09-11-16

Ivan Toergenjev, Jens Christian Grøndahl, Erika Mann, Jan Decker, Roger McGough, Anne Sexton, Michael Derrick Hudson

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

Uit: Fathers and sons (vertaling Richard Hare)

"The peasants have given me a lot of trouble this year," went on Nikolai Petrovich, turning to his son. "They won't pay their rent. What is one to do?"
"And are you satisfied with your hired laborers?"
"Yes," said Nikolai Petrovich between his teeth. "But they're being set against me, that's the worst of it, and they don't really work properly; they spoil the tools. However, they've managed to plough the land. We shall manage somehow--there will be enough flour to go round. Are you starting to be interested in agriculture?"
"What a pity you have no shade," remarked Arkady, without answering the last question.
"I have had a big awning put up on the north side over the veranda," said Nikolai Petrovich; "now we can even have dinner in the open air."
"Won't it be rather too like a summer villa? . . . But that's a minor matter. What air there is here! How wonderful it smells. Really it seems to me no air in the world is so sweetly scented as here! And the sky too . . ." Arkady suddenly stopped, cast a quick look behind him and did not finish his sentence.
"Naturally," observed Nikolai Petrovich, "you were born here, so everything is bound to strike you with a special----"
"Really, Daddy, it makes absolutely no difference where a person is born."
"Still----"
"No, it makes no difference at all."
Nikolai Petrovich glanced sideways at his son, and the carriage went on half a mile farther before their conversation was renewed.
"I forget if I wrote to you," began Nikolai Petrovich, "that your old nurse Yegorovna has died."
"Really? Poor old woman! And is Prokovich still alive?"
"Yes, and not changed a bit. He grumbles as much as ever. Indeed, you won't find many changes at Maryino."
"Have you still the same bailiff?"
"Well, I have made a change there. I decided it was better not to keep around me any freed serfs who had been house servants; at least not to entrust them with any responsible jobs." Arkady glanced towards Pyotr. "Il est libre en effet," said Nikolai Petrovich in an undertone, "but as you see, he's only a valet. My new bailiff is a townsman--he seems fairly efficient. I pay him 250 rubles a year. But," added Nikolai Petrovich, rubbing his forehead and eyebrows with his hand (which was always with him a sign of embarrassment), "I told you just now you would find no changes at Maryino, . . . That's not quite true . . . I think it my duty to tell you in advance, though . . . ."

 

 
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)
Toergenjev als jager. Portret door Nikolai Dmitriev-Orenburgsky, 1879

Lees meer...

09-11-15

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jens Christian Grøndahl, Jan Decker, Roger McGough, Anne Sexton

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

Uit: Virgin Soil (Vertaald door R. S. Townsend)

“At one o'clock in the afternoon of a spring day in the year 1868, a young man of twenty-seven, carelessly and shabbily dressed, was toiling up the back staircase of a five-storied house on Officers Street in St. Petersburg. Noisily shuffling his down-trodden goloshes and slowly swinging his heavy, clumsy figure, the man at last reached the very top flight and stopped before a half-open door hanging off its hinges. He did not ring the bell, but gave a loud sigh and walked straight into a small, dark passage.
“Is Nejdanov at home?” he called out in a deep, loud voice.
“No, he’s not. I’m here. Come in,” an equally coarse woman’s voice responded from the adjoining room.
“Is that Mashurina?” asked the newcomer.
“Yes, it is I. Are you Ostrodumov?
“Pemien Ostrodumov,” he replied, carefully removing his goloshes, and hanging his shabby coat on a nail, he went into the room from whence issued the woman’s voice.
It was a narrow, untidy room, with dull green coloured walls, badly lighted by two dusty windows. The furnishings consisted of an iron bedstead standing in a corner, a table in the middle, several chairs, and a bookcase piled up with books. At the table sat a woman of about thirty. She was bareheaded, clad in a black stuff dress, and was smoking a cigarette. On catching sight of Ostrodumov she extended her broad, redhand without a word. He shook it, also without saying anything, dropped into a chair and pulled a half-broken cigar out of a side pocket. Mashurina gave him a light, and without exchanging a single word, or so much as looking at one another, they began sending out long, blue puffs into the stuffy room, already filled with smoke.
There was something similar about these two smokers, al- though their features were not a bit alike. In these two slov- enly figures, with their coarse lips, teeth, and nose.
Ostrodumov was even pock-marked), there was something honest and firm and persevering.
“Have you seen Nejdanov?” Ostrodumov asked.
“Yes. He will be back directly. He has gone to the library with some books.”

 

 
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)
Portret door Vasily Perov, 1872

Lees meer...

09-11-14

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Anne Sexton, Velemir Chlebnikov

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

Uit: Vaders en zonen (vertaald door Karel van het Reve)

'Aristocratisme, liberalisme, vooruitgang, principes' zei Bazarov ondertussen, 'wat een vreemde, overbodige en nutteloze woorden allemaal! De Rus kan ze missen als kiespijn.'
'Wat kan hij dan niet missen volgens u? Als ik u zo hoor bevinden wij ons buiten de samenleving, buiten haar wetten. Neem me niet kwalijk, de logica der geschiedenis eist...'
'Wat moeten we met die logica? Zonder logica komen we er ook best.'
'Hoe dan?'
'Heel eenvoudig. U hebt toch hoop ik ook geen logica nodig om een stuk brood in uw mond te steken als u honger hebt. Wat hebben we aan die abstracties!'
Pavel Petrovitsj maakte een afwerend gebaar.
'Nu begrijp ik het niet meer. U beledigt het Russische volk. Ik begrijp niet hoe men geen princiepen, geen regels erkennen kan! Op grond waarvan handelt u dan?'
'Ik heb u toch al gezegd, oom, dat wij geen autoriteiten erkennen,' mengde Arkadi zich in het gesprek.
'Wij handelen op grond van wat wij nuttig achten,' zei Bazarov.
'Op het ogenblik is het nuttig alles te loochenen ¬¬¬¬− en daarom loochenen wij.'
'U loochent alles?'
'Alles.'
'Wat? Niet alleen de kunst, de poëzie... maar ook... ik waag het niet uit te spreken...'
'Alles,' herhaalde Bazarov doodkalm.
Pavel Petrovitsj keek hem strak aan. Hij had dit niet verwacht, en Arkadi kreeg zelfs een kleur van plezier.
'Maar neemt u me niet kwalijk,' begon Nikolaj Petrovitsj. 'U loochent alles, of, nauwkeuriger uitgedrukt, u breekt alles af... Maar er moet toch ook gebouwd worden.'
'Dat is onze zaak niet... Eerst moet er schoon schip gemaakt worden.'

 

 
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)
Portret door Aleksej Harlamov, 1876

Lees meer...

09-11-13

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Anne Sexton, Velemir Chlebnikov

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: Eerste liefde (Vertaald door Aleida G. Schot)

 

“De gasten waren reeds lang vertrokken.

De klok sloeg half een. In de kamer was alleen de heer des huizes achtergebleven met Sergej Nikolajewitsj en Wladimir Petrowitsj .

De heer des huizes belde en gaf opdracht de resten van het souper weg to ruimen.

`Dat is dus afgesproken', zei hij, terwijl hij nog wat dieper in zijn leunstoel wegzonk en een sigaar aanstak, 'ieder van ons moet de geschiedenis van zijn eerste liefde vertellen. U bent het eerst aan de beurt, Sergej Nikolajewitsj.'

Sergej Nikolajewitsj, een rond manneke met blond haar en een pafferig gezicht, keek eerst den

gastheer aan en sloeg toen zijn oogen op naar het plafond.

`Ik heb geen eerste liefde gehad', zei hij ten slotte, `ik ben dadelijk met de tweede begonnen.'

`Hoe dat zoo?'

`Heel eenvoudig. Ik was achttien jaar toen ik voor het eerst een allerliefst meisje het hof maakte, maar ik deed het alsof het niets nieuws voor me was en precies zoo als ik later andere vrouwen het hof heb gemaakt. Eigenlijk gezegd ben ik op mijn zesde jaar voor het eerst en het laatst verliefd geweest, en wel op mijn njánja - dat is dus al een heele tijd geleden.

De bijzonderheden van onze verhouding tot elkaar herinner ik mij niet meer, en indien  ik  ze mij  wel herinnerde, zou niemand er toch belang in stellen.'

`Hoe moet dat dan?' merkte de gastheer op, `over mijn eerste liefde valt ook niets bijzonders te vertellen : ik ben nooit verliefd geweest voor ik Anna Iwanowna, mijn tegenwoordige vrouw, leerde kennen, en alles ging bij ons van een leien dakje: onze vaders hadden ons voor elkaar bestemd, we gingen al spoedig van elkaar houden en trouwden zonder lang te dralen. Mijn verhaal is in twee woorden verteld. Ik moet bekennen, mijne heeren, dat, toen ik het onderwerp van de eerste liefde aanroerde, ik mijn hoop had gevestigd op u - ik zal niet zeggen oude, maar dan toch ook niet meer jonge - vrijge-zellen. Misschien hebt u ons wat interessants te verhalen, Wladimir Petrowitsj ?'

 

 

 

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Portret door Ilya Repin, 1874

Lees meer...

09-11-12

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Anne Sexton

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: First Love (Vertaald door Constance Garnett)

 

“I was sixteen then. It happened in the summer of 1833.

I lived in Moscow with my parents. They had taken a country house for the summer near the Kalouga gate, facing the Neskutchny gardens. I was preparing for the university, but did not work much and was in no hurry.

No one interfered with my freedom. I did what I liked, especially after parting with my last tutor, a Frenchman who had never been able to get used to the idea that he had fallen ‘like a bomb’ (comme une bombe) into Russia, and would lie sluggishly in bed with an expression of exasperation on his face for days together. My father treated me with careless kindness; my mother scarcely noticed me, though she had no children except me; other cares completely absorbed her. My father, a man still young and very handsome, had married her from mercenary considerations; she was ten years older than he. My mother led a melancholy life; she was for ever agitated, jealous and angry, but not in my father’s presence; she was very much afraid of him, and he was severe, cold, and distant in his behaviour.... I have never seen a man more elaborately serene, self-confident, and commanding.

I shall never forget the first weeks I spent at the country house. The weather was magnificent; we left town on the 9th of May, on St. Nicholas’s day. I used to walk about in our garden, in the Neskutchny gardens, and beyond the town gates; I would take some book with me — Keidanov’s Course, for instance — but I rarely looked into it, and more often than anything declaimed verses aloud; I knew a great deal of poetry by heart; my blood was in a ferment and my heart ached — so sweetly and absurdly; I was all hope and anticipation, was a little frightened of something, and full of wonder at everything, and was on the tiptoe of expectation; my imagination played continually, fluttering rapidly about the same fancies, like martins about a bell-tower at dawn; I dreamed, was sad, even wept; but through the tears and through the sadness, inspired by a musical verse, or the beauty of evening, shot up like grass in spring the delicious sense of youth and effervescent life.

I had a horse to ride; I used to saddle it myself and set off alone for long rides, break into a rapid gallop and fancy myself a knight at a tournament. How gaily the wind whistled in my ears! or turning my face towards the sky, I would absorb its shining radiance and blue into my soul, that opened wide to welcome it.”

 

 

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Portret door Arkady Nikitin, 1857

Lees meer...

