01-09-17

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Edgar Rice Burroughs, Sabine Scho, Peter Adolphsen, Lenrie Peters, J. J. Cremer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit:Nooit meer slapen

— Ze riep: pas op! Maar kinderen geloven andere kinderen niet. Een kind zal eerder zijn vader geloven dan een ander kind. Zo zijn wij altijd eerder geneigd een buitenlander te geloven dan een landgenoot, zelfs als die landgenoot het beter weet. Wanneer een Noor hier met iets nieuws komt aandragen, zeggen de mensen: dat kan niet goed zijn, want dat hebben we nog niet in een Amerikaans boek gelezen. Maar als een Amerikaan iets onzinnigs beweert en een Noor spreekt het tegen, dan zeggen ze: hij is niet op de hoogte! Hij is maar een provinciaal! Hij moest eens een jaartje naar Amerika gaan! In een klein land zijn het altijd napers die het hoogst staan aangeschreven en dat geldt op alle gebieden. Nu Ibsen en Strindberg dood zijn, nu weet iedereen dat zij de grootste schrijvers waren die Skandinavië ooit heeft opgeleverd. Maar toen ze nog leefden! Praktisch elke houthakker kon de Nobelprijs krijgen...Ibsen en Strindberg kregen hem niet!
Arne blijft staan. — Dit huis is het, zegt hij, stap niet op het gras. Gras is op deze hoogte een zeldzame plant, waar de mensen erg zuinig op zijn. Een deur van horregaas valt achter ons dicht met het gezang van een spiraalveer. — De eigenlijke bewoners logeren in Oslo. Ik heb het huis zolang mogen lenen. Arne zet mijn koffer midden op de vloer van een zitkamer. Ik doe mijn rugzak af en probeer op mijn wangen de muggen dood te slaan die met ons mee naar binnen zijn gekomen. Arne pakt een spuitbus van de schoorsteenmantel en een nevel die naar kamfer ruikt, verspreidt zich onder de druk van zijn wijsvinger. Het is goed te zien dat Arne hier maar tijdelijk zijn bivak heeft opgeslagen. Klinkt die uitdrukking te gewoon? Arne heeft ervoor gezorgd dat geen andere combinatie van woorden toepasselijk is. De meubelen heeft hij aan de kant geschoven. Op de grond liggen een tent, tentstokken, een half ingepakte rugzak, pioniersschopje, dozen knkkebrëd, blikjes, een theodoliet en een loodzware driepoot van hout, de poten samengevouwen. Ik buk om iets op te rapen. — Wat is dit? — Een visnet. Om vis te vangen onderweg. Anders krijgen we niet te eten.”

 

 
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)
Scene uit de film “Beyond Sleep” (Nooit meer slapen) uit 2016

Lees meer...

01-09-16

W. F. Hermans, Peter Adolphsen, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Edgar Rice Burroughs, Sabine Scho, Lenrie Peters, J. J. Cremer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Nooit meer slapen

“Deprimerend, waarom? Deprimerend is het alleen voor wie in naties denkt. Naties die allemaal haantje de voorste willen spelen. Maar de wereld is een groot geheel. Dat moet je toch begrijpen.
Begrijpen! antwoordt Arne, begrijpen hier (hij slaat op zijn hoofd) begrijpen, hier. ]a. Begrijpen daar (hij geeft mij een lichte stomp op de borst) begrijpen daar: nee. En weet je hoe dat komt?
Ik zeg dat ik er geen idee van heb.
Het komt doordat in iedereen, hoe wijs ook, een krankzinnige zit verstopt. Een wilde krankzinnige en die krankzinnige groeit uit hetzelfde waaruit alle krankzinnigen groeien: uit het kind dat wij geweest zijn toen wij een, twee, drie jaar oud waren. Dat kind, begrijp je, heeft maar één taal geleerd. Zijn moedertaal.
Arne vertelt dit allemaal rustig, niet te snel, niet te langzaam, afgerond, duidelijk. En dan te bedenken dat wij ondertussen een steile zandrug beklimmen. Hij blaast niet, hijgt niet, loopt niet sneller of langzamer dan op horizontaal terrein.
Als je een klein land bent, zegt hij, als de politiek en de mode en de films en de auto’s en de machines en bijna alles uit het buitenland komt. Als dan ook nog bijna alle essentiële boeken, dat wil zeggen de boeken die gelijk hebben, de boeken die de waarheid bevatten, de boeken die beter zijn dan de meeste inheemse boeken, dat wil zeggen de vaderboeken‚ als die in vreemde talen geschreven zijn, dan krij gt zodoende het buitenland een positie tegenover je als het moederland tegenover de kolonie, als de stad tegenover het platteland. De koloniaal en de provinciaal, wat zijn ze anders dan degenen die niet ‘bij’ zijn, die de dingen niet precies weten, altijd ongelijk hebben, niet op de hoogte zijn, achterlijk, enzovoort.
We hebben nu het topniveau van de zandrug bereikt en komen op een andere weg, niet bestraat, maar toch een hoofdweg. In de bosachtige terreinen aan weerszijden staan kleine houten bungalows. Het terrein is niet door hekken afgesloten van de weg en ook tussen de huizen staan geen hekken.
Een meisje op een driewieler houdt gelijke tred met ons: zij gebruikt de pedaaltjes niet, maar zet zich af met haar voeten. Een jongen schiet een zweefvliegtuigje af met een katapult, terwijl het meisje iets roept. Het zweefvliegtuigje raakt vast boven in een spar.
Wat riep het meisje? vraag ik.”

