31-07-16

Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade, Joanne Rowling, Alain Nadaud, Primo Levi, Daniel Bielenstein

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: Roads to Santiago (Vertaald door Ina Rilke)

“The television screen in the lounge is showing blurred, shadowy images from the real world, but hardly anyone is watching. The passengers are postponing the moment of going to sleep, they hang around on the decks, drink until the bars shut. Then the very last, carousing song dies away and all you can hear is the slap of the waves against the hull.
The lone traveller goes to his cabin and lies down on the small iron bunk. He wakes up a few times in the night and looks out through the porthole. The vast surface of water sways in a slow, glistening dance. There is mystery and danger in the immense and silent element as it lies there with only the sluggish undertow disclosing that so much goes on hidden in the deep. The ivory chip of moon appears and disappears in the satin waves, it is at the same time sensual and frightening. The traveller is a city-dweller, unaccustomed to that vast and speechless sea of which his world now suddenly consists. He draws the skimpy curtain across the porthole and switches on a toy lamp by the bed. A wardrobe, a chair, a table. A water carafe in a nickel bracket attached to the steel bulkhead, a glass upturned over the neck. A towel marked Compania Mediterranea which he will take with him tomorrow, along with the tumbler decorated with the flag of the shipping company. He already has quite a number of these towels and glasses, for he has made many such crossings.
Gradually he surrenders to the roll of the ship, pitching in her mighty mother's dance and he knows what it will be like. In the course of the night he will really fall asleep at last, then the first light of day will stream in through the unavailing curtain, he will go up on deck and stand with the other bleary-eyed passengers to see the city slowly approaching--looking improbably lovely in the early sun which will cast a light, golden, impressionistic veil over the horror of gasworks and smog, so that it will seem for a moment as if we are heading towards a hazy, gilded paradise instead of the uncharitable buffers of an industrial metropolis.
The ship glides into the stone welcome of the harbour. She is dwarfed by the towering cranes. The swell has ceased, this water is no longer part of the sea, and on board too the communal spirit has gone. Everyone is wrapped up in his own affairs, in the expectation of what is to come. Down in the cabins the stewards are stripping the bunks and counting the number of towels missing. On the dockside it is already hot.“

 

 
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

Bewaren

Lees meer...

15-05-16

Albert Verwey, Arthur Schnitzler, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

Noach's duif

Ik rustte in 't holle van een golf, ik plooide
Mijn vleugels en ik deinde: ik wist niet meer
Bewoog ik mee omhoog of mee omneer
En of mij links of rechts mijn schomling gooide.

Er was gedroppel dat zich op mij strooide,
Er was een hemel en een hemels weer,
En ik genoot en leefde in iedre veer,
Verheugd omdat zo schoon heelal mij kooide.

Toch wiekte ik traag en wendde en naar mijn ark
Richtte ik de koers: van boom op hoge heuvel
Plukte ik een twijg en gaf me aan 't venster in.

En mensen, beesten, met vervreugden zin,
Haastten weer uit met mij naar 't vorig euvel:
Het godverlaten, schendig aardepark.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

9
Men kàn geen vlammen als een gouden vloed
Uit éen vaas gieten in een andre vaas:
Daarbinnen branden ze en een bevend waas
Gloeit door het hulsel heen met halven gloed.

Open het nooit – het is zoo schoon, en ’t moet
Zó schoon zijn, blijvend in die zelfde plaats:
Die vlam zal niemand zien: zij zal, helaas!
Zichzelf verteren daar haar niemand voedt.

Brand niet zoo luid, mijn ziel! waaróm zoo luid?
Gij weet toch, dat ge alleen en stil moet zijn;
En veel begrijpen, daar me’ ú nièt verstaat;

Gloed bréngt geen gloed voort, ziel! úw gloed vergaat
Weldra, die grote, en zie, een schone schijn
Is om u, maar die ook dooft aanstonds uit.

 

 

Orfeus

Had Orfeus niet Eurydice gedood
Door zelf te hunkren naar haar levende ogen,
Voor eeuwig had hij haar in ’t licht gevoerd.

Nu stond hij wenend waar zich de afgrond sloot
En had voorgoed zich aan zijn arm onttogen
Wie hij zo vast zich dacht aan ’t hart gesnoerd.

Nu bleef zijn hunkren als een open wond
En ’t lied van nederwaarts gericht verlangen
Zwaar en verzadigd als een boom die treurt,

Terwijl die Andre opnieuw de cirkling bond
Waaruit alleen de opvaart van zijn gezangen
Haar – voor hoe kort, helaas! – had losgescheurd.

 

 
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Albert Verwey en Stefan George door Jan Toorop, 1901

Lees meer...

31-07-15

Dolce far niente, Henry Lawson, Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade

 

Dolce far niente

 

 
Gleaming Waters door Henry Scott Tuke, 1910

 

 

The Days When We Went Swimming

The breezes waved the silver grass,
Waist-high along the siding,
And to the creek we ne'er could pass
Three boys on bare-back riding;
Beneath the sheoaks in the bend
The waterhole was brimming -
Do you remember yet, old friend,
The times we 'went in swimming'?

The days we 'played the wag' from school -
Joys shared - and paid for singly -
The air was hot, the water cool -
And naked boys are kingly!
With mud for soap the sun to dry -
A well planned lie to stay us,
And dust well rubbed on neck and face
Lest cleanliness betray us.

And you'll remember farmer Kutz -
Though scarcely for his bounty -
He leased a forty-acre block,
And thought he owned the county;
A farmer of the old world school,
That grew men hard and grim in,
He drew his water from the pool
That we preferred to swim in.

And do you mind when down the creek
His angry way he wended,
A green-hide cartwhip in his hand
For our young backs intended?
Three naked boys upon the sand -
Half buried and half sunning -
Three startled boys without their clothes
Across the paddocks running.

 

 
Henry Lawson (17 juni 1867 – 2 september 1922)
Als 14-jarige in 1881

Lees meer...

31-07-14

Dolce far niente, Israël Querido , Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade

 

Dolce far niente

 


Brug over de Egelantiersgracht in de Jordaan

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

“Als het reuzen-gezin maar bijéén bleef, en als er maar geen vreemde den protserigen neus tusschen drong.
In het winteravondlijke walmrood der lantaarns waren zij heerschers van de donkere, enge straten en grachtjes, waar iedere kei van hún leek. Dan was er vrij messengevecht en meidenspel; dan werd er in het half-duister gewelddadigheid uitgewrokt op zwakker vrouwen-lichamen, waarvoor ze bij klaarlichten dag later schuw de oogen knipperden. Dan werd er gedobbeld in de gangen, waar nooit een vreemde tronie zich vertoonde; achter karren op de rottende straat; dan werd er gevrijd en gedronken, maar alles, als één schrikwekkende bende, smart en schande, begeweld-dadiging en oneer, ramp en vervloekenis van elkaar duldend en overnemend, zonder ooit er politie in te moeien. Want ze verafschuwden politie-mannen als indringers en verbrekers van onbewust éénheids-gevoel.
Ze waren van één ras, één klasse, door éénzelfde levensgolf rondgezwabberd, naar vóór gestooten, naar achteren gekanteld, op één plek grond. -
Daarom konden ze elkaar bestelen in nuchterheid of dronkenschap, nooit mocht een ánder ze striemen of afstraffen, dan de buurtgenooten zelf. - Ze leefden op elkaar, als menschen in een zwaar gedrang. Ze lazen malkander de misdaden en de deugden uit de oogen. Heel vroeg al hun bed uit, pakten ze hun negotie aan of bezwermden de fabrieken. Maar van venttochten, van fabrieken of werkplaatsen terug,.... het veiligst en gelukkigst voelden ze zich eerst in hun Jordaan, voor de open deur, op stoepen, houten leuning-trappen, tusschen het gewoel der menschen, tegenover bekende tronies uit steeg-slurven en walmende dwarsstraatjes. Het gelukkigst bij hun vischhengel, duiven, blompotten, kanaries; bij hun jak-wijven en vooral bij hun tapperijen. De hooge buik-bruggetjes tusschen de dwarsstraten in, bezwierden ze met veel grooter gemak en bevalligheid dan de niet-buurtgenooten, en markten-slentering leek hun heerlijker dan de schoonste buitenwandeling. In wilde ruzie waren ze gegroeid; zonder ruzie leek hun het bestaan traag en saai.”

