22-05-16

Annette von Droste-Hülshoff , Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries

 

Bij Drievuldigheidszondag

 


Heilige Drie-eenheid door El Greco, 1577

 

 

Am ersten Sonntage nach Pfingsten
(Dreifaltigkeit)

»Drum gehet hin und lehret alle Völker, und taufet sie im Namen des Vaters und des Sohnes und des heiligen Geistes, und lehret sie alles halten was ich euch gesagt habe, und sehet, ich bin bei euch bis ans Ende der Welt.«

Bin ich getauft in deinem Zeichen,
Du heilige Dreifaltigkeit,
Nun bleibt es mir und kann nicht weichen
In dieser nicht und jener Zeit.
Ich fühle durch Verstandes Frost,
Durch Menschenwortes Nebelrennen
Es wie ein klares Funkeln brennen
Und zehren an verjährtem Rost.

In deinem Tempel will sich's regen,
Wo ich als deine Magd erschien,
Und unter deines Priesters Segen
Fühl' ich es leise Nahrung ziehn.
Wenn eine teure Mutterhand
Das Kreuz mir zeichnet auf die Stirne,
Dann zuckt's lebendig im Gehirne
Und meine Sinne stehn in Brand.

Ja selbst zu Nacht, wenn alle schlafen
Und über mich die Angst sich legt,
In der Gedanken öden Hafen
Der Zweifel seine Flagge trägt:
Wie eine Phosphorpflanze noch
Fühl' ich es warm und leuchtend schwellen,
Und über die verstörten Wellen
Legt sich ein leiser Schimmer doch.

Und muß mir zum Gericht gereichen
Die Lebenspflanze mir gesellt,
Die ich versäumte sondergleichen,
Und dürrem Holze gleichgestellt:[638]
So ist sie in der Sünden Bann,
Des Geistes schwindelnden Getrieben,
Mein heimlich Kleinod doch geblieben
Und angstvoll hangt mein Herz daran.

Ob ich vor deiner Geißel zage,
Nichts kömmt doch dem Bewußtsein gleich,
Daß dennoch ich dein Zeichen trage
Und blute unter deinem Streich.
Fluch allem, was von dir mich stößt!
Dein will ich sein, von dir nur stammen;
Viel lieber sollst du mich verdammen,
Als daß ein andrer mich erlöst.

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Friedhofskapelle Mariä Himmelfahrt in Meersburg, hoogaltaar (detail Hl. Drie-eenheid)
Annette von Droste-Hülshoff werd naast de kapel begraven

Lees meer...

22-05-15

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Kees Winkler, Gérard de Nerval, Johannes R. Becher

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Komt het?

Onvindbaar in de groei
van gras, een heksenkring.

Diep in het rijpen van een vrucht.
Slaat donder in de lucht.

En doemt met bergen op
in ijs, een rode lavastroom.

En schrijft, wanneer de dag zijn
licht verliest, zijn naam
in uw gevoel.

Maar later slaat het licht weer aan.
Je moet eerst naar de bakker gaan.

 

 

Gesneeuwd heeft het..

Gesneeuwd heeft het
in deze vlakste aller vlakten

Een wolf voelt zich
geroepen tot bewegen
en zet zich dan ook
werkelijk in beweging

Een goede wolf draaft links
de dageraad tegemoet

Kwade wolven ook.

 

 

Een wolf

Een wolf
is als een huis
waarin twee gaten gapen:

een gat
waar nooit een voordeur zat

de holte
van het keldergat.

Door lege ramen kruipt
klimop en wingerd binnen
en neemt kamers in bezit.

In kelders huist
het ongewervelde
en draait en draait
zijn blinde cirkelgang.

 

 
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

Lees meer...

22-05-14

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Kees Winkler, Gérard de Nerval

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Wat die witte dan wel

Wat die witte dan wel
zeggen wou?

wat zegt vuurwerk
hoogtevrees
een hartaanval?

Als zaaier zaait ze
maanzaad
in u uit.

Als beker lest ze dorst
met ongewone wijn.

Als brandglas steekt ze
kaarsen aan die
onvoorzien

in andere gaan
ontbranden.

 

 

Fuck de grizzly arend

Fuck de grizzly arend beren van het ijs,
screw de bever in zijn burcht -

te warm is het naar vonkend
spattend water zie ik om alleen
of graaf een kuil in vochtige grond
en laat mij zoeken in de buik
van welige struiken.

Insecten om de muil in dit mijn hijgend rijk
waar hij mijn zon niet ondergaat

totdat er rijp verschijnt en ratelpopulier en
dwergberk branden als
een braambos.

Bij sneeuwstorm draven wij de trappen af
de bloed bespatte ladder naar de
omega.

 

 

 
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

Lees meer...

22-05-13

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Anne de Vries, Kees Winkler, Gérard de Nerval

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

 

De smalle straat

 

De smalle straat
de meidoorn heg
het werkhuis met
machines, wipzaag, schavelingen
de varkensstal
de boomgaard met
de pruimelaren overheerlijk

ijzige winters en
azuren zomers

waarin oorlogen som kwamen
onverklaarbaar
tot ze ook weer gingen

auto's voor het eerst verschenen
roestten
als in dromen reden
zich vermenigvuldigden
en weer verdwenen

liefde zwol
als knoppen
en vrucht droeg
en vervroor

en kranten van dit alles
niets versloegen.

 

 

 

De triestigheid ’s avonds

 

Ontstaat een ritselen en geknaag.
Een roetkraai ruimt het stoppelveld.
De haagbeuk heeft zich opgemaakt.
De tuin ligt als een laken
kaal.

Op donkere velden brandt het loof.
De toren geeft de uren aan en wind
bevoelt haar jurk. De rug buigt
als een hazelaar.

Een hand omsluit een hand, een berm
rijst op. Met reeds ontstoken lampen
rijdt een auto, glimmend,
door het land.

 

 

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

Lees meer...

22-05-12

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Anne de Vries, Kees Winkler

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

 

Een terugkeer

met de noorderzon. gebogen lopen
jagers, honden het gezichtsveld in.
Op hun schouders ligt de eindeloze
hangmat van het licht. Met moeite

buit, een vos - alleen wie toekijkt
kan het zien. Alleen wie waarlijk ogen heeft
verstaat. Want slechts met afgewend gezicht
ontbloten ze het masker van de spijt. Waar

ze waren blijft geheim, en wat ze zagen is
niet uit te spreken. Maar dat ze weten
staat als bomen bij hen. En ook, dat dit
een aftocht is, hun onverhoopte

aankomst in een huis van
ingesloten open lucht.