 

 
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)
Scene uit de film “Beyond Sleep” (Nooit meer slapen) uit 2016

Bewaren

Lees meer...

01-09-15

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars, Edgar Rice Burroughs

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor W. F. Hermans op dit blog.

Uit: De raadselachtige Multatuli

“Eduard Dekker was niet trots op zijn afkomst. Zijn roman Woutertje Pieterse moge niet precies een autobiografie zijn, maar dat de bittere haat tegen het fantasieloze kleinburgerdom, die uit dat boek spreekt, in zijn eigen jeugd ontstaan is, lijdt geen twijfel.
Maatschappelijke eerzucht, die ook de andere kinderen van kapitein Dekker in hoge mate moet hebben beheerst, nam in Eduard's geval bijzondere vormen aan.
Catharina sloot een degelijk huwelijk met kapitein Abrahamsz, Pieter werd een deftige dominee, en Jan, aanvankelijk stuurman, vergaarde een fortuin in de tabakscultuur op Java, - fortuin dat hij later weliswaar weer zou kwijtraken.
Maar niemand zou de zuster en de broers meer ter sprake brengen, als Eduard het tot soortgelijk burgerlijk aanzien had gebracht, en toch was dat ook een van zijn idealen, in het begin.
Zijn familieleden noemden hem Teddy.
Het gezin was doopsgezind en vroom.
Doopsgezinden zijn puriteins, tolerant uit beginsel, tegenstanders van geweld. Zij gehoorzamen God eerder dan de Staat, streven naar eigen verantwoordelijkheid en bewust handelen. Hun kinderen worden niet, zoals die van andere denominaties, vlak na de geboorte gedoopt, maar pas wanneer ze volwassen zijn. Zij dienen te weten wat zij doen en hun geloof bewust te belijden.
De vader, Engel Douwesz. Dekker schijnt een geestige, welbespraakte man geweest te zijn. Een krachtig gezagvoerder, die de meeste mensen al gauw als ‘jongetje’ aansprak. Hij was, zoals bij een zeekapitein vanzelf spreekt, meestal niet thuis.
De opvoeding van zijn kinderen kwam grotendeels neer op zijn vrouw, die een zenuwachtig karakter had. Haar handen zaten los aan haar lijf, zoals men zegt. Eduard zou later enige sentimentele verzen aan haar wijden, in zijn beginperiode toen hij nog schreef zoals het destijds hoorde. In zijn hart heeft hij haar waarschijnlijk gehaat. Aangenomen mag worden dat hij vroeg gespeend werd en dat als zuigeling het contact tussen hem en zijn moeder niet goed is geweest. Zij zal, na al zo veel kinderen ter wereld te hebben gebracht, misschien niet zo vurig naar hem verlangd hebben.
Hij had te lijden van haar humeur en kreeg dikwijls onverdiend slaag. Ze vond hem te ‘zacht’.
‘God heeft zich met Eduard vergist’, zei ze, ‘hij had beter een meisje kunnen zijn.’

 

 
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

01-09-14

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor W. F. Hermans op dit blog.