 

 
Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

Lees meer...

31-07-13

Israël Querido , 80 Jaar Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling

 

Dolce far niente

 

 

 


De Jordaan, Lijnbaansgracht, richting Tichelstraat

 

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

 

“Ze zworen bij hun buurt, hun markten en winkels, hun halletjes, hun venters en herbergen, hun straten en walm, hun dobbel-gangen en krotten. - De vischvrouwen konkelden met de koffiebazen. De koffiebazen met de groente-sjachers; de fabrieks-meiden met de pelsters, baksters, en die allen weer met den grutter, melkman, loodgieter, stoelenmaker en zoo den heelen Jordaan rond. Eén geweldige menschenklis van duizenden en duizenden gezinnen bijééngeperst, boven, achter, voor, tegenover elkaar, omwemeld van kinderen en weer kinderen. - De gezinnen van een-twee-en driehoog-vóór, en de gezinnen van een-twee-en driehoog-áchter, kenden elkaars leven, handel en wandel tot in de kleinste kleinigheid. In de vuile en nauwe stank-gangetjes der verdiepingen, waar man en vrouw openlijk hun gevoeg loosden in stilletjes en emmers, bestond geen schaamte meer voor elkaars gedoe. In beestelijke onverschilligheid leefden ze hun instincten rauw en hittig uit, ongedekt voor een ieder die hen waar wou nemen. Op hitsige dagen barstten er eerst bommen los, gooiden ze elkaar de gruwelijkste en gemeenste beschuldigingen naar den kop. Dan vunsde er een boek open over zondige hoererij, schanddaden en verwrongen laagheden. O! ze kenden allen zoo van nabij, den donkeren gloed van het bloed, de koude flikkering van het mes, den fonkel van den borrel. - De walmende straat, met haar gootvuil en stinkende keien, de open vrije straat met haar kelders en krotten, haar gewoel, kindergeschreeuw en honden-geblaf, met haar kleurige stalletjes, haar riekende, uitdampende eetwaren, haar kar-geratel, haar buitenzittende en hurkende vrouwen en kerels, - die open straat was hun gerecht, daár leefde eerst wijd-uit in rondwortelende woeling, het groote, krioelende menschen-gezin: de Jordaan. Daar verslonden ze elkaars hevigste hartstochten en begeerten; elkaars kleinzieligste, grilligste buitensporigheden en nietigste amusementen. Huiselijk leven van gezinnetje op gezinnetje, met afgesloten muurtjes, waar de nieuwsgierige en dierlijke leefdriftigheid van de hunkerende massa geen bres doorheen kon schieten, verlangden ze niet. Ze hadden hun tooneels en bals, voordrachts-kroegen en zang-café's, hun bioscopen, ‘bibberfotegrefies,’ en gramophoon-muziek; ze hadden de dans-holen en kelders van Zeedijk, Ridderstraat tot Haarlemmerdijk; hun orgels op Maandag, alle straten door, den heelen dag achterna-geslenterd. Ze hadden in het liederlijke en in het klein-burger-fatsoenlijke, het wellustigste en het betamelijkste genot. In elkaars bijzijn konden ze eerst ademen, dollen, bluffen, om elkaars woorden en daden vechten, bij elkander zuipen en sjacheren; onder elkaar bruiloften en hoereeren.”

 

 

 

 

Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

Bewaren

Lees meer...

31-07-12

Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling, Primo Levi

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

Uit: Roads to Santiago (Vertaald door Ina Rilke)

 

„Spain is brutish, anarchic, egocentric, cruel. Spain is prepared to face disaster on a whim, she is chaotic, dreamy, irrational. Spain conquered the world and then did not know what to do with it, she harks back to her Medieval, Arab, Jewish and Christian past and sits there impassively like a continent that is appended to Europe and yet is not Europe, with her obdurate towns studding those limitless empty landscapes. Those who know only the beaten track do not know Spain. Those who have not roamed the labyrinthine complexity of her history do not know what they are travelling through. It is the love of a lifetime, the amazement is never-ending.

From the ship's rail I watch the dusk settle over the island where I have spent the summer. The approaching night steals into the hills, everything darkens; one by one the tall neon street-lamps come on to illuminate the quay with that dead white glow which is as much a part of the Mediterranean night as the moon. Arrival and departure. For years now I have been crossing to and fro between the Spanish mainland and the islands. The white ships are somewhat bigger than they used to be, but the ritual is unchanged. The quay full of white-uniformed sailors, kinsfolk and lovers come to wave goodbye, the deck crowded with departing holiday-makers, soldiers, children, grandmothers. The gangplank has already been raised, the ship's whistle will give one final farewell that will resound across the harbour and the city will echo the sound: the same, but weaker. Between the high deck and the quay below a last tenuous link, rolls of toilet paper. The beginnings flutter on the quay; up at the rail, the rolls will unwind slowly as the ship moves away, until the final, most fragile link with those staying behind is broken and the diaphanous paper garlands drown in the black water.

There is still some shouting, cries wafting back, but it is already impossible to tell who is calling out and what their messages signify. We sail out through the long narrow harbour, past the lighthouse and the last buoy -- and then the island becomes a dusky shadow within the shadow that is night itself. There is no going back now, we belong to the ship. Guitars and clapping on the afterdeck, people are singing, drinking, the deck passengers are settling down for a long night in their steamer chairs, the dinner bell rings, white-jacketed waiters cross and recross the antique dining room under the earnest regard of the king of Spain.“

 

 

Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

Santiago de Compostella

Lees meer...

31-07-11

Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook mijn blog van 31 juli 2010 en eveneens alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

 

Zoals regen...

 

zoals regen zoekt een natuurlijk versmelten
en planten hun aarde ten zeerste bevroeden

zo drijvend op een lange zijden zeewind
blies jij in mijn gebied je oevers, mistiger,
heb jij verdriet voortdurend op mij ingesproken
zoals ook regen steeds zoekt een natuurlijk versmelten.

en groeit nu dit bitter stromen rustiger, zijns ondanks, en
opgesierd met vreemde dingen van het maanspel -
het blijft mijn grondwater van dagelijks versterven
en jij en ik is dood en verder machteloos.

 

 

 

Romantische herfst

 

schimmig vanavond jaagt die mist de velden
de maan sluipt terug in dodelijke bomen

nu is de grote rafelaar gekomen
een herfst een doodgaan een gekwelde smeekstem
hoor... ademend beweegt de aarde van heimwee
om mensen te bezetten met een adem van verdriet
om koeien zwaar en zwijgend in zich vast te zetten
als schepen, vastgegroeid aan het lichaam van de zee
of de dood, levend aan het gezicht van de mensen,
mééademend, méésprekend.

 

 

 

Iets

 

Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen

en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.

En ook verder kunnen ze niets.

 

 

Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

Lees meer...

31-07-10

Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling, Daniel Bielenstein, Ahmad Akbarpour, Hans-Eckardt Wenzel, Primo Levi, Alain Nadaud, Triztán Vindtorn, Ahmed Zitouni, Munshi Premchand, Peter Rosegger

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 31e juli mijn blog bij seniorennet.be 

  

Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling, Daniel Bielenstein

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 31e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag.

 

Ahmad Akbarpour, Hans-Eckardt Wenzel, Primo Levi, Alain Nadaud

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 31e juli ook bij seniorennet.be mijn tweede  blog van vandaag.

 

Triztán Vindtorn, Ahmed Zitouni, Munshi Premchand, Peter Rosegger

 

26-04-10

Gouden Uil, Cees Nooteboom, Bernard Malamud, Hannelies Taschau, Hertha Kräftner, Vicente Aleixandre


Gouden Uil 2010

 

De Nederlandese dichter en schrijver Cees Nooteboom is met zijn verhalenbundel 's Nachts komen de vossen” winnaar van de Gouden Uil Literatuurprijs 2010. Zie ook mijn blog van 31 juli 2006 en ook mijn blog van 31 juli 2007 en  mijn blog van 31 juli 2008 en mijn blog van 31 juli 2009.

