18-04-17

Wam de Moor, Bas Belleman, Roos van Rijswijk, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall, Katharina Schwanbeck

 

De Nederlandse schrijver, dichter, neerlandicus en literatuurcriticus Willem Anton Marie (Wam) de Moor werd geboren in Zevenaar op 18 april 1936. Zie ook alle tags voor Wam de Moor op dit blog.

 

Rotstekening

De hemel vloeit blauw
langs de grauwrotsige hand
van het land.
Mijn liefste danst in het water.

Ze heeft haar been
als een vogel opgeheven
als een rose flamingo
Haar hoofd

wiegt op haar hals
Mijn liefste slaapt
in de zachtrode huid
van haar geurige lichaam.

Zal ik haar doen ontwaken
met de bloem van mijn mond?
Zal ik voorzichtig
haar hand aanraken?

 

 

Ik raak je aan

Ik raak je aan. Niet langer in het vlees
maar in de geest. Noem het bedaard.
Noem het bedeesd. Ik raak je aan.

Ik regel woorden die je raken.
Die dat waard zijn. Die het meest.
Ik raak aan lippen die mijn woorden

aten. Ik raak aan oren, die horen
willen wat verloren leek. Ik
raakte zo in alle staten, uitgelaten

en op streek. Hier aan de grens van
mijn bestaan raak ik je aan.
het is volbracht, gedaan. Wees maar

gerust, geraakt, ja, wees vanaf
vandaag maar eindeloos en
totterdood voldaan.

 

 
Wam de Moor (18 april 1936 – 12 januari 2015)

Lees meer...

18-04-16

Bas Belleman, Wam de Moor, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Katharina Schwanbeck

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

 

Filmhuis

Het filmhuis toont films die op feesten
als pochet kunnen dienen.
Heb ik gezien.
Die regisseur, hoe heet-ie?

Het meisje aan de bar is in de war
met een andere die ze – dacht ze –
gezien had op Duitsland,
nagesynchroniseerd.

Na ge syn chro. Wat?
Niks, ik ken dit gesprek als een echo.

Het zal een andere
zijn geweest en ze plet
met haar tong mijn gehemelte.

 

Propagandist

ik geef haar toch een hand?
ze stemt blanco.
en mager dat ze wordt.
ze kickbokst veel te fanatiek.
ze raakt kreupel.
kan haar niet schelen, ze blijft maar trainen.
in de metro schopt ze een stang krom.
kan ik de conducteurs weer uitleggen
hoe ze bewakingscamera’s moeten afplakken,
vertrouwensband zelfregulering gedragscode.
– eet eens wat meer!
– trap me wat harder!
al at ze maar een klein elleboogje pasta,
een klein boogje maar. heus, het hoeft niet eens te dampen,
een klein zacht hol boogje pasta.
ze zwijgt haar keuzes dood.
ik weet wel, men heeft het recht zichzelf te verzwijgen,
men doet dat graag.
maar dat voetenwerk.
eet ze soms als ik niet kijk? hoe blijft ze op de been?

 

 
Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees meer...

18-04-15

Bas Belleman, Wam de Moor, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

Uit: Sneeuwwitje (Fragment)

11

Ze is welkom,
stiefmoeder, koningin.
In het vuur hangen koperen schoenen met hoge hakken:
om te eren of te wreken, ze weet het niet zeker.
Ze ziet de andere gasten grijnzen,
zelfs haar eigen koning,
en tot overmaat van belediging grijnst hij iets milder.
Nu vergaat haar trotse schoonheid.
Hard gevochten, toch verloren.
Ze doet de roodgloeiende schoenen aan haar voeten
en ze danst, danst, danst
met alles wat ze heeft,
met gloeiende schoenen blijft ze dansen
alsof ze sneeuw wil vertrappen.
Haar zwartgeblakerde voeten verraden haar,
weigeren hun hitte te verdragen,
weigeren haar te dragen,
moeilijker en moeilijker danst de koningin
met alle waardigheid die ze kan verbeelden.
Haar voeten branden,
haar kokende bloed
stroomt uit de schoenen over de vloer.
Nog nooit was ze zo akelig mooi.

 

 

Uit: Twee Koningskinderen (Fragment)

De koningskinderen vluchtten verder
zigzag door het bos
op weg naar het koninkrijk van de prins.
De koning galoppeerde woedend achter hen aan,
vastbesloten hen in te halen.
Opnieuw wist de prinses raad.
     ‘Ik verander jou in een kerk
     en mijzelf in de galm.’
Een grote koele ruimte strekte zich uit in de prins.
Hij kreeg er benen bij, en nog meer benen,
ze stonden in een rij en versteenden
tot zuilengalerij. Zijn armen
strekten zich uit en vervormden tot muren
en zijn schedel werd de koepel waar de hemel
tegenaan was geschilderd
en op zijn gezicht verschenen de uren.
Zijn orgel speelde en de prinses
begon te schemeren, verloor in hem haar lichaam,
loste op en was de galm.
De koning stapte over de drempel van de kerk,
knielde bij het altaar
en kwam met lege handen bij de koningin terug.
     ‘Je had de galm moeten vangen,’
zei ze, onthutst dat hij,
heerser van hun koninkrijk,
zijn dochter niet had herkend.

 

 
Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees meer...

