22-02-18

Arnon Grunberg, Rob Schouten, Ruben van Gogh, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kis, Sean O'Faolain, Ishmael Reed, Edna St. Vincent Millay

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit:Aan nederlagen geen gebrek

„Aan Jan Ritsema Amsterdam, 25 februari 1991
Geachte heer Jan Ritsema,
Ons gesprek van verleden week in Scheltema heeft mij met de neus op de feiten gedrukt, of was althans de katalysator daarvoor. Dat mijn tekstjes emotionele interrupties zouden zijn gaat nog niet ver genoeg, afscheidingen van een zieke zijn het. En was die ziekte nog maar iets verhevens, maar het is de meest triviale, banale ziekte die een mens zich kan indenken. Als tussen de mieren de handen waren, die mij langdurig zouden verdoven, die mij uiteen zouden rijten, geloof me, ik zou dat armzalige geploeter laten voor wat het is en tussen de mieren gaan wonen. Hierbij een kort tekstje van mij, niet naar jou gestuurd in enige functie of hoedanigheid. Meer om als wij elkaar weer eens ontmoeten in smoezelige cafés, braakliggende etablissementen, wij naast de belangrijke dingen van het leven 't een en ander de revue kunnen laten passeren. Intussen hoop ik dat de helse depressiviteit, die zo ik weet, ook jouw megalomane stemmingen met een satanisch genoegen afbreekt en doet omslaan in walging en nog eens walging, uit is gebleven.
Morgen reis ik weer af naar Rotterdam en 's avonds zal ik in café Scheltema Johanna ter Steegem treffen. Of ik daar dan werkelijk gewichtig moet doen over een of andere monoloog die ik nog moet gaan schrijven of bij gebrek aan iets beters Baudelaire zal citeren (dronken moet je zijn, dronken van de poëzie, het leven, de liefde, maar dronken moet je zijn) weet ik nog niet. Het zal wel weer bij een hoop grote woorden blijven.
Ik houd je op de hoogte, een groet en sterkte,
Arnon

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)
Cover

Lees meer...

22-02-17

Arnon Grunberg, Rob Schouten, Ruben van Gogh, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kis, Sean O'Faolain, Ishmael Reed, Edna St. Vincent Millay

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Moedervlekken

“Kadoke wil aanbellen, maar het gras doet hem aarzelen. Hij pakt de tuinslang en begint de voortuin water te geven, de bomen, de planten, het gazon. De zoon die, zoals dat van hem werd verwacht, psychiater is geworden verzorgt de tuin. Vroeger speelde hij weleens badminton met zijn vader in de voortuin. Die tijd is voorbij, er wordt nu voornamelijk naar het gras gekeken als naar een vertrouwd en toch nog altijd mooi schilderij. Het heeft al bijna tien dagen niet geregend, op het gras zijn gele plekken ontstaan. Jarenlang is het hier goed onderhouden, met liefde is aan deze tuin gewerkt, in elk geval met een volharding en een verantwoordelijkheidsgevoel die niet van liefde te onderscheiden zijn. Doorzettingsvermogen is ook liefde – de weigering om op te geven, de weerzin om te verliezen, om te sterven, allemaal vormen van liefde. Tragisch dat een korte periode van droogte zo’n ravage aanricht.
Het is vroeg in de ochtend maar nu al warm. Een buurvrouw staart naar hem, maar Kadoke doet alsof hij haar niet ziet. Er is niets merkwaardigs aan dit tafereel: de zoon geeft de verdorde tuin water, de goede zoon, de zich om alles en nog wat bekommerende zoon, de zoon die leeft opdat anderen niet hoeven te sterven.
Maar hij kan zich nu juist niet om alles bekommeren, of beter gezegd: zijn zorg leidt niet altijd tot het gewenste resultaat. Dát is het probleem. Hij heeft de meisjes instructies gegeven, sommige heeft hij in het Engels opgeschreven en in de keuken op een kast gehangen en terwijl hij het gras water geeft, begint hij zich af te vragen waarom zijn simpele instructies niet zijn opgevolgd. ‘Please, water the garden when the lawn is dry’; zo moeilijk is dat toch niet te begrijpen? De jonge vrouwen die zijn moeder verzorgen kunnen best tussendoor de tuin besproeien. Zo intensief hoeft moeder ook weer niet in de gaten te worden gehouden, dat er geen tijd meer is voor het gras.
Kadoke weet wie hij is: Otto Kadoke, kalm, toegewijd maar niet té empathisch, dat is slecht voor de kalmte, slecht voor de behandeling, de arts moet niet te nabij komen. De nadruk ligt op de derde lettergreep, het is Kadoké, maar als mensen zijn naam verkeerd uitspreken corrigeert hij hen niet. Wat is een naam? Hooguit een geschiedenis waartoe je je moet verhouden. Ze mogen hem ook ‘dokter’ noemen. Officiële papieren ondertekent hij met O. Kadoke.”

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees meer...

22-02-14

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Huid en haar

'Waar wacht je op?' vraagt Lea.
Ze draagt een zwarte wollen jas met een bontkraag, tweedehands gekocht. Ze kan zich zulke jassen niet nieuw permitteren. Lea reist lichtbepakt. Een rugzak, meer heeft ze niet nodig voor vijf dagen. Met een föhn krijg je de meeste kreukels uit je kleren.
Op haar knie ligt een hand. Maar een hand op een knie is nog geen intimiteit.
'Waarvan bent u precies een kenner?' had een professor haar die avond tijdens een staande receptie gevraagd terwijl hij schijnbaar terloops haar bovenarm aanraakte. Ze had het onprettig gevonden. De vraag en de aanraking.
Een uur daarvoor had ze haar jurk in de badkamer opgehangen aan de rail waaraan ook het douchegordijn was bevestigd en hem met de föhn behandeld. De kreukels gingen er minder goed uit dan ze had gehoopt. Morgenochtend gaat ze naar huis, dan kan ze haar jurk laten stomen.
Kenner. Een belachelijk woord. Je kunt het eigenlijk alleen ontkennend gebruiken, als in: 'Ik ben geen kenner van porseleinwerk.' Ze is een kenner van Rudolf Höss, dat moest ze toegeven.
'Höss,' had ze geantwoord. Vervolgens had ze zich geëxcuseerd met de woorden: 'Even kijken of hier nog meer mensen zijn die ik ken.'
In de verte, ingeklemd tussen een pilaar en een gesticule- rende man met een baard, had ze Roland Oberstein zien staan. Ze had de behoefte gevoeld om op hem af te stappen en zonder verdere plichtplegingen tegen hem te zeggen: 'Red mij.'
Pathetisch natuurlijk. Maar is hoop op redding niet per definitie pathetisch? Hebben we leren leven zonder hoop? Als we al redding zoeken, mogen we dan alleen diep in onszelf graven?
Ze weigert dit te aanvaarden.
De professor was achter haar aangelopen. 'Höss,' had hij gezegd, 'de commandant van Auschwitz. Boeiend. Had hij niet een verhouding met een gevangene in het kamp?”

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees meer...

