07-01-16

Frans Kellendonk, Reginald Gibbons, Dionne Brand, Sofi Oksanen, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Marie Desplechin

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Beeld en gelijkenis

“De pastoor had een monotoon stemgeluid dat het onmogelijk maakte om de eucharistie met begrip te volgen. Hij was klein en rond en zijn gezicht was zo rooddooraderd dat het, de huidcrème die hij erop aanbracht ten spijt, in een netje leek te hangen, als een nieuwe plastic voetbal. Op zijn al te vleeskleurige lippen zat roze parellipstick. Hij had wulpse handjes die zich onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken voelden en elkaar onophoudelijk knuffelden en opvrijden. Er werd gefluisterd dat hij het met een vrouw hield.
Op een goede dag kregen we een hulpkapelaan, een jonge Franciscaan met zwart haar en felle bruine ogen, die in zijn sandalen geen sokken droeg van witte zijde, zoals de pastoor, maar blote voeten die rood zagen van de kou. Hij is maar kort gebleven. Eén keer heeft hij gepreekt en de arme gelovigen, die gedoopt waren voor ze ‘pap’ konden zeggen, die elke week trouw hun plaatsengeld en collectegeld hadden betaald, en ook voor de missie-acties regelmatig een kleinigheid hadden afgedragen, die toch mochten menen dat ze al met één been in de hemel stonden, kregen van hem te horen dat ze heidenen waren. ‘Bekeert u!’ snauwde hij hen van de kansel toe. Zo zout hadden ze het nog nooit gegeten. Hij bestond het bovendien om die brave mensen voor zondaars uit te maken. De brave mensen vonden dat hij beter naar z'n eigen kon kijken. Maar ik vond dat getier van hem een weldaad, na de fluwelen dwingelandij waar ik aan gewend was, en toen ik hoorde dat hij wegens zijn te grote ijver spoedig weer zou moeten vertrekken ging ik op een vrijdagavond bij hem te biecht. Terwijl hij achter het luikje nog zat te bidden voor de vorige biechteling, een geruststellend onderkeels gebrom, af en toe onderbroken door een diepe zucht, zei ik mijn oefening van geloof; daarna bekende ik de zonden die ik altijd bekende en hij wilde me al de penitentie opgeven toen ik tenslotte durfde te stotteren: ‘Eh... pater... Pater, ik moet u nog iets zeggen... Ik, eh, scháám me altijd zo vreselijk. En ik weet niet hoe het komt.’
Zo was het precies. Ik, een zondagskind, één en al levenslust en plezier, was me in mijn elfde levensjaar een etterende leproos gaan voelen. Zomaar, ineens.”

 

 
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)
Affiche voor een programma in De Balie in Amsteram, mei 2015

Lees meer...

07-01-15

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Sofi Oksanen, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Marie Desplechin

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam

“‘De medische ziekte sloeg een tweespalt in de jongen. Hij verhield zich tot zijn lichaam alsof hij het delen moest met een Siamese tweelingjongen die ziek was. Die ander moest maar verstandig zijn, vond hij, en het ervan nemen in het jaar dat hem restte, een wereldreis gaan maken of gaan vissen in Canada. Zelf wenste hij aan de ziekte geen concessies te doen.
Op één punt moest hij toch toegeven. Elke twee weken legde hij tegen heug en meug een bezoek af aan Klein-Transsylvanië, zoals hij de bloedkankerkliniek noemde. De deernis had bij de behandelende geneesheer het veld geruimd voor solidariteit met de zieke tweelingjongen, voor verraad dus. Wie door zijn eigen lichaam is verraden heeft geen medestanders meer. De arts geloofde even halsstarrig in de sterfelijkheid van zijn patiënt als de patiënt er zelf aan twijfelde. De controles waren veldslagen in een geloofsstrijd, waarbij de arts de werkelijkheid van de ziekte en de jongen die van de gezondheid verdedigde. Hij kwam elke keer deerlijk geblutst van het slagveld.’ (...) ‘Hij lag op bed in een pyjama, kledingstuk dat hij bij welzijn nooit had gedragen, uniform der moribunden. De dekens waren teruggeslagen en er was veel pyjama, weinig jongen.’

 

 
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

Lees meer...

07-01-14

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Sofi Oksanen, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Marie Desplechin

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: De Nietsnut

“Ik vulde de schrale contouren van mijn herinnering met stukjes en beetjes van mezelf. [...] Het werd, al met al, volstrekt onduidelijk waar hij ophield en ikzelf begon. Het probleem was niet zozeer dat hij mijn creatuur werd - dat zou bovendien een heel goede manier zijn geweest om me van hem te ontdoen -, maar dat hij in dezelfde mate waarin ik bezit nam van hem, bezit van mij nam.
(…)

‘Alles wat ik van mijn vader weet is even belangrijk of onbelangrijk. Ik moet een vorm vinden voor zijn leven, ik moet er een verhaal van maken. Zoals het nu is verdwijnt het tussen de omstandigheden.’
(…)

“Mijn speurtocht had geen enkel nieuw gezichtspunt opgeleverd. Weliswaar bungelde dat charivari van voor- en toevallen nu aan een deugdelijke causale ketting, maar een bewijsstuk of redenering om in te brengen tegen de visies van Willem Kieft en mijn oom Richard had ik niet kunnen ontdekken. Over wat mijn vader had bezield had ik alleen wat kunnen fantaseren, of liever projecteren. Ik had wat rondgestruind in zijn schoenen, met als enig gevolg dat hij, wat mij betrof, nu even onwerkelijk was als het monster van Loch Ness of de Verschrikkelijke Sneeuwman. Alsof ik hem zelf had uitgevonden. En heus niet bij gebrek aan feiten. Feiten te over! Stille en kletsgrage getuigen, sporen, een vuilnisbelt vol sporen. [...] Een beetje detective zou daaruit allang een meedogenloos sluitende reconstructie hebben gewrocht, die geen enkele vraag onbeantwoord liet. Zo niet Frits Goudvis. Die zag alleen maar rommel en chaos, het gat in de hand van de werkelijkheid.”

 

 
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

Lees meer...

07-01-13

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Max Gallo

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

 

Uit: Letter & Geest

 

“Een brein lijkt evenzeer op een bibliotheek. Zoals dit een opbergplaats is voor taal, is de taal zelf weer een opbergplaats voor gewaarwordingen. [...]
Klip klap klip klap klip klap, gaat het jakobsladdertje. Een brein in een brein om een brein is hij, een bibliotheek in een bibliotheek om een bibliotheek, een ondoordringbaar solipsistisch systeem, een huiveringwekkende parodie op Plato's grot, waar de schimmen die je ziet door jezelf geworpen worden, waar niets verwijst naar de zekerheid van transcendente ideeën, noch van de knie die over een straatsteen schaaft, de tong die, uitgesproken, in een kus een andere tong ontmoet. Inderdaad, Van Uffel, er is geen grotere eenzaamheid dan die van de taal.

(…)

 

Mandaat ziet zijn cycloop met teleurgestelde schokjes, snikkend als het ware, ineenkrimpen tot een dwerg, terwijl in het enige oog van de voormalige reus een dikke, heldere traan opwelt, een traan waarin het troosteloze hok een ogenblik binnenstebuiten wordt gekeerd, de tegelwanden de buitenmuren worden van een futuristisch bol gebouwtje, dat dan wordt uitgerekt tot een lange, ijle, naalddunne minaret.

(…)

 

Het [geheugen] is onverstoorbaar in de weer geweest met het schuurpapier der vergetelheid, met plamuur en beits, en wanneer zijn gedachten afdwalen naar al die mensen die hij nooit meer zal zien, tweeënhalf uur nadat hij voor het laatst zijn stoel onder zijn bureau heeft geschoven, merkt hij dat ze getransfigureerd zijn. Ze zijn verheerlijkt. Hij ziet ze als het ware in een kring zitten. Ze houden elkaar hun gezichten toegewend en Mandaat begrijpt dat ze iets met elkaar hebben, iets waar hij nooit bij zal kunnen en dat zich veruiterlijkt in een glimlach die niet slechts in elk van hen is, maar ook tussen en boven hen allen te zamen. [...] Ze vormen een Gemeenschap der Heiligen. Ze maken allen deel uit van hetzelfde Mystieke Lichaam.”

 

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

Lees meer...

21-10-12

Martin Bril, Doeschka Meijsing, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge

 

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Martin Bril op dit blog.

 

Uit: Geen kenner (Column)

 

“Hoe ouder je wordt, hoe minder makkelijk je nieuwe feiten op je harde schijf kwijt kunt. En dat terwijl ik nog helemaal niet oud ben, sterker nog: behoorlijk jong. Maar niet opgevoed met de natuur, is kennis van de natuur een zware dobber, zeg maar: een tegennatuurlijke iets.

Enfin.

Hoe is het zo gekomen dat ik geinteresseerd raakte in wat groeit en bloeit? Het antwoord kan kort zijn. De kinderen. Wie met twee kleuters aan de hand langs een weiland of een wegberm loopt, wil als vader toch een beetje leuk voor de dag komen. Dus wij plukten dan alles wat we tegenkwamen, en zochten later in de bloemengids op hoe dat allemaal heette. Na een paar van zulke exercities hadden de kinderen er wel genoeg van, maar toen had ik zelf dus de smaak te pakken, en zodoende. U moet niet denken, trouwens, dat ik er tegenwoordig met botaniseertrommel, pincet en vergrootglas op uittrek, zo ver ben ik nog lang niet. Maar het zou zomaar ooit kunnen gebeuren.

Ter zake.

Laatst stond ik middenin Amsterdam, bij het Rijksmuseum om precies te zijn, in de file voor een stoplicht. De ene keer stond het op rood, de andere keer op groen. Maar geen auto die vooruit kwam, vandaar het woord file. Al snel begon ik me te vervelen, op de radio was de EO bezig, en dus keek ik wat op me heen. Aan de waterkant, vlakbij een paar bouwketen, Amsterdam is nooit af, stond een uitbundige partij klaprozen.

Ik vind dat mooie bloemen, pioniers zijn het, heb ik van mijn vrouw geleerd. Ze groeien op schrale grond waar veel zuurstof in zit, en als je ze plukt, verschrompelen ze vrijwel meteen, tenzij je de stengels dichtbrandt - of zoiets. Hoe dan ook, ik was niet de enige met belangstelling voor de klaprozen, want er stopte een fietser bij; een vrouw van een jaar of veertig, op bruine sandalen, met een roestrode flodderbroek aan en een gezellige trui. Ze zette haar fiets tegen een boom, en haalde een fototoestelletje uit haar rugzak waarmee ze de klaprozen ging vastleggen.”

 

 

Martin Bril (Utrecht, 21 oktober 1959 - 22 april 2009)

Lees meer...

07-01-12

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Max Gallo

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

 

Uit: Mystiek Lichaam

 

Hij was achter in de twintig toen hij naar New York was gekomen. Hij geloofde in de gezondheid van zijn smaak en meende er groots werk te kunnen verrichten. Maar hij had al snel ontdekt dat smaak overbodig was geworden in de hemel der ideeën. Smaak heeft de pad die naar de weegbree kruipt wanneer hij door een spin gebeten is. Smaak leidt het varken naar de truffel, de misselijke hond naar het gras, de bison over duizenden mijlen naar de zoutsteen. Smaak heeft de zwaluw die de blindheid van haar jongen wil genezen en vanzelf de weg vindt naar het sap van de stinkende gouwe. Smaak is weten wat goed voor je is, maar op de steenrots waar de hoogmoed zijn kerk had gebouwd waren alle functies van het instinct uitbesteed aan specialisten en hun technologie.

(…)

 

“De angst voor het niets vervalst zelfs het enige dat authentiek en oprecht is in de nicht, zijn liefde. Ook die wordt na-aperij in zijn mannenwereld. Nergens ontmoet je zoveel Don Juans en nymfomane hotemetoten als juist daar. Hofmakerij, echtverbintenissen compleet met trouw totterdood, jaloezie, gooi-en-smijtwerk, alle vormen van conventies die zijn voortgekomen uit de zorg om het kroost worden er zonder enige noodzaak en daarom lachwekkend geimiteerd. De homoseksualiteit, de buiten de geschiedenis staat en geen eigen vormen heeft, is tot imiteren en overdrijven gedoemd. Ze wordt door iedere homo opnieuw uitgevonden. Met iedere homo begint ze opnieuw. En omdat hij niemand is, een naakte adam, imiteert hij de man en wordt een Blauwbaard. Of hij imiteert de vrouw en wordt een grande cocotte. De homo schmiert, omdat hij nergens bestaat, behalve in het oog van de geschiedenismakende hetero. Wat in de heterowereld gebeurt als tragedie, herhaalt zich in de homowereld als klucht. De liefde daar is trouw aan de vorm van de rachtgeaarde liefde en verraderlijk naar de inhoud. Die liefde is parodie.”

 

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

Portret door Kees Knopper, rond 1980

 

Lees meer...

07-01-11

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Nicholson Baker, Marie Desplechin

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 7 januari 2008 en ook mijn blog van 7 januari 2009 en ook mijn blog van 7 januari 2010.

