26-09-16

Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon, William Self, Jane Smiley

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

 

Shoebaloo

op een zondagavond in maart,
(de lente was voortvarend
uit de startblokken gekomen)
reed ik naar scheveningen
en zagen de zee en ik elkaar terug

we hadden elkaar lang niet gesproken,
te lang: de laatste keer dateerde
van ver voor de winter–
niet dat we daarvan wakker lagen
de zee en ik, wij redden ons wel

de zee lag trouw
voor de kust en scheen niet merkbaar
van plek verschoven
ze leek geen dag ouder geworden
en veel jonger dan ze was;
dat vertelde ik haar ook,
een compliment waar ze zichtbaar
verguld mee was

helaas kon ze hetzelfde niet van mij beweren,
zei ze naar waarheid
want zoete broodjes bakken
deed en doet ze niet, de zee
de noordzee niet, en de andere zeeën
en oceanen evenmin

de zee, wist ik terwijl ik het water tegemoet liep,
zou heel wat langer meegaan dan ik-
een gedachte waar ik goed
mee uit de voeten kon
een meeuw hing aan een draadje in de lucht

we keken elkaar recht in de ogen,
de noordzee en ik, en begrepen elkaar
ik liet het water
over mijn puntschoenen lopen
waste zo het kerkhofzand* van de neuzen
en het kerkhofstof spoelde weg

kort daarop ging ik naar huis
want de lucht betrok
het begon kouder te worden, kil zelfs
en de zee en ik,
we hadden elkaar
weinig meer te vertellen

 


Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

Lees meer...

26-09-15

Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer. Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon, William Self

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

Uit: Triggerhappy

“De eerste avond stonden de sterren, en dat waren er nogal wat – duizenden zo zonder grotestadslicht – boven het huis en de omringende bergen geparkeerd, zonder op te schuiven of in te schikken. De hemel leek een kunstwerk, alsof het doek was weggetrokken en de lucht zojuist onthuld. In Den Haag keek Frank zelden naar de sterren; een enkele keer daargelaten, op kerstavond bijvoorbeeld, of als Nicole en hij bezoek uitlieten. Naar de hemel turen bewaarde je onbewust voor als je op vakantie was en nauwelijks iets omhanden had.
Later die avond kregen ze ruzie, moe als ze waren van de lange reis naar de Haut-Languedoc en moe van wat ze van thuis met zich meedroegen, onuitgesproken zaken; en ten slotte vielen ze in slaap. Het met elkaar goedmaken zou tot de volgende dag moeten wachten.
De veldkrekels, forse exemplaren, die al vroeg in de middag met tjirpen begonnen, vulden de lucht en daarmee de middag.
In de struiken rond het zwembad huisden de horzels, die tevoorschijn kwamen als je het water verliet en zich eenmaal in de nabijheid van een natte rug, schouder of dijbeen niet eenvoudig lieten wegbonjouren.
Tweemaal per week kwam een man die het zwembad bijhield het terrein van Villa Aurora op. Een man die zo vroeg en stilletjes arriveerde dat je hem niet hoorde. Dat hij was langs geweest, leidde Frank af uit het feit dat het terrasmeubilair was opgeruimd en het zwembadwater lichter blauw was. F
rank zou de schoonmaker niet éen keer treffen, alsof deze hem ontweek; hoewel Frank een lichte slaper was die in Den Haag meestal van het minste gerucht wakker werd en dan beneden controleerde of alles in orde was – op de waakzaamheid van de hond had Frank nooit durven vertrouwen – en daarna stil in bed schoof om Nicole niet te wekken, zoals hij Juliette indertijd evenmin had gewekt tijdens zijn nachtelijke rondes.”

 

 
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

Lees meer...

