27-04-13

Astrid Roemer, Hovhannes Shiraz, August Becker, Edwin Morgan, Jules Lemaître

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer  werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog..

 

Uit: Maar een struisvogel kan hard lopen, mam

 

“Op straat gebeurde wat alle dagen onopgemerkt gebeurt: vrouwen, mannen en voertuigen in beweging - ze verdwenen net zo snel uit het zicht als zij er in schoven. Maar het raam gaf weinig uitzicht en de ramen van het huis waar ze tegenaan keek waren gesloten gebleven. Net als haar eigen ramen thuis. Dicht. Potdicht. En hermetisch gesloten zouden ze blijven ook tot ze lucht had gegeven aan haar eigen interieur. Het was een opslagruimte geworden. Ze had er zoveel opgestapeld al die jaren. Er waren zelfs dingen bij die ze totaal was vergeten ook al voelde ze hun gewicht toenemen. Bezwaren hadden haar binnenkant volledig gevuld.

De laatste tijd had ze ademhalingsmoeilijkheden, maagklachten, kuitkramp, buikloop en sinds kort steken in de borst. En zij was niet van plan zich door gekanker te laten overwoekeren - nooit. Daarom bleef ze in deze kamer zitten op dit ontwapenende uur van de donderdag.

Uitzonderlijk is het niet. Om haar heen kronkelden relaties troosteloos verder en werden er kinderen grootgebracht op stabiele puinhopen. Het echt-paren was met de tijd een serieus spel geworden: schaak, mat - schaak, mat en daartussen het geblokkeerde veld waar vooral de kinderen de hoofdrol in speelden - schaak, mat.

Haar eigen zoons bij voorbeeld. Soms vroeg ze zich verbijsterd af waar ze in 's hemelsnaam vandaan waren gekomen: de oudste, ogend als hij - alwetend en onverschillig en zijn vierjarig broertje dat haar lichaam nog niet was ontgroeid. En de abortus. Eenmaal. Tweemaal. Driemaal. Omdat zij geen zin had in nog meer kroost.

Omdat zij maar geen vat kon krijgen op zijn liefdesleven. De laatste keer had hij haar ronduit bespot omdat ze weer tegen haar zin en ondanks haar spiraaltje zwanger was geworden en hij had er manisch op gestaan zijn nakomeling te houden - desnoods alleen maar om aan wederzijdse vrienden en familie te bewijzen dat er nog vruchtbaar gevrijd wordt tussen ons, had hij gelachen.”

 

 

 

Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

In 1990

Lees meer...

27-04-12

Astrid Roemer, Hovhannes Shiraz, August Becker, Jules Lemaître, Edwin Morgan

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer  werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog..

 

 

Hoeveel huid heb je
maagdelijk gehouden om te strelen
om ook mij te warmen
hoeveel zicht heb je nog
op de donkere kamer van je
 archief waarin sporen van ons en
reikt je gehoor ver genoeg om te ervaren
dat alles eindeloos beweegt van mij af
sinds ik naar jou

toe nou: ruik het bloed dat spat uit mijn
zevenmijlslaarzen
de verbloemde adem van nog een gloed-
nieuwe dag te lang
monddood

ach ik weet het, mijn lief: je hebt
de smaak te pakken gekregen van een bestaan
dat je tegen-
staat weiger
niet als slotstuk nog mij te
beproeven.

 

 

 

frustratie

 

spiraal van leven

maakt me

lang

doorzichtig

dun

ik glijd poreuze

vlakten

in

bloedrode misdaad

gelige liefde

zwarte wanhoop

zilveren

korruptie

poreus leven

ik

zonder bloed

zonder ziel

geen doel

gemaakt door

spiraal van leven

begrijp alles

kan leven

 

 

 

 

Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

Lees meer...

27-04-11

Edwin Morgan, Cecil Day Lewis, August Wilson, Fethullah Gülen, Martin Gray

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008 en ook mijn blog van 27 april 2009 en ook mijn blog van 27 april 2010.  Edwin Morgan overleed op 19 augustus van het afgelopen jaar op 90-jarige leeftijd..

 

 

The Demon Sings

 

O to be an angel

Do whatever you're told

Preen each other's wingtips
Grin your set of gold

 

I'd rather be a demon

Ploughing through the glaur

Whistling to my fellows

What against is for

 

Against is not for nothing

Against is drive a nail

Against is draw a crown down

Fill a quaich with hail

 

So hail to all high water

The maelstrom and the pit

You'll never hear a harpstring

If we can smuggle it

 

Away from the high heavens

And tease it out to bind

Every gasping evangelist

Right out of his mind

 

For we are merry dancers

Through curtains of the dark
Feel us hear us fear us

When the dark begins to spark!

 

 

 

 

The Macaw

 

A singing macaw called Novello

Kept calling his blue feathers yellow.

'No, I'm not colour-blind,

For it's all in the mind,

Like the deep green voice of my cello.'

 

 

 

 

Edwin Morgan (27 april 1920 -19 augustus 2010)

 

 

Lees meer...

27-04-10

Edwin Morgan, Cecil Day Lewis, Martin Gray, August Wilson, Fethullah Gülen


De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008 en ook mijn blog van 27 april 2009. Edward Morgen viert vandaag zijn 90e verjaardag.

 

 

At Eighty

 

Push the boat out, compañeros,
push the boat out, whatever the sea.
Who says we cannot guide ourselves
through the boiling reefs, black as they are,
the enemy of us all makes sure of it!
Mariners, keep good watch always
for that last passage of blue water
we have heard of and long to reach
(no matter if we cannot, no matter!)
in our eighty-year-old timbers
leaky and patched as they are but sweet
well seasoned with the scent of woods
long perished, serviceable still
in unarrested pungency
of salt and blistering sunlight. Out,
push it all out into the unknown!
Unknown is best, it beckons best,
like distant ships in mist, or bells
clanging ruthless from stormy buoys.

 

 

 

 

The Loch Ness Monster's Song

 

Sssnnnwhuffffll?