 

Uit: Mystiek Lichaam 

 

„Wees gegroet, zuster, vol van nijd, niemandsbruid [...]. Je bent de gesjochtenste onder de vrouwen en gesjochten is ook de foet in je schoot. Maar je nijd is genade, je zelfzucht schepping, je buik de wieg der geschiedenis. Daarom, nijdige Magda, moeder van een hoerenkind, wend ik me tot jou, nu, in dit uur van mijn levenslange dood. Moeder modder, mater materia, heerseres over het rijk van geboorte, copulatie en dood, gegroet! Tot jou roep ik, eens kind van een vrouw, toen deserteur uit de vrouwendienst, nu balling, tot jou zucht ik, klaag ik, ween ik, vanuit mijn barre mannenwereld. Kwaadspreekster, kromspreekster, wees mijn voorspreekster. Die schele ogen van jou, sla ze op mij neer. Dochter van de Doornenhof, toren van vlees, toren van het vlees dat altijd het laatste woord heeft, voor jou buig ik.

(...)

 

Ze is wel zes meter hoog, die maagd, en ze is van vlees en bloed. Achter haar, door een doksaalboog, zie je twee engelen zingen, theologische schepselen, die toch niet groter zijn dan mensen. Ook achter haar, in een nis, staat een madonna van aardewerk, een kunstmaagd van mensenwerk, stukken kleiner dan levensgroot, die in het niet zinkt bij de toren van vlees ervoor. Dwaze pottenbakker! Uit het leem waaruit hij zelf gevormd is vormt hij broze beelden, nietige goden, en zijn hart wordt enkel as, zijn hoop geringer dan zand, zijn leven waardelozer dan het leem dat hij kneedt. Steen buigt voor vlees. De hoge ogiefbogen voegen zich naar de rondingen van het maagdenvlees. De kerk is dun en plooibaar, en zit het maagdenlichaam als gegoten.“

 

 

 

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

 

Lees meer...

09-01-10

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Simone de Beauvoir, Theodor Holman, Danny Morrison


De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook mijn blog van 9 januari 2008 en ook mijn blog van 9 januari 2009.

 

Uit: Alle vrees is als glas (Over de romans en verhalen van Frans Kellendonk)

 

„Maar juist dat scheppende element raakt wel eens uit zicht, door die lawine van invloeden en verwijzingen die de bewonderaars van Kellendonk over zijn werk laten gaan. Nog meer dan bij andere schrijvers houden critici zich bij het werk van Kellendonk bezig met de vraag waar het allemaal vandaan komt, in plaats van de vraag waar het eigenlijk naartoe wilde. Wie afgaat op al die artikelen en scripties moet soms wel de indruk krijgen van een sublieme legpuzzel, een glorieus soort Ministeck, ingenieus en eigenzinnig - maar het is toch verdomd moeilijk om te zeggen wat het nu eigenlijk voorstelt. Deze schrijver worstelde, onderstrepen ze, maar waarmee blijft meestal akelig abstract. Van zijn ‘ideeënmuziek’ krijg je dan alleen de partituur te zien. Horen doe je niets.

Dit heeft Kellendonk de reputatie bezorgd van een cerebraal, moeilijk toegankelijk schrijver. Niets is minder terecht. De bronnen van deze schrijver bevonden zich niet alleen in de bibliotheek, maar ook op straat. ‘Niets van wat ik schrijf is verzonnen,’ verklaarde Kellendonk vaak genoeg. Dat was een provocatie, omdat hij zelf ook wel wist dat hij de feiten en waargebeurde anekdotes in zijn boeken volledig opnieuw verzon.

Toch schuilt er veel waarheid in. Romans als Bouwval en Letter en geest zijn geschreven door een schrijver met een sardonisch oog voor menselijk gedrag, dat eerder aan de blik van Balzac doet denken dan aan die van Borges. Het personage A.W. Gijselhart is een directe nakomeling van de vrekkige vader van Eugenie Grandet. In de beroemde scène in Mystiek lichaam waarin Gijselhart zijn dochter Magda (alias Prul) op een etentje trakteert en de rekening probeert te betalen met een aftandse acculader, is het niet moeilijk een echo van de ironische verteller Elsschot te horen. De manier waarop Kellendonk de burgerlijke dooddoeners uit de monden van zijn personages een komisch eigen leven weet te geven (Bouwval: ‘Wat zielig,’ zuchtte [Aapje]. ‘Mensen gaan toch niet echt dood, hè Opa? Of tenminste niet helemaal?’ ‘Nou, reken maar van yes,’ zei Tante, onverwacht heftig) verraden de invloed van Gerard Reve.

Wie wil laten zien waarom de meeste romans en verhalen van Frans Kellendonk bijna negen jaar na zijn dood springlevend zijn, moet ze benaderen als fictie, niet als essayistiek. Hier wordt niets beweerd, hier wordt iets ervaren. Hoe scherp hij buiten zijn fictie de vragen ook formuleerde, zijn personages zijn geen abstracties. Wat Tsjechov beweerde, geldt ook voor Kellendonk: ‘Naar mijn mening is het niet de taak van de schrijver om problemen als God, pessimisme, enzovoort op te lossen. Het is eenvoudigweg zijn taak om te beschrijven wie, onder welke omstandigheden, wat zei over God of pessimisme.’ Dit werk is in laatste instantie een kleine comédie humaine. Alleen zadelt de schrijver zijn personages op met vragen en obsessies die het sociale ver overschrijden. Levend in een wereld waarvan het dak op instorten staat, moeten ze niet opboksen tegen maatschappelijke krachten, maar tegen een universum dat ieder moment zijn zinloosheid aan hen dreigt te openbaren.

Ze worden er alleen maar menselijker door. Het is de onmogelijke opdracht die zij van hun schepper meekrijgen - zich teweerstellen tegen isolement, verval en dood - die hen zo deerniswekkend levend maakt.“

 

 

 

bas-heijne
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Benjamin Lebert werd geboren op 9 januari 1982 in Freiburg im Breisgau. Zie ook mijn blog van 9 januari 2008 en ook mijn blog van 9 januari 2009.

 

Uit: Flug der Pelikane

 

»Warum denn?«, hatte ich gefragt.

»Ein klein bisschen mehr Freiheit. Er meinte, darauf kommt's an, besonders an einem Tag in New York City.«

Bei Jimmy gab es nicht nur Pfannkuchen. Auf seiner Speisekarte standen über 150 Gerichte. Sie umfasste einfach alles, vom heißen Roastbeef mit geschmolzenem Mozzarella bis hin zum Deluxe-Burger für Vegetarier. Es gab den Hinweis: Breakfast all day, open seven days a week, free delivery. Eine ganze Seite widmete sich Jimmy's famous creations, die Namen trugen wie Curios George und Notorious Nick. Wenn man nur diese Karte hatte, um sich ein Bild zu machen, sah man höchstwahrscheinlich eine ganze Heerschar von Kellnern und Köchen vor sich, die in weißen Schürzen herumwirbeln. Die Wahrheit sah anders aus. Jimmy's Grill & Luncheonette in der 22sten Straße in Manhattan, zwischen sechster und siebter Avenue, war ein einziger, schwarz und weiß gekachelter Raum von höchstens 30 Quadratmetern, auf denen gekocht, gebraten, gegrillt, gegessen, gezahlt und geredet wurde. Die Wahrheit ist, es gab hier fünfzehnmal mehr Speisen als Sitzgelegenheiten. Exakt zehn Barhocker waren entlang der niedrigen, horizontal zum Eingang verlaufenden Theke aufgestellt, von der, egal, wie voll es gerade war, wie viele Pancake-Bestellungen durch die schwere Luft wirbelten und wie viele Bratkartoffeln gegenüber auf der verkrusteten Grillfläche lagen, immer eine angenehme Ruhe ausging. Diese blasse Theke, auf der ein paar Serviettenspender und Ketchup- und Senfflaschen aus Plastik platziert waren, vermittelte einem das Gefühl: »Setz dich hin, iss deine Eier. Was dann kommt, passiert sowieso.« Die Barhocker hatten silberne Gestelle und runde gepolsterte Sitzflächen, die mit schwarzem Kunstleder überzogen waren. Die Sitzflächen waren um 360° drehbar. Jimmy hatte darauf größten Wert gelegt. Das hatte mir der alte Francis, einer seiner drei Mitarbeiter, einmal erzählt. Mit seiner eindrucksvollen Stimme, die sich so anhörte, als hätte er Zeit seines Lebens immer wieder gegen die heftigsten Stürme anbrüllen müssen.

Aber mit diesem klein bisschen Freiheit war es, ehrlich gesagt, nicht so weit her. An der Theke sitzend konntest du dich genau genommen keinen Millimeter bewegen, ohne an das Knie deines Nebenmannes zu stoßen.“

 

 

 

 

benjamin_lebert
Benjamin Lebert (
Freiburg im Breisgau, 9 januari 1982)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Simone de Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs. Zie ook mijn blog van 9 januari 2007 en ook mijn blog van 9 januari 2008 en ook mijn blog van 9 januari 2009.

 

Uit: La Femme rompue

 

“« Chaque fois je crois avoir touché le fond. Et puis je m’enfonce plus loin encore dans le doute et le malheur. Luce Couturier s’est laissé avoir comme une enfant ; au point que je me demande si elle ne l’a pas fait exprès… Cette histoire dure depuis plus d’un an. Et Noëllie était avec lui à Rome en octobre ! Maintenant je comprends le visage de Maurice, à l’aérodrome de Nice : le remords, la honte, la crainte d’être découvert. On a tendance à se forger des pressentiments après coup. Mais là, je n’invente rien. J’ai flairé quelque chose puisque le départ de l’avion m’a arraché le cœur. On passe sous silence des gênes, des malaises pour lesquels on ne trouve pas de mots, mais qui existent.

    En quittant Luce, j’ai marché longtemps, sans savoir où j’allais. J’étais hébétée. Je m’en rends compte maintenant : apprendre que Maurice couchait avec une autre femme ne m’a pas tellement étonnée. Ce n’est pas tout à fait au hasard que j’ai posé la question : Il y a une femme dans ta vie ? Sans être jamais formulée, vague et fugitive, l’hypothèse s’indiquait en creux, à travers les distractions de Maurice, ses absences, sa froideur. Il serait exagéré de dire que je m’en doutais. Mais enfin je ne suis pas tombée des nues. Tandis que Luce me parlait, je tombais, je tombais et je me suis retrouvée complètement brisée. Toute cette année, il faut que je la revoie à la lumière de cette découverte : Maurice couchait avec Noëllie. Il s’agit d’une longue liaison. Le voyage en Alsace que nous n’avons pas fait. J’ai dit : « Je me sacrifie à la guérison de la leucémie. » Pauvre idiote ! C’était Noëllie qui le retenait à Paris. Au moment de dîner chez Diana, ils étaient déjà amants et Luce le savait. Et Diana ? J’essaierai de la faire parler. Qui sait si cette affaire ne remonte pas encore plus loin ? Noëllie était avec Louis Bernard, il y a deux ans ; mais peut-être cumulait-elle. Quand je pense que j’en suis réduite à des hypothèses ! Et il s’agit de Maurice et de moi ! Tous les amis étaient au courant évidemment ! Oh ! Qu’importe ? Je n’en suis plus à me soucier du qu’en-dira-t-on ! Je suis trop radicalement anéantie. L’image qu’on peut se faire de moi, je m’en fous. Il s’agit de survivre.

    « Rien n’est changé entre nous ! » Quelles illusions je me suis faites sur cette phrase. Voulait-il dire que rien n’était changé puisqu’il me trompait déjà depuis un an ? Ou ne voulait-il rien dire du tout ?

    Pourquoi m’a-t-il menti ? Il me croyait incapable de supporter la vérité ? Ou il avait honte ? Alors pourquoi m’a-t-il parlé ? Sans doute parce que Noëllie était fatiguée de la clandestinité ? De toute façon ce qui m’arrive est affreux. »

 

 

 

 

beauvoir
Simone de Beauvoir (9 januari 1908 – 14 april 1986)

Hier met Jean Paul Sartre

 

 

 

 

De  Nederlandse schrijver, columnist, scenarioschrijver en radiopresentator Theodor Holman werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1953. Zie ook mijn blog van 9 januari 2009.

 

 

Uit: Theo, Theo 

 

Ik opende de deur van het café

en zag hem staan: een provo, slank en blond.

Met inderdaad een cocktail aan zijn mond.

Het leek of hij het volle glas verslond.

 

Hij schreeuwde: "Vier cognac!" toen hij mij zag.

Kwam op mij af met brede gulle lach

en sprak: "Drink! Ik betaal het eindbedrag!"

Daarna: " Ik ken je stukjes uit PC!"

 

Hij schoof mij twee cognac toe en riep : "Proost!"

Ad fundum ging glas ййn, daarna glas twee.

Ik had genipt. Daar zat Theo niet mee.

 

"Weer twee!" De kastelein knikte gedwee.

"Het drinken niet, de dronkenschap is troost."

Maar wanneer kwam die "troost" , dat waanidee?

 

 

 

 

Holman
Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953)

Hier met Theo van Gogh en Katja Schuurman

 

 

 

 

 

De Noordierse schrijver en journalist Danny Morrison werd geboren op 9 januari 1953 in Belfast. Zie ook mijn blog van 9 januari 2009.