22-02-13

Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

 

Uit: Garden, Ashes (Vertaald door William J. Hannaher)

 

“The little jars and glasses were just samples, specimens of the new lands at which the foolish barge of our days would be putting ashore on those summer mornings. Fresh water glistened in the glass, and we would drink it down expertly, in tiny sips, clucking like experienced tasters. We would sometimes express dissatisfaction by grimacing and coughing: the water was tasteless, greasy like rainwater, and full of autumnal sediment, while the honey had lost its color and turned thick and turbid, showing the first signs of crystallization. On rainy days, cloudy and gloomy, our fingerprints would stay on the teaspoon handle. Then, sad and disappointed, hating to get up, we would back under the covers to sleep through a day that had started out badly.

The branches of the wild chestnut trees on our street reached out to touch each other. Vault overgrown with ivylike leafage thrust in between these tall arcades. On ordinary windless days, this whole architectural structure would stand motionless, solid in its daring. From time to time the sun would hurtle its futile rays through the dense leafage. Once they had penetrated the slanting, intertwined branches, these rays would quiver for a while before melting and dripping onto the Turkish cobblestones like liquid silver. We pass underneath these solemn arches, grave and deserted, and hurry down the arteries of the city. Silence is everywhere, the dignified solemnity of a holiday morning. The postmen and salesclerks are still asleep behind the closed, dusty shutters.s we move along past the low one-story houses, we glance at each other and smile, filled with respect: the wheezings of the last sleepers are audible through the dark swaying curtains and accordion shutters. The great ships of sleep are sailing the dark Styx. At times it seems as though the engines will run down, that we are on the verge of a catastrophic failure. One engine starts to rattle, to lose its cadence, to falter, as if the ship has run aground on some underwater reef. But the damage has apparently been repaired, or possibly there had never been any damage at all. We are sailing downstream, at thirty knots.”

 

 

Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

Lees meer...

22-02-12

Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Ishmael Reed

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

 

Uit: Garden, Ashes (Vertaald door William J. Hannaher)

 

Late in the morning on summer days, my mother would come into the room softly, carrying that tray of hers. The tray was beginning to lose its thin nickelized glaze. Along the edges where its level surface bent upward slightly to form a raised rim, traces of its former splendor were still present in flaky patches of nickel that looked like tin foil pressed out under the fingernails. The narrow, flat rim ended in an oval trough that bent downward and was banged in and misshapen. Tiny decorative protuberances – a whole chain of little metallic grapes – had been impressed on the upper edge of the rim. Anyone holding the tray (usually my mother) was bound to feel at least three or four of these semicylindrical protuberances, like Braille letters, under the flesh of the thumb. Right there, around those grapes, ringlike layers of grease had collected, barely visible, like shadows cast by little cupolas. These small rings, the color of dirt under fingernails were the remnants of coffee grounds, cod-liver oil, honey sherbet. Thin crescents on the smooth, shiny surface of the tray showed where glasses had just been removed. Without opening my eyes, I knew from the crystal tinkling of teaspoons against glasses that my mother had set down the tray for a moment and was moving toward the window, the picture of determination, to push the dark curtain aside. Then the room would come aglow in the dazzling light of the morning, and I would shut my eyes tightly as the spectrum alternated from yellow to blue to red. On her tray, with her jar of honey and her bottle of cod-liver oil, my mother carried to us the amber hues of sunny days, thick concentrates full of intoxicating aromas.“

 

 

Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

Lees meer...

22-02-11

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Jane Bowles, Ishmael Reed

 

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008 en ook mijn blog van 22 februari 2009 en ook mijn blog van 22 februari 2010.

 

Uit: De asielzoeker

 

„Beck kijkt omhoog naar de asielzoeker, en die knikt hem welwillend toe. Zo van, houd je maar koest, we maken nog wel een echte man van je. Dit is waanzin, denkt Beck, mijn vrouw is waanzinnig, ik ben waanzinnig, de asielzoeker is waanzinnig, mijn leven is honderd procent waanzin geworden. Maar dan verwerpt hij die gedachte. Als je je geluk eenmaal terzijde hebt geschoven veranderen de categorieën, je houdt op je steeds af te vragen wat je eraan hebt, wat je eraan overhoudt, in plaats daarvan onderga je, je leeft voor een doel dat groter is dan je eigen geluk, en daarmee krijgt bijna elke vraag een antwoord, elke situatie zin: voor jou, voor jou, en nog eens voor jou.

Hij noemt het gelatenheid, maar zijn vrouw heeft iets tegen die term, ze vindt hem te negatief. 'Je laat gaan,' heeft Beck vaak gezegd, 'dat is gelatenheid, je legt je neer bij de kracht van het toeval. Er is geen rede, er bestaat geen verband.'

De getuige van de asielzoeker arriveert zonder kloppen. Het is een vrouw, een ondefinieerbaar iemand eigenlijk, Beck kan niet eens haar naam verstaan. Ze heeft cake bij zich, amandelcake in zilverpapier, die ze uitdeelt. Erg vriendelijk, maar Beck had het liever zonder amandelcake doorstaan.

'Bent u ook een,' begint de ambtenaar te vragen, maar dan onderbreekt hij zichzelf, kucht even en zegt: 'U bent ook niet van hier, neem ik aan?'

De vogel knabbelt aan haar stuk cake, maar moet die na een paar happen laten staan. Misselijk is ze de laatste weken, alsof ze zwanger is. Beck klopt de kruimels van haar schoot en legt ze op tafel. Hij wil haar mond schoonvegen, maar ze rukt hem het servet uit handen.

'Laten we beginnen,' zegt de ambtenaar. 'We hebben allemaal nog meer te doen vandaag.'

Beck veegt de nu vrijwel onzichtbare kruimels van de schoot van zijn vrouw. Overbodig, volstrekt overbodig. In de toewijding waarmee hij iedere dag zijn overbodige handelingen verricht schuilt zijn waardigheid.

De ceremonie is kort, maar redelijk aangenaam. De ambtenaar glimlacht een paar keer. Tot Becks verbazing zijn er zelfs ringen. Ze blijken uit een automaat te komen.“

 

 


Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

Lees meer...

22-02-09

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Jane Bowles, Ishmael Reed, Morley Callaghan, Jules Renard, Sean O'Faolain, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth


De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

Uit: Onze Oom

 

De aangebrande korsten van een stoofschotel? Rijst met restjes vlees? Hij was uit de slaapkamer gekomen om te kijken wat er aan de hand was, waar het geluid vandaan kwam, wat dat geluid te betekenen had, hoewel dat een overbodige vraag was – wat kon zo’n geluid betekenen? – en daarop had hij haar voor het eerst gevoeld. Hoewel ze enkele meters van hem vandaan stond, had hij het idee dat ze hem aanraakte. Nog voor hij haar had gezien, nog voor het licht van zijn zaklantaarn op haar gezicht was gevallen, meende hij dat ze hem betastte zoals een blinde dat doet.
Hij was zijn carrière begonnen als verkenner. Hij rook de ander voor hij hem zag. En hoewel die alertheid was verdwenen, ze had hem verlaten zoals een geliefde je verlaat, was ze er deze nacht weer. Sterker dan vroeger. Even had hij de zekerheid terug dat het leven niets anders was dan de concentratie waarmee je je omgeving observeerde.
Hij had haar beschenen met zijn zaklantaarn, hij had haar vlechten gezien, niet voor lang, maar lang genoeg om te besluiten dat hij meer licht nodig had. Ze had op dezelfde plek gestaan waar ze nu nog steeds stond.
Hij bleef haar aankijken terwijl zijn ondergeschikten elders zwijgend door het huis liepen en hij de zaklantaarn op de grond richtte om haar niet te verblinden. Een ogenblik had hij zich afgevraagd of ze wist wat er in de slaapkamer met haar ouders was gebeurd, maar toen had hij zich weer geconcentreerd op haar vlechten, de langste vlechten die hij ooit had gezien.“

 

 

 

Grunberg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

 

 

Verlangen

 

Meenge mooie meid heeft door de domme, lange nacht,

naar het naakte bijzijn van de minnaar smartelik getracht,

zij heeft in de grote leegte van haar wit bed, de peluw gekust,

als wilde ze zijn matte hoofd in rust gesust.

