16-06-17

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Theo Thijssen, Casper Fioole, Frank Norbert Rieter, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald door Manik Sarkar)

“In de herfst van 2007 was het een jaar geleden dat mijn eerste roman was verschenen en had ik nog geen regel van de opvolger geschreven. Toen er geen brieven meer op te bergen waren, toen ik in openbare gelegenheden niet meer werd herkend en de affiches met mijn beeltenis uit de grote boekhandels van Broadway waren verdwenen, besefte ik dat roem iets vluchtigs is. Het is een uitgehongerde Gorgo die je moet blijven voeden, anders zal ze je direct vervangen: de politicus van de dag, het sterretje uit de laatste realityshow en de band die pas was doorgebroken namen mijn deel van de aandacht in. Toch waren er nog maar een schamele twaalfmaanden verstreken sindsmijn boekwas verschenen: inmijn ogen een belachelijk korte tijd, maar op de schaal van de mensheid een eeuwigheid. In dat jaar waren er alleen al in Amerika een miljoen kinderen geboren en een miljoen mensen gestorven, ruim tienduizend mensen beschoten, een half miljoen aan de drugs geraakt, een miljoen miljonair geworden, zeventien miljoen van mobieltje veranderd en vijftigduizend omgekomen bij auto-ongelukken, waarbij ook nog eens twee miljoen al dan niet ernstig gewond waren geraakt. En ik had maar één enkel boek geschreven. 
Schmid & Hanson, de machtige New Yorkse uitgeverij die me een aardig sommetje geld voor mijn eerste roman had gegeven en die heel veel hoop op me had gevestigd, bestookte mijn agent, Douglas Claren, die op zijn beurt in mijn nek hijgde. Hij zei dat de tijd drong en dat ik absoluut met een nieuw manuscript moest komen en ik deed er alles aan om hem gerust te stellen, om zo mezelf gerust te stellen: ik bezwoer hem dat ik goed opschoot met mijn tweede roman en dat hij zich niet druk hoefde te maken. Maar ondanks alle uren dat ik me op kantoor opsloot, bleef het papier spierwit: de inspiratie was er zonder enige waarschuwing vandoor gegaan en ik had geen idee waar ik die moest terugvinden. En ’s avonds in bed, als ik niet kon slapen, bedacht ik dat de grote Marcus Goldman binnenkort, nog voor zijn dertigste, alweer zou ophouden te bestaan. Die gedachte boezemde me zo’n angst in dat ik besloot op vakantie te gaan om op andere gedachten te komen: ik deed mezelf een maand vakantie cadeau in een paleis in Miami, zogenaamd om nieuwe inspiratiebronnen aan te boren, in de heilige overtuiging dat ontspanning onder de palmbomen me in staat zou stellen om mijn creatieve geest weer op volle toeren te laten draaien. Maar natuurlijk was Florida gewoon een vluchtpoging, en tweeduizend jaar voor mij was de filosoof Seneca ook al eens in die penibele situatie beland: waarheen je ook vlucht, je problemen zoeken een plaatsje in je bagage en reizen overal mee naartoe. Het leek of er bij aankomst in Miami bij de uitgang van het vliegveld een vriendelijke Cubaanse kruier naar me toe kwam rennen die vroeg: ‘Bent u meneer Goldman?’ 

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Lees meer...

16-06-16

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Theo Thijssen, Casper Fioole, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Die Geschichte der Baltimores

„Morgen muss mein Cousin Woody ins Gefängnis. Dort wird er die nächsten fünf Jahre seines Lebens verbringen.
Schon auf der Fahrt vom Flughafen in Baltimore zum Haus meines Onkels Saul in Oak Park, wo Woody seine Jugend verbrachte und wir ihm an seinem letzten Tag in Freiheit Gesellschaft leisten wollen, male ich mir aus, wie er durch das Gittertor der imposanten Strafvollzugsanstalt von Cheshire, Connecticut, geht.
Für ein paar Stunden werden wir wieder zusammen sein, das wunderbare Quartett aus Woody, Hille], Alexandra und mir, das früher dort einmal so glücklich war. Noch habe ich nicht die geringste Vorstellung von den Auswirkungen, die dieser Tag auf unser aller Leben haben wird.
Zwei Tage später wird mein Onkel Saul mich anrufen.
Marcus? Onkel Saul hier.«
Hallo, Onkel Saul. Wie geht’s
Hör mir gut zu, Marcus«, unterbricht er mich. »Du musst sofort herkommen. Stell mir jetzt keine Fragen. Es ist etwas Schreckliches passiert.«
Dann ist das Gespräch weg. Erst denke ich, es liegt an der Verbindung, und rufe zurück, aber er geht nicht mehr ran. Als ich es beharrlich weiter versuche, nimmt er irgendwann einmal ab, sagt nur schnell: »Komm nach Baltimore!«, und legt wieder auf.
Wenn Sie dieses Buch in die Hände bekommen, dann lesen Sie es, bitte.
Ich möchte, dass jemand die Geschichte der Goldmans aus Baltimore kennt.“

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Lees meer...

