22-10-16

Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes

 

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Magnus

“In de krant stond een artikel over een Chinese buschauffeur. De chauffeur had een boete gekregen omdat hij zijn bus had achtergelaten in een drukke straat in de stad Wuhan. Volgens het artikel had hij tijdens zijn werk heimwee gekregen, zijn bus stilgezet, een taxi aangehouden en was hij naar huis gegaan. De stilstaande bus veroorzaakte een file in de straten van de stad en de chauffeur kreeg een boete van vijfhonderd yuan. Ik zat in de keuken en dacht aan de buschauffeur, probeerde langs een wereld aan steden, velden, bergen en zeeën in het hoofd te kijken van de man die heimwee kreeg tijdens een gewone werkdag. Tot dat moment was ik in de veronderstelling dat heimwee ontstond op verre reizen op onoverkomelijke afstanden in tijd en plaats, maar deze chauffeur was gewoon aan het werk in de stad waar hij woonde, miste zijn familie en nam een taxi naar huis.
Ik probeerde onze laatste dagen te reconstrueren, om te ontdekken waarom ze was vertrokken, maar ik herinnerde me eigenlijk vooral één ding. De laatste dag dat ze er nog was had ze een cd gedraaid van een net doorgebroken Amsterdamse singer-songwriter: Ted Robin. Hij was een liedje komen spelen in het televisieprogramma waar zij op de redactie werkte en daarna had ze zijn cd gekregen. De liedjes waren een soundtrack bij mijn dagen geworden en ik kreeg ze niet uit mijn hoofd, zelfs niet nadat ze vertrokken was.
Would it be different if I were a dog, zong Ted als ik opstond. En ‘Sunday Morning Drugs’. The story of my life — Sunday morning church — the only way to survive — with my Sunday morning drugs. In het begin deed ik alsof er een last van mijn schouders was gevallen nadat ze was vertrokken en het was mijn overtuiging dat ik haar langzaam zou vergeten, dat de herinneringen aan haar plaats zouden maken voor herinneringen aan nieuwe vrouwen, nieuwe huizen, andere ijsbeervoetensloffen en betere gesprekken. Het zou een kwestie van tijd zijn voor dat gebeurde.
De eerste beelden van Caro liggen aan de andere kant van het millennium, tijdens een reis naar Florence met een stuk of veertig vijfdeklassers van het Maartenscollege. Er hingen twee lijsten aan een pilaar in de hal van de school: een voor de reis naar Rome en een voor de reis naar Florence. Tegen de tijd dat ik me eindelijk had laten overtuigen om mee te gaan was de lijst voor Rome al vol.”

 

 
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

Lees meer...

22-10-15

Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle

 

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Henrik Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Bastaardsuiker

“Het was een woensdag en het was eindelijk warmer geworden. De dorpen in het noorden van het land waren aan het smelten.
Anna ging naar binnen en ik volgde haar. ik nam plaats in een wachtruimte en zij ging naar binnen. Mijn gedachten dwaalden af naar momenten voor het schandaal, voor Anna groot was. Hoe alles had geklopt. Het had niet veel gescheeld of alles had voor altijd geklopt. Zomers waren langer, winters strenger, mensen vriendelijker. Bedrijven waren nog geen onoplosbare kluwen van structuren, onderbazen, raden van besturen, maar gewoon gebouwen met een parkeerplek en een kamer voor de directeur.
Daarna verschenen herinneringen van na het schandaal, toen niet alles meer klopte, maar er nog genoeg was om voor te leven. De kleine Anna, de staatsbezoeken, de denktank, nieuwe uitvindingen. Tot ze uiteindelijk in de stad ging wonen en ik haar uit mijn vingers heb laten glippen.
Na vijf minuten kwam Anna naar buiten. Ze huilde.
We zijn te laat, zei ze. Ik ben een week te laat. Het mag niet meer.
(...)

Gisteren ben ik opnieuw bij hem op bezoek gegaan. Elin was er niet. Een grote ventilator hield zijn kamer koel. Hij zag er beter uit dan een paar weken geleden. Zijn matras stond omhoog
gedraaid, waardoor hij rechtop kon zitten in zijn bed.
We bleven veel stil. Soms zeiden we minutenlang niets en luisterde ik naar de apparaten die naast zijn bed stonden.
‘Ben je met iets nieuws bezig?’ vroeg hij met enige moeite.
‘Er circuleren ideeën door mijn hoofd,’ zei ik.
Een aantal keer begon ik aan een vraag. Iets over vroeger, alsof ik nog meer wilde weten dan ik al wist. Aanvullingen op het manuscript of op herinneringen waarvan de helft was versleten in de jaren. Ik vertelde hem over Emma, over mijn boeken en over Gabor. Daarna vertelde ik overjonas.”

 

 
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

Lees meer...

22-10-14

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

Lullopertje

‘k Was ied’re wedstrijd weer de droefste van het veld
en liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,
En ‘k wist bij god niet of we wonnen of verloren.

Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:
Soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
Als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
Ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.

Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor
(die met een laatste zucht in ’t struikgewas bleef hangen)
dat ied’reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.
Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.

Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door.

 

 

Contraprestatie

Ik doe niet veel, 'k breng de dagen door
met punten slijpen. 'k Weet van vóór
nauw'lijks dat ik van achteren leef
noch wat voor zin of nut het heeft.

Als 't puntje goed is, zet ik hier
of daar een krul op het papier,
O, 'k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor dit land!

