14-05-17

Dante Alighieri, Krister Axel, Jens Sparschuh, Evelyn Sanders, Walter E. Richartz, Kasper Peters, Karin Struck

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook alle tags voor Dante Alighieri op dit blog.

Uit: Divina Comedia Canto I (Fragment)

Are aim’d at by this bow; but even those,
That have intelligence and love, are pierced.
That Providence, who so well orders all,
With her own light makes ever calm the Heaven,
In which the substance, that hath greatest speed,
Is turn’d: and thither now, as to our seat
Predestined, we are carried by the force
Of that strong cord, that never looses dart
But at fair aim and glad. Yet is it true,
That as, oft-times, but ill accords the form
To the design of art, through sluggishness
Or unreplying matter; so this course
Is sometimes quitted by the creature, who
Hath power, directed thus, to bend elsewhere;
As from a cloud the fire is seen to fall,
From its original impulse warp’d, to earth,
By vitious fondness. Thou no more admire
Thy soaring (if I rightly deem) that lapse
Of torrent downward from a mountain’s height.
There would in thee for wonder be more cause,
If, free of hindrance, thou hadst stay’d below,
As living fire unmoved upon the earth.”
So said, she turn’d toward the Heaven her face.
ALL ye, who in small bark have following sail’d,
Eager to listen, on the adventurous track
Of my proud keel, that singing cuts her way,
Backward return with speed, and your own shores
Revisit; nor put out to open sea,
Where losing me, perchance ye may remain
Bewilder’d in deep maze. The way I pass,
Ne’er yet was run: Minerva breathes the gale;
Apollo guides me; and another Nine,
To my rapt sight, the arctic beams reveal.

 

Vertaald door H. F. Cary

 

 
Dante Alighieri (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)
Portret in de kathedraal van Orvieto

Lees meer...

14-05-16

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Ach, hoe sereen en listig de narcissen in april

Op de dag
dat het gebeurde
had het gevroren
 
Het serveren van de thee was
nauwelijks een ritueel naast
het bed dat begroeid was
met bloemen van hen
die je niet meer wilde zien
 
Het sap nog in de mond
van sinaasappelmarmelade
deed mij eraan denken
dit is geen sinister sprookje
 
De zuster kwam bedauwd
de kamer binnen
met voeten verend
onder schaars gewicht
Op een gedempt klavier
van juist gestemde woorden
vroeg ze naar de nacht
en naar de morgenboterham
waarna ze hoorbaar
voorzichtig als een vis
door kieuwen ademde
 
de zeep stond klaar
de schone handdoek als fluweel
gevouwen en gladgestreken
voor het toedekken
van zoveel doelloos lichaam
 
Ik tastte aan de golven
van uitgebloede aders
geen aroma's meer
van japanse kerselaren in de tuin
waar het gekanker met kapotgevreten
vingertoppen ook daar niet ophield
te bestaan
 
Ach, en wat sereen en listig
de gele bekken van narcissen
in april

 

 

Nog eenmaal

Nog eenmaal om precies te zijn
zou ik een kind willen baren
Het ritueel van de ogenblikken
in mij opslaan als in een gouden kooi
 
Het lichaam dat zich opent om zwijgend dicht te gaan
in de trance van het afgebakend moment
 
Te weten dat ik vrouw ben
en niet zomaar vermoeid
van steeds weer stappen over zebrapaden
met kinderen in donker uniform
en boekentassen vol verzamelingen
 
Straks de quiche Lorraine op tafel
en schoenen poetsen voor het vertrek
de brooddoos met het gebakje, het springtouw voor de middagpauze
 
Nog éénmaal wil ik wakker worden
met het weke lijfje aan mijn weke mond
Het hart op het hart

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

14-05-15

Karl-Markus Gauß, Jo Gisekin, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Karl-Markus Gauß op dit blog.

Uit: Lob der Sprache, Glück des Schreibens

„Als Bianca Jagger in Salzburg einen Ring verlor, dessen Wert lumpige 200.000 Euro betragen soll, wurde der bedauerliche Verlust zugleich mit der Nachricht vermeldet, dass es sich bei der Besitzerin um eine weltberühmte Menschenrechtskämpferin handle. Dadurch entstand der Eindruck, der Kampf um Menschenrechte wäre ein einträgliches Gewerbe, mit dem man sich nebenbei eine passable Ausstattung an Schmuck zulegen könne. Kein Wunder, dass unter Salzburger Kindern, die nach ihrem Berufswunsch befragt werden, die notorischen Astronauten, Fernsehmoderatoren, Popstars so was von out sind und neuerdings ein jedes meint, wenn es erst groß wäre, würde es sein Geld am liebsten auch als weltberühmter Menschen rechtsaktivist verdienen.
Der Wunsch ist verständlich, denn welcher Beruf ist heute schon edel und einträglich zugleich? Vielleicht der des Investmentbankers? Nein, der ist zwar edel, aber nicht mehr einträglich, denn ein solcher Banker bleibt sein Leben lang von staatlicher Unterstützung abhängig - und wer will das schon außer den wirklich Reichen? Wer sich für den Beruf des Menschenrechtsaktivisten entscheidet, setzt hingegen darauf, dass sich das Ansehen der Mutter Teresa ohne Schwierigkeiten mit der Ausstattung von Tante Bianca verbinden lasse.
Und wenn einem der immerwährende Einsatz für die Entrechteten und Gedemütigten, die einem Gottseidank so schnell nicht ausgehen werden, wieder einmal zu langweilig geworden ist, dann heißt es eben Shoppen, bis die Ringe von den Fingern rutschen.
Früher, in barbarischen Zeiten, wurden die Kämpfer und Kämpferinnen für die Menschenrechte ja noch ermordet, inhaftiert, verfolgt; oder sie waren, bestenfalls und in demokratischen Staaten, übel beleumundet als Störenfriede, die den guten Geschäftsgang mit Diktaturen und Despotien störten.“

 

 
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)
Cover

Lees meer...

14-05-14

Eoin Colfer, Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook alle tags voor Eoin Colfer op dit blog.

Uit: The Atlantis Complex

“How do I love thee? wondered Orion. "Let me see. I love thee passionately and eternally...obviously eternally-that goes without saying." Holly blinked sweat from her eyes. "Is he serious?" she called over her shoulder to Foaly. "Oh, absolutely," said the centaur "If he asks you to look for birthmarks, say no immediately." "Oh, I would never." Orion assured her. "Ladies don't look for birthmarks; that is work for jolly fellows like the Goodly Beast and myself. Ladies, like Miss Short, do enough by simply existing. They exude beauty, and that is enough." "I am not exuding anything." said Holly, through gritted teeth. Orion tapped her shoulder. "I beg to differ. You're exuding right now, a wonderful aura. It's pastel blue with little dolphins." Holly gripped the wheel tightly. "I'm going to be sick. Did he just say pastel blue?" "And dolphins, little ones," said Foaly.”
(…)

„Very well, I promise. So, what did you get for me?" Angeline paused for a beat. "Jeans." "What?" croaked Artemis. "And a T-shirt" ...Artemis took several breaths. "Does the T-shirt have any writing on it?" A rustling of paper crackled through the phone's speakers. "Yes, it's so cool. There's a picture of a boy who for some reason has no neck and only three fingers on each hand, and behind him in this sort of graffiti style is the words RANDOMOSIY. I don't know what that means but it sounds really current." Randomosity though Artemis, and he felt like weeping.”

 

 
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

Lees meer...

14-05-13

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Kweeperen in cognac

 

Weemoed van kweeperen in cognac
zomers boudoir achter
lichtschuw inmaakglas
waar ik naar tracht
als naar een haardvuur
in een huis met
geblinde ramen.

 

Stroomafwaarts
in lopende plooien
van mijn huid
is de herfst geboren
als in een zwijgend laken
of in een handpalm
bespannen met opalen vlies
van witte eierschalen.

 

De boomgaard met blaren
wisselt feestelijk van vacht
naast de kweeperelaar
op het vloerkleed gras .

 

 

 

Zwijgen

Zwijgen
is
dieper graven

vlinder die de nacht bevoelt
met vingertoppen duisternis
-ik ben het blauw van Raveel verloren-

vaak heb ik de vroegste morgen
uit je wuivende vleugels geperst
je wieg was me meer
dan een wijngaard stilte
en op je rug
heb ik mezelf vertekend

ik huil om zinloosheid
van opgesteven woorden
om weemoed die de traan
niet kent.

