23-07-17

Wilfried de Jong, Mohsin Hamid, Lauren Groff, Frans Erens, Kai Meyer, Thea Dorn, Irina Liebmann

 

Bij (het slot van) de Tour de France

 

 
 Wout Poels en Chris Froome op de Alpe d'Huez in 2015

 

Uit: Froome en Poels (Column)

Ze reden ze samen het Critérium du Dauphiné, Froome en Poels. De Sky-kopman met zijn Hollandse meesterknecht. Dit was een meerdaagse wedstrijd over een parcours dat al een beetje rook naar de Tour de France.
Wout Poels is de lange lerp voor wie het geluk in de bergen ligt. Geef de Noord-Limburgse klimmer een paar meter stijgend asfalt en zie hoe sierlijk en rustig hij op zijn fiets blijft zitten.
In het voorjaar had hij pech. Wout brak een stuk van zijn schouder. En in 2012 was hij betrokken bij een ernstige valpartij in de Tour. Hij brak drie ribben, scheurde nier en milt en kneusde zijn longen. Poels lag achterover in het gras te kermen maar besloot toch op de fiets te stappen.
Ik wil er niet aan denken hoe dat voelde.
In deze Dauphiné zag ik een herboren Poels. Hij reed tijdens de bergetappes in dienst van Froome. Onverstoorbaar trappen op tempo. Stille rug, malende benen. Alleen de wijd opengesperde mond van Wout verraadde de pijn.
Wout reed zich leeg op de laatste helling, keek om, ten teken dat zijn kopman ten aanval kon.
Na de klassieke fietsbewegingen van Poels, zag ik Froome vol in beeld. De in Kenia geboren Brit trapte als een wezenloze. Hij hield zijn hoofd naar beneden, zijn ellebogen staken lelijk naar buiten.
Zijn gezicht werd steeds bleker; alsof de rode bloedlichaampjes in nood hadden geroepen: “Baas, wij blijven hier even beneden, in je kuiten.”
Pierlala op een zadel.
Zijn stijl is geen lelijke stijl te noemen. Nee, het is erger; het ís geen stijl. Het gaat alleen verschrikkelijk hard.

 

 
Wilfried de Jong (Rotterdam, 30 september 1957)
De Tour de France in Rotterdam, 2015

Lees meer...

23-07-16

Frans Erens, Kai Meyer, Thea Dorn, Irina Liebmann, Lisa Alther

 

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook alle tags voor Frans Erens op dit blog.

Uit: Vervlogen jaren

“De sporen der menschen zijn ras uitgewischt. Ik heb in mijn jeugd nog wel eens navraag gedaan aan ouden van dagen, doch niemand herinnerde zich ook maar van hooren zeggen, iets van dit vreemde echtpaar. Zaandam was toen voor onze streek vreemder dan Parijs of Keulen, dus was er nergens een aanknoopingspunt gebleven met den oorsprong van deze verdwenen menschen. Hun naam heb ik op den klank gespeld; misschien was die in werkelijkheid heel anders, want nergens worden de namen zoo verbasterd als in Limburg. Waarom hadden zij zich zulk een afgelegen oord in het Zuiden van ons land als woonplaats gekozen?
Op kleine afstanden van ons huis lagen hier en daar leemen woningen en niet verder dan zeven of acht minuten van ons af was een groot dennenbosch. Daar klom ik in de toppen der boomen en haalde er de eieren uit de kraaiennesten. Ik nam ze mee naar huis en als de keukenmeid het niet te druk had kookte zij ze voor mij in een ijzeren keteltje, dat hing aan een ketting boven het vuur. Mijn moeder had mij geleerd het eitje plat te slaan in mijn hand vóór ik het opat.
In het bosch lag de heuvel, de Ravesmaar, wiens naam wel werd afgeleid van Ave-Mariaberg, maar bij later nadenken is het mij duidelijk geworden, dat hij wilde beteekenen: de heuvel bij de maar, waar de raven kwamen drinken. Die maar was ineengeschrompeld tot een kleinen welput in het bosch, waarin het water kristallijn was, ongeschonden en helder. Ik heb daar als kind urenlang gelegen. Nu en dan kwam iemand over het zandpad tusschen de dennen met een kruik om water te halen. Dikwijls kwam een oude man, die een grooten lap in het putje dompelde en dan uitperste in zijn kruik. Hij deed dat zoo dikwijls tot de kruik vol was. Ik kende hem goed, hij woonde op de Keijser, een afzonderlijk gehuchtje van drie of vier huizen, gelegen aan een weg die dwars stond op de chaussee. Zijn gevulde kruik nam hij op den schouder en ik zag hem door de dennen langs het slingerend zandpad naar boven klimmen.”

 

 
Frans Erens (23 juli 1857 – 5 december 1936)
Frans en Sophie Erens

Lees meer...

23-07-15

Dolce far niente, Nelson Mandela, Frans Erens, Kai Meyer

 

Dolce far niente

 

 
Het onlangs geopende Mandelahuisje in Amsterdam

 

 

Letting Go

To let go doesn’t mean to stop caring: it means I can’t do it for someone else.

To let go is not to cut myself off;
it is the realization that I can’t control another.

To let go is not to enable,
but to allow learning from natural consequences. To let go is to admit powerlessness,
which means the outcome is not in my hands.

To let go is not to try to change or blame another;

I can only change myself.

To let go is not to care for, but to care about.
To let go is not to fix, but to be supportive.

To let go is not to judge,
but to allow another to be a human being.

To let go is not to be in the middle arranging outcomes, but to allow others to effect their own outcomes.
To let go is not to be protective;
it is to permit another to face reality.

To let go is not to deny, but to accept.

To let go is not to nag, scold, or argue,
but to search out my own shortcomings and to correct them

To let go is not to adjust everything to my desires,
but to take each day as it comes and to cherish the moment.

To let go is not to criticize and regulate anyone, but to try to become what I dream I can be. To let go is not to regret the past,
but to grow and live for the future.

To let go is to fear less and love more.

 

 
Nelson Mandela (18 juli 1918 – 5 december 2013)
Portret door Kim Novak

Lees meer...