 

 

 

 

Kon dit veel langer straffeloos?...


Kon dit veel langer straffeloos?
Iets zette uit en broeide
en men voelde

 

dingen liepen uit de hand
dreven naar de rand en
gingen veel en veel
te ver

 

geruchten zwollen aan
van strovuur tot
uitslaande brand.

 

Honden blaften elke nacht
de maan scheen vol
doodsbleek
te rijp
als oude schimmelkaas.

 

Gisteren nog
de muren van de cel als door gezang
trompetgeschal slechts neergehaald

 

en goed
daar zat je dan:

 

ijskoud
naakter dan een rode slak
een dooier zonder schaal
een walnoot zonder dop

 

een brein dat weerzin wekt
zo zonder schedeldak
dat krimpt voor

 

de verwachte klap.

 

 

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

Lees meer...

29-11-11

F. Bordewijk-prijs en Jan Campert-prijs 2011

 

F. Bordewijk-prijs 2011 voor Gustaaf Peek


Aan aan de Nederlandse schrijver Gustaaf Peek is de F. Bordewijk-prijs voor verhalend proza toegekend, voor zijn roman 'Ik was Amerika'. Gustaaf Peek werd geboren in Haarlem in 1975. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2011.

 

Uit: Dover

 

„We hebben het niet gehaald. […] We droomden dat we trouwden en kinderen kregen, zoveel als we wilden. Om het nog een keer te proberen. Aankomen. Nooit meer weggaan. Een laatste droom. De witte wereld. Liefde. Er zijn velen zoals wij hier.

(...’)


Bernard hield een hand op de wond. Zijn vingers weekten in de warmte, hij durfde niet te kijken. Ze hadden hem achter het stuur gelaten, de deuren waren op slot. Bomen hadden de wagen ingesloten, het moest een parkeerplaats in een bos zijn. Het was nacht. Er zouden geen families meer langskomen voor een mooie wandeling. Hij had het koud.“

 

 

Gustaaf Peek (Haarlem, 1975)

 

 

 

 

 

De Jan Campert-prijs 2011 voor Erik Spinoy

 

De Jan Campert-prijs, voor de beste dichtbundel, gaat naar Erik Spinoy voor zijn bundel 'Dode Kamer'. De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

 

De wind, de eindeloze wind

 

De wind, de eindeloze wind
waait waar hij wil

danst op een esdoornblad
smijt schepen heen en weer
vermaakt zich met een zwaluw
legt zich doodmoe neer
opeens.

Wat hij, zijn waaien
te betekenen heeft?
Verkeerd, aan dit adres!

 

 

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

22-05-11

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Anne de Vries, Kees Winkler

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook mijn blog van 22 mei 2006en ook mijnmijn blog van 22 mei 2008 en ook mijn blog van 22 mei 2009 en ook mijn blog van 22 mei 2010.

 

 

Soms danst de ziel...

 

Soms danst de ziel
zoals een bom
en vliegt bijna

 

als hommel zwierend
op een schommel
vol met rozen.

 

Soms loopt de ziel
als in verband
door dokters
beulen
ingepakt

 

aan elke voet een
ketting en een
loden bol

 

en zucht of nooit meer kwam
een bevrijder kwam.

 

Eenzelfde lip verwelkomt
nu de liefste dan weer
de verkrachter

 

 

 

Kasselse Apollo


We kennen niet zijn ongelooflijk hoofd
waarin de appels rijpten. (Zijn tors is
marmer, wit gewelfd.) Wij zien niet meer
de grens die door de ogen liep, waar zon
in sterren overgaat. Maar eens dan breekt
zijn stilte aan. Dan wekt hij slaapsters op,
tot beelden van verhevenheid.

Ooit neemt hij in uw ogen plaats, zijn voet
stapt plechtig uit de tijd. Hij stijgt in u
een hemel in, en zoekt steeds hoger (oude
Montgolfière) naar oeverloze leegten, ver.

Smalwangige atleet. Door hem schrijft gij
de regenboog aan God opnieuw, of Iris, toe.
Loop om zijn mathematisch lichaam heen.
Hij woont zo ver. Er is geen plek
die u niet ziet.

Uw leven moet nu anders zijn.

 

 

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

Lees meer...

22-05-10

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Anne de Vries, Kees Winkler, Johannes R. Becher, Robert Neumann, Gérard de Nerval, Catulle Mendès


De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook mijn blog van 22 mei 2006 en ook mijn mijn blog van 22 mei 2008 en ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Moederkoorn

 

Waar warm de hoeve lag

in glooiend land

met goud en zolders,

stof en koren, hooi.

 

Staat alles strak

onder de sikkel

op het zwart gestikt.

Zit, graan en daken,

onder schimmel. Dicht.

 

Een lege plek.

De rest.

 

 

 

Un voyage lointain

 

Een kwade vraag, dat was.

 

Het oude lichaam,

als een koffer,

op de leunstoel

klaargezet.

 

Blauwogig,

ingekleed.

Doodstil, halfweg

ontvleesd.

 

De molen draait.

Muziek speelt op het kermisfeest.

We hollen weg.

We lachen om het meest.

 

 

 

 

Spinoy
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007 en ook mijn mijn blog van 22 mei 2008 en ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

Uit: De Agra-schat (The Sign of Four)

 

“De kennis der gevolgtrekking.

Sherlock Holmes nam zijn flesch van den schoorsteenmantel en zijn werktuig voor onderhuidsche inspuitingen uit zijn marokijnen foudraal. Met zijne lange, witte, zenuwachtige vingers bracht hij de fijne naald in orde, en schoof de linkermouw van zijn overhemd omhoog. Gedurende eenigen tijd bleven zijne oogen nadenkend op den gespierden voorarm en pols gericht, die met ontelbare teekenen van inprikkingen als bezaaid waren. Eindelijk trok hij de scherpe punt terug, drukte den kleinen piston omlaag en zonk met een langen zucht van voldoening in den fluweelen armstoel terug.

Driemaal per dag was ik reeds gedurende verscheidene maanden getuige geweest van deze verrichting, maar de gewoonte was bij mij in dit opzicht geen tweede natuur geworden. Integendeel, van dag tot dag stond mij het gezicht ervan meer tegen, en elken avond verweet ik mij mijn gebrek aan moed, om mij er tegen te verzetten. Herhaaldelijk had ik mij reeds ten stelligste voorgenomen om mij daaromtrent de noodige opheldering te verschaffen; maar er lag zooveel koele onverschilligheid in het voorkomen van mijn metgezel, dat elkeen zich wel in acht zou nemen zich eene onbescheidenheid tegenover hem te veroorloven. Zijn kracht, zijn gebiedend uiterlijk, en de ondervinding die ik bezat omtrent zijne vele buitengewone eigenschappen, dit alles hield mij ervan terug en maakte mij besluiteloos om hem in den weg te treden.