18-04-14

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

Uit: De drift van Sneeuwwitje (Twee Koningskinderen, fragment)

Ze renden hand in hand over de paden,
zigzaggend tussen de bomen
en sprongen over glinsterende beekjes,
in hun rug de rode gloed van de opgaande zon. Steeds feller prikten de blakende zonnestralen
door de bladeren van de bomen.
De koning stond radeloos,
met lege handen,
tegenover zijn koningin.
     ‘Ga hen achterna,’ zei ze.
Dus besteeg de koning zijn snelste paard
en galoppeerde hen achterna
door de bossen, hij kwam steeds dichterbij.
Wat moesten de koningskinderen doen?
De prinses kreeg een idee.
     ‘Ik verander jou in een rozenstruik
     en mijzelf in een roos tussen jouw doornen.’
De vingers van de prins werden lang en dun
en splitsen zich, krulden alle kanten op,
net als zijn armen en benen,
Zijn tenen boorden zich de grond in
en de wind waaide door hem heen,
er ritselden blaadjes in zijn buik
en midden in de prinselijke rozenstruik
bloeide een roos.
De koning zag hen nergens en droop af.
     ‘Je had de roos moeten plukken,’ zei de koningin,
     ‘dan was de struik wel meegekomen.’
De koning kon het nauwelijks geloven:
dat waren ze, dat waren ze!

 

 
Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees meer...

18-04-13

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

 

 

Saturnus

 

het ruisen van de ringweg, je hoort
het niet meer. pas als het verstilt
en zelfs dan is het water op handen:
je voelt het niet verdampen.

vergeet niet hoe mijn liefde ruist.
de tuin is de tuin zonder liefde niet,
ik doe de afwas niet om borden schoon
te krijgen; wees in alle rust zwanger.

niets is zo'n vervuiling als gewenning,
iedere afslag voert naar nieuwbouw.
ik dompel mijn akkers in tact,
ik houd me vruchtbaar.

vruchtbaar is me soms te vruchtbaar.
toch houd ik me groot in babywinkels,
een vreedzame Saturnus, ik houd me vol,
leid alle gruis in een boog

om me heen. Ik knijp het oog van de orkaan
dicht. ik hoor alleen wat ruisen
en dat is houden van.
ik hoef nergens naar te luisteren.

 

 

 

Uit: Hout

 

een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

mijn ziel, waar ben je gebleven?
ik zwerf langs de stammen van de slaap
en kom je nergens tegen,
word wakker als een aap.

 

een bos is een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

de ziel is een droom
en nog een droom
en nog een en nog een en nog een.

 

 

 

Sonnet 76

 

Waarom is mijn gedicht verstoken van modes?
Zo zonder wending of plotselinge spurten?
Waarom kan ik in deze tijd niet flirten
Met vreemde elementen en nieuwe methodes?
Waarom ik telkens één en hetzelfde beraam,
En mijn ideeën hul in bekende patronen,
Zodat elk woord haast ritselt van mijn naam,
Om zo zijn oorsprong en zijn lot te tonen?
O lieve schat, het gaat mij steeds om jou,
En jij en liefde zijn mijn onderwerp.
Met al mijn talent pas ik een nieuwe mouw
Aan oude taal, en werp wat men verwerpt.
    De zon is elke dag zo oud, zo jong;
    Steeds zingt mijn liefde wat al eerder zong.


(William Shakespeare, vertaald door Bas Belleman.)

 

 

 

 

Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees meer...

18-04-12

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

 

 

Handdoek

 

Om de koudste metalen medaille:
sluitgevecht van de lang
durig uitgevouwen wereldkampioen.

 

De blauwe mat, een hark, slaat omhoog
tegen zijn hoofd. Zo taai te ademen,
rubbergeur, longbedrog.

 

Hij zou het liefst met een heggenschaar de touwen
kapotknippen alsof het de darmen
van zijn tegenstanders zijn en

 

daarna tien tellen lang gevallen blijven,
niet meer worden opgetrokken
door de draden van spotlight en flitslicht.

 

 

 

T-splitsing

 

van twee kanten kwam ik aangelopen;
kan alleen nog maar rechtdoor.

 

van de bedenktijd vouw ik een vogel
met een grotere spanwijdte dan de bedenktijd
en na dat gezichtsbedrog moet ik rechtdoor.

 

had ik een echoput gevouwen,
een hart vol wensen,
een vat vol nee-zeggerij,
en het antwoord was me niet bevallen,
wat had ik mogen doen?

 

het bed delen met een negenenveertigjarige vrouw.
of ze is nog zeventien en hoe moet het dan?

 

misschien kan ik het herschrijven
tot rug tegen de muur
en dat ik alleen nog maar achteruit kan:

 

een oplossing als voor een kat
die in de muur een kattenluik ontdekt
en er achterwaarts doorheen stapt.

 

 

 

Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees meer...

18-04-11

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis

 

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook mijn blog van 31 maart 2006 en ook mijn blog van 18 april 2008 en ook mijn blog van 18 april 2009 en ook mijn blog van 18 april 2010.

