16-06-16

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Theo Thijssen, Casper Fioole, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Die Geschichte der Baltimores

„Morgen muss mein Cousin Woody ins Gefängnis. Dort wird er die nächsten fünf Jahre seines Lebens verbringen.
Schon auf der Fahrt vom Flughafen in Baltimore zum Haus meines Onkels Saul in Oak Park, wo Woody seine Jugend verbrachte und wir ihm an seinem letzten Tag in Freiheit Gesellschaft leisten wollen, male ich mir aus, wie er durch das Gittertor der imposanten Strafvollzugsanstalt von Cheshire, Connecticut, geht.
Für ein paar Stunden werden wir wieder zusammen sein, das wunderbare Quartett aus Woody, Hille], Alexandra und mir, das früher dort einmal so glücklich war. Noch habe ich nicht die geringste Vorstellung von den Auswirkungen, die dieser Tag auf unser aller Leben haben wird.
Zwei Tage später wird mein Onkel Saul mich anrufen.
Marcus? Onkel Saul hier.«
Hallo, Onkel Saul. Wie geht’s
Hör mir gut zu, Marcus«, unterbricht er mich. »Du musst sofort herkommen. Stell mir jetzt keine Fragen. Es ist etwas Schreckliches passiert.«
Dann ist das Gespräch weg. Erst denke ich, es liegt an der Verbindung, und rufe zurück, aber er geht nicht mehr ran. Als ich es beharrlich weiter versuche, nimmt er irgendwann einmal ab, sagt nur schnell: »Komm nach Baltimore!«, und legt wieder auf.
Wenn Sie dieses Buch in die Hände bekommen, dann lesen Sie es, bitte.
Ich möchte, dass jemand die Geschichte der Goldmans aus Baltimore kennt.“

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Lees meer...

16-06-15

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald doorManik Sarkar)

“Het eerste halfjaar na het verschijnen van mijn boek deed ik niets anders dan genieten van mijn heerlijke nieuwe bestaan. ’s Ochtends ging ik even langs kantoor om een blik te werpen op alles wat er eventueel over mij geschreven was en de tientallen brieven van bewonderaars te lezen die ik dagelijks ontving en die Denise vervolgens in grote ordners stopte. Dan vond ik dat ik wel genoeg had gedaan en ging ik, innig tevreden over mezelf, flaneren door de straten van Manhattan, waar het onder de voorbijgangers gonsde als ik langskwam. De rest van de dag maakte ik gebruik van de privileges die de roem me verschafte: het recht om te kopen wat ik wilde, het recht op een vip-loge in Madison Square Garden bij wedstrijden van de Rangers, het recht om over de rode loper te lopen met muzikanten van wie ik in mijn jeugd de platen had gekocht en het recht om uit te gaan met Lydia Gloor, dé televisiester van het moment, om wie iedereen vocht. Ik was een beroemd schrijver: ik had het gevoel dat ik het mooiste beroep van de wereld had. En omdat ik ervan overtuigd was dat mijn succes nooit voorbij zou gaan, sloeg ik geen acht op de signalen van mijn agent en mijn uitgever toen ze er bij me op aandrongen dat ik aan mijn tweede roman zou beginnen.
In de zes maanden daarna drong het langzaam tot me door dat de wind uit een andere hoek begon te waaien: de brieven van bewonderaars werden schaarser en op straat werd ik minder vaak aangesproken. Niet lang daarna begonnen de voorbijgangers die me nog herkenden te vragen: ‘Waar gaat uw volgende boek over, meneer Goldman? En wanneer komt het uit?’ Ik begreep dat ik aan het werk moest en dat deed ik ook: ik schreef ideeën op losse blaadjes en typte verhaallijnen uit op de computer. Maar het stelde allemaal niets voor. Dus kwam ik met andere ideeën en bedacht ik andere verhaallijnen. Maar ook die waren niet geslaagd. Daarom kocht ik een nieuwe computer, in de hoop dat die inclusief sterke ideeën en uitstekende verhaallijnen werd geleverd. Tevergeefs. Toen veranderde ik van methode: ik legde tot laat in de avond beslag op Denise en dicteerde haar allerlei invallen die volgens mij geweldige bon mots, prachtige zinnen en buitengewone invalshoeken voor romans waren. Maar de volgende dag vond ik mijn woorden vaal, mijn zinnen gammel en mijn invalshoeken uitvalswegen. En zo begon de tweede fase van mijn ziekte.”

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Bewaren

Lees meer...

16-06-14

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Die Wahrheit über den Fall Harry Quebert

„Das Buch war in aller Munde. Ich konnte in New York nicht mehr in Ruhe durch die Straßen schlendern oder durch den Central Park joggen, ohne dass Spaziergänger mich erkannten und ausriefen: »He, das ist Goldman! Der Schriftsteller!« Manche hefteten sich mir sogar im Laufschritt an die Fersen, um mir die Fragen zu stellen, die sie so beschäftigten: »Was Sie da in Ihrem Buch schreiben, ist das wahr? Hat Harry Quebert das wirklich getan?« In meinem Stammcafé im West Village schreckten manche Gäste nicht einmal davor zurück, sich an meinen Tisch zu setzen und mir ein Gespräch aufzudrängen: »Ich lese gerade Ihr Buch, Mr Goldman. Ich kann es einfach nicht aus der Hand legen! Das erste war ja schon gut, aber das hier …! Hat man wirklich eine Million Dollar abgedrückt, damit Sie es schreiben? Wie alt sind Sie denn? Knapp dreißig? Dreißig Jahre und haben schon so viel Kohle gescheffelt!« Sogar meinen Doorman hatte ich dabei ertappt, wie er immer dann, wenn er nicht gerade die Tür aufhalten musste, die Nase in das Buch steckte, und kaum hatte er es ausgelesen, nagelte er mich vor dem Fahrstuhl fest, um mir sein Herz auszuschütten: »Das ist also mit Nola Kellergan passiert! Wie grauenhaft! Wie kann man nur so etwas tun? Sagen Sie, Mr Goldman, wie ist so etwas möglich?«
Die New Yorker Society schwärmte von meinem Buch. Es war kaum zwei Wochen zuvor erschienen und versprach bereits der größte Verkaufserfolg des Jahres auf dem gesamten amerikanischen Kontinent zu werden. Alle wollten wissen, was sich im Jahr 1975 in Aurora zugetragen hatte. Überall wurde darüber berichtet: im Fernsehen, im Radio, in den Zeitungen. Ich war noch nicht einmal dreißig und durch dieses Buch, erst das zweite meines Lebens, zum gefragtesten Autor des Landes avanciert.
Dieser Fall, der Amerika so in Aufregung versetzte und der den Kern meiner Erzählung bildet, war einige Monate zuvor im Frühsommer wiederaufgerollt worden, nachdem man die Überreste eines seit dreiunddreißig Jahren verschollenen Mädchens entdeckt hatte. Damit begannen die Ereignisse in New Hampshire, von denen hier die Rede sein wird und ohne die das Städtchen Aurora im restlichen Amerika mit Sicherheit unbekannt geblieben wäre.“

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Lees meer...

16-06-13

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Casper Fioole, -minu, Frans Roumen

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

“Een alleraardigste man, eigenaar van de onbenulligste Portugese naam die er bestaat, José Maria da Silva, en tot nu toe de enige mens op aarde die mijn leeftijd juist wist te schatten. ‘Je krijgt er kijk op, in dit bedrijf’, was zijn verklaring. Hij bood me ten afscheid ettelijke bellen cachaça aan, zodat er niets kwam van mijn voornemen zaterdagochtend vroeg naar Rio te gaan. Achteraf viel het nog mee dat ik de bus van elf uur haalde. Aankomst zes uur. Met een taxi naar wat ik omschreef als ‘fatsoenlijk hotel met redelijke prijs’. De prijs was redelijk, maar de ambiance was van een goedkope liederlijkheid en verloedering die werkelijk tot braken noodde. Het is me intussen duidelijk geworden dat vrijwel elk hotel dat niet zéér duur is, in het centrum, een hoerenkast is. Hoererij is trouwens niet tot bepaalde straten beperkt, maar lijkt zo'n beetje in het hele centrum de gewoonte te zijn. Die kast waar ik in '73 met Noor zat was heel rustig vergeleken met het kot waar ik de eerste avond in Rio belandde. Daar komt bij dat tegenwoordig zelf de meest nederige van deze etablissementen radio op de kamers hebben met voorgeprogrammeerde popmuziek, en vaak ook nog televisie met porno en geweld, wat tot gevolg heeft dat de keet nog groter is en langer duurt dan wanneer er alleen maar wordt geneukt. Rekening houden met een ander is de mensen werkelijk volkomen vreemd. Om drie, vier, tot vijf uur in de nacht gelach en gegil, dreunende muziek, gesla met deuren - en toen ik, vroeg in de ochtend, eindelijk een beetje slaap vatte, droomde ik dat ik thuis was gekomen. Maar ik was niet alleen. Er waren vreemde mensen bij, met wie ik een opera aan het instuderen was.”

 

 

 

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

Lees meer...

16-06-12

Theo Thijssen, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

 

Uit: Kees de jongen

 

„Tante stond op en ging voorzichtig de alkoofdeur dichtdoen. Toen kwam ze naar Kees kijken, maar die hield zich dadelijk weer slapend.

"De arme schapen," fluisterde tante, "hoe laat is het gebeurd?"

"Weet 't niet," zei oom, heel moeilijk sprekend, net of-ie telkens benauwd werd, "... hij is niet meer bij kennis gekomen na vanmiddag... aldoor zo stil blijven liggen... we hebben er maar bij gezeten, vader ook... zo oud als-ie is... de godganse nacht... en tegen de ochtend werd-ie zo erg stil... gingen we twijfelen... zeg ik tegen haar: zie dat je nou wat slapen gaat nog... zulke onzin praat je dan hè... tegen je eigen gedachten in... ben ik nog naar die dokter gevlogen... heb daar staan te schellen... hij zou komen... hij moet nóg komen... och hij wist het gisteren al... kom ik terug... 't leek of ze gék was... die juffrouw van boven was er gelukkig... de ouwe man wist geen raad ook... Och god Jeanne, 't is ook zo erg, 't is ook zo erg...

