14-09-16

Dolce far niente, Algernon Swinburne, Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma

 

Dolce far niente

 

 
Hot Day door Sergej Sovkov, 2014

 

 

A Swimmer's Dream

V.
A dream, a dream is it all — the season,
The sky, the water, the wind, the shore?
A day-born dream of divine unreason,
A marvel moulded of sleep — no more?
For the cloudlike wave that my limbs while cleaving
Feel as in slumber beneath them heaving
Soothes the sense as to slumber, leaving
Sense of nought that was known of yore.

A purer passion, a lordlier leisure,
A peace more happy than lives on land,
Fulfils with pulse of diviner pleasure
The dreaming head and the steering hand.
I lean my cheek to the cold grey pillow,
The deep soft swell of the full broad pillow,
And close mine eyes for delight past measure,
And wish the wheel of the world would stand.

The wild-winged hour that we fain would capture
Falls as from heaven that its light feet clomb,
So brief, so soft, and so full the rapture
Was felt that soothed me with sense of home.
To sleep, to swim, and to dream, for ever —
Such joy the vision of man saw never;
For here too soon will a dark day sever
The sea-bird's wing from the sea-wave's foam.

A dream, and more than a dream, and dimmer
At once and brighter than dreams that flee,
The moment's joy of the seaward swimmer
Abides, remembered as truth may be.
Not all the joy and not all the glory
Must fade as leaves when the woods wax hoary;
For there the downs and the sea-banks glimmer,
And here to south of them swells the sea.

 

 
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Een zomers Londen. Swinburne werd geboren in Londen.

Lees meer...

14-09-15

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

Zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop
op beloning, ook niet uit angst voor straf,
de roekeloze, de meedogenloze schoonheid

te fixeren waarin leegte zich meedeelt,
zich uitspreekt in het bestaande.

Laat de god die zich in mij verborgen houdt
mij willen aanhoren, mij laten uitspreken,
voor hij mij met stomheid slaat en mij
doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.

 

 

Bij herhaling blijkt het zelfs…

Bij herhaling blijkt het zelfs goed
om te zijn in de werkelijkheid;

maar voor een gedicht is het meestal

niks. Bronmos markeert wel de plaats
waar zich de bron bevindt, maar tevens
talloze andere plaatsen waar van
een bron allang geen sprake meer is,

laat staan van mos. Zo gaat het ook
met bronnymfen en vinders van bronnen,
met makers van verzen en met slagen
van wieken langs de hemeltergende
knechtende hemel.

 

 

Waar stil toen

Waar stil toen
de abrikozenboom stond,
sta ik nu stil.

Tussen de gladiolen
weet ik de plek waar
zij toen stond: zij
wierp mij de abrikoos
toe - toen. Nu,

terwijl herinnering met zich
doet wat zij wil, beginnen
wij opnieuw met bijten,
haast tegelijk, tussen

de maïsplanten: zij in haar
abrikoos, ik in mijn abrikoos;

terwijl de kleine vossen nog door
de wijngaard sluipen, en de zee,
fluisterend: bij mij is zij niet;
nee, hier vind je het niet;
in mij is zij niet.

 

 
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)
Portret door Hedwig van der Heiden

Lees meer...

14-09-14

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

De boot, waarin zich

De boot, waarin zich
moet laten schommelen
een man. Een vrouw
aan wie wordt gedacht, door de man,

tot op het laatst misschien.
En dan de ogen te moeten sluiten
om te zien hoe, bij kalme zee
en bij helder zicht, de boot keer

op keer, steeds indringender,
dezelfde rotspunt raakt.

 

 

Zo eenvoudig

Zo eenvoudig als een waterdruppel,
zo helder als een splinter berkenhout,

Omdat het veulen geduldig en voorzichtig
uit het paard valt en kan staan,

De vis als een metalen traan ontluikt
en kan vliegen, de mens after all

Moeizaam leert zwijgen en wegzijn
tussen zijn gewapend steenslag,

Zo eenvoudig, zo helder is het niet
wat ik overhoud wanneer ik
mijn pen heb neergelegd.

 

 

Een witte raaf

op een witte walvis;
een waarnemend subject,
(gepostuleerd); geen water,

laat staan zout water -. Elkaar

voortdurend bijsturend, feed-
back, moeten zij maar zien
hoe zich uit deze tekst

te verwijderen

 

 

 
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Lees meer...

14-09-13

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

Plotseling vliegt er een smak

 

Plotseling vliegt er een smak
water door de kamer; en is
in de zijmuur verdwenen.

Voor mijn ogen voltrekt zich het wonder,
zoals ik mij herinner, opnieuw. Voordat
de kamer wordt volgestort met herte-
geweien, sta ik al op de gang; indachtig
het alarm. Nu het veilig is, kijk ik
het trapgat in, en luister

hoe beneden op de deurmat
de Echo ritselend
en knisperend verpulvert.

 

 

 

Waar ik op heb gewacht

 

Waar ik op heb gewacht
maakt zich van mij meester;

en laat mij kort daarop los

ik ben gehuld in mijzelf

en dezelfde dingen zijn nog
van kracht: het ene doet niet
onder voor het andere.
Nadat ik zo geweest ben

wordt aarzeling betracht.

Het restant doorstaat zich, schijnt
weer terug te willen; wordt ontzet
tenslotte, desondanks, door
vergetelheid. Zo ontbloot zich

het wiel en lokt mij tot zich;
suggereert duur: duren.

 

 

 

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Lees meer...

14-09-12

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

 

Aan zijn zeer netelige draad

 

Aan zijn zeer netelige draad
daalt neer in de afgrond

een kleine soevereine spin en schuift
mijn lichaam terzijde. Het is een spin,

die zijn landing opschort tot ik mij
uit zijn kloof heb verwijderd. Zodra hij

de bodem heeft bereikt, is dat het teken
dat de rivier zijn bron heeft bestormd.