16-06-15

Theo Thijssen, Frank Norbert Rieter, Casper Fioole, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

Uit: Kees de jongen

“Vele mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend, en dat is eigenlik niet goed te begrijpen. Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest, die er ooit bestaan heeft? Alleen door wat ongelukkige toevalligheden is hij geen beroemd man geworden, maar dat kon hij toch niet helpen? In ieder geval, het is geen reden, om maar te doen, alsof hij helemáál niet bestaan heeft.
Bovendien, al is Kees zelf dan niet beroemd geworden, hij heeft een zoon: en diè heeft toch nog alle kans op een leven vol roem. En als iemand nu eens later het leven van die beroemde zoon moest beschrijven, zou hij dan geen spijt gevoelen, niet bijtijds de vader, zo'n beetje tenminste, erkend te hebben als iemand, die óók-niet-iedereen was?
En daar komt nog dit bij: als Kees z'n zoon een groot man wordt - en me dunkt, dàt is toch wel bijna zeker - dan zal-ie dat toch ook wel voor een deel aan zijn vader te danken hebben, niet waar?
Daarom: niemand schijnt over Kees te willen schrijven, dan zal ik het doen. Ik ben wel blij, dat ik hem gekend heb: want ik weet het maar al te goed: als alles een beetje anders gelopen was, dan zou iederéén trots zijn op z'n bekendheid met Kees, de belangrijke jongen. Laat ìk dan maar de enige zijn, die er nù al trots op is, hem goed gekend te hebben.
En ach, zo absoluut ónbekend zal Kees toch óók voor velen niet zijn. Ik maak me sterk, als ik 'n beetje op-slag weet te komen met deze beschrijving, dat sommige lezers af-en-toe zullen zeggen: ‘O, diè jongen? Nee maar nou herinner ik me toch óók-wel; zeker, die heb ik ook gekend; 't is een tijdlang zelfs een speciaal vriendje van me geweest!’
Het is aan die lezers, dat ik met een knipoogje dit rare boek opdraag.”

 

 
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
Ruud Feltkamp als Kees Bakels in de film uit 2003

Lees meer...

16-06-14

Theo Thijssen, Frank Norbert Rieter, Casper Fioole, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

Uit: Jongensdagen

‘Mogen we nog een uurtje naar 't zand, Moe?’ vroeg hij.
‘Och,’ zei Moe, ‘blijf nou liever eens met je zus spelen. Ze is den heelen middag al zoo alleen geweest.’ En Moe haalde Miep naar zich toe, en streek haar over 't blonde haar.
‘Zoo vervelend,’ zei Miep zachtjes, en keek smeekend de jongens aan.
Henk was al verteederd. Maar Ko dacht aan 't zand en aan Ay.
‘O, Miep, we zijn dadelijk terug, hoor. Toe Moe, laat u ons nog maar éven gaan. We hebben den héélen middag boodschappen geloopen. Ja moe, één uurtje nou?’
‘Vooruit dan maar!’ zei Moe, en Ko holde weg.
Henk beloofde Miep nog gauw wat van dadelijk terugkomen, en wipte toen ook de deur uit. Hij hoorde nog net hoe zus begon te huilen en hoe Moe haar troostte.
‘Riet-pe-tioe!’ gilde Ko buiten.
‘Riet-pe-tioe!’ antwoordde Henk.
En ze renden de gracht af, de brug over, en verder. Naar 't zand.
‘Het zand’ was een groot stuk bouwterrein; het was opgehoogd met een dikke laag mooi zuiver zand. Er speelden altijd een paar honderd kinderen. Ze groeven diepe kuilen met zitplaatsen, of maakten hooge bergen. Henk en Ko keken rond, of ze onder al die spelende groepjes Ay niet zagen zitten. Maar 't was lastig zoeken.
‘Riet-pe-tioe!’ gilde Ko; maar hij moest hàrd gillen om boven het gejoel van zóóveel kinderen uit te komen. Er kwam geen antwoord.
Naar alle kanten uitkijkend stapten de twee broers verder, sukkelend over het mulle zand.”

 

 
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

Lees meer...