Uit: De donkere kamer van Damokles

“Hij speurde in alle richtingen, nergens iemand te zien. Toen begon hij te klimmen. Het was niet gemakkelijk. Ik had mijn regenjas uit moeten doen, dacht hij. Gelukkig had hij rubberzolen onder zijn schoenen, dat gaf hem tenminste enig houvast. Het meisje keek naar hem om en lachte. Zij maakte met haar duim bewegingen van vlugger, vlugger.
Eindelijk kon hij zich vastgrijpen aan de ijzeren dwarsarm waarop de witte porceleinen isolatoren bevestigd waren. Met zijn andere hand, nam hij de nijptang uit zijn zak. Schuin beneden hem liep het meisje en zwaaide met de tas. Nog nooit had hij telefoonisolatoren van zo dichtbij gezien, hij had nooit geweten dat zij zo groot waren. Wel zo groot als een melkbeker. Hij knipte de draden door en zag ze vallen en tot enorme hoepels opkrullen, dwars over de weg. Onmiddellijk liet hij zich zakken, holde naar de draden en probeerde ze te bedwingen, ze zoveel mogelijk weg te stoppen in de greppel. Dit lukte. Toen sloeg hij zijn jas af, maar het meeste vuil was niet meer te verwijderen. Recht van boven naar beneden had de paal een brede zwarte streep achtergelaten op de witte katoen.
Nog voortdurend op zijn jas kloppend, bereikte hij het bosje dat hem aangeduid was. Hij sprong over de greppel en drong zich tussen de dorre sparren, de takken uit zijn gezicht houdend. In schuine richting werkte hij zich er doorheen.
Ook dit bosje was niet diep. Vrij gauw zag hij het huis dat het huis van Lagendaal moest zijn. Het huis lag geheel vrij, hier en daar stond een jonge doeglasspar op het terrein, dat van het bos gescheiden werd door een aardappelakker. Hij zag het meisje lopen, nog steeds zwaaiend met haar tas. Naar schatting was zij een honderdvijftig meter bij het huis vandaan.
Het was een laag, houten huis. Verrek! De luiken waren geschilderd in de kleuren van de partij: rood en zwart!”

 

 
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

Lees meer...

01-09-13

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor W. F. Hermans op dit blog.

 

 

Nachtmerrie van een polemist

 

Toen ik de ene man met goed gevolg
Aan een gezwel in de hals had geopereerd
Met mijn zakmes,
Werd ik overmoedig en opereerde de andere man
Aan het hart.

Ik had het ongeluk een ader open te snijden
Zij hing uit zijn borstkas als een dunne rubberslang
Zoals gebruikt wordt in aquaria.

Haastig heb ik, zonder verder te opereren, de wond toegenaaid.
De ader hing eruit.
Gelukkig, er kwam geen bloed uit.

Radeloos ben ik naar mijn huisdokter gegaan
En ik bekende hem al mijn zonden:
Hoe ik de ene man had geholpen,
Hoe ik de andere misschien had vermoord,
Hoe ik hem haast je rep je had verbonden
Dat ik de twee einden van de ader
Niet meer op elkaar aan kon sluiten.
Hoe moest nu die man zijn bloedsomloop gebruiken ?

De dokter vroeg: Bloed ? Wat zegt u, bloed ?
Is dat er dan niet allang allemaal uitgelopen ?
Is hij niet dood ?

Ik ontkende, ik zei: er kwam geen bloed uit.
De ader hangt uit zijn huid
Als een tuit.

 

 

 

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

Lees meer...

01-09-11

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Peter Adolphsen

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor W. F. Hermans op dit blog.

 

 

Samenzijn in négligé

 

Zij stond voor haar toilettafel,
Een driedelige toilettafel,
Een toilettafel met drie spiegels.

Zij kamde haar haar,
En ik stond achter haar.
Zij plukte uit haar kam een rafel.

En zo lichtgevend was zij,
Dat ik, toen ik mij omdraaide naar de wand
(De toilettafel - zij - ik - de wand),
Zag een driedubbele schaduw in haar hand.

Drie lichtende vingers; ik ontweek ze schuw,
Ik ontweek ze, ik, driedubbele schaduw.

 

 

 

Bewaakte overweg

De wit en rode zuurstangen van het verbodene
Kantelen, terwijl ze breder worden.
- Aldoor bellen die waanzinnig worden
Aangehitst door omgekochte seinen
Tot eerbetoon aan dolgeworden treinen.

Als ik op 't hek leun: plotseling bedaren.
Een overrompeld, in ontzetting, staren.
Palen houden eindeloze snaren
Omhoog in bundels die ertussen dalen.

Hun kandelabers kammen het geruis
Van hese en veeltonige elektronen.
Nergens een huis. Alleen de weg. Geen bomen.

Ik haat de snelheid die de mijne kruist
Tomeloos, als slaap de vaart der dromen.

De trein ijlt in een mantel van gefluit.
Zijn haar een witte, overzware stroom.
Zijn hart tikt haperend op de stalen sporen.
- Moeder! – Mijn woorden smoren in geluid.
Haar wuiven gaat verloren onder stoom.

 

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

Lees meer...

01-09-10

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Peter Adolphsen, Sabine Scho, Lenrie Peters, J. J. Cremer, Edgar Rice Burroughs

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 1e september mijn blog bij seniorennet.be 

  

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Peter Adolphsen 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 1e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag. 

