years back in his village. Whereupon the radio operator shrugged his shoulders and started explaining to me that it was OUR FATE, no one died in your village because it was their fate to come and die here.

And What’s-his-name was about to reply when those fucking Stukas came screaming and rat-tat-tatting down on us again, it was unbearable. The two from the field hospital cursed and said that they couldn’t be in every damn place at once. I’m bleeding myself, said the fattest of the two. No, it was unbearable, especially with those senseless orders. Get some more ammunition, said the lieutenant and there was no more ammunition to get, it had blown sky high half an hour ago. And try to bring

me back a loaf of bread, Louis, he said. Yes, he’d joined us as a simple corporal out of basic training and every year when we had to go back to camp for more drilling he was a little higher in rank and he looked down on us a little more arrogantly, but when he was in trouble he’d still say Louis in that old friendly way. A loaf of bread, as though he didn’t know that the field kitchen had gone the way of the ammunition. But we went anyway, if we could get away from that dike for a bit we couldn’t hear them over there shouting VORWÄRTS so loud. I looked at What’s-his-name to ask if he was coming too and at that very moment the radio operator passed the long-awaited message to the lieutenant: every man for himself. We started smashing everything up with axes like lunatics, the machine-gunner even made matchwood of his chair, and we tried to retreat along the cobbled road but it was already under fire. Bryske, who counted to 3 and then ran across as fast as he could, fell head over heels on the other side. So we had to go straight through the dairy and What’s-his-name smashed the window open with the butt of his rifle, and there was a glass bowl behind it that rolled over.“

 

 

 

 

louis-paul-boon
Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

 

 

 

 

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009.

 

 

And If You Should Leave Me

 

And if you should leave me
I would say that the ghost
Of Cassandra
Has passed through
My eyes
I would say that the stars
In their malice
Merely light up the sky
To stretch my torment
And that the waves crash
On the shores
To bring salt-stings on
My face:
For you re-connect me with
All the lights of the sky
And the salt of the waves
And the myths in the air.
And with your passing
The evening would become too dark To dream in
And the morning Too bright.

 

 

 

 

The Awakening Age

 

O ye who travel the meridian line,
May the vision of a new world within you shine.

 

May eyes that have lived with poverty's rage,
See through to the glory of the awakening age.

 

For we are all richly linked in hope,
Woven in history, like a mountain rope.

 

Together we can ascend to a new height,
Guided by our heart's clearest light.

 

When perceptions are changed there's much to gain,
A flowering of truth instead of pain.

 

There's more to a people than their poverty;
There's their work, wisdom, and creativity.

 

Along the line may our lives rhyme,
To make a loving harvest of space and time.

 

 

 

 

 

Ben_Okri
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

 

 

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Sevie. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en ook mijn blog van 15 maart 2009.

 

Uit: Ludwig (Vertaald door Mirjana en Klaus Wittmann)

 

Ich kann mich nicht erinnern, wann ich Ludwig zum letzten Mal gesehen habe und frage mich, warum mir diese weit zurückliegenden Begebenheiten überhaupt in den Sinn kommen, denn sie sind völlig nutzlos, sie verursachen nur Kopfschmerzen oder Sodbrennen, und beides kann ich nicht gebrauchen. Mir genügt es zu wissen, dass Ludwig, obwohl er jünger ist, wesentlich älter aussieht als ich. Er sah eigentlich schon immer älter aus, schon damals, als wir uns in den Redaktionen verschiedener literarischer Zeitschriften in Belgrad begegneten, am häufigsten in der Redaktion von Knjiz'evna rec', jenem stickigen Verschlag, der eher einer Rumpelkammer als einer Redaktion glich, und in dem es doppelt so viele Raucher wie Nichtraucher gab. Deshalb hielt ich mich immer im ersten Raum auf, wo die Rechnungsabteilung untergebracht war und wo Kaffee gekocht wurde, und unterhielt mich mit anderen Schriftstellern im Türrahmen stehend, was allerdings nicht viel half, weil ich, wenn ich nach Hause kam, dennoch entsetzlich nach Tabak stank. Dort, in der winzigen Redaktion begegnete ich Ludwig zum ersten Mal, nachdem wir uns lange vorher im Hof der Philosophischen Fakultät kennen gelernt hatten. Er hatte damals schon sechs, vielleicht sogar sieben Bücher veröffentlicht, ich erst zwei, die beide bei kleinen Verlagen erschienen und von der Literaturkritik fast unbemerkt geblieben waren. Das störte mich nicht: ich schrieb für mich, nicht für die anderen, das Schweigen der Kritik wertete ich als Lob, aber ebenfalls als Lob empfand ich die überraschende Erklärung, die Ludwig in dieser Rumpelkammer-Redaktion abgab, er habe meine beiden Bücher gelesen.“