Hnwhuffl hhnnwfl hnfl hfl?
Gdroblboblhobngbl gbl gl g g g g glbgl.
Drublhaflablhaflubhafgabhaflhafl fl fl –
gm grawwwww grf grawf awfgm graw gm.
Hovoplodok – doplodovok – plovodokot-doplodokosh?
Splgraw fok fok splgrafhatchgabrlgabrl fok splfok!
Zgra kra gka fok!
Grof grawff gahf?
Gombl mbl bl –
blm plm,
blm plm,
blm plm,
blp.

 

 

 

 

morgan_edwin
Edwin Morgan (Glasgow, 27 april 1920)

 

 

 

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008 en ook mijn blog van 27 april 2009.

 

 

 

The House Where I Was Born

 

An elegant, shabby, white-washed house

With a slate roof. Two rows

Of tall sash windows.  Below the porch, at the foot of

The steps, my father, posed

In his pony trap and round clerical hat.

This is all the photograph shows.

 

No one is left alive to tell me

In which of those rooms I was born,

Or what my mother could see, looking out one April

Morning, her agony done,

Or if there were pigeons to answer my cooings

From that tree to the left of the lawn.

 

Elegant house, how well you speak

For the one who fathered me there,

With your sanguine face, your moody provincial charm,

And that Anglo-Irish air

Of living beyond one’s means to keep up

An era beyond repair.

 

Reticent house in the far Queen’s County,

How much you leave unsaid.

Not a ghost of a hint appears at your placid windows

That she, so youthfully wed,

Who bore me, would move elsewhere very soon

And in four years be dead.

 

I know that we left you before my seedling

Memory could root and twine

Within you.  Perhaps that is why so often I gaze

At your picture, and try to divine

Through it the buried treasure, the lost life –

Reclaim what was yours, and mine.

 

I put up the curtains for them again

And light a fire in their grate:

I bring the young father and mother to lean above me,

Ignorant, loving, complete:

I ask the questions I never could ask them

Until it was too late.

 

 

 

 

Lewis
Cecil Day Lewis
(27 april 1904 – 22 mei 1972)

Portret door Frank Ernest Halliday, 1936

 

 

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver August Wilson (eig. Frederick August Kittel) werd geboren op 27 april 1945 in Pittsbugh. Zie ook mijn blog van 27 april 2008 en ook mijn blog van 27 april 2009.

 

Uit: Fences

 

„TROY: I fooled them, Rose. I bunted. When I found you and Cory and a halfway decent job . . . I was safe. Couldn’t nothing touch me. I wasn’t gonna strike out no more. I wasn’t going back to the penitentiary. I wasn’t gonna lay in the streets with a bottle of wine. I was safe. I had me a family. A job. I wasn’t gonna get that last strike. I was on first looking for one of them boys to knock me in. To get me home.

 

ROSE: You should have stayed in my bed, Troy.

 

TROY: Then when I saw that gal . . . she firmed up my backbone. And I got to thinking that if I tried . . . I just might be able to steal second. Do you understand after eighteen years I wanted to steal second.“

 

 

 

Wilson
August Wilson (27 april 1945 – 2 oktober 2005)

 

 

 

 

De Turkse prediker, schrijver en dichter Fethullah Gülen werd geboren in Korucuk, Erzurum, op 27 april 1941. Zie ook mijn blog van 27 april 2008 en ook mijn blog van 27 april 2009.

 

 

Dreams

 

When realities are too dark to endure, dawn comes in dreams.
The spirit wanders through night to find a way out
toward that which it seeks and longs for.
It travels with the hope of recovering what it lost.
When realities are too dark to endure, dawn comes in dreams.

There is a cold war between realities and imaginings.
I travel from the reason to the heart until bereft
of power to distinguish the hopeful among hopeless causes.
When events begin to drive me to give up hope.
There is a cold war between realities and imaginings.

Dreams are always vivid, full of color.
Therein man looks deep into unfathomed oceans,
beholds the past, the far future and what is near to come,
what is old and about to be replaced or renewed.
Dreams are always vivid, full of color.

In darkness man suffers the extreme of loneliness.
When everything turns pale in the dead hours of night,
when mouths are tight-lipped as if zip-fastened,
he wishes to sprout wings and fly to the realms beyond.
In darkness man suffers the extreme of loneliness.

 

 

 

 

fethullah_gulen
Fethullah Gülen (
Korucuk, 27 april 1941)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Martin Gray werd geboren als Mietek Grayewski in Warschauop 27 april 1922. Zie ook mijn blog van 27 april 2009.

 

Uit: Der Schrei nach Leben

 

So träumte ich fast jede Nacht, und der Traum ließ mich aufschrecken, ich träumte nicht mehr. Ich erinnere mich an jenen Morgen; mit offenen Augen sehe ich die Szene in der Gesia-Straße wieder: Wir alle tragen die Armbinde, es ist eine jüdische Straße. Der Lastwagen mit den Soldaten biegt ein, wahr-scheinlich fährt er zum Pawiak-Gefängnis, er durchrast die Gesia-Straße: Leute schreien, sie springen in Hauseingänge, ich ebenfalls, und der Lastwagen fegt im Zickzack die Straße leer. Später liegt an einer Mauer ein zerquetschter Mann, die Arme noch zum Schutz erhoben.
Sie hatten jetzt auch die Zwangsarbeit eingeführt, die jüdischen Schulen geschlossen; man sah Kinder mit nackten Füßen auf dem Glatteis betteln. Banden junger Polen schrien durch die Straßen: "Es lebe Polen ohne Juden!" - "Wir wollen Polen judenfrei!" Sie waren mit Stöcken bewaffnet, zertrümmerten die Scheiben jüdischer Geschäfte, schlugen Juden auf den Kopf, immer zu mehreren gegen einen.“

 

 

 

martingray

Martin Gray (Warschau, 27 april 1922)

 

 
Zie voor nog meer schrijvers van de 27e april ook
mijn vorige blog van vandaag.

27-04-09

Edwin Morgan, Cecil Day Lewis, Astrid Roemer, August Wilson, Martin Gray, Fethullah Gülen, Hans Bemmann, Mary Wollstonecraft, Hovhannes Shiraz, August Becker, Jules Lemaître


De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008.

