15-08-17

Dolce far niente, Nescio, Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter, Leonie Ossowski, Daan Zonderland, Jan Campert

 

Dolce far niente

 

 
Gezicht op het IJ voor Amsterdam, met de overkapping van het Centraal Station door Hobbe Smith, 1913.

 

Uit: Boven het dal

“We zaten in den avond op ’t terras van ’t Tolhuis en keken over ’t IJ naar de stad. De electrische lampen aan de spoorbaan brandden lila in de hoogte tegen een donkerblauwe lucht. ’t Weerlichtte wat boven de drie spitse torens van de kerk aan de Haarlemmerstraat, onder de kap van ’t Centraalstation hijgde een locomotief, de tram reed brommend over de De Ruyterkade, ’t water golfde verlaten koudblauw met nerveuze, korte en onnoozele golfjes, maakte een zwak geluidje tegen den steenen rand van ’t terras en riekte zwakjes naar dood water. Dicht bij lag, heel stil, het scheepje van visschers, de mast, zonder zeil, stak schraaltjes naar boven tegen de donkere stad, met de punt in een licht stuk licht. ‘k Zag dat ’t scheepje van voren hoog was en van achteren laag en vond ’t aardig, er zoo naar te kijken.
’t Was stillig, er waren weinig menschen. Er was wat geluid van glazen en kopjes, nu en dan, de stad aan den overkant ademde zwakjes en onschuldig en weerkaatste zijn lila engele lichten, die zigzagden in ’t IJ.”

 

 
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)
Reguliersbreestraat vanaf Rembrandtplein door Henk Alleman. Nescio werd geboren in de Reguliersbreestraat.

Lees meer...

15-08-16

Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter, Leonie Ossowski, Daan Zonderland, Jan Campert, Matthias Claudius

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Wanneer het afliep kwam Vasse

Wanneer het afliep kwam Vasse,
kamde zijn vlasbaard en zette een hoge hoed op
en in zijn geklede jas
met zilveren tressen, een marechaussee van de dood,
vestigde Vasse dan onze gewijde aandacht
op de wet van het graan en het gras.
Als een traan biggelend langs de neus van de Voorstraat,
tersluiks weggeslikt om de hoek van het postkantoor,
deed hij de ronde langs onze blozende wangen.
Hoe zout is de dood en hoe zoet
ruikt het hout op de hoek van de Eiermarkt
waar Vasse zijn werkplaats heeft,
waar hij planken schaaft en ineenpast
tot tweepersoonsledikanten,
tot eenpersoons geurende kisten.

 

 

La belle et la bête

Zo is het steeds geweest
en zal het ook zo zijn ?
La belle en het beest,
de bloemen en het zwijn.

Al kijkt het varken rond
om als een pauw te lopen,
al komen uit zijn mond
de parelen gedropen,

al doet hij als een kat
hooghartig en welvarend,
al wappert hij met wat
vleugels zijn bij een arend,

hij heeft een platte snuit.
Ook bij het mooiste weer
poseert hij naast zijn brood
als varken zonder meer.

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)
Cover

Lees meer...

15-08-15

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski, Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Vragenderwijs

Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen

ik vroeg aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord

als zelfs het water geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen heeft
wat is er dan

wat is er dan
er is alleen een visserman

die draagt het water
onder zijn voeten
die draagt een boom
op zijn rug
die draagt op zijn hoofd een vogel.

 

 

God alleen weet

God alleen weet hoe bang
ik ben. God weet hoe erg
verbroken samenhang
schrijnt, wat het vergt

om uit het stille bin-
nenste van de tijd
geboren tot de winst
van de verlorenheid

mens te zijn in een huid,
leven omdat het moet,
omdat het vonnis luidt:
bestaan, alleen, voorgoed.

De hemel is gescheurd,
ik leef ten einde raad.
Geboren is gebeurd,
voorgoed is veel te laat.

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Lees meer...

15-08-14

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert, Wanda Schmid

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Hazekamps-Hendrik

Hazekamps-Hendrik hield het Boek
in zeer hoge ere. Na den eten
's avonds werd het hem aangegeven
en hij las voor. Hij deed het
op een verhoogde toon
zoals een Grieks priester zou doen,
met een stem die duidelijk maakte
hoezeer wij naar adem snakken
en de adem dat is de Geest.
Wie het Woord Gods hardop leest
komt altijd adem te kort
zodat leven hijgen wordt.
Het is als een rivier
die langs nauwe dijken schuurt,
de kinderen verstaan het niet
maar dat hindert ook niet:
het woord van de hemel is daar
als brood op een altaar,
als een huis in het land gelegd,
men ziet wat God zegt
en de duif koert in de keel
van een koe op de deel.
Alle dingen staan zo omhoog op toon,
niets dat bewoog bij het lezen,
behalve misschien een voet
van de jongste zoon,
maar goed,
laat dat zo wezen.

 

 

Genesis twee

De handen van haar mond heeft zij gevouwen,
de lippen van haar armen in vertrouwen
open gedaan en 't hart van haar gezicht
heeft zij herkennend op mijn hart gericht.

Haar ogen die mij openlijk genegen
zijn, zeggen wat haar lichaam nog verzweeg en
haar stem die mij bij mijn geboorte noemt
heeft mij voortaan tot horigheid gedoemd.