 

Uit: 's Nachts komen de vossen

 

“Wij lakeien met uitwisbare namen

 

Hij en ik, want over mezelf zal ik ook iets moeten zeggen, en daar hou ik niet zo van, nog steeds niet. Na verloop van tijd kom je achter het een en ander omtrent jezelf, dat je ook het liefst voor jezelf zou willen houden. Het lukt niet, maar het is de droom: met je kleine, onbetekenende geheim verdwijnen en de deur achter je dichttrekken. Opdracht vervuld, wat die dan ook was. Leven, als iemand me kan zeggen wat de bedoeling is? Ik weet allang niet meer wat mensen zijn, maar hoe dan ook waren de laatste duizend jaar een enorme striptease voor de soort. Uit het zonnestelsel gesmeten, de aarde naar een achterbuurt van de melkweg verbannen, hersenfuncties zo onbetamelijk gegroeid dat we alles weten van wat we niet weten, God en zijn handlangers gestorven en wij lakeien met uitwisbare namen in dienst van onzichtbare deeltjes, bezig ons enige erfgoed te verkwanselen of te vernietigen terwijl we daarbij in de spiegel kijken. Dat klinkt natuurlijk als de afdeling bombast, dus ik hou me aanbevolen voor een prettiger theorie. Maar hoe dan ook, ik heb er vrede mee. Voorlopig dan.”

 

 

 

 

cees-nooteboom
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Uit: The Natural

 

Roy Hobbes pawed at the glass before thinking to prick a match with his thumbnail and hold the spurting flame in his cupped palm close to the lower berth window, but by then he had figured it was a tunnel they were passing through and was no longer surprised at the bright sight of himself holding a yellow light over his head, peering back in. As the train yanked its long tail out of the thundering tunnel, the kneeling reflection dissolved and he felt a splurge of freedom at the view of the moon-hazed Western hills bulked against night broken by sprays of summer lightning, although the season was early spring. Lying back, elbowed up on his long side, sleepless still despite the lulling train, he watched the land flowing and waited with suppressed expectancy for a sight of the Mississippi, a thousand miles away.

Having no timepiece he appraised the night and decided it was moving toward dawn. As he was looking, there flowed along this bone-white farmhouse with sagging skeletal porch, alone in untold miles of moonlight, and before it this white-faced, long-boned boy whipped with train-whistle yowl a glowing ball to someone hidden under a dark oak, who shot it back without thought, and the kid once more wound and returned. Roy shut his eyes to the sight because if it wasn't real it was a way he sometimes had of observing himself, just as in this dream he could never shake off--that had hours ago waked him out of sound sleep--of him standing at night in a strange field with a golden baseball in his palm that all the time grew heavier as he sweated to settle whether to hold on or fling it away. But when he had madehis decision it was too heavy to lift or let fall (who wanted a hole that deep?) so he changed his mind to keep it and the thing grew fluffy light, a white rose breaking out of its hide, and all but soared off by itself, but he had already sworn to hang on forever.

As dawn tilted the night, a gust of windblown rain blinded him--no, there was a window--but the sliding drops made him thirsty and from thirst sprang hunger. He reached into the hammock for his underwear to be first at breakfast in the dining car and make his blunders of ordering and eating more or less in private, since it was doubtful Sam would be up to tell him what to do.“

 

 

 

Malamud
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Hannelies Taschau werd geboren op 26 april 1937 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

 

Angriff

 

Es kann bekanntlich auch aus dem

Nichts etwas kommen

Ein wenig bewusstlos müde vom

Rodeln Kafka im Schnee Am Abend

auf einem Weg auf dem er auch noch

dauernd ausgleitet

Dann träumt er von Waffen dringt

aber nie zu ihnen vor weil er Freude

an ihrem Gebrauch nicht kennt

Kurzes Glucksen einer ungeheuer

schweren Winteramsel

Den Tag hätte er gern zurück

 

 

 

 

Hölderlin und wir

 

Es war so schön am Vermeidbaren

zu leiden Er liebte Efeu über alles

das hol ich ihm jetzt Ich weiß eine

Stelle wie Strickleitern hängt es

vom Himmel

In die abgestandene Vase unter

seinem Scherenschnitt dann Musik

und hadern Gibt es Schlimmeres

als nirgendwo zu Hause zu sein

Oh dieses Hadern er bekam nicht

genug davon

Dass man auf eine bestimmte

Berührung ein Leben lang warten

kann Oh diese Bitterkeit auf die

wir keine Rücksicht nehmen

 

 

 

 

Taschau
Hannelies Taschau (Hamburg, 26 april 1937)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Hertha Kräftner werd geboren op 26 april 1928 in Wenen. Zie ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

 

Dorfabend

 

Beim weißen Oleander
begruben sie das Kind
und horchten miteinander,
ob nicht der falsche Wind
den Nachbarn schon erzähle,
daß es ein wenig schrie,
eh seine ungetaufte Seele,
im Halstuch der Marie
erwürgt, zum Himmel floh.
Es roch nach Oleander,
nach Erde und nach Stroh;
sie horchten miteinander,
ob nicht der Wind verriete,
daß sie dem toten Knaben
noch eine weiße Margerite
ans blaue Hälschen gaben …
Sie hörten aber nur
das Rad des Dorfgendarmen,
der pfeifend heimwärts fuhr.
Dann seufzte im Vorübergehn
am Zaun die alte Magdalen:
«Gott hab mit uns Erbarmen.»

 

 

 

 

Kräftner
Hertha Kräftner
(26 april 1928 – 13 november 1951)

 

 

 

 

De Spaanse dichter Vincente Aleixandre (eig. Vicente Pío Marcelino Cirilo Aleixandre y Merlo) werd geboren op 26 april 1898 in Sevilla. Zie ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009.

  

Sois confiant

 

Le comprends-tu ? Tu as compris.
Tu recommences ? Et tu recommences encore.
Assieds-toi. Ne regarde pas en arrière. En avant !
En avant. Lève-toi. Un peu plus. C’est la vie.
C’est le chemin. Tu as le front couvert de sueurs, d’épines, de poussière d’amertume, sans amour, sans lendemain ?...
Continue, continue à monter. Tu y es presque. Oh, comme tu es jeune.
Comme tu es jeune, super jeune, un nouveau-né. Quel ignorant.
Entre tes cheveux gris qui tombent sur ton front brillent tes clairs yeux bleus,
tes lents yeux purs, restés là sous un certain voile.
Oh, n’hésite pas et relève-toi. Relève-toi encore. Que veux-tu ?
Prends ton bâton de frêne blanc et appuie-toi. Un bras à ton côté tu souhaiterais. Regarde-le.
Regarde-le, ne le sens-tu pas ? Là, subitement, il est calme. C’est une forme silencieuse.
C’est à peine si la couleur de sa tunique le distingue. Et a ton oreille un mot non prononcé.
Un mot sans musique, même si toi tu l’entends.
Un mot chargé de vent, de brise fraîche. Qui bouge tes vêtements usés.
Qui doucement aère ton front. Qui sèche ton visage,
qui essuie la trace de ces larmes.
Qui lisse, frôle à peine tes cheveux gris maintenant à l’approche de la nuit.
Prends ce bras blanc. Que tu connais à peine mais que tu reconnais.
Redresse-toi et regarde la ligne bleue de l’incroyable crépuscule,
la ligne de l’espérance à la limite de la terre.
Et avec de grands pas sûrs, redresse-toi, et là soutenu, confiant, seul, entame ta marche…

 

Vertaald door M. I. Scrivat

 

 

 

aleixandrelorcacernuda
Vicente Aleixandre (26 april 1898 – 14 december 1984)

Alexandre (l) hier met Luis Cernuda en Garcia Lorca (r)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn vorige blog van vandaag.

31-07-09

Cees Nooteboom, Joanne Rowling, Primo Levi, Alain Nadaud, Triztán Vindtorn, Ahmed Zitouni, Peter Rosegger


De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook mijn blog van 31 juli 2006 en ook mijn blog van 31 juli 2007 en ook mijn blog van 31 juli 2008.