 

 

Strawberries

 

There were never strawberries

like the ones we had

that sultry afternoon

sitting on the step

of the open french window

facing each other

your knees held in mine

the blue plates in our laps

the strawberries glistening

in the hot sunlight

we dipped them in sugar

looking at each other

not hurrying the feast

for one to come

the empty plates

laid on the stone together

with the two forks crossed

and I bent towards you

sweet in that air

in my arms

abandoned like a child

from your eager mouth

the taste of strawberries

in my memory

lean back again

let me love you

 

let the sun beat

on our forgetfulness

one hour of all

the heat intense

and summer lightning

on the Kilpatrick hills

 

let the storm wash the plates

 

 

 

 

 

Glasgow Sonnet I

 

A mean wind wanders through the backcourt trash.

Hackles on puddles rise, old mattresses

puff briefly and subside. Play-fortresses

of brick and bric-a-brac spill out some ash.

Four storeys have no windows left to smash,

but the fifth a chipped sill buttresses

mother and daughter the last mistresses

of that black block condemned to stand, not crash.

Around them the cracks deepen, the rats crawl.

The kettle whimpers on a crazy hob.

Roses of mould grow from ceiling to wall.

The man lies late since he has lost his job,

smokes on one elbow, letting his coughs fall

thinly into an air too poor to rob.

 

 

 

 

 

Morgan
Edwin Morgan (Glasgow,  27 april 1920)

 

 

 

 

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008.

 

 

Come, live with me and be my love

 

Come, live with me and be my love,

And we will all the pleasures prove

Of peace and plenty, bed and board,

That chance employment may afford.

 

I’ll handle dainties on the docks

And thou shalt read of summer frocks:

At evening by the sour canals

We’ll hope to hear some madrigals.

 

Care on thy maiden brow shall put

A wreath of wrinkles, and thy foot

Be shod with pain: not silken dress

But toil shall tire thy loveliness.

 

Hunger shall make thy modest zone

And cheat fond death of all but bone –

If these delight thy mind may move,

Then live with me and be my love.

 

 

 

 

 

Where Are The War Poets ?

 

They who in folly or mere greed

Enslaved religion, markets, laws,

Borrow our language now and bid

Us to speak up in freedom’s cause.

 

It is the logic of our times,

No subject for immortal verse –

That we who lived by honest dreams

Defend the bad against the worse.

 

 

 

 

 

Lewis
Cecil Day Lewis
(27 april 1904 – 22 mei 1972)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook mijn blog van 27 april 2007 en ook mijn blog van 27 april 2008.

 

Uit: Over de gekte van een vrouw

 

„Ik ben Noenka, wat betekent: Niet Weer. Geboren uit twee tegenstellingen, een vrouw en een man die zelfs mijn dromen opentrekken. Ik ben vrouw, ook al weet ik niet waar het begint en waar het vrouw-zijn ophoudt, en in de ogen van anderen ben ik zwart en iedere keer wacht ik af wat dat betekent.”

(...)

 

Mama, mag ik houden van een vrouw. Mag ik een substituut zoeken voor de liefde die ik van jou kreeg? Moet ik het wezen ontwijken dat mij het meest vertrouwd is ? Moeder van me: ben ik de dochter die je gedroomd hebt of ben ik de dochter die droomt.? […..] Mama, nergens kan ik een substituut vinden voor jouw liefde dan in het hart van een andere vrouw. Ik weet het, er is geen vervanging voor het ware en het ware is geen vlees maar geest. Maar sinds Gabrielle deel is van mijn bestaan heb ik geen onvrede meer. Ik weet het: er zijn grenzen, maar zijn die er ook voor liefde.”

 

 

 

Roemer
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver August Wilson (eig. Frederick August Kittel) werd geboren op 27 april 1945 in Pittsbugh. Zie ook mijn blog van 27 april 2008.

 

Uit: Joe Turner’s Come and Gone

 

“The roots is a powerful thing. I can fix it so one day he’ll walk out his front door . . . won’t be thinking of nothing. He won’t know whatit is. All he knows it that a powerful dissatisfaction done set in his bones and can’t nothing he do make him feel satisfied. He’ll set hisfoot down on the road and the wind in the trees be talking to him and everywhere he step on the road, that road’ll give back your nameand something will pull him right up to your doorstep. Now, I can do that. I can take my roots and fix that easy. But maybe he ain’tsupposed to come back. And if he ain’t supposed to come back . . . then he’ll be in your bed one morning and it’ll come up on him thathe’s in the wrong place. That he’s lost outside of time from his place that he’s supposed to be in. Then both of you be lost and trappedoutside of life and ain’t no way for you to get back into it. Cause you lost from yourselves and where the places come together, whereyou’re supposed to be alive, your heart kicking in your chest with a song worth singing.”

 

 

 

august-wilson
August Wilson (27 april 1945 – 2 oktober 2005)

 

 

 

 

 

De Turkse prediker, schrijver en dichter Fethullah Gülen werd geboren in Korucuk, Erzurum, op 27 april 1941. Zie ook mijn blog van 27 april 2008.

 

 

A Song for Spring

 

Time passes, you see all at once it is spring-time

With roses in bloom, nightingales singing, tulips cover all land.

 

Flowers breathe in profusion of color and fragrance,

Birds fly, insects spring enraptured with songs of spring.

 

Trees branch and leaf, swaying winds carry afar the perfumed air,

A dance of ecstasy rhythm animates all living things.

 

In such a setting death appears with a smile of hope:

for springtime is a light veil over the face of Paradise.

 

Whoever can raise this veil can find the Eternal One,

Transported within from this-to other-worldliness.

 

Let others complain how remote eternity is, how impossible to attain:

How can they be concerned who have attained it in themselves?

 

Let others complain how the world has shrunk and suffocates.

Those who believe will find everywhere spacious without space:

 

Whoever seeks peace can find it only in belief;

But only those moved by belief can understand this.

 

As the gaze moves on all those beauties of spring, themselves

Are drunk on messages contained in spring stroll at ease in Paradise.

 

What is death to them except dropping in soil like seeds,

To revive as sweet-blossoming, fruit-promised trees.

