21-07-17

Frouke Arns, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, David Boerljoek

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 
Wandelaars tijdens de Vierdaagse van Nijmegen

 

 

Roem en blaren

dit vallen in de voetstappen van hen
die voor je gingen gaat je goed af;
zwaaiend doe je voort, aangespoord door
duizend klanken langs de weg

als lava stroom je door de straten,
geeft je glimlach aan elk gezicht,
in iedere taal een nieuwe vriend

in de vroegte op de Wedren moedigt
de laatste lichting uit de kroeg je aan
twee werelden die elkaar hier raken –
ieder draagt zijn eigen kruis

in de maat van het legioen ga ook jij
de eindstreep halen; op de Via Gladiola
wachten zwaardlelies jouw komst

en de stad, zij heeft de tijd, deinend staat zij
aan haar kade middenin het feestgedruis
straks ga je naar huis, zijn haar straten vreemd
sereen, geeft je eeuwige roem en blaren mee.

 

 
Frouke Arns (Handorf, 1964)
Handorf. Frouke Arnswas in 2015 en 2016 stadsdichter van Nijmegen.

Lees meer...

21-07-16

Dolce far niente, Dennis Gaens, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, Hart Crane

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 
Wandelaars richting Nijmegen via de Oosterhoutse dijk door Annemieke Martinus-Claus, 2008

 

 

Met afstand heeft het niets te maken

Het is kijken hoe zwaar je je lichaam kunt laten worden,
hoeveel pijn ademen kan veroorzaken. Het is je ogen op
de volgende bocht, rubber ruiken en teer trappen. Het is
weg van wat dan ook.

Het is lopen en laten gaan.

 

 
Dennis Gaens (Susteren, 1982)
Nijmegen tijdens de Vierdaagse. Dennis Gaens was in 2011 en 2012 stadsdichter van Nijmegen.

Lees meer...

21-07-15

Dolce far niente, Jacques Perk, Ernest Hemingway, Belcampo, Hart Crane

 

Dolce far niente

 

 
Oosterpark door Isaac Israels. ca. 1895

 

Hemelvaart
Est deus in nobis.
 
De ronde ruimte blauwt in zonnegloed
En wijkt ver in de verte en hoog naar boven:
Mijn ziel wiekt als een leeuwriklied naar boven
Tot bóven 't licht zij lichter licht ontmoet.
 
Zij baadt zich in den lauwen aethervloed
En hoort met hosiannaas 't leven loven;
Het floers is wèg van de eeuwigheid geschoven
En godd'lijk leven gloeit in mijn gemoed.
 
De hemel is mijn hart en met den voet
Druk ik loodzwaar den schemel mijner aard',
En nederblikkend, is mijn glimlach zoet.
 
Ik zie daar onverstand en zielevoosheid...,
Genoegen lacht... ik lach... en met een vaart
Stóot ik de wereld weg in de eindeloosheid.

 

 
Jacques Perk (10 juni 1859 - 1 november 1881)
Monument voor de Tachtigers door Jan Wolkers in het Oosterpark, Amsterdam
Bovenstaand gedicht van de Tachtiger Perk staat erbij te lezen

Lees meer...

21-07-11

Ernest Hemingway, Belcampo, Hart Crane, Mohammed Dib

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2010 en eveneens alle tags voor Ernest Hemingway op dit blog.

 

Uit: Green Hills Of Africa

 

„Every morning now it took the heavy, woolly sky an hour or so longer to clear and you could feel the rains coming, as they moved steadily north, as surely as though you watched them on a chart.
Now it is pleasant to hunt something that you want very much over a long period of time, being outwitted, outmanoeuvred, and failing at the end of each day, but having the hunt and knowing every time you are out that, sooner or later, your luck will change and that you will get the chance that you are seeking. But it is not pleasant to have a time limit by which you must get your kudu or perhaps never get it, nor even see one. It is not the way hunting should be. It is too much like those boys who used to be sent to Paris with two years in which to make good as writers or painters, after which, if they had not made good, they could go home and into their fathers' businesses. The way to hunt is for as long as you live against as long as there is such and such an animal; just as the way to paint is as long as there is you and colours and canvas, and to write as long as you can live and there is pencil and paper or ink or any machine to do it with, or anything you care to write about, and you feel a fool, and you are a fool, to do it any other way“.

 

 

Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

Lees meer...

21-07-10

Ernest Hemingway, Belcampo, Hart Crane, Mohammed Dib, Hans Fallada, Brigitte Reimann, Anton Schnack, Matthew Prior

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 21e juli mijn blog bij seniorennet.be 

  

Ernest Hemingway, Belcampo, Hart Crane, Mohammed Dib

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 21e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag

 

Hans Fallada, Brigitte Reimann, Anton Schnack, Matthew Prior

 

21-07-09

Ernest Hemingway, Belcampo, Hart Crane, Mohammed Dib, Hans Fallada, Brigitte Reimann, Anton Schnack, Matthew Prior


De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006  ook mijn blog van 21 juli 2007 en ook mijn blog van 21 juli 2008.

 

Uit: The Short Happy Life of Francis Macomber

 

“It was now lunch time and they were all sitting under the double green fly of the dining tent pretending that nothing had happened.

"Will you have lime juice or lemon squash?" Macomber asked.

"I'll have a gimlet," Robert Wilson told him.

"I'll have a gimlet too. I need something," Macomber's wife said.

"I suppose it's the thing to do," Macomber agreed. "Tell him to make three gimlets."

The mess boy had started them already, lifting the bottles out of the canvas cooling bags that sweated wet in the wind that blew through the trees that shaded the tents.

"What had I ought to give them?" Macomber asked.

"A quid would be plenty," Wilson told him. "You don't want to spoil them."

"Will the headman distribute it?"

"Absolutely."

Francis Macomber had, half an hour before, been carried to his tent from the edge of the camp in triumph on the arms and shoulders of the cook, the personal boys, the skinner and the porters. The gun-bearers had taken no part in the demonstration. When the native boys put him down at the door of his tent, he had shaken all their hands, received their congratulations, and then gone into the tent and sat on the bed until his wife came in. She did not speak to him when she came in and he left the tent at once to wash his face and hands in the portable wash basin outside and go over to the dining tent to sit in a comfortable canvas chair in the breeze and the shade.

"You've got your lion," Robert Wilson said to him, "and a damned fine one too."

Mrs. Macomber looked at Wilson quickly. She was an extremely handsome and well-kept woman of the beauty and social position which had, five years before, commanded five thousand dollars as the price of endorsing, with photographs, a beauty product which she had never used. She had been married to Francis Macomber for eleven years.”

 

 

 

 

 

ernest_hemingway
Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006 en ook mijn blog van 21 juli 2007 en ook mijn blog van 21 juli 2008.

 

Uit: De Zwerftocht van Belcampo

 

‘Ik vind een van de ellendigste dingen, dat het voor een gewoon mensch, ik bedoel iemand, die niet zelf achter de schermen werkt, onmogelijk is, zich een juiste voorstelling te vormen van de politieke toestand in zijn eigen tijd, omdat hem de gegevens daarvoor opzettelijk worden onthouden. Daardoor wordt al zijn denken over een van de belangrijkste dingen van zijn leven en het daarop gebaseerde kiezen voor een of andere politieke richting waardeloos. Wat de drukinkt biedt, is òf bewuste misleiding òf bewuste zoethouding van den lezer. Het grondbeginsel van de neutrale kranten is: de lezer moet, zonder dat hij het merkt, even wijs blijven als voorheen. Het neutrale is dan, dat de lezer tenminste niet in een bepaalde richting gedreven wordt; dat is ook zoo, hij wordt zijn heele leven lang rustig om den tuin geleid.

‘En dan, ten opzichte van de werkelijk belangrijke gebeurtenissen in de politiek is de pers, zonder dat zij het wil weten, een groep even groote leeken als de lezers zelf. Deze gebeurtenissen spelen zich af met de geheimzinnigheid van misdaden.’

 

 

 

 

belcampo
Belcampo (21 juli 1902 – 2 januari 1990)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Hart Crane werd geboren op 21 juli 1899 in Garrettsville, Ohio. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007 en ook mijn blog van 21 juli 2008.

 

 

At Melville's Tomb 

 

Often beneath the wave, wide from this ledge

The dice of drowned men's bones he saw bequeath

An embassy. Their numbers as he watched,

Beat on the dusty shore and were obscured.

 

And wrecks passed without sound of bells,

The calyx of death's bounty giving back

A scattered chapter, livid hieroglyph,

The portent wound in corridors of shells.

 

Then in the circuit calm of one vast coil,

Its lashings charmed and malice reconciled,

Frosted eyes there were that lifted altars;

And silent answers crept across the stars.

 

Compass, quadrant and sextant contrive

No farther tides . . . High in the azure steeps

Monody shall not wake the mariner.

This fabulous shadow only the sea keeps.