 

Uit: A Wooden Heart

 

The boy was sitting on the small wall, a few feet opposite Stan who was on the steps of his backdoor tuning the strings on his guitar. The boy dragged his eyes away from Stan and looked down the rows of disordered back gardens through a composite haze of insects, then over the roofs of Bearnagh Drive, behind which was the Horsey Field where he caught bees in jam jars on sunny days.

Above the Horsey a circling bird high in the sky reminded the child of the westerns he had seen on his granny’s television. Vultures hovering, thought the boy, meant that they had spotted down below, in a canyon full of rattlesnakes, a lonely cowboy bleeding to death from bullet holes or dying of thirst because his canteen was empty or been sabotaged.

To the boy’s mind came motley impressions from the various films he had seen. The cowboy hadn’t eaten in days, had been looking forward to his first bath in three years, and had smashed his last bottle of liquor against a rock because he was trying to stop drinking and it was muddling his thinking. He was lying against a tree, seeing things in double and treble and talking to himself. And he was seeing Beth, his girlfriend from the saloon. He had just been double-crossed by a sleeked, so-called partner who had climbed on his horse and laughed before riding off with the cowboy’s only boots tied to his saddle and stolen his share of the gold. To crown things off the traitor said he was going to marry Beth and the cowboy banged his head against a tree shouting Oh no! and what he wasn’t going to do about if when he got out of this fix.

A Wells Fargo stagecoach, if this was the same film, didn’t know the cowboy was in just the next canyon and this was very sad and potentially the end of the story because the stagecoach only went through once a week. Every Thursday, to be precise, maam, said the driver to a woman in the back when she asked. In yet another canyon the cowboy’s horse was snorting like mad and looking for him but couldn’t smell him. The horse was limping because it had stood on a big cactus which the boy thought was poisonous and maybe slow-acting so time was running out.”

 

 

 

danny-morrison
Danny Morrison (Belfast, 9 januari 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

07-01-10

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Henk van Zuiden, Nicholson Baker, Marie Desplechin


De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 7 januari 2008 en ook mijn blog van 7 januari 2009.

 

Uit: Bouwval

 

“De bebossing werd langzamerhand steeds dichter en de weg steeds duisterder, tot plotseling de bomen uiteenweken en men aan de overzijde van een open plek, op een lichte glooiing van het terrein, een betorend, negentiende-eeuws bouwwerkje zag liggen. Het telde drie verdiepingen en de helft van de smalle,hoge voorgevel werd ingenomen door een vooruitstekend trappenhuis, dat men na het beklimmen van een fors aantal halvemaanvormige treden kon binnengaan door brede openslaande deuren en dat naar boven toeliep in een sierlijk, uivormig dakornament waarop een zachtjes heen en weer wiegende windwijzer prijkte. Uit de flanken van dit trappenhuis staken twee stompjes van vleugels, ieder zo breed als de helft van de monumentale entree en elk drie hoge ramen bevattend, voor iedere verdieping één. Het houtwerk zat keurig in de witte verf die spookachtig helder afstak tegen het grauwe landschap. Aan de voorkant van het huis scheidde een brede vijver met zwart water de verwilderde tuin van het bos.”

(...)

 

“De lijst bevatte een met glas bedekte krijttekening, een portret van een volwassen jongeman die, half onderuitgezakt op een sofa, met vingers week als asperges tot in alle eeuwigheid blaadjes van een roos moest plukken en verpulveren. Alleen de gestalte van de jongeman was tot in details uitgewerkt; de rest van de tekening was bedekt met slordig aangebrachte, dofgroene krijtstrepen, waar het roomwit van het papier op meerdere plaatsen doorheen schemerde.

De beweging van het krijt was overal van onder naar boven, zodat de jongeman naar boven toe uitgerekt leek. Door die twee tegengestelde houdingen – het liggen en dat uitgerekt zijn – ontstond een merkwaardige spanning: het leek haast of de jongeman viel. Onder op de rand van de tekening was een titel geschreven: Langueur. Of misschien was het een signatuur, een schuilnaam. Langueur was in ieder geval de naam die de kroonprins voor zijn demon gebruikte.

Bij de eerste kennismaking al nam de slungelige gestalte van de jongeman plaats in een goed verlichte hoek van zijn gedachten en tot zijn ongenoegen werd de kroonprins sindsdien voortdurend aangestaard door Langueurs heldere, ironisch-verveelde blik. Dikwijls stond de jongen met zijn rug tegen de trapleuning het portret aandachtig te bekijken, aanvankelijk omdat hij het zo knap vond van de kunstenaar met krijt zoiets echts te maken, maar langzamerhand kreeg hij een wonderlijk aanzwellende afkeer van het portret, en die afkeer was een fascinatie op zichzelf.”

 

 

 

 

frans_kellendonck
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

 

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Dionne Brand werd geboren op 7 januari 1953 op Trinidad. Zie ook mijn blog van 7 januari 2009.

 

Uit: Inventory

 

II

 

Observed over Miami, the city, an orange slick blister,
the houses, stiff haired organisms clamped to the earth, engorged with oil and wheat
rubber and metals, the total contents of the brain, the electrical
regions of the atmosphere, water

coming north, reeling, a neurosis of hinged
clouds, bodies thicken, flesh

out in embarrassing health,
six boys, fast food on their breath,
luscious paper bags, the perfume of grilled offal,
trough-like cartons of cola,
a gorgon luxury of electronics, backward caps,
bulbous clothing, easy hearts



lines of visitors are fingerprinted,
eye-scanned, grow murderous,
then there's the business of thoughts
who can glean with any certainty,
the guards, blued and leathered, multiply
to stop them,
palimpsests of old borders, the sea's graph on the skin,
the dead giveaway of tongues,
soon, soon, the implants to discern lies

from the way a body moves

there's that already

she felt ill, wanted
to murder the six boys, the guards,
the whole line of the poor sick sad world
burning their beautiful eyes in the patient queue



Let's go to the republic of homefrom
let's forget all this then, this victorious procession
these blenching queues
this timeless march of nails in shoeless feet

what people will take and give,
the passive lines, the passive guards,
if passivity can be inchoate self loathing

all around, and creeping

self righteous, let's say it, fascism,
how else to say, border,
and the militant consumption of everything,
the encampment of the airport, the eagerness
to be all the same, to mince biographies
to some exact phrases, some
exact and toxic genealogy

 

 

 

 

dionnebrand

Dionne Brand (Trinidad, 7 januari 1953)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, bloemlezer Henk van Zuiden werd geboren in Apeldoorn op 7 januari 1951. Zie ook mijn blog van 7 januari 2009.

 

 

Morgen maken we geen plannen

 

Misschien gaan we wel in schilderij,
zoeken hoe kleuren samenspannen
voelen hoe wolken ruimte maken
luisteren hoe licht water schept.
De nieuwe dag
verfris ik je met amandelbloesem,
wikkel je in kleed van bladeren,
maak boot van bed.
Boven water waait een stem
over lief hebben en houden van-
Is er verschil, maakt het éen lichter?
Is het ander tilbaar?

 

Als zeevlam verdwijnt chaos uit
ons denken,
dit is het-
we vragen ons nu niet af wat
of we zoeken, bedenken evenmin of
we iets zouden vinden.

 

Tot over de randen met leegte
gevulde handen, zo vol staat de maan.
Melieve verwen de glazen,
fuif dit bestaan.

 

 

 

 

 

HenkVanZuiden
Henk van Zuiden (Apeldoorn, 7 januari 1951)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nicholson Baker werd geboren op 7 januari 1957 in Rochester.Zie ook mijn blog van 7 januari 2007 en ook mijn blog van 7 januari 2008. en ook mijn blog van 7 januari 2009.

 

Uit: Vox

 

"I mean, just look at the drop in arousingness between Playboy magazine and the exact same women when they're moving from pose to pose on the Playboy channel. It's true that I don't actually get the Playboy channel, so I see everything on it through those houndstooth and herringbone cycles of the scrambling circuit, and I keep flipping back and forth between it and the two channels on either side of it because sometimes for an instant the picture is startled into visibility just after you switch the channel, and you'll catch this bright yellow torso and one full fran with a fire-engine-red nipple, and then it teeters, it falters, and collapses--and I've noticed that the scrambling works least well and you can see things when nothing is moving in the TV image, i.e., when it's a TV image of a magazine image, sort of as if the scrambling cicuitry is overcome in the same way I am sometimes overcome by the power of fixed pictures. I once stayed up until two-thirty in the morning doing this, flipping."

 



 

Nicholson_Baker
Nicholson Baker (Rochester, 7 januari 1957) 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Marie Desplechin werd geboren op 7 januari 1959 in Roubaix. Zie ook mijn blog van 7 januari 2009.

 

Uit: La Vie sauve

 

Je crois nécessaire d'attendre la convocation du médecin du travail.J'imagine qu'il signera la déclaration officielle de longue maladie et que nous serons quittes.J'attends benoîtement un rendez-vous qui ne vient pas. Je finis par appeler. La secrétaire me répond Votre nom ? Ne quittez pas...
Je l'entends se lever de son siège. Fourrager dans des dossiers. Se rasseoir. Reprendre le combiné.
Tout est normal. Il n'y aura pas de convocation.
Pas de convocation ?
C' est inutile. Vous êtes incurable.
Par chance, je suis assise. La première fois est rude, la première fois que l'on apprend que tout ce qui vous attend, désormais, c'est la mort.
Malade, on n'est pas privé de santé. Ce serait trop facile. On est interdit d'avenir. Interdit de projet. Vous n'avez plus rien à offrir. Plus personne ne vous invitera à cocher une date sur un agenda. Vous n'aurez plus à dessiner de perspectives dans le temps.”

(…)

 

Sans même savoir sij'en ai la version courte ou la version longue, je la vois, sur les clichés que me montre la neurologue de Bellan.
Tumeur infiltrante, dit-il en indiquant une masse grise du bout de l'index. Ici, ici et ici. Temporal, frontal et insula.
Elle n'est pas discrète, elle est étalée partout. Elle squatte tout le cerveau gauche. Au passage,j'apprivoise les trois mots. Temporal et frontal évoquent des marques sur un terrain de foot. Insula est plus mystérieux.
En gros, c'est Pac Man.J'ai la tête envahie de petites cellules à noyau rond, des pierres de go, des Dragibus, qui s'emploient à grignoter les autres. Elles sont arrivées pour un squat. Aujourd' hui c'est une colonie. Le jour de leur victoire sera celui de ma défaite. Ce jour-là, je perdrai la mémoire, je perdrai le langage, la vue, je perdrai le mouvement. Ce jour sera mon apocalypse.”

 

 

 

 

marie_desplechin
Marie Desplechin
(Roubaix, 7 januari 1959) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

07-01-09

Frans Kellendonk, Roland Topor, Nicholson Baker, Pierre Gripari, Henk van Zuiden, Dionne Brand, Charles Péguy, Marie Desplechin, Shobhaa Dé, Robert Cormier, Max Gallo, Ludovic Massé, Zora Neale Hurston, Helen Darville


De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007 en ook mijn blog van 7 januari 2008.

 

Uit: Beeld en gelijkenis

 

„Drie passen achter de bontjas van mijn moeder, op weg naar de kerk - het weerspannig stuk ellende waarin ik nog steeds moeiteloos mezelf herken. Scheve knoop in mijn stropdas. Schoenveter los. ‘Til je voeten op, jongen! En loop niet zo krom.’ Missaal en zakdoek vergeten.

Die bontmantels werden zondags gedragen tot het hoogzomer was en zodra de r in de maand zat weer uit de kast gehaald. De meeste dames waren te kort van hals om helder over de dikke jaskragen heen te kunnen bidden en daarom moesten ze elkaar in het oog houden met inquisiteursblik, de kinnen geheven, loensend langs de matglans van hun neuzen. Bij het massaal opstaan, knielen, gaan zitten veroorzaakten die jassen een geritsel en geruis alsof er storm op til was. Ik voelde me in de kerk alsof ik te vondeling was gelegd in een naargeestig woud en daar ontwaakt was temidden van een kudde ogenschijnlijk goedmoedige, maar in werkelijkheid zeer kwaadaardige herkauwers.

Vlak voor het Woord verkondigd ging worden kwam het ogenblik dat mijn vader, lid van het college van collectanten, een functie die hem een verbouwing had opgeleverd aan het koor van de kerk, waar het altaar in die tijd naar voren moest worden geplaatst, met zijn zwarte handschoenen en een gezicht dat lijkbleek zag van schijnheiligheid snel de collectezak aan mijn moeder en mij voorbijduwde. Dat scheelde weer een paar centen. Er was nog iemand die angstvallig door hem werd overgeslagen, een buurvrouw die jaren daarvoor eens een klap onder de zak had gegeven, niemand heeft me ooit willen vertellen waarom. De munten waren over de tegels van het middenpad gerinkeld, onder de banken, in de kieren tussen de planken gerold. ‘Stof zul je vreten!’ had die buurvrouw geschreeuwd, terwijl mijn vader op zijn knieën dubbeltjes had moeten rapen en lospeuteren.“

 

 

 

 
Frans_Kellendonk
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, illustrator, filmmaker en schilder Roland Topor werd geboren op 7 januari 1938 in Parijs. Zie ook mijn blog van 7 januari 2007 en ook mijn blog van 7 januari 2008.