 

 

 

 

fethullah_gulen
Fethullah Gülen (
Korucuk, 27 april 1941)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Martin Gray werd geboren als Mietek Grayewski in Warschauop 27 april 1922. Gray is in 1943, dus gedurende de Tweede Wereldoorlog, als één van de zeer weinigen er in geslaagd te ontsnappen uit het vernietigingskamp Treblinka. In zijn boek 'Au nom de tous les miens' beschrijft hij zijn leven. Het boek gaat over de Tweede Wereldoorlog, waar hij de concentratiekampen overleeft, en over het familiedrama dat hem later overkomt tijdens een bosbrand. In totaal schreef Gray 12 boeken. Zijn laatste boek heet Au nom de tous les hommes (Uit naam van alle mensen). Twee van de 12 boeken van Gray zijn autobiografieën. Het eerste boek Uit naam van al de mijnen beschrijft de tijdspanne: 1922 (geboorte) – 1970. Het tweede boek La vie renaitra de la nuit (Nederlandse vertaling: Na de nacht het leven) behandelt de tijdspanne: 1970 – 1977.

 

Uit: Au Nom de Tous les Miens

 

„Je suis né avec la guerre. Les sirènes ont hurlé, les bombardiers passaient au ras des toits, leur ombre glissait sur la chaussée, dans les rues les gens couraient prenant leur tête entre les mains.
Je suis né avec la guerre : nous dévalons l'escalier vers la cave, les murs tremblent et le plâtre par plaques blanches tombe sur nos cheveux. Ma mère est toute blanche, mes yeux brûlent, des femmes crient. Puis s'établit le silence précédant les klaxons des pompiers et à nouveau les cris des femmes.
C'est septembre 1939 : les mois de ma naissance véritable. Des quatorze années qui précèdent ces jours je ne sais presque plus rien. Je ne peux même pas fouiller en moi, je ne veux pas. A quoi bon rappeler ce temps de la douceur ? Nous courions dans les rues derrière les droshkas jusqu'à la place de la Vieille-Ville au coeur de Varsovie. Mon père me prenait par la main et nous allions jusqu'à l'usine. Les machines venaient d'Amérique : il me montrait, gravés dans l'acier, le nom de la firme et la ville, Manchester, Michigan. Je marchais fièrement près de mon père entre les machines. Mon père passait un bas ou un gant dans sa main. Il me faisait déchiffrer la marque, 7777, notre marque, et nous étions les associés d'une grande usine, nous vendions des bas, et des gants dans toute la Pologne, à l'étranger, et j'avais aussi des parents aux Etats-Unis, une grand-mère qui habitait New York.“

 

 

 

MartinGray
Martin Gray (Warschau, 27 april 1922)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Hans Bemmann werd geboren op 27 april 1922 in Groitzsch nabij Leipzig. Hij studeerde vanaf 1940 eerst medicijnen in Wenen, maar ruilde de studie na een tijd in voor germanistiek en muziekwetenschap. Daarna werkte hij jarenlang als lector bij verschillende uitgeverijen en als docent bij een bibliothecarisopleiding. In 1961 debuteerde hij onder het pseudoniem Hans Martinson met het verhaal Jäger im Park. In 1983 kwam de doorbraak met de sprookjesachtige roman Stein und Flöte, een jaar later gevolgd door de roman in brieven Erwins Badezimmer.

 

Uit: Stein und Flöte

 

"Man kann wohl sehen, dass es dein Kind ist", sagte sie, denn das Kind war am ganzen Körper mit einem pelzigen Flaum überzogen. "So", sagte der Große Brüller mit seiner dröhnenden Stimme und nahm den Sohn auf seine Arme. "Sieht man das ? Und warum brüllt er nicht ?" "Merkwürdig", sagte die Hebamme, "mir hat die ganze Zeit über etwas gefehlt. Jetzt weiß ich's, da du es sagst: er brüllt nicht. Sieh ihn doch an. Er schaut aus, als ob er lauscht." "Ein Kind muß brüllen" sagte der Vater befremdet. "Laß ihn doch", sagte die Hebamme- " Wer brüllt, hört nicht gut. Laß ihn nur lauschen."

 

 

 

 

bemman150
Hans Bemmann (27 april 1922 – 1 april 2003)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster en feministe Mary Wollstonecraft werd geboren in Hoxton (nu Londen) op 27 april 1759. Na een jeugd vol zorg voor diverse zieke familieleden en de dood van een goede vriendin (Fanny Blood), schreef zij, om de ouders van de laatste te ondersteunen, een kort geschrift, Thoughts on the Education of Daughters (1785), dat haar tien pond opleverde. Dit bracht haar op de gedachte meer te gaan schrijven om daarmee in haar levensonderhoud te voorzien. Ze werd gouvernante voor de dochters van de Ierse burggraaf Lord Kingsborough en schreef Mary, a Fiction, grotendeels gebaseerd op de herinneringen aan haar overleden vriendin. Terug in Londen nam ze het schrijven serieus ter hand, wat leidde tot de publicatie van een kinderboekje, Original Stories from Real Life. Voor haar uitgever deed ze ook vertaalwerk en maakte bewerkingen, stelde een bloemlezing samen, en schreef artikelen voor zijn tijdschrift 'Analytical Review'. In 1789 werd ze gegrepen door de revolutionaire ontwikkelingen in Frankrijk en in 1792 vertrok ze naar Parijs om de Franse Revolutie van nabij mee te maken. Haar vertrek was wellicht tevens het gevolg van de vernedering die ze opliep toen de schilder Johann Heinrich Füssli haar voorstel om een driehoeksverhouding (hij was immers getrouwd) te beginnen afwees. In dat jaar schreef ze haar bekende feministische werk A Vindication of the Rights of Woman. Mary Wollstonecraft stierf in 1797 na de geboorte van haar dochter Mary, de latere vrouw van de dichter Shelley en schrijfster van de klassiek geworden roman Frankenstein.

 

Uit:  A Vindication of the Rights of Woman

 

I now speak of women who are restrained by principle or prejudice; such women, though they would shrink from an intrigue with real abhorrence, yet, nevertheless, wish to be convinced by the homage of gallantry that they are cruelly neglected by their husbands; or, days and weeks are spent in dreaming of the happiness enjoyed by congenial souls till their health is undermined and their spirits broken by discontent. How then can the great art of pleasing be such a necessary study? it is only useful to a mistress; the chaste wife, and serious mother, should only consider her power to please as the polish of her virtues, and the affection of her husband as one of the comforts that render her task less difficult and her life happier. But, whether she be loved or neglected, her first wish should be to make herself respectable, and not to rely for all her happiness on a being subject to like infirmities with herself.

