16-05-16

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Cartographies of Silence

1.
A conversation begins
with a lie. and each

speaker of the so-called common language feels
the ice-floe split, the drift apart

as if powerless, as if up against
a force of nature

A poem can being
with a lie. And be torn up.

A conversation has other laws
recharges itself with its own

false energy, Cannot be torn
up. Infiltrates our blood. Repeats itself.

Inscribes with its unreturning stylus
the isolation it denies.


2.
The classical music station
playing hour upon hour in the apartment

the picking up and picking up
and again picking up the telephone

The syllables uttering
the old script over and over

The loneliness of the liar
living in the formal network of the lie

twisting the dials to drown the terror
beneath the unsaid word


3.
The technology of silence
The rituals, etiquette

the blurring of terms
silence not absence

of words or music or even
raw sounds

Silence can be a plan
rigorously executed

the blueprint of a life

It is a presence
it has a history a form

Do not confuse it
with any kind of absence

 

 
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

Lees meer...

16-05-15

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Uit: Bronnen

IV
Met wie geloof je dat je lot is verbonden?
Waar komt je kracht vandaan?

Ik denk dat hoe dan ook, waar dan ook
Elk gedicht van mij die vragen moet herhalen

die niet hetzelfde zijn. Er is een wie, een waar
die niet gekozen zijn – die zijn gegeven – en soms onwaar gegeven

in het begin pak je wat je pakken kunt
om te overleven.

 

 

Uit: Een en twintig liefdesgedichten

XI
Slapen, draaien in een baan zoals planeten
wentelend in hun nachtelijke weide:
aanraken is genoeg om te weten
dat wij zelfs slapend niet alleen zijn in het universum:
bijna spreken de droombeelden van twee werelden
dwalend door hun schimmensteden elkaar toe.
Ik ben wakker geworden van jouw zacht gepraat
lichtjaren of donkerjaren hiervandaan
alsof mijn eigen stem gesproken had.
Maar onze stem verschilt, zelfs in de slaap
en ons lichaam, zo hetzelfde, is zo toch anders
en het verleden dat echoot door ons bloed
is geladen met een andere taal en andere betekenissen -
Toch kan geschreven worden in elke kroniek
van de wereld die wij delen, als voor de eerste keer:
wij waren twee minnaressen
wij waren twee vrouwen van een generatie.

 

 

Wat voor tijden zijn dit

Er is een plek tussen twee boompartijen in waar gras groeit bergopwaarts
en waar de oude revolutionaire weg afbreekt in de schaduw
dicht bij een kerk, in de steek gelaten door de achtervolgden
die verdwenen in die schaduw.

Daar wandelde ik, plukte paddenstoelen aan de rand van de angst,
maar laat je niet bedotten,
dit is geen Russisch gedicht, dit gebeurt niet ergens anders maar hier,
ons land dat nadert tot zijn eigen waarheid en angst,
zijn eigen wegen om mensen te laten verdwijnen.

Ik zal je niet vertellen waar de plek is, het donkere netwerk van wouden
ontmoet er het niet- aangegeven streepje licht-
dwarswegen door geesten bezeten, humus paradijs:
Ik weet al wie het wil kopen, verkopen, het doen verdwijnen

En ik zal je niet vertellen waar het is, waarom vertel ik je dan
wat dan ook? Omdat je nog steeds luistert, want in tijden als deze
is het, om je aandacht hoe dan ook gaande te houden, noodzakelijk
om over bomen te praten.

 

Vertaald door Maaike Meijer

 

 
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

Lees meer...

08-06-14

Der Nachtigall Pfingstgesang (Friedrich Rückert)

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 
Pinksteren door Giorgio Vasari, 16e eeuw

 

 

Der Nachtigall Pfingstgesang

Zu Pfingsten sang die Nachtigall
nachdem sie Tau getrunken;
die Rose hob beim hellen Schall
das Haupt, das ihr gesunken!

O kommt ihr alle trinkt und speist,
ihr Frühlingsfestgenossen,
weil übers ird`sche Mal der Geist
des Herrn ist ausgegossen.

Die Himmelsjünger groß und klein
sind von der Kraft durchdrungen,
man hört sie reden insgemein
zu wunderbaren Zungen.

Und da ist kein Zung` am Baum
Kein Blatt ist da so kleines,
es redet auch mit drein im Traum
als sei`s voll süßen Weines.

Oh, Ihr Apostel gehet aus
Und predigt allen Landen
mit Säuselluft und Sturmesbraus
von dem, der ist erstanden!

Legt aus sein Evangelium,
auf Frühlingsau`n geschrieben,
daß er uns lieben will darum,
wenn wir einander lieben.

Wer liebend sich ans nächste hält
Und will nur das gewinnen,
umfaßt darin die ganze Welt,
und Gott ist mitten drinnen!

 

 

 
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)
Schweinfurt (De geboortestad van Rückert)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 8e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

08:36 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pinksteren, friedrich rückert, romenu |  Facebook |

16-05-14

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo, Olga Berggolts

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

A Valediction Forbidding Mourning

My swirling wants. Your frozen lips.
The grammar turned and attacked me.
Themes, written under duress.
Emptiness of the notations.

They gave me a drug that slowed the healing of wounds.

I want you to see this before I leave:
the experience of repetition as death
the failure of criticism to locate the pain
the poster in the bus that said:
my bleeding is under control

A red plant in a cemetary of plastic wreaths.

A last attempt: the language is a dialect called metaphor.
These images go unglossed: hair, glacier, flashlight.
When I think of a landscape I am thinking of a time.
When I talk of taking a trip I mean forever.
I could say: those mountains have a meaning
but further than that I could not say.

To do something very common, in my own way.

 

 

Prospective Immigrants Please Note

Either you will
go through this door
or you will not go through.

If you go through
there is always the risk
of remembering your name.

Things look at you doubly
and you must look back
and let them happen.

If you do not go through
it is possible
to live worthily

to maintain your attitudes
to hold your position
to die bravely

but much will blind you,
much will evade you,
at what cost who knows?

The door itself
makes no promises.
It is only a door.

 

 

Power

Living in the earth-deposits of our history

Today a backhoe divulged out of a crumbling flank of earth
one bottle amber perfect a hundred-year-old
cure for fever or melancholy a tonic
for living on this earth in the winters of this climate.

Today I was reading about Marie Curie:
she must have known she suffered from radiation sickness
her body bombarded for years by the element
she had purified
It seems she denied to the end
the source of the cataracts on her eyes
the cracked and suppurating skin of her finger-ends
till she could no longer hold a test-tube or a pencil

She died a famous woman denying
her wounds
denying
her wounds came from the same source as her power.

 

 
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

Lees meer...

16-05-13

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Adrienne Rich overleed op 27 maart van dit jaar op 82-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

 

Translations
December 25, 1972

 

You show me the poems ofsome woman
my age, or younger
translated from your language

 

Certain words occur: enemy, oven, sorrow
enough to let me know
she's a woman of my time

 

Obsessed

 

with Love, our subject:
we've trained it like ivy to our walls
baked it like bread in our ovens
worn it like lead on our ankles
watched it through binoculars as if
it were a helicopter
bringing food to our famine
or the satellite
of a hostile power

 

I begin to see that woman
doing things: stirring rice
ironing a skirt
typing a manuscript till dawn

 

trying to make a call
from a phonebooth

 

The phone rings endlessly
in a man's bedroom
she hears him telling someone else
Never mind. She'll get tired.
hears him telling her story to her sister

 

who becomes her enemy
and will in her own way
light her own way to sorrow

 

ignorant of the fact this way of grief
is shared, unnecessary
and political



 

 

De tijgers van tante Jennifer

 

De tijgers van tante pareren over een gaas

Bewoners van een groene wereld, helder topaas,

Ze vrezen de mannen niet onder de boom

Ze stappen vol zekerheid, trots en loom

 

De vingers van tante frutselen met wol en draad

En ivoren naald die stroef door het borduursel gaat

De trouwring van oom is het massief gewicht

Dat zwaar op tante Jennifer’s handen ligt.