 

 

 

 

 

Topor_l'homme-a-la-cape
Topor : L’homme à la cape

 

 

 

 

 

Uit : Journal in Time

 

Je regarde autour de moi.

Mon appartement est vaste, lumineux.

Il règne un certain désordre apparent, mais il s'agit bien entendu d'un ordre supérieur.

Beaucoup de livres, de bouteilles vides.

Des objets d'art témoignent d'amitiés déjà anciennes.

Des photos. Des morceaux de biscotte.

Des insectes qu'on devine plutôt qu'on ne les voit.

Un rouleau de papier hygiénique entamé. Est-ce que je vis seul ?“

 

 

 

 

 

 

Roland_Topor
Roland Topor (7 januari 1938 – 14 november 1997)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nicholson Baker werd geboren op 7 januari 1957 in Rochester.Zie ook mijn blog van 7 januari 2007 en ook mijn blog van 7 januari 2008.

 

Uit: The Fermata

 

“Several hours later, at the Ritz Carlton bar, guided by a will greater than my own, I substituted several of the international textile care-labeling symbols for key variables in the original, and changed the equal sign to a less-than-or-equal-to sign. I felt as if I were speaking in tongues as I watched my possessed hand draw a crossed-out iron and a crossed-out triangle ('no bleach') and a stylized half-filled washtub with a large hand in it ('hand wash'). When I had finished with the substitutions and the Strine Inequality stood complete on the page, there came a sound, a sound of distant chronic liposuction, of fine cosmetic work being done on the cosmos, nips and tucks tactfully taken, infinitesimal hairplugs of time removed from distant star-systems, where they wouldn't be missed, and arranged in quantity serially for me to live through. I was free once again to roam the Fold. To return to time I only had to erase the inequality sign, disabling its potency."

 

 

 

nicholson_baker
Nicholson Baker (Rochester, 7 januari 1957)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Pierre Gripari werd geboren in Parijs op 7 januari 1925 als zoon van een Griekse vader en een Franse moeder.  Pierre Gripari schreef talloze sprookjes, verhalen, toneelstukken en gedichten, zowel voor volwassenen als voor kinderen. In 1959 publiceerde hij zijn autobiografie Pierrot-la-lune. In 1962 volgde een succesvol toneelstuk Lieutenant Tenant. Hij bleef schrijven, maar het succes ebde weg, om pas in de jaren zeventig terug te keren. Zijn sprookjesbundel Contes de la rue Broca uit 1967 behoort tot zijn bekendste werken en wordt ook buiten Frankrijk veel gelezen. De homoseksuele atheïst Gripari had een afkeer van religieus fanatisme en elke vorm van censuur.

 

Uit: Frère Gaucher ou le voyage en Chine

 

„Les Arabes, au contraire, valent infiniment mieux que leur réputation. Ils sont bêtement cupides, parfois voleurs, et ne savent pas faire l'amour, mais en revanche ils sont propres, courtois, et souvent pleins de gentillesse. Il ne peut rien t'arriver de vraiment grave en leur compagnie. Truands, mais pas vicieux...

Quand tu sors pour courir, n'emporte pas plus d'argent qu'il ne t'est nécessaire. Laisse tomber immédiatement quiconque te fait marcher, ou marchande. Réfléchis longuement avant de faire entrer quelqu'un chez toi. Surtout n'en fais pas plus, par crainte de manquer, que tu n'as réellement besoin d'en faire.

La chasteté, de toute façon, est une excellente chose, et qui n'a jamais tué personne. On la confond avec le refoulement, et l'on a tort. Le refoulé, c'est celui qui ne veut pas voir clair, et qui nie l'existence de ses instincts, au lieu de lutter contre à visage découvert. Dans Les femmes savantes, Armande est une refoulée.

Si tu te sens malheureux, songe qu'il y a des sadiques, des coprophiles, des amateurs de fruits verts... Ceux-là sont encore plus malheureux que toi !

Pour ce qui est de la pratique, tu auras vite compris. Ça change tous les jours, et c'est toujours la même chose.

Un mot encore : si ta mère t'interroge, réponds-lui franchement. Tout vaut mieux que de s'embarquer dans des mensonges. Mais si elle ne t'interroge pas, ne dis rien. Elle n'est pas bête, loin de là, mais, ce qu'elle accepte chez moi, elle n'est peut-être pas disposée à l'admettre chez son fils... Et puis, un garçon qui a de la tenue mène sa vie privée à ses périls et risques, et ne va pas s'amuser à en parler à sa famille, sauf en cas de coup dur... Si la crise se déclare, eh bien, mon Dieu, tu prendras patience. Tant que tu manges le pain de ta mère, il est bien évident que tu dépends d'elle... C'est pourquoi, encore une fois, travaille, gagne ta vie, impose le respect, deviens majeur. Dès lors, tu n'auras plus de comptes à rendre à personne.“

 

 

 

 

Gripari
Pierre Gripari (7 januari 1925 - 23 december 1990)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, bloemlezer Henk van Zuiden werd geboren in Apeldoorn op 7 januari 1951. Zij vader had een klein granito- en terrazzo-bedrijf. Op 25-jarige leeftijd vertrok Van Zuiden naar Den Haag. Daar woont hij nog altijd, in Loosduinen met zijn partner en hond Dalai. Naast zijn parttime werk bij Proefdiervrij is hij sinds 2005 redacteur van Poëziereeks De Windroos (Uitgeverij Holland). In 1981 verscheen de eerste door hem samengestelde bloemlezing met proza en poëzie: Bericht voor de kalme wandelaar. Twee jaar later werd zijn poëziedebuut gepubliceerd: Monument voor moeder.

 

 

CIUFFOLOTTO
Voor M.K.


Breng de jongen naar Brissago Porta
waar koele pils wacht en twee flessen
Primitivo zijn ontkurkt. Maak voor hem
een lentesoepje en landverse spargelrisotto.
Daal bijna 700 traptreden tot het dorp, haal
daar een beker stracciatella-ijs. Plan dit zo,
dat je snel met de postauto weer terug bent.
Ondertussen ziet hij de maan boven het
Lago verschijnen, branden berkblokken in
de haard en wacht de divan met vierbenige
Diva op zijn slaap.
Voor de ochtend daarna spreek je niets af.
Vertel hem geen sprookjes, deze jongen
met liefdesverdriet. Hij heeft ’n briefje
onder de palm gelegd. Zwaluwen hebben
hem al gezien, de goudvink is onderweg.

 

 

 

 

ZuidenHenk
Henk van Zuiden (Apeldoorn, 7 januari 1951)

 

 

 

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Dionne Brand werd geboren op 7 januari 1953 op Trinidad. Zij ging in 1970 naar Canada om Engels en filosofie te studeren. Naast gedichten en romans schrijft zij ook nonfictie en maakt zij documentaire films. Ook zet zij zich in voor minderheden en vrouwen. In 1997 ontving zij de Governor General`s Award for Poetry. Tegenwoordig woont zij in de buurt van Toronto.

 

This city is beauty

 

This city is beauty
unbreakable and amorous as eyelids,
in the streets, pressed with fierce departures,
submerged landings,
I am innocent as thresholds
and smashed night birds, lovesick,
as empty elevators

let me declare doorways,
corners, pursuit, let me say
standing here in eyelashes, in
invisible breasts, in the shrinking lake
in the tiny shops of untrue recollections,
the brittle, gnawed life we live,
I am held, and held

the touch of everything blushes me,
pigeons and wrecked boys,
half-dead hours, blind musicians,
inconclusive women in bruised dresses
even the habitual grey-suited men with terrible
briefcases, how come, how come
I anticipate nothing as intimate as history

would I have had a different life
failing this embrace with broken things,
iridescent veins, ecstatic bullets, small cracks
in the brain, would I know these particular facts,
how a phrase scars a cheek, how water
dries love out, this, a thought as casual
as any second eviscerates a breath

and this, we meet in careless intervals,
in coffee bars, gas stations, in prosthetic
conversations, lotteries, untranslatable
mouths, in versions of what we may be,
a tremor of the hand in the realization
of endings, a glancing blow of tears
on skin, the keen dismissal in speed

 

 

 

 

brand_dionne
Dionne Brand (Trinidad, 7 januari 1953)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Charles Péguy werd geboren op 7 januari 1873 in Orléans. Péguy kwam uit armoedige omstandigheden en werd opgevoed door zijn moeder en grootmoeder. Zijn vader was kort na zijn geboorte overleden. In 1891 sloot hij de middelbare school af en ontving een beurs, maar werd niet toegelaten, omdat hij de toelatingstest niet doorstond. Hij diende vervolgens als dienstplichtige een jaar in het 131ste infanterieregigment in Orléans. Péguy probeerde het daarna opnieuw, ditmaal succesvol, en begon in 1894 zijn studie aan de École normale supérieure in Parijs, waar hij in contact kwam met Romain Rolland en de filosoof Bergson, die bijzonder veel invloed op hem uitoefende. Zijn literaire loopbaan verliep met drie grote golfbewegingen. De eerste liepvan 1897 - 1900 en was vooral socialistisch en atheïstisch geaard. Hij schreef zijn levenswerk "Cahiers de la Quinzaine" en werd beheerst door de zaak Dreyfuss. Jeanne d'Arc was  ondanks zijn atheïsme zijn voorbeeld en zijn inspiratiebron, aan wie hij verschillende literaire uitgaven wijdde, waaronder een drama, in 1897. De periode 1900 - 1910 werd gekenmerkt door een groei naar een nieuwe levensovertuiging, die leidde tot zijn overgang naar het christendom. Rond 1908 bekeerde hij zich tot het katholicisme. De periode 1910-1914 was de periode van overgang naar een mystieke wereldbeschouwing, gebaseerd op het lijden van Christus, dat Péguy zag als de menselijke basis van het haast mystiek verbond tussen het tijdelijke en het eeuwige. Hierop steunde zowel zijn tijdskritiek als zijn houding tegenover Kerk en Socialisme. Hij stierf in de eerste dagen van de Slag aan de Marne op 5 september 1914. Hij werd in de buurt van Villeroy, dichtbij Neufmontiers-lès-Meaux, door een kogel in zijn hoofd getroffen.

 

 

De kleine hoop

Het geloof waar ik het meest van hou, zegt God, is de hoop.

Geloof, dat verwondert me niet.
Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig,
in de zon en de maan en de sterren aan de hemel
en in 't gewemel
van de vissen in rivieren,
en in alle dieren,
en in het hart van de mens, zegt God,
dat het diepste is
en het meest in het kind
dat het liefste is
dat ik ooit heb geschapen.
In alles wat boven en onder is
ben ik zo luisterrijk aanwezig,
dat geloven, zegt God, in mijn ogen
geen wonder is.

Ook liefde verwondert me niet, zegt God.
Er is onder de mensen zoveel verdriet,
soms niet te stelpen,
dat je toch vanzelf ziet
hoe ze elkaar moeten helpen.
Ze zouden wel harten van steen
moeten hebben als ze voor een
die tekort heeft het brood
niet uit hun mond zouden sparen.
Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.

Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben ik van ondersteboven.
Ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat
en ze geloven
dat het morgen allemaal omslaat.
Wat een wonder is er niet voor nodig
dat zij dat kleine hoopje hoop
nooit als overbodig
ervaren
maar met voorzichtige gebaren
in hun hand en in hun hart bewaren,
een vlammetje dat keer op keer weer
wankelt en dreigt neer te slaan
maar altijd weer weet op te staan,
en nooit wil doven.
Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.

Geloof en liefde zijn als vrouwen.
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Zij stapt op tussen de twee vrouwen
en iedereen denkt: die vrouwen houen
haar bij de hand,
die wijzen de weg.
Maar daarvan heb ik meer verstand,
zegt God, ik zeg:
het is dat kleine meisje hoop
dat al wat tussen mensen leeft
en al hun heen en weer geloop
licht en richting geeft.
Want het is dat kleine meisje hoop
- je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms dat het zo onooglijk is -
het is dat kleine meisje hoop
dat de mensen zien laat, zien soms even,
wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,
de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.

 

 

 

 

 

Peguy2
Charles Péguy (7 januari 1873 – 5 september 1914)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Marie Desplechin werd geboren op 7 januari 1959 in Roubaix. Desplechin schreef na haar letterenstudie kinder- en jeugdboeken. In 1995 verscheen 'Trop Sensibles', een verhalenbundel voor volwassenen. Internationale bekendheid verwierf zij met de roman 'Sans moi' (1999), die ook in het Nederlands vertaald is: 'Zonder mij'

 

Uit: Sans moi

 

„Le soir nous jouons au Monopoly. Suzanne triche sans malice. Thomas est exaspéré. Je m’ennuie, je lance les dés trop fort, ils roulent sur la table et tombent par terre. Il n’y a qu’Olivia pour s’intéresser au jeu . Elle tient la banque, elle engueule les enfants, elle ramasse les dés. Elle se demande si elle doit acheter la rue de la Paix. Elle fronce le nez. Je la regarde. Elle me fait rire.

