12-01-18

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Castanea sativa

Hij, die als vreemdeling hier binnenkwam
Als gast in dit ons koude Nederland
Uit streken rond de Middellandse Zee –
Die zich gehandhaafd heeft in weer en wind

Die eeuwen overziet – een fiere stam
Zijn rechte rug – hij werpt met gulle hand
Zijn bitterzoete vruchten naar beneê
Een herfstgeschenk voor wie zijn bolsters vindt

Die aangeplant door Kelten en Romeinen
Gekweekt voor hongerige legioenen
Soms stil verlangt naar Griekenland of Spanje –

Hij kwam en bleef om nooit meer te verdwijnen
Een allochtoon met wortels in zijn schoenen
Wel tam, maar trots en trouw; hij heet kastanje

 

 

De expositie
Sonsbeek 2008

Kijk, een tuinhuis waaruit harken, schoffels, spades, schepjes groeien
En waar binnenin de mooiste roze woekerschimmels bloeien
En wie ligt daar voor de Villa blinkend in het licht te zonnen?
’t Is de vadsig luie koning starend naar wat lome koeien

Als een luchtschip hangt organisch in het bos een tros ballonnen
Oude flessendoppen zijn tot rododendrondek gesponnen
En de Afrikaanse grijsaards zien hoe wij met afval knoeien
Waaruit zij zijn opgetrokken: roestig wijze dorpsbaronnen

Sonsbeek voert ons naar de wortels van ons alledagstheater
Waarin alles wat van waarde is, verzand lijkt in de sleur
Brengt ons weer naar de essentie tussen bomen, gras en water

Sonsbeek trekt in ons verstarde denken, voelen, zien een scheur:
Waar je loopt en om je heenkijkt, tot in elke uithoek staat er
Iets wat aanzet tot gepeinzen, tot verrukking en grandeur

 

 

Uit: Momenten

1966

Er trouwde iemand met een Duitse man
En in de hoofdstad brak het oproer uit
Een rookbom legde alle vreugde lam

Het was misschien wel zielig voor de bruid
Maar Nieuwe Tijden hè, dat krijg je dan
De hippies bleven slapen op de Dam

We waren hoopvol, opgetogen, blij
De jaren vijftig waren echt voorbij

Het rook naar anarchie, verlossing, mei
Kabouters preekten stoned de revolutie
Van flower power, hasj en popmuziek

Van afbraak van haast elke institutie –
Aquarius breekt aan en maakt ons vrij –
Maar toch werd Van het Reve katholiek

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Lees meer...

12-01-17

Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Winterpark

Je ademt witte wolken uit
Het park spreidt als een winterbruid
Nog blinkend, haast onaangeraakt

Een wereld van gedempt geluid
Waarin je voetstap knisperkraakt
Waarin je kinderziel ontwaakt

Je weet dat het niet duren zal:
(Als al het ongerepte schoons)
Straks vliedt als water naar het dal
Wat uit de lucht viel als kristal

De wereld kreeg iets ongewoons
De vaders werden weer als zoons
Dit moest de sneeuw zijn van hun jeugd
O winterpark, o kindervreugd...

 

 

De cederallee

Zo moet het zijn: het tedere geweld
Van ceders in september, kopergroen
Als wachters in gelid, die heel het bos
Behoeden voor wat schuilt en spiedt en dreigt

Maar beuken zijn het: neigend naar het veld
En reikend naar de lucht, een legioen
Van overmoed dat zonder blik of blos
Ons voorhoudt dat het eeuwen overstijgt

En in oktobers late middagzon
Valt stofgoud van de droge bladerdos

November waait de eerste takken los
Het leven wijkt nu met de lichtval mee

Dan wordt voltooid wat eens als feest begon
Verloochend in een herfstige allee

 

 

Uit: Momenten

1957

Vijfhonderd meter was het hemelsbreed
Een handkar was voldoende voor het huisraad
En jij mocht zittend mee, wat zat je plat

Fijn bonkend op de bodem met je gat
Een kind van drie dat naar een ander huis gaat
En de gemeentegrens zelfs overschreed

't Was net iets groter; 't lag er bijna naast
't Was meer verplaatsen dan verhuizen haast

Maar Barneveld werd Apeldoorn die zomer
Je weet nog dat het warm was: almaar lomer
Werd ieder ritje hotsend uitgezeten

Ook wees men naar de hemel, stomverbaasd
Om wat je later nooit meer zou vergeten:
Zo'n Sputnik was wel kostje voor een dromer...

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Lees meer...

12-01-14

Fatos Kongoli, William Nicholson, Florian Havemann, Jack London, Ferenc Molnár, Charles Perrault


De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. Zie ook alle tags voor Fatos Kongoli op dit blog.

Uit: The Loser (Vertaald door Robert Elsie en Janice Mathie-Heck)

“There comes a day when you get the impression that you’ve paid your dues to the world, the cycle is complete and there’s no more reason to ruminate on the past, in particular when your life has nothing of value to offer.
“What now?” you might ask.
Nothing. Just a confession.
One morning a couple of months ago, a friend of mine, Dorian Kamberi, a mechanical engineer and the father of two children, boarded a freighter called the Partisan and sailed across the Adriatic with his family. If I hadn’t had second thoughts at the last minute, I might be living in some refugee camp in that dreamland called Italy too, or somewhere else in Europe, together with a horde of my countrymen. But at the last minute, as we were sitting on deck squashed like sardines, I told Dori that I was getting off. It’s possible that he didn’t even hear what I’d said. After the trials and tribulations of our journey – a veritable Odyssey – from town to the ship, my words must have sounded absurd. If anyone other than my friend had been beside me, he’d have chucked me into the sea. Dori said nothing and just gave me a blank stare. The whole time, I could feel the warm pee of his little son, who I was still carrying on my shoulders, trickling down the back of my neck.
My hesitation must have been obvious to everyone. I’m sure that my voice and my face expressed exactly the opposite of what I was saying. Even a small attempt on Dori’s part to dissaude me would have been enough to cause me to abandon the decision I’d just taken, not really even knowing why. It wasn’t a question of homesickness. I didn’t feel anything at all, and my mind was as blank as the expression on Dori’s face. He made no move to stop me, and I disembarked,my neck still moist from his son’s soggy nappy. I sat down on the edge of the wharf and looked back at the last groups of refugees scrambling to get on board.”