Zij zegt mijn naam en ik herhaal de hare,
wij zullen elkaar voor elkaar bewaren,
maar zij vooral houdt mij voor mij gereed
omdat zij mijn geheim van buiten weet.

 

 

 
Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

15-08-13

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog.

 

 

Schrijvenderwijs

 

Schrijvenderwijs was ik ingeslapen,
schrijvenderwijs werd ik wakker bij nacht
omdat er woorden stonden te blaten
onder het open raam waar ik lag.

Wie had hen daar bijeengedreven,
was het de honger of was het de wind?
Ze stonden in een beginnende regen
doodstil te kleumen op het grind.

Toen heb ik ze mee naar boven genomen,
de grote ruit van de spiegel besloeg.
Ik had voordien nooit geweten hoe men
woorden halfslapend naar boven droeg.

Maar 's morgens vroeg toen ik ontwaakte
waren ze weg en de deur stond los.
De zon scheen hoog en droog, er zaten
vogels te lachen in het bos.

 

 

 

Herfstmiddag

 

Nu het stortregent
en ieder ding verdwijnt,
in ‘t overwegend en onbelijnd
geweld van overvloed,
wordt mij bewuster
wat ik geloven moet:
men kan geruster
zijn als de ramp losbreekt
over het leven,
dan waar de lamp verbleekt
in angst en beven,
want in de overmacht
van ’t reppend oerbegin
zet God weer onverwacht
herscheppend in.

 

 

 

 

Darlington

 

Vijf jaar is Renee. Ze gelooft in kabouters.
Ze stuurt mij een briefkaart omdat ik op reis ben.
Ze ruimde de bladeren in de tuin.

Wanneer de winter voorbij is, de zomer
gekomen als tweemaal twee is vier
wie zal haar verzekeren dat wij leven?

Wij worden niet ouder dan kabouters.
Wij sterven zo ongemerkt als dwergen
aan bomen van kennis, een volk vol ernst.

 

 

 

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Bewaren

Lees meer...

15-08-11

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 21 november 2010 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Wij speelden op het strand

 

Wij speelden op het strand, wij waren
van voor de oorlog en de zee
was toen nog een uitgestrekte vrede.

Hij had iets behouden van dat voormalige
of het niet ophield, of het niet afliep
of het nooit uitlopen zou

op een landinwaarts dat zich uitrekt
achter ons om
tot het de zee weer tegenkomt.

 

 

 

Van Lieverleed

 

Al wat voorbij is
en nooit voorbij

niet meer van mij is
voorgoed voor mij

van lieverlede
zal het weer komen

een schijn van vrede
over de bomen

van lieverlei

als het weer mei is
maar niet voor mij.

 

 

 

De tijd weet van niets

 

Oud worden is niet moeiijk,
het is onmogelijk, men blijft

het nadenkende kind, de popelende
minnaar, de man, de beschaamde vader,

maar steeds meer afgedane tijd begraaft zich
in huid en lijf en leden tot

alles is eengeworden met de dagen
die zijn voorbijgegaan. Men sterft vanzelf.

 

 

 

 

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Lees meer...

15-08-10

90 Jaar Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, R.J. Peskens, Daan Zonderland, Jan Campert, Susanne Mischke, Wanda Schmidt, Roger Willemsen, Edna Ferber, Marga Kool, Heinrich Eichen, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 16e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

90 Jaar Guillaume van der Graft, 85 Jaar Leonie Ossowski. Mary Jo Salter,  R.J. Peskens, Daan Zonderland

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 16e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag 

 

Jan Campert, Susanne Mischke, Wanda Schmidt, Roger Willemsen, Edna Ferber

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 16e augustus ook bij seniorennet.be mijn eerste blog van vandaag.

 

Marga Kool, Heinrich Eichen, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius

 

15-08-09

R.J. Peskens, Daan Zonderland, Jan Campert, Edna Ferber, Marga Kool


De Nederlandse schrijver R.J. Peskens (auteursnaam van uitgever Geert van Oorschot) werd geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909.

 

Uit: Mijn Tante Coleta

 

Toen we moe werden van de wind en de inspanning ertegenin te lopen, liep ze naar de voet van het duin, klom er een eindje tegenop en ging tussen het zware, dichtgeplante helm zitten. Ze duwde haar stok diep in het zand. Ik zette mijn stok naast de hare en onze vlaggen wapperden niet meer. Ik ging dicht naast haar zitten, en pakte haar stevig vast. Ze weerde me af en zei: nou moet je niet aan me komen. Ik liet haar onmiddellijk los en ineens liet ze haar hoofd tussen haar opgetrokken knieën zakken en begon onbedaarlijk te huilen. Ik legde mijn arm om haar schouders, aaide in haar in de war gewaaide haren en ik had graag willen vragen waarom ze nou ineens zo huilde, maar ha tegelijk het gevoel of het huilen alleen van haar was en ik er mij niet mee mocht bemoeien. Plotseling stond ze op en wilde onze vlaggestokken uit het zand trekken. Ze legde haar hand op mijn arm en zei dat we die moesten laten staan. Zullen we aan de andere kant teruggaan, vroeg ik. Ja, zei ze. We klommen het hoge duin op, daalden van de top naar beneden. Op het fietspad stak ze haar arm tussen de mijne. Ik was helemaal gelukkig door het mij helemaal overweldigende gevoel dat ik bij haar was, haar troostte en beveiligde en naar huis bracht. Toen de eerste huizen van de stad in zicht kwamen, stond ze plotseling stil, maakte haar arm uit de mijne los, legde haar beide handen op mijn schouders en zei: ik wou dat je mijn broer was. Als een oudere broer nam ik haar in mijn armen. Ze huilde opnieuw. Ik wou dat ik nog een kind was, zei ze. Waar de duinen in de zeedijk overgingen, zei ze dat ik maar niet verder moest meegaan. Ze nam geen afscheid, ging alleen verder en keek geen enkele keer om. Ze verdween in het donker van de avond, Het was of de wind ineens een beetje was gaan liggen.”

