08-06-07

Marguerite Yourcenar, Gerald Bisinger, C. O. Jellema


De Franse schrijfster Marguerite Yourcenar (anagram en pseudoniem van Marguerite Cleenewerck de Crayencour) werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Op 9 juli 1919 slaagde Yourcenar voor het eerste deel van het baccalaureaat latijn-grieks als vrije kandidate te Nice. Ze zou nooit het tweede deel proberen en kon daarom ook niet verder studeren om een licentie in de letterkunde te behalen zoals ze eerst gedacht had. Ze besloot schrijfster te worden en samen met haar vader koos ze Yourcenar als schrijversnaam.  In 1937 vertaalde zij een boek van Virginia Woolf: The Waves. Hiervoor ging ze naar Londen om de schrijfster zelf te ontmoeten. Terug in Parijs in het Hotel Wagram ontmoette ze Grace Frick, een Amerikaanse, even oud als zijzelf. Wat Grace betreft was het liefde op het eerste zicht en ze nodigde Marguerite uit haar te bezoeken in Amerika. Eind 1939 werd de oorlog verklaard en Yourcenar kon nog net vertrekken naar Amerika waar ze bij Grace ging inwonen. De relatie zou een leven lang standhouden. Yourcenars  bekendste werk is Mémoires d'Hadrien. Voor L'Oeuvre au noir kreeg zij de Prix Femina 1968. Zij schreef ook een autobiografische trilogie Le Labyrinthe du Monde. In 1980 was zij de eerste vrouw die verkozen werd tot lid van de Académie française.

 

Zie ook mijn blog van 6 april 2006.

Uit : Hadrianus' Gedenkschriften (Vertaald door J.A. Sandfort)

"Trahit sua quemque voluptas.

Aan ieder zijn neiging: aan ieder zijn doel ook, zijn eerzucht zo men wil, zijn geheimste smaak en zijn helderst ideaal. Het mijne was besloten in het woord schoonheid, zo moeilijk te omschrijven, in weerwil van alle klaarblijkelijkheden van de zinnen en de ogen. Dit ten slotte bescheiden ideaal zou vaak genoeg benaderd zijn als de mensen een weinig energie die zij aan domme en wrede werken besteden, in zijn dienst stelden; een gelukkige kans heeft mij vergund, het in deze laatste kwarteeuw voor een deel te verwezenlijken. Arrianus van Nicomedia, een der beste geesten van deze tijd, brengt mij gaarne de schone versregels in herinnering waarin de oude Terpander het Spartaans ideaal in drie woorden heeft vastgelegd: Kracht, Recht, de Muzen. De kracht was onderaan, strengheid zonder welke er geen schoonheid, flinkheid zonder welke er geen recht is. Het recht was evenwicht tussen de delen, het geheel van de evenredige proporties dat door geen enkele ovemaat in gevaar mag worden gebracht. Kracht en Recht waren slechts een welgestemd speeltuig in handen van de Muzen. Alle gebrek, alle ruwheid moesten verboden worden als evenzovele schendingen van het schone lichaam der mensheid. Iedere onbillijkheid was een valse toon die in de harmonie der sferen vermeden moest worden."

 

YOURCENAR
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Gerald Bisinger werd geboren op 8 juni 1936 in Wenen. Zie ook mijn blog van 8 juni 2006.

Mein Jubiläum

In Smutny's Budweiser Bierschwemme
hab endlich ich Zuflucht gefunden
im Hinterstübchen trinke ich Rot-
Wein bei elektrischem Licht ent-
ronnen der Sonnenglut draußen der
dichten Warmluft im Pavillon ZUR
EISERNEN ZEIT von der Urlaubssperre
vertrieben des Café Drechsler sitz
jetzt geruhsam ich hier und denke
daran daß genau vor zehn Jahren ich
meine Tätigkeit aufnahm beim ORF im
Literaturbereich als Freier Mitar-
beiter (das bin ich heut noch) mit
einzigem ständigen festen Wohnsitz
in Wien am Ersten August war das
also im Jahre neunzehnhundertund-
sechsundachtzig ich schreibe auf
einem hölzernen Tisch unweit vom
Naschmarkt zu Wien halt mein Jubi-
läum mir fest doch gibt es zum Ju-
bilieren keinen zureichenden Grund
Berliner Alltag ist damals überge-
gangen in Wiener Alltäglichkeit die
längst ich gewohnt bin im siebenten
Jahrzehnt meines eigenen Lebens zieh
ich gewiß nicht mehr um

 

 

BISINGER
Gerald Bisinger (8 juni 1936 – 22 februari 1999)

 

Er is wat tijd en ruimte over vandaag om een verzuim in te halen. Op dit moment lees ik in het Verzameld Werk van C. O. Jellema, en dan met name Gedichten, Amsterdam, Querido, 2006.