26-09-14

60 Jaar Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer. Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon, William Self

 

60 Jaar Bart Chabot

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Bart Chabot viert vandaag zijn 60e verjaardag. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

 

IJstijd

Die avond vertrok een auto
richting snelweg
en de honden blaften niet

het dashbordvak was leeg
op een kaart van west-europa na
een pak tissues
een aangebroken rol pepermunt
er woedde koude
oorlog in mijn hoofd

we reden zwaar weer tegemoet
tegenliggers voerden groot
licht in de verte

wij naderden
de interzone
niemandsland

het grensgebied

 

 

Uit: Diepere Lagen

“Het goeie nieuws, Bart, dat is… Je gaat er niet dood aan.”
“Nou,” antwoordde ik, “is me dat even een meevaller.”
“Daar heb je het goeie nieuws,” zei Gerard, “dan ook meteen mee gehad.”
Gerard ging zitten.
“Wat is het?” vroeg ik. “Wat mankeer ik?”
“Je hebt een brughoektumor.”
Ik keek naar mijn lief en zij keek naar mij.

(…)

‘Jezus, pap!’ zei Storm toen hij de volgende dag uit school kwam. ‘Dit kan écht niet hoor!’
‘Zo erg is het toch niet, jong?’
‘Dacht ’t wel, pap!’ Hij keek me met afgrijzen aan. Was ik zijn papa wel?
Toen klaarde zijn gezicht op. ‘Pap, haal jij Halloween?’
‘Hoezo, Storm?’
‘Nou, dan kun je met ons mee, een hele stoet buurtkinderen, gaan we met jou de deuren langs, jij als zombie."

 

 
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

Lees meer...

26-09-13

Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer. Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

 

 

haagse schimmen

 

het bestaat nog
het den haag van louis couperus
zijn geboortehuis op de mauritskade
de surinamestraat, het nassauplein
sophialaan, javastraat
het kurhaus, hotel des indes
de scheveningse bosjes
het bleef nagenoeg ongeschonden bewaard

 

zelfs de personages die couperus’
haagse romans bevolken komen voor in de stad
de van lowe’s, de van naghels
de ruyvenaers, de saetzema’s
al dragen zij nu een andere naam

 

toch was ik verrast iemand te ontmoeten
die couperus persoonlijk had gekend
— de mooiste barbierswinkel — zei dolf brouwers
— waar ik ooit werkte was figaro
in de zeestraat
de eigenaar heette kees
daar kwam de chic van den haag
prins hendrik, ministers, jonkheer van repelaer
het was allemaal even prachtig
mijn patroon was homoseksueel
‘s ochtends bevochtigde hij
een stukje crêpepapier uit de etalage
en maakte zo zijn lippen rood

 

 

 

Eend

 

disneyland paris bestaat vijf jaar
er valt confetti uit de wolken

we zitten aan de lunch
in het new york hotel
sebastiaan en ik lopen naar het buffet
ik til het deksel op
van een enorme vleesschotel
- pap - vraagt sebas - is dat kip?
van de damp beslaat mijn bril
- that's duck sir - schiet een ober ons te hulp
het tafelzilver hangt plotseling
op eigen kracht in de lucht
- you mean donald? - vraag ik
wijzend op de eendenborstjes
stilte daalt over de tafels
dan stijgt homerisch gelach op

sebastiaan kijkt niet blij

 




Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

Lees meer...

26-09-12

Bart Chabot, Luís Fernando Veríssimo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

 

Uit: Broodje gezond

 

‘Dinsdag, 14 januari 1992
We zitten in een café. Eentje van 'alle tijden'. Bruin, kleedjes op tafel, nieuwerwetse lampenkappen en een dor biljart. Zo hebben we in honderden cafés gezeten. We zijn niet de enigen, maar het is er ook niet druk. Amsterdammers. De bekkies staan niet stil. Het is vroeg in de ochtend. We hebben de nacht overgeslagen.
'Wat ik me altijd heb afgevraagd, Herman,' zeg ik. 'Je vader en je moeder, je zussen, je broer?'
'Voor mijn geboorte,' antwoordt hij, 'bestond er niets.'