 

 

 

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

14-05-12

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel, Jens Sparschuh


De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Gedicht voor de meester van mijn zoon

Het leek een morgen om niet te vergeten
een beetje kil een beetje klam
bedampt nog van de nacht
waarlangs de zomer
stiekem voorbij was gegaan

Ik had de wekker gehoord
het aanzwellend kabaal
van drie paar kindervoetjes
op de trap
het doorspoelen na het zoveelste
plasje

tegen de afgebladderde muur
weerbarstige kamperfoelie in mijn tuin
en een herfstroos
zich moeizaam ontplooiend
in het behang van een spinneweb

En dan de speelplaats
platgewalst door duizend voetjes
en moeders zichtbaar opgedirkt
door Elisabeth Arden en geur
van Chanel dixneuf
met bruine benen uit Guadaloupe
sieraad van een zilte zomer
op hooggehakte pumps

In langgerekte rijen
een beetje loom een beetje lam voor 't eerst mijn zoon
zijn blauwe dasje om, zijn grotemensenhemd
en in zijn veel te holle boekentas
een stift, een potlood en een gom en
schriftjes voor de letters s en c en h
van school

En plots
als een punt
op een heel grote i
de reus in de straat van kabouters
met baard en sjaal en kaki
duffelcoat
de Meester

de meester van mijn zoon

Ik dacht
mocht het straks regenen
van droefenis
in de ogen van mijn zoon
kan hij heimelijk gan schuilen
in de opgestikte zak
van zijn meesters jas.

 

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

14-05-11

Jo Gisekin, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

 

Vader

 

Vaders zijn er altijd geweest met het
beheerste gebaar in de armen. Het broze
in elk van hun vingers. Het kind op schoot.
Onuitgepakt cadeau met verstrengelde
beentjes. Als mastiek ontrold.

 

Ze zijn van tel in het huiselijk bestaan. Ze
schuiven gordijnen open. Hun kijk op akkers
in bloei. Wrijven het dekentje glad en
smoren gevaren ondergronds. Een pluim op de hoed.
Ze denken dieper na hoe ze het armpje
of het hoofd moeten steunen.
Ze aarzelen bij elke stap. Gaan wijdbeens
op de voorplecht staan. In evenwicht.
Ze tellen ribben en
tenen en waken bij het gewicht in de wieg.
Geen wind mag in de zeilen slaan.

 

Het interval van de adem verschuift in hun
oor. Ze zoeken naar maat en volgen de
weg die de sluimer inslaat tot aan
de slaap.
Rust is aan vaders nooit besteed. Ze timmeren
een dak boven het hoofd van het kind: de herfst
wordt dramatisch dit jaar.
Ze springen in laarzen en dammen het land.
Geen watersnood binnen de oevers.
Liever eelt op de hand.

 

Vaders zijn tot alles in staat. Ze tekenen
hun zelfportret uit op het kind.
Het geringste voortbestaan.

 

 

 

 

De nacht is veel te groen

 

De nacht is veel te groen
om krekels van het
blauw te onderscheiden

waar is het licht
dat leeggezogen weiden
uit hun stramme schaduw dwingt?

Je hoort geen stilte
die luider snikt
dan legers meeldraden
- ze vechten voor wat licht -

schrijf met glazen woorden
de scherven op hun dode bloemenmond.


de tijd eet geld met hopen
en af en toe
zich rond.

 

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

Lees meer...

14-05-10

Jo Gisekin, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Dante Alighieri


De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

 

Als ik het boek niet had

 

Als ik het boek niet had zou ik
ánders leven. In de spiegels van het
blad zie ik mijn gisteren. de nacht,
het zeldzaam tedere van elk verleden
dat niet vervaagt
nu ik nog alles weet.

 

Ik ken de plekken waar het landschap
tot aan mijn voetzool plooit in veel verborgen
geuren, de zon een feest is. Muziek een
stortbui uit wijde galmgaten. Psalmen
voor een ver verschiet.

 

Hoe zou ik weten wie de tijd ontstak, aan
ieder woord zijn klinker gaf, zingend
in mijn oor.
De vreugde kan niet op
in alle talen, in elk nieuw boek
een jong bestaan.

 

 

 

 

Het haakwerk van liefde

 

Met het vakmanschap
van metselaars
op het plein van platanen
zou ik je
als een beeldhouwwerk
steen per steen beweegloos
op elkaar willen passen

 

Als een vleermuis
deskundig de ruimte
van je fragiel bestaan doorklieven
om te zien hoe
geitenblad en disteldoorn
geel en paars in ruitmotief
over je spankracht
heen en weer doen vlieden.

 

Ach
ik weet wat water is
het wier van schaamte
en tijdloosheid
van terloops plezier.

 

Het haakwerk van liefde
is een schichtig motief
ternauwernood
kunnen jij of ik
haar bloem versieren.

 

 

 

Gisekin
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 



De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

Uit: Artemis Fowl

 

By now, you must have guessed just how far Artemis Fowl was prepared to go in order to achieve his goal. But what exactly was this goal? What outlandish scheme would involve the blackmailing of an alcohol-addicted sprite? The answer was gold.

Artemis's search had begun two years previously when he first became interested in surfing the Internet. He quickly found the more arcane sites: alien abduction, UFO sightings, and the supernatural. But most specifically the existence of the People.

Trawling through gigabytes of data, he found hundreds of references to fairies from nearly every country in the world. Each civilization had its own term for the People, but they were undoubtedly members of the same hidden family. Several stories mentioned a Book carried by each fairy. It was their Bible, containing, as it allegedly did, the history of their race and the commandments that governed their extended lives. Of course, this book was written in Gnommish, the fairy language, and would be of no use to any human.

Artemis believed that with today's technology the Book could be translated. And with this translation you could begin to exploit a whole new group of creatures.

Know thine enemy was Artemis's motto, so he immersed himself in the lore of the People until he had compiled a huge database on their characteristics. But it wasn't enough. So Artemis put out a call on the Web: Irish businessman will pay large amount of U.S. dollars to meet a fairy, sprite, leprechaun, pixie. The responses had been mostly fraudulent, but Ho Chi Minh City had finally paid off.“

 

 

colfer
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 


De Duitse schrijfster
Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen.

 

Uit: Kaya schießt quer

 

Kaya zitterte bei jedem Sprung mit, obwohl Lara doch ihre Konkurrentin war. Trotzdem, Lara hatte einfach ein wunderschönes Pony, schwarz wie die Nacht mit einem weißen Stern mitten auf der Stirn – und, was fast noch wichtiger war, mit einem ungeheuren Sprungvermögen.

Die beiden fegten durch den Parcours, dass die Zuschauer den Atem anhielten. Heute ging es um Zeit und Fehler, und da war Black Jack allen anderen überlegen.

Kaya stand noch immer ganz beeindruckt da, obwohl sie längst hätte aufsitzen müssen, und sie war sich sicher, dass Fritz Lang deswegen schon sauer sein würde, aber sie konnte sich von dem Bild einfach nicht lösen. Jetzt kamen die beiden auf die letzte Kombination zu, ein blau-weißer Steilsprung und dahinter ein gewaltiger Oxer, der für sie selbst gleich zum richtigen Problem werden würde, für

Black Jack aber noch nicht mal einen Augenaufschlag mehr bedeutete.

Kaya hatte bisher immer nur von diesem Siegerpaar gehört, aber heute war der große Tag, da sie beide in ein und derselben Prüfung starten durften, beim ›Bodensee Classics Ponycup‹ in Aach. Ihr Herz klopfte wie wild vor Aufregung. Fritz Lang, ihr Trainer, war vorhin mit ihnen allen den Parcours abgeschritten, aber sie konnte sich kaum auf seine Anweisungen konzentrieren, so stolz war sie, bei diesem großen, internationalen Reitturnier mitmachen zu dürfen.“


 

 

Gaby-Hauptmann
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 


De Duitse schrijver
Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn.