Maar, op bovenvermelden achtermiddag,--hetzij dan tengevolge van den meer dan gewonen en krachtigen wijn, dien ik bij mijn lunch gedronken had, of dat mijne zelfbeheersching ten einde was, gevoelde ik dat ik mij niet langer kon bedwingen.”

 

 

 

ConanDoyle
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904.

 

Uit: Werken en droomen (Evert in turfland)

 

“Evert was druk aan 't werk.

't Was Zaterdagmiddag en dan harkte hij altijd het erf en de tuinpaadjes op. Dat was zijn werk en hij deed dat graag.

's Zondags moest alles netjes zijn. Dan had moeder het fornuis ook glad gepoetst en de straatjes geschrobd. En vader veegde vanavond nog de deel schoon en zette het gereedschap op zijn plaats.

Zondag was de dag der rust. Dan was alles anders dan door de week, vond Evert. De baggermachines in 't veen waren anders, want uit hun lange, zwarte pijpen steeg geen rook en ze bromden ook niet. En váder was anders, want hij droeg dan een wit overhemd en was den heelen dag thuis. En moeder ging dan ook niet naar 't veen natuurlijk. Fijn was dat! Ja, de heele wereld was dan anders. 't Leek wel, alsof de zon anders scheen en het varken minder luid schreeuwde op dien dag.

Evert had zijn kiel er bij uitgetrokken, 't Was ook zoo warm! Het zweet stond in droppeltjes op zijn voorhoofd.

Vóór 't huis, bij den zandweg, was hij begonnen. Dien harkte je natuurlijk niet! Tòch had hij nog een strookje buiten het hek bewerkt. Dat stond zoo àf! Als vader dan vanavond thuis kwam, kon hij al dadelijk zien, dat alles weer in de puntjes was. Nu op zij langs het huis nog. Dat eerste stuk tot de deur was het moeilijkst. De grond was er zoo vast geloopen! Je moest heel hard drukken, om mooie duidelijke streepjes te maken.

Eigenlijk hoefde dat niet. Vader lachte er altijd om en zei: ‘Harken is geen teekenen!’ Hij vond het genoeg als je alle strootjes en blaadjes maar goed meenam. Maar Evert was dat met vader niet eens. Hij móést streepjes zien. Dan werd het veel mooier. Dan kon je nog eens zien, dat je wat gedaan had ook. En daarom drukte hij er stevig op los en trok diepe, rechte lijnen door het harde pad.”

 

 

 

450px-Anne_de_Vries_Rolde
Anne de Vries
(22 mei 1904 – 29 november 1964)

Buste van Anne de Vries bij het streekmuseum in Rolde, het dorp van Bartje

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren.

 

 

Zondag

 

Spreeuwen kwetteren dat het lente is
de tuinmeubelen tevoorschijn gehaald
en in de zon gaan zitten kijken naar de mieren
die een autostrada aanleggen op ons terras

Later, binnen, het strijklicht over de anemonen
rose en paars gloeiend in de lenteavond
ik dacht: God is een natuurkundige formule
die het licht over de bloemen breken laat

Nog later gedachten over liefde
hoe men ook met een ander had kunnen zijn
met geregelde bewassing en een kopje koffie

Maar deze gedachten als defaitistisch verworpen
en samen met Judy gekeken naar Venus
die in conjunctie stond met de maan

 

 

 

winkler_hoorn
Kees Winkler (22 mei 1927 –  1 april 2004)

Hoorn

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 22 mei 2007 en ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

 

De Duitse dichter en politicus Johannes Robert Becher werd geboren in München op 22 mei 1891. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Auswahl

 

Die wenig gelungenen Stellen
aus meinen kaum gelungenen Gedichten
wird man auswählen,
um zu beweisen,
ich wäre euresgleichen.

Aber dem ist nicht so:
Denn ich bin
meinesgleichen.

So werde ich auch im Tode
mich zu wehren haben,
und über meinen Tod hinaus
- wie lange wohl? -
erklären müssen,
dass ich meinesgleichen war
und dadurch euresgleichen,
aber nicht euresgleichen
in eurem Sinne.

Indem ich mir glich,
glich ich euch.
Aber nur so.

 

 

 

 

Über das Sonett

 

Ich hielt gar lange das Sonettgeflecht

für eine Form, veraltet und verschlissen,

die alten Formen habe ich zerrissen

und dichtete mir neue, schlecht und recht.

 

Die neuen Formen, waren sie denn echt?

Und prägten sie der neuen Zeit Gewissen?

Die Form zu ändern all zu sehr beflissen,

ward ich dem neuen Wesen nicht gerecht.

 

Wenn ihr die alten Formen so zerbrecht

und wenn ihr meint, ein neues Formgepräge

nur täte not, die alte Form sei träge

 

und durch Gebrauch und Missbrauch abgeschwächt:

Bedenkt, die neuen Formen, die beginnen,

entstehen, uns kaum sichtbar und von innen.

 

 

 

Becher

Johannes R. Becher (22 mei 1891 - 11 oktober 1958)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Neumann werd geboren op 22 mei 1897 in Wenen. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

Uit: Mein Freund Arnold Zweig

 

„Als ich Arnold Zweig zum erstenmal traf, war ich so um die dreißig Jahre alt, und er war um die vierzig und hatte den „Sergeant Griscka" geschrieben und war ein großer Mann.  

xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />

Auch ich hatte eben meinen ersten wirklichen Roman geschrieben — sagen wir vorsichtigerweise: meinen ersten dicken Roman. Er hieß: „Sintflut", ich habe ihn kürzlich wieder in der Hand gehabt, er ist so schauerlich schön wie am ersten Tag, und was mir damals ein kleines Rühmehen einbrachte, war, daß dieses Buch originellerweise keinen einzelnen „Helden" hatte — Held war das Kollektiv, die ganze hundertgesichtige Gemeinschaft einer großen Stadt, die zum Teil korrupt-kapitalistisch und zum Teil edel-revolutionär war und auch danach handelte.