16-06-13

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Casper Fioole, -minu, Frans Roumen

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

“Een alleraardigste man, eigenaar van de onbenulligste Portugese naam die er bestaat, José Maria da Silva, en tot nu toe de enige mens op aarde die mijn leeftijd juist wist te schatten. ‘Je krijgt er kijk op, in dit bedrijf’, was zijn verklaring. Hij bood me ten afscheid ettelijke bellen cachaça aan, zodat er niets kwam van mijn voornemen zaterdagochtend vroeg naar Rio te gaan. Achteraf viel het nog mee dat ik de bus van elf uur haalde. Aankomst zes uur. Met een taxi naar wat ik omschreef als ‘fatsoenlijk hotel met redelijke prijs’. De prijs was redelijk, maar de ambiance was van een goedkope liederlijkheid en verloedering die werkelijk tot braken noodde. Het is me intussen duidelijk geworden dat vrijwel elk hotel dat niet zéér duur is, in het centrum, een hoerenkast is. Hoererij is trouwens niet tot bepaalde straten beperkt, maar lijkt zo'n beetje in het hele centrum de gewoonte te zijn. Die kast waar ik in '73 met Noor zat was heel rustig vergeleken met het kot waar ik de eerste avond in Rio belandde. Daar komt bij dat tegenwoordig zelf de meest nederige van deze etablissementen radio op de kamers hebben met voorgeprogrammeerde popmuziek, en vaak ook nog televisie met porno en geweld, wat tot gevolg heeft dat de keet nog groter is en langer duurt dan wanneer er alleen maar wordt geneukt. Rekening houden met een ander is de mensen werkelijk volkomen vreemd. Om drie, vier, tot vijf uur in de nacht gelach en gegil, dreunende muziek, gesla met deuren - en toen ik, vroeg in de ochtend, eindelijk een beetje slaap vatte, droomde ik dat ik thuis was gekomen. Maar ik was niet alleen. Er waren vreemde mensen bij, met wie ik een opera aan het instuderen was.”

 

 

 

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

Lees meer...

16-06-12

August Willemsen, Casper Fioole, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

„Vrijdag 20 juli vroeg terug naar São Paulo. Op de bank: geen geld. De HBU zal nu reclameren en het geld naar de HBU in Rio sturen. São Paulo was, na twee dagen provinciestad, een verademing. Dat cosmopoliete. In de lift van het hotel trof ik een receptionist en een hotelgast. Receptionist, tegen mij: ‘Hier is een landgenoot van u’. Ik kijk naar de man. Zuidamerikaanser kon het niet: klein, donkerharig, besnord, vermetele strohoed. Hij zegt: ‘Ik ben Argentijn.’ Ik zeg: ‘Ik ben Hollander.’ ‘O,’ zegt de receptionist, ‘ik dacht dat u Paraguayo was.’ Het maakt allemaal niets uit. De hotelbaas is Galiciër, de receptionisten zijn Brazilianen, de kokkin spreekt Spaans en de wasvrouw Italiaans, verhaspeld met Spaanse en Portugese woorden. En iedereen verstaat iedereen. Op grond van uiterlijk wordt geen enkele (althans zelden de juiste) conclusie getrokken met betrekking tot herkomst.

Laatste avond in São Paulo. Ik loop, enigszins in gedachten met gebogen hoofd, over de São João, en zie opeens vonken en brandende dingen vlak voor mijn voeten neervallen. Ik kijk omhoog: uitslaande brand in een wolkenkrabber. Toen zag ik dat er wel al politiewagens waren, maar blijkbaar had men het niet nodig gevonden het trottoir af te zetten. Ik maakte dat ik naar de overkant kwam. Brand op de zesde verdieping, vooral gevoed door gordijnen en luxaflex zonneschermen voor de open ramen. Het vuur klom razend snel hoger. Bij elke nieuwe verdieping die werd bereikt steeg gejuich en applaus uit de menigte op. De brandweer had het vuur gauw geblust, het zat voornamelijk aan de voorkant. Maar zeven verdiepingen waren toch geblakerd. En de mensen maar juichen, als betrof het een voetbalwedstrijd.

Later op de avond nam ik nog even afscheid van ‘mijn’ Portugees, een kroegbaas op de hoek. Vreemd dat een Portugees in Brazilië, voor mij, toch weer iets ‘eigens’ heeft (Europa?).“

 

 

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

Lees meer...

16-05-11

Juan Rulfo, Olga Berggolts, Lothar Baier, Olaf J. de Landell, Casper Fioole

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijnblog van 16 mei 2010

 

Uit: Pedro Páramo (Vertaald door Dagmar Ploetz)

 

»Das sind die Zeiten, Señor.«

Ich hatte mir vorgestellt, alles durch die Erinnerungen meiner Mutter zu sehen, mit ihrem Heimweh, zwischen Seufzerfetzen. Ihr Leben lang hat sie sich nach Comala, nach der Rückkehr gesehnt. Doch sie kehrte nie zurück. Jetzt komme ich an ihrer Statt. Ich bringe die Augen mit, mit denen sie diese Dinge anschaute, denn sie gab mir ihre Augen, um zu sehen. „Hinter Puerto Colimotes gibt es eine wunderschöne Aussicht auf eine grüne Ebene, gelbgetüpfelt vom reifen Mais. Von dort aus sieht man Comala, weiß liegt es da und beleuchtet die Erde bei Nacht.“ Und ihre Stimme klang heimlich, fast erloschen, als spreche sie mit sich selbst … Meine Mutter.