   

 

 

David_Albahari
David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, tekenaar en karikaturist Gerhard Seyfried werd geboren op 15 maart 1948 in München. Zie ook mijn blog van 15 maart 2009.

 

Uit: Herero

 

Carl Ettmann glättet mit der linken Hand das Blatt und zieht mit der Rechten die Leselampe näher heran, bis ihr Licht genau auf die Mitte der Landkarte fällt. Das Papier zeigt einen warmen Gelbton, wie sonnenbeschienener Sand. Ein wirres Geflecht feiner schwarzer Linien überzieht die Karte, ein morsches, löcheriges Fischernetz mit zu großen Maschen, das sind die Verkehrswege, Straßen oder Pfade. Von der Küste her windet sich ein kräftigerer Strich ins Binnenland und markiert die einzige Eisenbahnstrecke. Blaßblau gefärbte Adern stellen die Flüsse dar. Von ihnen wiederum verzweigen sich nach allen Seiten feine und feinste Äste und tasten sich durch unzählige Täler und Schluchten in die mit zarter Schraffur in hellbraun markierten Berge und Hochflächen vor.
Carl Ettmann ist nicht nur Kartenzeichner, sondern auch Kartenliebhaber, ein 'Gourmet des Cartes, wie es ein Kollege einmal ausgedrückt hat. Das Bild des dargestellten Geländes entsteht ganz plastisch vor seinem geistigen Auge - so wie ihm Handlung, Charaktere oder Umgebung aus den Buchstaben einer Novelle erwachsen. Höhenlinien, Schraffuren oder Farbtöne formen sich für ihn zu Hängen, Hügeln, Tälern und Schluchten. Aus den Signaturen der Bodenbewachsung und aus den Vegetationszeichen wachsen ihm Wälder, Buschgruppen, Sümpfe und Steppe, Weideland und Karst, gangbares und unwegsames Gelände.
Ettmann zieht ein zweites Blatt aus der Mappe, faltet es auf und legt es über das erste. In der rechten oberen Ecke steht: Otawi. Das Kartenwerk besteht aus insgesamt acht Blättern und einer Übersicht, denn Deutsch-Südwestafrika ist groß, viel größer als das deutsche Reich.
Auf dieser Karte ist das Geflecht der Verkehrslinien und das Geäder der Flüsse viel dünner, kaum besiedeltes, karges Steppenland hat er hier vor Augen und er sieht den Wassermangel, ahnt die Hitze und den Staub. Auf der rechten Seite ist fast ein ganzes Viertel völlig weiß gebheben, entweder Wüste oder Terra incognita, vermutlich beides. Mitten in das weiße Nichts gedruckt steht das Wort O m a h e k e, darunter kleiner und in Klammern: Sandfeld.

 

 

gerhard_seyfried
Gerhard Seyfried (München, 15 maart 1948)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2009.

 

 

Andere Arbeiter, ein anderer Herbst

 

Unverständlich und klar

liegen in ihrer Geschichte

die Dinge begraben.

Alles hat seinen Anfang

und seinen Krebs –

eine Empfindung von gestern

zur Stunde. Die Frau

und ihre gealterte Katze,

in deren Körper die Zeit

sich bewegt, zählen die Schnitte

auf der Platte des Tisches

den Tagebuchseiten

hinzu. Im Hintergrund

das bekannte Geräusch

der Fabrik. Andere Arbeiter,

sagt man, ein anderer Herbst,

wie es im Buch steht

und vorauszusehen war.