 

Bij haar dood ligt haar hand vol schrik geklemd

In die ring, die beproeving die haar heeft getemd

De tijgers op het doek dat tante heeft gemaakt

Stappen fier verder: trots, onaangeraakt.

 

 

Vertaald door Maaike Meijer

 

 

 


Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Lees meer...

14-02-13

Ich liebe dich...(Friedrich Rückert), Ischa Meijer, Alexander Kluge, Piet Paaltjens, Robert Shea, Frank Harris

 

Bij Valentijnsdag

 

 

Sint Valentijn van Terni trouwt Sabino en Serapia

Glas-in-lood raam, Basilica di San Valentino, Terni

 

 


Ich liebe dich ...

 

Ich liebe dich, weil ich dich lieben muss ...
Ich liebe dich, weil ich nicht anders kann;
Ich liebe dich nach einem Himmelsschluss;
Ich liebe dich durch einen Zauberbann.

 

Dich liebe ich, wie die Rose ihren Strauch;
Dich liebe ich, wie die Sonne ihren Schein;
Dich liebe ich, weil du bist mein Lebenshauch;
Dich liebe ich, weil dich lieben ist mein Sein.

 

 

 

Friedrich Rückert (16 mei 1788 – 31 januari 1866)

Rückert monument in Schweinfurt

Lees meer...

16-05-12

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Adrienne Rich overleed op 27 maart van dit jaar op 82-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

 

Quarto
June 8, 2009

 

1.
Call me Sebastian, arrows sticking all over
The map of my battlefields. Marathon.
Wounded Knee. Vicksburg. Jericho.
Battle of the Overpass.
Victories turned inside out
But no surrender

Cemeteries of remorse
The beaten champion sobbing
Ghosts move in to shield his tears

 

2.
No one writes lyric on a battlefield
On a map stuck with arrows
But I think I can do it if I just lurk
In my tent pretending to
Refeather my arrows

I'll be right there! I yell
When they come with their crossbows and white phosphorus
To recruit me
Crouching over my drafts
lest they find me out
and shoot me

 

3.
Press your cheek against my medals, listen through them to my heart
Doctor, can you see me if I'm naked?

Spent longer in this place than in the war
No one comes but rarely and I don't know what for

Went to that desert as many did before
Farewell and believing and hope not to die

Hope not to die and what was the life
Did we think was awaiting after

Lay down your stethoscope back off on your skills
Doctor can you see me when I'm naked?

 

4.
I'll tell you about the mermaid
Gets legs for dancing Sheds swimmable tail
Sings like the sea with a choked throat
Knives straight up her spine
Lancing every step
There is a price
There is a price
For every gift
And all advice

 

 

Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

Lees meer...

16-05-11

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijnblog van 16 mei 2010

 

 

Living In Sin

 

She had thought the studio would keep itself;

no dust upon the furniture of love.

Half heresy, to wish the taps less vocal,

the panes relieved of grime. A plate of pears,

a piano with a Persian shawl, a cat

stalking the picturesque amusing mouse

had risen at his urging.

Not that at five each separate stair would writhe

under the milkman's tramp; that morning light

so coldly would delineate the scraps

of last night's cheese and three sepulchral bottles;

that on the kitchen shelf amoong the saucers

a pair of beetle-eyes would fix her own--

envoy from some village in the moldings...

Meanwhile, he, with a yawn,

sounded a dozen notes upon the keyboard,

declared it out of tune, shrugged at the mirror,

rubbed at his beard, went out for cigarettes;

while she, jeered by the minor demons,

pulled back the sheets and made the bed and found

a towel to dust the table-top,

and let the coffee-pot boil over on the stove.

By evening she was back in love again,

though not so wholly but throughout the night

she woke sometimes to feel the daylight coming

like a relentless milkman up the stairs.

 

 

 

Miracle Ice Cream

 

Miracle's truck comes down the little avenue,

Scott Joplin ragtime strewn behind it like pearls,

and, yes, you can feel happy

with one piece of your heart.

 

Take what's still given: in a room's rich shadow

a woman's breasts swinging lightly as she bends.

Early now the pearl of dusk dissolves.

Late, you sit weighing the evening news,

fast-food miracles, ghostly revolutions,

the rest of your heart.

 

 

 

Rural Reflections

 

This is the grass your feet are planted on.

You paint it orange or you sing it green,

But you have never found

A way to make the grass mean what you mean.

 

A cloud can be whatever you intend:

Ostrich or leaning tower or staring eye.

But you have never found

A cloud sufficient to express the sky.

 

Get out there with your splendid expertise;

Raymond who cuts the meadow does not less.

Inhuman nature says:

Inhuman patience is the true success.

 

Human impatience trips you as you run;

Stand still and you must lie.

It is the grass that cuts the mower down;

It is the cloud that swallows up the sky.

 

 

 

Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

 

Lees meer...

16-05-10

Adrienne Rich, Paul Gellings, Jakob van Hoddis, Friedrich Rückert, Lothar Baier, Juan Rulfo, Olga Berggolts, Olaf J. de Landell, Casper Fioole


De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore.

 

 

My Mouth Hovers Across Your Breasts 

 

My mouth hovers across your breasts

in the short grey winter afternoon

in this bed we are delicate

and touch so hot with joy we amaze ourselves

tough and delicate we play rings

around each other our daytime candle burns

with its peculiar light and if the snow

begins to fall outside filling the branches

and if the night falls without announcement

there are the pleasures of winter

sudden, wild and delicate your fingers

exact my tongue exact at the same moment

stopping to laugh at a joke

my love hot on your scent on the cusp of winter 

 

 

 

 

Our Whole Life 

 

Our whole life a translation

the permissible fibs

 

and now a knot of lies

eating at itself to get undone

 

Words bitten thru words

 

~~

 

meanings burnt-off like paint

under the blowtorch

 

All those dead letters

rendered into the oppressor's language

 

Trying to tell the doctor where it hurts

like the Algerian

who waled form his village, burning

 

his whole body a could of pain

and there are no words for this

 

except himself 

 

 

 

 

 

adrienne_rich
Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953.

 

 

De Sjoel van Enschede

 

Vaak wandel ik door deze stad

En ga dan naar de Prinsestraat

Ik kan het maar niet laten omdat

Daar de hemel op een voetstuk staat.

 

Het ruisen van een lindeboom

overstemt er alle stadsverkeer,

het wiegde mij laatst in een droom

en wie ik was wist ik niet meer.

 

Voor de deur stond een gebogen rug,

Een man zei: waar is mijn zoon?

En: zijn mijn vrouw en dochter terug?

Weet niemand waar ik woon?

 

Ik wandelde al vele dagen

en kwam steeds hier naartoe.

Geef antwoord op mijn vragen,

ik ben het wandelen moe.

 

 

Of zwijg, maar spaar mijn lief,

mijn dochter en mijn zoon;

hier sta ik, buig ik, zonder grief

in mijn naaktheid voor uw troon.

 

 

 

 

paulgellings
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook mijn blog van 17 mei 2006.

 

 

Das Veilchen ist aufgeblüht

 

Das Veilchen ist aufgeblüht,

Aber es duftet nicht,

Der Merz ist zu kalt und rauh.

Was fehlt dir, o krankes Gemüth?

Es fehlt dir der Freude Licht,

Es fehlt dir des Himmels Thau.

Das Veilchen ist aufgeblüht,

Aber es duftet nicht,

Der Merz ist zu kalt und rauh.

 

 

 

Der Freund hat Recht: Kein dunkler Schleier

 

Der Freund hat Recht: Kein dunkler Schleier

Soll mehr dein klares Bild verhangen;

Vor meinen Augen sollst du freier

Bekränzt mit lichten Rosen prangen,

Daß jeder Sonnenstral als Freier

 

Durchs Fenster zu dir mag gelangen.