 

 

 

 

Wollstonecraft
Mary Wollstonecraft (27 april 1759 – 10 september 1797)

Kopie van John Keenan naar een schilderij van John Opie

 

 

 

 

 

De Armeense dichter Hovhannes Shiraz werd geboren op 27 april 1915 in Alexandropol in het toenmalige Russische rijk (tegenwoordig Gyumri). Zijn eerste werk Het begin van de lente werd gepubliceerd in 1935. Van de schrijver Atrpet kreeg hij de bijnaam "Shiraz". Hij studeerde aan de universiteit van Yerevan en aan het Gorki Instituut in Moskou.

 

 

MIRACLE NUMBER 1

 

In my dreams my door was knocked at,

"Who is it?" I asked from inside.

Some elderly lady from the outside

Answered and said, "I'd sacrifice myself for you."

 

"I've come to ask for a piece of bread as charity

I'm a poor orphan woman with no one to support me."

At this point I opened my door immediately,

Only to find a miracle; it was my deceased mother indeed!

 

I was shocked but fell into her arms;

And my mother said, "It's me, it's me,

I've come to try you and to check on you.

I hope life hasn't changed your spirit and also you?!"

 

I came in the form of a beggar

So that the whole world can be a witness

To see if your conscience, my dear son,

If your conscience also died along with me?!"

 

 

 

Vertaald door Daniel Janoyan

 

 

 

 

 

shiraz1
Hovhannes Shiraz (27 april 1915 – 14 maart 1984)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver August Becker werd geboren op 27 april 1828 in Klingenmünster. Na een studie geschiedenis in München werkte hij er voor verschillende kranten. Van 1859 tot 1864 was hij redacteur van de Münchner Isar-Zeitung. In 1868 trok hij naar Eisenach. Hij debuteerde in 1854 met het versepos Jung-Frieder der Spielmann.

 

Uit: Die Nonnensusel

 

Am anmutigsten entfaltet sich die Mitte dieser Landschaft, das Klingbachtal, durch das von der Hauptbahn aus ein Postomnibus bis in meinen Geburtsort führt. Wer aber eine besondere Fußwanderung antreten will, steige in Bergzabern aus dem Zuge der hier endenden Zweigbahn, und wandere hügelauf, hügelab nordwärts nach dem von den Ruinen Landeck, Madenburg und Neukastel überragten Flecken Klingenmünster. Es ist nur eine Stunde Weges durch Weinberge, kastanienumschattete Hohlwege, Fruchtfelder und Wiesengründe.

Viel tausendmal bin ich diese Straße hin und her gewandert; in jungen Jahren täglich zweimal mit dem Schulränzel auf dem Rücken, um in der Heimat des kräuterkundigen Tabernaemontanus, wo schon die Römer ihre Bergschenken hatten, in das Idiom Cäsars und Xenophons eingeweiht zu werden. Von jeder Höhe, über welche die Straße führt, hatte ich den Anblick des blauen Schwarzwaldes, der, aus dem dunklen Grenzforst der Rheinebene aufsteigend, den Horizont als hohe Gebirgsmauer abschließt. Die Goldammern auf den Schlehdornzweigen, die schnurrende Wachtel am Wiesengraben, der schmetternde Buchfink auf dem Mandelbaum, der oft schon unter Schneeflocken seine Blütenpracht in den kahlen Reben entfaltete, waren mir vertraute Erscheinungen. Kaum bückte ich mich mehr nach den Walnüssen im Straßenstaub, oder im falben Herbstlaub der Hohlwege nach den geplatzten Stachelhülsen der Edelkastanien, die man hier »Kästen« heißt.„

 

 

 

 

Becker
August Becker (27 april 1828 – 23 maart 1891)

Standbeeld in Klingenmünster

 

 

 

 

 

Rectificatie:

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 april (en niet februari) 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook mijn blog van 27 februari 2007.

 

Uit: Edmond et Jules de Goncourt

 

„Un tel genre de talent ne peut s'appliquer tout entier, on le comprend, qu'à la peinture des choses vues, de la vie moderne, surtout parisienne. Cinq des romans de MM. de Goncourt, sur six, sont des romans parisiens. Leur objet, c'est «la modernité», laquelle est visible surtout à Paris. Ce néologisme s'entend aisément ; mais ce qu'il représente n'est pas très facile à déterminer, car le moderne change insensiblement, et puis ce qui est moderne est toujours superposé ou mêlé à ce qui ne l'est point ou à ce qui ne l'est déjà plus. La modernité, c'est L d'abord, si l'on veut, dans l'ensemble et dans le détail de la vie extérieure, le genre de pittoresque qui est particulier à notre temps. C'est ce qui porte la date d'aujourd'hui dans nos maisons, dans nos rues, dans nos lieux de réunion. L'habit noir ou la jaquette des hommes, les chiffons des femmes, l'asphalte du boulevard, le petit journalisme, le bec de gaz et demain la lumière électrique, et une infinité d'autres choses en font partie. C'est ce qui fait qu'une rue, un café, un salon, une femme d'à présent ne ressemblent pas, extérieurement, à une femme, à un salon, à un café, à une rue du XVIIIe, ou même du temps de Louis-Philippe. La modernité, c'est encore ce qui, dans les cervelles, a l'empreinte du moment où nous sommes ; c'est une certaine fleur de culture extrême ou de perversion intellectuelle ; un tour d'esprit et de langage fait surtout d'outrance, de recherche et d'irrévérence, où domine le paradoxe, l'ironie et «la blague», où se trahit le fiévreux de l'existence, une expérience amère, une prétention à être revenu de tout, en même temps qu'une sensibilité excessive ; et c'est aussi, chez quelques personnes privilégiées, une bonté, une tendresse de cœur que les désillusions du blasé font plus désintéressé, et que l'intelligence du critique et de l'artiste fait plus intelligente et plus délicate… La modernité, c'est une chose à la fois très vague et très simple ; et l'on dira peut-être que la découverte de MM. de Goncourt n'est point si extraordinaire, qu'on avait inventé «le moderne» bien avant eux, qu'il n'y faut que des yeux.“