 

 

Zodra de steen er ligt herneemt

 

Zodra de steen er ligt herneemt
zijn lot haar loop. De steen weet niet
van opgeven: hij herhaalt zich;

zijn blinde hoort hem. Deze weet
vooreerst nog niet wat te doen met wat

hem vreemd is. Hij legt beide handen
op de toetsen, hij herhaalt wat hem
is geleerd. Hij brengt wijzigingen aan;
hij herneemt zich, raakt ontroerd.


 

 

Chrysanten

 

De chrysanten,
die in de vaas op de tafel
bij het raam staan: dat

zijn niet de chrysanten
die bij het raam
op de tafel
in de vaas staan

De wind die je zo hindert
en je haar door de war maakt,

dat is de wind die je haar verwart;
het is de wind waardoor je niet
meer gehinderd wilt worden
als je haar in de war is.

 

 

 

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Hans Faverey, C. Buddingh' en Remco Campert

Lees meer...

14-09-11

Eckhard Henscheid, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

 

De Duitse schrijver Eckhard Henscheid werd geboren op 14 september 1941 in Amberg. Zie ook mijn blog van 14 september 2010.

 

Uit: Dummdeutsch

 

»Dummdeutsch«: ein ebenso rasch einleuchtender, ein kaum je ganz (...) mißverstandener und praktikabler wie selbstverständlich proto- und parawissenschaftlicher Begriff. Welcher, sehr straff zusammengefaßt, an-sich »Dummes«, strukturell »dummes« Wortmaterial ebenso umgreift wie solches, das erst per fortgesetzte Inflation, gedankenlose Entleerung oder auch bloße Verwendung durch die garantiert falschen Menschen es - von Fall zu Fall anders - geworden ist.“
(...)


»Dummdeutsch«: der fraglos wissenschaftlich, historisch, linguistisch nicht allzu ausgewiesene noch abgegrenzte Begriff tut sogar gut daran, im leicht zwielichtig Unausgewiesenen zu verbleiben; wie gleichsam die Sache, die er bezeichnet, selber: Diese genetisch manchmal kaum sortierbare und sehr gallertartige Aufschüttung aus Neo- und Zeitlosquatsch, aus verbalem Imponiergewurstel bei gleichzeitiger Verschleierungs- und Verhöhnungsabsicht oder auch umgekehrt Angst; aus modisch progressistischem Gehabe wie gleichzeitig stur autoritärer Gesinnung mal bürokratieseligem Geschwafel - dieses Dummdeutsche bekommt am Ende etwas über die läßliche Verfehlung weit hinaus konstitutionell Hirnzerbröselndes noch jenseits der ja eher biologisch konditionierten Mentalschwächen von Sprachalterung etwa nach Maßgabe der Lord Chandosschen Befunde. Geister- und schauderhaft meint es die Signatur der Epoche, aber auch die der Sprache und Sprachgeschichte selber, die sozusagen ontische Torheit des Worts, des in und an sich selbst Verwesenden von Wort und Wortbildung, fast eine Ästhetik also auch des Scheußlichen, des Ruinösen und des Desaströsen alles Phonetische - aber lassen wir das.“

 

 

.

Eckhard Henscheid (Amberg, 14 september 1941)

Lees meer...

14-09-10

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Martyn Burke, Bernard MacLaverty, Ivan Klima, Eckhard Henscheid, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 14e september mijn blog bij seniorennet.be 

 

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Martyn Burke, Bernard MacLaverty, Ivan Klima

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 14e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag 

 

Eckhard Henscheid, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

14-09-09

Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker


De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006  en ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Dit gaat niemand aan

 

Deze zomerherinnering

gaat niemand aan

zij dacht zo mij

aan te voelen

er kwam een telegram

je bent voortvluchtig

als mijn kans op onweer

de storm in je greep

in je ogen de bliksem

het voorgevoel in de rivier

van jouw zondvloed

te verdrinken

 

ik seinde prompt terug

wees mutoditna overtuigd

van mijn innigste deelname.

 

 

 

De Plezierboot

 

Dichter schrijf een dwangbevel

tegen de intellektuelen en hun gedaas

horden van smulpapen

in de plezierboot van champagne

 

dichter schrijf aan creoolse leentje

en haar vaderloze pop

de saramaccastraat begint bij lelydorp

dichter vergeef de proletariërs

want hun plezierboot is

een krot wat rhum en cha-cha's

dichter vergeef het hoongelach

van hen die beter weten

dichter schrijf en vergeef.

 

 

 

 

Verlooghen
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

 

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Mario Benedetti is op 17 mei van dit jaar overleden. Hij werd 88 jaar. Zie ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Necrologie met juichkreten

 

Komaan, laat ons feesten

Iedereen is uitgenodigd

De onschuldige

Alle slachtoffers

Zij die het ’s nachts uitschreeuwen

En bij dag dromen

En de last van hun lichamen dragen

En geesten herbergen

En blootvoets marcheren

En de bevroren armen

vervloeken en verbranden

 

Zij die van iemand houden

En dat nooit vergeten

Komaan, laat ons feesten

Iedereen is uitgenodigd

De schurk is dood

De vriend is weg

De verrotte dief is voor goed weg

Haast u

Iedereen is uitgenodigd

Komaan, het is tijd om te feesten

Niet om te zeggen

Dat de dood de lei schoonveegt

Alles zuivert

Op gelijk welke dag

De dood veegt niets uit

Wij dragen nog steeds de littekens

Haast u

de schoft is dood

het is tijd om te feesten

niet om te treuren uit gewoonte

laat zijn tegenhangers maar wenen

en hun tranen verspillen

de monsterachtige magnaat is weg

hij is weg voor goed

het is tijd om te feesten

en niet om ons in te tomen

herinner u daar is niet zo maar iemand dood

het is tijd om te feesten

niet om te vermurwen

vergeet niet dat deze dode man

een echte S.O.B. was

 

 

 

 

Vertaald door Henri Thijs

 

 

 

 

 

Rostro De Vos  (Face Of You)

I've got such a concurred loneliness
So filled with melancholy
and faces of you,
with long ago good byes,
and welcome kisses,
of changing springs
and last trains.