 

Sabine Scho, Lenrie Peters, J. J. Cremer, Edgar Rice Burroughs

01-09-09

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Peter Adolphsen


De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

Uit: Onder professoren

 

„De vaderlandse gewoonte getrouw, die een van de vele kleinigheden is, waarover we de buitenlander laten gapen van verbazing, bleven ook na zonsondergang alle gordijnen open. Van de straat af was zonder belemmering waar te nemen wat er in Kaeckebeke's zitkamer plaatsgreep, evenals je dat bij zijn buren kon zien. Wij Nederlanders doen dit, zegt de Fransman Miraud in zijn boekje 'La Hollande burlesque' om bij onze medeburgers niet de vunze gedachte te doen opkomen dat we, zodra het lamplicht brandt en we ons achter gesloten gordijnen veilig wanen, gaan eten met open mond, smakken, op de grond spugen, onze echtgenoten uitkleden om lichaamsstraffen toe te dienen, of onze broeken naar beneden doen om met ieder die zich grijpbaar onder ons dak bevindt, ontuchtige handelingen te verrichten. En deze vrees voor andermans schunnige fantasieën, zegt de Fransman, komt voort uit het puritanisme waarin de Nederlander wordt opgevoed.

[….]

 

Emancipatie betekent assimilatie. Ik zal u een voorbeeld noemen. De Nederlandse katholieken zijn nooit zo katholiek geweest als toen ze door de protestanten onderdrukt werden. Maar na hun emancipatie, toen ze de gelijken van de protestanten waren geworden, hebben ze hun katholicisme als een handicap ervaren en ze wilden dus niet alleen maar de gelijken van de protestanten zijn, maar ook gelijk aan de protestanten. Wat gebeurde er? Het kerklatijn werd afgeschaft, priesters en zusters legden hun bijzondere kleding weg, het bestaan van de heiligen wordt met een korreltje zout genomen, aan het bestaan van de hel wordt getwijfeld. Steeds meer katholieken twijfelen aan de onfeilbaarheid van de Paus. Wat is er eigenlijk nog van het katholicisme overgebleven?“

 

 

 

 

Hermans
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd geboren op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

Uit: De Komst van Joachim Stiller

 

„„Maar de goederentrein, die ik iedere avond om kwart voor negen in de bocht van de naburige spoorbaan hoorde voorbijstommelen, behoorde uitsluitend tot de materieloze verschijnselen van de nacht, evenals de sirenes van de schepen op de nabije rivier die, zwaar en breed op de resonantievlakken van het water en de laagdrijvende wolken, als de tragische noodseinen uit een vergeten wereld klonken en mij niet vreesachtig, doch weemoedig stemden, als waren zij de klaaglijke getuigen van een leed, waarvoor ik geen naam wist. Nooit heb ik mij afgevraagd, van waar deze trein wel komen mocht en waar hij heen reed, alsof het voor mij vast stond, dat hij tot een bovennatuurlijke werkelijkheid behoorde, waar onze vragen naar herkomst en bestemming van alle grond verstoken zijn. Ook thans nog, zovele jaren later, oefent het gedreun van nachtelijke treinen een onverklaarbare aantrekkingskracht op me uit, maar vruchteloos heb ik de betovering van weleer weergezocht.”

 

 

 

 

hubert_lampo
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)

 

 

 

 

 

De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds.

 

 

Paysage

 

La terre est rouge

Le ciel est bleu

La végétation est d’un vert foncé

Ce paysage est cruel dur triste malgré la variété infinie

des formes végétatives

Malgré la grâce penchée des palmiers et les bouquets

éclatants des grands arbres en fleurs fleurs de carême

 

 

 

 

 

Clair de Lune

 

On tangue on tangue sur le bateau

La lune la lune fait des cercles dans l’eau

Dans le ciel c’est le mât qui fait des cercles

Et désigne toutes les étoiles du doigt

Une jeune Argentine accoudée au bastingage

Rêve à Paris en contemplant les phares qui dessinent

la côte de France

Rêve à Paris qu’elle ne connaît qu’à peine et qu’elle

regrette déjà

Ces feux tournants fixes doubles colorés à éclipses lui

rappellent ceux qu’elle voyait de sa fenêtre d’hôtel sur

les Boulevards et lui promettent un prompt retour

Elle rêve de revenir bientôt en France et d’habiter Paris

Le bruit de ma machine à écrire l’empêche de mener son

rêve jusqu’au bout.

Ma belle machine à écrire qui sonne au bout de chaque

ligne et qui est aussi rapide qu’un jazz

Ma belle machine à écrire qui m’empêche de rêver à

bâbord comme à tribord

Et qui me fait suivre jusqu’au bout une idée

Mon idée

 

 

 

 

 

Cendrars
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

Portret door Amedeo Modigliani

 

 

 

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus.

 

Uit: Das Herz des Urpferds (Vertaald door Hannes Grössel)

 

„Unglücklicherweise stützte Jimmy sich in ebender Sekunde, als der Zerreißprozess seinen Schlusspunkt erreichte, mit gestrecktem Arm an der Rohrleitung ab. Wenige Augenblicke davor

fielen ihm die harfenartigen kleinen Geräusche von den immer schneller zerspringenden Stahldrähten

auf; er richtete seinen Blick auf die Geräuschquelle und begriff genau einen Moment zu spät, was gerade geschah. Die Trosse schwippte durch die Luft und riss seinen Arm direkt überm Ellbogen mit solcher Kraft ab, dass der Armstummel schnurrend davonflog und kreisrunde Blutspuren hinterließ, dunkelrot auf der dürren Erde.