 

Haar hoofd was ongerust te midden van de wilde haregeur,

haar armen grepen, bang begeren, om't onzekere genot

dat zich niet bieden wou, als een wrang gebod

aan haar verlangen, door de nacht, - 'n weerstandloze deur. -

 

Haar vingren koesterden de naaktheid van het eigen lijf en rilden;

het eigen lijf dat onvoldaan bleef en vermoeid, onder het geheim

van deze koestering; de nacht, als één levende adem, trilde.

 

Haar adem ging opgelost in de nachtelike adem,

haar verlangen tot de eindelike slaap gesmacht.

Meenge mooie meid door de zware, zwoele nacht.

 

 

 

 

Else Lasker-Schüler

 

Dauwkorrels vingen mijn handen als ogen

 en mij zoende de klare ziel.

 

Witte straten, massaal leger dat naar de rustplaats,

- o, Ik centrum van de wereld, - marsjeert.

 

Woorden zijn wegvallende gordijnen:

o ontwaken van de schone prinses en het zwemmen

van haar ogen in het onvatbare water.

 

Uw verzen zijn als sterren die de onmetelikheid van de hemel

   beduiden.

Blauw: papier van de magiërster: mijn onschuld.

 

De wereld is boordevol goedheid,

doch een nieuwe drup doet de kelk niet overvloeien.

Dat is het stille, goede wonder. Het diepe wonder van de

   werkelikheid.

 

 

 

 

 

Melopee

Voor Gaston Burssens

 

Onder de maan schuift de lange rivier

Over de lange rivier schuift moede de maan

Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

 

Langs het hoogriet

langs de laagwei

schuift de kano naar zee

schuift met de schuivende maan de kano naar zee

Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man

Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

 

 

 

 

VanOstaijen
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

 

Ein und kein Frühlingsgedicht

 

Ein Doppeldecker steigt aus jeder Flasche

Und stößt sich heulend seinen Kopf kaputt.

Der Übermensch verzehrt die Paprikagoulasche,

Zerbröselnd Semmeln, rülpsend in den Kälberschutt.

 

Den Gästen hängt der Kiefer bis zur Treppe,

Dort hinterlist'ge Fallen tätlich legend.

Aus dem Aburte schlitzt Lolô die Tangoschneppe,

Verpestend mit dem Lockendampf die Absinthgegend.

 

Denn siehe, ich bin bei euch alle Tage

Und meine schmettergelbe Lusttrompete packt euch an.

Der umgekippten Erektionen Frühlingsklage

Buhlt veilchenblau im Bidet mit dem Schwan(n).

 

 

 

 

 

Die Erfindung

 

Als ich zum ersten Male diesen Narren

Mein neues Totenwäglein vorgeführt,

War alle Welt im Leichenhaus gerührt

Von ihren Selbstportraits und anderen Schmarren.

 

Sie sagten mir: nun wohl, das sei ein Karren,

Jedoch die Räder seien nicht geschmiert,

Auch sei es innen nicht genug verziert

Und schließlich wollten sie mich selbst verscharren.

 

Sie haben von der Sache nichts begriffen,

Als daß es wurmig zugeht im Geliege

Und wenn ich mich vor Lachen jetzt noch biege,

 

So ist es, weil sie drum herum gestanden,

Die Pfeife rauchten und den Mut nicht fanden,

Hineinzusteigen in die schwarze Wiege.

 

 

 

 

ballhpor
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)

 

 

 

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007 en ook mijn blog van 22 februari 2008.

 

Uit: A Tomb for Boris Davidovich (Vertaald door Duska Mikic-Mitchell)

 

Miksha didn’t become a master craftsman. For two more years he sewed on buttons at Reb Mendel’s listening to his Talmudic reasonings, and then was forced to leave, sent off with a curse. One day in the spring of the notable year 1925, Reb Mendel complained that one of his Cochin hens had disappeared. “Reb Mendel,” said Miksha, “look for the thief among the Jews.” Reb Medel understood the force of the insult and for some time didn’t mention his Cochin hen. Miksha was also silent; he was waiting for Reb Mendel to conquer his pride. The old man struggled within himself, each day sacrificing a hen on the altar of this Talmudic haughtiness. With a stick in his hand, he kept vigil in the chicken coop until dawn, frightening away a skunk by barking like a dog. At dawn he fell asleep, and another hen disappeared from the chicken coop. “Let the great Righteous One smite me, He who said that all living creatures are equally worthy of His care and mercy,” said Reb Mendel on this ninth day. “Is it possible that one Cochin hen worth at least five chevronets is equal to a skunk who robs the poor and stinks far and wide?” “It isn’t, Reb Mendel,” said Miksha. “A Cochin hen worth at least five chevronets can’t be compared with a stinking skunk.” He said no more. He waited for the skunk to destroy what it could destroy, and to prove to Reb Mendel that his Talmudic prattle about the equality of all God’s creatures was worthless until justice was achieved on earth by earthly means. On the eleventh day Reb Mendel, exhausted by futile vigils, swollen and red-eyed, his hair full of feathers, stood in front of Miksha and began to beat his breast. “Herr Micksat, help me!” “All right, Reb Mendel,” said Miksha. “Brush off your caftan and take the feathers out of your hair. Leave this matter to me.”

 

 

 

 

Danilo_Kis1nw
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zij bracht het grootste deel van haar jeugd door in Woodmere op Long Island. Op 15-jarige leeftijd kreeg zij tuberculose. Zij werd daarvoor in een sanatorium in Zwitserland behandeld, maar zou haar hele leven daar last van blijven houden. Na dit verblijf in Europa keerde zij in 1934 terug naar New York. Hier begon zij te experimenteren met biseksualiteit. Zij trouwde met de schrijver en componist Paul Bowles in 1938. Het echtpaar Bowles woonde in New York tot 1947. Daarna verhuisde Paul naar Tanger (Marokko) waar Jane een jaar later ook naartoe trok. Bowles wordt gezien als een writers' writer en is onbekend bij het grote publiek. Tennessee Williams, Truman Capote en John Ashbery beschouwden haar als een van de beste en meest onderschatte Amerikaanse schrijfsters aller tijden. Als gevolg van overmatig drankgebruik, kreeg zij een beroerte in 1957, toen zij 40 was. Haar gezondheid ging daarna steeds verder achteruit. Jane Bowles stierf op 56-jarige leeftijd in een Spaanse kliniek.