Er werb’ um dich, und von der Leier

Des Vaters sei das Fest begangen:

Mein Kind hält seine Hochzeitfeier,

Und soll nicht vorm Erbleichen bangen.

 

 

 

 

Der Frühling spricht - Was siehst du mich so finster an

 

Was siehst du mich so finster an,

Als hätt’ ichs wahrlich dir gethan?

Es that’s der Tod mit seinen Frösten.

Hätt’ es des Winters Frost gethan,

So böt’ ich meinen Trost dir an,

So aber kann dich Gott nur trösten.

 

Doch sieh nur meine Blumen an!

Sie haben dir kein Leid gethan,

Und möchten, könnten sie’s, dich trösten.

Und nimmst du keinen Trost sonst an,

Denk: Auch um euch ists bald gethan,

Ihr alle sterbet auch in Frösten!

 

 

 

 

Friedrich_Rueckert_(Carl_Barth)
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

Portret door Carl Barth

 

 

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887.

 

 

Es hebt sich ein rosa Gesicht ...

 

Es hebt sich ein rosa Gesicht
Von der Wand.
Es strahlt ein verwegenes Licht
Von der Wand.
Es kracht mir der Schädel
Beim Anblick der Wand.
Es träumt mir ein Mädel
Beim Anblick der Wand.

 

O Wand, die in meine leblosen Stunden starrt
Wand, Wand, die meine Seele mit Wundern genarrt
Mit Langeweile und grünlichem Kalk
Mein Freund. Meiner Wünsche Dreckkatafalk.

 

Soeben erscheint mir der Mond
An der Wand.
Es zeigt mir Herr Cohn seine Hand
An der Wand.


Es schnattert wie Schatten
Pretiös an der Wand.

Verflucht an der Wand!
Und heut an der Wand!
Was stehen denn so viel Leut
An der Wand?

 

 

 

 

hoddis
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula.

 

Uit: Pedro Páramo (Vertaald door Dagmar Ploetz)

 

“Ich bin nach Comala gekommen, weil mir gesagt wurde, dass hier mein Vater lebt, ein gewisser Pedro Páramo. Meine Mutter hat mir das gesagt. Und ich habe ihr versprochen, ihn gleich nach ihrem Tod aufzusuchen. Ich habe ihr die Hände gedrückt, um das zu bekräftigen,

denn sie lag im Sterben und ich hätte alles versprochen.

»Versäume nicht, ihn zu besuchen«, trug sie mir auf, »er heißt so und so. Ich bin mir sicher, dass es ihn freuen wird, dich kennenzulernen.« Und da konnte ich nicht anders, ich sagte, ja, das würde ich tun, und ich sagte es so oft, dass ich es auch dann noch sagte, als ich meine Hände nur mit Mühe aus ihren toten Händen befreien konnte.

Davor hatte sie noch gesagt: »Bettle ihn ja nicht an. Fordere, was uns zusteht. Das, was er mir schuldig war und mir nie gegeben hat … Lass ihn teuer bezahlen, dass er uns im Stich gelassen hat, mein Sohn.«

»Das werde ich tun, Mutter.«

Aber ich dachte nicht daran, mein Versprechen zu halten. Bis ich auf einmal voller Träume war und die Illusionen mit mir durchgingen. Und so entstand in mir eine Welt rund um diese Hoffnung namens Pedro Páramo, den Mann meiner Mutter. Deshalb bin ich nach Comala gekommen.

Es war die Zeit der Hundstage, wenn der Augustwind heiß bläst, vergiftet vom fauligen Geruch der Seifenkrautblüten.

Der Weg ging auf und ab. „Er steigt auf oder ab, je nachdem ob man kommt oder geht. Für den, der geht, steigt er auf, für den, der kommt, hinab.“

»Wie, sagten Sie, heißt das Dorf, das man dort unten sieht?«

»Comala, Señor.«

»Sind Sie sicher, dass das schon Comala ist?«

»Ganz sicher, Señor.«

»Und warum sieht es so traurig aus?«

»Das sind die Zeiten, Señor.«

 

 

 

rulfo
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942.

 

Uit: Lob der Extreme - ein Rückblick aus dem Reich der Mitte

 

"Zwanzig Jahre nach 1968 wird die Frage diskutiert, ob die Revolte überhaupt mehr hinterlassen hat als die allmähliche Entfesselung individualistischer Triebregungen. Und wenn die Hinterlassenschaft hauptsächlich im Individualismus besteht, läßt sich fragen, ob sich die Geschichte der letzten vierzig Jahre den Umweg über 1968 nicht auch hätte sparen können. Denn es liegt auf der Hand, daß der Adenauersche Versuch, permanentes Wachstum mit der Restauration einer ständisch gegliederten, an traditionellen Werten orientierten Gesellschaft zu vereinen, so oder so zum Scheitern verurteilt war. Entfesseltes Wachstum verlangte auch nach dem entfesselten Konsumenten, der sich weder Kleiderordnungen noch Familienpflichten vorschreiben läßt. Ohne die Revolte und ihre rebellische Aura hätte sich die Modellierung des neuen, lustgetriebenen, anspruchsvollen, gegen jede kulturelle Bevormundung allergischen Konsumenten wahrscheinlich etwas langsamer durchgesetzt, aber durchgesetzt hätte sie sich in jedem Fall. Denn eine wachstumsfördernde Inlandsnachfrage kann sich nicht auf die Bedürfnisse kinderreicher Familien stützen, deren Haushaltsvorstände in den Regalen der Supermärkte nach Kartoffelbreisonderangeboten kramen. Sie braucht den Konsumenten, der dürre Bedürfnisse durch pralle Wünsche ersetzt hat und den Kaufakt selbst als befreienden Akt erlebt, durch den sich ihm die Welt als Spiegel seiner Sehnsüchte erschließt. Wenn die Revolte von '68 auch dazu beigetragen haben mag, in Gestalt des double-income-no-kids-Paares den idealen neuen Konsumverein zu formen, so lag seine Herausbildung jedenfalls im Zug der ökonomischen Entwicklung, und eine intensive Werbekampagne hätte möglicherweise das 68er Werk getan."

 

 

 

baier
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

To My Sister

 

I dreamt of the old house

where  I spent my childhood years,

and the heart, as before, finds

comfort, and love, and warmth.

 

I dreamt of Christmas, the tree,

and my sister laughing out loud,

from morning, the rosy windows

sparkle tenderly.

 

And in the evening gifts are given

and the pine needles smell of stories

And golden stars risen

are scattered like cinder above the rooftop.

 

I know that our old house

is falling into disrepair.

Bare, despondent branches

knock against darkening panes.

 

And in the room with its old furniture,

a resentful captive, cooped up,

lives our father, lonely and weary –

he feels abandoned by us.

 

Why, oh why do I dream of the country

where the love’s all consumed, all?

Maria, my friend, my sister,

speak my name, call to me, call…

 

 

 

Vertaald door Daniel Weissbort

 

 

 

Berggolts
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

Geen vlieg doorziet het vensterglas

 

Geen vlieg doorziet het vensterglas -
hij weet niet wat hem tegenhoudt.
Hij droomt van hoe het buiten was:
van warmte, lucht en zonnegoud.
Hij kent geen koude en geen angst;
hij klaagt het raadsel aan,
dat hem weerhoudt van levensvangst
en dat hem niet laat gaan.
Geen vlieg gelooft in 't wijze glas -
hij droomt van milde lucht
en zomergloed en verre vlucht
en hoe de vrijheid was.
Hij weet niets van geborgen zijn.
Daarvoor is hij te klein.