09-11-11

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Velemir Chlebnikov, Anne Sexton, Karin Kiwus

 

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: Faust (Vertaald door Dorothea Trottenberg)

 

“Von Pavel Aleksandrovič B… an
Semjon Nikolaevič V…
Landgut M., 6.Juni 1850
Vor drei Tagen bin ich hier angekommen, lieber Freund, und wie versprochen, greife ich zur Feder und schreibe Dir. Seit dem Morgen geht ein leichter Sprühregen nieder: Man kann nicht nach draußen; außerdem will ich mit Dir plaudern. Da bin ich nun wieder in meinem alten Nest, wo ich – ich getraue mich kaum, es zu sagen – neun ganze Jahre nicht gewesen bin. Was ist nicht alles geschehen in diesen neun Jahren! Wahrhaftig, wenn man so überlegt, ist es, als sei ich ein anderer Mensch geworden. Und tatsächlich, ich bin ein anderer: Erinnerst Du Dich noch an den kleinen, angelaufenen Spiegel meiner Urgroßmutter im Salon, den mit den seltsamen Schnörkeln in den Ecken– Du hast immer überlegt, was er wohl vor hundert Jahren gesehen haben mag – ; gleich nach meiner Ankunft stellte ich mich davor und war unwillkürlich betroffen. Plötzlich sah ich, wie alt ich geworden bin und wie ich mich in letzter Zeit verändert habe. Im übrigen bin nicht nur ich älter geworden. Mein Häuschen, schon lange baufällig, steht gerade eben noch, es ist krumm und schief und in den Boden eingesunken. Meine gute Vasiljevna, die Beschließerin (Du hast sie sicher nicht vergessen: Sie hat Dich immer mit so feiner Konfitüre bewirtet), ist ganz mager geworden und hat einen krummen Rücken bekommen; als sie mich sah, konnte sie nicht einmal rufen oder weinen, sondern sie ächzte und hustete nur, setzte sich erschöpft auf einen Stuhl und winkte ab. Der alte Terentij ist noch ganz munter, er hält sich gerade, wie früher, und stellt beim Gehen die Füße nach außen, die Beine noch immer in die gleichen gelblichen NankingHosen gekleidet, die Füße noch immer in den gleichen knarzenden Ziegenlederschuhen mit dem hohen Spann und den Schleifen, über die Du oftmals ganz gerührt warst… Aber mein Gott! Wie diese Hosen jetzt um seine mageren Beine schlottern! Wie weiß sein Haar geworden ist! Und sein Gesicht ist auf Faustgröße zusammengeschrumpft; aber als er anfing, mit mir zu sprechen, als er anfing, im Nachbarzimmer Anweisungen und Befehle zugeben, da mußte ich über ihn lachen, und gleichzeitig tat er mir leid. Alle Zähne sind ihm ausgefallen, und er nuschelt pfeifend und zischend vor sich hin. Dafür ist der Garten wunderschön geworden: Die kleinen bescheidenen Sträucher, der Flieder, die Akazien, das Geißblatt (weißt Du noch, wir haben sie zusammen gepflanzt) sind zu prachtvollen, dichten Büschen herangewachsen; die Birken, die Ahornbäume – sie alle sind in die Höhe geschossen und in die Breite gegangen; die Lindenalleen sind besonders schön geworden.”

 

 

 

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Borstbeeld in Baden-Baden

Lees meer...

09-11-10

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Velemir Chlebnikov, Anne Sexton, Karin Kiwus, Roger McGough, Raymond Devos, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Carl Sagan

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 9e november mijn blog bij seniorennet.be

 

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Velemir Chlebnikov, Anne Sexton, Karin Kiwus

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 9e november ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag.

 

Roger McGough, Raymond Devos, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Carl Sagan

 

18-11-09

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Klaus Mann, Seán Mac Falls, Richard Dehmel, Eugenio Montejo, Christoph Wilhelm Aigner, Mireille Cottenjé, Jaap Meijer, Margaret Atwood, William Gilbert


De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook mijn blog van 18 november 2006 en ook mijn blog van 18 november 2007 en ook mijn blog van 18 november 2008.

 

Uit: De Buitenvrouw

 

“Het gezin Rafferty was niet echt vermogend maar had toch genoeg geld om een au pair in huis te nemen. Zij kwam uit Nederland en heette Adriënne. Meneer en mevrouw Rafferty vonden haar soms wat onhandig en verward. Twee welwillende maar onnozele Oostenrijkse meisjes waren haar voorgegaan, zodat de Rafferty’s Adriënne’s kleine tekortkomingen voor lief namen.
Haar ijver en vooral haar oprechte genegenheid voor de dochtertjes Rafferty wogen ruimschoots op tegen dat kleine beetje verwarring en onhandigheid. Bovendien deelde Adriënne tot mevrouw Rafferty’s vreugde twee van haar meest dierbare liefhebberijen:lezen en spelletjes doen.

(…)

 

Voor Adriënne was niets vanzelfsprekend, dus ook de werkelijkheid niet. Zou ze een goede fotografe kunnen worden? Ze had geen zin meer om te luisteren. ‘De foto als metafoor.’ Ha! Zijn het niet juist metaforen - die grillige, onbeheersbare diabolo’s waarmee schrijvers, schilders en smachtende pubers lopen te goochelen- die almaar verhullen en redeloze vragen oproepen? Nee, aan Adriënne’s lijf geen kunstenmakerspolonaise. Wat ze wilde was eenvoudig: als Londen dan niet te veroveren viel kon ze nog altijd infiltreren, en de pocketcamera was haar handzaam excuus.
De cursusleider wees naar buiten.
‘Die muur daar,’ zei hij, ‘die heeft iets te zeggen. De topfotograaf ís de muur, zoals hij alles is wat hem omringt. Maar jij, meisje, jij moet om te beginnen een hele goeie vertolker, een monnik worden, a monk with a camera.’

(...)

 

Onwaarachtig? Ingmar Booys vertrek onwaarachtig? -
Welnu, zo verliefde mensen al werkelijk leven en zich niet bezighouden met het verlangen het bestaan van de andere voor eigen rekening te nemen, dan toch níét vlak voor en tijdens het vertrek van een van hen. Immers, beiden zijn dan enkel en alleen geconcentreerd op de ophanden zijnde scheiding; niet wordt er zoiets obligaats en terzelfder tijd onmogelijks volbracht als ‘het genieten van de laatst gedeelde momenten’, nee, iedere blik op de ander wordt geworpen om te onderzoeken. En: onderzocht wordt dan niet de pijn die rondtrekt in de ogen van andere, maar veeleer het eigen toekomstige verdriet. Ja, ook Ingmar Booy en Adriënne moesten eraan geloven; ze hadden niet langer oog voor elkaar, maar waren in plaats daarvan gespitst op de eigen, de afzonderlijke, de moedwillig afgezonderde tragiek.
Slachtoffers waren ze, en als slachtoffers gedroegen ze zich:in zichzelf gekeerd, onwaarachtig en soms bijna autistisch.“

 

 

 

 

ZWAGERMAN
Joost Zwagerman (Alkmaar, 18 november 1963)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook  Zie ook mijn blog van 18 november 2006 en ook mijn blog van 18 november 2007 en ook mijn blog van 18 november 2008.

 

 

Het leven

 

Ik kijk naar mijn leven:
het wordt kleiner

ik houd mijn ogen er vlakbij:
ik kan al niet meer onderscheiden
tussen goed en onwaarschijnlijk, tussen zien en ontwijken
tussen mij en iedereen...

wat zeg ik nu weer...

mijn leven groeit, woekert, grijpt om zich heen
en ik kan alles onderscheiden:
onraad, wansmaak en zelfs de kleinste wangedachten

ik doe mijn ogen dicht

 

 

 

 

Mijn vader sloeg planken mis

 

Mijn vader
sloeg planken mis

mijn broers glimlachten,
schreven elke misslag in een schrift,
mijn moeder deed de was
of lakte haar nagels

mijn vader
die zich in leven hield met schaamte, spijt en ongemak,
die zich dagelijks gewonnen gaf,
die hijgde
en onwerkzaam en achterstallig was,
die niemand iets te vertellen had,
die een spin was zonder web en zonder lente,
die piepte en kraakte, als een ijzeren haan

op een dag sloeg hij raak
en gooiden mijn broers hem weg.

 

 

 

 

 

tellegen
Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Klaus Mann werd op 18 november 1906 geboren als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. In München. Zie ook mijn blog van 18 november 2006 en ook mijn blog van 18 november 2007. Zie ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 18 november 2008.

 

Uit: In the Shadow of the Magic Mountain. The Erika and Klaus Mann Story (biografie door Andrea Weiss)

 

„Thomas and Katia got their wish for a son one year later. The boy’s christening as “Klaus Heinrich Thomas Mann” sealed his literary fate. The names Klaus and Heinrich represented Katia’s and Thomas’s closest brothers, but together the name Klaus Heinrich is also that of the prince in Royal Highness, the novel Thomas was deep in the middle of writing at the time of his son’s birth. Young Erika kindly chose for her baby brother the less burdensome sobriquet of “Eissi” (the toddler’s mispronunciation of “Klausi”), and henceforth, within the family, Eissi he would remain.

Whether or not his literary forebears had anything to do with it, Klaus seems to have been born a writer. He started writing before he could even hold a pen properly; his earliest pieces he dictated to Erika. No one, not even Klaus, was glad to learn that he had a literary bent. His family tried in vain to discourage him from writing, and he himself referred to it as the family curse. Decades after his death, Erika reflected sadly,

 

Klaus was a dreamer. Klaus was a poet from the very beginning. And this of course was not at all what my father would have wished for his son. First of all, he knew that any child of his, if he wanted to write, would have a very hard time of it. But for Klaus, writing was as essential as breathing. Without writing Klaus simply couldn’t live.

 

Thomas Mann’s disappointment at the arrival of Erika and his joy at the arrival of Klaus were false starts—emotions totally at odds with the relationship he would soon forge with each. Klaus would be the source of continual disappointment to him, while Erika was the source of his greatest joy. Despite his initial preference for a son, and his declaration that “a girl is not to be taken seriously,” Thomas’s eldest and youngest daughters, Erika and Elisabeth, became his two obvious favorites, to the chagrin of the others. “When a man has six children, he can’t love them all equally,” would be his defense.

But this was a flimsy excuse for his erratic, often cruel behavior toward the remaining four. Monika, the middle daughter, claimed never to have had an intimate conversation with her father, or even to have had the feeling that she existed for him in his mind. Michael, the youngest son, recalled being beaten with a walking stick and other harsh punishments that prevented him from being able to forgive his father throughout his adult life. He was allowed to listen in on the stories his father read to his sister Elisabeth, but it was made clear that they were not meant for him. And Golo, the middle son, who grew up to become one of Germany’s most prominent essayists and historians, had not one compassionate or affectionate word for his father in his entire autobiography. In the midst of his large family Golo often felt awkward and lonely. Klaus’s callous treatment by his father was by no means unique to him.“

 

 

 

 

 

klaus_mann
Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)

 

 

 

 

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Zie ook mijn blog van 18 november 2006 en ook mijn blog van 18 november 2008.

 

 

 

I Hear All The Outlawed World

 

I

 

I hear all the outlawed world in harmony,

The marshling stalks the green and gaunt

Destroyers who heed not sparkling deserts

Charged to the gill, nor candles pitching down

Like doom. I note the scale of fossils

In cloud covered peaks, record

The seemly count of bodies by square root

And irrational number, I am witness

Bound to bounty to all who blaze in gray

And shallow grooves seeding their ends

In strikes on the ripe and smoldering fields.

 

II

 

I see all the outlawed world in harmony,

Barking wood bracing by the bud,

Where runs of blue, bury in vain

Down slash of mountain forest, cascading

Into august, rising after the fall,

As do kind-killers blasting from shells

To die as snails creeping under flower,

Who saw the past wasting away

In filed futures, slipping by blades in neck

Of wood, sightless as gallows of trees

Try murder each time they make their leaves.

 

 

III

 

I know all the outlawed world in harmony,

By seamless song of stuttering gulls,

As in conches, waves of providence,

Cell from the center, beating musseled shoals,

Where wailing ghosts and wing-tips point

Printed nails to the silent capes,

And bumble hairs comb round the broken yokes

Stirring streams of babble baited

By flowering psalms, engaging arms to prey

On tales told by the rood and drown

In eyes turning like sands on the sea.

 

 

 

 

MaccFalls
Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf. . Zie ook mijn blog van 18 november 2006 en ook mijn blog van 18 november 2008.

