14-05-17

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Wilma Vermaat, Frans Bastiaanse

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Ik zou je

Ik zou je als zaligheid
bestempelen
soms ben je hard

Ik zou je met lauweren
omhangen
je ogen spuien licht

Ik zou je met goed fatsoen
roerloos naast een ander leggen
het is vergeefse moeite

Bijna was ik doorgegaan
met wolken op je
hoofd te stapelen
van je lichaam
een vindplaats te maken
vol goud en zilverlingen
maar ook dat is vals bericht

Je bent het breviarium
van mijn langste dag
de gastheer aan mijn tafel
het transparante
in dit gedicht.

 

 

Wierook van vandaag

Als jij niet meer komt
ga ik je tegen
al moet het dan met huiver
van volslagen manke benen
ruimten vullen we op
met tijd die we hebben
verspeeld
de leegte van gisteren
met wierook van vandaag

terwijl de kievit in mijn
droom danst op de vijver
dragen ranonkels op
stijve stelen de stilte
uit het huis

hetgeen nog komen moet
hangt als een klepel
in mijn schaarse boom.

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)
Cover

Lees meer...

14-05-16

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Ach, hoe sereen en listig de narcissen in april

Op de dag
dat het gebeurde
had het gevroren
 
Het serveren van de thee was
nauwelijks een ritueel naast
het bed dat begroeid was
met bloemen van hen
die je niet meer wilde zien
 
Het sap nog in de mond
van sinaasappelmarmelade
deed mij eraan denken
dit is geen sinister sprookje
 
De zuster kwam bedauwd
de kamer binnen
met voeten verend
onder schaars gewicht
Op een gedempt klavier
van juist gestemde woorden
vroeg ze naar de nacht
en naar de morgenboterham
waarna ze hoorbaar
voorzichtig als een vis
door kieuwen ademde
 
de zeep stond klaar
de schone handdoek als fluweel
gevouwen en gladgestreken
voor het toedekken
van zoveel doelloos lichaam
 
Ik tastte aan de golven
van uitgebloede aders
geen aroma's meer
van japanse kerselaren in de tuin
waar het gekanker met kapotgevreten
vingertoppen ook daar niet ophield
te bestaan
 
Ach, en wat sereen en listig
de gele bekken van narcissen
in april

 

 

Nog eenmaal

Nog eenmaal om precies te zijn
zou ik een kind willen baren
Het ritueel van de ogenblikken
in mij opslaan als in een gouden kooi
 
Het lichaam dat zich opent om zwijgend dicht te gaan
in de trance van het afgebakend moment
 
Te weten dat ik vrouw ben
en niet zomaar vermoeid
van steeds weer stappen over zebrapaden
met kinderen in donker uniform
en boekentassen vol verzamelingen
 
Straks de quiche Lorraine op tafel
en schoenen poetsen voor het vertrek
de brooddoos met het gebakje, het springtouw voor de middagpauze
 
Nog éénmaal wil ik wakker worden
met het weke lijfje aan mijn weke mond
Het hart op het hart

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

14-05-15

Karl-Markus Gauß, Jo Gisekin, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Karl-Markus Gauß op dit blog.

Uit: Lob der Sprache, Glück des Schreibens

„Als Bianca Jagger in Salzburg einen Ring verlor, dessen Wert lumpige 200.000 Euro betragen soll, wurde der bedauerliche Verlust zugleich mit der Nachricht vermeldet, dass es sich bei der Besitzerin um eine weltberühmte Menschenrechtskämpferin handle. Dadurch entstand der Eindruck, der Kampf um Menschenrechte wäre ein einträgliches Gewerbe, mit dem man sich nebenbei eine passable Ausstattung an Schmuck zulegen könne. Kein Wunder, dass unter Salzburger Kindern, die nach ihrem Berufswunsch befragt werden, die notorischen Astronauten, Fernsehmoderatoren, Popstars so was von out sind und neuerdings ein jedes meint, wenn es erst groß wäre, würde es sein Geld am liebsten auch als weltberühmter Menschen rechtsaktivist verdienen.
Der Wunsch ist verständlich, denn welcher Beruf ist heute schon edel und einträglich zugleich? Vielleicht der des Investmentbankers? Nein, der ist zwar edel, aber nicht mehr einträglich, denn ein solcher Banker bleibt sein Leben lang von staatlicher Unterstützung abhängig - und wer will das schon außer den wirklich Reichen? Wer sich für den Beruf des Menschenrechtsaktivisten entscheidet, setzt hingegen darauf, dass sich das Ansehen der Mutter Teresa ohne Schwierigkeiten mit der Ausstattung von Tante Bianca verbinden lasse.
Und wenn einem der immerwährende Einsatz für die Entrechteten und Gedemütigten, die einem Gottseidank so schnell nicht ausgehen werden, wieder einmal zu langweilig geworden ist, dann heißt es eben Shoppen, bis die Ringe von den Fingern rutschen.
Früher, in barbarischen Zeiten, wurden die Kämpfer und Kämpferinnen für die Menschenrechte ja noch ermordet, inhaftiert, verfolgt; oder sie waren, bestenfalls und in demokratischen Staaten, übel beleumundet als Störenfriede, die den guten Geschäftsgang mit Diktaturen und Despotien störten.“

 

 
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)
Cover

Lees meer...

14-05-14

Eoin Colfer, Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook alle tags voor Eoin Colfer op dit blog.