 

 

Trinidad

 

Dit ben ik vaak geweest:
een man op een landweg,
een man in een vliegtuig,
een man met een vrouw.

En dit ben ik vaak geweest:
een man die zich onder een steen
wou verbergen
om geen licht meer te zien.

Deze twee mannen,
ze dragen mijn koffers,
ze lezen mijn kranten,
ze verdienen mijn brood.

Samen trekken we
door het geluid en de lucht van de wereld
op zoek naar het onzichtbare standbeeld
waar ze alle drie opstaan
in de gedaante van één.

 

 

 

 

Duizend nachten en dagen

 

Als een koning op een nors eiland
gaat de wind heen en weer door de avond.
Ik jaag op mijn onzichtbare leven.
De vleugels van mijn ogen branden.

Zwarter worden de vogels.
Een koperen avond schalt in de bergen.
Onder de houten bomen graast de rust,
maar niemand gelooft het.

Alle struiken verbergen soldaten.
Het gruis van de regen likt aan het water.
Het koper verschaalt en gaat onder.
Alleen ik vlieg nog rond met mijn vernederde onrust.

Nooit zal ik een keer mijn lichaam ontmoeten.
Een schuldig gordijn houdt me voor eeuwig van me gescheiden.

 

 

 

 

 

Black dog

 

Ik die geen leerlingen heb
en geen bediendes,
ik die mijn kaas alleen eet
en de verkeerde mensen
in de verkeerde steden zie
ik ruik bloemen op het ijs,
en zie de dood op een schommel.

Ik die ook wel weet
dat een woord maar een vertaling is,
een armzalige code
van iemand voor niemand,
ik die zelf woorden
gekocht en geerfd heb
uit het groot bordeel
waar de wereld op uitmondt.

Ik die geleerd heb
dat de toekomst een motor is
die nog nooit heeft gelopen
dat alle talen hetzelfde
verzwijgen
en dat veel unieke dromen
op film te zien zijn.

Ik

en ook dat niet lang meer.

 

 

 

 

 

Cees_Nooteboom
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Joanne Rowling werd geboren in Chipping Sodbury bij Bristol op 31 juli 1965. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007 en ook mijn blog van 31 juli 2008.

 

Uit: Harry Potter And The Chamber Of Secrets

 

October arrived, spreading a damp chill over the grounds and into the castle. Madam Pomfrey, the nurse, was kept busy by a sudden spate of colds among the staff and students. Her Pepperup potion worked instantly, though it left the drinker smoking at the ears for several hours afterward. Ginny Weasley, who had been looking pale, was bullied into taking some by Percy. The steam pouring from under her vivid hair gave the impression that her whole head was on fire.
Raindrops the size of bullets thundered on the castle windows for days on end; the lake rose, the flower beds turned into muddy streams, and Hagrid's pumpkins swelled to the size of garden sheds. Oliver Wood's enthusiasm for regular training sessions, however, was not dampened, which was why Harry was to be found, late one stormy Saturday afternoon a few days before Halloween, returning to Gryffindor Tower, drenched to the skin and splattered with mud.
Even aside from the rain and wind it hadn't been a happy practice session. Fred and George, who had been spying on the Slytherin team, had seen for themselves the speed of those new Nimbus Two Thousand and Ones. They reported that the Slytherin team was no more than seven greenish blurs, shooting through the air like missiles.”

 

 

 

 

Rowling
Joanne Rowling (Chipping Sodbury, 31 juli 1965)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Primo Levi werd geboren op 31 juli 1919 in Turijn. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007 en ook mijn blog van 31 juli 2008.

 

Uit: Survival In Auschwitz (Vertaald door Stuart Woolf)

 

“I was captured by the Fascist Militia on 13 December 1943. I was twenty-four, with little wisdom, no experience and a decided tendency -- encouraged by the life of segregation forced on me for the previous four years by the racial laws -- to live in an unrealistic world of my own, a world inhabited by civilized Cartesian phantoms, by sincere male and bloodless female friendships. I cultivated a moderate and abstract sense of rebellion.

It had been by no means easy to flee into the mountains and to help set up what, both in my opinion and in that of friends little more experienced than myself, should have become a partisan band affiliated with the Resistance movement Justice and Liberty. Contacts, arms, money and the experience needed to acquire them were all missing. We lacked capable men, and instead we were swamped by a deluge of outcasts, in good or bad faith, who came from the plain in search of a non-existent military or political organization, of arms, or merely of protection, a hiding place, a fire, a pair of shoes.

At that time I had not yet been taught the doctrine I was later to learn so hurriedly in the Lager: that man is bound to pursue his own ends by all possible means, while he who errs but once pays dearly. So that I can only consider the following sequence of events justified. Three Fascist Militia companies, which had set out in the night to surprise a much more powerful and dangerous band than ours, broke into our refuge one spectral snowy dawn and took me down to the valley as a suspect person.”

 

 

 

 

primo_levi
Primo Levi (31 juli 1919 – 11 april 1987)

 

 

 

 

De Franse schrijver Alain Nadaud werd geboren op 31 juli 1948 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007 en ook mijn blog van 31 juli 2008.

 

Uit: Le Passage du col

 

“Un matin, il y eut une alerte qui mit le monastère en émoi. Une délégation d'officiels chinois venait d'emprunter la piste à l'entrée de la vallée. Entourée de volutes de poussière, elle arrivait dans plusieurs grosses land cruisers blanches, escortées à l'avant et à l'arrière par deux voitures de police. Le khempo Lobsang en avait été averti par des émissaires à cheval qui, en empruntant les raccourcis, les avaient précédées. Et aussi, par le changement de la couleur de certaines bannières, visibles de loin, qui flottaient au sommet des collines et servaient de système de signalisation. Avant que, sous la conduite du dobdob Athar, je ne m'esquive par une porte dérobée,j'eus le temps de les apercevoir, qui descendaient de voiture. Cette visite faisait suite à un déjeuner qui avait eu lieu dans la vallée et avait dû être bien arrosé. En costume cravate, mais à présent un rien débraillés, les bureaucrates venus de Lhassa ou de Pékin tinrent à se faire photographier devant la porte du monastère, entourés de militaires, au garde-à-vous dans leur uniforme impeccable et sans pli. Il y avait même une ou deux femmes parmi eux. Ils avaient l'air à la fois brutaux, lisses, impénétrables, sans scrupules ni états d'âme. Ils parlaient fort et s'esclaffèrent devant les fresques de l'entrée, pour un détail, peut-être salace, que je ne compris pas.”

 

 

 

 

Nadaud
Alain Nadaud (Parijs, 31 juli 1948)

 

 

 

 

 

 

De Noorse dichter Triztán Vindtorn werd geboren als Kjell Erik Vindtorn in Drammen op 31 juli 1942. Hij gold als de enige belangrijke surrealistische dichter van zijn land. Zijn eerste werk was de dichtbundel Sentrifuge ('Centrifuge') uit 1970. In 2008 kwam zijn laatste bundel uit onder de titel Sirkus for usynlige elefanter ('Circus voor onzichtbare olifanten').

De fantasierijke en avant-gardistische Vindtorn genoot ook bekendheid in het buitenland. Hij heeft lange tijd buiten Noorwegen gewoond, onder meer in Portugal, Spanje (onder andere op Ibiza en Majorca) en Griekenland. Verder woonde hij zes jaar in de Deense hoofdstad Kopenhagen. Een aanzienlijk deel van zijn werk is in (literaire) tijdschriften, kranten en als bloemlezingen, in negentien talen verschenen. Voorts gaf hij nog een tweetal dichtcollages en een aantal kalligrafieën uit alsook diverse vertalingen van Chinese gedichten. Triztán Vindtorn overleed plotseling op 4 maart van dit jaar 66-jarige leeftijd

 

 

 

Linguistic Search Party

 

death is without logic and only a circle
placed outside another to fix the limit
of the glowing mass of our volcanic lives ..

every thought has its own egg as a hiding place
for shooting stars and breakneck exercises
the core of our pointless leaps into survival ..

the dark cathedral may easily be transformed into amniotic fluid
set free by the moon's quivering fingertips
like flotsam towards all our chained enigmas ..

in the linguistic search for new paintings
the goal is what can save us from point zero
while the trough between the waves drowns out all our cries ..

life's energy discharge and the planet's rotation
are not only remedies against sleep
but against the sound of glass ringing in our throat ..

in order to have the rainbow drip from our armpits
and green sprouts grow out of the lovers' eyes
this brief story is lifted onto a broader plane?

see the human being drag a wing across the earthen floor
and the army of black shoes which hone the corner of the world
back on the wet asphalt lies only a run-over moon


 

 

 

vindtorn
Triztán Vindtorn (31 juli 1942 - 4 maart 2009)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 31 juli 2008.