Soms, onder 't slijpen groeit de wens
actief te zijn, een actiemens.

Maar zie ik dan, op 't Journaal,
dat hol gesjouw, dat leeg kabaal,

dan denk ik weer op de rand van 't bed:
vandaag één krul te veel gezet.

 

 

 
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Lees meer...

18-11-13

In Memoriam Doris Lessing

 

In Memoriam Doris Lessing

 

De Britse schrijfster en Nobelprijswinnares Doris Lessing is gisteren overleden. Ze was 94 jaar. Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: Walking In the Shade

 

“I was also having those thoughts--perhaps better say feelings--that disturb every arrival from Southern Africa who has not before seen white men unloading a ship, doing heavy manual labour, for this had been what black people did. A lot of white people, seeing whites work like blacks, had felt uneasy and threatened; for me, it was not so simple. Here they were, the workers, the working class, and at that time I believed that the logic of history would make it inevitable they should inherit the earth. They--those tough, muscled labouring men down there--and, of course, people like me, were the vanguard of the working class. I am not writing this down to ridicule it. That would be dishonest. Millions, if not billions, of people were thinking like that, using this language.

I have far too much material for this second volume. Nothing can be more tedious than a book of memoirs millions of words long. A little book called In Pursuit of the English, written when I was still close to that time, will add depth and detail to those first months in London. At once, problems--literary problems. What I say in it is true enough. A couple of characters were changed for libel reasons and would have to be now. But there is no doubt that while 'true', the book is not as true as what I would write now. It is a question of tone, and that is no simple matter. That little book is more like a novel; it has the shape and the pace of one. It is too well shaped for life. In one thing at least it is accurate: when I was newly in London I was returned to a child's way of seeing and feeling, every person, building, bus, street, striking my senses with the shocking immediacy of a child's life, everything oversized, very bright, very dark, smelly, noisy. I do not experience London like that now. That was a city of Dickensian exaggeration. I am not saying I saw London through a veil of Dickens, but rather that I was sharing the grotesque vision of Dickens, on the verge of the surreal.”

 

 

 

Doris Lessing (22 oktober 1919 – 17 november 2013)

22-10-13

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

 

Weemoedt's Herfstcantate

Ik was niet altijd zo alleen,
integendeel: rondom mij heen
danste een bonte meisjesschaar
en ik kuste maar, ik kuste maar.

Maar van zo menig lief gezicht
bleef steeds alleen een triest gedicht
en 'k dacht wel eens: ik vind geen rust
vóór ik de Dood-Zelf heb gekust.

Ik woon alleen nu. Heb een hond.
Verlang ik naar een meisjesmond,

dan trek ik, als het broeit en stooft,
een oud condoom over mijn hoofd

en luister naar een Requiem-Mis
en denk dan stil: "the best there is"!

 

 

 

Asyl

 

Veel honden hebben baasjes,

veel mannen wel een vrouw.

Ik heb alleen maar niemand

waar ik zoveel van hou.

 

 

 

Dakkapel

 

’k Zie zo vaak verliefde paartjes

even stilstaan voor mijn huis:

‘Daar woont Weemoedt’, wijst de jongen.

En het meisje slaat een kruis.

 

 

 

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Lees meer...

22-10-12

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

 

Naamloos

 

De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.

 

Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.

 

Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.

 

Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.

 

 

 

 

De trek

(liedje)

's Avonds gezeten op een hek
zag ik het naad'ren van een trek:

een grote biefstuk kwam voorbij,
gebakken aardapp'len en prei

gevolgd door flensjes, Franse kaas,
een dikke pens, een volle blaas.

Daar achteraan op zijn gemak
slofte de koffie met cognac,

en in der wolken tekening:
ziedaar, daar kwam de rekening!

 

 

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Lees meer...

22-10-11

Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: The Grass is Singing

 

„Long before the murder marked them out, people spoke of the Turners in the hard, careless voices reserved for misfits, outlaws, and the self-exiled. The Turners were disliked, though few of their neighbours had ever met them, or even seen them in the distance. Yet what was there to dislike? They simply 'kept themselves to themselves'; that was all. They were never seen at district dances, or fêtes, or gymkhanas. They must have had something to be ashamed of; that was the feeling. It was not right to seclude themselves like that; it was a slap in the face of everyone else; what had they got to be so stuck-up about? What, indeed! Living the way they did! That little box of a house - it was forgivable as a temporary dwelling, but not to live in permanently. Why, some natives (though not many, thank heavens) had houses as good; and it would give them a bad impression to see white people living in such a way.

And then it was that someone used the phrase 'poor whites'. It caused disquiet. There was no great money-cleavage in those days (that was before the era of the tobacco barons), but there was certainly a race division. The small community of Afri­kaners had their own lives, and the Britishers ignored them. 'Poor whites' were Afrikaners, never British. But the person who said the Turners were poor whites stuck to it defiantly. What was the difference? What was a poor white? It was the way one lived, a question of standards. All the Turners needed were a drove of children to make them poor whites.

Though the arguments were unanswerable, people would still not think of them as poor whites. To do that would be letting the side down. The Turners were British, after all.

Thus the district handled the Turners, in accordance with that esprit de corps which is the first rule of South African society, but which the Turners themselves ignored. They ap­parently did not recognize the need for esprit de corps; that, really, was why they were hated.“

 

 

Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

Lees meer...

