29-08-17

Dolce far niente, Jennifer Grotz, Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, John Edward Williams, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn

 

Dolce far niente

 

 
Summer in the city (Cityscape 12) door Darren Thompson, 2012

 

 

Late Summer

Before the moths have even appeared
to orbit around them, the streetlamps come on,
a long row of them glowing uselessly

along the ring of garden that circles the city center,
where your steps count down the dulling of daylight.
At your feet, a bee crawls in small circles like a toy unwinding.

Summer specializes in time, slows it down almost to dream.
And the noisy day goes so quiet you can hear
the bedraggled man who visits each trash receptacle

mutter in disbelief: Everything in the world is being thrown away!
Summer lingers, but it’s about ending. It’s about how things
redden and ripen and burst and come down. It’s when

city workers cut down trees, demolishing
one limb at a time, spilling the crumbs
of twigs and leaves all over the tablecloth of street.

Sunglasses! the man softly exclaims
while beside him blooms a large gray rose of pigeons
huddled around a dropped piece of bread.

 

 
Jennifer Grotz (Canyon, 11 juli 1971)
Canyon, Randall County Courthouse. Jennifer Grotz werd geboren in Canyon.

Lees meer...

29-08-16

Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, John Edward Williams, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Frances Bellerby, Friedrich Treitschke

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog.

Uit:Geniaal debuut (Over S. Vestdijk: Een moderne Antonius)

“De verschijning van een zwijn moeten we wel aan de traditie toeschrijven die de duivel zich in zwijnsgestalte tegen Antonius doet aanvlijen, hoewel Dr. John B. Knipping ons in de Winkler Prins verzekert dat het integendeel op de voorspraak duidt van de heilige tegen veeziekten, voornamelijk tegen een in de 11e en 12e eeuw veel heersende pestsoort. De rest van de verschijningen moet aan de fantasie van de auteur worden toegeschreven. Elke bladzij, elke regel Vestdijk is direct te herkennen aan de wijze waarop beschrijvingen, ideetjes en onbeduidende détails onmiddellijk tot mooie groteske gedachtenconstructies voeren. Deze grotesken zijn in Een moderne Antonius niet langer illustratie, amusant randversiersel, maar vormen de inhoud zelf. En dat is jammer. Want in de romans, waar Vestdijk al eerder hallucinaties buiten de beschrijvingen deed voorkomen (Else Böhler, Fré Bolderhey) hadden die voor een niet-hallucinerend lezer toch altijd een duidelijke betekenis. Deze strekking is hier onzichtbaar. Hij zal er wel zijn. In zijn testament zal Vestdijk ons ongetwijfeld duidelijk maken hoe slim het allemaal was, hoe de oneven woorden in de oneven hoofdstukken een epos vormen, hoe het hele verhaal correspondeert met een nog onontdekt manuscript, maar wat hebben wij daaraan? Moet een boek dan een strekking hebben? Deze vraag betekent meestal: moet een boek alleen maar een strekking hebben? en het antwoord is dan: nee. Maar bij Vestdijk kregen wij altijd een goed verhaal, goed geschreven, met goede grapjes en daarboven op nog een strekking.
Was behalve de flap ook nog de auteursnaam weggevallen, dan kwam er: Een moderne Antonius is de beste Nederlandse roman uit 1960. Het is het lichtvoetig vertelde verhaal van een modern man, die door de duivel, in de persoon van een geheimzinnige dokter, met beproevingen wordt overladen, die hij door zijn redelijkheid overwint. Er komen enige prachtige bijfiguren in voor. Moderne verschijnselen, als verkeersbrigadiertjes en nozems, worden fraai getypeerd. Enkele scènes zijn uiterst komisch. De bouw (drie delen, ieder deel tien hoofdstukken van gelijke lengte) doet aan Vestdijk denken. Maar een vergelijking met de meester zou onbillijk zijn. De debutant heeft ons met Een moderne Antonius een geniaal blijk van zijn talent gegeven. Wij zien met grote verwachting naar een nieuw werk van hem uit.”

 

 
Hugo Brandt Corstius (29 augustus 1935– 28 februari 2014)

Lees meer...

29-08-15

Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, John Edward Williams, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Lukas Hartmann, Hermann Löns

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog.