En hij huilde nu, z'n stem was helemaal geen mannenstem meer...

Kees ging ineens recht overeind in het bed zitten. Ze schrokken allebei.

"U liegt het toch! U líegt het!" riep-ie, het enige wat-ie zeggen kón.

Oom stond op en ging de keuken in, alsof-ie wegvluchtte. Tante kwam naar Kees toe, zwijgend, en duwde hem zachtjes neer en dekte hem toe.

"D'r is niks van waar!" schreeuwde Kees; hij duwde z'n hoofd in het kussen, om niet te laten zien hoe erg hij huilde.

"Nee d'r is ook niks van waar, Kees," suste tante, "blijf jij nog maar slapen, toe blijf nog maar slapen tot ik jullie roep, dan is het tijd genoeg nog. Denk om Truus."

Kees gaf geen antwoord. Huilend zocht hij naar een uitweg, naar een middel om aan de waarheid te ontkomen, om zichzelf te bewijzen dat ze zich allemaal vergisten...

Maar hij vond niets. En hij moest zich machteloos overgeven aan de waarheid: dat het toch gebeurd was, toch gebeurd..."


 

Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

Lees meer...

16-06-11

Giovanni Boccaccio, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland, Frans Roumen

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

Uit: Decamerone

 

„Lisabetta werd wakker en huilde naar aanleiding van deze droom bittere tranen, want zij geloofde heilig in de waarheid ervan. 's Morgens stond zij op en zonder iets aan haar broers te durven vertellen besloot zij op de aangegeven plek te gaan kijken of dat wat zij in haar slaap had gezien waar was. Ze kreeg verlof voor een klein uitstapje buiten de stad, en in gezelschap van een vrouw, die wel eens vaker met Lorenzo en haar was meegegaan en die van heel hun doen en laten op de hoogte was, begaf zij zich zo spoedig rnogelijk naar de bewuste plaats. Ze haalde de dorre bladeren weg die daar lagen, en begon op een punt waar de grond haar minder hard leek te graven. En het duurde niet lang of zij stuitte daarbij op het lichaam van haar ongelukkige minnaar, dat nog volledig gaaf en ongeschonden was. En daaruit kon ze duidelijk afleiden dat het droomgezicht waar was geweest. Ofschoon zij bedroefder was dan wie ook, begreep zij dat het daar niet de juiste plaats was voor tranen. En hoewel ze, als dat mogelijk was geweest, graag heel het lichaam had meegenomen om het op een meer passende manier te begraven, zag ze wel in dat dat niet kon. Ze sneed daarom zo goed en zo kwaad als het ging met een mes het hoofd van de romp en wikkelde het in een doek, waarna zij het aan haar gedienstige overhandigde. Nadat zij de rest van het lichaam weer had begraven, ging zij vervolgens, zonder dat zij door iemand was opgemerkt, van die plaats weg en keerde naar huis terug.“


 

 

Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Italiaanse school, Portretgalerij,Schloss Ambras, Innsbruck

Bewaren

Lees meer...

16-06-10

Theo Thijssen, Erich Segal, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen


De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

Uit: Het taaie ongerief

 

Een snoer simpele herinneringen van Joop van Santen. Van een, die na een bestaan van meer dan een halve eeuw eens achterom kijkt, - en zich verwondert: hoe door dat bestaan een taaie draad van steeds hetzelfde ongerief kon lopen, die hij nù pas ziet.

De lijdens-historietjes zijner kleding-misère, als stekelige kraaltjes geregen aan de draad, waarvan hij 't ene eind plotseling te pakken kreeg. . . . bij gelegenheid van onze laatste grote demonstratie. En toen is-ie die draad gaan volgen, terug door de jaren heen, tot het moment van prille jeugd, waar de herinnering aanvangt.

 Ieder weet nog, dat het had geregend toen, héél erg geregend? Welnu, en op een gegeven moment bekeek ik mijn vingers, en konstateerde, dat het de vingers van een verwoed sigaretten-roker waren: bruin-gevlekte toppen. Maar dat kòn niet: ik róók geen sigaretten; wèl sigaren. Zouden dan ook al de sigaren zich gemoderniseerd hebben, en mijn vingers zijn gaan toetakelen als die van het elegante tijd-type: de jongeling, die altijd juist toevallig z'n sigaret-peukje uitdooft? Mijn gesprek met een A.J.C.-leider hokte: zag ook hij niet de bruinte mijner vingertoppen, en weende hij niet inwendig bij zoveel gedegenereerdheid in iemand-als-ik?

Ik veegde tersluiks m'n vingers wat af - aan de binnenkant van de lapèl van m'n oue trouwe regenjas. Ze werden weer toonbaar en ik herkreeg m'n gemoedsrust en konverseerde weer met m'n A.J.C.-leider.

Maar even later - daar was dat bruin weer! En ineens begreep ik: 'k had m'n hoed wat verschoven, m'n bruine hoed, en de doorweekte rand gaf af.“

 

 

 

Thijssen

Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

Beeld van Theo Thijssen in de Amsterdamse Jordaan, gemaakt door Hans Bayens

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2009.

Erich Segal overleed op 17 januari van dit jaar aan een hartaanval.

 

Uit:  Love Story

 

We went to the Midget Restaurant, a nearby sandwich joint which, despite its name, is not restricted to people of small stature. I ordered two coffees and a brownie with ice cream (for her).

“I'm Jennifer Cavilleri,” she said, “an American of Italian descent.”

As if I wouldn't have known. “And a music major,” she added.

“My name is Oliver,” I said.

“First or last?” she asked.

“First,” I answered, and then confessed that my entire name was Oliver Barrett. (I mean, that's most of it.)

“Oh,” she said. “Barrett, like the poet?”

“Yes,” I said. “No relation.”

In the pause that ensued, I gave inward thanks that she hadn't come up with the usual distressing question: “Barrett, like the hall?” For it is my special albatross to be related to the guy that built Barrett Hall, the largest and ugliest structure in Harvard Yard, a colossal monument to my family's money, vanity and flagrant Harvardism.

After that, she was pretty quiet. Could we have run out of conversation so quickly? Had I turned her off by not being related to the poet? What? She simply sat there, semi-smiling at me. For something to do, I checked out her notebooks. Her handwriting was curious -- small sharp little letters with no capitals (who did she think she was, e. e. cummings?). And she was taking some pretty snowy courses: Comp.Lit. 105, Music 150, Music 201 --

“Music 201? Isn't that a graduate course?”

She nodded yes, and was not very good at masking her pride.“

 

 

 

 

Segal
Erich Segal (New York, 16 juni 1937 – 17 januari 2010)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs.

 

Uit: Voyez comme on danse

 

„Deux ou trois étés de suite, nous avions lâché l'Italie pour l'une ou l'autre des îles grecques. Nous louions pour pas cher des maisons qui étaient loin des villages et tout près de la mer. Les voitures, les journaux, les faits divers, les impôts, les débats de société et les institutions, nous les laissions derrière nous avec Margault et Romain. À Naxos, notre fenêtre donnait sur un champ de lavande. À Symi, nous avions un figuier au milieu du jardin. J'écrivais à son ombre un livre sur mon enfance qui allait s'appeler Au plaisir de Dieu...Nous marchions sur le sable, nous dormions beaucoup, nous ne voyions personne, nous nous baignions à tout bout de champ, nous nous nourrissions de tomates, de mezze, de feuilles de vigne farcies, de tzatziki. Les journaux de Paris arrivaient une fois par semaine au port où nous n'allions pas les chercher.Non, nous ne nous ennuyions pas. Nous ne faisions presque rien. Nous nous aimions."

 

 

 

 

Jeand'Ormesson
Jean d'Ormesson
(Parijs, 16 juni 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen.

 

Uit: Herbstmilch

 

Die Eltern freuten sich an ihren Kindern. Gegen Abend spielten wir meist Fangen, schüttelten eine Menge Maikäfer von den Kirschbäumen und wurden vor dem Schlafengehen noch einmal richtig munter. Einmal zog mir die Mutter ein schönes rotes Samtkleid an, setzte mich auf den Schubkarren, um zum Getreidedreschen Scheps zu holen. Auf dem Weg ins Dorf hat sie mich bei den Häusern, an denen wir vorbeikamen, den Leuten vorgestellt, denn sie war sehr stolz auf ihr erstes Mädchen.
Eines Tages lag die Mutter im Bett, ich weiß nicht, warum, und die größeren Kinder waren bei ihr in der oberen Stube. Von unten hörten wir eine Streiterei, die Mutter kniete sich auf den Boden, aus dem man ein Stück herausnehmen konnte. Sie schaute hinunter. Der Vater und der Großvater stritten. Der Großvater hatte vom Brunnen hinterm Haus Wasser geholt, der Vater aber die Haustüre abgeschlossen, da konnte der Großvater nicht mehr herein. So ergab sich die Streiterei.”

 

 

 

Anna_Albert_Wimschneider

Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)

Hier met haar man op de Duitse televisie

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

 

 

 

De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

 

 

An Elegy On Ben Jonson 

 

WHO first reform'd our Stage with justest Lawes,

And was the first best Judge in his owne Cause?

Who (when his Actors trembled for Applause)

 

Could (with a noble Confidence) preferre

His owne, by right, to a whole Theater;

From Principles which he knew could not erre.

 

Who to his FABLE did his Persons fitt,

With all the Properties of Art and Witt,

And above all (that could bee Acted) writt.

 

Who publique Follies did to covert drive,

Which hee againe could cunningly retrive,

Leaving them no ground to rest on, and thrive.