 

 

 

 

 

Lemaitre
Jules Lemaître (27 april 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

27-04-08

August Wilson, Astrid Roemer, Edwin Morgan, Cecil Day Lewis, Fethullah Gülen


De Amerikaanse toneelschrijver August Wilson (eig. Frederick August Kittel) werd geboren op 27 april 1945 in Pittsbugh als het vierde van zes kinderen. Zijn vader was bakker en zijn moeder poetsvrouw. Wilson was de enige zwarte student aan de Central Catholic High School in 1959.. Dreigementen en pesterijen maakten het hem onmogelijk om er te blijven. Hij maakte later zo’n uitputtend gebruik van de Carnegie Library om zich zelf te onderwijzen dat zij hem er een graad voor verleenden. Voordat hij succes oogstte in de jaren tachtig werkte Wilson als bordenwasser, tuinier en verkoper. Voor Fences (1985) en voor The Piano Lesson (1990) kreeg hij de Pulitzerprijs. Acht van zijn stukken werden opgevoerd op Broadway. Wilson stierf al op 60 jarige leeftijd aan kanker.

 

Uit: Breaking Down Fences: A Tribute to August Wilson door Dave Zirnin

 

“Fences takes place in the 1950s and revolves around the larger than life personality of Troy Maxson. Troy is a 53 year old garbage collector in Pittsburgh, fiercely proud of his ability to put food on his family,s table and a humble roof over their head. He is also someone whose life has been deeply scarred by the world of professional sports. Troy was a great Negro League baseball star who looks back on his experience with pride but also with a pulsing, breathing, resentment that he was locked out of Major League Baseball,s money and fame

 

His friend Bono says, "Ain,t but two men ever played baseball as good as you. That,s Babe Ruth and [Negro League legend] Josh Gibson. Them,s the only two men ever hit more home runs than you. Troy responds by saying, "What it ever get me? Ain,t got a pot to piss in or a window to throw it out ofTake that fellow playing right field for the Yankees back then Selkirk. Man batting .269. What kind of sense that make? I was hitting .432 with 37 home runs. Man batting .269 and playing right field for the Yankees! I saw Josh Gibson,s daughter yesterday, she walking around with raggedy shoes on her feet. Now I bet you Selkirk,s daughter ain,t walking around with raggedy shoes on her feet! I bet you that!

 

Troy was strangled by the Major League color line and wears those scars proudly, but he also beats those around him with his sense of failure, turning his scars into whips. He reserves special abuse for his seventeen-year-old son, Cory, who has the opportunity to get a college football scholarship. While everyone else encourages Cory, Troy refuses to sign off on his own son,s scholarship. When Cory begs him to change his mind Troy says, "The white man ain,t gonna let you get no where with that football no way. You go on and get your book learning so you can work yourself up in that A&P or learn how to fix cars or build houses or something, get you a trade. That way you have something can,t nobody take away from you,. You go on and learn how to put your hands to some good use, besides hauling people,s garbage.

 

As Cory exits, choking back tears, Rose, asks, "Why don,t you let that boy go ahead and play football. Troy? Ain,t no harm in that. He,s just trying to be like you with the sports. "I don,t want him to be like me!" Troy answers in a rage. "I want him to move as far away from my life as he can get. You the only decent thing that ever happened to me. I wish him that. But I don,t wish a thing else from my life. I decided seventeen years ago that boy wasn,t getting involved in no sports. Not after what they did to me in the sports.”

 

 

 

august-wilson-1
August Wilson (27 april 1945 – 2 oktober 2005)

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook mijn blog van 27 april 2007.

 

Uit: Maar een struisvogel kan hard lopen, mam

 

Ze durfde nauwelijks op te kijken wanneer het geroezemoes van personen haar weer stoorde. Ver van de deur was ze gaan zitten - het eerste kwartier weggezakt achter een ochtendblad waar ze niets in zag dan haar eigen gedachten. Maar die waren onvermijdelijk geworden. Hoewel ze de kaken met kracht dichthield hoorde ze haar eigen stem herhaaldelijk hetzelfde verhaal opdreunen. Alsof ze de beheersing van haar zinnen was kwijtgeraakt. Alsof ze een tijdbom was.

Daarom zat ze in deze kamer - haar onrust was te groot geworden om thuis op te bergen en te gevaarlijk om zomaar de ruimte te geven.

Ze was benieuwd hoe ze er onder deze omstandigheden uitzag. Met zoveel chaos van binnen lukte het haar gewoon nooit haar buitenkant in ogenschouw te nemen. Dan vermeed ze spiegelende oppervlakken en de ogen van vrienden en naaste familie zoveel mogelijk.

Aan de muren van deze kamers hingen kalenders waarop Aziatisch halfnaakt. Op de onderhouden parketvloer lag een vlak diepgroen kleed. De stoelen waren van gladgewreven hout. De tafeltjes rotan met ontspiegeld glas.

Voorzichtig en ietwat beschaamd liet ze haar blik ook gaan naar de mensen: twee mannen die met elkaar spraken en een vrouw die apart zat. De heren hadden schoenen aan met te hoge blokhakken. Geen sokken. Eén had een reeks onzuivere plooien in zijn grijze broek. De andere barstte bijna uit zijn jeans. Blijkbaar hadden ze geen bijtende gevoelsproblemen want ze aten op hun gemak diverse harde puntbroodjes bakkeljauw op, zonder te knoeien.

De dame glimlachte steeds bemoedigend naar de koutende mannen en samenzweerderig naar haar. Alsof zij er niet zelf zat voor rechtshulp!

Daarom vouwde ze met veel misbaar de krant dicht, stak haar nietig reukorgaan de ruimte in en snoof intens, want moed had zij inderdaad genoeg en vooral van het soort dat haar altijd-altijd weer in zijn armen had gedreven.”

 

 

 

 

Roemer
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

 

 

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook mijn blog van 27 april 2007.