24-07-14

Dolce far niente, Frans Erens, Robert Graves, Johan Andreas dèr Mouw

 

Dolce far niente

 

 
Hartjesdag op de Zeedijk door Johan Braakensiek, 1926

 

Uit: Zeedijk

“Zij was een teêre, slanke meid.
Op den Zéédijk ging ze wandelend voort.
In het vierkantig gerok der breede meiden liep ze buigend zacht; in het stevig getrap der voortschommelende matrozen, ging ze, buigend zacht als waaiend riet.
Onder de helmen diep, glommen heimelijk de oogen der stappende agenten, als waterpoelen in het ruig gestruik op de avond-hei.
Als glimwormen hel, glommen de helmen der loerende agenten.
Vijandig recht, de gezichten strak, liepen vrouwen blootshoofd en in wit gejak, langs het kalm gestap der loerende agenten.
Van rechts en links glansde kroeg aan kroeg met de rijen van flesschen der vonkelende likeuren. Van rechts en links kwam zang en spel en getrappel van dans en gespring.
Binnen ging de lieve meid, stil en met ernst.
Zij danste, danste de lieve meid, de slanke witte hand gespreid op den schouder van den dronken matroos.
Haar gezichtje zacht, geresigneerd, draaide weg tusschen de gezichten vol, wellustig-vol, slaperig-dik, lachend-dik der op- en neêr springende vrouwen.
Tusschen de vierkante meiden met de donkere rokken, die waaiden breed, als krinolinen wijd.
Vloog licht en rank, in vollen zwaai en leliewit de slanke meid.
Gloeiend heet en rood in zweet trapte ferm de sterke matroos, meênemend licht, het lichte wicht.
In den nevelenden stof, in den wirbelenden dans, in het voeten gebons, in het plompende gestomp, in het vioolgesnerp verdween, kwam op de vliegende meid.
Op de borsten en ruggen de halssnoeren klikten en tikten. De zwaar-vleezige, zwart-nagelige handen op de ruggen gespreid, kwamen op? verdwenen snel in het gezwaai en gedraai. Er tusschen door de witte hand, verdwijnend hier, verdwijnend daar.”

 

 
Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)
Plaquette in Landgraaf

Lees meer...

23-07-14

Dolce far niente, Tour de France, Frans Erens, Edwin Winkels

 

Dolce far niente - Bij de Tour de France

 

Uit: Weerzien met Indurain

“Terug naar de begrafenis van Samaranch, of de ceremonie van belangrijke mensen die vanochtend plaatsvond. Bekende gezichten kwamen voorbij en ik verheugde me bijzonder toen ineens de enige (oud-)sporter naar buiten kwam, Miguel Indurain. Dezelfde karakteristieke kop als vroeger, met die neus van een Griekse god en de diepe ogen waarin bijna nooit enige emotie te bespeuren was. Bijna elke zomer tussen 1990 en 1996 maakte ik hem dagelijks mee, tijdens onze gezamenlijke Tour de France. Hij op de fiets, ik in de auto. Ik weet het, mijn Nederlandse collega’s vonden ze doodsaai, die vijf Tours die Indurain op rij won, maar voor een verslaggever van een Spaanse krant was het de hemel op aarde: elke dag volgden we de grote favoriet van dichtbij, elke dag was er wel wat te schrijven. Oké, Indurain praat nu veel meer en losser dan hij toen deed, maar zouden we in Nederland ook klagen als een saaie en stille als Joop Zoetemelk elke keer weer vanaf de proloog de Tour naar zijn hand zou zetten? Genieten was het, de bazen gaven ons drie, vier pagina’s per dag, want de lezers vraten het. Én Indurain stelde bijna nooit teleur.

 

 
Miguel Indurain

 

Gedurende één Tour schreef ik bovendien dagelijks een column over de Grote Zwijger in De Volkskrant: Heimwee naar Navarra, omdat Miguel altijd de indruk wekte zo snel mogelijk weer terug naar huis te willen. Een prachtige uitdaging natuurlijk, vanaf de eerste dag filosoferen over de gedoodverfde winnaar. Een uitgever vond de columns zelfs de moeite waard om te bundelen tot een dun boekje. Er werden, geloof ik, 867 exemplaren van verkocht; voldoende om bescheiden te blijven.
“Hoe is ‘t?” We wisselden vanochtend kort wat woorden uit, hoe het gaat in het leven. Waarom hij op de begrafenis was…. “Ja, dat hoort erbij, maar op een begrafenis ben je altijd te laat,” zei Indurain. Niets bijzonders verder. Gewoon de bescheiden sympathie van één van de grootste sporters die Spanje ooit heeft voortgebracht. Sterker nog, de eerste grote, sterke Spanjaard die het land van heel veel minderwaardigheidscomplexen afhielp.”

 

 
Edwin Winkels (Utrecht, 1962)

Lees meer...

23-07-11

Frans Erens, Thea Dorn, Lisa Alther, Irina Liebmann, Kai Meyer

 

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007en ook mijn blog van 23 juli 2008en ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

Uit: Vervlogen jaren

 

Jongensjaren

Mijn ouderlijk huis stond aan den weg, die loopt van Heerlen over Nieuwenhagen door Waubach naar de Duitsche grens, waarvan de afstand tot bij ons maar een halfuur was. Tegenover ons aan de andere zijde van den weg was een hooge haag van beukenhout, stokken, die over de honderd jaar oud waren en waaronder kippen hun eieren legden. Naast het huis was een langwerpige poel, waaruit het water voor het vee werd gehaald, beschaduwd door een reusachtigen kastanje, een paar oude knotwilgen en eenige kwetsenboomen. Daarnaast stond een hooge plataan, waarvan ik het omhakken nooit zal vergeten door het gekraak en den smak, waarmee hij op den grond viel. Vóór het huis stonden twee zware lindeboomen in waaiervorm. Zij moeten wel zeer oud zijn geweest; als kind heb ik daar nooit aan gedacht, maar in latere jaren heb ik ze geschat op ongeveer driehonderd jaar.

Een man en zijn vrouw, afkomstig uit Zaandam, die in Indië geld hadden verdiend, waren in de achttiende eeuw daar gaan rentenieren. Zij hadden er het woonhuis laten bouwen en waarschijnlijk hetgeen zij op die plaats vonden, laten afbreken. Zekerheid daaromtrent heb ik uit de traditie niet kunnen achterhalen, maar de twee groote lindeboomen wijzen er op dat er reeds vroeger op die plaats een huis moet hebben gestaan. Volgens de traditie zouden die twee Zaanlanders Schrek hebben geheeten en ik heb altijd hooren vertellen, dat zij Zondagsmiddags op een bank vóór het huis zaten thee te drinken, waarbij de man een lange Goudsche pijp rookte en de vrouw thee schonk met een mooie zijden japon aan. De herinnering aan de thee en de Goudsche pijp was bewaard gebleven, omdat in die streken deze twee dingen in dien tijd onbekend waren.

