15-06-17

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“Dan kwamen zij bij de bergpas, eindelijk!
Daar hielden zij stil, de paarden werden uitgespannen, want nu kwamen er karbouwen voor de postwagen, gespannen aan een houten juk. Zij deden onrustig en wilden naar de paarden stoten en bliezen door hun neusgaten, maar de mannen hielden hen vast en spanden hen in voor de wagen met hun touwen. De karbouwen waren niet groot, maar breed en grauw en sterk, en liepen wat schuin naast elkaar onder het juk om hun grote hoorn. De linker van de een en de rechter van de ander staken over elkaar heen. De koetsier zat nog wel op de bok, maar hij hoefde geen teugels vast te houden, de mannen leidden de karbouwen, duwden telkens het juk recht, schreeuwen - rrt - rrrrrrt, klakten met de tongen, klapten met de zwepen. Het ging langzaam voetje voor voetje. Links was een ravijn. Paarse aardorchideeën groeiden er in het gras, er was een heg van wilde rozen om een hellend veldje heen. Een beek murmelde. Een straffe wind woei koud en schraal.
Boven werden de karbouwen weer uitgespannen, die waren alleen voor de steile bergpas en zij reden weer verder met de paardem. Maar al gauw hielden zij stil en stapten zij uit. Zij moesten een eind een zijweg inlopen, de mannen droegen de koffers, tot zij bij een klein wit huis kwamen in een tuin.
Voor het huis stond onder een oude scheefgegroeide boom een grijs stenen beeld van een zittende olifant, opzij was een laantje van moeibeibomen. Daar woonde de oude meneer op zijn landje.
'Een klungellandje!' zei papa, maar hij hield niet van de oude meneer.
Het huis was van bamboe en hout, en op palen - zoals een groot kamponghuis - , maar alles zat netjes in de verf. Er was ook niet meer dan één woonkamer, met een glazen wand om naar buiten te kunnen kijken, een paar slaapkamers, en de bijgebouwen achter het huis; overal kraakten de vloeren. De oude meneer had maar twee bedienden, alleen een oude kokkin, die ook het huis opruimde, en een jongen om de tuin te vegen. Voor de bloemen zorgde hij zelf; overal stonden bloemen, en om het hele huis heen groeide een brede strook heliotrope, waarvan de geur zwaar en zoet in de kamers hing.”

 

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Cover 

Lees meer...

15-06-16

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Hannah van Wieringen

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“Mama keek eerst rond of er onder de passagiers niet iemand was die zij kende, dan praatte en lachte zij wel; anders zat zij rechtop, keek naar buiten door de hor en wees telkens iets aan: ‘Kijk eens Riek!’ alsof Riek het niet zelf zag, en fluisterde: ‘Je moet niet naar vreemde mensen kijken, Riek.’ Na een paar uur stapten zij uit, daar moesten zij overstappen, en 's middags laat kwamen zij in een grote plaats en sliepen een nacht in een hotel. De volgende morgen stond er een postwagen te wachten.
Een echte postwagen!
Het leek op een tentvvagen, maar er waren vier paarden voor, wel kleine magere, maar toch vier. Een gewone koetsier op de bok en dan nog twee lopers, die stonden achter op een plank als palfreniers. Maar zodra de weg steil werd, sprongen zij eraf en liepen naast de paarden, lieten de korte zwepen knallen, klakten met de tongen, riepen ‘rrrt’, als een roffel op een trom, en schreeuwden. Soms grepen zij de voorste paarden bij de toom en sjorden en trokken mee. Als er een vlak stuk kwam, bleven zij even staan en sprongen weer op de plank om uit te rusten, maar hun adem bleef nog lang zo zwaar gaan, met horten en stoten. Onderweg stonden zij stil om te verspannen. Riek en mama bleven in de postwagen zitten en aten wat uit hun mandje. Opzij van de weg onder de hoge tamarindebomen was een klein winkeltje; de koetsier en de lopers, ook de mannen die de verse paarden gebracht hadden, en Oerip op haar sloffen stonden ervoor en dronken koffie en aten een koekje. Daarna hurkten de mannen neer om te praten en strootjes te roken, maar Oerip klom weer in de wagen, zij zat tegenover Riek en mama op de kleine bank; als zij ging zitten, zei zij: ‘Vergeving mevrouw.’
Dat hoorde zo.
Bij het winkeltje stond het ineens vol met Javaanse kinderen die naar hen keken; één stak een hand uit en vroeg om snoepgeld, dat maakte Oerip boos.
‘Hinder de grote mevrouw en de grote juffrouw niet,’ maar mama zei: ‘Ach kassian Oerip,’ en gaf hun toch wat. En zij reden weer verder.
Het was een lange weg en steil. Het werd ook veel kouder. De nieuwe paarden liepen langzamer, zij werden moe, er stond schuim op hun flanken. In de korte pozen rust ging de adem van de lopers knarsend als een zaag.”