I've got such a concurred loneliness
that i can organize it
like a procession
by colours,
shapes,
and promises
by epoch
by tact
and by flavour.

Without more trembling,
I hug your absences
which visit and visit me
with my face of you.

I'm filled with shades,
with nights and wishes,
with laughs and some course

My guests concur,
concur like dreams,
with their new rancors,
and their lack of candour,
and i put them a broom behind the door,
because i want to be alone,
with my face of you.

But the face of you looks elsewhere
with its eyes of love,
but no longer love
as provisions that look for their hunger,
they look and look and extinguish my day.

The walls leave,
remains the night,
melancholies leave,
nothing's left.

Then my face of you
closes its eyes,
and it is such a desolate loneliness..

 

 

 

 

 

Benedetti_1
Mario Benedetti  (14 september 1920 – 17 mei 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren. Zie ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Chantage

 

Hoe zou ik slapen kunnen, nu haar ogen,
zo dromerig blauw, als nauw bewogen meer
door wat ter wereld ook, niet rusten eer,
ik zacht mij over haar heb heengebogen ?

 

Maar wat ik mogen zal en niet zal mogen,
dat is een vraag die ik al doende leer
en 't antwoord, dat ik meer dan haar begeer,
wijst tevens uit of zij mij heeft bedrogen.

 

Zij zal niet rusten voor ik moet bekennen
en lokt mij in haar weelderige tent,
ik zal niet slapen voor ik binnen ben en

met zoet geweld mijn liefs gastvrijheid schend -

en in de morgen, als ik wordt verbannen,
weet zij dat ik voorgoed gevangen ben.

 

 

 

 

 

VanDerSteen
Eric van der Steen (14 september 1907 - 3 november 1985)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Zie ook mijn blog van 14 september 2008.

 

 

Ewig nicht gemäht – 

mein hippieskes Phlegma: 

Langes, blondes Gras.

 

 

 

Wer hat gesagt, daß sowas Leben

ist? Ich gehe in ein

anderes Blau.

 

 

 

Wie altes Eisen

stehn die Bäume im Park rum,

wenn der Lack ab ist.

 

 

 

 

hagen-ostermarkt-freilichtmuseum
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)

Hagen (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 september 2008.

14-09-08

Hans Faverey, Theodor Storm, Ivan Klima, Corly Verlooghen, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker


De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006 en ook mijn blog van 14 september 2007.

 

 

Ik sla een hoek om.

Ik sla een hoek om.
Zo bijt een beitel.

Ik tref een hand aan.
Zo verschrompelt een roos.

Ik leer jagen op liefde.
Zo hijgt een zaag

en ik zie de zee.
Zo word ik oud.

Houd ik mijn hart vast?
Denk ik aan wierook?

Zo huivert een hamer,
kantelt een stad.

 

 

 

 

 

[Mataron una paloma]

 

Mataron una paloma:

zij slachten een duif.

Niet loslaten, ga

kijken wie het is.

 

Misschien is het iemand.

Misschien is het het.

Niet loslaten. Ga

 

kijken of het de duif is.

Doe niet alsof het daarom is.

Nu je het zelf zou kunnen zijn,

kan het je opeens niets meer

schelen en keer je halsoverkop

jankend in ons terug.

 

 

 

 

 

[Stilte is niet iets]

 

Stilte is niet iets

dat ik omgord als een riem,

of waardoor ik omgord word

als door gordelroos.

 

Iemand droomt eeuwen terug, hurkt

in wolken van pijlen, bontgevederde:

 

fout. Landmijn waarop getrapt:

betrapt. O. kon wel die boog spannen,

maar zijn leven rekken tot hij Sindbad

was geworden, en Sindbad weer de Frei-

herr v. Münchhausen, dat kon hij niet.

 

 

 

 

 

 

Faverey
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2007.

 

Uit: Immensee

 