 

 

 

 

Cleveland
John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

Uit: Decameron

 

'Tis humane to have compassion on the afflicted; and as it shews well in all, so it is especially demanded of those who have had need of comfort and have found it in others: among whom, if any had ever need thereof or found it precious or delectable, I may be numbered; seeing that from my early youth even to the present I was beyond measure aflame with a most aspiring and noble love more perhaps than, were I to enlarge upon it, would seem to accord with my lowly condition. Whereby, among people of discernment to whose knowledge it had come, I had much praise and high esteem, but nevertheless extreme discomfort and suffering, not indeed by reason of cruelty on the part of the beloved lady, but through superabundant ardour engendered in the soul by ill-bridled desire; the which, as it allowed me no reasonable period of quiescence, frequently occasioned me an inordinate distress.
In which distress so much relief was afforded me by the delectable discourse of a friend and his commendable consolations, that I entertain a very solid conviction that to them I owe it that I am not dead.
But, as it pleased Him, who, being infinite, has assigned by immutable law an end to all things mundane, my love, beyond all other fervent, and neither to be broken nor bent by any force of determination, or counsel of prudence, or fear of manifest shame or ensuing danger, did nevertheless in course of time abate of its own accord, in such wise that it has now left nought of itself in my mind but that pleasure which it is wont to afford to him who does not adventure too far out in navigating its deep seas; so that, whereas it was used to be grievous, now, all discomfort being done away, I find that which remains to be delightful.”

 

 

 

boccaccio2
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Standbeeld in de facade van het Uffizi paleis in Florence

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Jack I

 

Koel leek hij uiterlijk en onbewogen.
Wat mij het meeste trof was zijn profiel,
zijn wenkbrauwen, zo zwaar bij zijn fragiel
gevormde lichaam. Zou ik hem ook mogen?

Die schaduw onder zwarte wenkbrauwbogen
verdiepte het mysterie van zijn ziel.
Zijn ziel? Ach, alles wat te raden viel
voor hij mij aansprak met zijn groene ogen.

Hij vertelde dat hij van muziek hield
en van lezen. Dat was voor mij genoeg.
Ik wist: nu heb ik het geluk gevonden.

Niets anders had tot nu toe mij bezield.
Hij was zo mooi en lief, dat toen hij vroeg
naar mij, ik zei: elk woord van mij is zonde.

 

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2008.  mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 16 juni 2006. 

 

16-06-09

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Ferdinand Laholli, Derek R. Audette, -minu, Torgny Lindgren, Elfriede Gerstl, Erich Segal, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, Theo Thijssen, John Cleveland, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen


De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blog van 16 juni 2006, mijn blog van 13 juni 2007, mijn blog van 16 juni 2007 en mijn blog van 29 november 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

Uit: Kinderjaren (Graciliano Ramos)

 

“Het eerste wat ik in mijn geheugen heb bewaard was een vaas van geglazuurd aardewerk, vol pitomba’s,1verborgen achter een deur. Ik weet niet waar ik die hebgezien, wanneer ik die heb gezien, en indien een deel van dit voorval van lang geleden niet overvloeide in een ander, zou ik menen dat het een droom was. Misschien herinner ik mij niet eens de vaas zelf; het kan zijn dat het beeld van een rank en glanzend voorwerp me is bijgebleven omdat ik erover heb gesproken tegen mensen die het later hebben bevestigd. In dat geval bewaar ik dus niet de herinnering aan een merkwaardig stuk serviesgoed, maar mijn weergave ervan, gestaafd door mensen die de vorm en deinhoud ervan hebben vastgelegd. Hoe dan ook, de verschijning moet hebben berust op werkelijkheid. Men had mij in die tijd het begrip ‘pitomba’s’ bijgebracht – en pitomba’sdienden mij ter aanduiding van alle bolvormige voorwerpen. Later legde men mij uit dat deze generalisering onjuist was, en dat bracht me in verwarring. Er viel een tweede gat in het dikke wolkendek dat over mij lag: ik ontwaarde een heleboel gezichten, hoorde woorden zonder betekenis. Hoe oud zou ik zijn geweest? Volgens berekening van mijn moeder zo’n twee of drie jaar. De herinnering aan een uur of aan een paar minuten van lang geleden doet me niet veronderstellen dat ik een goed stel hersens had. Nee. Het was, zover ik me kan voorstellen, tamelijk gewoon. Ik geloof zelfs dat het een uitgesproken beroerd stel hersens werd. Maar dat ene uur van vroeger, die paar minuten, herinner ik me heel goed. Ik bevond me in een reusachtig lokaal met vuile muren. Het was ongetwijfeld nietreusachtig, zoals ik aannam: later heb ik soortgelijke lokalen gezien, en ze waren maar heel kleintjes. Mij echter leek het enorm. Daartegenover strekte zich een binnenplaatsuit, eveneens enorm, en aan het eind van de binnenplaats groeiden enorme bomen, zwaar van pitomba’s. Iemand had de pitomba’s veranderd in sinaasappelen. Dieverbetering beviel me niet: sinaasappelen, die ik waarschijnlijk al eerder had gezien, betekenden niets. Het lokaal was vol mensen. Een oude man met lange baard troonde voor een vuilzwarte tafel, en een aantal jongetjes, gezeten op banken zonder leuning, hielden velletjes papier in hun handen en blčrden: ‘Een b met een a – b, a: ba; een b met een e – b, e: be. En zo verder, tot aan u. Op lagere scholen in het binnenland heb ik het alfabet op verschillende manieren horen galmen. Maar geen enkele zoals deze, en de steedseendere dreun, de letters en de pitomba’s overtuigen me ervan dat het lokaal, de bomen die waren veranderd in sinaasappelbomen, de banken, de meester en de leerlingen werkelijk hebben bestaan.”

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

 

willemsen
August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

 

how gentle

 

how gentle are we rising

easy as eyes in sockets turning

 

intimate the hardness: jaw

upon jaw, forehead warm

 

upon forehead

kisses quick as breaths, without volition

 

Love: I am luminous

careless as love's breathing

 

fluorescent glowing the fine

warm veins and bones

 

your weight,

the sky lowered suddenly

 

I am loved: a message

clanging of a bell in silence

 

you are quickened with surprise

our horizons surrender to walls

 

Are we wearing out

our skins' defenses? --

 

turning to silk, texture of flashy

airy surfaces scant as breaths?

 

I am loved: the noon slides gently

suddenly upon us

to wake us

 

 

 

 

 

Waiting On Elvis, 1956

 

This place up in Charlotte called Chuck’s where I

used to waitress and who came in one night

but Elvis and some of his friends before his concert

at the Arena, I was twenty-six married but still

waiting tables and we got to joking around like you

do, and he was fingering the lace edge of my slip

where it showed below my hemline and I hadn’t even

seen it and I slapped at him a little saying, You

sure are the one aren’t you feeling my face burn but

he was the kind of boy even meanness turned sweet in

his mouth.

 

Smiled at me and said, Yeah honey I guess I sure am.

 

 

 

 

oates2
Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 

 

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Omdat zijn vader naar de VS gevlucht was werd de familie gedwongen om vanuit Korça daar naartoe te verhuizen. Later werd Laholli er dertig jaar lang toe toe gedwongen om in Savra te gaan wonen. Pas in 1987 was hij in staat zijn opleiding aan een avondschool af te maken. In 1990 emigreerde hij naar Duitsland. Tegenwoordig woont hij in Bückeburg. Laholli schrijft gedichten en proza en vertaald vanuit het Duits naar het Albanees.

 

 

WE ARE SHADOWS

 

We are shadows

dragged

over ignorance.

 

Perhaps we once were people

now replaced

by shadows.

 

 

 

 

TIME PRESENT

 

The shirt of my dreams

was shredded

by the sun

of waiting.

My skin

feels

the sting

of nothing.

 

 

 

Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird

 

 

 

laholli
Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

 

 

 

 

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

 

A Pantoum For The Night Sky

  

The heavens shimmer with points of light

They poke their image through a canopy of dark

raging and churning with awesome might

They burn themselves a wondrous mark

 

They poke their way through a canopy of dark

to shine upon our imagination

They burn themselves a wondrous mark

For countless eons will they occupy their station

 

To shine upon our imagination

it is a goal for which they do not strive

For countless eons will they occupy their station

reminding man it is a mystery to be alive

 

It is a goal for which they do not strive

Raging and churning with awesome might

Reminding man it is a mystery to be alive

The heavens shimmer with points of light

 

 

 

 

 

Double Slit

  

Humor

humor and soup

and philosophy

and dreams of artificial splendor -

a thick, black turd

floating in the punchbowl

of life's

over inflated

expectations

 

a stream

a stream of thought

a stream of consciousness

 

does consciousness stream?

 

perhaps

 

but

I hear tell

that it moves

both as a particle

and a wave

 

 

 

 

 

DerekRAudett
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en columnsit -minu (eig. Hans-Peter Hammel) werd geboren op 16 juni 1947 in Basel. Hij is in Basel een locale beroemdheid, maar ook buiten die stad bekend. Hij volgde vanaf 1967 een opleiding tot journaqlist en is columnist voor de Basler Zeitung en andere Zwitserse kranten. Al 38 jaar leeft hij samen met de advocaat Anwalt Christoph Holzach, sinds 2007 in een geregistreerd partnerschap.

 

Uit: Song Contest

Also – Onkel Alphonse schaut immer. Onkel Alphonse gilt alles andere als schwul. GANZ IM GEGENTEIL! Er ist ein Hurenbock der ersten Güteklasse.
Jetzt aber, wo ein Zürcher Intelligenzblatt «Sind die Lovebugs schwul genug?» titelte, muss ich mich fragen: Spielt uns Alphonse etwa mit seinem «die hat aber toll Holz vorm Haus»-Theater die grosse Schau? Dann allerdings spielt er sie besser als die Lovebugs.
Natürlich habe ich auch geglotzt. Schon bei der Vorentscheidung. BESONDERS bei der Vorentscheidung. Das hatte weniger mit homophilen Gefühlen als mit meinem chauvinistischen Herzlein zu tun.
DENN IN DER VORENTSCHEIDUNG WAREN DIE BASLER JA NOCH DRIN.
Aber spätestens als das schwedische Operngirl «die Stimme» mezzosopranieren liess und die Norweger jede Note mit Liegestützen unterstützten, wusste ich: AUCH NÄCHSTES JAHR WIRD DER CONTEST NICHT IN DER SCHWEIZ STATTFINDEN. Da muss man nicht schwul oder Fachmann sein. Ich meine: Ein bisschen krachen muss es eben schon. Hier helfen auch Ausflüchte wie «wir wollten einfach mal einen andern Weg aufzeichnen» keine Bohne. Wettbewerb ist Wettbewerb – da gehts nur um eins: den Sieg.

