17-05-17

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Dennis Potter, Cor Bruijn, Dorothy Richardson, Mischa Andriessen

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

(over alles wat nog zweeft)

Mijn graf valt nog nergens te bekennen.
En dus zweef ook ik:
rust ook ik, onwetend van mijzelf,
in een luchtzee.
Zwevend met de zwevenden,
levend met de levenden,
rustend met de rustenden,
en, wellicht ook, zonder het te weten,
dood met de doden.
Hiervoor bestaat geen woord:
het is een manier van zweven.
“In de luchtzee”zoals ballonvaarders van weleer,
en die luchtzee ben je zelf.

Een keer, in Texas, zes uur ’s morgens,
zwemmend in het kristalheldere water
van een heel diep zwembad
eigenlijk bestemd voor duikers,
werd het zwemmen voor mij plotseling zweven.
Door de venstertjes van mijn duikbril neerkijkend
op de zwarte en witte tegels van de schone bodem,
vanuit precies zo’n hoogte die men in een vrije val
niet overleeft, kon ik een ogenblik bevroeden:
steeds verder te vallen, al vallend
toch te zweven, door iets onzichtbaars gedragen.
Glimlachend doorzien wij de klassieke schilders
en hun kinderlijke toverkunst
om een paar vogels veraf in het beeld te plaatsen,
heel klein, zwevend als bewusteloze tekens
tussen aarde en lucht, tussen licht en donker,
tussen water en land, kortweg:
iets dat zich tussen de verschillen bevindt,
schemerachtige dingen, die de diepte verschaffen
die het centrale perspectief alleen ons niet biedt.
Zo zweeft al wat dodelijk is in het binnenste
van zijn eigen beeld, ergens in de schemering,
en voor dit zweven bestaat geen naam

Zo zweven ook tekens boven witte vellen papier,
de sleuven boven de sneeuw, het goede boven de slechte tijd.
Zo zweeft alles. Het staat, zoals de engelen staan,
in ongekende beweging.
En voor de gang van de wereld bestaat geen naam.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 
Lars Gustafsson (17 mei 1936 - 3 april 2016)

Lees meer...

17-05-16

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

De haas

Op een namiddag was hij er opeens.
Doodstil tussen de seringen en de
aalbessenstruiken.
Net als bij Dürer:
oren langer dan het hoofd
van onderen wit. Grote zachte ogen.
 
Waarom zat hij daar zo stil
tot beeld bevroren in het namiddaglicht?
 
Had hij meer vertrouwen in ons
dan in andere mensen?
Wat had hij daar voor reden voor?
 
Geroerd, bijna gevleid
sloot ik de deur. Liep terug
naar binnen. De volgende dag
vond ik hem liggend in
een eigenaardige houding,
 
iets tussen slaap en embryo in,
buiten voor de schuurdeur.
 
Een paar druppels uit een waterkan
zorgden ervoor dat hij een paar aarzelende
stappen zette
alsof hij niet langer vertrouwen had
 
in de wereld en haar beelden.
De volgende dag zag ik in
dat hij blind moest zijn.
 
Het was toen dat ik hem vond
verdronken en slap als een vod
vlak bij de botensteiger. Wat ik beschouwd had
als volmaakte rust en vertrouwen
was blindheid en niets anders.
 
“De natuur is goed” staat er
op bepaalde pakken. Van het merk Bregott.
De natuur is goed.
Hoe weten jullie dat
margarinekooplui?
 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 

Roach

That was the same strange word
that I searched for in a dream
and was unable to find.

I awoke
from a dream of a fish
with red eyes

easy to catch with a piece of chewed bread
on a crooked short nail.
A roach, cause of death for Yvonne

Princess of Burgundy
So much more indolent than the beautiful minnows,
those dancers of the warm water near the shoreline.

Yes, this dream was full
of beauty and dance.
And no one in the whole world knew

that roaches are called roaches.

 

Vertaald door Susan W. Howard

 

 
Lars Gustafsson (17 mei 1936 - 3 april 2016)

Lees meer...

17-05-15

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Priemgetallen

De eersten zijn
donkere vestingen

opgetrokken door vorsten
in een lang vervlogen tijd.

Ze liggen dicht opeen
en werpen lange schaduwen,

het land rondom een vlak
en zwaar verdedigd moerasgebied.

Ze zijn gebouwd van een steensoort
door geen tijd aan te tasten

en alle andere zijn dorpen
hurkend daar omheen.

Daarna worden zij steeds zeldzamer:

je moet lang over weidse vlaktes rijden
om er nog een aan de horizon te ontwaren.

De waarheid is dat zij steeds zeldzamer worden
op hun weg naar de onvoorstelbare diepten.

En dokter Riemanns schaduw tekent zich
onnatuurlijk hoog en dreigend af
tegen een oneindige zonsondergang.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 

Hamlet Prince Of Denmark

Prince Hamlet of Denmark
but now without his fatal wound
and dressed in a good suit from Savile Row
but the tie most certainly
from the rowing club at the University of Wittenberg
came out of the night’s shadows and said
You see, Professor. It is not quite so easy
to come back home
and see that everything is changed
and no one, not even Mama
understands a single word.
About what one says.

But in the event that
a little ugly dwarf
with cheeks painted red
appears just around the corner
then we are dreaming the same dream.

 

 

Paradise

The swamp, forbidden to enter
Dangerous depths with purple loosestrife and bitter clover.
The salamanders that we caught
and called ‘water lizards’.

They were supposed to cause warts on fingers
Because they themselves had warts.

Surely extinct now. Who needs them?
Suddenly the boy was twenty years old.

Ahead of him, life,
extending endlessly like the plains of Kurland.

The creeks. The salamanders.
We took it all away.

No one else.

 

Vertaald door Susan W. Howard

 

 
Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

Lees meer...

17-05-14

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Bos onderweg

Iedere nacht, klokslag elf
komt het dode bos voorbij.

Zorgvuldig verzaagd en gestapeld
op de vele treinwagons.

De trein is lang. Heel lang.

Eens zong de aanwakkerende wind
door alle kruinen van zijn bomen.

 

 

Over de rijdom van de bewoonde werelden

In enkele werelden heeft men Riemanns
vermoeden over priemgetallen bevestigd.

In enkele werelden dwingt men
oeroude paddenstoelen bekentenissen af

In een bepaalde wereld wordt de diepe duisternis
verlicht door wonderbaarlijke sprekende stenen

In tamelijk veel werelden duurt de zomer
een eeuw lang en zij die het ongeluk hebben

in winterse eeuwen geboren te zijn
brengen hun leven slapend door

opgehangen aan de binnenkant van
bontbeklede lichtgrijze cocons.