Jimmy, der Schwerkraft und einem hypovolämischen Schock preisgegeben, sackte gegen die

Rohrleitung zusammen. Gleichzeitig, wenige Millimeter von der Stelle, an der das Blut das sonnenwarme Metall färbte, im Innern des Rohres, raste unser Öltropfen vorbei, auf dem Weg zur Raffinerie in Salt Lake City, wo er nach einer Weile im Rohöltank erst die atmosphärische und danach die Vakuumdestillation durchlief. Bei 165° Celsius wurde der größte Teil dessen, was einmal Pferdeherz war, als schweres Naphtha von dem übrigen Rohöl geschieden und von sinnreichen Rohrsystemen zur Entschwefelungsanlage geführt, die via katalytischer Hydrogenerierung aus der jetzt helleren, aber noch immer undurchsichtigen Flüssigkeit Hydrogensulfid entfernte. Die nächste Stufe der Raffination war die Reformierung in einer erhitzten Hydrogenatmosphäre über einem Katalysator aus Platin und Rhenium, der die Naphthene in Aromate umwandelte sowie einen Teil der Paraffine in Isoparaffine, während die schwereren Paraffine in kleinere Moleküle zerschlagen wurden,

wodurch sich die Oktanzahl erhöhte. Und so wurde ein weiteres Glied zur Kette der Verwandlungen

des Pferdeherzens hinzugefügt: der Zustand Benzin.

Nach langer Zeit in 10 000-gallon-Lagertanks wurde das Benzin in einen Tanklaster gefüllt und

an verschiedene Tankstellen verteilt. Unser Tropfen landete über Umwege in einer Amoco-Tankstelle

in Austin, Texas, wo er in einem unterirdischen, betonummantelten Behälter ein paar Tage Ruhe fand, ehe er via Zapfsäule und Schlauch im Benzintank eines Ford Pinto landete.“

 

 

 

 

 

peter_adolphsen
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 1 september 2007 en ook mijn blog van 1 september 2008.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn vorige blog van vandaag.

01-09-08

Blaise Cendrars, W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Edgar Rice Burroughs


De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds. Zie ook mijn blog van 1 september 2007.

 

 

Lettre

 

Tu m'as dit : si tu m'écris,
Ne tape pas tout à la machine.
Ajoute une ligne de ta main,
Un mot, un rien, oh ! pas grand-chose.
Oui, oui, oui, oui, oui, ou, oui, oui.
Ma Remington est belle, pourtant.
Je l'aime beaucoup et travaille bien.
Mon écriture est nette, est claire,
On voit très bien que c'est moi qui l'ai tapée,
Il y a des blancs que je suis seul à savoir faire.
Vois donc l'oeil qu'a ma page.
Pourtant, pour te faire plaisir, j'ajoute à l'encre
Deux trois mots
Et une grosse tache d'encre,
Pour que tu ne puisses pas les lire.

 

 

 

 

Nupur

 

Nous sommes suspendus entre le ciel et la mer dans le chant des rossignols

Raymone et moi

Et évoquons Paris

Et parlons des gens que nous avons connus

Et pour ne pas rire ou pleurer

Et ne pas gâcher les mystères de l’existence

Nous nous balançons sans plus rien dire

La grande ville – Saint-Segond

Nous nous laissons aller

Aller et venir

Nous nous balançons en silence

Portés par le baume des orangers en fleurs

 

Hamacs aux mouvements contraires dont pend

une main

une gourmette

une cigarette

 

Trou d’air

Trou dans la mémoire

Trou

On plane

On monte

On tombe

Trou dans la nuit

Trou de serrure

Une étoile sur la mer

Une touffe de lavande au sol

Une parole en l’air

Les mailles du filet

 

Trou

Trous

La robe se déchire

On se pâme

Et se pâmait aussi le vieux saint homme qui s’était retiré dans

la solitude du Pamir

Dans la dernière ville

Avant de s’engager sur le sentier qui devait le mener dans les

hautes solitudes des montagnes de la frontière

Et, traversant la dernière ville, il avait levé les yeux sur une

bayadère qui lui souriait

Et voici que maintenant il

 

 

 

 

Cendrars
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2006 en ook mijn blog van 1 september 2007.

 

Uit: Eindelijk alles over Menno

 

Neem een land waar tien of twintig baarddragende filosofen ernstig zwoegen, alles gelezen hebben, op hun studeerkamers enorme kaartsystemen onophoudelijk raadplegen. Door indrukwekkende stoeten sidderende leerlingen omgeven, betreden zij hun katheders, vijf minuten na het vastgestelde uur, om te orakelen in kantiaanse, hegeliaanse of heideggeriaanse geheimtaal.