 

 

Toneelschoolmeisje

 

spotlight in de zon
stapt ze uit de supermarkt
de jodenbreestraat in; uit de coulissen.

zoals een emmer oogverblindend
in de weg kan staan
zonder sop en

toch die zweem van
schoon, hygiënisch, zo'n
aandachtaantrekkelijk meisje.

zo'n opgemaakt deelbaar
spiegelbeeldig doorkliefbaar
meisje in druppelkleren.

mannen staren als kersen.

 

 

 

Oven

onderschatting als zakken meel op mijn rug
'ns kijken wat ik bakken kan

ik slaag er niet meer in mijn oven te ontsteken
zonder stemmen als heksen te verbranden

ik plaag mijn vijand met de geur
van brood één hap en hij valt dood

 

 

 

Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

 

 

Lees meer...

16-04-10

75 Jaar Sarah Kirsch, Patricia De Martelaere, Tristan Tzara, Kingsley Amis, Clara Eggink


De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008 en ook mijn blog van 16 april 2009. Sarah Kirsch is vandaag 75 jaar geworden.

 

 

Nördlicher Juni

 

Die Nächte haben ihre
Eigenschaften verloren:
Weiße Stufen die
Horizonte mit
Rostroten Tüchern.

 

Wer hier hinaufspringt
Kann glücklich werden.
Dreimal rufe ich dich aber
Du bist nicht
Auf Erden.

 

 

 

Sonntag

 

Der Himmel wolkenbefahren an wenigen
Sonneninseln bleibe ich hängen ich höre
Den ganzen Tag Eric Clapton von meinen
Untertänigen Recordern so ist mir tröstlich
Trostlos zumute auf diesem verblichenen
Planeten ich könnte glatt einen gefüllten
Trommelsalutschußrevolver vergeuden an mir.

 

 

 

 

Landwege

 

Wir konnten uns nicht erinnern
An welcher Stelle das Wasser
Hin in den Hintergrund ging und seit wann
Wir dieser Stromleitung folgten.
Die Blumen waren wohl lange verdorrt
Wie graue Esel lagen die Berge
Fünf Horizonte entfernt und wir rollten
In glitzernder bunter Luft
Auf einen irdenen endlosen Teller.

 

 

 

 

Kirsch
Sarah Kirsch (Limlingerode, 16 april 1935)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijfster, filosofe, hoogleraar en essayiste Patricia De Martelaere werd geboren in Zottegem op 16 april 1957. Zie ook mijn blog van 16 april 2008 en ook mijn blog van 7 maart 2009. en ook mijn blog van 16 april 2009.

 

Uit: Een verlangen naar ontroostbaarheid

 

“Niemand verliest graag. En toch moeten we het allemaal leren. Het begint met de moeder, die ons bij onze geboorte zomaar uit haar lichaam verdrijft en ons later steeds vaker zal blijken te verlaten - eerst om, midden in de nacht, de zuigfles te gaan opwarmen, daarna om voorgoed in het bed van de vader te verdwijnen.

De freudiaanse termen van de tragedie zijn aanwezig: de vader, de moeder, en het Verlies - niemand heeft, vóór Freud, het hele menselijke bestaan, en misschien zelfs het leven als zodanig, zo meedogenloos beschreven vanuit een oorspronkelijk en onherstelbaar verlies; niemand heeft het menselijke verlangen, en zelfs het basisinstinct van iedere levensvorm, zo hardnekkig gekarakteriseerd als een verlangen om terug te keren.

Maar terugkeren naar wát, en verlies van wat? In Jenseits des Lustprinzips komt Freud met een radicaal en verpletterend antwoord voor de dag: het levende wezen wil vóór alles terug naar de volkomen spanningsloze toestand van de dood. Wat verloren werd is het Nirwana, die vreemde zelfgenoegzaamheid zonder zelf, het narcisme van de zelfvernietiging, equivalent met het pure masochisme. Er niet meer zijn - opperste realisatie van de identiteit met zichzelf, het samenvallen zonder spanning, zonder verscheurdheid, zonder de mogelijkheid van het verlies. De economie van het failliet, als de enige toestand van absolute veiligheid, waar alleen wie niets heeft ook onmogelijk iets kan verliezen. De diepste motivatie van het leven: de onwil, het verzet om in beweging te komen, de angst om risico's te nemen. Maar dit alles - verzekert Freud - is pure metafysische (hij noemt het metapsychologische) speculatie, waar hij trouwens in latere teksten gedeeltelijk op terugkomt.”

 

 

 

patricia dm

Patricia De Martelaere (16 april 1957 – 4 maart 2009)

 

 

 

De Franse dichter, dadaïst en surrealist Tristan Tzara werd op 16 april 1896 in de Roemeense plaats Moinesti geboren als Samuel Rosenstock. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008. en ook mijn blog van 16 april 2009.

 

 

The Great Lament Of My Obscurity Three 

 

where we live the flowers of the clocks catch fire and the plumes encircle the brightness in the distant sulphur morning the cows lick the salt lilies

my son

my son

let us always shuffle through the colour of the world

which looks bluer than the subway and astronomy

we are too thin

we have no mouth

our legs are stiff and knock together

our faces are formeless like the stars

crystal points without strength burned basilica

mad : the zigzags crack

telephone

bite the rigging liquefy

the arc

climb

astral

memory

towards the north through its double fruit

like raw flesh

hunger fire blood

 

 

 

 

tristan-tzara
Tristan Tzara (16 april 1896 – 24 december 1963)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Kingsley Amis werd geboren op 16 april 1922 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008. en ook mijn blog van 16 april 2009.