In enkele werelden is zelfs dit gedicht
al geschreven en verworpen.

 

 

December

December was altijd de maand
waarin je tijdelijk ophield te bestaan.

Je werd tot een tussenzin in het donker,
nauwelijks meer.

Lampen werden aangestoken, lampen en kaarsen.
Maar zij waren duidelijk
ontoereikend
tegen de stijgende vloed van het duister.
Het is eenvoudig
een meer oorspronkelijke en
heidenser kerstboodschap te vatten:
Om met fakkels en flambouwen
tot iedere prijs het zonlicht terug te krijgen

waarvan de terugkeer nooit vanzelfsprekend was.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 
Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

Lees meer...

17-05-13

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

 

Placenta

 

This formless, lobated organ

that is expelled after birth.

Neither mother nor child, neutral,

in the same way the innermost void

within true insomnia

is a completely neutral place.

 

There always exists something

that is between usual states,

neither the one nor the other.

Towards this Between

I feel a wry friendship,

a kinship even.

 

It has the real world’s

large vacant, candid face.

 

 

 

The art room

 

The room itself smelled of chalk

and heavy, dried wood.

Generations had carved in the tables

so that the systems of letters

intersected each other

as in some ancient Sumerian

or why not Babylonian

archaeology.

Forgotten gods with dog’s ears

and stern wooden faces

came of their own accord out of the graining.

On the paper, though, only the strict

figures and angles of the linear drawing that were

so sharp that you could cut yourself on them.

 

And this was meant to be the place where art dwelt.

 

 

 

Vertaald door John Irons

 

 

 

 

Fichte an der Petroleumlampe

 

Als das weiche Dunkel des Augusts

sich plötzlich verdichtete

war es, als habe der See da unten

einen kürzeren Wellenschlag, eine andere Atmung

unbekannte Tiere schauten vielleicht aus

ihren Höhlen am Uferrand.

Und die Petroleumlampe wurde angezündet.

Sie sah aus wie ein kleiner Leuchtturm

mit verschiedenen Absätzen aus Glas und Porzellan

und der starke Strom von erhitzter Luft

durfte nicht in die Gardine geraten.

Da hieß es aufpassen,

die Lampe nicht unter die Gardine stellen.

Sie erzeugte, genau genommen, große Hitze

(der Unterschied war im Raum deutlich zu spüren)

und wenig Licht. Und um diese Lampe flog

ein wütendes kleines metallblaues Insekt.

Der Philosoph Fichte war irgendwie

dem dicken braunen Buch

auf dem Tisch entschlüpft,

in dem er allem Anschein nach wohnte.

Kreiste, bis ihn die Flamme verschlang.

Aber da war der Abend zu Ende.

 

 

 

Vertaald door Verena Reichelaus

 

 

 

 

Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

Lees meer...

17-05-12

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Dennis Potter, Henri Barbusse

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

 

Elegie auf einen Labrador

 

Mitten im Sommer gibt es bei uns Tage,

an denen es plötzlich Herbst ist.

Die Krähen im Baum schlagen schärfere Töne an.

Die Klippen ragen deutlicher aus dem See als sonst.

Sie wissen etwas. Sie haben es immer gewußt.

Wir auch, doch wollen wir nichts davon wissen.

Auf dem Heimweg bist du oft am Bug gestanden,

an solchen Abenden, hast den Gerüchen nachgespürt,

die übers Wasser kamen, mit ruhig gesammelten Blick,

den Abend entziffert, die schwache Rauchfahne

eines Sommerhauses, den Pfannkuchen, der irgendwo

drei Kilometer weiter briet, einen Dachs bemerkt,

der ich weiß nicht wo in der Dämmerung stand

und etwas witterte, ganz wie du. Unsere Freundschaft

war natürlich ein Kompromiß: wir lebten zusammen

in zwei verschiedenen Welten, der meinigen

mit ihren Buchstaben, einem lebenslänglichen Text,

und der deinen mit ihren Gerüchen. Ich hätte viel

für deine Kenntnisse gegeben, für dein Vermögen,

ein Gefühl wie Eifer, Haß oder Liebe wie eine Welle

über den ganzen Körper hinlaufen zu lassen

von der Nase bis zum Schwanz, für deine Unfähigkeit,

dich damit abzufinden, daß der Mond eine Tatsache ist.

Bei Vollmond hast du dich lauthals darüber beklagt.

Als Gnostiker warst du mir überlegen, und somit

hast du dauernd im Paradies gelebt. Auch pflegtest du

Schmetterlinge aufzuschnappen im Sprung und sie dann

hinunterzuschlucken. Abstoßend fanden manche das.

Mir gefiel es. Warum habe ich es dir darin

nie gleichtun können? Und dann die Türen!

Waren sie zu, so legtest du dich hin und schliefst ein;

irgend jemand würde sie sicherlich öffnen,

früher oder später. Du hattest recht. Ich hatte unrecht.

Heute, da diese lange, stumme Freundschaft vorbei ist

für immer, frage ich mich, ob auch ich am Ende

etwas konnte, was dir imponiert hat. Ich meine nicht

deinen festen Glauben, daß ich es war, der die Gewitter

hervorrief. Das war ein Wahn. Ich denke eher,

mein sichres Gefühl dafür, daß der Ball vorhanden war,

auch wenn er sich hinter dem Sofa versteckt hielt,

hat dir eine Ahnung verschafft von meiner Welt.

Fast alles in meiner Welt hält sich versteckt

hinter etwas anderem. Ich nannte dich“Hund”.

Ich frage mich ganz im Ernst: Hast du mich wohl

für einen größern, lauteren “Hund” gehalten,

oder für etwas anderes, etwas für immer Unbekanntes,

das einfach ist, was es ist, und existiert

auf seine Weise und damit basta: den Pfiff

durch den nächtlichen Park, dem zu folgen

man sich angewöhnt hat ohne so recht zu wissen,

was das ist, dem man folgt. Und ich

wußte ebensowenig von dir und davon, was du warst.

Von diesem objektiveren Standpunkt aus

waren wir zwei Organismen, zwei jener Orte,

an denen das Universum sich in sich selber

verknotet, verwickelt, kurzlebige, komplexe Strukturen

aus Eiweiß, die sich immer weiter verheddern müssen,

um zu überleben, bis das Ganze versagt

und sich wieder vereinfacht, der Knoten sich löst,

das Rätsel verschwindet. Du warst eine Frage,

gerichtet an eine andere Frage, sonst nichts,

und keine von beiden konnte der andern Antwort geben.