 

Uit: Eins zu eins

 

“Lockruf der Wildnis Von einem Fall Wenzel zu sprechen, halte ich noch für verfrüht. Die Trottenburg sieht das übrigens ähnlich. Nachher klärt sich alles überraschend simpel auf und wie stehen wir dann da. Ihr Anruf kam kurz nach der Mittagspause. »Du, Olaf, ich glaube, wir haben ein Problem.« »Wenzel«, sagte ich. »Kommst du mal bitte rüber.« Ich weiß nicht, warum mir spontan Wenzel eingefallen ist. Für diesen halboffenen Augenblick zwischen Träumen und Wachen, in dieser Grauzone meines Denkens ich hatte gerade meinen täglichen 5-Minuten-Büroschlaf absolviert, und mein Oberkörper lag noch abgeknickt über der Schreibtischplatte muß ich ein Seher gewesen sein. Ich sah: einen langgestreckten See. Ein paar Kiefern am Ufer, die mürrisch herumstanden; schief, gegen den Wind. Aber es war gar kein Wind. Nur ein paar Vögel, die sich in den Himmel fallen ließen. Unten, im schwarzen Wasser, schwammen Wolken vorüber. Ein Findling lag am Feldrand. Ein abschüssiger Weg.”

 

 

Sparschuh
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955) 
 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg.

 

Uit: Die Donau hinab (Samen met Christian Thanhäuser)

 

So weit ich auch gereist bin, bis zum Leuchtturm von Sulina bin ich nie gelangt. Eine merkwürdige Scheu hat mich stets umdrehen, abzweigen, innehalten lassen, ehe ich das Donaudelta mit seinen unzähligen Seitenarmen erreicht hätte. Dort, wo sie immer langsamer fließt und unüberschaubar breit geworden ist, ihre vom Schwarzwald auf 2888 Flusskilometer gesammelten Wassermassen nur mehr träge weiterrollt und ihr fließender und zurückfließender Übergang zum Meer fast unmerklich ist, ausgerechnet dort also, wo der Fluss zum Meer wird, markiert der Leuchtturm den messtechnischen Nullpunkt der Donau. Mich diesem Übergang und der Entgrenzung auszusetzen, habe ich immer gezaudert, als wäre mir dieses Überströmen, Sichverlieren im Meer der Tod, der ja am Ende aller Reisen steht und den esoterisch zur großen, letzten und wahren Reise zu verklären mich noch gar nicht reizt.
Auch das macht die Donau vermutlich einzigartig unter den Flüssen, dass ihre Kilometer-Zählung beginnt, wo der Fluss endet und sich im Meer verliert. Ende und Anfang, hier fallen sie in eins, wie umgekehrt auch im Schwarzwald, wo die Bächlein Breg und Brigach sich vereinen und die Donau ihren Weg bei einem Uferzeichen aufnimmt, das die finale Kilometer-Bezeichnung 2888 trägt, just als würde der Fluss hier, wo er entspringt, sein Ende haben und dort, wo er endet, beim Leuchtturm in Sulina, seinen Anfang nehmen.”

 

 

 

KM-Gauss
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

 

 

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

Uit: Divina Comedia

 

CANTO I

 

His glory, by whose might all things are mov'd,

Pierces the universe, and in one part

Sheds more resplendence, elsewhere less.  In heav'n,

That largeliest of his light partakes, was I,

Witness of things, which to relate again

Surpasseth power of him who comes from thence;

For that, so near approaching its desire

Our intellect is to such depth absorb'd,

That memory cannot follow.  Nathless all,

That in my thoughts I of that sacred realm

Could store, shall now be matter of my song.

 

Benign Apollo! this last labour aid,

And make me such a vessel of thy worth,

As thy own laurel claims of me belov'd.

Thus far hath one of steep Parnassus' brows

Suffic'd me; henceforth there is need of both

For my remaining enterprise Do thou

Enter into my bosom, and there breathe

So, as when Marsyas by thy hand was dragg'd

Forth from his limbs unsheath'd.  O power divine!

If thou to me of shine impart so much,

That of that happy realm the shadow'd form

Trac'd in my thoughts I may set forth to view,

Thou shalt behold me of thy favour'd tree

Come to the foot, and crown myself with leaves;

For to that honour thou, and my high theme

Will fit me.  If but seldom, mighty Sire!

To grace his triumph gathers thence a wreath

Caesar or bard (more shame for human wills

Deprav'd) joy to the Delphic god must spring

From the Pierian foliage, when one breast

Is with such thirst inspir'd.  From a small spark

Great flame hath risen: after me perchance

Others with better voice may pray, and gain

From the Cirrhaean city answer kind.

 

 

 

Vertaald door H. F. Cary

 

 

Dante-alighieri
Dante Alighieri  (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

Portret door Giotto, Florence

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

17-02-10

Mori Ōgai, Georg Britting, Andrew Paterson, Margaret Truman, Maria Rossetti, Ruth Rendell


De Japanse schrijver Mori Ōgai werd geboren op 17 februari 1862 als Mori Rintaro in het dorpTsuwano in Iwami. Hij was de oudste zoon in een artsenfamilie. In 1872 verhuisde Mori met zijn familie naar Tokio, waar hij twee jaar later begon met studies geneeskunde aan de Universiteit van Tokio. Rond deze tijd maakte hij voor het eerst kennis met poëzie. In het bijzonder tanka en Chinese gedichten. Wat later begon hij ook romans te lezen. In 1881 werd Mori Ōgai de jongste persoon ooit die een diploma geneeskunde kreeg aan de Universiteit van Tokio.  Na zijn graduatie begon Mori een carrière als legerarts. In 1884 moest hij van de regering voor vier jaar in Duitsland gaan studereren. Hij ontdekte zo dat er een groot verschil bestond tussen de Europese en Japanse literatuur.  Toen hij terugkwam in Japan, probeerde Mori Ōgai om niet alleen de Japanse geneeskunde te moderniseren, maar ook de Japanse literatuur. Hij deed dit onder andere door in 1889 zijn eerste werk Omokage te publiceren. Het was een collectie van vertaalde westerse gedichten. Datzelfde jaar trouwde hij met Akamatsu Toshiko. Hun huwelijk bleef echter maar een jaar duren. In het jaar van hun scheiding publiceerde hij zijn eerste roman, Maihime. Dit ging over een Japanner die een affaire had met een Duits meisje. Het is één van de werken die beschouwd wordt als het begin van de moderne Japanse literatuur.

 

Uit: The Wild Geese (Vertaald door Kingo Ochiai en Sanford Goldstein)

 

„THIS STORY happened long ago, but by chance I remember that it occurred in 1880, the thirteenth year of Emperor Meiji's reign. That date comes back to me so precisely because at the time I lodged in the Kamijo, a boardinghouse which was just opposite the Iron Gate of Tokyo University, and because my room was right next to that of the hero of the story. When a fire broke out inside the house in the fourteenth year of Meiji, I was one of those who lost all of their possessions when the Kamijo burned to the ground. What I'm going to put down, I remember, took place just one year before that disaster.

Almost all the boarders in the Kamijo were medical students, except for the few patients who went to the hospital attached to the university. It's been my observation that a residence of this kind is controlled by one of its members, a lodger who rises to a position of authority because of his money and shrewdness. When he passes through the corridor before the landlady's room, he always makes it a point to speak to her as she sits by the square charcoal brazier. Sometimes he'll squat opposite her and exchange a few words of gossip. Sometimes he seems to think only of himself when he throws

sake parties in his room and puts the landlady out by making her prepare special dishes, yet the truth is that he takes care to see that she gets something extra for her troubles.
Usually this type of man wins respect and takes advantage of it by having his own way in the house.

The man in the room next to mine was also powerful in the Kamijo, but he was of a different breed.

This man, a student called Okada, was a year behind me, so he wasn't too far from graduating. In order to explain Okada's character, I must speak first of his striking appearance. What I really mean is that he was handsome. But not handsome in the sense of being pale and delicately thin and tall. He had a healthy color and a strong build. I have hardly ever come across a man with such a face. If you force me to make a comparison, he somewhat resembled the young Bizan Kawakami, whom I got to know later than the time of this story, and who became destitute and died in misery. Okada, a champion rower in those days, far surpassed the writer Bizan in physique.“

 

 

 

 

450px-Mori-Ogai
Mori Ōgai (17 februari 1862 – 9 juli 1922)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Georg Britting werd op 17 februari 1891 geboren in Regensburg. Zie ook mijn blog van 17 februari 2007 en ook mijn blog van 17 februari 2009.

 

 

 

Zorn im späten Februar

 

Schön war der Föhn.  Er blies die hellen Flöten. 

Sie sind verstummt.  Und Winter herrschet jetzt. 

Die armen Hasen sind in argen Nöten:

Sie hatte schon das erste Gras geletzt!

 

Weiß liegt das Feld in schauerlicher Öde,

Und alle Schatten sind so schwarz wie Tusche.