 

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
 

Lees meer...

15-06-15

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, Hannah van Wieringen

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Over Mataram

“Zijn achterkleinzoon Senăpati zou pas de eerste sultan van Mataram worden, maar Sélŏ heette toch zeker - grote heer -. Hij zal toen al in een kraton gewoond hebben (nog niet in die van Kotta-Gedeh) maar toch in een kraton, met een muur eromheen, en op de voorhof waringinbomen, en een olifant met een rottan om zijn poot aan een paal gebonden, en een paar panters in een hok, of een koningstijger, voor de buffelgevechten. Er zal een laag open voorvertrek geweest zijn, waar op feestdagen de gamelan bespeeld wordt; misschien was het de gamelan - de grote heer Moenggang - die zo heilig is, dat er op geen andere gong geslagen mag worden, terwijl hij bespeeld wordt, zelfs niet in een moskee, of er moet boete voor betaald worden.
En achter het open voorvertrek weer een hof, en het ‘binnenste’: de afgesloten vrouwenverblijven. Het rood en gouden statievertrek, met een verguld uitgesneden houten praalbed vol kleine stijve rode kussens en rolkussens, met zilveren platen aan weerszijden versierd; langs de wanden vergulde Palembangse kastjes en bontgeverfde kisten op houten wielen, waarin kleren en sieraden bewaard worden.
Er zullen slechts een paar kleine vensteropeningen geweest zijn, met een verguld houten traliewerk afgesloten; daar komt niet veel licht door, en niemand kan erdoor van buiten naar binnen kijken.
's Nachts branden er oliepitten in de omgekeerde glazen stolpen, die aan lange kettingen van de balken van het plafond afhangen. Zo is het er dag en nacht schemerdonker, besloten, koel.
En in die stilte staan op vergulde rekken en standaards de ‘heilige zaken’. Zij dragen alle namen en titels, waarmee zij eerbiedig aangesproken worden; zij hebben ieder hun geschiedenis:
Wapens - krissen en pieken - vaandels, weefsels, gongs en trommen. Zij worden goed verzorgd, op tijd gebaad, gezalfd, weer in bonte zijden hoezen gewikkeld, en op hun voetstukken neergezet, met bloemslingers behangen. Voor sommigen kringelt in een dunne spiraal een wierookwolkje omhoog.”

 

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
De Heerenstraat te Pekalongan, 1923

Lees meer...

15-06-14

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit:De tienduizend dingen

“Zij zat rustig in haar stoel, het waren ook geen honderd dingen, veel meer dan honderd dingen, en niet alleen van haar, honderd keer ‘honderd dingen’, naast elkaar, los van elkaar, elkaar rakende, hier en daar in elkaar vervloeiende, zonder ergens enige binding, en tegelijkertijd voor altijd met elkaar verbonden…
Een verbondenheid die zij niet goed begreep; dat hoefde niet, het viel niet te begrijpen, haar voor een ogenblik gegeven om te aanschouwen boven het maanverlichte water.
Zij had niet gemerkt dat Sjeba en haar man Hendrik de koeherder, om het huis heen waren komen lopen en nu links en rechts van haar stoel stonden.
‘Waarom komt u niet slapen?’ vroeg Sjeba brommerig en tegelijk bezorgd en zij schudden beiden hun hoofden over haar. ‘Waarvóór zit u hier? De maan schijnt mooi, maar wat heeft een mens eraan, hij wordt er maar ziek van! Er is versgezette koffie in de keuken en komt u nu maar.’
Toen stond mevrouw van Kleyntjes die Felicia heette, gehoorzaam op uit haar stoel, en zonder meer om te kijken naar de binnenbaai in het maanlicht – die bleef daar wel, altijd – liep zij met hen onder de bomen door mee naar binnen om haar kopje koffie te dingen en om opnieuw te proberen verder te leven.’

 

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

Lees meer...

15-06-13

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

 

Uit: De tienduizend dingen

 

