16-09-16

Dolce far niente, P. C. Boutens, Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, James Alan McPherson, Hans Arp

 

Dolce far niente

 

 
Sand Dunes at Sunset door Henry Ossawa Tanner, ca 1885
Dit schilderij hangt in de Green Room van het Witte Huis

 

 

Laatste zomerdag

Al de gouden middaguren
Van de zonnen die verzonken,
Stralen door dit blankdoorblonken
Blindend dak van blauwe muren
Op den stervensstillen lach
Van den laatsten zomerdag.

In de dalen van de duinen
Huivren wondre schemeringen
Om de helderheid der dingen;
En geen aêm vleugt langs de kruinen;
Dieper dan de middagvreê
Hijgt de stilte van de zee.

Als verwaasde glanzen dalen
Door de sidderende luchten
Vlakker al de breede vluchten
Van verzilverd gouden stralen,
Tot de glans in gloed ontblaakt
Waar hij Zomers peluw raakt. . .

Mogen liefdes gouden uren
Die uw oogen zijn vergeten
Tot éen glans van hemelsch weten,
Zóo uw witte peluw vuren,
Ziel mijn ziel, waar uw gezicht
In zijn laatsten glimlach ligt!

 

 
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Middelburg, haven. Boutens werd geboren in Middelburg.

Lees meer...

16-09-15

Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, James Alan McPherson, Hans Arp

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

het manifest van de meelevendheid der dichters

wij zijn de dichters / wij gunnen elkaar de vrijheid van denken
en verbeelding / wij kijken naar elkaars
woordworstelingen als kleuters die Noachs archeologie
met boetseerklei vormgeven / en wij
zijn allemaal blij met de vruchten van andermans
handen / wij zijn de dichters / wij hebben grote
medeklinkende harten die belangeloos
opgaan in de liefde / wij zijn niet jaloers
of afgunstig / we voelen ons nooit afgescheept /
wij oordelen niet en veroordelen niet / wij
proberen elkaar niet te verdoezelen met de ikkesotische
concepten van het Empaier / noch
zullen wij een ander ooit vergiftigen met wierook
of hem met stroferoof het canongedonder insturen /
wij zijn de dichters / geringschattend
is als woord te tongbeduvelend om ooit
piekfijn en fris in een gedicht onderuit gehaald te worden
wij nemen niemand bij de neus en zijn niet zelfvoldaan /
wij bakkeleien immers niet om de kruimels
van de tafel van de baas / kijk, wij begluren nooit een ander
en apen nooit na / wij zijn de dichters / wij koeren
als vredesduiven wederzijdse bewondering /
bovendien: wij weten dat al onze lettergrepen torentjes zijn
van as en zandkasteeltjes op het land / en brandende
kaarsjes van ons op de tocht van de geschiedenis / daarom
zijn onze monden welluidend van meelevendheid /
want wij zijn de dichters / armzalige broeders en zusters /
dus waarom zouden wij ooit in elkaars gat
of oog willen koekeloerehoeren of de ander in de oven stoppen?

 


there is no time

there is no time
time is man's skin
it cracks and crackles and shrinks
in life's passing-by
in the fire of being
telling the hours
then letting them be
in the ever reverberating
moment of silence
 
in the smoking dance
of the evening star and the midnight sun
in the curl of the leaf
in the dove's swiftly
graceful and fluttered
gesture of dying
 
there is no time
time is the shooting
comet of recall
strewing heaven with the sparks
of stories no one will ever hear again
 
time's my love for you
the lizard movements
in your body that come and go
to fill the hollows
with the fire of telling
those many faces of departure
 
there is no time
just the pulse of the heart
as pain under eye-shells
 
just the emptied tell-skin
of this poem
splotched and measured
by cancer words of forgetting
like lizard shit

 

 
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Lees meer...

