02-09-17

Willem de Mérode, Eric de Kuyper, R.A. Basart, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Robert Habeck, Pierre Huyskens

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog

 

Zomers einde

Er is een groote regen losgekomen,
Zooals soms in ontruste nacht de droomen
Van een heel leven, saâmgedrongen
Tot één droom, door ons slapen zongen,
Zoo is de zomer in dit zware ruischen
Geperst, en spat uiteen en is gedaan.
Reeds morgen zullen wijd de hemelsluizen
Voor ’t plassen van het najaar openstaan.

De paden van den tuin zijn breede stroomen
Geworden, die door sprieterige zoomen
Gras van de meren zijn gescheiden:
De perken, waarin bloemen lijden.
Het struikgewas, verwirrewaaid, verpletterd,
Zwenkt treurig tallenkanten heen en weer.
En uit de hooge boomen kletst en klettert
Een bui dor hout en zwakke takken neêr.

Ten bongerd, hoeveel vruchten zijn ontvlogen
Aan ’t vast verband voor ongewisheids logen.
Zij lieten zekerheid van lot en voortbestaan
Om vrij, als vagebonden, dood te gaan.
Misschien dat straks de tuinman of zijn knapen
Hen, zwaar beschadigd, in hun manden rapen.
Maar ’t ooft, geduldig dragend tijd en duur,
Wordt rijp geplukt op ’t volslagen uur.

 

 

Je haar

Nu denk ik aan het geuren van je haren,
Toen ‘k mijn gezicht in ’t zijig goud verborg,
En als je handen dan met groote zorg
Voelden, hoe vreeselijk verward ze waren,

Lachte ik en liet mijn lippen zoetjes glijden
Langs ’t leuke kort gekroezel in je nek,
En zag, hoe lieflijk blozend elke plek
Werd, waar zij spelend eventjes verbeidden.

Elken dag is mij dit geluk geweest,
En als een zieke, die wel traag geneest,
Maar ’t frisscher bloed voelt door zijn leden stroomen,

Sterker van stuwing, al maar krachtiger,
Beheerscht mij heviger en machtiger
Het leven, dat ons samen heeft genomen.

 

 

Shakespeare

Hij kende ’t schoon beweeg van edelvrouwen,
Van koningen en dartel ambachtsvolk;
Van minnenden en sluipers met de dolk
In drukke stad en vredige landouwen.

Bij glans van maan en flakkrende flambouwen,
Onder den schijn van zon, in regenwolk,
Bij feest, op kerkhof, bij den heksenkolk,
Durfde hij levens wrevel aan te schouwen.

Hij proefde, walgelijk, de gal van kwaad,
Hij leed de kwaal van ontrouw en van haat,

En ter genezing werd hem ingeschonken
De liefde, en hij werd van liefde dronken.

En ’t eigen lijden en zijn zoet ontzetten
Verborg hij stil in stralende sonnetten.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Rond 1910

Lees meer...

02-09-16

Willem de Mérode, Eric de Kuyper, R.A. Basart, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog

 

De mandolinespeler

Bij den klank der klare mandoline
Zingt zijn warme stem den avond uit,
De verrukkingen om ongeziene
Weelden kwinklen in zijn zoet geluid.

Als een zoeklicht, uit zijn fulpen oogen,
Schiet hij, fel en vleiend, lonk en straal,
Dan, wijd open, onder donkre bogen,
Ziet-men in ziels gouden voorportaal.

Naar de heete hand van hun vriendinnen
Grijpen meisjes heftig, zalig bang.
Ach, zij zouden hem zoo graag beminnen,

Die hen zacht omstrikt met zijn gezang.
Maar geen gaat zijn zielsgeheimnis binnen,
Toeven zij ter gouden poort ook lang.