 

 

 

 

Landell
Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren in 1975. Zie ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

“Grebbelinie“

 

zij zet lijnen op haar lijf

zegt dit is een landschap

een google-map van de zuiderzee

die in mijn ogen schuimt

helemaal tot aan de berg

daar in het zuiden

ik loop haar na, traceer spakenburg

langs de eem tot amersfoort

bij leusden de dijk weer op

zuid zuid scherpenzeel

door het veen tot rhenen

tot de berg

deze lijnen zijn haar werken

deze kerf haar liniedijk

graven om in te sterven

en ik teken met mijn vinger

onze slagen, victorie en verlies

zij is mijn landschap

mijn bevochten natte grond

ze gaapt

dat als het bij topografie moet blijven

zij toch liever slapen gaat

-

de boel loopt onder

geen beginnen aan

 

 

 

 

casper_fioole
Casper Fioole (1975)

 

 

16-05-09

Adrienne Rich, Paul Gellings, Jakob van Hoddis, Friedrich Rückert, Lothar Baier, Juan Rulfo, Olga Berggolts, Casper Fioole, Olaf J. de Landell


De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook  mijn blog van 16 mei 2008.

 

 

Burning Oneself Out

  

We can look into the stove tonight

as into a mirror, yes,

 

the serrated log, the yellow-blue gaseous core

 

the crimson-flittered grey ash, yes.

I know inside my eyelids

and underneath my skin

 

Time takes hold of us like a draft

upward, drawing at the heats

in the belly, in the brain

 

You told me of setting your hand

into the print of a long-dead Indian

and for a moment, I knew that hand,

 

that print, that rock,

the sun producing powerful dreams

A word can do this

 

or, as tonight, the mirror of the fire

of my mind, burning as if it could go on

burning itself, burning down

 

feeding on everything

till there is nothing in life

that has not fed that fire

 

 

 

 

November 1968

  

Stripped

you're beginning to float free

up through the smoke of brushfires

and incinerators

the unleafed branches won't hold you

nor the radar aerials

 

You're what the autumn knew would happen

after the last collapse

of primary color

once the last absolutes were torn to pieces

you could begin

 

How you broke open, what sheathed you

until this moment

I know nothing about it

my ignorance of you amazes me

now that I watch you

starting to give yourself away

to the wind

 

 

 

 

Rich
Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook  mijn blog van 16 mei 2008.

 

 

Rivierenbuurt

 

Vanavond op de kaart gezien waar ik

het kind van ben. Hoe groot het is.

 

Wie niet begrijpt wat eenzaam is

moet daar een keer uit dwalen

gaan. Liefst na de laatste tram.

 

Pleinen over, waar portieken

gapen, stapels erkers zij aan

zij verrijzen in de nacht -

was Kafka architect geweest,

dan had hij dit bedacht:

toekomst veranderd in

verlatenheid. Nieuw in oud.

 

Wie niet begrijpt wat eenzaam is

moet daar een keer uit dwalen gaan.

Of thuis onder de lamp.

 

 

 

 

Lekstraat

 

De tramremise en de witte synagoge gaan,

voor wie er nog aan denkt, nooit samen.

Het zijn heel slechte buren. De een sluit

 

zijn gordijn, de ander altijd buiten en

voorgoed. Het krijsen in de bocht van

trams overstemt nog steeds het ijl geroep.

 

Toch is het hier vaak stil en met zichzelf in

harmonie. Dan ziet de tramremise wit en

weerklinkt onhoorbaar het gezang van toen.

 

Dan tekent zich een glimlach af, in erkers

en in trapportalen. Dan is alles weer voor

geluk bedoeld, zoals vroeger en voorgoed.

 

 

 

 

 

Gellings
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook  mijn blog van 16 mei 2008.

 

 

Andante

 

Aufblühen Papierwiesen

Leuchtend und grün,

Da stehen drei Kühe

Und singen kühn:

 

»O Wälder, o Wolken,

O farbige Winde,

Wir werden gemolken

Geschwinde, geschwinde ...

 

In goldene Eimer

Fließt unser Saft.

In farbige Reimer

Ergießt unsere Kraft.

 

Wir stehen hier, im Chor beisammen,

Auf knotigem Beine

Und die Kräfte der Erde sind

Angesammelt zu frohem Vereine.«

 

Sie bocken bei Tag und sie trillern bei Nacht.

 

 

 

 

 

VonHoddis
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook  mijn blog van 16 mei 2008. en ook mijn blog van 16 mei 2007 , en mijn blog van 17 mei 2006.

 

Uit: Kindertotenlieder

 

Der Liebe Leben ist schnell vollbracht

 

Der Liebe Leben ist schnell vollbracht,

Es keimet, es reift in einer Nacht;

Frühmorgens erwacht,

Noch eh du's gedacht,

Hüpfts Kindlein frisch

Durch Blütengebüsch,

Und regt die Glieder

Mit Macht, mit Macht.

Kommts Abendroth,

Ists Kindlein todt,

Es legt sich nieder,

Ersteht nicht wieder,

Ist nimmer erwacht,

Gute Nacht, gute Nacht!

Dein Lauf ist vollbracht,

Dein Grab ist gemacht,

Gute Nacht, gute Nacht!

 

 

 

 

 

So kurz war euer Beider Leben

 

So kurz war euer Beider Leben,

Von euch ist wenig zu berichten

In Staats- und Zeit- und Weltgeschichten;

Es muß, euch irgend zu erheben,

Der Leichenstein so wie daneben

Der Leichenprediger verzichten;

Und nur der Liebe könnt ihr geben

Stoff zu unendlichen Gedichten.

 

 

 

 

 

Rueckert
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

Standbeeld in Schweinfurt

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

Uit: Eine Art schattenloser Existenz

 

“Aber es ist nicht dieser Ich-Erzähler, der die Figur des Westdeutschen Jörn dazu bringt, die abgesunkene Erinnerung an die in Thüringen verbrachte Kindheit hervorzuholen, es ist die durch die Vereinigung möglich gewordene intensive Berührung mit ostdeutschen Landschaften. Viel mehr noch als zu der Kindheitsstadt Erfurt fühlt Jörn sich zu Plätzen hingezogen, mit denen ihn biographisch gar nichts verbindet, an denen er aber eine ihn fesselnde Überlagerung von Vergangenheit und Gegenwart entdeckt. Ein solcher Platz ist der märkische Flugplatz Reinberg, der seit der Vereinigung neuentstandenen Flugsportvereinen mit ihrem Segelflug- und Drachenbetrieb Unterkunft bietet, der aber nicht verbergen kann, dass von seiner Piste jahrzehntelang sowjetische Militärmaschinen gestartet waren. Vorhanden sind noch neben zwei uralten Antonow-Doppeldeckern die kaum aus der Erde ragenden gepanzerten Hangars der MIGs, doch waren die Bunker von der Roten Armee nur übernommen worden, davor hatten sie Görings Luftwaffe als Versteck für die Messerschmidtjäger gedient. Die Konfrontation mit dieser im Osten aufgefundenen Unwirklichkeit belebt auf einmal eine Erinnerungsfähigkeit wieder, die sich nie zuvor so stark herausgefordert sah. "Jörn ließ das Geschehen auf dem Flugplatz und in der Luft nicht aus den Augen, zugleich erzählte er weiter, und dabei schien es, als ginge in seinem Kopf die Gegenwart, wie er sie augenblicklich wahrnahm, neben den vergangenen Zeiten her, von denen er erzählte. Mitunter war es so, als bringe ihn eine Wahrnehmung auf die Spur zu einer Erinnerung hin, und dann konnte es sein, dass sich zwischen der Erinnerung und dem gegenwärtigen Augenblick eine Beziehung zu erkennen gab. Aber nicht immer waren solche Korres pondenzen offenkundig, meistens entstanden sie auf vage, unbestimmte Weise, ohne dass ein unmittelbarer Zusammenhang sie erklärte.”