16-09-14

Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Justin Haythe, Hans Arp

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

ode aan taal

vogelen

ik wil je openvouwen als een vleugel
kijken hoe sterk de penneveren nog vloeien
de leefrimpels van je hart
van mond naar hand voelen popelen
zien hoe je als een schip
het vaarwater laat bloeien
met de vlucht van de zon

voor je als een schaduw uit de mouw
weer aan je nachtwerk begint:
schaduw in de tuimelende ruimtezerk
van steen

 

 

het laatste gedicht

het laatste gedicht is dat
met het minste gewicht
want het is een weg en een weggaan
                                                  in beweging
en belichaamd in vervlieding
het uiteindelijk bekende gezicht
van anonimiteit                            van een leven
in verleefde beweging

het laatste gedicht paart niet
het heeft geen afsluiting met punt
of vraagteken
want de slotregel is slechts een sluis
is altijd een optie
op het opzeggen voor altijd
het opengaan van de passage
naar opgaan in beweegzingen

het laatste gedicht is het zichtbaar
maken van het overgaan
van dansende tekens naar de bevrijding
                                                 van onzichtbaarheid

 

 

land van genade en verdriet

I
tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt

 

 

 
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Lees meer...

16-09-13

Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Hans Arp

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

 

onderweg

 

‘somewhere halfway from here

there are half-empty boxes’

 

nu is elke nacht een reis

door onbekende landschappen

van licht en van schaduwen

over barre vlakten

of ineens door ravijnen

met druipende exotische bomen

 

soms is er een dood dorp

een modderglinsterende hond

met gesperde kaken vastgekolkt

in de koplichten

maar nooit een levende ziel

 

en elke nacht is er de bestuurder naast mij

een allang vergeten dode vriend

een dode broer van wie ik niets weet

 

nu is elke nacht een bittere woordenstrijd

want waarheen zijn we onderweg?

ik wil de praatjes niet meer horen

 

nu klim ik er elke ochtend uit de dag in

met een zere keel van stof en schrijven

 

 

Vertaald door Laurens Vancrevel

 

 

 


Dein Brief

Dein Brief ist glänzender und größer
als der Gedanke an eine Blume, wenn der Traum
ein Garten ist –

als sich dein Brief öffnet:
ein Auffalten von Himmel, Wort von außen
weite Räume

ich schlief in grünen Weiden
während der letzten Nachtwache
lag ich auf der Schwelle zum Tal der Schatten
und hörte wie man die zum Tod Verdammten
durch Tunnel in die Erde führte

wie sie singen
ihr Atem an den Lippen
ein Bewohner, der eben fortgehen will
eine Stadt in Flammen, wie sie singen
ihr Atem aus Fesseln

wie sie singen –
sie, die aus dem Licht ins Dunkel springen
sie, die man ohne Ziel verschickt –
schrecklich spür ich diese Schändung

der Tisch vor mir im Beisein meiner Feinde
ist blank, Asche bedeckt meinen Kopf
mein Krug ist leer  

ich floh in deinen Brief und wollte lesen
vom Orangenbaum, geschmückt mit weißen Blüten
die sich in der Sonne öffnen

ich konnte sie riechen, auf dem Balkon –
ich kann dich riechen
lieblicher und lichter als der Gedanke an eine Blume
in dieser düsteren Nacht

bald werde ich am Himmel deiner Worte hängen –
gib dass ich deinen Brief
mein Leben lang bewohnen kann

Envoi
dein Brief ist herrlich, glänzender und größer
als der Gedanke an eine Blume, wenn der Traum
die Erde eines Gartens ist –

als sich dein Brief öffnet:
ein Auffalten von Himmel, Wort von außen,
Erinnerung

 

 

Vertaald door Uljana Wolf

 

 

 

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Lees meer...

21-11-12

In Memoriam Frans Kusters

 

 

In Memoriam Frans Kusters

De Nederelandse schrijver Frans Kusters is dinsdag op 63-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij De Bezige Bij laten weten.
Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949 en bleef een geboren en getogen Nijmegenaar. Hij heeft zijn hele leven nergens anders gewoond. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Uit: De tranen van Daan Dativo

 

“Hier staan wij dan, in de striemende regen aan de rand van Medemblik, een handvol oude, verdrietige mannen die ooit avond aan avond barstensvolle zalen wisten te verbijsteren en door de kunstkritiek uit die dagen eenstemmig tot - ik citeer - ‘de paladijnen van een nieuw tijdperk’ werden uitgeroepen. Nieuw tijdperk, jawel! Nog geen drieënhalve maand duurde het of het hooggeëerde publiek gaf als vanouds overal weer de voorkeur aan het gladde vertoon en de gemakzucht van het tweede garnituur dat alleen per abuis misgrijpt, al doende moppen tapt en het liefst bovendien nog om het geslachtsdeel een hoepeltje of wat zou laten cirkelen, als het fatsoen dat toestond. En niet lang daarna zagen ook de kenners hun vergissing in en lazen wij over - ik citeer opnieuw - ‘behaagzieke dilettanten die door niemand serieus genomen zullen worden, aangezien het wezen van de behendigheidskunst hun ten enen male ontgaat’.