Uit: Vestdijks nieuwe lichaamsdeel (Over De Ziener)

“Al eerder hebben lichaamsdelen een grote rol gespeeld in romans van Simon Vestdijk. En dan bedoel ik niet die menselijke organen die in al zijn boeken hun smeulende functie verrichten. Het menselijk gebit bijvoorbeeld, werd uitputtend behandeld in ‘Ivoren Wachters’, een boek dat geen tandarts ongelezen mag laten. Het mooist is het lichaamsdeel verwerkt in ‘De vijf roeiers’ waarin de menselijke hand het grondmotief is. Niet alleen wemelt het van de handen en handjes, maar ieder van de vijf roeiers wordt precies getypeerd door één vinger. En nu is de beurt dan aan het oog.
In een Noordelijk stadje, waarin we Weulnerdam kunnen herkennen, wordt, zoals we weten, veel gescharreld in portieken, gangetjes en op dijkhellingen. De hoofdpersoon Le Roy, de ziener, heeft een vrijetijdsbesteding gevonden in het begluren van deze vrijpartijen. Hij is dus een voyeur, maar geen gewone. Het is niet duidelijk of hij een lichamelijke bevrediging vindt in zijn kijkpraktijken. Bovendien aanvaardt hij stoïcijns de aframmelingen die hij zo nu en dan van zijn slachtoffers ontvangt, ook al is hij zeker geen masochist. Het meest afwijkende van deze voyeur is wel dat hij in staat is over zichzelf na te denken en er zo toe komt de consequenties uit zijn voyeursschap te trekken. Er zijn nu eenmaal geen Parijse etablissementen in zijn woonplaats zodat hij verzucht ‘in Holland moet je zelf voor die dingen zorgen’. Zo zien we hem dan ook in het eerste hoofdstuk een krankzinnig ingewikkelde intrige op touw zetten, die er toe moet leiden dat een dorpeling die door zijn toedoen in de stad een teleurstelling ondervindt, bij zijn meisje troost zal gaan zoeken. Alles is prachtig voorbereid en Le Roy kan zich de gang van zaken precies voorstellen. Maar zijn fout is dat hij dat ook doet en als ‘ziener’ al bij voorbaat geniet van het op hem af komen van de bedrogene. Le Roy begrijpt dat hij te ver is gegaan en dat de werkelijke uitvoering geen zin meer heeft, de brief die alles op gang moest brengen wordt verscheurd, de expositie is voltooid, en Le Roy begint zijn meester-intrige waaraan de rest van het boek is gewijd.
Hij verspreidt het gerucht dat een ongetrouwde lerares die bij zijn moeder kamers heeft gehuurd een verhouding heeft met een leerling. Dit is niet zo, maar leerling en lerares besluiten, o vreugde van Le Roy, het stadje te tonen hoe verkeerd hun verdenkingen wel zijn en zetten moedig hun ontmoetingen voort. En als het dan tegen het eind van het boek tot een gevoelsuitstorting komt (een magische liefdesvervulling door enkele aanraking, zoals Vestdijk ons dat de laatste tijd meer laat zien) verwondert het geen lezer, die de beuk opmerkte, waarin Le Roy zo goed kon klimmen en die bovendien de omslagtekening niet veronachtzaamde, waar een oog in een boom zit, dan verwondert het geen lezer dat De Ziener van deze scène getuige is.”

 

 

 
Hugo Brandt Corstius (29 augustus 1935– 28 februari 2014)

Bewaren

Lees meer...

29-08-14

Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Lukas Hartmann, Hermann Löns

