15-09-17

Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

de rivier

uit al haar armen brandt de rivier onder de rotsen
en onder de kleine zon boven de bossen
spuwt naar tellurische wortels naar de staart van de wolk
en met gesperde muil dwars door deinende scherven zij zwermt
met grillige warmte over de wereld

de duisternis dicht bij haar buik buigen gulzige bloemen
en daar is een hol en een poel en het kraken en zoemen
van een paar draken in de avond niet veraf op een graf
staande een uil staart naar een glazen galg daar grof
gebouwde rotsen omringen de melodische afgrond

ach altijd en altijd hangen natte tongen aan de trieste bergen
gespleten tongen getande tongen en opgeblazen
ronkende tongen en in de dalen in de stenen en lemen cocons
academisch zingende mannen manmoedig wanhopig
zingende mannen en vrouwen vaag draperend de ruimte

maar een adder de lichtgeaderde rivier spartelt en
knaagt aan het wenende vlees van de wind
wat geeft dat klagen? sneeuw sneeuwt over vervaarlijke
en ook over bedaagde ogen en alles raakt los in de nacht
voort stromende argeloos tomeloos maar niet verlost
van de klagende nacht

 

 

lente-suite voor lilith

introductie:

als babies zijn de dichters niet genezen
van een eenzaam zoekend achterhoofd
velen hebben liefde uitgedoofd
om in duisternis haar licht te lezen

in duisternis is ieder even slecht
de buidel tederheid is spoedig leeg
alleen wat dichters brengen het te weeg
uit poelen worden lelies opgedregd

kappers slagers beterpraters
alles wat begraven is
godvergeten dovenetels laat es
aan uw zwarte vlekken merken dat het niet te laat is

wie wil stralen die moet branden
blijven branden als hij liefde meent
om in licht haar duisternis op handen
te dragen voor de hele goegemeent


1
o-o-oh
zo god van slanke lavendel te zien
en de beek koert naar de keel
en de keel is van de anemonen
is van de zee de monen zingende bovengekomen

kleine dokter jij drinkende huid van bezien
zie een mond met de torens luiden de tong
een wier van geluid de libbelen tillende klei

en jij
wassen jij klein en vingers in de la in de ven
lavendel in de lente love lied
laat zij geuren
pagodegeuren
lavendelgoden
geuren

 

 
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
Lucebert: Prinsenpaar, 1962

Lees meer...

15-09-16

Dolce far niente, Alfred Tomlinson, Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf

 

Dolce far niente

 

 
Gustavo Silva Nuñez poseert voor een door hem geschilderde zwemmer, 2015.

 

 

Swimming Chenango Lake

Winter will bar the swimmer soon.
   He reads the water’s autumnal hestitations
A wealth of ways: it is jarred,
    It is astir already despite its steadiness,
Where the first leaves at the first
    Tremor of the morning air have dropped
Anticipating him, launching their imprints
    Outwards in eccentric, overlapping circles.
There is a geometry of water, for this
    Squares off the clouds’ redundances
And sets them floating in a nether atmosphere
    All angles and elongations: every tree
Appears a cypress as it stretches there
    And every bush that shows the season,
A shaft of fire. It is a geometry and not
    A fantasia of distorting forms, but each
Liquid variation answerable to the theme
    It makes away from, plays before:
It is a consistency, the grain of the pulsating flow.
    But he has looked long enough, and now
Body must recall the eye to its dependence
    As he scissors the waterscape apart
And sways it to tatters. Its coldness
    Holding him to itself, he grants the grasp,
For to swim is also to take hold
    On water’s meaning, to move in its embrace
And to be, between grasp and grasping, free.
    He reaches in-and-through to that space
The body is heir to, making a where
    In water, a possession to be relinquished
Willingly at each stroke. The image he has torn
    Flows-to behind him, healing itself,
Lifting and lengthening, splayed like the feathers
    Down an immense wing whose darkening spread
Shadows his solitariness: alone, he is unnamed
    By this baptism, where only Chenango bears a name
In a lost language he begins to construe —
    A speech of densities and derisions, of half-
Replies to the questions his body must frame
    Frogwise across the all but penetrable element.
Human, he fronts it and, human, he draws back
    From the interior cold, the mercilessness
That yet shows a kind of mercy sustaining him.
    The last sun of the year is drying his skin
Above a surface a mere mosaic of tiny shatterings,
    Where a wind is unscaping all images in the flowing obsidian,
The going-elsewhere of ripples incessantly shaping.

 

 
Alfred Tomlinson (8 januari 1927 – 22 augustus 2015)
Stoke-on-Trent, Old Town Hall. Alfred Tomlinson werd geboren in Stoke-on-Trent.