 

 

My Visit to St Petersburg

 

Gentlemen – oh and ladies, please forgive me! 
I have been too many years in the army.
But that’s all in the past now. Here I am
With a gathering of my friends in this good old house.
We are cosy, are we not? Let it roar outside,
Our coals and candles, sofas, drinks replenished
Are like a magic cave where all that lacks
Is tales to tell, to startle, tales to match
The flickering shadows. My mind is full,
My memories are sharp and clear, I tell it
As it was. Judge if you will, listen you must.
Truth gives a tongue the strength of ten. 
Well then,
I begin! One tingling day in December
I was skelping along towards St Petersburg
On a one-horse sledge, as they do in that country, 
When a large lean cold and hungry wolf
Slunk out of the forest behind me and ran
Panting to overtake us. This was not good!
I pressed myself flat on the sledge until whoosh –
The wolf leapt over me and sank its jaws 
Into my horse’s hindquarters. Sorry, horse!
But that is what saved me. Now hear more.
The famished wolf went crazy, burrowing,
Munching, slurping deep into the horse
Till only its rump was showing. I rose up,
Quickly gave it the mother of all whacks
With the butt-end of my whip; the horse
Was now pure wolf, the carcass fell to the ground;
The wolf was in its harness, galloped forward
Slavering and howling till we reached St Petersburg.
The crowds that came out! You’ve no idea.
They clapped, hooted, whistled, rocked and laughed.
Great entrance to a great city, don’t you think? 

 

 

 

 

The Poet in the City

 

Rain stockaded Glasgow; we paused, changed gears, 
found him solitary but cheerful in
Anniesland, with the cheerfulness you’d win,
we imagined, through schiltrons of banked fears.
The spears had a most sombre glint, as if
the forced ranks had re-closed, but there he wrote
steadily, with a peg for the wet coat
he’d dry and put on soon. Gulls cut the cliff
of these houses, we watched him follow them
intently, see them beat and hear them scream
about the invisible sea they smelt
and fish-white boats they raked from stern to stem
although their freedom was in fact his dream
of freedom with all guilts all fears unfelt. 

 

 

 

 

 

edwin_morgan
Edwin Morgan (Glasgow,  27 april 1920)

 

 

 

 

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Zie ook mijn blog van 27 april 2007.

 

The Volunteer

 

Tell them in England, if they ask,
What brought us to these wars,
To this plateau beneath the night's
Grave manifold of stars -
It was not fraud or foolishness,
Glory, revenge, or pay:
We came because our open eyes
Could see no other way.

 

 

 

The conflict

 

I sang as one

Who on a tilting deck sings

To keep their courage up, though the wave hangs

That shall cut off their sun.

 

As storm-cocks sing,

Flinging their natural answer in the wind's teeth,

And care not if it is waste of breath

Or birth-carol of spring

 

As ocean-flyer clings

To height, to the last drop of spirit driving on

While yet ahead is land to be won

And work for wings

 

Singing I was at peace,

Above the clouds, outside the ring;

For sorrow finds a swift release in song

And pride it's poise

 

Yet living here,

As one between two massing powers I live

Whom neutrality cannot save

Nor occupation cheer.

 

Nor such shall be left alive:

The innocent wing is soon shot down,

And private stars fade in the blood-red dawn

Where two worlds strive.

 

The red advance of life

Contracts pride, calls out the common blood,

Beats song into a single blade

Makes a depth-charge of grief.

 

Move then with new desires,

For where we used to build and love

Is no man's land, and only ghosts can live

Between two fires.

 

 

Lewis
Cecil Day Lewis
(27 april 1904 – 22 mei 1972)

 

 

De Turkse prediker, schrijver en dichter Fethullah Gülen werd geboren in Korucuk, Erzurum, op 27 april 1941. Hij is de leider van de Gülen beweging in Turkije. Zijn critici enerzijds, beschuldigen hem van illegale activiteiten die tot doel hebben de seculiere republiek Turkije omver te werpen, terwijl zijn volgelingen hem anderzijds roemen als een belangrijke islamgeleerde met (liberale) ideeën. Na uitzonderlijke eindexamenresultaten kreeg hij in 1959 een vergunning van de staat om (als imam) te preken en werd hem kort daarna een betrekking in Izmir, de derde grootste provincie in Turkije, aangeboden. Al snel begon hij zijn levensdoel vorm te geven en de basis van zijn gehoor uit te breiden. In zijn toespraken en lezingen benadrukte hij nijpende sociale kwesties met als doel om jonge mensen aan te moedigen intellectuele verlichting te combineren met verstandige spiritualiteit en een zorgzaam, menselijke activisme. Gülen spreekt door middel van de media tot een veel grotere afspiegeling van mensen. Hoewel hij een zeer bekende publieke verschijning is, heeft hij zich altijd verre van de officiële politiek gehouden. Zijn bewonderaars worden wereldwijd op miljoenen geschat. Hij heeft meer dan 40 religieuze boeken geschreven (waarvan de meeste in Turkije bestsellers zijn geworden), honderden artikelen, talrijke essays en gedichten,  en de meeste van zijn toespraken zijn op audi- en videocassettes opgenomen.

 

 

The Cry of the Nightingale

 

The moment when flowers are dancing,

The nightingale sings in gardens secluded.

Each of its tunes sounds like the whistling wind

To those seen as foreigners in their native land.

It cries like my ceaseless wails and laments,

Each resonates, high and low through slopes.

 

 

It bemoans all night until the sun rises,

Each breath comes out as a burning sigh.

On virgin trees untouched by man’s hand,

It groans unceasingly for a lifetime,

And sheds tears, full of grief; but who is there

To appreciate it, to sympathize with its pains?”

 

 

 

 

fethullah_gulen
Fethullah Gülen (
Korucuk, 27 april 1941)

 

 

 

27-04-07

Astrid Roemer, Edwin Morgan, Cecil Day Lewis


De Surinaamse schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. In 1966 vertrok zij naar Nederland, maar zij keerde terug naar haar geboorteland om daar te werken als onderwijzeres. In 1975 vestigde zij zich opnieuw in Nederland. Zij debuteerde in 1970 onder het pseudoniem Zamani met de poëziebundel Sasa Mijn actuele zijn. De in 1974 verschenen roman Neem mij terug Suriname werd in Suriname uitermate populair. Hij geeft een klassieke emigrantenthematiek: de ontheemding van een Surinamer in Nederland en zijn terugverlangen. Met de novelle De wereld heeft gezicht verloren (1975) hield Roemer zich voor het eerst bezig met wat later haar hoofdproblematiek zou worden: het mysterie van het vrouw-zijn.