Met hoge snelheid rijdt de taxi, als besmet door Broods gejaagdheid, via de trambaan de Overtoom af.
'Ik heb een verrassing voor je,' zegt Herman. Hij gebaart de chauffeur te stoppen op de hoek van een zijstraat. Brood springt uit de wagen en belt aan bij een deur waar met glimmende letters HUIZE RIA op staat.
Ik wil uitstappen, maar de taxichauffeur draait zich om en zegt met Amsterdamse tongval: 'Ik heb Herman al heel wat keren in de wagen gehad. Ik vind 't wel een aardige gozer, hoor. Ik mag 'm ergens wel. Maar toch, ik weet het niet. Laatst had ik 'm ook in mijn wagen, zat-ie achterin, ik kijk in mijn spiegel, had-ie een colbertjasje aan en een stropdas, met verder niks d'ronder. Moest ik hem ook naar een seksclub brengen. Hij lulde wel met me en hij gaf me ook een slokkie uit de fles die hij bij zich had, daar niet van, maar? Weet je wat 't is? Je ken geen hoogte van hem krijgen.'

Als ik me bij Brood voeg, valt mijn oog op een klein goudkleurig bordje naast de deur met de tekst: Huize Ria. Discrete Ingang Om De Hoek.
'Het mooie van het leven, vind ik,' zegt Herman,'dat je, terwijl je midden in je zoektocht maar Jezus zit, toch nog goed terecht kunt komen.'
Daarop wijkt de deur.
Ria zelve doet ons open. Iggy, Broods hond, die vanmiddag meemag van zijn baas, is het eerste binnen. Terwijl madam Ria ons voorgaat de smalle gang in en ons uit onze jassen helpt, drukt Iggy met zijn snuit de tussendeur open en meldt zich bij de meisjes. Iggy is geen onbekende hier, Iggy weet de weg.
Ik tel acht meisjes, die op en om een halvemaanvormige bank zitten of hangen. We zijn de enige klanten.”

 


Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

DVD Cover van Herman Brood, Bart Chabot en Jules Deelder

Lees meer...

26-09-11

T. S. Eliot, Bart Chabot, Luís Fernando Veríssimo,Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer

 

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

Uit: Little Gidding (Fragment)

 

I

Midwinter spring is its own season
Sempiternal though sodden towards sundown,
Suspended in time, between pole and tropic.
Whem the short day is brightest, with frost and fire,
The brief sun flames the ice, on pond and ditches,
In windless cold that is the heart’s heat,
Reflecting in a watery mirror
A glare that is blindness in the early afternoon.
And glow more intense than blaze of branch, or brazier,
Stirs the dumb spirit: no wind, but pentecostal fire
In the dark time of the year. Between melting and freezing
The soul’s sap quivers. There is no earth smell
Or smell of living thing. This is the spring time
But not in time’s covenant. Now the hedgerow
Is blanched for an hour with transitory blossom
Of snow, a bloom more sudden
Than that of summer, neither budding nor fading,
Not in the scheme of generation.
Where is the summer, the unimaginable
Zero summer?

 

If you came this way,
Taking the route you would be likely to take
From the place you would be likely to come from,
If you came this way in may time, you would find the hedges
White again, in May, with voluptuary sweetness.
It would be the same at the end of the journey,
If you came at night like a broken king,
If you came by day not knowing what you came for,
It would be the same, when you leave the rough road
And turn behind the pig-sty to the dull facade
And the tombstone. And what you thought you came for
Is only a shell, a husk of meaning
From which the purpose breaks only when it is fulfilled
If at all. Either you had no purpose
Or the purpose is beyond the end you figured
And is altered in fulfilment. There are other places
Which also are the world’s end, some at the sea jaws,
Or over a dark lake, in a desert or a city—
But this is the nearest, in place and time,
Now and in England.

 

 

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

Lees meer...

26-09-10

T. S. Eliot, Bart Chabot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer, Mark Haddon, William Self, Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj, Cyprian Ekwensi, Peter Turrini, Edwin Keppel Bennett, Joseph Furphy

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 26e september mijn blog bij seniorennet.be

  

T. S. Eliot, Bart Chabot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 26e september ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag.

 

Mark Haddon, William Self, Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 26e september ook bij seniorennet.be mijn eerste blog van vandaag.

 

Cyprian Ekwensi, Peter Turrini, Edwin Keppel Bennett, Joseph Furphy

26-09-09

T. S. Eliot, Bart Chabot, Thomas van Aalten, William Self


De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

Morning At The Window

 

They are rattling breakfast plates in basement kitchens,

And along the trampled edges of the street

I am aware of the damp souls of housemaids

Sprouting despondently at area gates.