 

 

 

 

 

Peskens

R.J. Peskens (15 augustus 1909 - 18 december 1987)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Daan Zonderland (pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat) werd geboren in Groningen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

 

In de grote stad van Londen

 

In de grote stad van Londen

Wonen honderdduizend honden

Die op sanitaire gronden

Telken dage vele malen

Stil staan bij lantarenpalen

Londen nam tot onze stichting

Dan ook op zich de verplichting

Voor een goede straatverlichting

Iets dat, volgens vele honden,

Elders zelden wordt gevonden.

 

 

 

 

De graaf

 

Er woonde in Jemeppe

(Een plaatsje dicht bij Luik)

Een graaf die Vlaams en Frans sprak

En bovendien nog buik.

Vlaams sprak hij met de boeren

En Frans met de pastoor

En met zijn knechten sprak hij Vlaams

Met Frans er tussen door.

Doch buik sprak hij uitsluitend

In zijn studeervertrek,

Als hij behoefte voelde

Aan een intiem gesprek.

 

 

 

 

 

zonderland
Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902 in Spijkenisse.Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

 

Rebel, mijn hart

 

Rebel, mijn hart, gekerkerd en geknecht,

die aan de tralies van den al-dag rukt,

weest om Uw tijd'lijk lot geenszins bedrukt,

al zijn Uw kluisters hard, de muren hecht.

 

Want in den aanvang werd het U voorzegd,

dat het aan enkelen steeds gelukt

het juk te breken, dat hun schouders drukt,

laat dus niet af, maar vecht en vecht en vecht.

 

Breekt uit en blaast de doove sintels aan,

die zijn verdoken onder rookend puin;

vaart storm-gelijk over den lagen tuin,

die Holland heet: slaat dood'lijk toe en snel,

opdat het kwaad schrikk'lijk zal ondergaan,

o hart, mijn hárt, o bloedroode rebel.

 

 

 

 

Alleen

 

Tusschen deze vier wanden heb ik haar bemind.

Buiten vlerkt de nacht over de daken.

Wij zijn de laatsten die nog waken,

ik en de herfstige wind.

 

De kamer is lijk zij altijd was,

het boek ligt open waar ik ben gebleven,

de klok telt tergend het trage leven,

in de lamp flikkert het gas.

 

Een doffe pijn weegt in mijn hoofd

- ergens hangt de geur van haar haren -

mijn handen zijn dood: gevallen blaêren,

en het vuur is gedoofd.

 

 

 

 

JanCampert
Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Edna Ferber werd geboren op 15 augustus 1885 in Kalamazoo, Michigan.

 

Uit: Giant

 

“This March day the vast and brassy sky, always spangled with the silver glint of airplanes, roared and glittered with celestial traffic. Gigantic though they loomed against the white-hot heavens, there was nothing martial about these winged mammoths. They were merely private vehicles bearing nice little alligator jewel cases and fabulous gowns and overbred furs. No sordid freight sullied these four-engined family jobs whose occupants were Dallas or Houston or Vientecito or Waco women in Paris gowns from Neiman-Marcus; and men from Amarillo or Corpus Christi or San Angelo or Benedict in boots and Stetsons and shirt sleeves.

All Texas was flying to Jett Rink's party. All Texas, that is, possessed of more than ten million in cash or cattle or cotton or wheat or oil. Thus was created an aerial stampede. Monsters in a Jovian quadrille, the planes converged from the Timber Belt and the Rio Grande Valley, from the Llano Estacado and the Trans-Pecos; the Blacklands the Balcones Escarpment the Granite Mountains the Central Plains the Edwards Plateau the boundless Panhandle. High, high they soared above the skyscraper office buildings that rose idiotically out of the endless plain; above the sluggish rivers and the arroyos, above the lush new hotels and the anachronistic white-pillared mansions; the race horses in rich pasture, the swimming pools the drives of transplanted palms the huge motion picture palaces the cattle herds and the sheep and mountains and wild antelope and cotton fields and Martian chemical plants whose aluminum stacks gave back the airplanes glitter for glitter. And above the grey dust-bitten shanties of the Mexican barrios and the roadside barbecue shacks and the windmills and the water holes and the miles of mesquite and cactus.

