29-08-16

Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, John Edward Williams, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Frances Bellerby, Friedrich Treitschke

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog.

Uit:Geniaal debuut (Over S. Vestdijk: Een moderne Antonius)

“De verschijning van een zwijn moeten we wel aan de traditie toeschrijven die de duivel zich in zwijnsgestalte tegen Antonius doet aanvlijen, hoewel Dr. John B. Knipping ons in de Winkler Prins verzekert dat het integendeel op de voorspraak duidt van de heilige tegen veeziekten, voornamelijk tegen een in de 11e en 12e eeuw veel heersende pestsoort. De rest van de verschijningen moet aan de fantasie van de auteur worden toegeschreven. Elke bladzij, elke regel Vestdijk is direct te herkennen aan de wijze waarop beschrijvingen, ideetjes en onbeduidende détails onmiddellijk tot mooie groteske gedachtenconstructies voeren. Deze grotesken zijn in Een moderne Antonius niet langer illustratie, amusant randversiersel, maar vormen de inhoud zelf. En dat is jammer. Want in de romans, waar Vestdijk al eerder hallucinaties buiten de beschrijvingen deed voorkomen (Else Böhler, Fré Bolderhey) hadden die voor een niet-hallucinerend lezer toch altijd een duidelijke betekenis. Deze strekking is hier onzichtbaar. Hij zal er wel zijn. In zijn testament zal Vestdijk ons ongetwijfeld duidelijk maken hoe slim het allemaal was, hoe de oneven woorden in de oneven hoofdstukken een epos vormen, hoe het hele verhaal correspondeert met een nog onontdekt manuscript, maar wat hebben wij daaraan? Moet een boek dan een strekking hebben? Deze vraag betekent meestal: moet een boek alleen maar een strekking hebben? en het antwoord is dan: nee. Maar bij Vestdijk kregen wij altijd een goed verhaal, goed geschreven, met goede grapjes en daarboven op nog een strekking.
Was behalve de flap ook nog de auteursnaam weggevallen, dan kwam er: Een moderne Antonius is de beste Nederlandse roman uit 1960. Het is het lichtvoetig vertelde verhaal van een modern man, die door de duivel, in de persoon van een geheimzinnige dokter, met beproevingen wordt overladen, die hij door zijn redelijkheid overwint. Er komen enige prachtige bijfiguren in voor. Moderne verschijnselen, als verkeersbrigadiertjes en nozems, worden fraai getypeerd. Enkele scènes zijn uiterst komisch. De bouw (drie delen, ieder deel tien hoofdstukken van gelijke lengte) doet aan Vestdijk denken. Maar een vergelijking met de meester zou onbillijk zijn. De debutant heeft ons met Een moderne Antonius een geniaal blijk van zijn talent gegeven. Wij zien met grote verwachting naar een nieuw werk van hem uit.”

 

 
Hugo Brandt Corstius (29 augustus 1935– 28 februari 2014)

Lees meer...

06-12-15

Johannes der Täufer (Friedrich Treitschke)

 

Bij de tweede zondag van de Advent

 

 
Johannes de Doper door Giovanni Guercino, 1641

 

 

Johannes der Täufer
(Von Guercino.)

"Bereitet euerm Herrn die rechte Bahn!
Was Gott verhieß, soll in Erfüllung gehen.
Bald werdet ihr den Heiland kommen sehen;
Sei weit das Tor der Ehren aufgetan."

"Des Kreuzes Zeichen trag' ich ihm voran.
Mit Wasser tauf ich; doch in blauen Höhen
Wie Flammen rauscht des Geistes Flügelwehen;
Dem Sohne nach des Vaters Wort zu nahn."

Also Johannes: und die Völker kamen,
Er wandt' sie emsig zu des Meisters Namen,
Und lebt' und lehrt', nicht achtend sein Verderben.

O Treue, fremd den neuen kalten Zeiten!
Wer mag noch jetzt für Gott und Wahrheit streiten?
Und muss es sein: für Gott und Wahrheit sterben?