 

The brown waves of fog toss up to me

Twisted faces from the bottom of the street,

And tear from a passer-by with muddy skirts

An aimless smile that hovers in the air

And vanishes along the level of the roofs.

 

 

 

 

EAST COKER

(No. 2 of 'Four Quartets')

 

 

I

 

In my beginning is my end. In succession

Houses rise and fall, crumble, are extended,

Are removed, destroyed, restored, or in their place

Is an open field, or a factory, or a by-pass.

Old stone to new building, old timber to new fires,

Old fires to ashes, and ashes to the earth

Which is already flesh, fur and faeces,

Bone of man and beast, cornstalk and leaf.

Houses live and die: there is a time for building

And a time for living and for generation

And a time for the wind to break the loosened pane

And to shake the wainscot where the field-mouse trots

And to shake the tattered arras woven with a silent motto.

 

    In my beginning is my end. Now the light falls

Across the open field, leaving the deep lane

Shuttered with branches, dark in the afternoon,

Where you lean against a bank while a van passes,

And the deep lane insists on the direction

Into the village, in the electric heat

Hypnotised. In a warm haze the sultry light

Is absorbed, not refracted, by grey stone.

The dahlias sleep in the empty silence.

Wait for the early owl.

 

                                    In that open field

If you do not come too close, if you do not come too close,

On a summer midnight, you can hear the music

Of the weak pipe and the little drum

And see them dancing around the bonfire

The association of man and woman

In daunsinge, signifying matrimonie—

A dignified and commodiois sacrament.

Two and two, necessarye coniunction,

Holding eche other by the hand or the arm

Whiche betokeneth concorde. Round and round the fire

Leaping through the flames, or joined in circles,

Rustically solemn or in rustic laughter

Lifting heavy feet in clumsy shoes,

Earth feet, loam feet, lifted in country mirth

Mirth of those long since under earth

Nourishing the corn. Keeping time,

Keeping the rhythm in their dancing

As in their living in the living seasons

The time of the seasons and the constellations

The time of milking and the time of harvest

The time of the coupling of man and woman

And that of beasts. Feet rising and falling.

Eating and drinking. Dung and death.

 

    Dawn points, and another day

Prepares for heat and silence. Out at sea the dawn wind

Wrinkles and slides. I am here

Or there, or elsewhere. In my beginning.

 

 

 

 

 

eliot
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)   

Geschilderd door Wyndam Lewis

 

 

 

 

De Nederlandse  Dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

The early seventies

 

's Ochtendsvroeg

deed ik al hasj

in m'n yogurt

 

Had je een drukke dag

als je een brief

moest posten

 

 

 

 

Opgestaan, plaats vergaan

 

op een nacht stond ik op uit de doden

ik was de enige kandidaat naar het scheen

de anderen gaven niet thuis

die bleven liever liggen

 

voor alle zekerheid, je-kan-niet-weten

keek ik nog eens indringend om me heen

maar nee

ook in tweede instantie maakte niemand

aanstalten mijn voorbeeld te volgen

 

zelf iemand wekken deed ik niet

eerlijk gezegd vond ik het wel zo prettig

in mijn eentje te blijven

ik had het rijk alleen

 

ik besloot tot een ommetje

een kleine wandeling door de straten

om oud eik en duinen, een besluit dat de aarde

niet merkbaar uit haar evenwicht bracht

dit kwam goed uit, wereldschokkende-

dingen-doen behoorde al geruime tijd

niet meer tot mijn ambities

 

maar eenmaal door de

straten gaand

kreeg ik honger naar meer

stadsleven

zo gezegd, zo gedaan

(wie of wat zou me

tegen moeten houden?)

en zonder haast trok ik het centrum in

men was nog lang niet van me af

 

 

 

 

Bart_Chabot
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas van Aalten werd geboren in Huissen bij Arnhem op 26 september 1978.