 




Baier
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

Uit: No Dogs Bark (Vertaald door George D. Schade)

 

“The long black shadow of the men kept moving up and down, climbing over rocks, diminishing and increasing as it advanced along the edge of the arroyo. It was a single reeling shadow.The moon came out of the earth like a round flare."We should be getting to that town, Ignacio. Your ears are uncovered, so try to see if you can't hear dogs barking. Remember they told us Tonaya was right behind the mountain. And we left the mountain hours ago. Remember, Ignacio?""Yes, but I don't see a sign of anything."

"I'm getting tired."

"Put me down."

The old man backed up to a thick wall and shifted his load but didn't let it down from his shoulders. Though his legs were buckling on him, he didn't want to sit down, because then he would be unable to lift his son's body, which they had helped to sling on his back hours ago. He had carried him all this way.

"How do you feel?"

"Bad."

Ignacio didn't talk much. Less and less all the time. Now and then he seemed to sleep. At times he seemed to be cold. He trembled. When the trembling seized him, his feet dug into his father's flanks like spurs. Then his hands, clasped around his father's neck, clutched at the head and shook it as if it were a rattle.

The father gritted his teeth so he wouldn't bite his tongue, and when the shaking was over he asked, "Does it hurt a lot?"

"Some," Ignacio answered.

First Ignacio had said, "Put me down here-- Leave me here-- You go on alone. I'll catch up with you tomorrow, or as soon as I get a little better." He'd said this some fifty times. Now he didn't say it.

There was the moon. Facing them. A large red moon that filled their eyes with light and stretched and darkened its shadow over the earth.”

 

 

 

 

Rulfo
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zij studeerde filologie en werkte na haar studie aan de universiteit van Leningrad als correspondente in Kazachstan. Haar eerste boeken schreef zij nog voor kinderen en jongeren. In het begin van de jaren dertig volgden verhalen over de opbouw van hte socialisme. Bekend werd zij echter met haar gedichtenbundels waarin zij haar ervaringen uit het belegerde Leningrad tijdens WO II verwerkte. Ook hield zij toespreken voor de radio in deze periode die na de oorlog gebundeld werden.

 

 

 

The Answer

 

But I tell you that there are not

The years, that I for empty hold,

The ways, without a goal set,

The messages that nothing had.

There’re not the worlds, I ever lost,

The gifts, I gave without good thoughts,

There’s not a love that’s a mistake,

That is deceived, that’s a heart’s ache –

Its everlasting clear light

All over glows in my heart.

And it is never late once more

To start all life in the new world –

Such, that in toilsome days of yore,

To cross not any moan or word.

 

 

 

The Hope

 

I still have a hope to come back to my life 

Just having waked up at the morn, good enough, –

At early, light one – all in crystal-clear dew –

Where boughs are set in the brilliant hue,

Where lakes of sundew in the thickets lie spread,

Reflecting the cloud’s alacritous tread,

And I, gently linking with my youthful face,

Behold a droplet as a wonder and grace,

And run tears of joy, and so easy to feel,

To see all the distance so far as I will…

And I’m still believe that this good early morning

Of coolness and glow will come back to me –

To me – to the bagger in joyless wise roaming,

Dared not to be happy, to sob and appeal.

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 

 

berggolts
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren in 1975. Naast het aan papier toevertrouwen van taalconstructies, houdt hij zich ook bezig met het voordragen van gedichten. Hij doet dit op poëziepodia, op slam-toernooien en tijdens de evenementen die hij organiseert met Dichtgroep Tegenzin die hij in het voorjaar van 2005 oprichtte. Sinds juni 2007 organiseert hij zijn eigen taalpodium: Podium Plankenkoorts. Casper Fioole won de slam (ersfoort) jaarfinale 2006. Hij woont in Utrecht.

 

 

 

Wat van jou was

Nu je steeds meer in de dingen kruipt
tussen boeken, in de kast
noem ik de vreemdste voorwerpen
bij jouw naam.

Ik pak je op en smijt je
in een schoenendoos
of in een uitgelichte vitrine
of uit het raam.

Ik maak
wat je aanraakte
net zo oud als jij
en mijn herinnering.

Ik zal je steeds meer
in de dingen dwingen
zodat, hoewel jij weg ging
ik bepaal hoe ver

 

 

 

 

 

fiole
Casper Fioole (1975)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook ook mijn blog van 16 mei 2008.

 

De Nederlandse schrijver
Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

16-05-08

Adrienne Rich, Jakob van Hoddis, Friedrich Rückert, Olaf J. de Landell, Paul Gellings, Lothar Baier, Juan Rulfo


De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

 

In a Classroom

 

Talking of poetry, hauling the books
arm-full to the table where the heads
bend or gaze upward, listening, reading aloud,
talking of consonants, elision,
caught in the how, oblivious of why:
I look in your face, Jude,
neither frowning nor nodding,
opaque in the slant of dust-motes over the table:
a presence like a stone, if a stone were thinking
What I cannot say, is me. For that I came.

 

 

 

 

 

My Mouth Hovers Across Your Breasts

 

My mouth hovers across your breasts
in the short grey winter afternoon
in this bed we are delicate
and touch so hot with joy we amaze ourselves
tough and delicate we play rings
around each other our daytime candle burns
with its peculiar light and if the snow
begins to fall outside filling the branches
and if the night falls without announcement
there are the pleasures of winter
sudden, wild and delicate your fingers
exact my tongue exact at the same moment
stopping to laugh at a joke
my love hot on your scent on the cusp of winter

 

 

 

 

rich25
Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

Morgens

 

Ein starker Wind sprang empor.
Öffnet des eisernen Himmels blutende Tore.
Schlägt an die Türme.
Hellklingend laut geschmeidig über die eherne Ebene der Stadt.
Die Morgensonne rußig. Auf Dämmen donnern Züge.
Durch Wolken pflügen goldne Engelpflüge.
Starker Wind über der bleichen Stadt.
Dampfer und Kräne erwachen am schmutzig fließenden Strom.
Verdrossen klopfen die Glocken am verwitterten Dom.
Viele Weiber siehst du und Mädchen zur Arbeit gehn.
Im bleichen Licht. Wild von der Nacht. Ihre Röcke wehn.
Glieder zur Liebe geschaffen.
Hin zur Maschine und mürrischem Mühn.
Sieh in das zärtliche Licht.
In der Bäume zärtliches Grün.
Horch! Die Spatzen schrein.
Und draußen auf wilderen Feldern
singen Lerchen.

 

 

 

HoddisJakobvan1914
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ?
1942)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

 

Wo sonst ich im Frühlingswind

 

Wo sonst ich im Frühlingswind

Flocht Kränze mit dir, mein Kind,

Wie pflegt' ich zu theilen? Sprich

Die Dorne für mich,

Die Rose für dich!

Ich theilte wol väterlich.

 

Und als du im Winterwind

Mir flogest hinweg, mein Kind,

Wie hast du getheilet? sprich!

Die Rose für dich,

Die Dorne für mich!

Du theiltest untöchterlich.

 

Nun flecht' ich im Frühlingswind

Dir wieder den Kranz, mein Kind,

Wie soll ich nun theilen? Sprich!

Die Rose für dich!

 

 

 

 

Die kein Weh gethan auf Erden

 

Die kein Weh gethan auf Erden,

Muß nun leiden diese Wehn;

Daß sie dir erträglich werden,

Denke, daß sie auch vergehn.

 

Wenn das Leben überwindet,

Und sie blühet frisch und jung;

Dir und ihr wie bald verschwindet

Dieser Kämpf Erinnerung.

 

Aber wenn sie unterlieget

Dieser Noth und Todespein;

Wo sie dort als Engel flieget,

Wird es auch vergessen sein.