Die Raben freuts.  Sie flügeln, und im Husche

Erwischen sie die Maus, und die stirbt schnöde

 

Unter dem scharfen Hieb der Schnabeltiere.

Nur zu, nur zu!  Erfriere Welt, erfriere,

Frier tief hinunter bis zu Krebs und Fisch,

Du letztes Lämpchen, leer von Öl, erlisch!

 

Komm, Eisbär, komm, und heb die weißen Tatzen!

Erfriere, Welt, an diesem Wintertag!

Ihr Wölfe kommt, und ihr, sibirische Katzen,

Kommt auch heran, weist eure wüsten Fratzen:

Heut ist es so, wies eure Seele mag!

 

 

 

Die Sonnenblume

 

Über den Gartenzaun schob sie

Ihr gelbes Löwenhaupt,

Zwischen den Bohnen erhob sie

Sich, gold und gelb überstaubt.

 

Die Sonne kreist im Blauen

Nicht größer, als ihr gelbes Rad

Zwischen den grünen Stauden,

Den Bohnen und jungem Salat.

 

 

 

 

Britting
Georg Britting (7 februari 1891- 27 april 1964)

In de Münchense Ruhmeshalle

 

 

 

 

 

De Australische dichter Andrew Barton "Banjo" Paterson werd geboren op 17 februari 1864 in  Narambla in New South Wales. Zie ook mijn blog van 17 februari 2007 en ook mijn blog van 17 februari 2009.

 

 

A Singer of the Bush 

 

There is waving of grass in the breeze

And a song in the air,

And a murmur of myriad bees

That toil everywhere.

There is scent in the blossom and bough,

And the breath of the Spring

Is as soft as a kiss on a brow --

And Spring-time I sing.

 

There is drought on the land, and the stock

Tumble down in their tracks

Or follow -- a tottering flock --

The scrub-cutter's axe.

While ever a creature survives

The axes shall swing;

We are fighting with fate for their lives --

And the combat I sing.

 

 

 

 

The Plains 

 

A land, as far as the eye can see, where the waving grasses grow

Or the plains are blackened and burnt and bare, where the false mirages go

Like shifting symbols of hope deferred - land where you never know.

 

Land of the plenty or land of want, where the grey Companions dance,

Feast or famine, or hope or fear, and in all things land of chance,

Where Nature pampers or Nature slays, in her ruthless, red, romance.

 

And we catch a sound of a fairy's song, as the wind goes whipping by,

Or a scent like incense drifts along from the herbage ripe and dry

- Or the dust storms dance on their ballroom floor, where the bones of the cattle lie.

 

 

 

 

Patterson
Andrew Paterson (17 februari 1864 – 5 april 1941)  

Standbeeld in Gladesville

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Margaret Truman werd geboren op 17 februari 1924 in Independence, Missouri. Zij was de enige dochter uit het huwelijk van president Harry S. Truman en. Bess Truman. In 1956 trouwde zij met de journalist Clifton Daniel. Zij begon in de late jaren veertig aan een loopbaan als zangeres, maar richtte zich later op het schrijven. Zij schreef een biografie over haar vader, een boek over dieren in het Wiite Huis en had groot succes met een serie detectives, om te begionnen met „Murder in the White House“ uit 1980.

 

Uit: The President's House

 

„The last time I was in Washington, D.C., I walked by the White House on the way to dinner at a nearby restaurant. Hidden floodlights made the historic building glow like a mansion in a vision or a dream. Suddenly I thought: I am not the woman who lived in that house more than fifty years ago. She is a completely different person. I barely know her.

The words whispered in my mind like a voice from another world. I was remembering, or trying to remember, what it meant to be the daughter of the president of the United States, living in that shining shimmering house. The one inescapable thing I recalled was the difference. I have lived in several houses and apartments, and spent some time in splendid establishments, including a few royal palaces. But not one of them--or all of them together--can compare to the feeling I recalled from my White House days.

That was when I resolved to write this book about one of the most mysterious, terrifying, exalting, dangerous, fascinating houses in the world. It is a house that has changed people in amazing, unexpected ways. It is a house that has broken hearts and minds. It is a house that has made some people weep when they walked out the door for the last time--and others feel like escapees from a maximum security prison. Some marriages have been saved within those pristine white walls. Others have been irrevocably ruined.

Children have played marvelously clever games inside and outside this unique piece of architecture. Other children have twisted and turned in their death throes while their weeping parents, arguably the most powerful persons on the North American continent, clutched them in their impotent arms. In those same second-floor bedrooms, radiant brides have dressed in virginal white and descended to meet loving husbands as the world applauded.“

 

 

 

 

Maragaret_Truman
Margaret Truman (17 februari 1924 – 29 januari 2008)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster  Maria Francesca Rossetti werd geboren in Londen op 17 februari 1827. Rossetti was een dochter van de oorspronkelijk uit Italië afkomstige dichter Gabriele Rossetti en de oudste zus van de eveneens als schrijvers actieve William Michael Rossetti en Christina Georgina Rossetti en van de dichter en kunstschilder Dante Gabriel Rossetti. Christina droeg haar gedicht Goblin Market op aan haar zuster. In 1871 verscheen haar boek The Shadow of Dante: Being an essay towards studying himself, his world, and his pilgrimage. In haar latere leven werd Maria een Anglicaanse non. Zij werd begraven op Brompton Cemetery in het westen van Londen.

 

Uit: A Shadow Of Dante

 

„DANTE is a name unlimited in place and period. Not  Italy, but the Universe, is his birthplace ; not the

fourteenth century, but all Time, is his epoch. He rises  before us and above us like the Pyramids awful, massive,  solitary ; the embodiment of the character, the realization of  the science, of his clime and day; yet the outcome of a  far wider past, the standard of a far wider future. Like the  Pyramids, again, he is known to all by name and by pictorial representation ; must we not add, like them unknown  to most by actual sight and presence ? Who among us has  indeed experienced the soul-subduing hush of his solemnity ?  who beheld all average heights dwarfed by his sublimity ?

Even of his fellow-linguists how many have read his great  poem through ? One of themselves has said it few have  gone beyond the Inferno ; nay, most have stopped short at  two passages of the Inferno Francesca da Rimini and il  Conte Ugolino. And of his fellow-cosmopolitans how many

have read even so much ? If in cultivated society we start  him as a topic of conversation, how far is our interlocutor  likely to sympathize with our vivid interest? How many  young people could we name as having read Dante as a  part of their education ?“

 

 

 

MariaRosetti
Maria Rossetti (17 februari 1827 - 24 november 1876)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Ruth Rendell werd geboren als Ruth Grasemann in Londen op 17 februari 1930. Zie ook mijn blog van 17 februari 2007 en ook mijn blog van 17 februari 2008 en ook mijn blog van 17 februari 2009.

 

Uit: End in Tears

 

When he lifted it off the seat the backpack felt heavier than when he had first put it into the car. He lowered it on to the soft ferny ground. Then he got back into the driving seat to move the car deep into a cave made by hawthorn bushes and brambles, and the hop vines which climbed over everything in this wood. It was late June and the vegetation very dense and luxuriant.
Getting out again and standing back to take a good look, he could barely see the car. Probably he only saw it because he knew it was there. No one else would notice it. He squatted down, hoisted the backpack up on to his shoulders and slowly stood up to his full height. The movement reminded him of something and it was a moment before he realised what it was: lifting up his little son to sit on his shoulders. A hundred years ago, it seemed. The backpack was lighter than the boy but felt heavier to him.
He was afraid that if he stood upright the pack would jerk him backwards and break his spine. Of course it wouldn’t. It just felt that way. All the same, he wouldn’t stand upright, wouldn’t even try it. Instead, he stooped, bending almost double. It wasn’t far. He could walk like this the two hundred yards to the bridge. Anyone seeing him from a distance in this half-light would have thought him a humpbacked man.
There was no one to see. The twisty country lane wound round Yorstone Wood and over the bridge. He could have brought the car right up to the bridge but that way it would have been seen, so he had driven off the lane along a ride and then through a clearing to find the hop-grown cave.“

 

 

 

 

Rendell
Ruth Rendell (Londen, 17 februari 1930)

14-05-09

Eoin Colfer, Jo Gisekin, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel, Arjen Bakker, Kasper Peters, Karin Struck


De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Artemis Fowl: The Opal Deception

 

„Humans are at the centre of this particular case. Most humans aren't smart enough to find the leg holes in their trousers, but there are certain Mud Men clever enough to make me nervous. If they discovered the existence of an underground fairy city, they would certainly do their best to exploit the residents. Most men would be no match for superior fairy technology. But there are some humans who are almost smart enough to pass as fairies. One human in particular. I think we all know who I'm talking about.