Het Zaanlandsche echtpaar was te vroeg gaan rentenieren en er kwam voor hen een moment, dat zij hun huis niet konden blijven bewonen. Het werd door mijn grootvader gekocht en mijn grootmoeder heeft mij verteld, dat de Schrekken, zooals ze bij ons werden genoemd, daarna in een klein huisje waren gaan wonen opzij van onze wei en dat zij er zoo slecht aan toe waren geweest, dat zij hun iederen dag het eten had laten brengen, zoolang zij nog hadden geleefd.“

 

 

 

Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)

In 1931

Lees meer...

23-07-10

Frans Erens, Thea Dorn, Lisa Alther, Irina Liebmann, Kai Meyer, Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Sascha Kokot

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 23e juli mijn blog bij seniorennet.be 

  

Frans Erens, Thea Dorn, Lisa Alther, Irina Liebmann

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 23e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag

 

Kai Meyer, Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Sascha Kokot

 

23-07-09

Frans Erens, Kai Meyer, Thea Dorn, Lisa Alther, Irina Liebmann, Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Sascha Kokot


De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007 en ook mijn blog van 23 juli 2008.

 

Uit: Kroegen en de Literatuur

 

“Ik heb ergens gezegd, dat het schijnt dat nieuwe ideeën over kunst worden geboren in tabaksrook bij het gerinkel van glazen, het heen-en-weer-geloop van kellners en het langsstrijken van onverschillige bezoekers...

Zoo maakte ik het in Parijs mee, zoo in Amsterdam. Het zal wel overal zoo in zijn werk gaan. Zoo wordt de gunstige atmosfeer gemaakt voor het opkomen der ideeën. Woorden vliegen en gedachten botsen, dan komen de lichtflitsen en later worden in eenzaamheid de concepties tot de werkelijkheid gebracht. In de fase van het wordingsproces kan de literator niet volkomen geïsoleerd zijn, daardoor zou hij zijn verstands- en gevoelsleven spoedig zien uitsterven.

Een ingaand en vruchtbaar gesprek wordt gehouden in een of andere bierkroeg en bij de herinnering daaraan doemt de omgeving mede op in de memorie en het is daarom, dat ik nu en dan met een soort liefde vertel van al die lokalen en lokaaltjes, waar wij kwamen niet om te drinken, maar waar werd gedronken omdat wij bij elkaar wilden zijn. Daardoor hebben wij, grootendeels onverdiend, de reputatie van drinkers gekregen.

Ik heb zelf in mijn later leven verschillende malen een soort vijandschap ondervonden omdat ik er ‘een van De Nieuwe Gids’ was geweest. Een dame weigerde mij om die reden haar huis te verhuren, zooals zij zeide.

Uit al die lokalen waar ik heb gezeten en gepraat, komen sommigen zich nu en dan weer aandienen in mijn geheugen.

Ik zat na een vergadering van Flanor met Van Looy op een avond in ‘De Oude Graaf’ in het begin van de Kalverstraat. Daar schreef hij Flanors Feestzang voor mij op. Het is ook een van die vele verdwenen café's, centra van ouderwetsche gezelligheid. Waar zijn ze allemaal gebleven? Afgebroken zijn ze, verbouwd tot bioscopen en modemagazijnen. Zoo sterven de huizen in de straten, zoo sterven de straten, zoo sterven de steden.

Ik geloof dat er in het zoogenaamd conservatieve Nederland meer wordt afgebroken en verwoest dan overal elders. Ik heb dat land dan ook nooit gezien als conservatief in den waren zin.

Het was in '89 en '90 dat wij bijna iederen avond in de Poort van Cleve kwamen, waar het na negenen gewoonlijk leeg was, zoo tenminste dat er op die latere uren ruimschoots plaats was te krijgen. Breitner, Witsen, Aletrino, Isaac Israels, Kloos, Diepenbrock, Jan Veth, Karsen, Boeken, ik meen ook Van Deventer, Van Looy ontmoette ik er vaak. Boeken schreef daar menige bladzijde wanneer de bezoekers nog niet waren gearriveerd.”

 

 

 

 

Erens
Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Kai Meyer werd geboren op 23 juli 1969 in Lübeck. . Zie ook mijn blog van 23 juli 2007 en ook mijn blog van 23 juli 2008.

 

Uit: Die Sturmkönige

 

„Er lenkte den fliegenden Teppich durch die nächtlichen Gassen Samarkands. Geduckt raste er unter niedrigen Brücken hindurch, brach durch Schwärme von Fledermäusen und wich den ausgebeulten Tuchmarkisen über Balkonen und Fenstern aus. Feuchte Wäsche klatschte ihm ins Gesicht, wo sich Leinen zwischen den Hauswänden spannten. Eine angriffslustige Katze sprang von einem Fenstersims auf den Teppich, verhakte sich kreischend im Knüpfwerk und schlug nach ihm, als er sie mit einem Stoß über die flatternden Fransen fegte. Manchmal schien es Tarik, als bliebe sein eigener Schatten auf den Lehmmauern und Fensterläden zurück, so geschwind jagte er durch die engen Gassen der Altstadt. Schneller als jeder andere, geschickter und ungleich erfahrener. Siegesgewiss, ohne auch nur ein einziges Mal an den Sieg zu denken. Berechnend, ohne auf seine Verfolger Rücksicht zu nehmen. Auf der Flucht vor Erinnerungen, denen er doch nie entrinnen konnte, vor allem in den Morgenstunden, wenn der Triumph über das gewonnene Teppichrennen verebbt war, wenn die Wirkung der billigen Weine nachließ. Dann ein weiteres Rennen. Ein weiterer Sieg. Eine weitere durchzechte Nacht.
Mondlicht lag über den Kuppeln der Moscheen und Zarathustratempel, breitete sich über die flachen Dächer der Häuser und webte feine Gespinste aus Staub und Rauch. Fackeln fauchten, als Tarik an ihnen vorüberfegte. Er spürte den fliegenden Teppich unter sich wie ein lebendes Wesen. Noch drei oder vier Wegkehren, dann würde er den Palast des Emirs vor sich sehen, das gefährlichste Wegstück des verbotenen Teppichrennens.“

 

 

 

 

 

kai-meyer
Kai Meyer (Lübeck, 23 juli 1969

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en televisiepresentatrice Thea Dorn (peudoniem van Christiane Scherer) werd geboren op 23 juli 1970 in Offenbach am Main. Zie ook mijn blog van 23 juli 2008.

 

Uit: Die Hirnkönigin

 

“Drei Promille. Und kein bißchen glücklich.