 

Uit: Zwei sehr ernsthafte Damen (Vertaald door Adelheid Dormagen)

 

In Andys Wohnung war es zum Ersticken heiß. Die Möbel waren braun, und keines der Kissen passte richtig zu den Stühlen.
"So, Endstation", sagte Andy. "Machen Sie's sich bequem. Ich ziehe mir bloß was aus." Einen Augenblick später kam er in einem Bademantel aus billigstem Material zurück. Die Enden des Gürtels waren teilweise abgekaut.
"Was ist denn mit Ihrem Gürtel passiert?", fragte Miss Goering.
"Mein Hund hat das verbrochen."
"Oh, Sie haben einen Hund?", fragte sie.
"Früher htte ich mal einen Hund, eine Zukunft und ein Mädchen", sagte er, "aber das hat sich alles geändert."

(...)

 

"Sie halten nicht viel von Gesprächen, oder?", sagte sie.
"Sie meinen 'reden'?"
"Ja."
"Nein, tu ich nicht."
"Warum denn nicht?"
"Man sagt zuviel, wenn man redet", antwortete er geistesabwesend.
"Aber interessiert es Sie denn nicht herauszufinden, wie die Menschen sind?"
Er schüttelte den Kopf. "Nein, hab keinen Bedarf, was über andere rauszufinden; und was viel wichtiger ist, die brauchen nichts über mich rauszufinden."

 

 

 

jane2
Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)

Jane en Paul Bowles

 

 

 

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee, maar groeide op in Buffalo, New York, waar hij de  University of Buffalo bezocht. Reed schreef o.a. The Free-Lance Pallbearers (1967, zijn eerste roman), Yellow Back Radio Broke-Down (1969), Mumbo Jumbo (1972), Flight to Canada (1976), The Last Days of Louisiana Red (1974), Reckless Eyeballing (1986), en Japanese By Spring (1993). Ook doceerde hij 35 jaar lang aan de University of California, Berkeley,

 

 

Jacket Notes

 

Being a colored poet

Is like going over

Niagara Falls in a

Barrel

 

An 8 year old can do what

You do unaided

The barrel maker doesn't

The you can cut it

 

The gawkers on the bridge

Hope you fall on your

Face

 

The tourist bus full of

Paying customers broke-down

Just out of Buffalo

 

Some would rather dig

The postcards than

Catch your act

 

Amile from the drink

It begins to storm

 

But what really hurts is

You're bigger than the

Barrel

 

 

 

 

Reed
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Hij studeerde rechten, maar ging vervolgens als journalist voor de Toronto Daily Star werken, waarbij hij Ernest Hemingway leerde kennen. Net als Hemingway schreef Callaghan korte verhalen en trok hij naar Parijs. Tot zijn eerste werken behoren Strange Fugitive 1928, A Native Argosy 1929, A Broken Journey 1928 en Such is my Beloved 1934. Als zijn meesterwerk geldt de roman The Loved and the Lost uit 1951. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

 

Uit: Such Is My Beloved

 

„Father Dowling took off his hat and looked around slowly as if it were most important that he find a proper place to put it. He saw the room with the faded blue flowers on the wall-paper, the thick blue curtains on the window, the wide iron bed, painted white but chipped badly at the posts, and the copper-colored carpet that had a spot worn thin near the side of the bed. There were two chairs in the room. A door led into the next room. While he was looking around, the tall fair girl, who was wearing a loose blue dress that concealed the angularity of her body, assumed a ready smile, came over beside him and began to help him off with his coat with a dreadful efficiency. And the little, dark one with the round brown eyes and the smooth soft skin and a big bunch of black hair at the nape of her neck, jumped up from her chair with the same impressive efficiency, and in the affected manner of a great lady, extended her left hand with the elbow crooked as if he would be permitted just to touch the tips of her fingers. "How do you do, Sweetie. We are so mighty pleased to see you. You can't go wrong in coming here to see me."
"Who said he was coming to you?"
"He'll want to come to me. Won't you want to come to me?"
"Take it easy, Midge. Don't be so pushing. He doesn't want you. Why, he first spoke to me. You heard him speak to me. Hell, though, if Rosy Cheeks wants you, it's all the same to me."
"I'm not trying to rush him. Let him suit himself."

 

 

 

 

callaghan5
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

 

 

 

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

 

The Heavenly Banquet

Ascribed to St Brigid

 

I would like to have the men of Heaven

in my own house;

with vats of good cheer

laid out for them.

I would like to have the three Marys,

their fame is so great.

I would like people

from every corner of Heaven.

 

I would like them to be cheerful

in their drinking.

I would like to have Jesus, too,

here amongst them.

 

I would like a great lake of beer

for the King of Kings.

I would like to be watching Heaven's family

drinking it through all eternity.

 

 

 

Vertaald door Sean O'Faolain

 

 

 

 

Sean O'Faolain
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Uit: La Galette

 

„C'est une espèce de galette qu'on appelle brûlée. C'est une galette plate et sèche que ma cousine Nanette fait, le jour qu'elle cuit, avec ce qu'elle gratte de pâte collée au fond de l'arche, quand elle a préparé tous ses pains de ménage. Et il faut encore, pour qu'elle se décide à faire sa galette, qu'il lui reste un morceau de beurre de la semaine. Mais j'aurais tort de m'imaginer que cette brûlée est pour moi. Nanette ne se préoccupe de personne. Elle utilise seulement les miettes de son arche.

Si je lui dis que j'aime la brûlée et que je ne connais rien de meilleur qu'un bout de brûlée chaude avec un verre de vin blanc, elle me répond :

— Moque-toi des pauvres gens comme nous. Va, mange tes gâteaux ; tu n'auras pas de notre galette de malheureux.

Voilà comme elle me répond, et le lendemain matin, de bonne heure, elle arrive portant sa brûlée dans une serviette. Elle le pose sur ma table et dit :

— Je t'apporte tout de même un quartier de brûlée. Si tu la veux, tu la prendras. Si tu ne la veux pas, tu la laisseras.

Je ne dis ni oui ni non.

— Je parie, dit-elle, que tu vas la donner à ton chien.

Je ne lève même pas les épaules.

— Et peut-être, dit-elle, que c'est trop grossier pour la fine gueule de ton chien, et qu'aussitôt que je serai partie, tu jetteras ma brûlée dans tes ordures.

J'ai l'air de ne plus entendre.“ 

 

 

 

Renard
Jules Renard (22 februari 1864 – 22 mei 1910)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

May is a pious fraud

 

May is a pious fraud of the almanac.

A ghastly parody of real Spring

Shaped out of snow and breathed with eastern wind;

Or if, o'er-confident, she trust the date,

And, with her handful of anemones,

Herself as shivery, steal into the sun,

The season need but turn his hour-glass round,

And Winter suddenly, like crazy Lear,

Reels back, and brings the dead May in his arms,

Her budding breasts and wan dislustred front

With frosty streaks and drifts of his white beard

All overblown. Then, warmly walled with books,

While my wood-fire supplies the sun's defect,

Whispering old forest-sagas in its dreams,

I take my May down from the happy shelf

Where perch the world's rare song-birds in a row,

Waiting my choice to upen with full breast,

And beg an alms of springtime, ne'er denied

Indoors by vernal Chaucer, whose fresh woods

Throb thick with merle and mavis all the years.