 

Volgens de Franse Wikipedia is de Algerijnse, Franstalige schrijver Ahmed Zitouni geboren op 31 juli 1949 in Saïda, Algerije. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.


De Oostenrijkse schrijver Peter Rosegger
werd geboren op 31 juli 1843 in Alpl, Steiermark. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

31-07-08

Cees Nooteboom, J. K. Rowling, Primo Levi, Alain Nadaud, Ahmed Zitouni, Peter Rosegger


De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook mijn blog van 31 juli 2006 en ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Dromen van het eiland en de stad van vroeger

 

“Hij is terug in de oude stad, die de stad van vragen geworden is. Lente is het, en hij heeft zichzelf wel honderd keer gezien in al zijn vroegere gedaantes, dronken, verscheurd van angst, gelukkig, op een trottoir in de sneeuw, bij een graf, in een ziekenhuis, een bordeel, bij vrienden en vrouwen die al dood zijn. De stad is veranderd en nooit veranderd, hij zelf is veranderd en weer veranderd, in zijn verlangen is het onmogelijke geslopen, iets onherroepelijks vergezelt hem overal. Als een schaduw?
Een schaduw vergezelt hem overal, de dubbelganger met de hondenkop, de man die meer weet dan hij zelf. Hij ziet de nieuwe bladeren aan de kastanjes, de andere, de nieuwe mensen, de rivier, de kathedraal, de brug, hij ziet de geesten die hem omringen, een stoet met een lokroep. Weldra moet hij uit deze stad vertrekken alsof hij nooit meer terug zal komen, een man hand in hand met zichzelf.

 

In een veld van stenen en distels zag hij zijn vader die hij al meer dan een halve eeuw niet gezien had. Hij droeg een sinister uniform vol schimmels, in zijn hand had hij een revolver. Hij wilde niet dat de man hem zou herkennen en wendde zijn gezicht af, maar toen hij weer keek zat zijn vader op een trottoir, naakt, overdekt met zweren. Nu wilde hij naar hem toegaan, maar de oude man keek hem aan met zoveel angst dat hij terugdeinsde. De ribben staken door de grauwe huid die door de regen een koude glans leek te krijgen, zijn geslacht lag op de natte stenen als een grote worm waarop iemand getrapt had. Het was duidelijk dat zijn vader gauw zou sterven. Toen hij uit de verte nog een keer omkeek, zag hij dat er een kring mannen en vrouwen om hem heen stond. In het veld met de distels wachtte nog steeds de man met het pistool.

 

Er was nog een vorm bij hem, een ander gezicht dat het zijne verduisterde. Misschien bestond het zijne nu niet meer, maar dat was niet belangrijk. De vorm zou zich vermenigvuldigen, hij zou overal bestaan, meestal onzichtbaar. Het kwam er op aan een stem te hebben die haast niemand kon horen. Daarvoor waren zo weinig mogelijk woorden nodig. Hij legde zich languit op de grond die al koud was. Uit een van zijn dromen kwam zijn moeder. Alsof ze was verzilverd, zo liep ze langs een weg met gebogen bomen. Hij hoorde haar zingen. Daarna gebeurde er lange tijd niets. Nu had hij gedachtes nodig om zijn gezicht te vervangen, het afwezige schild. Ook van zijn handen bestonden er nu andere, hij had ze al haast niet meer nodig.”

 

 

 

nooteboom
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Joanne Rowling werd geboren in Chipping Sodbury bij Bristol op 31 juli 1965. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Harry Potter & The Goblet of Fire

 

The villagers of Little Hangleton still called it "the Riddle House," even though it had been many years since the Riddle family had lived there. It stood on a hill overlooking the village, some of its windows boarded, tiles missing from its roof, and ivy spreading unchecked over its face. Once a fine-looking manor, and easily the largest and grandest building for miles around, the Riddle House was now damp, derelict, and unoccupied.

The Little Hangletons all agreed that the old house was "creepy." Half a century ago, something strange and horrible had happened there, something that the older inhabitants of the village still liked to discuss when topics for gossip were scarce. The story had been picked over so many times, and had been embroidered in so many places, that nobody was quite sure what the truth was anymore. Every version of the tale, however, started in the same place: Fifty years before, at daybreak on a fine summer's morning, when theRiddle House had still been well kept and impressive, a maid had entered the drawing room to find all three Riddles dead.”

 

 

 

 

jk_rowling
Joanne Rowling (Chipping Sodbury, 31 juli 1965)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Primo Levi werd geboren op 31 juli 1919 in Turijn. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Anderer Leute Berufe (Vertaald door Barbara Kleiner)

 

Ein Tier erfinden Aus dem Nichts ein Tier zu erfinden, das existieren könnte (ich meine physiologisch existieren, das also wachsen, sich ernähren und fortpflanzen sowie seiner Umwelt und irgendwelchen Angreifern Widerstand leisten könnte), ist eine fast unlösbare Aufgabe. Ein solcher Entwurf übersteigt bei weitem unsere rationalen Fähigkeiten und auch die unserer besten Computer: unser Wissen über die Funktionsweise der schon bestehenden Lebewesen ist noch zu gering, als daß wir es wagen könnten, neue zu erschaffen, und sei es auch nur auf dem Papier. Mit anderen Worten, die Evolution hat sich immer noch als bedeutend klüger erwiesen als ihre besten Theoretiker. Mit jedem Jahr, das vergeht, bestätigt sich, daß die Mechanismen des Lebens keine Ausnahmen von den Gesetzen der Chemie und der Physik darstellen, gleichzeitig aber wächst der Abstand, der uns von einem letzten Verständnis der vitalen Erscheinungen trennt. Nicht, daß nicht manches Problem gelöst und auf manche Frage eine Antwort gefunden würde, aber jedes gelöste wirft Dutzende neuer Probleme auf, und dieser Prozeß scheint kein Ende zu nehmen. Die Erfahrung von dreitausend Jahren erzählender Literatur, Malerei und Bildhauerei lehrt uns allerdings auch, daß selbst die launige Erfindung eines Tiers aus dem Nichts, ganz gleich, ob es lebensfähig wäre oder nicht, wenn seine Gestalt nur irgendwie unser Vorstellungsvermögen reizt, keine leichte Aufgabe ist. Sämtliche Tiere, die in der Mythologie aller Länder und aller Zeiten auftauchen, sind Potpourris, rhapsodische Kompositionen aus Zügen und Gliedmaßen schon bekannter Tiere. Das berühmteste und am buntschekkigsten zusammengesetzte war die Chimäre, ein Hybrid aus Ziege, Schlange und Löwe; sie war derart unmöglich, daß ihr Name heute gleichbedeutend ist mit »leerer Wahn«; mit demselben Namen bezeichnen Biologen aber auch jene Monstren, die sie mit Hilfe von Organverpflanzungen zwischen verschiedenen Tieren in ihren Labors erschaffen oder gerne erschaffen würden.”

 

 

 

primo-levi-1
Primo Levi (31 juli 1919 – 11 april 1987)

 

 

 

 

De Franse schrijver Alain Nadaud werd geboren op 31 juli 1948 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Si Dieu existe

 

ICI commence la préface de l’ouvrage où je dirai les faits et les gestes d’Anselme d’Aoste, homme plein de bontés mais à l’esprit dévoré de chimères, qui, peu après l’an mil de l’Incarnation de Notre Seigneur, chercha à s’affranchir des dogmes de la foi. Car c’est mû par un orgueil démesuré qu’il conçut le projet insensé de prouver l’existence de Dieu par les seules ressources de sa raison.