Les enfants sont couchés, je leur rapporte ma conversation avec Etienne Varlat.

Ah ouais, dit-elle, ce pauvre Etienne, il n’en revenait pas, j’étais dans son bureau, je tremblais sur mes pieds, il faut dire que j’avais des brûlures sur tout le corps, en plus ils m’avaient brûlée, et tout ce que je savais faire, c’était me tordre de rire. Tu aurais vu sa tête à Etienne, même toi tu aurais rigolé. Enfin, le principal c’est qu’il m’a emmenée me faire soigner à l’hôpital, il a été gentil, je ne peux pas dire, j’ai toujours les traces des brûlures sur les seins.

Je refuse de penser que cette personne à qui je parle porte des cicatrices de brûlures sur les seins.

Tu as porté plainte ?

Elle me regarde atterrée.

Pour un viol ?

Olivia, ma voix est très calme, je suis en train de mesurer combien notre pratique de l’organisation sociale est différente. Olivia, dis-je avec une manière de componction, la brûlure est un acte de barbarie, le viol est un crime.

Oui, acquiesce Olivia aimablement, et après ?

Après, les types passent aux assises, ils prennent quinze ou vingt ans de taule, c’est la loi.“

 

 

 

 

marie-desplechin
Marie Desplechin
(Roubaix, 7 januari 1959)

 

 

 

 

De Indiaase schrijfster en columniste Shobhaa Dé werd geboren op 7 januari 1947 in Maharashtra. Zij behaalde een graad in psychologie aan het St. Xavier's College in Mumbai. In 1970 begon zij aan een loopbaan als journaliste en werd ze uitgeefster en redacteur van drie tijdschriften. Tegenwoordig is zij freelance schrijfster en columniste voor verschillende bladen en tijdschriften.

 

Uit: Surviving Men -- The Smart Woman's Guide To Staying On Top

 

“Some wives prefer denial. They like pretending they don't have a mother-in-law even when the old biddy is sitting right across them, stuffing her face with murgh masallam and glaring evilly. Women learn how to blank out unpleasant sights. And odours. Mothers-in-law exude a particular smell that is quite, quite distinctive to their breed. It doesn't matter whether they come from, all of them send out the same scent. I believe it can be successfully bottled under an appropriate brand name, such as 'Hostility' or 'Suspicion'.

Do sons smell what the world smells? Naturally not. They fill their nostrils with the world's headiest fragrance each time Mummyji walks into the room. 'Ecstasy?' 'Bliss?' 'Embrace?' All three. They call their wives 'paranoid' and insist they suffer from a persecution complex even when there is a full-fledged attack on their person in the man's presence. "Calm down," advises the beta. "The way you're carrying on, one would think you were being nuked or something." So you scream back, "It's worse than nuking. At least there are bomb shelters around when wars break out. Where do I go?"

 

 

 

De
Shobhaa Dé (Maharashtra, 7 januari 1947)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Cormier werd geboren in Leominster, Massachusetts, op 7 januari 1925. Nog tijdens zijn schooltijd begon hij met schrijven. Een docent van hem stuurde een kort verhaal van hem naar een tijdschrift en zo volgde een eerste publicatie al toen hij negentien was. Cormiers loopbaan begon met het schrijven van reclameteksten voor de radio. Dertig jaar lang werkte hij als journalist en columnist. Na het succes van zijn eerste roman The Chocolate War wijdde hij zich geheel aan het schrijven. Een hoofdthema in zijn werk zijn jongeren in de moderne maatschappij.

 

Uit: The Chocolate War

 

„As he turned to take the ball, a dam burst against the side of his head and a hand grenade shattered his stomach. Engulfed by nausea, he pitched toward the grass. His mouth encountered gravel, and he spat frantically, afraid that some of his teeth had been knocked out. Rising to his feet, he saw the field through drifting gauze but held on until everything settled into place, like a lens focusing, making the world sharp again, with edges.
The second play called for a pass. Fading back, he picked up a decent block and cocked his arm, searching for a receiver - maybe the tall kid they called The Goober. Suddenly, he was caught from behind and whirled violently, a toy boat caught in a whirlpool. Landing on his knees, hugging the ball, he urged himself to ignore the pain that gripped his groin, knowing that it was important to betray no sign of distress, remembering The Goober's advice, "Coach is testing you, testing, and he's looking for guts."
I've got guts. Jerry murmured, getting up by degrees, careful not to displace any of his bones or sinews. A telephone rang in his ears. Hello, hello, I'm still here. When he moved his lips, he tasted the acid of dirt and grass and gravel. He was aware of the other players around him, helmeted and grotesque, creatures from an unknown world. He had never felt so lonely in his life, abandoned, defenseless.
On the third play, he was hit simultaneously by three of them: one, his knees; another, his stomach; a third, his head - the helmet no protection at all. His body seemed to telescope into itself but all the parts didn't fit, and he was stunned by the knowledge that pain isn't just one thing - it is cunning and various, sharp here and sickening there, burning here and clawing there. He clutched himself as he hit the ground. The ball squirted away.“

 

 

 

robert_cormier
Robert Cormier (7 januari 1925 – 2 november 2000)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, historicus en politicus Max Gallo werd geboren in Nice op 7 januari 1932. Gallo schreef een groot aantal historische romans, biografieën en andere boeken over zeer uiteenlopende personen en periodes uit de geschiedenis.Na de Tweede Wereldoorlog was Max Gallo aanvankelijk communist, maar schoof langzaam maar zeker op in de richting van de Franse socialisten, bij wie hij zich halverwege de jaren zeventig aansloot. In de jaren tachtig en negentig bekleedde hij diverse politieke functies, onder meer als volksvertegenwoordiger en als regeringswoordvoerder. Aan het begin van de jaren negentig verliet hij samen met Jean-Pierre Chevènement de Franse Socialistische Partij. Max Gallo geldt nog altijd als een links denker, maar met name sinds de publicatie van zijn spraakmakende boek Fier d'être français ("Trots om Frans te zijn") begin 2006 is zijn populariteit bij een deel van links Frankrijk enigszins tanende. In mei 2007 werd hij verkozen tot lid van de Académie française.

 

Uit: Robespierre (Vertaald door Pierre Bertaux en Bernd Witte)

 

„In der bis zum letzten Platz gefüllten Kapelle der Jakobiner, in der gespanntes Schweigen herrscht, verwirft Maximilien mit einem Satz die These von der Entführung. »Nicht meiner Person«, beginnt er, »müßte die Flucht des obersten Beamten als katastrophales Ereignis erscheinen. Der heutige Tag könnte der schönste der Revolution sein, er kann es immer noch werden.« Dann ruft er zum Handeln auf, womit er sich der Initiative der Cordeliers anschließt, und schleudert seine Anklagen heraus: »Der König hat, um seinen Posten im Stich zu lassen, einen Augenblick gewählt . . .« Und er läßt eine lange Liste von Umständen folgen, die es dem König erlauben werden, »die Nation auszuhungern«. Dennoch fürchtet Maximilien nicht so sehr, daß »alle Briganten Europas sich gegen uns zusammentun«. »Mitten unter uns jedoch, in dieser Hauptstadt, hat der flüchtige König seine Helfer zurückgelassen, auf die er rechnet, um seine Rückkehr zum Triumphzug zu machen.« Es sind diese Helfer, die Maximilien in Unruhe versetzen. Er möchte »seinen Schrecken mitteilen«, denn, und dieser Satz zielt auf La Fayette, die Truppen haben Anführer, die »es fertiggebracht haben, daß man einem Bouillé für die Bartholomäusnacht unter den Patrioten von Nancy eine öffentliche Danksagung beschlossen hat«. Schließlich kündigt er die Ankunft der Abgeordneten an und ruft aus: »Die Nationalversammlung, so behaupte ich heute, hat in zwanzig Dekreten vorgegeben, die Flucht des Königs eine Entführung zu nennen. Wollt ihr noch mehr Beweise dafür, daß die Nationalversammlung die Interessen der Nation verrät?«

 

 

 

max_gallo
Max Gallo (Nice, 7 januari 1932)

 

 

 

 

 

De Franstalige, Catalaanse, schrijver Ludovic Massé werd geboren op 7 januari 1900 in Évol. Na zijn schooltijd werkte hij eerst als journalist en in het onderwijs. De dood van zijn vader in 1927 vormde de basis van zijn eerste romans Le Livre des bêtes familières en Fièvre au village chronique. In 1934 verscheen zijn beroemde Ombres sur les champs. Zijn vrijzinnige en pacifistische opvattingen leverden hem in 1940 nogal wat tegenstand op. .

 

Uit: Pip et la liberté

 

„Ils avancent et, bientôt, Pip se heurte à un mort. La plaine en est tout entière peuplée. Beaucoup sont aux trois-quarts enfouis dans la glèbe. De loin en loin, un coup de feu éclate dans cette désolation et ce silence. C’est un mort qui a tiré ; l’arme s’est détachée de ses doigts pourris et elle est partie toute seule.
– Prenez garde ! dit l’âne. Rien n’est plus mal récompensé que de recueillir une balle égarée !
Il n’en peut plus, mais il s’essaie à rire.
Des camions, des batteries, des convois entiers se sont embourbés ; ils forment de longs tertres funèbres. Ci et là, une coupole d’acier jette un éclair ; un gros canon, arc-bouté sur ses pattes de métal, tente d’échapper aux boues qui l’aspirent ; partout, des avions gisent, fracassés, calcinés, leurs équipages et leurs boulons éparpillés comme une semence.
Ils ont traversé des villages sans se douter que c’étaient des villages. Ils ont reconnu une ville à quelques murs dressés au milieu du plâtras. Il n’y a plus de rues, ni de places ; dans ce qui fut un square, une statue couchée regarde le ciel. Les palais se sont agenouillés sur les avenues ; la ville s’est refermée sur ses enfants.“

 

 

 

ludovic
Ludovic Massé (7 januari 1900 – 24 augustus 1982)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en anthropologe Zora Neale Hurston werd geboren op 7 januari 1891 in Notasulga, Alabama. Haar moeder overleed toen zij negen was. In 1925 ging zij naar New York en kwam er in contact met de schrijvers van de Harlem Renaissance. Zij begon haar eerste essays en korte verhalen te publiceren. Dankzij een beurs kon zij anthropologie studeren. Tijdens haar veldstudies in Florida, Alabama, Louisiana en op de Bahamas verzamelde zij verhalen, liederen en gebeden van de zwarte bevolking. Uiteindelijk koos Neale Hurston voor de literatuur. In de jaren dertig was zij een van de belangrijkste afro-amerikaanse schrijvers.

 

Uit: Their Eyes Were Watching God

 

„Ships at a distance have every man's wish on board. For some they come in with the tide. For others they sail forever on the horizon, never out of sight, never landing until the Watcher turns his eyes away in resignation, his dreams mocked to death by Time. That is the life of men.

Now, women forget all those things they don't want to remember, and remember everything they don't want to forget. The dream is the truth. Then they act and do things accordingly.

So the beginning of this was a woman and she had come back from burying the dead. Not the dead of sick and ailing with friends at the pillow and the feet. She had come back from the sodden and the bloated; the sudden dead, their eyes flung wide open in judgment.

The people all saw her come because it was sundown. The sun was gone, but he had left his footprints in the sky. It was the time for sitting on porches beside the road. It was the time to hear things and talk. These sitters had been tongueless, earless, eyeless conveniences all day long. Mules and other brutes had occupied their skins. But now, the sun and the bossman were gone, so the skins felt powerful and human. They became lords of sounds and lesser things. They passed nations through their mouths. They sat in judgment.“

 

 

 

 

zora-neale-hurston
Zora Neale Hurston (7 januari 1891 – 28 januari 1960)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijfster ook mijn blog van 7 januari 2008.

 

De Australische schrijfster en journaliste Helen Darville werd geboren op 7 januari 1971 in Brisbane.

 

 

15-05-08

Arthur Schnitzler, Albert Verwey, Judith Hermann, Max Frisch, Peter Shaffer, Raymond Federman, W. Bronzwaer, Mikhail Bulgakov, Lyman Frank Baum


De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007.

 

Uit: Traumnovelle

 

Vierundzwanzig braune Sklaven ruderten die prächtige Galeere, die den Prinzen Amgiad zu dem Palast des Kalifen bringen sollte. Der Prinz aber, in seinen Purpurmantel gehüllt, lag allein auf dem Verdeck unter dem dunkelblauen, sternbesäten Nachthimmel, und sein Blick –"

Bis hierher hatte die Kleine laut gelesen, jetzt, beinahe plötzlich, fielen ihr die Augen zu. Die Eltern sahen einander lächelnd an, Fridolin beugte sich zu ihr nieder, küßte sie auf das blonde Haar und klappte das Buch zu, das auf dem noch nicht abgeräumten Tische lag. Das Kind sah auf wie ertappt.

