15-04-17

Bliss Carman, Beate Morgenstern, Jeffrey Archer, Bernhard Lassahn, Erich Arendt, Pol De Mont, Staf Weyts, Hans Egon Holthusen

 

De Canadese dichter Bliss Carman werd geboren in Fredericton, in de provicincie New Brunswick op 15 april 1861. Zie ook alle tags voor Bliss Carman op dit blog.

 

A Creature Catechism by Bliss Carman

I
Soul, what art thou in the tribes of the sea?

LORD, said a flying fish,
Below the foundations of storm
We feel the primal wish
Of the earth take form.

Through the dim green water-fire
We see the red sun loom,
And the quake of a new desire
Takes hold on us down in the gloom.

No more can the filmy drift
Nor draughty currents buoy
Our whim to its bent, nor lift
Our heart to the height of its joy.

When sheering down to the Line
Come polar tides from the North,
Thy silver folk of the brine
Must glimmer and forth.

Down in the crumbling mill
Grinding eternally,
We are the type of thy will
To the tribes of the sea.

 

 

The Rainbird

Far off I hear a rainbird. Listen!
How fine and clear
His plaintive voice comes ringing
With rapture to the ear!

Over the misty wood-lots,
Across the first spring heat,
Comes the enchanted cadence,
So clear, so solemn-sweet.

How often I have hearkened
To that high pealing strain,
Across the cedar barrens,
Under the soft gray rain!

How often I have wondered,
And longed in vain to know
The source of that enchantment —
That touch of long ago!

O brother, who first taught thee
To haunt the teeming spring
With that divine sad wisdom
Which only age can bring?

 

 
Bliss Carman (15 april 1861 – 8 juni 1929)

Lees meer...

15-04-12

Tomas Tranströmer, Henry James, Jeffrey Archer, Daniël Samkalden, Bliss Carman, Beate Morgenstern

 

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

 

April und Schweigen

 

Öde liegt der Frühling
Der samtdunkle Wassergraben
kriecht neben mir
ohne Spiegelbilder.

 

Das einzige, was leuchtet,
sind gelbe Blumen.

 

In meinem Schatten werde ich getragen
wie eine Geige
in ihrem schwarzen Kasten.

 

Das einzige, was ich sagen will,
glänzt außer Reichweite
wie das Silber
beim Pfandleiher.

 

 

 

November

 

Wenn der Büttel sich langweilt, wird er gefährlich. Der

brennende Himmel zieht sich zusammen.

 

Klopfzeichen sind zu hören von Zelle zu Zelle
und der Raum strömt herauf aus dem Bodenfrost.

 

Manche Steine leuchten wie Vollmonde.

 

 

 

Morgenvögel

 

Phantastisch zu spüren, wie mein Gedicht wächst,

während ich schrumpfe.

Es wächst, nimmt meinen Platz ein.

Es verdrängt mich.

Es wirft mich aus dem Nest.

Das Gedicht ist fertig.

 

 


Vertaald door Hannes Grössel

 

 

Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

 

Lees meer...

15-04-11

Henry James, Beate Morgenstern, Tomas Tranströmer, Jeffrey Archer, Bliss Carman

 

De Amerikaanse schrijver Henry James werd geboren in New York op 15 april 1843. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008 en ook mijn blog van 15 april 2009 en ook mijn blog van 15 april 2010.

 

Uit: The Turn of the Screw

 

„I remember the whole beginning as a succession of flights and drops, a little see-saw of the right throbs and the wrong. After rising, in town, to meet his appeal I had at all events a couple of very bad days-—found all my doubts bristle again, felt indeed sure I had made a mistake. In this state of mind I spent the long hours of bumping swinging coach that carried me to the stopping-place at which I was to be met by a vehicle from the house. This convenience, I was told, had been ordered, and I found, toward the close of the June afternoon, a commodious fly in waiting for me. Driving at that hour, on a lovely day, through a country the summer sweetness of

which served as a friendly welcome, my fortitude revived and, as we turned into the avenue, took a flight that was probably but a proof of the point to which it had sunk. I suppose I had expected, or had dreaded, something so dreary that what greeted me was a good surprise. I remember as a thoroughly pleasant impression the broad clear front, its open windows and fresh curtains and the pair of maids looking out; I remember the lawn and the bright flowers and the crunch of my wheels on the gravel and the clustered tree-tops over which the rooks circled and cawed in the golden sky. The scene had a greatness that made it a different affair from my own scant home, and there immediately appeared at the door, with a little girl in her hand, a civil person who dropped me as decent a curtsey as if I had been the mistress or a distinguished visitor. I had received in Harley Street a narrower notion of the place, and that, as I recalled it, made me think the proprietor still more of a gentleman, suggested that what I was to enjoy might be a matter beyond his promise.“

 


Henry James (15 april 1843 - 28 februari 1916)

Een jonge Henry James

 

 

Lees meer...

15-04-10

Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker, Bliss Carman, Pol De Mont, Staf Weyts, Erich Arendt, Hans Egon Holthusen


De Engelse dichter en schrijver Benjamin Zephaniah werd geboren op 15 april 1958 in Handsworth, Birmingham. Zie ook mijn blog van 15 april 2009.

 

 

Everybody Is Doing It 

 

In Hawaii they Hula

They Tango in Argentina

They Reggae in Jamaica

And they Rumba down in Cuba,

In Trinidad and Tobago

They do the Calypso

And in Spain the Spanish

They really do Flamenco.

 

In the Punjab they Bhangra

How they dance Kathak in India

Over in Guatemala

They dance the sweet Marimba,

Even foxes dance a lot

They invented the Fox Trot,

In Australia it's true

They dance to the Didgeridoo.

 

In Kenya they Benga

They Highlife in Ghana

They dance Ballet all over

And Rai dance in Algeria,

They Jali in Mali

In Brazil they Samba

And the girls do Belly Dancing

In the northern parts of Africa.

 

Everybody does the Disco

From Baghdad to San Francisco

Many folk with razzamataz

Cannot help dancing to Jazz,

They do the Jig in Ireland

And it is really true

They still Morris dance in England

When they can find time to." 

 

 

 

 

Zephaniah
Benjamin Zephaniah (Handsworth, 15 april 1958)

 

 

 

 

De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008 en ook mijn blog van 15 april 2009.

 

 

 

Da kommt mir eben so ein Freund

Da kommt mir eben so ein Freund
Mit einem großen Zwicker.
Ei, ruft er, Freundchen, wie mir scheint,
Sie werden immer dicker.

 

Ja, ja, man weiß oft selbst nicht wie,
So kommt man in die Jahre;
Pardon, mein Schatz, hier haben Sie
Schon eins, zwei graue Haare! -

 

Hinaus, verdammter Kritikus,
Sonst schmeiß ich dich in Scherben.
Du Schlingel willst mir den Genuß
Der Gegenwart verderben!

 

 

 

Uit: Naturgeschichtliches Alphabet

 

busch_a

 

Im Ameishaufen wimmelt es,
Der
Aff' frißt nie Verschimmeltes.

 

 

 

 

busch_b

 

Die Biene ist ein fleißig Tier,
Dem
Bären kommt dies g'spaßig für.

 

 

 

 

 

Wilhelm_Busch_1878

Wilhelm Busch (15 april 1832 - 9 januari 1908)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Ina Boudier-Bakker werd geboren in Amsterdam op 15 april 1875. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008 en ook mijn blog van 15 april 2009.

 

Uit: De klop op de deur

 

„Alles op 't mooie servies met gouden randje dat alleen gebruikt werd voor visite. En aan de tafel opgestaan, het glas in zijn hand, een buitengewoon lange magere man, een vermoeide zwakke kop met scherpe trekken en zware groeven. De stijve stropdas sloot hoog om den hals, de lange zwarte jas hing ruim van de puntige schouders. Hij boog zich over naar zijn vrouw, en zij, groot, frisch en bloeiend, in haar groenzijden japon met het nauwsluitend lijfje en de wijde crinoline, lachte hem toe met haar stralend blauwe oogen, haar mooien mond, keerde dan het hoofd, dat fier met den kroon van gitzwart haar op de fijne schouders stond, van hem naar de gasten:

Mevrouw Weesburg in een grijs merinos japon met rose rand en rose met grijs gestreept lijfje, laag uitgesneden. Haar klein pittig donker gezicht lachte, en de zwarte oogen schoten met iets gulzigs de tafel en de gasten langs. Soms legde ze even haar zeer kleine bruine hand op den mouw van Goldeweijn.