22-10-10

Alfred Douglas, Doris Lessing, Lévi Weemoedt, A. L. Kennedy, Ivan Boenin, Charles Leconte de Lisle

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 22e oktober mijn blog bij seniorennet.be

 

Alfred Douglas, Doris Lessing, Lévi Weemoedt, A. L. Kennedy, Ivan Boenin, Charles Leconte de Lisle

22-10-09

Alfred Douglas, Doris Lessing, Lévi Weemoedt, A. L. Kennedy, Ivan Boenin, Charles Leconte de Lisle


De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007 en ook mijn blog van 22 oktober 2008.

 

 

Sonnet On The Sonnet

 

TO see the moment holds a madrigal,

To find some cloistered place, some hermitage

For free devices, some deliberate cage

Wherein to keep wild thoughts like birds in thrall;

To eat sweet honey and to taste black gall,

To fight with form, to wrestle and to rage,

Till at the last upon the conquered page

The shadows of created Beauty fall.

 

This is the sonnet, this is all delight

Of every flower that blows in every Spring,

And all desire of every desert place;

This is the joy that fills a cloudy night

When bursting from her misty following,

A perfect moon wins to an empty space.

 

 

 

 

To Olive

 

I HAVE been profligate of happiness

And reckless of the world's hostility,

The blessèd part has not been given to me

Gladly to suffer fools, I do confess

I have enticed and merited distress,

By this, that I have never bow'd the knee

Before the shrine of wise Hypocrisy,

Nor worn self-righteous anger like a dress.

 

Yet write you this, sweet one, when I am dead:

'Love like a lamp sway'd over all his days

And all his life was like a lamp-lit chamber,

Where is no nook, no chink unvisited

By the soft affluence of golden rays,

And all the room is bathed in liquid amber.

 

 

 

 

Douglas
Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)

Oscar Wilde en Alfred Douglas (Bosie)

 

 

 

 

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 11 oktober 2007 en ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007 en ook mijn blog van 22 oktober 2008.

 

Uit: The Grass is Singing

 

“The newspaper did not say much. People all over the country must have glanced at the paragraph with its sensational head­ing and felt a little spurt of anger mingled with what was al­most satisfaction, as if some belief had been confirmed, as if something had happened which could only have been ex­pected. When natives steal, murder, or rape, that is the feeling white people have.

And then they turned the page to something else.

But the people in the 'district' who knew the Turners, either by sight or from gossiping about them for so many years, did not turn the page so quickly. Many must have snipped out the paragraph, put it among old letters or between the pages of a book, keeping it perhaps as an omen or a warn­ing, glancing at the yellowing piece of paper with closed, secretive faces. For they did not discuss the murder; that was the most extraordinary thing about it. It was as if they had a sixth sense which told them everything there was to be known, although the three people in a position to explain the facts said nothing. The murder was simply not discussed. 'A bad business,' someone would remark; and the faces of the people round about would put on that reserved and guarded look. 'A very bad business,' came the reply - and that was the end of it. There was, it seemed, a tacit agreement that the Turner case should not be given undue publicity by gossip. Yet it was a farming district, where those isolated white families met only very occasionally, hungry for contact with their own kind, to talk and discuss and pull to pieces, all speaking at once, making the most of an hour or so's companionship before returning to their farms, where they saw only their own faces and the faces of their black servants for weeks on end. Normally that mur­der would have been discussed for months; people would have been positively grateful for something to talk about.

To an outsider it would seem perhaps as if the energetic Charlie Slatter had travelled from farm to farm over the dis­trict telling people to keep quiet; but that was something that would never have occurred to him. The steps he took (and he made not one mistake) were taken apparently instinctively and without conscious planning. The most interesting thing about the whole affair was this silent, unconscious agreement. Every­one behaved like a flock of birds who communicate - or so it seems - by means of a kind of telepathy.“

 

 

 

 

doris_lessing
Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007 en ook mijn blog van 22 oktober 2008.

 

 

Gezelligheid

 

Kom doe als Weemoedt: dans in het rond
de kamer door met kat en hond.
Vraag ook de hamster eens een keer,
spring met de goudvis op en neer.
Strooi eens wat licht in kier en scheuren
en laat de bladluis niet vertreuren.
Maak toch plezier en zing een lied:
het leven is zo eenzaam niet
als je eens denkt aan hen die varen
of bung'len aan een straatlanteren.

 

 

 

 

Een hele opluchting

 

Ik belde eens, na een wanhoopsnacht
vol angst en liefdespijn,
mijn beste vriend: waar of die dacht
dat mijn Jeanette kon zijn.

Ach! ik had me weer eens op hol gebracht
om niks. Om mijn ziek brein.
Want dáár klonk, slaperig, héél zacht,
Jeanette over de lijn.

 

 

 

 

 

LeviWeemoedt
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 22 oktober 2008.

 

De Schotse schrijfster Alison Louise Kennedy werd geboren op 22 oktober 1965 in Dundee.

 

De Russische schrijver en dichter Ivan Aleksejevitsj Boenin werd geboren in Voronezj op 22 oktober 1870.

 

De Franse dichter en schrijver Charles Marie René Leconte de Lisle werd geboren op 22 oktober 1818 op het eiland Réunion.

22-10-08

Alfred Douglas, Doris Lessing, Lévi Weemoedt, A. L. Kennedy, Ivan Boenin, Charles Leconte de Lisle


De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007.

 

 

LONDON

 

SEE what a mass of gems the city wears

Upon her broad live bosom! row on row

Rubies and emeralds and amethysts glow.