"Neun Uhr," sagte der Vater, "es ist Zeit, schlafen zu gehen." Und da sich nun auch Albertine zu dem Kind herabgebeugt hatte, trafen sich die Hände der Eltern auf der geliebten Stirn, und mit zärtlichem Lächeln, das nun nicht mehr dem Kind allein galt, begegneten sich ihre Blicke. Das Fräulein trat ein, mahnte die Kleine, den Eltern Gute-Nacht zu sagen, gehorsam erhob sie sich, reichte Vater und Mutter die Lippen zum Kuß und ließ sich von dem Fräulein ruhig aus dem Zimmer führen. Fridolin und Albertine aber, nun allein geblieben unter dem rötlichen Schein der Hängelampe, hatten es mit einem Mal eilig, ihre vor dem Abendessen begonnene Unterhaltung über die Erlebnisse auf der gestrigen Redoute wieder aufzunehmen.

Es war in diesem Jahre ihr erstes Ballfest gewesen, an dem sie gerade noch vor Karnevalschluß teilzunehmen sich entschlossen hatten. Was Fridolin betraf, so war er gleich beim Eintritt in den Saal wie ein mit Ungeduld erwarteter Freund von zwei roten Dominos begrüßt worden, über deren Person er sich nicht klar zu werden vermochte, obzwar sie über allerlei Geschichten aus seiner Studenten- und Spitalzeit auffallend genauen Bescheid wußten. Aus der Loge, in die sie mit verheißungsvoller Freundlichkeit geladen, hatten sie sich mit dem Versprechen entfernt, sehr bald, und zwar unmaskiert, zurückzukommen, waren aber so lange fortgeblieben, daß er, ungeduldig geworden, vorzog, sich ins Parterre zu begeben, wo er den beiden fragwürdigen Erscheinungen wieder zu begegnen hoffte. So angestrengt er auch umherspähte, nirgends vermochte er sie zu erblicken, statt ihrer aber hing sich unversehens ein anderes weibliches Wesen in seinen Arm; seine Gattin, die sich eben brüsk einem Unbekannten entzogen, dessen melancholisch-blasiertes Wesen und fremdländischer, anscheinend polnischer Akzent sie anfangs bestrickt, der sie aber plötzlich durch ein unerwartet hingeworfenes häßlich-freches Wort verletzt, ja erschreckt hatte.”

 

 

 

scnitzler
Arthur Schnitzler (15 mei 1862 - 21 oktober 1931)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865.Zie ook mijn blog van 15 mei 2006 en ook mijn blog van 15 mei 2007.

 

Begeerte

 

Zoolang mijn leven

Luistert en fluistert,

Mijn voet niet kluistert

De donkre zoô,

Zal ik van droomen

Het web wel weven:

Wind, water en boomen

En rozen, wit en roô.

 

Zoolang mijn adem

Beweegt en warm is,

Mijn hart niet arm is

Aan bloed dat kleurt,

Zij mij de wereld

Die ik omvadem

De aardsche die dauw-ompereld

Altijd uit nacht zich beurt.

 

Zoolang mijn oogen

Lachen en schreien,

Zoolang ik de zijen

Huiden bemin,

Zoolang geur en donzen

Warmte en bewogen

Harten die bonzen

Heerschen op mijn bedwelmden zin, -

 

Zoolang begeeren

Niet zal verlaten

De kronkelstraten

Van aar en spier,

Zal ik van aarde

Noch droom ontberen

De eens geopenbaarde

Schoonheid, die ik vier.

 

 

 

 

Onrust

 

Dichter die uw laatste vragen

Stellen zult wanneer gij sterft,

Antwoord zonder zelfbehagen

Welk een leed uw geest doorkerft

 

Dat gij nooit tevree kunt zwijgen -

Of ge uit iedre schemering

Bleeke maan van angst ziet stijgen

Die uw mond tot klachten dwing'.

 

‘Bleeke maan niet, maar het weten

Dat mij, reizende in den nacht,

's Morgens weer een ongeweten,

Grijs of kleurig, landschap wacht,

 

Maakt mij angstig niet, maar rustloos,

Daar mijn droom vooruit wou zien

En nu raadselblind en lustloos

Mat wordt van 't herhaald misschien.

 

De ochtend komt: de klare stralen

Leevren mij het ware beeld,

Eindlijk kan ik ademhalen

Heel den dag tot d'avond geelt.’

 

 

 

 

Het Sterrenbeeld

 

Het dal was donker en de weg was eng,

Hij wist dat uit de ruigten slangen loerden,

De hemel was een dunne en bleeke streep.

 

Hij was gedaald: nu steeg hij, slank en streng,

Alsof de steenen hem naarboven voerden,

Een knods van wingerd hield zijn vaste greep.

 

En toen het scheen alsof op hoogste rand

Zich oogen brandend in de zijne boorden,

Hij toeslaan wilde op 't monster dat hem zocht,

 

Zag hij, zich neigend van de hemelwand

't Gesternte slingren, dat zijn gulden koorden,

Een labyrinth van licht, rondom hem vlocht.

 

 

 

 

 

Verwey
Albert Verwey
(15 mei 1865 -  8 maart 1937)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007.

 

Uit: Sonja

 

...Sonja war biegsam - im Kopf. Es ist schwierig zu erklären. Vielleicht daß sie mir jede Projektion erlaubte. Sie erlaubte mir jede mögliche Wunschvorstellung von ihrer Person, sei konnte eine Unbekannte sein, eine kleine Muse, jene Frau, der man einmal auf der Straße begegnet und an die man sich noch Jahre später mit dem Gefühl eines ungeheuren Versäumnisses erinnert. Sie konnte dumm sein und bieder, zynisch und klug. Sie konnte herrlich sein und schön, und es gab Augenblicke, da war sie ein Mädchen, blaß im braunen Mantel und wirklich unwichtig; ich glaube sie war so biegsam, weil sie eigentlich nichts war.”

 

 

 

Judith_Hermann
Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007.

 

Uit: Homo faber

 

Ich habe mich schon oft gefragt, was die Leute eigentlich meinen, wenn sie von Erlebnis reden. Ich bin Techniker und gewohnt, die Dinge zu sehen, wie sie sind. Ich sehe alles, wovon sie reden, sehr genau; ich bin ja nicht blind. Ich sehe den Mond über der Wüste von Tamaulipas - klarer als je, mag sein, aber eine errechenbare Masse, die um unseren Planeten kreist, eine Sache der Gravitation, interessant, aber wieso ein Erlebnis? Ich sehe die gezackten Felsen, schwarz vor dem Schein des Mondes; sie sehen aus, mag sein, wie die gezackten Rücken von urweltlichen Tieren, aber ich weiß: Es sind Felsen, Gestein, wahrscheinlich vulkanisch, das müßte man nachsehen und feststellen. Wozu soll ich mich fürchten? Es gibt keine urweltlichen Tiere mehr. Wozu sollte ich sie mir einbilden? Ich sehe auch keine versteinerten Engel, es tut mir leid; auch keine Dämonen, ich sehe, was ich sehe: die üblichen Formen der Erosion, dazu meinen langen Schatten auf dem Sand, aber keine Gespenster. Wozu weibisch werden?

 

 

 

max_frisch
Max Frisch (15 mei 1911 - 4 april 1991)

 

 

 

 

 

De Britse toneelschrijver Peter Shaffer werd geboren op 15 mei 1926 in Liverpool. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007.

 

Uit: Amadeus

 

SCENE 1

Vienna

[Darkness.
Savage whispers fill the theater. We can distinguish nothing at first from this snakelike hissing save the word Salieri! repeated here, there and everywhere around the theater. Also, the barely distinguishable word Assassin!

The whispers overlap and increase in volume, slashing the air with wicked intensity. Then the light grows Upstage to reveal the silhouettes of men and women dressed in the top hats and skirts of the early nineteenth century--CITIZENS OF VIENNA, all crowded together in the Light Box, and uttering their scandal. ]

WHISPERERS: Salieri! . . . Salieri! . . . Salieri!
[Upstage, in a wheelchair, with his back to us, sits an old man. We can just see, as the light grows w little brighter, the top of his head, encased in an old red cap, and perhaps the shawl wrapped around his shoulders. ]
Salieri! . . . Salieri! . . . Salieri!
[Two middle-aged gentlemen hurry in from either side, also wearing the long cloaks and tall hats of the period. These are the two VENTICELLI: purveyors of fact, rumor and gossip throughout the play. They speak rapidly--in this first appearance extremely rapidly--so that the scene has the air of a fast and dreadful overture. Sometimes they speak to each other, sometimes to us--but always with the urgency of men who have ever been first with the news.

VENTICELLO 1: I don't believe it.

VENTICELLO 2: I don't believe it.

V.1: I don't believe it.

V.2: I don't believe it.

WHISPERERS: Salieri!

V.1: They say.

V.2: I hear.

V.1: I hear.

V.2: They say.

V.1: & V.2: I don't believe it!

WHISPERERS:Salieri!

V.1: The whole city is talking.

V.2: You hear it all over.

V.1: The cafes.

V.2: The Opera.

V.1: The Prater.

V.2: The gutter.

V.1: They say even Metternich repeats it.

V.2: They say even Beethoven, his old pupil.

V.1: But why now?

V.2: After so long?

V.1: Thirty-two years!

V.1: & v.2: I don't believe it!

WHISPERERS: SALIERI!

V.1: They say he shouts it out all day!

V.2: I hear he cries it out all night!

V.1: Stays in his apartments.

V.2: Never goes out.

V.1: Not for a year now.

V.2: Longer. Longer.

V.1: Must be seventy.

V.2: Older. Older.

V.1: Antonio Salieri--

V.2: The famous musician--

 

 

 

 

Schaffer
Peter Shaffer (Liverpool 15, mei 1926)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist, criticus, vertaler en literatuurwetenschapper Raymond Federman werd geboren in het Franse Montrouge op 15 mei 1928. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007.

 

 

AMERICAN DREAM

 

 every morning after breakfast

 the family gathers in the garage

 to mumble their daily quota

 of admiration & veneration

 to their two chevrolets

 while on the television

 an old wrinkled actor

 out of work

 pledges allegiance

 to Budweiser                                                                           

 

 

 

IN THE END

 

 Some die heroically

 on the battlefield

 others defiantly

 by jumping off a cliff

 but many die

 unexpectedly

 in their sleep

 without knowing it

 while a great number

 go in fear

 and cowardliness

 in hospital wards

 very few depart

 unashamedly

 without resisting

 but me I want to die

 just like that

 without enthusiasm

 

 

 

A LITTLE TRIP

Flying Mexican Airlines
I go loco
and bite my lips
and blast a stick
to boot the gong
as I blow the roof
while burning one
and hit the hay
to mow the grass
that puffs the dragon

 

 

 

 

 

federmangd
Raymond Federman (Montrouge, 15 mei 1928)

 

 

De Nederlandse letterkundige, essayist en criticus W.J.M. Bronzwaer werd geboren op 15 mei 1936 in Heerleen. Daar bezocht hij het door de paters franciscanen geleide Bernardinus-College. In 1954 begon hij aan de studie Engels in Nijmegen. Tussen 1958 en 1962 was hij leraar Engels aan het R.K. Lyceum Onze Lieve Vrouw ter Eem in Amersfoort. In 1961 studeerde hij af met een een scriptie over Joseph Conrad. In 1962 werd hij wetenschappelijk medewerker aan het instituut Engels-Amerikaans van de Nijmeegse universiteit. Zijn eerste publicatie in boekvorm was de in 1969 verschenen essaybundel Vormen van imitatie. Tot 1968 schreef hij met grote regelmaat kritieken over Engelse en Amerikaanse literatuur in het dagblad De Tijd. In 1970 promoveerde hij op Tense in the Novel. In 1974 volgde zijn benoeming tot hoogleraar Algemene literatuurwetenschap aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Hij schreef o.a. over Vestdijk, Bordewijk en Koolhaas, nog vaker over Eliot, Hopkins, Thomas Mann en Rilke. Van de laatste heeft hij ook gedichten en proza vertaald. Zijn zeer grote kennis van de Nederlandse poëzie bleek uit zijn in 1993 verschenen Lessen in lyriek. De bloemlezing met vertalingen die hij maakte uit de poëzie van Gerald M. Hopkins (verschenen in 1984) was volgens kenners, vanwege de algemene inleiding en het commentaar bij de afzonderlijke gedichten, een hoogtepunt uit zijn oeuvre.

Uit: De gehoorzaamheid aan het tweede gebod. Over de essays van Frans Kellendonk

 

„Het strenge moralisme dat aan deze twee opstellen ten grondslag ligt, is wel bij uitstek de reden waarom De veren van de zwaan, dat de samenhang tussen de beide stukken zichtbaar maakte, zo'n indrukwekkend en tegelijk zo'n uit de toon vallend boek was. Indrukwekkend was het vanwege de ernst waarmee Kellendonk de grondslagen van zijn schrijverschap onderzocht, en niet minder vanwege de stilistische en retorische vorm waarin de boodschap was verpakt en dikwijls verhuld, achter felle polemische uitvallen en achter altijd waakzame, ook tegen zichzelf gerichte ironie. De ironie was het instrument waarmee de schrijver zijn moralisme behoedde tegen het gevaar van bemoeizucht, leerstelligheid of bekrompenheid. De ironie is echter niet bij machte te verhullen dat Kellendonks moralisme van fundamentele aard is. Dit moralisme is immers bepalend voor zijn schrijverschap en levert er de sterkste impulsen aan. Het is zelfs fundamentalistisch in die zin, dat waar de kunstenaar in de beklaagdenbank staat, tegelijk de mens achter de kunstenaar er staat, want de menselijkheid van de kunst vormt de inzet van het geding. Onderworpen als hij is aan het tweede gebod, kan de mens immers de kunstenaar in zich niet anders dan als idolator zien. Aanklager en beschuldigde zijn één.