 

 
Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

Lees meer...

12-01-13

William Nicholson, Florian Havemann, Jack London, Ferenc Molnár, Charles Perrault

 

De Britse schrijver William Nicholson werd geboren op 12 januari 1948 in Tunbridge Wells, Kent. Zie ook alle tags voor William Nicholson op dit blog.

 

Uit: The Trial of True Love

 

"The thing is this." She moves her hands carefully before her as if describing an invisible object about the size of a box-file. "This is the thing. I have to think of myself. I have to think of the future. I'll be thirty in January. Which is meaningless, of course. But I would like, one day, to have children."
Anna is home early because she's been visiting a friend who has recently had a baby.
"How was Polly's baby?"
"Like a baby. This isn't about that."
"Yes, it is."
"All right, it is, then. The thing is this. For a baby, one needs a man. And one hasn't got one."
She makes a comic-sad face as she says this, which makes me laugh. Also she's making me nervous.
"I don't know what to tell you, Anna. This is how it is these days. Everyone free to be with who they like, and everyone alone."
"Well, I've decided to do something about it."
Anna is small, slightly built, with a friendly, puzzled sort of face and short hair of that colour that has no name, between brown and blond. She's quick-thinking and funny and honest, and has no luck with men. There was a man called Rory who was part of her life for years and we all assumed they would get married, until he went to Johannesburg and married someone else. This in the apartheid era. Anna knew she was better off without him, but she still cried every night for weeks.
She calls me her walker. We have what is in some senses the perfect relationship, because the sex is behind us. There was a clumsy fumbling sort of affair at college, which went through what are for me the usual phases of eagerness, gratified vanity, claustrophobia, guilt, evasion, and disappearance.
"Bron doesn't do breakups," Anna says. "He does vanishings."

 

 

William Nicholson (Tunbridge Wells, 12 januari 1948)

Lees meer...

12-01-11

Fatos Kongoli, William Nicholson, Florian Havemann, Jack London, Ferenc Molnár, Charles Perrault

 

De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009 en ook mijn blog van 12 januari 2010.

 

Uit: Ein europäischer Traum (Vertaald door Joachim Roehm) 

 

„Als ich den letzten Jahren seines Lebens einmal von ihm wissen wollte, warum er Kommunist geworden war, drückte er sich nicht um eine Antwort: Während der Jahre in Italien sei dies die beste Lösung gewesen. Er habe vor der Alternative gestanden, sich entweder für den Kommunismus eines Antonio Gramsci zu entscheiden oder für den Faschismus des Duce ... Es liegt mir fern, meinem Vater etwas vorzuwerfen, doch außer dem Faschismus des Duce und dem Kommunismus eines Antonio Gramsci wird es in Verdis Vaterland auch noch andere Alternativen gegeben haben. Die letzten Jahre seines Lebens, das tragisch endete, denn er wurde von seiner eigenen Partei geächtet und weggeworfen wie eine ausgequetschte Zitrone, verbrachte er am Klavier, Fugen von Bach spielend, bis er dann starb, verlassen selbst noch von seinen engsten Freunden. Ich, der ich endlich die Mathematik aufgegeben und mich der Literatur zugewandt hatte, begriff damals, dass ich womöglich

den gefährlichsten Fehler meines Lebens begangen hatte. Die Sprache Molières eröffnete mir die Möglichkeit, Kontakt mit den großen Autoren des 20. Jahrhunderts aufzunehmen, und ich begriff einigermaßen, was wirklich Literatur ist. In einem Land wie Albanien, wo auch noch dem unschuldigsten Dissidenten ohne lange zu fackeln der Kopf abgerissen wurde, war es verflucht schwierig, sich mit wirklicher Literatur abzugeben. Aber dieses verdrießliche Kapitel ist allgemein bekannt, und nach dem Fall der Berliner Mauer hat dies alles nichts mehr zu bedeuten. Auerdem

hätte niemand wirklich Lust, mir in den finsteren Tunnel dieser langen Jahrzehnte zu folgen, in denen meine Zähne allmählich verrotteten und zum Teil viel zu früh ausfielen, bis ich mir schließlich ziehen und durch eine Prothese ersetzen ließ, was noch übrig war, sodass ich nun nach Belieben lachen kann, wenn mir zum Weinen ist, ohne befürchten zu müssen, dass ich so schrecklich hässlich aussehe wie in der Zeit vor meiner Prothese.“

 

 

 

Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

 

Lees meer...

12-01-10

Florian Havemann, Fatos Kongoli, William Nicholson, Jack London, Ferenc Molnár, Charles Perrault


De Duitse schrijver, schilder en componist Florian Havemann werd geboren op 12 januari 1952 in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

Uit: Havemann

 