Lees meer...

15-09-15

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal, Karl Philipp Moritz

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

gedicht

I
van vaste duisternissen ik laat mij een lied zingen
van hoe de mensen webben spinnen en sterven
van savonds versierde hyenaas en cocons in de ochtend
van zwaar slapen aanblazen en van de vraatzucht

II
hoe in de heldere natuur eender werken de dingen en wezens
bruisend zich rekken de takken en huilende vallen de stenen
een denkende mier of een denkende ster en een slang
zacht vertrekt uit zijn zwangere staart als de beken
uit hun drabbig foedraal zoals de leliën ook en
van verdriet of van vrede blauw zijn de bloemende bergen

III
altijd en overal anders zijn de mensen want anders
dragen zij de aarde: vaak door de slaafse spreekbuis
hinkend zij dragen de aarde of vallend van de statietrap
zij torsen de aarde maar nooit en te nimmer zij nemen
de aarde aan als een wind in ’t gezicht in het web

IV
door donkerte nader zij komen met allen en alles
en daar gelijk is het oor aan de mond het hoofd aan het hart
aan alles aan allen gelijk het licht zij vloeien het toe

 

 
Lucebert, Het geschenk, 1986

 

V
maar daaraan terstond zij maken bodemloze fotoos van de almacht
als was de nacht hun moeder niet de avond niet hun vader
zij steken de zon in de mond verorberen de wolken
zij beduimlen de bliksem met hun smeulende tongen
en bootsen de maan na met hun pluimstrijkende ogen
of gaan wonen in hoge wisselstromen onttronend de diepte

VI
spook en talisman zij trouwen en bouwen hun huizen daarom
maar buiten zij breken graag de glazen derwisch van het water
en gehaast zij plukken de magnetische springveren
die van het vuur en de maandragende paarden der zee
blazen zij op en het steen het steen zij besmetten het met
rokende rivieren of sluizen en aldus ook hun mummies
zij sluimren of mijmren niet maar zij stomen zij bonzen

VII
oh de moede man die de sleutels der dubbelzinnigheid smolt
of wegwierp dat hij staat voor de zo vaak vertoonde kasten en laden
die zo gehoond gelijk zij geloofd zijn dat hij er staat en vraagt
naar een deur om daar door te gaan

VIII
zie dan voor zijn vetgemeste spiegel wil hij vliegen en zweven
hoor dan door zijn mulle microfonen wil hij van vrede lachen en zingen
deze die eens de sleutels der dubbelzinnigheid smeedde
hem opent geen vrede

 

 
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)

Lees meer...

15-09-14

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

Vrede is eten met muziek

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftienmaal kauwt
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik

Vrede is goed eten met goede muziek
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel

Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten
Wie danst houdt rekening met andere dansers
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert maar die deelt
Met overig disgenoten.

 

 
Lucebert, En zij wendden zich af van het kruis, 1985

 

 

Van de econoom

onverschrokken bij braindrain de schoonprater
springt van nest naar vogel en blijft opgetogen
in de spaghetti van glossolalie lepelen

bepaalde aspecten moeten worden meegenomen
als je niet bepaalde effecten voorkomt
maar kunnen ook blijven liggen als vorm van antwoord
zoals de schepping ook is bepaald die met mensen in de supermarkt
al te toevallige offers heeft afgewend daar komen we onszelf tegen
in de ethiek van het economisch leven

zorgvuldig produceren en consumeren
er is een omslag ontstaan in de omgang
een kwestie van gewenning
invulling van verantwoordelijkheden meer vulsel
dat uitspruit tot vullus
toegevoegde waarde
strijkstok van strijkages

 

 
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
Lucebert, verkleed als Keizer der Vijftigers, 1954

Lees meer...

15-09-13

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

 

Over schilders IV

 

het atelier staat wijd open
maar eerst worden van licht de tere benen
gebroken voordat de bezoeker zo kan staan
als de schilder zijn bezoeker droomt

maar vaak is de bezoeker in het atelier
een haan met haar en veel
zitvlees met stemverheffing
geen schilderij kan hem aan

soms ook komt als op kousevoeten
de beschouwende bezoeker die diep in gedachten
wat mee- nee wat napenseelt
omdat juist die kompositie die kleur niet past
bij zijn kiekeboe-museumcarrière of kamer
bij zijn kiekeboe-ega of zijn kiekeboe-kantoor

al die gasten waren toch gewaarschuwd
op het palet blijft het eeuwig een smeerboel
parasieten beulen zelfs de koddebeier van 't heelal
alles roert in de verf fervent en met verve

et la belle peinture o la la dat is het móóie schilderen
dat is uit de knieën van geknielde spuiten tranen
omdat zij zich schamen voor het bloed dat niet is te stuiten