Aan den overkant dronk haar man, dik en blozend, haastig zijn glas uit. ‘Dat achttien-acht-en-vijftig een goed jaar mag wezen,’ zei hij wat onvast.

De derde gast was een toast begonnen op den gastheer en diens vrouw. Hij sprak kortademig en heesch. Annètje, in klimmende nieuwsgierigheid met haar hoofdje door de spijlen hangend, verstond hem niet. Hij maakte altijd grappen, meneer Kats, dat wist ze - grappen waar zij nooit om lachen moest, maar moeder wel. Juffrouw Kooistra die naast hem zat kreeg er een kleur van, en haar moeder proestte het uit. O wat was 't allemaal mooi en prettig daar. En 't rook.... 't rook zoo lekker. Haar onervaren neusje snuffelde onwetend punch en bisschop.... En wat was er op dàt schaaltje ook weer.... haringsla had moeder gezegd - wat een rare naam....“

 

 

 

Bakker
Ina Boudier-Bakker (15 april 1875 - 26 december 1966)

 

 

 

 

De Canadese dichter Bliss Carman werd geboren in Fredericton, in de provicincie New Brunswick op 15 april 1861. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008 en ook mijn blog van 15 april 2009.

 

 

A Sea Child

 

The lover of child Marjory
Had one white hour of life brim full;
Now the old nurse, the rocking sea,
Hath him to lull.
The daughter of child Marjory
Hath in her veins, to beat and run,
The glad indomitable sea,
The strong white sun.

 

 

 

The Heart of Night

 

When all the stars are sown
Across the night-blue space,
With the immense unknown,
In silence face to face.
We stand in speechless awe
While Beauty marches by,
And wonder at the Law
Which wears such majesty.
How small a thing is man
In all that world-sown vast,
That he should hope or plan
Or dream his dream could last!

O doubter of the light,
Confused by fear and wrong,
Lean on the heart of night
And let love make thee strong!

The Good that is the True
Is clothed with Beauty still.
Lo, in their tent of blue,
The stars above the hill!

 

 

 

 

carman_1900
Bliss Carman (15 april 1861 – 8 juni 1929)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Pol De Mont werd geboren in Wambeek op 15 april 1857. Zie ook mijn blog van 15 april 2008 en ook mijn blog van 15 april 2009.

 

 

De keiklopper

 

De zak op de gekromde rug, de kleren
ontnaaid, gescheurd, en haar nog baard gekamd,
staat, naast een steenhoop, vlak in 't zonnegloên,
een stokoud man. Met stramme handen zwaait hij
zijn ijzeren hamer, die met doffe slag
bonst op een rotsklomp, dat de splinters knetrend
in 't rond vliegen. Met zijn hemdsmouw wist
de grijsaard 't zweet, dat op zijn voorhoofd blinkt,
en slaaft maar voort, met doffe slag op slag,
de grove keien, scherf om scherf, vermorzlend.
En hoorbaar klinkt, bij elke zwaai der hand,
een schor geluid, - reutlen van een, die sterft, -
uit 's ouden gorgel, door geen drank gelaafd....

Hoog, op de bergen, boven rots en mensen,
kerft geel en rijp de wijndruif aan de stok.

 

 

 

 

PoldeMont
Pol De Mont (15 april 1857 - 29 juni 1931)

 

 

 

De Vlaamse schrijver Staf Weyts werd geboren op 15 april 1909 in Mechelen. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2009.

 

Uit: Sneeuw en zonde

 

„Is hij het? Sneeuw waait om hem heen en zijn aangezicht kan zij niet onderscheiden. Aan zijn stem was het Wieze, zijn gestalte doet haar echter weer twijfelen, maar sidderend en hijgend roept zij hem dan eensklaps iets toe, en het is Wieze toch!

Sedert een week is hij uit zijn bannelingenoord verlost. Verstoken heeft hij vijf dagen en nachten doorgebracht in goederentreinen die hem van uit het hooge bergland altijd een eind verder voerden, en tegen den morgen bereikte hij eindelijk de grens. Bij een boer heeft hij gegeten. Warme melk met tarwebrood met spek, - een festijn na vier jaren honger! - en toen hij heenging kreeg hij nog een pakje onder den arm. Een mantel weigerde hij. Koude voelde hij ten andere niet meer, even min als nog vaak en vermoeienis, en aan rusten wou hij overigens ook niet denken! Hij was weer vrij! Hij leefde nog! Om zijn Paula had hij nagenoeg veertig maanden tegen ellende en dood in geworsteld, en nu de weg naar haar open lag wou hij geen stond meer verliezen. Hij stapte hardnekkig. Menschen die hem van verre zagen aantreden, het hoofd kaal geschoren, met alleen een bezatse over zijn sjofele soldatenvest, en een blauw katoenen broek die hem fladderde om de beenen, dachten eenparig: ‘Een banneling die nog terugkeert!’ en bleven staan om hem te zien voorbijgaan.“

 

 

 

Weyts

Staf Weyts (15 april 1909 – 12 januari 1985)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 april 2009.

 

De Duitse dichter en schrijver Erich Arendt werd geboren op 15 april 1903 in Neuruppin.

 

De Duitse dichter, essayist, criticus en literatuurwetenschapper Hans Egon Holthusen werd geboren op 15 april 1913 in Rendsburg.

15-04-09

Henry James, Jérôme Lambert, Bernhard Lassahn, Beate Morgenstern, Tomas Tranströmer, Jeffrey Archer, Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker, Bliss Carman, Pol De Mont, Staf Weyts, Hans Egon Holthusen, Erich Arendt


De Amerikaanse schrijver Henry James werd geboren in New York op 15 april 1843. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008.

 

Uit: The Portrait of a Lady

 

“Under certain circumstances there are few hours in life more agreeable than the hour dedicated to the ceremony known as afternoon tea. There are circumstances in which, whether you partake of the tea or not--some people of course never do--the situation is in itself delightful. Those that I have in mind in beginning to unfold this simple history offered an admirable setting to an innocent pastime. The implements of the little feast had been disposed upon the lawn of an old English country-house, in what I should call the perfect middle of a splendid summer afternoon. Part of the afternoon had waned, but much of it was left, and what was left was of the finest and rarest quality. Real dusk would not arrive for many hours; but the flood of summer light had begun to ebb, the air had grown mellow, the shadows were long upon the smooth, dense turf. They lengthened slowly, however, and the scene expressed that sense of leisure still to come which is perhaps the chief source of one's enjoyment of such a scene at such an hour. From five o'clock to eight is on certain occasions a little eternity; but on such an occasion as this the interval could be only an eternity of pleasure. The persons concerned in it were taking their pleasure quietly, and they were not of the sex which is supposed (2) to furnish the regular votaries of the ceremony I have mentioned. The shadows on the perfect lawn were straight and angular; they were the shadows of an old man sitting in a deep wicker-chair near the low table on which the tea had been served, and of two younger men strolling to and fro, in desultory talk, in front of him. The old man had his cup in his hand; it was an unusually large cup, of a different pattern from the rest of the set and painted in brilliant colours. He disposed of its contents with much circumspection, holding it for a long time close to his chin, with his face turned to the house. His companions had either finished their tea or were indifferent to their privilege; they smoked cigarettes as they continued to stroll. One of them, from time to time, as he passed, looked with a certain attention at the elder man, who, unconscious of observation, rested his eyes upon the rich red front of his dwelling. The house that rose beyond the lawn was a structure to repay such consideration and was the most characteristic object in the peculiarly English picture I have attempted to sketch.”

 

 

 

 

James
Henry James (15 april 1843 - 28 februari 1916)

Portret door John Singer Sargent

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jérôme Lambert werd geboren op 15 april 1975 in Nantes. Hij schrijft romans voor volwassenen en voor de jeugd. Hij startte zijn literaire loopbaan in 2003 met 'La mémoire neuve' die de interesse van de kritiek wekte. In 2005 volgden de romans  'Meilleur ami' en in 2006  'Comme le soleil', waarmee hij zijn reputatie bevestigde van schrijver die met een fijne pen over de problemen en de taboes bij jongeren schrijft. Lambert is verder werkzaam als vertaler van o.a. Chaim Potok en Jerry Spinelli.