 

 

 

 

James-Russell-Lowell
James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Toen zij acht jaar was scheidden haar ouders en Edna ging met haar moeder en zusters in Camden, Maine, wonen. In 1917, na haar opleiding, vestigde zij zich in New York en begon zij te schrijven om in haar onderhoud te voorzien. Haar eerste bundel Renascence and Other Poems verscheen. Onder het pseudoniem Nancy Boyd schreef zij ook korte verhalen.  In 1923 trouwde zij met de tijke Nederlander Eugen Jan Boissevain. Ook kreeg zij dat jaar voor haar bundel The Harp Weaver and Other Poems de Pulitzer Prize

 

 

 

Ashes Of Life

  

Love has gone and left me and the days are all alike;

Eat I must, and sleep I will,—and would that night were here!

But ah!—to lie awake and hear the slow hours strike!

Would that it were day again!—with twilight near!

 

Love has gone and left me and I don't know what to do;

This or that or what you will is all the same to me;

But all the things that I begin I leave before I'm through,—

There's little use in anything as far as I can see.

 

Love has gone and left me,—and the neighbors knock and borrow,

And life goes on forever like the gnawing of a mouse,—

And to-morrow and to-morrow and to-morrow and to-morrow

There's this little street and this little house.

 

 

 

 

City Trees

  

The trees along this city street,

Save for the traffic and the trains,

Would make a sound as thin and sweet

As trees in country lanes.

 

And people standing in their shade

Out of a shower, undoubtedly

Would hear such music as is made

Upon a country tree.

 

Oh, little leaves that are so dumb

Against the shrieking city air,

I watch you when the wind has come,—

I know what sound is there.

 

 

 

 

Edna_millay
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ottilie Wildermuth werd geboren op 22 februari 1817 in Rottenburg am Neckar. In 1847 stuurde zij voor het eerste een verhaal (Eine alte Jungfer) op voor publicatie in het Morgenblatt. Toen het was aangenomen ging zij door met het schrijven van verhalen, novellen, familie-en jeugdverhalen. Zij werd een van de bekendste schrijfsters van haar tijd. In 1871 kreeg zij de grote gouden medaille voor kunst en wetenschap.

 

Uit: Eine alte Jungfer

 

In der Vorstadt des Städtchens, wo ich meine Jugend verlebt, stand ein gar freundliches Häuschen, das aus seinen vier Fenstern recht hell in die Welt hinausschaute; daneben ein Garten, nicht eben kunstvoll angelegt noch zierlich gepflegt, sondern zum Teil mit Küchengewächsen, zum größeren aber mit lustigem Gras und mit Obstbäumen bestanden. Dicht neben dem Häuschen breitete ein stattlicher Nußbaum seine dunkelgrünen Zweige aus und warf seinen Schatten und zur Herbstzeit seine Früchte gastlich weit in die Straße hinein, ein geschätzter Sammelplatz für die liebe Jugend der ganzen Vorstadt. Minder freundlich und einladend erschien ein Paar kleiner fetter Möpse, die sich abwechselnd oder gemeinsam auf der Gartenmauer sehen ließen und die obbemeldete Jugend und die Vorübergehenden beharrlich anbellten, ohne jedoch die mindeste Furcht zu erregen, da ihre beschwerliche Leibesbeschaffenheit ihnen nicht gestattet hätte, ihre Drohungen auszuführen.

Wer nun erwartet, an den Fenstern des Häuschens einen lockigen Mädchenkopf zu erblicken, wie das in ländlichen Novellen der Fall zu sein pflegt, der täuscht sich. Nein, so oft die Hausglocke gezogen wurde, und das geschah sehr oft, erschien am Fenster das allzeit freundliche, aber sehr runzelvolle Angesicht der Jungfer Mine, der unumschränkten Herrin und Besitzerin des Häuschens. Und doch wurde dieses gealterte Antlitz von jung und alt so gern gesehen wie nur je eine blühende Mädchenrose, und ihre Beliebtheit stieg noch von Jahr zu Jahr, was bei jungen Schönheiten gar selten der Fall ist.“

 

 

 

Ottilie_Wildermuth_von_Sophie_Pilgrem
Ottilie Wildermuth (22 februari 1817 – 12 juli 1877)

Portret door Sophie Pilgrem, rond 1835

 

 

22-02-08

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Morley Callaghan, James Russell Lowell, Sean O'Faolain, Jules Renard


De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Uit: Fantoompijn

 

In een ziekenhuis in Rome is gisteren aan het eind van de middag de schrijver Robert G. Mehlman aan zijn verwondingen bezweken. Enkele maanden geleden was Mehlman in opspraak gekomen door op het strand van de badplaats Sabaudia toeristen en politie te bedreigen met een keukenmes. Onder nooit helemaal opgehelderde omstandigheden heeft de politie het vuur op Mehlman geopend. De verwondingen die hij daarbij opliep is de schrijver niet meer te boven gekomen. De laatste twee weken waarschuwden de artsen dat zijn toestand langzaam verslechterde.

Mehlman debuteerde officeel met de roman 268 op de wereldranglijst. Werkelijke roem viel hem ten deel toen De Pools-joodse keuken in 69 recepten de wereld veroverde. Alleen al in Duitsland werden van dit kookboek meer dan 700.000 exemplaren verkocht. Wereldwijd zijn er ruim vijf miljoen exemplaren over de toonbank gegaan.

Mehlman groeide op in Amsterdam, bracht een groot gedeelte van zijn leven door in New York, en verbleef de laatste jaren in badplaatsen in Zuid-Europa, Marokko en Tunesi‘. Vanuit de hele wereld is geschokt gereageerd op het overlijden van Mehlman. De Oostenrijkste president, die Mehlman een hoge onderscheiding heeft verleend, noemde zijn overlijden een gevoelig verlies voor iedereen die de Pools-joodse keuken een warm hart toedraagt.”

 

 

 

arnon-grunberg
Arnon Grunberg (Amsterdam, op 22 februari 1971)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

 

BELGIESE ZONDAG



Een gramofoon van 's morgens acht

iemand vergeet niet zijn soldatetijd

en speelt clairon

het bier is flauw

                 limonade

UIT ZUIVERE VRUCHTEN

 

Na de hoogmis wast bewondering

voor de renners      de coureurs

  21     7     17   48     83

fraaie hoofdgroep door het dorp

jonge boeren en arbeiders spreken

        sportliterair

        citaten ult de Sportwereld

Koorknapen gaan onkelwaarts zondagsent

                    TE DEUM zingend

Vrouwen wachten op

        deemstering

                    kaarten zijn spekvet

   Fumez la cigarette     Dubec

   La Cigarette du Connaisseur

alle dorpelingen zijn kenners

          zij roken la cigarette Dubec

 

Kinderen zijn vuil

                huizen ook

Mijn land zondag alpdruk boos

 
 
 
 

 

BERCEUSE PRESQUE NEGRE



 

De sjimpansee doet niet mee

Waarom doet de sjimpansee niet mee

                     De sjimpansee

                                is

                   ziek van de zee

Er gaat zoveel water in de zee

Meent de sjimpansee

 

 

 

 

WINTER



 

De witte weg zucht

venster een stil leven

met de twee geraniën

achter de ruit

waar ook leggen tans

mijn ogen

         op de bloemen

         die zij schiepen

         dauw

 

 

 

 

 

PaulvanOstaijen
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

 

De Duitse schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Narzissus

 

Ein helles Mädchen spitzt die Kniee, tanzend.
Narzissus sanft vibrierend küßt ihr blaues Haar.
Zwei gelbe Autos keuchen, fort sich pflanzend,
Und trollen dumpf, geschwächt, zu der Kasinobar.