 

 

 

 

Mit Heine

 

Dies Land, von dem die Rede geht,

es war einst nur in Mauern groß,

dies Land, von Lüge zugeweht,

 

ich glaubte schon, ich wär es los.

Ich glaubte schon, es wär entschieden,

daß wer nur geht, auch gut vergißt.

 

Doch war nun auch ein Ort gemieden,

der tief ins Fleisch gedrungen ist.

Als fremder Brief mit sieben Siegeln

 

ist mir im Herzen fern das Land.

Doch hinter allen starken Riegeln

ist mir sein Name eingebrannt.

 

 

 

Drawert

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

15-03-09

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Andreas Okopenko, Kurt Drawert, Lionel Johnson, Ángelos Sikeliános, An Rutgers van der Loeff, Paul Heyse, Franz Schuh, Wolfgang Müller von Königswinter


De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008.

 

Uit: Pieter Daens

 

„Mijn naam is Pieter Daens, maar in het stadje Aalst, waar ik in 1842 geboren werd, spreekt men die naam in dialect uit als Pie Donsj. Rond die tijd was Aalst een haast nog middeleeuws stadje, met wallen en vestingen. Tussen de poorten, hoop en al een honderd hectaren, lagen nauwe stille straatjes waarover het geklingel van de beiaard en het klokgelui der Sintmaartenskerk traag en afgemeten de uren stuksloeg.

In de Kerkstraat woonde mijn vader, Lowieke Donsj, in een houten huurhuis dat de naam 'Het Zwitsers huis' droeg. Hij was gevelwitter en schaliedekker van beroep en stond als grapjas bekend. Eens had hij herstelwerken aan de toren der Sintmaartenskerk uit te voeren en stond de weerhaan bij ons in het werkhuis, om verguld te worden. Hij zei dan: 'Wedden dat ik me zo meteen op het haantje van de toren neerzet?'

Mijn moeder was Anna Maria Boon, een mutsenmaakster die er winkeltje hield en deze mutsen ook nog verkocht aan een kraampje op de zaterdagse markt. Zij was ernstiger van aard dan vader, vroom en ook spaarzaam. Ze schonk hem zes kinderen, drie meisjes en drie jongens, waaronder als laatsten Adolf en ik.

Adolf werd geboren 18 december 1839 en ik drie jaar later, 10 juni 1842. Ik heb steeds naar hem opgekeken, al van in de dagen dat we van de Kerkstraat naar de drukke en rumoerige wijk De Kat liepen, waar we het vrijwel enige lagere schooltje bezochten, dat beheerd werd door de Broeders der Christelijke Scholen, maar in de volksmond de Katschool werd genoemd.

Adolf leek meer op moeder, stil, ernstig, ijvervol. Ik kon er niet aan verhelpen, maar ik had meer de aard van vader, babbelziek, guitig en steeds bereid om grappen uit te halen.“

 

 

 

Boon_Roggeman
Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)

Portret van L.P. Boon door Maurice Roggeman

 

 

 

 

 

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008.

 

 

An Undeserved Sweetness

 

After the wind lifts the beggar

From his bed of trash

And blows to the empty pubs

At the road's end

There exists only the silence

Of the world before dawn

And the solitude of trees.

 

Handel on the set mysteriously

Recalls to me the long

Hot nights of childhood spent

In malarial slums

In the midst of potent shrines

At the edge of great seas.

Dreams of the past sing

With voices of the future.

 

And now the world is assaulted

With a sweetness it doesn't deserve

Flowers sing with the voices of absent bees

The air swells with the vibrant

Solitude of trees who nightly

Whisper of re-invading the world.

 

But the night bends the trees

Into my dreams

And the stars fall with their fruits

Into my lonely world-burnt hands.

 

 

 

 

 

They say

 

They say

Love grows

When the fear of death

Looms.