Nee, leuk was dat allemaal niet, om van hetgeen wij sedertdien te verduren hebben gekregen nog te zwijgen, maar het heeft ons in ieder geval niet verhinderd te blijven jongleren, zoals er volgens ons gejongleerd moet worden. En als het nieuwe tijdperk niet aan de wereld besteed blijkt te zijn, zo verzekerden wij elkaar onderwijl op onze zolders en in onze achtertuintjes tussen de waslijnen, dan moet de wereld het zelf maar weten. Zo verstreken de jaren en op zekere dag kwamen wij tot de ontdekking dat het tweede garnituur van vroeger vergeleken bij de ellendelingen die naderhand de podia veroverden gerust een stelletje onvervaarde avonturiers genoemd mocht worden. En die lamstralen waren weer een verademing, als je zag wat een volgende lichting ervan terechtbracht... Het zou van weinig smaak getuigen om uitgerekend hier verder nog een woord vuil te maken aan de wijze waarop er tegenwoordig met de kostbaarheden van de zwaartekracht wordt omgesprongen. Wat ik alleen maar wilde zeggen is dat men ons van alles en nog wat voor de voeten kan werpen, behalve dat wij ons met laf effectbejag hebben ingelaten, een enkele schnabbel wellicht niet meegerekend. En met gegoochel, ballet en lolbroekerij gelukkig evenmin. Wij zijn er, kortom, in geslaagd de weg van de minste weerstand te vermijden. En in nog heviger mate - van die intensiteit is dit einde het bewijs - geldt dit voor degene van wie wij vandaag afscheid nemen en die ons op zijn beurt keer op keer van virtuositeit heeft beschuldigd - jullie herinneren je hoe hij bij het uitspreken van dat woord de punt van zijn karakteristieke neus tussen de toppen van duim en wijsvinger placht te vatten, wat hij in de vele, veel te vele nadagen van zijn loopbaan als een prestatie van formaat aangemerkt wenste te zien-, eens ons voorbeeld, onze inspiratiebron en ons idool, Daan Dativo, God hebbe zijn ziel, als het Hem tenminste lukt daarop de nodige vat te krijgen!”

 

 

Frans Kusters (16 september 1949 – 20 september 2012)

16-09-12

Frans Kusters

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Uit: Hachee met sambal

 

‘En toen, ruim een jaar later, kreeg ik die prijs en verscheen mijn debuut en mijn kop stond in de kranten en die schreven dat het een interessant boek was en toen riepen zij, de vrienden en vriendinnen, dat zij het altijd al prachtig hadden gevonden.’
‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op. Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Weer zwegen wij, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

(…)

 

‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op.
Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Ik stond op en liep naar het erkerraam. Ik moest Vera bellen, nu, ogenblikkelijk, Frank zou mij met alle plezier voor een paar minuten in zijn kamer alleen willen laten, hortend en stotend en desnoods geloofwaardig jankend zou ik (eindelijk) bekennen dat ze gelijk had, dat ik niet zomaar vanwege het minste of geringste van haar weg kon gaan en dat de vertoning lang genoeg had geduurd. Ik liep terug naar mijn stoel en ging weer tegenover hem zitten. We bleven zwijgen, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

 

 


Frans Kusters (Nijmegen, 16 september 1949)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans kusters, romenu |  Facebook |

16-09-09

Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Michael Nava, Andreas Neumeister, James Alan McPherson, Frans Kusters


De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2006 en ook mijn blog van 16 september 2007 en ook mijn blog van 16 september 2008.

 

 

Report

 

I saw couples kissing in doorways

turning around with open mouths I walked

across bridges and heard people cough below

I saw grayheads riding in taxis

look through rain-thick windows at buildings

no longer there. snow in winter

and grapes in the summer but I

don’t remember much about it

 

I saw the midnight sun

and birds of all sizes and fish

in the water and the southern cross above a peak

and cats wearing boots and drunken women

and bare trees with blossoms.

snow in the winter

and grapes in summer but

I don’t remember much about it

 

I too heard roosters crow

and the call of trains and voices

in my bed and gods on the roof and I saw

dragons in zoos and the beards

of friends and smelled the sun.

snow in winter and grapes in summer

but I don’t remember much about it

death sets in at the feet

 

One should simply doze off

yet they say for 48 hours consciousness will

still beat at the steamed-up windows of the skull

      like a fish in a basket

      or an astronaut in his spacetub beyond control

      or a Jew under a pyramid of Jews

      or a nigger(lover) in a cell

with a prickling of pins that begins in the soles.