 

 

Apollon archaïque
Louvre

Het rood granietblok stond hoog opgericht
In ’t midden van de heete binnenplaats.
En in den steen, als in een droomgezicht,
Verscheen de jonge scherpte eens gelaats,

Dat onverbidlijk zich zijn blik toewendde.
Het gladde strakke lichaam scheen bereid
Den sprong te maken naar de manlijkheid
Die reeds een macht was in zijn smalle leden.

Zoo stond hij vele lange heete stonden.
En vele glansen hebben zich verbonden
Tot glimlach die zijn heele lichaam droeg.

Tot op een avond toen het bloed verstilde
De meester hem met welbewuste milde
En scherpe beitel uit het steenblok sloeg.”

 

 

Venezia

Hier heeft het leven nog den zachten glans
Van nutteloos in schoonheid te verstralen.
Wat laat de lucht hier zuiver ademhalen!
Op nieuw geluk geeft iedre dag een kans.

En zaalger is de nacht hier dan een mans
Gelaat, die van beminnen is doorvloten.
Siddrende bloem, fel uit het bloed ontschoten,
Trilt hoog des klokketorens roode lans.

Hier smaakt de ziel haar aarde- en hemelspijs:
Dogen, zij droomt voor uw verdroomd paleis;
Zij glijdt San Marco’s droom ootmoedig binnen.

Een gondel op het deinen van uw stroom,
O liefde, rijst zij zeer tevreden loom,
En zeer gelukkig, wijl zij mag beminnen

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Portrett door Johan Dijkstra, 1922.

Lees meer...

02-09-15

Willem de Mérode, Eric de Kuyper, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

De zaligen

De gele rozen lichten langs ‘t terras.
In diepe stoelen liggen zij te rusten,
de zaligen, die elkaar gelukkig kusten,
de toekomstlozen; heel hun leven was

een dringen naar de voorgeweten uren,
waar alles eensklaps in vergeten is;
‘t verwaait, nadat het stukgereten is,
hun oud bestaan; en nooit kan iets meer duren

naast dit verzonken zijn, dit niet meer wezen
deze gevaarlijk stille eeuwigheid,
dit weggevaagd zijn en te rust geleid,
waaruit zij langzaam, stil en moe verrezen.

De regen, een grijs kraalgordijn, een poos
zacht tikkelend, laat door zijn lauwe kieren
hen ‘t paradijs nog zien met zijn revieren,
achter de vlammen van de gele roos.

 

 

Jonathan

Zijn kleren had hij niet alleen geruild
en kostbaar wapentuig, maar ook zijn leven.
Hij had zijn wijsheid en zijn kracht gegeven
en wat in harts verholen diepten schuilt.

Voor simpele eenvoud, sterke aanhanklijkheên,
bood hij het de gebronsde jonge herder.
Die nam, en streed, en slingerde het verder
en trof Saul met de scherpgekante steen.

En Jonathan duldde het dubbel leed.
Hij dacht zijn vader hard en David wreed,
en kampte om ’t arm geluk van dood te zijn.

Bij ’t rijzen van de grijze schemervloed
gruwt David van de lauwe smaak van bloed,
en staart vol afschuw naar de rode wijn.

 

 

De seringen

Deze geuren zijn zo week als 't strelen
Van een hand door zijïg zachte haren.
O hun vleiïng die het bloed met zware
Slagen door de vingeren doet spelen

En dan zachtjes tempert tot bedaren.
En een vreemde droefheid glijdt met hele
Lichte aarzelingen in vervelen
Over, en een lusteloos strak staren.

O dit wreed genadeloze dringen
Van uw schone rouw, paarse seringen,
Tot ons denken, tot ons vlotte bloed,
Is gelijk een overmacht van minnen,
Die 't weerstreven der nerveuze zinnen
Sidderend zich onderwerpen doet.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Cover

Lees meer...