 

They say

Courage looms

When the fear

Of never loving again

Disappears

In the smell of the enemy

Who crushes us so much

We can only fight.

 

Love and courage grow together

When the flesh is rawest

And the spirit charged

And distorted within the nightmare

We see the possibility

Of a future.

 

 

 

 

OKRI
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

 

 

 

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Sevie. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008.

 

Uit: Words are something else (Vertaald door Ellen Elias-Bursac)

 

THERE WERE DAYS WHEN FATHER AND I WENT OFF TO WALK along the river, and further: along the dilapidated, uncertain steps through the Jewish graveyard to Muhar, and slowly, along the main street, home. We were the same height then, and I wore his summertime, olive-green jacket, tailored ten years earlier in Italy: in 1952. We didn't talk. We moved through the dense shadows and the even denser shadows; we inhaled, with a gentle trembling of nostrils, the smell of the Danube; we draped ourselves in it like a fisherman's wife in her kerchiefs; only the sound of the oars, the restless buzz of a motor, and, on the other shore, equally still, a massive, intractable wall of trees, a city of girls bent over their mirrors. The walk didn't last long: precisely as long as it took to traverse those points, without dialogue, without stopping-two or three times we'd stop at crosswalks and up by the cemetery-in a charge through the empty pathways, down the endless steps (not the first ones, behind Radecki, but the others, the cemetery steps, much sturdier) to Muhar, where, if it started to rain, we'd catch a bus-three stops home.

I didn't intend to, but sometimes I really wanted to stop him, to ask: "What do you think, how long can this last? How many more times will we be able to walk like this, wordless, silent? Can we? Do we?" Then I still wasn't sure I'd get taller than him, though I thought I might. At night I often dreamed of flying; in the morning I was thrilled when my trouser legs were shorter, my shoes pinched. We walked together, the same height, the same shoulders, his stomach only hinting at corpulence, though even now he isn't fat: his skinny, stringy limbs the very opposite of corpulence, the steep bulge under his belt.” 

 

 

 

 

david-albahari_v
David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, tekenaar en karikaturist Gerhard Seyfried werd geboren op 15 maart 1948 in München. Na o.a een opleiding tot koopman begon hij in 1967 een opleiding schilderkunst en grafiek aan de Münchner Akademie für das Graphische Gewerbe. Om politieke redenen moest hij de academie verlaten en vanaf 1971 werkte hij als zelfstandig graficus en karikaturist. Ook begon hij stripverhalen te tekenen. In 2003 verscheen zijn historische roman Herero, in 2004 gevolgd door Der schwarze Stern der Tupamaros. Deze tweede roman behandelt een liefdesgeschiedenis die zich afspeelt in het anarchistenmilieu uit de jaren zeventig. Seyfrieds derde roman Gelber Wind oder Der Aufstand der Boxer verscheen in 2008.

 

Uit: Der schwarze Stern der Tupamaros

 

„Fred Richter klappt den Paß wieder zu und schiebt ihn in die Hemdtasche. Er sitzt auf der steinernen Balustrade und schaut über die weite, graubraune Wasserfläche des Rio de la Plata, dorthin, wo unsichtbar im hellen Dunst Buenos Aires liegen muß. Zu seinen Füßen klatschen die Wellen an die Mauer. Außer den Wellen regt sich nichts. Nirgends ein Mensch, keine Möwen im Himmel, kein Schiff auf dem Strom. Fred ist heute morgen von Buenos Aires herübergekommen, 55 km mit dem nagelneuen Tragflügelboot über den Rio de la Plata. lsabel und Alfredo hatten zwar bedenkliche Gesichter gemacht wegen des Ausflugs nach Uruguay, Bord-aberrys finstere Militärdiktatur war schließlich erst vor einem Jahr zu Ende gegangen, aber er wollte eben einmal hierher, und wenn es nur für ein paar Stunden wäre. Dabei weiß er gar nicht recht, was er eigentlich hier sucht, hier in Colonia del Sacramento, dieser kleinen Provinzhauptstadt. Den Ursprung einer Geschichte, die hier nicht angefangen und hier auch nicht geendet hat? Und doch irgendwie hier begann, hier in Südamerika, wo weder er noch Jenny jemals waren. Er kehrt dem großen Strom den Rücken und wandert langsam zurück durch die schmale, mit groben Steinen gepflasterte Gasse. Ihr Name steht klein an die Hausecke gepinselt: Galle de los Suspiros, Seufzerstraße. Zu beiden Seiten ducken sich niedrige ein- und zweistöckige Häuser, armselig und schief, schimmlig und stockfleckig vom feuchten Klima. Telefondrähte an die Wand genagelt, ein völlig verrostetes, unleserliches Schild. Niemand ist zu sehen, die Gasse ist wie ausgestorben ..."