 

Could it be thus?

The giddiness as the floor tilts

and a membrane of water draws over trees

and a zealous hand embraces the throat more tightly?

And what a farce, this fumbling for pictures.

 

Last week’s chrysanthemums are already rotten

on their stems, the green veins perished rubber tubes,

they who were yakking parrots

are now drooping withered wings.

 

Yesterday’s white carnations stink like slumped old women.

Yesterday’s red roses have a deeper bloom

as smothered fists.

 

People usually die flat on their backs,

feet coldly erect as petrified rabbits

or blossoms on a branch,

with a prickling of pins that begins in the soles.

 

My feet are recalcitrant: I must cajole them,

swaddled in rags, because I’m not yet done,

must still learn how to die,

I must still decide how to make up my mind.

 

For now I gaze through a mirror into a riddle,

but tomorrow it will be from face to face.

 

 

 

 

BreytenBreytenbach

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973. Hij is de zoon van een Arubaanse moeder en een Nederlandse vader. Schaffer debuteerde in 2000 met de dichtbundel Zijn opkomst in de voorstad. In 2004 verscheen zijn vierde dichtbundel. Hij werkte regelmatig samen met de Zuid-Afrikaanse schrijfster Antjie Krog en was na zijn promotie als Fellow aan de Universiteit van Kaapstad verbonden. Schaffer, zoon van een Limburgse vader en Arubaanse moeder, woonde vanaf 1996 een tijd in in Zuid Afrika. Zijn boeken verschijnen bij de Bezige Bij, waar hij als werkzaam is als redacteur. Schaffer is tevens redacteur van het tijdschrift Bunker Hill.

 

 

Slotzinnen genoeg zou je zeggen

 

Nu wordt het ingewikkeld, struikel niet over de rommel. 'Kijk eens,
ook hier hebben mensen gewoond.' Een dagreis van vandaag blijft alles
bij het oude: de penetrante lucht van enkelvoud, het straatleven o zo
geloofwaardig, de natuurramp die aan alle twijfel een einde zal maken.

Met de schrik vrij heet dat dan, eind goed al goed, de uitgestrektheid
is het ritselen dat ons omgeeft. Dat wordt flink dringen geblazen.
'Jij hier?' 'Jij hier?' Resteert de vraag wie van ons beginnen mag, hand
op het hart. Groot verdriet. Wie weet wat we straks zullen zeggen.

Weer dwalen we af, het is net echt. Je moest er nodig eens tussenuit,
je ziet de laatste tijd de gekste dingen – je zou bijvoorbeeld kunnen liften,
zet je schrap. Lekker weg in eigen land. Wacht, ik loop even met je mee,
ik moet toch die kant uit. Er zit een vlekje op je bloes. Nee, iets hoger.

 

 

 

Schaffer
Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië, en groeide op in Sacramento. In 1981 voltooide hij zijn studie rechten aan de Stanford universiteit, waar hij een jaar eerder zijn partner Bill Weinberger had leren kennen. Zij runden samen een advocatenpraktijk, eerst in Palo Alto, vanaf 1984 in Los Angeles. In 1986 verscheen de eerste roman The little death. Na zeven delen was de romancyclus over de homosexuele advocaat Henry Rios in 2001 afgesloten. Nava praktizeert sinds 1995 in San Francisco en is ook actief in de homobeweging.

 

Uit: Rag And Bone

 

I wasn't usually so dyspeptic this early in the day, but I had the world's worst heartburn, undoubtedly the result of a breakfast that had consisted of four cups of coffee, a bagel that was half-burned and half-frozen-I really needed a new toaster-and a handful of vitamins. The bitter aftertaste of the pills lingered at the back of my throat. Also, now that I noticed it, my right arm was throbbing. Great. When I was a teenager, I'd suffered through growing pains; at forty-nine, I was suffering through growing-old pains.

The young deputy A.G. beside me pored over his notes and muttered to himself, as if he were about to argue before the United States Supreme Court rather than a three-judge panel-two white-haired white men, one graying black lady-of the intermediate state appellate court. His knee knocked nervously against mine and I glanced at him. He was a handsome boy with that luminous skin of the young, as if a lantern were burning just beneath the flesh.