»Und wozu kommen Sie nach Comala, wenn man das wissen darf?« wurde ich gefragt.

»Ich will meinen Vater besuchen«, antwortete ich.

»Ach!« sagte er.

Und wir schwiegen erneut.

Wir gingen bergab, hörten den widerhallenden Trott der Esel. Die Augen schwer vor Müdigkeit, in den

Hundstagen des August.

»Das wird ja ein Fest geben«, hörte ich wieder die Stimme dessen, der neben mir ging. »Es wird ihn freuen, jemanden zu sehen, nachdem so viele Jahre lang niemand vorbeigekommen ist.«

Dann fügte er noch hinzu: »Wer auch immer Sie sind, er wird sich freuen, Sie zu sehen.«

In der flirrenden Sonne wirkte die Ebene wie eine durchsichtige Lagune, aufgelöst in Dunstschwaden,

durch die ein grauer Horizont zu erahnen war. Und jenseits davon eine Bergkette. Und noch weiter weg die weite Ferne.

»Wie ist es um Ihren Vater bestellt, wenn man fragen darf?«

»Ich kenne ihn nicht«, sagte ich zu ihm. »Ich weiß nur, dass er Pedro Páramo heißt.«

»Ach ja?«

»Ja, so soll er heißen, wurde mir gesagt.«

Erneut hörte ich das »Ach!« des Viehtreibers.“

 

 


Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

Lees meer...

16-05-10

Adrienne Rich, Paul Gellings, Jakob van Hoddis, Friedrich Rückert, Lothar Baier, Juan Rulfo, Olga Berggolts, Olaf J. de Landell, Casper Fioole


De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore.

 

 

My Mouth Hovers Across Your Breasts 

 

My mouth hovers across your breasts

in the short grey winter afternoon

in this bed we are delicate

and touch so hot with joy we amaze ourselves

tough and delicate we play rings

around each other our daytime candle burns

with its peculiar light and if the snow

begins to fall outside filling the branches

and if the night falls without announcement

there are the pleasures of winter

sudden, wild and delicate your fingers

exact my tongue exact at the same moment

stopping to laugh at a joke

my love hot on your scent on the cusp of winter 

 

 

 

 

Our Whole Life 

 

Our whole life a translation

the permissible fibs

 

and now a knot of lies

eating at itself to get undone

 

Words bitten thru words

 

~~

 

meanings burnt-off like paint

under the blowtorch

 

All those dead letters

rendered into the oppressor's language

 

Trying to tell the doctor where it hurts

like the Algerian

who waled form his village, burning

 

his whole body a could of pain

and there are no words for this

 

except himself 

 

 

 

 

 

adrienne_rich
Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953.

 

 

De Sjoel van Enschede

 

Vaak wandel ik door deze stad

En ga dan naar de Prinsestraat

Ik kan het maar niet laten omdat

Daar de hemel op een voetstuk staat.

 

Het ruisen van een lindeboom

overstemt er alle stadsverkeer,

het wiegde mij laatst in een droom

en wie ik was wist ik niet meer.

 

Voor de deur stond een gebogen rug,

Een man zei: waar is mijn zoon?

En: zijn mijn vrouw en dochter terug?

Weet niemand waar ik woon?

 

Ik wandelde al vele dagen

en kwam steeds hier naartoe.

Geef antwoord op mijn vragen,

ik ben het wandelen moe.

 

 

Of zwijg, maar spaar mijn lief,

mijn dochter en mijn zoon;

hier sta ik, buig ik, zonder grief

in mijn naaktheid voor uw troon.

 

 

 

 

paulgellings
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook mijn blog van 17 mei 2006.

 

 

Das Veilchen ist aufgeblüht

 

Das Veilchen ist aufgeblüht,

Aber es duftet nicht,

Der Merz ist zu kalt und rauh.

Was fehlt dir, o krankes Gemüth?

Es fehlt dir der Freude Licht,

Es fehlt dir des Himmels Thau.

Das Veilchen ist aufgeblüht,

Aber es duftet nicht,

Der Merz ist zu kalt und rauh.

 

 

 

Der Freund hat Recht: Kein dunkler Schleier

 

Der Freund hat Recht: Kein dunkler Schleier

Soll mehr dein klares Bild verhangen;

Vor meinen Augen sollst du freier

Bekränzt mit lichten Rosen prangen,

Daß jeder Sonnenstral als Freier

 

Durchs Fenster zu dir mag gelangen.

Er werb’ um dich, und von der Leier

Des Vaters sei das Fest begangen:

Mein Kind hält seine Hochzeitfeier,

Und soll nicht vorm Erbleichen bangen.

 

 

 

 

Der Frühling spricht - Was siehst du mich so finster an

 

Was siehst du mich so finster an,

Als hätt’ ichs wahrlich dir gethan?

Es that’s der Tod mit seinen Frösten.

Hätt’ es des Winters Frost gethan,

So böt’ ich meinen Trost dir an,

So aber kann dich Gott nur trösten.