See! that huge circle, like a necklace, stares

With thousands of bold eyes to heaven, and dares

The golden stars to dim the lamps below,

And in the mirror of the mire I know

The moon has left her image unawares.

 

That's the great town at night: I see her breasts,

Prick'd out with lamps they stand like huge black towers,

I think they move! I hear her panting breath.

And that's her head where the tiara rests.

And in her brain, through lanes as dark as death,

Men creep like thoughts . . . The lamps are like pale flowers.

 

 

 

 

 

alfdouglas
Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)

 

 

 

 

 

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 11 oktober 2007 en mijn blog van 22 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007.

 

Uit: Alfred & Emily

 

The suns of the long summers at the beginning of the last century promised only peace and plenty, not to mention prosperity and happiness. No one remembered anything like those summer days when the sun always shone. A thousand memoirs and novels averred that this was so, and that is why I may confidently assert that on that Saturday afternoon in August 1902, in the village of Longerfield, it was a splendid afternoon. The occasion was the annual celebration of the Allied Essex and Suffolk Banks, and the place was a vast field lent every year by Farmer Redway who usually kept cows in it.

There were different focuses of activity. At the end of the field, excited cries and shouts told that here were the children's games. A long trestle table laden with every kind of foodstuff stood under some oaks. The main arena of attention was the cricket match, and around the white-clad figures clus-tered most of the spectators. The whole scene was about to be absorbed by the shadows from the big elms that divided this field from the next where the expelled cows watched the proceedings, while their jaws moved reminiscently like those of gossips. The players in their fresh whites, which were a bit dusty after a day of play, knew their importance in this summer festival, conscious that every eye was on them, including those of a group of townspeople leaning over a fence, who were determined not to be left out.“ 

 

 

 

 

 

Lessing
Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007.

 

 

Schöner wohnen

Geen vogel zingt, geen hier die kwinkeleert
in ´t kil vertrek, waaraan de dood komt knagen:
de leunstoel kraakt, door meen´ge worm verteerd;
´s nachts lig ik in een oorverdovend zagen.

Dan vind ik ´s morgens in het eiken tafelblad
de indrukken van honderdduizend kaken,
zie kleine rode voetjes op mijn klad:
een bloedrig spoor loopt dwars over mijn laken.

Het leven voel ik uit mij weggezogen
en geesteloos als een dode dichter zwerf
ik door de lege dag met mijn holle ogen
maar beelden van verrotting en bederf.
Waar ik ook heen kijk: overal kleurloos draf:
een vaas vol dode takken voor de ruiten;
wat vissen, drijvend in een mosgroen graf.
´t Verval is met geen dichte deur te stuiten.

Aan ´t kleinste groen volijv´ren hier de luizen:
Een plant is in een etmaal uit de pot.
Mijn hoop wordt kaalgevreten door de muizen.
Zelfs in mijn mooiste dromen zit de mot.

Nu alles wat hier leeft wordt weggezeist,
heb ´k niemand meer om het waarom te vragen,
want ´t bijtend zuur van deze bitt´re dagen
heeft ook jouw foto weggevreten uit de lijst.

 

 

 

 

Op dood spoor

Om half twee zit ik al werkeloos teneêr,
en luister naar ’t gehamer en gezang
van ’t lustig werkvolk, dat in mijn belang
een kerk bouwt of een school: wat doet dat zeer!

Ik kan een leerzaam boek gaan zitten lezen
een borrel pakken of een feestsigaar.
Maar ik kijk buiten: ’t dak is bijna klaar!
Ik zou het liefst zeer dronken willen wezen.

En ik moet denken aan het Wereldwee:
mijn ziel vliegt uit tot naar mijn Kameraden,
verkleumd in het kolbert, verkwanseld en verraden.
Mijn hart slaat solidair met ied’re doodsklap mee.

O! Stond ik daar, de vuist met staal geladen,
en dreunde mijn slag in ’t Koor der Dapp’ren mee!
Maar ik moest van den ploert Van Kemenade
zo nodig dóórleren en dan: in de W.W.!!

 

 

 

 

 

Levi_Weemoedt
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

 

 

 

 

 

 

De Schotse schrijfster Alison Louise Kennedy werd geboren op 22 oktober 1965 in Dundee. Zij studeerde van 1983 tot 1986  theater studies en drama aan de University of Warwick. Tegenwoordig woont zij in Glasgow. Van 2002 tot 2007 doceerde zij creatief schrijven aan de University of St Andrews.

 

Werk o.a.: Night Geometry & the Garscadden Trains (1990), Looking for the Possible Dance (1993), Tea and Biscuits (1996), Paradise (2004), Day (2007)

 

Uit: So I Am Glad (1995)

 

„I hate secrets. No, that's a lie, and here I was hoping to tell you the truth. Start again.

 

I hate to be on the blind side of a secret. That's more like it. Sometimes I'll be shown, let in on, something that seems a real secret to me, I'll be allowed to stand right up against it and look all I like, but I still won't understand. I might as well be staring at a length of algebra, an unknown language--it will have no meaning for me. Worse than that, I will know that it must have a meaning for somebody else. So I'm stupid. No one needs to hide this from me, it is, quite simply, beyond me. I am on the blind side.