Uit: The Atlantis Complex

“How do I love thee? wondered Orion. "Let me see. I love thee passionately and eternally...obviously eternally-that goes without saying." Holly blinked sweat from her eyes. "Is he serious?" she called over her shoulder to Foaly. "Oh, absolutely," said the centaur "If he asks you to look for birthmarks, say no immediately." "Oh, I would never." Orion assured her. "Ladies don't look for birthmarks; that is work for jolly fellows like the Goodly Beast and myself. Ladies, like Miss Short, do enough by simply existing. They exude beauty, and that is enough." "I am not exuding anything." said Holly, through gritted teeth. Orion tapped her shoulder. "I beg to differ. You're exuding right now, a wonderful aura. It's pastel blue with little dolphins." Holly gripped the wheel tightly. "I'm going to be sick. Did he just say pastel blue?" "And dolphins, little ones," said Foaly.”
(…)

„Very well, I promise. So, what did you get for me?" Angeline paused for a beat. "Jeans." "What?" croaked Artemis. "And a T-shirt" ...Artemis took several breaths. "Does the T-shirt have any writing on it?" A rustling of paper crackled through the phone's speakers. "Yes, it's so cool. There's a picture of a boy who for some reason has no neck and only three fingers on each hand, and behind him in this sort of graffiti style is the words RANDOMOSIY. I don't know what that means but it sounds really current." Randomosity though Artemis, and he felt like weeping.”

 

 
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

Lees meer...

14-05-13

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Kweeperen in cognac

 

Weemoed van kweeperen in cognac
zomers boudoir achter
lichtschuw inmaakglas
waar ik naar tracht
als naar een haardvuur
in een huis met
geblinde ramen.

 

Stroomafwaarts
in lopende plooien
van mijn huid
is de herfst geboren
als in een zwijgend laken
of in een handpalm
bespannen met opalen vlies
van witte eierschalen.

 

De boomgaard met blaren
wisselt feestelijk van vacht
naast de kweeperelaar
op het vloerkleed gras .

 

 

 

Zwijgen

Zwijgen
is
dieper graven

vlinder die de nacht bevoelt
met vingertoppen duisternis
-ik ben het blauw van Raveel verloren-

vaak heb ik de vroegste morgen
uit je wuivende vleugels geperst
je wieg was me meer
dan een wijngaard stilte
en op je rug
heb ik mezelf vertekend

ik huil om zinloosheid
van opgesteven woorden
om weemoed die de traan
niet kent.

 

 

 

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

14-05-12

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel, Jens Sparschuh


De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Gedicht voor de meester van mijn zoon

Het leek een morgen om niet te vergeten
een beetje kil een beetje klam
bedampt nog van de nacht
waarlangs de zomer
stiekem voorbij was gegaan

Ik had de wekker gehoord
het aanzwellend kabaal
van drie paar kindervoetjes
op de trap
het doorspoelen na het zoveelste
plasje

tegen de afgebladderde muur
weerbarstige kamperfoelie in mijn tuin
en een herfstroos
zich moeizaam ontplooiend
in het behang van een spinneweb

En dan de speelplaats
platgewalst door duizend voetjes
en moeders zichtbaar opgedirkt
door Elisabeth Arden en geur
van Chanel dixneuf
met bruine benen uit Guadaloupe
sieraad van een zilte zomer
op hooggehakte pumps

In langgerekte rijen
een beetje loom een beetje lam voor 't eerst mijn zoon
zijn blauwe dasje om, zijn grotemensenhemd
en in zijn veel te holle boekentas
een stift, een potlood en een gom en
schriftjes voor de letters s en c en h
van school

En plots
als een punt
op een heel grote i
de reus in de straat van kabouters
met baard en sjaal en kaki
duffelcoat
de Meester

de meester van mijn zoon

Ik dacht
mocht het straks regenen
van droefenis
in de ogen van mijn zoon
kan hij heimelijk gan schuilen
in de opgestikte zak
van zijn meesters jas.

 

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

14-05-11

Jo Gisekin, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

 

Vader

 

Vaders zijn er altijd geweest met het
beheerste gebaar in de armen. Het broze
in elk van hun vingers. Het kind op schoot.
Onuitgepakt cadeau met verstrengelde
beentjes. Als mastiek ontrold.

 

Ze zijn van tel in het huiselijk bestaan. Ze
schuiven gordijnen open. Hun kijk op akkers
in bloei. Wrijven het dekentje glad en
smoren gevaren ondergronds. Een pluim op de hoed.
Ze denken dieper na hoe ze het armpje
of het hoofd moeten steunen.
Ze aarzelen bij elke stap. Gaan wijdbeens
op de voorplecht staan. In evenwicht.
Ze tellen ribben en
tenen en waken bij het gewicht in de wieg.
Geen wind mag in de zeilen slaan.

 

Het interval van de adem verschuift in hun
oor. Ze zoeken naar maat en volgen de
weg die de sluimer inslaat tot aan
de slaap.
Rust is aan vaders nooit besteed. Ze timmeren
een dak boven het hoofd van het kind: de herfst
wordt dramatisch dit jaar.
Ze springen in laarzen en dammen het land.
Geen watersnood binnen de oevers.
Liever eelt op de hand.

 

Vaders zijn tot alles in staat. Ze tekenen
hun zelfportret uit op het kind.
Het geringste voortbestaan.

 

 

 

 

De nacht is veel te groen

 

De nacht is veel te groen
om krekels van het
blauw te onderscheiden

waar is het licht
dat leeggezogen weiden
uit hun stramme schaduw dwingt?

Je hoort geen stilte
die luider snikt
dan legers meeldraden
- ze vechten voor wat licht -

schrijf met glazen woorden
de scherven op hun dode bloemenmond.


de tijd eet geld met hopen
en af en toe
zich rond.

 

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

Lees meer...

14-05-10

Jo Gisekin, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Dante Alighieri


De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

 

Als ik het boek niet had

 

Als ik het boek niet had zou ik
ánders leven. In de spiegels van het
blad zie ik mijn gisteren. de nacht,
het zeldzaam tedere van elk verleden
dat niet vervaagt
nu ik nog alles weet.

 

Ik ken de plekken waar het landschap
tot aan mijn voetzool plooit in veel verborgen
geuren, de zon een feest is. Muziek een
stortbui uit wijde galmgaten. Psalmen
voor een ver verschiet.

 

Hoe zou ik weten wie de tijd ontstak, aan
ieder woord zijn klinker gaf, zingend
in mijn oor.
De vreugde kan niet op
in alle talen, in elk nieuw boek
een jong bestaan.