 

 

 

 

rueckert
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

Uit: Het Klooster van de Lichtgroene Paters

“Als ik nou doodga vlieg ik regelrecht naar God!” zei Rogier, op z’n rug drijvend.
“Ik geloof niet dat het netjes is,” betoogde Angelo vroom, “zo in je blote speelgoedwinkel voor de Opperste te verschijnen. Ik zal je eventueel een bosje riet meegeven.”
Doch Rogiers geloof ging veel dieper. “God vindt het enig me zonder kleren te zien,” zei hij. “Hij heeft de hele zaak zelf in elkaar gedraaid, moet je denken!”

 

 

 

Landell
Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

 

TERUGKEER

Daar ben je weer, Anne, voor altijd
terug op dat vredige Merwedeplein,
dat je tegelijk voor altijd verlaat
op weg naar een onontkoombare trein.

Je staat daar zo trots en verstandig
en bijna vergevingsgezind,
geflankeerd door bosschages,
niet jong meer en toch nog een kind.

De Wolkenkrabber strijkt ‘s morgens
met zijn schaduw over je hoofd,
en later glanst weer dat lachje
om alles wat ze je hadden beloofd:

een huis om te dromen en een leven
vol boeken, reizen en hartstocht,
een wereld waarin de mensheid
haar ziel nooit meer verkocht.

In brons kijk je nu met de ogen
van die andere wereld op ons uit.
Welkom terug, Anne, op het plein
waar je woonde in Amsterdam-Zuid

 

 

 

 

MERWEDEPLEIN

 

Delta met baaitje, nauwelijks vloed

in het groen waarvan het geruis

de stad overstemt. Laatste

rustplaats zonder gedenksteen.

In deze rust tuimelt geen kind van

het klimrek. Gevels blijven hier

maskers, geven geen troost.

Alleen kronkelen takken omhoog

als armen. Of rails, op een dag

in de lucht gevlogen.

Behalve het silhouet van twaalf

etages, de Wolkenkrabber, als

rots uit de bodem geperst. Of

een fabriek, op leven gestookt.

 

 

 

Gellings
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942.

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula.

 

 

16-05-07

Adrienne Rich, Jakob van Hoddis, Friedrich Rückert, Olaf J. de Landell, Paul Gellings, Juan Rulfo, Lothar Baier


De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zij  schreef aanvankelijk volgens de in de jaren vijftig gangbare, door de zeventiende eeuwse Engelse dichters, geïnspireerde opvattingen over poëzie. In de jaren zestig liet zij rijm en strikte vormen varen; zij schreef over persoonlijke ervaringen en raakte betrokken bij de radicaal politieke beweging, in de jaren zeventig bij het feminisme.

 

 

For the Dead

 

I dreamed I called you on the telephone

to say: Be kinder to yourself

but you were sick and would not answer

 

The waste of my love goes on this way

trying to save you from yourself

 

I have always wondered about the left-over

energy, the way water goes rushing down a hill

long after the rains have stopped

 

or the fire you want to go to bed from

but cannot leave, burning-down but not burnt-down

the red coals more extreme, more curious

in their flashing and dying

than you wish they were

sitting long after midnight

 

 

From a Survivor

 

The pact that we made was the ordinary pact

of men & women in those days

 

I don't know who we thought we were

that our personalities

could resist the failures of the race

 

Lucky or unlucky, we didn't know

the race had failures of that order

and that we were going to share them

 

Like everybody else, we thought of ourselves as special

 

Your body is as vivid to me

as it ever was: even more

 

since my feeling for it is clearer:

I know what it could and could not do

 

it is no longer

the body of a god

or anything with power over my life

 

Next year it would have been 20 years

and you are wastefully dead

who might have made the leap

we talked, too late, of making

 

which I live now

not as a leap

but a succession of brief, amazing movements

 

each one making possible the next

 

 

 

Rich
Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van was Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Na zijn middelbare school studeerde Jakob van Hoddis architectuur in München, Grieks en filosofie in Jena en Berlijn. Tijdens zijn studie maakte hij kennis met Kurt Hiller, met wie hij (samen met onder meer Erwin Loewenson) in 1909 de Neue Club oprichtte in Berlijn. Wat later werd het Neopathetischen Cabarets, waaraan ook Georg Heym had bijgedragen, in Berlijn opgericht. Er werden dan verscheidene keren literaire avonden georganiseerd, waarbij Hoddis vaak uit eigen werk voorlas. Reeds eind 1912 vertoonde hij de eerste tekenen van schizofrenie. Sinds 1914 leefde hij in klinieken en gestichten. In 1942 werd hij door de nationaal-socialisten eerst in een joods gesticht in de buurt van Koblenz gedeporteerd en wat later werd hij door hen in het kamp Sobibór vermoord. Hij werd vooral bekend dankzij zijn gedicht 'Weltende', dat in 1911 in het Berlijnse weekblad Der Demokrat verscheen.

 

Weltende

 

Dem Bürger fliegt vom spitzen Kopf der Hut,

In allen Lüften hallt es wie Geschrei,

Dachdecker stürzen ab und gehn entzwei

Und an den Küsten - liest man - steigt die Flut.

Der Sturm ist da, die wilden Meere hupfen

An Land, um dicke Dämme zu zerdrücken.

Die meisten Menschen haben einen Schnupfen.

Die Eisenbahnen fallen von den Brücken.

 

 

Der Todesengel

 

I

 

Mit Trommelwirbeln geht der Hochzeitszug,
in seidner Sänfte wird die Braut getragen,
durch rote Wolken weißer Rosse Flug,
die ungeduldig goldne Zäume nagen.

 

Der Todesengel harrt in Himmelshallen
als wüster Freier dieser zarten Braut.
Und seine wilden, dunklen Haare fallen
die Stirn hinab, auf der der Morgen graut.

 

Die Augen weit, vor Mitleid glühend offen
wie trostlos starrend hin zu neuer Lust,
ein grauenvolles, nie versiegtes Hoffen,
ein Traum von Tagen, die er nie gewußt.

 

 

 

Hoddis
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788.  Hij studeerde aan de universiteit van Würzburg. Van 1811-1812 werkte hij als privaatdocent klassieke filologie in Jena, waar Friedrich von Schlegel Rückerts passie voor de Oosterse wereld deed oplaaien. Deze passie resulteerde in heel wat vertaalwerk van Rückert uit het Perzisch. Zo zette hij bijvoorbeeld de Perzische liederen van de dichter Hafis om naar het Duits in zijn bundel Östliche Rosen (1822): wijn, liefde en levensgenot vormen de ingrediënten van deze dichtbundel. Door op die manier heel wat Oosters gedachtegoed in de Duitse poëzie te brengen, heeft hij die enorm verrijkt. Rückert is tevens de schrijver van de 114 Kindertotenlieder, waarvan een aantal later door Gustav Mahler op muziek werden gezet.

 

Zie ook mijn blog van 17 mei 2006.

 

Uit: Kindertotenlieder

 

Erwach, o Licht des Gesanges,
O Licht der Erinnerung!
Rings am Himmel ist banges
Gewölk der Trauer genung.

Es soll in meinem Herzen
Nicht auch noch finster seyn.
Dazu in der Nacht hat man Kerzen,
Wenn aus ist Sonnenschein.

Den Schein der Sonn' ersetzen,
O Kerze, kannst du nicht;
Doch kann das Auge sich letzen
An keinem anderen Licht.

Ich zag' ums Herz, wie lang es
Ist ohne Freudenschwung;
Erwach, o Licht des Gesanges,
O Licht der Beseligung!

Wach, holden Überschwanges,
O Licht der Erinnerung,
Bis ich beschwichtigten Dranges
Schlaf ein in Dämmerung!