Quelques années après mon arrivée à l’abbaye du Bec, dont il venait d’être nommé abbé, et bien que je ne fusse encore qu’oblat, Anselme me fit l’honneur de me choisir comme secrétaire.

J’aurais bien voulu ne le point quitter lorsqu’il partit à Cantorbéry pour y prendre ses fonctions d’archevêque. J’aurais ainsi continué à témoigner de son oeuvre, à poursuivre à son contact la rédaction de l’histoire de sa vie. Hélas, Anselme, sous un prétexte de modestie, d’abord ne le permit, ensuite me préféra Eadmer, qu’il avait rencontré lors de son premier voyage en Angleterre et ramené avec lui en Normandie. Celui-ci eut certainement pour avantage d’être plus déférent,plus apologétique.

Pour mieux me remplacer auprès du maître, je sais qu’Eadmer, sous ses airs doucereux, me dénigra. Il me tendit aussi un piège, qui s’acheva par une ignominie, dont je fus forcé de me venger par un crime. J’en révélerai plus tard les dessous. De ce que je fus l’objet d’une pareille trahison, dure à admettre, j’avoue que je conçus de l’aigreur ; mais je crois à présent m’en être guéri. J’ose me persuader que, en ces pages, le lecteur n’en trouvera plus nulle trace ; et, comme Dieu, si cela est possible, qu’il m’en rendra justice.

Je n’avais attendu ni l’arrivée d’Eadmer ni l’autorisation d’Anselme pour commencer à prendre des notes. A mesure, non sans franchise, et même avec une relative impudeur, ce dernier me confia le récit des événements qui avaient marqué son enfance, conforté sa vocation, conduit à l’état qui était le sien. Il voulait m’édifier sans doute, et me montrer la voie. Peut-être Si Dieu existe avait-il en tête les Confessions d’Augustin d’Hippone, qu’il lisait avec une attention soutenue. L’honnêteté du propos avait à ses yeux valeur d’exemple.»

 

 

 

nadaudl
Alain Nadaud (Parijs, 31 juli 1948)

 

 

 

 

 

 

Volgens de Franse Wikipedia is de Algerijnse, Franstalige schrijver Ahmed Zitouni geboren op 31 juli 1949 in Saïda, Algerije. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Au début était le mort

 

L’INSIGNIFIANCE DES MOTS, LE FLOU DES PHOTOS ! Slogan publicitaire éprouvé, dont je découvre la portée et l’efficacité, auquel je dois cette soudaine ascension, que je suppose brève, vers les sommets de la hiérarchie des faits divers.
Grâce à mon supposé talent de tueur de chien, ainsi qu’aux photographies bradées en douce par le flic naufrageur de souvenirs à un pisse-copie affairiste, le temps d’une édition hebdomadaire, ils m’ont propulsé en lumière et en couverture. Vedette accidentelle conviée en passive célébrité. Mohammed égaré parmi les tâcherons de gloriole. Une star !
Fini l’hébergement dans les articulets rachitiques des premiers temps de mort, torchés en « brèves » insipides dans de sinistres journaux de province, en cimetières insalubres, à la rubrique « Immigration », où je fulminais en solitaire, tournant en rond dans d’approximatives et étanches crucifixions de papier, questionnant en vain un passé verrouillé.
A mon cadavre défendant, je suis maintenant incarcéré dans un dossier de prestige, promu résident de luxe, j’ai failli dire « résident privilégié », tel un Immigré accédant au pinacle administratif. Cinq pleines pages dans les quartiers résidentiels de « Paris Nuit ». Une suite de magazine, rien que pour moi. Salon, portes-fenêtres sur boulevard « people ». Titres en majuscules, en gras et en couleurs, au rayon « société ». Photographies en prime. Pleine page de présentation et médaillon de garniture (avec ma bobine) en illustration de texte. Protocole des gros tirages exhumé pour l’occasion. Grandes formules et traitement d’exception, rien que pour ma pomme. »

 

 

 

Zatouni2
Ahmed Zitouni (Saïda, 31 juli 1949)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Rosegger werd geboren op 31 juli 1843 in Alpl, Steiermark. Zie ook mijn blog van 31 juli 2007.

 

Uit: Advent

 

„Die Zeit schläft. Sie hat sich in die Federflaumen des Schnees oder in die Schlafhaube der Dezembernebel vermummt und fröstelt in Fieberträumen. Nur wenige Stunden des Tages schlägt sie die trüben Augen auf, erwartungsvoll ausblickend nach des Verheißenen Ankunft. Advent! – So kann’s nicht bleiben, anders muss es werden; aber wer soll denn kommen? Der Erlöser, sagt der Prediger; der Jahrlohn, sagt der Dienstbote; die Weihnachtsgabe, sagen der Arme und

das Kind; die Feiertage mit dem Christbraten, sagt die ganze Gesellschaft.

Und der Sonnenwender, sagt der Kalender. Wahrhaftig, die Sonne ist lahm und siech, die vermag gar nicht mehr hoch zu steigen; sie spaziert ihre paar Stündlein des Tages dort über die beschneiten Berghalden hin und hüllt sich dicht in Nebelmäntel, dass sie sich ja nicht

erkälte. Jeder Strauch hat sich eine weiße Decke über die Ohren gezogen; jeder Baum hat sich eine weiße Pelzhaube machen lassen – weiß ist sehr in der Mode.“

 

 

 

rosegger
Peter Rosegger (31 juli 1843 – 26 juni 1918)

 

 

 

 

 

31-07-07

J. K. Rowling, Cees Nooteboom, Primo Levi, Alain Nadaud, Peter Rosegger, Ahmed Zitouni


De Britse schrijfster Joanne Rowling werd geboren in Chipping Sodbury bij Bristol op 31 juli 1965. Rowling studeerde Frans en Klassieke Cultuur aan de universiteit van Exeter, waar ze in 1986 afstudeerde. Vervolgens had ze diverse kantoorbanen. In 1990 vertrok ze naar Portugal om Engels te onderwijzen. In Portugal ontmoette ze de TV-journalist Jorgue Arantes met wie ze trouwde. In 1993 werd haar eerste dochter Jessica geboren. Het huwelijk strandde en Joanne en haar dochter gingen in Edinburgh (Schotland) wonen. Ze schreef daar twee boeken voor volwassenen, die ze echter niet goed genoeg vond om naar een uitgever te sturen. In 1990 kwam ze tijdens een treinreis op een verhaal over een jonge tovenaar. Ze werkte de verhaallijnen uit tot een plot voor een zevendelige boekserie: Harry Potter was geboren.

 

Uit: Harry Potter and the Sorcerer's Stone

 

Nearly ten years had passed since the Dursleys had woken up to find their nephew on the front step, but Privet Drive had hardly changed at all. The sun rose on the same tidy front gardens and lit up the brass number four on the Dursleys' front door; it crept into their living room, which was almost exactly the same as it had been on the night when Mr. Dursley had seen that fateful news report about the owls. Only the photographs on the mantelpiece really showed how much time had passed. Ten years ago, there had been lots of pictures of what looked like a large pink beach ball wearing different-colored bonnets ? but Dudley Dursley was no longer a baby, and now the photographs showed a large blond boy riding his first bicycle, on a carousel at the fair, playing a computer game with his father, being hugged and kissed by his mother. The room held no sign at all that another boy lived in the house, too. Yet Harry Potter was still there, asleep at the moment, but not for long. His Aunt Petunia was awake and it was her shrill voice that made the first noise of the day.”

 

 

 

Rowling
Joanne Rowling (Chipping Sodbury, 31 juli 1965)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook mijn blog van 31 juli 2006.