 

 

 

 

Het haakwerk van liefde

 

Met het vakmanschap
van metselaars
op het plein van platanen
zou ik je
als een beeldhouwwerk
steen per steen beweegloos
op elkaar willen passen

 

Als een vleermuis
deskundig de ruimte
van je fragiel bestaan doorklieven
om te zien hoe
geitenblad en disteldoorn
geel en paars in ruitmotief
over je spankracht
heen en weer doen vlieden.

 

Ach
ik weet wat water is
het wier van schaamte
en tijdloosheid
van terloops plezier.

 

Het haakwerk van liefde
is een schichtig motief
ternauwernood
kunnen jij of ik
haar bloem versieren.

 

 

 

Gisekin
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 



De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

Uit: Artemis Fowl

 

By now, you must have guessed just how far Artemis Fowl was prepared to go in order to achieve his goal. But what exactly was this goal? What outlandish scheme would involve the blackmailing of an alcohol-addicted sprite? The answer was gold.

Artemis's search had begun two years previously when he first became interested in surfing the Internet. He quickly found the more arcane sites: alien abduction, UFO sightings, and the supernatural. But most specifically the existence of the People.

Trawling through gigabytes of data, he found hundreds of references to fairies from nearly every country in the world. Each civilization had its own term for the People, but they were undoubtedly members of the same hidden family. Several stories mentioned a Book carried by each fairy. It was their Bible, containing, as it allegedly did, the history of their race and the commandments that governed their extended lives. Of course, this book was written in Gnommish, the fairy language, and would be of no use to any human.

Artemis believed that with today's technology the Book could be translated. And with this translation you could begin to exploit a whole new group of creatures.

Know thine enemy was Artemis's motto, so he immersed himself in the lore of the People until he had compiled a huge database on their characteristics. But it wasn't enough. So Artemis put out a call on the Web: Irish businessman will pay large amount of U.S. dollars to meet a fairy, sprite, leprechaun, pixie. The responses had been mostly fraudulent, but Ho Chi Minh City had finally paid off.“

 

 

colfer
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 


De Duitse schrijfster
Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen.

 

Uit: Kaya schießt quer

 

Kaya zitterte bei jedem Sprung mit, obwohl Lara doch ihre Konkurrentin war. Trotzdem, Lara hatte einfach ein wunderschönes Pony, schwarz wie die Nacht mit einem weißen Stern mitten auf der Stirn – und, was fast noch wichtiger war, mit einem ungeheuren Sprungvermögen.

Die beiden fegten durch den Parcours, dass die Zuschauer den Atem anhielten. Heute ging es um Zeit und Fehler, und da war Black Jack allen anderen überlegen.

Kaya stand noch immer ganz beeindruckt da, obwohl sie längst hätte aufsitzen müssen, und sie war sich sicher, dass Fritz Lang deswegen schon sauer sein würde, aber sie konnte sich von dem Bild einfach nicht lösen. Jetzt kamen die beiden auf die letzte Kombination zu, ein blau-weißer Steilsprung und dahinter ein gewaltiger Oxer, der für sie selbst gleich zum richtigen Problem werden würde, für

Black Jack aber noch nicht mal einen Augenaufschlag mehr bedeutete.

Kaya hatte bisher immer nur von diesem Siegerpaar gehört, aber heute war der große Tag, da sie beide in ein und derselben Prüfung starten durften, beim ›Bodensee Classics Ponycup‹ in Aach. Ihr Herz klopfte wie wild vor Aufregung. Fritz Lang, ihr Trainer, war vorhin mit ihnen allen den Parcours abgeschritten, aber sie konnte sich kaum auf seine Anweisungen konzentrieren, so stolz war sie, bei diesem großen, internationalen Reitturnier mitmachen zu dürfen.“


 

 

Gaby-Hauptmann
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 


De Duitse schrijver
Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn.

 

Uit: Eins zu eins

 

“Lockruf der Wildnis Von einem Fall Wenzel zu sprechen, halte ich noch für verfrüht. Die Trottenburg sieht das übrigens ähnlich. Nachher klärt sich alles überraschend simpel auf und wie stehen wir dann da. Ihr Anruf kam kurz nach der Mittagspause. »Du, Olaf, ich glaube, wir haben ein Problem.« »Wenzel«, sagte ich. »Kommst du mal bitte rüber.« Ich weiß nicht, warum mir spontan Wenzel eingefallen ist. Für diesen halboffenen Augenblick zwischen Träumen und Wachen, in dieser Grauzone meines Denkens ich hatte gerade meinen täglichen 5-Minuten-Büroschlaf absolviert, und mein Oberkörper lag noch abgeknickt über der Schreibtischplatte muß ich ein Seher gewesen sein. Ich sah: einen langgestreckten See. Ein paar Kiefern am Ufer, die mürrisch herumstanden; schief, gegen den Wind. Aber es war gar kein Wind. Nur ein paar Vögel, die sich in den Himmel fallen ließen. Unten, im schwarzen Wasser, schwammen Wolken vorüber. Ein Findling lag am Feldrand. Ein abschüssiger Weg.”

 

 

Sparschuh
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955) 
 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg.

 

Uit: Die Donau hinab (Samen met Christian Thanhäuser)

 

So weit ich auch gereist bin, bis zum Leuchtturm von Sulina bin ich nie gelangt. Eine merkwürdige Scheu hat mich stets umdrehen, abzweigen, innehalten lassen, ehe ich das Donaudelta mit seinen unzähligen Seitenarmen erreicht hätte. Dort, wo sie immer langsamer fließt und unüberschaubar breit geworden ist, ihre vom Schwarzwald auf 2888 Flusskilometer gesammelten Wassermassen nur mehr träge weiterrollt und ihr fließender und zurückfließender Übergang zum Meer fast unmerklich ist, ausgerechnet dort also, wo der Fluss zum Meer wird, markiert der Leuchtturm den messtechnischen Nullpunkt der Donau. Mich diesem Übergang und der Entgrenzung auszusetzen, habe ich immer gezaudert, als wäre mir dieses Überströmen, Sichverlieren im Meer der Tod, der ja am Ende aller Reisen steht und den esoterisch zur großen, letzten und wahren Reise zu verklären mich noch gar nicht reizt.
Auch das macht die Donau vermutlich einzigartig unter den Flüssen, dass ihre Kilometer-Zählung beginnt, wo der Fluss endet und sich im Meer verliert. Ende und Anfang, hier fallen sie in eins, wie umgekehrt auch im Schwarzwald, wo die Bächlein Breg und Brigach sich vereinen und die Donau ihren Weg bei einem Uferzeichen aufnimmt, das die finale Kilometer-Bezeichnung 2888 trägt, just als würde der Fluss hier, wo er entspringt, sein Ende haben und dort, wo er endet, beim Leuchtturm in Sulina, seinen Anfang nehmen.”