 

 

 

minu_farb
-minu  (Basel, 16 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

 

Gemeentelijk IV

 

Vrede in onze tijd tussen Vimmerby en Hultsfred

- wie hijgend verslag uitbrengt voor hij valt

weet waar het om gaat,

de keuze van de kieskeurige voor pensees of paardebloemen bij het avondmaal,

de keuze van de braker om te behouden of te verwerpen,

de roep van de verkleumende om hogere loonschalen,

de macht van de vertegenwoordigers over de vertegenwoordigden.

 

Zij die ons vertegenwoordigen hebben hun plicht terdege beseft.

Ze eten ons eten, ze drinken onze wijn, ze genieten

van onze kinderhand, ze slapen de slaap die wij zo goed

zouden kunnen gebruiken. Ja, inderdaad,

ze vertegenwoordigen ons.

 

De meerderheid heeft altijd gelijk, zelfs als de meerderheid

van de meerderheid vaak helemaal geen gelijk heeft. En als die gelijk heeft

is dat in plaats van jou. Duim omhoog of duim omlaag?

Weet je zeker dat het jouw duim is?

De muis die een berg baarde

moet dat toch hebben gemerkt.

 

 

 

Vertaald door Hans Kloos

 

 

 

 

 

Lindgren
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2008. Elfiede Gerstl is na een lang ziekbed eerder dit jaar, op 9 april, aan kanker overleden

 

 

der papierene garten

 

keine wespen & bienen

kein gekäfer

überhaupt kein getier

kriecht mich hier an

fliegt mir in hautnähe

 

in meinem papierenen garten

der in meiner wohnung wächst

pflücke ich nach laune

sätze von wittgenstein

oder geniesse gedichtzeilen von artmann

 

oft sind halt kräuter & rüben benachbart

wie ordne ich sie und wozu

ich freu mich ja heimlich

    über meinen verwilderten garten

 

 

 

 

 

bei kleinen krisen leise zu sprechen

 

1

ich bin konstant

mit mir verwandt

zugleich ein fliessen dem ich folge

ich seh mit freude und entsetzen

wie sätze mich vernetzen und ersetzen

 

2

bin ich der sätze komisches konstrukt

und war auch dieses nicht schon wo gedruckt

die sätze kommen

die sätze gehen

muss ich das wirklich alles verstehen

 

3

bin ich aus sprache oder nicht

auf füssen gehendes gedicht

ich weiss nicht wer da spricht

 

 

 

 

 

ElfriedeGerstl
Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit:  Love Story

 

„"Listen, Harvard is allowed to use the Radcliffe library.”

“I'm not talkinglegality, Preppie, I'm talking ethics. You guys have five million books. We have a few lousy thousand.”

Christ, a superior-being type! The kind who think since the ratio of Radcliffe to Harvard is five to one, the girls must be five times as smart. I normally cut these types to ribbons, but just then I badly needed that goddamn book.

“Listen, I need that goddamn book.”

“Wouldja please watch your profanity, Preppie?”

“What makes you so sure I went to prep school?”

“You look stupid and rich,” she said, removing her glasses.

“You're wrong,” I protested. “I'm actually smart and poor.”

“Oh, no, Preppie. I'm smart and poor.”

She was staring straight at me. Her eyes were brown. Okay, maybe I look rich, but I wouldn't let some 'Cliffie -- even one with pretty eyes -- call me dumb.

“What the hell makes you so smart?” I asked.

“I wouldn't go for coffee with you,” she answered.

“Listen -- I wouldn't ask you.”

“That,” she replied, “is what makes you stupid.”

Let me explain why I took her for coffee. By shrewdly capitulating at the crucial moment -- i.e., by pretending that I suddenly wanted to -- I got my book. And since she couldn't leave until the library closed, I had plenty oftime to absorb some pithy phrases about the shift of royal dependence from cleric to lawyer in the late eleventh century. I got an A minus on the exam, coincidentally the same grade I assigned to Jenny's legs when she first walked from behind that desk. I can't say I gave her costume an honor grade, however; it was a bit too Boho for my taste. I especially loathed that Indian thing she carried for a handbag. Fortunately I didn't mention this, as I later discovered it was of her own design.“

 

 

 

 

Segal
Erich Segal (New York, 16 juni 1937)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs. Hij is afkomstig uit een adelijke familie. Zijn vader was lid van het volksfront van Leon Blum en werkte in verschillende landen als ambassadeur. Jean d'Ormesson groeide voor een groot deel buiten Frankrijk opgegroeid. Na zijn werk bij de Unesco in Parijs werd d'Ormesson directeur van het conservatieve dagblad Le Figaro. Hij begon boeken te schrijven. In 1971 kreeg hij de prijs van de Académie française voor zijn historische roman 'La Gloire de l'emipre'.

 

Uit: Presque rien sur presque tout

 

Pour un esprit, venu d'ailleurs, qui tomberait sur cette Terre et qui en ignorerait tout, l'eau serait un objet de stupeur presque autant que le temps. L'eau est une matière si souple, si mobile, si proche de l'évanouissement et de l'inexistence qu'elle ressemble à une idée ou à un sentiment. Elle ressemble aussi au temps, qu'elle a longtemps servi à mesurer, au même titre que l'ombre et le sable. Le cadran solaire, le sablier, la clepsydre jettent un pont entre le temps et la matière impalpable de l'ombre, du sable et de l'eau. Plus solide que l'ombre, plus subtile que le sable, l'eau n'a ni odeur, ni saveur, ni couleur, ni forme. Elle n'a pas de taille. Elle n'a pas de goût. Elle a toujours tendance à s'en aller ailleurs que là où elle est. Elle est de la matière déjà en route vers le néant. Elle n'est pas ce qu'on peut imaginer de plus proche du néant: l'ombre, bien sûr, mais aussi l'air sont plus si l'on ose dire - inexistants que l'eau.

Ce qu'il y a de merveilleux dans l'eau, c'est qu’elle est un peu là, et même beaucoup, mais avec une délicatesse de sentiment assez rare, avec une exquise discrétion. Un peu à la façon de l'intelligence chez les hommes, elle s'adapte à tout et à n'importe quoi. Elle prend la forme que vous voulez : elle est carrée dans un bassin, elle est oblongue dans un canal, elle est ronde dans un puits ou dans une casserole.“

 

 

 

 

jean-d-ormesson1
Jean d'Ormesson
(Parijs, 16 juni 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen. Toen zij acht jaar was verloor zij haar moeder die in het kraambed stierf. Vanaf toen moest zij op de boerderij helpen. Zij werd in 1985 beroemd door haar autobiografie „Herbstmilch“ die in 1988 verfilmd werd. Mede door de film werd het boek een bestseller. In 1991 verscheen nog "Ich bin halt eine vom alten Schlag", een bundel verhalen uit het boerenleven.

 

Uit: Herbstmilch

 

„Wir Kinder hatten ein fröhliches Leben. Die Eltern waren fleißig, Großvater arbeitete auch noch mit, obwohl er schon zwischen 80 und 90 Jahre alt war. Wenn er sich rasiert hat, mit einem langen Messer, schauten wir Kinder zu, denn das war sehr lustig. Der Spiegel hing an der Wand, und der Großvater schnitt ganz komische Gesichter, die Knie hat er an die Bank gestemmt, und weil er so zitterte, machte die Bank so lustige Töne.

Im Frühling lag draußen vor der Hofeinfahrt ein großer Wiedhaufen, den die Mutter mit dem Hackl in Bündel hackte. Da spielten wir Kinder, krabbelten auf dem Haufen herum, da wimmelte es nur von Kindern. Die Zapfen von den Fichten, das waren unsere Rosse, die Reigerl von den Föhren unsere Kühe, die Eicheln unsere Schweine. Aus den großen Rindenstücken wurde dann ein Hof gebaut. Rindenstücke waren auch unsere Wagen, an die mit einem Faden oder einer leichten Schnur unsere Tiere eingespannt wurden. Als Getreide nahmen wir Spitzwegerich, Breitwegerichblätter waren unser Geld, und alle möglichen Gräser hatten ihre Bedeutung und machten unseren Spielzeugbauernhof reich.“

 

 

 

 

Anna Wimschneider
Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Schoolland

 

„Hij greep het krijt al en begon aan de som. Achter z’n rug wenkte ik vol verstandhouding m’n klas toe, dat ze zich stil moesten houden; en ik wist, ze hoopten ’t zelfde als ik: dat de jongen het nulletje zou vergeten.

De gast werkte door; toen hij aan ’t gevaarlijke punt was gekomen, werd de klas hoorbaar onrustig, en hij hield op, en keek wantrouwig om.

‘Vooruit, maak ’em nou even áf,’ zei ik gemeen, om hem tot argeloos verder gaan te verleiden.

Maar ’k had het niet erg getroffen; want de jongen verijdelde de hele samenzwering, door kalm te zeggen: ‘Ja... van meester Kraak moeten we nou zeggen: ’t gaat nul maal, hier zet ik die nul, en dan mag ’k weer een cijfer bij halen, en weer gewoon verder gaan. Zo doen wij altijd.’

En hij bleef beleidvol met het krijtje in z’n hand staan wachten, alsof-ie zeggen wou: ‘En als jullie ’t hier anders willen, óók goed, maar dan doe ik niet mee; ik hou me aan m’n eigen meester.’ Hij was zó trouwhartig-rustig, dat ik me werkelijk ’n beetje schaamde voor m’n spekulatie.

‘Nou maar jij weet het precies, zo zijn wij ’t hier ook aan ’t leren, zie je, maak ’m maar even af.’

De klas grinnikte me toe, en Joost de Haas vergat zich en maakte een familiaar gebaar tegen mij met z’n hand onder aan z’n kin: je hebt een strop! De gast maakte kalm het sommetje verder goed.

‘Hoe héét je?’ vroeg ik hem. Het was een merkwaardige jongen, want hij nam bedaard de borddoek, om even het krijt van z’n vingers te vegen, met ’n zeker aplomb, of-ie zelf schoolmeester was.