 

Uit: Lola of het lied van de lente

 

“Haar ogen gaan naar de klok die precies boven het voeteneinde van het ledikant hangt - ze neemt de tijd en het bijbelwoord van de dag mee uit de slaapkamer. Niets bedenkt ze om het citaat heen - het is reeds duidelijk zoals het er staat en net zo onontkoombaar als het feit dat het acht uur is.

Terwijl ze een vierkante tafel met de zijkant van een hand stofvrij maakt, laat ze het gezicht van het bezoek toe: een vrouwenhoofd, ovaal en op de bekende plekken bijgesteld met kosmetika. Hoewel ze in de loop van veertig jaar honderden soorten heeft aangestaard kan zij zich vrij precies herinneren bij welk gezicht een bepaalde kwestie hoort. De vrouw die voor twee uur geboekt staat heeft een konflikt met haar zoon, betreffende een identiteitsprobleem - volgens de huisdokter. Met de vlakke hand strijkt ze het kleed glad over de tafel; het is smetteloos wit en stijf gestreken als een linnen servet. Uit de la van een hoog wandmeubel trekt ze een stofdoek; ze slaat hem ruw uit, alsof ze de gedachten die haar overvallen afschudt - en gaat geruisloos langs het houtwerk, de glazen deurtjes en de accessoires die deze en gene haar wilden geven uit dankbaarheid voor de bewezen diensten. Het meeste heeft ze weggegeven bij verjaardagen van kennissen, anders was haar woning in een pakhuis veranderd.

Als ze met de doek bij de kozijnen komt trekt ze de gordijnen open - donkerrood zijn ze en van dicht fluweel. Er valt licht op het meubilair en met de glasgordijnen voor de ruiten lijken de ramen op schilderijen. Ze kijkt graag naar buiten op elk uur van de dag; het licht is er steeds anders, maar de fragmenten van gebouwen, bomen en lucht die tussen het raamwerk vallen kan ze dromen. Ze slaat de stofdoek weer uit: dat kind dat de hoer is gaan uithangen om haar familie te bewijzen hoeveel mannen ze kan krijgen - ze ziet steeds dát gezicht wanneer ze aan de middagafspraak denkt.

De telefoon - ze aarzelt en besluit toch op te nemen. Te laat. Er is neergelegd. Even staat ze nog met de hoorn in de hand; alsof ze in gedachten is verzonken wrijft ze met de doek over het apparaat. Zodra ze de hoorn op de haak drukt rinkelt het door de woonkamer - ze schrikt en neemt meteen op.”

 

 

 

AstridRoemer
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920.  Hij was de eerste Poet Laureate van Glasgow en werd in 2004 de eerste nationale dichter van Schotland: The Scots makar.

 

Absence

 

My shadow --
I woke to a wind swirling the curtains light and dark
and the birds twittering on the roofs, I lay cold
in the early light in my room high over London.
What fear was it that made the wind sound like a fire
so that I got up and looked out half-asleep
at the calm rows of street-lights fading far below?
Without fire
Only the wind blew.
But in the dream I woke from, you
came running through the traffic, tugging me, clinging
to my elbow, your eyes spoke
what I could not grasp --
Nothing, if you were here!

The wind of the early quiet
merges slowly now with a thousand rolling wheels.
The lights are out, the air is loud.
It is an ordinary January day.
My shadow, do you hear the streets?
Are you at my heels? Are you here?
And I throw back the sheets.

 

 

 

One Cigarette

 

No smoke without you, my fire. 
After you left,
your cigarette glowed on in my ashtray
and sent up a long thread of such quiet grey
I smiled to wonder who would believe its signal
of so much love. One cigarette
in the non-smoker's tray.
As the last spire
trembles up, a sudden draught
blows it winding into my face.
Is it smell, is it taste?
You are here again, and I am drunk on your tobacco lips.
Out with the light.
Let the smoke lie back in the dark.
Till I hear the very ash
sigh down among the flowers of brass
I'll breathe, and long past midnight, your last kiss.

 

 

 

Morgan
Edwin Morgan (Glasgow,  27 april 1920)

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Hij studeerde in Oxford, waar hij behoorde tot een kring van marxistische dichters als W.H. Auden, Stephen Spender en Louis MacNeice. Na WO II wendde hij zich af van het marxisme. In 1968 werd hij Poet Laureate.

 

 

Consider These, for We Have Condemned Them

 

Consider these, for we have condemned them;
Leaders to no sure land, guides their bearings lost
Or in league with robbers have reversed the signposts,
Disrespectful to ancestors, irresponsible to heirs,
Born barren , a freak growth, root in rubble,
Fruitlessly blossoming, whose foliage suffocates,
Their sap is sluggish, they reject the sun.

The man with his tongue in his cheek, the woman
With her heart in the wrong place, unhandsome, unwholesome;
Have exposed the new-born to worse than weather,
Exiled the honest and sacked the seer.
These drowned the farms to form a pleasure-lake,
In time of drought they drain the reservoir
Through private pipes for baths and sprinklers.

Getters not begetters; gainers not beginners;
Whiners, no winners; no triers, betrayers;
Who steer by no star, whose moon means nothing.
Daily denying, unable to dig:
At bay in villas from blood relations,
Counters of spoons and content with cushions
They pray for peace, they hand down disaster.

They that take the bribe shall perish by the bribe,
Dying of dry rot, ending in asylums,
A curse to children, a charge on the state.
But still their fears and frenzies infect us;
Drug nor isolation will cure this cancer;
It is now or never, the hour of the knife,
The break with the past, the major operation.

 

 

DAY-LEWIS
Cecil Day Lewis
(Ballintogher, 27 april 1904)

 

 

21:08 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: cecil day lewis, astrid roemer, edwin morgan |  Facebook |