„Biermann hätte dem Staatsschutz gegenüber Gründe nennen können, warum ich etwas gegen ihn haben dürft e, sein Lied über mich hätte ein solcher Grund sein können, und auch seine Aussage während des schon erwähnten Havemann-Prozesses in Frankfurt an der Oder, als er seitens der Verteidigung mit meinem SPIEGEL-Artikel über meinen Vater konfrontiert wurde, weil der ein so anderes Bild davon zeichne, in welcher Situation sich mein Vater befand, welche Auswirkungen der über ihn verhängte Hausarrest auf sein Leben gehabt hatte, wäre so ein Grund gewesen, den er hätte nennen können und der dann sicher auch plausibel geklungen hätte – Biermann hatte vor Gericht meinen Artikel mit der lapidaren Bemerkung abgetan, er halte ihn für eine Auft ragsarbeit der Stasi, und das war dann sofort am gleichen Tag über die Sender und durch die Nachrichten gegangen und am nächsten in vielen deutschen Zeitungen zu lesen. Aber wahrscheinlich hatte er auch dies lieber verdrängt, denn auf Nachfrage der Verteidigung, ob es denn für seine Behauptung irgendwelche Beweise gebe, mußte er doch kleinlaut zugeben, daß er sie nicht habe, und dann hatte sich auch noch der auch ihm gut bekannte SPIEGEL- Redakteur Uli Schwarz öff entlich gegen die Unterstellung verwahrt, seine Zeitschrift könne einen Artikel abgedruckt haben, der im Auft rage der Stasi geschrieben worden wäre, und dazu bekannt, daß es der SPIEGEL in seiner Person gewesen ist, der mir diesen Auft rag gegeben hatte, einen solchen Artikel über meinen Vater zu schreiben.

Vollkommen irre, was sich aus der Lektüre dieser mich betreff enden Akte ergab: ich sollte also zwei Tage nach der Geburt meiner zweiten Tochter damit begonnen haben, Wolf Biermann, mit dem ich da schon seit fast 15 Jahren keinen Kontakt mehr gehabt hatte, am Telefon zu beschimpfen und zu bedrohen, ihn damit zu bedrohen, ihn umzubringen, ihn ermorden zu wollen.“

 

 

 

 

havemann
Florian Havemann (Oost-Berlijn,12 januari 1952)

 

 

 

 

De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

Uit: Hundehaut (Vertaald door Joachim Röhm)

 

Damals wohnten wir im ersten Stock eines Wohnblocks in der Myslim-Shyri-Straße. Wir waren erst ein Jahr vor dem Tod meines Vaters von unserer alten Wohnung beim Haus der Offiziere nach dort umgezogen. Unsere Fenster gingen zur Straße hinaus, und direkt unter uns befand sich der Milchladen des Viertels, an den sich der Brotladen anschloß, auf den der Fleischladen und schließlich der Obst- und Gemüseladen folgten. Den Geschäften gegenüber befand sich ein Kino.
Ich haßte die Wohnung, weil dort kurz hintereinander Vater und Brunilda gestorben waren. Später, als Erwachsener, haßte ich sie zusätzlich, weil einen der Lärm dort fast in den Wahnsinn trieb. Vor allem in der Nacht war es laut. Das lag nicht so sehr am Straßenverkehr, der hielt sich in Grenzen. Nur Personenautos und Lieferwagen, meistens polnische Erzeugnisse der Marke »Zuk«, waren erlaubt. Pkws kamen nur gelegentlich durch und machten wenig Lärm. Auch die Lieferwagen ließen sich ertragen. Absolut nicht auszuhalten war für mich der Lärm der wartenden Schlangen.
Bereits um zwei Uhr nachts erwachte man an einem dumpfen Grummeln, das aus den Eingeweiden der Erde zu kommen schien. Das waren die Leute, die drunten vor dem Milchladen anstanden. Sie redeten, diskutierten, stritten sich, und zwar vor allem, wenn endlich die Milchverkäuferin und gleich darauf der Lieferwagen eintrafen und die dem Volk der Zigeuner angehörenden Arbeiter unter lautem Getöse die Kisten mit den Milchflaschen abluden. In diesem Moment erreichten die lautstarken Wortwechsel mit niederträchtigen Vordränglern ihren Höhepunkt. Stimmen der Verbitterung erklangen, empörte Protestrufe. Der »Zuk« entfernte sich mit knatterndem Auspuff, dann herrschte eine gewisse Ruhe. Die Vorwitzigen waren in ihre Schranken verwiesen, die Menschen drängten nach vorne, jeder hatte Anspruch auf zwei Liter, und hielt er die Flaschen dann tatsächlich in seinen Händen, ging er zufrieden nach Hause. Bis zur nächsten Nacht.
Ich selbst nahm an den epischen Schlachten um zwei Liter Milch teil, nachdem Tom auf die Welt gekommen war. Anfangs galten in der Schlange noch liberale Postierungsregeln. Es genügte, einen Stein oder einen anderen markanten Gegenstand auf den Boden zu legen, und der Platz galt als besetzt. Doch eines Tages erklärte man Steine und anderes Zeug für unzureichend. Der lange schwelende Konflikt erreichte seinen dramatischen Höhepunkt, als ein Mensch um zwei Uhr morgens vor sich in der Männerschlange keinen einzigen Mann vorfand, sowenig wie sich Frauen in der Frauenschlange befanden. Es gab nur an die sechzig Steine in jeder der beiden Reihen.“ 

 

 

 

 

 

Kongoli
Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

Kongoli (links) met zijn uitgever in Berat

 

 

 

 

De Britse schrijver William Nicholson werd geboren op 12 januari 1948 in Tunbridge Wells, Kent. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

Uit: Seeker

 

„Seeker woke earlier than usual, long before dawn, and lay in the darkness thinking about the day ahead. It was high summer, with less than a week to go before the longest day of the year. In school it was the day of the monthly test.

And it was his sixteenth birthday.

Unable to sleep, he rose and dressed quietly so as not to wake his parents, and went out into the silent street. By the light of the stars, he made his way to the steps that zigzagged up the steep hillside, and began to climb. As he did so he watched the eastern sky, and saw there the first pale silver gleams on the horizon that heralded the coming dawn.

He had decided to watch the sun rise.