 

 

Die stille Stadt

 

Liegt eine Stadt im Tale,
ein blasser Tag vergeht;
es wird nicht lange dauern mehr,
bis weder Mond noch Sterne;
nur Nacht am Himmel steht.

Von allen Bergen drücken
Nebel auf die Stadt;
es dringt kein Dach, nicht Hof noch Haus,
kein Laut aus ihrem Rauch heraus, Kaum Türme noch und Brücken,

Doch als den Wandrer graute,
da ging ein Lichtlein auf im Grund;
und durch den Rauch und Nebel
begann ein leiser Lobgesang,
aus Kindermund.

 

 

 

 

Wollust
Nach Shakespeare

 

In wüster Schmach Vergeudung heiliger Glut
ist Wollust, wenn sie praßt; und eh sie praßt,
roh, schamlos, tierisch, aller Welt zur Last,
meineidig, tückisch, voller Gier nach Blut.

Gesättigt kaum, von Ekel schon gehetzt;
sinnlose Lüsternheit und, kaum verraucht,
sinnlose Düsterkeit, in Wut getaucht,
als hätt ein Tollwurm die Vernunft zerfetzt.

Wahnwitz im Rausch, Wahnwitz in Wunsch und Wahl,
maßlos im Taumel vor, nach, in der Brunst,
erdürstet Überglück, genossen Dunst,
verzückt vor Wonne, dann erdrückt von Qual -

Ach! Jeder kennt und Jeder geht den Weg:
zu dieser Hölle diesen Himmelssteg.

 

 

 

 

Hans_Baluschek_Bildnis_Richard_Dehmel
Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)

Getekend door Hans Baluschek

 

 

 

 

 

De  Venezolaanse dichter en schrijver Eugenio Montejo werd geboren in Caracas op 18 november 1938. Zie ook mijn blog van 18 november 2008.

 

Left Behind


Down these streets my funeral has just passed
with its pathetic speeches.
Lightly they lifted my body
among unrecognizable relatives.

 

As the procession passed
a woman stopped and gazed
with flirtatious embarrassment.
Later I realized she was a shadow
already shouldering centuries under earth.

 

Above the clouds continued their monologues,
a slow plane barely moved in its flight;
below mourners cough, polite gestures of the crowd,
the usual phrases.

 

Asleep and with no sense of where I was,
I was going on the last journey.
It was my farewell to this world,
the first time that I was going to die.

 

Towards the end of the millennium
suddenly I found myself outside of the group,
left behind, contemplating the trees.
The funeral, without me, continued on its course
through the shady half-light of suburban streets.

I walk slowly following it now from far off
down the passage of the years

 

 

 

Vertaald door Peter Boyle

 

 

 

 

Eugenio Montejo, 29 julio, 2008
Eugenio Montejo (18 november 1938 - 5 juni 2008)

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph Wilhelm Aigner werd geboren op 18 november 1954 in Wels.

 

 

Landsolo


Langsamer Wind
Getreidefeld
Wimpern am schläfrigen Sommer
Alleinsein mit wem

 

 

 

 

 

aigner
Christoph Wilhelm Aigner (Wels, 18 november 1954)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 november 2008.

 

De Belgische schrijfster Mireille Robertine Cottenjé werd geboren in Moeskroen op 18 november 1933.

 

De dichter en historicus Jakob (Jaap) Meijer werd geboren in Winschoten op 18 november 1912.

 

De Canadese schrijfster Margaret Atwood werd geboren in Ottawa op 18 november 1939.

 

De Engelse toneelschrijver, librettist en illustrator
Sir William Schwenck Gilbert werd geboren in Londen op 18 november 1836.

 

09-11-09

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Velemir Chlebnikov, Anne Sexton, Karin Kiwus, Roger McGough, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Carl Sagan, Raymond Devos


De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2007 en ook mijn blog van 9 november 2008.

 

Uit: Aufzeichnungen eines Jägers (Vertaald door Peter Urban)

 

Wer Gelegenheit hatte, aus dem Bolchovschen Landkreis in den Tizdrinschen hinüberzugelangen, den hat vermutlich der jähe Unterschied zwischen dem Menschenschlag des Orlovschen Gouvernements und dem Kalugaer Schlag verblüfft. Der Orlovsche Bauer ist klein von Wuchs, leicht gebückt, mürrisch, blickt scheel aus den Augen, lebt in elenden Espenholzhütten, geht zum Frondienst, treibt keinen Handel, ißt schlecht, trägt Bastschuhe; der Kalugaer Zinsbauer bewohnt geräumige Kiefernholzhütten, ist groß von Wuchs, blickt kühn und heiter drein, ist im Gesicht rein und weiß, handelt mit Öl und Teer und geht an den Feiertagen in Stiefeln.

Das Orlovsche Dorf (wir sprechen vom östlichen Teil des Gouvernements Orël) ist gewöhnlich inmitten von Ackerland gelegen, nahe einer Schlucht, die sich irgendwie in einen schmutzigen Teich verwandelt hat. Außer einigen Korbweiden, die stets zu Diensten sind, und zwei, drei dürren Birken

sieht man auf eine Verst im Umkreis keinen Baum; Hütte klebt an Hütte, die Dächer sind mit

fauligem Stroh gedeckt … Das Kalugaer Dorf hingegen ist größtenteils von Wald umgeben; die Hütten stehen freier und gerader, sind mit Brettern gedeckt; die Tore schließen fest, der Flechtzaun um den Hof ist nicht umgestürzt und neigt sich nicht nach außen, lädt nicht jedes vorüberlaufende Schwein zu Gast …

Auch der Jäger hat es im Gouvernement Kaluga besser. Im Orlovschen Gouvernement werden die

letzten Wälder und Plätze* binnen fünf Jahren verschwunden sein, an Sümpfe ist nicht mehr zu denken; im Kalugaer hingegen erstrecken sich Hegwälder auf Hunderte, Sümpfe auf über Dutzende

von Verst, und noch ist der edle Vogel, der Birkhahn, nicht weggezogen, noch gibt es die gutmütige

Sumpfschnepfe, und das geschäftige Rebhuhn erheitert und erschreckt durch sein plötzliches Aufflattern Schützen und Hund.

Als ich in meiner Eigenschaft als Jäger den Tizdrinschen Kreis besuchte, begegnete ich im Freien einem kleinen Kalugaer Gutsbesitzer, Polutykin, dessen Bekanntschaft ich machte, einem leidenschaftlichen Jäger, folglich auch einem vortrefflichen Menschen.

Zwar hatte er auch einige Schwächen: er freite um sämtliche reichen Bräute im Gouvernement und

vertraute, wurden ihm Hand und Haus verwehrt, seinen Kummer sämtlichen Freunden und Bekannten an, den Eltern der Bräute hingegen schickte er als Geschenke weiterhin saure Pfirsiche und andere unreife Erzeugnisse seines Gartens; er liebte es, immer wieder ein und denselben Witz zu erzählen, über den, trotz der Beachtung, die Hr. Polutykin ihm schenkte, entschieden niemand mehr lachen konnte; er lobte die Werke Akim Nachimovs4 und die Novelle «Pinna»5; stotterte; gab seinem Hund den Namen Astronom; pflegte statt jedoch zu sagen jendoch und führte bei sich zu Hause die französische Küche ein, deren Geheimnis, nach dem Verständnis seines Koches, in der völligen Veränderung des natürlichen Geschmackes jeder Speise bestand: Fleisch roch bei diesem Feinschmecker nach Fisch, Fisch nach Pilzen und Makkaroni nach Schießpulver; dafür geriet nie eine Mohrrübe in die Suppe, die zuvor nicht die Gestalt eines Rhombus oder Trapezes angenommen hätte.“

 

 

 

 

turgenev
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2008.

 

Uit: In the Shadow of the Magic Mountain. The Erika and Klaus Mann Story (biografie door Andrea Weiss)

 

erika: Should the way be this long?
klaus: Oh, every way is long.
The death-watch in our chest ticks slowly, and every drop of blood measures its time. Life—a lingering fever. For tired feet every way is too far …
erika: And for tired ears every word too much.

 

In a large meadow behind an old villa, Erika and Klaus Mann enacted this scene from Georg Büchner’s play Leonce und Lena. Erika, ever dramatic, wore a long white nightgown with a black wool cape thrown over her shoulder, while Klaus pranced about in a black vest, black silk suspender stockings, and short purple bloomers. There was no audience to be found, not even their adoring younger siblings Golo and Monika, although Erika in particular always craved an audience. They reveled in theatricality for its own sake, and did not need to prove their brilliance to anyone. It was the summer of 1922. Klaus and Erika were fifteen and sixteen years old.

“We were six children, and we came in three couples, always one boy and one girl,” is how Elisabeth Mann, their youngest sister, recalled the family constellation. The eldest couple, Erika and Klaus, shared an exclusive make-believe world in which they created a secret language and role-played a variety of bizarre characters. They had little apparent need for their parents, younger siblings, governesses or teachers, all of whom found them enchanting but were baffled by their enigmatic speech, their private jokes and sudden outbursts of laughter.

Erika and Klaus would wander aimlessly for hours around their Herzog Park neighborhood in Munich, or through the woods and meadows of Bad Tölz, a rural Bavarian village where they spent the long lazy summers of their childhood. During these walks they cooked up everything from ambitious theatrical productions to audacious pranks they could try out on the household servants. Often they came across curious strangers, who, mistaking the tomboy Erika for a “little fellow,” would ask them casually about their father, hoping to glean some little piece of gossip about the famous author from his unsuspecting children. The children of Thomas Mann were far too clever to fall for such tricks. Klaus recalled these encounters with righteous indignation:

Why was that stupid old lady so interested in our father? Why did she call him “dad” without even knowing his name? And what on earth made her say that we were “different” and “cute”? … Was it conceivable that people, in their colossal dumbness, found anything to object to in Erika and myself? … We did not need the outside world of the ribald strangers. What could it offer us? It was specious and dreary. In our own realm we found everything we could wish for. We had our own laws and taboos, games and superstitions; our songs and slogans, our arbitrary animosities and predilections. We were self-sufficient.

They were a striking, complementary pair: Erika, tall and imposing with her dark, unruly hair, defiant expression, and scraped knees; Klaus, androgynously beautiful with his shoulder-length blond curls, faraway eyes, and gentle manner. They didn’t particularly look like twins, but they “acted twin-like in an almost provocative way,” according to Klaus. He was fascinated by their mother Katia’s close relationship with her twin brother (who was also named Klaus), and sought to replicate that closeness with Erika.“

 

 

 

 

 

Manns_swimsuits-thumb
Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)

De „tweeling“ Klaus en Erika Mann

 

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2008.

 

Laughter


O, laugh, laughers!

O, laugh out, laughers!

You who laugh with laughs,

you who laugh it up laughishly

O, laugh out laugheringly

O, belaughable laughterhood

- the laughter of laughering laughers!

O, unlaugh it outlaughingly,

belaughering laughists!

Laughily, laughily,

Uplaugh, enlaugh, laughlings, laughlings

Laughlets, laughlets.

O, laugh, laughers!

O, laugh out, laughers!

 

 

 

 

 

Today I will go


Today I will go once again

Into life, into haggling, into market,

And lead the army of my songs

To duel against the market tide.

 

 

 

 

 

Velemir

Velemir Chlebnikov (9 november 1885 - 28 juni 1922)

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 9 november 2008.

 

 

After Auschwitz

 

Anger,

as black as a hook,

overtakes me.

Each day,

each Nazi

took, at 8: 00 A.M., a baby

and sauteed him for breakfast

in his frying pan.

 

And death looks on with a casual eye

and picks at the dirt under his fingernail.

 

Man is evil,

I say aloud.

Man is a flower

that should be burnt,

I say aloud.

Man

is a bird full of mud,

I say aloud.

 

And death looks on with a casual eye

and scratches his anus.