 

 

 

Vertaald door Hans Magnus Enzensberger

 

 

Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

Lees meer...

17-05-11

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Dennis Potter, Henri Barbusse

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007 en ook mijn blog van 17 mei 2008 en ook mijn blog van 17 mei 2009 en ook mijn blog van 17 mei 2010.

 

Uit: Frau Sorgedahls schöne weiße Arme (Vertaald door Verena Reichel)

 

„Ich verspüre Schwindel, wenn ich mich über meine eigenen Erinnerungen beuge. Ich höre die Zeit wie einen Wasserfall donnern. Die Zeit ist ein Fluss. Und ich bin die Zeit. Und der Schwindel wächst immerzu. Ich habe Angst davor zu fallen. Aber ich habe auch Angst davor, frei zu werden.

Gewiss erinnere ich mich an Frau Sorgedahl. Ich erinnere mich sehr gut an sie. Ihr langes, volles rotes Haar in diesem sanften Lampenlicht, wenn sie sich vorbeugt, um die siamesische Katze zu streicheln, die seidenweich auf meinem Schoß liegt.

Und ich erinnere mich an Frau Sorgedahls schöne weiße Arme. Es war ein Frühlingsabend 1954. Wie viel Zeit uns trennt!

Nein. So geht das nicht. So geht das überhaupt nicht.

Ich fange noch einmal an – es ist zu spät zum Aufgeben: Woher kommen all diese Dinge, die es nur in den Träumen gibt?

Nach einem ungewöhnlich langen und langweiligen Traum, der von einer mühseligen Wanderung durch eine Landschaft voll von allen möglichen Schneehindernissen handelte und wo es fast unmöglich schien, vom Fleck zu kommen, wachte ich in einer melancholischen grauen Dämmerung auf und bemerkte, dass ich Sehnsucht nach Frau Sorgedahl hatte. Meine Sehnsucht nach ihr war in-

tensiv. Ich erwachte mit dem Gefühl, dass es entsetzlich sei, sie nicht in der Nähe zu haben.

Und dass ich nicht wusste, ob sie noch lebt oder tot ist.

Das kam sehr überraschend. Es muss mehr als fünfzig Jahre her sein, seit ich sie zuletzt gesehen habe. Ich hatte keine Ahnung, dass es sie irgendwo in mir noch geben könnte.“

 

 


Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

 

 

Lees meer...

17-05-10

Peter Høeg, Lars Gustafsson, Gary Paulsen, Dennis Potter, Henri Barbusse, Cor Bruijn, Virginie Loveling, Dorothy Richardson, Jacint Verdaguer, Anna Jameson, Mischa Andriessen, Eva Schmidt


De Deense schrijver Peter Høeg werd geboren in Kopenhagen op 17 mei 1957.

 

Uit: Smilla's Sense of Snow (Vertaald door Tina Nunnally)

 

It's freezing--an extraordinary 0° Fahrenheit--and it's snowing, and in the language that is no longer mine, the snow is qanik--big, almost weightless crystals falling in clumps and covering the ground with a layer of pulverized white frost.
December darkness rises up from the grave, seeming as limitless as the sky above us. In this darkness our faces are merely pale, shining orbs, but even so I can sense the disapproval of the pastor and the verger directed at my black net stockings and at Juliane's whimpering, made worse by the fact that she took disulfiram this morning and is now confronting her grief almost sober. They think that she and I have no respect for either the weather or the tragic circumstances. But the truth is that both the stockings and the pills are each in their own way a tribute to the cold and to Isaiah.
The pastor and the verger and the women surrounding Juliane are all Greenlanders, and when we sing "Guutiga, illimi," "Thou, My Lord," and when Juliane's legs buckle under her and she starts to sob, the volume slowly increasing, and when the pastor speaks in West Greenlandic, taking his point of departure in the Moravians' favorite passage from Ephesians about redemption through His blood, then with only a tiny lapse of concentration you might feel yourself transported to Upernavik or Holsteinsborg or Qaanaaq in Greenland.“

 

 

 

peterhoeg
Peter Høeg (Kopenhagen, 17 mei 1957)

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936.

 

 

The lamp

 

Before the lamp was lit

we sat completely still

 

A crow’s rasping voice

and a sudden scent of clover

 

with a sweetish warmth

through this rising dark.

 

Water, completely still.

The earth, it too tranquil.

 

The bird flew

as close as it could

 

over its own shadow

 

And the bumblebee, faithful

friend of many summers,

 

crashed against the window pane

as if it were the wall of the world

 

And the dive dapper

flew from lake to lake

 

It could be late

or early

in various lives in various lives

 

it could be in a butterfly’s shadow

In the shadow of any life.

 

 

 

Vertaald door John Irons

 

 

 

Gustafsson
Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 mei 2007 en ook mijn blog van 17 mei 2008 en ook mijn blog van 17 mei 2009.

 

Zie voor alle onderstaande schrijvers ook mijn blog van 17 mei 2009.

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Gary Paulsen werd geboren op 17 mei 1939 in Minneapolis, Minnesota. 

 

Uit: How Angel Peterson Got His Name

 

He is as old as me and that means he has had a life, has raised children and made a career and succeeded and maybe failed a few times and can look back on things, on old memories.
Carl Peterson--that's the name his mother and father gave him, but from the age of thirteen and for the rest of his life not a soul, not his wife or children or any friend has ever known him by that name.
He is always called Angel.
Angel Peterson, and I was there when he got his name.
We lived in northwestern Minnesota, up near the Canadian border and not far from the eastern border of North Dakota. The area is mostly cleared now and almost all farmland, but in the late forties and early fifties it was thickly forested and covered with small lakes and was perhaps the best hunting and fishing country in the world, absolutely crawling with fish and game. My friends and I spent most of our time in the woods, hunting, fishing or just camping, but we lived in town and had town lives as well.
Because the area was so remote, many farms still did not have electricity, nearly none had phones and the rare ones that did were on party lines, with all users on the same line so that anybody could listen in to anybody else (called rubbernecking.) Individual phones were identified by the rings: two longs and a short ring would be one farm, two shorts and a long another farm and so forth. You would call somebody on a separate line by hand cranking a ringer on the side of your phone for the operator--one very long ring--and when she came on (it was always a woman) you would ask her to place your call, as in "Alice, I would like to talk to the Sunveldt farm over by Middle River," and the operator would ring them for you. Anybody on your own party line you would call by simply cranking their ring (my grandmother was a short, a long and a short).”

