16-06-17

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Theo Thijssen, Casper Fioole, Frank Norbert Rieter, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald door Manik Sarkar)

“In de herfst van 2007 was het een jaar geleden dat mijn eerste roman was verschenen en had ik nog geen regel van de opvolger geschreven. Toen er geen brieven meer op te bergen waren, toen ik in openbare gelegenheden niet meer werd herkend en de affiches met mijn beeltenis uit de grote boekhandels van Broadway waren verdwenen, besefte ik dat roem iets vluchtigs is. Het is een uitgehongerde Gorgo die je moet blijven voeden, anders zal ze je direct vervangen: de politicus van de dag, het sterretje uit de laatste realityshow en de band die pas was doorgebroken namen mijn deel van de aandacht in. Toch waren er nog maar een schamele twaalfmaanden verstreken sindsmijn boekwas verschenen: inmijn ogen een belachelijk korte tijd, maar op de schaal van de mensheid een eeuwigheid. In dat jaar waren er alleen al in Amerika een miljoen kinderen geboren en een miljoen mensen gestorven, ruim tienduizend mensen beschoten, een half miljoen aan de drugs geraakt, een miljoen miljonair geworden, zeventien miljoen van mobieltje veranderd en vijftigduizend omgekomen bij auto-ongelukken, waarbij ook nog eens twee miljoen al dan niet ernstig gewond waren geraakt. En ik had maar één enkel boek geschreven. 
Schmid & Hanson, de machtige New Yorkse uitgeverij die me een aardig sommetje geld voor mijn eerste roman had gegeven en die heel veel hoop op me had gevestigd, bestookte mijn agent, Douglas Claren, die op zijn beurt in mijn nek hijgde. Hij zei dat de tijd drong en dat ik absoluut met een nieuw manuscript moest komen en ik deed er alles aan om hem gerust te stellen, om zo mezelf gerust te stellen: ik bezwoer hem dat ik goed opschoot met mijn tweede roman en dat hij zich niet druk hoefde te maken. Maar ondanks alle uren dat ik me op kantoor opsloot, bleef het papier spierwit: de inspiratie was er zonder enige waarschuwing vandoor gegaan en ik had geen idee waar ik die moest terugvinden. En ’s avonds in bed, als ik niet kon slapen, bedacht ik dat de grote Marcus Goldman binnenkort, nog voor zijn dertigste, alweer zou ophouden te bestaan. Die gedachte boezemde me zo’n angst in dat ik besloot op vakantie te gaan om op andere gedachten te komen: ik deed mezelf een maand vakantie cadeau in een paleis in Miami, zogenaamd om nieuwe inspiratiebronnen aan te boren, in de heilige overtuiging dat ontspanning onder de palmbomen me in staat zou stellen om mijn creatieve geest weer op volle toeren te laten draaien. Maar natuurlijk was Florida gewoon een vluchtpoging, en tweeduizend jaar voor mij was de filosoof Seneca ook al eens in die penibele situatie beland: waarheen je ook vlucht, je problemen zoeken een plaatsje in je bagage en reizen overal mee naartoe. Het leek of er bij aankomst in Miami bij de uitgang van het vliegveld een vriendelijke Cubaanse kruier naar me toe kwam rennen die vroeg: ‘Bent u meneer Goldman?’ 

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Lees meer...

16-06-15

Theo Thijssen, Frank Norbert Rieter, Casper Fioole, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

Uit: Kees de jongen

“Vele mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend, en dat is eigenlik niet goed te begrijpen. Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest, die er ooit bestaan heeft? Alleen door wat ongelukkige toevalligheden is hij geen beroemd man geworden, maar dat kon hij toch niet helpen? In ieder geval, het is geen reden, om maar te doen, alsof hij helemáál niet bestaan heeft.
Bovendien, al is Kees zelf dan niet beroemd geworden, hij heeft een zoon: en diè heeft toch nog alle kans op een leven vol roem. En als iemand nu eens later het leven van die beroemde zoon moest beschrijven, zou hij dan geen spijt gevoelen, niet bijtijds de vader, zo'n beetje tenminste, erkend te hebben als iemand, die óók-niet-iedereen was?
En daar komt nog dit bij: als Kees z'n zoon een groot man wordt - en me dunkt, dàt is toch wel bijna zeker - dan zal-ie dat toch ook wel voor een deel aan zijn vader te danken hebben, niet waar?
Daarom: niemand schijnt over Kees te willen schrijven, dan zal ik het doen. Ik ben wel blij, dat ik hem gekend heb: want ik weet het maar al te goed: als alles een beetje anders gelopen was, dan zou iederéén trots zijn op z'n bekendheid met Kees, de belangrijke jongen. Laat ìk dan maar de enige zijn, die er nù al trots op is, hem goed gekend te hebben.
En ach, zo absoluut ónbekend zal Kees toch óók voor velen niet zijn. Ik maak me sterk, als ik 'n beetje op-slag weet te komen met deze beschrijving, dat sommige lezers af-en-toe zullen zeggen: ‘O, diè jongen? Nee maar nou herinner ik me toch óók-wel; zeker, die heb ik ook gekend; 't is een tijdlang zelfs een speciaal vriendje van me geweest!’
Het is aan die lezers, dat ik met een knipoogje dit rare boek opdraag.”