 

Doch sieh nur meine Blumen an!

Sie haben dir kein Leid gethan,

Und möchten, könnten sie’s, dich trösten.

Und nimmst du keinen Trost sonst an,

Denk: Auch um euch ists bald gethan,

Ihr alle sterbet auch in Frösten!

 

 

 

 

Friedrich_Rueckert_(Carl_Barth)
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

Portret door Carl Barth

 

 

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887.

 

 

Es hebt sich ein rosa Gesicht ...

 

Es hebt sich ein rosa Gesicht
Von der Wand.
Es strahlt ein verwegenes Licht
Von der Wand.
Es kracht mir der Schädel
Beim Anblick der Wand.
Es träumt mir ein Mädel
Beim Anblick der Wand.

 

O Wand, die in meine leblosen Stunden starrt
Wand, Wand, die meine Seele mit Wundern genarrt
Mit Langeweile und grünlichem Kalk
Mein Freund. Meiner Wünsche Dreckkatafalk.

 

Soeben erscheint mir der Mond
An der Wand.
Es zeigt mir Herr Cohn seine Hand
An der Wand.


Es schnattert wie Schatten
Pretiös an der Wand.

Verflucht an der Wand!
Und heut an der Wand!
Was stehen denn so viel Leut
An der Wand?

 

 

 

 

hoddis
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula.

 

Uit: Pedro Páramo (Vertaald door Dagmar Ploetz)

 

“Ich bin nach Comala gekommen, weil mir gesagt wurde, dass hier mein Vater lebt, ein gewisser Pedro Páramo. Meine Mutter hat mir das gesagt. Und ich habe ihr versprochen, ihn gleich nach ihrem Tod aufzusuchen. Ich habe ihr die Hände gedrückt, um das zu bekräftigen,

denn sie lag im Sterben und ich hätte alles versprochen.

»Versäume nicht, ihn zu besuchen«, trug sie mir auf, »er heißt so und so. Ich bin mir sicher, dass es ihn freuen wird, dich kennenzulernen.« Und da konnte ich nicht anders, ich sagte, ja, das würde ich tun, und ich sagte es so oft, dass ich es auch dann noch sagte, als ich meine Hände nur mit Mühe aus ihren toten Händen befreien konnte.

Davor hatte sie noch gesagt: »Bettle ihn ja nicht an. Fordere, was uns zusteht. Das, was er mir schuldig war und mir nie gegeben hat … Lass ihn teuer bezahlen, dass er uns im Stich gelassen hat, mein Sohn.«

»Das werde ich tun, Mutter.«

Aber ich dachte nicht daran, mein Versprechen zu halten. Bis ich auf einmal voller Träume war und die Illusionen mit mir durchgingen. Und so entstand in mir eine Welt rund um diese Hoffnung namens Pedro Páramo, den Mann meiner Mutter. Deshalb bin ich nach Comala gekommen.

Es war die Zeit der Hundstage, wenn der Augustwind heiß bläst, vergiftet vom fauligen Geruch der Seifenkrautblüten.

Der Weg ging auf und ab. „Er steigt auf oder ab, je nachdem ob man kommt oder geht. Für den, der geht, steigt er auf, für den, der kommt, hinab.“

»Wie, sagten Sie, heißt das Dorf, das man dort unten sieht?«

»Comala, Señor.«

»Sind Sie sicher, dass das schon Comala ist?«

»Ganz sicher, Señor.«

»Und warum sieht es so traurig aus?«

»Das sind die Zeiten, Señor.«

 

 

 

rulfo
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942.

 

Uit: Lob der Extreme - ein Rückblick aus dem Reich der Mitte

 

"Zwanzig Jahre nach 1968 wird die Frage diskutiert, ob die Revolte überhaupt mehr hinterlassen hat als die allmähliche Entfesselung individualistischer Triebregungen. Und wenn die Hinterlassenschaft hauptsächlich im Individualismus besteht, läßt sich fragen, ob sich die Geschichte der letzten vierzig Jahre den Umweg über 1968 nicht auch hätte sparen können. Denn es liegt auf der Hand, daß der Adenauersche Versuch, permanentes Wachstum mit der Restauration einer ständisch gegliederten, an traditionellen Werten orientierten Gesellschaft zu vereinen, so oder so zum Scheitern verurteilt war. Entfesseltes Wachstum verlangte auch nach dem entfesselten Konsumenten, der sich weder Kleiderordnungen noch Familienpflichten vorschreiben läßt. Ohne die Revolte und ihre rebellische Aura hätte sich die Modellierung des neuen, lustgetriebenen, anspruchsvollen, gegen jede kulturelle Bevormundung allergischen Konsumenten wahrscheinlich etwas langsamer durchgesetzt, aber durchgesetzt hätte sie sich in jedem Fall. Denn eine wachstumsfördernde Inlandsnachfrage kann sich nicht auf die Bedürfnisse kinderreicher Familien stützen, deren Haushaltsvorstände in den Regalen der Supermärkte nach Kartoffelbreisonderangeboten kramen. Sie braucht den Konsumenten, der dürre Bedürfnisse durch pralle Wünsche ersetzt hat und den Kaufakt selbst als befreienden Akt erlebt, durch den sich ihm die Welt als Spiegel seiner Sehnsüchte erschließt. Wenn die Revolte von '68 auch dazu beigetragen haben mag, in Gestalt des double-income-no-kids-Paares den idealen neuen Konsumverein zu formen, so lag seine Herausbildung jedenfalls im Zug der ökonomischen Entwicklung, und eine intensive Werbekampagne hätte möglicherweise das 68er Werk getan."