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog

Uit: Alcohol en longkanker

“Het volkomen apocriefe verhaal waarin Galilei kleine en grote stenen van de toren van Pisa laat vallen staat niet in het NRC-stuk zelf, maar een grote foto van die toren met een (vallende?) vaas ernaast, als enige illustratie bij het artikel, doet ons het ergste vrezen. De valtheorie van Aristoteles (zware dingen vallen harder dan lichte) werd door Galilei niet verworpen door experimenteren, maar door een elegante redenering in de Discorsi, die nog steeds lezenswaard is. (Als het waar is dat een zware steen harder valt, hoe hard valt dan een zware steen vastgebonden aan een lichte? Enerzijds nog harder, omdat het geheel zwaarder is geworden. Anderzijds langzamer omdat de lichte steen remmend werkt. Een duidelijke contradictie dus.) Tot die conclusie kan men komen in de kelder van de Pisaanse toren, en het is een schandaal dat Aristoteles het niet bedacht heeft.
Galilei's terecht beroemde principe dat een bal na de eerste trap, als er verder geen krachten op werken, niet, zoals Aristoteles zegt, tot stilstand komt, maar altijd door blijft rollen, kan hij ook moeilijk met experimenteren ontdekt hebben. In Brechts volksdrama Galilei ziet men de held voortdurend zwetend met gewichten aan het werk, maar in werkelijkheid is er praktisch geen sprake van mechanica-experimenten, en als ze beschreven worden is het onwaarschijnlijk dat ze echt gedaan werden (zo beweert hij gezien te hebben dat lichte voorwerpen in het begin harder vallen dan zware teneinde tegelijkertijd op de grond aan te kunnen komen). Ik heb de grootste verering voor Galileo Galilei, maar het moet gezegd dat zijn valtheorie nog behoorlijk fout was.
Newton vond, alweer zonder jarenlang dingen te laten vallen (die appel lijkt me meer van bijbelse oorsprong), een gravitatietheorie die het eeuwenlang goed deed. Is het nu zo dat Einstein door experimenten vond dat Newtons wetten niet helemaal klopten, en maakte hij daarom een nieuwe theorie? Nee, net andersom: hij maakte een nieuwe theorie en baseerde daarop een enkele proef. De voorspelde buiging van lichtstralen was niet zozeer een bevestiging van zijn theorie als een mislukte verwerping. Maar de rol van experimenten (die nog steeds onontbeerlijk zijn) komt ter sprake in Hoe Het Wel Is.”

 

 
Hugo Brandt Corstius (29 augustus 1935– 28 februari 2014)

Bewaren

Lees meer...

29-08-13

Elma van Haren, Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Hermann Löns

 

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog en eveneens mijn blog van 29 augustus 2010.

 

 

Knipoog

 

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt 'Bezoek onze grotten!'
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

 

 

 

Hitte – 1

 

Mei:

lauw strijkijzer over een gebloemde beddesprei.

Neem nu de maat van je voetzolen

die kleine lichamelijke plek, waarop je gebouwd bent

en voel hoe los van de grond...

longen grijpen in de lucht

je handen moeten gevuld om je gewicht te beseffen

als je naakt over het satijn van het bed schuift

denkend aan een groot onaangedaan vossegezicht

slechts één keer aangeraakt

zijn lynxse ogen -

Met kracht stroomt het bloed

terug naar je voeten.

Duikelaar

altijd kom je weer recht!

Hoe dan plotseling

'Het is heel goed mogelijk!' afspringt van

'Zou het kunnen?' en

hoe 'Het kan!'

begint te bloemen

vanaf de beddesprei en die aarzelende knop

door zachte meiwind bestreken, uitgroeit tot de kelk:

'Het zal gebeuren, het is zo!'

en wachtend op dat moment, dat moment alleen

niets anders doen dan tevreden kijken

hoe geduldig de planten naar het zonlicht buigen

hoe beloftevol de was te drogen hangt.

 

 

 

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

Lees meer...

29-08-12

Maurice Maeterlinck, Elma van Haren, Hugo Brandt Corstius

 

De Belgische dichter en schrijver Maurice Maeterlinck werd geboren op 29 augustus 1862 in Gent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maurice Maeterlinck op dit blog.

 

 

Quinze Chansons

 

 

II

 

Et s'il revenait un jour

Que faut-il lui dire?

- Dites-lui qu'on l'attendit

Jusqu'à s'en mourir...

 

Et s'il m'interroge encore

Sans me reconnaître?

- Parlez-lui comme une sœur,

II souffre peut-être...

 

Et s'il demande où vous êtes

Que faut-il repondre?

- Donnez-lui mon anneau d'or

Sans rien lui répondre...

 

Et s'il veut savoir pourquoi

La salle est déserte ?

- Montrez-lui la lampe éteinte

Et la porte ouverte...

 

Et s'il m'interroge alors

Sur la dernière heure?

- Dites-lui que j'ai souri

De peur qu'il ne pleure...

 

 

 

V

 

Les trois sœurs aveugles

(Espérons encore)

Les trois sœurs aveugles

Ont leurs lampes d'or;

 

Montent à la tour,

(Elles, vous et nous)

Montent à la tour,

Attendent sept jours...

 

Ah ! dit la première,

(Espérons encore)

Ah ! dit la première,

J'entends nos lumières...

 

Ah ! dit la seconde,

(Elles, vous et nous)

Ah ! dit la seconde,

C'est le roi qui monte...