 

 

 

GaryPaulsen
Gary Paulsen (Minneapolis, 17 mei 1939)

 

 

 

 

De Britse schrijver Dennis Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Forest of Dean, Gloucestershire.

 

Uit: Dennis Potter's 1990 interview with John R. Cook

 

DP:  Well, The Singing Detective played with autobiographical genre.  It pretended to be autobiographical because that’s a very powerful way of writing - one thinks ‘Oh, this must be the truth’.  And of course it isn’t - I despise autobiographies - I despise biographies as well: they’re hidden novels.  But autobiographies are a complicated series of lies.  When H.G. Wells said ‘Who would write novels if they could write autobiography flat out?’ what he was trying to say was . . .  Nabokov oddly said the same order of things - he says, ‘Of course it’s not me but if what I was writing was not in some sense true, other than my imagination, it wouldn’t come across as true’.  And some people boast, ‘Oh, it’s all out of my head’ etc. etc. but of course everything they’ve experienced and lived through and some of the closest or most emotional things they’ve experienced will sooner or later outcrop in a poem or a novel or a play, if they’re writers.  It’s inevitable.  But to deliberately choose to use what appears to be like one is in the same order as choosing to use say ‘musical’ genre or ‘the detective story’ genre ... is that genres in themselves, i.e. audience expectations of a certain ritual form of behaviour about ‘the narrative’ is a very powerful, is a very potent weapon in the writer’s hands.  So I’m alert to what you mean when you say ‘key’ but it’s just simply not the case.  It’s choice of method. 

JC:  There are quotes.  There’s an interview which I’ve found you gave Paul Madden in some B.F.I. document where you talk about all drama being essentially manufacture. ... 

DP:  Well, all art is - of any kind.  By definition. 

JC:  ...  Yes but then you talk about that you make it that much more personal for the audience.  It’s a game with the audience, in a sense. 

DP:  Yeah, but that’s only saying what I’ve just been saying is that I choose the genre to appear to be, to appear to be more self-exposing than it actually is, because in fact - I’m a reclusive character and I don’t expose myself.  I appear to.“ 
  

 

potterdenni

Dennis Potter (17 mei 1935 – 7 juni 1994)

 

 

 

 

De Franse schrijver Henri Barbusse werd geboren op 17 mei 1873 in Asnières-sur-Seine. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007

 

Uit: Le Feu

 

« Ah ! mon vieux, ruminait notre camarade, tous ces mecs qui baguenaudent et qui papelardent là-dedans, astiqués, avec des kébrocs et des paletots d’officiers, des bottines – qui marquent mal, quoi – et qui mangent du fin, s’mettent, quand ça veut, un cintième de casse-pattes dans l’cornet, s’lavent plutôt deux fois qu’une, vont à la messe, n’défument pas et l’soir s’empaillent dans la plume en lisant sur le journal. Et ça dira, après : «J’suis t’été à la guerre.» »

(...)

 

«Oui, oui. Alors c’est trop facile de dire : «Faisons pas d’différence entre les dangers !» Minute. Depuis le commencement, y en a quelques-uns d’eux autres qui ont été tués par un malheureux hasard : de nous, y en a qué’qu’s-uns qui vivent encore, par un hasard heureux. C’est pas pareil, ça, vu qu’quand on est mort c’est pour longtemps.»

(...)

 

«[…] — Les hommes sont faits pour être des maris, des pères – des hommes, quoi ! – pas des bêtes qui se traquent, s’égorgent et s’empestent. 
– Et tout partout, partout, c’est des bêtes, des bêtes féroces ou des bêtes écrasées. Regarde, regarde ! […]»

 

 

 

barbusse
Henri Barbusse (17 mei 1873 –30 augustus 1936)

Boekomslag „Le Feu“

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Cor Bruijn werd geboren in Wormerveer op 17 mei 1883. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Langs de waterkant

 

“Siembroer werkte ijverig door. Hij was niet groot voor zijn leeftijd, tenger gebouwd, en hij liep wat moeilijk. Daarom noemden de jongens hem Kreupelen Siem, maar daar bedoelden ze niets onaangenaams mee. Ik zelf heb hem altijd zoo genoemd en hij was toch een van mijn beste vrienden. 't Was een klein huisje, waarin ze woonden. Van den vaartweg af kon je er niets van zien. 't Speelde heelemaal verstoppertje achter het groote, houten huis van Keesbuur. Eerst als je de steeg daarnaast inliep, zag je het er achter tegen aanleunen. 't Was een klein huisje, en 't was ook een oud huisje. Vroeger hoorde het bij het huis van Keesbuur en het diende zoowat voor bijkeuken en bergplaats. Maar toen de kinderen van Keesbuur langzamerhand getrouwd waren en hij met zijn vrouw Jannetje alleen bleef in het groote huis, vond hij, dat hij met dat aanbouwseltje nog wel wat verdienen kon. De binnendeur werd dichtgespijkerd, er werd een en ander in vertimmerd en nu was het het huis van Siem en Japie. Ze woonden er al een paar jaar met hun moeder. Japie wist niet beter, of hij had er altijd gewoond, maar Siem wist nog best van dat groote huis van vroeger. En dat was ook niet zoo oud.

Dat was in den tijd, toen vader nog leefde. Het stond ook aan den vaartweg en je had er een groote kamer, een klein kamertje, een keuken, een portaal en een grooten zolder, waar ze allemaal sliepen. Maar na vaders dood, konden ze daar niet blijven wonen en toen had moeder dit huisje gehuurd. Een gulden in de week moest ze er voor aan Keesbuur betalen, dan mocht ze ook nog dat stukje grond hebben, om er wat aardappelen en groente op te telen.

 

 

 

CorBruijn
Cor Bruijn (17 mei 1883 - 6 november 1978)

 

 

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Virginie Loveling werd geboren in Nevele op 17 mei 1836. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

 

Elk volgens zijn natuur

 

De zwaluw was weergekomen,
En zat met de mus op de goot,
Zij spraken vertrouwelijk te samen,
Verhaalden hun kommer en nood.

De zwaluw vertelde wat angsten
Zij al had uitgestaan,
Wanneer zij, van de andre gescheiden,
Alleen over zee moest gaan.

En hoe zij steeds hoopte en verlangde,
In gene wilde natuur,
Om weer te mogen komen
Naar nestje in de schuur.