 

Uit: Finn Prescott

 

„Malgré ces diversions sans cesse renouvelées et dont les seules limites étaient celles de son imagination, Nina s'était vite rendu compte que rien - ni la passion amoureuse ni l'Ennui existentiel - ne pouvait pénétrer les murs de Newland. Ce giron protecteur se révélait être une forteresse aux issues gardées par les lois morales, sociales et culturelles du clan. Nina savait qu'elle ne la quitterait sans violence qu'après s'être réellement émancipée de sa famille. Ou en contractant un mariage avantageux. Or Nina ne rêvait pas de mariage, mais d'amour. Du grand amour qui, un jour, l'arracherait à cette languissante douceur de vivre. En attendant, elle devait prendre son mal en patience, comme le lui répétait si souvent Mme Newland.

(...)

 

Il avait été ce jeune homme épris de musique et avait décidé que le piano était sa vocation - la médecine n'étant que moyen de subsister financièrement. Chaque soir, pendant un an - il avait tenu un an - il s'isolait dans l'auditorium de l'université et s'attelait à l'étude de sa gamme. Il attendit avec impatience la formation de corne sur le bout de ses doigts mais, ne voyant rien venir, se souvint que cette douloureuse et magnifique distinction de martyr ne touchait que les musiciens qui pinçaient les cordes. A défaut, ils se découvrit de très belles crampes sur les muscles du dos de la main, qui firent sa fierté pendant plusieurs mois. L'année suivante, il acheta, avec l'argent de ses parents, un piano d'occasion qu'il installa chez eux et auquel il ne toucha jamais.“

 

 

 

 

 

Lambert
Jérôme Lambert (Nantes,15 april 1975)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Bernhard Lassahn werd op 15 april 1951 in Coswig / Anhalt geboren. Hij ging naar school in Osnabrück en studeerde daarna in Marburg en Tübingen. Sinds 1979 is hij zelfstandig schrijver. Hij schrijft satirische teksten, hoorspelen, liederen en romans voor volwassenen en voor de jeugd. Voor zijn omvangrijke werk ontving hij al heel wat prijzen.

 

Uit: Auf dem schwarzen Schiff

 

„Rafi hatte beschlossen, nichts zu verraten, schon gar nichts von Elise, und behauptete, dass er ficken war. »Jiggi jiggi nennt man das.« Sie tippten sich an den Kopf, tick, tick. Der Bootsmann wiederholte – bei der Jungfrau Maria – seinen heiligen Schwur, dass er ihn in Ketten legen würde, falls er versuchen sollte, achteraus zu segeln. Sie sahen schlecht aus. Es stimmte also: Die Tropen bekamen dem weißen Mann nicht. Ihre Gesichter waren bleich, alle waren erkältet. Es gab ein ständiges Gehüstel und Geschnupfe in der Mannschaftsmesse, sie rauchten trotzdem, und angeberisch, wie sie waren, hielten sie die Zigaretten in die Handflächen gedreht, als müssten sie auch unter Deck die Glut vor Windstößen schützen. Mit solchen Schwätzern hatte er nichts mehr zu tun. Bis zum Mittagessen musste er noch die Kammern der Offiziere putzen, die Bettwäsche abziehen, waschen und bügeln, aber es ging ihm leicht von der Hand – es war das letzte Mal! Demnächst müsste sich ein anderer die Finger an der Bügelmaschine verbrennen.“

 

 

 

lassahn
Bernhard Lassahn (Coswig 15, april 1951)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Beate Morgenstern werd geboren op 15 april 1946 in Cuxhaven. Zij groeide op in Herrnhut / Oberlausitz en in Halle (Saale). In Oost-Berlijn studeerde zij germanistiek en kunstpedagogie. Daarna werkte zij in de boekhandel en als fotoredacteur bij het persagentschap ADN. Sinds 1978 is zij zelfstandig schrijfster. Zij schrijft romans, verhalen en theaterstukken.

 

Uit: Der Gewaltige Herr Natasjan. Eine Burleske

 

„Sieben Jahre sind vergangen, seit mich Walja Kunze im Sommer 2001 aufsuchte und mir tage- und nächtelang ihre Geschichte erzählte und ich mir auf ihren ausdrücklichen Wunsch alles notierte. Ihr selbst, die das Schreiben als Beruf hatte wie ich, war es verwehrt, sich auf diesem Wege von ihrer Vergangenheit zu lösen. Oft habe sie versucht, aufzuschreiben, was ihr seit dem abendlichen Gang zum Club der Kulturschaffenden in Ostberlin im Juni 1989 widerfahren sei, sagte sie mir. Doch jedes Mal habe sie ihre Erinnerung so heftig überfallen, dass sie meinte, sich immer noch im Kreis der zwölf Kollegen im CdK zu befinden. Keine Hand habe sie rühren können, sobald sie dachte, ihre Erlebnisse niederzuschreiben, sagte sie. Dass Walja nach elf Jahren aus den Staaten nach Deutschland zurückkehrte, diente offenbar einzig und allein dem Zweck, ihre Geschichte loszuwerden. Wir jüngeren Autoren im Verband kannten uns alle irgendwie, wie überhaupt die Nemezen, ob turingischen, sächsischen, brandenburgischen oder mekelnburgischen Stammes. Warum Walja mich ausgesucht hatte, war mir zunächst nicht deutlich, da ich in Zeiten der SRR Nemezien jede ihrer Annäherungen unfreundlich und sehr bestimmt abgewehrt hatte. Die Antwort hat mit ihrer Geschichte zu tun, weshalb ich sie nicht vorwegnehmen möchte. Walja wirkte sehr gehetzt, angespannt.

Ihr eigentlich rundes Gesicht noch abgezehrter als in jungen Jahren, sodass ich annahm, sie ernähre sich ausschließlich von Äpfeln und Brokkolis, womit ich nicht ganz falsch lag.

Walja hat mir aufgetragen, erst dann ihren von mir verfassten Bericht der Öffentlichkeit zugänglich zu machen, wenn ich nach Jahren immer noch keine neue Nachricht von ihr habe. Nach wie vielen Jahren genau? fragte ich nach, um ja keinen Fehler zu begehen. Sieben, sagte sie. Sieben ist eine schöne Zahl. Das fand ich auch.”

 

 

 

morgenstern_beate
Beate Morgenstern (Cuxhaven, 15 april 1946)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Hij is psycholoog van beroep. Van 1960 tot 1966 werkte hij in een jeugdgevangenis en daarna was hij verbonden aan het Zweedse arbeidsbureau waar hij zich bezighield met vraagstukken van reclassering, invaliditeit en drugsverslaving. Hij woont in Västeras. Tomas Tranströmer wordt door velen beschouwd als de grootste Zweedse dichter van dit moment: zijn poëzie is over de hele wereld vertaald. Voor het Nederlandse taalgebied heeft J. Bernlef dit al in vier bundels gedaan.

 

 

 

Heimwärts

 

Ein Telephongespräch lief in die Nacht aus und glitzerte

im Land und in den Vorstädten.

Danach schlief ich unruhig im Hotelbett.

Ich ähnelte der Nadel eines Kompasses, den der

Orientierungsläufer mit pochendem Herzen durch den

Wald trägt.

 

 

 

 

Adlerfels

 

Hinterm Glas des Terrariums
die Reptile
seltsam reglos.

 

Eine Frau hängt Wäsche auf
im Schweigen.

Der Tod ist windstill.

 

In der Tiefe des Bodens
gleitet meine Seele
schweigend wie ein Komet.

 

 

 

 

Vertaald door Hanns Grössel

 

 

 

 

Breathing Space July

 

The man who lies on his back under huge trees
is also up in them. He branches out into thousands of tiny branches.
He sways back and forth,
he sits in a catapult chair that hurtles forward in slow motion.

 

The man who stands down at the dock screws up his eyes against the water.
Docks get older faster than men.
They have silver-gray posts and boulders in their gut.
The dazzling light drives straight in.

 

The man who spends the whole day in an open boat
moving over the luminous bays
will fall asleep at last inside the shade of his blue lamp
as the islands crawl like huge moths over the globe.