 

 

 

 

Interior 

 

It sheds a shy solemnity,

This lamp in our poor room.

O grey and gold amenity, --

Silence and gentle gloom!

 

Wide from the world, a stolen hour

We claim, and none may know

How love blooms like a tardy flower

Here in the day's after-glow.

 

And even should the world break in

With jealous threat and guile,

The world, at last, must bow and win

Our pity and a smile.

 

 

 

 

 

 

Hart_Crane
Hart Crane (21 juli 1899 – 26 april 1932)

 

 

 

 

 

De Algerijnse schrijver Mohammed Dib werd geboren op 21 juli 1920 in Tlemcen, een stad in het noordoosten van Algerije. Dib schreef verhalen over zijn geboorteland in de Franse taal. Hij heeft bijna twintig boeken geschreven, waaronder ook veel dichtbundels. Een van zijn bekendste boeken was La Grande Maison, een verhaal over een grote familie op het platteland van Algerije in de jaren dertig. Dib woonde sinds 1959 in Frankrijk, nadat hij uit Algerije was verbannen. Diverse Franse schrijvers, zoals André Malraux en Albert Camus, ijverden ervoor dat hij in Frankrijk kon blijven.

 

Uit: L'incendie

 

« Le cheval fit une troisième fois le tour de l'antique cité. A son passage tous les fellahs courbèrent la tête. Leur cœur devint trouble et sombre. Mais ils ne tremblaient pas.
Ils eurent une pensée pour les femmes et les enfants. 'Galope, cheval du peuple, songeaient-ils dans la nuit, à la mâle heure et sous le signe mauvais, au soleil et à la lune. Omar s'endormit dans l'herbe ardente. Commandar le vit plongé si profondément dans le sommeil qu'il se tut.
Il murmura pour lui tout seul dans une réflexion entêtée : Et depuis, ceux qui cherchent une issue à leur sort, ceux qui, en hésitant, cherchent leur terre, qui veulent s'affranchir et affranchir leur sol, se réveillent chaque nuit et tendent l'oreille. La folie de la liberté leur est montée au cerveau. Qui te délivrera, Algérie ? Ton peuple marche sur les routes et te cherche."

 

 

 

 

Dib
Mohammed Dib (21 juli 1920 – 2 mei 2003)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hans Fallada (eig. Rudolf Ditzen) werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 als de zoon van een jurist. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007 en ook mijn blog van 21 juli 2008.

 

Uit: Wir hatten mal ein Kind

 

„Johannes Gäntschow wurde am zwölften März 1893 als Sohn einfacher Bauersleute auf der Insel Rügen, und zwar auf deren Halbinsel Fiddichow, geboren. Der Hof Warder, auf dem diese Geburt stattfand, liegt etwa fünfzehnhundert Meter von Kirchdorf entfernt, allein unter uralten Linden und Pappeln. Auch von der Landstraße zum Suhler Hafen hält er sich eine Schlagbreite ab. Dort, wo der Fahrweg zum Hof von dieser Straße abzweigt, hatte schon Malte Gäntschow, des Johannes Großvater, das Schild auf einen Pfahl gestellt:

Hier wohnt Malte Gäntschow
Kauft nichts - Verkauft nichts
und empfängt auch keine Besuche.

Da er aber den Lesekenntnissen seiner Mitmenschen mißtrauen mochte, da er auch als Bibelkundiger den Spruch kannte »Verstehest du auch, was du liesest?«, so wurde weiterhin auf dem Hof stets eine ganze Meute von Hunden gehalten, die jeden leichtsinnig die Tafel Mißachtenden heulend, zähnefletschend, anspringend, kleiderzerreißend empfing.
Diese Hunde, wahre Nachkommen des deutschen Schäferspitzes, in weißen, hell- wie dunkelbraunen, sowie schwarzen Färbungen, mit listig verschlagenen, aber auch mutigen Wolfsköpfen, hatten sich schon unter des Johannes Großvater Malte so vermehrt, daß ihrem Tätigkeitsdrang wie ihrer Freßlust der heimische Ausbauhof zu eng wurde. In Banden zu zwölf und fünfzehn durchstreiften sie die ganze Halbinsel, sie wurden ebenso auf Sagitta gesehen wie in Schranske, sie jagten in Leerhof die geängsteten Schafe um den Tüder, bis sie zusammenbrachen, und veranstalteten auf der Kerbe Treibjagden auf Kaninchen.“

 

 

 

 

fallada
Hans Fallada (21 juli 1893 – 5 februari 1947)

 

 

 

 

 

 

De schrijfster Brigitte Reimann werd op 21 juli 1933 vlakbij Maagdenburg geboren en groeide op in de DDR. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007  en ook mijn blog van 21 juli 2008.

 

Uit: Das Mädchen auf der Lotosblume

 

„Ich streiche das Haar aus der Stirn und flechte zwei Zöpfe, zwei starre Zöpfe, sie stehen ein wenig vom Kopf ab, das sieht rührend unbeholfen aus, ich bin ein kleines Mädchen, ein unschuldiges Mädchen, groß und hilflos stehen die Augen im Gesicht: Die Nächte mit Joe hat es nie gegeben - und wer ist Hendrik? Das Kind im Spiegel gefällt mir ausnehmend gut, ich bin ganz gerührt von meiner eigenen Reinheit; ich beuge mich vor und sage zärtlich: "Komm, Liebling, ins Bettchen! Und vergiß dein Abendgebet nicht -" Joe lacht laut auf. Ich schäme mich, sicherlich hat er schon seit Minuten beobachtet, wie ich mit mir kokettiert hab. "Maja . . .", sagt Joe, und ich gehe zu ihm wie gezogen. Ich heiße gar nicht Maja, ich heiße Maria, nur Joe darf Maja sagen, und er sagt es nur, wenn wir allein sind. Er nimmt mich bei den starren, vom Kopf abstehenden Zöpfen, er zieht mich zu sich hinab und küßt mich. Morgens küssen wir uns wie Geschwister, mit geschlossenen Lippen, die Augen weit offen; wir sehen uns an, Joe hat wunderliche Augen: launisches Zusammenspiel von Grau und Grün, gefleckt mit rostbraunen Pünktchen. Wenn er jemanden aufmerksam mustert, werden seine Augen rund wie die einer Eule. Jedenfalls sagt das Hendrik, gleich am ersten Tag hat er zu mir gesagt, Joe habe Eulenaugen. Aber das war, glaube ich, eine Anerkennung; die Eule ist das Sinnbild der Weisheit, und Hendrik hat sofort gemerkt - kaum hatte er drei Sätze mit Joe gewechselt - , wie klug Joe ist, wie klar, so klug und klar wie kein anderer Mensch, den wir kennen, Hendrik und ich.“

 

 

 

 

 

brigitteReimann
Brigitte Reimann (21 juli 1939 – 20 februari 1973)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Anton Schnack werd geboren op 21 juli 1892 in Rieneck. Hij was een jongere broer van de schrijver Friedrich Schnack. Na verschillende werkzaamheden als journalist nam hij deel aan WO I, tot hij in 1916 verwond raakte. Na de oorlog werkte hij als redacteur in Darmstadt en begon hij gedichten te publiceren. Schnack schreef voornamelijk gedichten en was ook een meester van het korte prozastukje.

 

 

Sündenregister

 

Ich zeichnete an meines Leibes jungen schlanken Linien Nacht für Nacht,
Zerstörte ihn, verheerte ihn, zerschlug sein Fleisch mit scharfen Wollustruten
Und warf ihn in die Bäder, in die Thermen rauchverblauter Gluten
Und grub Gesundheit ab in seinen Adern, Schacht für Schacht.
In vielen süßen Frauenleibern liegt verschwendet seiner Kräfte Gold
Und wuchert dort, umrauscht von fremdem Blut, und wächst zum Blühen,
Vielleicht, daß es gereift, durch purpurblasse Tore aus den Tiefen rollt,
Vielleicht, daß es verrann nur schön und glänzend wie ein Bad im Frühen –
Ich zeichnete an meinem Leib und viele heiße Hände zeichneten mit mir
Und gruben oft und langbedächtig in der Nacht und schlürften
Mit reifem Mund an seinem Quellenschacht in niegestillter Gier
Und blauten Ringe um die Augen, wenn sie bis zur Neige schürften.
Durch Meere von Verlassenheit schwamm er zu heit'rer Küsten Strand,
Durch Schmerz und Bitternis, durch Hunger und das Viele,
Das er in Nächten sah, durch Trunk, Schlaflosigkeit und Spiele,
Durch maßloses Gelächter, Farben und der Städteabende Laternenbrand.
Roter Rosetten edler Prunk auf weißem Hintergrund mit feierlicher Andacht hingemalt,
Das braune Barkenspiel der Narben und der grüne Blumenteppich harter Schläge,
Von blauen tiefen Gründen dämmerte das Land der Haut, von kargem Rot durchstrahlt
Und aus den Knochen zitterte Musik: urahnererbter Gifte scharfe Säge.
Und junge Krebse tummelten sich in seiner Tiefe und das schöne Lied,
Der weiße Ton des Wahnsinns schwebt aufsteigend hinter seiner Stirne Mauern,
Mein schlanker von den Nächten abgeklärter Leib nicht Jahre wird es dauern,
Bis die Erstarrung steigt mit hartem Glanz in Wimpern und in jedes Glied!