 

Es lästern oft Kokotten und Chauffeure.
Doch vor der Taube beugen sie den Nacken tief.
Der Bauch des Universums schwillt aus einem Göhre,
Und Hahn und Pferd verdrehn die Hälse schief.

 

Es auch geschieht ein ungeheures Tun:
Maria hebt sich von dem Wolkensitze.
Die Zeppeline schreien, Dreatnougths fliehn.
Ein Grenadier feikt in die Opiumspritze.

 

Es bleibt kein Hund im Schoße der Madonnen.
Viel Senatoren, Patriarchen jappt das hohe Seil.
Auf Sacco-Ösen schrillen Querpfeif-Wonnen
Der Teufel, die aus Lüften schießen steil.

 

(Ha Hu Baley)    

 

 

 

 

Totentanz 1916

 

So sterben wir, so sterben wir
Und sterben alle Tage,
Weil es so gemütlich sich sterben lässt.
Morgens noch in Schlaf und Traum,
Mittags schon dahin,
Abends schon zu unterst im Grabe drin.

 

Die Schlacht ist unser Freudenhaus,
Von Blut ist unsre Sonne,
Tod ist unser Zeichen und Losungswort.
Kind und Weib verlassen wir:
Was gehen sie uns an!
Wenn man sich auf uns nur verlassen kann!

 

So morden wir, so morden wir
Und morden alle Tage
Unsere Kameraden im Totentanz.
Bruder, reck Dich auf vor mir!
Bruder, Deine Brust!
Bruder, der Du fallen und sterben musst.

 

Wir murren nicht, wir knurren nicht,
Wir schweigen alle Tage
Bis sich vom Gelenke das Hüftbein dreht.
Hart ist unsre Lagerstatt,
Trocken unser Brot,
Blutig und besudelt der liebe Gott.

 

Wir danken Dir, wir danken Dir,
Herr Kaiser für die Gnade,
Dass Du uns zum Sterben erkoren hast.
Schlafe Du, schlaf sanft und still,
Bis Dich auferweckt
Unser armer Leib, den der Rasen deckt.

 

 

 

 

ball
Hugo Ball
  (22 februari 1886 – 14 september 1927)

 

 

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

Uit: Een verhaal om van te blozen (Vertaling: Reina Dokter)

 

Een nacht op open zee, in de buurt van de koraalbanken. Ik voel voor de zekerheid of mijn pistool onder mijn kussen ligt. Ja, alles in orde. Voor het geval dat de bemanning aan het muiten slaat of de mannen van Big Joe het schip enteren. Alleen nog de patrijspoort wat verder open zetten: het is een broeierige tropische nacht. Je hoort het gekrijs van de meeuwen. Ik moet goed uitslapen. Morgen wacht me een zware dag.

‘Hé Sám, wat heb jij van je opstel gemaakt?’

 

‘Weet ik veel. Het zal wel goed zijn.’

‘Wat moet je daar nou over schrijven? Zo'n stom onderwerp. Waar heb jij over geschreven?’

‘Hoe mijn moeder naar Baksa gaat, ik wacht haar op bij de rivier, mijn buik rammelt als die van een hongerige wolf. En dan komt ze eraan. Dat is alles. Ik heb de glimlach van het brood in haar mand beschreven.’

‘Sám, jij fantaseert altijd maar wat. Wat is dat nou weer, een brood dat glimlacht? Wat bedoel je daar nou mee?’

‘Zomaar wat. De geur van het brood misschien. Maar waar heb jij dan over geschreven?’

‘Hoe je brood bakt. Hoe mijn moeder naar de zolder gaat om meel te halen, je weet wel, hoe ze de broden in de oven stopt en ze er later weer uit haalt. Dat hebben wij allemaal geschreven. Alleen jij hebt weer iets bijzonders.’

‘Gal, ik moet zo nodig, maar ik ben te lui om op te staan. Ik lig zo lekker hier in de schaduw, ik heb geen zin om naar het toilet te gaan.’

‘Ik moet ook. Nog even en ik doe het in mijn broek. Maar wat doe jij weer deftig. Het toilet! Dat heet plee of w.c., of: waar ook de keizer te voet gaat.’

‘Straks gaat de bel en dan doen we het in onze broek. Dat zal je zien. Ik tenminste wel.’

‘Draai je om en doe het hier. Achter mij.’

‘Dat was ik al van plan. Maar stel je voor dat er een meisje aankomt. Ik denk niet dat het me hier lukt.’

 

 

 

 

DaniloKis
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 22 februari 2007.

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto.

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts.

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork.

 
De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine.

 

 

22-02-07

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Morley Callaghan, Danilo Kiš, James Russell Lowell, Sean O'Faolain, Jules Renard


De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Hij schrijft meestal onder zijn eigen naam, maar maakte ook enige tijd gebruik van het heteroniem Marek van der Jagt. Op 23-jarige leeftijd debuteerde Grunberg bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar met Blauwe maandagen, een sterk autobiografische roman waarin onder andere zijn joodse afkomst aan bod komt. Het boek werd een internationaal succes: in Nederland werd het bekroond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut. Het werd vertaald naar het Engels, Duits, Deens, Italiaans, Frans, Spaans, Zweeds en Japans. Met zijn tweede roman, Figuranten (1997), bevestigde hij zijn talent.

 

Uit: De joodse messias

 

 'Op zondag,' zei de moeder, nadat ze was gaan verliggen, 'op zondag heeft hij nooit iemand doodgeslagen, want de dag van de Heere was hem heilig. Zelfs onder die barre omstandigheden.'
  'Hoor je dat, Xavier?' vroeg de architect. 'Hoor je dat?'
  Er kwam geen antwoord. De zoon had visioenen die hij niet kon duiden en die hij daarom meteen weer vergat. Hij hield er alleen een vaag en onprettig gevoel aan over. Een soortgelijk gevoel had hij aan zijn ontmaagding overgehouden.
  De architect zei: 'Als er toen al fitness had bestaan, had de geschiedenis er anders uitgezien. Mensen als je opa wisten niet waar ze heen moesten met hun overtollige energie.'
  'En hij sloeg nooit voor niets,' voegde de moeder eraan toe.
  Xavier stond op, hij wilde de deur opentrekken. Maar de vader liet zich van zijn plankje glijden, gaf zijn zoon een vriendschappelijke stomp en zei: 'Nog niet jongen. Het kwartier is nog niet voorbij. Even lekker uitzweten.'
  Xavier deed geen poging meer de deur te openen. Hij ging weer op zijn handdoekje zitten. Door het snelle opstaan vreesde hij dat hij zijn bewustzijn zou gaan verliezen. Hij was duizelig.
  Ik moet mijn ouders ontzien, dacht Xavier, ze hebben het al moeilijk genoeg. Hij pakte de hand van zijn vader, die nog altijd bij de deur stond om ervoor te zorgen dat die niet voortijdig werd geopend, en zei: 'Papa, zo meteen gaan we lekker fitnessen.' En toen drukte hij talloze kussen op de hand van zijn vader.