There were, of course, a few party-goers so conservative or so sure of their position in society, or even so impecunious, as to make the journey by automobile, choosing to cover the distance at a leisurely ninety miles an hour along the flat concrete ribbon that spanned the thousand miles of Texas from north horizon to the Gulf.”

 

 

 

 

Ferber
Edna Ferber (15 augustus 1885 – 16 april 1968)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Marga Kool werd geboren in Beekbergen op 15 augustus 1949.

 

Uit: Boeren en stedelingen  (Column)

De gegoede Nederlandse stedelingen hebben zich genesteld op het platteland en in forensendorpen en Vinex-wijken. De boeren uit Turkije en Marokko hebben hun plaats overgenomen. Met hun klederdrachten, hun naoberschap, hun familiebanden, hun sterke, zware geloof, hun sociale controle, hun eigen dialect, hun tongval als ze Nederlands spreken. Ze koken uit gastvrijheid grote hoeveelheden, ze slachten een schaap, ze bidden en vieren hun feestdagen, ze houden de vrouwen liefst zoveel mogelijk thuis, ze laten de zorg voor hun zieke ouders niet aan een ander over. Ze slaan hun ogen neer als ze een buitenstaander aanspreken. Ze krijgen moeilijker een baan omdat ze een accent hebben, ze hebben een onderwijsachterstand.
Ze doen ongeveer alles wat wij vijftig jaar geleden deden op ons eigen Nederlandse platteland.
We moeten er maar gauw een boek van maken. Voor je het in de gaten hebt is het allemaal weg. Als wij hen daar tenminste rustig de tijd voor gunnen.“

 

 

 

 

margakool
Marga Kool (Beekbergen, 15 augustus 1949)

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 augustus 2008.

 

 

15-08-08

Mary Jo Salter, Guillaume van der Graft, Marga Kool, Heinrich Eichen, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius, R.J. Peskens, Daan Zonderland, Jan Campert, Edna Ferber


De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan en groeide op in Detroit, Baltimore en Maryland. Zij studeerde zowel aan Harvard als aan Cambridge University. Tijdens haar verblijf aan Harvard studeerde zij samen met de dichteres Elizabeth Bisshop. Salter werkt als redacteur voor de Atlantic Monthly en de The New Republic. Ook doceerde zij sinds 1984 aan het Mount Holyoke College. Tegenwoordig doceert zij aan de John Hopkins University en zij is sinds 1995 vice presidente van de Poetry Society of America. Zij is getrouwd met de schrijver Brad Leithauser.

 

Werk o.a: Sunday Skaters, 1994, A Kiss in Space, 1999, Open Shutters, 2003

 

 

A Rainbow Over the Seine

 

Noiseless at first, a spray
of mist in the face, a nose-
gay of moisture never
destined to be a downpour.

 

Until the sodden cloud
banks suddenly empty
into the Seine with a loud
clap, then a falling ovation

 

for the undrenchable
sun--which goes on shining
our shoes while they're filling
like open boats and the sails

 

of our newspaper hats
are flagging, and seeing
that nobody thought to bring
an umbrella, puts

 

up a rainbow instead.
A rainbow over the Seine,
perfectly wrought as a draw-
bridge dreamed by a child

 

in crayon, and by the law
of dreams the connection
once made can only be lost;
not being children

 

we stand above the grate
of the Metro we're not
taking, thunder underfoot, and
soak up what we know:

 

the triumph of this arc-
en-ciel, the dazzle
of this monumental
prism cut by drizzle, is

 

that it vanishes.

 

 

 

 

salter
Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007.


Er is nog veel te doen,
nalezen wat ik toen
had moeten weten, orde

scheppen in wat geworden is,
tijd hebben, heten

zoals ik heb genoemd.

 

***

 

Ik ben de stilte op het spoor
waar alles mee is begonnen.

Afstanden werden uitgezet,
einders gespannen om naar te

reikhalzen, kringen getrokken
en met een midden bekroond. Hoe

centripetaal is de taal!
Ik geef mij aan een woord gewonnen,

ik ben de stilte op het spoor.

 

 

 

 

 

 

Barnard
Guillaume van der Graft (Rotterdam, 15 augustus 1920)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Marga Kool werd geboren in Beekbergen op 15 augustus 1949. Zij is vooral bekend vanwege haar werk in het Drents maar publiceert ook in het Nederlands. Kool groeide op in een boerengezin. Ze woonde op verschillende plaatsen in het oosten van het land en vanaf haar elfde jaar in het Drentse Zuidwolde. Ze werkte in het onderwijs, onder andere dertien jaar als lerares Nederlands. Daarnaast was ze bestuurder: voor D66 zat ze tien jaar in de gemeenteraad van Zuidwolde en daarna in de Provinciale Staten van Drenthe. Tussen 1991 en 1999 was ze in Drenthe gedeputeerde van Milieu en Cultuur. Sinds 2000 is ze dijkgraaf van het waterschap Reest en Wieden.
Marga Kool zette zich naast haar werk vooral actief in voor de Nedersaksische streektaal.Zij won op negentienjarige leeftijd met haar televisiespel Niemandsland een schrijfwedstrijd van de AVRO. De eenakter werd uitgezonden met Cox Habbema in de hoofdrol. Daarna publiceerde ze met tussenpozen verhalen, gedichten, toneelstukken en liedteksten, zowel in het Drents als in het Nederlands