At the top of the steps the path flattened out and led into the stone-flagged Nom square. To his right rose the great dark mass of the Nom, the castle-monastery that dominated the island; to his left, the avenue of old storm-blasted pine trees that led to the overlook. He knew these trees well; they were his friends. He came to this place often, to be alone and to look out over the boundless ocean to the very farthest edges of the world.“

 

 

 

 

nicolson
William Nicholson (Tunbridge Wells, 12 januari 1948)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jack London (eig. John Griffith Chaney) werd geboren op 12 januari 1876 in San Francisco, Californië. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

Uit: White Fang

 

„Dark spruce forest frowned on either side the frozen waterway. The trees had been stripped by a recent wind of their white covering of frost, and they seemed to lean toward each other, black and ominous, in the fading light. A vast silence reigned over the land. The land itself was a desolation, lifeless, without movement, so lone and cold that the spirit of it was not even that of sadness. There was a hint in it of laughter, but of a laughter more terrible than any sadness -- a laughter that was mirthless as the smile of the Sphinx, a laughter cold as the frost and partaking of the grimness of infallibility. It was the masterful and incommunicable wisdom of eternity laughing at the futility of life and the effort of life. It was the Wild, the savage, frozen-hearted Northland Wild.

But there was life, abroad in the land and defiant. Down the frozen waterway toiled a string of wolfish dogs. Their bristly fur was rimed with frost. Their breath froze in the air as it left their mouths, spouting forth in spumes of vapor that settled upon the hair of their bodies and formed into crystals of frost. Leather harness was on the dogs, and leather traces attached them to a sled which dragged along behind. The sled was without runners. It was made of stout birch-bark, and its full surface rested on the snow. The front end of the sled was turned up, like a scroll, in order to force down and under the bore of soft snow that surged like a wave before it. On the sled, securely lashed, was a long and narrow oblong box. There were other things on the sled -- blankets, an axe, and a coffee-pot and frying-pan; but prominent, occupying most of the space, was the long and narrow oblong box.

In advance of the dogs, on wide snowshoes, toiled a man. At the rear of the sled toiled a second man. On the sled, in the box, lay a third man whose toil was over, -- a man whom the Wild had conquered and beaten down until he would never move nor struggle again. It is not the way of the Wild to like movement. Life is an offence to it, for life is movement; and the Wild aims always to destroy movement. It freezes the water to prevent it running to the sea; it drives the sap out of the trees till they are frozen to their mighty hearts; and most ferociously and terribly of all does the Wild harry and crush into submission man -- man, who is the most restless of life, ever in revolt against the dictum that all movement must in the end come to the cessation of movement.

But at front and rear, unawed and indomitable, toiled the two men who were not yet dead. Their bodies were covered with fur and soft-tanned leather. Eyelashes and cheeks and lips were so coated with the crystals from their frozen breath that their faces were not discernible. This gave them the seeming of ghostly masques, undertakers in a spectral world at the funeral of some ghost. But under it all they were men, penetrating the land of desolation and mockery and silence, puny adventurers bent on colossal adventure, pitting themselves against the might of a world as remote and alien and pulseless as the abysses of space.“

 

 

 

 

JackLondon02
Jack London (12 januari 1876 - 22 november 1916)

 

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Ferenc Molnár werd op 12 januari 1878 in een burgerlijk-joods gezin van Duitse afkomst geboren. Zie ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

Uit: A Matter Of Husbands

 

FAMOUS ACTRESS: It happens to every actress who is moderately pretty and successful. It's one of the oldest expedients in the world, and we actresses are such conspicuous targets for it! There is scarcely a man connected with the theater who doesn't make use of us in that way some time or another--authors, composers, scene designers, lawyers, orchestra leaders, even the managers themselves. To regain a wife or sweetheart's affections all they need to do is invent a love affair with one of us. The wife is always so ready to believe it. Usually we don't know a thing about it. But even when it is brought to our notice we don't mind so much. At least we have the consolation of knowing that we are the means of making many a marriage happy which might otherwise have ended in the divorce court. [With a gracious little laugh] There, dear, you mustn't apologize. You couldn't know, of course. It seems so plausible. You fancy your husband in an atmosphere of perpetual temptation, in a backstage world full of beautiful sirens without scruples or morals. One actress, you suppose, is more dangerous than a hundred ordinary women. You hate us and fear us. None understands that better than your husband, who is evidently a very cunning lawyer. And so he plays on your fear and jealousy to regain the love you deny him. He writes a letter and leaves it behind him on the desk. Trust a lawyer never to do that unintentionally. He orders flowers for me by telephone in the morning and probably cancels the order the moment he reaches his office. By the way, hasn't he a lock of my hair? They bribe my hair-dresser to steal from me. It's a wonder I have any hair left at all. And hasn't he left any of my love letters lying around? Don't be alarmed. I haven't written him any. I might have if he had come to me frankly and said: "I say, Sara, will you do something for me? My wife and I aren't getting on so well. Would you write me a passionate love letter that I can leave lying around at home where she may find it?" I should certainly have done it for him. I'd have written a letter that would have made you weep into your pillow for a fortnight. I wrote ten like that for a very eminent playwright once. But he had no luck with them. His wife was such a proper person she returned them all to him unread.”

 

 

 

Molnar
Ferenc Molnár (12 januari 1878 – 1 april 1952)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Charles Perrault werd geboren op 12 januari 1628 in Parijs. Zie ook mijn blog van 12 januari 2008 en ook mijn blog van 12 januari 2009.