In fairy history only one human has bested us. And it really sticks in my hoof that this particular human is little more than a boy. Artemis Fowl, the Irish criminal mastermind. Little Arty led the LEP a merry dance across the continents, until finally they used fairy technology to wipe our existence from his mind. But even as the gifted centaur Foaly pressed the mind-wipe button, he wondered if the fairy People were being fooled again? Had the Irish boy left something behind to make himself remember? Of course he had, as we were all to find out later.

Artemis Fowl plays does play a significant role in the following events, but for once he was not trying to steal from the People as he had completely forgotten we existed. No, the mastermind behind this tragic episode is actually a fairy.“

 

 

 

 

Colfer
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

 

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin (Leentje Vandemeulebroecke) werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

 

De liefde geurt naar evenveel

 

De harpen hangen

als koude koorden

in al te naakte bomen

en schuifelend aan mijn

oor het schuchter snarenspel

van bloemen op de akker

de krokus wordt geboren

de wind hangt zeilen uit.

 

Wat wij zelden horen

het rillen van de huid

het geuren van de

liefde als een blank

boeket camelia

naar méér nog of

in elk geval

naar evenveel.

 

 

 

Azuur beklimt ligusterhagen

 

Azuur beklimt ligusterhagen

en naast de bessenstruik

het luie land ontplofbaar

haast van hitte

 

de zon hangt in

het kraaiennest

het asfalt dampt als

paardenlucht

een rookpluim naar

de overkant

 

concerto voor de gulle rozen

honingbrood voor bedelaars

 

het staat met vuurpijlen

op wolken geschreven:

hoe glansrijk de aarde

hoe moe de taal.

 

 

 

 

 

 
Gisekin
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Der Zimmerspringbrunnen 

 

Dann lächelten wir uns an. Er war, sah man genau hin, mindestens zehn, fünfzehn Jahre jünger als ich. Insofern hätte eigentlich ich ihm das Du anbieten müssen. Aber schließlich, er war der Westmensch; da hatte er bei mir wahrscheinlich gleich automatisch ein paar Jährchen von den 40 Jahren DDR-Leben abgezogen, denn richtig gelebt hatten wir ja nicht. Immer wieder, wenn wir gemeinsam unterwegs waren, besonders auch bei Überlandfahrten, hatte er mitfühlend den Kopf geschüttelt. Zitat nach Protokollbuch: "Das war ja kein Leben bei euch! Die Zeitungen waren keine Zeitungen. Die Wahlen waren keine Wahlen. Die Straßen keine Straßen. Nicht mal Autos waren Autos.
Innerlich musste ich ihm in allen Punkten recht geben. Aber, was zum Kuckuck war es dann, was wir die ganze Zeit getrieben hatten? Wer weiß. Man muss es schon selbst erlebt haben, um es nicht zu verstehen…”

 

 

 

 

jens_sparschuh_6
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955)
  

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Die Hundeesser von Svinia

 

“Tornal’a war menschenverlassen, als hätte die Bevölkerung ihre eigene Stadt geräumt. Schnurgerade zog die staubige Hauptstraße, die die fünfzehn Kilometer nach Ungarn, vielleicht aber auch bis in die Steppen der Mongolei führte, durch den Ort, in dem an diesem Vormittag um zehn alle Geschäfte, Imbißbuden, Ämter geschlossen hatten. Die zweigeschossigen gelben Häuser, von denen viele aus der k. u. k. Zeit stammten, standen in rechtwinkelig angeordneten Zeilen, waren schmuck herausgeputzt und wirkten unbewohnt. Auf meinem Weg begegnete ich keinem einzigen Menschen, bis ich endlich gedämpfte Stimmen und Geräusche vernahm, die aus dem schwarzen Loch eines Eckhauses nach draußen drangen. Rasch, um mir keine Ausflucht zu lassen, schritt ich durch die geöffnete Tür des Cafés Casablanca, in dem ich den Erdmittelpunkt der Ereignislosigkeit zu entdecken fürchtete.

Das Casablanca war eine Kaschemme und bestand aus einem großen, düsteren Raum, der mit dem scharfen Geruch von Urin gebeizt war. An den zehn massiven Holztischen saßen jeweils zwei, drei Arbeiter in Overalls, die bereits das Mittagsmenü, Gulasch mit Knödel, verzehrten und dazu aus klobigen Gläsern, die an die Behälter von Grablichtern erinnerten, Schnaps tranken. Nur wenige von ihnen unterhielten sich, die meisten mampften schweigend, den Blick erschöpft auf den Teller gesenkt, von dem sie ihn nur manchmal hoben, um zum Fernseher über der Theke zu schauen, in dem sich ein paar reiche alte Damen aus Amerika ausgelassen auf slowakisch stritten, was ein imaginäres Publikum im Film fortwährend zum Lachen reizte, während jenes an den Tischen die Greisenalbernheit völlig ungerührt ertrug.”

 

 

 

 

Gauss
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zie ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Rückflug zu verschenken

 

„Sie nahm den Geruch wahr, noch bevor sie sich darüber klar wurde, dass etwas nicht stimmte. Sie hatte die Haustür aufgeschlossen und wie immer auf Katie gewartet, die hinter ihr her trödelte. Ihr Blick glitt über die Einrichtung in ihrer großen Eingangshalle. Mit dem Gemälde des angesagten Gegenwartskünstlers Neo Rauch, dem sie unendlich lange nachgelaufen war, bis sie es hatte kaufen können, war die Halle nun wirklich perfekt. Sie war perfekt. Clara lächelte. Katie kam herangestürmt, ihre blonden Locken hüpften, als sie vor ihr stehen blieb und ihr ein vierblättriges Kleeblatt entgegenstreckte. „Da, Mami, für dich!“ Clara beugte sich hinunter und gab ihr einen Kuss. Sie würde im nächsten Jahr in die Vorschule kommen.“

 

 

 

Hauptmann
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

 

Aan Vrouwe Pietra degli Scrovigni

 

Ik vloek de dag dat mij voor ’t eerst verblijd

het licht heeft dier verraderlijke ogen;

en ’t uur dat ge in mijn hart gekomen zijt

en hebt er mijn ziel ganslijk aan onttogen!

 

Ik vloek de vijl van mijn kunstvaardigheid,

die blank sleep al dier schone woorden logen,

die ’k voor u vond en heb in rijm gerijd,

opdat men eeuwig u zoude eren mogen.

 

En ’k vloek mijn eigen waan-verwarde geest,

die willoos aan de zware razernij

zich vastklemt van uw schone en schuld’ge leest,

 

waarvoor zelfs Amor gene meineed vreest;

zodat een ieder hem bespot, maar mij,

die ’t wiel van de fortuin wil wenden, ’t meest.

 

 

 

 

Vertaald door Nico van Suchtelen

 

 

 

 

Auf Beatricens Tod

 

Weint, Liebende, da Amor selber weint,

Und laßt den Grund mich seiner Trauer sagen:

Kupido hört viel Frauen jammernd klagend,

Aus deren Augen herber Kummer scheint,

 

Weil der hartherzige Tod als grauser Feind

Zerstört mit eines edlen Herzens Schlagen,

Was auf der Welt den höchsten Ruhm soll tragen

Bei edler Fraun, wenn sich´s der Ehre eint.

 

Hört, welche Ehre Amor ihr bezeugte:

Leibhaftig sah ich ihn, wie er sich beugte

Klagend zur holden schlummernden Gestalt,

 

Und immer wieder auf zum Himmel schaute,

Wo selig als verklärtet Geist nun wallt,

Die hier als Mädchen unser Herz erbaute.

 

 

 

 

Vertaald door Richard Zoozmann

 

 

 

 

 

Of Beauty And Duty

 

Wo ladies to the summit of my mind

Have clomb, to hold an argument of love.

The one has wisdom with her from above,

For every noblest virtue well designed:

The other, beauty's tempting power refined

And the high charm of perfect grace approve:

And I, as my sweet Master's will doth move,

At feet of both their favors am reclined.

Beauty and Duty in my soul keep strife,

At question if the heart such course can take

And 'twixt the two ladies hold its love complete.

The fount of gentle speech yields answer meet,

That Beauty may be loved for gladness sake,

And Duty in the lofty ends of life.