 

 
Friedrich Treitschke (29 augustus 1776 - 4 juni 1842)
Kerstmarkt in Leipzig, waar Friedrich Treitschke werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

12:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: friedrich treitschke, advent, romenu |  Facebook |

29-08-15

Friedrich Treitschke

 

De Duits-Oostenrijks dichter, librettist, theaterregisseur, vertaler en entomoloog Friedrich Treitschke werd geboren in Leipzig op 29 augustus 1776. Overeenkomstig de wens van zijn vader begon Treitschke aan een commerciële carrière en werd hij in 1793 voor een verdere opleiding naar Zwitserland gestuurd.. In Zürich sterkte zijn omgang met de predikant en dichter Georg Gessner hem in zijn voorliefde voor poëzie en theater. In 1797 keerde Treitschke terug naar Leipzig, waar hij voor het eerst actief werd als koopman. Na de dood van zijn vader in 1799 wijdde hij zich echter geheel aan het schrijven. Zijn eerste toneelstuk “Das Bauerngut” een voortzetting van een komedie van Christian Leberecht Heyne werd al in veel Duitse theaters gespeeld. In 1802 maakte Treitschke maakte op een reis naar Wenen kennis met Freiherr von Braun, de leider van het Burgtheater (toen K.-K. Hoftheater), en werd hij ingehuurd als theaterregisseur en toneelschrijver. In 1805 trouwde hij met de danseres Magdalena de Caro met wie hij een zoon en twee dochters kreeg. In 1822 werd hij econoom van het Hoftheater. Treitschke schreef een groot aantal toneelstukken, musicals en operateksten, waaronder zijn libretto voor Beethovens Fidelio van bijzonder belang is. Daarnaast heeft hij talrijke werken over muziek en theater in tijdschriften gepubliceerd en in de dagbladpers, publiceerde verschillende poëzie bloemlezingen en twee bundels met eigen gedichten (1817, 1841). Blijvende roem vergaarde Treitschke op entomologisch gebied. Hier maakte hij naam door de zorgvuldige en betrouwbare voltooiing van “De vlinders van Europa” als voortzetting van het onvoltooide werk van zijn overleden vriend Ferdinand Ochsenheimer. Begiftigd met een ongewoon scherpe blik beschreef Treitschke talrijke nieuwe soorten in bijna alle belangrijke groepen, met uitzondering van de exemplaren die reeds door Ochsenheimer behandeld waren.

 

Amor träumend
(Von Guido Berti)

Im wachen Träumen harrt der Göttersohn.
Im Schlafe nicht; er rührt die Augenlieder,
Im Schlummer nicht; es dehnt sich sein Gefieder,
Und unverseh‘n ist er, wie weit, entfloh‘n.

Das Schelmenpaar der Lippen lächelt Hohn.
Sich nahe legt' er Pfeil und Bogen nieder.
Sein Mädchen neck' und weck' ihn höhnend wieder;
Es wär' ihr Herz des Schützen Ziel und Lohn.

Nie soll die Schönheit gegen Schönheit stehen,
Nie Jugend mit der Jugend Zwietracht wagen,
Vielmehr dem Gott der Liebe sich verbinden.

Durch stille Seufzer, Demut, Opfer, Flehen,
Durch leises Wünschen, Fürchten, Hoffen, Zagen,
Kann Schwäche nur des Starken Gnade finden.

 

 

Stephans-Kirchhof

Viel‘ schlafen hier, viel sind vorangegangen.
Vom Marmor lehren's halbverlosch‘ne Zeilen,
Dass, die einst oben, jetzt dort unten weilen,
Dass Traum und Schaum der Menschen Tun und Prangen.

Viel wandeln hier, die fest am Ird'schen hangen,
Doch wird der Tod auch diese bald ereilen.
Bald werden All' das Bett der Eltern teilen;
Die Hülle bricht, die ihren Geist umfangen.

Auch du, o Burg, musst tranken und vergehen;
Schon beugt den Turm des Alters Lastbeschwerde;
Ob Fleisch, ob Stein, das Tote drängt zur Erde.

Nur Christi Tat und Lehre bleiben stehen.
Und hielten Grab und Kerker sie umgeben,
Die Ostern kommt, die sie erweckt zum Leben.

 


Friedrich Treitschke, (29 augustus 1776 - 4 juni 1842)
Lithografie door Josef Kriehuber uit 1830

12:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: friedrich treitschke, romenu |  Facebook |