 

Uit: Le Petit Poucet (Klein duimpje)

 

Il était une fois un Bûcheron et une Bûcheronne qui avaient sept enfants tous Garçons. L'aîné n'avait que dix ans, et le plus jeune n'en avait que sept. On s'étonnera que le Bûcheron ait eu tant d'enfants en si peu de temps; mais c'est que sa femme allait vite en besogne, et n'en faisait pas moins que deux à la fois. Ils étaient fort pauvres, et leurs sept enfants les incommodaient beaucoup, parce qu'aucun d'eux ne pouvait encore gagner sa vie. Ce qui les chagrinait encore, c'est que le plus jeune était fort délicat et ne disait mot : prenant pour bêtise ce qui était une marque de la bonté de son esprit. Il était fort petit, et quand il vint au monde, il n'était guère plus gros que le pouce, ce qui fit que l'on l'appela le petit Poucet. Ce pauvre enfant était le souffre-douleur de la maison, et on lui donnait toujours le tort. Cependant il était le plus fin, et le plus avisé de tous ses frères, et s'il parlait peu, il écoutait beaucoup. Il vint une année très fâcheuse, et la famine fut si grande, que ces pauvres gens résolurent de se défaire de leurs enfants. Un soir que ces enfants étaient couchés, et que le Bûcheron était auprès du feu avec sa femme, il lui dit, le coeur serré de douleur :

Tu vois bien que nous ne pouvons plus nourrir nos enfants ; je ne saurais les voir mourir de faim devant mes yeux, et je suis résolu de les mener perdre demain au bois, ce qui sera aisé, car tandis qu'ils s'amuseront à fagoter, nous n'avons qu'à nous enfuir sans qu'ils nous voient.“

 

 

 

 

Perrault
Charles Perrault (12 januari 1628 – 16 mei 1703)

12-01-09

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz, Florian Havemann, Fatos Kongoli, William Nicholson, Ferenc Molnár, Jack London, Charles Perrault


De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook mijn blog van 12 januari 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

Uit: Sonsbeeksonnetten

 

 

HET PAVILJOEN

Een warme zomeravond, als het meezit
Hoort wie goed luistert verre echo’s klinken:
Beschaafde zang, orkestmuziek, gerinkel
Van glazen, fluisterstemmen in de nacht

Geen schlagers of de laatste Doris-Day-hit
Maar wel weemoedig koper; kijk: ze drinken
Champagnewijn waarin het speels getwinkel
Van maan en kaarslicht dreigend leed verzacht

Geen tekens van geweld nog, slechts geruis
Van zomerjurken, schuldeloos vermaak

Maar dan: je knippert en het is voorbij

Wat rest: het hedendaags verkeersgesuis
Een populaire wok- en afhaalzaak

Geen schim meer van de oude schenkerij

 

 

 

Uit: Portretsonnetten

 

1

 

Van borst tot buik een strakke rechte lijn
Slechts rib of tepel bieden wat reliëf
Een lichaam zonder angst of schuldbesef

Ik ben hem zelf, ik ben hem eens geweest
Hij is nu zoals ik misschien wel was
Beloftevol, maar verder groen als gras
Een beetje engel en een beetje beest

Blondborstig zit hij in dezelfde trein
Een tors, met haartjes haast onzichtbaar nog
Een aaibaar en toch onaanraakbaar joch

Ik kijk naar buiten, quasi onbespied
Hij ziet mij aan, hij kijkt, verraadt zich niet
Lijkt opgelucht en blij, maar blij het meest:
Zo blij dat hij nog mij niet hoeft te zijn

 

 

 

12

Haast niemand die van meer belang voor mij is
Die machtiger en krachtiger dan hij is
Zo prachtig met zijn lange blonde haren
Zijn geest die ongebonden, sterk en vrij is

Ik kan soms uren naar zijn aanblik staren
Dan voel ik dat hij meer dan zeer nabij is
En zo passeren dagen, maanden, jaren
Van hartstocht, passie, niet te evenaren

Ik heb hem vaak naast mij in bed gelegd
Hoewel dat volgens velen slecht en fout is

Hoe fel brandt onze liefde, hoe oprecht
Terwijl het in de wereld om ons koud is

En hoe betreur ik dat zijn kruis van hout is
Maar ja, hij is er nogal aan gehecht

 

 

 

 

cees_van_der_pluijm
Cees van der Pluijm (Radio Kootwijk, 12 januari 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Hamelink werd geboren op 12 januari 1939 in Driewegen, bij Terneuzen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

 

 

Betrekkende mens

 

Langzaam neemt de mens

de schutkleur aan

van de aarde

die hem in steeds trager

welsprekende velden

en wegen van wolken betrekt

en ook de blaasbalg lucht

zijn piepend draaiorgel geworden

 

dan alom bekroond

met koude honger

met poriën voor regen en slaap

zijn ereteken zijn schamperste vuurslag

voldoende om de sterren ruwweg te ontbinden

 

verbergt hij taal en teken

in landschappen

die savonds dichtklappen

als een deur.

 

 

 

 

 

Werkelijk

 

Werkelijk,
men moest de steen
met menselijke waardigheid
bekleden, zijn woord
voor menswaardig
aannemen.

Men moest, om nog
in de mens
te kunnen geloven, zijn oor
te luister leggen
bij de steen of met de stem
spreken
van een steen.

Men moest,
om de eerste de beste
steen te citeren,
uit de steenrots een geheel
nieuwe mens
slaan.

 

 

 

 

 

 

JacquesHamelink
Jacques Hamelink (Terneuzen, 12 januari 1939)

 

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver en vertaler Haruki Murakami werd geboren op 12 januari 1949 in Kioto. Zie ook mijn blog van 1 maart 2007  en ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

Uit: After Dark Vertaald door Jay Rubin)

 

