22-04-17

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Björn Kern, Vladimir Nabokov, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Thommie Bayer, Madame de Staël

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

‘Dat heb ik altijd wel gedaan, ja, hard werken.’
‘Ja, maar je gaat nog steeds door, je zakt niet in. Begrijp je wat ik bedoel?’
Doni schudde heel kort zijn hoofd.
‘Binnenkort geven ze je natuurlijk een mooi parketje ergens in de provincie, en dan kun je je gemak ervan nemen,’
ging Salvatori verder. ‘Ja toch?’
‘Dat hoop ik wel, inderdaad. Ik zou naar Varese gaan, maar uiteindelijk hebben ze de voorkeur gegeven aan Riccardi.’ Doni sneed het laatste stukje tong in twee gelijke delen. ‘Die is jonger en slimmer dan ik, schijnt het.’
‘En hij ligt wat beter bij bepaalde mensen.’
‘En hij ligt wat beter bij bepaalde mensen.’
‘Maar dat ga je nu dan toch goedmaken? Pavia, Piacenza... Of misschien meer naar het noorden, Como... Jezus, hoe heten al die plaatsen daar ook allemaal weer?’
‘Geen idee. Como? Lecco?’
‘Ja, precies, zo’n soort stad.’
‘We zullen zien.’
‘Je hebt het hier wel gehad, toch?’
Doni haalde zijn schouders op en nam een slokje water.
Het meisje van de bediening bracht de rekening.
‘Ikzelf heb er anders méér dan genoeg van,’ zei Salvatori.
‘Ik walg van Milaan. Ik werk hier vier jaar en ik kan er nu al niet meer tegen. Het is toch ook niet te doen? Ja, ik weet het, je moet proberen je erdoorheen te slaan. Maar dat is nou juist het probleem. Milaan is een stad die je alleen maar doorkruist. Ik begrijp er nog steeds niks van hier, en ik kén hier vooral ook niks. Ik zie alleen maar de onderkant van deze helse stad. Ik woon in Piola, daar neem ik de groene metrolijn, ik stap over op de rode en stap uit op San Babila.”

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

22-04-16

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Björn Kern, Vladimir Nabokov, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Thommie Bayer

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

“De weinige vrienden die hij nog had, zijn zwager in het bijzonder, benijdden Doni om de locatie van zijn Paleis. Het mocht dan een ruimtevijandig ding zijn, wat dan ook, maar het bevond zich wel mooi op een steenworp van de dom. Vandaar dat iedereen dacht dat hij lunchte in kleine, verfijnde brasserietjes in Franse stijl, of in deftige grand cafés uit de jaren twintig – risotto met saffraan, biefstuk, en dan een kopje koffie aan de bar, met je sjaal om de kraag van je jas geslagen.
In werkelijkheid aten Doni en zijn collega’s bijna uitsluitend broodjes. Velen van hen hadden een volwaardige aversie tegen dat hele lunchritueel ontwikkeld, en sommigen koersten meteen af op een aperitiefje, of op de avondmaaltijd, en haalden dan alles in.
Maar met Salvatori lag het anders. Het was de moeite waard om een uurtje op te offeren voor hem, omdat hij zowel ordinair als wanhopig was. Allebei eigenschappen waaraan Doni een hekel had, maar die verenigd in een dikzak uit Zuid-Italië van midden veertig en met de nodige zelfspot, een vermakelijk mengsel vormden.
Ze gingen naar een restaurant in de Via Corridoni. Doni bestelde zeetong à la meunière en wilde daarbij een ambachtelijk gebrouwen biertje proberen. De hele maaltijd lang voerden ze het bekende toneelstukje op waarin Salvatori het hoogste woord voerde en Doni de rol had van de acteur met teksten in telegramstijl.
‘Jij hebt niet echt te klagen, hè,’ zei Salvatori.
‘Nou, ik ben anders behoorlijk oud aan het worden.’
‘Ja, dat wel. Maar je zit er toch maar mooi, bij het ressortsparket.’
‘O, daar kom jij ook nog wel ’s. Gewoon geduld hebben.’
‘Maar jij bent een echte bikkel. Je werkt keihard, dat weet iedereen.’