 

 

 

Seyfried
Gerhard Seyfried (München, 15 maart 1948)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008.

 

Uit: Der Greis

 

Und schließlich sind da die Kinder, die anders sind als die Märzkinder, weil Kinder einen feinen Sinn für Jahreszeiten haben und wissen, daß sie im September Septemberkinder sein müssen. Der Vierjährige des Hauses, seine fünfjährige Freundin und der Sechsjährige, der zahmer ist als beide, weil er den schalen Geschmack der Schule, den Kopfdruck kompakter Unfreiheit schon eingekrüppelt trägt. Sie halten sich an den Händen und umgeben einen kleinen Hydranten, aus dem der Garten besprüht wird. Der Greis möchte Kontakt mit ihnen aufnehmen. Na, gefällts euch? oder sonst ein Sprüchel, das man sagt, wenn Marsbewohner aus dem UFO steigen. Hast du ein schönes Kleid heute an! wählt er, zur Fünfjährigen gesprochen. Das Mädel wird rot, überlegt, wie man auf ein Kompliment zu danken hat, und streckt schließlich die Zunge heraus. Der Greis überlegt, wie man auf ein Kompliment zu danken hat, und sagt: Und eine schöne Zunge! – Du bist dumm! sagt der Vierjährige zu ihm. Der Greis will spielen und tappt nach dem Buben. Der Vierjährige spuckt ihn an. Das Mädchen lacht und streckt, nun zum Selbstzweck, die Zunge heraus. Der Sechsjährige sagt gelangweilt: Geh, lassen wir den alten Tatter. Die Kinder ziehen ab. Die Mutter des Hauses ist irgendwo im Bild und ruft heraus: Kinder, laßt den Herrn Wanner in Ruh, er hat euch nichts getan. Hat sie gesehen, daß er mich angespuckt hat? denkt der Greis ....“

 

 

 

 

AOkopenko
Andreas Okopenko (Košice, 15 maart 1930)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008.

 

Uit: Spiegelland

 

“Gewiß hätten wir auf die Frage, woher wir denn kämen, kurz und verbindlich antworten können, aber es muß in uns beiden in demselben Augenblick das Gefühl geherrscht haben, heimatlos zu sein, so daß sie "aus Sonnenstadt" antwortete und ich "aus Utopia".

Wir lachten, während der Mann etwas verwirrt war und sein freundliches Interesse an uns lächerlich gemacht sah, ohne indes verstehen zu können, daß wir nicht seine Frage, sondern die Antwort ins Lächerliche brachten, denn wir müssen sehr genau empfunden haben, daß die Stadt unserer Herkunft nicht die Stadt unserer Heimat entsprechen und mit ihr nichts zu tun haben wollen und nach ihr nicht gefragt werden und gleich gar nicht mir ihr in einem Zusammenhang erscheinen wollen, der nur ein Äußerer Zusammenhang sein kann. Und wie es weder eine Sonnenstadt gibt noch ein Utopia, so gibt es keine Heimat, sondern immer nur Herkunft, am ehesten noch, dachten wir, als wir vor einiger Zeit in einem polnischen Krankenhaus lagen, verleiht die gemeinsame Sprache dem Wort Heimat eine Bedeutung, aber die gemeinsame Sprache ist auch nur Äußerlich eine gemeinsame Sprache und kann im tieferen Sinn einer Verständigung eine ganz und gar unverständliche Sprache sein, denn es gibt keine Heimat, wenn es sie in einem selbst nicht gibt, und ich kann jede Stadt und jede Landschaft und jede Herkunft entschieden verlassen, denn ich verlasse immer eine Fremde und tausche sie aus gegen eine andere, unbekanntere Fremde, ich verlasse eine Stadt oder eine Landschaft oder eine Herkunft in dem Gefühl, einen Zusammenhang mir ihr leugnen zu müssen und nach ihr gefragt zu werden als lästig zu empfinden.”