 

Uit: Een kleine wereld

 

’s Maandags in alle vroegte kwam Lange Jan voorbijfietsen, met achter de fiets het rode fietskarretje met de wasmachine. Jan had een lange, uitgerekte Gazelle. Het fietskarretje had een lange boom met een krulvormig uiteinde, waarmee het vastgebonden was aan een pin onder het zadel.
Lange Jan fietste raar. Langzaam en amechtig. Iedere keer dat een been naar beneden trapte ging zijn bovenlijf naar voren; de kin priemde ver over het stuur.
Op het karretje stond de wasmachine, stevig vastgebonden met de zwarte binnenbanden van een fiets. De ventielen glinsterden in de zon. De wasmachine was een ronde, glimmend witte kuip, een echte snelwasser, die door de boerenvrouwen werd geminacht en door de vrouw van de hoofdonderwijzer de hemel in werd geprezen. ‘Ja, wat wil je. Zij krijgen de kleren toch niet smerig,’ spotte buurvrouw Albers. ‘Nee, en ook niet schoon,’ schamperde buurvrouw Geesje terug.
Dan lachten ze wat. Niet hardop. Ze trokken de mondhoeken naar beneden, er kwamen lachrimpeltjes rond hun ogen, ze trokken de schouders omhoog en gniffelden met de klank van leedvermaak. Ons gehucht was te klein voor notabelen. Dokter, dominee en notaris woonden ver weg in het hoofddorp. Het was een buurt van boeren, middenstanders en arbeiders. Meester was bij ons de hoogste in rang: de burgemeester van het gehucht. En zijn vrouw was dus een eigenwijs portret, vonden de mensen. Dat ze iedere maandag de elektrische wasmachine van Lange Jan huurde, maakte het er niet beter op.”

 

 

 

Kool
Marga Kool (Beekbergen, 15 augustus 1949)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Heinrich Eichen werd geboren op 15 augustus 1905 in Bonn. Hij groeide op in Elbig in het toenmalige Polen. Aanvankelijk werkte hij voor de gemeente, later werd hij boekhandelaar. Al jong publiceerde hij gedichten. Nadat de Duitse bevolking uit Elbig verdreven was leefde Eichen vanaf 1945 tot aan zijn dood in Berlijn, waar hij opnieuw als boekhandelaar, maar ook als journalist werkte. Hij stond dicht bij de jeugdbeweging en steunde die ook in zijn geschriften. Als homosexueel werd Eichen in het Derde Rijk geconfronteerd met politieverhoren en andere intimidaties. Na WO II schreef hij onder diverse pseudoniemen ook voor tijdschriften voor homo’s. Zijn laatste dichtbundel heette Gesang der Plastik, een sonnettencyclus bij het werk van de beeldhouwer Georg Kolbe.

 

 

Knaben am See

Hell sang zum Himmel ihrer Jugend Lust.
Sie stürmten auf dem Grün der Erde
unbändig und voll Kraft wie junge Pferde;
und ihre Anmut war nur unbewußt.

Die Flut des Sees umspülte ihre Brust.
Sie teilten ihn mit jauchzender Gebärde,
sie glitten, trunken schwebend, ohn' Beschwerde,
und ihre Anmut war nur unbewußt.

Sie wuchsen leuchtend an des Wassers Rand.
Der Atem ihrer Leiber ging im Takt.
Der Rhytmus ihres Stehens schon war Tanz.

Der Sonne Licht hing jubelnd überm Land,
da schlanke Knaben, blühend braun und nackt,
verharrten singend in des Tages Glanz.

 

 

 

 

H_eichen
Heinrich Eichen (15 augustus 1905 – 30 mei 1986)

 

 

 

 

 

 

De Ierse schrijver en journalist Benedict Kiely werd geboren in Omagh op 15 augustus 1919. Al jong wilde Kiely schrijver worden. Tot zijn voorbeelden rekende hij schrijvers als George Bernard Shaw, H.G. Wells en Jonathan Swift. Na zijn schooltijd studeerde hij in Dublin Engels en geschiedenis. In 1941 startte hij zijn loopbaan als journalist en radiopresentator. In 1945 verscheen zijn eerste roman, Countries of Contention, en meer dan een dozijn andere werken zouden volgen.

 

Uit: The White Wild Bronco

 

“At the age of five, when asked what he wanted to be when he grew up, Isaac said he wanted to be a German. He was then blond and chubby and not at all pugnacious. Because he stuttered, he pronounced the word, German, with three, sometimes with six, initial consonants. He had heard it by his father's bedside where, propped most of the day on high pillows, the old fusilier remembered Givenchy and Messines Ridge in the hearing of his friends: Doherty the undertaker Mickey Fish, who sold fish on Fridays from a flat dray and from door to door, and who stopped young women - even under the courthouse clock - to ask them the time of evening Pat Moses Gavigan who fished pike and cut the world's best blackthorns; and the Cowboy Carson, the only man in our town who lived completely in the imagination. Occasionally the old fusilier read aloud out of one or other of the learned anthropological tomes dealing with the adventures of Tarzan the ape man, but mostly the talk was about Germans. Isaac, quiet on his creepie stool, liked the sound of the word. Bella, the loving wife of the old fusilier, had received her husband home from the war, we were told, in a glass case, the loser by a stomach shot away when - all his superior officers dead - he, the corporal, gallantly led an action to success, carried the kopje or whatever it was they carried in Flanders, and stopped just short of advancing, like the gallant Dublins, into the fire of his own artillery. Back home, stomachless in his glass case, he cheated the War Office on the delicate question of expectation of life, collected a fine pension and lived at ease until the world was good and ready for another war. No crippled veteran, left to beg at the town's end, was the old fusilier. Secure in his bed, in his lattice-windowed room in his white cottage that was snug in the middle of a terrace of seven white cottages, he talked, read about Tarzan, told how fields were won and, on big British Legion days, condescended to receive homage from visiting celebrities, including, once, Lady Haig herself.