 

 

 

KM-Gauss
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

 

 

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

Uit: Divina Comedia

 

CANTO I

 

His glory, by whose might all things are mov'd,

Pierces the universe, and in one part

Sheds more resplendence, elsewhere less.  In heav'n,

That largeliest of his light partakes, was I,

Witness of things, which to relate again

Surpasseth power of him who comes from thence;

For that, so near approaching its desire

Our intellect is to such depth absorb'd,

That memory cannot follow.  Nathless all,

That in my thoughts I of that sacred realm

Could store, shall now be matter of my song.

 

Benign Apollo! this last labour aid,

And make me such a vessel of thy worth,

As thy own laurel claims of me belov'd.

Thus far hath one of steep Parnassus' brows

Suffic'd me; henceforth there is need of both

For my remaining enterprise Do thou

Enter into my bosom, and there breathe

So, as when Marsyas by thy hand was dragg'd

Forth from his limbs unsheath'd.  O power divine!

If thou to me of shine impart so much,

That of that happy realm the shadow'd form

Trac'd in my thoughts I may set forth to view,

Thou shalt behold me of thy favour'd tree

Come to the foot, and crown myself with leaves;

For to that honour thou, and my high theme

Will fit me.  If but seldom, mighty Sire!

To grace his triumph gathers thence a wreath

Caesar or bard (more shame for human wills

Deprav'd) joy to the Delphic god must spring

From the Pierian foliage, when one breast

Is with such thirst inspir'd.  From a small spark

Great flame hath risen: after me perchance

Others with better voice may pray, and gain

From the Cirrhaean city answer kind.

 

 

 

Vertaald door H. F. Cary

 

 

Dante-alighieri
Dante Alighieri  (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

Portret door Giotto, Florence

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

14-05-09

Eoin Colfer, Jo Gisekin, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel, Arjen Bakker, Kasper Peters, Karin Struck


De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Artemis Fowl: The Opal Deception

 

„Humans are at the centre of this particular case. Most humans aren't smart enough to find the leg holes in their trousers, but there are certain Mud Men clever enough to make me nervous. If they discovered the existence of an underground fairy city, they would certainly do their best to exploit the residents. Most men would be no match for superior fairy technology. But there are some humans who are almost smart enough to pass as fairies. One human in particular. I think we all know who I'm talking about.

In fairy history only one human has bested us. And it really sticks in my hoof that this particular human is little more than a boy. Artemis Fowl, the Irish criminal mastermind. Little Arty led the LEP a merry dance across the continents, until finally they used fairy technology to wipe our existence from his mind. But even as the gifted centaur Foaly pressed the mind-wipe button, he wondered if the fairy People were being fooled again? Had the Irish boy left something behind to make himself remember? Of course he had, as we were all to find out later.

Artemis Fowl plays does play a significant role in the following events, but for once he was not trying to steal from the People as he had completely forgotten we existed. No, the mastermind behind this tragic episode is actually a fairy.“

 

 

 

 

Colfer
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

 

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin (Leentje Vandemeulebroecke) werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

 

De liefde geurt naar evenveel

 

De harpen hangen

als koude koorden

in al te naakte bomen

en schuifelend aan mijn

oor het schuchter snarenspel

van bloemen op de akker

de krokus wordt geboren

de wind hangt zeilen uit.

 

Wat wij zelden horen

het rillen van de huid

het geuren van de

liefde als een blank

boeket camelia

naar méér nog of

in elk geval

naar evenveel.

 

 

 

Azuur beklimt ligusterhagen

 

Azuur beklimt ligusterhagen

en naast de bessenstruik

het luie land ontplofbaar

haast van hitte

 

de zon hangt in

het kraaiennest

het asfalt dampt als

paardenlucht

een rookpluim naar

de overkant

 

concerto voor de gulle rozen

honingbrood voor bedelaars

 

het staat met vuurpijlen

op wolken geschreven:

hoe glansrijk de aarde

hoe moe de taal.

 

 

 

 

 

 
Gisekin
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Der Zimmerspringbrunnen 

 

Dann lächelten wir uns an. Er war, sah man genau hin, mindestens zehn, fünfzehn Jahre jünger als ich. Insofern hätte eigentlich ich ihm das Du anbieten müssen. Aber schließlich, er war der Westmensch; da hatte er bei mir wahrscheinlich gleich automatisch ein paar Jährchen von den 40 Jahren DDR-Leben abgezogen, denn richtig gelebt hatten wir ja nicht. Immer wieder, wenn wir gemeinsam unterwegs waren, besonders auch bei Überlandfahrten, hatte er mitfühlend den Kopf geschüttelt. Zitat nach Protokollbuch: "Das war ja kein Leben bei euch! Die Zeitungen waren keine Zeitungen. Die Wahlen waren keine Wahlen. Die Straßen keine Straßen. Nicht mal Autos waren Autos.
Innerlich musste ich ihm in allen Punkten recht geben. Aber, was zum Kuckuck war es dann, was wir die ganze Zeit getrieben hatten? Wer weiß. Man muss es schon selbst erlebt haben, um es nicht zu verstehen…”

 

 

 