 

 

 

Vertaald door D.G. Rossetti

 

 

 

 

 

 

delacroix-dante-and-virgil
Dante Alighieri  (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

Dante en Vergilius, schilderij van E. Delacroix (detail)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs. Hij begon zijn loopbaan als songwriter, optredend in de straten van Parijs. Later verhuisde hij naar New York. Volgens Axel had de bekende zanger en songwriter Chris Whitley de grootste invloed op zijn eigen werk.

 

 

just this little stash of survival

 

just this little stash of survival

never had a moment to think

radio voices sound like someone I know

moonlight makes me want to have a drink

I listen to the rhythm of the traffic

hiding in the silence I project

push me through the womb of the future

bear me as an infant to protect

an island on the ocean planet 'solo'

wailing of the unborn tragedy

wiping from my eyes the mess of martyrs

the burden of my passage through the freeze

 

 

 

 

axel
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

 

 

 

Onaffhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Arjen Bakker werd geboren in Groningen in 1981. Bakker woont en studeert in Amsterdam. Hij houdt zich bezig met theater, muziek en poëzie. Bakker leest al een aantal jaren voor uit eigen werk, in vooral het Groningse circuit.

 

 

Waarom nu niet

 

Waarom nu niet

                    iets komt dichterbij

                    en iets anders verdwijnt

                    afscheidsliederen klinken op elke hoek

                    van de straat

                    open armen ontvangen wat in een

                             ademtocht zal verdwijnen

 

 

 

 

 

 

bakker2
Arjen Bakker (Groningen, 1981)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, dramaturg en toneelspeler Kasper Peters werd geboren in Doetinchem in 1973. Hij is o.a. medewerker aan de projecten Different Trains en De vloeibare woordenwinkel. Van hem verschenen bij Uitgeverij Passage zijn poëziedebuut Hellevaartsdagen (2004) en het eenmalige literaire tijdschrift De Wasknijper (2005), waarvoor hij samen met zijn vader Ton Peters de eindredactie deed. Voorjaar 2009 verscheen zijn tweede poëziebundel Kanaalkoorts. Kasper Peters was ook een van de oprichters van De Dichters uit Epibreren, waar hij tot in 1997 deel van uitmaakte. 

 

 

Bessemoerstraat

 

Haar straat ken ik steeds beter.

De trommelcursus op dinsdagavond,

werktijden van de onderbuurman.

Ik kook bij het blaffen van zijn honden.

 

Als de tennisles is afgelopen,

de jongen van vijftien a zijn fiets

op slot zet, hij douchet meestal thuis,

schenk ik de wijn voor haar in.

 

Een knikkerperiode die voorbij is.

Sneeuw die volgde, oud en nieuw,

kerstboombranden en saneringsplannen

in de brievenbus op achttien januari.

 

Ik zwaai bij de hoek van de straat,

geef drie kussen bij de voordeur en

denk dat die vrouw hem absurd veel

heeft gezien in het afgelopen half jaar.

 

 

 

 

 

Kasper_Peters
Kasper Peters (Doetinchem, 1973)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

De Duitse schrijfster Karin Struck werd geboren op 14 mei 1947 in Schlagtow.

 

 

14-05-08

Dante Alighieri, Jo Gisekin, Eoin Colfer, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Karin Struck, Gaby Hauptmann


De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007.

 

ALS DE SCHOONHEID VAN JE AANBLIK MIJ VERBLIJDT

 

Als de schoonheid van je aanblik mij verblijdt,
krimpt elk verzet, o liefste, in mij ineen.
Als ik bij je ben, zucht ik: 'O hart, strijd
voor wat je waard bent en vlucht dan heen!'

Voor mijn lijkbleek gezicht wordt alles zwart
en vallend zoek ik soelaas bij iedereen.
In de angstige roes die mij verwart
hoor ik: 'Sterf, o sterf dan!' van elke steen.

En wie mij ziet wanneer mij dit gebeurt,
is schuldig, als hij niet vol mededogen
laat zien hoe hij om mijn ontzetting treurt.

En ach, wie wordt niet tot in 't hart bewogen
als hij, wanneer je om mij spot bespeurt
hoezeer de dood zich nestelt in mijn ogen.

 

 

 

 

VERVULD VAN LIEFDE ZIJN AL MIJN GEDACHTEN

 

Vervuld van liefde zijn al mijn gedachten,
ofschoon ze van elkaar totaal verschillen:
de ene verwijst naar haar dwaze grillen,
de andere doet mij naar haar gaven smachten,

de ene vervolgt mij met jammerklachten,
de andere doet mijn hart van hoop doortrillen,
terwijl ze allemaal hetzelfde willen:
mijn kwellingen genadevol verzachten.

Vandaar dat ik niet weet waar te beginnen,
noch zie in welke richting ik moet gaan,
zozeer bedwelmt de liefdesroes mijn zinnen.

 

 

 

 

ALLE MENSEN MET EEN LIEFDEVOL HART

 

Alle mensen met een liefdevol hart,
lees deze verzen zonder respijt
en geef me uw mening in openheid,
in naam van Amor, die ons verwart!

De nacht had al een derde van de tijd
aan de fonkelende sterren ontnomen,
toen Amor zich vertoonde in mijn dromen,
een dwangbeeld waar ik nu nog onder lijd.

Hij hield mijn hart verheugd in zijn handen
terwijl hij zich aan mijn liefste wijdde,
zodat de slaap haar leden overmande.

Hij wekte haar, waarna hij haar leidde
naar mijn hart, dat deemoedig brandde.
Toen hij wegging, zag ik dat hij schreide.

 

 

 

 

dante_alighieri
Dante Alighieri  (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

 

 

 

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin (Leentje Vandemeulebroecke) werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007.

 

Niemand hoeft het ooit te weten

Niemand hoeft het ooit te weten
dat liefde een wijd open plek is
een verdronken land bijna
met hunkerende vogels en
druppelend water

twee zielen als duiven op een tak
in een nachtelijk september
twee harten in struikgewas

één peluw
met het hoofd
van slechts die

en geen ander.

 

Poëtisch

Een vrouw
wordt opgevuld en leeggehaald

af en toe
kan ze ook poëtisch zijn
wanneer de kinderen
tussen vogels en vlinders
de laan zijn uitgestuurd

om in haar kookpan
een hartig
gedicht te bereiden

 

 

 

Gisekin
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007.

 

 

Uit: Half Moon Investigations

 

“My name is Moon. Fletcher Mon. And I’m a private detective. In my twelve years on this spinning ball we call Earth, I’ve seen lots of things normal people never see. I’ve seen lunch boxes stripped of everything except fruit. I’ve seen counterfeit homework networks that operated in five counties, and I’ve seen truckloads taken from babies.

I thought I’d seen it all. I had paid so many visits to the gutter looking for lost valentines that I though nothing could shock me. After all, when you’ve come face-to-face with the dark side of the schoolyard, life doesn’t hold many surprises.

Or so I’d believed. I was wrong.
Very wrong.”

 

 

 

 

Colfer31
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn. Van 1973 tot 1978 studeerde hij filosofie en logica in Leningrad. Tot 1983 was hij wetenschappelijk medewerker aan de Humboldt-Universität, waar hij ook promoveerde. Sindsdien leeft hij als zelfstandig schrijver in Berlijn. Hij was geenageerd in de burgerrechtenbeweging in de DDr, voorafgaand aan de val van de muur. Sparschuh schrijft romans, essays, gedichten en hoorspelen.

 

Uit: Ich glaube, sie haben uns nicht gesucht



“Mein 9. November

Robert Karge, der Hörspielchef vom Saarländischen Rund­funk, war zu Besuch.

Im Frühjahr '89 hatten wir zusammen ein Hörspiel über Im­manuel Kant produziert, und nun, am Abend des 9. Novem­ber, saßen wir in Pankow, vor beziehungsweise hinter dem Ei­sernen Vorhang aus Beton, jedenfalls in seinem Schatten - und konspirierten bei Rotwein und Tabak angelegentlich darüber, wie wir beim nächsten gemeinsamen Stück eventuell etwas un­bürokratischer zusammenarbeiten könnten.

Unbürokratischer - im Klartext: Wir wollten das DDR-»Büro für Urheberrechte«, das ungebeten, per Zwangsumtausch, alle Westhonorare zum Umtauschkurs 1:1 in harte Ostmark um­rubelte, austricksen. Wie, das wußten wir auch nicht so richtig. Heute weiß ich: Das war ein historischer Irrtum!