 

Uit: Rituelen

 

“Tijd, leerde Inni die dag, was in het leven van Arnold Taads de vader van alles. Hij had de lege, gevaarlijke vlakte van de dag in allerlei precies afgemeten stukken verdeeld, en de grenspalen die aan het begin en het uiteinde van die stukken stonden bepaalden zijn dag met niets ontziende hardhandigheid. Als hij ouder was geweest had Inni zeker geweten dat de angst die Arnold Taads regeerde zijn tienden in uren wenste te ontvangen, uren, of halve uren, kwartieren, willekeurig aangebrachte breukpunten in dat onzichtbare element, waar we tijdens ons leven doorheen waden. Het was alsof iemand in de oneindige woestijn bij een bepaalde zandkorrel had afgesproken: daar alleen kon hij eten, lezen,- elke van die afgesproken zandkorrels riep met dwingende kracht zijn eigen complementaire activiteit op, tien millimeter verder brak het noodlot al aan. Iemand die tien minuten te vroeg of te laat kwam was niet meer welkom, de maniakale secondewijzer sloeg de eerste bladzijde om, speelde de eerste noot op de piano, of zette, zoals nu, op de laatste slag van zevenen een pan goulash op het vuur.
“Een keer in de week maak ik eten,” zei Arnold Taads,” meestal een stoofpot. En soep. Ik maak precies genoeg, zeven maal voor mij, en eenmaal voor een gast. Komt er niemand, dan is dat voor Athos.” Het deed Inni genoegen dat hij de portie voor de hond opat - hij hield niet zo van honden, vooral niet als ze in zo’n verstikkende symbiose met hun baas leefden. Het sloeg kwart over zeven en ze gingen aan tafel.
(Hij at zoals hij liep, snel, met mechanische bewegingen, iemand die zich voedert. Als hij, dacht Inni, om welke reden dan ook plotseling opzij zou kijken, zou die onafhankelijke, door andere instanties bestuurde arm de vork in zijn wang prikken. Half acht, afruimen, koffie zetten. Kwart voor acht, koffie, 'mijn vierde sigaret, de vijfde rook ik voor ik ga slapen.’ De zware geur van Black Beauty trok door de kamer.)”

 

 

 

 

Cees_Nooteboom
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

De Italiaanse schrijver Primo Levi werd geboren op 31 juli 1919 in Turijn. Na het afronden van de middelbare school ging hij scheikunde studeren. Hij behaalde uitstekende resultaten, waardoor hij na zijn studie in de gelegenheid werd gesteld een proefschrift te schrijven. Doordat in het fascistische Italië de anti-joodse sentimenten voortdurend sterker werden en vanaf 1938 antisemitische wetten van kracht werden in Italië, kreeg Levi na zijn promotie geen betrekking aan de universiteit. Ook buiten de academische wereld slaagde hij er niet in een baan te vinden. Uiteindelijk kon hij onder een valse naam aan de slag in een klein laboratorium. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam aan zijn werk in het laboratorium een einde. Levi moest onderduiken en raakte in de zomer van 1942 betrokken bij het verzet. Op 13 december 1943 werd hij gearresteerd als lid van de Anti-Fascistische verzetsgroep 'Giustizia e Liberta', wat staat voor Recht en Vrijheid. Levi werd als Jood en verzetsstrijder gedeporteerd naar Auschwitz. Levi overleefde Auschwitz omdat hij als scheikundige een zogenoemde 'bruikbare jood' was. Over zijn tijd in het concentratiekamp schreef hij Se questo è un uomo (1958). Dit boek is in het Nederlands vertaald onder de titel Is dit een mens. De eerste Nederlandse druk kwam uit in 1987. In 1963 volgt het boek La Tregua, in het Nederlands vertaald onder de titel Het respijt, dat in 1988 uitkwam. La Tregua werd in 1997 verfilmd door Francesco Rosi.

 

 

Uit: Atempause (La Tregua, vertaald door Barbara en Robert Picht)

 

In den ersten Januartagen 1945 hatten die Deutschen unter dem Druck der inzwischen näher gerückten Roten Armee in aller Eile das schlesische Kohlebecken evakuiert. Während sie an anderen Orten unter ähnlichen Umständen nicht gezögert hatten, die Lager samt ihrer Insassen zu verbrennen oder durch Waffengewalt zu vernichten, verfuhren sie im Bezirk Auschwitz anders: Auf Befehl von oben (offenbar von Hitler persönlich diktiert) mußte jede arbeitsfähige Person, koste es, was es wolle, »geborgen« werden. Alle gesunden Häftlinge wurden deshalb unter grauenhaften Umständen nach Buchenwald und Mauthausen evakuiert, während man die Kranken sich selber überließ. Es gibt verschiedene Anzeichen für die Annahme, daß die Deutschen ursprünglich die Absicht hatten, keinen einzigen Menschen lebend in den Konzentrationslagern zurückzulassen; aber durch einen massiven nächtlichen Luftangriff und die Geschwindigkeit des russischen Vormarsches wurden sie veranlaßt, ihre Absicht zu ändern, ihr Werk unvollendet zu lassen und, ohne ihre Pflicht erfüllt zu haben, die Flucht zu ergreifen.
Wir waren etwa achthundert, die im Krankenbau von Buna-Monowitz zurückblieben. Davon starben ungefähr fünfhundert infolge ihrer Krankheiten, erfroren oder verhungerten, noch ehe die Russen kamen, und weitere zweihundert starben trotz aller Hilfe in den unmittelbar folgenden Tagen.“

 

 

 

Levi
Primo Levi (31 juli 1919 – 11 april 1987)

 

De Franse schrijver Alain Nadaud werd geboren op 31 juli 1948 in Parijs. Hij studeerde letteren in Nanterres. Hij werkte voor de afdeling cultuur van de Franse ambassade in Tunesië en het Franse consulaat in Québec. Tegenwoordig verblijft hij weer in Tunesië. Hij schrijft novellen, essays en romans, waaronder 'Archéologie du zéro',(1984) 'La Mémoire d'Erostrate', (1992)'Le Livre des malédictions' (1995) en 'La Fonte des glaces' (2000)

 

 

Uit:  Le Vacillement du monde

 

“Cependant, Louis Legrand n'avait nullement l'intention de confectionner une de ces sphères ridicules, ou l'un de ces petits meubles décoratifs, tout juste bons à faire impression dans un salon, et où l'on ne distingue rien de la découpe des continents ni de la vastitude des océans. Sans prétendre rivaliser non plus avec les mappemondes de Vicenzo Coronelli dont, par les fenêtres de l'Orangerie du Château de Versailles, il avait entraperçu l'une des gigantesques sphères juste avant son départ pour le Canada, qui, elle, frôlait bien les quatre mètres de diamètre, il avait néanmoins jeté son dévolu sur un vrai globe terrestre, de belles proportions, c'est-à-dire de six à sept pieds, et qui, dès lors qu'il serait installé sur son socle, mesurerait bien d'une fois et demie à deux fois sa hauteur.”

 

 

 

Nadaud
Alain Nadaud (Parijs, 31 juli 1948)

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Rosegger werd geboren op 31 juli 1843 in Alpl, Steiermark. Hij volgde een opleiding tot kleermaker en na een korte opleiding tot boekhandelaar in Laibach bezocht hij de Academie voor Handel en Industrie in Graz. In die tijd verscheen zijn eerste dichtbundel. Met behulp van beurzen startte hij een loopbaan als zelfstandig schrijver. In 1870 bood de uitgever Gustav Heckenast hem aan zijn werk uit te geven. In 1876 richtte Rosenegger het maandblad „Roseggers Heimgarten" op.