 

I don't know if I grew up with this ferocious need to uncover the ins and outs of everything, or if growing up made me this way. I was an only child and it seems to me now I had nothing to do all day but be too interested. Because I had this odd frustration. My parents were not of the kind to avoid questions, or to slip me the type of tidy fable I would hear more distant adults and schoolteachers palming off on children, or even each other. At home, we had nothing hidden. I could ask my mother and father anything and be answered with something solid and realistic. My problem was, I very rarely knew what they meant. As my years with them passed, I became more and more certain that I had an excellent grasp of the world around me, but that it would never make any sense.“

 

 

 

 

Kennedy
A. L. Kennedy (Dundee, 22 oktober 1965)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dichter Ivan Aleksejevitsj Boenin werd geboren in Voronezj op 22 oktober 1870. Vanaf 1889 woonde hij in Charkov waar hij o.m. werkzaam was als ambtenaar, bibliothecaris en assistent-redacteur van Orlovskiy Vestnik, een plaatselijke krant. Daarna woonde hij afwisselend in Moskou en Sint-Petersburg. In 1891 publiceerde hij zijn eerste korte verhaal in Russkoye Bogatstvo, het literaire tijdschrift van N.K. Michailovsky. Tien jaar later, in 1901 publiceerde hij zijn eerste bundel gedichten onder de titel Listopad, die zeer gunstig werd ontvangen door de Russische critici. Hij raakte bevriend met Anton Tsjechov met wie hij een correspondentie voerde. Daarnaast onderhield hij vriendschappelijke contacten met Lev Tolstoj en Maxim Gorki. Voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte Boenin enkele reizen naar o.m. Ceylon, Palestina, Turkije en Egypte. Na de Russische Revolutie in 1917 verliet hij Moskou en vluchtte hij via Odessa naar Grasse in Frankrijk. Als balling schreef hij enkel nog over Rusland. In 1933 kreeg hij als eerste Russische schrijver de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend voor Het leven van Arsenjev, een sterk autobiografische roman die handelt over het leven van de verarmde adel in Rusland rond 1900. Ondanks zijn grote afkeer van het fascisme bleef Boenin tijdens de Tweede Wereldoorlog in Grasse. Hij had enige tijd een Joodse onderduiker in huis. Na de oorlog begon Boenin zich te interesseren voor Sovjet-literatuur en maakte hij plannen om terug te keren naar Rusland. In 1953 overleed hij echter aan een hartaanval in Parijs.

 

 

Der Hund

 

O träum nur, träum! Dein goldner Blick erhebt
Zum Fenster sich, vor dem sich Flocken regen,
Zum Dach, an dem ein Streifen Schnee schon klebt,
Zu wehenden Pappeln, die den Himmel fegen.

 

Du rückst ein wenig näher zu mir her,
Rollst dich zusammen, willst, daß wir uns wähnen
In einer Weite, grenzenlos und leer,
Verlockt von grauem Himmel und Moränen,

 

Vom Schneebereich, aus dem du einmal kamst,
Mir fremd, von nebelüberdeckten Räumen,
Der Tundra, von der du dein Dasein nahmst.

 

Ich teil mit dir und teil mit deinen Träumen:
Ich bin ein Mensch, wie Gott bin ich bereit
Zur Trauer aller Welt und aller Zeit.

 

 

 

Feuerwerk

 

Wie aus der Wolke Blitze fallen, schlug
Aus nachtverhüllter Erde eine lange,
Ins Finstre zischend abgesprungene Schlange,
Die glühend einen Zahn im Maule trug.

 

Sie blieb ins Leere aufgebäumt. Vermessen
Biß sie die Nacht ins Herz. Dann war im Dunkel
Diamantener Tränen eiliges Gefunkel
Und tröstlich schön ihr Sinken ins Vergessen.

 

 

 

Vertaald door Hans Baumann

 

 

 

 

Der Rhythmus

 

Die Uhr hat unter Keuchen zwölf geschlagen
im Nachbarsaal, der finster ist und leer;
die Augenblicke, das Sekundenheer,
das ins Vergessen eilt mit unsren Tagen,

 

jagt wieder weiter, achtet nicht der Klagen
und prägt das Muster neu im Zeitenmeer;
vom Rhythmus - träumerisches Ungefähr
laß ich mich neu dem Ziel entgegentragen.

 

Die Augen öffnen sich, das Licht ist grell,
ich hör mein Herz in seinem Weiterschreiten
und dieser Zeilen abgemeßnes Gleiten,
die Sphärenharmonien klingen hell.

 

Uns treibt der Rhythmus. Ziellos sind die Weiten!
Doch ohne ihn erstürb' das Leben schnell.

 

 

 

Vertaald door Kay Borowsky

 

 

 

 

Boenin
Ivan Boenin (22 oktober 1870 - 8 november 1953)

 

 

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Charles Marie René Leconte de Lisle werd geboren op 22 oktober 1818 op het eiland Réunion – toen Bourbon geheten – in de Indische oceaan, als zoon van een militair chirurg; de familie bezat er een suikerplantage. Op vierjarige leeftijd verliet hij het eiland, maar keerde er vier maal terug. Als opgroeiende jongeman reisde hij uitgebreid door India. Vanaf 1846 vestigde hij zich voorgoed in Frankrijk, maar hij zou het tropische paradijs uit zijn jeugd nooit vergeten.
    Zoals zoveel intellectuelen uit zijn tijd raakte Leconte de Lisle bevlogen door de revolutionaire ontwikkelingen in Frankrijk. Toen hij zich in 1848 verkiesbaar had gesteld maar niet gekozen werd, keerde hij de politiek echter radicaal de rug toe en wijdde hij zich uitsluitend aan de poëzie.
    In 1852 verscheen zijn eerste gedichtenbundel, Poèmes classiques, tien jaar later gevolgd door Poèmes barbares en in 1884 door Poèmes tragiques. De Poèmes Classiques werden bekroond door de Académie Française, waar Leconte de Lisle later de zetel van Victor Hugo zou innemen. De dichter werd in één klap de aanvoerder van de School der Parnassiërs, een stroming in de poëzie die, in de voetsporen van Théophile Gautier, de ‘l’art pour l’art’-theorie propageerde.