 

Uit: Sluit deuren en ramen

 

“Een laf applaus volgde. Het zaallicht dimde. Gekraak in de boxen. Dan verscheen in zeeblauwe letters op een witte achtergrond de tekst ‘Substaat Redux. Omdat geborgenheid uw recht is’.

Als soundtrack was gekozen voor een jazzdeuntje uit een goedkoop keyboard. Beelden van lachende gezinnen die badmintonden op een knalgroen grasveld. Een door de computer geanimeerde vlucht in de hemel boven een hagelwit plein met een groot winkelcentrum, een bioscoop, een zwembad, een bos. Dan weer die tekst. Substaat Redux. Omdat geborgenheid uw recht is. Een zalvende voice-over van een bekende acteur. ‘Welkom in Substaat Redux. Een luxueuze woongelegenheid met vele mogelijkheden voor het gezin. Ongetwijfeld zult u verlangen naar het onbekommerde gevoel dat u nog kende van enkele jaren geleden, nog voordat dit land werd opgeschrikt door ernstige gevoelens van angst en onrust.’

Archiefbeelden van groepen jongeren met bivakmutsen en stokken in gevecht met de Mobiele Eenheid. Brandende hopen vuil in de straten. Huilende moeders.

Terug naar de geanimeerde beelden. Een gezin wandelde langs de schappen van een supermarkt. Een jongetje legde een teddybeer in het boodschappenwagentje, de vader lachte hem toe en aaide het jongetje over de bol.

‘We willen u weer terugzetten op de plek die u verdient. Op de plek waar u veilig kunt rondlopen met uw kind of huisdier, zonder angsten. Ontspanning en rust zijn twee belangrijke punten, maar ook zijn er vele arbeidsvoorzieningen. Daarbij wordt u voortdurend beschermd door een professionele eenheid die uw veiligheid waarborgt.’

Een shot van een lachende beveiligingsbeambte die een balletje trapte met een paar gekleurde kinderen. Een andere beambte wees de weg aan een man in een rolstoel met een hond op zijn schoot.

‘Tevens zorgen speciale veiligheidsschilden die in de funderingen van de woningen zijn aangebracht, voor een optimale beveiliging tegen allerlei vormen van terreur.’

Computeranimatie: dwarsdoorsnede van een huis.”

 

 

 

 

thomas van aalten
Thomas van Aalten (Huissen, 26 september 1978)

 

 

 

 

De Engelse schrijver, criticus en columnist William Self werd geboren in Londen op 26 september 1961.

 

Uit: The Principle

 

„When I reach the intersection with Interstate 15, just south of the Toquerville turning, I always have the same choice: I can turn northeast, to Cedar City, and a quiet evening in the library working on my memoirs; or I can turn southwest, and burn rubber the seventy-odd miles to Las Vegas. Every few months I take the road less traveled. Across the Utah border, cutting off the corner of Arizona, the freeway runs down into the wide gulch of the Virgin River, then it mounts up on to the plateau of the Mohave Desert, a silvery wake rising and falling across the waves of scrub, until the lights of that modern Babylon begin to sparkle in the crystalline nighttime air.

    They always put me in mind of an ocean oil rig — the Vegas lights — not that I've ever seen one; yet the desert itself is my sea, the hood of my ancient Ford pickup a prow, and even from ten miles off, if I wind down the window, I can hear through the rush of hot air, the steady, rhythmic pulse of the city's casinos, burlesques and whorehouses, as they pump thick, black, glutinous sin out of the souls of men and women.

Don't get me wrong, I don't go down to Vegas out of any desire to test myself. I'm not in the business of flirting with the Devil. I know what I am, and who I am: a man of conviction, a man with responsibilities, a man who has made the Principle the very rock on which he has built his life. But for all that, we all need a little recreation once in a while, a little time out, wouldn't you agree?

    I always park up in the same trash-strewn alley, behind the same fly-blown Mexican diner. I always have the same super-sized cheesy burrito and 7-Up. Then I walk the half-mile or so along the Strip to Gary's Place. Now that I'm in my late sixties, younger people often ask me about the changes I've seen in my lifetime. I always tell them the same thing: "Every era I've lived through has been now." And I mean it. Living out of the way like we folk do, means we don't pay much attention to the styling of automobiles, or the size of computers.