 

 

Untitled

 

Things tell less and less:
The news impersonal
And from afar; no book
Worth wrenching off the shelf.
Liquor brings dizziness
And food discomfort; all
Music sounds thin and tired,
And what picture could earn a look?
The self drowses in the self
Beyond hope of a visitor.
Desire and those desired
Fade, and no matter:
Memories in decay
Annihilate the day.
There once was an answer:
Up at the stroke of seven,
A turn round the garden
(Breathing deep and slow),
Then work, never mind what,
How small, provided that
It serves another's good
But once is long ago
And, tell me, how could
Such an answer be less than wrong,
Be right all along?
Vain echoes, desist

 

 

 

k_amis

Kingsley Amis (16 april 1922 – 22 oktober 1995)

 

 

 

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Clara Eggink werd geboren in Utrecht op 18 april 1906. Zie ook mijn blog van 16 april 2009.

 

 

Wij loopen met zwerversvoeten op netgeharkte paden

 

Wij loopen met zwerversvoeten op netgeharkte paden,

En staren door dichte vensters naar schepen aan de kaden.

Wij gaan met onze vrienden het leven overleggen

En weten toch precies wat de anderen zullen zeggen.

 

Wij meten met slechte maten, de lengten van zeeën en landen

En raden nimmer vooruit waar ons lichaam eens zal stranden.

Tot wij dit kleine antwoord vinden als het laatste:

Hoe dat bij deze maan het water de boomen weerkaatste.

 

 

 

 

Eggink_Bloem
Clara Eggink (18 april 1906 - 3 maart 1991)

J.C. Boem, Top Naeff, Clara Eggink (1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

16-04-09

Sarah Kirsch, Tristan Tzara, Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Clara Eggink, Ewald Vanvugt, Sibylle Lewitscharoff, Rolf-Dieter Brinkmann, Anatole France, Eberhard Panitz, Spike Milligan, John Millington Synge, Konstantin Vaginov, Jan Luyken


De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008.

 

 

Die Nacht streckt ihre Finger aus

 

Die Nacht streckt ihre Finger aus

Sie findet mich in meinem Haus

Sie setzt sich unter meinen Tisch

Sie kriecht wird gross sie windet sich

 

Und der Rauch schwimmt durch den Raum

Wächst zu einem schönen Baum

Den ich leicht zerstören kann

Ich rauche einen neuen, dann

 

Zähl ich alle meine lieben

Freunde an den Fingern ab

Es sind zu viele Finger, die ich hab

Zu wenig Freunde sind geblieben

 

Streckt die Nacht die Finger aus

Findet sie mich in meinem Haus

Rauch schwimmt durch den leeren Raum

Wächst zu einem Baum

 

Der war vollbelaubt mit Worten

Worten die alsbald verdorrten

Schiffchen schwimmen durch die Zweige

Die ich heut nicht mehr besteige

 

 

 

 

 

Keiner hat mich verlassen

 

Keiner hat mich verlassen

Keiner ein Haus mir gezeigt

Keiner einen Stein aufgehoben

Erschlagen wollte mich keiner

Alle reden mir zu

 

 

 

 

Elegie

 

Ich bin der schöne Vogel Phönix

Schüttle mich am Morgen, sage

Pfeif drauf! bekomme sie, meine Seele

Gänseblümchenweiss

Ich bin

Der schöne Vogel Phönix

Aber durch das

Flieg ich nicht wieder

 

 

 

 

Kirsch
Sarah Kirsch (Limlingerode, 16 april 1935)

 

 

 

 

 

De Franse dichter, dadaïst en surrealist Tristan Tzara werd op 16 april 1896 in de Roemeense plaats Moinesti geboren als Samuel Rosenstock. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008.

 

 

Cinema Calendar Of The Abstract Heart - 09

  

the fibres give in to your starry warmth

a lamp is called green and sees

carefully stepping into a season of fever

the wind has swept the rivers' magic

and i've perforated the nerve

by the clear frozen lake

has snapped the sabre

but the dance round terrace tables

shuts in the shock of the marble shudder

new sober

 

 

 

 

To Make A Dadist Poem

  

Take a newspaper.

Take some scissors.

Choose from this paper an article the length you want to make your poem.

Cut out the article.

Next carefully cut out each of the words that make up this article and put them all in a bag.

Shake gently.

Next take out each cutting one after the other.

Copy conscientiously in the order in which they left the bag.

The poem will resemble you.

And there you are--an infinitely original author of charming sensibility, even though unappreciated by the vulgar herd.

 

 

 

 

tzara
Tristan Tzara (16 april 1896 – 24 december 1963)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Kingsley Amis werd geboren op 16 april 1922 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008.

 

Uit: Everyday Drinking

 

“ONE INFALLIBLE MARK of your true drink-man is that he reads everything on the subject that comes his way, from full-dress books to those tiny recipe-leaflets the makers tend to hang round the necks of their bottles. Never, by the way, despise the latter sort of thing as a mere commercial handout; on the contrary, the manufacturer knows more about his product than anybody else and, never mind from what base motives, will have tested out his recommendations with the utmost care. These days, too, off-licence pricelists can offer a lot of straight information.