 

 

La mort du soleil

 

Le vent d'automne, aux bruits lointains des mers pareil,
Plein d'adieux solennels, de plaintes inconnues,
Balance tristement le long des avenues
Les lourds massifs rougis de ton sang, ô soleil !

La feuille en tourbillons s'envole par les nues ;
Et l'on voit osciller, dans un fleuve vermeil,
Aux approches du soir inclinés au sommeil,
De grands nids teints de pourpre au bout des branches nues.

Tombe, Astre glorieux, source et flambeau du jour !
Ta gloire en nappes d'or coule de ta blessure,
Comme d'un sein puissant tombe un suprême amour.

Meurs donc, tu renaîtras ! L'espérance en est sûre.
Mais qui rendra la vie et la flamme et la voix
Au coeur qui s'est brisé pour la dernière fois ?

 

 

 

 

 

Le dernier souvenir

 

J'ai vécu, je suis mort. - Les yeux ouverts, je coule
Dans l'incommensurable abîme, sans rien voir,
Lent comme une agonie et lourd comme une foule.

Inerte, blême, au fond d'un lugubre entonnoir
Je descends d'heure en heure et d'année en année,
À travers le Muet, l'Immobile, le Noir.

Je songe, et ne sens plus. L'épreuve est terminée.
Qu'est-ce donc que la vie ? Étais-je jeune ou vieux ?
Soleil ! Amour ! - Rien, rien. Va, chair abandonnée !

Tournoie, enfonce, va ! Le vide est dans tes yeux,
Et l'oubli s'épaissit et t'absorbe à mesure.
Si je rêvais ! Non, non, je suis bien mort. Tant mieux.

Mais ce spectre, ce cri, cette horrible blessure ?
Cela dut m'arriver en des temps très anciens.
Ô nuit ! Nuit du néant, prends-moi ! - La chose est sûre :

Quelqu'un m'a dévoré le coeur. Je me souviens.

 

 

 

 

 

Leconte_de_LIsle
Charles Leconte de Lisle
(22 oktober 1818 – 18 juli 1894)

 

 

 

22-10-07

Lévi Weemoedt, Alfred Douglas, Doris Lessing


 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt, pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk, werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006.

 

Contactadvertentie                                      

 

Vanmorgen sloeg de poes ineens aan 't zingen.

'’k Zat aan 't ontbijt en staarde radeloos in de thee.

0! 't Was een treurig lied vol jeugdherinneringen:

van een geliefde en een wandeling aan zee.

 

Plots viel de hond in met een diep neerslachtig janken:

ach! van een setter stond zijn hartje zó in brand

maar zij was doodgereden; van die kranke

liefde rees hij nooit meer uit zijn mand ...

 

Vóór ik het wist begon m'n eigen keel te zwellen

en huilde ik mee met de beschuitbus in mijn hand.

Die was van Bolletje, de thee was van Van Nelle;

maar van rnijn tranen was Jeanett' de fabrikant.

 

0! 't Is geen leven meer voor deze vrijgezellen;

als dat zo doorgaat bung'len zij aan boord of band;

welk jong, knap meisje, dat kan koken en verstellen

stelpt nu hun leed, en schrijft een brief naar deze krant?

 

 

 

 

Een huis vol

 

Ik ben getrouwd met Treurigheid,

woon samen met verdriet.

Krijg soms bezoek van Eenzaamheid

maar helpen doet dat niet.

 

 

 

 

weemoedt
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2006.

 

The Green River

 

I know a green grass path that leaves the field
And, like a running river, winds along
Into a leafy wood, where is no throng
Of birds at noon-day; and no soft throats yield
Their music to the moon.
The place is sealed,
An unclaimed sovereignty of voiceless song,
And all the unravished silences belong
To some sweet singer lost, or unrevealed.

So is my soul become a silent place...
Oh, may I wake from this uneasy night
To find some voice of music manifold.
Let it be shape of sorrow with wan face,
Or love that swoons on sleep, or else delight
That is as wide-eyed as a marigold.

 

 

 

 

bosie_drawing
Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)

Krijt en pastel tekening door Sir William Rothenstein, Oxford, 1893

 

 

 

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 11 oktober 2007 en mijn blog van 22 oktober 2006.

 

 

Uit: The Golden Notebook

 

The two women were alone in the London flat.

'The point is,' said Anna, as her friend came back from the telephone on the landing, 'the point is, that as far as I can see, everything's cracking up.'

Molly was a woman much on the telephone. When it rang she had just inquired: 'Well, what's the gossip?' Now she said, 'That's Richard, and he's coming over. It seems today's his only free moment for the next month. Or so he insists.'

'Well I'm not leaving,' said Anna.

'No, you stay just where you are.'