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

22-04-15

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Vladimir Nabokov, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

“De bouten. Daarmee was het allemaal begonnen. Elke dag, als hij op het werk kwam, naar buiten liep om te lunchen of weer naar huis ging, bleef Doni even staan om ze te bekijken.
Van een afstand leken het gewoon slijtplekken, of vlekjes die altijd al in de tegels hadden gezeten, maar het waren bouten, grote metalen bouten, die het marmer op zijn plaats moesten houden. Het oorspronkelijk aangebrachte cement was namelijk aan het loslaten, waardoor het hele gebouw gevaar liep.
Die dingen hadden natuurlijk iets van een morele boodschap. Het huis van het Recht dat zich moet voegen naar de hogere wetten van de materie. Maar Doni zag er niets anders in dan de idiotie van de mensen, en misschien een vage waarschuwing: nooit bouwen op zand.
Op de dag dat zij hem schreef, bedacht Doni dat het Paleis van Justitie dat lot had moeten ondergaan omdat het de omringende ruimte van zich af stootte. Het was ermee in gevecht, het was niet in staat er deel van uit te maken, zoals het dat trouwens ook niet zou kunnen in een willekeurige andere wijk van de stad. En het kon niet alleen maar een kwestie zijn van bouten en scheuren en lelijkheid. Net zo min als de architectuur uit de tijd van het fascisme of de overwinning van de breedte op de hoogte voldoende waren om het Paleis te vonnissen. Nee, het Paleis had één bepaalde, unieke eigenschap.
Het was iets wat te maken had met ballingschap, een moeilijk te vatten gevoel.
Als hij daar binnen was, voelde Doni zich verbannen uit de rest van de stad, uit het land, uit de wereld. De kracht van honderden bouten moest hem overeind houden, zand gebouwd op zand.
Op de dag dat zij hem schreef, bestond Doni’s lunch niet uit de gebruikelijke mueslireep, maar at hij samen met Salvatori, een officier van justitie, in een restaurant. Dat was niet de gewoonte. Als magistraten hadden ze altijd haast, hoogstens kwamen ze wel eens in een of andere vreselijke selfservice in de buurt.”

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

22-04-14

100 Jaar Jan de Hartog, Vladimir Nabokov, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Madame de Staël

 

100 Jaar Jan de Hartog

De Nederlandse schrijver Jan de Hartog werd geboren in Haarlem op 22 april 1914. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Jan de Hartog op dit blog.

Uit: Hollands Glorie

“Eén en twintig December komt hij voor mijnheer van Munster met vuurrode oren en een grijnslach die zijn lippen laat beven, ook al bijt hij er op dat het bloedt; hij krijgt een pluim en loopt in het portaal een parapluiestander omver, gelukkig maar, want dat is beter dan onder de paardentram, al vloekt de boekhouder zó, dat zelfs een zeeman van twee en twintig jaar, die op zijn eentje een heel schip gered heeft, ervan verbleken moet.
Eén en dertig December drinkt hij een ijskoud biertje in de pronkkamer van Dijkmans, den sluiswachter, onder de ijskoude oogjes van moeder Dijkmans, die hij die nacht dreigend boven zijn bed zal zien zweven, met in iedere hand een hoedenspeld; hij schaamt zich, omdat hij steeds boertjes moet laten door de neus en hij heeft het ellendig vermoeden dat zijn kruinharen tòch overeind staan, ondanks al dat vet. Om twaalf uur morst hij, bij het klinken, met rode wijn op iets wits en is zo verschrikt en verward door het onheil, dat het niet eens tot hem doordringt, dat hij Nellie's hand niet vast heeft kunnen houden bij het loeien van de stoomfluiten en het beieren van de klokken, en daar was het toch om begonnen geweest.
Op vijftien April krijgt hij zijn tweede rapport en gaat 's avonds dansen; maar hij kan niet aan de driekwartsmaat denken, want zijn hoofd zit vol kruispeilingen en logarithmen, hij kan de naam ‘Ko!’ niet horen roepen, of hij denkt aan cosinus en zelfs Nellie's hand in de zijne vergeet hij, omdat hij de variatie van het kompas tracht te berekenen voor het jaar negentienhonderd vijf en vijftig, terwijl zij, naast hem, over meubels en gordijntjes babbelt voor het jaar negentienhonderd en acht. Hij komt eerst weer bij, wanneer hij in de wind en de duisternis staat, met de warmte van haar mond dicht bij de zijne, en dan zinkt hij in een andere droom, verward, verschrikkelijk, verrukkelijk, met een werveling van gedachten, die geen gedachten zijn, en een wankel makende kracht, die uit de grond in zijn benen omhoogschiet; tot mannen in de omtrek lachen en iets roepen, dat zijn vuisten wakker maakt, hij wil vechten maar dan moet hij Nellie loslaten en dan valt ze zeker.”