“‘Het witte Steentje uit de ‘mooie la’, haar kindje aan de hand; drie jonge mannen naast elkaar, Beertje, Domingoes, de Portugese matroos; het aardige kleine kind Sofie met de groene bètèt die zij haar gegeven had, haar kindermeisje dat zelf een kind was achter haar aan; een jonge Javaanse jongen tekende een prauw in de golven en hij heette Radèn Mas Soeprapto; een allerslankste Javaanse vrouw in een koetsiersjas met drie capes boven elkaar keek er naar, ‘Je hebt weer de ballast vergeten,’ zei zij – wie was zij? mevrouw van Kleyntjes kende haar niet, en waarom zij zij dat? – het Binongko-meisje van de bloemen zoog op haar bloedende lip en luisterde; op de Portugese werf aan de overkant werd aldoor getimmerd; de drie kleine meisjes, de echte, stonden op een rij, zij hadden de Slangesteen in de hand waarop de Heer Jezus stond, het mes van de matroos, en Marregie hield het ‘posthoorentje’ klaar om op te blazen; gekleurd koraal, vissen, krabben, de drie jonge zeeschilpadden; de Voordanseres met de Schelp, de witte ‘Doeckhuyve’ hoog omhoog in het maanlicht, vogels, vlinders.
De ooievaar, de vogel Lakh-Lakh met zijn lange snavel en vuurrode poten was er, en de briezende jonge leeuwen; tussen hen in zat het jongetje Himpies op zijn mat en keek toe met zijn grote verrukte ogen, en overal de kleine zilveren golven, en een stem zei langzaam met lange tussenpozen van ver weg: de baai – de binnenbaai – je zult toch – nooit – de binnenbaai – vergeten – o ziel – van - ?
Wat gebeurde er met haar, ging zij dood, waren dit haar ‘honderd dingen’?”

 

 

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

In 1958

Lees meer...

15-06-12

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

 

Uit: Toeti

 

„Nog meer ingespannen dan tevoren, haar gezicht donker, haar zwarte ogen bedroefd, de mond getrokken. “Ach,” zei zij, en toen, “ach ja, je hebt wel gelijk dat wij alleen... maar zeg dat maar niet hardop, waarvóór eigenlijk, het doet zoveel verdriet om alleen te zijn hé Tsjalie, en soms,” haar hele gezicht oplichtend in haar glimlach, “soms even zijn wij toch niet alleen, als wij...” Zij zweeg, verschrikt voor het grote woord liefhebben.’

(...)

 

‘Een ogenblik bleven Charles en zij achter in de binnengalerij, zij liepen naast elkaar; zonder iets te zeggen nam Charles haar hand in de zijne, hield die vast zoals mensen dat doen die straks afscheid van elkaar zullen nemen. “Toeti,” zei hij tegen haar naast hem. Hij liet haar hand weer los voordat zij de achtergalerij inliepen. Hij dacht - waarom wist hij zelf niet -aan een ander afscheid, en hoe zijn moeder gezegd had “trouw moet blijken”. Hij herinnerde het zich heel duidelijk alsof het nu was: hij hoorde de woorden, zó was het! Hij keek even naast zich, en dít was het’.

 

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

Lees meer...

15-06-11

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

 

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009 en ook mijn blog van 15 juni 2010.

 

Uit: De tienduizend dingen

 

„Het woei daarboven altijd.
De koeien van mevrouw van Kleyntjes werden in de heuvels geweid, en de wilde hertjes kwamen er stilletjes grazen.
De drie kleine meisjes speelden daar wel, 's middags in de zon, als er niemand was — de afgevallen rozenblaadjes hadden weer overal in het rond gelegen! — zei de koeherder, 'laat ze maar' zei mevrouw van Kleyntjes.
En soms, niet dikwijls, zaten zij alle drie naast elkaar gehurkt op het strandje aan de binnenbaai onder de plataanbomen, een eind van het huis af, om te kijken wat voor horentjes er aangespoeld waren? Zij krabbelden het zand wat weg (dat was later duidelijk te zien) horentjes verstoppen zich wel — ssst.“

(...)

 

“Felicia kwam met de lege melkprauw mee terug uit de stad aan de buitenbaar. Er was post: een brief van Himpies. Hij schreef bijna nooit en dan ineens een ellenlang epistel over alles en nog wat: hij zette wel eens ten eerste, ten tweede voor aan een regel als om het voor zich zelf uit elkaar te houden.

Ten eerste was hier: nu geef ik u te raden! Mingoes teruggevonden na bijna twintig jaar (nou meneer Himpies, zo lang is het nog niet). Hij zegt wel eens toean Himpies in plaats van toean luitnant tot groot vermaak van de rest. Zonder toean gaat het blijkbaar niet; waarom eigenlijk niet?

Hij is nu onze door een ieder geëerbiedigde sergeant!”

 

 

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

 

Lees meer...

15-06-10

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, Trygve Gulbranssen, François-Xavier Garneau, Bernard Wesseling


De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

Uit: De goede slang

 