 

Non, dit la plus sainte,

(Espérons encore)

Non, dit la plus sainte,

Elles se sont éteintes...

 

 

 

Maurice Maeterlinck (29 augustus 1862 - 6 mei 1949)

Lees meer...

29-08-11

Elma van Haren, Herbert Meier, Jacques Kruithof, Djamel Amrani, Valery Larbaud

 

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2009 en ook mijn blog van 29 augustus 2010

 

 

Het liefhebbende

 

Het stak de kop op, toen een onverwachte zonneschijn
over de meubels viel, die al vijfentwintig jaar in de
kamer stonden.

Nu aangeraakt door de gestrekte wijsvinger van het
licht.
Ternauwernood verdroegen zij deze zachte
liefdesverklaring.
Ze wilden alleen donker, waarin welwillendheid,
mededogen voor hun brand- en mottengaatjes,
hun slijtage, hun verschoten kale plek.
Zij stonden met de ruggen naar elkaar, want

wanneer, na hoeveel jaren,
houdt het blozen eindelijk op?

Haastig begon ik met het bevrijden van een kleine plant,
door alle omstandigheden taai overeind gebleven.
Beloonde zijn niet-willen-sterven met ruimte en mest,
verwijderde hier en daar een witte ziekte,
ging met hem in het zonlicht staan en

voelde de dunne scheidingslijn tussen mijn handelen en
de het-zich-voltrekken-processen in mijn lichaam,
in- en uitvoer van zuurstof en stikstof,
de chemie van het voelen,
het kunnen denken.

Midden in de streep zonlicht met de tuimelende stofjes,
zag ik in de spiegel, los van mededogen en
welwillendheid,
mijn eigen omhulsel al tamelijk aangetast
zacht staan te glanzen met oplichtende kleur,
als werd ik nu op mijn beurt opgemerkt door de zon
omdat ik al die tijd gebleven was en
blozen kon bij de eerste de beste blijk
van willekeurige warmte.

Wat was toch deze chemie van voelen?
Dat koken vloeien glijden,
dat stomen branden bonzen...
Het stopte nooit.
Mijn hart hield niet op.
Doch misschien heeft het na zoveel jaren
niets meer met hartszaken van doen.
Wellicht is het de blikkerende pitbull in mij.

 

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

Lees meer...

29-08-10

Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Lukas Hartmann, Edward Carpenter, Elma van Haren, Herbert Meier, Jacques Kruithof, Djamel Amrani, Valery Larbaud

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 29e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Lukas Hartmann, Edward Carpenter

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 29e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag. 

 

Elma van Haren, Herbert Meier, Jacques Kruithof, Djamel Amrani, Valery Larbaud

 

29-08-09

Edward Carpenter, Elma van Haren, Jacques Kruithof, Djamel Amrani, Valery Larbaud


De Engelse dichter, schrijver en activist Edward Carpenter werd geboren op 29 augustus 1844 in Hove, in de buurt van Brighton. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2008.

 

 

Over the great city

Over the great city,
Where the wind rustles through the parks and gardens,
In the air, the high clouds brooding,

In the lines of street perspective, the lamps, the traffic,

The pavements and the innumerable feet upon them,

I Am: make no mistake--do not be deluded.

 

Think not because I do not appear at the first glance--because the centuries have gone by and there is no assured tidings of me--that therefore I am not there.

Think not because all goes its own way that therefore I do not go my own way through all.

The fixed bent of hurrying faces in the street--each turned towards its own light, seeing no other--yet I am the Light towards which they all look.

The toil of so many hands to such multifarious ends, yet my hand knows the touch and twining of them all.

 

All come to me at last.

There is no love like mine;

For all other love takes one and not another;

And other love is pain, but this is joy eternal.

 

 

 

 

 

Carpenter
Edward Carpenter (29 augustus 1844 – 28 juni 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Van Haren studeerde na haar gymnasiumdiploma aan de kunstacademie in 's-Hertogenbosch.  In 1988 debuteerde ze met de poëziebundel De reis naar het welkom geheten, die zeer lovend werd besproken en haar de C. Buddingh'-prijs opleverde. In 1989 verscheen de bundel De wankel die werd beschouwd als de bevestiging van haar talent. In 1991 volgde een derde bundel poëzie, Het schuinvallend oog, op de titelpagina aangeduid als ‘dagboekgedichten’. In haar bundel Zacht gat in broekzak (2006) zocht Van Haren de grenzen van Amsterdam op in het Oostelijk havengebied en IJburg om daar de constante verandering en versplintering van de waarneming onder woorden te brengen. In 1997 ontving Van Haren de Jan Campertprijs voor Grondstewardess (1996). Uit haar bundel Eskimoteren (2000) werd het gedicht ‘Het schitterende’ gekozen als één van de beste gedichten van het jaar 2000.