Sie wußte nicht, wovon ihr der Schädel mehr brummte: von dem Champagner, mit dem sie ihre Depression bei Laune hielt, oder von dem Stimmen-Cocktail, der jeden Harvey Wallbanger in den Schatten stellte:

4 cl Kulturgewäsch 2 cl Berliner Hauptstadtgeist, einige Tropfen Wermut, das Ganze aufgegossen mit reichlich Testosteron

Irgendwann zwischen dem zwölften und fünfzehnten Glas hatte sie aufgehört, in den Gesprächen mit herumzurühren. Jetzt stand sie nur noch da und hielt sich an ihrem Champagnerglas fest. Konzentriert genug betrieben war auch dies eine abendfüllende Beschäftigung.

Sie hatte fast vergessen, daß sie mehr war als ein Champagnerständer, als der Gastgeber mit ausgebreiteten Armen auf sie zugesegelt kam. Instinktiv duckte sie sich zur Seite. In dem weißen Anzug sah er aus wie eine fette alte Möwe.

»Meine Liebe, aber Sie langweilen sich ja. Ich bitte Sie, das darf nicht sein. Die Nacht ist viel zu schön, als daß sich eine schöne Frau wie Sie langweilen dürfte. Wollen Sie ein wenig an die frische Luft gehen mit mir?«

Aber sicher doch. Was tat man lieber, als mit fetten alten Möwen an die Luft zu gehen. Zumal, wenn sie der Boß waren. Und Geburtstag hatten.

Er faßte ihren Ellenbogen und lenkte sie hinaus in eine der lauen Berliner Sommernächte, in denen das Thermometer den Gefrierpunkt gnädig von oben umschmeichelte. Sie hätte nie geglaubt, daß ihr das künstlich verdunkelte Baßorgan ihres Chefs jemals angenehm erscheinen könnte. Doch jetzt träufelte diese Stimme wie reiner Single Malt in ihre Ohren.

»Habe ich Ihnen eigentlich schon gesagt, wie glücklich ich bin, daß Sie bei uns arbeiten.«

Sie schüttelte den Kopf. Bis gestern morgen hast du noch gar nicht gewußt, daß ich bei dir arbeite, du Arschloch.“

 

 

 

 

 

Dorn
Thea Dorn
(Offenbach am Main, 23 juli 1970)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lisa Alther werd geboren op 23 juli 1944 in Kingsport, Tennessee. Zij studeerde Engelse literatuur en doceerde later in Vermont literatuur van de zuidelijke staten. Tussendoor verbleef zij in Parijs en Londen. Werk o.a.: Kinflicks, Original Sins, Other Women, Bedrock, en Five Minutes In Heaven

 

Uit: Kinfolks: Falling Off the Family Tree

 

My younger brother bill is clutching his teddy bear, the noose still knotted around its neck. My older brother John and I sit on a carpeted step in the front hallway as the gray-haired babysitter with crooked brown teeth informs us that the Melungeons will get us for having hung the bear from the upstairs landing, just out of Bill's reach in the downstairs hall.

"What's the Melungeons?" I ask.

"The Melungeons has got six fingers on each hand," she says. "They grab mean little chilrun and carry them off to their caves in the cliffs outside of town."

John and I glance at each other uneasily.

When my parents get home from their tea dance at the country club, John and I wait for Bill to tell on us, but he doesn't. He's a good kid. The Melungeons won't be interested in him when they arrive.

In her silvery cocktail dress and the spike heels that make her look like a toe dancer, my mother is very glamorous. The top of her head comes to my father's chest. He's the tallest man we know. He claims he has race-horse ankles. He's madly in love with my mother and is always coming up with corny new ways to tell her so.

Tonight, right in front of the babysitter, he says, "Kids, isn't your mother just as pretty as a carnival queen at a county fair? If I put herin a pageant, she'd win the four-hundred-pound hog. But how would I get it home?"

 

 

 

lisa_alther
Lisa Alther (Kingsport, 23 juli 1944)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Irina Liebmann werd geboren op 23 juli 1943 in Moskou. In 1945 verhuisde haar familie naar Oost-Berlijn. Haar vader werd in 1953 uit de SED gezet. Liebmann zelf studeerde in 1966 af in sinologie. Van 1967 tot 1875 was zij redactrice bij het tijdschrift Deutsche Außenpolitik. Vanaf 1975 begon zij als zelfstandig schrijfster te werken: reportages, hoorspelen, romans, gedichten. In toenemende mate ontevreden met de DDR, besloot zij met haar familie in 1988 naar West-Berlijn te verhuizen.

 

 

 

Seit dem siebzehnten Juni

 

Seit dem siebzehnten Juni ist wieder Bewegung, seit

Die Truppen abziehen gehen

Wir selber herum in der Stadt so wie

in der Neunten-November-Nacht

Als sich alles geändert hat. Morgens Siegesallee, wo

Die Amerikaner Franzosen und Briten

Zum Abschied marschieren, die Russen nicht, die werden

Am Abend singen im Lustgarten Unter den Linden.

Und wir laufen am Hackeschen Markt vorbei, an der Börse, die‘s

Gar nicht mehr gibt, im Lustgarten sind die Linden

Klein, aber blühen,

Sie blühen schon.

 

Das Schloss aus Plastikfolie sperrt

Den Blick nach Süden ab

Paar Regentropfen fallen und die kleinen

Linden halten den Regen nicht ab.

Das Alte Museum ist verstellt von einem Bühnenkasten,

aus Stoff und Stangen, die alles versperrn, sogar die Adler, die

täglich sonst dort auf dem Dache sitzen.

Die achtzehn grossen Adler aus Stein sind für heute verschwunden

Dafür

Steht rechts und links von dem Bühnenkasten ein

Gewaltiges Telefon. Es ist auf Stoff gemalt und in jedem leuchtet

Ein Bildschirm, darin laufen Filme über es selbst, also über

Ein tragbares Telefon.

 

 

 

Liebmann
Irina Liebmann (Moskou, 23 juli 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. . Zie ook mijn blog van 23 juli 2007 en ook mijn blog van 23 juli 2008.