 

 

 

 

 

 

Schnack
Anton Schnack ( 21 juli 1892 – 26 september 1973)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver en diplomaat Matthew Prior werd geboren in Wimborne Minster, East Dorset, op 21 juli 1664.  Prior was de zoon van een meubelmaker in Dorset. Deze verhuisde naar Londen en stuurde zijn zoon naar Westminster School. Toen zijn vader overleed, viel Matthew toe aan de zorg van zijn oom, een wijnhandelaar. Hij ging van school, maar wekte de belangstelling van de graaf van Dorset, die hem aantrof in het café van zijn oom, waar de jongeman Horatius zat te lezen, waarop hij aanbood Matthews opleiding te bekostigen. Hij ging terug naar school, waar hij kennismaakte met Charles Montagu, de graaf van Halifax. Om in diens gezelschap te kunnen blijven, aanvaardde hij een beurs voor het St John's College van de Universiteit van Oxford, waar hij zijn BA behaalde in 1686. Samen met Montagu schreef hij in 1687 The Story of the City Mouse and the Country Mouse, als satire op John Drydens 'The Hind and the Panther', wat beide schrijvers een aardig fortuin opleverde.

 

 

Cupid Mistaken 

 

As after noon, one summer's day,

Venus stood bathing in a river;

Cupid a-shooting went that way,

New strung his bow, new fill'd his quiver.

 

With skill he chose his sharpest dart:

With all his might his bow he drew:

Swift to his beauteous parent's heart

The too well-guided arrow flew.

 

I faint! I die! the Goddess cry'd:

O cruel, could'st thou find none other,

To wreck thy spleen on? Parricide!

Like Nero, thou hast slain thy mother.

 

Poor Cupid sobbing scarce could speak;

Indeed, Mamma, I did not know ye:

Alas! how easy my mistake?

I took you for your likeness, Cloe.

 

 

 

 

Matthew_Prior_by_Thomas_Hudson
Matthew Prior (21 juli 1664 – 18 september 1721)

Portret door Thomas Hudson

 

 

28-06-09

Juan José Saer, Florian Zeller, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Jean-Jacques Rousseau, Luigi Pirandello, Otto Julius Bierbaum, A. E. Hotchner, Eric Ambler, Jürg Federspiel


De Argentijnse schrijver Juan José Saer werd geboren in Serodino op 28 juni 1937.  Hij studeerde in Santa Fe aan de Universidad Nacional del Litoral rechtsgeleerdheid en filosofie. Dankzij een beurs kon hij in 1968 naar Parijs verhuizen, waar hij zou blijven wonen tot zijn dood in 2005. Saer, die kort daarvoor met pensioen was gegaan als hoogleraar aan de Universiteit van Rennes, had op dat moment bijna zijn laatste roman La Grande voltooid. Deze werd nog datzelfde jaar postuum gepubliceerd. In 2006 volgde Trabajos, een bundel literaire kritieken over Latijns-Amerikaanse en Europese schrijvers. Een terugkerend thema in het werk van Saer was de positie van de in zelfgekozen ballingschap verblijvende auteur. Hij besprak dit aan de hand van de levens van twee tweelingbroers, waarvan tijdens de dictatuur in Argentinië de ene in dat land bleef, terwijl de andere - net als Saer zelf - naar Parijs trok.  Net als verschillende generatiegenoten, zoals Cesar Aira, Roberto Bolaño en Ricardo Piglia, goot Saer zijn werk vaak in een specifiek en vastomlijnd genre, zoals dat van misdaadromans (La pesquisa, 1994), koloniale ontmoetingen (El testigo, 1990), reisverhalen (El rio sin orillas, 1991) of in de stijl van schrijvers als Marcel Proust (La mayor, 1976) of James Joyce (Sombras sobre vidrio esmerilado, 1992). Saer schreef ook gedichten en enkele scenario's voor korte films. Werk van hem werd vertaald in het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Portugees. Voor zijn roman La ocasión kreeg hij in 1987 de Premio Nadal.

 

Uit: Ermittlungen (Vertaald door Hanna Grzimek)

 

„Morvan wußte das. Und er wußte auch, daß es bei Einbruch der Dunkelheit geschah, dann, wenn die uralte, abgenutzte Schlammkugel, die sich eisern immer weiterdrehte, den Punkt verlagerte, auf welchem sie, er und jener Ort genannt Paris, sich bewegten, diesen von der Sonne entfernte und seiner eitlen Helligkeit beraubte, er wußte, daß es gewöhnlich um diese Zeit geschah, daß jener Schatten, den er seit neun Monaten verfolgte und der so nah und unerreichbar war wie sein eigener Schatten, aus seiner staubigen Dachkammer trat, um zuzuschlagen. Und dies hatte er schon - haltet euch fest – siebenundzwanzigmal getan.

Die Leute dort leben länger als an irgendeinem anderen Ort auf diesem Planeten, man lebt, wenn man Franzose oder Deutscher ist, länger als ein Afrikaner, und, wenn man Franzose ist, lebt man scheinbar länger, wenn man Stadtmensch ist, als ein Bauer zum Beispiel, und wenn man aus der Stadt ist - immer statistisch gesehen - lebt man viel länger, wenn man Pariser ist, als wenn man aus irgendeiner anderen Stadt kommt, und wenn man Pariser ist, lebt man viel länger, wenn man eine Frau ist, als wenn man ein Mann ist - und etwas Wahres muß an all dem dran sein, denn in Paris gibt es alte Damen in Fülle, adlige, bürgerliche, kleinbürgerliche oder proletarische, verhärmte alte Jungfern oder ungebundene Frauen, die darüber immer älter wurden, daß sie sich hüteten, ihre stolze Unabhängigkeit zu verlieren, Witwen von Notaren oder Ärzten, Kaufleuten oder Untergrundbahnschaffnern, ehemalige Marktweiber oder Zeichen- und Gesangslehrerinnen, Romanschriftstellerinnen in der Blüte ihres Schaffens, eingewanderte Russinnen oder Kalifornierinnen, alte Jüdinnen, welche die Deportationen überlebt haben, und sogar alte Cocottes, die von einem Zensor, strenger als die guten Sitten, gezwungen wurden, sich zur Ruhe zu setzen: ich meine die Zeit. Jeden Morgen sieht sie das Tageslicht wieder herauskommen, je nach Rang aufgetakelt oder fast in Lumpen, wie sie die bunten Regale der Supermärkte skeptisch in Augenschein nehmen, oder wie sie bei schönem Wetter auf den dunkelgrünen Bänken der Plätze und Alleen sitzen, allein und steif aufgerichtet oder in angeregtem Gespräch mit irgendeinem anderen Exemplar ihrer Spezies, oder wie sie in bereits auf Postkarten verewigter Haltung Brotkrumen an Tauben verfüttern; im Frühling kann man sie des Morgens im Hauskleid ausmachen, wie sie den Oberkörper in die Leere geneigt, mit Hingabe am Fenster eines fünften oder sechsten Stockwerks blühende Geranien gießen.“

 

 

 

 

Juan_Jose_Saer
Juan José Saer (28 juni 1937 - 11 juni 2005)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Les amants du n'importe quoi

 

"Quand il était plus jeune, étudiant, il avait ressenti la même incapacité à savoir quelle vie il désirait. Il enviait secrètement ceux qui, par manque de talent ou par vocation, ne se posaient plus la question. Il avait fait ses études comme on se laisse emporter par un courant calme. Rien d’autre que cette indifférence ne l’avait prédestiné aux études de droit, puis au carnaval de diplômes dont il pouvait se prévaloir. Il avait maintenant une respectabilité et un pouvoir d’achat. C’était bien. La réussite professionnelle lui semblait être l’exigence la plus accessible puisque au fond elle ne dépend que de soi. Rien n’était comparable aux tourments que l’on pouvait ressentir auprès des femmes – et ces tourments étaient à la mesure de ce qu’il pressentait en lui."