 

This policy of unsleeping vigilance will bring you useful tips outside the common run: I have forgotten where I read that you can get much more juice out of a lemon you have dumped in a bowl of warm water for a few minutes than out of one straight from the fruit-bowl, let alone from anywhere cold, but it is true, and I always follow this advice myself when making a Bloody Mary (for instance) and have the time and patience. On the other hand, the books are full of lore that you will only very rarely, if ever, have the chance of translating into practice. I think of such attractive fantasies as the recipe given in The Art of Mixing Drinks (based on Esquire Drink Book) for Admiral Russell's Punch.”

 

 

 

 

kinsley_amis
Kingsley Amis (16 april 1922 – 22 oktober 1995)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijfster, filosofe, hoogleraar en essayiste Patricia De Martelaere werd geboren in Zottegem op 16 april 1957. Patricia de Martelaere overleed op 4 maart van dit jaar. Zie ook mijn blog van 16 april 2008 en ook mijn blog van 7 maart 2009.

 

Uit:  Spel om het verlies

 

Ik ben een schaakmatliefhebber. Niemand kent als ik de regels van het snelle verlies, de doodlopende gangen van het labyrint. Op een dag, lang geleden - ik herinner me niet meer precies wanneer het was - heb ik het spelen om de overwinning opgegeven. Niet omdat ik nooit won - wat ook een reden zou zijn geweest - ik won, integendeel, altijd, en met het grootste gemak. Maar misschien was het wel net daardoor dat elke overwinning mij zo goedkoop leek, zo saai en onbevredigend. De strategie van de overwinning is rechtlijnig: je hebt je aanvangskansen, die min of meer toevallig zijn, maar de praktijk leert je die zo goed mogelijk te gebruiken, en als je dan verder heel erg je best doet en je heel erg concentreert, en bovendien niet al te dom bent en niet door tegenspoed wordt achtervolgd, dan win je waarschijnlijk ook wel een keer, en niemand is daar bijzonder verbaasd over, dat ligt zo in de lijn van de verwachtingen. Maar als je op de koop toe, zoals ik, altijd, keer op keer, met een soort van bovennatuurlijke onvermijdelijkheid, blijkt te winnen, slaat het laatste restje bewondering van je medespelers om in mateloze wrevel en verveling - er is zelfs geen afgunst meer, en het spel wordt zuchtend en met tegenzin verdergezet. Geheel anders is de strategie van het verlies. Niet het domme verlies natuurlijk, en ook niet het verlies van de apathische speler, die tegen zijn zin speelt en van meet af aan zijn slechtste kaarten toont om er zo snel mogelijk van af te zijn. Nee, met verlies bedoel ik het glansrijke, verpletterende verlies, dat alom verbijstering, en zelfs iets als geperverteerde bewondering oproept.

Toen ik voor het eerst speelde om te verliezen wist ik eigenlijk zelf nog niet hoe ik het zou doen. Ik zou me niet laten verliezen, dat stond vast, want dat leek me verwerpelijker dan gewoonweg niet mee te spelen - maar verder wist ik het ook niet. Er bestaat nu eenmaal geen handleiding voor de succesvolle verliezer, zoals er evenmin doe-het-zelf tips voor de zelfmoordenaar te vinden zijn. Ik moest dus alles op eigen kracht ontdekken, alsof ik een nieuw spel uitvond, of een ongehoorde variant op alle bestaande spelen.”

 

 

 

 

martelaere3
Patricia De Martelaere
(16 april 1957 -  4 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Clara Eggink werd geboren in Utrecht op 18 april 1906. Eggink bracht haar leven door met verschillende bekende Nederlandse dichters. Op 4 november 1926 trouwde ze slechts twintig jaar oud, met de veel oudere J.C. Bloem. Uit dit huwelijk werd een zoon, Wim geheten, geboren. Nadat in 1932 haar eerste huwelijk was ontbonden, huwde ze op 16 september 1936 met Jan Campert. Dit huwelijk werd eveneens ontbonden. Over haar relatie met J.C. Bloem schreeft ze de 'bibliografische schets' Leven met J.C. Bloem. Clara Eggink ligt begraven te Paasloo, naast haar voormalige echtgenoot en vriend J.C. Bloem.

 

 

De menschen en hun huizen zijn oud

 

De menschen en hun huizen zijn oud,

Hun levens zijn reeds oud geboren.

't Is alles zonder mij gebouwd

En gaat ook zonder mij verloren.

 

Waarom mij schikken in hun traag verband?

Er is wel beter, dan hun vale wenschen.

't Laf hartig lijden is mij niet verwant,

Waarom, dan blijven bij de huizen en de menschen?

 

Helaas, er is een teer gevaar

Diep in mij vastgebeten,

Dat, in één enkel zacht gebaar,

Dit toch weer wordt vergeten.