Een land vol universiteiten waar hele horden commentatoren de gebedsmolens van de terminologieën eeuwenlang draaiende houden...

In zo'n land zou iemand als Menno ter Braak die komt vertellen dat alles en nog wat christendom of nihilisme is en de hele bliksemse boel als ressentiment ontmaskert, een verkwikkende figuur wezen!

Maar omdat de getabberde en gebaarde filosofen in Ter Braak's vaderland óók maar grappenmakers waren, zij het dan grappenmakers waar niemand ooit om zou lachen: gepensioneerde sergeants, opgeblazen soutanes, mummelende napraters in vergelijking met de meestal Duitse denkkolossen waar zij tegenaan leunden...

En omdat de officiële litteraire kritiek er zelden deskundig is geweest, of informatief en goed gedocumenteerd, zelfs meestal niet eens in schijn objectief, eerder: opzettelijk en parmantig ‘verzuild’, spreekt het misschien vanzelf dat Ter Braak als een groot licht wordt beschouwd. Maar het is niet eens meer belachelijk wanneer zijn bewonderaars menen nu maar te hebben afgerekend met Hegel, Kant en Freud, het existentialisme en het neo-positivisme en alle Franse en Engelse filosofen waar ze nooit over gehoord hebben, omdat Ter Braak van hun bestaan niet op de hoogte was.

Dat doet alleen maar denken aan de theorie volgens welke iedere pijp waar rook uit komt een locomotief zou wezen.”

 

 

 

 

hermans
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd geboren op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2006 en ook mijn blog van 1 september 2007.

 

Uit: Beroepsgeheim 5 (Interview met Willem M. Roggeman)

 

- Ik heb steeds de indruk gehad dat er altijd magisch realisme is geweest. Het magisch element speelt in de hele wereldliteratuur een enorme rol. Het is pas vanaf ‘La Princesse de Clèves’ van Madame de la Fayette uit de 17de eeuw dat eigenlijk het realisme de voorrang is gaan krijgen voor de roman. En wanneer wij een nieuwe roman in een uitstalling zien liggen, dan kunnen wij meestal met zekerheid zeggen dat het een realistische roman is. Wanneer je mij nu vraagt of er momenteel een stroming is in de wereldliteratuur, die wij magisch realisme kunnen noemen, dan weet ik niet wat ik daar moet op antwoorden. Ik zou eerder zeggen: er zijn magisch realisten. Maar deze volgen elkaar ook niet na. Zij kunnen soms een grote groep vormen zoals bijv. de huidige Zuidamerikanen. Ik denk dan vooral aan Gabriel Garcia Marquez. Daar zou je misschien van een magisch realistische school kunnen spreken. Maar hier in West-Europa voel ik het aan als een verschijnsel dat door individuen apart wordt beoefend. Johan Daisne was een apart staande figuur. Ikzelf ben een vrij apart staande figuur. Wij vormen geen groep. Wij hebben geen afspraken. Wij hebben geen theorie. Wij zetten niet een bepaalde magisch realistische dialectiek voorop. Ieder gaat zijn eigen gang. En als ik dan ‘wij’ zeg, dan zou ik het al heel moeilijk hebben om momenteel anderen te noemen. In Frankrijk denk ik aan Julien Gracq bijv., maar het gaat dus werkelijk om aparte individuen, dunkt mij. Ook de Argentijn Jorge Luis Borges is een totaal apart staande figuur, geloof ik.

Maar het magisch realisme behoort in ieder geval tot de eigenlijke literatuur. Het zou fout zijn, dunkt mij, het apart te zetten, zoals men de science-fiction apart zet. Alhoewel er verbanden zijn. Ook in de science-fiction gaan grote dromen der mensheid, archetypische dromen, in vervulling. Het kenmerk van het magisch realisme voor mijn gevoel is trouwens het archetypische element.”

 

 

 

 

lampo
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)

 

 

 

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus. Zie ook mijn blog van 1 september 2007.

 

Uit: The Slow Giant (Vertaald door George Blecher)

 

”Because all the waves coursing through the atmosphere penetrate him without resistance, in effect rendering him invisible, a giant as tall as 11 Eiffel Towers stands at this very moment with his foot raised over a little village in Northern Sweden. He’s not standing still but is in mid-stride, a stride that has lasted centuries and will last for several more. As old as the earth itself, the giant’s respiration and sense of time are of geological slowness. He has watched glaciers glide sedately along, and trees shoot up like small fountains; the passing of the seasons he experiences as an imperceptible shudder. It is only in the last few centuries that the giant has noticed the erect ape suddenly to be found all over the globe.”