 

 

 

 

kielybenedict
Benedict Kiely (15 augustus 1919 - 9 februari 2007)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Thomas De Quincey werd geboren op 15 augustus 1785 in Manchester. Toen hij zeventien was vluchtte De Quincey, die gold als een briljante leerling die van jongs af dol was op boeken, weg van de Manchester Grammar School om enkele maanden lang berooid en hongerig door de straten van Londen te zwerven. Na zich weer verzoend te hebben met zijn familie begon hij aan een studie in Oxford dat hij echter na vier zonder diploma verliet. Hij trok naar het Engelse Lake District om in de buurt te zijn van zijn literaire helden William Wordsworth en Samuel Taylor Coleridge. Na aanvankelijk ook met hen vriendschappelijke contacten te hebben onderhouden raakte hij langzamerhand vervreemd van beide mannen, mede doordat hij vanaf 1813 steeds verslaafder werd aan opium. Gedwongen door geldnood en schulden op op aandringen van zijn goede vriend John Wilson begon hij te schrijven voor Blackwood’s Edinburgh Magazine.  Na het succes van zijn Confessions of an English Opium-Eater schreef hij meer dan 200 artikelen over onderwerpen, variërend van filosofie, geschiedenis, literatuur tot contemporaine politiek.

 

Uit: Confessions of an English Opium-Eater

“It is so long since I first took opium, that if it had been a trifling incident in my life, I might have forgotten its date: but cardinal events are not to be forgotten; and from circumstances connected with it, I remember that it must be referred to the autumn of 1804. During that season I was in London, having come thither for the first time since my entrance at college. And my introduction to opium arose in the following way. From an early age I had been accustomed to wash my head in cold water at least once a day: being suddenly seized with toothache, I attributed it to some relaxation caused by an accidental intermission of that practice, jumped out of bed, plunged my head into a basin of cold water, and with hair thus wetted went to sleep. The next morning, as I need hardly say, I awoke with excruciating rheumatic pains of the head and face, from which I had hardly any respite for about twenty days. On the twenty-first day, I think it was, and on a Sunday, that I went out into the streets; rather to run away, if possible, from my torments, than with any distinct purpose. By accident I met a college acquaintance who recommended opium. Opium! dread agent of unimaginable pleasure and pain! I had heard of it as I had of manna or of ambrosia, but no further: how unmeaning a sound was it at that time! what solemn chords does it now strike upon my heart! what heart-quaking vibrations of sad and happy remembrances! Reverting for a moment to these, I feel a mystic importance attached to the minutest circumstances connected with the place and the time, and the man (if man he was) that first laid open to me the Paradise of Opium-eaters. It was a Sunday afternoon, wet and cheerless: and a duller spectacle this earth of ours has not to show than a rainy Sunday in London. My road homewards lay through Oxford-street; and near "the stately Pantheon" (as Mr. Wordsworth has obligingly called it), I saw a druggist's shop. The druggist, unconscious minister of celestial pleasures!-as if in sympathy with the rainy Sunday, looked dull and stupid, just as any mortal druggist might be expected to look on a Sunday: and, when I asked for the tincture of opium, he gave it to me as any other man might do: and furthermore, out of my shilling, returned me what seemed to be real copper halfpence, taken out of a real wooden drawer. Nevertheless, in spite of such indications of humanity, he has ever since existed in my mind as the beatific vision of an immortal druggist, sent down to earth on a special mission to myself. And it confirms me in this way of considering him, that, when I next came up to London, I sought him near the stately Pantheon, and found him not: and thus to me, who knew not his name (if indeed he had one) he seemed rather to have vanished from Oxford-street than to have removed in any bodily fashion. The reader may choose to think of him as, possibly, no more than a sublunary druggist: it may be so: but my faith is better: I believe him to have evanesced, or evaporated. So unwillingly would I connect any mortal remembrances with that hour, and place, and creature, that first brought me acquainted with the celestial drug.”

 

 

 

thomas-de-quincey-2-sized
Thomas de Quincey (15 August 1785 – 8 December 1859)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Matthias Claudius werd op 15 augustus 1740 geboren in het Duitse stadje Reinfeld in de buurt van Lübeck. Hij studeerde theologie en rechten, maar beide studies voltooide hij niet. Hij was werkzaam als journalist en bevriend met de Duitse dichters Klopstock en Herder. Hij stierf in 1815 in Hamburg.