„Dan komen de andere dieren.
'Het dwerghertje, slim!' en haar vingers stappen nog stijver, nog omzichtiger dan tevoren.
'Het civetkatje, de mungo, met zijn lange pluimstaart, zijn oogjes zien lichtrood,' zegt zij, en snuift even door haar neus; en wij ook ruiken de vreemde doordringende muskuslucht in de kamer, meteen weer vervlogen.
Zo gaat zij verder, één voor én, langzaam, en noemt de kleine dieren van de wildernis.
'De leguaan, als een klein groen draakje.
Het honingbeertje, zachtjes grommende.
De boskat, vals, die gele ogen van hem.
De kleine luiaard, veel te lui om hard te lopen.'
Wanneer zij zegt 'Bottol-muntji', dat zijn de dwergen, breekt ineens de jongen de ban, de bijna te grote spanning.
'Hoe zien z'er uit Louisa?'
Het is jammer, ook Louisa is gestoord, zij kijkt om zich heen.
'Ach,' zegt zij na een tijd ongeduldig, 'dat weet je toch wel, met rood haar en vooruitstekende tanden, net als een eekhoon, maar dan zonder staart en ze lopen rechtop!" De jongen en het meisje kijken elkaar even aan- natuurlijk!
'Je moet stil zijn,' fluister ik. 'Luister toch.'
Louisa sluit haar ogen, spreekt niet en dan, langzaam, heft zij haar ene hand weer op, de andere, beweegt de vingers op en neer, gespannen, gespannen, klauwtjes-pootjes-voetjes, en zij neemt ons weer mee terug in de wildernis, in het duistere stille bos, met de vogels, de dieren, al de andere, die aan komen lopen, trippelen, springen, schuifelen, sluipen, er is ook een klein bosspookje met groene ogen waarvan de voetjes achterste voren staan, en dat met scheve sprongetjes lopen moet, zó; zij zijn voorzichtig, o zo voorzichtig, omdat zij bang zijn, bang voor elkaar, bang voor het donker, bang voor honger en pijn en dood, bang voor onnoembare dingen.“
 

 

 

MariaDermout

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

Uit: Not Fade Away

 

I’d be hard pressed to tell you exactly what I did in the war—ten years gone and it fades, man, it fades—but I can still tell you what I read there.

Most of my time in Somalia I was outdoors, shirtless and sweating in a dusty white-hot port compound near the southern city of Kismaayo. But the end of my tour—a week? two? it fades, man, it fades—was spent in a cramped, second-floor room in the port's headquarters building, awake all night, every night. There was a radiophone on the room's only table; it rang every few hours. My mission was to take a message.

I’d requisitioned a folding chair but it was so uncomfortable I skipped it completely and took to the floor, stretched out with a book on the gritty concrete. I would stand every half hour, wiping dust from my pants and concrete burns from my arms. I couldn’t leave the room for more than a few minutes at a time, but I'd step into the stuffy, dark hallway lined with sleeping staff soldiers, boots peeking out from under the poncho liners they used for blankets. Down to my right the open door of an office and a constant, quiet conversation in French; my Belgian army equals, two of them minding the radio in there over a stack of Penthouse magazines. They never stopped talking, those two. Perhaps they worried what might happen if they did. To my left, the offices were all as dark as the hall, almost everyone sleeping. There was an American colonel at the end of the hall, and he watched CNN on satellite all night. As far as I could tell, it was his job“.

 

 

 

ChristianBauman

Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe.

 

Der Tag an dem die Möwen zwe istimmig sangen

 

Während das Wasser zurückgeht und Quallen liegenbleiben

unbehelligt vom Salz

von der Oxydation und der Sonne

neidest du den Kindern die mit in den Sand gestoßenen

Fersen nach Muscheln stochern ihre Sicherheit

mit einer dich vollkommen

verblüffenden Gewalt

Dein Auge ist gereinigt hat jetzt schärfere Pupillen

während die Brandung sich ins Meer zurück frißt

fehlt dir etwas

einige Jahre

in Happen klein wie die Rückseite einer Briefmarke

weiß wie Oktopusfleisch haben die Möwen mitgenommen

Da ist ein Schmerz mit gekappter Verbindung zum Kopf

Sehnige Schlieren aus Öl bedecken

die Wellen führen durch Schaumränder

nach früher

und in

die Zeit

in der du langsam zerzaust die Treppe des Abschieds

heruntergegangen bist bis an den Strand hier

– Schwimmen kannst du noch, aber du schwimmst dich

nicht mehr frei –

Ich weiß dich erstaunt an den Quallen

die Fähigkeit häßlich und dennoch durchsichtig zu sein

und ich weiß daß du gleich

schreiend die Auskunft verlangst was ich anderswo suche

in der Hoffnung ich fragte zurück

 

 

 

 

Silke_Scheuermann

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé)  werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens.

 

Uit: Les Croix de bois

 

« Entre deux salves, on vit quelque chose s’agiter dans les trous d’obus, une forme se relever, un des survivants avait dénoué sa ceinture de flanelle, une large ceinture rouge, et, agenouillé sur le bord de son trou, à trente pas des Allemands, il agitait son fanion, le bras levé très haut.

- Rouge ! Il demande qu’on allonge le tir, cria la tranchée.