Eyes mark the shape of the city.
Through the eyes of a high-flying night bird, we take in the scene from midair. In our broad sweep, the city looks like a single gigantic creature—or more like a single collective entity created by many intertwining organisms. Countless arteries stretch to the ends of its elusive body, circulating a continuous supply of fresh blood cells, sending out new data and collecting the old, sending out new consumables and collecting the old, sending out new contradictions and collecting the old. To the rhythm of its pulsing, all parts of the body flicker and flare up and squirm. Midnight is approaching, and while the peak of activity has passed, the basal metabolism that maintains life continues undiminished, producing the basso continuo of the city’s moan, a monotonous sound that neither rises nor falls but is pregnant with foreboding.
Our line of sight chooses an area of concentrated brightness and, focusing there, silently descends to it—a sea of neon colors. They call this place an “amusement district.” The giant digital screens fastened to the sides of buildings fall silent as midnight approaches, but loudspeakers on storefronts keep pumping out exaggerated hip-hop bass lines. A large game center crammed with young people; wild electronic sounds; a group of college students spilling out from a bar; teenage girls with brilliant bleached hair, healthy legs thrusting out from micromini skirts; dark-suited men racing across diagonal crosswalks for the last trains to the suburbs. Even at this hour, the karaoke club pitchmen keep shouting for customers. A flashy black station wagon drifts down the street as if taking stock of the district through its black-tinted windows. The car looks like a deep-sea creature with specialized skin and organs. Two young policemen patrol the street with tense expressions, but no one seems to notice them. The district plays by its own rules at a time like this. The season is late autumn. No wind is blowing, but the air carries a chill. The date is just about to change.“

 

 

 

 

Haruki_Murakami
Haruki Murakami (Kioto, 12 januari 1949)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Alain Teister (eig. Jacob Martinus Boersma werd geboren in Amsterdam op 12 januari 1932. Teister debuteerde in 1964 met de poëziebundel De huisgod spreekt. Daarna volgden nog diverse romans en poëziebundels. Zijn 'Zevenluik met bed en bezoekers', een installatie met bed, paspoppen, stoel, hout en verf' (1973-1974) werd aangekocht door het Centraal Museum Utrecht en de Rijksdienst voor Beeldende Kunsten. Hij was voorts de drijvende kracht achter de oprichting in 1975 van Theater de Engelenbak, een professioneel theater uitsluitend gericht op amateurvoorstellingen.

 

 

Toekomst

Als die mij nogal lief zijn
- vrouw, bomen, vrienden - van mij heen zijn
wil ik een snaterende grijsaard worden,
wonend op het Maliebaan-station
en in de zon.
Gekleed in conducteurscostuum
van Engels laken
een goede indruk voor de spiegel maken,
en zachtjes krijsen op het zoveelste perron:
'honnepon,
honnepon ...'

 

 

 

 

Teister_Boekomslag
Alain Teister (12 januari 1932 – 6 februari 1979)

Boekomslag (Geen portret beschikbaar) 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jakob Michael Reinhold Lenz werd geboren op 12 januari 1751 in Seßwegen. Zie ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

 

Urania

Du kennst mich nicht,
Wirst nie mich kennen
Wirst nie mich nennen
Mit Flammen im Gesicht.

Ich kenne dich
Und kann dich missen –
Ach mein Gewissen
Was peinigest du mich?

Dich missen? Nein,
Für mich geboren –
Für mich verloren?
Bei Gott es kann nicht sein.

Sei hoch dein Freund
Und groß und teuer –
Doch ist er treuer
Als dieser, der hier weint?

Und dir mißfällt – –
O Nachtgedanken!!
Kenn ihn, den Kranken,
Sein Herz ist eine Welt.

 

 

 

 

lenz
Jakob Michael Reinhold Lenz (12 januari 1751- 24 mei 1792)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, schilder en componist Florian Havemann werd geboren op 12 januari 1952 in Oost-Berlijn. Hij is een zoon van de bekende DDR-criticus Robert Havemann. In 1971 vluchtte hij naar het westen. Wolf Biermann, die zelf toen nog zijn uitburgering probeerde te voorkomen,  schreef naar aanleiding daarvan het lied Enfant perdu, waarin hij de vlucht bekritiseert. Havemann studeerde in West-Berlijn vervolgens Scenografie aan de Hochschule der Künste. Hij schreef diverse stukken voor het toneel, o.a. over Albert Speer en Rosa Luxemburg en componeerde ook muziek voor het theater.  Sinds 2005 publiceert hij op het internet de Zeitschrift für unfertige Gedanken. Onder de titel Havemann schreef hij een 1100 pagina’s tekllende, zogenaamde „Tatsachenroman“ over zijn grootvader, zijn vader en zichzelf. Al voor het verschijnen leidde het werk tot controverses, o.a. omdat hij erin suggereerde dat Wolf Biermann sexuele contacten had met Margot Honecker, de vrouw van partijleider Erich Honecker. Het boek werd door de uitgeverij later uit de handel genomen en in een verkorte vorm vorig jaar opnieuw uitgebracht.

 

Uit: Havemann

 

Havemann, das beginnt mit einem Saathändler. Für mich beginnt Havemann mit einem Saathändler, aber natürlich weiß ich, daß es vor diesem Saathändler andere Havemänner gegeben haben muß, Havemänner, von denen dieser Saathändler abstammt und mit ihm dann wir, mein Großvater,

mein Vater und ich, und natürlich auch noch die vielen anderen, die zur Sippschaft gehören. Vielleicht waren das Bauern, Saatgüterproduzenten, die sich eines Tages auf den Handel mit Saatgut allein verlegt haben, vielleicht aber waren das lange und immer schon Havemänner, to have Männer, Männer und ihre Familien, die was hatten, Besitz, vielleicht aber auch waren das Hafenmänner, diese Havemänner, und damit schon Händler von alters her, Leute, die im Hafen ankommende Ware kauft en und dann weiterverkauft en, in andere Städte, ins Hinterland.

Hamburger Hafenmänner zum Beispiel, denn die habe ich mir immer als unsere Vorfahren vorgestellt, von denen dann einer auf der halben Strekke zwischen Hamburg und Berlin hängengeblieben ist, in Grabow, der kleinen Stadt Grabow. Besser ein großer Händler sein in Grabow als ein kleiner Hafenmann in Hamburg. Besser ein to-have-Mann in einem kleinen Nest wie Grabow sein, ein Habenmann, ein Habemann dort als von der Hamburger Hafenkonkurrenz erdrückt werden – an irgendwelche Bauern, die Saatgut produzierten und dann zu Saatguthändlern wurden, habe ich nie geglaubt, denn das ist für mich nicht Havemann. Havemann, das ist für mich: eine Gelegenheit ergreifen, die sich einem bietet. Den Saatguthandel in einer kleinen Provinzstadt wie Grabow zum Beispiel.