 

 

 

 

 

eggink
Clara Eggink (18 april 1906 - 3 maart 1991)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Ewald Vanvugt werd geboren op 16 april 1943 in 's-Hertogenbosch. Hij publiceerde ruim 30 boeken. Zijn romandebuut was in 1963 Een bizonder vreemde dief. In de jaren zestig (1964-1967) maakte hij voor het wekelijkse VARA-radioprogramma Uitlaat radioreportages met Wim de Bie. Van 1967 tot 1977 maakte hij lange reizen op andere continenten. In 1980 werd hij medewerker van de Volkskrant. Sindsdien publiceerde hij talrijke artikelen in uiteenlopende tijdschriften - van De Gids tot Playboy en Vrij Nederland. De koloniale geschiedenis is in zijn schrijven een terugkerend onderwerp. In 1985 verscheen de studie Wettig opium. 350 jaar Nederlandse opiumhandel in Azië, waarin een vergeten hoofdstuk in de koloniale geschiedenis werd onthuld. In 1993 verscheen Een propagandist van het zuiverste water. H.F.Tillema (1870-1952) en de fotografie van tempo doeloe, waarin een lang vergeten foto-archief uit een museumdepot tevoorschijn kwam.

Vanvugt verzorgde tentoonstellingen, bijvoorbeeld Sociale fotografie in Indonesië in de jaren twintig in het Erasmus Huis in Jakarta (1994. In 2002 verscheen de omvangrijke koloniale geschiedenis Zwartboek van Nederland overzee. In 2006 publiceerde Vanvugt De verovering van Bali, een documentaire reisroman waarin hij het buitensporige geweld en de massa’s slachtoffers van de Nederlandse koloniale oorlogen nogmaals aan de kaak stelt. In 2007 verscheen Weerzien met Lucine. Een dag- en nachtboek uit de Stille Zuidzee over een reis naar Vanuatu en een hervonden jeugdliefde.

 

Uit: Cynthia en haar grote liefde

 

“Hij verscheen in mijn leven als de vriend van mijn beste vriendin die al jong niet wilde deugen. Zij stelde hem voor: 'Kijk Cynthia, dit is mijn amant! Lief, niet?' Zij sprak altijd op de bekakte toon van de koningin: 'Eerst kwam hij soms een uurtje voor dure knaken op bestelling via een modellenbureau - en nu is hij mijn vaste lover met wie ik het nieuwe leven ga beginnen. Knap, niet?' Hij lachte zijn perfecte tanden bloot en zijn plotselinge verschijning stuwde een lichte lavendelgeurige wasem in mijn richting, die ik met een passende lichaamsgeur probeerde te beantwoorden. Met al mijn zinnen zoog ik hem in me op terwijl ik mezelf door al mijn poriën aan hem kenbaar wilde maken. Breed geschouderd, slank op lange benen en met blonde manen tot op de schouders moest hij eraan gewend zijn geraakt dat hij door veel mensen tenminste met hun ogen werd betast. Hij knikte gretig ter bevestiging van haar woorden en tegelijk alsof hij zijn bereidheid demonstreerde om haar overal te volgen. De kans dat voor mijn vriendin ooit 'het nieuwe leven' zou beginnen, leek mij extreem onwaarschijnlijk, maar ik wist meteen: als het met iemand kon lukken, moest het met hem zijn. Geschrokken van zijn aantrekkingskracht viel ik mijn vriendin om de hals en we kusten elkaar innig op de wangen.”

 

 

 

 

Ewald_Vanvught
Ewald Vanvugt (’s-Hertogenbosch, 16 april 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Sibylle Lewitscharoff werd geboren op 16 april 1954 in Stuttgart als dochter van een Bulgaarse vader en een Duitse moeder. Zij studeerde godsdienstwetenschappen in Berlijn. Tijdens haar studie verbleef zij ook een jaar in Parijs en een jaar in Buenos Aires. Daarna werkte zij een tijd als boekhoudster bij een reclamebureau. Zij begon met het schrijven voor de radio en met hoorspelen. De doorbrak kwam in 1998 toen zijvoor haar roman Pong de den Ingeborg-Bachmann-Preis ontving.

 

Uit: Consummatus

 

“Wie fein die Toten hören! Zu einem Riesenohr vereinigt, segeln ihre Ohren am Himmel und überspannen ihn zu weiten Teilen. Was sich von Zungen löst, was sich in Hirnen formt, erzählte Worte, geträumte Worte, Worte ohne Klang, sie alle werden vom

Großen Totenohr erlauscht. Es wedelt, es fächelt, es zuckt wie ein Elefantenohr im Takt zu den Lügen, Beschwörungen, Gebeten, den Sirenengesängen, Notschreien, Märchen in den Babelsprachen der Erde, es hört die Tierlaute und den Krach der Maschinen, hört das Uuuijujuio der Gibbons so präzis wie das Huuijui der Kleinen Hufnase, hört das Schwappen der Meere und die dunkle Verzweiflung der Callas. Hört selbst Fehlwörter und schlampig gesprochene Silben, Wörter, die so huschig erscheinen und wieder verschwinden, daß nicht einmal wer sie geboren hat imstande ist, sie zu verstehen.

Es war einmal. Wann immer dieser Satzstummelvernommen wird, rinnt ein freudiger Schauder über das Totenohr. Es war einmal sind seine liebsten Worte. Es waren einmal ein Mann und eine Frau. Ein unauffälliger Mann und eine Frau, die alle Blicke auf sich zog, früher heiße, später nur mehr neugierige. Daß sich so ein Mann und diese Frau treffen mußten, um neun Monate lang durch Europa zu kreuzen, ist einer jener seltenen Würfe, die das Leben manchmal in einem geschlossenen Becher ausbringt. Der Mann bin ich.”