 

 

Uit: Ghaselen des Mewlana Dschelaleddin Rumi

 

Obgleich die Sonn' ein Scheinchen ist deines Scheines nur,
    Doch ist mein Licht und deines ursprünglich eines nur.
Ob Staub zu deinen Füßen der Himmel ist, der kreist;
    Doch eines ist und eines mein Sein und deines nur.
Der Himmel wird zu Staube, zum Himmel wird der Staub;
    Und eines bleibt und eines dein Wesen, meines nur.
Wie kommen Lebensworte, die durch den Himmel gehn,
    Zu ruhn im engen Raume des Herzenschreines nur?
Wie bergen Sonnenstrahlen, um heller aufzublühn,
    Sich in die spröden Hüllen des Edelsteines nur?
Wie darf, Erdmoder speisend, und trinkend Wasserschlamm,
    Sich bilden die Verklärung des Rosenhaines nur?
Herz, ob du schwimmst in Fluten, ob du in Gluten glimmst,
    Flut ist und Glut ein Wasser; o sei du reines nur.
O Mewlana! Am Morgen wacht' ich mit dir, und sah:
    Mein Auge, statt voll Thränen, voll Himmelsweines nur

 

 

 

rueckert
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell pseudoniem van Jan Bernard Wemmerslager van Sparwoude) werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. In 1935 verscheen zijn eerste roman "Wij moderne menschen", waarvan er niet zo heel veel van zijn verkocht. In de Tweede Wereldoorlog had zijn uitgever hem aangemeld voor de Kultuurkamer, en dat kwam hem na de oorlog te staan op een jaar publicatieverbod. Hij werd een beetje bekender toen zijn boek "De appels bloeien" uit 1950 een aanmoedigingsprijs kreeg bij het inzenden voor het boekenweekgeschenk. Helemaal in de wolken was hij toen hij een jaar later met "De porseleintafel" de eerste plaats kreeg: boekenweekgeschenk 1951. Hij won f 2000,- . Vanaf 1966 begon hij langzaam meer boeken te verkopen, ook al werd hij niet echt erkend als "groot schrijver". In 1974 tot en met 1976 verscheen zijn meest bekende werk, de trilogie over de Porseleinboom. Verder heeft de Landell ook in talrijke tijdschriften korte verhalen geschreven.

 

Uit : De dief stelen

 

“Wat vreemd eigenlijk, dat het mensdom volwassenheid beschouwd als een winst.

Want als de mens volwassen is, heeft hij al zijn onbevangenheid, dus grote dosis eerlijkheid, en veel uitingskracht verloren.

Kijkt U eens op straat naar het jongetje, dat plotseling een sprong in de hoogte doet, met zijn armen klapt en “kukeleku” roept.

Zou u dat doen, doe ik het?

Wij zijn volwassen.”

 

 

Landell
Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953.  Van 1978 tot 1982 was hij als wetenschappelijk ambtenaar verbonden aan het Romaans Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 1993 is hij als docent Frans werkzaam aan de Thorbecke Scholengemeenschap te Zwolle. Daarbij wijdde hij zich vanaf 1985 aan zijn doctoraalopleiding Franse letterkunde, welke hij in 1987 afsloot. In de jaren 1985-1998 werkte hij intensief samen met literair café 'In de Sinnepoppen' te Zwolle, waar hij veelvuldig betrokken was bij voorleesavonden en andere evenementen. Gellings publiceert regelmatig poëzie, novellen, artikelen in literaire tijdschriften als Hollands Maandblad, De Gids, Bzzletin en Tirade. Daarnaast is hij werkzaam als literatuurrecensent bij De Stentor en het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Gebloemleesd werk o.m. in Meulenhoffs Dagkalender en 'De dikke Komrij'.

In 2003 heeft Gellings, samen met Jos Wiersema, de website Zuidelijke Wandelweg in het leven geroepen. De website is gebaseerd op de roman Zuidelijke Wandelweg en gaat over de Amsterdamse Rivierenbuurt. In april 2004 werd Gellings voor een periode van twee jaar benoemd tot eerste stadsdichter van Zwolle.

 

 

Terug naar Eden

over de tuin van Harry Pierik

Het land waar het begon is nagenoeg bestraat,
de tuin bijna onvindbaar sinds de dag dat we
in de brandende zon moesten vertrekken.

De verrassing was dus overweldigend
om hier tussen de huizen ons paradijs
zonder distels, zonder duivels
ongeschonden aan te treffen.

Met paden die stromen als rivieren, met
bomen die bloesemen en vruchten dragen,
alsof de tijd is opgerold naar het begin.

Maar zo gaat het hier: eenmaal binnen
ontdek je in de struiken het verre land
van toen, waar valleien ruisen en voorbij
het groen de oude horizon weer lokt.

Of je vindt achter een gordijn van rozen
een uitgegraven schaduw die naar aarde
ruikt, zomers in het bos waar het begon.

 

 

Februari

 

Mijn kalender op een kier gezet
en alvast geroken aan
onzichtbaar groen.

 

Mijn oor op het papier gelegd
en geluisterd naar het lied
van ieder jaar.

 

Begraven in het flets gazon
schopt de krokus, wentelt
zich de narcis.

 

Deze dagen niet verscheuren, maar
koesteren als een raam met
zicht op zilver water.

 

Avond aan avond nog de stilte van
het wachten, de aarde houdt zich
in, geen kat schreeuwt

 

om gezelschap en van takken
trilt alleen de schaduw
in de maan.

 

Zo vluchtig deze tijd, een altijd
nieuw seizoen, dat ik in huis
haal om te vangen.

 

 

 

Gellings
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula.Hij groeide op in de nadagen van de Mexicaanse revolutie. Hij schreef, naast Pedro Páramo, verhalen en filmscripts. In 1980 ontving hij de Nationale Literatuurprijs van Mexico. Met Pedro Páramo vestigde deze Mexicaanse schrijver in één klap zijn roem als een van de belangrijkste Zuid-Amerikaanse schrijvers.

 

Uit: Pedro Páramo

“I saw that there was no one, although I kept hearing what sounded like the murmur of many people in a market.  A constant buzz without rhyme or reason, similar to that which is made by the wind rustling the branches of a tree in the night, when neither the tree nor the branches can be seen though their whispers can be heard.  I didn’t dare take another step.  I began to feel that the murmuring was getting closer and circling me like a swarm until I was able to make out a few words, almost void of sound: ‘Pray to God for us.’ That’s what I heard them telling me.”

 

 

Rulfo
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Hij studeerde Duitse taal en letterkunde, filosofie en sociologie. Baier schreef literatuurkritieken en essays. Hij was medeoprichter van het tijdschrift "Text und Kritik". Lothar Baier vertaalde werk van de Franse schrijvers Paul Nizan, André Breton en Georges Simenon. Vooral zijn vertalingen van de vroege werken van Jean-Paul Sartre baarden veel opzien in het Duitse taalgebied. Baier ontving in 1982 de Jean-Améry-Preis voor essays en in 2003 de Gerrit-Engelke-Preis. Hij publiceerde o.a. in Merkur, Kursbuch en Deutschlandfunk.

 

Uit: Keine Zeit. 18 Versuche über die Beschleunigung

 

“Keine Zeit! Die Leute im Kino biegen sich vor Lachen, wenn auf der Leinwand ein Stadtstreicher zwei anderen Stadtstreichern, die mit ihm ein Schwätzchen halten wollen, zuruft: »Je n’ai pas le temps!« Ein Penner in Eile, das gibt es nicht und ist deshalb zum Brüllen komisch. Der Mann will sich gegenüber seinen Kameraden in der Misere nur zu etwas Besserem machen, zu einem Verwandten der vielen ordentlich beschäftigten Zeitgenossen, die durch den Tag hetzen, von Termin zu Termin. Die Leute im Kino, Zuschauer des Film Joyeux calvaire 1 von Denys Arcand, Regisseur der auch außerhalb Kanadas bekannt gewordenen Spielfilme Jésus de Montréal und Le déclin de l’empire américain (»Jesus von Montreal« und »Der Untergang des amerikanischen Imperiums«), biegen sich vor Lachen. Sie lachen, wie wenn sie sich über eine Figur amüsierten, die sich das falsche Kostüm angezogen hat und es nicht merkt. Doch der Penner macht kein Theater, er weiß, was er sagt. Der Film läßt ihn eine ernst und wörtlich zu nehmende Einsicht aussprechen.”