Havemann, das ist: lieber in einem kleinen Nest ein König zu sein als sich in einer Weltstadt, in einer Hafenstadt mit Verbindung in die ganze Welt, der Konkurrenz der ganzen Welt ausgesetzt, abmühen zu müssen.

Havemann, das ist: DDR und im doofen Rest der Klügste sein zu wollen.”

 

 

 

 

Havemann
Florian Havemann (Oost-Berlijn,12 januari 1952)

 

 

 

 

 

De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. In zijn kinderjaren verhuisde zijn familie naar Tirana. Hij studeerde wiskunde in Tirana, maar ook in China. Vanaf 1970 werkte hij als cultuurredacteur bij uitgeverijen, tijdschriften en kranten.

 

Uit: Die albanische Braut (Vertaald door Joachim Roehm)

 

„Natürlich wußte ich, daß Vilma im Labor arbeitete. Ich hatte sie n weißen Leinenhosen und im weißen Arbeitsmantel hinten aus er Fabrik kommen sehen, auf dem Kopf die unvermeidliche nd gleichfalls weiße Haube. Allerdings immer nur von weitem.

In der Hölle, in der ich mich bewegte, bewies mir ihre Erscheinung, aß es irgendwo noch ein anderes Leben gab als das, das ir alltäglich in Gestalt sündiger Teufel entgegentrat. Jemand, er von solch unglückseligen Bevölkerern der Hölle umgeben ar, konnte nicht anders, als ein paradiesisches Wesen in ihr u sehen. Darauf war es wahrscheinlich auch zurückzuführen, aß ich meinte, das Reich der Schatten in Richtung Garten den zu verlassen, als Dori einen ehemaligen Studenten der industriellen

Chemie im dritten Semester für geeignet hielt, den latz der jählings entführten Laborantin zu besetzen. In Wahrheit andelte es sich dabei um einen absolut gewöhnlichen aum mit absolut gewöhnlichen Geräten, in dem Tag und Nacht in ohrenbetäubender Lärm herrschte. Von einem Paradies war

wirklich nichts zu spüren. Die einzige Veränderung in meinem eben war die, daß ich auf meinem Weg ins Labor keine in Zeitungspapier ingewickelte Pausenzehrung bei mir führte. Und aß ich nicht mehr mit Teufeln zu tun hatte, sondern den Tag n Gesellschaft zweier von Kopf bis Fuß in Weiß gehüllter Wesen erbrachte. Eines davon war Vilma.

Das gütige Geschick führte mich in Vilmas Labor auf dem mweg über ein Büro, in dem es weder Staub noch Lärm gab.

Es war darin weder besonders hell noch besonders dunkel, und as einzige Fenster war vergittert. Wollte man hineingelangen, ußte man erst an einer mit emailliertem Blech beschlagenen

Tür anklopfen. Wenn man sie dann öffnete, stand man verdutzt or einem Käfig: von einer Wand zur anderen erstreckte sich in deckenhohes Eisengitter. Es war, als würde man eine Gefängniszelle

betreten. Doch es handelte sich um kein Verlies, ondern um das Kaderbüro. In dem eisernen Käfig saß zwischen egalen und Tresoren ein Mensch.“

 

 

 

Fatos_kongoli
Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver William Nicholson werd geboren op 12 januari 1948 in Tunbridge Wells, Kent. Hij bezocht de Downside School, Somerset, en  Christ's College, Cambridge. Zijn vrouw Virginia is eveneens schrijfster en kan beroemde voorgangsters als Vanessa Bell en Virginia Woolf tot haar familie rekenen. Nicholson werkte jarenlang voor de BBC en maakte documentaire films. Hij werd bekend als schrijver toen het eerste deel van zijn Wind On Fire trilogie hem de Blue Peter best book award opleverde in 2000.

 

Uit: The Society of Others

 

„On this random day from all that time ago, longer ago than yesterday, I'msitting alone in my room, the blind down over the window and the door locked.There's music playing to which I am not listening. The television is on, with nosound. I'm not watching. It's just there like the crack of light on thewindowsill and the pressure in my bladder that tells me I need to piss. MaybeI'll go soon. I'm doing nothing in particular. I do nothing most days. You couldsay it's what I do, like it's my occupation. This is not a problem. I don't wantanything. I have the animal needs like you do, to eat and excrete, to mate andto sleep, but as soon as the needs are met they go away, and everything's theway it was before. That stuff is necessary. We're not talking desire.
I don't even want money. What's the point? You see something you want to buy,you get excited about having it, you buy it, the excitement fades. Everything'sthe way it was before. I've seen through that game. They make you want things sothey get your money. Then they take your money and then they've got it, and whatdo they do? They use it to buy things someone else has made them want. For a fewmoments they think they're happy, and then it all fades and everything's the wayit was before. How stupid can you get? It's like fish. Fish swim about all dayfinding food to give them energy to swim about all day. It makes me laugh. Thesepeople who hurry about all day making money to sell each other things. Anyonewith eyes to see could tell them their lives are meaningless and they aren'tgetting any happier.“
 

 

 

William_Nicholson
William Nicholson (Tunbridge Wells,12 januari 1948)

 

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Ferenc Molnár werd op 12 januari 1878 in een burgerlijk-joods gezin van Duitse afkomst geboren. Tussen 1887 en 1895 bezocht hij het Gereformeerde Gymnasium in Boedapest. In 1895 studeerde hij rechten in Boedapest en Genf en daarna ging hij naar Parijs. In 1896 kwam hij terug naar Boedapest, maar voltooide zijn studie niet. Zijn eerste verhaalbundel is in 1898 verschenen. Zijn eerste roman kwam in 1901 uit en zijn eerste drama werd in 1902 opgevoerd. Zijn hele leven leefde Molnar onder bijzonder goede omstandigheden. Hij werd heel snel de meest populaire Hongaarse (toneel)schrijver. Zijn werken werden in veel talen vertaald en in de hele wereld opgevoerd. Zijn artistieke en persoonlijke beoordeling zijn echter tegenstrijdig, zelfs extreem verschillend. In 1906 werd hij tot mederedacteur van de krant Budapesti Napló gekozen. Zijn snelle succes bracht de klassieke jeugdroman A Pál utcai fiúk (De jongens van de Paulstraat) (1907) die in veertien talen vertaald en in meerdere landen verfilmd werd. Dit boek is ook tegenwoordig bijzonder populair. Het succes werd bekroond door de toneelstukken Liliom en A testõr (1910).