Secs, tragiques, des coups de mauser claquèrent. Le soldat s’était recouché, touché peut-être… Des obus piochèrent encore le point maudit, arrachant un tourbillon de terre dans la fumée lourde. Anxieux, nous attendions que le nuage s’écartât…

Non, il n’était pas mort. L’homme se redressait en levant le bras très haut, il agitait sa ceinture d’un grand geste rouge. Encore une fois les Boches tirèrent. Le soldat retomba…

On hurlait…

- Salauds ! Salauds !

- Il faut attaquer, criait Gilbert hagard.

Entre deux bordées de tonnerre, le soldat se relevait toujours, son fanion au poing, et les balles ne le faisaient coucher qu’un instant. « Rouge ! Rouge ! » répétait la ceinture agitée. Mais notre artillerie prise de folie continuait de tirer, comme si elle eût voulu les broyer tous. Les obus encerclaient le groupe terré, se rapprochaient encore, allaient les écraser…

Alors, l’homme se leva tout droit, à découvert, et d’un grand geste fou, il brandit son fanion, au-dessus de sa tête, face aux fusils. Vingt coups partirent. On le vit chanceler et il s’abattit, le corps cassé, sur les fils acérés dont les liens le reçurent. »

 

 

 

croix-bois-roland-dorgeles

Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)

Boekomslag 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

 

 

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009. 

 

Because of this Modest Style

 

It's how she spreads, without a sound, her scent

of orange blossom on the dark of me,

it is the way she shrouds in mourning black  

her mother-of-pearl and ivory, the way

she wears the lace ruff at her throat, and how

she turns her face, quite voiceless, self-possessed,  

because she takes the language straight to heart,  

is thrifty with the words she speaks.

It's how  

she is so reticent yet welcoming

when she comes out to face my panegyrics,

the way she says my name

mocking and mimicking, makes gentle fun,

yet she's aware that my unspoken drama

is really of the heart, though a little silly;

it's how, when night is deep and at its darkest,

we linger after dinner, vaguely talking

and her laughing smile grows fainter and then falls

gently on the tablecloth; it's the teasing way

she won't give me her arm and then allows

deep feeling to come with us when we walk out,

promenading on the hot colonial boulevard. . .

 

Because of this, your sighing, modest style

of love, I worship you, my faithful star

who like to cloud yourself about in mourning,

generous, hidden blossom; kindly

mellowness who have presided over  

my thirty years with the self-denying singleness  

a vase has, whose half-blown roses wreathe with scent

the headboard of a convalescent man;

cautious nurse, shy

serving maid, dear friend who trembles

with the trembling of a child when you revise

the reading that we share; apprehensive, always timid

guest at the feast I give; my ally,

humble dove that coos when it is morning

in a minor key, a key that's wholly yours.

 

May you be blessed, modest, magnificent;

you have possessed the highest summit of my heart,

you who are at once the artist  

of lowly and most lofty things, who bear in your hands

my life as if it was your work of art!

 

O star and orange blossom, may you dwindle

gently rocked in an unwedded peace,

and may you fade out like a morning star

which the lightening greenness of a meadow darkens

or like a flower that finds transfiguration

on the blue west, as it might on a simple bed.

 

 

 

Vertaald door Michael Schmidt

 

 

 

 

Velarde

Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

 

 

 

 

De Noorse schrijver Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007.

 

Uit: Heimkehr nach Björndal

 

es war noch dunkel, als Mekkal, der Holzfäller, sich auf den Weg machte. Schnell und so leise wie möglich ging er über das Doppelfeld des abgeernteten Ackers. Er musste sich fest auf seinen Stock stützen, um über den Graben zu kommen, und als er mit einem weiteren Schritt auf der Fahrstraße landete, krachte das Eis der gefrorenen Wasserpfützen zu laut, dass er vor Schrecken beinahe in den Graben gefallen wäre. Vorsichtig ging er auf der Gras kannte neben dem Weg weiter, wandte jedoch den Kopf immer wieder lauschend zum Hof zurück. Aber kein anderer Laut war hörbar als das Knistern des steifgefrorenen Glases, durch das seine Füße streiften, in der Windhauch, wie er in stillen Spätherbstlichnächten eigen ist. Zwar vermeinte er die Dachgiebel des Hofes gegen den Himmel zu erkennen, aber es war so dunkel, dass er dies wohl eher glaubte als wirklich sah. Die Stille rings um ihn und der Gedanke, dass er ungehindert und unbemerkt zu Landstraße hinuntergelangt war, ließen ihn nun nach der Spannung zur Ruhe kommen, und er blickte wehmütig zu den Häusern zurück, die in der Dunkelheit verborgen lagen....“

 

 

 

Gulbranssen
Trygve Gulbranssen (15 juni 1894 – 10 oktober 1962)

 

 

 

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec.