    About the only time I see gentiles at all is when I go to Vegas. And so what if they wear their hair this way or that, and talk about this or that shiny, new thing? It don't mean too much to me. The generality of life, I've always felt, takes place in between such modern gewgaws. It's the mortar, not the bricks that count.“

   

 

 

 

William_self
William Self (Londen, 26 september 1961)

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 26 september 2007 en ook mijn blog van 26 september 2008.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

 

26-09-08

T. S. Eliot, Bart Chabot, William Self, Thomas van Aalten, Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj


De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2006 en ook mijn blog van 26 september 2007.

 

 

BUIRNT NORTON
(No. 1 of 'Four Quartets')

T.S. Eliot



I

Time present and time past
Are both perhaps present in time future,
And time future contained in time past.
If all time is eternally present
All time is unredeemable.
What might have been is an abstraction
Remaining a perpetual possibility
Only in a world of speculation.
What might have been and what has been
Point to one end, which is always present.
Footfalls echo in the memory
Down the passage which we did not take
Towards the door we never opened
Into the rose-garden. My words echo
Thus, in your mind.
                              But to what purpose
Disturbing the dust on a bowl of rose-leaves
I do not know.
                        Other echoes
Inhabit the garden. Shall we follow?

Quick, said the bird, find them, find them,
Round the corner. Through the first gate,
Into our first world, shall we follow
The deception of the thrush? Into our first world.
There they were, dignified, invisible,
Moving without pressure, over the dead leaves,
In the autumn heat, through the vibrant air,
And the bird called, in response to
The unheard music hidden in the shrubbery,
And the unseen eyebeam crossed, for the roses
Had the look of flowers that are looked at.
There they were as our guests, accepted and accepting.
So we moved, and they, in a formal pattern,
Along the empty alley, into the box circle,
To look down into the drained pool.
Dry the pool, dry concrete, brown edged,
And the pool was filled with water out of sunlight,
And the lotos rose, quietly, quietly,
The surface glittered out of heart of light,
And they were behind us, reflected in the pool.
Then a cloud passed, and the pool was empty.
Go, said the bird, for the leaves were full of children,
Hidden excitedly, containing laughter.
Go, go, go, said the bird: human kind
Cannot bear very much reality.
Time past and time future
What might have been and what has been
Point to one end, which is always present.

 

 

 

 

 

Death by water

 

Phlebas the Phoenician, a fortnight dead,
Forgot the cry of gulls, and the deep sea swell
And the profit and loss.
A current under sea
Picked his bones in whispers. As he rose and fell
He passed the stages of his age and youth
Entering the whirlpool.
Gentile or Jew
O you who turn the wheel and look to windward,
Consider Phlebas, who was once handsome and tall as you.

 

 

 

 

 

Ode

 

To you particularly, and to all the Volscians
Great hurt and mischief.

Tired.
Subterrene laughter synchronous
With silence from the sacred wood
And bubbling of the uninspired
Mephitic river.
Misunderstood
The accents of the now retired
Profession of the calamus.

 

Tortured.
When the bridegroom smoothed his hair
There was blood upon the bed.
Morning was already late.
Children singing in the orchard
(Io Hymen, Hymenaee)
Succuba eviscerate.

 

Tortuous.
By arrangement with Perseus
The fooled resentment of the dragon
Sailing before the wind at dawn
Golden apocalypse. Indignant
At the cheap extinction of his taking-off.
Now lies he there
Tip to tip washed beneath Charles' Wagon.

 

 

 

 

 

 

Eliot_Kelly
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965) 
 

Portret door Gerald Kelly

 

 

 

 

 

De Nederlandse  Dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2006 en ook mijn blog van 26 september 2007.