 

 
Jan de Hartog (22 april 1914 – 22 september 2002)

Lees meer...

22-04-13

Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Gert W. Knop, Madame de Staël

 

De Rüssisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersbürg, op 22 april 1899. Zie ook alle tags voor Vladimir Nabokov op dit blog.

 

Üit: Lolita

 

“I attended an English day school a few miles from home, and there I played rackets and fives, and got excellent marks, and was on perfect terms with schoolmates and teachers alike. The only definite sexual events that I can remember as having occurred before my thirteenth birthday (that is, before I first saw my little Annabel) were: a solemn, decorous and purely theoretical talk about pubertal surprises in the rose garden of the school with an American kid, the son of a then celebrated motion-picture actress whom he seldom saw in the three-dimensional world; and some interesting reactions on the part of my organism to certain photographs, pearl and umbra, with infinitely soft partings, in Pichon's sumptuous La Beauté Humaine that I had filched from under a mountain of marble-bound Graphics in the hotel library. Later, in his delightful debonair manner, my father gave me all the information he thought I needed about sex; this was just before sending me, in the autumn of 1923, to a lycée in Lyon (where we were to spend three winters); but alas, in the summer of that year, he was touring Italy with Mme. de R. and her daughter, and I had nobody to complain to, nobody to consult.

Annabel was, like the writer, of mixed parentage: half-English, half-Dutch, in her case. I remember her features far less distinctly today than I did a few years ago, before I knew Lolita. There are two kinds of visual memory: one when you skillfully recreate an image in the laboratory of your mind, with your eyes open (and then I see Annabel in such general terms as: "honey-colored skin," "thin arms," "brown bobbed hair," "long lashes," "big bright mouth"); and the other when you instantly evoke, with shut eyes, on the dark innerside of your eyelids, the objective, absolutely optical replica of a beloved face, a little ghost in natural colors (and this is how I see Lolita).”

 

 

 

Vladimir Nabokov (22 april 1899 - 2 jüli 1977)

Standbeeld in Montreux

Lees meer...

22-04-12

Vladimir Nabokov, Jan de Hartog, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes

 

De Rüssisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersbürg, op 22 april 1899. Zie ook alle tags voor Vladimir Nabokov op dit blog.

 

Üit: Lolita

 

“I was extremely fond of her, despite the rigidity--the fatal rigidity--of some of her rules. Perhaps she wanted to make of me, in the fullness of time, a better widower than my father. Aunt Sybil had pink-rimmed azure eyes and a waxen complexion. She wrote poetry. She was poetically superstitious. She said she knew she would die soon after my sixteenth birthday, and did. Her husband, a great traveler in perfumes, spent most of his time in America, where eventually he founded a firm and acquired a bit of real estate.