 

 

 

Vertaald door Robert Bly

 

 

 

 

 

Transtromer
Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Jeffrey (Howard) Archer, Baron Archer of Weston-super-Mare, werd geboren op 15 april 1940 in Londen. Zie ook mijn blog van 15 april 2008.

 

Uit: False Impression

 

„Victoria Wentworth sat alone at the table where Wellington had dined with sixteen of his field officers the night before he set out for Waterloo.

General Sir Harry Wentworth sat at the right hand of the Iron Duke that night, and was commanding his left flank when a defeated Napoleon rode off the battlefield and into exile. A grateful monarch bestowed on the general the title Earl of Wentworth, which the family had borne proudly since 1815.

These thoughts were running through Victoria’s mind as she read Dr. Petrescu’s report for a second time. When she turned the last page, she let out a sigh of relief. A solution to all her problems had been found, quite literally at the eleventh hour.

The dining-room door opened noiselessly and Andrews, who from second footman to butler had served three generations of Wentworths, deftly removed her ladyship’s dessert plate.

“Thank you,” Victoria said, and waited until he had reached the door before she added, “And has everything been arranged for the removal of the painting?” She couldn’t bring herself to mention the artist’s name.

“Yes, m’lady,” Andrews replied, turning back to face his mistress. “The picture will have been dispatched before you come down for breakfast.”

“And has everything been prepared for Dr. Petrescu’s visit?”

“Yes, m’lady,” repeated Andrews. “Dr. Petrescu is expected around midday on Wednesday, and I have already informed cook that she will be joining you for lunch in the conservatory.”

“Thank you, Andrews,” said Victoria. The butler gave a slight bow and quietly closed the heavy oak door behind him.“

 

 

 

archer
Jeffrey Archer (Londen, 15 april 1940)

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Benjamin Zephaniah werd geboren op 15 april 1958 in Handsworth, Birmingham, en bracht zijn jeugd door op Jamaica. In 1968 gaf hij in een kerk zijn eerste voorstelling en in 1973 werd hij steeds bekender in zijn woonplaats vanwege zijn kunst. Het eerste boek van Benjamin Zephaniah was de dichtbundel  Pen Rhythm dat hij in 1980 publiceerde.  Er werden uiteindelijk drie edities van uitgebracht. Benjamin was een aanhanger van de Rastafaribeweging. Zijn album Rasta was een eerbetoon aan Nelson Mandela.

 

 

The Race Industry

 

The coconuts have got the jobs.

The race industry is a growth industry.

We despairing, they careering.

We want more peace they want more police.

The Uncle Toms are getting paid.

The race industry is a growth industry.

We say sisters and brothers don't fear.

They will do anything for the Mayor.

The coconuts have got the jobs.

The race industry is a growth industry.

They're looking for victims and poets to rent.

They represent me without my consent.

The Uncle Toms are getting paid.

The race industry is a growth industry.

In suits they dither in fear of anarchy.

They take our sufferings and earn a salary.

Steal our souls and make their documentaries.

Inform daily on our community.

Without Black suffering they'd have no jobs.

Without our dead they'd have no office.

Without our tears they'd have no drink.

If they stopped sucking we could get justice.

The coconuts are getting paid.

Men, women and Brixton are being betrayed.

 

 

 

 

Zephaniah
Benjamin Zephaniah (Handsworth, 15 april 1958)

 

 

 

De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008.

 

Uit: Eduards Traum

 

“Manche Menschen haben es leider so an sich, daß sie uns gern ihre Träume erzählen, die doch meist nichts weiter sind als die zweifelhaften Belustigungen in der Kinder- und Bedientenstube des Gehirns, nachdem der Vater und Hausherr zu Bette gegangen. Aber: «Alle Menschen, ausgenommen die Damen», spricht der Weise, «sind mangelhaft!» Dies möge uns ein pädagogischer Wink sein.

Denn da wir insoweit alle nicht nur viele große Tugenden besitzen, sondern zugleich einige kleine Mängel, wodurch andere belästigt werden, so dürften wir vielleicht Grund haben zur Nachsicht gegen einen Mitbruder, der sich in ähnlicher Lage befindet.

Auch Freund Eduard, so gut er sonst war, hub an, wie folgt: Die Uhr schlug zehn. Unser kleiner Emil war längst zu Bett gebracht. Elise erhob sich, gab mir einen Kuß und sprach: «Gute Nacht, Eduard! Komm bald nach!»

Jedoch erst so gegen zwölf, nachdem ich, wie gewohnt, noch behaglich grübelnd ein wenig an den Grenzen des Unfaßbaren herumgeduselt, tat ich den letzten Zug aus dem Stummel der Havanna, nahm den letzten Schluck meines Abendtrunkes zu mir, stand auf, gähnte vernehmlich, denn ich war allein, und ging gleichfalls zur Ruhe”

 

 

 

 

wilhelm_busch
Wilhelm Busch (15 april 1832 - 9 januari 1908)

Portret door Franz von Lenbach

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Ina Boudier-Bakker werd geboren in Amsterdam op 15 april 1875. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008.

 

Uit: De klop op de deur

 

„Daarachter lag de Buitensingel verlaten en zwart, waar de groote molens hun armen hieven onbewegelijk in den nacht.

Over de stad zong het, ijl verzwindend en weer oplevend.... tot op eenmaal inviel de zware stem van het uur.

‘Twaalf??’

In het smalle huis van den chirurgijn Goldeweijn op Het Water telde het kind Annètje, warm onder de dekens gedoken, aandachtig de slagen. Dan ging haar papillottenhoofdje met een ruk van het kussen, en keek tusschen de geel damasten bedgordijnen de kamer in, waar 't onrustig nachtlichtje vreemde schaduwen deed dansen langs het gebloemde behang.

‘Hoor! Beneden, waar ze zoo hard gepraat en gelachen hadden, werd het ineens stil. Wat deden ze nu....’

‘Boem - Boem - Schieten!’

‘Nú was 't Nieuwjaar.’

Meteen gleed Annètje uit bed. Eventjes maar kijken bij de groote menschen, die daar beneden zoo heerlijk nu zaten om de mooie tafel. Toen ze met vader en moeder uit de kerk kwam was ze meteen, wat haastig, naar bed gebracht.

Nu bliezen ze van den toren - het Wilhelmus....

Annètje trok de gordijnen opzij en gluurde naar buiten. Het Water lag leeg en stil. Je kon de masten van de botters aan den wal zoo goed zien tegen de lucht. Mooi was dat....

Dan dook ze schuw weg: de nachtwacht die de stoep opkwam. Die ging wenschen - hoor, Leentje deed open....

Het werd Annètje te machtig. Een oogenblik nog draalde ze op het prikkerig rood en zwart karpet. Dan, als een muis zoo vlug en voorzichtig, sloop ze op bloote voeten naar het portaal.

De deur van de achterkamer, waar haar vader en moeder met de visite zaten, stond aan. Het kind hurkte neer en, zich vasthoudend aan de trapspijltjes, bekeek ze van boven af het gezelschap.

Wat zij zag was een feestelijk gedekte ronde tafel. Hooge tinnen kastanjevazen tusschen kandelabres met kaarsen - vruchten en aardig opgemaakte schaaltjes.“

 

 

 

 

Boudier-Bakker
Ina Boudier-Bakker (15 april 1875 - 26 december 1966)

Portret van Ina Boudier-Bakker door J. Bauer-Stumpff

 

 

 

 

 

De Canadese dichter Bliss Carman werd geboren in Fredericton, in de provicincie New Brunswick op 15 april 1861. Zie ook mijn blog van 15 april 2007 en ook mijn blog van 15 april 2008.

 

 

 

I loved thee, Atthis, in the long ago

 

(Sappho XXIII)

I loved thee, Atthis, in the long ago,

When the great oleanders were in flower

In the broad herded meadows full of sun.

And we would often at the fall of dusk

Wander together by the silver stream,

When the soft grass-heads were all wet with dew

And purple-misted in the fading light.

And joy I knew and sorrow at thy voice,

And the superb magnificence of love,—

The loneliness that saddens solitude,

And the sweet speech that makes it durable,—

The bitter longing and the keen desire,

The sweet companionship through quiet days

In the slow ample beauty of the world,

And the unutterable glad release

Within the temple of the holy night.