 

 

 

 

Zeller
Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Marlene Streeruwitz werd geboren op 28 juni 1950 in Baden bij Wenen. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Verführungen

 

Das Telefon läutete um 3 Uhr in der Nacht. Püppi war am Apparat. Helene müsse sofort kommen. Sofort. Dringend. Oder hätte sie besseres zu tun, als sich um ihre Freundin zu kümmern. Sei sie beschäftigt. Mit einem Schweden vielleicht? Helene zog sich an. Sie legte Zettel auf ihr Bett und vor die Wohnungstüre der Großmutter nebenan. Auf die Zettel hatte Helene die Telefonnummer von Püppi geschrieben. Falls eines der Kinder aufwachen und sie suchen sollte. Püppi wohnte in der Karolinengasse. Im 4. Bezirk. Beim Belvedere. Helene fuhr über den Franz Josephs-Kai und den Ring zur Prinz Eugen Straße. In der Nähe der Innenstadt waren die Straßen belebt. Im 19. Bezirk und dann im 4. war niemand auf der Straße. Eine Funkstreife stand vor der türkischen Botschaft. An der Ecke der Karolinengasse und Prinz Eugen Straße. Die Polizisten musterten Helene beim Vorbeifahren. Helene fragte sich, was sie diesmal vorfinden würde. Püppi hatte ruhig geklungen. Geheimnisvoll. Vorwurfsvoll. Aber zusammenhängend. Die Heizung im Auto hatte erst am Schwedenplatz zu wärmen begonnen. Durchfroren lief Helene die Stiegen in der Karolinengasse 9 hinauf. Helenen hatte einen Haustorschlüssel. Für solche Anlässe. Es gab keine Gegensprechanlage. Nicht einmal Glocken. Wollte man zu Püppi, mußte man erst anrufen. Oder man war geschickt genug, ein Steinchen gegen die Fenster im 5. Stock zu werfen. Die Wohnungstür war angelehnt. Die Tür zu Sophies Zimmer stand weit offen. Helene ging hinein. Das thailändische Kindermädchen saß in der Ecke hinter Sophies Bett.“

 

 

 

 

Marlene_Streeruwitz
Marlene Streeruwitz (Baden, 28 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Fritzi Harmsen van Beek werd geboren in Blaricum op 28 juni 1927. Fritzi Harmsen van Beek overleed op 4 april van dit jaar. Zie ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009.

 

 

Goed Begrepen!

(opdracht aan mijn dooie hond)

 

Als je

weerkomt, indien je: ik stuit de wateren, de sluizen

stut, indien en domp ik de wind! Zo. Droog, Snel en

 

Niet omzien, het Diep van Aduard Oversteken; recht van

uit je graf in Tandartsebosje draafje Losjes, Onverschillig

 

liefst, naar het land van Pon. Waar ik je opwacht bij

de brug indien, een blinkende kluif in elke hand, je me

 

terug keert. En verdrijf het gehoornde vee aldaar, die

olle halfheilige treiterborsten, met behulp van Pan.

 

(Omkopen met druiven denk ik. Fluiten? Gooien met kikkers.

Misschien.) En noem je namen, O Lipoe m'n Pootjesslang:

 

'Sierlijke Reigersbek, Steelse Gep, Fluwelia, Schele

Puiloog en Hondester', o Onberispelijke, herken je me dan?

 

'Ai vlug dus, vraag Orion verlof nu! Wat maakt die spat

hem op zijn twinkelende eeuwigheid! Zijn kennels puilen

 

uit van sterren, zijn velden zijn ermee bedauwd, hij

stoft ze van zijn jagerslaarzen, bij bossen, rivieren

 

vol, op bergen stapelt hij de speelse zielen, Alle

Jachthonden! Hij mist je niet en wat dan nog: voor eventjes?

 

Als de wind dus! nu alsdewind, voordat ikzelf vertrokken

want daaromtrent allesbehalve rustig ben, dus hopsa, kom

 

en vlùg nu waarachtig, ik kan en wil niet langer, te

wachten ach, en wat me daarna staat.

 

 

 

 

 

VanBeek
Fritzi Harmsen van Beek (28 juni 1927 – 4 april 2009)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter, vertaler en uitgever Ryszard Krynicki werd geboren op 28 juni 1943 in St.Valentin, Lager Wimberg, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

 

 

Voorbijkomend

 

Komend voorbij een huis in de voorstad

Zie ik vluchtig door een open raam

Een oude man, eenzaam etend

Aan een helder verlichte tafel.

 

Wie heeft mij het recht gegeven

Om mij af te vragen

Of hij die nu het brood breekt en nuttigt

 

Ooit zijn vrienden of zichzelf

Heeft moeten verloochenen

Om te overleven,

Of er geen vreemd bloed aan zijn handen kleeft,

 

Of zijn gezicht

Nooit is bespuwd.

 

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch.

 

 

 

 

 

Ryszard_Krynicki
Ryszard Krynicki (St.Valentin, 28 juni 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Mark Helprin werd geboren in New York op 28 juni 1947. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Ellis Island: And Other Stories (The Schreuderspitze)

 

„IN MUNICH are many men who look like weasels. Whether by genetic accident, meticulous crossbreeding, an early and puzzling migration, coincidence, or a reason that we do not know, they exist in great numbers. Remarkably, they accentuate this unfortunate tendency by wearing mustaches, Alpine hats, and tweed. A man who resembles a rodent should never wear tweed.

One of these men, a commercial photographer named Franzen, had cause to be exceedingly happy. "Herr Wallich has disappeared," he said to Huebner, his supplier of paper and chemicals. "You needn't bother to send him bills. Just send them to the police. The police, you realize, were here on two separate occasions!"

"If the two occasions on which the police have been here had not been separate, Herr Franzen, they would have been here only once."

"What do you mean? Don't toy with me. I have no time for semantics. In view of the fact that I knew Wallich at school, and professionally, they sought my opinion on his disappearance. They wrote down everything I said, but I do not think that they will find him. He left his studio on the Neuhausstrasse just as it was when he was working, and the landlord has put a lien on the equipment. Let me tell you that he had some fine equipment-very fine. But he was not such a great photographer. He didn't have that killer's instinct. He was clearly not a hunter. His canine teeth were poorly developed; not like these," said Franzen, baring his canine teeth in a smile which made him look like an idiot with a mouth of miniature castle towers.“

 

 

 

 

helprin
Mark Helprin (New York, 28 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, filosoof en componist Jean Jacques Rousseau werd geboren in Genève op 28 juni 1712. Zie ook mijn blog van 28 juni 2006 en ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

Uit: Émile ou De l'éducation

 

« Émile n'aura ni bourrelets, ni paniers roulants, ni chariots, ni lisières ; ou du moins, dès qu'il commencera de savoir mettre un pied devant l'autre, on ne le soutiendra que sur les lieux pavés, et l'on ne fera qu'y passer en hâte. Au lieu de le laisser croupir dans l'air usé d'une chambre, qu'on le mène journellement au milieu d'un pré. Là, qu'il coure, qu'il s'ébatte, qu'il tombe cent fois le jour, tant mieux : il en apprendra plus tôt à se relever. Le bien-être de la liberté rachète beaucoup de blessures. Mon élève aura souvent des contusions ; en revanche, il sera toujours gai. Si les vôtres en ont moins, ils sont toujours contrariés, toujours enchaînés, toujours tristes. Je doute que le profit soit de leur côté.

Un autre progrès rend aux enfants la plainte moins nécessaire : c'est celui de leurs forces. Pouvant plus par eux-mêmes, ils ont un besoin moins fréquent de recourir à autrui. Avec leur force se développe la connaissance qui les met en état de la diriger. C'est à ce second degré que commence proprement la vie de l'individu ; c'est alors qu'il prend la conscience de lui-même. La mémoire étend le sentiment de l'identité sur tous les moments de son existence ; il devient véritablement un, le même, et par conséquent déjà capable de bonheur ou de misère. Il importe donc de commencer à le considérer ici comme un être moral. »

 

 

 

 

jean-jacques-rousseau-montmorency
Jean-Jacques Rousseau (28 juni 1712 - 2 juli 1778)

Buste van Jean-Antoine Houdon

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Pirandello werd op 28 juni 1867 geboren in de villa 'Caos' (chaos) in de buurt van Agrigento. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008.

 

 

Uit: Six Characters in Search of an Author (Vertaald door Edward Storer)

 

The Manager [throwing a letter down on the table]. I can't see [To PROPERTY MAN.] Let's have a little light, please!

Property Man. Yes sir, yes, at once. [A light comes down on to the stage.]

The Manager [clapping his hands]. Come along! Come along! Second act of "Mixing It Up." [Sits down.] [The ACTORS and ACTRESSES go from the front of the stage to the wings, all except the three who are to begin the rehearsal.]

The Prompter [reading the "book"]. "Leo Gala's house. A curious room serving as dining-room and study."

The Manager [to PROPERTY MAN]. Fix up the old red room.

Property Man [noting it down]. Red set. All right!

The Prompter [continuing to read from the "book"]. "Table already laid and writing desk with books and papers. Book-shelves. Exit rear to Leo's bedroom. Exit left to kitchen. Principal exit to right."