 

 

 

De dood accepteer ik niet

De dood accepteer ik niet
op een dag
ging het mis
het regende herfst
een uitgelezen dag om jezelf
te verhangen
op zich misschien
niet zo bijzonder
je hebt allemaal weleens
zulk soort dagen?
maar dit was anders

voor mijn hoofdpersoon
mijn ik
want dit was de zoveelste dag
van het zoveelste jaar
de zóveelste keer
ik voel me januari
de zon heeft de kracht van een waakvlammetje
goed genoeg voor deze planeet
maar niet voor mij

 

 

 

 

 

wij liepen aan zee

 

wij liepen aan zee
mijn vader mijn moeder en ik
zomer 1958
ik was vier

– de wind
wast
mijn haren
schoon – schijn ik
te hebben gezegd

– godallemachtig – riep mijn vader uit
hij keek mijn moeder aan
– het zal toch geen dichter
wezen, he? –

 

 

 

 

 

Bart-Chabot-fc
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, criticus en columnist William Self werd geboren in Londen op 26 september 1961. Zie ook mijn blog van 26 september 2007.

 

Uit: The Principle

 

Still, this particular evening, walking into Gary's Place, I was struck by change. The DJ had just segued in a new track. It was a high-energy number I recognized from way back in the late 1980s, from the time before I was called. Or rather, it was that old synth racket done in the new way, to an inexorably slow beat, with a full orchestra and choir. Still, the clientele reacted just as the pumped-up poseurs of the last century would've done; pulling themselves upright, preening and parading into the center of the dance floor, where they separated into groups of eight and began to dance the quadrille. Retro-classicism — now who'd ever have imagined that was going to happen?
    It was then that I saw her — and she saw me. Absurd, that with her come-hither eyes, tossing her horsehair locks, she should think she was so unique. But then I guess young women of her age are always the same, lost in the high noon of their own good looks. She was without a partner and beckoned to me, calling out "C'mon old timer, you look spry enough to turn a calf!" Almost to spite her, I walked out on to the floor and took her hand. "Hi," she breathed. "I'm Tina." And then we whirled away beneath the little galaxy of the mirrored ball.
    I confess, I danced all night with Tina. Under her pompadour wig, pancake makeup and hooped skirt, she was a devilishly attractive girl. She also flattered me, saying "You're mighty spry for a big ol' bear, aren'tcha?" And giving my upper arm a squeeze, breathed in my ear "You must do a lotta work out on the range to keep up a build like that." I could see where she was coming from right away. Still, I preferred to dance, because when we stopped and went to the bar for refreshments, Tina began to talk the most fearful, narcissistic trash.

Despite all the many important advances we've made in my lifetime — from the first woman president, to the first woman to walk on the moon — there remain hordes of young women like Tina. Will they ever learn that their youthful beauty is just that? A garment to be put on for a few, brief seasons, then torn away by Nature herself? Will they ever understand that neither a whale-spermaceti plunge bath in Aspen, nor a golden-monkey-gland injection in Shanghai, will guard them forever from the ravages of time? I doubt it, and so Tina prattled on, about this lover who was big in Hollywood, and that one who owned a hair salon in London, and the other one who absolutely swore blind that he was going to put Tina on the cover of the Wall Street Journal.
    The only time Tina stopped talking about herself was when, on our eighth trip to the bar, she noticed that I was drinking mineral water. "Are you on something?" she leered into my ear, and when I denied this she tittered manically and trilled, "Oooh! I geddit, you must be a goddamn Mormon or something" — a remark I studiously ignored. And so the night went on, with quadrille after waltz after foxtrot, until, with the lights of Vegas looking pallid against the sharp, lemon light of morning, the bewigged revelers tumbled out of Gary's and onto the Strip.

 

 

 

 

 

will_self
William Self (Londen, 26 september 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas van Aalten werd geboren in Huissen bij Arnhem op 26 september 1978. Hij debuteerde op 18-jarige leeftijd met een verhaal in het ter ziele gegane literaire tijdschrift ZOETERMEER.. Daarna volgden vier romans ( Sneeuwbeeld (2000), Tupelo (2001), Sluit Deuren en Ramen (2003) en Coyote (2006). In januari 2009 is bij Nieuw Amsterdam de vijfde roman gepland: De Onderbreking. Van Aalten werkte ook korte tijd voor VPRO TV ( Waskracht! 2000 - 2002). Schreef artikelen voor VARA TV-Magazine, Vrij Nederland en 3VOOR12 deed lezingen en voordrachten. Hij interviewde Denis Johnson (Crossing Border) en David Lynch (VARA TV-Magazine). Van Aalten schreef scenario's voor twee films: Dum Dum Boys (2002 VPRO TV, regie: Marcel Visbeen) en L'Amour Toujours (2008 Ultravista Productions, regie: Edwin Brienen).