 

 

Chanson Québec

 

Partout on dit, l'oeil fixé sur les flots,
L'esquif brisé s'abîme sous l'orage.
O Canada ! ton nom n'a plus d'échos,
Et tes enfants chéris ont fait naufrage.
Mais non, ils ne périront pas,
Une voix tout-à-coup s'écrie :
Le soleil dore au bout des mâts
Le vieux drapeau de la patrie,
De la patrie.

Canadien, tu connus cette voix ;
Le ciel pour nous, souvent l'a fait entendre :
Dans nos malheurs, hélas, combien de fois
Nous avons cru notre Ilion en cendre ?
Enfants jetés hors des berceaux,
On nous expose sur le Tibre,
Mais Rome sortit des roseaux...
Et Rome aussi bientôt fut libre,
Bientôt fut libre.

Mais si la nue éclipsa dans les cieux,
Plus d'une fois notre étoile sacrée ;
Après l'orage à son front radieux
On reconnut sa gloire à l'empyrée.
Phare qui ne s'éteint jamais,
Elle éblouit la tyrannie,
Qui droit sur l'écueil des forfaits
Ira jeter sa barque impie,
Sa barque impie.

A la tribune on vit, comme aux combats,
Toujours briller notre même courage.
Chargés de fers, menacés du trépas,
De nos tyrans nous braverions la rage.
S'il fallait pour la liberté,
Sacrifier nos biens, la vie,
Et sous son drapeau redouté
Mourir pour elle et la patrie,
Et la patrie.

 

 

 

 

francois-xavier-garneau
François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)

Standbeeld in Ville de Québec.

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Nederlandse dichter Bernard Wesseling (Amsterdam, 1978) woont en werkt als podiumdichter in Amsterdam. In 2004 won hij de VU poëzieprijs. Bernard Wesseling heeft met zijn debuutbundel Focus de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2007 gewonnen. Eerder verscheen van hem de roman De favoriet. Zie ook mijn blog van 3 april 2006.

 

 

Breng je helden om

Sta ze tegen een muur
op volgorde van grootte, goed en kwaad wat jij wil
blinddoek ze niet je moet ze recht in de kokkers zien
je gaat hier je bankroet teniet doen

goed
laat ze nog één keer:
– horloge en lucht controleren alsof er nog iets aankomt waar jij niet bij kan
– met de laars een peuk opsteken, de lege colt aaien
– een gitaar in de hens zetten
– dassen schikken, sikken strijken, kop in de nek gooien en bulderen
– iets ongekend bijdehands roepen dat je nog geen boterhamzak durft op te blazen
of iets Amerikaans met
Saiofuckinnara op het eind

beheersing, behéérsing-
richt. je. afgewogen. vuurwapen. en. vuur.
vuur!
vuur een zee
vuur met ogen dicht desnoods
vuur de engelen die ze komen halen ondersteboven
vuur de aarde rond en voel de kogels in je eigen rug terug

en kijk:
staande gebleven ben je zelf
ongenadig, rokend

vanaf de vlakte ziet er een omhoog naar je zwavelomzwachtelde bokkenpoten.

 

 

 

 

wesseling
Bernard Wesseling (Amsterdam, 1978)

 

15-06-09

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen


De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

 

Uit: Nog pas gisteren

 

“En ook de dood vreesde Riek.

Niet zoals de oude meneer was gestorven omdat hij oud en ziek was; en bij hem paste niets van verschrikking.

Maar op een keer was Roos de naaister zo maar ineens 's morgens dood. Haar man, de schrijver van het fabriekskantoor, kwam het vertellen aan papa en mama, hij hurkte neer.

‘Ja... zo... erg benauwd was zij... zo ineens...’, zei hij, en knikte een paar maal met zijn hoofd. En toen papa en mama verder vroegen, zei hij het nog eens, precies het zelfde.

Hij was een kleine stijve man, mager en gespierd, keurig gekleed; zijn ogen staarden recht en star voor zich uit, zonder enige uitdrukking.

Mama wond zich erg op. ‘Maar waarom heb je ons niet geroepen?... en... en... en... Oerip? of Mangoen? de wasman? die woont toch vlak naast je!’ Maar hij herhaalde alleen maar, ‘zo ineens... ja...’ Er zou een dokter moeten komen, maar de Hollandse dokter in de stad was al een tijdlang zelf ziek, en de Javaanse dokter juist die dag op reis. Papa en mama gingen wel kijken, maar Roos was dood, en moest begraven worden nog voor zonsondergang.

Op de trappen van de achtergalerij zaten 's middags Riek en de nichtjes en regen witte melatti's aan draden voor de begrafenis, dat had Oerip hen gewezen. Daarna was Oerip met mama naar de linnenkast gegaan, en even later kwam zij weer voorbij met een blok ongebleekt katoen in haar handen.

‘Voor Roos, om haar aan te kleden!’ fluisterde As-si gewichtig.