 

 

 

baier
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

To My Sister

 

I dreamt of the old house

where  I spent my childhood years,

and the heart, as before, finds

comfort, and love, and warmth.

 

I dreamt of Christmas, the tree,

and my sister laughing out loud,

from morning, the rosy windows

sparkle tenderly.

 

And in the evening gifts are given

and the pine needles smell of stories

And golden stars risen

are scattered like cinder above the rooftop.

 

I know that our old house

is falling into disrepair.

Bare, despondent branches

knock against darkening panes.

 

And in the room with its old furniture,

a resentful captive, cooped up,

lives our father, lonely and weary –

he feels abandoned by us.

 

Why, oh why do I dream of the country

where the love’s all consumed, all?

Maria, my friend, my sister,

speak my name, call to me, call…

 

 

 

Vertaald door Daniel Weissbort

 

 

 

Berggolts
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

Geen vlieg doorziet het vensterglas

 

Geen vlieg doorziet het vensterglas -
hij weet niet wat hem tegenhoudt.
Hij droomt van hoe het buiten was:
van warmte, lucht en zonnegoud.
Hij kent geen koude en geen angst;
hij klaagt het raadsel aan,
dat hem weerhoudt van levensvangst
en dat hem niet laat gaan.
Geen vlieg gelooft in 't wijze glas -
hij droomt van milde lucht
en zomergloed en verre vlucht
en hoe de vrijheid was.
Hij weet niets van geborgen zijn.
Daarvoor is hij te klein.

 

 

 

 

Landell
Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren in 1975. Zie ook mijn blog van 16 mei 2009.

 

 

“Grebbelinie“

 

zij zet lijnen op haar lijf

zegt dit is een landschap

een google-map van de zuiderzee

die in mijn ogen schuimt

helemaal tot aan de berg

daar in het zuiden

ik loop haar na, traceer spakenburg

langs de eem tot amersfoort

bij leusden de dijk weer op

zuid zuid scherpenzeel

door het veen tot rhenen

tot de berg

deze lijnen zijn haar werken

deze kerf haar liniedijk

graven om in te sterven

en ik teken met mijn vinger

onze slagen, victorie en verlies

zij is mijn landschap

mijn bevochten natte grond

ze gaapt

dat als het bij topografie moet blijven

zij toch liever slapen gaat

-

de boel loopt onder

geen beginnen aan

 

 

 

 

casper_fioole
Casper Fioole (1975)

 

 

16-05-09

Adrienne Rich, Paul Gellings, Jakob van Hoddis, Friedrich Rückert, Lothar Baier, Juan Rulfo, Olga Berggolts, Casper Fioole, Olaf J. de Landell


De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook  mijn blog van 16 mei 2008.

 

 

Burning Oneself Out

  

We can look into the stove tonight

as into a mirror, yes,

 

the serrated log, the yellow-blue gaseous core

 

the crimson-flittered grey ash, yes.

I know inside my eyelids

and underneath my skin

 

Time takes hold of us like a draft

upward, drawing at the heats

in the belly, in the brain

 

You told me of setting your hand

into the print of a long-dead Indian

and for a moment, I knew that hand,

 

that print, that rock,

the sun producing powerful dreams

A word can do this

 

or, as tonight, the mirror of the fire

of my mind, burning as if it could go on

burning itself, burning down

 

feeding on everything

till there is nothing in life

that has not fed that fire

 

 

 

 

November 1968

  

Stripped

you're beginning to float free

up through the smoke of brushfires

and incinerators

the unleafed branches won't hold you

nor the radar aerials

 

You're what the autumn knew would happen

after the last collapse

of primary color

once the last absolutes were torn to pieces

you could begin

 

How you broke open, what sheathed you

until this moment

I know nothing about it

my ignorance of you amazes me

now that I watch you

starting to give yourself away

to the wind

 

 

 

 

Rich
Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook  mijn blog van 16 mei 2008.

 

 

Rivierenbuurt

 

Vanavond op de kaart gezien waar ik

het kind van ben. Hoe groot het is.

 

Wie niet begrijpt wat eenzaam is

moet daar een keer uit dwalen

gaan. Liefst na de laatste tram.