 

 

 

GRUNBERG
Arnon Grunberg (Amsterdam, op 22 februari 1971)

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. De dichter had als bijnaam Meneer 1830, omdat hij als dandy in de mode van die tijd in Antwerpen langs de Meir en de Keyserlei flaneerde. Zijn modernistische werk getuigt van een eigenzinnig en veelvormig expressionisme, maar het onderging ook invloeden van het dadaïsme en het vroege surrealisme. Paul van Ostaijen was een overtuigd flamingant en raakte betrokken bij het activisme, waardoor hij na de WO I een tijdje naar Berlijn vluchtte. Daar kwam hij in contact met literatoren en kunstenaars van het Berlijnse dadaïsme en expressionisme. Hij verzeilde er in een diepe geestelijke crisis. Nadat hij teruggekeerd was naar België en in Brussel een kunstgalerie had geopend, begon hij te lijden aan tuberculose. Hij stierf aan de gevolgen hiervan in het sanatorium van Miavoye-Anthée in de Ardennen. Zijn 'zuivere lyriek' werd postuum uitgegeven onder de titel Nagelaten gedichten.

 

 

BELGIESE ZONDAG

 

Een gramofoon van 's morgens acht

iemand vergeet niet zijn soldatetijd

en speelt clairon

het bier is flauw

                 limonade

UIT ZUIVERE VRUCHTEN

 

Na de hoogmis wast bewondering

voor de renners      de coureurs

  21     7     17   48     83

fraaie hoofdgroep door het dorp

jonge boeren en arbeiders spreken

        sportliterair

        citaten ult de Sportwereld

Koorknapen gaan onkelwaarts zondagsent

                    TE DEUM zingend

Vrouwen wachten op

        deemstering

                    kaarten zijn spekvet

   Fumez la cigarette     Dubec

   La Cigarette du Connaisseur

alle dorpelingen zijn kenners

          zij roken la cigarette Dubec

 

Kinderen zijn vuil

                huizen ook

Mijn land zondag alpdruk boos

 

 

 

 

Ostaijen
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

De Duitse schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Hij was een van de voormannen van dada, de groep kunstenaars die in 1916, temidden van het geweld van de Eerste Wereldoorlog, de staat van anarchie uitriepen in de Europese cultuur. Zijn inzet was altijd radicaal, ook toen hij zich later bekeerde tot een dadaïstische vorm van katholicisme. Na zijn onafgemaakte opleiding sociologie en filosofie ging de Duitse schrijver en performer Ball werken als theater directeur, en toneelschrijver totdat in de zomer van 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Ball meldde zich prompt als vrijwilliger, uit vaderlandsliefde, maar werd vanwege een 'zwak hart' weer naar huis gestuurd. pas een bezoek als burger aan het front in Vlaanderen leerde hem de oorlog met andere ogen te bezien. In WO I emmigreerde (de pacifist) Ball, samen met zijn vrouw naar Zürich, waar hij werkte als journalist en waar hij optrad in cabarets. Begin 1916 wist Ball de eigenaar van een café ervan te overtuigen dat een door hem georganiseerd literair cabaret de verkoop van bier en andere dranken sterk zou doen stijgen. De caféhouder had er geen flauw idee van wat hem boven het hoofd hing. Dada was zonder Ball vermoedelijk nooit ontstaan, want hij was het die - samen met zijn vrouw, de nachtclubzangeres Emmy Hennings - in de Züricher Spiegelgasse het 'Cabaret Voltaire' had opgericht, bedoeld om binnen- en buitenlandse kunstenaars een podium te verschaffen, waar dada in de loop van 1916 het levenslicht zag. Hij zou zelfs het woord dada (dat in Frans stokpaardje betekent) uit een dictionaire hebben opgepikt, toen er een naam moest worden gekozen voor het tijdschrift dat Tzara met de medewerkers van het 'Cabaret Voltaire' wilde uitgeven. Ball werd mede hierdoor één van de leidinggevende figuren van de dada-beweging. Ball organiseerde ook de Galerie dada, waar ook werk van kandinsky werd geëxposeerd. In 1917 breekt Ball met dada en wordt hij directeur van een uitgeverij in Bern. Hier naast bleef hij schrijven, zoals bijvoorbeeld zijn autobiografie 'Die Flucht aus der Zeit'.

 

 

Ick bin in Tempelhof jeboren

 

Ick bin in Tempelhof jeboren
Der Flieder wächst mich aus die Ohren.
In meinem Maule grast die Kuh.

Ick geh zuweilen sehr und schwanger
Auf einem Blumen-i-o-anger
Mein Vater, was sagst Du dazu?

Wir gleichen sehr den Baletteusen,
Pleureusen – Dösen – Schnösen – lösen.
Gewollt zu haben – selig sein.

Verehrte Herrn, verehrte Damen,
Die um mich hören herzu kamen
Dies widmet der Gesangverein.

Und Jungfraun kamen wunderbar
Geschmeide scheidegelb im Haar
Mit schlankgestielten Lilien.

Der Kakagei und Papadu
Die sahen auch dabei dazu
Und kamen aus Brasilien.

(Klarinetta Klaball)        

 

 

Ball
Hugo Ball
  (22 februari 1886 – 14 september 1927)

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Aan het eind van de jaren twintig behoorde hij tot de kring van moderne schrijvers van Montparnasse in Parijs waartoe o.a. ook James Joyce en F. Scott Fitzgerald onderdeel uitmaakten. Als zijn meesterwerk beschouwt men de roman The Loved and the Lost uit 1951.

 

 

Uit: Luke Baldwin's Vow

 

“He was so excited that he could hardly keep himself under water and work effectively. From the collie's neck the rope stretched to the now imbedded rock, and when he grabbed the rope and tried to slash it with one swift cut there seemed to be no strength in his arm; the rope seemed to slide away from him. Again he slashed and the knife came drifting feebly at the rope, bending it as if the knife and the rope were made of rubber. He knew he couldn't stand it anymore, not if the rope bent like that again; he couldn't stand it because his own strength was failing and he knew that each passing second took what was left of Dan's life.”

 

 

CALLAGHAN
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Naast Ivo Andrić geldt hij als een van de belangrijkste schrijvers van Servië. Zijn vader stierf in het concentratriekamp Auschwitz-Birkenau, zijn moeder vluchtte met hem naar Hongarije, waar ze haar zoon voor de zekerheid in 1939 liet dopen en waar zij het einde van de oorlog meemaakten. Vanaf 1954 studeerde Kiš vergelijkende literatuurwetenschap in Belgrado. In 1962 verschenen zijn twee eertse boeken: Mansarda: satirična poema (dt. Die Dachkammer) en Psalam 44. Kiš werkte lange tijd in Belgrado en in Novi Sad als vertaler uit het Hongaars, Russisch en Frans. Daarna werd hij lector voor Servokroatisch in Frankrijk en pendelde hij vaak heen en weer. In 1979 vestigde hij zich in Frankrijk. Voor Enciklopedija mrtvih (dt. Enzyklopädie der Toten) kreeg hij de Ivo-Andrić-Preis. In 1980 kreeg hij voor zijn hele oeuvre de Grand Aigle d'Or.