"'Scuse me," he murmured without looking up.

"Your first appearance?" I asked.

Now he looked. His eyes were like cornflowers. "Is it that obvious?"

"Don't be too anxious," I said. "They've already written the opinion in your case."

"Really?"

"Really," I said. "Oral argument's mostly for show. It's hardly worth bothering to show up."

"Then why are you here?"

"I'm a criminal defense lawyer," I said. "Tilting at windmills is my specialty."

He smiled civilly, then returned to his notes.

"We will hear People versus Guerra," the presiding justice said.

I pulled myself out of the chair and made my way to counsel table. The young A.G. beside me also stood up.

"You're Mr. Rios?" he said as we headed to counsel table.

"None other," I replied.

He held open the gate that separated the gallery from the well of the court where counsel tables were located, and said, "Great brief. I had to pull an all-nighter to finish my reply."

I remembered his brief had had the whiff of midnight oil. "Thanks. You did a good job, too."

I set my file on my side of the table and was gripped by a wave of nausea so intense I was sure I was going to vomit, but the moment passed.

"Counsel?"

I looked up at the presiding justice, Dahlgren, who was not much older than me and quite possibly a year or two younger.

"I'm sorry, Your Honor."

"Your appearance, please."

"Yes, Your Honor," I grunted. "Henry Rios for defendant and appellant Anthony Guerra."

"Mr. Rios," the lady judge, Justice Harkness, spoke. "Are you all right? You went white as a ghost a second ago."

"Heartburn, Justice Harkness. I'll be fine with a little water." I poured a glass from the carafe on the table. My hand was shaking.

 

 

 

 

 

nava
Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Andreas Neumeister werd geboren op 16 september 1959 in Starnberg. Hij studeerde na het gymnasium ethnologie in München. Neumaster staat in de traditie van de popliteratuur. Ook rap poetry wordt in zijn collage-achtige teksten verwerkt. In zijn werk „Könnte Köln sein“ onderzoekt hij de samenhang tussen architectuur, politiek en geschiedenis. In 1993 ontving Neumeister de Förderpreis zum Alfred-Döblin-Preis en in 1996 de Bayerische Förderpreis für Literatur.

 

Uit: Könnte Köln sein

 

Aus dem Wasser ans Land gekrochen. Auf dem Umweg über das Reptil zum aufrechten Gang gefunden. Im Schutz von Bäumen übernachtet. Wo es Höhlen gab, in den Schutz von Höhlen gekrochen. In den tiefsten Höhlen überwintert. Horden gebildet. Immer wieder die Kontinente gewechselt. Auf dem Umweg über Landbrücken und Pässe weites Neuland besiedelt. Vom Urknall über den Urschrei zur Urhütte gefunden. Das Feld vor der Hütte als Anlass genommen, sesshaft zu werden. Gesellschaftsvertrag. Dörfer gebaut. Fehden gefochten, Schanzen gebaut. Kriege geführt. Grenzen gezogen, Mauern errichtet. Neue Säue durch neue Dörfer getrieben. Gräben gegraben, Mauern geschliffen. Entdeckungen gemacht und Hürden übersprungen. Dabei immer wieder in den Regen geraten. Auf dem Umweg über die Geschichte immer wieder in die Geschichtslosigkeit zurückgefallen. Auf dem Umweg über Abgründe immer wieder festen Boden unter die Füße bekommen. Städte gegründet und Handel getrieben. Immer größere Ansiedlungen geplant. Staaten gegründet. Kriege geführt. Meere überwunden und aus fernen Kontinenten unerhörte Schätze mitgebracht. Sklaven verschifft und weiterverkauft. Städte befestigt und Burgen geschleift.

Neue Waffen erfunden und Kirchen geweiht. Schulen errichtet, Kasernen gebaut. Niederlagen beweint. Siege gefeiert. Immer wieder aufgerappelt und von Neuem gestrauchelt. Gold eingeschmolzen und Münzen geprägt. Dächer geflickt und Paläste angezündet. Vom Land in

die Städte geflüchtet. Fabriken hochgezogen, Produkte verkauft. Eisenbahnlinien in die Landschaft getrieben und um neue Bahnhöfe neue Siedlungen erichtet. Baumschulen gegründet, Hecken gepflanzt

 

wo waren wir stehengeblieben?