 

Uit: Waiting Period

 

“Hi, what can I do for you?
Well…I was thinking of buying a gun.
Yeah, well thats something we have plenty of. Funny how thats true of gun shops, eh? So, what did you have in mind, AK-47, pellet pistol, elephant gun, bazooka, bubble gum that is, what can I do you for?
Well, Im not sure, you know. I mean-
You thinking in terms of a rifle, a handgun, a-
Oh yeah. A handgun. Nothing big, you know. A handgun.
Well, come over here. Got a whole display case of handguns. Target pistols, semiautomatics, revolvers, 22s, 38s, 357s, 45s.
Damn, sure are a lot of them, aren't there?
Yeah, something for every need. I assume youre not a hit man, right?
Huh? What-
Relax. Only kidding. I mean you really don't know from guns, right?
Yeah.
Well, depends on what you want it for. Protection, right? Something to have around the house in case the moving men from B&E show up at 3 in the morning, right?
Huh, I don't-
Intruders. Burglars. 2nd storey men. Sneak thieves.
Oh…yes, yes. Protection. Cant be too careful these days, uh can you?
Thats right buddy. I got one each of these at home.
Huh?
Joshing man. Just putting you on. A little joke.
Oh yeah.
So, what do you think youd like? Personally, I think you should go for this 357 here. Good weight. Good accuracy. Plenty of stopping power. Hit a guy anywhere and hes not moving. Bet your ass on that. Here give it a heft.

Oh, I dont-
Hey, its not loaded. Comeon, Im crazy not stupid. Relax. Here. Just see how it feels in your hand. Yeah, thats it.
Oh, its heavy. I had no idea handguns were so heavy.
Yeah, they look light in the movies, don't they? the way they run around firing at everything that moves.”

 

 

 

hubert_selby
Hubert Selby jr. (23 juli 1928 – 26 april 2004)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Raymond Thornton Chandler werd geboren in Chicago op 23 juli 1888. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

Uit: The Big Sleep

 

“It was about eleven o'clock in the morning, mid October, with the sun not shining and a look of hard wet rain in the clearness of the foothills. I was wearing my powder-blue suit, with dark blue shirt, tie and display handkerchief, black brogues, black wool socks with dark blue clocks on them. I was neat, clean, shaved and sober, and I didn't care who knew it. I was everything the well-dressed private detective ought to be. I was calling on four million dollars.

The main hallway of the Sternwood place was two stories high. Over the entrance doors, which would have let in a troop of Indian elephants, there was a broad stained-glass panel showing a knight in dark armor rescuing a lady who was tied to a tree and didn't have any clothes on but some very long and convenient hair. The knight had pushed the vizor of his helmet back to be sociable, and he was fiddling with the knots on the ropes that tied the lady to the tree and not getting anywhere. I stood there and thought that if I lived in the house, I would sooner or later have to climb up there and help him. He didn't seem to be really trying.”

 

 

 

 

 

Chandler
Raymond Chandler (23 juli 1888 – 26 maart 1959)

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Kokot werd geboren in Osterburg in 1982 en volgde opleidingen in Hamburg. Hij werkte o.a. als boer, dagloner en fabrieksarbeider in Australië. Sinds 2006 studeerde hij aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig. Werk van hem verscheen in tijdschriften en bloemlezingen.

 

 

Das Abreißen des Schnees

Das Abreißen des Schnees
auf den Uranfeldern
lässt ein blindes Leuchten
zurück für die späteren Schichten
fahren ein in Stahlbeton
dünn bedeckt von Teerpappe
als es noch den letzten Planzoll gab
samt Kohle für die ofenlosen Zimmer
so brechen nicht nur die Rohre
der Fernwärme auch die Jäger
in den kahlen Ort herein.

 

 

 

 

kokot
Sascha Kokot (Osterburg, 1982)

 

 

 

23-07-08

Frans Erens, Thea Dorn, Kai Meyer, Hubert Selby jr., Raymond Chandler


De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

Stilte

Ginds rijzen de stammen zilvergrijs recht naar de takken omhoog. Donkere strepen en lappen van boschdichtheid daar ginds.

Ik sta alleen in eene dronkene heerlijke alléénheid.

Suizende stilte, heerlijke eenzaamheid.

Geen blad dat kleppert, geen stem die bezoedelt de ronddwalende gewaden mijner ziel, die blank-wit drijven, rondom me drijven, witte slepen in de kristalheldere bronnen, straal-sidderende plassen, glasheldere zonwemelende plassen met reine kiezelsteenen op den bodem beneden, in de zinkende gezonkene diepte.

Alléén, alléén; heerlijk alléén. In de lichtwemelende, vonkelende wellen het spattende zonnegoud; gouddruipend licht in het daveren der doorzichtige zilveren vloeibaarheid.

Naar de diepe blauwe hemelen in het oneindige verzinken, weg in de wellen oneindig weg.

Reine halmen rondom, tierende welige halmen, grashalmen van groene hoop, stijgende hoop naar de blauwe luchten daar boven, verbleekende zilverreine blauwluchten.

Alléén, alléén; heerlijk alléén. Reine aarde, zand-aarde; geurige, zieldrenkende heidebloemen, blauw-bleek verpurperende knoppen in duizenden, duizenden om mij heén, onbezoedeld, zuigende de stille vaste aarde.

Ik ben alléén. Geen menschen. Geluk dan, eindelijk geluk.

Weg zijn de vrouwen-japonnen de roode, geele, muffe vrouwen-japonnen, de onreine zweetende vrouwenarmen, weg. Geen adem te ruiken van vrouwen uit den slijmerigen mond. Weg de nare vrouwenstemmen, die kakelen van visites van heeren en dames.

Weg zijn de vrienden, de bekenden. Weg, gelukkig weg, zij kennen de aarde niet, de reine aarde.

Alléén sta ik, heerlijk alléén op de aarde die me heeft doen zijn, de aarde die tiert, opstuwt de boomen en bloemen, die verwerkt en filtert de onreinheid van menschen en dieren, ze verwerkt tot schakels van levens, nieuwe, steeds nieuwe levens.

Weg het vervelende gepraat en het onnoozele Woord. Weg zijn de schilders die mooie dingen willen zien.

Klaterend geluid van het wellende, vallende water over de buigende biezen. Rimpelend vlak van het vonkende water, sprankelend, goudsprenkelend in de diepte, zandgoudend het zonnelicht. Ongeschondene stilten.

Mijn hand in het water. Mij doorwasemende koelte, koele reine vlagen van den ijlenden wind langs mijn lichaam in het suizen der heide, onafzienbare heide. Hoog in de lucht stildraaiende sperwer uitgespreid hangend in de diepe blauwte alléén, spelend en vallend en schietend omhoog, hoog ijlend en deinend en voortijlend met den wind, en terug en omlaag en zinkend en verdwijnend in de gouden tinteling, oneindige lucht.

Alléén sta ik in de stilte der grootmachtige aarde, in het reine worden der dingen om me heen.

Ginds liggen de graf heuvels van verdwenen, ongekende volkeren: er over heen bloeit de heide, door de heide ruischt de wind.