An einem Spätherbstnachmittage ging ein alter, wohlgekleideter Mann langsam die Straße hinab. Er schien von einem Spaziergang nach Hause zurückzukehren; denn seine Schnallenschuhe, die einer vorübergegangenen Mode angehörten, waren bestäubt. Den langen Rohrstock mit goldenem Knopf trug er unter dem Arm; mit seinen dunkeln Augen, in welche sich die ganze verlorene Jugend gerettet zu haben schien und welche eigentümlich von den schneeweißen Haaren abstachen, sah er ruhig umher oder in die Stadt hinab, welche im Abendsonnendufte vor ihm lag. - Er schien fast ein Fremder; denn von den Vorübergehenden grüßten ihn nur wenige, obgleich mancher unwillkürlich in diese ernsten Augen zu sehen gezwungen wurde. Endlich stand er vor einem hohen Giebelhause still, sah noch einmal in die Stadt hinaus und trat dann in die Hausdiele. Bei dem Schall der Türglocke wurde drinnen in der Stube von einem Guckfenster, welches nach der Diele hinausging, der grüne Vorhang weggeschoben und das Gesicht einer alten Frau dahinter sichtbar. Der Mann winkte ihr mit seinem Rohrstock. "Noch kein Licht!" sagte er in einem etwas südlichem Akzent; und die Haushälterin ließ den Vorhang wieder fallen. Der Alte ging nun über die weite Hausdiele, dann durch einen Pesel, wo große Eichschränke mit Porzelanvasen an den Wänden standen; durch die gegenüberstehende Tür trat er in einen kleinen Flur, von wo aus eine enge Treppe zu den oberen Zimmern des Hinterhauses führte. Er stieg sie langsam hinauf, schloß oben eine Tür auf und trat dann in ein mäßig großes Zimmer. Hier war es heimlich und still; die eine Wand war fast mit Repositorien und Bücherschränken bedeckt; an der anderen hingen Bilder von Menschen und Gegenden; vor einem Tische mit grüner Decke; auf dem einzelne aufgeschlagene Bücher umherlagen, stand ein schwerfälliger Lehnstuhl mit rotem Sammetkissen. - Nachdem der Alte Hut und Stock in die Ecke gestellt hatte, setzte er sich in den Lehnstuhl und schien mit gefalteten Händen von seinem Spaziergange auszuruhen. - Wie er so saß, wurde es allmählich dunkler; endlich fiel ein Mondstrahl durch die Fensterscheiben auf die Gemälde an der Wand, und wie der helle Streif langsam weiter rückte, folgten die Augen des Mannes unwillkürlich. Nun trat er über ein kleines Bild in schlichtem, schwarzen Rahmen. "Elisabeth!" sagte der Alte leise; und wie er das Wort gesprochen, war die Zeit verwandelt - er war in seiner Jugend.”

 

 

 

 

Theodor_Storm
Theodor Storm (14 september 1817 -  4 juli 1888)

 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

Uit: No Saints or Angels (Vertaald door Gerald Turner)

 

“ I killed my husband last night. I used a dental drill to bore a hole in his skull. I waited to see if a dove would fly out but out came a big black crow instead.

    I woke up tired, or more exactly without any appetite for life. My will to live diminishes as I get older. Did I ever have a great lust for life? I'm not sure, but I certainly used to have more energy. And expectations too. And you live so long as you have something to expect.

    It's Saturday. I have time to dream and grieve.

    I crawl off my lonely divan. Jana and I carried its twin down to the cellar ages ago. The cellar is still full of junk belonging to my ex-husband, Karel: bright red skis, a bag of worn-out tennis balls, and a bundle of old school textbooks. I should have thrown it all out long ago, but I couldn't bring myself to. I stood a rubber plant where the other divan used to be. You can't hug a rubber plant and it won't caress you, but it won't two-time you either.

    It's half past seven. I ought to spend a bit of time with my teenage daughter. She needs me. Then I must dash off to my Mum's. I promised to help her sort out Dad's things. The things don't matter, but she's all on her own and spends her time fretting. She needs to talk about Dad but has no one to talk about him with. You'd think he was a saint, the way she talks about him, but from what I remember, he only ordered her around or ignored her.

    As my friend Lucie says, you even miss tyranny once you're used to it. And that doesn't only apply to private life.

    I don't miss tyranny. I killed my ex-husband with a dental drill last night even though I feel no hatred towards him. I'm sorry for him more than anything else. He's lonelier than I am and his body is riddled with a fatal disease. But then, aren't we all being gnawed at inside? Life is sad apart from the odd moments when love turns up.

    I always used to ask why I was alive. Mum and Dad would never give me a straight answer. I expect they didn't know themselves. But who does?

    You have to live once you've been born. No, that's not true. You can take your life any time, like my grandfather Antonín, or my Aunt Venda, or Virginia Woolf or Marilyn Monroe. Marilyn didn't kill herself, though; they only said she did in order to cover the tracks of her killer. She apparently took fifty pills of some barbiturate or other even though a quarter of that amount would have been enough. Her murderers were thorough. I myself carry a tube of painkillers; not to kill myself with though, but in case I get a migraine. I'd be capable of taking my life, except that I hate corpses. It was always an awful strain for me in the autopsy room, and I preferred not to eat the day before.

    Why should I make the people I love deal with my corpse?

    They'll have to one day anyway. Who will it be? Janinka, most likely, poor thing.

    I oughtn't to call her Janinka, she doesn't like it. It sounds too childish to her ears. I called my ex-husband Kajnek when I visited him recently on the oncology ward. I thought it might be a comfort to him in his pain to hear the name I used to call him years ago. But he objected, saying it was the name of a hired killer who recently got a life sentence.

 

 

 

 

klima
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

 

Kans op Onweer

 

De durf te schrijven bliksemt

het slapend volk op de been

het krijst ziet onweers

oproerkraaier is geboren

noemt onze best geklede

kinderen bij de naam

armoe de oudste chaos

de jongste het stiefkind

hoop ons petekind verdriet

 

dan zal ik moedig op het forum

het witboek offer opendoen

en woord voor woord

zijn nieuwe spelling geven.

 

 

 

 

 

Het Dichterskoninkrijk I

 

Eens zullen de dichters regeren

de atoomgeleerden onttroond

zwalken als spoetnikvogels

in het radioaktief heelal

de mist van aftandse formules

maakt hun elk spoor bijster

er is geen hoop meer

in melkwitte retorten

paarsgele giftvlammen

bakteriezwangere laboratoria

worden heilige burchten

van een triomfantelijk gedicht

 

dan zullen de kinderen

de tinnen soldaten vergeten

poppen van schaaldieren

in hun schooltassen

door het vlechtwerk

van hun kledij

waait de wind

van de nieuwe toekomst

een man komt voorbij

en lacht tegen de kinderen

en aait zijn schouderpapegaai

wij betalen met gedichten

de zorgen van de winter

gedichten zijn warme maaltijden

voor schizofrene intellektuelen

 

eens zullen de dichters regeren

wij worden vogelmensen

op de nachtzee

paspoortloze vogelmensen in

parijs lissabon stockholm

maar genève hoort er niet bij

 

 

 

 

 

verloogen
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen (pseudoniem van Dick Zijlstra) werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren, als zoon van een tandarts. Hij groeide op in Alkmaar, en studeerde rechten in Leiden. Na zijn afstuderen werd Van der Steen secretaris van de Noord-Hollandse Voetbalbond. In 1946, trad hij in dienst van Het Parool, waar hij tot zijn pensioen als journalist aan verbonden bleef. De grootste periode van zijn tijd bij Het Parool bracht hij door als redacteur onderwijs.
Naast Het Parool schreef van der Steen o.a. ook voor het reclamevakblad Ariadne.