I grew, a happy, healthy child in a bright world of illustrated books, clean sand, orange trees, friendly dogs, sea vistas and smiling faces. Around me the splendid Hotel Mirana revolved as a kind of private universe, a whitewashed cosmos within the blue greater one that blazed outside. From the aproned pot-scrubber to the flanneled potentate, everybody liked me, everybody petted me. Elderly American ladies leaning on their canes listed toward me like towers of Pisa. Ruined Russian princesses who could not pay my father, bought me expensive bonbons. He, mon cher petit papa, took me out boating and biking, taught me to swim and dive and water-ski, read to me Don Quixote and Les Misérables, and I adored and respected him and felt glad for him whenever I overheard the servants discuss his various lady-friends, beautiful and kind beings who made much of me and cooed and shed precious tears over my cheerful motherlessness.”

 

 


Vladimir Nabokov (22 april 1899 - 2 jüli 1977)

 

Lees meer...

22-04-11

Björn Kern, Thommie Bayer, Ana María Shua, Louise Glück

 

De Duitse schrijver Björn Kern werd geboren op 22 april 1978 in Lörrach (Baden). Zie ook mijn blog van 22 april 2010.

 

Uit: Einmal noch Marseille

„Bei dem Gewicht schmiert die doch ab, sagte mein Vater, der Rollstuhl wiegt allein fünfzig Kilo. Wir standen vor der Talstation und sahen den ausschwebenden Gondeln nach. Meine Mutter drehte den Kopf von links nach rechts, als würde sie ein Tennisspiel verfolgen, sie sagte: Wie schön die aussehen über dem glitzernden Schnee, ich studierte die Preisliste. 

Ich schob meine Mutter zur Einstiegsrampe. Skifahrer, die von der Talabfahrt kamen, schlängelten sich in halsbrecherischer Geschwindigkeit an uns vorbei, meine Mutter klatschte ihnen zu und johlte wie ein Kind auf Schlittschuhen. Das Stahlseil surrte tief und beruhigend, der Kontrolleur nickte uns zu, und meine Mutter sagte: Seht ihr, die haben keine Angst vor mir. 

Gar nicht so teuer, sagte ich, wir nehmen das Kombiticket für drei. Meine Mutter reckte energisch den Hals: Ich fahr ja wohl gratis, Mein Vater schob den Schnee vor seinen Füßen von links nach rechts. Er hielt den Blick auch dann gesenkt, als meine Mutter sagte: nun komm schon, sonst schließt oben das Café. 

Er scharrte weiter Schnee zur Seite, er hatte Angst, daß sich der Rollstuhl verhaken und in der Gondel feststecken könnte, aber meine Mutter sagte: Wenn ich da rein komm, komm ich auch wieder raus. Ein Skifahrer bremste in engem Bogen ab, der Schnee spritzte meiner Mutter ins Gesicht, sie leckte danach und lachte. 

Schon gekauft, sagte ich, und zeigte meinem Vater das Ticket. Ihr habt euch doch verschworen, murmelte er, ich beugte mich zu meiner Mutter hinunter, wir steckten die Köpfe zusammen und flüsterten laut und zischelnd, bis meine Mutter anfing zu lachen und sich verschluckte. 

Mein Vater wurde wütend. Ich fahr euch nicht ins Krankenhaus, wenn sie keine Luft mehr bekommt, rief er, und als sie wieder konnte, sagte meine Mutter: Nun lasst euch drücken. Mein Vater kam langsam näher, ja, sagte sie, dich drücke ich auch.“ 

 

 

 

Björn Kern (Lörrach 22 april 1978)

 

 

Lees meer...

22-04-10

Björn Kern, Ana María Shua, Louise Glück, James Philip Bailey, Robert Choquette, Madame de Staël, Henry Fielding, Michael Schulte, Cabrera Infante, Ludwig Renn


De Duitse schrijver Björn Kern werd geboren op 22 april 1978 in Lörrach (Baden). Hij groeide op in het Zwarte Woud en  deed vervangende diensplicht in een psychiatrisch instituut in Frankrijk. Daarna studeerde hij diverse vakken in Tübingen, Passau en Aix-en-Provence en vervolgens aan het Literaturinstitut Leipzig. Voor zijn werk ontving hij de Brüder-Grimm-Preis en een Stipendium der Casa Baldi.