 

 

Der Mond ist aufgegangen

 

Der Mond ist aufgegangen,
die goldnen Sternlein prangen
am Himmel hell und klar;
der Wald steht schwarz und schweiget,
und aus den Wiesen steiget
der weiße Nebel wunderbar.

 

Wie ist die Welt so stille
und in der Dämmrung Hülle
so traulich und so holt
als eine stille Kammer,
wo ihr des Tages Jammer
verschlafen und vergessen sollt.

 

Seht ihr den Mond dort stehen?
Er ist nur halb zu sehen
und ist doch rund und schön.
So sind wohl manche Sachen,
die wir getrost belachen,
weil unsre Augen sie nicht sehn.

 

Wir stolze Menschenkinder
sind eitel arme Sünder
und wissen gar nicht viel;
wir spinnen Luftgespinste
und suchen viele Künste
und kommen weiter von dem Ziel.

 

Gott, laß dein Heil uns schauen,
auf nichts Vergänglichs bauen,
nicht Eitelkeit uns freun;
laß uns einfältig werden
und vor dir hier auf Erden
wie Kinder fromm und fröhlich sein.

 

Wollst endlich sonder Grämen
aus dieser Welt uns nehmen
durch einen sanften Tod;
und wenn du uns genommen,
laß uns in Himmel kommen,
du unser Herr und unser Gott.

 

So legt euch denn, ihr Brüder,
in Gottes Namen nieder;
kalt ist der Abendhauch.
Verschon uns, Gott, mit Strafen
und laß uns ruhig schlafen
und unsern kranken Nachbar auch.

 

 

 

 

claudiu1
Matthias Claudius (
15 augustus 1740 - 21 januari 1815
)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver R.J. Peskens (auteursnaam van uitgever Geert van Oorschot) werd geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909.Van Oorschot debuteerde als dichter onder eigen naam in Links Richten met socialistische verzen. Zijn poëzie werd gebundeld in De turfgravers (1930) en Gevangenis (1932). Hij was als dienstweigeraar geruime tijd
gedetineerd.Als R.J. Peskens debuteerde hij in 1964 in de reeks De Witte Olifant van zijn eigen uitgeverij met proza getiteld Uitgestelde vragen. Er volgden onder dit pseudoniem nog vijf verhalenbundels en een roman. De naam Peskens had hij ontleend aan een beruchte anarchist uit Vlissingen en de initialen stonden voor de voornamen van twee van zijn meest geliefde dichters: de 'R.' van Richard Minne en de 'J.' van Jan van Nijlen.



Er was een tijd dat ik mij dichter vond,
om welke reden wou ik dat toch wezen?
want elke regel die in mij ontstond
kon men veel mooier bij een ander lezen.



Uit: Brieven van een uitgever (aan Ant ter Braak, 5 november 1986)

"Je zult ondertussen al wel de uitnodiging voor het 'ere-doctoraat-feest' ontvangen hebben. Het is eigenlijk allemaal een beetje overdreven vind ik. Een arbeider behoort zijn werk goed te doen en dat heb ik geprobeerd. Het is natuurlijk wel plezierig als je waardering voor je werk ondervindt, maar moet dat extra 'beloond of geprezen' worden?
Het is ook een beetje een vreemd huis waarin ik nu terecht ben gekomen, maar een katholieke universiteit die een atheïst, een sociaal democraat met anarchistische afwijkingen, een dwarsligger met zo'n doctoraat 'eert' is eigenlijk niet katholiek meer."

 

 

 

peskens
R.J. Peskens (15 augustus 1909 - 18 december 1987)

 

 

 

De Nederlandse dichter Daan Zonderland (pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat) werd geboren in Groningen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

 

Letterlijk

 

"Geachte Heer, ik moet u danken
voor het postpakket dat ik ontving.
Maar u vergeeft mij ongetwijfeld
een zekere teleurstelling.

Toen ik de hand vroeg van uw dochter
die ik hartstochtelijk bemin,
deed ik zulks niet in letterlijke,
doch in overdrachtelijke zin.

 

 

 

 

De aardrijkskunde geeft geen antwoord

 

De aardrijkskunde geeft geen antwoord
Op menig interessante vraag.
Waarin bijvoorbeeld schuilt de oorzaak
Dat men moet huilen in Snikzwaag?

Woont er wellicht in Opperburen
Geen burger op begane grond?
Kent Kietvitshaar geen kievitsveren?
Is zwijgen zonde in Roermond?

In welke talen converseert men
In 't Brabants Babyloniënbroek?
Waarmee bedekt men oosterbenen
In 't vreemde plaatsje Westerbroek?

Wie zit er stil in 't dorpje Wippert?
En wie is wie in 't Friese Wie?
Zijn er alleen maar kromme benen
In het Noord-Hollands Krommenie?

Kent men in Noordeloos geen Noorden?
Wie komt in Voorin achteraan?
En moet een man in Plankenwambuis
Zijn hele leven rechtop staan?

Heeft Middenin geen buitenkanten?
Heeft Nummereen geen plaats voor twee?
Kent men in Nigtevecht geen neven?
Zegt niemand ooit in Jabeek: 'Nee!'?

Was de geboorteplaats van Nemo
Wellicht het dorpje Nergena?
En zijn er werklijk geen sopranen
In 't schone plaatsje Altena?