 

 

 

 

drawert2
Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Lionel Pigot Johnson werd geboren op 15 maart 1867 in Broadstairs. Hij volgde een opleiding aan het Winchester College en het New College in Oxford, waar hij in 1890 afstudeerde. In 1891 bekeerde hij zich tot het katholicisme. Hij leidde in Londen een wat teruggetrokken bestaan, worstelend met alcoholisme en een onderdrukte homosexualiteit. Tijdens zijn leven verschenen de bundels The Art of Thomas Hardy (1894), Poems (1895), Ireland and Other Poems (1897). Als zijn meesterwerk wordt „The Dark Angel" beschouwd. Het gedicht was van invloed op het Dark Angels chapter van Space Marines in het tabletopspel Warhammer 40,000.

 

 

The Dark Angel

 

DARK Angel, with thine aching lust

To rid the world of penitence:

Malicious Angel, who still dost

My soul such subtile violence!

 

Because of thee, no thought, no thing,

Abides for me undesecrate:

Dark Angel, ever on the wing,

Who never reachest me too late!

 

When music sounds, then changest thou

Its silvery to a sultry fire:

Nor will thine envious heart allow

Delight untortured by desire.

 

Through thee, the gracious Muses turn,

To Furies, O mine Enemy!

And all the things of beauty burn

With flames of evil ecstasy.

 

Because of thee, the land of dreams

Becomes a gathering place of fears:

Until tormented slumber seems

One vehemence of useless tears.

 

When sunlight glows upon the flowers,

Or ripples down the dancing sea:

Thou, with thy troop of passionate powers,

Beleaguerest, bewilderest, me.

 

Within the breath of autumn woods,

Within the winter silences:

Thy venomous spirit stirs and broods,

O Master of impieties!

 

The ardour of red flame is thine,

And thine the steely soul of ice:

Thou poisonest the fair design

Of nature, with unfair device.

 

Apples of ashes, golden bright;

Waters of bitterness, how sweet!

O banquet of a foul delight,

Prepared by thee, dark Paraclete!

 

Thou art the whisper in the gloom,

The hinting tone, the haunting laugh:

Thou art the adorner of my tomb,

The minstrel of mine epitaph.

 

I fight thee, in the Holy Name!

Yet, what thou dost, is what God saith:

Tempter! should I escape thy flame,

Thou wilt have helped my soul from Death:

 

The second Death, that never dies,

That cannot die, when time is dead:

Live Death, wherein the lost soul cries,

Eternally uncomforted.

 

Dark Angel, with thine aching lust!

Of two defeats, of two despairs:

Less dread, a change to drifting dust,

Than thine eternity of cares.

 

Do what thou wilt, thou shalt not so,

Dark Angel! triumph over me:

Lonely, unto the Lone I go;

Divine, to the Divinity.

 

 

 

 

 

Dark_Angel1
Lionel Johnson (15 maart 1867 – 4 oktober 1902)

Dark Angel (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

 

 

De Griekse dichter Ángelos Sikeliános werd geboren op 15 maart 1884 op het eiland Lefkas. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007.

 

Uit: March of the Spirit (Fragment)

 

 

II. (Second singer)

 

Gigantic thoughts,

Like clouds of fire or islands of purple

In a mythical sunset,

Lit up in my mind,

Suddenly my whole life flared up

In concern for your new freedom, Greece !