02-09-14

Eric de Kuyper

 

De Belgisch schrijver, filmregisseur, filmtheoreticus Eric de Kuyper werd geboren in Brussel, op 2 september 1942. Van jongs af aan was de Kuyper gepassioneerd door de wereld van de film, het ballet en de opera. In 1966 rondde hij succesvol een studie af aan het HRITCS, het Hoger Rijksinstituut voor Toneel- en Cultuurspreiding (het huidige RITS). Tussen 1965 en 1977 werkte hij voor de toenmalige BRT als verantwoordelijke voor de filmaankopen. Hij had er ook een programma De andere film waarin hij het accent legde op de experimentele film. In de jaren zeventig studeerde hij in Parijs, onder meer bij filosoof en semioticus Roland Barthes en bij linguïst en semioticus Algirdas Greimas. Hij heeft als docent filmtheorie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen lesgegeven tussen 1977 en 1986. In de jaren tachtig regisseerde hij vier films. De eerste, “Casta diva”, ontleende zijn titel aan een aria van Vincenzo Bellini. “Filmische hartstochten” is een studie van 1984 waarin hij de liefde in de Hollywoodfilm onder de loep neemt. Met het sterk autobiografische” Aan zee” debuteerde hij in 1988 als literair auteur. Dit werk werd gevolgd door een reeks elkaar vlug opvolgende boeken die voornamelijk op zijn Brusselse jeugd en op zijn talrijke verblijven bij en met familie in Oostende gebaseerd zijn. Ze geven hem een eigen plaats in de Nederlandstalige literatuur. Tegenwoordig is hij onderdirecteur van het Nederlands Filmmuseum. Talloze artikelen en essays over film, opera, dans en media (in vele Nederlandse maar ook Franse tijdschriften) staan op zijn naam. In november 2010 werd Eric de Kuyper de eerste writer in residence aan de Vrije Universiteit Brussel.

Uit: Aan zee

‘Er werd zonder oponthoud gespeeld van 's morgens vroeg tot 's avonds vlak voor het weggaan. Er moest afwisseling zijn (wat spelen we vandaag?), maar niet te veel. Meestal was het een groepsspel met een ingewikkelde en strategisch opgezette rol- en taakverdeling. Hij was nogal bedreven in zowel het opzetten, het uitvoeren als het tot een goed einde brengen van een spel. Enkele kinderen van de buren kwamen er omheen staan, en als ze maar de regels volgden en vooral in de verbeeldingswereld mee wilden, mochten ze meedoen. Hij was geen leider van clubjes, maar een ontwerper van een wereld waaruit de regels, taken en rollen automatisch volgden. Meestal kwamen ze pas laat in de middag goed op dreef. Dan was het net tijd om naar huis te gaan. ‘Maar we amuseerden ons juist zo goed...’ ‘Je speelt al de hele dag, nu zul je wel moe zijn’, zeiden de volwassenen, die maar niet begrepen dat soms een hele dag nodig was om te komen tot wat zij, kinderen, ‘echt spel’ noemden. De volwassenen hadden nu eenmaal geen benul van wat spelen was. Ze deden een uurtje of twee zo maar iets met een bal, en dan waren ze het moe en vonden ze dat ze voor de rest van de dag genoeg ‘gespeeld hadden. Ze wisten niet wat spelen was en hadden vaak begrip noch respect voor het spel.’
(…)

‘Onder het opschrijven beseft hij plots dat hij toen alle geheimen van het zand kende. Hij had zo'n vakmanschap ontwikkeld, dat hij in één oogopslag en met één tastend gebaar wist wat er die dag met het zand gedaan kon worden, welk spel er vanuit het zand kon ontstaan. Hij was een grote deskundige, en de overige kinderen op het strand deden een beroep op zijn deskundigheid om te weten welk spel er die dag gespeeld kon worden. (...) Hij vergiste zich zelden in zijn beoordeling. Daarom had hij ook succes bij de andere kinderen, die vertrouwen hadden in zijn spelafwikkeling, die nauw samenhing met zijn rake prognose.

 

 
Eric de Kuyper (Brussel, 2 september 1942)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: eric de kuyper, romenu |  Facebook |