 

 

 

 

Lucebert, Orpheus en de dieren, 1952

 

 

 

kleine strateeg

 

de kleine zonnetafel was immens
waaraan ik als kind mijn dromen speelde
de bergen hier de dalen daar
en het gevaar daartussen met zijn woeste baard

alles was toen geel onder gelukkige ogen
geen schaduw werd er ingedeeld
zelfs de despoot bleef onbewogen en in stilte
aan de altijd zingende slaven uitgespeeld

 

 

 

Slaap

 

De oude wind beweent met as de gouden zee
daarop traag en treurend drijft de dag weg
het sterft het streng en trouw gesprek en een zucht
verheft zich tussen de donkere doornen
wit schichtig de tred van de maan

In de diepte en onder zwijgzaamheid
trekken toekomstige handen naar
het werk aan waters en aan de wortel.

In wolken echter rusten
nu overbodige ogen uit
hun ijle vleugels sluiten alom
in het sterstijve licht.

 

 

 

 

Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)

Lees meer...

15-09-12

Jan Slauerhoff, Lucebert, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

 

De laatste herfst

 

Ver stond de strakke lucht
Als een grijszijden scherm
Gespannen voor de dood.
Aan deze zijde een vlucht
Vogelen met gekerm,
Onze hoofden over, vlood.

De grond bekroop wat groen.
Schril staken stengels riet.
De wereld stond ontbladerd
Uitstervend in seizoen,
Dat zon voorgoed verliet,
Weer tot de maan genaderd.
Wij vonden nog een zoen.
Ergens zijn wij ons toen
Ontweken of genaderd?

 

 

 

 

Eenzaamheidsverlangen

 

Ik wilde alleen zijn met mijn droefenis
En ik verborg mij in 't gewoekerd gras.
Maar tevergeefs: mijn droefenis verried mij,
Mijn smartkreet overstemt de roep der vogels.
Waarom kan men niet lijden ongehoord
En ongezien, terwijl men toch alleen,
Alleen de lange levensweg moet gaan,
En toch nooit eenzaam leven kan: altijd
Zijn broeders, zusters, zonen, dochters, ouders
Aanwezig en bewijzen zorg en aandacht.
Ontvlucht men in de tempel, dan moet men
Voorouders aandacht wijden, offers brengen,
Om door demonen niet omringd te worden.
Ach, alles, eer en welstand, wilde ik offren
Om met mijn droefenis alleen te zijn.

 

 


 

De wijze

 

Mijn huis is vuil, mijn kinderen, talrijk, krijsen.
De varkens wroeten ronkend in de hof.
Maar bergen, blauw en ver verheven, eisen
Mijn aandacht op, die stijgt uit stank en stof.

 

 

 

 

Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

Lees meer...

15-09-11

Jan Slauerhoff, Lucebert, Chimamanda Ngozi Adichie, Orhan Kemal

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

 

De zee

 

De zee, het enige leven dat strekt
Van begin tot einde
- Terwijl alle andre, voor kort gewekt,
Gedwee en weerloos verdwijnen -
Geeft in eeuwige breking
De grote, zachte verzekering
Dat, wanneer allen versterven, verstijven,
Zij bevallig zal blijven.

En als ik ga gehaast,
Genaderd en genaast
Door de jagende dood,
Hoor ik de troost
Van 't eendre golfgeruis,
Dat is als het vermengd gejuich
Van al haar schipbreuklingen, al haar meeuwen,
Aanbreken over de eeuwen,
Die mij verzwijgen en verteren.

Zij heeft geen andre vormen
Dan de borsten van haar golven,
En geen andre woorden dan de volle
Koren van haar branding en haar stormen.
Maar sidderend belijdt
Elk leven, hoe verfijnd
En schoon 't in 't licht verschijnt,
De wankele kortstondigheid
Van zijn bekoorlijkheid
Voor de geweldige eentonigheid van 't grootse
En de onsterflijke lieflijkheid van 't doodse.

 

 

 

Sterrenkind

 

Een sterrennacht op de wereld geworpen,
In sneeuw begraven door de wind,
Houthakkers brachten naar hun verre dorpen
Als een gevonden schat het sterrenkind.

Zij dachten hun vrouwen gelukkig te maken
Omdat zijn mantel van zilver was,
Maar zij moesten hem voeden en bij hem waken
Als was hij een kind van hun eigen ras.