O Atthis, how I loved thee long ago

In that fair perished summer by the sea!

 

 

 

 

carman
Bliss Carman (15 april 1861 – 8 juni 1929)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Pol De Mont werd geboren in Wambeek op 15 april 1857. Zie ook mijn blog van 15 april 2008.

 

 

Dylleken

 

Mijn bokjes liggen, o zoo stil, te kauwen

in 't mollig gras, vol madelievensnee.

Als zijde glimt het effen vlak der zee,

waarin gij heel den hemel kunt zien blauwen.

 

Het dartle zoeltje voert heel de aarde rond

van hageroos en tijm de zoetste roken.

Zie! Al de boterbloemkens zijn ontloken

en aadmen lentelucht met open mond.

 

Zit hier naast mij.... De balroosstruiken hangen

hun trossen lokkend, sneeuwwit, boven ons.

Voel eens die trossen: - zacht en malsch als dons....

Ik haal ze lager..., lager, tot uw wangen.

 

Nu wil ik op het versch gesneden riet

met zeven gaatjes, spelen, u ter eeren,

wat boven ons de vogels kwinkeleeren,

het altijd oud, maar altijd nieuwe lied.

 

Kent gij het nog? Ik floot het al vóor jaren....

Piepjong en mal, vóor twintig, vond ik u

wel jonger, maar niet lieflijker dan nu,

niet trouwer ook, slechts met wat blonder haren.

 

En smachtend zong ik: ‘Minne.... minne.... min!’

Koekoek-éen-zang, heel flauw en erg eentonig.

Toch weet ik vast: u klonk het zoet als honig,

met Doris' deuntjes stemde Phyllis in.

 

 

 

 

DeMont
Pol De Mont (15 april 1857 - 29 juni 1931)

Portret van Pol de Mont door Ph. Zilcken

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Staf Weyts werd geboren op 15 april 1909 in Mechelen. Zie ook mijn blog van 15 april 2007.

 

Uit: Sneeuw en zonde

 

„Doch opeens is die stem daar dan weer, - een mensch die haar roept van daar buiten, en zij wordt koud. Zij weet niet wat denken! In zoo'n weer plots haar naam door den nacht, en dan nog een stem die haar vreemd is!

‘Paula!... Paula!...’

Het is een man! Zeer duidelijk heeft zij het thans gehoord en een schok vaart door haar heen! Zij kijkt star. Zij kijkt dwars door de muren, en weer ziet zij dan dat water, die meeuwen, dien man in de sneeuw, maar als hij toet kan zij opeens niet meer ademen, trekt haar bloed uit haar weg en schijnt alles rondom haar te verglijden. Haar hart bonst. Haar ooren tuiten, en zóó siddert zij over gansch het lichaam dat zij slechts met moeite haar handen er kan tegen aan drukken. Zij krimpt ineen. Zij drukt haar nagelen in haar slapen, en dan zou zij willen verdwijnen, diep wegkruipen onder de dekens, maar waarom? Zij schudt het hoofd. ‘Dat kán niet! Dat kán niet!’ zegt zij luid, en ofwel is het verbeelding of wordt zij gek, of is het alléén een wondere gelijkenis want dooden staan nooit meer op! Zij tracht te ademen. Haar borst piept. Nóg is zij één verdwazing en zweet breekt haar uit. Dan ziet zij naar het raam. Haar blik is een adelaarsoog, en met haar handen dooft zij het klepperen harer tanden. Zij wacht, zij bijt vinniger. Reeds dringt bloed door haar vingertoppen, maar zij voelt het niet. Zij luistert. Zij hoort alles: de sneeuw, den wind, ieder geluid van daarbuiten, tot opeens niets meer dan die stem die weer, opklinkt, en als een klok haar in al haar vezels doorzindert... ‘Wieze! Wieze!...’ Maar dan kán zij niet méér, meent zij dood of krankzinnigheid in een zwarten nevel op haar te zien aansluipen, en valt zij haast in bezwijming.

Als zij weer bijkomt voelt zij zich als verlamd. Met moeite kan zij haar lichaam nog oprichten, nauwelijks kunnen haar beenen haar nog dragen, maar door het raam ziet zij dan eensklaps dat wezen, dien man die daar bewegingloos opkijkt.“

 

 

 

Weyts
Staf Weyts (15 april 1909 – 12 januari 1985)

 

 

 

 

De Duitse dichter, essayist, criticus en literatuurwetenschapper Hans Egon Holthusen werd geboren op 15 april 1913 in Rendsburg. Hij bezocht het gymnasium in Hildesheim en studeerde daarna literatuurwetenschap, filosofie en geschiedenis in Tübingen, Berlijn en München. Na de oorlog werkte hij als zelfstandig schrijver in München. Hij begon als dichter, maar late rkwam het zwaartepunt te liggen bij essays en kritieken. Zijn bekendste boek is de essaybundel Der unbehauste Mensch (1951), Vanaf 1959 werkte hij aan verschillende universiteiten in de VS als gasthoogleraar.

 

 

Ballade nach Shakespeare

 

Warum wird Hamlet nimmermehr

Bei seiner Liebsten schlafen?

Sie haben ein Bett, und das Bett ist leer,

Das Schiff hat keinen Hafen.

 

Ophelia hat sich dargebracht,

Und Hamlet war eingeweiht,

Aber die Zeit ihrer Liebesnacht

War nicht in dieser Zeit.

 

Er ist nicht fern. Er hat seinen Sitz

Eine Sesselhöhe unter ihr,

Aber sein leidender, stäubender Witz

Ist voller Todesbegier.

 

Sein Geist, sein schrecklicher Mannesmut,

Schlafraubend, Grimm und Entbehren,

Eine Feuersäule, ein brennendes Blut,

Wie wird er die Bühne verheeren!

 

Dies alles umstellt ihn: Throne und Stufen,

Spiegel und spanische Wände.

Man hört ihn nach Gespenstern rufen,

Nach Schlaf und Tod und Ende.

 

Stürzt über Terrassen und Balustraden

Und tut seinem Schwerte Bescheid.

Er schleppt sich ab, mit Toten beladen,

Um nichts als Gerechtigkeit.

 

Du Schwert, das seinen kühnsten Stoß

Gegen die Hydra* der Zeugung führt!

Verdorren muss Ophelias Schoß,

Wenn Hamlet ihn nicht berührt.

 

Und wenn die Liebe sie selig spricht,

Die Welt muss sich entzwein.

Die Welt in Tod und Tod zerbricht,

Manns Tod und Weibes Schrein.

 

Ophelias Geist, mit Mohn bestreut,

Geht zu den Nixen und Fischen.

Im Wasser treiben Kranz und Kleid,

Salbei und Wermut, Tod und Zeit

In grenzenlosem Vermischen.

 

 

 

 

 

Holthusen
Hans Egon Holthusen (15 april 1913 – 21 januari 1997)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Erich Arendt werd geboren op 15 april 1903 in Neuruppin. Voor de val van de muur behoorde hij samen met Johannes Bobrowski en Peter Huchel tot de belangrijkste dichters van de DDR. Hij debuteerde toen hij 22 jaar was in Der Sturm. In 1933 vluchtte hij naar Zwitserland. Hij nam deel aan de Spaanse burgeroorlog en leefde als balling in Columbia. In 1950 keerde hij terug naar Oost-Berlijn. Daar verscheen toen zijn eerste verzamelbundel "Trug doch die Nacht den Albatros" waar hij meteen een nationale prijs voor kreeg.

 

 

 

Augenblicksblind

 

Augenblicksblind
du liegst
unterm Schafott:

Die gläsernen
Handschuh!
Das Nickel!