Wien war damals — gleich Budapest — eine Exportstadt. Export-Wiener gingen nach Berlin, um berühmt zu werden. In Berlin herrschte Arnold Zweig. Wo ich damals von ihm in Audienz empfangen wurde, das weiß ich nicht mehr. Wohl aber weiß ich: er hatte „Sintflut" gelesen und verurteilte mein Meisterwerk ungemein, „junger Mann", sagte er, „Koliektiv-Helden, das geht nicht. Sie müssen Individuen darstellen, unverwechselbare Charaktere, das Schicksal des einzelnen!"

Ich bin Arnold Zweig immer für diesen Rat dankbar geblieben. Ich hebe ihn befolgt, Zweig hat recht gehabt, er ist der Verantwortlicne für meine weitere Entwicklung. Damals natürlich protestierte ich heftig.“

 

 

 

Neumann

Robert Neumann (22 mei 1897 – 3 januari 1975)

 

 

 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Il est un air...

 

Il est un air, pour qui je donnerais,

Tout Rossini, tout Mozart et tout Weber.

Un air très vieux, languissant et funèbre,

Qui pour moi seul a des charmes secrets!

 

Or, chaque fois que je viens à l'entendre,

De deux cents ans mon âme rajeunit...

C'est sous Louis treize; et je crois voir s'étendre

Un coteau vert, que le couchant jaunit;

 

Puis un château de brique à coins de pierre,

Aux vitraux teints de rougeâtres couleurs,

Ceint de grands parcs, avec une rivière

Baignant ses pieds, qui coule entre les fleurs;

 

Puis une dame à sa haute fenêtre,

Blonde aux yeux noirs, en ses habits anciens,

Que dans une autre existence peut-être,

J'ai déjà vue...et dont je me souviens!

 

 

 

 

Caligula - Ier chant

 

L'hiver s'enfuit ; le printemps embaumé
Revient suivi des Amours et de Flore ;
Aime demain qui n'a jamais aimé,
Qui fut amant, demain le soit encore !

Hiver était le seul maître des temps,
Lorsque Vénus sortit du sein de l'onde ;
Son premier souffle enfanta le printemps,
Et le printemps fit éclore le monde.

L'été brûlant a ses grasses moissons,
Le riche automne a ses treilles encloses,
L'hiver frileux son manteau de glaçons,
Mais le printemps a l'amour et les roses.

L'hiver s'enfuit, le printemps embaumé
Revient suivi des Amours et de Flore ;
Aime demain qui n'a jamais aimé,
Qui fut amant, demain le soit encore !

 

 

 

 

nerval

Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Catulle Mendès werd geboren op 22 mei 1841 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 22 mei 2009.

 

 

Le poète doute si les jeunes hommes...

ont raison de changer d'amour

Au brin d'herbe qu'elle a quitté
Songe la cigale infidèle ;
Meilleur exemple, l'hirondelle
N'a qu'un nid pour plus d'un été.

Vaudras-tu la réalité,
Bonheur rêvé qui fais fi d'elle ?
Au brin d'herbe qu'elle a quitté
Songe la cigale infidèle.

Pour fragile, hélas ! qu'ait été
L'amour qui fut notre tutelle,
Qui sait si notre âme, cette aile,
N'était pas plus en sûreté
Au brin d'herbe qu'elle a quitté ?

 

 

 

mendes_catulle

Catulle Mendès (22 mei 1841 – 7 fenruari 1909)

 

 

22-05-09

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Alfonsina Storni, Anne de Vries, Kees Winkler, Robert Neumann, Johannes R. Becher, Gérard de Nerval, Catulle Mendès


De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook mijn blog van 22 mei 2006 en ook mijn mijn blog van 22 mei 2008.

 

 

Beklemmingen

 

Als tocht, die om de vingers strijkt.

Waar je met handen reikt

wijkt het terug.

 

Geen plek, waar ratten knagen of

een poolvos zwerft, de grens bevoelt.

Waar sodawater slenken vult

in het verre Afrika.

 

Des nachts leeft de savanne

en al wat sluipt en sist

(hyena's, slangen, gras, de apebroodboom,

een zwart vleesetend dier zonder gezicht)

omgeeft de mens die weerloos

overnacht.

 

Wat is de ratio hier?

Tegen een oud, roetzwart gewelf

staan sterren stil

te flikkeren. En in de hemel klimt

een bleke gil, de schil geheten

angst.

 

 

 

 

Het gastmaal

 

Terwijl het sterfelijk vlees

beweegt

beweegt

 

het einde zich. Lang hangt het

stil, diep in de grot

waar druipsteen druipt en het

zoals een afgrond zwijgt.

 

Draait het zich om,

dan spreidt het

harde, zwarte vlerken uit.

 

 

 

 

 

spinoy
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Ignatius Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007 en ook mijn mijn blog van 22 mei 2008.

 

Uit: The Hound of the Baskervilles

 

“Mr. Sherlock Holmes, who was usually very late in the mornings, save upon those not infrequent occasions when he stayed up all night, was seated at the breakfast table. I stood upon the hearth-rug and picked up the stick which our visitor had left behind him the night before. It was a fine, thick piece of wood, bulbous-headed, of the sort which is known as a “Penang lawyer.” Just under the head was a broad silver band, nearly an inch across. “To James Mortimer, M.R.C.S., from his friends of the C.C.H.,” was engraved upon it, with the date “1884.” It was just such a stick as the old-fashioned family practitioner used to carry—dignified, solid, and reassuring. “Well, Watson, what do you make of it?” Holmes was sitting with his back to me, and I had given him no sign of my occupation. “How did you know what I was doing? I believe you have eyes in the back of your head.” “I have, at least, a well-polished, silver-plated coffee-pot in front of me,” said he. “But, tell me, Watson, what do you make of our visitor’s stick? Since we have been so unfortunate as to miss him and have no notion of his errand, this accidental souvenir becomes of importance. Let me hear you reconstruct the man by an examination of it.” “I think,” said I, following so far as I could the methods of my companion, “that Dr. Mortimer is a successful elderly medical man, well-esteemed, since those who know him give him this mark of their appreciation.” “Good!” said Holmes. “Excellent!” “I think also that the probability is in favour of his being a country practitioner who does a great deal of his visiting on foot.” “Why so?” “Because this stick, though originally a very handsome one, has been so knocked about that I can hardly imagine a town practitioner carrying it. The thick iron ferrule is worn down, so it is evident that he has done a great amount of walking with it.” “Perfectly sound!” said Holmes. “And then again, there is the ‘friends of the C.C.H.’ I should guess that to be the Something Hunt, the local hunt to whose members he has possibly given some surgical assistance, and which has made him a small presentation in return.” “Really, Watson, you excel yourself,” said Holmes, pushing back his chair and lighting a cigarette.”