 

Uit: A Matter Of Husbands (Vertaald door Benjamin Glazer)

 

„ FAMOUS ACTRESS: You wished to see me?

EARNEST YOUNG WOMAN: [She gulps emotionally] Yes.

FAMOUS ACTRESS: What can I do for you?

EARNEST YOUNG WOMAN: [Extends her arms in a beseeching gesture] Give me back my husband!

FAMOUS ACTRESS: Give you back your husband!

EARNEST YOUNG WOMAN: Yes. [The FAMOUS ACTRESS only stares at her in speechless bewilderment.] You are wondering which one he is.... He is a blond man, not very tall, wears spectacles. He is a lawyer, your manager's lawyer. Alfred is his first name.

FAMOUS ACTRESS: Oh! I have met him--yes.

EARNEST YOUNG WOMAN: I know you have. I implore you, give him back to me.

[There is a long pause.]

FAMOUS ACTRESS: You mustn't mistake my silence for embarrassment. I am at a loss because--I don't quite see how I can give you back your husband when I haven't got him to give.

EARNEST YOUNG WOMAN: You just admitted that you knew him.

FAMOUS ACTRESS: That scarcely implies that I have taken him from you. Of course I know him. He drew up my last contract. And it seems to me I have seen him once or twice since then--backstage. A rather nice-spoken, fair-haired man. Did you say he wore spectacles?

EARNEST YOUNG WOMAN: Yes.

FAMOUS ACTRESS: I don't remember him with spectacles.

EARNEST YOUNG WOMAN: He probably took them off. He wanted to look his best to you. He is in love with you. He never takes them off when I'm around. He doesn't care how he looks when I'm around. He doesn't love me. I implore you, give him back to me!“

 

 

 

Molnar
Ferenc Molnár (12 januari 1878 – 1 april 1952)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jack London (eig. John Griffith Chaney) werd geboren op 12 januari 1876 in San Francisco, Californië. Al vanaf zijn jonge jaren had hij het moeilijk om rond te komen. Hij nam allerlei baantjes aan. In 1893 kreeg hij  een gevangenisstraf voor landloperij. Daarna - hij was toen 17 - besloot hij alsnog een opleiding te volgen. Met succes, in een jaar, rondde hij een programma af dat normaal 6 jaar duurde. Een universiteitsopleiding maakte hij niet af omdat hij deelnam aan de Alaska goldrush. In Alaska begon hij met schrijven. Boeken als 'The Call of the Wild' (Roep van de Wildernis), 'White Fang' (Witte Hoektand) en 'Martin Eden' maaktem hem wereldberoemd.

 

Uit: The Call of the Wild

 

But his strength ebbed, his eyes glazed, and he knew nothing when the train was flagged and the two men threw him into the baggage car.

The next he knew, he was dimly aware that his tongue was hurting and that he was being jolted along in some kind of a conveyance. The hoarse shriek of a locomotive whistling a crossing told him where he was. He had travelled too often with the Judge not to know the sensation of riding in a baggage car. He opened his eyes, and into them came the unbridled anger of a kidnapped king. The man sprang for his throat, but Buck was too quick for him. His jaws closed on the hand, nor did they relax till his senses were choked out of him once more.

"Yep, has fits," the man said, hiding his mangled hand from the baggageman, who had been attracted by the sounds of struggle. "I'm takin' 'm up for the boss to 'Frisco. A crack dog-doctor there thinks that he can cure 'm."

 

 

 

London
Jack London (12 januari 1876 - 22 november 1916)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Charles Perrault werd geboren op 12 januari 1628 in Parijs uit een rijke familie. Zie ook mijn blog van 12 januari 2008.

 

Uit: Le chat botté (De gelaarsde kat)

 

Un meunier ne laissa pour tous biens à trois enfants qu'il avait, que son moulin, son âne et son chat. Les partages furent bientôt faits, ni le notaire, ni le procureur n'y furent point appelés. Ils auraient eu bientôt mangé tout le pauvre patrimoine. L'aîné eut le moulin, le second eut l'âne, et le plus jeune n'eut que le chat. Ce dernier ne pouvait se consoler d'avoir un si pauvre lot :
-"Mes frères, disait-il, pourront gagner leur vie honnêtement en se mettant ensemble; quant à moi, lorsque j'aurai mangé mon chat, et que je me serai fait un manchon de sa peau, il faudra que je meure de faim."

Le chat qui entendait ce discours, mais qui n'en fit pas semblant, lui dit d'un air posé et sérieux :
-"Ne vous affligez point, mon maître, vous n'avez qu'à me donner un sac, et me faire faire une paire de bottes pour aller dans les broussailles, et vous verrez que vous n'êtes pas si mal partagé que vous croyez."

Quoique le maître du chat n'y croyait guère, il lui avait vu faire tant de tours de souplesse, pour prendre des rats et des souris, comme quand il se pendait par les pieds, ou qu'il se cachait dans la farine pour faire le mort, qu'il ne désespéra pas d'en être secouru dans sa misère.

 

 

 

 

Charles_Perrault
Charles Perrault (12 januari 1628 – 16 mei 1703)