 

 

 

Gezegdes leren

 

Ik heb een kat in de zak gekocht

en toen hij eruit kwam, was het

een prachtige perzische kater.

 

Ik heb een gegeven paard in de bek gekeken

en het ivoor van de tanden was zo stralend wit,

dat een hele do-re-mi er vanaf pingpongde.

 

Ik heb de pels verkocht voordat de beer geschoten was

en met duizend euro cash in het handje

danste ik weg in het donker.

 

Maar toen heb ik Rik een riem

onder het hart gestoken en plotseling

riep hij au! en hapte naar adem.

 

Haalde ik voor Carla de kolen

uit het vuur en brandde zomaar

gaatjes in haar nette lichtblauwe jurk.

 

Heb ik voor Klaas een kuil gegraven en

tot mijn grote verbazing,

kukelde hij er nog in ook!

 

Gelukkig blijft dor dik en dun

Jantje van Leiden mijn allerbeste vriendje.

Omdat we elkaars schoenen passen,

trekt hij vaak de mijne aan

en ik graag die van hem.

 

 

 

 

VanHaren
Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Jacques Kruithof werd geboren in Rotterdam op 29 augustus 1947. Kruithof leidde aspirant-leraren op in het literatuuronderwijs. In De bewoonde wereld (1972) behandelde hij de interpretatie van poëzie. Zegge en schrijve (1974) gaf essays over Anton Koolhaas en ook schreef hij over Robert Musils De man zonder eigenschappen (De rijkdom van het onvoltooide, 1988) en Marcel Prousts A la recherche du temps perdu (Gezicht op Proust, 1993). In zijn pamflet Je moet niet doen of alles hetzelfde is (2006) nam Kruithof scherp stelling tegen de tendens om in de cultuur geen onderscheid meer te maken naar wat "hoog" of "laag" is, voor de massa of het geletterde publiek. Zijn kritieken verschenen in Vrij Nederland en Nieuw Wereldtijdschrift. Zijn (overwegend historische) romans konden zich niet verheugen in een groot publiekssucces. Voor de essaybundel Vingeroefeningen (1981) ontving hij de Jan Greshoffprijs 1982.

 

Uit: Een ‘mooi warm wicht’

 

„Voor zulke lezers is de Mei vanzelfsprekend een klassieke tekst, buiten kijf ‘het centrale meesterwerk van Tachtig’, volgens Garmt Stuiveling. Toch wil het spraakgebruik ook in ruimere kringen van enigszins geletterden dat het gedicht een historisch fenomeen is, dat merk je aan het lidwoord. Je hebt het over dè Mei, en daar hoeft niet eens ‘van Gorter’ aan toegevoegd te worden, net zoals dè Hamlet het zonder Shakespeare en dè Gysbreght het zonder Vondel kan stellen. Lidwoord en anonimiteit markeren de status van een tekst als onaantastbaar erfdeel, wat er verder nog over te doen mag zijn.

Toch moet deze zelfde Mei ooit een gedicht geweest zijn dat op scherp stond, dat tegenspraak en bijval ondervond, waar menigeen zich werkelijk druk over maakte. Het ging, honderd jaar geleden, immers om een experiment: van een jonge dichter met zijn ongewisse talent natuurlijk, maar ook met de poëzie en met de denkbeelden over poëzie van zijn tijd.

Zo'n proefneming is onvermijdelijk altijd, heel of half bewust, zowel een spel (in de zin van Huizinga) als een polemiek (die dikwijls in dezelfde zin een spel is). Uit brieven van Gorters moeder valt op te maken dat zij de verschijning van de eerste zang in De Nieuwe Gids reeds als polemisch beschouwde, als in haar wereld eigenlijk ‘not done’. Aan dit lieflijke gedicht kon men zich indertijd blijkbaar de vingers branden - ik probeer uit te zoeken waarom.