Blutätherisch

du liegst

und die Weltnadel tickt

Unterwasserlichtig
am Zeitsaum
du

erreichst dich nicht mehr,
die Tiefe ist
außen …

weltnadelfern

 

 

 

 

Ahrendt
Erich Arendt (15 april 1903 - 25 september 1984)

 

15-04-08

Jeffrey Archer, Wilhelm Busch, Henry James, Ina Boudier-Bakker, Bliss Carman, Pol de Mont, Staf Weyts


De Britse schrijver Jeffrey (Howard) Archer, Baron Archer of Weston-super-Mare, werd geboren op 15 april 1940 in Londen. Archer bezocht de Wellington School in Somerset en het Brasenose College in Oxford. In 1969 zat hij als lid van de conservatioeve partij in het House of Commons. Zijn eerste verhaal Not a Penny More, Not a Penny Less verscheen in 1974 en was meteen een succes. Vervolgens verschenen de thriller Shall We Tell the President?, de bestseller Kane and Abel, en het vervolg erop The Prodigal Daughter. Tijdens de verkiezingen voor het burgemeesterschap van Londen werd hij begin 2000 wegens meineed aangeklaagd en tot enkele jaren gevangenisstraf veroordeeld. Tegenwoordig woont Archer in Lambeth (Londen) en in Grantchester bij Cambridge, in een huis, The Old Vicarage, dat beroemd werd door een gedicht van Rupert Brook.

 

Uit: A Prisoner of Birth

 

“Yes,” said Beth.


She tried to look surprised, but wasn’t all that convincing as she had already decided that they were going to be married when they were at secondary school. However, she was amazed when Danny fell on one knee in the middle of the crowded restaurant.


“Yes,” Beth repeated, hoping he’d stand up before everyone in the room stopped eating and turned to stare at them. But he didn’t budge. Danny remained on one knee, and like a conjurer, produced a tiny box from nowhere. He opened it to reveal a simple gold band boasting a single diamond that was far larger than Beth had expected—although her brother had already told her that Danny had spent two months’ wages on the ring.


When Danny finally got off his knee, he took her by surprise again. He immediately began to tap a number on his mobile. Beth knew only too well who would be on the other end of the line.


“She said yes!” Danny announced triumphantly. Beth smiled as she held the diamond under the light and took a closer look. “Why don’t you join us?” Danny added before she could stop him. “Great, let’s meet at that wine bar off the Fulham Road—the one we went to after the Chelsea game last year. See you there, mate.”


Beth didn’t protest; after all, Bernie was not only her brother, but Danny’s oldest friend, and he’d probably already asked him to be his best man.


Danny turned off his phone and asked a passing waiter for the bill. The maître d’ bustled across.


“It’s on the house,” he said, giving them a warm smile.


It was to be a night of surprises.



When Beth and Danny strolled into the Dunlop Arms, they found Bernie seated at a corner table with a bottle of champagne and three glasses by his side.


“Fantastic news,” he said even before they had sat down.


“Thanks, mate,” said Danny, shaking hands with his friend.


“I’ve already phoned Mum and Dad,” said Bernie as he popped the cork and filled the three champagne glasses. “They didn’t seem all that surprised, but then it was the worst-kept secret in Bow.”


“Don’t tell me they’ll be joining us as well,” said Beth.


“Not a chance,” said Bernie raising his glass. “You’ve only got me this time. To long life and West Ham winning the cup.”


“Well, at least one of those is possible,” said Danny.



 

 

 

ARCHER
Jeffrey Archer (Londen, 15 april 1940)

 

 

 

 

De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zie ook mijn blog van 15 april 2007.

 

 

Schein und Sein

 

Mein Kind, es sind allhier die Dinge,
    Gleichwohl, ob große, ob geringe,
Im wesentlichen so verpackt,
    Daß man sie nicht wie Nüsse knackt.

Wie wolltest du dich unterwinden,
    Kurzweg die Menschen zu ergründen.
Du kennst sie nur von außenwärts.
    Du siehst die Weste, nicht das Herz.

 

 

 

Doppelte Freude

 

Ein Herr warf einem Bettelmann
    Fünf Groschen in den Felber.
Das tat dem andern wohl, und dann
    Tat es auch wohl ihm selber.

 

Der eine, weil er gar so gut,
    Kann sich von Herzen loben;
Der andre trinkt sich frischen Mut
    Und fühlt sich auch gehoben.

 

 

 

Zwei Jungfern

 

Zwei Jungfern gibt es in Dorf und Stadt,
    Sie leben beständig im Kriege,
Die Wahrheit, die niemand gerne hat,
    Und die scharmante Lüge.

Vor jener, weil sie stolz und prüd
    Und voll moralischer Nücken,

Sucht jeder, der sie nur kommen sieht,
    Sich schleunigst wegzudrücken.

Die andre, obwohl ihr nicht zu traun,
    Wird täglich beliebter und kecker,
Und wenn wir sie von hinten beschaun,
    So hat sie einen Höcker.

 

 

 

 

busch
Wilhelm Busch (15 april 1832 - 9 januari 1908)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Henry James werd geboren in New York op 15 april 1843. Zie ook mijn blog van 15 april 2007.

 

Uit: Washington Square

 

During a portion of the first half of the present century, and more particularly during the latter part of it, there flourished and practiced in the city of New York a physician who enjoyed perhaps an exceptional share of the consideration which, in the United States, has always been bestowed upon distinguished members of the medical profession. This profession in America has constantly been held in honor, and more successfully than elsewhere has put forward a claim to the epithet of 'liberal.' In a country in which, to play a social part, you must either earn your income or make believe that you earn it, the healing art has appeared in a high degree to combine two recognized sources of credit. It belongs to the realm of the practical, which in the United States is a great recommendation; and it is touched by the light of science--a merit appreciated in a community in which the love of knowledge has not always been accompanied by leisure and opportunity.

It was an element in Doctor Sloper's reputation that his learning and his skill were very evenly balanced; he was what you might call a scholarly doctor, and yet there was nothing abstract in his remedies--he always ordered you to take something. Though he was felt to be extremely thorough, he was not uncomfortably theoretic; and if he sometimes explained matters rather more minutely than might seem of use to the patient, he never went so far (like some practitioners one had heard of) as to trust to the explanation alone, but always left behind him an inscrutable prescription. There were some doctors that left the prescription without offering any explanation at all; and he did not belong to that class either, which was after all the most vulgar. It will be seen that I am describing a clever man; and this is really the reason why Doctor Sloper had become a local celebrity.”

 

 

 

james
Henry James (15 april 1843 - 28 februari 1916)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Ina Boudier-Bakker werd geboren in Amsterdam op 15 april 1875. Zie ook mijn blog van 15 april 2007.

 

Uit: De straat

 

Onder de grauwe wijde hemel lag in de stille najaarsdag de Straat - de hoofdstraat van het kleine vergeten stadje, in zijn vereenzaming achter de uiterwaarden van de grote rivier. De brede lege straat, met z'n deftige herenhuizen gerijd van poort tot poort.

Vele malen, in vroeger eeuwen, hadden wilde horden vreemd krijgsvolk de nauwe donkere poort bestormd, en de sterke verschansing van grijze wallen rondom. Strijd was er geweest en fel leven, en altijd een geest van verweer had de harten beroerd, bedacht op overval en verraad.

Daarna was gekomen het verval, de rust, de verlatenheid. In de grote herenhuizen met hier en daar een winkeltje, een werkplaats ertussen, woonden de notabelen; en achter de vensters zagen stille gezichten toe op al het dagelijks gebeurende, wéérkerende. De Straat was hun wereld, die alles beheerste, waar alles zich afspeelde. Over de Straat laaiden van achter de gesloten vensters de gedachten, die geen daden ooit werden, uit stille ogen en zwijgende monden; over de Straat sponnen zich de gedachten uit de strakke besloten huizingen voort tot elkaar, vonden elkaar en braken - klemden elkaar als worstelende vijanden, om zich dan weer plots verloren te vinden in een mist van vergetelheid en onmacht; voortgedreven, zwervende, doelloos heen en weer. Een web van onzichtbare draden tussen de huizen van de Straat, waar aan beide einden, van de poort, en van de oude gotische kerk, de klokken de tijd afbeierden - de tijd, die wegwiste de seizoenen, de jaren, in de nevel van nauw bewuste herinnering.

Eénmaal in het jaar gebeurde er iets vreemds in de straat. In de herfst, als koel en hoog de hemel spande over de groene uiterwaarden en de blauwe glinsterende rivier, kwamen grote wagens met kermistuig de houten schipbrug overzeulen, met moeite de dijk op, en de enge donkere poort onderdoor.”

 

 

 

boudier
Ina Boudier-Bakker (15 april 1875 - 26 december 1966)

 

 

 

 

 

De Canadese dichter Bliss Carman werd geboren in Fredericton, in de provicincie New Brunswick op 15 april 1861. Zie ook mijn blog van 15 april 2007.