 

ADOLPHSEN
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs werd geboren in Chicago op 1 september 1875 als de zoon van een zakenman. Hij ging naar de Michigan Military Academy in Andover, en slaagde daar in 1895. Hij haalde vervolgens het toegangsexamen voor West Point niet, en werd soldaat. Na zijn tijd in het leger had hij een aantal tijdelijke banen en ging hij uiteindelijk in 1899 voor zijn vader's bedrijf werken. Tegen 1911 begon hij met het schrijven van verhalen. Zijn verhalen waren bedoeld in de zg. pulp bladen die in die tijd populair waren, en zijn eerste verhaal, Under the Moons of Mars werd in 1912 in een feuilleton formaat uitgegeven in het All Story magazine. Vanaf dat moment begon hij full-time te schrijven, en tegen de tijd dat het laatste deel van Under the Moons of Mars werd gepubliceerd had hij twee boeken af, waaronder Tarzan of the Apes die in oktober 1912 voor het eerst werd gepubliceerd.

Tarzan was een sensatie, en Burroughs wilde van deze populariteit profiteren, en exploiteerde Tarzan op iedere manier die hij kon bedenken, van een stripverhaal tot een film en koopwaar en het publiek kon er geen genoeg van krijgen, tot op de dag van vandaag.

 

Uit: Tarzan of the Apes

 

Early in his boyhood he had learned to form ropes by twisting and tying long grasses together, and with these he was forever tripping Tublat or attempting to hang him from some overhanging branch.

 

By constant playing and experimenting with these he learned to tie rude knots, and make sliding nooses; and with these he and the younger apes amused themselves.  What Tarzan did they

tried to do also, but he alone originated and became proficient.

 

One day while playing thus Tarzan had thrown his rope at one of his fleeing companions, retaining the other end in his grasp.  By accident the noose fell squarely about the running

ape's neck, bringing him to a sudden and surprising halt.

 

Ah, here was a new game, a fine game, thought Tarzan, and

immediately he attempted to repeat the trick.  And thus, by

painstaking and continued practice, he learned the art of roping.

 

Now, indeed, was the life of Tublat a living nightmare.  In sleep, upon the march, night or day, he never knew when that quiet noose would slip about his neck and nearly choke

the life out of him.

 

Kala punished, Tublat swore dire vengeance, and old Kerchak took notice and warned and threatened; but all to no avail.

 

Tarzan defied them all, and the thin, strong noose continued to settle about Tublat's neck whenever he least expected it.

 

The other apes derived unlimited amusement from Tublat's discomfiture, for Broken Nose was a disagreeable old fellow, whom no one liked, anyway.

 

In Tarzan's clever little mind many thoughts revolved, and back of these was his divine power of reason.

 

If he could catch his fellow apes with his long arm of many grasses, why not Sabor, the lioness?

 

It was the germ of a thought, which, however, was destined to mull around in his conscious and subconscious mind until it resulted in magnificent achievement.

 

But that came in later years.”

 

 

Rice

Edgar Rice Burroughs (1 september 1875 - 19 maart 1950)

 

 

 

01-09-07

Blaise Cendrars, W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen


De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds, Neuchâtel. Hij maakte vele reizen, de hele wereld over en bezocht o.a. Rusland en China. Hij leidde het leven van een avonturier totdat hij in Bern medicijnen en filosofie ging studeren. In 1910 ging hij voor het eerst naar Parijs waar hij kennis maakte met mensen als met Guillaume Apollinaire, Marc Chagall, Robert en Sonia Delaunay, Fernand Léger, Amedeo Modigliani. Vanaf 1950 woonde Cendrars permanent in Parijs. Zijn gehele werk omvat zo’n veertig delen.

 

 

Trouées

 

Echappées sur la mer
Chutes d'eau
Arbres chevelus moussus
Lourdes feuilles caoutchoutées luisantes
Un vernis de soleil
Une chaleur bien astiquée
Reluisance
Je n'écoute plus la conversation animée de mes amis qui se partagent les nouvelles que j'ai apportées de Paris
Des deux côtés du train toute proche ou alors de l'autre côté de la vallée lointaine
La forêt est là et me regarde et m'inquiète et m'attire comme le masque d'une momie
Je regarde
Pas l'ombre d'un œil

 

 

 

Couchers de soleil

Tout le monde parle des couchers de soleil
Tous les voyageurs sont d'accord pour parler des cou-
chers de soleil dans les parages
Il y a plein de bouquins où l'on ne décrit que les couchers
de soleil
Les couchers de soleil des tropiques
Oui c'est vrai c'est splendide
Mais je préfère de beaucoup les levers de soleil
L'aube
Je n'en rate pas une
Je suis toujours sur le pont
A poils
Et je suis toujours le seul à les admirer
Mais je ne vais pas décrire les aubes
Je vais les garder pour moi seul

 

 

 

 

cendrars
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

 

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

 

Uit: Nooit meer slapen

 

“Een van de oorzaken waardoor de meeste leesboeken altijd over dezelfde dingen handelen, is de bezorgdheid van de auteurs dat iedereen zal kunnen begrijpen waar het over gaat. Vaktermen zijn uit den boze. Hele categorieën van bezigheden en beroepen zijn nooit in een roman beschreven, omdat het zonder vaktermen onmogelijk zou zijn de werkelijkheid te benaderen. Van andere beroepen: politie, dokters, cowboys, zeelui, spionnen, bestaan alleen de karikaturen die corresponderen met de waanvoorstellingen van de leken voor wie de lectuur is bestemd.”