Ik geef hier van de Mei geen samenvatting: dat heeft die kleine Tachtiger Hein Boeken al eens onnavolgbaar gedaan: ‘de natuur met goden erin’. Een royaler uittreksel zou ook een hele opgave zijn, want, zoals een mij onbekende grapjas zijn oordeel en een wel vaker gehoord bezwaar bondig in een rijmpje heeft neergelegd:

 

 De Mei van Gorter

 Kon best wat korter.

 

Deze opinie berust overigens op een misvatting. Een kortere Mei zou precies dat magere verhaaltje geweest zijn, waarover men Gorter wel de mantel uitgeveegd heeft, ‘onduidelijk en verward’, ‘onvast van lijnen’, om met die Van Hall te spreken. ‘Een schamele geschiedenis’, meent zelfs de bewonderaar J.C. Brandt Corstius, een geschiedenis die ‘vaag en onvast’ is, volgens Gorter zelf. Maar dat deert niet, juist door de overvloed aan beschrijvingen, beelden en aanstekelijk plezier in de natuur en het dichten daarover. Het is als met de Matthäus-Passion, die men oneerbiedig samen kan vatten als: ‘zo, die hangt weer’, volgens een bekende zangeres. Maar in een half uur krijg je dat echt niet voor elkaar.“

 

 

 

 

Kruithof
Jacques Kruithof (29 augustus 1947 – 7 maart 2008)

 

 

 

 

 

De Algerijnse dichter en schrijver Djamel Amrani werd geboren in Sour El-Ghozlane op 29 augustus 1935. In 1952 vestigde zich zijn familie in Algiers. In 1956 nam hij deel aan de studentenstaking. In 1957 werd hij tijdens de slag om Algiers gearresteerd en gefolterd. Familieleden van hem werden gedood. Na zijn vrijlating werd Amrani uitgewezen naar Frankrijk. In zijn eerste boek Le Temoin berichtte hij in 1960 over zijn ervaringen. Na zijn terugkeer naar Akgerije presenteerde hij later programma’s over poëzie op televisie. In 2004 ontving hij uit handen van de Chileense president Ricardo Lagos de Pablo Neruda-Medaille.

 

 

Lettres Jaunies

 

Salut lettres jaunies de ma mélancolie 

Salut à toi mon jasmin, ma lumière rendue légale

multicolore, inexorable

plus profonde que mon avant-pudeur

qu'une insulte insolvable.

Salut eau brûlante de ma révolte

réveil en miettes de mon brise-coeur

Et gloire à vous tendresse abyssales

flammes charnelles de la raison

pain de l'innocence et du regret

encens de crépuscule.

Et pourtant encore, pourtant je tremble

de chimères

comme l'heure avance languide

à cause du flou des inquiétudes.

 

 

 

 

 

Ravi d'aise

 

Ravi d'aise au jour de ton corps

je t'appelle

jusqu'aux racines de mon mal

jusqu'au leure pactisé.

J'accepte de ne pas toujours te saisir

et te suivre, mais je t'appelle.

Je t'extirpe des clameurs en rotation

Tu es mon tout

ma floraison ma tunique d'ascète.

Tu es ma dent déchaussée

et tu coupes ma vie en deux

Toi mon vaisseau céleste

errant parmi les lunes

Toi mon ciel à la puissance zéro

à la main chaude à la douceur de lait. 

 

 

 

 

 

 

amrani
Djamel Amrani (29 augustus 1935 – 2 maart 2005)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en criticus Valery Nicolas Larbaud werd geboren op  29 augustus 1881 in Vichy.  Zijn vader had een handel in Vichy-water, waar hij rijk mee werd. Na de dood van zijn vader ontving Larbaud via zijn moeder een ruim maandgeld. Larbaud studeerde Engels en Duits en maakte vele reizen. Meer dan door zijn eigen werk is Valery Larbaud van belang voor de Franse literatuur omdat hij zijn hele leven wijdde aan het lezen en bekend maken van boeken uit andere literaturen. Hij kende uitstekend Engels, Spaans en Italiaans en heeft tientallen auteurs vertaald of laten vertalen, bij uitgevers gebracht, tijdschriftartikelen over ze geschreven en ze in Frankrijk bekend gemaakt.