 

Man with his small pink toes,

with his miraculous fingers

is not a temple

but an outhouse,

I say aloud.

Let man never again raise his teacup.

Let man never again write a book.

Let man never again put on his shoe.

Let man never again raise his eyes,

on a soft July night.

Never. Never. Never. Never. Never.

I say those things aloud.

 

I beg the Lord not to hear.

 

 

 

 

 

Baby Picture

 

It's in the heart of the grape

where that smile lies.

It's in the good-bye-bow in the hair

where that smile lies.

It's in the clerical collar of the dress

where that smile lies.

What smile?

The smile of my seventh year,

caught here in the painted photograph.

 

It's peeling now, age has got it,

a kind of cancer of the background

and also in the assorted features.

It's like a rotten flag

or a vegetable from the refrigerator,

pocked with mold.

I am aging without sound,

into darkness, darkness.

 

Anne,

who are you?

 

I open the vein

and my blood rings like roller skates.

I open the mouth

and my teeth are an angry army.

I open the eyes

and they go sick like dogs

with what they have seen.

I open the hair

and it falls apart like dust balls.

I open the dress

and I see a child bent on a toilet seat.

I crouch there, sitting dumbly

pushing the enemas out like ice cream,

letting the whole brown world

turn into sweets.

 

Anne,

who are you?

 

Merely a kid keeping alive.

 

 

 

 

 

anne-sexton
Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Karin Kiwus werd geboren op 9 november 1942 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 9 november 2008.

 

 

Im ersten Licht

Wenn wir uns gedankenlos getrunken haben
    aus einem langen Sommerabend
      in eine kurze heiße Nacht
wenn die Vögel dann früh
      davonjagen aus gedämpften Färbungen
in den hellen tönenden frischgespannten Himmel

wenn ich dann über mir in den Lüften
weit und feierlich mich dehne
in den mächtigen Armen meiner Toccata

wenn du dann neben mir im Bett
deinen auslandenden Klangkörper bewegst
dich dumpf aufrichtest und zur Tür gehst

und wenn ich dann im ersten Licht
    deinen fetten Arsch sehe
      deinen Arsch
                        verstehst du
deinen trüben verstimmten ausgeleierten Arsch

dann weiß ich wieder
      daß ich dich nicht liebe
                                wirklich
        daß ich dich einfach nicht liebe.

 

 

 

 

 

Kiwus
Karin Kiwus (Berlijn, 9 november 1942)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook mijn blog van 9 november 2008.

 

 

 

The Trouble with Snowmen

 

'The trouble with snowmen,'

Said my father one year

'They are no sooner made

than they just disappear.

 

I'll build you a snowman

And I'll build it to last

Add sand and cement

And then have it cast.

 

And so every winter,'

He went on to explain

'You shall have a snowman

Be it sunshine or rain.'

 

And that snowman still stands

Though my father is gone

Out there in the garden

Like an unmarked gravestone.

 

Staring up at the house

Gross and misshapen

As if waiting for something

Bad to happen.

 

For as the years pass

And I grow older

When summers seem short

And winters colder.

 

The snowmen I envy

As I watch children play

Are the ones that are made

And then fade away.

 

 

 

 

 

RogerMcGough
Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 november 2008.

 

De Indische dichter en schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

 

De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

 

De Amerikaanse schrijver, astronoom en populariseerder van de wetenschap Carl Edward Sagan werd geboren in New York op 9 november 1934.


De Belgische humorist, cabaretier en schrijver
Raymond Devos werd geboren in Moeskroen op 9 november 1922.

 

23-05-09

Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Lydia Rood, Mitchell Albom, Susan Cooper, Pär Fabian Lagerkvist, Jean Markale, Friedrich Achleitner, Jane Kenyon, Jack McCarthy, Annemarie Schwarzenbach


De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 23 mei 2008 en ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2006.

 

 

TENEBRIS MUNDI

 

De wolken gaan en de dorre blaren

waarheen de wind het wil;

en wij ook staan nu aan alle verten

blootgesteld, en onze harten

- uitgewoond door te lang ervaren,

en een snel einde al op til -

 

o, als arme vergeten dorpen

werden zij, bij de grens, en soms

komt, onderweg naar een somber nergens,

vluchtend een koning er zich verbergen,

die zijn kroon al heeft weggeworpen....

de wind kwam over hem en ons.

 

De hooge droomen en de volken

nemen nu westelijk hun baan

door de late zielstochten bewogen.

Werelden gingen; langs mijn oogen

zie ik de blaren gaan, en de wolken,

en voel de wind gaan.

 

 

 

 

De Verlatene

 

De wind en het grauwe weer gaan over mijn hart,

en ergens over een dak waar ik heb bemind;

de winter wordt koud, en de struiken zijn al zwart -

over een plek waar mijn graf zal zijn gaat de wind.

 

Ik zou vuur maken als zij hier weer bij mij kwam

als eens in dat oud verhaal van haar en van mij;

maar nu sta ik, stil en denkende, bij het raam -

de winter wordt koud; de jaren gingen voorbij.

 

 

 

 

 

Bellenblazen

 

3

Verzaligd zat zij, plichtvergeten,

bellen te blazen. 't Was nog vroeg

en stil, zij had nog niet ontbeten,

ik wél, en had al schoon genoeg

van dure plichten die ons wachten

na het ontbijt: de bellen, een

voor een, zweefden omhoog, zij lachte

ze na tot bel na bel verdween,

want alle wonderen verdwijnen

- voor nieuwe wonderen aan de haal -

in lichte stilte -

zij blaast de mijne

het stille licht in, allemaal.

 

 

 

 

 

Holst
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)  

Standbeeld, genaakt door Mari Andriesse, in Bergen

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jacob Martinus Arend (Maarten) Biesheuvel werd geboren in Schiedam op 23 mei 1939. Zie ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2008

 

Uit: De trui

 

„Tijdens een winderige winteravond zat Dirk Olieslager, die president-directeur en nagenoeg eigenaar van de grootste rederij van Rotterdam was, in de ruime woonkamer van zijn huis gelegen in een klein park in de grote stad, samen met zijn vrouw Vera en zijn dochter Evelien van zestien die haar huiswerk zat te maken, naar een pianoconcert van Mozart te luisteren. Er waren nog twee zoons, maar die waren niet thuis. Ze wilden ook niets met de rederij te maken hebben. De eerste was al jong hoogleraar algemene taalwetenschap aan een bekende universiteit in Amerika geworden en de tweede speelde hobo in het Concertgebouworkest. De hoogleraar kwam maar eens in de twee jaar zijn ouderlijk huis opzoeken en de hoboïst vaker, maar alleen op hoogtijdagen. Het deed meneer Olieslager in grote mate verdriet dat zijn zoons niets in het bedrijf zagen, hij miste zijn ‘beide kerels’. Vaak, in zijn dromen, zag hij hen praten met de kapiteins van zijn schepen, hij hoorde hun schallende lach over de kaden van zijn bedrijf. Hij was gelukkig getrouwd, Vera was een statige, modieus geklede en vriendelijke vrouw. Evelien die op het gymnasium zat was bezig met een vertaling van een gedicht van Ovidius. Het grote staande Engelse horloge tikte luid, langzaam en regelmatig. Mevrouw bladerde de Amerikaanse uitgave van het tijdschrift ‘Cosmopolitan’, juli 1962 door en Olieslager zat zijn nagels een beetje te vijlen. Hij overdacht zijn leven en besefte dat hij toch behoorlijk gelukkig was. Hij had eigenlijk maar één verborgen wens en dat was een ontmoeting in levende lijve met Juliette Caroll, een Amerikaanse filmster die nu al in twaalf bekende films had gespeeld en die het sexidool van miljoenen mannen van Tokyo tot Amsterdam, van Kaapstad tot Groenland was. Er draaide vanavond een nieuwe film waarin zij speelde, in het Thaliatheater. Hij wilde daar eigenlijk graag naar toe, maar durfde niet aan zijn vrouw te vragen of ze zin had om mee te gaan.“

 

 

 

 

biesheuvel
Maarten Biesheuvel (Schiedam, 23 mei 1939)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en columniste Lydia Rood werd geboren op 23 mei 1957 in Velp. Zie ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2008

 

Uit: Slotervaart aan zee (column)

 

‘Jij bent een Belg, toch?' zei de ene Marokkaan provocerend tegen de andere in de Marokkaanse badplaats Saidia.

‘Helemaal niet!' zei de andere Marokkaan verontwaardigd. ‘Ik kom uit Amsterdam!'

‘Slotervaart dan zeker?' vroeg de ene Marokkaan, die zelf in een wit dorpje woont. ‘Daar kom ik ook vandaan.'

‘Mooi niet! Ik ken iedereen in Slotervaart en jij woont daar niet', zei de andere. Ze spraken Nederlands.

De jongen uit Slotervaart had met twee vrienden een villa gehuurd. Niet van de eigenaar, die in Frankrijk woont, maar van de bewaker van het pand. Voor zijn diensten als bewaker krijgt hij een schijntje. Verhuren is dan een leuke bijverdienste.

‘Je moet het zelf weten', zei de ene Marokkaan tegen de bewaker. ‘Dat jij dat huis illegaal verhuurt, is mijn zaak niet. Maar ik zou het niet aan deze jongens doen.' Met alle vooroordelen van iemand uit een wit dorpje wist hij dat een jonge Marokkaan uit Slotervaart niet kon deugen.“

 

 

 

Rood
Lydia Rood (Velp, 23 mei 1957)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en radiopresentator  Mitchell David Albom werd geboren op 23 mei 1958 in Passaic, New Jersey. Hij studeerde sociologie aan de Brandeis University en journalistiek aan de Columbia University’s Graduate School of Journalism. Oorspronkelijk wilde hij musicus en songwriter worden. Hij trad op in nightclubs en in colleges, maar geleidelijk aan kreeg hij interesse in schrijven. In 1997 verscheen Tuesdays with Morrie,(een verslag van zijn ontmoetingen met een hoogleraar sociologie die verteld over leven met een dodelijke ziekte), dat meteen een bestseller werd, nadat het door Oprah Winfrey besproken was. Er werd een succesvolle televisiefilm van gemaakt. Zijn volgende boek The Five People You Meet In Heaven, een roman, was eveneens een bestseller, maar werd door de kritiek als te sentimenteel afgedaan. Zijn tweede roman For One More Day verscheen in 2006. Albom richtte een hulporganisatie A Time to Help op die elke maand een project uitvoert om de bevolking van Detroit te helpen.

 

Uit: Tuesdays With Morrie

 

„The last class of my old professor's life took place once a week in his house, by a window in the study where he could watch a small hibiscus plant shed its pink leaves. The class met on Tuesdays. It began after breakfast. The subject was The Meaning of Life. It was taught from experience.
No grades were given, but there were oral exams each week. You were expected to respond to questions, and you were expected to pose questions of your own. You were also required to perform physical tasks now and then, such as lifting the professor's head to a comfortable spot on the pillow or placing his glasses on the bridge of his nose. Kissing him good-bye earned you extra credit.
No books were required, yet many topics were covered, including love, work, community, family, aging, forgiveness, and, finally, death. The last lecture was brief, only a few words.
A funeral was held in lieu of graduation.
Although no final exam was given, you were expected to produce one long paper on what was learned. That paper is presented here.
The last class of my old professor's life had only one student.
I was the student.
It is the late spring of 1979, a hot, sticky Saturday afternoon. Hundreds of us sit together, side by side, in rows of wooden folding chairs on the main campus lawn. We wear blue nylon robes. We listen impatiently to long speeches. When the ceremony is over, we throw our caps in the air, and we are officially graduated from college, the senior class of Brandeis University in the city of Waltham, Massachusetts. For many of us, the curtain has just come down on childhood.“

 

 

 

 

Albom
Mitchell Albom (Passaic, 23 mei 1958)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Susan Cooper werd op 23 mei 1935 geboren in Buckinghamshire. Ze ging naar de Slough Grammar School voordat ze aan Oxford University ging studeren. Op Somerville College volgde ze Engels. Twee van de professoren waarbij ze colleges liep waren J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis. Tijdens haar studie was Cooper de eerste vrouwelijke redacteur van het universiteitsblad. Na haar afstuderen begon ze als journalist bij The Sunday Times Haar eerste boeken werden geschreven in deze periode. Coopers eerste kinderboek, Boven Zee, onder Steen, schreef ze zelfs als reactie op een prijsvraag van een uitgeverij voor een 'avonturenboek voor kinderen'. In 1963 verliet ze Engeland om met een Amerikaan te trouwen. Ze schreef nog twee boeken voor volwassenen en een kinderboek over haar eigen jeugdervaringen tijdens de Blitzkrieg in Londen, Dawn of Fear, gepubliceerd in 1970. Hierna vervolgde ze haar beroemde Duistere vloed-serie, waarvan het laatste deel in 1977 verscheen. Na het afsluiten van deze serie ging Susan Cooper in het theater werken. Haar eerste toneelstuk, Foxfire, schreef ze samen met de Canadese acteur Hume Cronyn.