Kein Büro der Welt wäre mehr so generös, für eine Stunde Hörspiel im Westradio (ich habe es eigenhändig am Taschen­rechner ausgerechnet!) den sagenhaften Gegenwert von S (in Worten: fünf) Jahren Miete in Ostberlin zu tauschen. Wie auch immer, es ging an jenem Abend um Kunst und Geld - Grund genug also für allerhöchste geistige Konzentration. Auch die immer lauter werdenden Hupgeräusche von der Straße konnten dem nichts anhaben.

Karge, der höfliche Westler, war zwar irritiert, fragte aber pie­tätvollerweise nicht weiter nach. Wahrscheinlich hielt er es für einen ganz besonderen Brauch der geheimnisvollen Ostdeut­schen, nachts um i t dauerhupend um den Block zu rasen. Und so sehe ich uns sitzen: im Stile des deutschen Idealismus vergangener Jahrhunderte weitschweifende, aber vorsichtige Erwägungen darüber anstellend, wie wir eventuell die Mauer ein kleines bißchen durchlässiger machen könnten - während draußen die Welt ihre ganz und gar eigenen Wege ging und die Mauer einfach sang- und klanglos zu Staub zerfiel. Am nächsten Tag, so erzählte mir Karge später, rief ihn ganz aufgeregt seine Tante - tief, tief aus dem Westen - in seinem Westberliner Hotel an: Wo und wie er denn diese unglaubliche Nacht zugebracht hätte?

Karge erzählte es. - Unglaublich!

»Na ja«, resümierte sie, »dann kannst du nichts wissen. Ich je­denfalls hab alles miterlebt, live. Am Fernseher!« Recht hat die Tante! „

 

 


sparschuh
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955)  

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Daar studeerde hij ook geschiedenis en germanistiek. Zijn eerste essays verschenen in het Winer Tagebuch. Terugkerende thema’s zijn de toenadering aan verschillende zogenaamde nationale minderheden en etniciteiten, waarvan de meesten aan de lezers nauwelijks bekend zijn. Zijn reisreportages gaan over culturele ontmoetingen, de uitwisseling met intellectuelen en schrijvers, maar ook met heel „normale“ mensen op straat of in café’s. Men kan ze lezen als bijdragen tot de Europese ethnologie.

 

Uit: Zu früh, zu spät

 

„Vor einem halben Jahr ist Aleksandar Tisma gestorben, jetzt erhalte ich seine Tagebücher zur Lektüre. Mein Freund Dragan Velikic´, der serbische Autor, der es schafft, daß selbst ich in seiner Gegenwart kaum zu Wort komme, hat mir von ihnen vorgeschwärmt. Als Jüngling von achtzehn Jahren, der schreiben wollte, aber nicht recht wußte wie und worüber, hat Tisma mit seinem Tagebuch begonnen, das er erst 2001, als weltberühmter Autor, der seinem literarischen Werk gegenüber nahezu gleichgültig geworden war, beendete. 1200 Seiten umfaßt die serbische Ausgabe dieses Buchs der Selbstbezichtigung, dessen Autor sich nicht sorgte, der Nachwelt womöglich ein unsympathisches, mitunter abstoßendes Zeugnis seiner selbst zu hinterlassen. Mit kalter Leidenschaft seziert da ein Narziß, der nur in die düsteren Züge seines Selbstbilds verliebt war, über sechs Jahrzehnte sein Streben und Trachten, seine Eitelkeit und Scham, seine Gier nach Frauen, Anerkennung, literarischem Erfolg, die sich nur allmählich abmilderte und endlich in einem erschreckenden Gleichmut erlosch.

Die große Konfession erschüttert zweifach: durch die selbstverletzende Energie, mit der sich hier jemand den Prozeß macht, in dem er selbst als Ankläger, Angeklagter und Zeuge auftritt und keinen Verteidiger zuläßt; und durch die Entschiedenheit, mit der er sich dabei auf wenige Grundfragen seiner Existenz konzentriert und wichtige Facetten seines Lebens ebenso rigoros außer Betracht läßt wie politische Ereignisse der Epoche, die sein eigenes und das Leben von Millionen beeinflußten, gefährdeten, zerstörten. Tismas Frau soll über das autobiographische Riesenwerk einmal gesagt haben, es sei darin nicht einmal Platz für die kleinste Notiz gewesen,

die Geburt ihres gemeinsamen Sohnes zu würdigen oder immerhin festzuhalten. Doch hat Tisma in seinen Tagebüchern nicht nur von privatem Glück geschwiegen, sondern auch über historisches Unglück kaum ein Wort verloren.

 

 

 

gauss5
Karl-Markus Gauß (Salzburg,14 mei 1954)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Karin Struck werd geboren op 14 mei 1947 in Schlagtow. Zij stamde uit een boerenfamilie die in 1953 wegens de collectivering van de landbouw in de DDR naar de BRD vluchtte. Struck studeerde romanistiek, germanistiek en psychologie in Bochum, Bonn en Düsseldorf. Met haar in 1992 verschenen Ich sehe mein Kind im Traum ontpopte de schrijfster zich als tegenstandster van abortus. Diverse keren liepen discussies met haar op de Duitse televisie uit de hand. In 1996 bekeerde zij zich tot het katholieke geloof. In haar latere levensjaren lukte het haar niet meer uitgevers voor haar werk te vinden, maar zij bleven bijdragen leveren aan voornamelijk katholieke media.

 

Uit:  Klassenliebe

 

„16. Mai 72. Ich arbeitete bei einer Gewerkschaftsschulung mit, als Mitglied eines »Teams« von zwei Studenten und zwei Gewerkschaftlern. Am ersten Tag der Wochenendschulung wollten wir mit den jungen Arbeitern über die Geschichte der Arbeiterbewegung diskutieren. Ein Student referierte. Danach saßen alle steif und starr und schwiegen. Nach dem Mittagessen gingen die Kollegen nach draußen einen Feldweg entlang (wir wohnten auf dem Land). An einer Wiese blieben alle stehen: zwei Bauern oder Arbeiter in blauen Kitteln waren dabei, zwei Bullen einzufangen. Dieses Schauspiel verfolgten alle mit großer Lust bestimmt eine halbe Stunde lang: die Bullen waren ziemlich wild. Und nachts kamen Jungen in das Mädchenzimmer, in dem ich mit drei jungen Arbeiterinnen schlief. Sie saßen sehnsüchtig auf den Hockern und sprachen mit den Mädchen, die schon im Bett lagen. Im Dunkeln. Alles natürlich heimlich. Kann man den Kapitalismus anfassen? Warum sollte alles so anonym sein, daß man nichts mehr anfassen kann, sinnlich wahrnehmen? Ist ein Krebs in der Brust nicht sinnlich wahrnehmbar? Die Ursache des Krebses schon nicht mehr sinnlich, anschaulich. Aber Theorie ist Anschauung und Denken, könnte es sein.“

 

 

 

 

Struck
Karin Struck (14 mei 1947 – 6 februari 2006)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zij volgde een opleiding tot journaliste en werkte o.a. als redactrice bij Seefunk Radio Bodensee. Haar radioloopbaan vervolgde zij in Tübingen en Baden-Baden. Midden jaren negentig schreef Hauptmann een serie bestsellers rond het thema: strijd der sexen. Na het verschijnen van Suche impotenten Mann fürs Leben kreeg zij vanuit de vrouwenbeweging het verwijt dat zij de emancipatie had verraden. De storm ging als snel liggen. Haar boeken werden verfilmd en er zijn nu al meer dan 6 miljoen exemplaren van verkocht.

 

Uit: Ran an den Mann

 

„Eva beachtete ihn nicht, bis sie bemerkte, daß sein Blick sie abtastete. Da beachtete sie ihn noch weniger. Sie drehte sich auf ihrem Barhocker leicht weg und ihm damit den Rücken zu. So, jetzt konnte er weiterschauen. Aber das Gefühl blieb da und lenkte sie ab.

Sie hatte sich nach einem anstrengenden Tag ein Pils an der Bar des Maritim-Hotels gönnen wollen, ganz für sich allein, bevor sie sich zu Hause ihren Töchtern und dem unerledigten Haushalt stellen mußte. Sie brauchte das manchmal. Einfach ein paar Minuten für sich, fern von allem Trubel, jeder Form von Chaos und pubertären Ausbrüchen. Auf diese Weise hatte sie ihre Nerven besser im Griff, ging nicht gleich hoch und konnte auch mal lächeln, statt immer gleich aus der Haut zu fahren.