 

Uit: Waldheimat

 

„Beim  Kreuzwirt  auf  der  Höh'  saßen  sie  um  den  großen  Tisch  herum:  Fuhrleute  von  oben  und  unten, Gewerbsleute von  Pöllau  und  Vorau,  Holzarbeiter  vom  Rabenwald  und Masenberg,  Grenzwächter  von der ungarischen Markung. Mein Großvater, der Waldbauer von Alpel, war auch unter ihnen. Er war damals noch lange nicht mein Großvater,  und  ihm  war  sie  voll  und  rund,  die  Welt,  die  später  jedesmal  ein  Loch  bekam,  so  oft  eins der   Seinigen   nicht   bei   ihm   war.   So   geht's   auf   der   Welt,   man   meint   in   jungen   Jahren,   welche

Herzensgewalten  noch  in  Zukunft  schlummern.  Und  daß  ich  denn  erzähle.  Mein  Großvater  -  Natz  - Natz,  wie  er  eigentlich  hieß  ...  nein,  da  ich  einmal  da  bin,  so  will  ich  ihn  doch  lieber  Großvater  heißen schon in seiner Jugendzeit - mein Großvater also ging damals gerade »im Heiraten um«. Immer war er auf dem  Viehhandel aus, oder im  Getreidekauf, oder im  Obstmostsuchen, oder im  Wallfahrten, oder in diesem  und  jenem  -  und  keinem  Menschen  sagte  er's,  warum  er  eigentlich  wanderte.  Der  hübschen Mägdelein und jungen Witwen gab  es  genug  im  Lande;  mancher  Bauer  sagte,  er  gebe  auch  eine  gute Aussteuer  mit,  bevor  man  noch  wußte,  daß  er  eine  heiratsfähige  Tochter  habe.  Aber  mein  Großvater war einer von denen, die nach etwas anderem  gucken. Er hatte den Glauben, für  jeden  Mann  gebe  es

nur ein Weib auf der Welt, und es käme für den Heiratslustigen darauf  an, dasselbe aus allen anderen lächelnden  und  winkenden  Weibern  herauszufinden.  Er  hat  nach  jahrelanger Suche  schließlich  die rechte   und   einzige   gefunden,   aber   nicht   in   der   weiten   Welt   draußen,   sondern   ganz  nahe   -   zehn Minuten   seitab   von   seinem   Vaterhause.   Dort   war   sie   eines   Sonntags   im   langen   Heidelbeerkraut herumgegangen,  um  für  ihre  Mutter  Beeren  zu  sammeln.  Das  rotwangige  Köpfel  und  vom  Busen  ein bescheidener Teil ragte hervor, alles andere stak im Kraut.“

 

 

 

rosegger
Peter Rosegger (31 juli 1843 – 26 juni 1918)

 

Volgens de Franse Wikipedia is de Algerijnse, Franstalige schrijver Ahmed Zitouni geboren op 31 juli 1949 in Saïda, Algerije. Hij studeerde o.a. aan de l'Ecole Normale d'Oran en wilde docent wiskunde worden. Sinds 1973 leeft hij in Frankrijk.Zitouni heeft zich dertig jaar lang beziggehouden met de worsteling van immigranten in de westerse samenleving en de problematiek van de menselijke waardigheid in een multiculturele wereld. Hij schrijft zowel romans als essays.

 

Uit : Une difficile fin de moi (1998)

 

«Disparue la sensation de faim. Depuis plusieurs jours déjà. À la place, des gargouillis louches. Suivis de langueurs de l'organisme broutant de la torpeur. Comme un tranquille affadissement de viande. Impression de se recroqueviller en spasmes fatigués. Partie de moi, madame la faim. Pour toujours. Ce n'est qu'au troisième ou quatrième jour que s'estompent les symptômes provoqués par l'entêtement de cette grande dame, je le sais. je ne suis pas médecin pour rien. Prostration agréable. Engourdissement comparable à une plénitude conquise. je suis couché. Étendu sur le dos, dans mon lit. Tout habillé. Prêt à toute éventualité. Comme mon père guettant les bruits de moteurs et de bottes de la rafle qui viendrait le ravir au sommeil et aux siens. je suis couché et me surprends transvasé en gisant anonyme. Faible certes, mais plus lucide que jamais. Écoutant le dialogue entre mon corps se décomposant et mon esprit se recomposant. Ne pas s'inquiéter. Garder la tête froide. Délires, hallucinations, somnolences hachées: banalités, dans l'état qui est le mien. Pas de quoi paniquer ou se formaliser. Tout va pour le mieux dans le meilleur de mon monde. Failli fléchir au sortir d'un sommeil horizontal, à sa soudaine luminosité embrasant mes paupières, ou était-ce une absence qui n'avait rien de réparateur. Me suis vite ressaisi en me frottant les yeux. Non sans fierté d'ailleurs. Me suis promis de ne plus recommencer. Vigilance. Ne plus penser en médecin. Éviter, à l'avenir, de greffer mon corps et mon aux horloges médicales que j'exècre. Ne plus calculer le temps et les ravages de la dénutrition à partir de carences… lésions... symptômes… Tuer le médecin et penser en homme.« 

 

 

 

zitouni
Ahmed Zitouni (Saïda, 31 juli 1949)

 

 

31-07-06

Cees Nooteboom


Op 31 juli 1933 werd Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom geboren te Den Haag. Als Cees Nooteboom debuteerde hij in 1955 met de roman Philip en de Anderen die al snel gevolgd werd met de dichtbundel 'De Doden zoeken een Huis' (1956). Voor deze dichtbundel ontving hij een reisbeurs van de Nederlandse regering. De drie passies van Nooteboom zaten er dus al vroeg in: dichten, reizen en romanschrijven. Voor wie online een reisverhaal weil lezen is er dit: Spaanse herinneringen - vreemdeling in Córdoba.

 

 

Harbalorifa

 

Zoveel soorten bestaan! Zoveel bevolking

om te lijden en lachen in deze heuvels vol stenen!

 

De vijgeboom staat gebogen in de richting van het zuiden,

boven ons het zachte snurken van een vliegtuig.

 

Mijn vriend wacht bij een struik met scherpe doornen.

Hij kent het verhaal van zijn ondergang,

 

we zien de glans van de zee

tussen galappels en distels, een zeil in de verte.

 

Alles slaapt. Geef mij een ander leven en ik wil het niet.

Schelpen en krekels, mijn kelk is vol eeuwige middag.

 

De stroom waaruit ik gisteren dronk had koel, helder water.

Ik zag de laurierboom weerspiegeld, ik zag hoe de schaduw

 

van de bladeren wegdreef over de bodem.

Dit was alles wat ik wilde. Halbaloriefa.

 

Mijn leeftijd hangt aan een draad. Zo ben ik de spin

boven het pad. Die weeft zijn veelhoekige tijd

 

tussen braambos en braambos,

tot de wandelaar voorbijkomt op weg naar de haven,

 

de wandelaar die slaat met zijn stok.

 

 

 

 

Cauda

Kijk naar de dingen, zie ze staan
in hun metafysische onschuld,
niet zeker van hun bestaan.

Herinner je het gesprek
in een prieel, een noordelijke zomer,
hortensia’s, het gelijk van een kikker,
rozen, maskers.
Wierook zonder een kerk.

Een vlinder die opvliegt in China
verandert een stormvlaag in Finland.
Iemand zei het, jij zweeg.
Dit was wat je al wist.

Wanneer ontdoen schilderijen zich
van de schilder, wanneer wordt dezelfde materie
een andere gedachte? De avondnevel sloop over
het grasveld, verdronk de laan, de fontein,
en het huis.

Muziek, geplas van riemen.
Iemand doet het licht aan, iemand
gelooft niet in de schemer.
De vraag zonder antwoord dwaalt
langs het raam.

 

 

 

 

Kleine bang

 

Het gedicht hoorde hoe het werd geschreven,
het zag de reusachtige hand
waaruit het leek te ontstaan, woord voor woord,
het hield zichzelf nauwelijks bij.

Bij, zag het geschreven, en als echo
zei het zichzelf, bij, bij, maar toen
was de hand alweer verder, gejaagd
door de zweep van het krassen,
het heimwee naar vorm.

Het doet pijn om niet af te zijn
voor wie nergens vandaan komt.
Zonder lucht liggen de woorden op tafel,
de hand is verdwenen, komt terug, is verdwenen,
het gedicht herinnert zich niets,

en het hoofd, zo ver daarboven,
nog steeds als niets anders herkenbaar
dan als masker van baaierd en oorsprong,
wendt zich af van de regels,

het zegt in zijn adem
de cadens van het denken
en sluit het gedicht
met een zucht.

 

 

 

 

 

Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

21:46 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: cees nooteboom |  Facebook |