(...)

 

 

 

Kellendonk
Frans Kellendonk  (7 januari 1951 - 15 februari 1990)

 

 

(...)

In een wat vroeger confessioneel stuk, ‘Beeld en gelijkenis’ uit 1983, werkt Kellendonk het in deze gelijkstelling geïmpliceerde godsbeeld nader uit. God wordt hier letterlijk een kunstenaar genoemd, wiens maaksel de schepping is. Die kan echter niet als voltooid worden beschouwd; zij moet worden gezien als een voortdurend proces waarin het scheppen zich voltrekt en waarin de schepper zich dus pas constitueert. Op de vraag of hij ook werkelijk in zo'n godsbeeld gelooft, geeft Kellendonk geen positief of negatief antwoord. Met karakteristieke ironie ontloopt hij de vraag in anekdotes over zijn katholieke jeugd. Bij nader inzien blijken deze geenszins vrijblijvend, maar illustreren zij een schakel in de redenering“.

 

 

 

Bronzwaer
W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

Boekomslag (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 mei 2007.

 

De Russische schrijver Mikhail Afanasjevitsj Bulgakov werd geboren op 15 mei 1891 in Kiev.

 
De Amerikaanse schrijver Lyman Frank Baum werd geboren in Chittenango op 15 mei 1856.

 

 

07-01-08

Frans Kellendonk, Nicholson Baker, Roland Topor, Helen Darville


De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook mijn blog van 25 februari 2007.

 

Uit: Oprecht veinzen

 

“Het machtsspel tussen de schilder en zijn model heeft iets van een psychoanalyse (bedacht ik me achteraf en veel te laat). De schilder heeft zich kwetsbaar gemaakt door het model te benaderen en zo blijk te geven van zijn belangstelling. Daarvan weet het model zich dus verzekerd en kan het misbruik maken. Maar de schilder kan het model vernederen met zijn esthetiserende blik, een blik waarin het al zo'n beetje het schilderij is dat hij maken wil. Dan trekt het model zich terug uit zijn geobjectiveerde lichaam, langzaam gaat het uit zijn bol en mediteert zich naar stralende hoogten. We spraken met elkaar als vanaf twee wolken, hij vanaf zijn esthetische wolk, ik vanaf mijn mystieke wolk, we lieten onze gedachten en zinnen half afgemaakt, om ze pas tien minuten later, wanneer onze wolkjes weer langs elkaar zeilden, te voltooien. Er was een intens bewustzijn van licht, dat over de muren van het atelier kroop en zoetjesaan verdween - tijd om op te houden.

Vorige week belde de kunstenaar me op: het werk was af, of ik eens langs wilde komen. Hij bleek twintig portretten van me geschilderd te hebben en, horribile dictu, er was er niet één bij waarin ik niet mijn eigen gezicht herkende. Dat herkennen was geen lezen, de portretten hadden niets symbolisch. Hij had mijn fysionomie binnenstebuiten gekeerd en mijn duistere, discrete eigen gezicht aan het licht gebracht. Ik vroeg hem wat hij met zijn werk ging doen. “Verkopen,” zei hij.”

 

 

 

Kellendonk
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nicholson Baker werd geboren op 7 januari 1957 in Rochester.Zie ook mijn blog van 7 januari 2007.

 

Uit: A box of matches

 

Good morning, it's January and it's 4:17 a.m., and I'm going to sit here in the dark. I'm in the living room in my blue bathrobe, with an armchair pulled up to the fireplace. There isn't much in the way of open flame at the moment because the underlayer of balled-up newspaper and paper-towel tubes has burned down and the wood hasn't fully caught yet. So what I'm looking at is an orangey ember-cavern that resembles a monster's sloppy mouth, filled with half-chewed, glowing bits of fire-meat. When it's very dark like this you lose your sense of scale. Sometimes I think I'm steering a space-plane into a gigantic fissure in a dark and remote planet. The planet's crust is beginning to break up, allowing an underground sea of lava to ooze out. Continents are tipping and foundering like melting icebergs, and I must fly in on my highly maneuverable rocket and save the colonists who are trapped there.

Last night my sleep was threatened by a toe-hole in my sock. I had known of the hole when I put the sock on in the morning—it was a white tube sock—but a hole seldom bothers me during the daytime. I can and do wear socks all day that have a monstrous rear-tear through which the entire heel projects like a dinner roll. But at night the edges of the hole come alive. I was reading my book of Robert Service poems last night around nine-thirty, when the hole's edge began tickling and pestering the skin of the two toes that projected through. I tried to retract the toes and use them to catch some of the edge of the sock's fabric, pulling it over the opening like a too-small blanket that has slid off the bed, but that didn't work—it seldom does. I knew that later on, after midnight, I would wake up and feel the coolness of the sheet on those two exposed toes, which would trouble me, even though that same coolness wouldn't trouble me if the entire foot was exposed. I would become wakeful as a result of the toe-hole, and I didn't want that, because I was starting a new regime of getting up at four in the morning.”

 

 

 

 

baker184
Nicholson Baker (Rochester, 7 januari 1957)

 

 

 

De Franse schrijver, illustrator, filmmaker en schilder Roland Topor werd geboren op 7 januari 1938 in Parijs. Zie ook mijn blog van 7 januari 2007.

 

 

 

ToporAritmetica
Roland Topor: Aritmetica

 

 

 

Uit: Die Wahrheit über Max Lampin

 

»Max Lampin ist eigentlich klein, verglichen mit meinem Haß. Gut, er ist ein Scheißkerl, aber kein außergewöhnlicher. Es würde auch nichts ändern, wenn er ein kleiner Heiliger wäre. Warum also beschäftige ich mich so verbissen mit ihm? Ich will es Ihnen sagen. Wenn man wie ich alt, arm, krank, erniedrigt und beleidigt ist, hat man nicht mehr den Hochmut und die Lust, sich seine Feinde auszusuchen. Der erste beste genügt. Er ist gut gegen Gallensteine. Das ist die Hauptsache. Wenn er seine Dienste getan hat, sucht man sich den Nächsten. Wichtig ist nur, daß man nicht an seiner Wut krepiert.«

 

 

 

Topor2
Roland Topor (7 januari 1938 – 14 november 1997)

 

 

 

 

 

De Australische schrijfster en journaliste Helen Darville werd geboren op 7 januari 1971 en groeide op in Brisbane als dochter van Britse immigranten. In 1993 kreeg zij voor haar roman The Hand that Signed the Paper de Australian/Vogel Literary Award. Zij had het boek geschreven terwijl zij Engelse literatuur studeerde aan de universiteit van Queensland. Het boek verscheen onder het pseudoniem Helen Demidenko, de suggestie wekkend dat Darville het levensverhaal van haar eigen voorouders beschreef. Toen dat niet waar bleek te zijn leverde haar dat nogal wat kritiek en commentaar op. Nadat zij enkele jaren gewerkt had als lerares in het voortgezet onderwijs gaf zij het schrijven op en ging zij rechten studeren in Oxford. Darville levert nu regelmatig bijdragen aan de libertarische groeps-blog catallaxy files. Momenteel werkt zij ook aan een tweede boek.

 

Uit: The Hand that Signed the Paper

 

“As I drive down the Pacific Highway, the French are busy dropping bombs into the waters in which my nieces swim, the Americans and Iraqis are engaged in a bizarre competition to see who can destroy the world many times over most, and my uncle will soon be on trial for war crimes and crimes against humanity. I wonder casually, as I turn off the main road to fill up with petrol, if Eichmann had a daughter and is she felt the same way as I do now. It is an idle question, but I toy with it as the light and darkness at sunset plays over the glittering Ampol sign. This is one petrol station where they still serve you while you sit in your car. A pimply boy walks towards me across the asphalt and asks 'how much?' and I say 'twenty dollars'. I sit in the cockpit of my car, and look at my watch. The boy takes my keys. The key ring has a cheap plastic figurine of 'Expo Oz' attached. I've had it for four years, and Expo Oz's platypus bill has very little paint left on it.

Right now, I am missing my Set Theory and Logic lecture, and will soon miss my Modern Political Ideologies lecture. I left home earlier this morning, giving Cathe a week’s rent and telling her that I was ‘going to drive down the coast to see about my uncle’. Cathe -- and a few other of my close friends -- know that I am related to the Kovalenko who has recently been charged with war crimes. That in itself is no guarantee of a trial, but the fear is real. I have confirmed to Cathe that the charges are true, and that the family is in the process of engaging a lawyer “

 

 

 

demidenko_darville
Helen Darville (Brisbane, 7 januari 1971)

 

25-02-07

Karl May, Anthony Burgess, Amin Maalouf, Carlo Goldoni, Friedrich von Spee, Frans Kellendonk


De Duitse schrijver Karl May werd geboren op 25 februari 1842 in Hohenstein-Ernstthal, als vijfde van veertien kinderen van de wever Heinrich May en zijn echtgenote Wilhelmina Weise. Op 29 september 1856 begon hij zijn opleiding tot leraar in Waldheim, Saksen. Hier werd hij in 1860 veroordeeld wegens diefstal van zes kaarsstompjes. Toen hij zich in 1865 voor een vermogend arts uitgaf, werd hij betrapt en tot vier jaar arbeidshuis veroordeeld. Hij kwam voortijdig vrij in 1868. Hij beging hierna in verschillende betrekkingen nieuwe diefstallen, waarvoor hij van 1870 - 1874 in het tuchthuis in Waldheim gevangenisstraf uitzat. Zijn genezing kwam op gang toen hij de katholieke lekencatecheet Kochbar ontmoette.

De jaren 1881-1887 vertegenwoordigden een hoogtepunt in zijn schrijversbestaan. In het katholieke gezinsblad Der Deutsche Hausschatz verschenen de eerste versies van zijn reisavonturen als De doodskaravaan, Door Koerdistan. In 1888 kreeg May een vaste aanstelling als medewerker aan het Stuttgarter tijdschrift Spemann's Illustrirte Knabenzeitung: Der gute Kamerad. Vanaf 1892 verschenen Mays reisvertellingen in steeds grotere oplagen. De meeste van zijn Amerika-romans kenmerken zich door een christelijke, romantische inslag. Door de goede verkoop van zijn boeken ging het hem voor de wind. In 1899-1900 ondernam hij zijn eerste reis naar de Oriënt. Ook maakte hij een reis naar Amerika (1908), vanwaar hij veel originele souvenirs uit het dagelijks leven van verschillende indianen meenam. In 1904 werden de vroegere veroordelingen van May publiek, waardoor hij veel sympathie verloor. Er ontstond een anti-Karl May hetze, culminerend in, bijvoorbeeld, Lebius' brochure Karl May - ein Verderber der deutschen Jugend. Tijdens processen tegen het publiceren van zijn (eerst naar zijn uitgever genoemde) Münchmeyer-romans onder zijn eigen naam verloor hij veel van het geld dat hij met schrijven had verdiend. Toen hij in 1912 overleed, was hij een gebroken man.

 

Uit: Der Schatz im Silbersee

 

„Da,  wo  jenseits  des  Cumison  River  sich  die  Elk  Mountains  erheben,  ritten  vier  Männer  über  ein Hochplateau,  welches  mit  kurzem  Grase  bewachsen  war  und,  so  weit  das  Auge  reichte,  weder Sträucher noch Bäume zeigte. Obgleich man im fernen Westen daran gewöhnt ist, außergewöhnliche Gestalten  zu  sehen,  so  hätten  diese  vier  Reiter  einem  jeden,  der  ihnen  begegnet  wäre,  auffallen müssen.