In 1932 verscheen de eerste dichtbundel Gemengde Berichten, onder het pseudoniem Eric van der Steen. Vlot daarop volgden Nederlandsche Liedjes, en Droesem. In 1938 verschenen Voorwaardelijke Wijs, Kortom, en Controversen, kort daarop gevolgd door Paaltjens Sr. en Cadans. Na de oorlog kwam Vice Versa uit (samen met Max Schuchart), en Grote Vacantie .In 1955 verscheen een uitgebreide bloemlezing uit zes van deze bundels onder de titel Gemengde Berichten. Behalve poëzie heeft Eric van der Steen ook proza geschreven. In 1946 verscheen Loosdrecht, gevolgd door Zeepbellen en Handgranaten (1947),  Finishing Touch (1947), en Vuurwater (1956). De roman Finishing Touch werd later opnieuw uitgegeven als De Beesten de Baas (1957). Genoemd moet ook worden Alfabetises, ook wel genaamd maraginalia dat in 1955 verscheen, en diverse keren werd herdrukt. Eric van der Steen wordt wel gerekend tot de groep van de zogenaamde veertigers, waar ook Adriaan van der Veen, Ed Hoornik, Vasalis, Han G. Hoekstra, Cola Debrot, Pierre H. Dubois, H.A. Gomperts, Adriaan Morriën en A. Marja deel van uit maken

 

 

Soms zou men zich in Nice ...

 

soms zou men zich in nice
te parijs kunnen wanen
ik doe het wel wanneer
ik langs de kade loop
want in de schaduw van
de bloeiende platanen
zijn oude boeken en
kostbaar antiek te koop
zo zoek ik onder 't groen
tussen de bruine boeken
de enkele oude verzen
die ik nimmer vind
en denk zal na een eeuw
een vrouw zo naar mij zoeken
vergeefs omdat men niet
verkoopt wat men bemint

 

 

 

De Journalist

 

Zijn stijl is staal of allerteerst:
van beursbericht tot kinderrover.

 

Hij weet het laatste nieuws het eerst
en schreef daar gisteren reeds over.

 

 

 

 

VanDerSteen
Eric van der Steen (14 september 1907 -
3 november 1985)

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Toen hij vier jaar oud was verhuisde het gezin om economische redenen van Paso de los Toros naar Montevideo. In 1928 begon Benedetti zijn schoolloopbaan aan het Colegio Alemán de Montevideo (Duitse school). Vervolgens zat hij een jaar op het Liceo Miranda. In 1934 begon hij aan Escuela Raumsólica de Logosofía. Om economische redenen verliet Benedetti in 1935 het voortgezet onderwijs voortijdig. Op veertienjarige leeftijd ging hij werken bij de firma Will L. Smith, S.A., die in auto-onderdelen deed. In 1945 sloot hij zich aan bij de redactie van het weekblad Marcha, en zou daar tot 1974 aan verbonden blijven. In dat jaar werd het weekblad verboden door de regering van de Juan María Bordaberry. In 1954 werd Benedetti benoemd tot literair directeur van Marcha. In 1949 was Benedetti lid van de redactieraad van Número, een van de meest vooraanstaande literaire tijdschriften van die tijd. Hij doet actief mee met de beweging tegen het militaire verdrag met de Verenigde Staten. Dit is was eerste militante daad. In datzelfde jaar kreeg hij een prijs van het Ministerie van Onderwijs voor zijn eerste verhalenbundel, Esta mañana. Bij verschillende gelegenheden zou hij deze prijs nog een aantal malen ontvangen. Vanaf 1958 zou hij hem systematisch weigeren vanwege onenigheid over het reglement.

Samen met leden van de Beweging voor Nationale Bevrijding (Movimiento de Liberación Nacional - Tupamaros), startte hij in 1971 de "Beweging van de 26e Mei (Movimiento de Independientes 26 de Marzo), een groepering die vanaf het begin deel zou uitmaken van de linkse coalitie (Frente Amplio). Benedetti was de leider van deze beweging. In 1973, door de militaire staatsgreep en in het licht van zijn actieve steun aan het marxistisch verzet, moest Benedetti Uruguay verlaten. Hij gaf zijn post aan de universiteit op en ging in ballingschap in Buenos Aires. In maart 1983 keerde Benedetti terug naar Uruquay. In 1986 ontving hij de Bulgaarse Jristo Botev prijs voor zijn poëzie en essays. In 1997 verleende de universiteit van Alicante hem een eredoctoraat. In 1999 verwierf de Spaanse VIII Premio Reina Sofía de Poesía Iberoamericanaen in het jaar 2000 de Premio Iberoamericano José Martí.  In 2005 ontving Benedetti de XIX Premio Internacional Menéndez Pelayo, bestaande uit 48.000 € en de Medalla de Honor de la Universidad Internacional Menéndez Pelayo.

.