 

Pleinen over, waar portieken

gapen, stapels erkers zij aan

zij verrijzen in de nacht -

was Kafka architect geweest,

dan had hij dit bedacht:

toekomst veranderd in

verlatenheid. Nieuw in oud.

 

Wie niet begrijpt wat eenzaam is

moet daar een keer uit dwalen gaan.

Of thuis onder de lamp.

 

 

 

 

Lekstraat

 

De tramremise en de witte synagoge gaan,

voor wie er nog aan denkt, nooit samen.

Het zijn heel slechte buren. De een sluit

 

zijn gordijn, de ander altijd buiten en

voorgoed. Het krijsen in de bocht van

trams overstemt nog steeds het ijl geroep.

 

Toch is het hier vaak stil en met zichzelf in

harmonie. Dan ziet de tramremise wit en

weerklinkt onhoorbaar het gezang van toen.

 

Dan tekent zich een glimlach af, in erkers

en in trapportalen. Dan is alles weer voor

geluk bedoeld, zoals vroeger en voorgoed.

 

 

 

 

 

Gellings
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook  mijn blog van 16 mei 2008.

 

 

Andante

 

Aufblühen Papierwiesen

Leuchtend und grün,

Da stehen drei Kühe

Und singen kühn:

 

»O Wälder, o Wolken,

O farbige Winde,

Wir werden gemolken

Geschwinde, geschwinde ...

 

In goldene Eimer

Fließt unser Saft.

In farbige Reimer

Ergießt unsere Kraft.

 

Wir stehen hier, im Chor beisammen,

Auf knotigem Beine

Und die Kräfte der Erde sind

Angesammelt zu frohem Vereine.«

 

Sie bocken bei Tag und sie trillern bei Nacht.

 

 

 

 

 

VonHoddis
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook  mijn blog van 16 mei 2008. en ook mijn blog van 16 mei 2007 , en mijn blog van 17 mei 2006.

 

Uit: Kindertotenlieder

 

Der Liebe Leben ist schnell vollbracht

 

Der Liebe Leben ist schnell vollbracht,

Es keimet, es reift in einer Nacht;

Frühmorgens erwacht,

Noch eh du's gedacht,

Hüpfts Kindlein frisch

Durch Blütengebüsch,

Und regt die Glieder

Mit Macht, mit Macht.

Kommts Abendroth,

Ists Kindlein todt,

Es legt sich nieder,

Ersteht nicht wieder,

Ist nimmer erwacht,

Gute Nacht, gute Nacht!

Dein Lauf ist vollbracht,

Dein Grab ist gemacht,

Gute Nacht, gute Nacht!

 

 

 

 

 

So kurz war euer Beider Leben

 

So kurz war euer Beider Leben,

Von euch ist wenig zu berichten

In Staats- und Zeit- und Weltgeschichten;

Es muß, euch irgend zu erheben,

Der Leichenstein so wie daneben

Der Leichenprediger verzichten;

Und nur der Liebe könnt ihr geben

Stoff zu unendlichen Gedichten.

 

 

 

 

 

Rueckert
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

Standbeeld in Schweinfurt

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

Uit: Eine Art schattenloser Existenz

 

“Aber es ist nicht dieser Ich-Erzähler, der die Figur des Westdeutschen Jörn dazu bringt, die abgesunkene Erinnerung an die in Thüringen verbrachte Kindheit hervorzuholen, es ist die durch die Vereinigung möglich gewordene intensive Berührung mit ostdeutschen Landschaften. Viel mehr noch als zu der Kindheitsstadt Erfurt fühlt Jörn sich zu Plätzen hingezogen, mit denen ihn biographisch gar nichts verbindet, an denen er aber eine ihn fesselnde Überlagerung von Vergangenheit und Gegenwart entdeckt. Ein solcher Platz ist der märkische Flugplatz Reinberg, der seit der Vereinigung neuentstandenen Flugsportvereinen mit ihrem Segelflug- und Drachenbetrieb Unterkunft bietet, der aber nicht verbergen kann, dass von seiner Piste jahrzehntelang sowjetische Militärmaschinen gestartet waren. Vorhanden sind noch neben zwei uralten Antonow-Doppeldeckern die kaum aus der Erde ragenden gepanzerten Hangars der MIGs, doch waren die Bunker von der Roten Armee nur übernommen worden, davor hatten sie Görings Luftwaffe als Versteck für die Messerschmidtjäger gedient. Die Konfrontation mit dieser im Osten aufgefundenen Unwirklichkeit belebt auf einmal eine Erinnerungsfähigkeit wieder, die sich nie zuvor so stark herausgefordert sah. "Jörn ließ das Geschehen auf dem Flugplatz und in der Luft nicht aus den Augen, zugleich erzählte er weiter, und dabei schien es, als ginge in seinem Kopf die Gegenwart, wie er sie augenblicklich wahrnahm, neben den vergangenen Zeiten her, von denen er erzählte. Mitunter war es so, als bringe ihn eine Wahrnehmung auf die Spur zu einer Erinnerung hin, und dann konnte es sein, dass sich zwischen der Erinnerung und dem gegenwärtigen Augenblick eine Beziehung zu erkennen gab. Aber nicht immer waren solche Korres pondenzen offenkundig, meistens entstanden sie auf vage, unbestimmte Weise, ohne dass ein unmittelbarer Zusammenhang sie erklärte.”