 

 

 

 

Doyle
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)

Portret door H.L. Gates

 

 

 

 

 

De Argentijnse dichteres Alfonsina Storni werd geboren in Sala Capriasca, Zwitserland op 22 mei 1892. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007 en ook mijn mijn blog van 22 mei 2008.

 

 

Sleep Peacefully

  

You said the word that enamors

My hearing. You already forgot. Good.

Sleep peacefully. Your face should

Be serene and beautiful at all hours.

 

When the seductive mouth enchants

It should be fresh, your speech pleasant;

For your office as lover it's not good

That many tears come from your face.

 

More glorious destinies reclaim you

That were brought, between the black wells

Of the dark circles beneath your eyes,

the seer in pain.

 

The bottom, summit of the beautiful victims!

The foolish spade of some barbarous king

Did more harm to the world and your statue.

 

 

 

 

 

alfonsinastorni
Alfonsina Storni
(22 mei 1892 – 25 oktober 1938)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007.

 

Uit: Bartje

 

“Om vijf uur loopt de wekker af. Hij tiert en lawaait met een driftig stemmetje op de stoel voor de grote bedstee, vijf, zes tellen, en is weer stil. Dan heeft moeder hem zijn oor omgedraaid. En dan is de nacht voorbij. Dan is het dag.

De grote bedstee kraakt, moeder staat op. Zij zet de wekker midden op de houten schoorsteenmantel, en gaat op de stoel zitten, om haar kousen aan te trekken. Zij zucht vaak terwijl zij dat doet en als zij er mee klaar is, zit zij nog een poos, gebogen, met beide handen gesteund in haar rug, suf en verdrietig in de nieuwe dag te staren. Dat is wel gek, dat zij 's morgens altijd moe is. Bartje is 's morgens nooit moe. 's Avonds wel.

Als moeder, nog in onderrok, met de fornuisringen rumoert, ligt hij al met de kin tussen twee knuistjes op de bedsteeplank de nieuwe dag tegen te lachen. Zijn witte kuifje staat grappig verdraaid omhoog boven zijn bruin gezichtje. Zijn ogen, nog wat wazig van de slaap, turen verlangend het kamertje in.

De dag komt door de ramen. Tussen de gordijnen en de granumpies door. De zon kan tekenen, dâ's mooi! Hij tekent een raam op de stenen vloer en ook een raam met granumpies en een rij balletjes van het gordijn op de bedsteedeur. En de zon kan stofjes laten dansen, dâ's ook mooi! Daar kun je lang naar kijken. Bartje houdt veel van de zon.

Al de anderen in nuis slapen nog, merkt hij. Hij en moeder zijn weer het eerst wakker. Riekie, het zusje, is naar hem toegerold. Zij ligt bijna dwars in bed, blootgewoeld, de duim in haar half-open mondje, haar zitvlakje stijf tegen Jan aangedrukt. Dikke Jan ligt als een blok, voorover, armen gespreid, alsof hij zó van de zolder neergesmakt is. En in 't kribbetje, boven 't voeteneind, slaapt Geertje, die nog geen anderhalf jaar is, en dus best in een kribbetje slapen kan. Maar van haar kun je niets zien dan een handje, dat slap neerhangt over de plank.“


 

 

 

DeVries
Anne de Vries
(22 mei 1904 – 29 november 1964)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007.

 

 

1984

 

Sinds lang had ik in Orwells boek

niet meer gelezen en ik zoek

na het zien van de film verdwaasd

naar mijn Julia, het laatst

dat ik haar zag was in de hel

 

Uit een door oorlog geteisterde cel

probeer ik op te bellen, maar de hel

is onbereikbaar en ik loop

de wijk door van de proles in de hoop

toch lid te kunnen blijven van de Kernpartij -

 

Weer thuis bij Judy is de angst verdwenen

het is anno '84 en ik sta met beide benen

in de werkelijkheid: weer is het vrede

met verre oorlogshaarden in het heden

 

Hongersnood in Afrika, minister onpersoon

schreeuwen de krantekoppen maar ik woon

vrij van tv en radio in ons hok

en luister naar kwartetten van Bartók

 

In '85 moet ik weer naar Miniwet1

doch deze kerstvakantie lig ik lang te bed

ga naar Hoog Soeren om te overleven

terwijl in Afrika mijn broeders sneven

 

 

 

 

Winkler
Kees Winkler (22 mei 1927 –  1 april 2004)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Neumann werd geboren op 22 mei 1897 in Wenen. Daar studeerde hij ook medicijnen, scheikunde en germanistiek. Vevolgens werkte hij als zwemtrainer, opzichter en bankkoopman. Pas daarna besloot hij schrijver te worden, waarbij hij vooral door parodistisch werk naam maakte. Tijdens WO II ging hij in Brits ballingschap. Talrijke novellen en romans verschenen in de Engelse taal, maar ook zijn kroniek van het joodse volk An den Wassern von Babylon. Na WO II vestigde hij zich in het Zwitserse Locarno, later in München.

 

 

Uit: Mit fremden Federn. Parodien

 

„Ein Sohn, etwas frühreif, schreibt an Frau Grosshennig"

Nach Erich Kästner

 

Liebe Mutter! Das war natürlich sehr freundlich,

daß du mir schriebst. Und ich bin dir durchaus nicht gram.

Im Augenblick war es ja allerdings etwas peinlich,

weil eben ein Mädchen bei mir lag, als der Briefbote kam.

 

Sie heißt Hilda und ist gesund, da mußt du dich nicht erregen.

Das tut dir nicht gut. Sie ist zärtlich, sie hat eine Tante und wohnt nebenan Nummer acht.

Diese Mitteilungen mache ich dir hauptsächlich des Reimes wegen,

und weil das mit dem Mädchen sich so reizend natürlich macht.

 

Du fragst, was ich treibe. Ich treibe soziales Gewissen.

Ich treibe auch Kinderseele. Wie, bitte? Danke, es geht.

Dagegen gibt es welche, die wollten meinen Roman lieber missen,

obwohl er so schön ist. Weil er nämlich fast nur aus zu Prosa gewalzten Kästnergedichten besteht.

 

So gebe ich eben plauderdings dem Kurfürstendamme,

was des Kurfürstendammes ist, gut für Kunz oder Hinz.