 

Uit: Die mechanischen Löwen

 

„MÁRIA RIGÓ: Andreas Sam! Andreas Sam … (Mit Tränen in den

Augen) Herr du mein Gott, wie konnte ich mich nicht früher

erinnern! Der kleine Andreas Sam, der Sohn von Herrn Eduard Sam,

der kleine Sam, der sich immer mit Julija Szabó amüsiert hat …

Andi, Andi, wer könnte sich nicht erinnern … Und ich habe so oft an

euch gedacht … (Verwirrt) An dich, an deine Schwester, an euch

alle. Kaum hattest du Julija Szabó erwähnt, habe ich mich sofort

erinnert… (Droht ihm mit dem Finger) Du meinst wohl, deine gute

alte Lehrerin wäre schon völlig verkalkt und erinnerte sich an gar

nichts mehr. Oh, du warst ein großer Taugenichts… Ein Taugenichts,

wie mein Oto, bei Gott … Ich weiß, du hast der kleinen Julija den

Kopf verdreht … Das habe ich schon damals gewußt … Ach, wie

wird sich der Emil freuen, wenn er hört, wer da zu Besuch

gekommen ist. Ich weiß nur wirklich nicht, wo er so lange bleibt …

Vielleicht sollte ich jemanden nach ihm schicken, damit man weiß,

was mit ihm ist … damit er endlich nach Hause kommt … Wie

konnte ich mich bloß nicht erinnern … Als wäre es gestern, so genau

sehe ich alles vor mir. Du hast dich wirklich sehr verändert … Ich

erinnere mich, du bist immer mit so einem großen Hund

spazierengegangen, am Flußufer entlang … Und hast dich mit Julija

im Heuschober versteckt… Ich kenne dich, habe ich dich jetzt

endlich erwischt… Andi, Andi… Also darauf muß auch ich ein

Gläschen trinken, obwohl der Arzt es mir verboten hat, sogar vor

dem Essen, ein Gläschen Raki zu trinken, trotzdem, bei solch

seltenen Anlässen trinke auch ich einen Tropfen. Auf dein Wohl …

JUNGER MANN: Auf Ihr Wohl, Frau Lehrerin …“

 

 

 

danilo2
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts. De zoon uit een familie van aanzien studeerde in Harvard en vestigde al snel zijn naam als dichter met de werken A Year's Life and Other Poems (1841) en Poems (1844). In 1855 werd Lowell hoogleraar voor literatuur in Harvard, vanaf 1857 was hij uitgever van de Atlantic Monthly en in 1867 publiceerde hij de tweede serie van de door de burgeroorlog geïnspireerde Biglow Papers. Na de burgeroorlog schreef hij weliswaar verder gedichten, maar richtte hij zich meer en meer op essays en literaire kritiek.

 

 

REMEMBERED MUSIC

 

A FRAGMENT

 

Thick-rushing, like an ocean vast

  Of bisons the far prairie shaking,

The notes crowd heavily and fast

As surfs, one plunging while the last

  Draws seaward from its foamy breaking.

 

Or in low murmurs they began,

  Rising and rising momently,

As o'er a harp Æolian

A fitful breeze, until they ran

  Up to a sudden ecstasy.

 

And then, like minute-drops of rain

  Ringing in water silvery,

They lingering dropped and dropped again,

Till it was almost like a pain

  To listen when the next would be.

 

 

 

jrlowell
James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891)

 

Sean O'Faolain is het pseudoniem van de Ierse schrijver John Whelan. Hij werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. O'Faolain schreef vooral gedichten en korte verhalen die zich afspelen in de midden- en onderklasse van Ierland. Daarbij had hij oog voor de schaduwzijden van de Ierse nationale beweging en van het katholicisme op het eiland, maar ook voor de repressieve pokitiek van de Britten aan het begin van de eeuw. Andere verhalen gaan ook over de emigratie naar Amerika van veel Ieren en de problemen die daaruit voortkwamen.

 

Uit: The Trout

 

      “One of the first places Julia always ran to when they arrived in G ----  was The Dark Walk.  It is a laurel walk, very old, almost gone wild, a lofty midnight tunnel of smooth,  sinewy branches. Underfoot the tough brown leaves are never dry enough to crackle: there is always a suggestion of damp and cool trickle.
        She raced right into it. For the first few yards she always had the memory of the sun behind her, then she felt the dusk closing swiftly down on her so that she screamed with pleasure and raced on to reach the light at the far end; and it was always just a little too long in coming so that she emerged gasping, clasping her hands, laughing, drinking in the sun. When she was filled with the heat and glare she would turn and consider the ordeal again.
        'This year she had the extra joy of showing it to her small brother, and of terrifying him as well as herself And for him the fear lasted longer because his legs were so short and she had gone out at the far end while he was still screaming and racing.
        When they had done this many times they came back to the house to tell everybody that they had done it. He boasted. She mocked. They squabbled.
        "Cry baby!"
        "You were afraid yourself, so there!"
        "I won't take you any more."
        "You're a big pig."
        "I hate you."
        Tears were threatening, so somebody said, "Did you see the well?" She opened her eyes at that and held up her long lovely neck suspiciously and decided to be incredulous. She was twelve and at that age little girls are beginning to suspect most stories: they have already found out too many, from Santa Claus to the stork.  How could there be a well! In The Dark Walk?  That she had visited year after year? Haughtily she said, "Nonsense."

 

 

Ofaolain
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

 

De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine. Hij werkte eerst als huisleraar en jurist, maar begon vanaf 1886 romans, verhalen en toneelstukken te publiceren. Behalve romans in naturalistische stijl schreef hij ook werk waarin hij aan de psychologische beschrijving van zijn personages de voorrang geeft boven de handeling. Omdat Renard een groot talent had om de geobserveerde werkelijkheid in treffende beschrijvingen te vatten is hij ook beroemd wegens zijn aforismen.

 

Uit: Journal de Jules Renard 1905-1910

 

--- 1905 ---

1er janvier.

Huot est parti furieux, mais il reviendra, mort ou vif ; et, dans quatre ans, on verra : M. Renard ne sera pas toujours maire ! Les petits gars trouvent déjà que ça va mieux. M. Roy, le nouvel instituteur, donne des bons points. Il constate que les petits ne savent rien.

Les Huot ont laissé l'école en état de saleté. Lui, crasseux, pas rasé, en pantoufles, le jour d'un mariage. Elle sent la chemise sale, ne se nettoie jamais les dents.

Le poëte Ponge va reprendre la plume : les nationalistes relèvent la tête !

L'argent, il l'appelle « le numéraire ».

Sa maison est terminée : quatre pièces, dont une pour le four où l'on « trafique ».

-- Vous avez un premier étage ?

-- Oh ! ça ne se fait pas chez nous. Les gens de Germenay disent qu'ils en font faire, mais c'est par vantardise. Ils disent que c'est un premier, mais c'est un grenier, et ça leur sert de grenier. »

 

 

renard
Jules Renard (22 februari 1864 – 22 mei 1910)