 




Baier
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.

 

Uit: No Dogs Bark (Vertaald door George D. Schade)

 

“The long black shadow of the men kept moving up and down, climbing over rocks, diminishing and increasing as it advanced along the edge of the arroyo. It was a single reeling shadow.The moon came out of the earth like a round flare."We should be getting to that town, Ignacio. Your ears are uncovered, so try to see if you can't hear dogs barking. Remember they told us Tonaya was right behind the mountain. And we left the mountain hours ago. Remember, Ignacio?""Yes, but I don't see a sign of anything."

"I'm getting tired."

"Put me down."

The old man backed up to a thick wall and shifted his load but didn't let it down from his shoulders. Though his legs were buckling on him, he didn't want to sit down, because then he would be unable to lift his son's body, which they had helped to sling on his back hours ago. He had carried him all this way.

"How do you feel?"

"Bad."

Ignacio didn't talk much. Less and less all the time. Now and then he seemed to sleep. At times he seemed to be cold. He trembled. When the trembling seized him, his feet dug into his father's flanks like spurs. Then his hands, clasped around his father's neck, clutched at the head and shook it as if it were a rattle.

The father gritted his teeth so he wouldn't bite his tongue, and when the shaking was over he asked, "Does it hurt a lot?"

"Some," Ignacio answered.

First Ignacio had said, "Put me down here-- Leave me here-- You go on alone. I'll catch up with you tomorrow, or as soon as I get a little better." He'd said this some fifty times. Now he didn't say it.

There was the moon. Facing them. A large red moon that filled their eyes with light and stretched and darkened its shadow over the earth.”

 

 

 

 

Rulfo
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zij studeerde filologie en werkte na haar studie aan de universiteit van Leningrad als correspondente in Kazachstan. Haar eerste boeken schreef zij nog voor kinderen en jongeren. In het begin van de jaren dertig volgden verhalen over de opbouw van hte socialisme. Bekend werd zij echter met haar gedichtenbundels waarin zij haar ervaringen uit het belegerde Leningrad tijdens WO II verwerkte. Ook hield zij toespreken voor de radio in deze periode die na de oorlog gebundeld werden.

 

 

 

The Answer

 

But I tell you that there are not

The years, that I for empty hold,

The ways, without a goal set,

The messages that nothing had.

There’re not the worlds, I ever lost,

The gifts, I gave without good thoughts,

There’s not a love that’s a mistake,

That is deceived, that’s a heart’s ache –

Its everlasting clear light

All over glows in my heart.

And it is never late once more

To start all life in the new world –

Such, that in toilsome days of yore,

To cross not any moan or word.

 

 

 

The Hope

 

I still have a hope to come back to my life 

Just having waked up at the morn, good enough, –

At early, light one – all in crystal-clear dew –

Where boughs are set in the brilliant hue,

Where lakes of sundew in the thickets lie spread,

Reflecting the cloud’s alacritous tread,

And I, gently linking with my youthful face,

Behold a droplet as a wonder and grace,

And run tears of joy, and so easy to feel,

To see all the distance so far as I will…

And I’m still believe that this good early morning

Of coolness and glow will come back to me –

To me – to the bagger in joyless wise roaming,

Dared not to be happy, to sob and appeal.

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 

 

berggolts
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren in 1975. Naast het aan papier toevertrouwen van taalconstructies, houdt hij zich ook bezig met het voordragen van gedichten. Hij doet dit op poëziepodia, op slam-toernooien en tijdens de evenementen die hij organiseert met Dichtgroep Tegenzin die hij in het voorjaar van 2005 oprichtte. Sinds juni 2007 organiseert hij zijn eigen taalpodium: Podium Plankenkoorts. Casper Fioole won de slam (ersfoort) jaarfinale 2006. Hij woont in Utrecht.

 

 

 

Wat van jou was

Nu je steeds meer in de dingen kruipt
tussen boeken, in de kast
noem ik de vreemdste voorwerpen
bij jouw naam.

Ik pak je op en smijt je
in een schoenendoos
of in een uitgelichte vitrine
of uit het raam.

Ik maak
wat je aanraakte
net zo oud als jij
en mijn herinnering.

Ik zal je steeds meer
in de dingen dwingen
zodat, hoewel jij weg ging
ik bepaal hoe ver

 

 

 

 

 

fiole
Casper Fioole (1975)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook ook mijn blog van 16 mei 2008.

 

De Nederlandse schrijver
Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007.