De mus sprak van vorst en van ijzel,
En sneeuw zo schriklijk hoog,
Dat zelfs de schuwe merel
Aan ’t keukenvenster vloog.

En hoe zij soms van koude
Gemeend te sterven had,
En eenmaal, gepraamd door de honger,
Bijna in een vogelhuis zat!…

Zij huiverden bij het aanhoren
Van die wederzijdse nood,
En zaten een ogenblik zwijgend,
En peinzend op de goot.

‘O, beter nog te vluchten,’
Zei de zwaluw, ’naar verre strand!’
- ‘Ach, liever nog te lijden,’
sprak de mus, ’in ’t vaderland!’

 

 

 

 

VIRGINIE
Virginie Loveling
(17 mei 1836 – 1 december 1923)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Dorothy Miller Richardson werd geboren op 17 mei 1873 in Abington, Oxfordshire. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: The Pilgrimage of Dorothy Richardson (Biografie door Joanne Winning)

 

The style of life-writing that Richardson undertakes to complete in Pilgrimage has presented biographers with an extremely difficult task. The history of Richardson biography has been a complicated one, and since her death in 1957 only two full biographies have been written. The first of these, John Rosenberg''s Dorothy Richardson: The Genius They Forgot, was commissioned by her first publisher, Gerald Duckworth and Sons, to commemorate the centenary of her birth; it was not published until 1973. In the period soon after her death, however, several people planned and then abandoned the project of writing a biography of Richardson. These attempts were orchestrated by Richardson''s sister-in-law, Rose Odle, whom Richardson had asked to be her literary executor. After Richardson''s death in 1957, Odle began collecting material for a biography, having been left some personal papers by Richardson herself. She wrote to those who had known Richardson, requesting copies of letters. She had these typed up, and she brought together Richardson''s writings. Odle did not plan to write the book herself but hoped to attract an eminent biographer to the job. She consequently searched for the right person to utilize the materials. Her first choice was Leon Edel, who had given a study of Pilgrimage a prominent place in his 1955 text, The Psychological Novel: 1900-1950, where he defines Richardson''s series as one of the three texts (with Proust''s Remembrance of Things Past and Joyce''s Portrait of the Artist as a Young Man) that heralded the birth of the "modern psychological novel." Despite the fact that he and Odle corresponded for some time about the project, Edel did not go on to write Richardson''s biography. Odle next asked Horace Gregory, who had been introduced to Richardson by Bryher in 1934. Like Edel, Gregory corresponded with Odle for some time about the project, and Odle continued to write to Gregory about new material as it came into her possession.“

 

 

 

Richardson
Dorothy Richardson
(17 mei 1873 - 17 juni 1957)

 

 

 

 

De Catalaanse dichter en schrijver Jacint Verdaguer i Santaló werd geboren op 17 mei 1845 in Folgueroles.

 

L’Emigrant

 

  Süßes Katalonien
  Heimat meines Herzens
  wenn es sich von dir entfernt
  stirbt es vor Sehnsucht

Herrliches Tal, Wiege meiner Kindheit,
weiße Pyrenäengipfel,
Raine und Flüsse, Einsiedelei nah dem Himmel,
lebt wohl für immer!
Baumwipfel, Buchfinken und Stieglitze,
singt, singt;
ich rufe den Wäldern und Ufern weinend zu:
Lebt wohl!

Wo werde ich dein heilendes Klima finden,
deinen goldenen Himmel?
Und ach!, wo finde ich deine Gipfel,
wunderschönes Montserrat?
Nirgends werde ich sie sehen, Barcelona,
deine herrliche Kathedrale,
noch deine Hügel, die Juwelen der Krone,
die Gott dir aufgesetzt hat.

Lebt wohl, Brüder; Leb wohl, mein Vater,
ich werde euch nie mehr sehen!
Wenn am Grabe meiner liebevollen Mutter
ich doch auch ein Bett hätte!
Oh Seemänner, der Wind der mich fortträgt,
er lässt mich leiden!
Ich bin, ach, so krank! Bringt mich an Land,
dort möchte ich sterben!

 

 

 

Verdaguer
Jacint Verdaguer (17 mei 1845 – 10 juni 1902)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Anna Jameson werd geboren op 17 mei 1797 in Dublin.

 

Uit: Legends of the Madonna

 

„Through all the most beautiful and precious productions of human genius and human skill which the middle ages and the _renaissance_ have bequeathed to us, we trace, more or less developed, more or less apparent, present in shape before us, or suggested through inevitable associations, one prevailing idea: it is that of an impersonation in the feminine character of beneficence, purity, and power, standing between an offended Deity and poor, sinning, suffering humanity, and clothed in the visible form of Mary, the Mother of our Lord.

To the Roman Catholics this idea remains an indisputable religious truth of the highest import. Those of a different creed may think fit to dispose of the whole subject of the Madonna either as a form of

superstition or a form of Art. But merely as a form of Art, we cannot in these days confine ourselves to empty conventional criticism. We are obliged to look further and deeper; and in this department of

Legendary Art, as in the others, we must take the higher ground, perilous though it be. We must seek to comprehend the dominant idea lying behind and beyond the mere representation. For, after all, some consideration is due to facts which we must necessarily accept, whether we deal with antiquarian theology or artistic criticism; namely, that the worship of the Madonna did prevail through all the Christian and civilized world for nearly a thousand years; that, in spite of errors, exaggerations, abuses, this worship did comprehend certain great elemental truths interwoven with our human nature, and to be evolved perhaps with our future destinies.“

 

 

 

anna-jameson
Anna Jameson (17 mei 1797 – 17 maart 1860)

Portert door H. B. Briggs

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Nederlandse dichter Mischa Andriessen werd geboren in Apeldoorn in 1970. Hij publiceert geregeld over jazz en beeldende kunst, en vertaalde Amerikaanse poëzie voor Bunker Hill. Zijn gedichten, verhalen, vertalingen en essays verschenen in verschillende boeken en tijdschriften. Uitzien met D zijn debuutbundel, werd bekroond met de C. Buddingh'-prijs 2009.

 

 

Ballen

 

Er wordt wat afgestorven daar in onze tuin, overal
is het stil, zonder uitzondering ten prooi aan eindeloze slaap.
De krekels hebben hun doordringende balts gestaakt.
Er zal nu zeker niemand meer komen. Dit is het
en voor het eerst voelt het niet alsof er iets mist.
D en ik kijken jaloers naar de witte kat,
die zo makkelijk met zijn kop bij zijn ballen kan,
waar het altijd een paar graden koeler is.