Uit: Flugangst

„Kobers Frau liebte den Orient oder vielmehr das, was sie dafür hielt, bevor sie ihn kennen lernte. Schuld sind die Romane, sagte Kober, wir irrten durch das Zigeuner­viertel in Edirnekapi, ein eisiger Wind ging, Frauen schnalzten mit ihren Zungen aus den Fenstern, Kober beachtete sie nicht. Er dirigierte mich in das nächste Teehaus und bestellte çay, rutschte nervös auf seinem Stuhl herum, erklärte, dass die Romane an allem Schuld seien, ich wollte Raki, Kober kippte seinen winzigen Tee herunter, wobei er sich vor dem Zucker ekelte oder vor dem Schmutzrand am Glas, jedenfalls verzog er das Gesicht, warf ein paar Millionen Lira auf den Tisch und zerrte mich zurück auf die Straße.

Es dunkelte, eine Dogge schlug an. Über uns wurde ein Fenster aufgerissen, ein Mann schleuderte Salven explodierender Kehl­kopf­geräusche auf uns herab, Kober klappte seinen Mantelkragen hoch, er sprach genauso hektisch, wie er lief, es liegt an dieser verdammten Engländerin, sagte er, und an Scheiß-Flaubert und seinem Voyage en Orient, ich bettelte an jedem Kiosk, an jeder Spelunke, Halt zu machen, mein Anschlusszug ging um elf.

Kober irrte durch immer enger werdende Gassen, Jungen fassten nach meinem Rucksack wie nach einem Schatz, Kuppler starrten uns an und winkten uns zu sich, das ganze Viertel schien uns einzuspinnen, festzuzurren, aufzunehmen in jedem noch so kleinen Mauerloch. Kober zischte mir zu: sie lag den ganzen Tag auf der Couch, trank flaschenweise Médoc und las diese verfickten Romantiker. Sie dachte, sie lebt in den Zwanzigern, sagte er, sie verseuchte unsere Wohnung mit Jugend­stil­lampen und Raubtier­fällen, ich musste mich freuen, wenn sie einen Leoparden­teppich durch einen Löwen­teppich ersetzte, er sagte: natürlich waren beide aus Plastik.

Im Halbdunkel erreichten wir die alte Stadtmauer, Kober fluchte und dampfte, er zog mich in eine Nische wie eine Stadtrandhure und eine Rakiflasche aus seinem Mantel, dann entzündete er ein Streichholz vor dem gelben Moos der Bruchsteinmauer, sein Gesicht leuchtete irr. Ich ließ ihn trinken, sein Atem ging bald ruhiger, er zündete ein weiteres Streichholz an, fixierte meine Augen und sprach plötzlich in zusammenhängenden Sätzen, eindringlich und klar.“

 

Kern
Björn Kern (Lörrach 22 april 1978)

 

 

 

De Argentijnse dichteres en schrijfster Ana María Shua werd geboren op 22 april 1951 in Buenos Aires. Zie ook ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: Microfictions

 

Watching TV

How strange to be like this, on the sofa, watching my own face making clumsy faces on the screen. The show's not bad but my acting leaves a lot to be desired. I don't recognize my voice; and my gestures seem false, derivative, hardly spontaneous. And the strangest thing, perhaps, is that the show is live.

The Keys of Fate

There are six keys of fate. The golden key is the key to misery. The silver one is the key to pain. That of Chinese copper is the key to death. The iron one is the key to power. The platinum one is the key to happiness and wisdom. The bronze key is the key to the garage.

 

 

Shua
Ana María Shua (Buenos Aires, 22 april 1951)

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook ook mijn blog van 22 april 2009.

 

April 

 

No one's despair is like my despair--

You have no place in this garden

thinking such things, producing

the tiresome outward signs; the man

pointedly weeding an entire forest,

the woman limping, refusing to change clothes

or wash her hair.

Do you suppose I care

if you speak to one another?