 ‘Veen,’ antwoordde hij, en toen keek-ie naar de kaart in de hoek, alsof-ie te kennen wou geven: dáár kwam ik eigenlijk voor.

‘Ja, pak ’em maar,’ zei ik, ‘zeg Veen, je moet ’n beetje stommer zien te worden, dat je zitten blijft, en hier in de klas komt, ik wil je wel hebben.’ Hij scheen in die vorm het kompliment wel te waarderen, want nu liet-ie eindelijk z’n ernst schieten, en terwijl hij wegging met de kaart, zei hij lollig: ‘Als-ik gek ben, eerder niet.’

 

 

 

 

Theo_Thijssen
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

Beeld van Theo Thijssen in de Amsterdamse Jordaan, gemaakt door Hans Bayens

 

 

 

 

 

De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Hij kreeg een opleiding in Cambridge waar hij lector voor rhetorica werd aan het St John's College. Hij was een tegenstander van Oliver Cromwell en verloor daardoor in 1645 zijn positie. In 1655 werd hij gevangengezet, maar Cromweel liet hem weer vrij. Zijn Poems werden gepubliceerd in 1656.

 

 

Epitaph on the Earl of Strafford

 

HERE lies wise and valiant dust

Huddled up 'twixt fit and just,

Strafford, who was hurried hence

'Twixt treason and convenience.

He spent his time here in a mist,

A Papist, yet a Calvinist;

His Prince's nearest joy and grief,

He had, yet wanted all relief;

The prop and ruin of the state;

The people's violent love and hate;

One in extremes loved and abhorred.

Riddles lie here, or in a word --

Here lies blood; and let it lie

Speechless still and never cry.

 

 

 

 

cleveland
John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

Uit: Das Dekameron (Vertaald door Karl Witte)

 

Es ziemt sich, ihr liebwerten Damen, ein jedes Ding, das der Mensch unternimmt, mit dem heiligen und wunderbaren Namen dessen zu beginnen, der alle Dinge geschaffen hat. Darum denke ich denn, der ich als erster bei unseren Erzählungen den Anfang machen soll, mit einer jener wunderbaren Fügungen zu beginnen, deren Kunde unser Vertrauen auf ihn als den Unwandelbaren bestärken und uns lehren wird, seinen Namen immerdar zu preisen. Es ist offenbar, daß die weltlichen Dinge insgesamt vergänglich und sterblich sowie nach innen und nach außen reich an Leiden, Qual und Mühe sind und unzähligen Gefahren unterliegen, welchen wir, die wir mitten unter ihnen leben und selbst ein Teil von ihnen sind, weder widerstehen noch uns ihrer erwehren könnten, wenn uns Gottes besondere Gnade nicht die nötige Kraft und Fürsorge verliehe. Was diese Gnade anbetrifft, so haben wir uns keineswegs einzubilden, daß sie um irgendeines Verdienstes willen, das wir hätten, über uns komme, vielmehr geht sie nur von seiner eigenen Huld aus und wird den Bitten derer gewährt, die einst wie wir sterblich waren, jetzt aber, weil sie während ihres Erdenwallens seinem Willen folgten, mit ihm im Himmel der ewigen Seligkeit teilhaftig sind. An sie, als an Fürsprecher, die unsere Schwäche und Gebrechlichkeit aus eigener Erfahrung kennen, richten wir vor allem jene Bitten, die wir vielleicht nicht wagten, unserem höchsten Richter gegenüber laut werden zu lassen.“

 

 

 

 

Boccaccio
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Portret door Andrea Del Castagno, rond 1450

 

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

 

Klassiek
                                            voor Arno

Ik heb een handdoek om mij heen geslagen
die nog naar hem ruikt en zo is hij hier
en heel dicht bij me, gunt me het plezier
wat liefde van zijn geur liet, op te dragen.

Hij douchte zich en als om mij te plagen
had hij de celdeur schijnbaar op een kier
gezet. Nu luister ik naar een klavier-
concert, om - Brahms - mijn hartslag te verlagen.

Niet dat zijn naakte lichaam in mij lust
schiep ooit, of toch wel ooit, maar nooit voor lang en
ofschoon geen hartstocht ons dat toch verbood,

maar met die innige, volmaakte rust,
waarmee hij me kust, op mond kust en op wangen,
raakt hij een leven, dieper dan de dood.

 

 

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen. Zie ook  mijn blog van 16 juni 2008.  mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 16 juni 2006. 

 

 

16-06-08

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Giovanni Boccaccio, Torgny Lindgren, Theo Thijssen, Erich Segal, Cláudia Ahimsa, Elfriede Gerstl, Frans Roumen


De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blogs van 16 juni 2006, mijn blog van 13 juni 2007, mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 29 november 2007.

 

Uit: cláudia ahimsa  (poetry international '98)

 

“Cláudia Ahimsa (Porto Alegre, 1963) studeerde moderne dans en theater in Brazilië. Ze studeerde af aan het Tanztheater van Pina Bausch, en woonde van 1988 tot 1996 in Duitsland.

Vervolgens woonde ze een jaar in de Verenigde Staten. Ze maakte reizen naar Nepal, Tibet, Bali, Griekenland, Turkije, Jamaica, Denemarken, Ierland en Schotland.

Deze reizen laten hun sporen na in haar gedichten. Er zijn referenties aan allerlei plaatsen in de wereld, maar nauwelijks aan Brazilië. Dikwijls is er sprake van een onbeduidend voorval als aanleiding tot een originele gedachtengang. De gedichten gaan over een manier van kijken naar de dingen - een manier die onbevooroordeeld is; ze lijkt alles te willen zien alsof het voor het eerst is. Daarbij is het absurde nooit ver verwijderd van het alledaagse.

Cláudia Ahimsa heeft sinds 1992 drie dichtbundels gepubliceerd. Zij is ook actief op politiek gebied: zij ijvert voor de bevrijding van Tibet en de onafhankelijkheid van Oost-Timor. ‘Ahimsa’ is Sanskriet voor ‘geweldloosheid’.

 

 

Estudos

 

Me disseram que ali embaixo

coisas miúdas

têm olhos e ânus...

Removo a pedra e sopro.

Não aceito

mais este enigma.

 

 

 

Studie

 

Men heeft mij gezegd dat hier beneden

minuscule dingetjes

ogen hebben en anussen...

Ik verwijder de steen en kijk.

Ik kan niet leven met

dit zoveelste raadsel.

 

 

 

 

Tierelyrisch

 

En ze ontwaakte van abrupte vreugde

trachtte zich aan te kleden

trok niets aan

 

vergeefs zocht ze enig detail

te vatten in de spiegel

dat tenminste iets normaals zou passen

in de impulsen van die anarchie

 

die draden uit de zijde haalde

die parfum goot op de rozen

haar geslacht afdroogde aan de gordijnen

en op de nagels van haar tenen beet

 

ze belde de telefoniste

en legde uit dat ze gelukkig was

 

totdat ze haar verstikte

absurd van grootheid

buitensporig brutaal

 

de vreugde laat af

 

ze liet zich naakt op bed vallen

en rolde schaterend om en om

totdat ze droevig werd.

 

 

 

 

De oude dichter

 

Nee

hij heeft geen kudden opgedreven

het zijn gerecyclede woorden

melodieuze vlakten

 

Nee

hij heeft de weiden niet verdord

hij heeft de blaadjes omgedraaid

geprojecteerd in halvemanen

 

voor zijn ogen

     eerstvolgende schutting

de horizon

     die een eeuw overbrugt.

 

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

 

willemsen
August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Nostalgia

Rural District School #7, Ransomville, New York

Crumbling stone steps of the old schoolhouse
Boarded-up windows shards of winking glass
Built 1898, numerals faint in stone as shadow
Through a window, obedient rows of desks mute
Only a droning of hornets beneath the eaves,
the cries of red-winged blackbirds by the creek

How many generations of this rocky countryside grown & gone
How many memories & all forgotten
no one to chronicle, no regret

& the schoolhouse soon to be razed & goodbye America
The flagless pole, what relief!
I love it, the eye lifting skyward to nothing

Never to pledge allegiance to the United States of America
again
Never to press my flat right hand over my heart again
as if I had one

 

 

I Saw A Woman Walking Into A Plate Glass Window

I saw a woman walking into a plate glass window
as if walking into the sky.

I saw her death striding forward to meet her,
shadowed in flawless glass.

Dogwood blossoms drew her, a lilac-drugged air,
it was beauty's old facade,
blinding,
blind: the transparency
that, touched, turns opaque.

The frieze into which she stepped buckled in anger
and dissolved in puzzle parts about her head.

*          *          *

 

I saw a woman walking into sunshine confident and composed
and tranquil to the last.

I saw a woman walking into something that had seemed nothing.
As we commonly tell ourselves.

The trick to beauty is its being unassimilable,
a galaxy of glittering reflections,
each puzzle part in place.
Not this raining of glass and blood
about the amazed head.

The unfathomable depths into which she stepped became
the merest surface,
Pain and noise.

*          *          *

 

I saw a woman walking into her broken body
as if she were a bride.

I saw her soul struck to the ground because mere space
could not bear it aloft.

I saw how the window at last framed only what was there,
beyond the frame,
that could not fall.

My throat filled with blood:
you would not have believed how swiftly.

 

 

 

 

oates

Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

The 1000 Nights

 

And so for one thousand nights,
I watched the teardrop rain of a thousand rotting suns,
And in this hour of haste and need
my soul has lost its purchase.

 

I sit weeping beneath the listful heavens,
watching brother and brother unite,
as the forming of this unification
finds a means to kill the father.

 

How wretched we have become,
How stark our language finds us.
What then are we to withhold
From the lion who lies in wait?

 

A prayer from merchants, empty of salvation,
Hear me and listen, pay heed my friend,
For these one thousand nights will pass for you as well
Prepare a way for their coming,
And lose yourself amongst the sands of death.

 

 

 

Where Did I Put My Poems?

 

Poetry,
what a weird damn thing!
I’ve written tons of great poems,
I mean truly great, great poems.
I’ve lost them all.

I don’t know where I put them.
I wrote them down and left them somewhere,
they must haven gotten moved by someone;
they must have been put away;
lost forever most likely.
it’s a shame really;
they were really, really great poems.