Die halten das dann für Asphalt. Aber gleich darunter flackert mit scheu leuchtender Flamme

die Melancholie. Und ein wenig Moral. Und ein wenig Provinz.

 

Ist das neu? Lies den Heine, wenn du den Heine liest.

Uns Erwürger des Gefühls würgt ja doch nur das Gefühl.

Na, schon gut! Halb ein Bürgerschreck und halb ein erschrockener Bürger

dichte ich mich leicht frierend durch das Menschengewühlt.“

 

 

 

 

robert-neumann-2006-180
Robert Neumann (22 mei 1897 – 3 januari 1975)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en politicus Johannes Robert Becher werd geboren in München op 22 mei 1891. In 1910 probeerde hij met zijn vriendin zelfmoord te plegen; alleen Becher overleefde, zwaar gewond. Vanaf 1911 studeerde hij medicijnen en filosofie in München en Jena, maar hij brak zijn studie af om schrijver te worden. In 1913 verschenen zijn eerste expresionistische werken. Vanwege zijn zelfmoordpoging werd hij afgekeurd voor de dienstplicht tijdens WO I. Becher werd in 1917 lid van de USPD en stapte in 1918 over naar de Spartakusbund, waaruit in januari 1919 de KPD ontstond. Teleurgesteld over het mislukken van de revolutie verliet Becher de KPD in 1920 en zocht hij toenadering tot de godsdienst. In 1923 werd Becher weer lid van de KPD en werd hij ook actief.

In 1925 verscheen zijn anti-oorlogsroman Levisite oder Der einzig gerechte Krieg.  In maart 1933 na de Rijksdagbrand vluchtte Becher naar het Tsjechoslowaakse Brno. In 1935 vestigde hij zich in de Sovjet-Unie en werd hij hoofdredacteur van het emigrantentijdschrift Internationale Literatur – Deutsche Blätter en lid van het centraal comité van de KPD. Al snel kwam Becher in Moskou in de problemen bij de Stalinistische zuiveringen. In 1936 mocht hij de Sovjet-Unie al niet meer verlaten en in 1941 werd hij naar Tasjkent gedeporteerd, waar hij zich meerdere malen van het leven probeerde te beroven. In 1943 was Becher mede-oprichter van het Nationalkomitee Freies Deutschland. Door zijn contacten in deze tijd met Georg Lukács keerde Becher zich af van het expressionisme; zijn werken van na die tijd stonden in het teken van het socialistisch realisme. Na WO II keerde Becher terug naar Duitsland en vestigde zich in de Sovjet-bezettingszone. Hij was betrokken bij de oprichting van het Aufbau Verlag en het literatuurtijdschrift Sinn und Form. Vanaf 1946 was Becher lid van het centraal comité van de SED. Na de oprichting van de DDR op 7 oktober 1949 werd Becher lid van de Volkskammer. Op verzoek van het centraal comité schreef hij de tekst van het lied Auferstanden aus Ruinen, "Opgestaan uit ruïnes", op een melodie van Hanns Eisler, dat tot het volkslied van de DDR werd verkozen. Van 1954 tot 1958 was Becher minister van cultuur van de DDR.

 

 

Exil

 

Ihr, die ihr in die Heimat wiederkehrt,

Verbannte, ihr, die ihr den jahrelangen

Endlosen Weg zu Ende seid gegangen

Und habt nur eins, der Rückkehr Tag, begehrt –

 

Und ihr, Verbannte auch, die ihr voll Bangen

Habt ausgeharrt und habt euch still gewehrt,

Von langem Warten müd und ausgezehrt,

Inmitten eures eigenen Volks gefangen –

 

Seid hier gewarnt und seht das Transparent:

»Laßt, die ihr eingeht, alle Hoffnung fahren!

Wenn der Verbannung Fluch ihr nicht erkennt,

 

Treibt ihr wie vormals ein verlorenes Spiel.

Bevor aus Deutschland wir vertrieben waren,

Wir lebten schon seit Jahren im Exil.«

 

 

 

 

Das Sonett

 

Wenn einer Dichtung droht Zusammenbruch

und sich die Bilder nicht mehr ordnen lassen,

wenn immer wieder fehlschlägt der Versuch,

sich selbst in eine feste Form zu fassen,

 

wenn vor dem Übermaße des Geschauten

der Blick sich ins Unendliche verliert,

und wenn in Schreien und in Sterbenslauten

die Welt sich wandelt und sich umgebiert –

 

wenn Form nur ist: damit sie sich zersprenge

und Ungestalt wird, wenn die Totenwacht

die Dichtung hält am eigenen Totenbett –

 

alsdann erscheint, in seiner schweren Strenge

und wie das Sinnbild einer Ordnungsmacht,

als Rettung vor dem Chaos - das Sonett.

 

 

 

 

 

 

Cremer_Jonahhes_R_Becher_1
Johannes R. Becher (22 mei 1891 - 11 oktober 1958)

Beeld, gemaakt door Fritz Cremer in Berlin-Pankow, Bürgerpark

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zijn vader was legerarts bij Napoleon, zijn moeder stierf toen hij twee was. Daarna werd hij ondergebracht bij een oom en tante in La Valois, bij Ermenonville. Nerval was schrijver, toneelcriticus en reisjournalist. Reis naar het Oosten (1851) was een van zijn succesvolste werken. Daarnaast vertaalde hij Goethes Faust en poëzie van Heinrich Heine. Tijdens zijn leven heeft Nerval nooit iets gepubliceerd. Hij had nooit een vaste verblijfplaats, al heeft hij nog wel een tijdje in het huis van een oom en tante gewoond, toen hij dat erfde. Pas na zijn dood is zijn werk in boekvorm verschenen.

 

Uit: Aurélia

 

„Je n'ai pu percer sans frémir ces portes d'ivoire ou de corne qui nous séparent du monde invisible. Les premiers instants du sommeil sont l'image de la mort; un engourdissement nébuleux saisit notre pensée, et nous ne pouvons déterminer l'instant précis où le moi, sous une autre forme, continue l'oeuvre de l'existence. C'est un souterrain vague qui s'éclaire peu à peu, et où se dégagent de l'ombre et de la nuit les pâles figures gravement immobiles qui habitent le séjour des limbes. Puis le tableau se forme, une clarté nouvelle illumine et fait jouer ces apparitions bizarres; - le monde des Esprits s'ouvre pour nous.