Riek keek haar aan. Roos in ongebleekt katoen! dat zo lelijk is en goor, met harde zwarte pukkeltjes, en dat muf ruikt!

‘En waarom niet in haar eigen batikkain en baadje? en haar onderlijfje met gouden pondjes?’

‘Mag niet’, zei Assi.

‘En haar ringen en oorknoppen en bloemen?’

‘Mag ook niet’, zei Assi.

Riek had ineens een hekel aan Assi, en reeg verder aan de slingers, zonder meer iets te zeggen. Het werden mooie lange witte bloemslingers, voor Roos.”

 

 

 

 

dermout
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

Met haar beide kinderen, Ettie en Hans, in 1912

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zijn opleiding kreeg hij aan de North Hunterdon High School nabij Clinton, New Jersey,. In 1983-84 bracht zijn familie een jaar door in Nepal en Sri Lanka. In zijn eerste twee romans verwerkte hij zijn ervaringen als soldaat. Hij ging in het leger toen hij 21 was en diende vier jaar, o.a. in Somalië in 1992-93 en in Haïti in 1994. De jaren die volgden op het leger bracht hij schrijvend en guitaar spelend door in het Noordamerikaanse folk circuit. In 2002 verscheen de roman The Ice Beneath You waarin een klein gedeelte van de verhalen die hij in die tijd schreef verwerkt is.

 

Uit: Voodoo Lounge

 

Dawn came with engines half, running the north side of Île de la Gonâve. The immense aircraft carrier Eisenhower stood a mile off their port quarter. The white hospital ship Comfort with the big red cross steamed closer and closing, a few points off the starboard quarter. It described an arc, the measure between the two bigger ships; a starting point and an ending.

Through the purple of sunrise she could see mountains now, misty gray-green jungle, glowing orange points of fire and black-blue plumes of smoke and cloud rising over it all. When they cleared Île de la Gonâve it was laid out in front of them, the inside of a crescent, green and shimmering, wind thick with salt and overripe fruit again, shades of charcoal and diesel and dung. And now, faintly, noise -- the sound of Haiti. A low thump with no steady rhythm, a deep-bass heartbeat working an invisible echo inside the bowl of the Port-au-Prince basin.

The kitchen private Cain crept up the catwalk to the bow with coffee in a canteen right before all this, right before the dawn. "Y'all kill 'em dead now, hear?" the skinny cook whispered, then scurried back to the house. Temple stowed the warm canteen then rolled to his side and pissed down into the open well-deck, sprinkling the tops of the unmanned trucks and Humvees lined up twenty feet below; their cargo, the port-opening package for 10th Mountain Division. Jersey, having thought this through, scrambled behind a mound of sandbags and, in the last moment before daylight made them visible to the bridge, pushed her pants down clear of hips and squatted over a Styrofoam cup. In one motion her left hand drew her BDUs back up while her right tossed the overfilled cup over the side.

"Nice," Temple said, packing his smiling jaw with a chew. "Be all you can be."

They heard Riddle's voice on the radio, asking the bridge if they were allowed to smoke yet.“

 

 

 

 

ChristianBauman
Christian Bauman
(
Easton, 15 juni 1970)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

 

 

Die Art wie Gedichte arbeiten

 

Die Art wie Gedichte arbeiten
indem sie glitzern
in allergrößter Beiläufigkeit
oder sich öffnen und
hypnotisch leuchten
oder wirklichkeitsfremd
sind die Welt schwierig finden
verfliegen
Die Art wie Gedichte arbeiten
gewöhnlich und fähig
sich selbst zu illustrieren
sich der Ferne zu nähern
so dass sie fern bleiben darf
Die Art wie Gedichte arbeiten
mit Aufenthaltserlaubnis
und Flugschein
ist dem Winter durch Leugnen
immer näher zu kommen
Letztlich ein vollkommener
Kreis um die Kälte
und dabei immer
ein wenig über ihr
wie eine Boeing
die noch nicht landen darf
aber dadurch für alle unten
sichtbarer wird
Die Art wie Gedichte arbeiten
um aufzufangen und die
dreißig Seiten die nie irgendwer
geschrieben hat
in sich aufnehmen
als Fracht die du in
den Händen hältst
in der du den Himmel erkennst
den Atemzug abpasst
der dich glücklich macht
Die Art wie Gedichte arbeiten
ist zufällig
mutwillig
und von gleißend heller
Selbstverständlichkeit

 

 

 

 

 

Scheuermann
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé)  werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

 

Uit: Quand j'étais montmartrois

 

"Ceux d'entre nous qui peignaient ne trouvaient, pour acheter leurs toiles, que des amateurs lésineurs ou bien des marchands en plein vent, qui leur offraient dix francs d'un paysage qu'on revendrait un jour vingt mille. Les écrivains devaient intriguer, jouer des coudes, pour parvenir à glisser un sonnet dans des revues insoupçonnées qu'eux seuls savaient découvrir chez quelque imprimeur famélique, et si, ayant besoin de manger, ils se risquaient dans la grande presse, on leur offrait deux sous la ligne pour rédiger des faits divers, ou bien on leur payait vingt francs un conte de deux colonnes, que le rédacteur en chef avait l'air de prendre avec des pincettes.