 

Little Stones at My Window

 

Once in a while

joy throws little stones at my window

it wants to let me know that it’s waiting for me

but today I’m calm

I’d almost say even-tempered

I’m going to keep anxiety locked up

and then lie flat on my back

which is an elegant and comfortable position

for receiving and believing news

 

who knows where I’ll be next

or when my story will be taken into account

who knows what advice I still might come up with

and what easy way out I’ll take not to follow it

 

don’t worry I won’t gamble with an eviction

I won’t tattoo remembering with forgetting

there are many things left to say and suppress

and many grapes left to fill our mouths

 

don’t worry I’m convinced

joy doesn’t need to throw any more little stones

I’ll open the window

I’ll open the window.

 

 

 

 

Vertaald door Charles Dean Hatfield

 

 

 

 

Mario_Benedetti
Mario Benedetti  (Paso de los Toros
, 14 september 1920)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Na zijn gymnasiumopleiding studeerde hij germanistiek en amerikanistiek. Sinds 1979 woont en werkt hij als zelfstandig schrijver in Berlijn. Beckers eerste teksten verschenen in kleine tijdschriften die behoorden tot de zogeheten Alternativpresse. Hij zette met zijn gedichten, overwegend in zeer korte vormen, de ondogmatische en libetaire traditie voort van de popliteratuur. Zijn toch al beknopte dichtwijze liep uit op het schrijven van haiku’s, door hem zelf Siebzehnsilber genoemd.

 

 

Uit: Dr. Dolittles Dolcefarniente. In achtzig Haiku aus der Welt

      Siebzehnsilber

 

 

Oha, ein Täubchen,

das träg auf dem Ölzweig hockt:

Der Frieden ist faul.

 

 

 

Als Asphaltpflanze

macht man sich keinen Begriff,

was da kreucht und fleucht!

 

 

 

Sperr ein letztes Mal

Augen, Mund und Nase auf –

mitnehmen geht nicht!

 

 

 

 

 

uli becker_boekomslag
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)

Geen foto beschikbaar

 

 

14-09-07

Theodor Storm, Hans Faverey, Ivan Klima, Corly Verlooghen


De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Hij studeerde recht te Kiel en vervolgens Berlijn, en in 1843 was hij zelf advocaat. In dat jaar keerde hij naar huis terug en publiceerde met Theodor Mommsen een gedichtenbundel. Hij begon verhalen te schrijven; in 1846 huwde hij. Daar hij echter gekant was tegen de Deense bezetting van Holstein ging hij in 1843 in vrijwillige ballingschap naar Pruisen. In Potsdam ontmoette hij Eichendorff, Heyse en Fontane, en ook Mörike en later vooral Keller behoorden tot zijn vriendenkring. Hij bleef eenentwintig jaar in ballingschap; zijn reputatie als novellist en dichter was aanzienlijk. Storm behoort als schrijver tot de post-Romantiek: Zijn eerste en laatste novelle, Immensee en Der Schimmelreiter, zijn het bekendst. Hauke, de dijkgraaf, koopt een oud ros, waarmee hij bij nachte over zijn dijk gaat rijden. Uiteindelijk stort de dijk in, verdrinkt zijn nakroost en stort Hauke zich met zijn schimmel in de zee; waarom hij überhaupt 's nachts uit rijden gaat, blijft een mysterie.

 

Uit: Der Schimmelreiter

 

“Es war im dritten Jahrzehnt unseres Jahrhunderts, an einem Oktobernachmittag - so begann der damalige Erzähler -, als ich bei starkem Unwetter auf einem nordfriesischen Deich entlangritt. Zur Linken hatte ich jetzt schon seit über einer Stunde die öde, bereits von allem Vieh geleerte Marsch, zur Rechten, und zwar in unbehaglichster Nähe, das Wattenmeer der Nordsee; zwar sollte man vom Deiche aus auf Halligen und Inseln sehen können; aber ich sah nichts als die gelbgrauen Wellen, die unaufhörlich wie mit Wutgebrüll an den Deich hinaufschlugen und mitunter mich und das Pferd mit schmutzigem Schaum bespritzten; dahinter wüste Dämmerung, die Himmel und Erde nicht unterscheiden ließ; denn auch der halbe Mond, der jetzt in der Höhe stand, war meist von treibendem Wolkendunkel überzogen. Es war eiskalt; meine verklommenen Hände konnten kaum den Zügel halten, und ich verdachte es nicht den Krähen und Möwen, die sich fortwährend krächzend und gackernd vom Sturm ins Land hineintreiben ließen. Die Nachtdämmerung hatte begonnen, und schon konnte ich nicht mehr mit Sicherheit die Hufen meines Pferdes erkennen; keine Menschenseele war mir begegnet, ich hörte nichts als das Geschrei der Vögel, wenn sie mich oder meine treue Stute fast mit den langen Flügeln streiften, und das Toben von Wind und Wasser. Ich leugne nicht, ich wünschte mich mitunter in sicheres Quartier.”

 

Das Wetter dauerte jetzt in den dritten Tag, und ich hatte mich schon über Gebühr von einem mir besonders lieben Verwandten auf seinem Hofe halten lassen, den er in einer der nördlicheren Harden besaß. Heute aber ging es nicht länger; ich hatte Geschäfte in der Stadt, die auch jetzt wohl noch ein paar Stunden weit nach Süden vor mir lag, und trotz aller Überredungskünste des Vetters und seiner lieben Frau, trotz der schönen selbstgezogenen Perinette- und Grand-Richard-Äpfel, die noch zu probieren waren, am Nachmittag war ich davongeritten. »Wart nur, bis du ans Meer kommst«, hatte er noch an seiner Haustür mir nachgerufen; »du kehrst noch wieder um; dein Zimmer wird dir vorbehalten!«

 

 

 

 

storm
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)

 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

 

[De tijd die even]

 

De tijd die even

een oorlel aanraakt,

heeft die terug van de tijd

die de wijzers aanstaart?