 

 

 

ERENS
Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en televisiepresentatrice Thea Dorn (peudoniem van Christiane Scherer) werd geboren op 23 juli 1970 in Offenbach am Main. Dorn volgde eerst een opleiding tot zangeres maar studeerde later filosofie en theaterwetenschappen in Frankfurt am Main, Wenen en Berlijn. Zij was onder meer werkzaam als dramaturge en schrijfster aan het Niedersächsische Staatstheater Hannover. Haar pseudoniem verwijst naar de filosoof Theodor W. Adorno. In 1994 publiceerde zij haar eerste roman, Berliner Aufklärung, waarvoor zij de Marlowe prijs kreeg. In 2000 schreef Dorn het toneelstuk Marleni, over een gefingeerde ontmoeting tussen Marlene Dietrich en Leni Riefenstahl. De eerste opvoering ervan was in Hamburg. In 2008 verscheen Mädchenmörder: Ein Liebesroman. Sinds februari 2008 presenteert Dorn, afwisselend met de Franse journaliste Isabelle Giordano de talkshow Paris-Berlin op de Duits-Franse zender ARTE.

 

Uit: Die Brut (2004)

 

„Der Bildschirm blieb schwarz. Sie war nur fünf Minuten auf die Dachterrasse gegangen, um eine Zigarette zu rauchen. Als sie in ihr Arbeitszimmer zurückkam, war der Laptop abgestürzt. Ganz gleich, welche Tasten sie drückte, der Bildschirm blieb schwarz. Sie griff nach dem Branchenverzeichnis, um die Panik zu bekämpfen, die ihren Magen zusammenzog.
Computerspiele. Computerschulen. Computerreparaturen. Siehe Datenverarbeitungsanlagenreparaturen und -wartung.

Sie blätterte.
Dachdeckereien. Dachziegel. Datenverarbeitung, Programmierung.
Da. Datenverarbeitungsanlagenreparaturen und -wartung.
Computernotdienst. 24-Stunden Hotline.
Sie entschied sich für die Anzeige mit dem roten Stern. Nach dem zehnten oder elften Klingeln meldete sich eine müde Stimme.

„Computernotdienst Schäfer.“
„Hier ist Tessa Simon.“ Sie wartete. Am anderen Ende der Leitung gab es keine Reaktion. „Mein Laptop ist abgestürzt.“ Ihr Magen krampfte sich weiter zusammen. Warum reagierte der Mann nicht? Ach, Sie sind's Frau Simon. Was kann ich für Sie tun? Das sollte er sagen.
„Welches Fabrikat?“, fragte der Mann und klang noch müder.
„Macintosh.“
„Macintosh sind wir nicht mehr zuständig.“
„Halt. Hören Sie.“ Tessa spürte, dass der Mann das Gespräch beenden wollte. „Ich habe morgen eine wichtige Sendung. Ich brauche meinen Laptop.“
„Der Techniker kommt um sieben.“
Tessa schaute auf die Uhr. Es war kurz nach Mitternacht.
„Ich brauche jemanden, der sich jetzt um meinen Laptop kümmert. Morgen früh ist es zu spät.“
„Tut mir Leid. Kann ich nichts machen.“
„In Ihrer Anzeige steht 24-Stunden Hotline!“
„Bin ich nicht ans Telefon gegangen?“
„Bitte! Ich kann meine Sendung morgen nicht moderieren, wenn ich heute Nacht nicht an das Material herankomme, das mir meine Redaktion noch mailen wollte.“
„Ich sag Ihnen aber gleich, das kostet erst mal hundertfünfzig Euro für die Anreise. Plus fünfzig Euro Nachtzuschlag. Und wie gesagt: Macintosh sind wir nicht mehr zuständig.“

Tessa legte auf, obwohl das kleine Mädchen in ihr weiter bitte, bitte rufen wollte. Mit dreiunddreißig war sie zu alt, um dem kleinen Mädchen den Hörer zu überlassen. Sie betrachtete ihre schlanken, leicht gebräunten Knie, die sie durch die Glasplatte des Schreibtischs hindurch sehen konnte. Sie moderierte Auf der Couch, eine der angesagtesten Talkshows, die es im deutschen Fernsehen gab. Zwar nur auf einem Regionalsender, aber dies hier war das Sendegebiet.
Der Nagellack an ihrem rechten großen Zeh blätterte. Obwohl sie erst vorgestern bei der Pediküre gewesen war. Sie musste mit der Kosmetikerin reden.“

 

 

 

Dorn
Thea Dorn
(Offenbach am Main, 23 juli 1970)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Kai Meyer werd geboren op 23 juli 1969 in Lübeck. . Zie ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

Uit: Die Wellenläufer

 

Mit weiten Schritten lief Jolly über den Ozean. Ihre nackten Füße versanken fingerbreit im Wasser. Unter ihr gähnte der tintenblaue Abgrund der See, bis zum Meeresboden mochten es einige hundert Mannslängen sein.

 

Jolly konnte seit ihrer Geburt über Wasser gehen. Mit den Jahren hatte sie gelernt, sich mühelos auf der schwankenden Oberfläche zu bewegen. Für sie fühlte es sich an, als liefe sie durch eine Pfütze. Flink sprang sie von einer Woge zur nächsten und wich den schaumigen Wellenkämmen aus, die manchmal zu tückischen Stolperfallen wurden.

 

Um sie herum tobte eine Seeschlacht.

 

Kanonenkugeln pfiffen ihr um die Ohren, aber selten kam ihr eine so nahe, dass sie den Luftzug spürte. Beißender Rauch trieb über das Wasser zwischen den beiden Segelschiffen und vernebelte Jollys Sicht. Das Knarren der Planken und Flattern der großen Segel mischte sich mit dem Geschützdonner. Der Qualm des entzündeten Schwarzpulvers brannte in ihren Augen. Sie hatte diesen Geruch noch nie gemocht, ganz im Gegensatz zu den anderen Piraten:

 

Ihre Freunde von der Mageren Maddy sagten, nichts rieche so gut wie der Duft abgefeuerter Kanonen. Und wenn dann in der Ferne die Bordwände feindlicher Schiffe barsten und das Geschrei der Gegner über das Meer wehte, war das besser als jedes Gelage mit Rum und Gin.

 

Jolly mochte Rum nicht besonders, genauso wenig wie den Qualm der Bordkanonen. Aber ganz gleich, was ihre Nase davon hielt, sie kannte ihre Aufgabe und würde sie zu Ende bringen.”