 

 
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
Ruud Feltkamp als Kees Bakels in de film uit 2003

Lees meer...

16-06-14

Theo Thijssen, Frank Norbert Rieter, Casper Fioole, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

Uit: Jongensdagen

‘Mogen we nog een uurtje naar 't zand, Moe?’ vroeg hij.
‘Och,’ zei Moe, ‘blijf nou liever eens met je zus spelen. Ze is den heelen middag al zoo alleen geweest.’ En Moe haalde Miep naar zich toe, en streek haar over 't blonde haar.
‘Zoo vervelend,’ zei Miep zachtjes, en keek smeekend de jongens aan.
Henk was al verteederd. Maar Ko dacht aan 't zand en aan Ay.
‘O, Miep, we zijn dadelijk terug, hoor. Toe Moe, laat u ons nog maar éven gaan. We hebben den héélen middag boodschappen geloopen. Ja moe, één uurtje nou?’
‘Vooruit dan maar!’ zei Moe, en Ko holde weg.
Henk beloofde Miep nog gauw wat van dadelijk terugkomen, en wipte toen ook de deur uit. Hij hoorde nog net hoe zus begon te huilen en hoe Moe haar troostte.
‘Riet-pe-tioe!’ gilde Ko buiten.
‘Riet-pe-tioe!’ antwoordde Henk.
En ze renden de gracht af, de brug over, en verder. Naar 't zand.
‘Het zand’ was een groot stuk bouwterrein; het was opgehoogd met een dikke laag mooi zuiver zand. Er speelden altijd een paar honderd kinderen. Ze groeven diepe kuilen met zitplaatsen, of maakten hooge bergen. Henk en Ko keken rond, of ze onder al die spelende groepjes Ay niet zagen zitten. Maar 't was lastig zoeken.
‘Riet-pe-tioe!’ gilde Ko; maar hij moest hàrd gillen om boven het gejoel van zóóveel kinderen uit te komen. Er kwam geen antwoord.
Naar alle kanten uitkijkend stapten de twee broers verder, sukkelend over het mulle zand.”

 

 
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

Lees meer...

16-06-13

Frank Norbert Rieter

 

De Nederlandse schrijver Frank Norbert Rieter werd geboren op 16 juni 1973 in Nijmegen. Hij begon na zijn middelbare school aan een studie Algemene Literatuurwetenschap, maar voltooide deze niet omdat hij liever wilde schrijven dan studeren. Zijn debuutroman ´Het lichte hart van de mastodont´ gaf hij in 2013 uit bij zijn eigen uitgeverij ´Leviathan´. Daarnaast publiceerde hij een non-fictie reisverhaal en een verkiezingsnovelle “De tweede man”. Rieter schreef ook een tiental theaterstukken voor diverse gezelschappen en opleidingen. Naast zijn schrijfactiviteiten werkte hij twaalf jaar in het bedrijfsleven.

Uit: Het lichte hart van de mastodont

“Er werd lang en nadrukkelijk aangebeld en het lukte Gordon niet om daar doorheen te slapen. Even vreesde hij dat de buurman weer bozig voor de deur zou staan omdat de over spannen keffer van oma zijn ochtendrust verstoorde. Maar dat kon niet, want het beest had Gordon vannacht gebeten en in een reflex had hij het over de balkonrand gegooid. Zes hoog, weg ermee.
De tanden van het ondier hadden in zijn hand minuscule gaatjes achtergelaten waar een eindeloze hoeveelheid bloed uit had gestroomd. Gordon had de wondjes direct met wodka uitgewassen en met een schone theedoek verbonden.
Na het verbinden was er tijd geweest voor schrik en wroeging. Het restje wodka dat in de fles overschoot was net genoeg geweest om zichzelf mee in slaap te grienen. Stom onnozel beest. Het had nadat oma was verhuisd zijn zindelijkheid verloren en schier onophoudelijk gekeft. Het was een tragisch stukje leven, zeker omdat aan Gordon geen groot hondenfluisteraar verloren was gegaan. Het dier leefde op het balkon en kreeg dagelijks water en brokken. Gordon had zich afgevraagd wie zich hulpelozer voelde bij de situatie: het keffende beest of hijzelf. Maar dat was nu voorbij: exit Fifi.
Terwijl Gordon overeind kwam bonkte zijn hoofd. Hij had gisteravond wederom een poging gedaan zijn volwassen leven op liederlijke wijze in te luiden. Hij bekeek zijn gehavende hand: de wondjes waren inmiddels dicht. De theedoek was in zijn slaap losgeraakt. Vele donkere vegen en vlekken op zijn slaapshirt getuigden ervan dat het bloeden maar langzaam was gestelpt.
Opnieuw werd er lang en nadrukkelijk aangebeld. Gordon zocht met toegeknepen ogen zijn weg door de hal van het appartement en nam de hoorn van de intercom. ‘Wat?’ vroeg hij met een gebroken basstem.”

 

 
Frank Norbert Rieter (Nijmegen, 16 juni 1973)

16:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank norbert rieter, romenu |  Facebook |