 

Uit: Silver on the Tree

 

He stared round the square room, filling the length and breadth of the tower, into which they had just come. "Look!"

Brightness was everywhere: a soft, greenish light filtered through the quartz-like walls of the room. It could be a cave of ice, Will thought. But this was a cluttered, busy place, as if someone had left it in a hurry while preoccupied with some great complex matter. Piles of curling manuscript lay on the tables and shelves, and on the thick rush mat that covered the floor; against one wall an enormous heavy table was littered with strips of shining metal and chunks of glass and rock, red and white and greenish-blue, all among an array of delicate gleaming tools which reminded Will of the workshop behind his father's jewelry shop at home. Then his eye was caught by something high on the wall: a plain round shield, made of gleaming gold.

Gwion leapt light-footed up on to a table and took the shield down from the wall. He held it out.

"Take this, Will. Three shields, once in the days of his greatness, King Gwyddno made for the Light. Two of them were taken by the Light to places where danger might come, and the third they left here. I have never known why -- but perhaps this moment now is why, and has been all along. Here."

Will took the round gleaming thing and slid his arm through the holding-straps on the inner side. "It's beautiful," he said. "And-so are the other two that he made. I have seen them, I think. In . . . other places. They have never been used."

"Let us hope this one need not be used either," Gwion said.

Bran said impatiently, "Where is the king?" He was looking up at a curving wrought-iron staircase, wonderfully curli-cued, which spiralled its way up to disappear through an opening in the high glassy ceiling of the room.“

 

 

 

Susan_Cooper
Susan Cooper
(Buckinghamshire, 23 mei 1935)

 

 

 

 

 

De Zweedse schrijver Pär Fabian Lagerkvist werd geboren in Växjö op 23 mei 1891 in Stockholm. Zie ook mijn blog van 23 mei 2007 en ook mijn blog van 23 mei 2008

 

Uit: My Father and I

 

„"'No, my boy, it's not horrible,' he said, taking me by the hand.

'Yes, father, it is.'

'No, my child, you mustn't think that. Not when we know there is a God.' I felt so lonely, forsaken. It was so strange that only I was afraid, not father, that we didn't think the same. And strange that what he had said didn't help me and stop me from being afraid. Not even what he said about God helped me. ... We walked in silence, each with his own thoughts. My heart contracted, as though the darkness had got in and was beginning to squeeze it.

Then, as we were rounding a bend, we suddenly heard a mighty roar behind us! We were awakened out of our thoughts and alarmed. Father pulled me down onto the embankment, down into the abyss, held me there. Then the train tore past, a black train. All the lights in the carriages were out, and it was going at frantic speed. What sort of train was it? There wasn't one due now!

We gazed at it in terror. The fire blazed in the huge engine ... sparks whirled out into the night. It was terrible. The driver stood there in the light of the fire, pale, motionless, his features as though turned to stone. Father didn't recognize him, ... the man just stared straight ahead, as though intent only on rushing into the darkness, far into the darkness that had no end.

.... I stood there panting, gazing after the furious vision. It was swallowed up by the night. Father took me onto the line; we hurried home. He said, 'Strange, what train was that? And I didn't recognize the driver.' Then we walked on in silence.“

 

 

 

 

Lagerkvist
Pär Fabian Lagerkvist
(23 mei 1891 – 11 juli 1974)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Markale (eig. Jacques Bertrand) werd geboren in Parijs op 23 mei 1928. Als kind wijdde zijn grootmoeder hem in in de verhalen en plaatselijke legenden , waardoor hij een echte passie ontwikkelde voor de Bretoense cultuur. Hij startte zijn loopbaan als leraar talen in Parijs. Als specialist in de middeleeuwse literatuur leidde hij zijn leerlingen doorheen de verhalen van Chrétien de Troyes en vertelde hij met verve de mysterieverhalen van Brocéliande. Ondertussen bestudeerde hij de Arthurcyclus en specialisserde hij zich mettertijd in de Keltische geschiedenis en letterkunde en verliet tenslotte het onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken over de Keltische beschaving.

 

Uit: Contes et légendes des pays celtes

 

„L'existence des Celtes est connue du grand public par l'histoire du roi Arthur, des chevaliers de la table ronde, du mythe du Graal et de l'enchanteur Merlin. Mais la culture et l'influence de la civilisation Celte ont une bien plus grande importance pour notre civilisation. Les peuples Celtes, de race indo-européenne, ont franchi toute l'Europe au premier millénaire avant notre ère, y ont laissé des traces durables, et sont arrivés en Bretagne vers -700 av. JC . Ils nomment la péninsule "Aremorica", "qui regarde la mer" (l'Armorique). La terre des futurs Bretons est alors recouverte de forêts où vivent des populations autochtones paysannes, que les envahisseurs organisent. Ils apportent avec eux les secrets du fer, la langue qui deviendra la langue gauloise, et une nouvelle religion, le druidisme. Les Druides cherchent à percer les secrets de la nature, connaissent les plantes qui guérissent, l'astrologie, l'importance des rapports entre l'homme et le cosmos. La religion Celte est fondée sur la recherche d'une harmonie entre l'homme et la nature, une philosophie s'adaptant à la réalité, ce qui suppose la recherche de la communion avec la nature et la connaissance de son fonctionnement.“

 

 

 

 

JeanMarkale
Jean Markale (23 mei 1928 - 23 november 2008)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en architect Friedrich Achleitner werd geboren op 23 mei 1930 in Schalchen. Van 1950 tot 1953 studeerde hij in Wenen architectuur. In 1958 gaf hij zijn werk als architect op om zelfstandig schrijver te worden. Naast gedichten in het dialect begon hij, aangemoedigd door Eugen Gomringer konkrete poëzie en montageteksten te schrijven. Als essayist bleef hij ook de moderne architectuur kritisch volgen.

 

Uit: und oder oder und

 

„schlachtfeld

festgetretener lehm, feuchter sand, mit moos überzogen, kleine pfützen, ordinäre disteln, zigarettenstummel, blechdosen, hundekot. gräben, eingestürzt, zugewachsen. kniehohes gebüsch. gehölz. verdorrtes gras. schrott. rost. der wandernde blick findet keinen halt, keinen anlass, wo anzuhalten. leere, soweit das auge reicht. das große ereignis hat kleine spuren hinterlassen. du siehst nur, was du auf deiner festplatte mitbringst. die orte sind verdunstet. kein dunst von einer vorstellung. dabei handelt es sich nur um vorstellungen. das haben schlachtfelder so an sich.“

 

 

 

 

Achleitner
Friedrich Achleitner (Schalchen, 23 mei 1930)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Aan de universiteit van Michigan ontmoette zij de dichter Donald Hall die negentien jaar ouder was. Toch trouwde zij in 1972 met hem. Het paar verhuisde naar Eagle Pond Farm, nabij Wilmot, New Hampshire. Kenyon stierf al op 47-jarige leeftijd aan leukemie. Tijdens haar leven verschenen vier bundels: Constance (1993), Let Evening Come (1990), The Boat of Quiet Hours (1986), en From Room to Room (1978). Zij vertaalde ook gedichten van Anna Achmatova uit het Russisch.

 

 

Let Evening Come

  

Let the light of late afternoon

shine through chinks in the barn, moving

up the bales as the sun moves down.

 

Let the cricket take up chafing

as a woman takes up her needles

and her yarn. Let evening come.

 

Let dew collect on the hoe abandoned

in long grass. Let the stars appear

and the moon disclose her silver horn.

 

Let the fox go back to its sandy den.

Let the wind die down. Let the shed

go black inside. Let evening come.

 

To the bottle in the ditch, to the scoop

in the oats, to air in the lung

let evening come.

 

Let it come, as it will, and don't

be afraid. God does not leave us

comfortless, so let evening come.

 

 

 

 

 

kenyon
Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en slam poet Jack McCarthy werd geboren op 23 mei 1939 in Massachusetts.Hij begon in de jaren zestig al met het schrijven van gedichten, maar het duurde tot de jaren negentig voordat hij voor een publiek ging optreden. Hij omschrijft zijn stijl van optreden als "stand-up poetry," of noemt zich zelf een "stand-up poet,"

 

 

 

DRUNKS (Fragment)

 

               for my father, and the people who almost saved his life

 

         We died of pneumonia in furnished rooms

         where they found us three days later

         when somebody complained about the smell

         we died against bridge abutments

         and nobody knew if it was suicide

         and we probably didn't know either

         except in the sense that it was always suicide

         we died in hospitals

         our stomachs huge, distended

         and there was nothing they could do

         we died in cells

         never knowing whether we were guilty or not.

 

         We went to priests

         they gave us pledges

         they told us to pray

         they told us to go and sin no more, but go

         we tried and we died

 

         we died of overdoses

         we died in bed (but usually not the Big Bed)

         we died in straitjackets

         in the DTs seeing God knows what

         creeping skittering slithering

         shuffling things

 

         And you know what the worst thing was?

         The worst thing was that

         nobody ever believed how hard we tried

 

         We went to doctors and they gave us stuff to take

         that would make us sick when we drank

         on the principle of so crazy, it just might work, I guess

         or maybe they just shook their heads

         and sent us places like Dropkick Murphy's

         and when we got out we were hooked on paraldehyde

         or maybe we lied to the doctors

         and they told us not to drink so much

         just drink like me

         and we tried

         and we died

 

 

 

 

 

JackMcC
Jack McCarthy (Massachusetts, 23 mei 1939)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Annemarie Schwarzenbach werd geboren op 23 mei 1908 in Zürich. Zij stamde uit een zeer welgestelde familie van industriëlen. Zij was een briljante studente die na haar studie naar Berlijn trok waar zij bevriend raakte met Klaus en Erika Mann. Zij steunde hen politiek en financieel bij hun antifascistische projecten en engageerde zich vanaf 1933 ook in het verzet waardoor zij met haar conservatieve familie in conflict kwam. Samen met de Manns had zij ook haar eerste ervaringen met morfine, waar zij nooit meer van losraakte. Haar reizen brachtern haar de hle wereld rond. Schwarzenbach debuteerde in 1931 met de roman „Freunde um Bernhard“.

 

Uit: Wir werden es schon zuwege bringen, das Leben. Briefe an Erika und Klaus Mann 1930-1942.

 

"Schau, ich setze mich ernstlich damit, mit mir also, auseinander. Ich weiß, dass wir dringende Aufgaben haben, die dringenden Einsatz verlangen. Ich verstehe deshalb auch, dass auf Dich, wie sehr erst auf Erika, meine Unruhe so wirken muss, wie früher meine mangelnde Verfügbarkeit, weil ich den Mohnfeldern erlag. Aber halten wir's doch fest, dass immerhin der Unterschied prinzipiell ist, ob ich krank bin, oder aber ob ich es nicht fertig bringe, meine Art zu schreiben mit den Forderungen des normalen Lebens zu vereinen. Du siehst, den Vorwurf des morbiden Trotzes möchte ich ablehnen.