 

Geen schaduw is duidelijker;

 

en goedschiks bloeden doet het

nooit. Alleen verschwarzte zwanen

zijn echter. Soms lijkt het wel

een eiland waar erg mooi witblond

snachts ook mooi kan zijn, moest

 

elk moment zich voor immer op

zulke lippen bestorven zijn

 

 

 

 

[Wie niet wacht op het onverhoopte]

 

Wie niet wacht op het onverhoopte,

die houdt het nooit zo lang vol

tot hij uitroept: genoeg.

 

Elk eiland bewaart

 

het beste boek: zichzelf.

Het paard trapte niet:

 

een hoefsmid stierf.

 

Van Sapfo ben ik gaan houden

sinds de vernietiging

haar teksten heeft ingekort.

 

 

 

 

[Zodra het leed is geleden]

 

Zodra het leed is geleden,

mag kalfje de put delven

en kunnen de kippen op stok.

 

Niemand verdrinkt tweemaal,

 

bij dezelfde rode steen,

in dezelfde rode rivier.

 

Zelfs iemand die over meerdere

paraplu's beschikt, wacht zelden

met ongeduld op de herfstregens.

Met het andere touw moest ik iets

 

zien vast te binden waar rook uit

komt, en dat nooit meer los mag.

 

 

 

 

Faverey
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

 

 

Voor onderstaande schrijvers zie ook mijn blog van 14 september 2006.

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag.

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo.

 

 

14-09-06

Hans Faverey, Ivan Klima en Corly Verlooghen


De dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo.Hans Faverey was verbonden aan de faculteit psychologie van de Universiteit van Leiden als wetenschappelijk medewerker. Vaak wordt gevonden dat het dichtwerk van Hans Faverey zich kenmerkt door een vrij hoge moeilijkheidsgraad, maar hijzelf was daar laconiek over: "zo moeilijk is het allemaal niet". Zijn eerste twee bundels kenden een weinig positief onthaal en werden door weinig critici welwillend ontvangen. Desalniettemin ontving Faverey voor zijn debuutbundel de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam. Na het verschijnen van de bundel Chrysanten, Roeiers in 1977 volgt vrij snelle acceptatie en canonisatie van de dichter Faverey

 

Zodra ik mijn ogen opsla

Zodra ik mijn ogen opsla
is het onzichtbare mij ontglipt
en begin ik te zien wat ik zie:
herinneringen aan wat ik zag
en ooit al zal zien. Door te zien
blijf ik mij herinneren;
en hoop ik dat ik besta.
Vooral als ik naar haar kijk
wanneer zij zo haar hand door
haar haar haalt, haar elleboog
steunend op haar knie, en zij
iets tegen mij zegt.

                    

Zeker is, dat ik er misschien

Zeker is, dat ik er misschien

niet was. Toen de weg, dezelfde

die ons zou verslijten, klaar
was, hoorde ik op. Toen ik
ophoorde, veerde ik terug.
Toen het was teruggeveerd,

bloeiden er allerhand glas-

soorten. Zij bewaken de weg
aan beide zijden en heten:
avondvullende glassoorten.

 

Het onbestaanbare

Het onbestaanbare: hoe ik het
najaag en aankleef. De nacht is jong;

de bijl slaapt en brengt de vijver
verkoeling. Waarheen ik mij ook wend
of keer: zij is niet hier, niet daar.

Verdriet loopt zo lang te hoop tot het

wordt erkend, zich intrekt, of zich
dood loopt. Nog is de nacht jong: al
wie nu zijn adem heeft bewaard. Dood,
hij wordt op zijn schouders genomen;
laat zich met zich sollen; wordt naar

huis gebracht, uitgekleed, gepijpt,
toegedekt; en wordt wakker.

 

 

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Drie jaar van zijn kindertijd bracht hij door in het concentratiekamp Theresienstadt. Na zijn studie werkte hij als journalist en lector, bijvoorbeeld bij het later verboden literaire tijdschrift Literárni listy. Na het neerslaan van de Praagse lente in 1968 kreeg Klima een publicatieverbod. Al een jaar eerder was hij vanwege zijn kritische houding uit de communistische partij gezet. In 1969 ging Klima voor een semester als docent naar de Michigan University in Ann Arbor in de VS. In 1970 keerde hij weer teug naar Praag en hier schreef hij sindsdien theaterstukken en romans die wegens het publicatieverbod tot 1989 alleen in het buitenland mochten verschijnen. In 1977 werd in zijn woning de „Charta 77“ opgesteld. In 2002 kreeg Ivan Klima de Kafka Literatuurprijs.

Uit: Liebesgespräche (1994, vertaling Anja Tippner)