 

jens_sparschuh_6
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955)
  

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Die Hundeesser von Svinia

 

“Tornal’a war menschenverlassen, als hätte die Bevölkerung ihre eigene Stadt geräumt. Schnurgerade zog die staubige Hauptstraße, die die fünfzehn Kilometer nach Ungarn, vielleicht aber auch bis in die Steppen der Mongolei führte, durch den Ort, in dem an diesem Vormittag um zehn alle Geschäfte, Imbißbuden, Ämter geschlossen hatten. Die zweigeschossigen gelben Häuser, von denen viele aus der k. u. k. Zeit stammten, standen in rechtwinkelig angeordneten Zeilen, waren schmuck herausgeputzt und wirkten unbewohnt. Auf meinem Weg begegnete ich keinem einzigen Menschen, bis ich endlich gedämpfte Stimmen und Geräusche vernahm, die aus dem schwarzen Loch eines Eckhauses nach draußen drangen. Rasch, um mir keine Ausflucht zu lassen, schritt ich durch die geöffnete Tür des Cafés Casablanca, in dem ich den Erdmittelpunkt der Ereignislosigkeit zu entdecken fürchtete.

Das Casablanca war eine Kaschemme und bestand aus einem großen, düsteren Raum, der mit dem scharfen Geruch von Urin gebeizt war. An den zehn massiven Holztischen saßen jeweils zwei, drei Arbeiter in Overalls, die bereits das Mittagsmenü, Gulasch mit Knödel, verzehrten und dazu aus klobigen Gläsern, die an die Behälter von Grablichtern erinnerten, Schnaps tranken. Nur wenige von ihnen unterhielten sich, die meisten mampften schweigend, den Blick erschöpft auf den Teller gesenkt, von dem sie ihn nur manchmal hoben, um zum Fernseher über der Theke zu schauen, in dem sich ein paar reiche alte Damen aus Amerika ausgelassen auf slowakisch stritten, was ein imaginäres Publikum im Film fortwährend zum Lachen reizte, während jenes an den Tischen die Greisenalbernheit völlig ungerührt ertrug.”

 

 

 

 

Gauss
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zie ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Rückflug zu verschenken

 

„Sie nahm den Geruch wahr, noch bevor sie sich darüber klar wurde, dass etwas nicht stimmte. Sie hatte die Haustür aufgeschlossen und wie immer auf Katie gewartet, die hinter ihr her trödelte. Ihr Blick glitt über die Einrichtung in ihrer großen Eingangshalle. Mit dem Gemälde des angesagten Gegenwartskünstlers Neo Rauch, dem sie unendlich lange nachgelaufen war, bis sie es hatte kaufen können, war die Halle nun wirklich perfekt. Sie war perfekt. Clara lächelte. Katie kam herangestürmt, ihre blonden Locken hüpften, als sie vor ihr stehen blieb und ihr ein vierblättriges Kleeblatt entgegenstreckte. „Da, Mami, für dich!“ Clara beugte sich hinunter und gab ihr einen Kuss. Sie würde im nächsten Jahr in die Vorschule kommen.“

 

 

 

Hauptmann
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

 

Aan Vrouwe Pietra degli Scrovigni

 

Ik vloek de dag dat mij voor ’t eerst verblijd

het licht heeft dier verraderlijke ogen;

en ’t uur dat ge in mijn hart gekomen zijt

en hebt er mijn ziel ganslijk aan onttogen!

 

Ik vloek de vijl van mijn kunstvaardigheid,

die blank sleep al dier schone woorden logen,

die ’k voor u vond en heb in rijm gerijd,

opdat men eeuwig u zoude eren mogen.

 

En ’k vloek mijn eigen waan-verwarde geest,

die willoos aan de zware razernij

zich vastklemt van uw schone en schuld’ge leest,

 

waarvoor zelfs Amor gene meineed vreest;

zodat een ieder hem bespot, maar mij,

die ’t wiel van de fortuin wil wenden, ’t meest.

 

 

 

 

Vertaald door Nico van Suchtelen

 

 

 

 

Auf Beatricens Tod

 

Weint, Liebende, da Amor selber weint,

Und laßt den Grund mich seiner Trauer sagen:

Kupido hört viel Frauen jammernd klagend,

Aus deren Augen herber Kummer scheint,

 

Weil der hartherzige Tod als grauser Feind

Zerstört mit eines edlen Herzens Schlagen,

Was auf der Welt den höchsten Ruhm soll tragen

Bei edler Fraun, wenn sich´s der Ehre eint.

 

Hört, welche Ehre Amor ihr bezeugte:

Leibhaftig sah ich ihn, wie er sich beugte

Klagend zur holden schlummernden Gestalt,

 

Und immer wieder auf zum Himmel schaute,

Wo selig als verklärtet Geist nun wallt,

Die hier als Mädchen unser Herz erbaute.

 

 

 

 

Vertaald door Richard Zoozmann

 

 

 

 

 

Of Beauty And Duty

 

Wo ladies to the summit of my mind

Have clomb, to hold an argument of love.

The one has wisdom with her from above,

For every noblest virtue well designed:

The other, beauty's tempting power refined

And the high charm of perfect grace approve:

And I, as my sweet Master's will doth move,

At feet of both their favors am reclined.

Beauty and Duty in my soul keep strife,

At question if the heart such course can take

And 'twixt the two ladies hold its love complete.

The fount of gentle speech yields answer meet,

That Beauty may be loved for gladness sake,

And Duty in the lofty ends of life.

 

 

 

Vertaald door D.G. Rossetti

 

 

 

 

 

 

delacroix-dante-and-virgil
Dante Alighieri  (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

Dante en Vergilius, schilderij van E. Delacroix (detail)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs. Hij begon zijn loopbaan als songwriter, optredend in de straten van Parijs. Later verhuisde hij naar New York. Volgens Axel had de bekende zanger en songwriter Chris Whitley de grootste invloed op zijn eigen werk.