 

 

Rivers of Canada

 

O all the little rivers that run to Hudson's Bay,
They call me and call me to follow them away.

Missinaibi, Abitibi, Little Current--where they run
Dancing and sparkling I see them in the sun.

I hear the brawling rapid, the thunder of the fall,
And when I think upon them I cannot stay at all.

At the far end of the carry, where the wilderness begins,
Set me down with my canoe-load--and forgiveness of my sins.

O all the mighty rivers beneath the Polar Star,
They call me and call me to follow them afar.

Peace and Athabasca and Coppermine and Slave,
And Yukon and Mackenzie--the highroads of the brave.

Saskatchewan, Assiniboine, the Bow and the Qu'Appelle,
And many a prairie river whose name is like a spell.

They rumor through the twilight at the edge of the unknown,
"There's a message waiting for you, and a kingdom all your own.

"The wilderness shall feed you, her gleam shall be your guide.
Come out from desolations, our path of hope is wide."

O all the headlong rivers that hurry to the West,
They call me and lure me with the joy of their unrest.

Columbia and Fraser and Bear and Kootenay,
I love their fearless reaches where winds untarnished play--

The rush of glacial water across the pebbly bar
To polished pools of azure where the hidden boulders are.

Just there, with heaven smiling, any morning I would be,
Where all the silver rivers go racing to the sea.

O well remembered rivers that sing of long ago,
Ajourneying through summer or dreaming under snow.

Among their meadow islands through placid days they glide,
And where the peaceful orchards are diked against the tide.

Tobique and Madawaska and shining Gaspereaux,
St. Croix and Nashwaak and St. John whose haunts I used to know.

And all the pleasant rivers that seek the Fundy foam,
They call me and call me to follow them home.

 

 

 

 

bliss_carman
Bliss Carman (15 april 1861 – 8 juni 1929)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Pol De Mont werd geboren in Wambeek op 15 april 1857. Na zijn middelbare studies in het Frans te Ninove gevolgd te hebben, ging hij naar het Klein Seminarie in Mechelen. Hier was het dat hij zijn eerste gedichten schreef en in 1875 zijn eerste bundel Klimoprankske liet drukken. Twee jaar later ging hij rechten studeren aan de universiteit van Leuven. Samen met Albrecht Rodenbach stichtte hij hier Het Pennoen. In 1880 werd zijn, met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde bekroonde, bundel Gedichten gepubliceerd. Pol De Mont begon zijn carrière als leerkracht aan het atheneum in Antwerpen. In 1904 werd hij benoemd tot conservator van het Museum van Schone Kunsten te Antwerpen. Een jaar later was hij één van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkele van zijn medewerkers daar waren Paul Van Ostaijen en Alice Nahon.

 

 

Het regent op mossen en varen.

 

Het regent op mossen en varen

een regen van zonnige vonken,

alsof het oogen waren,

die tusschen de loovers lonken.

 

Zij vallen van hoog uit de toppen

neer langs de twijgen der iepen,

als waren het lichtende droppen

die, gulden, ter aarde siepen.

 

Nauw gaat er éen bladjen aan 't wiegen,

of als luchtige, gouden sylphieden,

in scharen zien wij ze vliegen,

als wilden zij ons bespieden.

 

En over uw boezem en armen,

en over uw bleekige wangen,

weven ze, in lichtende zwarmen,

netten, als om u te vangen.

 

Dan huppen zij om uwe haren

en uw zachtberoosde koonen,

als of het kleinodiën waren,

waarmede ze u willen kronen.

 

 

 

 

 

Een lichtschijn.

 

En droevig zit ik, in mijn eenzaamheid,

in hooploos nietsdoen. Al mijn uren dood ik

in ijdel snakken naar het eindlijk einde

des langen, droeven dags, naar 't eindlijk einde

des langen, droeven Winters, zelfs naar 't einde

des langen, veel te langen levens, dat,

zwaarder dan lood, zwaar als de smarten zelf,

weegt op mijn hoofd.....

 

En onbeweeglijk zit ik,

mijn armen slap neerhangend nevens mij,

stom, onbeweeglijk, - als een doode die

nog enkel zien zou, - in mijn leuningstoel,

gedachtloos volgend, met stardrogen blik,

de groote, gouden zonnevlek, die, langzaam,

o hooploos langzaam, als een reuzenkever

kruipt langs den muur, kruipt naar het venster heen,

en kleiner - kleiner, bleeker - bleeker wordt,

en wegzweemt, ongemerkt - - weg in het niet...

 

 

 

 

 

DeMont
Pol De Mont (15 april 1857 - 29 juni 1931)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 15 april 2007.

 

De Vlaamse schrijver Staf Weyts werd geboren op 15 april 1909 in Mechelen.

 

 

15-04-07

Wilhelm Busch, Henry James, Bliss Carman, Ina Boudier-Bakker, Staf Weyts


De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zijn bekendste creaties zijn Max und Moritz (1865) en Die fromme Helene (1872). Wilhelm Busch kwam uit een groot middenstandersgezin in het kleine Nedersaksische dorp Wiedensahl. Hij leerde voor ingenieur, maar ging naar Düsseldorf, Antwerpen en München om kunstschilder te worden. In zijn leven produceerde hij meer dan duizend schilderijen, maar met een nevenactiviteit werd hij beroemd: de buitengewoon grappige en verrassend moderne getekende verhalen, die zich laten lezen als een strip. Ze werden gepubliceerd in de Fliegende Blätter.

Uit: Max und Moritz

Mancher gibt sich viele Müh'
Mit dem lieben Federvieh;
Einesteils der Eier wegen,
Welche diese Vögel legen;
Zweitens: Weil man dann und wann
Einen Braten essen kann;
Drittens aber nimmt man auch
Ihre Federn zum Gebrauch
In die Kissen und die Pfühle,
Denn man liegt nicht gerne kühle.

 

 

mm-01-01

 

 

Seht, da ist die Witwe Bolte,
Die das auch nicht gerne wollte.

 

 

mm-01-02

 

 

Ihrer Hühner waren drei
Und ein stolzer Hahn dabei.

Max und Moritz dachten nun:
Was ist hier jetzt wohl zu tun?
Ganz geschwinde, eins, zwei, drei,
Schneiden sie sich Brot entzwei,

 

 

In vier Teile, jedes Stück
Wie ein kleiner Finger dick.
Diese binden sie an Fäden,
Übers Kreuz, ein Stück an jeden,
Und verlegen sie genau
In den Hof der guten Frau. -

Kaum hat dies der Hahn gesehen,
Fängt er auch schon an zu krähen:

Kikeriki! Kikikerikih!! -
Tak, tak, tak! - Da kommen sie.

 

Hahn und Hühner schlucken munter
Jedes ein Stück Brot hinunter;

Aber als sie sich besinnen,
Konnte keines recht von hinnen.

In die Kreuz und in die Quer
Reißen sie sich hin und her,

Flattern auf und in die Höh',
Ach herrje, herrjemine!

 

 

 

 

Busch
Wilhelm Busch (15 april 1832 - 9 januari 1908)

 

De Amerikaanse schrijver Henry James werd geboren in New York op 15 april 1843. James was de zoon van Henry James sr. en de jongere broer van psycholoog en filosoof William James. Hij groeide op in een intellectueel milieu van filosofen en politici die vrienden of bekenden van zijn vader waren. Hieronder waren mensen als Henry David Thoreau, Nathaniel Hawthorne en Ralph Waldo Emerson. Toen James nog jong was reisde hij al door Europa. Hij kreeg les van een tutor in Parijs, Londen, Bologna, Bonn en Genève. Hierna op de leeftijd van 19 jaar, begon hij aan een rechtenstudie aan Harvard. Hij heeft deze studie niet afgemaakt. Hij was meer geïnteresseerd in literatuur en verdiepte zich in de Engelse, Duitse, en Franse literaire klassiekers. De Russische schrijvers las hij in vertaling. James bracht de grootste tijd van zijn leven door in Europa waar ook de meeste van zijn romans zich afspelen. Aan het einde van zijn leven werd hij Brits staatsburger. Hij was teleurgesteld in de Verenigde Staten vanwege het feit dat ze zich niet mengden in de Eerste Wereldoorlog en drukte op deze wijze zijn verbondenheid uit met zijn nieuwe vaderland. James is drager van de Britse onderscheidingsorde Order of Merit.