 

 

 

 

mischa
Mischa Andriessen (Apeldoorn, 1970)

 

 

 

 

Zie ook voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 17 mei 2009.

 

De Oostenrijkse schrijfster Eva Schmidt werd geboren op 17 mei 1952 in Lustenau / Vorarlberg.

17-05-09

Peter Høeg, Lars Gustafsson, Eva Schmidt, Gary Paulsen, Dennis Potter, Henri Barbusse, Cor Bruijn, Virginie Loveling, Dorothy Richardson, Jacint Verdaguer, Anna Jameson, Leo Stilma


De Deense schrijver Peter Høeg werd geboren in Kopenhagen op 17 mei 1957. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007 en ook mijn blog van 17 mei 2008.

 

Uit: Der Plan von der Abschaffung des Dunkels (Vertaald door Angelika Gundlach)

 

“Das Zweitbeste, um die Vorderpartie zu stärken, nach dem Geräteturnen, war Leichtathletik, vor allem die Wurfdisziplinen, das war im Winter jedoch schwieriger, weil sie im Freien stattfand.

Die einzige Ausnahme davon war Laufen. Klastersen hatte der Juniorennationalmannschaft beigebracht, im Winter auf den gefrorenen Mooren und Seen zu trainieren, und schöne Ergebnisse erzielt. Das war eines seiner Prinzipien: Wenn man lief, gab es kein Wetter, bei dem man nicht draußen sein konnte.

Also hatte man Lauftraining zu allen Jahreszeiten, er hatte jedoch eine Vorliebe für Schnee. Bei Schnee konnte man ziemlich sicher sein, daß man auf jeden Fall die erste halbe Stunde durch den Park laufen würde.

Er selbst lief vorneweg. Das bedeutete, wenn man nicht zur Spitzengruppe gehörte oder wenn man sich sogar zurückfallen ließ, war man plötzlich allein.

Sie stand an einem Baum, mit dem Rücken zu mir. Ich sah den schwarzen Mantel. Hinter ihr war der fallende Schnee eine Wand, sie löste sich von dem Baum, ging durch die Wand und war weg.

Ich bog vom Weg ab und kam hinunter an den See. Es war an einer Stelle, die lange eisfrei war. Da stand ein Reiher, und es gab auch Schwäne. Es war, als spürten sie die Kälte nicht, und sie waren in Bewegung, als sei jemand vorbeigegangen.

Ich dachte, ich hätte sie verloren, oder vielleicht war sie es nicht gewesen. Der Schnee bildete noch immer Räume, man lief durch eine Reihe von weißen Zimmern, die nie endeten. Ich wandte mich zu dem Hügel, wo die Statuen waren, mit gefrorenen Kleidern aus Schnee auf der grünen Bronzehaut. Eine von ihnen löste sich von den anderen und ging weg. Ich marschierte los. Wir kamen hinunter an die Stelle, wo im Sommer Rosen gestanden hatten. Sie waren zurückgeschnitten und mit Tannenzweigen bedeckt.”

 

 

 

 

peter_hoeg
Peter Høeg (Kopenhagen, 17 mei 1957)

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007 en ook mijn blog van 17 mei 2008.

 

 

A Men's Choir

 

The voice one has when

talking to small children

and large dogs

is not the same

as that at the barber's

or from the lectern.

It comes from another life

from far, far away

one that maybe never existed

 

whereas the voice

one has

when caressing a woman's breast

or belly

is a third voice

that comes from a third world

(green warm moist shadow under

huge ferns, marshland, and

huge birds that fly up).

And there are many, many more.

 

Not my own voice—

and not exactly that of anyone else.

Is there such a thing as

the voices in between?

I recall your foot

still warm with morning.

I imagine

they must be like that.

And if one could hear

all the voices at the same time

one would get the impression

of a men's choir

defiantly executing

a breakneck series of dissonances.

 

 

 

 

 

Vertaald door John Irons

 

 

 

 

Gustafsson
Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Eva Schmidt werd geboren op 17 mei 1952 in Lustenau / Vorarlberg. Zij woont als zelfstandig schrijfster in Bregenz. Behalve proza schrijft zij ook hoorspeken en vertaalt zij uit het Italiaans. Schmidt debuteerde in 1985 met Ein Vergleich mit dem Leben. In 1988 verscheen Reigen. Daarna volgde een scheppingspauze tot in 1997 haar roman Zwischen der Zeit verscheen.

 

Uit: Zwischen der Zeit

 

„Der gutaussehende Fremde mit den slawischen Gesichtszügen hatte sich der Mutter und dem Kind vorsichtig wie einer Gruppe scheuer Tiere, die er nicht aufschrecken wollte, genähert. In einem Abstand, der Unaufdringlichkeit verraten sollte, ging er in die Hocke und befand sich dadurch in Augenhöhe mit Charlotte. Alles an ihm, die graugrünen Augen, die vollen, fast weiblich geschwungenen Lippen, die Geradheit der Nase, die Helligkeit der Stirn, die hohen, stark ausgeprägten Backenknochen, versetzten sie einen Augenblick lang in einen Zustand der Atemlosigkeit. Er hatte knochige, aber schmale Hände. Auch das nahm sie in diesen ersten Sekunden wahr. Jedenfalls erinnerte sie sich später daran. Auffallend an seinen Händen war die dunkle und dichte Behaarung, die über den Handrücken bis zu den ersten Fingergliedern reichte.

Er trug weite Hosen, die von einem Gürtel zusammengehalten waren und seinen schlanken Körper noch betonten, und ein einfaches, weißes Hemd, das am Kragen offenstand. Eine Aura weltmännischer Gelassenheit umgab seine Haltung und sein Benehmen, sein Blick verriet Aufmerksamkeit.“

 

 

 

 

schmidt
Eva Schmidt (Lustenau, 17 mei 1952)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Gary Paulsen werd geboren op 17 mei 1939 in Minneapolis, Minnesota.  Al in zijn jonge jaren interesseerde hij zich voor het schrijven. In 1966 verscheen zijn eerste boek. In 1983 en 1985 deed hij mee aan de grootste sleehondenrace van de wereld en hij verwerkte zijn belevenissen in een boek Dogsong dat later diende als uitgangspunt van de Disney film Snowdogs.

 

Uit: Soldier's Heart

 

„He heard it all, Charley did; heard the drums and songs and slogans and knew what everybody and his rooster was crowing.