 

 

just this little stash of survival

 

just this little stash of survival

never had a moment to think

radio voices sound like someone I know

moonlight makes me want to have a drink

I listen to the rhythm of the traffic

hiding in the silence I project

push me through the womb of the future

bear me as an infant to protect

an island on the ocean planet 'solo'

wailing of the unborn tragedy

wiping from my eyes the mess of martyrs

the burden of my passage through the freeze

 

 

 

 

axel
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

 

 

 

Onaffhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Arjen Bakker werd geboren in Groningen in 1981. Bakker woont en studeert in Amsterdam. Hij houdt zich bezig met theater, muziek en poëzie. Bakker leest al een aantal jaren voor uit eigen werk, in vooral het Groningse circuit.

 

 

Waarom nu niet

 

Waarom nu niet

                    iets komt dichterbij

                    en iets anders verdwijnt

                    afscheidsliederen klinken op elke hoek

                    van de straat

                    open armen ontvangen wat in een

                             ademtocht zal verdwijnen

 

 

 

 

 

 

bakker2
Arjen Bakker (Groningen, 1981)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, dramaturg en toneelspeler Kasper Peters werd geboren in Doetinchem in 1973. Hij is o.a. medewerker aan de projecten Different Trains en De vloeibare woordenwinkel. Van hem verschenen bij Uitgeverij Passage zijn poëziedebuut Hellevaartsdagen (2004) en het eenmalige literaire tijdschrift De Wasknijper (2005), waarvoor hij samen met zijn vader Ton Peters de eindredactie deed. Voorjaar 2009 verscheen zijn tweede poëziebundel Kanaalkoorts. Kasper Peters was ook een van de oprichters van De Dichters uit Epibreren, waar hij tot in 1997 deel van uitmaakte. 

 

 

Bessemoerstraat

 

Haar straat ken ik steeds beter.

De trommelcursus op dinsdagavond,

werktijden van de onderbuurman.

Ik kook bij het blaffen van zijn honden.

 

Als de tennisles is afgelopen,

de jongen van vijftien a zijn fiets

op slot zet, hij douchet meestal thuis,

schenk ik de wijn voor haar in.

 

Een knikkerperiode die voorbij is.

Sneeuw die volgde, oud en nieuw,

kerstboombranden en saneringsplannen

in de brievenbus op achttien januari.

 

Ik zwaai bij de hoek van de straat,

geef drie kussen bij de voordeur en

denk dat die vrouw hem absurd veel

heeft gezien in het afgelopen half jaar.

 

 

 

 

 

Kasper_Peters
Kasper Peters (Doetinchem, 1973)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

De Duitse schrijfster Karin Struck werd geboren op 14 mei 1947 in Schlagtow.

 

 

14-05-08

Dante Alighieri, Jo Gisekin, Eoin Colfer, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Karin Struck, Gaby Hauptmann


De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007.

 

ALS DE SCHOONHEID VAN JE AANBLIK MIJ VERBLIJDT

 

Als de schoonheid van je aanblik mij verblijdt,
krimpt elk verzet, o liefste, in mij ineen.
Als ik bij je ben, zucht ik: 'O hart, strijd
voor wat je waard bent en vlucht dan heen!'

Voor mijn lijkbleek gezicht wordt alles zwart
en vallend zoek ik soelaas bij iedereen.
In de angstige roes die mij verwart
hoor ik: 'Sterf, o sterf dan!' van elke steen.

En wie mij ziet wanneer mij dit gebeurt,
is schuldig, als hij niet vol mededogen
laat zien hoe hij om mijn ontzetting treurt.

En ach, wie wordt niet tot in 't hart bewogen
als hij, wanneer je om mij spot bespeurt
hoezeer de dood zich nestelt in mijn ogen.

 

 

 

 

VERVULD VAN LIEFDE ZIJN AL MIJN GEDACHTEN

 

Vervuld van liefde zijn al mijn gedachten,
ofschoon ze van elkaar totaal verschillen:
de ene verwijst naar haar dwaze grillen,
de andere doet mij naar haar gaven smachten,

de ene vervolgt mij met jammerklachten,
de andere doet mijn hart van hoop doortrillen,
terwijl ze allemaal hetzelfde willen:
mijn kwellingen genadevol verzachten.

Vandaar dat ik niet weet waar te beginnen,
noch zie in welke richting ik moet gaan,
zozeer bedwelmt de liefdesroes mijn zinnen.

 

 

 

 

ALLE MENSEN MET EEN LIEFDEVOL HART

 

Alle mensen met een liefdevol hart,
lees deze verzen zonder respijt
en geef me uw mening in openheid,
in naam van Amor, die ons verwart!

De nacht had al een derde van de tijd
aan de fonkelende sterren ontnomen,
toen Amor zich vertoonde in mijn dromen,
een dwangbeeld waar ik nu nog onder lijd.

Hij hield mijn hart verheugd in zijn handen
terwijl hij zich aan mijn liefste wijdde,
zodat de slaap haar leden overmande.

Hij wekte haar, waarna hij haar leidde
naar mijn hart, dat deemoedig brandde.
Toen hij wegging, zag ik dat hij schreide.

 

 

 

 

dante_alighieri
Dante Alighieri  (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

 

 

 

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin (Leentje Vandemeulebroecke) werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007.

 

Niemand hoeft het ooit te weten

Niemand hoeft het ooit te weten
dat liefde een wijd open plek is
een verdronken land bijna
met hunkerende vogels en
druppelend water

twee zielen als duiven op een tak
in een nachtelijk september
twee harten in struikgewas

één peluw
met het hoofd
van slechts die

en geen ander.

 

Poëtisch

Een vrouw
wordt opgevuld en leeggehaald

af en toe
kan ze ook poëtisch zijn
wanneer de kinderen
tussen vogels en vlinders
de laan zijn uitgestuurd

om in haar kookpan
een hartig
gedicht te bereiden

 

 

 

Gisekin
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007.