Molly considered her own appearance—she was wearing trousers and a sweater, both the worse for wear. 'He'll have to take me as I come,' she concluded, and sat down by the window. 'He wouldn't say what it's about—another crisis with Marion, I suppose.'

'Didn't he write to you?' asked Anna, cautious.

'Both he and Marion wrote—ever such bonhomous letters. Odd, isn't it?'

This odd, isn't it? was the characteristic note of the intimate conversations they designated gossip. But having struck the note, Molly swerved off with: 'It's no use talking now, because he's coming right over, he says.'

'He'll probably go when he sees me here,' said Anna, cheerfully, but slightly aggressive. Molly glanced at her, keenly, and said: 'Oh, but why?'

It had always been understood that Anna and Richard disliked each other; and before Anna had always left when Richard was expected. Now Molly said: 'Actually I think he rather likes you, in his heart of hearts. The point is, he's committed to liking me, onprinciple—he's such a fool he's always got to either like or dislike someone, so all the dislike he won't admit he has for me gets pushed off on to you.'

'It's a pleasure,' said Anna. 'But do you know something? I discovered while you were away that for a lot of people you and I are practically interchangeable.'

'You've only just understood that?' said Molly, triumphant as always when Anna came up with—as far as she was concerned—facts that were self-evident.

In this relationship a balance had been struck early on: Molly was altogether more worldly-wise than Anna who, for her part, had a superiority of talent.”

 

 

 

 

lessing
Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

 

11-10-07

Nobelprijs voor Doris Lessing


De Engelse schrijfster Doris Lessing heeft de 104de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Dit heeft de Zweedse Academie van Wetenschappen vanmiddag bekendgemaakt. De auteur van romans als The Grass Is Singing (1950), The Golden Notebook (1962) en The Good Terrorist (1985) is de elfde vrouw en de negende Brit die de prijs ontvangt.

Lessing krijgt de prijs voor haar met "scepsis, vuur en visionaire kracht geschreven heldenverhalen over de ervaringen van vrouwen, waarmee zij een verdeelde beschaving tegen het licht houdt".

 

Zie ook mijn blog van 22 oktober 2006.

 

Uit: The Grandmothers

 

“On either side of a little promontory loaded with cafés and restaurants was a frisky but decorous sea, nothing like the real ocean that roared and rumbled outside the gape of the enclosing bay and barrier rocks known by everyone -- and it was even on the charts -- as Baxter's Teeth. Who was Baxter? A good question, often asked, and answered by a framed sheet of skilfully antiqued paper on the wall of the restaurant at the end of the promontory, the one in the best, highest and most prestigious position. Baxter's, it was called, claiming that the inner room of thin brick and reed had been Bill Baxter's shack, built by his own hands. He had been a restless voyager, a seaman who had chanced on this paradise of a bay with its little tongue of rocky land. Earlier versions of the tale hinted at pacific and welcoming natives. Where did the Teeth come into it? Baxter remained an inveterate explorer of nearby shores and islands, and then, having entrusted himself to a little leaf of a boat built out of driftwood and expertise, he was wrecked one moony night on those seven black rocks, well within the sight of his little house where a storm lantern, as reliable as a lighthouse, welcomed in ships small enough to get into the bay, having negotiated the reef.

Baxter's was now well planted with big trees that sheltered tables and attendant chairs, and on three sides below was the friendly sea.

A path wandered up through shrubs, coming to a stop in Baxter's Gardens, and one afternoon six people were making the gentle ascent, four adults and two little girls, whose shrieks of pleasure echoed the noises of the gulls.

Two handsome men came first, not young, but only malice could call them middle-aged. One limped. Then two as handsome women of about sixty -- but no one would dream of calling them elderly. At a table evidently well-known to them, they deposited bags and wraps and toys, sleek and shining people, as they are who know how to use the sun. They arranged themselves, the women's brown and silky legs ending in negligent sandals, their competent hands temporarily at rest. Women on one side, men on the other, the little girls fidgeting: six fair heads? Surely they were related? Those had to be the mothers of the men; they had to be their sons. The little girls, clamouring for the beach, which was down a rocky path, were told by their grandmothers, and then their fathers, to behave and play nicely. They squatted and made patterns with fingers and little sticks in the dust. Pretty little girls: so they should be with such good-looking progenitors.

From a window of Baxter's a girl called to them, 'The usual? Shall I bring your usual?' One of the women waved to her, meaning yes. Soon appeared a tray where fresh fruit juices and wholemeal sandwiches asserted that these were people careful of their health.

Theresa, who had just taken her school-leaving exams, was on her year away from England, where she would be returning to university. This information had been offered months ago, and in return she was kept up to date with the progress of the little girls at their first school. Now she enquired how school was going along, and first one child and then the other piped up to say their school was cool. The pretty waitress ran back to her station inside Baxter's with a smile at the two men which made the women smile at each other and then at their sons, one of whom, Tom, remarked, 'But she'll never make it back to Britain, all the boys are after her to stay.'

'More fool her if she marries and throws all that away,' said one of the women, Roz -- in fact Rozeanne, the mother of Tom. But the other woman, Lil (or Liliane), the mother of Ian, said, 'Oh, I don't know,' and she was smiling at Tom. This concession, or compliment, to their, after all, claim to existence, made the men nod to each other, lips compressed, humorously, as at an often-heard exchange, or one like it.”