The Manager [energetically]. Well, you understand: The principal exit over there; here, the kitchen. [Turning to actor who is to play the part of SOCRATES.] You make your entrances and exits here. [To PROPERTY MAN.] The baize doors at the rear, and curtains.

Property Man [noting it down]. Right!

Prompter [reading as before]. "When the curtain rises, Leo Gala, dressed in cook's cap and apron is busy beating an egg in a cup. Philip, also dresesd as a cook, is beating another egg. Guido Venanzi is seated and listening."

Leading Man [To MANAGER]. Excuse me, but must I absolutely wear a cook's cap?

The Manager [annoyed]. I imagine so. It says so there anyway. [Pointing to the "book."]

Leading Man. But it's ridiculous!

The Manager [jumping up in a rage]. Ridiculous? Ridiculous? Is it my fault if France won't send us any snore good comedies, and we are reduced to putting on Pirandello's works, where nobody understands anything, and where the author plays the fool with us all? [The ACTORS grin. The MANAGER goes to LEADING MAN and shouts.] Yes sir, you put on the cook's cap and beat eggs. Do you suppose that with all this egg-beating business you are on an ordinary stage? Get that out of your head. You represent the shell of the eggs you are beating! [Laughter and comments among the ACTORS.] Silence! and listen to my explanations, please! [To LEADING MAN.] "The empty form of reason without the fullness of instinct, which is blind." -- You stand for reason, your wife is instinct. It's a mixing up of the parts, according to which you who act your own part become the puppet of yourself. Do you understand?“

 

 

 

 

pirandello
Luigi Pirandello (28 juni 1867 - 10 december 1936)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Otto Julius Bierbaum werd geboren op 28 juni 1865 in Grünberg. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007.

 

 

 

Traum durch die Dämmerung

 

Weite Wiesen im Dämmergrau;

Die Sonne verglomm, die Sterne ziehn;

nun geh ich zu der schönsten Frau,

weit über Wiesen im Dämergrau,

Tief in den Busch von Jasmin,

 

Durch Dämmergrau in der Liebe Land;

Ich gehe nicht schnell, ich eile nicht;

Mich zieht ein weiches, samtenes Band

durch Dämmergrauin der Liebe Land,

In ein blaues, mildes Licht.

 

 

 

 

 

Komm her und laß dich küssen

 

Die Luft ist wie voll Geigen,

Von allen Blütenzweigen

Das weiße Wunder schneit;

Der Frühling tobt im Blute,

Zu allem Uebermute

Ist jetzt die allerbeste Zeit.

 

Komm her und laß dich küssen!

Du wirst es dulden müssen,

Daß dich mein Arm umschlingt.

Es geht durch alles Leben

Ein Pochen und ein Beben:

Das rote Blut, es singt, es singt.

 

 

 

 

 

 

bierbaum_otto_julius
Otto Julius Bierbaum (28 juni 1865 – 1 februari 1910)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, en biograaf Aaron Edward Hotchner werd geboren op 28 juni 1920 in St. Louis. . Zie ook mijn blog van 28 juni 2007.

 

Uit: The Good Life According to Hemingway

 

„In the beginning I was not making any money at it, and I just wrote as well as I could—the editors didn't like it, but someday they would. I really didn't care about criticism. The best thing about your early days is that you are not noticed. You don't have to deal with criticism, and you really enjoy your workdays. You think it's easy to write and you feel wonderful, but you're not thinking about the reader, who is not having much enjoyment. But when you start to mature and begin to write for the reader, writing becomes more difficult. In fact, when you look back on anything you've written, what you recall is what a tough go it was. Every day the rejected manuscripts would come back through the slot in the door of that bare room where I lived over the Montmartre sawmill. They'd fall through the slot onto the wood floor, and clipped to them was that most savage of all reprimands—the printed rejection slip. The rejection slip is very hard to take on an empty stomach, and there were times when I'd sit at that old wooden table and read one of those cold slips that had been attached to a story I had loved and worked on very hard and believed in, and I couldn't help crying. When the hurt is bad enough, I cry.

When a writer first starts out, he gets a big kick from the stuff he does, and the reader doesn't get any; then, after a while, the writer gets a little kick and the reader gets a little kick; and, finally,if the writer's any good, he doesn't get any kick at all and the reader gets everything.“

 

 

 

 

 

Hotchner
A. E. Hotchner (St. Louis, 28 juni 1920)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Eric Ambler werd geboren op 28 juni 1909 in Londe. Hij werkt eeerst als schrijver van reclameteksten. In 1936 had hij voor het eerst succes met zijn roman The Dark Frontier. Dit boek en andere romans uit deze perode gelden tegenwoordig als klassieke werken in het thriller genre.

 

Uit: Epitaph for a Spy

 

„I arrived in St. Gatien from Nice on Tuesday, the 14th of August. I was arrested at 11.45 a.m. on Thursday, the 16th, by an agent de police and an inspector in plain clothes and taken to the Commissariat. For several kilometers on the way from Toulon to La Ciotat the railway runs very near to the coast. As the train rushes between the innumerable short tunnels through which this section of the line has been built, you catch quick glimpses of the sea below, dazzlingly blue, of red rocks, of white houses among pine woods. It is as if you were watching a magic-lantern show with highly colored slides and an impatient operator. The eye has no time to absorb details. Even if you know of St. Gatien and are looking for it, you can see nothing of it but the bright red roof and the pale yellow stucco walls of the Hotel de la Reserve. The hotel stands on the highest point of the headland and the terrace runs along the south side of the building. Beyond the terrace there is a sheer drop of about fifteen meters. The branches of pines growing below brush the pillars of the balustrade. But farther out towards the point the level rises again. There are gashes of red rock in the dry green scrub. A few windswept tamarisks wave their tortured branches in silhouette against the intense ultramarine blue of the sea. Occasionally a white cloud of spray starts up from the rocks below.“

 

 

 

 

ambler
Eric Ambler (28 juni 1909 – 22 oktober 1998)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 juni 2007.

 

De Zwitserse dichter en schrijver
Jürg Federspiel werd geboren op 28 juni 1931 in Kemptthal.

 

21-07-08

Belcampo, Ernest Hemingway, Hart Crane, Hans Fallada, Brigitte Reimann


De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006 en ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: Fragment uit een nagelaten manuscript

 

Donderdag 28 juli

 

Dus volgde ik welgemoed - welgemoed is een veel te zwakke uitdrukking voor de gemoedsstemming waarin ik toen verkeerde - door de heerlijke ochtend de Langbroeker Dijk.

De vele landhuizen grenzen met hun parken en geboomte pal tegen het water van de wetering. De huizen zelf blijven van de weg af meest onzichtbaar. Hier en daar wemelde de wetering van vogels en ander gedierte.

Een gelukzalige stemming deelt zich ook aan de omgeving mee. Je veronderstelt elke boom, een heel bos in zijn nopjes. Huizen ook, lekker droog wordend. Lekker de mensen dienend. Zo voelend liep ik urenlang langs de Dijk, de lange dag nog vóor mij.

Een gelukzalige stemming is een heel egocentrisch gebeuren, de buitenwereld heeft er niets aan.

 

 

 

belcampo
Belcampo (21 juli 1902 – 2 januari 1990)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006  ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: True At First Light

 

Things were not too simple in this safari because things had changed very much in East Africa. The white hunter had been a close friend of mine for many years. I respected him as I had never respected my father and he trusted me, which was more than I deserved. It was, however, something to try to merit. He had taught me by putting me on my own and correcting me when I made mistakes. When I made a mistake he would explain it. Then if I did not make the same mistake again he would explain a little more. But he was nomadic and he was finally leaving us because it was necessary for him to be at his farm, which is what they call a twenty-thousand-acre cattle ranch in Kenya. He was a very complicated man compounded of absolute courage, all the good human weaknesses and a strangely subtle and very critical understanding of people. He was completely dedicated to his family and his home and he loved much more to live away from them. He loved his home and his wife and his children.

"Do you have any problems?"

"I don't want to make a fool of myself with elephants."

"You'll learn."

"Anything else?"

"Know everybody knows more than you but you have to make the decisions and make them stick. Leave the camp and all that to Keiti. Be as good as you can."

There are people who love command and in their eagerness to assume it they are impatient at the formalities of taking over from someone else. I love command since it is the ideal welding of freedom and slavery. You can be happy with your freedom and when it becomes too dangerous you take refuge in your duty. For several years I had exercised no command except over myself and I was bored with this since I knew myself and my defects and strengths too well and they permitted me little freedom and much duty. Lately I had read with distaste various books written about myself by people who knew all about my inner life, aims and motives. Reading them was like reading an account of a battle where you had fought written by someone who had not only not been present but, in some cases, had not even been born when the battle had taken place. All these people who wrote of my life both inner and outer wrote with an absolute assurance that I had never felt.“

 

 

 

hemingway
Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

 

 

 

De Amerikaanse dichter Hart Crane werd geboren op 21 juli 1899 in Garrettsville, Ohio. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

 

Exile

 

My hands have not touched pleasure since your hands, --
No, -- nor my lips freed laughter since 'farewell',
And with the day, distance again expands
Voiceless between us, as an uncoiled shell.