 

 

Uit: Half Moon Investigations

 

“My name is Moon. Fletcher Mon. And I’m a private detective. In my twelve years on this spinning ball we call Earth, I’ve seen lots of things normal people never see. I’ve seen lunch boxes stripped of everything except fruit. I’ve seen counterfeit homework networks that operated in five counties, and I’ve seen truckloads taken from babies.

I thought I’d seen it all. I had paid so many visits to the gutter looking for lost valentines that I though nothing could shock me. After all, when you’ve come face-to-face with the dark side of the schoolyard, life doesn’t hold many surprises.

Or so I’d believed. I was wrong.
Very wrong.”

 

 

 

 

Colfer31
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn. Van 1973 tot 1978 studeerde hij filosofie en logica in Leningrad. Tot 1983 was hij wetenschappelijk medewerker aan de Humboldt-Universität, waar hij ook promoveerde. Sindsdien leeft hij als zelfstandig schrijver in Berlijn. Hij was geenageerd in de burgerrechtenbeweging in de DDr, voorafgaand aan de val van de muur. Sparschuh schrijft romans, essays, gedichten en hoorspelen.

 

Uit: Ich glaube, sie haben uns nicht gesucht



“Mein 9. November

Robert Karge, der Hörspielchef vom Saarländischen Rund­funk, war zu Besuch.

Im Frühjahr '89 hatten wir zusammen ein Hörspiel über Im­manuel Kant produziert, und nun, am Abend des 9. Novem­ber, saßen wir in Pankow, vor beziehungsweise hinter dem Ei­sernen Vorhang aus Beton, jedenfalls in seinem Schatten - und konspirierten bei Rotwein und Tabak angelegentlich darüber, wie wir beim nächsten gemeinsamen Stück eventuell etwas un­bürokratischer zusammenarbeiten könnten.

Unbürokratischer - im Klartext: Wir wollten das DDR-»Büro für Urheberrechte«, das ungebeten, per Zwangsumtausch, alle Westhonorare zum Umtauschkurs 1:1 in harte Ostmark um­rubelte, austricksen. Wie, das wußten wir auch nicht so richtig. Heute weiß ich: Das war ein historischer Irrtum!

Kein Büro der Welt wäre mehr so generös, für eine Stunde Hörspiel im Westradio (ich habe es eigenhändig am Taschen­rechner ausgerechnet!) den sagenhaften Gegenwert von S (in Worten: fünf) Jahren Miete in Ostberlin zu tauschen. Wie auch immer, es ging an jenem Abend um Kunst und Geld - Grund genug also für allerhöchste geistige Konzentration. Auch die immer lauter werdenden Hupgeräusche von der Straße konnten dem nichts anhaben.

Karge, der höfliche Westler, war zwar irritiert, fragte aber pie­tätvollerweise nicht weiter nach. Wahrscheinlich hielt er es für einen ganz besonderen Brauch der geheimnisvollen Ostdeut­schen, nachts um i t dauerhupend um den Block zu rasen. Und so sehe ich uns sitzen: im Stile des deutschen Idealismus vergangener Jahrhunderte weitschweifende, aber vorsichtige Erwägungen darüber anstellend, wie wir eventuell die Mauer ein kleines bißchen durchlässiger machen könnten - während draußen die Welt ihre ganz und gar eigenen Wege ging und die Mauer einfach sang- und klanglos zu Staub zerfiel. Am nächsten Tag, so erzählte mir Karge später, rief ihn ganz aufgeregt seine Tante - tief, tief aus dem Westen - in seinem Westberliner Hotel an: Wo und wie er denn diese unglaubliche Nacht zugebracht hätte?

Karge erzählte es. - Unglaublich!

»Na ja«, resümierte sie, »dann kannst du nichts wissen. Ich je­denfalls hab alles miterlebt, live. Am Fernseher!« Recht hat die Tante! „

 

 


sparschuh
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955)  

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Daar studeerde hij ook geschiedenis en germanistiek. Zijn eerste essays verschenen in het Winer Tagebuch. Terugkerende thema’s zijn de toenadering aan verschillende zogenaamde nationale minderheden en etniciteiten, waarvan de meesten aan de lezers nauwelijks bekend zijn. Zijn reisreportages gaan over culturele ontmoetingen, de uitwisseling met intellectuelen en schrijvers, maar ook met heel „normale“ mensen op straat of in café’s. Men kan ze lezen als bijdragen tot de Europese ethnologie.

 

Uit: Zu früh, zu spät

 

„Vor einem halben Jahr ist Aleksandar Tisma gestorben, jetzt erhalte ich seine Tagebücher zur Lektüre. Mein Freund Dragan Velikic´, der serbische Autor, der es schafft, daß selbst ich in seiner Gegenwart kaum zu Wort komme, hat mir von ihnen vorgeschwärmt. Als Jüngling von achtzehn Jahren, der schreiben wollte, aber nicht recht wußte wie und worüber, hat Tisma mit seinem Tagebuch begonnen, das er erst 2001, als weltberühmter Autor, der seinem literarischen Werk gegenüber nahezu gleichgültig geworden war, beendete. 1200 Seiten umfaßt die serbische Ausgabe dieses Buchs der Selbstbezichtigung, dessen Autor sich nicht sorgte, der Nachwelt womöglich ein unsympathisches, mitunter abstoßendes Zeugnis seiner selbst zu hinterlassen. Mit kalter Leidenschaft seziert da ein Narziß, der nur in die düsteren Züge seines Selbstbilds verliebt war, über sechs Jahrzehnte sein Streben und Trachten, seine Eitelkeit und Scham, seine Gier nach Frauen, Anerkennung, literarischem Erfolg, die sich nur allmählich abmilderte und endlich in einem erschreckenden Gleichmut erlosch.