 

 

 

 

Meier
Kai Meyer (Lübeck, 23 juli 1969)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. . Zie ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

Uit: The night spirits told my wife I was dying

 

One night my wife found herself walking down an aisle she had never been in before, and had no intention of going to, and her arm sort of reached out and her hand grabbed a book from the shelf. It was a book about Huna, which has been referred to as a Polynesian Psychological/Spiritual Religion. We subsequently bought the books available on the subject and studied them intently.

At this point in my life I was a member of the Self Realisation Fellowship and was studying Raja Yoga. I thoroughly enjoyed these studies and diligently practiced. On Sundays we went to the SRF Temple in Hollywood as a family, our son and daughter going to the Sunday School.

These days were idyllic. I had made some money writing a film for TV and we bought a nice home pretty much in the midst of the Borscht Belt of LA and I loved to watch the families walking to temple on Friday night, and Saturday. So all I had to do was write, I did not have to work at a job to support us. We didnt have any furniture other than beds and kitchen table, and were always talking about getting some when extra money came in. But every time that happened we bought a painting or a statue. We much preferred that to furniture. After all, we/re New Yorkers and we like to sit around the kitchen table and talk. On the surface it seemed like all our troubles were behind us.

However, they are more than just Famous Last Words. As you can see, there were times of simple and exquisite joy, but there were also times of madness. Periodically I was a raving lunatic. There were a thousand demons in my mind and body and I could not exorcise them. It seemed like periodically the only relief I could get was screaming. It was a safety valve. The pressure would build up and I would feel as if I would burst and I would literally wrap my arms around my head, or bang it against the wall, or go for walks or meditate. Music, of course, would always soothe and calm me, but sooner or later I became a screaming lunatic.”

 

 

 

selby
Hubert Selby jr. (23 juli 1928 – 26 april 2004)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 23 juli 2007.

 

De Amerikaanse schrijver Raymond Thornton Chandler werd geboren in Chicago op 23 juli 1888.

 

 

23-07-07

Frans Erens, Hubert Selby jr., Kai Meyer, Raymond Chandler


De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Houthem-Sint Gerlach, vandaag precies 150 jaar geleden. 2007 Is dus eigenlijk een Frans Erens jaar. Hij studeerde rechten te Leiden, Bonn, Parijs en Amsterdam, waar hij in 1888 promoveerde. Erens werd in 1889 advocaat, later griffier bij het kantongerecht. Sinds 1901 leefde hij als ambteloos burger en woonde hij in diverse plaatsen in binnen- en buitenland. Hij vestigde zich in 1927 definitief in Houthem. Gedurende zijn Parijse en Amsterdamse tijd kwam hij in contact met letterkundige kringen. Hij werd medewerker van De Nieuwe Gids (redacteur van 1896 tot 1897 en van 1909 tot zijn dood). Door zijn buitenlandse contacten en veelzijdige belangstelling werd deze katholieke Limburger de meest kosmopolitische onder de tachtigers. Het genre der `prozagedichten', bij Baudelaire ontdekt, werd in 1886 door hem in De Nieuwe Gids geïntroduceerd; in 1893 werden deze stukken gebundeld in Dansen en rhytmen. Later schreef hij voornamelijk literaire essays en reisbeschrijvingen. In zijn laatste jaren schreef hij, aanvankelijk als dagbladfeuilleton, zijn gedenkschriften Vervlogen jaren (boekuitg. 1938), waarvan vooral de hoofdstukken over de Nieuwe-Gidsers vermaardheid kregen.

 

Uit:  Pijp

De straten recht, eentoonig recht, de straten met de roze brikken. De huizen allen even hoog; de straten strak, geen boog. De ramen en vensters allen egaal, achter elkander horizontaal, in het verschiet korter bij elkander schijnend. Als bekken van loerende dieren hangen de hengelende hijschbalken van boven uit de zolders voorover, allen naast elkander van alle huizen naast elkander. In het einde van de straat de lucht beneveld, als mistig door de stof uit de ontelbare ramen.

Altijd maar hetzelfde: de eene zoo de andere straat. De Govert Flinck en de Jan Steen en anderen. De eene is een nette straat. De andere minder net.

 

Studenten zwabberen, zwaaien met de stokken, tikken meiden gelijkvloers of wenken één hoog, twee hoog, drie hoog; deze lachen, vliegen naar de deuren gauw in hun witte ochtend kleeren, openen gauw en heimelijk met de deur maar op een kiertje, trekken ze naar binnen vlug bij de mouwen van hun jas met hun blanke bloote armen in een wip, want zij smokkelen gaarne binnen jonge mannen, wat niet mag weten de oude rijkaard, die alléén komt tusschen vijf en zessen. Aan zijn vrouw geeft hij dan op, dat hij bitteren gaat in Doctrina met den ouden dien en den ouden anderen.

Heeren loeren naar omhoog, vallen over kinderen, die op den weg gehurkt zitten aan het spelen. Meiden loeren naar omlaag, tillend met de bloote blanke armen met de witte fijne handen de kijkgordijnen, wenken met de fijne handen.

Kinderen woelen door elkander, dansen plechtig op de tonen van de orgel, die gedraaid wordt door een man, die steeds naar boven kijkt tegen al de dichte vensters en de neêre witte gordijnen. Witte handen komen dan uit vele ramen, gooien centen gedraaid in witte papiertjes naar de vrouw met het bakje, die rondzoekt op den grond naar de plotseling klinkende centen, zij kijkt naar boven om te bedanken, maar ziet dan niets als de dichte kijkgordijnen.

 

 

Warmoesstraat

 

De draaiorgel speelt in wentelend geklaag. Uit de koperen buizen in het lamlendig gedraai, stijgen de schallende tonen langs de gevels der huizen,
der oude, ivoorgestreepte huizen.

De regen valt neer in zachten drup.

Het asphalt glimt in den stervenden dag.

Boven het blinkend geharrewar der oude, gebeeldhouwde gevels, in een grijzen strook staat de dag, de stervende dag in de lucht.

De draaiorgel bruischt in slingerend geklaag door de ruimte der straat en plettert de muren, in golvend gepletter, langs steenen en vensters kletterend, in hagelend gespartel van heldere zangen, in weenenden gang.

In het luidende roepen van vensters met karren valt de motregen neêr, op de kleppen der petten der vensters, in het voetengeklets der rennende menschen.

Vaal glimmen de glazen in den grijzenden dag, die wegsmelt naar boven in de bleekende lucht.

In vollen draf de broodkar rijdt, hoog op zit de knecht die laat draven de hit.

In langzamen draf, met regelmatig geklets, de hoefslag van 't paard voor 't rijtuig dat rolt.

In ruisschende zij, met breedschonkig gedribbel, gaan de hoeren voorbij, wandelend voorzichtig onder de schermen, die druipen, rouwzilver in den stervenden dag.