There was going to be a shooting war. They were having town meetings and nailing up posters all over Minnesota and the excitement was so high Charley had seen girls faint at the meetings, just faint from the noise and hullabaloo. It was better than a circus. Or what he thought a circus must be like. He'd never seen one. He'd never seen anything but Winona, Minnesota, and the river five miles each way from town.

There would be a shooting war. There were rebels who had violated the law and fired on Fort Sumter and the only thing they'd respect was steel, it was said, and he knew they were right, and the Union was right, and one other thing they said as well--if a man didn't hurry he'd miss it. The only shooting war to come in a man's life and if a man didn't step right along he'd miss the whole thing.

Charley didn't figure to miss it. The only problem was that Charley wasn't rightly a man yet, at least not to the army. He was fifteen and while he worked as a man worked, in the fields all of a day and into night, and looked like a man standing tall and just a bit thin with hands so big they covered a stove lid, he didn't make a beard yet and his voice had only just dropped enough so he could talk with men.

If they knew, he thought, if they knew he was but fifteen they wouldn't take him at all.

But Charley watched and Charley listened and Charley learned.“

 

 

 

 

 

Paulsen
Gary Paulsen (Minneapolis, 17 mei 1939)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Dennis Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Forest of Dean, Gloucestershire. Potter studeerde in 1959 af aan de Oxford University en schreef vanaf de jaren zestig bijna dertig toneelstukken, negen televisie series, drie romans, was journalist en schreef ook non-fictie. In Nederland werd hij vooral bekend door de televisieserie: 'The singing detective'. Zijn laatste werk 'Cold Lazarus' (1994) is een gelaagde vertelling waarin hij, al stervende, zowel in de serie als in de realiteit, verslag doet van zijn leven en zijn blik daarop.

 

Uit: Blackeyes

 

"He had once seen an old lady in a greetings-card shop moving her lips as she read the verse in one birthday card after another, and he had realized for the first time that neither the ability not the motives of those who had written the banal little rhymes were at issue: the old woman was seeking the most appropriate clutch of words to express the truth of her feelings for whoever she wanted to send the card to. She was the one who brought the truth, and the dignity, to what had been written without either."

 

 

 

dennis_potter
Dennis Potter (17 mei 1935 – 7 juni 1994)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Henri Barbusse werd geboren op 17 mei 1873 in Asnières-sur-Seine. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Lettres

 

„28 février 1915 (à sa femme)

Chère fifille,

j'ai eu cette lettre hier soir 27.La régularité du service postal me semble rétablie!

C'est demain soir que finit notre période de tranche.Hier, bombardement intense: on suivait, de l'oeil, de notre tranchée,la chute des obus de 220 qui décrivaient des cercles énormes dans le ciel,au-dessus de nos têtes et qui tombaient ensuite.Ce sont des projectiles qui pèsent 120 kilos.On les eût dit, dans l'espace, à peu près gros comme un oiseau qui tombe à pic.

Cette nuit, on a travaillé à aménager une tranchée.Il faisait tout à fait froid.Ce matin, soleil radieux et légère brise.Les tranchées, sèches se couvrent sur la crête d'herbes qui ondulent au vent.Cet aspect chevelu est nouveau.A certains endroits, les tranchées françaises, qui sont larges et évasées plutôt,ont des airs de chemins creux.Les tranchées allemandes sont beaucoup plus étroites et creuses,elles sont plus organisées pour la défense, mais une fois qu'elles sont attaquées,les occupants ne peuvent plus en sortir.Il leur faut, ou repousser l'attaque ou se “faire faire”. J'ai envie de faire de la bicyclette, figurez-vous! Il me semble que je ne vais plus savoir.Je n'ai pas encore le poulet n°1 ni le poulet n°2.“

 

 

 

 

Barbusse
Henri Barbusse (17 mei 1873 –30 augustus 1936)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Cor Bruijn werd geboren in Wormerveer op 17 mei 1883. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Sil de strandjutter

 

Een schaap blert om het huis. Wat later blert er nog een en nog een. Schapen blerren. Uit de weiden zijn ze naar de huizen gesukkeld. Nu duurt de storm lang. Een schaap weet meer van het weer af dan de mensen. Hoor, hoe de vlagen beuken! Bij Japkemoei Lieuwen, om oost, onder aan het duin, sloeg het vorige jaar onder het geweld van de orkaan een raam met kozijn en al naar binnen. De schepen varen op zee ... de houtslepers ... veel mannen van Terschelling varen op de houtslepers.., op de haringloggers, op de boten naar het verre Oost-Indië ... Sijke van Jort wacht al veertig jaar op haar man. En ze gelooft nog, dat hij eenmaal terug zal komen ... nog gelooft ze ...
Weer blert een schaap. Hoort ze goed, hollen ze hard om het huis?
Schreeuwt daar iemand?... Is dat op de weg, of op het eigen erf?... Heeft ze geslapen? Hoe laat is het dan?... Daar hoort ze weer wat!”

 

 

 

 

Bruijn
Cor Bruijn (17 mei 1883 - 6 november 1978)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijfster Virginie Loveling werd geboren in Nevele op 17 mei 1836. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Een dure eed

 

“Marcellien liep nog eens in allerhaast langs den zoogezegden Kattewegel - dat was achter de hoven, tusschen de hagen heen - naar de afgelegen wijk het Opeelken. Hij wilde zijne geliefde Veria eene laatste maal vaarwel zeggen vóór de groote reis, want voor hem, die sedert zijne kindsheid - zijn achtste jaar, dat hij in het dorp was komen wonen - nooit meer dan twee of drie uren ver was geweest, mocht de voorgenomen reis van den volgenden dag wel eene groote heeten.

En terwijl hij naar het Opeelken liep, was ook zijn tweelingbroeder Filip achter de schuur gaan loeren, of hij Reine, zijne beminde, niet kon zien en spreken; en daar de jonge boerenmeid insgelijks naar hem uitkeek, toen zij met het naderen van den avond in den stal hare koeien melken ging, zoo kwam het gansch natuurlijk, dat zij onbemerkt van hare meesteres, hare akers aan den ingang gelaten, en naar hem was toegegaan; en nu stonden de beiden op de steenen brug over de beek, welke de groote hoeve van de kleinere scheidde, in stil en druk gesprek.

Filip ook moest 's anderdaags met den eersten trein, die in het station van het op een uur afstands liggend dorp Meidale stilhield, naar Frankrijk vertrekken.