 

 

 

annemarie_schwarzenbach
Annemarie Schwarzenbach (23 mei 1908 – 15 november 1942)

 

 

09-11-08

Ivan Toergenjev, Velemir Chlebnikov, Erika Mann, Raymond Devos, Anne Sexton, Karin Kiwus, Roger McGough, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Carl Sagan


De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2007.

 

Uit: Väter und Söhne

 

“Nikolaus Petrowitsch, sein Sohn, war in Südrußland geboren, ebenso dessen älterer Bruder Paul, auf den wir noch zu sprechen kommen. Er war bis zum Alter von 14 Jahren von Hofmeistern erzogen worden, je billiger, desto besser, umgeben von knechtisch willfährigen Adjutanten und anderen Individuen von der Intendanz oder dem Generalstab. Seine Mutter, eine geborene Koliasin, die unter dem väterlichen Dach Agathe geheißen, hatte verheiratet den Namen Agathokleia Kuzminischna angenommen und verleugnete in nichts das Auftreten, welches die Frauen der höheren Offiziere charakterisiert; sie trug prachtvolle Hüte und Hauben, rauschende seidene Roben, trat in der Kirche immer zuerst vor, um das Kreuz zu küssen, sprach viel und sehr laut, reichte alle Morgen ihren Kindern die Hand zum Kuß und gab ihnen jeden Abend ihren Segen; mit einem Wort – sie war die große Dame der Provinzialhauptstadt. Obwohl Nikolaus Petrowitsch für eine Memme galt, so wurde er doch als der Sohn eines Generals gleich seinem Bruder Paul zum Militärdienst bestimmt, allein am selben Tage, an dem er zum Regiment einrücken sollte, brach er ein Bein und hinkte von da an sein Leben lang, nachdem er zwei Monate im Bett zugebracht hatte. Somit gezwungen, auf die Wahl der Soldatenkarriere für seinen Sohn zu verzichten, blieb dem Vater nur übrig, ihn in den Zivildienst zu bringen; er führte ihn nach zurückgelegtem achtzehnten Jahr nach Petersburg, um dort in die Universität einzutreten. Paul erhielt im nämlichen Jahr den Offiziersrang in einem Garderegiment. Die beiden jungen Leute nahmen eine gemeinschaftliche Wohnung und lebten dort unter der keineswegs strengen Überwachung eines Oheims von mütterlicher Seite, eines höheren Beamten. Ihr Vater war wieder zu seiner Division und seiner Frau zurückgekehrt. Von fernher sandte er seinen Söhnen ganze Stöße grauen Papiers zu, bedeckt mit einer Schrift, welche die geübte Hand eines Regimentsschreibers verriet. Am Ende jedes Briefes las man aber in einem sorgfältig ausgezirkelten Namenszug die Worte: »Peter Kirsanoff, Generalmajor«. Im Jahre 1835 verließ Nikolaus Petrowitsch die Universität mit dem Titel eines Kandidaten, und in demselben Jahre übersiedelte der General, der nach einer unvorhergesehenen Inspektion in den Ruhestand versetzt worden war, mit seiner Frau dauernd nach Petersburg. Er hatte sich nahe dem Taurischen Garten ein Haus gemietet und war im Englischen Klub zugelassen worden, als ihn plötzlich ein Schlaganfall seiner Familie entriß. Agathokleia Kuzminischna folgte ihm bald nach; sie konnte sich in das zurückgezogene Leben, das sie in der Hauptstadt nun zu führen hatte, nicht finden. Der Verdruß, sozusagen sich nun selbst in den Ruhestand versetzt zu sehen, führte sie rasch dem Grabe zu. Was Nikolaus Petrowitsch anbelangt, so hatte er sich noch bei Lebzeiten seiner Eltern und zu ihrem großen Bedauern in die Tochter des Hauseigentümers, eines Subalternbeamten, bei dem er wohnte, verliebt. Sie war eine junge Person von angenehmen Gesichtszügen und einem nicht ungebildeten Geist; sie las in den »Revuen« die ernsthaftesten Artikel der »wissenschaftlichen Abteilung«. Bald nach beendeter Trauerzeit wurde die Hochzeit gefeiert, und der glückliche Nikolaus Petrowitsch zog sich, nachdem er die ihm durch väterliche Protektion verschaffte Stelle im Ministerium der Domänen quittiert hatte, mit seiner Mascha in ein Landhaus nahe dem Wasserbau- und Forstinstitut zurück; später mietete er sich in der Stadt eine kleine hübsche Wohnung mit einem etwas kalten Salon und einer wohlgehaltenen Treppe; endlich zog er sich ganz aufs Land zurück, wo ihn seine Frau bald mit einem Sohn beschenkte. Die beiden Gatten führten ein ruhiges und glückliches Leben; sie verließen sich fast nie, spielten vierhändig auf dem Piano und sangen Duette.”

 

 

 

 

Turgenev_Perov
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

 

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

 

 

Midnight estate, Genghis Khanerate

 

Midnight estate, Genghis Khanerate!

Rustle, blue birches.

Bright sunset, Zarathustrate!

And you, blue sky, Mozartate!

You twilight-cloud, be Goya!

And you at night, cloud,  rainate!

A whirlwind of smiles just flew by,

Laughing with claws of shrieking,

Then I saw the hangman

And surveyed boldly the midnight hush.

And I called you, bold-featured,

And he brought the drowned back from the river.

"Their forget-me-not is louder than a scream," -

I told the sail of night.

The earth's axis splashed out another day,

Night's bulk is closing in.

I dreamed I saw a salmon-girl

In the waves of a midnight waterfall.

The pines are Tatared by the tempest

And the Mongol rainclouds move,

Yet words close in, Cains of silence, -

And these saints are fallen.

And with his guard blue Hasdrubal

Walked heavily to the stone ball.

 

 

 

Wind is song

 

Wind is song

Of whom and of what?

Of the sword's longing

To be the word.

People cherish the day of death

Like a favorite daisy.

Believe that the strings of the great

Are strummed by the East these days.

Perhaps we'll be given new pride

By the wizard of those shining mountains,

And I, of many souls captain,

Will wear a white snowcap of reason.

 

 

 

 

Chlebnikow
Velemir Chlebnikov (9 november 1885 - 28 juni 1922)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

 

Uit: Wenn die Lichter ausgehen

 

„EIN FREMDER ging durch die Stadt. Er kannte dort einen Menschen, und er wußte auch nicht, wohin die Straßen führten. Er spazierte durch die enge Glockenstraße und stieß unerwartet auf den alten Marktplatz mit seinen Giebelhäusern und dem Reiterstandbild. Er war von der schläfrigen Anmut und der außergewöhnlichen Stille beeindruckt. Abends um halb zehn kam sie ihm dennoch seltsam vor. Nur die roten Fahnen an allen Fenstern raschelten leise im Wind. Irgendwo bellte ein Hund. Oder war es eine menschliche Stimme, die aus einem fernen Lautsprecher kam?

Der Fremde setzte sich auf die Stufen des Denkmals und sah hinauf zum Himmel. Die Oktobernacht  war kalt und klar. Die farbigen Heiligenbilder im Schaufenster des gegenüberliegenden Eckladens glänzten silbern im Mondlicht.

Es gab kaum ein anderes Licht auf dem Marktplatz; die Laternen waren gelöscht; vielleicht aber hatte man sie gar nicht erst angezündet. Der Fremde hatte noch immer den Lärm der Reise in den Ohren und die Unruhe von Abfahrt und Ankunft im Herzen. Umso mehr sog er nun die friedliche Luft ein.

Das ist Deutschland, dachte er. So sind sie, die alten deutschen Städte, so lieblich und bezaubernd. Gestern in Berlin war es ganz anders. Dort konnte man den mächtigen Puls fühlen, die unermüdliche Energie dieser Menschen, die die Nacht zum Tag macht und dieses Land einmal mehr aus dem Ruin zu Macht und Größe führt. Berlin war strahlendhell und voller Trubel; die Restaurants waren bis auf den letzten Platz mit lachenden Menschen besetzt, und niemand schien Sorgen zu haben. Nirgendwo

gab es Anzeichen von Angst. Ich hasse dieses Gerede – hier schüttelte er ärgerlich den Kopf –, ich hasse all die dummen Sprüche über den «Terror der Diktatur». Dieser Hitler hat Großes geleistet, und selbst wenn er den Deutschen zu große Opfer abverlangte, sie ließen es sich nicht anmerken. Wie hübsch die roten Fahnen aussehen.

Auch über dem kleinen Laden mit den Heiligenbildern weht das Hakenkreuz. Ich bin froh, daß ich hier bin, und ich werde sicher zwei, drei Tage bleiben, auch wenn ich in dieser Stadt nichts Bestimmtes vorhabe. Der Wind ist erfrischend, so als käme er direkt aus den Bergen. Und die sind tatsächlich nicht weit; man kann in wenigen Stunden dort sein. Jetzt kommen auch noch ein paar Leute.

Sie gehen im Gleichschritt – sind das Soldaten, die hier im Mondlicht marschieren?

Zwei SA-Männer, stämmige Kerle in schmucken braunen Uniformen, kamen die Marktstraße herunter, überquerten den Marktplatz und gingen auf den Fremden zu. Der blieb ruhig auf den Stufen sitzen.

«Heil Hitler!» riefen sie und stellten sich vor ihm auf.“

 

 

 

 

erika_mann
Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)

 

 

 

 

 

De Belgische humorist, cabaretier en schrijver Raymond Devos werd geboren in Moeskroen op 9 november 1922. Eigenlijk had hij een Fransman moeten zijn omdat hij op een steenworp van Frankrijk uit Franse ouders werd geboren maar zijn vader had verzuimd hem als zodanig te laten registreren op het Franse consulaat. Hij verhuisde op jeugdige leeftijd naar het land van zijn ouders en trok vanaf 1964 volle zalen met zijn solovoorstellingen die uitblonken door subtiel woordgebruik. Zowel in Frankrijk als in Wallonië was hij bijzonder populair. Naast zijn cabaretwerk schreef hij ook een aantal boeken. Devos werd in 2003 benoemd tot Commendeur de la légion d'honneur. Hij overleed op 83-jarige leeftijd. In Rochefort staat er een standbeeld met als opschrift: Raymond DEVOS, jongleur de mots. Que te spectacle continue.

 

 

Matière à rire


Vous savez que j'ai un esprit scientifique.
Or récemment, j'ai fait une découverte bouleversante !
En observant la matière de plus près ...
j'ai vu des atomes ...
qui jouaient entre eux ...
et qui se tordaient de rire !
Ils s'esclaffaient !
Vous vous rendez compte ...
des conséquences incalculables que cela peut avoir ?
Je n'ose pas trop en parler, parce que j'entends d'ici les savants !
- Monsieur, le rire est le propre de l'homme !
Eh oui ! ...
Et pourtant !
Moi, j'ai vu, de mes yeux vu ...
des atomes qui: "
Ha, ha, ha !"
Maintenant, de quoi riaient-ils ?
Peut-être de moi ?
Mais je n'en suis pas sûr !
Il serait intéressant de le savoir.
Parce que si l'on savait ce qui amuse les atomes,
on leur fournirait matière à rire ...
Si bien qu'on ne les ferait plus éclater que de rire.
Et que deviendrait la fission nucléaire ?
Une explosion de joie !

 

 

 

 

devos
Raymond Devos (9 november 1922 - 15 juni 2006)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Ze volgde een opleiding aan de Garland School in Boston, waar zij haar eerste gedichten schreef. Zij werkte daarna als model en als verkoopster. In 1956 ondergaat zij voor het eerst een psychiatrische behandeling. Haar ervaringen in het ziekenhuis leidden tot haar eerste bundel To Bedlam and Part Way Back die in 1960 verscheen.In de tussentijd bezocht zij een poëzie college van Robert Lowell, waarbij zij Sylvia Plath leerde kennen. In 1967 ontving zij de Pulitzerpreis voor Live Or Die.In 1974 verscheen nog de bundel The Death Notebooks, maar op 4 october van dat jaar pleegde zij zelfmoord.