I don’t mean that I wrote them all at once,
and then lost them.
oh no, not at all – Not by a long shot.
I would write one,
then another quite a while later.
I wrote a bunch of really bad ones in between.

None of them rhymed much I don’t think.
well, perhaps a few did.
I can’t quite be sure now.
I think I wrote most of them while I was stoned.
words sometime seem to flow easier when I’m stoned.

I don't get stoned much anymore

I wish I could remember them,
I’d write them down again.
but, although I’ve tried,
I just can’t remember.
I do remember that they were good.
I don’t remember what they were about,
or how they went.
I wish I could remember
if they even ever existed at all.

It’s a real shame that they’re gone now.
you would have loved them.
they were really, really great.
damn, those poems were so good.

This one is shit.

 

 

 

 

 

normal_DerekAudette_Promo2
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Decamerone

 

En terwijl ze dit besluit voortdurend voor ogen hielden, bleven ze schertsend en lachend als altijd met Lorenzo omgaan. En op een dag gingen ze zo, onder het voorwendsel dat ze met zijn drieën een uitstapje wilden maken, de stad uit en namen Lorenzo mee. Toen ze nu op een eenzame en afgelegen plek waren aangekomen, zagen ze hun kans schoon en doodden hem terwijl hij nergens op verdacht was. Vervolgens begroeven ze hem zonder dat iemand er iets van merkte. En bij hun terugkomst in Messina verspreidden ze het gerucht dat ze hem voor zaken ergens naar toe hadden gestuurd: iets wat gemakkelijk geloof vond omdat zij hem vaak dergelijke reizen heten maken. Toen Lorenzo maar niet terugkwam en Lisabetta zich over zijn afwezigheid ongerust begon te maken, vroeg zij haar broers herhaaldelijk en met grote nadruk waar hij toch bleef. En omdat zij steeds maar bleef aandringen, zei een van haar broers op een dag tegen haar: 'Wat heb je toch? Wat heb jij eigenlijk met Lorenzo te maken, dat je zo vaak naar hem vraagt? Als je nog eens een keer naar hem vraagt, zullen wij je het antwoord geven dat je verdient.' Triest en terneergeslagen en ten prooi aan een onbestemde angst wachtte de jonge vrouw vanaf dat moment bezorgd en zonder nog iets te vragen af wat er zou gebeuren. En dikwijls riep ze 's nachts bedroefd de naam van haar vriend en smeekte zij hem terug te komen, en vaak huilde zij hete tranen over zijn langdurige afwezigheid. En terwijl ze nergens meer plezier in had, bracht ze haar dagen in bange afwachting door.

Eens op een nacht, toen zij erg had geschreid om haar geliefde die maar niet terugkeerde, was zij tenslotte huilend in slaap gevallen. En tijdens die slaap verscheen haar toen Lorenzo. Hij zag er bleek en weggetrokken uit en zijn kleren waren aan alle kanten gescheurd en weggerot. En het was alsof hij tegen haar zei: 'O Lisabetta, dag en nacht roep je mijn naam en treur je over mijn afwezigheid, en de tranen die je vergiet zijn een zware beschuldiging aan mijn adres. Daarom kom ik je zeggen dat ik niet meer bij jou kan terugkeren, omdat ik op de laatste dag dat jij me hebt gezien door jouw broers ben vermoord.' En hij wees haar de plaats aan waar ze hem hadden begraven. En nadat hij tegen haar had gezegd dat zij hem niet meer moest roepen of verwachten, verdween hij.’

 

 

 

 

boccaccio
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

 

 

 

 

 

 

 

De Zweedse schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Der Weg der Schlange (Vertaald door Gisela Kosubek)

 

"Herr im Himmel, war es Karl Orsa, Bauer und Krämer, den du seinerzeit begraben wolltest, als du Kullmyrliden solcherart zerrissen hast, oder mich, mein Haus und Johanna? Und die Kinderchen, noch ganz ohne Leben?
In unseren Gegenden kann solches nicht geschehen, ward behauptet. Erdbeben, Risse, Verwerfungen. Mitnichten.
Allein um dieses will ich dich fragen.
Du kennst meine Umstände.
Hochschwedisch, Herrgott, wie ich es jetzt mit dir spreche, das habe ich in Baggböle gelernt und vom Jakob.
Umstände ist ein grobes Wort.
Ich will dir alles kundtun, Herrgott.
Ich will dir all und jedes kundtun, von Anfang bis Ende, und dann will ich dich fragen nach dem, was ich nicht verstehe. Ich, Johann Johansson, von den Leuten Jani Großmaul genannt, sicher auch so geheißen von dir, der jeglichen mit gleicher Elle mißt, geboren in Kullmyrliden achtzehnhundertneunundvierzig, im selbigen Jahr, da Großvater Alexis sich erhängte an einer von Oll Karlsas Kiefern, eigenen Wald besaß er dazumal nicht mehr, und im selbigen Jahr, da zwei von Johan Olovs Ochsen bei der Quelle am Gårdmoor durchs Eis brachen und ihr somit den Namen gaben, Oxkallkälla. Denn jegliches soll einen Namen haben.
Wenn dir, Herrgott, jemals ein Becher Wasser vonnöten ist, um den Durst eines ewigen Wesens zu stillen, so sag ich dir, geht zur Oxkallkälla, sie ist klar und kalt gleich der Luft zwischen den Sternen, und sie liegt nur zehn Schritt weit von den Letztstegen vor dem Granberg.
Du weißt, ich bin aufsässig geboren, du hast mich so erschaffen. Und ständig sprachst du zu mir: Du sollst nicht aufsässig sein, Jani Großmaul. In dieser Sache, Herr, bist du wundersam, du formst uns auf ganz eigene Weise, manch einen selbstgefällig, andere störrischen Wesens oder von sonst einem Schlag. Und dann verbrauchst du unser Leben, um uns zu unterweisen, daß wir dergestalt nicht sein sollen, wir sollen nicht sein auf jene besondere Weise, wie du uns erschaffen. Doch tatest du gut daran, mir nur weniges zu geben, auf das mein Trotz sich richten ließ. Wär's dein Wille gewesen, mich zum Sohn eines Krämers oder Großbauern zu machen, so wär ich wohl ein gefährlich Mannsbild geworden, mit all diesem Eigensinn und dem Querwuchs im Stamm meines Wesens, ich hätt ein übler Herr werden können.“

 

 

 

Lindgren
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen als dochter van joodse ouders. Ze studeerde geneeskunde en psychologie. Medio jaren vijftig begon ze in tijdschriften te publiceren. Zij debuteerde in 1962 met Gesellschaftsspiele mit Mir. Ook een succes werd Gerstls roman Spielräume uit 1977. Een van haar bekendste werken is de uitgave Kleiderflug, Schreiben Sammeln Lebensräume, die in 2007 opnieuw is uitgebracht.

 

die depperte gewohnheit

 

die depperte gewohnheit
gern im bett zu schreiben
rest aus der zeit wo mir kein eckerl eigen
kein tisch kein kastl - gar kein ruheort
jetzt ist die wohnung vollgestopft
mit büchern und mit kleidern
zum teil in säcken schachteln koffern
so wiederhole ich die zeit der flucht
die zeit der armut
in der s nicht üblich war was wegzuschmeissen
mit angst und krankheit falsch (meschugge)
umzugehen
hab ich noch immer nicht so ganz verlernt
als würde einer jahrelang noch weitertrippeln
nachdem die fesseln von den füssen
längst ihm abgenommen

 

 

 

 

ElfriedeGerstl
Elfriede Gerstl (Wenen, 16 juni 1932)

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Rooilaan langs de Maas

Eerst dient de horizon zich weidser aan,
zo zonder bomen die het uitzicht zeven.
Dit werd pas 's winters even vrij gegeven,
om er dan snel een loofdoek voor te slaan.

Een kleine bal, een zwarte volle maan,
lijkt al wat in de verte is gebleven.
De bomen zijn steeds ijler weggedreven.
Van dichterbij zie ik een pony staan.

Daar ging ik met de hond elk jaargetijde,
tot vreemde mannen ons met vuur beroofden
van deze gang die ons voor kort bevrijdde

van kooi en tijd. En ik herinner mij de
begeerde schaduw die het zonlicht doofde,
het herfstgeruis dat eeuwigheid beloofde.

 

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 16 juni 2006. 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879.

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren.

 

 

16-06-07

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Erich Segal,Theo Thijssen, Giovanni Boccaccio, Torgny Lindgren


De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blogs van 16 juni 2006 en van 13 juni 2007. 

 

Uit: Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1986, Dankwoord

 

“Stomverbaasd was ik toen, na de verschijning van de Braziliaanse brieven, vrienden en vreemden mij vroegen: ‘En, wanneer verschijnt je volgende boek?’ Ik antwoordde meestal iets als: ‘Over dit boek heb ik zeventien jaar gedaan; kom over zeventien jaar maar eens terug.’ Maar dan nog: deze brieven zijn een weerslag van zeventien jaar leven, en ik kan schrijven en schrijven wat ik wil, maar die tijd van leven kan ik niet overdoen. En deze prijs komt nu als een aanmoediging om dat wel te doen. Ik bedoel: iemand die een mooie roman, of verhalen, of gedichten schrijft, zo iemand kun je een buidel met munten voorhouden en zeggen: ‘Dat heb je kranig gedaan zeg, schrijf nog eens wat,’ want in principe is het mogelijk opnieuw voor de dag te komen met een roman, met verhalen, met gedichten. Maar brieven als deze schrijft men één keer. Ik kan nooit meer voor het eerst in een land aankomen, om er een tijd te leven, zelfs niet daar waar ik nog nooit geweest ben. Het land kan nieuw zijn, de ervaring niet. Een ontwikkeling van zeventien jaar, een omgang met een land van zeventien jaar - dat doe je geen twee keer. En al zou ik het willen en kunnen en doen, dan is er dit allergrootste verschil en deze allergrootste onmogelijkheid: ik zal niet dezelfde leeftijd hebben. Dus, jury, wat te doen (om de laatste woorden van uw rapport te citeren) ‘opdat ik het hier niet bij zal laten’?