 

Uit: Fermina Márquez

 

  « Elle abaissait ses regards sur sa gorge nue ; elle se contemplait allongée dans sa robe splendide, elle admirait la petitesse de ses pieds cambrés. N’est-elle pas, elle aussi, digne du roi de son cœur ? - Les heures de la nuit ont un aspect romanesque. Deux heures de l’après-midi est prosaïque, presque vulgaire; mais deux heures du matin est un aventurier qui s’enfonce dans l’inconnu. Et cet inconnu, c’est trois heures du matin, le pôle nocturne, le continent mystérieux du temps. On en fait le tour ; et si on croit l’avoir traversé jamais, on se trompe, car bientôt quatre heures du matin arrive sans que vous ayez surpris le secret de la nuit. Et le petit jour strie déjà les volets de ses baguettes bleues parallèles.
    Maintenant, lorsque Fermina Márquez paraissait sur le perron du parloir, à Saint-Augustin, il y avait à peine deux heures qu’elle était levée, et ses beaux yeux battus se fermaient à l’éclat trop vif du soleil. Mais sa démarche était plus noble, plus triomphale que jamais. Elle se montrait avant que les élèves eussent quitté le réfectoire, tout exprès pour agacer Santos, qui, ayant déjeuné en grande hâte, et étant obligé de rester à son banc, trépignait d’impatience, prêt à bondir dehors, aussitôt les grâces dites.
    Comme il nous paraissait heureux ! Nous savions qu’il portait, enroulé à son poignet droit et dissimulait sous sa manchette, un ruban de ses cheveux, qu’elle lui avait donné. En sorte que nous ne lui serrions pas la main, et que nous ne frôlions pas son bras droit sans éprouver un sentiment de respect : ce ruban rendait sacrée la personne de Santos.
    Ils se promenaient sur la terrasse. Elle lui avait permis de fumer en sa présence : la fumée de ses cigarettes, à lui, avait une odeur si bonne, si réconfortante ! Elle l’aspirait avec délices. Elle levait les yeux vers lui, avec une expression de gravité et d’admiration. Elle était contente d’être un peu moins grande que lui. Tout ce qu’il disait la touchait, la rendait joyeuse, la caressait.
    Une ou deux fois, ils invitèrent Demoisel à venir goûter avec eux dans le parc. Nous le vîmes aussi dans la grande allée : ils marchaient en avant du groupe formé par Mama Doloré, Pilar, Paquito Márquez ; Santos était à gauche, et Demoisel à droite de Fermina. Le nègre se tenait bien droit et portait haut la tête ; il semblait à la fois fier et très intimidé. De loin on voyait le blanc de ses yeux bouger, dans son visage noir, luisant. Sa tenue était irréprochable. Lui aussi était América
in. »

 

 

 

 

vlarbaud
Valery Larbaud (29 augustus 1881 – 2 februari 1957)

 

 

21-06-06

Sartre, Gerbrandy en van Haren

 

De Franse schrijver en filosoof Jean Paul Sartre werd geboren op 21 juni 1905 in Parijs. Hij volgde middelbaar onderwijs op het Henri IV Lyceum in Parijs, waar hij Paul Nizan leerde kennen. Van 1922 tot 1924 doorliep hij de voorbereiding op het Louis-de-Grand lyceum. In 1924 werd hij toegelaten aan de École normale supérieure. Daar ontmoette hij Simone de Beauvoir, die zijn levensgezellin werd. Na een aanvankelijke uitsluiting werd hij in 1929 toegelaten tot de studie filosofie. Sartre was een tijd leraar in het Franse middelbaar onderwijs, maar hij is nooit universiteitsprofessor geweest. Dat wilde hij ook niet. Hij publiceerde filosofische essays en ontwikkelde zich als voortrekker van het toenmalige Franse existentialisme. Tegelijkertijd raakte hij publiekelijk bekend door zijn roman La Nausée (1938), novelles (Le Mur 1939) en theaterstukken (Les Mouches 1943). Daarmee won hij een groot publiek voor zijn ideeën; hij kon zijn intellectuele imago tevens gebruiken om zich uit te spreken inzake politieke kwesties.

 

Citaten: 

 

« Il y a deux espèces de pauvres, ceux qui sont pauvres ensemble et ceux qui le sont tout seuls. Les premiers sont vrais, les autres sont des riches qui n'ont pas eu de chance. « 

(Le diable et le bon dieu, p.122, Folio n° 52)

 

« Pas besoin de gril : l'enfer, c'est les Autres.»