 

 

 

 

Lewitscharoff
Sibylle Lewitscharoff (Stuttgart, 16 april 1954)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rolf-Dieter Brinkmann werd geboren op 16 april 1940 in Vechta. Vanaf 1962 leefde hij in Keulen, waar hij pedagogie studeerde, maar er al snel voor koos om schrijver te worden. In de jaren zestig was hij ook vaker in Londen, waar hij in contact kwam met de anglo-amerikaanse dichtkunst (Frank O’Hara, William Carlos Williams) en de popmuziek uit die tijd. Voor zijn in 1975 verschenen hoofdwerk  »Westwärts 1 & 2«, ontving hij postuum de Petrarca prijs.

 

 

Gedicht

 

Zerstörte Landschaft mit

Konservendosen, die Hauseingänge

leer, was ist darin? Hier kam ich

 

mit dem Zug nachmittags an,

zwei Töpfe an der Reisetasche

festgebunden, Jetzt bin ich aus

 

den Träumen raus, die über eine

Kreuzung wehn. Und Staub,

zerstückelte Pavane, aus totem

 

Neon, Zeitungen und Schienen

dieser Tag, was krieg ich jetzt,

einen Tag älter, tiefer und tot?

 

Wer hat gesagt, daß sowas Leben

ist? Ich gehe in ein

anderes Blau.

 

 

 

 

brinkmann
Rolf-Dieter Brinkmann (16 april 1940 – 23 april 1975)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Anatole France werd geboren in Parijs op 16 april 1844. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008.

 

 

La mort d'une libellule

 

Sous les branches de saule en la vase baignées

Un peuple impur se tait, glacé dans sa torpeur,

Tandis qu'on voit sur l'eau de grêles araignées

Fuir vers les nymphéas que voile une vapeur.

 

Mais, planant sur ce monde où la vie apaisée

Dort d'un sommeil sans joie et presque sans réveil,

Des êtres qui ne sont que lumière et rosée

Seuls agitent leur âme éphémère au soleil.

 

Un jour que je voyais ces sveltes demoiselles,

Comme nous les nommons, orgueil des calmes eaux,

Réjouissant l'air pur de l'éclat de leurs ailes,

Se fuir et se chercher par-dessus les roseaux,

 

Un enfant, l'oeil en feu, vint jusque dans la vase

Pousser son filet vert à travers les iris,

Sur une libellule ; et le réseau de gaze

Emprisonna le vol de l'insecte surpris.

 

Le fin corsage vert fut percé d'une épingle ;

Mais la frêle blessée, en un farouche effort,

Se fit jour, et, prenant ce vol strident qui cingle,

Emporta vers les joncs son épingle et sa mort.

 

Il n'eût pas convenu que sur un liège infâme

Sa beauté s'étalât aux yeux des écoliers :

Elle ouvrit pour mourir ses quatre ailes de flamme,

Et son corps se sécha dans les joncs familiers.

 

 

 

 

France
Anatole France (16 april 1844 – 12 oktober 1924)

Portret Théophile-Alexandre Steinlen

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Eberhard Panitz werd geboren op 16 april 1932 in Dresden. Zie ook mijn blog van 16 april 2007.

 

Uit: Meines Vaters Straßenbahn

 

“Es war ein heißer Sommer mit viel Regen. »Mir kommt alles wie auf den Kopf gestellt vor«, sagte die Grüne und flüsterte mit mir, fern von Sir und Horst Rehder, berührte mich mit ihrem Haar, so nah war sie mir auf einmal. In der letzten Schulstunde schob sie mir einen Zettel zu: »Wart ab, bis alle weg sind.«

Wir liefen Herrn Fischer in die Arme, der sein Fahrrad vom Hof holte und mit einem Schwung daraufsprang, als wäre er nicht fünfundsechzig oder achtzig oder hundert Jahre. Er lachte und rief: »Na, ihr beiden.«

Ohne zu wissen, was wir wollten und was uns trieb,lachten wir auch und beeilten uns, vom Schulhof wegzukommen, über den niedergebrochenen Zaun und durch die Gärten und aus der Stadt, bis wir unter einem Baum am Waldteich saßen. Kein Mensch sonst weit und breit, noch immer Hitze, wir zogen uns aus, schwammen über den See, blieben dem anderen Ufer

fern, das Wasser bis zur Brust. Wir wagten uns nicht anzureden oder anzusehen, schwammen zurück und krochen, weit voneinander entfernt, ins Schilf, um uns anzuziehen. Als es zu regnen begann, flüchteten wir wieder unter den Baum, diesmal Schulter an Schulter, und Ursula holte einen Gedichtband von Heine aus ihrer Schultasche hervor. Der Regen tropfte auf das Buch, einen roten Leinenband, der unsere Hände und Gesichter, Schultern und Schenkel verfärbte. »Mein Gott, blutrot«, sagte sie und griff nach dem Buch, das ihr aus den Händen geglitten war. Sie hatte zehn, zwölf Gedichte vorgelesen, mehr nicht. Nun regnete es nicht mehr, wir waren nackt, hatten keine Scheu, uns anzusehen, nochmals zum anderen Ufer zu schwimmen, dort auf der Wiese zu liegen und zu bleiben, bis die Dunkelheit und wieder Regen kam. Das Buch lag ganz durchnäßt im Gras, wir wickelten es in mein Hemd ein, es war sowieso alles rot.”