Yet, love endures, though starving and alone.
A dove's wings clung about my heart each night
With surging gentleness, and the blue stone
Set in the tryst-ring has but worn more bright.

 

 

 

 

Legend

 

As silent as a mirror is believed
Realities plunge in silence by . . .

I am not ready for repentance;
Nor to match regrets. For the moth
Bends no more than the still
Imploring flame. And tremorous
In the white falling flakes
Kisses are,--
The only worth all granting.

It is to be learned--
This cleaving and this burning,
But only by the one who
Spends out himself again.

Twice and twice
(Again the smoking souvenir,
Bleeding eidolon!) and yet again.
Until the bright logic is won
Unwhispering as a mirror
Is believed.

Then, drop by caustic drop, a perfect cry
Shall string some constant harmony,--
Relentless caper for all those who step
The legend of their youth into the noon.

 

 

 

 

 

 

crane_h_01
Hart Crane (21 juli 1899 – 26 april 1932)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hans Fallada (eig. Rudolf Ditzen) werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 als de zoon van een jurist. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: Wenn du fort bist, ist alles nur halb

 

Du musst mich nur weiter lieb haben, dann wird schon alles werden. Ich will Dir auch ein Geständnis machen: so viel ich auch erlebt habe, ich habe mich nie gern lieben lassen, die Gefühle der andern waren mir lästig. Ich finde die Geschichte Rilkes vom verlorenen Sohn, der nicht geliebt werden wollte, so schön und habe immer gefunden, dass sie auch ein wenig meine Geschichte ist. Ich habe mich einmal in der Liebe wirklich hingegeben, mich ganz so gegeben, wie ich wirklich war und ich bin dabei böse verletzt worden. Ich bin so verletzt worden, dass ich das Gefühl Liebe bei mir wirklich gefürchtet habe; ich habe die andern von Liebe reden lassen, ich habe gelächelt, aber ich habe gemeint, das gebe es für mich nicht mehr. Ich hab Angst gehabt. Nur nicht merken lassen, dass man sich innen vielleicht doch einmal nach Weichheit sehnt, lieber darüber spotten, lieber einem andern auch einmal weh tun, als sich noch einmal einem Menschen in die Hand geben, der einen so wehrlos machen kann.
Dann bist Du gekommen. Ich habe in den letzten Tagen viel über das alles nachgedacht. Ich weiss jetzt, dass ich bis zur letzten Minute, ja, bis zur Sekunde, wo ich Dich in meinen Arm nahm und küsste – oh gesegnete Sekunde! – nie an meine Liebe zu Dir geglaubt habe. Ich habe es Freundschaft genannt, habe nichts gewusst. Ich wollte Dein Freund sein. Ich wollte Dir auf Deinem Wege ein paar Stunden leichter machen dürfen und mich einmal Deines Glückes neidlos freuen.
Und dann wurde ich sehend. Es wurde plötzlich taghell. Die Liebe, die arme verachtete, verspottete Liebe war plötzlich bei mir, sie hielt ich mit Dir in den Armen, sie sah mich mit tausend frohen Lichtern aus Deinen Augen an.
Aus all dem, was Dich gefreut, was Dir Schmerzen gemacht hat, was Dich einmal gequält hat, aus all dem ist jene Suse geworden, die ich heute liebe. Grade die. Und wenn ein Erlebnis aus Deinem Leben ausgestrichen würde, Du wärest nicht mehr genau die, die ich heute liebe, ein wenig verändert. So, wie Du bist, so wie Du wurdest, so liebe ich Dich und werde ich Dich immer lieben, Du mögest sprechen oder schweigen – ich bin Dein.
Und nun, liebe Suse, ade! Der Mutter sage einen recht herzlichen Gruss und Dank für die Sardinen. Ich bin noch bei der Vertilgung, sie sollen mir heute Abend gut schmecken.

Dein Ehegatte in spe grüsst Dich verbindlichst.
Kuss!
Dein David”

 

 

 

fallada
Hans Fallada (21 juli 1893 – 5 februari 1947)

 

 

 

 

De schrijfster Brigitte Reimann werd op 21 juli 1933 vlakbij Maagdenburg geboren en groeide op in de DDR. Zie ook mijn blog van 21 juli 2007.

 

Uit: Eine Biographie in Bildern

 

Burg, den 17.5-1943­

 

Lieber Vati!

Bei uns ist jetzt jeden Tag Fliegeralarm. Bei euch auch? Hoffentlich hört das nächtliche Manöver bald wieder auf. Im Wehrmachtbericht werden Tag für Tag schwere Verluste der Bevölkerung zuge­geben. Es sind schwere Zeiten! Wenn ich an die verdammten Engländer denke, balle ich die Faust und möchte die Kerle an der Gurgel packen und schütteln, dass ihnen Hören und Sehen vergeht! Oder wenigstens »mang« die »damischen Teifi« schlagen, dass die Fetzen fliegen! Aber es muss bei den löblichen Vorsätzen bleiben, denn die Engländer sind ja nicht mal in Griffweite, höchstens bei ihren Stuka­angriffen. Auch das aufgegebende Afrika ist für mich ein schwerer Schlag! Ein Strich durch meine ganze Zukunftsrech­nung! Leider! Aber ich gehe einfach in den wilden Westen, mit Achim natürlich, denn er teilt meine Sommerkrankheit, oder vielmehr meinen Fimmel. Er hat ein Wildwestbuch gelesen und plötzlich einen Tick bekommen! -

Ich war gestern zum Ehrenkreuzverteilen an die kinderreichen Mütter. Ich habe den Müttern gratuliert und ihnen Blumen­sträusse überreicht. Der Redner hat von Stalingrad erzählt, und da haben viele Mütter geweint. Eine Mutter war schon mindestens 90 Jahre alt. Dies alte Mütter­chen hat immer so gewankt, und die hat­te ganz zittrige Hände, ihr Mund hat auch immer gezittert. Zu ihr waren die Vor­steherinnen besonders nett. Bei der Rede von Stalingrad hat in meiner Nähe eine Frau geweint, sie hat zwei Söhne in St. verloren. Beim Blumensträusseverteilen blieben 3 übrig. 1 gab ich dem alten Müt­terchen zur Zugabe für ihr Zittern und 2 der Mutter der gefallenen Söhne, um ihre Bilder zu schmücken. Beide Mütter haben das goldene Ehrenkreuz bekommen und sich bei mir für die Blumensträusse be­dankt-„

 

 

 

 

brigitte_reimann
Brigitte Reimann (21 juli 1939 – 20 februari 1973)

 

 

 

21-07-07

Belcampo, Hart Crane, Hans Fallada, Ernest Hemingway, Brigitte Reimann


De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006.

 

Uit:  Het grote gebeuren

 

  “Onze aardbol is rond en alom heerst op haar het woeden der geschiedenis.

Revoluties golven, tronen wankelen, kronen rollen, bommen vallen, kreten stijgen op, bloed vloeit.

  Maar één gemeente ken ik, die daar ligt, nog even onberoerd als op de dag der schepping -- Rijssen.  Wat zeg ik?  Rijssen ligt?  Nee, Rijssen lag, want Rijssen is niet meer, niets is meer, ook jij lezer, bent niet meer.  Lees dit verhaal en weet, dat je niet meer bent.

  Rijssen dan.  Een brede gordel van heide en veen hield elk wereldberoerends buiten, nooit plofte een bom, nooit stak een bajonet binnen Rijssens grenzen, nooit had een tijdelijke en dus valse leuze op Rijssenaren vat.  Wel waren er eens wallen, maar vóór de tachtigjarige oorlog begon, had men die al weer gesloopt.  `Tachenteg joar, dat doert oons vuls te lange,' zal wel een

van de raadsleden gezegd hebben, `doar doore vie neet an met, allo jongs, dale met 't spil.  De stadsreggen ku'w der neet méér met vespolln.'

  Stadsrechten hadden ze, maar de stallen bleven in de huizen, de mesthopen bleven aan de voordeur, koeien en varkens bleven zich in de straten bewegen en droegen op hun wijze tot het plaveisel bij, ook al kwam er in ’t laatst een grote fabriek.  En met zulke dingen kan zo'n stadje in de wereld nooit wat worden, evenmin als een mens, die geen afstand wil doen van zijn plaatselijk accent.

  Maar voor zichzelf was Rijssen alles, Rijssen was bijna een autarkie. Er was hout en leem voor huizen, er werd gesponnen en geweven, er waren akkers en weiden, er was turf.  Alleen moest er eenmaal in de dertig jaar een molensteen uit Bentheim komen.”