C'est un aveu qui me coûte, mais nos physionomies ne plaisaient guère aux gens en place. Ils nous trouvaient encombrants, insolents, arrivistes, ignorants, mal élevés, bref tout ce que les personnes d'un certain âge ont coutume de reprocher à leurs cadets. Pas un de nous, pas un seul, ne fut aidé par un aîné illustre -écrivain ou peintre arrivé- qui aurait pris le débutant par la main pour lui faciliter les premiers pas. Ce parrainage, sans doute, était passé de mode. Les hommes célèbres nous ignoraient résolument, et je crois que cela devait les distraire de nous voir nous débattre, rageurs et honteux, avec les marchands, les éditeurs, les directeurs, qui ne se lassaient pas de nous répondre "non" et multipliaient les embûches devant nous, comme si nous avions joué au jeu de l'oie."

 

 

 

 

Dorgelès
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)

 

 

 

 

 

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

 

 

Because of this Modest Style

 

It's how she spreads, without a sound, her scent

of orange blossom on the dark of me,

it is the way she shrouds in mourning black

her mother-of-pearl and ivory, the way

she wears the lace ruff at her throat, and how

she turns her face, quite voiceless, self-possessed,

because she takes the language straight to heart,

is thrifty with the words she speaks.

                                                          It's how

she is so reticent yet welcoming

when she comes out to face my panegyrics,

the way she says my name

mocking and mimicking, makes gentle fun,

yet she's aware that my unspoken drama

is really of the heart, though a little silly;

it's how, when night is deep and at its darkest,

we linger after dinner, vaguely talking

and her laughing smile grows fainter and then falls

gently on the tablecloth; it's the teasing way

she won't give me her arm and then allows

deep feeling to come with us when we walk out,

promenading on the hot colonial boulevard. . .

 

Because of this, your sighing, modest style

of love, I worship you, my faithful star

who like to cloud yourself about in mourning,

generous, hidden blossom; kindly

mellowness who have presided over

my thirty years with the self-denying singleness

a vase has, whose half-blown roses wreathe with scent

the headboard of a convalescent man;

cautious nurse, shy

serving maid, dear friend who trembles

with the trembling of a child when you revise

the reading that we share; apprehensive, always timid

guest at the feast I give; my ally,

humble dove that coos when it is morning

in a minor key, a key that's wholly yours.

 

May you be blessed, modest, magnificent;

you have possessed the highest summit of my heart,

you who are at once the artist

of lowly and most lofty things, who bear in your hands

my life as if it was your work of art!

 

O star and orange blossom, may you dwindle

gently rocked in an unwedded peace,

and may you fade out like a morning star

which the lightening greenness of a meadow darkens

or like a flower that finds transfiguration

on the blue west, as it might on a simple bed.

 

 

 

Vertaald door Michael Schmidt

 

 

 

 

 

Velarde
Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

 

 

 

 

 

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Hij schreef o.a. een driedelige geschiedenis van de Frans Canadese natie tussen 1845 en 1848. Het werk was een reactie op het Durham rapport waarin gepleit werd voor een assimilatie van het Franse Canada aan Engels Canada.

 

 

Au Canada (Fragment)

 

« Pourquoi mon âme est-elle triste? »

Ton ciel est pur et beau; tes montagnes sublimes

Élancent dans les airs leurs verdoyantes cimes;

Tes fleuves, tes vallons, tes lacs et tes côteaux

Sont faits pour un grand peuple, un peuple de héros.

A grands traits la nature a d'une main hardie

Tracé tous ces tableaux, oeuvres de son génie.

Et, sans doute, qu'aussi, par un dernier effort,

Elle y voulut placer un peuple libre et fort,

Qui pût, comme le pin, résister à l'orage,

Et dont le fier génie imitât son ouvrage.

Mais, hélas! le destin sur ces hommes naissants

A jeté son courroux et maudit leurs enfants.

Il veut qu'en leurs vallons, chassés comme la poudre,

Il ne reste rien d'eux qu'un tombeau dont la foudre

Aura brisé le nom que l'avenir, en vain,

Voudra lire en passant sur le bord du chemin.

De nous, de nos aïeux la cendre profanée

Servira d'aliment au souffle de Borée;

Nos noms seront perdus et nos chants en oubli,

Abîme où tout sera bientôt enseveli.

 

 

 

 

 

Francois-Xavier_Garneau
François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 15 juni 2007.

 

De Noorse schrijver
Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894.