 

 

 

 

Erens_Frans
Frans Erens (23 juli 1857 – 5 december 1936)

 

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. Hij maakte de middelbare school niet af, maar monsterde aan bij de grote vaart. In het laatste jaar van WO II bezocht hij op deze manier ook Europa. Door tuberculose raakte Selby verslaafd aan morfine. De rest van zijn leven zou vooral in het teken van zijn verslavingen komen te staan. In "Last exit to Brooklyn" (1964) stonden zes korte verhalen over drugsgebruikers en perverselingen. "Last exit to Brooklyn" werd verboden in Italië en leidde in Engeland tot een lang proces. In 1989 werd het boek verfilmd met Jennifer Jason Leigh. "The room" (1971) is een roman over een gevangene. Hubert Selby kon hiervoor zijn eigen ervaringen als veroordeelde gebruiken. Ook hij moest verplicht afkicken van zijn heroïneverslaving. De laatste jaren was Hubert Selby verbonden aan de universiteit van Zuid-Californië.

Uit: Last Exit to Brooklyn

They sprawled along the counter and on the chairs. Another night. Another drag of a night in the Greeks, a beatup all night diner near the Brooklyn Armybase. Once in a while a doggie or seaman came in for a hamburger and played the jukebox. But they usually played some goddam hilbilly record. They tried to get the Greek to take those records off, but hed tell them no. They come in and spend money. You sit all night and buy notting. Are yakiddin me Alex? Ya could retire on the money we spend in here. Scatah. You dont pay my carfare...
24 records on the jukebox. They could have any 12 they wanted, but the others were for the customers from the Base. If somebody played a Lefty Frazell record or some other shitkicker they moaned, made motions with their hands (man! what a fuckin square) and walked out to the street. 2 jokers were throwing quarters in so they leaned against the lampost and carfenders. A warm clear night and they walked in small circles, dragging the right foot slowly in the hip Cocksakie shuffle, cigarettes hanging down and rolled in front. Squinting. Spitting. Watching cars roll by. Identifying them. Make. Model. Year. Horse power. Overhead valve. V-8. 6, 8, a hundred cylinders. Lots a horses. Lots a chrome. Red and Amber grill lights. Yasee the grill on the new Pontiac? Man, thats real sharp. Yeah, but a lousy pickup. Cant beat a Plymouth for a pickup. Shit. Cant hold the road like a Buick. Outrun any cop in the city with a Roadmaster. If ya get started. Straightaways. Turns. Outrun the law. Dynaflows. Hydramatics. Cant get started. Theyd be all overya before ya got a block. Not in the new 88. Ya hit the gas and it throwsya outta the seat. Great car. Aint stealin nothin else anymore.”

 

hubert_selby_jr
Hubert Selby jr.
(23 juli 1928 – 26 april 2004)

 

De Duitse schrijver Kai Meyer werd geboren op 23 juli 1969 in Lübeck. Sinds 1995 werkt hij als zelfstandig schrijver, al publiceerde hij zijn eerste boek al toen hij 23 jaar was. Sindsdien heeft hij zo’n veertig boeken voor jongeren en volwassenen geschreven en daarnaast ook nog stripboeken, draaiboeken en hoorspelen. Meyer is een exponent van het magisch realisme. Kenmerkend voor zijn werk is de verbinding van historische personen en gebeurtenissen met fantastische elementen uit de werekd van mythen, sagen en sprookjes.

 

 

Uit: Die fließende Königin

 

“Im Traum begegnete Merle der Fließenden Königin.
Ihr war, als ritte sie auf einem Wesen aus weichem Glas durch die Gewässer der Lagune. Grüne und blaue Schemen umtosten sie, Millionen von Tropfen, so warm wie das Wasser im Inneren ihres Spiegels. Sie umschmeichelten ihre Wangen, ihren Hals, die Flächen ihrer offenen Hände, die sie der Strömung entgegenstreckte. Sie fühlte, dass sie eins war mit der Fließenden Königin, einem Geschöpf so unbegreiflich wie der Sonnenaufgang, wie die Kräfte des Gewitters und der Stürme, so unfassbar wie das Leben und der Tod. Sie tauchten unter der Wasseroberfläche dahin, doch Merle hatte keine Mühe zu atmen, denn die Königin war in ihr und hielt sie am Leben, so als wären sie beide Teile eines einzigen Körpers. Schwärme schillernder Fische zogen an ihrer Seite dahin, begleiteten sie auf ihrem Weg, dessen Ziel für Merle immer unwichtiger wurde. Allein die Reise war es, die zählte, das Einssein mit der Fließenden Königin, das Gefühl, die Lagune zu begreifen und an ihrer Schönheit teilzuhaben.”

 

 

 

Meyer_kai
Kai Meyer (Lübeck, 23 juli 1969)

 

De Amerikaanse schrijver Raymond Thornton Chandler werd geboren in Chicago op 23 juli 1888. Samen met Dashiell Hammett en James M. Cain (de Californische School) was hij één van de vaders van het 'Hard-boiled' detectivegenre. Hij schreef slechts 7 misdaadromans en ruim 24 korte verhalen, die tot klassiekers uitgroeiden en van grote invloed waren op andere schrijvers

 

Uit:  The Long Goodbye

 

The first time I laid eyes on Terry Lennox he was drunk in a Rolls-Royce Silver Wraith outside the terrace of The Dancers. The parking lot attendant had brought the car out and he was still holding the door open because Terry Lennox's left foot was still dangling outside, as if he had forgotten he had one. He had a young-looking face but his hair was bone white. You could tell by his eyes that he was plastered to the hairline, but otherwise he looked like any other nice young guy in a dinner jacket who had been spending too much money in a joint that exists for that purpose and for no other.

There was a girl beside him. Her hair was a lovely shade of dark red and she had a distant smile on her lips and over her shoulders she had a blue mink that almost made the Rolls-Royce look like just another automobile. It didn't quite. Nothing can.

The attendant was the usual half-tough character in a white coat with the name of the restaurant stitched across the front of it in red. He was getting fed up.

"Look, mister," he said with an edge to his voice, "would you mind a whole lot pulling your leg into the car so I can kind of shut the door? Or should I open it all the way so you can fall out?"

The girl gave him a look which ought to have stuck at least four inches out of his back. It didn't bother him enough to give him the shakes. At The Dancers they get the sort of people that disillusion you about what a lot of golfing money can do for the personality.”

 

 

 

 

raymond-chandler-3-sized
Raymond Chandler (23 juli 1888 – 26 maart 1959)