 

De Nederlandse dichter, essayist en germanist Cornelis Onno Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zijn vroege jeugd heeft hij doorgebracht in midden Drente, waar zijn vader dominee was. Het Drentse platteland met bossen en heidevelden maakte een natuurliefhebber van hem en ondanks zijn latere jaren in Amersfoort, Amsterdam, Utrecht en Groningen zou hij toch nooit een stadsmens worden. Jellema studeerde in Utrecht Duitse taal- en letterkunde. Een poos gaf hij Duitse les in het middelbaar onderwijs, totdat hij verbonden werd aan de Letterenfaculteit van de Universiteit van Groningen, waar hij gedurende twintig jaar doceerde, tot 1988. Daarna begon een vrijer leven, in 1989 wèg uit de stad, een leven als recensent voor diverse bladen en als natuurliefhebber, filosoof en dichter in Leens bij het Lauwersmeer. Jellema debuteerde in 1961 met de bundel Klein gloria en andere gedichten. Rilke en meester Eckhart waren van invloed op zijn werk. In 1999 publiceerde Querido - die ook al het andere werk van Jellema uitgaf – "Over God wil ik zwijgen", een vertaling van het "Buch der Götlichen Tröstung" van Meister Eckhart, waaraan Jellema drie jaar had gewerkt. Kort daarna volgde "Droomtijd". Zijn laatste dichtbundel was Stemtest, die enkele weken voor zijn dood verscheen. Jellema's werk is bekroond met de Herman Gorterprijs 1984 en de Adriaan Roland Holstpenning 1997

 

 

ANTHROPOU SYMBOLON

 

Ook jij bent bloed, vlees, buik met darmen,

een buidel door Apollo vastgesjord.

Als je voor mij je lendenen omgordt

zal ik dat alles hebberig omarmen.

 

Te denken hoe je bent en het te zijn,

begeerte en het voorwerp van begeren,

mij voeden en als voedsel te verteren,

lucht en de long, de lippen en de wijn.

 

Nooit zoon en vader, van hetzelfde wezen,

hoe je ook hebt geleefd en ik gelezen,

jij bent op mij en ik op jou jaloers,

 

vergeefs verbondenen die, tweelingbroers,

gewaande wederhelft, het wonder willen:

ooit weg te wandelen in elkaars billen.

 

 

 

 

Op het eerste gezicht

 

Uitbarstingen van landschap. Het portret

ontbreekt. Coup du soleil verlicht van boven

het blekersveld bij Haarlem. Het lijkt net

of het zo was. Ik wil het wel geloven:

 

aanraken, Thomas, mag hier niet, suppoosten

zijn parkwachters met uniform en pet.

Ik zie je staan, tenger, om me te troosten:

heb, snel verliefd, je op doeken gezet:

 

uitzichten op Bentheim,op watermolens,

bosvijvers die een hertenpoot weerkaatsen,

de wandelaar ben ik die, omgewend,

 

kijkt of je komt – zo worden nolens volens

Ruisdaels landschappen ideale plaatsen

Voor onze picknick – jij, mooi, onbekend.

 

 

 

 

Allein mit den Worten (Gottfried Benn)

 

Jij bent niet deelbaar; en met tederheden

Bereiken wij de rand van ons bestaan:

huid, buitenkant, meer raak ik nimmer aan

als ik je streel, en onder jouw oogleden

 

drijven de beelden uit een vreemd verleden

naar een slaap toe waarin zij vreemd vergaan;

en spreken is niet meer dan simultaan

elkaar bewijzen wat wij gister deden.

 

Wat heeft het zin zo naar jou te verlangen.

Blijven gevangenen in ’t eigen lijf,

onovergankelijk, op doods termijn.

 

Aanvaard, en overweeg, nog in de bange

momenten om een veiliger verblijf:

de vormkracht draagt en een gedicht kan zijn.

 

 

 

 

 

JELLEMA
C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

Portret door Jacqueline Kasemier

 

 

09-09-06

Leo Tolstoj en Gentil Antheunis, C.O. Jellema

 

Leo Tolstoj werd geboren op 9 september 1828 op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela. Hij kwam uit een familie van hoge adel. Zijn vroege leven op Jasnaja Poljana heeft een grote invloed uitgeoefend op de toekomstige schrijver. Daar maakte hij kennis met het leven van de arme boeren van Rusland. Ook had hij al vroeg kennis genomen van de gedichten, sprookjes en legenden van Poesjkin . In 1851 nadat hij grote schulden tijdens het gokken had gemaakt, vergezelde hij zijn oudere broer naar de Kaukasus en ging bij het leger. Hij deed mee in de Krim-oorlog waar hij zijn Sevastopol-verhalen schreef.

Na de oorlog ging Tolstoj naar Sint-Petersburg, waar hij zich aan de literatuur wijdde. In 1862 trouwde Tolstoj met Sofja Andrejevna Bers en ging weer op Jasnaja Poljana wonen. Hier vestigde hij een school voor de boerenkinderen. In deze jaren schrijft hij ook zijn beroemde roman Oorlog en Vrede en daarna Anna Karenina.