 

 

BAIER
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

17-05-06

Friedrich Rückert en Miguel Declercq


Friedrich Rückert werd op 16 mei 1788 in Schweinfurt geboren. Hij was een taalgenie en een veelschrijver die zijn gelijke niet kent, maar dat heeft zijn blijvende roem eerder tegengewerkt dan bevorderd. Ook een zeer vlijtige hedendaagse lezer stuit dan al gauw op de grenzen van zijn opnamecapaciteit. Bovendien heeft veel van zijn werk een didactisch karakter (waar de omstandigheid dat hij 10 kinderen had niet vreemd aan zal zijn). Zin beroemdste werk in dit verband is  de Weisheit des Brahmanen dat in de periode 1836 – 38 verscheen in zes delen.

 

Populair werd hij met zijn Geharnischten Sonetten die hij onder het pseudoniem Freimund Reimar schreef tegen de napoleontische bezetting. Deze sonnetten werden echter pas later, na de beeindiging van de “ Befreiungskriege“ gepubliceerd. Aangrijpend zijn de Kindertotenlieder waarin hij klaagt over de vroegtijdige dood van twee van zijn lievelingskinderen in 1833/34. Verschillende van deze gedichten zijn door Mahler op muziek gezet en zo bij een groter publiek bekend gebleven. Wat echter minder mensen weten is dat hij wel meer dan 400 van deze Kindertotenlieder schreef. Rückert stierf op 31 januari 1866.

 

Uit de Kindertotenlieder:

Du bist ein Schatten am Tage
Und in der Nacht ein Licht;
Du lebst in meiner Klage
Und stirbst im Herzen nicht.

Wo ich mein Zelt aufschlage
Da wohnst Du bei mir dicht;
Du bist mein Schatten am Tage
Und in der Nacht mein Licht.

Wo ich auch nach Dir frage
Find ich von Dir Bericht,
Du lebst in meiner Klage
Und stirbst im Herzen nicht.

Du bist ein Schatten am Tage
Und in der Nacht ein Licht;
Du lebst in meiner Klage
Und stirbst im Herzen nicht. 

                 *

 Wenn dein Mütterlein

 tritt zur Tür herein,

 Und den Kopf ich drehe,

 ihr entgegen sehe,

 Fällt auf ihr Gesicht

 erst der Blick mir nicht,

 Sondern auf die Stelle,

 näher nach der Schwelle,

 Dort, wo würde dein

 lieb Gesichten sein,

 Wenn du freudenhelle

 trätest mit herein,

 Wie sonst, mein Töchterlein.

 

 Wenn dein Mütterlein

 tritt zur Tür herein,

 Mit der Kerze Schimmer,

 ist es mir, als immer

 Kämst du mit herein,

 huschtest hinterdrein,

 Als wie sonst ins Zimmer!

 O du, des Vaters Zelle,

 Ach, zu schnelle

 erloschner Freudenschein!

 

Uit de Geharnischte Sonnette:

 

Was schmiedst du, Schmied? »Wir schmieden Ketten, Ketten!«
Ach, in die Ketten seid ihr selbst geschlagen.
Was pflügst du, Bau'r? »Das Feld soll Früchte tragen!«
Ja, für den Feind die Saat, für dich die Kletten.
   

Was zielst du, Schütze? »Tod dem Hirsch, dem fetten.«
Gleich Hirsch und Reh wird man euch selber jagen.
Was strickst du, Fischer? »Netz dem Fisch, dem zagen.«
Aus eurem Todesnetz wer kann euch retten?
   

Was wiegest du, schlaflose Mutter? »Knaben.«
Ja, dass sie wachsen und dem Vaterlande,
Im Dienst des Feindes, Wunden schlagen sollen.
   

Was schreibest, Dichter, du? »In Glutbuchstaben
Einschreib' ich mein und meines Volkes Schande,
Das seine Freiheit nicht darf denken wollen.«   

 

 

Dit werd vertaald door ons aller Nicolaas Beets, maar hij vermocht de vorm van het sonnet daarbij niet te behouden!

Onder ’t vreemde juk

(Uit Rückert’s Geharnischte Sonnette, verechenen ten jare 1814.)

 

Wat smeedt gij, Smid? „Wij smeden enkel keetnen.”
Helaas, uw eigen hand omklemt een boei.”
Wat ploegt gij Boer?
„Opdat de veldvrucht groei!”
Ja, voor den vijand tarw, voor u brandneetlen

 

Wat zoekt gij, Weiman? „Haar en veer, ten buit.”
Hoor ’t jachtrumoer van die Uw leven zoeken.
Wat doet gij, Visscher?
„’t Watervolk verkloeken.”
Wie breekt het net; dat om uw leden sluit?

 

Wat wiegt gij, Moeders! en verbiedt u ’t slapen ?
„Een frissche teelt van forsch gespierde knapen.”
Ja om, in ’s Vreemdlings dienst, hun Vaderland
Ten bloede toe te slaan met eigen hand.

 

Wat schrijft gij, Dichter? „’k Grif in gloênde letteren
Mijn eigen en mijns volks ondelgbre schand,
Dat wij aan onzen kerkerwand
De onteerde hoofden niet verpletteren!”  

 

Nicolaas Beets

 

 

Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

En zomaar, omdat ik hem door een typfout in Google ineens tegen kwam:

Miguel Declercq (Oostende 1976) publiceerde gedichten in de meest diverse literaire tijdschriften; van kleine, soms gefotokopieerde blaadjes, over Deus Ex Machina en Yang, tot Nederlandse bladen als De Revisor, Maatstaf en Parmentier. Vooral Yang speelde een belangrijke rol in de 'ontdekking' van Declercq. Behalve poëzie publiceerde hij in Yang ook een fragment uit de roman waaraan hij werkte. Dat werd opgemerkt door uitgeverij De Arbeiderspers. Redacteur Peter Nijssen belde Declercq op en nodigde hem uit voor een gesprek in Amsterdam. Bij die afspraak had Declercq zijn poëziebundel Person@ges meegebracht. De Arbeiderspers besliste om die poëziebundel eerst uit te geven. Pas later vernam Miguel Declercq dat Bart Vanegeren, toen scout voor De Arbeiderspers, de uitgever op zijn tijdschriftenpublicaties gewezen had. Na Person@ges in 1997 verschijnt de roman Wat Chloé overkwam in het voorjaar 1999 bij De Arbeiderspers. Person@ges werd bekroond met de Hugues C. Pernath-prijs.

 


Condomen, geld, placebo's, sigaretten, keelgeluid,
een yoghurtwitte ladyshave, meringueputti, vier
oranjeschillen, chips, prothesen, een injectiespuit,
frambozen door een blik omarmd, een glitterjurk, papier,
pantoffelhouten kelkenbakjes, hasjiesj, nagellak,
een jampot die bonbons bevat, een serpentinepruik,
madonna van de sites, gelei, Flaubert, een lip, Balzac,
een watertrampolinebed, een glazen onderbuik,
muziek, ivoren oorringen, een linnenkist, een leeg
aquarium met kalkaanslag, rood ondergoed, een blauw
tapijt, een rocking chair, gebak, omhuld met bladerdeeg,
een dobbelsteen, bottines, snippers, as en vliegertouw
verblijven hier onaangetast. Er is geen hand die duidt.
Quarkmatig zwermt het avondlicht over de kamer uit.

 

 

Miguel Declercq  ( uit: Person@ges (1997)  

 

 

 

Miguel Declercq
  

 

 

 

21:57 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: friedrich ruckert, miguel declercq |  Facebook |