 

Der  eine  von  ihnen,  dem  man  es  sofort  ansah,  daß  er  der  vornehmste  sei,  ritt  einen  prachtvollen Rapphengst von der Art, welche man bei gewissen Apachenstämmen züchtet. Seine Gestalt war nicht zu  hoch  und  breit,  und  dennoch  machte sie den Eindruck  großer  Kraft und Ausdauerfähigkeit. Sein sonnverbranntes Gesicht wurde von einem dunkelblonden Vollbart umrahmt. Er trug lederne Leggins, ein Jagdhemd aus demselben Stoffe und lange Stiefeln, welche er bis über das Knie heraufgezogen hatte. Auf  seinem  Kopfe saß  ein breitkrempiger Filzhut, in dessen Schnur rundum  die Ohrenspitzen des  Grizzlybären  steckten.  Der  breite,  aus  einzelnen  Lederriemen  geflochtene  Gürtel  schien  mit

Patronen gefüllt zu sein und enthielt außerdem zwei Revolver und ein Bowiemesser. Ferner hingen an demselben  zwei  Paar  Schraubenhufeisen  und  vier  fast kreisrunde, dicke Schilf-  und Strohgeflechte, welche mit Riemen und Schnallen versehen waren. Jedenfalls waren diese bestimmt, dem Pferde an die  Hufe  geschnallt  zu  werden,  falls  es  galt,  einen  Verfolger  irre  zu  führen.  Von der  linken Schulter nach  der  rechten  Hüfte  hing  ein  zusammengeschlungener  Lasso  und  um  den  Hals  an  einer  festen Seidenschnur eine mit Kolibribälgen verzierte Friedenspfeife. In der Rechten hielt er ein kurzläufiges Gewehr,  dessen  Schloß  von  einer  höchst  eigenartigen  Konstruktion  zu  sein  schien,  und  auf  dem Rücken trug er an einem breiten Riemen ein sehr langes und sehr starkes Doppelgewehr von der jetzt äußerst  seltenen  Art,  welche  man  früher  Bärentöter  nannte  und  aus  deren  Läufen  man  nur  Kugeln allergrößten Kalibers schoß. Dieser Mann war Old Shatterhand, der berühmte Jäger, welcher diesen Beinamen  dem  Umstande  verdankte,  daß  er  einen  Feind  mit  einem  bloßen  Hiebe  seiner  Faust  zu erlegen vermochte.“

 

 

 

Karl3
Karl May
(25 februari 1842 – 30 maart 1912)

 

Anthony Burgess is het pseudoniem van de Britse schrijver John Anthony Burgess Wilson.  Hij werd geboren op 25 februari 1917 in Manchester, Engeland. Burgess werkte als een onderwijsofficier in Brunei en Maleisië na de Tweede Wereldoorlog. In 1959 werd er een hersentumor bij hem geconstateerd, en hij had een levensverwachting van een paar maanden. Hij gaf het lesgeven op en werd een fulltime schrijver. In zijn carrière als schrijver publiceerde hij meer dan 50 boeken in verschillende genres waaronder fictie en sciencefiction. Ook schreef hij een James Joyce handboek met de titel Here comes everybody. Zijn beroemdste (of beruchtste) boek was A Clockwork Orange; dit werd verfilmd door Stanley Kubrick in 1971. De film werd in veel landen verboden, en blijft erg controversieel.

Uit: Earthly Powers

"We," he said, not without complacency, "are different. We attest the divine paradox. We are barren only to be fertile. We proclaim the primary reality of the world of the spirit which has an infinitude of mansions for an infinitude of human souls. And you too are different. Your destiny is of the rarest kind. You will live to proclaim the love of Christ for man and man for Christ in a figure of earthly love." Preacher's rhetoric; it would have been better in Italian, which thrives on melodious meaninglessness.

I said, with the same weariness as before, "My destiny is to live in a state of desire both church and state condemn and to grow sourly rich in the purveying of a debased commodity. I've just finished a novel which, when I'd read it through in typescript, made me feel sick to my stomach. And yet it's what people want -- the evocation of a past golden time when there was no Mussolini or Hitler or Franco, when gods were paid for with sovereigns, Elgar's Symphony Number One in A flat trumpeted noblimente a massive hope in the future, and the romantic love of a shopgirl and a younger son of the aristocracy portended a healthful inflection but not destruction of the inherited social pattern. Comic servants and imperious duchesses. Hansom cabs and racing at Ascot. Fascists and democrats alike will love it. My destiny is to create a kind of underliterature that lacks all whiff of the subversive."

"Don't," Carlo said, "underestimate yourself."

 

 

burgess
Anthony Burgess (25 februari 1917 – 22 november 1993)

 

De Franstalige schrijver Amin Maalouf werd geboren in Beiroet, Libanon, op 25 februari 1949. Hij studeerde sociologie en economie alvorens journalist te worden. In 1977 emigreerde hij naar Frankrijk, omwille van de burgeroorlog in Libanon. Na het succes van zijn boek De kruistochten gezien door de Arabieren (1983), stapte hij uit de journalistiek om voltijds te gaan schrijven. In 1993 won hij de Prix Goncourt voor zijn boek Le rocher de Tanios. In zijn essay Moordende identiteiten pleit hij voor het recht om tot meerdere culturen te behoren. Voorjaar 2005 verscheen bij De Geus een Nederlandse vertaling van zijn boek Origines, bekroond met de Prix Méditerranée 2004. De historische roman Leo Africanus gaat over een geleerde moslim die in handen van de Christenen valt en aan het pauselijke hof belandt. Het hoofdpersonage van de roman gaat terug op een historische persoon uit de 16e eeuw.

 

Uit: Leo Africanus

 

“I,   Hasan  the  son  of  Muhammad  the  weigh-master,  I,  Jean-Leon  de  Medici, circumcised  at  the  hand  of  a  barber  and  baptized  at  the  hand  of  a  pope,  I  am  now called the African, but I am not from Africa, nor from Europe, nor from Arabia. I am also called the Granadan, the Fassi, the Zayyati, but I come from no country, from no city, no tribe.  I am the son of the road. My country is the caravan. My life the most unexpected of voyages.

 

My wrists have experienced in turn the caresses of silk, the abuses of wool, the gold of princes and the chains of slaves. My fingers have parted a thousand veils, my lips have made a thousand virgins blush, and my eyes have seen cities die and empires perish.

 

From  my  mouth  you  will  hear  Arabic,  Turkish,  Castilian,  Berber,  Hebrew,  Latin and vulgar Italian, because all tongues and all prayers belong to me. But I belong to none of them. I belong only to God and to the earth, and it is to them that I will one day soon return.

 

But you will remain after me, my son. And you will carry the memory of me with you. And you will read my books. And this scene will come back to you: your father, dressed in the Neopolitan style, aboard this galley which is conveying him towards the African coast, scribbling to himself, like a merchant working out his accounts at the end of a long journey.

 

 

 

malouf
Amin Maalouf (Beiroet, 25 februari 1949)

 

De Italiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd geboren in Venetië op 25 februari 1707.Als jongen liep hij van school om een reizende troep toneelspelers te volgen. Al op 8 jarige leeftijd schreef hij zijn eerste komedie, in totaal zouden het er ongeveer 150 worden. Hij studeerde rechten en filosofie te Pavia, maar moest in 1726 die stad verlaten als gevolg van een satire gericht tegen de plaatselijke dames. Uiteindelijk promoveerde hij in Padua en vestigde zich daar als advocaat. In 1734 werd hij verbonden aan de komische troep van Imer, die o.a. zijn bejubelde tragikomedie Belisario opvoerde, alsmede enige ‘comédies à sujet’, die hem de kans gaven te experimenteren met de hervorming die hem voor ogen stond:
het publiek behoedzaam te winnen voor een natuurgetrouwe, geheel ‘uitgeschreven’ komedie in plaats van de geïmproviseerde van de nog altijd gangbare Commedia dell'Arte.

Goldoni verafschuwde de stukken van de Commedia dell'Arte om hun vulgariteit, de scherts, het irreële en het gebrek aan zedelijke waarden. Hij verving de voorgaande elementen door humor, sentiment en realiteit. Zo ontstond de "Commedia Nuova".

Van 1741 tot 1743 was Goldoni in Venetië consul van de republiek Genua. Daarna vestigde hij zich als advocaat in Pisa. In 1748 werd hij door de theaterdirecteur Medebac verbonden aan het Teatro Sant’Angelo in Venetië, waarvoor hij een aantal van zijn beste stukken schreef. Goldoni was de schepper van het blijspel in Italië. Hij voerde het realisme in (maakte aan het echte leven gespiegelde komedies) en gaf blijk van democratisch voelen. Een bepaalde ontwikkeling van zijn talent, te toetsen aan de opeenvolging van de stukken, ontbreekt. Wel blijkt uit zijn latere werk zijn respect voor de midden- en lagere klassen en voor vrouwen in het bijzonder.

 

Uit: DER IMPRESSARIO VON SMYRNA

 

Annina:

Jetzt seien Sie kein Spielverderber.

Man interessiert sich halt für seine Mitberwerber-

und achtet drauf, daß man die Menschen kennt!

Wer ist sie?

 

Carluccio:

Mit hat nur ein Dirigent

von ihr sehr vorgeschwärmt und lobte dann vor allen Dingen

die Stellung ihres Gaumens.

 

Annina:

Und- kann sie auch singen?

Wo kommt sie her?

 

Carluccio:

Man sagt, Florenz.

 

Annina:

Aus der Provinz? Dann ist sie keine Konkurrenz.

stutzt Pardon- da bin ich wohl in´s Fettnäpfchen gesprungen.

Sie haben selbst doch letztens in Florenz gesungen?

 

Carluccio:

Ich sang! Doch geb ich Ihnen recht.

Florenz als Opernstadt ist schlecht.

Ein freches Publikum, kein Geld,

und wie man da die Sänger hält

ist wenig mehr als ein Skandal!

Man nehme nur mal meinen Fall;

Man hat mir schriftlich im Vertrag

markiertes Singen schlichtweg untersagt!

 

Für jeden nicht gesung´nen Ton

gab´s Abzug von der Provision,

und als ich einmal heiser war,

da gab es gar kein Honorar.

So wollte man mich wahrhaft zwingen

fast jeden Abend auszusingen!

Und das, wo mein Falsett noch besser klingt

als wenn ein anderer zehnmal singt.


 

 

goldoni
Carlo Goldoni (25 februari 1707 – 6 februari 1793)

 

De Duitse jezuïet en dichter Friedrich von Spee werd op 25 februari 1591 in Kaiserswerth bij Düsseldorf geboren. Behalve als dichter is hij bekend gebleven als moraaltheoloog en door zijn kritiek op de heksenprocessen. In zijn dichterlijke hoofdwerk „Trutznachtigall oder geistlich-poetisch Lustwäldlein“  liet hij zich kennen als een eigenzinnige en originele dichter van de Barok.

 

Welchen Jubel, welche Freude

 

Welchen Jubel, welche Freude
Bringt die schöne Weihnachtszeit!
Fröhlich sieht man alle Leute
In der ganzen Christenheit.

 

"Ehr' sei Gott", so lasst erschallen,
"und Fried' auf Erden, Menschen Wohlgefallen!
Euch ist ja der Heiland geboren,
Der Herr, in der Davidsstadt."

 

Wieder strahlt im Glanz der Kerzen
Funkelnd uns der Weihnachtsbaum,
Und es fassen unsre Herzen
All die Herrlichkeiten kaum.

 

"Ehr' sei Gott", so lasst erschallen,
"und Fried' auf Erden, Menschen Wohlgefallen!
Euch ist ja der Heiland geboren,
Der Herr, in der Davidsstadt."

 

Doch nur kurz sind solche Freuden,
Bald verlöscht der Kerzen Licht.
Jesus kann allein bereiten
Freuden, die vergehen nicht.

 

"Ehr' sei Gott", so lasst erschallen,
"und Fried' auf Erden, Menschen Wohlgefallen!
Euch ist ja der Heiland geboren,
Der Herr, in der Davidsstadt

 

 

 

Spree
Friedrich von Spee
  (25 februari 1591 – 7 augustus 1635)

 

(Nagekomen bericht)

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Naast zijn academische carrière als Engels taal- en letterkundige schreef Kellendonk enkele verhalen en romans die hem literaire faam opleverden Het tijdschrift De Revisor was Kellendonks literaire bakermat. Van 1978 tot 1983 was hij hoofdredacteur van dit blad. Hij debuteerde in mei 1977 met de verhalenbundel Bouwval waarvoor hij de in dat jaar ingestelde Anton Wachterprijs kreeg toegekend. De roman Mystiek Lichaam (1986) is waarschijnlijk zijn succesvolste, maar ook minst begrepen werk. Het boek werd lovend besproken, bekroond met de F. Bordewijkprijs en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs maar het leverde Kellendonk ook beschuldigingen op van antisemitisme en homofobie. Kellendonk verweerde zich tegen deze aantijgingen met het klassieke argument dat een auteur niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de denkbeelden van zijn romanpersonages. Mystiek lichaam bevestigde zijn plaats in de Nederlandse literatuur. Al voor de publicatie van dat boek openbaarden zich bij Kellendonk de eerste verschijnselen van aids. Een boek over de affaire-Kerwin Duinmeijer dat hij in voorbereiding had, bleef daardoor onvoltooid.

 

Uit: Mystiek Lichaam

 

“Elke woensdagmiddag moest Broer op een gammele Corona schrijfmachine stapels brieven uittikken.. Die brieven besloten onveranderlijk met de zin: "Mocht u in gebreke blijven, zoo aarzel ik niet om een advocaat in den arm te nemen.' Gijselhart was ouderwets gul met woorden en spelling, die toch niets kostten.
Broer reed op een geconfisqueerde fiets. Wanneer hij de straat op ging was hij altijd bang dat hij de eigenaar zou tegenkomen. De tweedehands schaatsen die hij in november kreeg werden een maand later weer verkocht omdat zijn vader er een tientje winst op kon maken. Broer had het leer opgepoetst, de ijzers met staalwol spiegelglad gewreven en ingevet. De schaatsen werden van een brandende schoonheid toen ze weg waren. De wereld van zijn vader was er een waarin je niet genieten mocht, alleen beheren. Alles moest vroeg of laat en liefst vroeg worden geliquideerd tot geld. Hoe meer geld, des te beter rentmeester."

 

 

 

Kellendonk
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)