De mantel konden zij niet verkopen,
Geen zilversmid geloofde er aan;
De pope wou de vondeling niet dopen,
Dat heidenkind gevallen van de maan.

Geen timmerman wilde hem laten werken,
Die tere prins, wat had men er aan?
De kosters joegen hem uit hun kerken,
Het heidenkind dat peinzend stil bleef staan.

En op een nacht is hij weer verdwenen;
Het dorp telde vele kindren minder,
Terwijl opeens veel meer sterren schenen.
Het was zeven jaar geleden. En weer winter.



 

Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

Lees meer...

14-07-11

Arthur Laurents, Owen Wister, Béatrix Beck, Willard Motley, Joshua Ferris, Chimamanda Ngozi Adichie

 

De Amerikaanse schrijver, scenarioschrijver en regisseur Arthur Laurents is geboren in New York op 14 Juli 1918. Zie ook mijn blog van 14 juli 2007 en ook mijn blog van 14 juli 2009 en ook mijn blog van 14 juli 2010. Arthur Laurents is op 5 mei jongstleden op de leeftijd van 94 jaar overleden.

 

Uit: West Side Story

 

“SNOWBOY: What about the day we clobbered the Emeralds?
A-RAB: Which we couldn't have done without Tony.
BABY JOHN: He saved my ever-lovin' neck!
RIFF: Right! He's always come through for us and he will now.

(sings)
When you're a Jet,
You're a Jet all the way
From your first cigarette
To your last dyin' day.

When you're a Jet,
If the spit hits the fan,
You got brothers around,
You're a family man!

You're never alone,
You're never disconnected!
You're home with your own:
When company's expected,
You're well protected!

Then you are set
With a capital J,
Which you'll never forget
Till they cart you away.
When you're a Jet,
You stay a Jet!

(spoken) I know Tony like I know me. I guarantee you can count him in.

ACTION: In, out, let's get crackin'.
A-RAB: Where you gonna find Bernardo?
RIFF: At the dance tonight at the gym.
BIG DEAL: But the gym's neutral territory.
RIFF: (innocently) I'm gonna make nice there! I'm only gonna challenge him.”

 

 

Arthur Laurents (14 juli 1918 - 5 mei 2011)

Lees meer...

15-09-10

Chimamanda Ngozi Adichie

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu.
Chimamandas moedertaal is Igbo, hun familie stamt uit Abba in de staat Anambra. Haar vader was de eerste hoogleraar statistiek in haar land. Ze werd geboren als vijfde van zes kinderen en groeide op in Nsukka, ook in een huis dat ooit bewoond werd door Chinua Achebe. Na haar afstuderen begon ze een studie in Nigeria, maar al snel ging zij, 19 jaar oud, naar de Verenigde Staten. In 2001 studeerde ze summa cum laude af in communicatie- en politieke wetenschappen.Haar romans zijn in meerdere talen vertaald, waaronder Duits, Spaans, Nederlands. Zij woont afwisselend in Nigeria en in de VS.

 

Uit: Half of a Yellow Sun

 

„Master was a little crazy; he had spent too many years reading books overseas, talked to himself in his office, did not always return greetings, and had too much hair. Ugwu's aunty said this in a low voice as they walked on the path. "But he is a good man," she added. "And as long as you work well, you will eat well. You will even eat meat every day." She stopped to spit; the saliva left her mouth with a sucking sound and landed on the grass.

Ugwu did not believe that anybody, not even this master he was going to live with, ate meat every day. He did not disagree with his aunty, though, because he was too choked with expectation, too busy imagining his new life away from the village. They had been walking for a while now, since they got off the lorry at the motor park, and the afternoon sun burned the back of his neck. But he did not mind. He was prepared to walk hours more in even hotter sun. He had never seen anything like the streets that appeared after they went past the university gates, streets so smooth and tarred that he itched to lay his cheek down on them. He would never be able to describe to his sister Anulika how the bungalows here were painted the color of the sky and sat side by side like polite well-dressed men, how the hedges separating them were trimmed so flat on top that they looked like tables wrapped with leaves.

His aunty walked faster, her slippers making slap-slap sounds that echoed in the silent street. Ugwu wondered if she, too, could feel the coal tar getting hotter underneath, through her thin soles. They went past a sign, ODIM STREET, and Ugwu mouthed street, as he did whenever he saw an English word that was not too long. He smelled something sweet, heady, as they walked into a compound, and was sure it came from the white flowers clustered on the bushes at the entrance. The bushes were shaped like slender hills. The lawn glistened. Butterflies hovered above.“

 

 


Chimamanda
Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

12:44 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chimamanda ngozi adichie, romenu |  Facebook |