Daarna komt er een verandering in het werk van Tolstoj. Hij hield zich bezig met het geloof en schreef religieus-filosofische tractaten en raakte in conflict met de kerk omdat hij vond dat de eenvoudige boeren de dragers van het ware geloof waren. Hij deed afstand van zijn rijkdom en bediendes en ging zich wijden aan een eenvoudig leven. Hij ploegde het land, hakte hout en haalde zelf water. Maar hij bleef op Jasnaja Poljana wonen.

In 1910 overleed Tolstoj aan een longontsteking. Hij ligt begraven in een eenvoudig graf op Jasnaja Poljana.

 

Uit: Anna Karenina (Hoofstuk 1)

 

“Happy families are all alike; every unhappy family is unhappy in its own way.

Everything was in confusion in the Oblonskys' house. The wife had discovered that the husband was carrying on an intrigue with a French girl, who had been a governess in their family, and she had announced to her husband that she could not go on living in the same house with him. This position of affairs had now lasted three days, and not only the husband and wife themselves, but all the members of their family and household, were painfully conscious of it. Every person in the house felt that there was so sense in their living together, and that the stray people brought together by chance in any inn had more in common with one another than they, the members of the family and household of the Oblonskys. The wife did not leave her own room, the husband had not been at home for three days. The children ran wild all over the house; the English governess quarreled with the housekeeper, and wrote to a friend asking her to look out for a new situation for her; the man-cook had walked of the day before just at dinner-time; the kitchen-maid, and the coachman had given warning.

Three days after the quarrel, Prince Stepan Arkadyevitch Oblonsky--Stiva, as he was called in the fashionable world--woke up at his usual hour, that is, at eight o'clock in the morning, not in his wife's bedroom, but on the leather-covered sofa in his study. He turned over his stout, well-cared-for person on the springy sofa, as though he would sink into a long sleep again; he vigorously embraced the pillow on the other side and buried his face in it; but all at once he jumped up, sat up on the sofa, and opened his eyes.

"Yes, yes, how was it now?" he thought, going over his dream. "Now, how was it? To be sure! Alabin was giving a dinner at Darmstadt; no, not Darmstadt, but something American. Yes, but then, Darmstadt was in America. Yes, Alabin was giving a dinner on glass tables, and the tables sang, Il mio tesoro--not Il mio tesoro though, but something better, and there were some sort of little decanters on the table, and they were women, too," he remembered”

 

 

Leo Tolstoj (9 september 1828 – 20 november 1910)

 


De Vlaamse dichter en componist Gentil Theodoor Antheunis werd geboren te Oudenaarde op 9 september 1840. Hij was de schoonzoon van Hendrik Conscience. Hij schreef in verschillende dagbladen en tijdschriften liederen en gedichten, waarvan er onderscheidene door Willem De Mol op muziek zijn gezet, onder andere: Lentelied, Ik ken een lied, Droeve tijden, Bethlehem. Ze zijn alle verenigd in één bundel (1873). In 1874 werd hij door de Antwerpse Rederijkerskamer de Olijftak bekroond voor een minnelied. Verder gaf hij nog in het licht: Uit het hart, Liederen en gedichten (Dendermonde en Leiden, 1875); Liederkrans uit de Loverkens van Hoffmann van Fallersleben, met muziek van G. Antheunis (Gent, 1877); Leven, lieven en zingen (Gent, 1879). Een thans nog relatief bekend lied van hem is Mijn Vlaanderen heb ik hart'lijk lief.

Vergeefs

 

De nachtegaal de roos bemint;
En ’s avonds in den lentewind
Zingt hij verscholen in het loof.
De roos blijft voor den zanger doof;
De vogel kwijnt in stilte.

De roos bemint den adelaar;
Maar hij ontvouwt zijn vleuglenpaar
En stijgt en klimt… Waarheen? Waarheen?
En laat de lieve roos alleen.
De bloem verkwijnt in stilte.

Het zoetste lied klinkt vruchteloos;
Vergeefs ontplooit haar schoon de roos,
Als liefde ‘t oor niet open houdt
Of door het oog niet henenschouwt;
Dan kwijnt het hart in stilte.

 

 

 

Gentil Th. Antheunis  (9 september 1840 – 5 augustus 1907)

 


De Nederlandse dichter, essayist en germanist Cornelis Onno Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook mijn blog van 8 juni 2007.

Vloedlijn

Hoe het voelt voor die eidereend niet meer
op deining te drijven, door het water
achtergelaten te zijn in het slijkgras,
op haar rug, haar vlerken gespreid
onder de zon van september - als wilde
zij, nog niet verregend tot warboel
van botten en veren, nog net eend, maar
niet in staat dat peilloze blauw,
boven haar te bevliegen, hier liggend en
dood nu pas eindelijk paren.

 

 

JellemaCO
C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Olieverfschilderij door Trudy Kramer