 

So I did not say:

This is the light of my funeral pyre…

I said, I am the torch of your history,

So let my abandoned body burn like a torch. With this torch

Marching upright, as at the final hour

I shall light up every corner of the Universe,

I shall open the road to the soul,

To the spirit, to your body, Greece.

 

I spoke and went forward

Holding my burning liver

On your Caucasus,

Every step of mine

Was the first, and was, I thought, the last.

My naked foot trod in your blood,

My naked foot brushed against your bodies,

For my body, my face, my entire spirit

Was mirrored, as in a lake, in your blood.

There, in such a scarlet mirror, Greece

 

A bottomless mirror, a mirror of abyss

Of your freedom and your thirst,. I saw myself

Moulded out of heavy red clay

A new Adam of the newest creation

That we plan to create for you, Greece.

 

 

 

Vertaald door Hart-Davis MacGibbon

 

 

 

 

Sikelianos
Ángelos Sikeliános (15 maart 1884 – 9 juni 1951)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007.

 

Uit: Lawines razen

 

"Jullie verdient een pak slaag, maar je hebt het leven gered van dat kind." De man knikte in de richting van de plek waar de kleine Mariëli lag. "En misschien komen de ouders er ook nog onder uit, je kunt het niet weten. Er gebeuren deze dagen de gekste dingen. Een man die vier minuten onder de sneeuw heeft gelegen, vind je dood. En anderen blijven dagen in leven. In Urteli hebben ze een man en zijn vrouw na zesenvijftig uur nog levend geborgen."

Werner begon te lachen. Hij kon er niets tegen doen. Van pure vermoeidheid liet hij de lach maar gaan, schokkend met slappe schouders stond hij tegenover de soldaat te hikken van het lachen. En tegelijk kreeg hij het gevoel te willen  huilen, zo maar tegen die man aan te vallen en tegen diens schouder te lachen en te huilen tegelijk. Dat was natuurlijk een van die dingen die je als jongen nooit deed. Paolo zou het doen. Maar Paolo was op de een of andere manier geen echte jongen. Of toch? Hij was gebleven, al had hij toegegeven dat hij het bangst van allemaal was. Maar was hij dan ook niet het dapperst?

Stomkoppen waren ze geweest, zei de soldaat. Ze hadden anderen een heleboel last kunnen bezorgen. Een pak slaag - voor dwazen bij de gratie Gods. Maar Mariëli werd misschien nog tot leven gewekt.”

 

 

 

 

RutgersvanderLoef_Houts
An Rutgers van der Loeff
(15 maart 1910 – 19 augustus 1990)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Paul Heyse werd geboren in Berlijn op 15 maart 1830. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007.

 

Uit: Am Tiberufer

 

„Es war tief im Januar. Der erste Schnee hing am Gebirge, und die Sonne, die hinter dem Nebel stand, hatte nur einen geringen Streif am Fuß der Höhen weggeschmolzen. Aber die Oede der Campagne grünte wie Frühling. Nur die gelichteten Zweige der Oelbäume, die hie und da in Reihen die gelinden Senkungen der Ebene hinab stehen oder eine einsame Capanne umgeben, und das niedere Gestrüpp, das bereift an den Straßen wuchert, empfanden den Winter. Um diese Zeit sind die zerstreuten Heerden in die Hürden nahe bei der Hütte des Campagnuolen gesammelt, die gewöhnlich, im Schutz eines Hügels errichtet, mit Stroh bis auf den Boden dürftig genug vor dem Wetter verwahrt ist, und wer von den Hirten zu singen oder Flöte und Sackpfeife zu spielen versteht, hat sich aufgemacht, in Rom nachzügelnd als Pifferaro, den Malern zum Modell zu dienen, oder mit anderm Erwerb das arme, frierende Leben zu fristen. Herren der Campagne sind nun die Hunde, die in großen Rudeln die verlassene Weite durchstreifen, vom Hunger verwildert, von den Hirten nicht mehr streng bewacht, deren Armuth sie nur zur Last fallen.