"Hier ist Wellington. Neuseeland. Ist dort Prag? Sie haben ein Gespräch."
"Hallo. Hallo, ist da Prag?"
"Hier ist Prag."
"Bist du das, Tereza? Hörst du mich?"
"Ja, ich höre dich."
"Ich bin's Bill."
"Ich weiß. Ich habe deine Stimme erkannt. Außerdem, wer sollte mich sonst aus Neuseeland anrufen."
"Wie geht es dir, Tereza?"
"Jetzt, wenn ich dich höre, geht es mir gut. Hörst du mich? Wie geht es dir?"
"Ich bin froh, daß ich dich höre, aber du bist so schrecklich weit weg."
"Ich weiß. Ich bin am anderen Ende der Welt."
"Ich habe Sehnsucht nach dir, Tereza!"
"Ich auch."
"Ich möchte dich gern umarmen."
"Ich dich auch."
"Was gibt es Neues bei Euch?"
"Ich weiß nicht. Eigentlich nichts. Der ältere Junge geht in die Schule und der kleine ruiniert die Wohnung und meine Nerven. Ich habe viel Arbeit. Ich habe mir ein neues Kostüm nähen lassen. Ich habe dabei an dich gedacht, daran, daß ich dir darin gefallen würde. Und was gibt es bei dir Neues?"
"Tereza, ich habe meiner Frau alles erzählt."
"Was alles?"
"Daß ich dich liebe."
"Du hast ihr von mir erzählt?"
"Ich habe ihr gesagt, daß ich dich liebe. Daß ich mit dir zusammen leben will. Du hast es deinem Mann nicht gesagt?"
"Nein … Noch nicht. Glaubst du, das war klug? Und sie … was hat sie dazu gesagt?"
"Sie wollte mir nicht glauben. Und dann - hat sie geweint."
"Das ist schrecklich. Vielleicht hättest du noch ein bißchen warten sollen. Hallo, hallo … Bist du noch da? Ich höre dich nicht. Bill, irgendwer spricht da japanisch oder was. Bist du noch da?"
"Tereza, hörst du mich?"
"Jetzt höre ich dich. Diese Entfernung ist schrecklich."
"Unerträglich. Das war nicht japanisch, das war Maori. Ich weiß nicht, worauf ich noch hätte warten sollen, wenn ich doch weiß, daß ich dich liebe."
"Jetzt höre ich dich, als ob du nebenan im Zimmer bist. Aber ihr hat es bestimmt sehr weh getan."
"Ich tue ihr nicht damit weh, daß ich es ihr sage, sondern mit dem, was geschehen ist. Dem, was geschehen wird."
"Das ist alles schrecklich. Und was willst du unternehmen? Zu welchem Entschluß seid ihr gekommen?"
"Es war nicht einfach. Sie hat gesagt, daß sie es nicht überlebt. Genau darüber wollte ich ja mit dir sprechen."
"Und das am Telefon, wo uns jemand auf Maori dazwischen kommt? Wir können doch nicht über solche Dinge, die Leben und Tod betreffen, am Telefon sprechen."
"Du hast recht. Ich wollte dir sagen, Tereza, daß ich mich entschlossen habe, zu dir zu fliegen."
"Das geht nicht."
"Warum? Ich komme einfach geflogen. Wie vor einem Monat."
"Aber das kostet doch schrecklich viel Geld."
"Das Geld ist mir egal. Bei dir zu sein, das ist mir wichtig."
"Wie willst du denn bei mir sein? Ich habe doch meinen Mann hier."
"Vor einem Monat hattest du auch einen Mann."
"Ja, aber da war er nicht hier. Er war verreist."
"Vielleicht würdest du ein bißchen Zeit für mich finden."
"Ein bißchen vielleicht. Und dafür würdest du herkommen?"
"Lieber ein bißchen Zeit zusammen mit dir als ein Leben ohne dich. Und außerdem muß ich mit dir sprechen. Du hast selbst gesagt, daß man über solche Dinge nicht am Telefon sprechen kann."
"Aber du warst doch vor einem Monat hier. Da hätten wir etwas abmachen können und haben es nicht getan."
"Wir haben nichts verabredet, dafür hat die Zeit nicht gereicht. Außerdem habe ich nicht geahnt, daß es so schrecklich sein würde ohne dich."
"Dabei haben wir doch darüber gesprochen, daß wir Sehnsucht haben werden. Und doch hast du gesagt, daß du keinen Druck auf mich ausüben wirst, daß du mir Zeit gibst, damit ich mich frei entscheiden kann."
"Aber das ist doch selbstverständlich, daß du dich allein und frei entscheiden kannst."
"Siehst du."
"Ich würde nie Druck auf dich ausüben."
"Das ist gut. Aber du hast vorgeschlagen, daß ich zu dir kommen und bei dir bleiben soll. Das kann ich nicht, das will ich nicht. Ich bin die ganze blöde kommunistische Zeit hier geblieben und jetzt soll ich weggehen? Ich liebe dieses Land. Und hier sind meine Leute."
"Aber ich hab dich doch gar nicht gedrängt."

 

Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

Corly Verlooghen is het pseudoniem van Rudi Ronald Bedacht (hijzelf schrijft veelal: Rudy), een Surinaams dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog, geborenop 14 september 1932 in Paramaribo. Corly Verlooghen debuteerde met de bundel Kans op onweer (1959). ln zijn poëzie betoont hij zich afwisselend een sterk geëngageerd dichter, anti-kolonialistisch, en een uitermate sensitief lyricus, soms zelfs een pure taalvirtuoos als in het bundeltje Oe (1962). ln zijn zoeken naar verwoording van een zelfbewust Surinamerschap hoorde hij tot de talentvolsten: Jachtgebied (1961), Dans op de vuurgrens (1961), later in Nederland De held van Guyana (1965), De glinsterende revolutie (1970), Luister meneer de president (1975). De bundel Juich maar niet te vroeg (1979)

Dit wankel huis is een gedicht van  Corly Verlooghen. Het verwierf faam, omdat het op een indringende wijze de twijfel weergaf over de groei van de verschillende Surinaamse bevolkingsgroepen naar een eenheid, in het proces van natievorming vóór de Surinaamse onafhankelijkheid (die uiteindelijk in 1975 bereikt zou worden).

 

Dit wankel huis

 

Hindoestanen en Creolen hebben het gezegd

De laatsten het bevolen:

Er is een avontuur te vondeling gelegd.

 

En wij staan onbehulpzaam toe te zien

hoe het bederf invreet

in de huid van het jonge kind

 

God, had ik maar de macht

een lied te zingen waarnaar men

luistert in dit wankel huis

dat zo gebarsten is en dreigt omver

te vallen in een onverhoedse nacht.

 

 

 

Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

20:54 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: corly verlooghen, hans faverey, ivan klima |  Facebook |