 

 

 

belcampo
Belcampo ( 21 juli 1902 – 2 januari 1990)

 

De Amerikaanse dichter Hart Crane werd geboren op 21 juli 1899 in Garrettsville, Ohio. Toen hij zestien was publiceerde hij zijn eerste gedicht. De High School maakte hij niet af, maar op de leeftijd van zeventien jaar kreeg hij van zijn ouders de toestemming om zich in New York op een studie voor te bereiden. Hij werkte toen als journalist en als bediende in een apotheek. In New York schreef hij reclameteksten. Hij wisselde vaak van woning en leefde samen met vrienden op verschillende farms in het zuiden van Connecticut. Met een Guggenheim beurs was hij in staat om in Mexico en op de Caribische eilanden te leven en te werken. Hij pleegde in 1932 zelfmoord door van het schip S.S. Orziba in de Golg van Mexico te springen. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

 

 

To Brooklyn Bridge

 

How many dawns, chill from his rippling rest
The seagull's wings shall dip and pivot him,
Shedding white rings of tumult, building high
Over the chained bay waters Liberty—

 

Then, with inviolate curve, forsake our eyes
As apparitional as sails that cross
Some page of figures to be filed away;
—Till elevators drop us from our day ...

 

I think of cinemas, panoramic sleights
With multitudes bent toward some flashing scene
Never disclosed, but hastened to again,
Foretold to other eyes on the same screen;

 

And Thee, across the harbor, silver-paced
As though the sun took step of thee, yet left
Some motion ever unspent in thy stride,—
Implicitly thy freedom staying thee!

 

Out of some subway scuttle, cell or loft
A bedlamite speeds to thy parapets,
Tilting there momently, shrill shirt ballooning,
A jest falls from the speechless caravan.

 

Down Wall, from girder into street noon leaks,
A rip-tooth of the sky's acetylene;
All afternoon the cloud-flown derricks turn ...
Thy cables breathe the North Atlantic still.

 

And obscure as that heaven of the Jews,
Thy guerdon ... Accolade thou dost bestow
Of anonymity time cannot raise:
Vibrant reprieve and pardon thou dost show.

 

O harp and altar, of the fury fused,
(How could mere toil align thy choiring strings!)
Terrific threshold of the prophet's pledge,
Prayer of pariah, and the lover's cry,—

 

Again the traffic lights that skim thy swift
Unfractioned idiom, immaculate sigh of stars,
Beading thy path—condense eternity:
And we have seen night lifted in thine arms.

 

Under thy shadow by the piers I waited;
Only in darkness is thy shadow clear.
The City's fiery parcels all undone,
Already snow submerges an iron year ...

 

O Sleepless as the river under thee,
Vaulting the sea, the prairies' dreaming sod,
Unto us lowliest sometime sweep, descend
And of the curveship lend a myth to God.

 

 

 

 

Forgetfulness

 

Forgetfulness is like a song

That, freed from beat and measure, wanders.

Forgetfulness is like a bird whose wings are reconciled,

Outspread and motionless, --

A bird that coasts the wind unwearyingly.

 

Forgetfulness is rain at night,

Or an old house in a forest, -- or a child.

Forgetfulness is white, -- white as a blasted tree,

And it may stun the sybil into prophecy,

Or bury the Gods.

 

I can remember much forgetfulness.

 

 

 

crane2
Hart Crane (21 juli 1899 – 26 april 1932)

 

De Duitse schrijver Hans Fallada werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 als de zoon van een jurist. Hij bracht de eerste achttien jaren van zijn leven door in Berlijn en Leipzig. Hij studeerde aardrijkskunde, maar nadat hij de dood van een vriend had veroorzaakt in een gevecht en hij zelfmoord probeerde te plegen, werd hij opgenomen in een asiel. Zijn eerste aanvraag om in het leger te mogen in 1914 werd niet gehonoreerd. Aangemoedigd door zijn tante Adelaide, die Nietzsche kende, ging Fallada naar Berlijn, waar hij in de kringen van de expressionisten werd geïtroduceerd. Hij deed allerhande bijbaantjes als klerk, boekhandelaar, levensmiddelenverkoper, aardappelboer. Tussen 1920 en 1922 schreef Fallada zijn eerste boeken. Na zijn tweede roman, Anton und Gerda, kwam er twee jaar geen boek van hem uit.. Hij raakte verslaafd aan morfine, en kon niet meer schrijven. Het eind van de jaren twintig kwam hij weer op het goede spoor. Hij trouwde met Anna Issel, die hem met schrijven hielp. Nadat hij weer terug was verhuisd naar Berlijn, waar hij als journalist werkte, publiceerde Fallada Bauern, Bonzen und Bomben. Het werd al vrij snel gevolgd door Kleiner Mann, was nun? (1932), waarmee hij internationaal veel succes oogstte. Het boek is twee keer verfilmd.

 

Uit: Wolf unter Wölfen

 

Auf einem schmalen Eisenbett schliefen ein Mädchen und ein Mann.
Der Kopf des Mädchens lag in der Ellbogenbeuge des rechten Arms; der Mund, sachte atmend, war halb geöffnet; das Gesicht trug einen schmollenden und besorgten Ausdruck - wie von einem Kind, das nicht ausmachen kann, was ihm das Herz bedrückt.
Das Mädchen lag abgekehrt vom Mann, der auf dem Rücken schlief, mit schlaffen Armen, in einem Zustand äußerster l3rschöpfung. Auf der Stirn, bis in das krause, blonde Kopfhaar hinein, standen kleine Schweißtropfen. Das schöne und trotzige Gesicht sah ein wenig leer aus.
Es war - trotz des geöffneten Fensters - sehr heiß in dem Zimmer. Ohne Decke und Nachtkleid schliefen die beiden.
Es ist Berlin, Georgenkirchstraße, dritter Hinterhof, vier Treppen, Juli 1923, der Dollar steht jetzt - um 6 Uhr morgens - vorläufig noch auf 414000 Mark.
In den Schlaf der beiden sandte der dunkle Schacht des Hinterhofs die flauen Gerüche aus hundert Wohnungen. Hundert Geräusche, sachte noch, drangen durch das offene Fenster, vor dem reglos eine gelblichgraue Gardine hing. Plötzlich schrie, auf der andern Seite des Hofes, keine acht Meter entfernt, ein Flüchtlingskind von der Ruhr angstvoll auf.
Die Lider des schlafenden Mädchens zuckten. Der Kopf hob sich ein wenig. Die Glieder spannten sich. Nun weinte das Kind leiser, eine Frauenstimme schalt schrill, ein Mann brummte - und der Kopf sank zurück, die Glieder entspannten sich neu - das Mädchen schlief weiter. ...“

 

 

Fallada
Hans Fallada (21 juli 1893 – 5 februari 1947)

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006.

 

Uit: The Garden of Eden

 

“THAT NIGHT IN BED when they were still awake she said in the dark, "We don't always have to do the devil things either. Please know that."

"I know."

"I love it the way we were before and I'm always your girl. Don't ever be lonely. You know that. I'm how you want but I'm how I want too and it isn't as though it wasn't for us both. You don't have to talk. I'm only telling a story to put you to sleep because you're my good lovely husband and my brother too. I love you and when we go to Africa I'll be your African girl too."

"Are we going to Africa?"

"Aren't we? Don't you remember? That was what it was about today. So we could go there or anywhere. Isn't that where we're going?"

"Why didn't you say it?"

"I didn't want to interfere. I said wherever you wanted. I'd go anywhere. But I thought that was where you wanted."

"It's too early to go to Africa now. It's the big rains and after wards the grass is too high and it's very cold."

"We could go to bed and keep warm and hear the rain on a tin roof."

"No, it's too early. The roads turn to mud and you can't get around and everything is like a swamp and the grass gets so tall you cans t see.

"Then where should we go?"

"We can go to Spain but Sevilla is over and so is San Isidro in Madrid and it's early for there too. It's too early for the Basque coast. It's still cold and rainy. It rains everywhere there now."

"Isn't there a hot part where we could swim the way we do here?"

"You can't swim in Spain the way we do here. You'd get arrested."

"What a bore. Let's wait to go there then because I want us to get darker."

"Why do you want to be so dark?"

"I don't know. Why do you want anything? Right now it's the thing that I want most. That we don't have I mean. Doesn't it make you excited to have me getting so dark?"

"Uh-huh. I love it” .

 

 

 

 

hemingway
Ernest Hemingway
(21 juli 1899 – 2 juli 1961)

 

De schrijfster Brigitte Reimann werd op 21 juli 1933 vlakbij Maagdenburg geboren en groeide op in de DDR. in 1956 kreeg ze succes met haar debuutroman en stond ze volop in de belangstelling. Reimann vertrok naar Hoyerswerda om er de socialistische realiteit te onderzoeken en keerde gedesillusioneerd terug. Het ging bergafwaarts met de vrouw die hunkerde naar het echte socialisme en niet wilde schrijven voor een staat die in haar ogen niet deugde. Reimann overleed in 1973 op 39-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Toen de Berlijnse uitgeverij Aufbau besloot de dagboeken van Brigitte Reimann te gaan uitgeven, sloegen deze in Duitsland in als een bom. Wie had gedacht dat er zoveel eigenzinnigheid en vitaliteit in de DDR had bestaan? De dagboeken, waarin Reimann nauwgezet verslag doet van haar escapades moesten onmiddellijk worden herdrukt.