Eva nahm noch einen Schluck aus ihrem Glas, und dabei blieb ihr Blick zunächst an der Flaschenbatterie hinter der Theke hängen und dann an den Augen, die sie im Spiegel anschauten. Sie starrte zurück. Es war ein unglaubliches Gefühl, einfach in ein Paar Augen zu schauen, die zu keinem Gesicht gehörten - zwei Whiskyflaschen verdeckten den Rest. Es waren schöne Augen. Dunkle Augen. Und sie bewegten sich nicht.

Langsam drehte sich Eva zu ihrem Barnachbarn. Jetzt hatte er auch ein Gesicht, und die Augen lächelten ihr aus nächster Nähe zu.

»Warum tun Sie das?« fragte sie.

»Was?« wollte er wissen.

Eva schwieg. Wenn er es nicht selbst wußte, was sollte sie dann dazu sagen?

Sie wollte sich wieder wegdrehen, und das schien er gespürt zu haben.

»Sie haben schöne Augen«, sagte er schnell.

Eva musterte das Gesicht zu den Augen jetzt etwas genauer.

Ein leichtes Lächeln zupfte an seinen Mundwinkeln, um die braunen Augen lagen kleine Fältchen, seine Gesichtszüge waren kantig, weich schienen nur die Haare, die leicht gewellt waren und in seine Stirn fielen.“


 

hauptmann_gaby4
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 

14-05-07

Dante Alighieri, Jo Gisekin, Eoin Colfer


De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) te Florence geboren uit een klein-adellijk geslacht. Hij verloor vroeg zijn ouders, volgde een veelzijdige studie en schreef al op zeer jeugdige leeftijd verzen, waardoor hij in vriendschappelijk contact kwam met andere dichters zoals Guido Cavalcante , Lupo Gianni, Cino da Pistoia en Forese Donati. Dante vatte een grote liefde op voor Bice di Folco Portinari, ons beter bekend als Beatrice, die hij onsterfelijk maakte in zijn gedichtenbundel Vita Nova en in zijn Divina Commedia. Hij bekleedde korte tijd in 1300 het hoogste stadsambt in Florence maar raakte steeds meer betrokken bij de interne partijstrijd en werd in 1302 vanwege zijn mislukte antipauselijke politiek voorgoed uit zijn vaderstad verbannen. Dante is niet alleen de grootste dichter van Italië maar ook één van de verhevenste figuren van de wereldlitteratuur. Hij vertegenwoordigde het Italiaanse genie en betekent een hoogtepunt van de veelzijdige middeleeuwse beschaving. Hij leefde in een tijd waarin de scholastiek plaats ging inruimen voor meer rationalistische ideeën. Dante heeft zijn onsterfelijke roem hoofdzakelijk te danken aan zijn Divina Commedia waarin hij zijn denkbeeldige reis beschrijft in 100 zangen die hem naar de Hel, de Louteringsberg en het Paradijs voert. Zijn gids in de Hel en op de Louteringsberg is de, door zijn jeugdliefde en grote inspiratrice Beatrice, gestuurde dichter Vergilius. De Divina Commedia is in Toscaans Italiaans geschreven en heeft in zeer belangrijke mate de ontwikkeling van het Italiaans beïnvloed. Het meesterwerk is onder meer een zedelijke allegorie. De dichter wordt in het begin door zijn hartstochten belet de zonnige heuvel van de deugd te bestijgen. Zijn gids en begeleider Vergilius symboliseert de wijsheid en de filosofie die Dante tot inkeer brengt, zijn zonden doet zien en de loutering van het berouw doet ondergaan waardoor hij het aardse geluk vindt. Tot de eeuwige gelukzaligheid, het Paradijs, echter voert hem alleen de goddelijke openbaring en de kerk (Beatrice).

 

Uit: Divina Commedia

 

 

DE HEL

Eerste zang

 

Juist midden op de reistocht van ons

zag ik mij in een donker woud verloren,   

daar ik van 't goede pad was afgeweken,   

Helaas, hoe 't was, dat woud, valt zwaar te zeggen:
zó wild was 't en zó woest, zó dicht en donker,
dat de angsten nog herleven bij 't herdenken.
Ja, zelfs de dood kan haast niet erger wezen.
Maar om van 't heil dat ik daar vond te spreken,   

zal 'k ook verhalen, wat ik eerst aanschouwde.

Vaag heugt mij maar, hoe ik er binnendoolde:
zó had de slaap mij in dat uur vermeesterd,   

toen ik de ware weg de rug toekeerde.   

Maar toen ik bij een heuvel was gekomen,   

daar waar de grenzen liepen van de helling,
die mij van vrees het hart reeds had doorstoken,
keek ik omhoog en zag zijn kruin omgeven
door 't licht van de planeet, die met zijn stralen   

ons allen veilig leidt langs alle wegen.   

Toen werd de vrees toch wel een weinig stiller,
die eerst gewoed had op de zee mijns harten,
geheel die nacht dat ik zo veel verduurde.

 

 

Vertaling: Christinus Kops

 

 

 

Vita Nuova 26

 

Volmaakt vervuld van zoete zaligheid

is wie mijn liefste ontwaart tussen de vrouwen,

en elke vrouw die haar op straat begeleidt

bedanke God voor wat zij mag aanschouwen!

 

Haar schoonheid is zo vol van deugd dat nijd

en jaloezie geheel erdoor verflauwen,

zodat zich iedereen met haar verblijdt

in minzaamheid en liefde en vertrouwen.

 

Haar aanblik maakt de wereld zacht en teer

en strekt, door al wat ruw is te verjagen,

niet slechts zichzelf maar elke vrouw tot eer.

 

Zij pleegt zich zo innemend te gedragen

dat wie zich haar herinnert keer op keer

zuchtend verzinkt in liefdes welbehagen.

 

 

Vertaald door Frans van Dooren

 

 

 

Der Herr der Liebe

 

An Jeden, der mit edlem Geist dem Bunde

der Himmelsmächte dient in Erdentalen

und willig dartut, was sie anbefahlen,

ergeht vom Geist der Liebe meine Kunde.

 

Es war zur Nacht und schon die vierte Stunde,

da sah ich plötzlich Alles um mich strahlen

und vor mir stand der Herr der Liebesqualen,

sein Blick entsetzte mich bis tief zum Grunde.

 

Erst schien er fröhlich. In der Hand, der einen,

hielt er mein Herz; auf seinem Arm indessen

schlief meine Herrin, blaß, in rotem Leinen.

 

Er weckte sie, und ließ sie von dem kleinen

und völlig glühenden Herzen schüchtern essen.

Darauf entwich er mir mit lautem Weinen.

 

 

Vertaald door Richard Dehmel

 

 

 

Dante
Dante Alighieri 
(14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin (Leentje Vandemeulebroecke) werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Jo Gisekin is een kleindochter van de Vlaamse schrijver Stijn Streuvels. Zij werd diverse malen bekroond en zag een aantal van haar gedichten getoonzet door componisten als Vic Nees, Wilfried Westerlinck en Ernest van der Eyken.

 

Daarna

Daarna
hebben we het raam gesloten
de ontroering
als een zijden zakdoek
kuis tussen ons gespreid.

Alsof wij jaren bedachtzaam
op dit moment
hadden gewacht
heb ik het laken
stilzwijgend als een geheim
over je heen geslagen

toedekkend
waar geen naam
voor bestaat.

 

 


Gisekin
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Hij is het bekendst door zijn boeken in de Artemis Fowl serie. Voordat hij zich volledig aan het schrijven wijdde was hij een aantal jaren werkzaam als leraar op een basisschool in Wexford, in Ierland. Zijn Artemis Fowl boeken worden vaak vergeleken met de Harry Potter serie van J.K. Rowling, maar Colfer wil van deze vergelijking niets weten.

 

Uit: Artemis Fowl: The Opal Deception

Prologue

We've all heard the official explanation for the tragic events surrounding the Zito Probe investigation. LEP Internal Affairs would have us believe that one of their officers was almost singlehandedly responsible for the entire affair. I am posting this article to ensure that you do not rush to judgement without all the facts. The LEP may be able to silence their officers, but they cannot censor me.

I know for an absolute fact that the officer in question, Captain Holly Short, did not commit the despicable crime she is accused of, and by the time you have finished reading this account, you will know it too.” 

 

Colfer
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

21:09 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (1) | Tags: eoin colfer, dante alighieri, jo gisekin |  Facebook |