Die große Konfession erschüttert zweifach: durch die selbstverletzende Energie, mit der sich hier jemand den Prozeß macht, in dem er selbst als Ankläger, Angeklagter und Zeuge auftritt und keinen Verteidiger zuläßt; und durch die Entschiedenheit, mit der er sich dabei auf wenige Grundfragen seiner Existenz konzentriert und wichtige Facetten seines Lebens ebenso rigoros außer Betracht läßt wie politische Ereignisse der Epoche, die sein eigenes und das Leben von Millionen beeinflußten, gefährdeten, zerstörten. Tismas Frau soll über das autobiographische Riesenwerk einmal gesagt haben, es sei darin nicht einmal Platz für die kleinste Notiz gewesen,

die Geburt ihres gemeinsamen Sohnes zu würdigen oder immerhin festzuhalten. Doch hat Tisma in seinen Tagebüchern nicht nur von privatem Glück geschwiegen, sondern auch über historisches Unglück kaum ein Wort verloren.

 

 

 

gauss5
Karl-Markus Gauß (Salzburg,14 mei 1954)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Karin Struck werd geboren op 14 mei 1947 in Schlagtow. Zij stamde uit een boerenfamilie die in 1953 wegens de collectivering van de landbouw in de DDR naar de BRD vluchtte. Struck studeerde romanistiek, germanistiek en psychologie in Bochum, Bonn en Düsseldorf. Met haar in 1992 verschenen Ich sehe mein Kind im Traum ontpopte de schrijfster zich als tegenstandster van abortus. Diverse keren liepen discussies met haar op de Duitse televisie uit de hand. In 1996 bekeerde zij zich tot het katholieke geloof. In haar latere levensjaren lukte het haar niet meer uitgevers voor haar werk te vinden, maar zij bleven bijdragen leveren aan voornamelijk katholieke media.

 

Uit:  Klassenliebe

 

„16. Mai 72. Ich arbeitete bei einer Gewerkschaftsschulung mit, als Mitglied eines »Teams« von zwei Studenten und zwei Gewerkschaftlern. Am ersten Tag der Wochenendschulung wollten wir mit den jungen Arbeitern über die Geschichte der Arbeiterbewegung diskutieren. Ein Student referierte. Danach saßen alle steif und starr und schwiegen. Nach dem Mittagessen gingen die Kollegen nach draußen einen Feldweg entlang (wir wohnten auf dem Land). An einer Wiese blieben alle stehen: zwei Bauern oder Arbeiter in blauen Kitteln waren dabei, zwei Bullen einzufangen. Dieses Schauspiel verfolgten alle mit großer Lust bestimmt eine halbe Stunde lang: die Bullen waren ziemlich wild. Und nachts kamen Jungen in das Mädchenzimmer, in dem ich mit drei jungen Arbeiterinnen schlief. Sie saßen sehnsüchtig auf den Hockern und sprachen mit den Mädchen, die schon im Bett lagen. Im Dunkeln. Alles natürlich heimlich. Kann man den Kapitalismus anfassen? Warum sollte alles so anonym sein, daß man nichts mehr anfassen kann, sinnlich wahrnehmen? Ist ein Krebs in der Brust nicht sinnlich wahrnehmbar? Die Ursache des Krebses schon nicht mehr sinnlich, anschaulich. Aber Theorie ist Anschauung und Denken, könnte es sein.“

 

 

 

 

Struck
Karin Struck (14 mei 1947 – 6 februari 2006)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zij volgde een opleiding tot journaliste en werkte o.a. als redactrice bij Seefunk Radio Bodensee. Haar radioloopbaan vervolgde zij in Tübingen en Baden-Baden. Midden jaren negentig schreef Hauptmann een serie bestsellers rond het thema: strijd der sexen. Na het verschijnen van Suche impotenten Mann fürs Leben kreeg zij vanuit de vrouwenbeweging het verwijt dat zij de emancipatie had verraden. De storm ging als snel liggen. Haar boeken werden verfilmd en er zijn nu al meer dan 6 miljoen exemplaren van verkocht.

 

Uit: Ran an den Mann

 

„Eva beachtete ihn nicht, bis sie bemerkte, daß sein Blick sie abtastete. Da beachtete sie ihn noch weniger. Sie drehte sich auf ihrem Barhocker leicht weg und ihm damit den Rücken zu. So, jetzt konnte er weiterschauen. Aber das Gefühl blieb da und lenkte sie ab.

Sie hatte sich nach einem anstrengenden Tag ein Pils an der Bar des Maritim-Hotels gönnen wollen, ganz für sich allein, bevor sie sich zu Hause ihren Töchtern und dem unerledigten Haushalt stellen mußte. Sie brauchte das manchmal. Einfach ein paar Minuten für sich, fern von allem Trubel, jeder Form von Chaos und pubertären Ausbrüchen. Auf diese Weise hatte sie ihre Nerven besser im Griff, ging nicht gleich hoch und konnte auch mal lächeln, statt immer gleich aus der Haut zu fahren.

Eva nahm noch einen Schluck aus ihrem Glas, und dabei blieb ihr Blick zunächst an der Flaschenbatterie hinter der Theke hängen und dann an den Augen, die sie im Spiegel anschauten. Sie starrte zurück. Es war ein unglaubliches Gefühl, einfach in ein Paar Augen zu schauen, die zu keinem Gesicht gehörten - zwei Whiskyflaschen verdeckten den Rest. Es waren schöne Augen. Dunkle Augen. Und sie bewegten sich nicht.

Langsam drehte sich Eva zu ihrem Barnachbarn. Jetzt hatte er auch ein Gesicht, und die Augen lächelten ihr aus nächster Nähe zu.

»Warum tun Sie das?« fragte sie.

»Was?« wollte er wissen.

Eva schwieg. Wenn er es nicht selbst wußte, was sollte sie dann dazu sagen?

Sie wollte sich wieder wegdrehen, und das schien er gespürt zu haben.

»Sie haben schöne Augen«, sagte er schnell.

Eva musterte das Gesicht zu den Augen jetzt etwas genauer.

Ein leichtes Lächeln zupfte an seinen Mundwinkeln, um die braunen Augen lagen kleine Fältchen, seine Gesichtszüge waren kantig, weich schienen nur die Haare, die leicht gewellt waren und in seine Stirn fielen.“


 

hauptmann_gaby4
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)