 

Uit: The Ambassadors

 

“Strether's first question, when he reached the hotel, was about his friend; yet on his learning that Waymarsh was apparently not to arrive till evening he was not wholly disconcerted.  A telegram from him bespeaking a room "only if not noisy," reply paid, was produced for the enquirer at the office, so that the understanding they should meet at Chester rather than at Liverpool remained to that extent sound.  The same secret principle, however, that had prompted Strether not absolutely to desire Waymarsh's presence at the dock, that had led him thus to postpone for a few hours his enjoyment of it, now operated to make him feel he could still wait without disappointment.  They would dine together at the worst, and, with all respect to dear old Waymarsh--if not even, for that matter, to himself--there was little fear that in the sequel they shouldn't see enough of each other.  The principle I have just mentioned as operating had been, with the most newly disembarked of the two men, wholly instinctive--the fruit of a sharp sense that, delightful as it would be to find himself looking, after so much separation, into his comrade's face, his business would be a trifle bungled should he simply arrange for this countenance to present itself to the nearing steamer as the first "note," of Europe.  Mixed with everything was the apprehension, already, on Strether's part, that it would, at best, throughout, prove the note of Europe in quite a sufficient degree.”

 

 

James
Henry James (15 april 1843 - 28 februari 1916)

 

De Canadese dichter Bliss Carman werd geboren in Fredericton, in de provicincie New Brunswick op 15 april 1861. Hij studeerde aan de University of New Brunswick, de University of Edinburgh, Harvard University en New York University Carman was invloedrijk als redacteur en schrijver van bladen als de Independent, de Cosmopolitan, de Atlantic Monthly, en de Chap Book

Ook werd hij bekend door zijn bloemlezingen zoals The World's Best Poetry (10 delen, 1904) en The Oxford book of American Verse (1927).

 

 

A SON OF THE SEA

 

I was born for deep-sea faring;

I was bred to put to sea;

Stories of my father's daring

Filled me at my mother's knee.

I was sired among the surges;

I was cubbed beside the foam;

All my heart is in its verges,

And the sea wind is my home.

All my boyhood, from far vernal

Bourns of being, came to me

Dream-like, plangent, and eternal

Memories of the plunging sea.

 

 

THE OUTLAW

 

Oh, let my lord laugh in his halls
When he the tale shall tell!
But woe to Jarlwell and its walls
When I shall laugh as well!
And he that laughs the last, lads,
Laughs well, laughs well!

He's lord of many a burg and farm
And mickle thralls and gold,
And I am but my own right arm,
My dwelling-place the wold.
But when we twain meet face to face,
He will hot laugh so bold.

The shame he chuckles as he shows
This time he need not tell;
I'll give his body to the crows,
And his black soul to Hell.
For he that laughs the last, lads,
Laughs well, laughs well!

 

 

 

Carman
Bliss Carman (15 april 1861 – 8 juni 1929)

 

De Nederlandse schrijfster Ina Boudier-Bakker werd geboren in Amsterdam op 15 april 1875. In 1902 schreef ze haar debuut, de novelle Machten, maar ze veroverde pas echt haar plaats tussen de grote Nederlandse auteurs met haar roman Armoede, die zij in Utrecht schreef. Ook daar schreef ze in 1930 haar nu bekendste boek, De Klop op de Deur, dat in 1970 werd bewerkt voor de televisie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legde zij elke daad van terreur vast in verzen, die ze vlak na de oorlog heeft voorgedragen in de Pieterskerk. Na de oorlog werd het leven van Boudier-Bakker beïnvloed door ziekte van haar man en haarzelf en door de dood van haar man in 1952. Daar liet ze zich niet door uit het veld slaan en ze heeft nog een flink aantal werken geproduceerd, waaronder Finale (1957) dat een groot succes was. Ina's oeuvre werd in 1963 bekroond met de Tollens-prijs.

Uit: De klop op de deur

 

“DONKER de gekartelde dakenlijn tegen een lichte maanlucht, rezen de achtergevels der Warmoesstraathuizen vlak aan het havenwater op. In de flauwe kabbeling spiegelde zich hun grillige lijn - gleed een roode schijn het zwart in, waar een venster onbedekt bleef. Van de schepen, gemeerd aan den wal, vonkten enkel de lichtjes in den top van den mast - een rookzuiltje uit een kombuis kronkelde op.

Op Het Water vingen de smalle huizen, met hun ronde krulnokken, hun trapgevels, hun platte en hooge stoepen, aartsvaderlijk gemoedelijk met een bankje erop en een ijzeren hek ervoor - in hun kleine ruitjes een glimp van de bijna volle maan, die daar langzaam zeilde over de stad door een bewolkten wilden hemel.

Een korten tijd stond hij recht achter het kantwerk van den Oudekerkstoren, lichtte de fijne spijlen en klokken door. Tot hij voortzeilend weer den toren in donker liet, waaruit nu zilverhelder een stem begon te zingen. Het carillon.

Het zong en dreef uit in de lucht, over de huizen van Het Water, waar de menschen in den oudejaarsnacht plotseling stil werden en opluisterden. Het dreef voort, boven de daken, het noorden toe, over het wijde open IJ naar de Zuiderzee. Het raakte in het oosten den Schreierstoren, en zweefde over de Waag en de Nieuwmarkt. Het gleed de torens van de Mozes en Aäronkerk over naar den Amstel tusschen de koele weilanden en de Paden. De lichte wind droeg het aan daar waar de stad het grootst was, het westen in - over het paleis van den Dam en de Nieuwekerk, om zich te verliezen boven den rumoerigen Jordaan.

 

 

 

BOUDIER
Ina Boudier-Bakker (15 april 1875 - 26 december 1966)

 

De Vlaamse schrijver Staf Weyts werd geboren op 15 april 1909 in Mechelen. Weyts was inspecteur bij het Ministerie van Volksgezondheid en bracht een groot deel van zijn leven door in Sint-Kruis bij Brugge. Zoals zovele Vlaamse letterkundigen debuteerde hij met poëzie. Zijn eerste bundel "Gedichten" verscheen in 1928. Hij schakelde echter vlug over naar proza: novellen en romans, maar ook sprookjes en verhalen voor de jeugd. Tot zijn belangrijkste werken behoren "Ontmoeting met Denise" (1954), "Gebed om verzoening" (1960) en "Gevangene van Hedwige" (1963). Werken van hem werden vertaald het Duits, Zweeds en Fins.

Uit: Sneeuw en zonde

 

“Een vraag flitst door haar slaap: ‘Was dat een stem? Was daar soms iemand die haar riep?’ Maar er fluit wind, er ruischt sneeuw, boomen suizen in den nacht, en niets anders was het dan die wind en die sneeuw en de winter die vaart door de boomen.

‘Paula!... Paula!...’

Het is de storm die huilt; de zoevende buien die aanrukken tegen de ramen en reeds zijn haar oogen weer dicht. Het is slapen en toch niet. Het is droomen op de grens tusschen beide, suizelend een verglijden naar diepten waar schaduwen en schimmen zich wonderbaar mengen, en van wijd uit den nacht schuift dan eensklaps midden sneeuwjacht en storm ook het beeld der gevangenis voor haar geest. Twee maal heeft zij er haar man reeds bezocht. Nu schijnen vreeselijke uilen bij den ingang te waken, maar uilen zijn het niet, slechts hongerige meeuwen die bij haar handgeklap opwieken, en dan staat zij ook eensklaps voor een snel stroomend water waarlangs een man op een horen toet.

‘Paula!... Paula!...’

Het is een stem die zij kent! En zie, daar schrijdt die man eensklaps nader. Sneeuw waait om hem heen en zijn aangezicht kan zij nog niet onderscheiden. Aan zijn stap lijkt het Goossenaerts, als hij toet is het echter Wieze, en luider en luider toet hij dan eensklaps doorheen de sneeuw en den wind, en den winter die huilt in de boomen...

‘Paula!... Paula!...’

Zij schrikt op en snokt het licht aan. Maar alles is rustig. Zij is nog thuis, de kinderen slapen en wat zij hoorde was slechts bedrog.”

 

 

 

Weyts
Staf Weyts (15 april 1909 – 12 januari 1985)