Gegen den Abend, als der Wind stärker wurde, schritt ein Mann durch die Porta Pia und wanderte den Fahrweg zwischen den Landhäusern hin. Der Mantel hing ihm nachlässig um die starken Schultern und der breite graue Hut saß tief im Nacken. Er sah nach den Bergen hinüber, bis der Weg tiefer ward und nur ein geringes Stück der Ferne zwischen den Gartenmauern durchblickte. Die Enge schien ihn zu beklemmen. Er verlor sich wieder unmutig in seine Gedanken, denen zu entrinnen er das Freie gesucht hatte.“

 

 

 

 

heyse
Paul Heyse
(15 maart 1830 - 2 april 1914)

Portret door Adolf von Menzel

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en essayist Franz Schuh werd geboren op 15 maart 1947 in Wenen. Zie ook mijn blog van 15 maart 2007.

 

Uit: Memoiren. Ein Interview gegen mich selbst

 

„Herr Schuh, Ihre grundsätzliche Einstellung zu materiellen Dingen – wie fassen Sie diese in Worte?

 

Meine Einstellung zu materiellen Dingen? Ja, ich bin sozusagen ein Materialist, und alle Materialisten sind von natur aus Idealisten, weil sie das Materielle oder die materiellen Dinge überbetonen, also idealisieren müssen. Materialismus wie jeder Ismus ist ein überwertiger Gefühlsinhalt, das heißt einfach: ein Komplex. Und in diesem komplexen Sinne bin ich Materialist und wundere mich daher erfreut über einen geistigen Trend, der die letzte Zeit über anhält: Es ist die Lust (oder der Zwang), Menschen über Gegenstände zu befragen, als ob Gegenstände in der Tat etwas Wesentliches wären; sie sind auch wesentlich, aber diese Hauptrolle, die sie plötzlich zu spielen beginnen, kann ich mir nur daraus erklären, dass die größeren, die übergeordneten Ideen zu riskant geworden sind. Die Leute riskieren das nicht mehr, jetzt wollen sie in der Gegenständlichkeit Fuß fassen und eine Heimat haben.“

 

 

 

 

Schuh
Franz Schuh (Wenen, 15 maart 1947)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, arts en politicus Wolfgang Müller von Königswinter (eig. Peter Wilhelm Karl Müller) werd geboren op 15 maart 1816 in Königswinter. Zijn ouderlijk huis was een trefpunt van kunstenaars en componisten. Op wens van zijn vader studeerde Wolfgang medicijnen in Bonn, waar hij in contact kwam met o.a Karl Simrock en Ferdinand Freiligrath. Hij sloot zijn studie in Berlijn af in 1840, werkte een tijdje als chirurg en studeerde toen verder in Parijs. Daar leerde hij o.a. Heinrich Heine, Franz von Dingelstedt en Georg Herwegh kennen. In 1853 gaf hij zijn beroep als arts op om zich als zelfstandig schrijver te vestigen in Keulen. Hij werd vooral geliefd om zijn volsliederen en sagen.

 

 

Auf dem schwanken Kahne fuhren

 

Auf dem schwanken Kahne fuhren

Lustig wir hinab den Rhein:

Thal und Berg und Burg erglänzten

Blau im duft'gen Morgenschein.

 

An den Ufern Türm' und Städte,

Blitzend schien die Sonne drauf,

Bunte, sonntagsfrohe Menschen

Grüßten jauchzend unsern Lauf.

 

Auf dem Decke klangen Lieder,

Jubelnd kreiste der Pokal;

Leicht dem Augenblick ergeben,

Dachte keiner seiner Qual.

 

Alle hatten sich gefunden

In dem süßen frohen Spiel;

Auf der Fluten Strömung lauschend,

Stand ich einsam an dem Kiel.

 

Wolken, Vögel sah ich fliegen

Durch des Himmels blaue Pracht,

Und ich hab' in weicher Sehnsucht

Deiner, fernes Lieb, gedacht.

 

 

 

 

 

Koeningswinter
Wolfgang Müller von Königswinter (15 maart 1816 – 29 juni 1873)