Swedenborg appelait ces visions Memorabilia; il les devait à la rêverie plus souvent qu'au sommeil; l'Âne d'or d'Apulée, la Divine Comédie du Dante, sont les modèles poétiques de ces études de l'âme humaine. Je vais essayer, à leur exemple, de transcrire les impressions d'une longue maladie qui s'est passée tout entière dans les mystères de mon esprit; - et je ne sais pourquoi je me sers de ce terme maladie, car jamais, quant à ce qui est de moi-même, je ne me suis senti mieux portant. Parfois, je croyais ma force et mon activité doublées; il me semblait tout savoir, tout comprendre; l'imagination m'apportait des délices infinies. En recouvrant ce que les hommes appellent la raison, faudra-t-il regretter de les avoir perdues ?...“

 

 

 

 

nerval
Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Catulle Mendès werd geboren op 22 mei 1841 in Bordeaux. Hij groeide op in Toulouse en ging in 1859 naar Parijs, waar hij al snel een beschermeling werd van Théophile Gautier. Zijn eerste bundel Philoméla verscheen in 1863. Hij sloot zich aan bij een kring van schrijvers rondom Charles Leconte de Lisle waartoe ook  François Coppée, Léon Dierx, José-Maria de Heredia en Théodore de Banville behoorden. Ook vond hij aansluiting bij de Parnassiens. Gedenkwaardig is de manier waarop hij stierf. Mendès zat dronken in de nachttrein naar Parijs en was in slaap gevallen. Toen de trein bij Saint-Germain-en-Laye, vlakbij Parijs, door een tunnel reed, werd Mendès wakker en dacht hij dat hij was gearriveerd. Hij opende het portier en stapte uit. De volgende morgen werd hij dood op de spoorbaan gevonden.

 

 

Ballade de l'âme de Paul Verlaine

     

Bien qu'il ait l'âme sans rancune,

Pierrot dit en serrant le poing :

" Mais, sacrebleu, je n'ai nul point

De ressemblance avec la lune !

 

" Ô faux sosie aérien !

Mon nez s'effile, elle est camuse ;

Elle a l'air triste ! Je m'amuse

De tout, un peu, beaucoup, de rien.

 

" On la dit pâle ! Allons donc ! jaune !

Moi seul suis blanc comme les miss.

Elle est chaste autant qu'Artémis,

Je le suis aussi, comme un faune.

 

" N'importe ! Dès qu'elle a penché

Son front : " Bonsoir, Pierrot céleste ! "

Dit l'un ; un autre dit : " Ah ! peste !

" Pierrot, ce soir, a l'oeil poché. "...

 

 

 

 

 

catulle_mendes
Catulle Mendès (22 mei 1841 – 7 fenruari 1909)

 

22-05-08

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Alfonsina Storni, Anne de Vries, Kees Winkler


In verband met een korte vakantie van Romenu zijn de postings even wat minder uitvoerig.

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook mijn blog van 22 mei 2006.

 

 

Je weet niet wat je zegt

 

Je weet niet wat je zegt

in welke grond het valt

 

of het in lentes opschiet

als een distel

klaproos

tulp

 

verdooft of wekt

wanneer je

 

in je stenen klokhuis zit

en het geschrevene

nog leeft

of niet

 

en vreemde grond en verse regen

voor je spreken gaan

of niet.

 

Je weet het niet.

 

 

 

Come on, baby, light my fire

 

Weeg deze koude hand, leg vingers

op een steen. Druk zwijgend

beide ogen toe.

 

Haal adem oeverloos en sla,

versplinter het gebit.

Verzink in mij.

 

Drink van dit bloed.

Eet van dit vlees.

 

 

 

Licht van de hoogtezon

 

Een pop die, draden

in de rug, een leven leidt

in vreemde hand.

 

Zo ligt, vlak bij de kloof,

het kleine hoofd. Zoekt naar

een verre ademtocht

en vindt.

 

Traag echter glijdt het lijf

verleiding in.

 

 

 

 

spinoy
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Ignatius Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007.

 

Uit: The Exploits and Adventures of Brigadier Gerard

 

You do very well, my friends, to treat me with some little reverence, for in honouring me you are honouring both France and yourselves. It is not merely an old, grey-moustached officer whom you see eating his omelette or draining his glass, but it is a fragment of history. In me you see one of the last of those wonderful men, the men who were veterans when they were yet boys, who learned to use a sword earlier than a razor, and who during a hundred battles had never once let the enemy see the colour of their knapsacks. For twenty years we were teaching Europe how to fight, and even when they had learned their lesson it was only the thermometer, and never the bayonet, which could break the Grand Army down. Berlin, Naples, Vienna, Madrid, Lisbon, Moscow—we stabled our horses in them all. Yes, my friends, I say again that you do well to send your children to me with flowers, for these ears have heard the trumpet calls of France, and these eyes have seen her standards in lands where they may never be seen again.

Even now, when I doze in my arm-chair, I can see those great warriors stream before me—the green-jacketed chasseurs, the giant cuirassiers, Poniatowsky's lancers, the white-mantled dragoons, the nodding bearskins of the horse grenadiers. And then there comes the thick, low rattle of the drums, and through wreaths of dust and smoke I see the line of high bonnets, the row of brown faces, the swing and toss of the long, red plumes amid the sloping lines of steel. And there rides Ney with his red head, and Lefebvre with his bulldog jaw, and Lannes with his Gascon swagger; and then amidst the gleam of brass and the flaunting feathers I catch a glimpse of him, the man with the pale smile, the rounded shoulders, and the far-off eyes. There is an end of my sleep, my friends, for up I spring from my chair, with a cracked voice calling and a silly hand outstretched, so that Madame Titaux has one more laugh at the old fellow who lives among the shadows.

 

 

 

doyle
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)

 

 

 

 

 

De Argentijnse dichteres Alfonsina Storni werd geboren in Sala Capriasca, Zwitserland op 22 mei 1892. Zie ook mijn blog van 22 mei 2007.

 

 

Little Little Man

 

Little little man, little little man,
set free your canary that wants to fly.
I am that canary, little little man,
leave me to fly.

I was in your cage, little little man,
little little man who gave me my cage.
I say "little little" because you don't understand me
Nor will you understand.

Nor do I understand you, but meanwhile,
open for me the cage from which I want to escape.
Little little man, I loved you half an hour,
Don't ask me again.

 

 

 

 

They've Come

 

Today my mother and sisters
came to see me.

I had been alone a long time
with my poems, my pride . . . almost nothing.

My sister---the oldest---is grown up,
is blondish. An elemental dream
goes through her eyes: I told the youngest
"Life is sweet. Everything bad comes to an end."