 

 

Angels of the Love Affair

  

 

  'Angels of the love affair, do you know that other,

the dark one, that other me? '

 

1. ANGEL OF FIRE AND GENITALS

 

Angel of fire and genitals, do you know slime,

that green mama who first forced me to sing,

who put me first in the latrine, that pantomime

of brown where I was beggar and she was king?

I said, 'The devil is down that festering hole.'

Then he bit me in the buttocks and took over my soul.

Fire woman, you of the ancient flame, you

of the Bunsen burner, you of the candle,

you of the blast furnace, you of the barbecue,

you of the fierce solar energy, Mademoiselle,

take some ice, take come snow, take a month of rain

and you would gutter in the dark, cracking up your brain.

 

Mother of fire, let me stand at your devouring gate

as the sun dies in your arms and you loosen it's terrible weight.

 

 

 

2. ANGEL OF CLEAN SHEETS

 

Angel of clean sheets, do you know bedbugs?

Once in the madhouse they came like specks of cinnamon

as I lay in a choral cave of drugs,

as old as a dog, as quiet as a skeleton.

Little bits of dried blood. One hundred marks

upon the sheet. One hundred kisses in the dark.

White sheets smelling of soap and Clorox

have nothing to do with this night of soil,

nothing to do with barred windows and multiple locks

and all the webbing in the bed, the ultimate recoil.

I have slept in silk and in red and in black.

I have slept on sand and, on fall night, a haystack.

 

I have known a crib. I have known the tuck-in of a child

but inside my hair waits the night I was defiled.

 

 

 

 

sexton
Anne Sexton (9 november 1928 – 4 october 1974)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Karin Kiwus werd geboren op 9 november 1942 in Berlijn. Zij studeerde publicistiek, germanistiek en politicologie in Berlijn. Van 1971 tot 1973 was zij wetenschappelijk assistente aan de Berlijnse Akademie der Künste, daarna werkte zij tot 1975 als lector bij uitgeverij Suhrkamp en vanaf 1975 gaf zij leiding aan de afdeling literatuur van de Akademie der Künste in Berlijn. Na aanstellingen in Austin, VS, Hamburg en aan de universiteit van Berlijn keerde zij in 1987 weer terug aan de Akademie. Zij debuteerde in 1976 als dichteres met de bundel Von beiden Seiten der Gegenwart.

 

 

Fragile

 

Wenn ich jetzt sage

ich liebe dich

übergebe ich nur

vorsichtig das Geschenk

zu einem Fest das wir beide

noch nie gefeiert haben

 

Und wenn du gleich

wieder allein

deinen Geburtstag

vor Augen hast

und dieses Päckchen

ungeduldig an dich reißt

dann nimmst du schon

die scheppernden Scherben darin

gar nicht mehr wahr

 

 

 

 

 

Karin-Kiwus-2
Karin Kiwus (Berlijn, 9 november 1942)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Hij volgde een opleiding aan de University of Hull. In de vroege 1960s keerde hij terug naar Merseyside waar hij Mike McCartney en John Gorman ontmoette. Samen vormden zij het comedy gezelschap The Scaffold. McGough schreef ook de meeste van de dialogen in de The Beatles' animatie-film Yellow Submarine. Met Adrian Henri en Brian Patten gaf hij twee bundels uit met de titel The Mersey Sound. Hij werd een van de bekendste van de Liverpool poets uit de jaren zestig en zeventig.

 

 

Let Me Die a Youngman's Death

  

Let me die a youngman's death

not a clean and inbetween

the sheets holywater death

not a famous-last-words

peaceful out of breath death

 

When I'm 73

and in constant good tumour

may I be mown down at dawn

by a bright red sports car

on my way home

from an allnight party

 

Or when I'm 91

with silver hair

and sitting in a barber's chair

may rival gangsters

with hamfisted tommyguns burst in

and give me a short back and insides

 

Or when I'm 104

and banned from the Cavern

may my mistress

catching me in bed with her daughter

and fearing for her son

cut me up into little pieces

and throw away every piece but one

 

Let me die a youngman's death

not a free from sin tiptoe in

candle wax and waning death

not a curtains drawn by angels borne

'what a nice way to go' death

 

 

 

 

 

 

You and I

  

 I explain quietly. You

hear me shouting. You

try a new tack. I

feel old wounds reopen.

 

You see both sides. I

see your blinkers. I

am placatory. You

sense a new selfishness.

 

I am a dove. You

recognize the hawk. You

offer an olive branch. I

feel the thorns.

 

You bleed. I

see crocodile tears. I

withdraw. You

reel from the impact. 

 

 

 

 

 

rmcgough
Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

 

 

 

 

 

 

De Indische dichter en schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

 

 

 

Uit: ARMAGHAN-I-HIJAZ

 

 

THE SATAN’S ADVISORY COUNCIL

THE SATAN

 

An old game of needs this mean world’s tact,

To heavenly host hopes a cold blood act.

 

That Great Maker bent to wreck earth soon,

Who gave it a name of ‘KAF’ and ‘NOON’.

 

To Europe I gave the kingship’s dream,

I broke the spell of church and mosque’s team.

 

I taught to the poor a lesson of fate,

To the wealthy I gave the wealth’s craze great.

 

Who can put out that fire’s big blaze,

Of riots whome Satan had set ablaze.

 

To plants we watered, caused to be trees,

Who can bring that old tree to knees.

 

 

 

 

FIRST ADVISOR

 

The Satan’s order is firm every where,

The masses too like the servitude snare.

 

The bows were writ for the poor in fate,

A pray without stay their nature’s trait.

 

Either in his heart a wish does not lie,

If wakes up ever, would be raw and die.

 

Isn’t this a marvel of constant push’ hence,

That Mullah is tied with kingship fence.

 

A best booze it was to Eastern nature then,

No lesser vice singing to ‘eloquence’ ken.

 

The Haj and Ka’aba Rounds yet a rite though,

The nude sword of Moniin is blunt I know.

 

On whose despair he formed a queer view,

"On Muslim war is banned in this age new"

 

 

 

Vertaald door Q. A. Kabir

 

 

 

 

Iqbal
Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

 

 

 

 

 

 

De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

 

Uit: Kaddish for a Child Not Born

 

“Auschwitz must have been hanging in the air for a long, long time, centuries, perhaps like a dark fruit slowly ripening in the sparkling rays of innumerable ignominious deeds, waiting to finally drop on one's head. . . .

 

And please stop saying, I most probably said, that Auschwitz cannot be explained, that Auschwitz is the product of irrational, incomprehensible forces, because there is always a rational explanation for wrongdoing: it's quite possible that Satan himself, like Iago, is irrational; his creations, however, are rational creatures indeed; their every action is as soluble as a mathematical formula: it can be solved by reference to an interest, greed, sloth, desire for power, lust, or cowardice; to one or another self-indulgence, and if to nothing else then, finally to some madmen, paranoia, sadism, lust, masochism, demiurgic or other megalomania, necrophilia or to — what do I know — some other perversity or perhaps to all of them simultaneously. On the other hand, I then probably said, and this is important, what is really irrational and what truly cannot be explained is not evil but, contrarily, the good. . . .

 

Occasionally, like a drab weasel left over after a thorough process of extermination, I run through the city. I listen to a noise, notice an image here or there, as if the smell of occasional memories from the outside set siege to my petrified, sluggish senses. . . . I want to flee but something holds me back. Under my feet the sewer lines roar as if the filthy flow of memories tried to break out of its hidden channels to sweep me away.”

 

 

 

kertesz
Imre Kertész (Boedapest, 9 november 1929)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, astronoom en populariseerder van de wetenschap Carl Edward Sagan werd geboren in New York op 9 november 1934. Hij was in de jaren 1970-'90 een van de bekendste televisiepersoonlijkheden in de westerse wereld.Sagan verkreeg zijn bekendheid onder het grote publiek vooral door zijn televisieserie Cosmos uit 1980 en verder door zijn vele populair-wetenschappelijke boeken. Ook trad hij dikwijls op in discussieprogramma's en praatshows op de televisie. Ook was Sagan een van de eersten die een studie maakten van de klimatologische gevolgen van een kernoorlog en introduceerde hiermee het begrip nucleaire winter. Sagan zag als een van zijn belangrijkste taken het vechten tegen bijgeloof, volgens hem vertegenwoordigd in de vorm van de geïnstitutionaliseerde wereldgodsdiensten en nieuwe pseudo-religies als New Age en 'alternatieve wetenschappen'. Ook was hij tegen het creationisme dat nog steeds veel invloed heeft in de VS (vooral onder de vele streng gelovige Amerikanen) en een propagator van de evolutietheorie. Hij was atheïst volgens zijn critici maar anderen vermelden dat hij meer een 'zoeker' was en dat de term agnost juister is.

 

Uit: A Pale Blue Dot

 

„The Earth is a very small stage in a vast cosmic arena. Think of the rivers of blood spilled by all those generals and emperors so that, in glory and triumph, they could become the momentary masters of a fraction of a dot. Think of the endless cruelties visited by the inhabitants of one corner of this pixel on the scarcely distinguishable inhabitants of some other corner, how frequent their misunderstandings, how eager they are to kill one another, how fervent their hatreds.

Our posturings, our imagined self-importance, the delusion that we have some privileged position in the Universe, are challenged by this point of pale light. Our planet is a lonely speck in the great enveloping cosmic dark. In our obscurity, in all this vastness, there is no hint that help will come from elsewhere to save us from ourselves.

The Earth is the only world known so far to harbor life. There is nowhere else, at least in the near future, to which our species could migrate. Visit, yes. Settle, not yet. Like it or not, for the moment the Earth is where we make our stand.

It has been said that astronomy is a humbling and character-building experience. There is perhaps no better demonstration of the folly of human conceits than this distant image of our tiny world. To me, it underscores our responsibility to deal more kindly with one another, and to preserve and cherish the pale blue dot, the only home we've ever known.“

 

 

 

 

Sagan_Cosmos
Carl Sagan (9 november 1934 – 20 december 1996)

 

 

 

09-11-07

Ivan Toergenjev, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Velemir Chlebnikov, Erika Mann


De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2006.

 

Uit: A lear of the steppes

 

ALL my childhood," he began, "and early youth, up to the age of fifteen, I spent in the country, on the estate of my mother, a wealthy landowner in X---- province. Almost the most vivid impression, that has remained in my memory of that far-off time, is the figure of our nearest neighbour, Martin Petrovitch Harlov. Indeed it would be difficult for such an impression to be obliterated: I never in my life afterwards met anything in the least like Harlov. Picture to yourselves a man of gigantic stature. On his huge carcase was set, a little askew, and without the least trace of a neck, a prodigious head. A perfect haystack of tangled yellowish-grey hair stood up all over it, growing almost down to the bushy eyebrows. On the broad expanse of his purple face, that looked as though it had been peeled, there protruded a sturdy knobby nose; diminutive little blue eyes stared out haughtily, and a mouth gaped open that was diminutive too, but crooked, chapped, and of the same colour as the rest of the face. The voice that proceeded from this mouth, though hoarse, was exceedingly strong and resonant. . . . Its sound recalled the clank of iron bars, carried in a cart over a badly paved road; and when Harlov spoke, it was as though some one were shouting in a high wind across a wide ravine. It was difficult to tell just what Harlov's face expressed, it was such an expanse. . . . One felt one could hardly take it all in at one glance. But it was not disagreeable--a certain grandeur indeed could be discerned in it, only it was exceedingly astounding and unusual. And what hands he had--positive cushions! What fingers, what feet! I remember I could never gaze without a certain respectful awe at the four-foot span of Martin Petrovitch's back, at his shoulders, like millstones. But what especially struck me was his ears! They were just like great twists of bread, full of bends and curves; his cheeks seemed to support them on both sides. Martin Petrovitch used to wear--winter and summer alike--a Cossack dress of green cloth, girt about with a small Tcherkess strap, and tarred boots. I never saw a cravat on him; and indeed what could he have tied a cravat round? He breathed slowly and heavily, like a bull, but walked without a sound. One might have imagined that having got into a room, he was in constant fear of upsetting and overturning everything, and so moved cautiously from place to place, sideways for the most part, as though slinking by. He was possessed of a strength truly Herculean, and in consequence enjoyed great renown in the neighbourhood. Our common people retain to this day their reverence for Titanic heroes. Legends were invented about him. They used to recount that he had one day met a bear in the forest and had almost vanquished him; that having once caught a thief in his beehouse, he had flung him, horse and cart and all, over the hedge, and so on. Harlov himself never boasted of his strength. 'If my right hand is blessed,' he used to say, 'so it is God's will it should be!' He was proud, only he did not take pride in his strength, but in his rank, his descent, his common sense.