 

 

 

 
Lessing
Doris Lessing (Kermanshah, Perzië, 22 oktober 1919)

 

 

20:37 Gepost door Romenu in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: doris lessing, romenu, nobelprijs |  Facebook |

22-10-06

Lord Alfred Douglas en Doris Lessing


Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870 en werd opgeleid aan Magdalen College in Oxford. Hij ontmoette Oscar Wilde in 1891, en begon al snel een relatie met hem. Toen zijn vader, John Sholto Douglas, 9de Markies van Queensberry, dit ontdekte, beledigde hij Oscar Wilde publiekelijk door een brief (met spelfout) achter te laten in Wilde's club, geaddresseerd aan "Mr. Wilde posing as a Somdomite".

Wilde ging naar de rechtbank, en beschuldigde Queensberry van smaad. Het escaleerde, en sommigen geloven dat Lord Alfred hem aanmoedigde tegen zijn vader in te gaan. Wilde werd uiteindelijk beschuldigd van "onfatsoenlijkheid", het eufemisme voor enige homoseksuele daad, publiekelijk of privé. Hij werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Nadat hij vrijkwam woonden Wilde en Douglas samen in Napels voor een periode van drie maanden. Daarna woonden ze een tijd apart in Parijs.

In 1902 trouwde Douglas Olive Eleanor Custance, een erfgename en dichter. Zij kregen een zoon, Raymond. Douglas publiceerde een aantal dichtbundels, waarvan sommige goed werden ontvangen. Ook schreef hij twee boeken over zijn relatie met Wilde.

 

The Dead Poet

I dreamed of him last night, I saw his face

All radiant and unshadowed of distress,

And as of old, in music measureless,

I heard his golden voice and marked him trace

Under the common thing the hidden grace,

And conjure wonder out of emptiness,

Till mean things put on beauty like a dress

And all the world was an enchanted place.

 

And then methought outside a fast locked gate

I mourned the loss of unrecorded words,

Forgotten tales and mysteries half said,

Wonders that might have been articulate,

And voiceless thoughts like murdered singing birds.

And so I woke and knew that he was dead.

 

 

The City of the Soul: II

What shall we do, my soul, to please the King?

Seeing he hath no pleasure in the dance,

And hath condemned the honeyed utterance

Of silver flutes and mouths made round to sing.

Along the wall red roses climb and cling,

And oh! my prince, lift up thy countenance,

For there be thoughts like roses that entrance

More than the languors of soft lute-playing.

 

Think how the hidden things that poets see

In amber eves or mornings crystalline,

Hide in the soul their constant quenchless light,

Till, called by some celestial alchemy,

Out of forgotten depths, they rise and shine

Like buried treasure on Midsummer night.

 

 

 

bosie1

Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren als Doris May Tailor in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Lessing woonde van 1924 tot 1949 in Rhodesië (thans Zimbabwe), waar zij een hard leven leidde op het land. Het reusachtige stuk grond dat zij er gekocht hadden bracht niet de verwachte rijkdom, zodat haar moeder de droom van een Victoriaans bestaan “onder de wilden” moest opgeven. De schrijfster had een moeilijke en ongelukkige jeugd en haar teksten over het leven in de Britse kolonies van Afrika zijn vol mededogen met het lege bestaan van de Britste kolonisten, als ook met de troosteloze situatie van de inheemse bevolking. Haar eerste roman, The Grass is Singing, verscheen na haar terugkeer naar Engeland in 1949.

Uit: Ben, In the World (verschenen in 2000)

'How old are you?'

'Eighteen.'

This reply did not come at once because Ben was afraid of what he knew was going to happen now, which was that the young man behind the glass protecting him from the public set down his biro on the form he was filling in, and then, with a look on his face that Ben knew only too well, inspected his client. He was allowing himself amusement that was impatient, but it was not quite derision. He was seeing a short, stout, or at least heavily built man -- he was wearing a jacket too big for him -- who must be at least forty. And that face! It was a broad face, with strongly delineated features, a mouth stretched in a grin -- what did he think was so bloody funny? -- a broad nose with flaring nostrils, eyes that were greenish, with sandy lashes, under bristly sandy brows. He had a short neat pointed beard that didn't fit with the face. His hair was yellow and seemed -- like his grin -- to shock and annoy, long, and falling forward in a slope, and in stifflocks on either side, as if trying to caricature a fashionable cut. To cap it all, he was using a posh voice; was he taking the mickey? The clerk was going in for this minute inspection because he was discommoded by Ben to the point of feeling angry. He sounded peevish when he said, 'You can't be eighteen. Come on, what's your real age?'

Ben was silent. He was on the alert, every little bit of him, knowing there was danger. He wished he had not come to this place, which could close its walls around him. He was listening to the noises from outside, for reassurance from his normality. Some pigeons were conversing in a plane tree on the pavement, and he was with them, thinking how they sat gripping twigs with pink claws that he could feel tightening around his own finger; they were contented, with the sun on their backs. Inside here, were sounds that he could not understand until he had isolated each one. Meanwhile the young man in front of him was waiting, his hand holding the biro and fiddling it between his fingers. A telephone rang just beside him. On either side of him were several young men and women with that glass in front of them. Some used instruments that clicked and chattered, some stared at screens where words appeared and went. Each of these noisy machines Ben knew was probably hostile to him. Now he moved slightly to one side, to get rid of the reflections on the glass that were bothering him, and preventing him from properly seeing this person who was angry with him.”

 

 

DORISLESSING
Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

19:32 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lord alfred douglas, doris lessing |  Facebook |