 

 

 

 

zonderland
Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902 in Spijkenisse.Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als 'k voor de loopen sta.

 

Op vrijdagavond 10 mei 1940, de eerste avond van de oorlog, schetst Jan Campert de sfeer in de stad: “Nooit was Amsterdam zoo mooi en zoo rustig als op deze eersten oorlogsavond. En zóó stil. Maar het was een stilte die van een onheilspellende geheimzinnigheid was vervuld. Want voor het eerst was Nederland’s grootste stad verduisterd.”

 

jan_campert
Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Edna Ferber werd geboren op 15 augustus 1885 in Kalamazoo, Michigan. Zij was de dochter van Hongaarse immigranten. In haar werk staan vaak vrouwen centraal. In 1924 kreeg zij voor haar roman So Big de Pulitzerprijs. Veel van haar werk is ook met succes verfilmd, zoals bijvoorbeeld Giants met o.a. James Dean en Come and get It.

 

Uit: Gigolo

 

“No nonsense about them. This was the rush hour. Hungry men from the shops and offices and garages of the district were bent on food (not badinage). They ate silently, making a dull business of it. Coffee? What kinda pie do you want? No fooling here. "Hello, Jessie."

As she mopped the slab in front of him you noticed a slight softening of her features, intent so grimly on her task. "What's yours?"

"Bacon-and-egg sandwich. Glass of milk. Piece of pie. Blueberry."

Ordinarily she would not have bothered. But with him: "The blueberry ain't so good to-day, I noticed. Try the peach?"

"All right." He looked at her. She smiled. Incredibly, the dishes ordered seemed to leap out at her from nowhere. She crashed them down on the glazed white surface in front of him. The bacon-and-egg sandwich was served open-faced, an elaborate confection.”

 

 

 

Ferber
Edna Ferber (15 augustus 1885 – 16 april 1968)

 

 

 

15-08-06

Jan Campert en Daan Zonderland


We hebben zowaar onze eigen Günter Grass gehad. De schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902. Hij is vooral bekend van het gedicht De achttien dooden, dat hij schreef naar aanleiding van de executie van 15 verzetsleden en drie communistische Februaristakers in maart 1941. Op 19 februari 2005 verscheen echter een artikel in NRC Handelsblad van de hand van Godert van Colmjon, waarin voormalig verzetsman Gerrit Kleinveld verklaarde in 1970 van Jan van Bork (1909-1987), te hebben vernomen dat Campert was omgebracht door medegevangenen omdat hij de namen van de geheime kampraad aan de Duitsers had verraden - naar wordt beweerd om een betere behandeling te verkrijgen. Naar aanleiding van deze beschuldigingen liet de gemeente Den Haag, die destijds de Jan Campert-stichting had opgericht, nader onderzoek doen door de gemeentearchivaris. In diens rapport werden de meeste van de beschuldigingen door hem als "onwaarschijnlijk" omschreven. Zo wordt het verhaal over zijn dood naar het rijk der fabelen verwezen: Campert overleed aan tuberculose, opgelopen in de strenge winter van 1943.

 

HET LIED DER ACHTTIEN DOODEN

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.

O lieflijkheid van licht en land,
van Holland's vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar't hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geeerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.

Voordat die eeden breekt en bralt
het miss'lijk stuk bestond
en Holland's landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, -
zoo waar als ik straks dood zal zijn
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.

Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan 't allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk -
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.

Ik zie hoe't eerste morgenlicht
door 't hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als 'k voor de loopen sta.

 

 

 

 

Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)

 

Daan Zonderland is het pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat, Hij was een Nederlands dichter, schrijver en journalist, geboren in Groningen op 15 augustus 1909, overleden te Den Haag op 5 augustus 1977.

Daan Zonderland studeerde Engelse taal en letterkunde in Groningen, Kopenhagen en Londen. Daarna werkte hij enkele jaren als leraar Engels, later als privaatdocent in de Engelse letterkunde aan de Universiteit van Leiden. Van 1945 tot 1967 werkte hij als correspondent voor De Tijd in Londen.

 

 

De rouwmoedige geit

 

Een koe stal op een goede morgen

Een groot vat bier uit een café.

Daarop schreef zij met grote letters:

‘Le jour de gloire est arrive?

Tezamen met twee oude vrienden,

Een kikker en een witte geit,

Ging zich de koe aan bier te buiten

Een toonbeeld van onmatigheid.

Daar dronken koe en geit en kikker,

Daar dronken zij den ganse dag,

Eerst toen het grote biervat leeg was,

Kwam er een eind aan het drinkgelag.

De koe kon geen boe noch ba meer zeggen.

De dronken kikker gaf geen kik.

Alleen de geit zei tussenbeide

Verdrietig en berouwvol: ‘Hik’!

 

                    *

 

Een oude man in Gaasterland

Die nam een bronzen vaas ter hand

En sloeg - niet zonder tegenzin -

Zijn goede vrouw de schedel in

Toen men hem daarop arresteerde

En naar de rede informeerde,

Zei hij - zonder plichtplegingen -

‘Uit schoonheidsoverwegingen.’

 

 

 

 

Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)

 

21:18 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jan campert, daan zonderland |  Facebook |