But I mean you to know

I expected better of two creatures

who were given minds: if not

that you would actually care for each other

at least that you would understand

grief is distributed

between you, among all your kind, for me

to know you, as deep blue

marks the wild scilla, white

the wood violet.

 

Confession 

 

To say I'm without fear--

It wouldn't be true.

I'm afraid of sickness, humiliation.

Like anyone, I have my dreams.

But I've learned to hide them,

To protect myself

From fulfillment: all happiness

Attracts the Fates' anger.

They are sisters, savages--

In the end they have

No emotion but envy.

 

 

gluck
Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

 

De Engelse dichter James Philip Bailey werd geboren op 22 april 1816 in Nottingham. Zie ook ook mijn blog van 22 april 2009.

 

I loved her for that she was beautiful

 

I loved her for that she was beautiful;
And that to me she seem'd to be all Nature,
And all varieties of things in one:
Would set at night in clouds of tears, and rise
All light and laughter in the morning; fear
No petty customs nor appearances;
But think what others only dream'd about;
And say what others did but think; and do
What others dared not do: so pure withal
In soul; in heart and act such conscious yet
Such perfect innocence, she made round her
A halo of delight. 'Twas these which won me; --
And that she never school'd within her breast
One thought or feeling, but gave holiday
To all; and that she made all even mine
In the communion of love: and we
Grew like each other, for we loved each other;
She, mild and generous as the air in spring;
And I, like earth all budding out with love.

 

 

Bailey

James Philip Bailey (22 april 1816 – 6 september 1902)

 

 

De Canadese dichter, schrijver en diplomaat Robert Choquette werd geboren op 22 april 1905 in Manchester, New Hampshire. Zie ook ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Ode Aux Vents Du Nord


O VENTS qui du genou poussez les noirs orages !
Cavaliers effrayants dont la chanson de mort
Ébranle et fait s'enfuir la tribu des nuages !
O vous les effaceurs d'étoiles ! Vents du Nord,
Diaboliques vengeurs à la sombre rancune !
Vents de rébellion dont le cœur est amer !
Vous qui stérilisez le ventre de la lune
Quand vous faites bondir les vagues de la mer !

Vents du Nord qui passez comme des oriflammes
Sur les nuages noirs écroulés par monceaux !
Qui tordez les bouleaux comme des doigts de femmes!
O vous qui renversez leurs troncs sur les ruisseaux
Pour en faire des ponts suspendus ! Vents d'automne
Qui, portant sur vos seins mille enfers avortés,
Violentez la mer dans sa robe en cretonne
Et hurlez de douleur dans vos brutalités !

Souffles qui dévalez du penchant des collines
Tels les guerriers géants de la Bible! Ouragans
Qui fouettez l'océan comme des disciplines,
Décapitez les blés avec vos yatagans
Et fuyez vers la mort en renversant des granges !
Oh! pressez donc mon cœur gonflé d'un rêve humain,
Pour qu'il donne son sang vermeil, comme aux vendanges
Le trop-plein de la cuve arrose le chemin !

Venez! N'oubliez pas que je suis votre frère,
O fils à cheveux noirs sortis des flancs du Nord!
Mettez vos larges mains sous mon cœur téméraire,
Soulevez-le plus haut que l'ombre de la mort !
Soulevez-le plus haut que la ville bruyante
Où le péché visqueux siffle comme un serpent !
O vents, emportez-moi sur votre aile effrayante
Par-dessus la poussière et le monde rampant !

Venez! Soulevez-moi sur vos âmes maudites !
Emportez-moi si haut qu'à regarder les champs
Les moutons dispersés semblent des marguerites I
O vents du Nord, emportez-moi ! Souffles méchants
Qui foulez au talon des récoltes entières,
Traînez-moi donc ailleurs, n'importe où, mais ailleurs!
Embarquez donc mon cœur sur vos ailes altières
Puisque seuls vous savez où sont des cieux meilleurs!