"Our family's descended from the Swede Harlus," he used to maintain. "In the princely reign of Ivan Vassilievitch the Dark (fancy how long ago!) he came to Russia, and that Swede Harlus did not wish to be a Finnish count--but he wished to be a Russian nobleman, and he was inscribed in the golden book. It's from him we Harlovs are sprung! . . . And by the same token, all of us Harlovs are born flaxen-haired, with light eyes and clean faces, because we're children of the snow!"

"But, Martin Petrovitch," I once tried to object, "there never was an Ivan Vassilievitch the Dark. Then was an Ivan Vassilievitch the Terrible. The Dark was the name given to the great prince Vassily Vassilievitch."

"What nonsense will you talk next!" Harlov answered serenely; "since I say so, so it was!"

 

 

 

 

toergenev
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 november 2006.

 

De Indische schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan.

 

De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest.

 

De Russische schrijver Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo.

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van Thomas Mann.

 

 

09-11-06

Ivan Toergenjev, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Velemir Chlebnikov, Erika Mann


Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Toergenjew studeerde in Moskou, St. Petersburg en Berlijn. Vanaf 1843 werkte hij als ambtenaar in Moskou, waar hij zich ook in literaire kringen bewoog. Hij publiceerde vanaf 1847 gedichten en verhalen in het tijdschrift Sovremennik.  Met zijn roman uit 1862, Vaders en zonen, verwierf hij internationale roem. Later volgden onder meer Rook, Een maand buiten en Nieuwe grondenVaders en zonen bezorgde Toergenjew in Rusland problemen met de censuur. Bovendien werd hij ervan beschuldigd contacten te onderhouden met revolutionaire emigranten. Hoewel deze aanklachten in 1864 weer werden ingetrokken, besloot hij zich definitief in het Westen te vestigen. Tot zijn dood op 3 september 1883 keerde hij nog slechts af en toe terug naar zijn vaderland.

Uit: Fathers and sons (vertaling Richard Hare)

 

"WELL, PYOTR, STILL NOT IN SIGHT?" WAS THE QUESTION ASKED ON 20th May, 1859, by a gentleman of about forty, wearing a dusty overcoat and checked trousers, who came out hatless into the low porch of the posting station at X. He was speaking to his servant, a chubby young fellow with whitish down growing on his chin and with dim little eyes.

The servant, in whom everything--the turquoise ring in his ear, the hair plastered down with grease and the polite flexibility of his movements--indicated a man of the new improved generatio, glanced condescendingly along the road and answered, "No, sir, definitely not in sight."

"Not in sight?" repeated his master.

"No, sir," replied the servant again.

His master sighed and sat down on a little bench. We will introduce him to the reader while he sits, with his feet tucked in, looking thoughtfully around.

His name was Nikolai Petrovich Kirsanov. He owned, about twelve miles from the posting station, a fine property of two hundred serfs or, as he called it--since he had arranged the division of his land with the peasants--a "farm" of nearly five thousand acres. His father, a general in the army, who had served in 1812, a crude, almost illiterate, but good-natured type of Russian, had stuck to a routine job all his life, first commanding a brigade and later a division, and lived permanently in the provinces, where by virtue of his rank he was able to play a certain part.”

 

 

TOERGENJEV
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

 

Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Hij studeerde eerst filosofie in Lahore. Voor verdere studies ging hij van 1905 tot 1907 naar Europa. Hij studeerde in Cambridge, München en Heidelberg rechten en filosofie en promoveerde in München in de filosofie. Het waren deze studiejaren die de jonge Iqbal ertoe brachten de oriënt en zijn filosofie met die van het westen te vergelijken. Hij ontwikkelde een uitgesproken zendingsbewustzijn en eiste na zijn terugkeer in het vaderland een sterkere solidariteit tussen moslims, waardoor zij na jaren van verval weer tot geestelijke bloei zouden komen. Tot zijn belangrijkste werken horen Asrar-e-Khudi ("De geheimen van het zelf"), 1915 en Payam-e-Mashriq ("De boodschap van het Oosten"), 1923, dat als antwoord geschreven is op Goethes West-östlicher Diwan .

Uit: Message from the East

The world is under His proud power’s sway
Whom all things were created to obey.
The sun itself is nothing but a mark
Of long prostration on the brow of day.

                               *

My heart is lit up by an inner flame;
Tears of blood lend my eyes a cosmic frame.
May he stray farther from life’s mystery
Who thinks that madness is Love’s other name.

                               *

Love breathes spring breezes upon garden bowers,
And it star-spangles hills and dales with flowers.
Its sunbeams pierce the darkness of the sea
And give the eyes of fish path-seeing powers.

 

iqbal
Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

 

De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Kertész bracht twee jaar in de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald door, een ervaring die zijn werk als schrijver gestalte gaf. Later keerde hij terug naar Hongarije en leefde vier decennia lang onder de beperkingen van het communistische regime aldaar. De werken van Kertész gaan over oorlog en het verblijf in een vernietigingskamp, maar hij behandelt deze onderwerpen als een deel van het dagelijks leven waarin soms zelfs sprake kan zijn van geluk.In 2002 ontving Kertész de Nobelprijs voor de Literatuur.

Uit:  Sorstalanság  (Roman eines Schicksallosen, vertaling Christina Viragh  )

 

"Das ungarische Lagerkomitee ...", und ich dachte: nun, sieh an, das hätte ich auch nicht geglaubt, dass es so etwas gibt. Aber ich konnte noch so Acht geben, auch bei ihnen war, wie bei allen anderen vorher, nur von Freiheit die Rede und keine Andeutung, kein Wort von der noch ausstehenden Suppe. Auch ich war, natürlich, äußerst erfreut, dass wir frei waren, aber ich konnte halt nichts dafür, ich musste andererseits einfach denken: gestern hätte so etwas zum Beispiel noch nicht vorkommen können. Draußen war der Aprilabend schon dunkel, auch Pjetka war wieder da, erhitzt, aufgewühlt, voll von unverständlichen Worten, als sich der Lagerälteste endlich über den Lautsprecher wieder meldete. Diesmal wandte er sich an die ehemaligen Mitglieder des Kartoffelschälkommandos und bat sie, so freundlich zu sein und ihre alten Plätze in der Küche wieder einzunehmen, die anderen Bewohner des Lagers hingegen ersuchte er, wach zu bleiben, und wenn es sein müsse, bis Mitternacht, denn man sei im Begriff, sich an die Zubereitung einer kräftigen Gulaschsuppe zu machen: da erst sank ich erleichtert auf mein Kissen zurück, da erst löste sich langsam etwas in mir, da erst dachte auch ich – wohl zum ersten Mal ernstlicher – an die Freiheit. (pag. 228)

 

 


kertesz
Imre Kertész Boedapest, (9 november 1929)

 

Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo. Hij behoorde tot  de belangrijke groep futuristen Gileas (Гилея).  Samen mey Wladimir Majakowski, David Dawidowitsj Burljuk ne Alexej Krucenych publiceerde hij in 1912 het manifest „Een oorvijg voor de algemene smaak“ dat als het manifest van het Russische Futurisme geldt..Maar ook daarvoor al had hij een reeks uitstekende gedichten geschreven. In zijn werk experimenteerde Chlebnikov met de Russische taal. Hij ging terug naar haar wortels en vormde talrijke neologismen. Samen met Aleksej Krutschonych (tekst) en Michail Matjuschin (muzie), en met Kasimir Malevitsj (decor –en kostuumontwerpen) hoorde hij tot de schrijvers van de eerste „futuristische opera „Zege over de zon“ die in december 1913 voor het eerst werd opgevoerd in Sint Petersburg.

Bo-beh-o-bi Sang The Lips
 

Bo-beh-o-bi, sang the lips,
Veh-eh-o-mi, sang the glances,
Pi-eh-eh-o, sang the brows,
Li-eh-eh-ey, sang the visage,
Gzi-gzi-gzeh-o, sang the chain.
Thus on a canvas of some correspondences
Beyond dimension lived the face.

 

 

Where The Waxwings Used To Dwell

 

Where the waxwings used to dwell,
Where the pine trees softly swayed,
A flock of airy momentwills
Flew around and flew away.
Where the pine trees softly whooshed
Where the warblewings sang out
A flock of airy momentwills
Flew around and flew about.
In wild and shadowy disarray
Among the ghosts of bygone days,
Wheeled and tintinnabulated.
A flock of airy momentwills
A flock of airy momentwills!
You're warblewingish and beguilish,
You besot my soul like strumming,
Like a wave invade my heart!
Go on, ringing warblewings,
Long live airy momentwills!

 

 

 

 

CHELEBNIKOV
Velemir Chlebnikov (9 november 1885 - 28 juni 1922)

Portret door Vladimir Burliuk

 

Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van Thomas Mann. Samen met haar broer Klaus Mann begon zij in 1927 aan een maanden durende wereldreis die later door broer en zus zijn literaire neerslag vond in „Rundherum“. Het opkomende nationaal-socialisme brengt haar er toe zich steeds sterker politiek te engageren, iets wat zijn neerslag vond in talloze krantenartikelen. Haar confrontatie met de nazi’s betekende echter wel het einde van haar toneelloopbaan. Samen met Klaus, haar levenspartner Therese Giehse en enkele andere vrienden richt zij in 1933 het politieke cabaret "Die Pfeffermühle" op in München op. Een paar maanden later verlaat de familie Mann Duitsland. In de zomer van 1937 vestigt Erika Mann zich definitief in de VS. Haar ouders volgen een jaar later. De „Peppermill“ wordt in de VS echter geen succes en daarom zette Erika Mann haar strijd tegen het Derde Rijk op een andere manier voort. Zij publiceerde veel in kranten en  reisde de VS door om lezingen te geven. Op haar vader had zij daarmee een grote invloed, Zij stimuleerde zijn kritische houding ten opzichte van Duitsland.

 

„Überall stürzte [..] sich [die Jugend] in wilde Genüsse und Ausschweifungen. Neue und wilde Musik kam aus Amerika und berauschte sie. [...] Es war ganz allgemein ein offenes und bewusstes Sich-Berauschen ohne Grund. Um dies zu verstärken, waren alle Mittel erlaubt: Musik und Alkohol, Marihuana, Morphium und Kokain.“ (E.M., Don’t make the same mistakes)

 

"Der Erfolg spornte, wir engagierten neue Leute, alle Herzogparkkinder rissen sich um uns, Gretel und Lotte, Bruno Walters schmucke Töchter, wurden verpflichtet, W.E. Süskind, der Dichter, 16-jährig damals, machte mit [...]. Wir lebten für den Mimikbund, was unseren Eltern unlieb war. Ricki malte Programme, Klaus dichtete. [...] Und überhaupt, der ‚Laienbund Deutscher Mimiker’ war ein einzigartiges, edles und famoses Institut." (E.M., in Tempo)

 

 

 

 

ERIKA_MANN
Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)