Ik moet bekennen dat ik mij dat al had afgevraagd voor ik van die prijs had gehoord. Mijn antwoord ‘Kom over zeventien jaar maar eens terug,’ betekende voor mezelf: ‘Natuurlijk komt er geen tweede boek.’ Maar gaandeweg, door die vraag, steeds opnieuw gesteld, door reacties, vaak heel persoonlijke, van bekenden en onbekenden, door het feit dat de uitgever erin slaagde het boek te verkopen, door het feit dat het nog steeds niet bij antiquariaat Kok in de Oude Hoogstraat ligt, waar vrijwel het hele Privé-domein in drie stapels staat opgetast (hetgeen aanleiding geeft tot de veronderstelling dat zelfs recensenten het willen houden) - door dat alles kwam er een gevoel bij. (Voordat ik op dat gevoel inga moet ik bekennen dat het boek er wel gelegen heeft, ongeveer twee weken lang, en dat ik niet degene ben die het er weggekocht heeft - dat wilde ik wel even duidelijk maken.) Er kwam dus een gevoel bij: niet alleen kon ik kennelijk aardig schrijven, maar blijkbaar kon ik iets schrijven waarmee ik tamelijk veel mensen een genoegen deed - en mezelf en passant ook, want dat moet je nooit nalaten als het even kan. Dat gevoel was nieuw. Ik noemde het waardering, of erkenning. En van dat gevoel is, voor mij, deze prijs de bevestiging. En daarin schuilt ook de aanmoediging. Zoals gezegd, een boek als dit kan geen tweede keer geschreven worden, maar er valt te broeden (daarover straks) op andere wijzen om ‘het hier niet bij te laten.”

 

 

WILLEMSEN
August Willemsen (Amsterdam, 16 juni 1936)

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. In 1956 kreeg Oates een studiebeurs. Zij studeerde in Syracuse en aan de universiteit van Wisconsin. Van 1961 1967 was zij docente Engels aan de universiteit van Detroit. Nadat zij van 1978 tot 1981 als writer in residence aan Princeton University gewerkt had werd zij daar hoogleraar voor creatief schrijven.

 

Uit: The Gravedigger's Daughter

“Schoolboys sometimes squatted behind the cemetery wall that was about three feet in height, made of crude rocks and chunks of mortar, in poor repair. Briars, poison ivy and summac grew wild along the wall. At the front entrance of the cemetery there was a wrought iron gate that could be dragged shut only with difficulty, and an eroded gravel drive, and the caretaker's stone cottage; beyond these, there were several sheds and outbuildings. The oldest gravestones ran up practically to the rear of the cottage. To the grassy area where the caretaker's wife hung laundry on clotheslines stretching between two weathered posts. If the schoolboys couldn't get close enough to Mr. Schwart to taunt him, or to toss chestnuts or stones at him, they sometimes settled for Mrs. Schwart, who would give a sharp little cry of alarm, hurt, pain, terror, drop what she was doing in the grass, and run panicked into the rear of hovel-house in a way that was very funny.”

 

 

Oates
Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. In de jaren negentig was hij lid van bands als Lexington Blues, Swamp Ash, en Wardenclyffe. In dezelfde periode werkte hij soms als producer voor aan aantal andere locale muzikanten in Ottawa. De laatste jaren richtte Audette zich meer op het schrijven van gedichten en op schilderen. Veel van zijn werk wordt uitgegeven zonder de restricties van copyright. Daarbij maakt hij gebruik van Creative Commons.

 

 

Cigarettes & Bourbon

 

I sit here,
sipping bourbon,
smoking a cigarette,
wonderfully sleazy saxophone jazz
is playing in the background.
I am enjoying myself
as I pour my thoughts out on to paper.

And,
there are people who hate me for it.

Charlie Parker’s ‘Ri Bop Boys’
is oozing softly
from my stereo,
the night is sweltering.
It’s August.
A hot,
sticky August night.
Another sip of bourbon,
another drag of my cigarette.

And,
there are people who hate me for it.

Those fucking neo-puritan,
quasi-fascist bastards,
I can smell the rot of their contempt.
I can feel the putrescence of their judgment.
They can’t stand how sweet my bourbon tastes,
they despise the satisfaction
that a long, slow drag
from my cigarette
brings me.

I felt their ears prick up
when they heard the snap of my lighter.
They are out there,
somewhere
in the night,
behind the veil of darkness.
They hide behind the city lights
that shine through my window.

But,
I know they are out there.
I felt their gaze
turn towards me
when they heard me slurp my bourbon.

Their vile jealousy reeks
of the decay of a human soul.
I can hear the whining and whirring

of their inability to comprehend

how a person might dare to risk self-destruction
in exchange for pleasure,
In exchange for life,
in exchange for living.
They hate me for it.
They breathe contempt.
They preach a living death.

Another drag,
another sip.
My cigarette
satisfies.
My bourbon
is sweet.
Charlie Parker’s song ends.
Coltrane’s 'Countdown' begins.


 

 

 

Audette
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Hij studeerde klassieke talen en literatuur aan Harvard. Daarna doceerde hij aan de universiteiten van Yale, München, Princeton, Tel Aviv en Dartmouth. In deze jaren publiceerde hij diverse werken op het gebied van de literatuurwetenschap. In 1970 kwam voor hem de doorbraak als romanschrijver met Love Story. Vanaf 1968 schreef hij draaiboeken voor verschillende succesvolle films, ook voor film Love Story.

 

Uit: Love Story

 

“What can you say about a twenty-five-year-old girl who died?

That she was beautiful. And brilliant. That she loved Mozart and Bach. And the Beatles. And me. Once, when she specifically lumped me with those musical types, I asked her what the order was, and she replied, smiling, "Alphabetical." At the time I smiled too. But now I sit and wonder whether she was listing me by my first name -- in which case I would trail Mozart -- or by my last name, in which case I would edge in there between Bach and the Beatles. Either way I don't come first, which for some stupid reason bothers hell out of me, having grown up with the notion that I always had to be number one. Family heritage, don't you know?

In the fall of my senior year, I got into the habit of studying at the Radcliffe library. Not just to eye the cheese, although I admit that I liked to look. The place was quiet, nobody knew me, and the reserve books were less in demand. The day before one of my history hour exams, I still hadn't gotten around to reading the first book on the list, an endemic Harvard disease. I ambled over to the reserve desk to get one of the tomes that would bail me out on the morrow. There were two girls working there. One a tall tennis-anyone type, the other a bespectacled mouse type. I opted for Minnie Four-Eyes.

"Do you have The Waning of the Middle Ages?"

She shot a glance up at me.

"Do you have your own library?" she asked.”

 

 

 

Segal
Erich Segal (New York, 16 juni 1937)

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Hij is wellicht het meest bekend om zijn boek Kees de jongen. Hoewel Thijssen altijd heeft volgehouden dat Kees de Jongen fictie was, lijken toch veel van zijn jeugdherinneringen in dit boek te zijn verwerkt. Thijssens autobiografische werk In de ochtend van het leven was naar eigen zeggen het enige boek dat eigen jeugdherinneringen bevat.

 

Uit: Kees de jongen

 

“Langzamerhand begon hij toch steviger door te stappen, want hij was voorbij een klok gekomen die al over half vijf wees. En hij moèst vóór vijf uur thuis zijn, daar ging niets van af. Stel je voor:
‘Waar kom jij zo laat vandaan? Je moet toch om half zes weer op avondschool zijn?’
‘Nog een tijdje staan te kletsen met mijn meisje.’
‘O, ben je er zó een. Goed. Best. Morgenochtend ben ik bij je meester, om dáár eens over te praten. Dat gaat zo maar niet, snotneus!’
Pats, was meteen alles bedorven! Als hij gek was! Hij nam de zwembadpas. En de straten waren al bijna donker; en hij zei zachtjes, precies op de maat van zijn lopen: ‘Ro-sa-Over-beek, Ro-sa-Over-beek.’ Lekker, kon niemand hem wat voor maken, dat hij zo op de maat van haar naam liep. Hij hield het vol tot aan huis.
 
De tafel in de keuken stond al gedekt.
Hij had net een gevoel, of het niet zijn eigen huis was, waar hij binnenkwam...”

 

 

 

THIJSSEN
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Hij was een buitenechtelijk kind van de koopman Boccaccio di Chellino en ging in 1327 naar Napels om ook koopman te worden, maar studeerde er rechten en oude talen. Een liefde voor Maria d'Aquino, een onecht kind van koning Robert van Napels en de 'Fiammetta' (Vlammetje) uit zijn werken, ontwikkelde zijn dichterstalent.

Rond 1340 verbleef hij in Florence, waar hij bevriend raakte met Petrarca, die hem invoerde in de wereld van het opkomende humanisme. Boccaccio's huis werd een centrum voor humanisten. Uit verering voor Dante schreef hij diens biografie (Vita di Dante, ca. 1360). Hij voerde diverse politieke opdrachten uit, onder meer voor de pausen Innocentius VI en Urbanus V, zowel te Avignon als te Rome. Boccaccio's roem en invloed op latere schrijvers berust vooral op zijn Decamerone of Decameròn, een cyclus van honderd verhalen geschreven tussen 1349 en 1351. Tien gasten zijn tijdens de pestepidemie - de 'zwarte dood' van 1348 - Florence ontvlucht en vertellen elkaar op een landgoed verhalen over liefde en list.