 

 

 

 

panitz
Eberhard Panitz (Dresden, 16 april 1932)

 

 

 

 

De Ierse dichter, musicus en komiek Spike Milligan werd geboren op 16 april 1918 in Ahmednagar in Indië. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008.

 

Bump

  

Things that go 'bump' in the night

Should not really give one a fright.

It's the hole in each ear

That lets in the fear,

That, and the absence of light!

 

 

 

 

Jumbo Jet

  

I saw a little elephant standing in my garden,

I said 'You don't belong in here', he said 'I beg you pardon?',

I said 'This place is England, what are you doing here?',

He said 'Ah, then I must be lost' and then 'Oh dear, oh dear'.

 

'I should be back in Africa, on Saranghetti's Plain',

'Pray, where is the nearest station where I can catch a train?'.

He caught the bus to Finchley and then to Mincing lane,

And over the Embankment, where he got lost, again.

 

The police they put him in a cell, but it was far too small,

So they tied him to a lampost and he slept against the wall.

But as the policemen lay sleeping by the twinkling light of dawn,

The lampost and the wall were there, but the elephant was gone!

 

So if you see an elephant, in a Jumbo Jet,

You can be sure that Africa's the place he's trying to get!

 

 

 

 

 

spike
Spike Milligan (16 april 1918 – 27 februari 2002)

 

 

 

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter John Millington Synge werd geboren op 16 april 1871 in Rathfarnham. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008.

 

 

Queens

 

EVEN dog-days we let pass

Naming Queens in Glenmacnass,

All the rare and royal names

Wormy sheepskin yet retains,

Etain, Helen, Maeve, and Fand,

Golden Deirdre's tender hand,

Bert, the big-foot, sung by Villon,

Cassandra, Ronsard found in Lyon.

Queens of Sheba, Meath and Connaught,

Coifed with crown, or gaudy bonnet,

Queens whose finger once did stir men,

Queens were eaten of fleas and vermin,

Queens men drew like Monna Lisa,

Or slew with drugs in Rome and Pisa,

We named Lucrezia Crivelli,

And Titian's lady with amber belly,

Queens acquainted in learned sin,

Jane of Jewry's slender shin:

Queens who cut the bogs of Glanna,

Judith of Scripture, and Gloriana,

Queens who wasted the East by proxy,

Or drove the ass-cart, a tinker's doxy,

Yet these are rotten--I ask their pardon--

And we've the sun on rock and garden,

These are rotten, so you're the Queen

Of all the living, or have been.

 

 

 

 

 

john-millington-synge
John Millington Synge (16 april 1871 – 24 maart 1909)

 

 

 

 

 

De Russische dichter en schrijver Konstantin Vaginov werd geboren op 16 april 1899 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 16 april 2007 en ook mijn blog van 16 april 2008.

 

 

Petersburg

 

For some time now, Petersburg has been painted for me in a greenish color,
which flickers and which blinks, the color terrible, phosphoric.
Both on the houses and on the faces, and in the souls
shakes the greenish flame, venomous and giggling.

The flame will blink - and not Peter Petrovich before you, but a sticky reptile;
flame will shoot up - and you are yourself worse than the reptile;
and not people walk along the streets: you will glance under the cap
- snake head; you will look carefully at an old lady- a toad sits and moves its stomach.

But young people each with the dream of the special:
engineer compulsorily wants Hawaiian music to hear,
student - to hang himself in the most effective way,
schoolboy - to acquire a child in order to prove his manly power.

You will visit the store - the former General after the counter stands
and artificially smiles; you will enter the museum - the guide knows that he is lying,
and continues to lie. I do not love the Petersburg, my dream has ended.

 

 

 

 

vaginov
Konstantin Vaginov (16 april 1899 – 26 april 1934)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en etser Jan Luyken werd geboren in Amsterdam op 16 april 1649. Zie ook mijn blog van 16 april 2007.

 

Uit: Des menschen begin, midden en einde

 

 

Het Kindje Gebooren.

 

Als 't Bloemetjen, is opgegaan,

Zo naderd zyn verwelking aan.

't Onnozel Schaapje, zonder gal,

Dat zonder zyn begryp gebooren,

Komt kyken, in het Jammerdal,

Weet weinig wat hem staat beschoren.

Brengt hy der 't zieltje Zalig af,

Zo vaard hy met geluk in 't graf.

 

 

De Wieg.

 

Het wiegen is voor 't Kind wel goed,

Maar niet voor die niet slaapen moet.

Die 't Kindje wiegden, tot geryven,

En liet het by het Kindje blyven,

Maar waakten, op zyn Eigen Hert;

Op dat het niet van 's Werelds Minne,

Door 't wiegen van verstrooide zinne,

In zonden slaap gehouden werd.

 

 

De Trommel.

 

Daar is wel veeltyds veel geluid,

Maar meest dat niet met al beduid.

Het Kindje speeld vast op de Trom,

En weet het zelver niet waarom;

Als om te raazen, en te roeren:

Zo raast het groote Algemeen,

En niemant komt 'er op de been,

Om tegen 't quaade kryg te voeren.

 

 

 

 

 

luyken
Jan Luyken (16 april 1649 – 5 april 1712)

Illustratie bij De Wieg