Vents du Nord, vents du Nord qui cravachez ma face
Oh! portez donc mon cœur dans le lieu du repos !
Souffles impétueux des poumons de l'espace,
Ouragans qui donnez des ailes aux troupeaux !
Vents du Nord, vents du Nord que ma faiblesse envie.
Puisque vous devez voir l'horizon de mes vœux,
Emportez donc mon cœur, emportez donc ma vie
Comme une cendre chaude éparse en vos cheveux !

 

 

robert_choquette
Robert Choquette (22 april 1905 – 22 januari 1991)

 

 

De Franse schrijfster Madame de Staël werd in Parijs geboren op 22 april 1766. Zie ook mijn blog van 22 april 2007 en ook mijn blog van 22 april 2008 en Zie ook ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: Des Passions

 

„La vertu, j'en conviens, sait jouir ' d'elle-même; moi, j'ai besoin de vous pour ob» tenir le prix qui m'est nécessaire pour que la s gloire de mon nom soit unie au mérite de sactions. ' Quelle franchise, quelle simplicité dans ce contrat! comment se peut-il que les nations n'y soient jamais restées fidèles, et que le génie seul en ait accompli les conditions?

C'est, sans doute, une jouissance enivrante que de remplir l'univers de son nom, d'exister tellement au-delà de soi, qu'il soit possible de se faire illusion, et sur l'espace et sur la durée de la vie, et de se croire quelques-uns des attributs métaphysiques de l'infini. L'âme se remplit d'un orgueilleux plaisir par le sentiment habituel que toutes les pensées d'un grand nombre d'hommes sont dirigées sur vous; que vous existez en présence de leurespoir; que chaque mé' ditation de votre esprit peut influer sur beaucoup de destinées; que de grands événemens se développent au dedans de vous, et commandent, au nom du peuple, qui compte sur vos lumières, la plus vive attention à vos propres pensées. Les acclamations de la foule remuent l'âme, et par les réflexions qu'elles font naître, et par les. commotions qu'elles excitent; toutes ces formes animées, enfin, sous lesquelles la gloire se présente, doivent transporter la jeunesse d'espérance et l'enflammer d'émulation.“

 

Stael

Madame de Staël (22 april 1766 – Parijs, 14 juli 1817)

 

 

De Engelse schrijver Henry Fielding werd op 22 april 1707 in Glastonbury geboren. Zie ook ook mijn blog van 22 april 2009.

 

Uit: Tom Jones

 

Black George was, in the main, a peaceable kind of fellow, and nothing choleric nor rash; yet he did bear about him something of what the ancients called the irascible, and which his wife, if she had been endowed with much wisdom, would have feared. He had long experienced, that when the storm grew very high, arguments were but wind, which served rather to increase, than abate it. He was therefore seldom unprovided with a small switch, a remedy of wonderful force, as he had often essayed, and which the word villain served as a hint for his applying.

No sooner, therefore, had this symptom appeared, than he had immediate recourse to the said remedy, which though, as it is usual in all very efficacious medicines, it at first seemed to heighten and inflame the disease, soon produced a total calm, and restored the patient to perfect ease and tranquility.

This is, however, a kind of horse-medicine, which requires a very robust constitution to digest, and is therefore proper only for the vulgar, unless in one single instance, viz., where superiority of birth breaks out; in which case, we should not think it very improperly applied by any husband whatever, if the application was not in itself so base, that, like certain applications of the physical kind which need not be mentioned, it so much degrades and contaminates the hand employed in it, that no gentleman should endure the thought of anything so low and detestable. “

 

fielding
Henry Fielding (22 april 1707 - 8 oktober 1754)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 22 april 2009.

 

De Duitse schrijver en vertaler Michael Schulte werd geboren op 22 april 1941 in München.

 

De Cubaanse schrijver Guillermo Cabrera Infante werd geboren op 22 april 1929 in Gibara, Cuba.

 

De Duitse schrijver Ludwig Renn (eig. Arnold Friedrich Vieth von Golßenau) werd geboren op 22 april 1889 in Dresden.