 

Brieftauben, schreibt der weltkundige Wissenschaftsteil heute, nutzen gerne das Straßennetz zur Orientierung. Offensichtlich folgen die Tiere lieber Autobahnen oder Schienen, als sich nach ihrem angeborenen Orientierungssinn zu richten – selbst wenn es für sie einen Umweg bedeutet.”

 

 

 

 

neumeister
Andreas Neumeister (Starnberg, 16 september 1959)

Foto: Franz-Xaver Fuchs

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. In 1978 won hij de Pulitzer Prize voor fictie voor zijn bundel korte verhalen Elbow Room. Zijn werk is gepubliceerd in 27 kranten en tijdschriften, in zeven bloemlezingen van short stories. McPherson studeerde aan de Morgan State University, Morris Brown College, Harvard Law School, de University of Iowa's Writers' Workshop, en aan Yale Law School. Hij doceerde Engels aan de University of California, Santa Cruz, Harvard, en gaf lezingen in Japan.

 

Uit: Hue and Cry. Stories

 

“Thomas Brown stopped going to church at twelve after one Sunday morning when he had been caught playing behind the minister's pulpit by several deacons who had come up into the room early to count the money they had collected from the other children in the Sunday school downstairs. Thomas had seen them putting some of the change in their pockets and they had seen him trying to hide behind the big worn brown pulpit with the several black Bibles and the pitcher of ice water and the glass used by the minister in the more passionate parts of his sermons. It was a Southern Baptist Church.

"Come on down off of that, little Brother Brown," one of the fat, black-suited deacons had told him. "We see you tryin' to hide. Ain't no use tryin' to hide in God's House."

Thomas had stood up and looked at them; all three of them, big-bellied, severe and religiously righteous. "I wasn't tryin' to hide," he said in a low voice.

"Then what was you doin' behind Reverend Stone's pulpit?"

"I was praying," Thomas had said coolly.

After that he did not like to go to church. Still, his mother would make him go every Sunday morning; and since he was only thirteen and very obedient, he could find no excuse not to leave the house. But after leaving with his brother Edward, he would not go all the way to church again. He would make Edward, who was a year younger, leave him at a certain corner a few blocks away from the church where Saturday-night drunks were sleeping or waiting in miseryfor the bars to open on Monday morning. His own father had been that way and Thomas knew that the waiting was very hard. He felt good toward the men, being almost one of them, and liked to listen to them curse and threaten each other lazily in the hot Georgia sun. He liked to look into their faces and wonder what was in their minds that made them not care about anything except the bars opening on Monday morning. He liked to try to distinguish the different shades of black in their hands and arms and faces. And he liked the smell of them. But most of all he liked it when they talked to him and gave him an excuse for not walking down the street two blocks to the Baptist Church.”

 

 

 

 

 

McPherson
James Alan McPherson (Savannah,16 september 1943)

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Hij studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Na zijn studie werd hij daar parttime wetenschappelijk medewerker. In 1973 schreef hij acht korte verhalen, die werden gebundeld in de Gelderse Literaire Reeks. Hij won hiermee de Reina Prinsen Geerligsprijs. De verhalenbundel is daarna uitgebreid en onder de titel De reis naar Brabant, en andere verhalen bij De Bezige Bij uitgegeven. In 1977 was hij mede-initiator van het Literair Café Nijmegen in O'42. Daarnaast richtte hij rond deze tijd het literaire tijdschrift De Schans op, samen met Thomas Verbogt, Nop Maas en Anton Fasel. In 2001 publiceert hij zijn eerste roman, Na het wonder.

Uit: Na het wonder

 

'En waar ze net nog aan het klaverjassen waren, zijn ze nu ineens aan het bamzaaien, zo lijkt het wel. Maar dan zijn ook de luciferhoutjes van het ene moment op het andere verdwenen en toch bamzaaien zij steeds fanatieker verder. Raadsels. Dilemma's. Onzekerheden. Waar Theo is, zijn er, kortom, altijd raadsels, dilemma's en dubbele bodems. Maar het zijn wel de raadsels, de dilemma's en de dubbele bodems waar het in de hedendaagse kunst om gaat. Uitzoomen, even opnieuw inzoomen, dan bevriezen en aftitelen.'

 

 

 

Kusters
Frans Kusters (Nijmegen, 16 september 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn vorige blog van vandaag.