(Huis Clos, Livre de Poche n° 1132, p.75)

 

« L'homme n'est rien d'autre que son projet, il n'existe que dans la mesure où il se réalise, il n'est donc rien d'autre que l'ensemble de ses actes, rien d'autre que sa vie. « 

(L'existentialisme est un humanisme, p.55, Éd. Nagel, 1968)  

 

 

 


Jean-Paul Sartre (21 juni 1905 -  15 april 1980)

 

 

De twee dichters op Poetry International die vandaag live via internet te zien waren:

 

De Nederlandse dichter Piet Gerbrandy is classicus, dichter en essayist. Ook schrijft hij beschouwingen voor De Groene en poëziekritieken voor de Volkskrant. Zijn debuut Weloverwogen en onopgemerkt werd bekroond met de Van der Hoogtprijs 1997; Nors en zonder haten werd genomineerd voor de VSB poëzieprijs.

 

 

Zes vrouwen delven een hol

 

De hut van de eerste? Kast in een muur

leger in kindhoge netels haar brieven

dwaaltuin van lagen papier met een lint.

 

De tweede beschouwde nacht als dag

hulde haar denderend lijf in dekens achtte geen

pad haar voeten waardig dan rails.

 

Een kus van de derde bracht schade toe

aan haar lippen die proefden van al wat aarde

voortbracht het keurden versmaadden.

 

De vierde was eenoog in maanden van licht

van vlekloos het goede betrachten in krap

ledikant voor tederheid bittere ernst werd.

 

Wie was vijf dan het wicht zonder oren?

Dan wie niet in zijn kon geloven? Niet

wist van geboorte ontdane beloften van pijn?

 

Onbeholpen tastte straks de hand van de laatste

onder dierloos tentdoek naar zaklamp

om te zien of woorden woorden bleven.

 

Zes weduwen dragen de kist.




© 2001, Piet Gerbrandy
Uit: De zwijgende man is niet bitter
Meulenhoff, Amsterdam, 2001

 

 


Piet Gerbrandy (Den Haag, 17 september 1958)

 

 

De Nederlandse dichteres Elma van Haren werd geboren in Roosendaal. Op haar zeventiende behaalde Van Haren haar gymnasiumdiploma, daarna studeerde ze vijf jaar aan de kunstacademie in Den Bosch en vertrok korte tijd later naar Amsterdam.
Elma van Haren debuteerde in 1988 met de bundel De reis naar het welkom geheten, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie. In 1997 ontving ze de Jan Campert-prijs voor haar bundel Grondstewardess. Het gedicht ‘Het schitterende’ uit de bundel Eskimoteren werd gekozen als een van de drie beste gedichten van 2000.
Van Harens poëzie kenmerkt zich door los rijm en een eigenzinnige typografie, alsof impressies en fragmenten op willekeurige wijze met elkaar verbonden zijn.

 

 

Er was eens…

 

 

Zuiver belletjesschrift; zeepbel,

                                                          tinkelende bellenblazerij.

De lucht vol grijze vochtigheid,

een nevellucht boven blauwe velden met

             een gloeiende kern van aandachtig licht

             dat probeert door te breken.

Dan vallen er gaten in de lucht, verglaasd van kou,

elke glinstering om je heen een brandend wit.

Zeepbellen, samengebald tot iets dat zich op wil richten;

             een messcherpe gedachte,

             zonder hart en tong en handen.

 

Die ’s nachts door het open raam

langs je gezicht komt waaien als een vrieskou,

waarin een brandgeur hangt.

                                                                       Indringend.

Een ijskoude brandlucht.

Ergens moet vuur woeden, ergens

stijgt een kolom hitte op die niet meer kan dalen,

             vanwege de koude zware lucht eronder.

 

De dag daarop voel je een PING!

als je in iemands ogen kijkt en

             de kassa springt open.

Daar ligt al het goud en zilver te rinkelen.

Je kan het zo pakken, maar het vervaagt,

wanneer het in je handpalm ligt,

             want licht in de morgen is dik en wit

             met onverbloemd zicht op wat levend is.

 

Nu probeer je er alleen ’s nachts naar te raden.

Je kunt het ruiken, je meent dat het beweegt.

Donker is heimelijk en al wat

steels is maakt het steelser

(en angsten scherper, pijn gemarmerd),

             maar dit grenzeloze tovert de ruimte open,

             wijd en weidser en al wat je ooit voor ogen zag,

             of in je handen had of dacht of sprak,

             zal onbesproken blijven,

             want plaatsgevonden heeft het niet.





© 2005, Elma van Haren
Uit: Zacht gat in broekzak

 De Harmonie, 2005

 

 


Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)