 

(…)

 

“Al vind ik dan geen meteoorkrater, ik kan niet beweren dat ik helemaal niets vind, al heeft wat ik vind met geologie niets te maken, al is het helemaal niet onder te brengen in de wetenschappen van aarde of kosmos. In geen enkele wetenschap voorlopig. Hier is sprake van een geval door Wittgenstein beschreven, waarin de manier waarop iemand ertoe gekomen is iets te begrijpen, verdwijnt in datgene dat hij begrepen heeft. Alsof je zou zeggen: dat heb ik begrepen nadat ik sterke koffie had gedronken. Maar de koffie heeft niets te maken met wat ik begrepen heb.”

 

 

 

 

wf_hermans
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd geboren op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

 

Uit: De verdwaalde carnavalsvierder

 

‘Ik dacht aan het jodenmopje met de langste baard dat ik ken... Schrik maar niet, het wordt geen parabel... Het mopje over Mozes die er zijn vrouw van verdenkt hem met Sam te bedriegen. Let op de originele keuze van de namen. Zijn buurman, een slimme goj, geeft hem de raad ongemerkt de twee te volgen. Nee, zoals beloofd maak ik er geen verhaaltje van, het is te stom... Enfin, het komt hierop neer dat hij zijn mooie Rachel in een stil laantje van het Stadspark in Samuels armen ziet vallen, hen volgt tot bij hun geheime pied à terre, op zijn tenen in het donker mee de trap op sluipt, hen door het sleutelgat beloert terwijl zij zich uitkleden...’

‘De arme stakker,’ zei Miranda, ‘en verder...?’

‘Inderdaad, de arme stakker! Hij is zijn ganse leven met zijn twijfel blijven zitten. Op dat moment deed Sam het licht uit.’

 

 

 

hubert lampo
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus en groeide op in Aalborg, Wenen en Greenbay, Wisconsin. In Århus bezocht ij de toneelschool en in Kopenhagen de schrijversschool. Hij woonde enkele jaren in Spanje en studeerde daar filologie. Adolphsen debuteerde in 1991 als dichter in een door Poul Borum uitgegeven bloemlezing. Bekend werd hij door twee bundels verhalen (Små Historier), die in 1996 en 2000 verschenen. Van invloed op zijn werk zijn Kafka en de filmer Lars von Trier.

 

 

Uit: Brummstein (Vertaald door Hanns Grössel)

 

“Josef ließ sich mit einem dumpfen Geräusch auf den schlammigen Boden fallen, das er nur spürte, nicht hörte. Während seine mit den Gehörorganen verbundenen Neuronen in ihren Ausgangszustand zurückfanden, versuchte er, sich die Töne einzuprägen, die sich in seinem Kopf im Kreise drehten. Er versuchte mitzusingen, obwohl er nicht hören konnte, dass er es tat. Als die Heultöne allmählich verebbten und sein Gehör zurückkehrte, beschloss er, niemand von dem wummernden Felsen zu erzählen. Vorläufig. Mit dem Geologenhammer schlug er ein Stück von dem Felsen ab. Ein Echo rikoschettierte ins Dunkel hinaus. Vorsichtig hielt er das Felsstück ans Ohr; es brummte nicht, zitterte aber ganz leicht, wie er im gleichen Moment bemerkte. Er steckte das rätselhafte Ding in die Tasche."

"Das wurde aber Zeit", war Betscharts einziger Kommentar, als Josef kurz darauf zurückkehrte. "Ich habe gesehen, was ich wollte", sagte Josef, und ohne noch groß miteinander zu sprechen, legten sie den langen Weg aus dem Hölloch hinaus zurück, rechneten die vereinbarten acht Schweizerfranken ab und gingen jeder seines Weges. Zurück im Hôtel des Grottes, legte Josef das walnussgroße grauschwarze Felsstück auf den Nachttisch und schlief ein. Etwas später kam Andrea von einem Spaziergang im Bödmerenwald zurück, sank auf den Bettrand nieder, bemerkte den Stein auf dem Nachttisch, nahm ihn in die Hand und spürte ein seltsames Kitzeln in den Fingerspitzen.”

 

 

 

 
peter_adolphsen
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)