 

Uit: Das Mädchen auf der Lotosblume

 

“Ehe ich Joe wecke, schaue ich noch einmal in den Spiegel. Ich glaube, ich bin eitel geworden, seit ich Joe kenne, früher hab ich mir nicht viel daraus gemacht, ob ich gut ausseh oder nicht. Jedenfalls hab ich mir nicht sehr viel daraus gemacht, ein bißchen schon, keine Frau ist sich selbst ganz gleichgültig.
Manchmal finde ich mich hübsch, manchmal sehr hübsch, es gibt so Augenblicke, in denen man sehr hübsch ist - und gerade dann ist kein anderer dabei, der einen bewundern könnte. Oft spiele ich mit meinem Spiegelbild, ich hab viele Rollen, und es ist ein erregendes Spiel: für ein paar Sekunden ein anderer Mensch sein, ein fremdes Gesicht aufsetzen und diese fremden Züge durchforschen und plötzlich erschrocken zurückkehren in das vertraute Gesicht, ein bißchen verwirrt durch die Vielfalt der eigenen Gefühle, den ungeheuren Spielraum der Gedanken . . .
Mein Haar ist lang und glatt und rötlichbraun wie eine reife Kastanie, die eben aus der stachligen Schale gesprungen ist. Ich kämme mir das Haar übers Gesicht, ich lasse unendlich verächtlich die Mundwinkel sinken - >pah, ich spucke aufs Leben, kein Laster ist mir fremd, ich kenne alle Höhen und Tiefen, mir können Sie nichts mehr vormachen, meine Herren! < - langsam, ganz schwer hebe ich die Lider, ein grünlich glitzernder Blick läuft über den Spiegel . . . Das ist mein Hurengesicht, mein Vampgesicht, mokant und traurig, aufreizend und stumpf; wenn Joe nicht im Zimmer wär, ich würde meine Stimme brunnentief machen und in den Spiegel sagen: »Na, Kleiner, wie war's denn mit uns beiden -?« Ich kann so wundervoll verworfen sein . . .

 

 

 

brigitte_reimann_de
Brigitte Reimann (21 juli 1939 – 20 februari 1973)

 

 

22-07-06

Ernest Hemingway en Belcampo


De Nijmeegse zomerfeesten afgesloten met een optreden van Sven Ratzke. Het werd vandaag dus allemaal wat later.

 

Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Hij won met het boek The old man and the sea in 1953 de prestigieuze Pulitzer Prize en in 1954 de Nobelprijs voor de Literatuur. Zijn laatste levensjaren, waarin hij aan zware depressies leed, bracht hij hoofdzakelijk op Cuba door. Op 2 juli1961 benam hij zich met twee schoten uit zijn favoriete geweer het leven. Hij was niet de enige zijn familie die zelfmoord pleegde. Zijn vader, broer en zuster en zijn kleindochter kwamen op dezelfde manier aan hun eind.

 

Uit: The old man and the sea

 

 

“…

When the old man saw him coming be knew that this was a shark that had no fear at all and would do exactly what he wished. He prepared the harpoon and made the rope fast while he watched the shark come on. The rope was short as it lacked what he had cut away to lash the fish.
The old man's head was clear and good now and he was full of resolution, but he had little hope. It was too good to last, he thought. He took one look at the great fish as he watched the shark close in. It might as well have been a dream, he thought. I cannot keep him from hitting me but maybe I can get him. Dentuso , he thought. Bad luck to your mother.
The shark closed fast astern and when he hit the fish the old man saw his mouth open and his strange eyes and the clicking chop of the teeth as he drove forward in the meat just above the tail. The shark's head was out of the water and his back was coming out and the old man could hear the noise of skin and flesh ripping on the big fish when he rammed the harpoon down onto the shark's head at a spot where the line between his eyes intersected with the line that ran straight back from his nose. There were no such lines. There was only the heavy sharp blue head and the big eyes and the clicking, thrusting all-swallowing jaws. But that was the location of the brain and the old man hit it. He hit it with his blood-mushed hands driving a good harpoon with all his strength. He hit it without hope but with resolution and complete malignancy.
The shark swung over and the old man saw his eye was not alive and then he swung over once again, wrapping himself in two loops of the rope. The old man knew that he was dead but the shark would not accept it. Then, on his back, with his tail lashing and his jaws clicking, the shark plowed over the water as a speed-boat does. The water was white where his tail beat it and three-quarters of his body was clear above the water when the rope came taut, shivered, and then snapped. The shark lay quietly for a little while on the surface and the old man watched him. Then he went down very slowly.
"He took about forty pounds," the old man said aloud. He took my harpoon too and all the rope, he thought, and now my fish bleeds again and there will be others.
He did not like to look at the fish anymore since he had been mutilated. When the fish had been hit it was as though he himself were hit.
But I killed the shark that hit my fish, he thought. And he was the biggest dentuso that I have ever seen. And God knows that I have seen big ones.

...”

 

 

 

 

Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

 

De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. De vader van Belcampo was notaris. Het gezin verhuisde naar Sappemeer en later naar Rijssen.  Belcampo studeerde rechten in Amsterdam. Hij zwierf enkele jaren door Europa en ging na terugkomst in Nederland werken op een notariskantoor. Van 1937 tot 1949 studeerde hij vervolgens medicijnen. Hij was huisarts in Bathmen en vanaf 1967 studentenarts in Groningen.

Hij debuteerde in 1923 in het studentenblad Propria Cures. Als schrijver nam Schönfeld Wichers het pseudoniem Belcampo aan, dat een letterlijke vertaling van Schönfeld in het Italiaans is. In 1935 verscheen zijn eerste bundel: "Verhalen". Zijn beroemdste verhaal is "Het grote gebeuren" (1958), dat zich afspeelt in het stadje Rijssen op de dag van het Laatste Oordeel. Het verhaal werd door Jaap Drupsteen in 1975 voor de televisie bewerkt. Belcampo schreef een omvangrijk oeuvre van fantastisch-romantisch proza.

 

 

 

“Ik moest met de trein naar Amsterdam. Juist op tijd kwam de zware metalen reeks voor het stationnetje van mijn geboorteplaats tot stilstand. Het stadje is zoo klein, dat het geknars van de remmen door alle inwoners gehoord werd, ook door mijn vader en mijn moeder. Nou is onze jongen al dertig jaar, zouden ze denken en elkaar daarbij aanzien, en nog dobbert hij als een stuk wrakhout op den oceaan des levens.  Mijn vader is dominee en houdt van degelijke beeldspraak. Ja ouders, dacht ik nog even, terwijl ik over het eerste spoor stapte, zeg het gerust, als een stuk rottend hout beschouwt gij uw zoon, maar blind zijt gij voor het wonderbaarlijke licht, dat van zoo'n stuk rottend hout kan uitgaan.

Toen ik het portier geopend had, bleef ik verlamd staan.

Ik zat er al.

Ik was al ingestapt.

Daar in de hoek, in achtelooze, eenigszins bekommerde houding, zat ik.

    Ik hoefde dus niet meer in te stappen, ik was mezelf dus al vooruitgeloopen.

Langzaam sloot ik het portier weer en bleef aan het perron genageld; zag toe, dat de stationchef de plaatstok ophief.

Maar daar voelde ik in mijn hand het bruine kaartje.

Maar dan reisde ik zonder kaartje!

In een oogwenk was ik weer in de reeds voortkruipende trein en bevond me tegenover mezelf en alleen met mezelf. lk durfde geen woord te spreken, nauwelijks durfde ik mij op de bank neer te zetten, nooit had ik geweten, dat ik zulk benauwend gezelschap was. Ik keek mij aan en ik keek mij aan. Het kon niet anders. Hetzelfde trotsche voorhoofd, waarvan de edele welving zich verliest in de schaduw van welig bruin haarloof; dezelfde klare en toch mild indringende oogen, die ik zoo goed van de spiegel kende, de nemende mond mijner moeder, de echte ruikneus mijns vaders en daarbij mijn slanke en toch krachtige gestalte met de iets te groote handen. En daar ‑ dezelfde misvormde duim, die ik als jongen, onder de trein ... “

Begin van het verhaal Bekentenis uit: ‘De verhalen van Belcampo’ Uitgeverij Kosmos 1947

 

 

 

 

Belcampo
( 21 juli 1902 – 2 januari 1990)

 

 

 

01:16 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (1) | Tags: ernest hemingway, belcampo |  Facebook |