Het was een schoone avond op het einde van April, wat koel maar helder; de daken van het huis en de schuren scherp afgeteekend op den blauwen hemel; pereboomen in vroegen bloei en bottend loover in het dichte boschje, waar het onder

de struiken reeds donker begon te worden, en de geloken kelkjes van de windroosjes op den grond maar nauw zichtbare witte plekjes meer vormden. De maan kwam op van achter den nog naakten reuzeneik aan den boord der beek.“

 

 

 

 

Loveling
Virginie Loveling
(17 mei 1836 – 1 december 1923)

 



 

 

De Engelse schrijfster Dorothy Miller Richardson werd geboren op 17 mei 1873 in Abington, Oxfordshire. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Pilgrimage

 

„Miriam left the gaslit hall and went slowly upstairs.  The March twilight lay upon the landings, but the staircase was almost dark.  The top landing was quite dark and silent.  There was no one about.  It

would be quiet in her room.  She could sit by the fire and be quiet and think things over until Eve and Harriett came back with the parcels.  She would have time to think about the journey and decide what she was going to say to the Fraulein.

Her new Saratoga trunk stood solid and gleaming in the firelight.  To-morrow it would be taken away and she would be gone.  The room would be altogether Harriett's.  It would never have its old look again.  She evaded the thought and moved clumsily to the nearest window.  The outline of the round bed and the shapes of the may-trees on either side of the bend of the drive were just visible.  There was no escape for her thoughts in this direction.  The sense of all she was leaving stirred uncontrollably as she stood looking down into the well-known garden.

Out in the road beyond the invisible lime-trees came the rumble of wheels.  The gate creaked and the wheels crunched up the drive, slurring and stopping under the dining-room window.“

 

 

 

 

Richardson
Dorothy Richardson
(17 mei 1873 - 17 juni 1957)

 

 

 

 

 

De Catalaanse dichter en schrijver Jacint Verdaguer i Santaló werd geboren op 17 mei 1845 in Folgueroles. Hij was de belangrijkste vertegenwoordiger van de Renaixença, de beweging die in de 19e eeuw streefde naar een opleving van de Catalaanse taal en cultuur. In 1865 nam hij deel aan een dichterswedstrijd in Barcelona en won hij meteenn al vier prijzen. In 1870 werd hij tot priester gewijd en begon hij te werken in Vic en omgeving. In 1876 nam hij een baan aan als geestelijke op een schip. De ervaringen die hij had op het traject Cádiz–Havanna inspireerden hem tot het grote epos L’Atlàntida. In 1880 schreef hij de tekste van het loflied op de Zwarte Madonna van Montserrat.

 

Uit: L’Atlàntida (Vertaald door Clara Sommer)

 

„Und eine Barke sieht er auf den Wellen

Durch Klippen gleiten gleich dem weißen Schaum.

Und Herkules verspricht, bei seiner Rückkehr

Die Stadt zu gründen mit der Barke Namen,

Sie groß zu machen wie die hohe Ceder.

Wer sie erblickt, soll mit Erstaunen rufen:

Das ist die Riesentochter des Alciden!

Um ihretwillen fordert er den Dreizack

Vom Meeresgott, von Jupiter den Blitz.

Des Helden Bitte ward erhört vom Himmel:

O schönes Barcelona, dein Gesetz

Bezwang den Ozean in seiner Macht;

Aus deinen Felsen zuckte Blitz auf Blitz

Zu stolzem Siege auf den Kampfplatz nieder.“

 

 

 

 

Jacint_Verdaguer
Jacint Verdaguer (17 mei 1845 – 10 juni 1902)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Anna Jameson werd geboren op 17 mei 1797 in Dublin. Haar vader, de miniatuurschilder Murphy bracht haar al vroeg liefde voor de kunst bij. Zij werd bekend als schrijfster door haar tijdens een Italiaanse reis geschreven dagboek Diary of an Ennuyée uit 1826. Jameson was jarenlang bevriend met de schoondochter van Goethe, Ottilie. Belangrijk werken van haar zijn ook Characteristics of the female characters of Shakespeare uit 1832 en The House of Titian uit 1846.

 

Uit: The Diary of an Ennuyée

 

„Calais, June 21.—What young lady, travelling for the first time on the Continent, does not write a "Diary?" No sooner have we slept on the shores of France—no sooner are we seated in the gay salon at Dessin's, than we call, like Biddy Fudge, for "French pens and French ink," and forth steps from its case the morocco-bound diary, regularly ruled and paged, with its patent Bramah lock and key, wherein we are to record and preserve all the striking, profound, and original observations—the classical reminiscences—the thread-bare raptures—the poetical effusions—in short, all the never-sufficiently-to-be-exhausted topics of sentiment and enthusiasm, which must necessarily suggest themselves while posting from Paris to Naples.

Verbiage, emptiness, and affectation!

Yes—but what must I do, then, with my volume in green morocco?

Very true, I did not think of that.

We have all read the Diary of an Invalid, the best of all diaries since old Evelyn's.—

Well, then,—Here beginneth the Diary of a Blue Devil.

What inconsistent beings are we!—How strange that in such a moment as this, I can jest in mockery of myself! but I will write on. Some keep a diary, because it is the fashion—a reason why I should not; some because it is blue, but I am not blue, only a blue devil; some for their amusement,—amusement!! alas! alas! and some that they may remember,—and I that I may forget, O! would it were possible.“

 

 

 

 

Jameson
Anna Jameson (17 mei 1797 – 17 maart 1860)

 

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Leo Stilma werd geboren in 1953. Hij schrijft sinds 1990 poëzie. Daarnaast werkt hij als methodiekdocent aan de Hogeschool Rotterdam. Veel gedichten van hem zijn opgenomen in verzamelbundels, het meest recent in de bundel” Met het oog op Morgen “ van J. Jansen van Galen en in de bundel” Ouderdom” van uitgeverij Singel 521. Van hem zelf zijn drie bundels verschenen: Kaalslag (1995), Steenslag (1998) en In Woord en Beeld (2002). 

 

 

Verwijdering

1

 

De vloer is nog warm
van je voetstappen, de deur
draagt je vingerafdrukken

en in mijn hoofd heb je
alles door elkaar gegooid
ik kan er niets meer vinden.

Nu je buiten loopt
hoor ik je voeten nog schoppen
tegen mijn gehoorbeen
en je vragen galmen tegen
de muren van mijn hersenstam.

Ik sta wel op het dak
van ons huis te zwaaien
met een witte vlag
en roep je naam

maar je hoort me niet
je hoort me niet meer.

 

 

 

 

Stilma
Leo Stilma (1953)