My mother smiled as those who understand souls
tend to do;
She placed two hands on my shoulders.
She's staring at me . . .
and tears spring from my eyes.

We ate together in the warmest room
of the house.
Spring sky . . . to see it
all the windows were opened.

And while we talked together quietly
of so much that is old and forgotten,
My sister---the youngest---interrupts:
"The swallows are flying by us."

 

 

 

 

alfonsina2a
Alfonsina Storni
(22 mei 1892 – 25 oktober 1938)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 22 mei 2007.

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904.

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren.

 

 

22-05-06

De Coninck, Spinoy en Pope


Herman de Coninck werd op 21 februari 1944 te Mechelen geboren. Na een periode als lesgever (1966-1970), onderbroken door zijn militaire dienst in Duitsland (1967), werd hij vanaf augustus 1970 redacteur bij het weekblad Humo. Samen met Piet Piryns verzamelde hij de voor dit blad verzorgde interviews in Woe is woe in de Nedderlens (1972). De Coninck werkte voor poëzie mee aan Ruimte, De Standaard en Tirade. In 1983 verliet hij het weekblad Humo om hoofdredacteur te worden van het Nieuw Wereldtijdschrift. De relativerende en vaak ironiserende gedichten in zijn debuut Lenige liefde (1969) verraden invloed van o.a. de Tirade-dichters. Voor zijn debuutbundel ontving De Coninck de Yang-prijs (1969) en de Prijs van de Provincie Antwerpen (1971).

Bundels: Zolang er sneeuw ligt (1975), Met een klank van hobo (1980, De hectaren van het geheugen (1985), De flaptekstlezer (1992), Intimiteit onder de melkweg (1994).

Prijzen: o.a. Prijs van de Vlaamse Provincieën (1978), Prijs van de Vlaamse Gids (1982), Campertprijs (1986), Gouden Uil (1995). Op 22 mei 1997 overleed De Coninck in de Portugese hoofdstad Lissabon tijdens een congres over literatuur plots aan een hartstilstand. Hij was 53 jaar oud.   

 

 

Sneeuwstorm

 

In mijn streek zegt men 'ver' in de zin van 
'bijna'. Het is al 'ver' winter. 
En zo ver is het inderdaad. Sneeuw is eeuwig leven 
op een wit blad zonder letters geschreven, 

niets is nog hier, alles is ginder. 
Zoals dat boerderijtje, tien vadem 
onder de sneeuw. Sneeuw doet het landschap 
wat longen doen bij het inhouden van adem, 

wat ik doe door niet te zeggen 
hoe ik me tastend op alle plaatsen 
en duizend keer per minuut en amechtig 

en toch zoekend en bijna plechtig, 
en lief en definitief, op jou wil neerleggen 
als sneeuw, van de eerste vlok tot de laatste.  

 

 

 

Poëzie

 

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:

zo helpt poëzie.     

 

 

Uit: Met een klank van hobo (1980) 

 

 

 

Herman de Coninck
(21 februari 1944 – 22 mei 1997)

 

Erik Spinoy (22 mei 1960) werkt als docent moderne Nederlandse literatuur aan de universiteit van Luik. Hij publiceerde eerder de gedichtenbundels De jagers in de sneeuw (1986, Vlaamse poëzieprijs), Susette (1990, Hugues C. Pernathprijs), Fratsen (1993) en De smaak ervan (1995) en Boze wolven (2002).

 

De muur

Een composthoop en, erboven,
slierten traag vervluchtigende rook. Op
het erf een kar met groenvoer. Groene halve
staldeuren. En op de strakke, spiegelende beek
lichtbruine vlekken, bladerdek. Roerloos

wou je zijn, onbewogen blijven. Maar het
is het rood, het rood van de klimop,
dat, hoe onmerkbaar ook, vijfhoekig blad
na blad verliest, en neervalt. Blik

na blik wordt alles weggeplukt, totdat
hij zelf verschijnt. De muur is
zuiver muur. Als hij zich toont,
zinkt ook je moed. Je kunt niet spreken

in zijn ondraaglijk gezicht. Je kunt pas spreken
na het camoufleren.


 

Isis en haar goddelijke vriendinnen

 

Van hoge rotsen druipt het
avondrood.

De wind waait

door uw kleren heen.

Het lied klinkt vals en

bodemloos.


Bij de citroenboom zingt een ezel uit

antieker tijd. Verblind is hij

waar hij gebiedt:


‘Knielt! Ik ben alles wat

ooit was en is en zijn zal.

Mijn sluier heeft geen sterveling gelicht.’


Waarop, verheven, niets gebeurt.

Geen voorhang scheurt.

Geen kruis wordt opgericht.  

 

 

Erik Spinoy         

 

 

              

Erik Spinoy (22 mei 1960)

 

De Engelse dichter Alexander Pope was een zoon van katholieke ouders en kreeg voornamelijk huisonderwijs. Hij had een zwakke gezondheid en, mogelijk als gevolg van tuberculose in zijn jeugd, een verstoorde lichaamsgroei. Hij werd slechts 1,37 m lang. Al sinds zijn twaalfde jaar schreef hij verzen, vaak imitaties van andere schrijvers. Zijn meest originele werk uit die tijd was Pastorals (1709).

Zijn eerste echt grote werk was An Essay on Criticism uit 1711. Andere bekende werken uit die tijd waren The Rape of the Lock (1712, herziene versie 1714) en zijn vertalingen van Homerus' Ilias en Odyssee (1715-1726). Deze laatste werken leverden hem het geld op om zich terug te kunnen trekken in een landhuis in Twickenham, waar hij de rest van zijn omvangrijke werk schreef.

Hij schreef voornamelijk in de vorm van 'heroic couplets': series van meestal tien-lettergrepige op elkaar rijmende regels. Hierin ontwikkelde hij zich tot een ware meester.

 

 

ODE ON SOLITUDE

Happy the man, whose wish and care
A few paternal acres bound,
Content to breathe his native air,
In his own ground.

Whose herds with milk, whose fields with bread,
Whose flocks supply him with attire,
Whose trees in summer yield him shade,
In winter fire.

Blest! who can unconcern'dly find
Hours, days, and years slide soft away,
In health of body, peace of mind,
Quiet by day,

Sound sleep by night; study and ease
Together mix'd; sweet recreation,
And innocence, which most doth please,
With meditation.

Thus let me live, unseen, unknown;
Thus unlamented let me dye;
Steal from the world, and not a stone
Tell where I lye.  

 

 

 

 

Alexander Pope (21/22 mei 1688 – 30 mei 1744)