 

Uit: Decamerone (Vertaald door J. K. Rensburg)

 

“Ik zeg dus, dat de jaren sinds de Onbevlekte Ontvangenis van Gods Zoon al gestegen waren tot het getal dertienhonderd achtenveertig, toen in de zeer goede stad Florence, schooner dan elke ]andere Italiaansche, de moorddadige pestziekte uitbrak, welke door den invloed der hemellichamen of voor onze zondige daden door Gods gerechten toorn onder de stervelingen gezonden, eenige jaren te voren in het Oosten ontstond, een ontelbaar aantal levenden wegrukte en zonder oponthoud van de eene plaats naar de andere voortgaande, zich op allertreurigste wijze naar het Westen heeft verbreid.1 En hiertegen hielp geen enkele wetenschap noch menschelijke wijsheid, hoe de stad ook gezuiverd werd van veel onreinheid door de beambten, behalve van die, waarvan het reeds voorgeschreven was en evenmin baatte het, dat het aan elke zieke verboden was de stad binnen te gaan. De vele raadgevingen geschonken voor het behoud van de gezondheid, en ook de nederige smeekbeden, niet ééns maar vele keeren zoowel in geordende processies als op andere wijze tot God gericht door vrome menschen, hielpen niets. Omstreeks het begin van de lente van het voornoemde jaar begon de pest op vreeselijke wijze en op wonderbaarlijke manier haar treurigen invloed te toonen. Zij woedde niet, gelijk zij in het Oosten had gedaan, waarbij ieder, dien het bloed uit den neus kwam, dit een zeker teeken was van onvermijdelijken dood, maar bij het begin der ziekte ontstonden of in de lies of onder de oksels—bij mannen als vrouwen op gelijke wijze—zekere gezwellen, van welke enkelen groeiden als tot een gewone appel, anderen als tot een ei, bij eenigen meer en bij anderen minder, welke de menschen uit het volk pestbuilen noemden. Van de twee genoemde lichaamsdeelen uit begon in korten tijd de reeds gezegde doodelijke pestbuil, onverschillig waar, in een deel er van te ontstaan en op te komen en daarna begon het uiterlijk van genoemd ziekteverschijnsel te veranderen in zwarte of loodkleurige vlekken, welke onder de armen en op de heupen en op elk ander lichaamsdeel verschenen, bij dezen groot en weinig, en bij genen klein en veelvuldig. En daar de pestbuil het eerst was geweest en nog was het zekere teeken van naderenden dood, zoo waren die vlekken het ook bij elk, bij wien zij zich vertoonden.”

 

 

boccacio
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

 

De Zweedse schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Lindgren begon als dichter in 1965, maar moest voor zijn doorbraak wachten tot 1982. Hij ging naar school in Umeå en studeerde geschiedenis, politicologie en aardrijkskunde in Stockholm en Uppsala. Hij debuteerde in 1965 met een dichtbundel maar brak in 1982 door met zijn roman De weg van de slang. Dit boek werd in 1986 verfilmd door Bo Widerberg. In 2006 werd zijn roman Het licht in toneelbewerking opgevoerd door het Noord-Nederlands Toneel. Van zijn poëzie is slechts één lange cyclus vertaald door Hans Kloos, de reeks 'Gemeentelijk' uit de bundel Dikter från Vimmerby.

 

Uit: Das Höchste im Leben

 

„An einem Nachmittag im August dieses Jahres trat er still und mit einer höflichen Verbeugung in die Küche von Manfred und Eva

Marklund in Avabäck. Eva war allein zu Hause, Manfred befand sich

seit gut einem Monat im Sanatorium von Hällnäs.

Ich wüßte gern, sagte Martin Bormann, ob es möglich wäre, eine

Mahlzeit zu kaufen?

Drinnen im Ort gibt es ein Gasthaus, sagte Eva Marklund.

Ja, sagte Martin Bormann, ich habe es im Vorbeifahren gesehen.

Aber ein paar Butterbrote, sagte sie. Wenn das reicht.

Das wäre vortrefflich, sagte er.

Während sie zwei dicke Brotscheiben mit Butter bestrich und Aufschnitt zurechtmachte, sagte er: Ich heiße Robert Maser. Ich bin

ein Flüchtling aus dem vom Krieg verwüsteten Deutschland.

Das hört man, sagte sie, daß Sie nicht von hier sind. Darf es Kaffee

sein oder Milch?

In den Gefilden meiner Jugend, in Mecklenburg, sagte er, mischten

wir gern Kaffee und Milch.

Dann fragte er:

Spreche ich wirklich nicht Schwedisch, wie ich sollte?

Das mag schon sein, sagte Eva Marklund. Aber man hört, daß Sie

nicht von hier sind.

Hin und wieder schaute sie aus dem Fenster.

Da draußen stand sein Fahrzeug.

Ein merkwürdiges Ungetüm, in dem Sie da reisen, sagte sie.

Ja, räumte Robert Maser ein. Es ist ein wunderliches

Fortbewegungsmittel.

Und sie lud ihn ein, näher zu treten und sich an den Küchentisch zu

setzen, sie schob ihm einen von den achtsprossigen Stühlen hin.

Nachdem er in der Teetasse Milch und Kaffee gemischt und den ersten Bissen genommen hatte, wandte er ihr sein rundes und

neugieriges Gesicht zu und fragte:

Was ist das?

Das ist die Pölsa, sagte sie. Kalte Pölsa. Wenn die Pölsa kalt ist,

erstarrt sie, so daß man sie in Scheiben schneiden kann.

Pölsa, wiederholte er, den Blick auf das Butterbrot gerichtet, das

Wort habe ich nicht gelernt.“

 

 

 

Lindgren
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

De dood der geliefden (als Baudelaire)

Ons wachten bedden vol van lichte geuren.
Er liggen divans, diep als graven, klaar.
De lucht is mooier boven hoven, waar
zich vreemde bloemen in ontluiken kleuren.

We zullen lang ons laatste uur betreuren.
Als fakkels branden onze harten zwaar.
Ze schijnen, dubbel in het spiegelpaar
van onze geest, naar eigen vlam te speuren.

Een avond valt tot rose-blauwe mystiek.
We vloeien samen in een licht, uniek
als grote tranen die van afscheid beven.

En later zal men ons een engel sturen
die, trouw en vrolijk, voor ons nieuw laat leven,
beroete spiegels en gedoofde vuren.

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen

 

16-06-06

Ulysses, Willemsen, Bart, café de Plak II


Eerste pagina uit Ulysses van James Joyce, een roman die speelt binnen het tijdsbestek van een dag: 16 juni.

 

 

- I --

 

“STATELY, PLUMP BUCK MULLIGAN CAME FROM THE STAIRHEAD, bearing a bowl of lather on which a mirror and a razor lay crossed. A yellow dressinggown, ungirdled, was sustained gently behind him by the mild morning air. He held the bowl aloft and intoned:

--INTROIBO AD ALTARE DEI.

Halted, he peered down the dark winding stairs and called out coarsely:

--Come up, Kinch! Come up, you fearful jesuit!

Solemnly he came forward and mounted the round gunrest. He faced about and blessed gravely thrice the tower, the surrounding land and the awaking mountains. Then, catching sight of Stephen Dedalus, he bent towards him and made rapid crosses in the air, gurgling in his throat and shaking his head. Stephen Dedalus, displeased and sleepy, leaned his arms on the top of the staircase and looked coldly at the shaking gurgling face that blessed him, equine in its length, and at the light untonsured hair, grained and hued like pale oak.

Buck Mulligan peeped an instant under the mirror and then covered the bowl smartly.

--Back to barracks! he said sternly.

He added in a preacher's tone:

--For this, O dearly beloved, is the genuine Christine: body and soul and blood and ouns. Slow music, please. Shut your eyes, gents. One moment. A little trouble about those white corpuscles. Silence, all.

He peered sideways up and gave a long slow whistle of call, then paused awhile in rapt attention, his even white teeth glistening here and there with gold points. Chrysostomos. Two strong shrill whistles answered through the calm.

--Thanks, old chap, he cried briskly. That will do nicely. Switch off the current, will you? “

 

 

James Joyce (
2 februari 1882 – 13 januari 1941)

 

August Willemsen is een Nederlandse vertaler van Portugese en Braziliaanse literatuur. Daarnaast heeft hij essays, dagboeken en brieven gepubliceerd. Willemsen staat bekend om zijn krachtige gebruik van het Nederlands en zijn puntgave stijl.

Na zijn middelbare school in Amsterdam, ging Willemsen in dezelfde stad naar het conservatorium, richting piano. Dit bleek geen succes en op vrij late leeftijd startte hij een studie Portugees. Door zijn vertalingen van de Portugese dichter Fernando Pessoa raakte hij bekend als een vooraanstaand vertaler. In 1983 werden zijn vertalingen bekroond met de Martinus Nijhoff-prijs. In 1986 ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Braziliaanse brieven. Op het moment werkt August Willemsen aan een vertaling van het volledige werk van Pessoa. Hier een gedicht van Pessoa in de vertaling van Willemsen:

 

 

Abdicatie

 

Neem mij in uw armen, o eeuwige nacht,
En noem mij – koning die ik ben – uw zoon.
Vrijwillig deed ik afstand van mijn troon
Van dromen, die mij slechts vermoeidheid bracht

Mijn zwaard, mijn armen zijn ontkracht,
een kalme, mannelijke hand heeft het genomen;
Mijn scepter heb ik neergelegd, mijn kroon,
Versplinterde symbolen vroeger macht.

Mijn maliënkolder, nu zo nutteloos,
Mijn sporen, rinkelend en waardeloos,
Heb ik achtergelaten op de koude trap.

’k Ontdeed mij, ziel en lichaam, van mijn koningschap
En keerde terug tot de aloude en kalme nacht
Gelijk het landschap bij het sterven van de dag.   

 

 

 

 

 

August Willemsen (Amsterdam, 16 juni 1936)

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Bart, café de Plak II

 

Hij was zo jong en mooi, ik de verlegen
verkenner van een wereld buiten mij.
Er gingen jaren onverhoeds voorbij,
die toch verleden bergen en bewegen.

 

Ik heb hem zwijgende meer lief gekregen.
Geen ander was daar beter voor dan hij.
Hij danste, schonk de glazen vol en wij
begrepen zonder woorden en wij zwegen.

 

Zo raakte ik te midden van muziek,
gepraat en rinkelen van glas stilaan
met zijn bestaan vertrouwd en zijn ritmiek.

 

Als later elk geluid zal zijn verflauwd,
zal er dit beeld nog zijn: een bar, een kraan
en Bart, die onvermoeid zijn kauwgom kauwt.   

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Navel van ’t land, Nijmegen in Gedichten,

Uitgeverij 521, Amsterdam 2005

 

Frans Roumen (16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen

 

 

07:07 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (1) | Tags: frans roumen, august willemsen, james joyce |  Facebook |