Uit: De Onderbreking

 

Wat doet u met mijn map?’
‘U hebt hem zelf op de balie laten liggen. Daar kan ik niks aan doen. Ik zag het als een hint, alsof u wilde dat ik de verhalen las.’
‘Natuurlijk niet.’
De bruine map ligt te smeken om door mij opgepakt te worden, maar de ijzig koude hand van de receptionist weerhoudt me. Het lijkt of de vingers aan het leer vastgevroren zitten. De man legt met de andere hand zijn peuk op de rand van de asbak en kijkt dwars door me heen.
‘U wilde dat ik de verhalen las, zo simpel is het, meneer de schrijver.’
‘Hoe komt u daarbij?’
‘Het heeft zo moeten zijn. Laten we eerlijk zijn, er klopt iets niet.’
‘Wat klopt er niet?’ Ik voel dat ik rood word.
‘Alsof het normaal is dat een nacht zo lang duurt, vol sneeuwstormen en ruisende radio’s. Daar... de verhalen... U wilt dat wij ze samen lezen.’
‘In de ruis liggen de verhalen verscholen?’
‘Doet u mij een plezier en leest u uw verhalen voor. Het zal ons helpen.’
Ik denk na over alle lezingen die ik heb gegeven waar geen hond geïnteresseerd was in mijn verhalen. Deze eenzame man is een liefhebber van mijn werk en is nieuwsgierig. Bovendien: ik kan toch niet slapen.”

 

 

 

 

ThomasVanAalten
Thomas van Aalten (Huissen, 26 september 1978)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jane Smiley werd geboren op 26 september 1949 in Los Angeles en groeide op in een voorstad van St. Louis. Zij studeerde o.a aan de universiteit van Iowa. Haar eerste roman Barn Blind verscheen in 1980. In 1985 won zij de O. Henry Award voor haar verhaal “Lily” en in 1992 de Pulitzer Prize for Fiction voor haar bestseller A Thousand Acres, gebaseerd o[ Shakespeares King Lear. Haar novelle The Age of Grief werd in 2002 verfilmd als The Secret Lives of Dentists. Thirteen Ways of Looking at the Novel (2005) is een studie over geschiedenis en aard van de roman, in de traditie van E. M. Forster's seminal Aspects of the Novel. Van 1981tot 1996 doceerde zij creatief schrijven aan de Iowa State University.

 

Uit: Good Faith

 

“THIS WOULD BE '82. I was out at the Viceroy with Bobby Baldwin. Bobby Baldwin was my one employee, which made us not quite friends, but we went out to the Viceroy almost every night. My marriage was finished and his hadn't started, so we spent a lot of time together that most everyone else we knew was spending with their families. I didn't mind. My business card had the Viceroy's number in the corner, under "may also be reached at." Buyers called me there. It was a good sign if they wanted to see a house again in what you might call the middle of the night. That meant they couldn't wait till morning. And if they wanted to see it again in the middle of the night--well, I did my best to show it to them. That was the difference between Bobby and me. He always said, "Their motivation needs to be tested, that's what I think. Let 'em wait a little bit."

Bobby was not my brother, but he might as well have been. Sally, his sister, had been my girlfriend in high school for about a year and a half. She was the first person I ever knew who had a phone of her own. She used to call me up and tell me what to do. "Now, Joey," she would say, "tomorrow wear those tan pants you've got, and the blue socks with the clocks on them, and your white shirt, and that green sweater I gave you, and I am going to wear my blue circle skirt with the matching cashmere sweater, and I'll meet you on the steps. We'll look great. Have you done your algebra problems? When you get to number four, the variable is seven, and x equals half of y. If you remember that, then you won't have a problem with it. Did you wash your face yet? Don't forget to use that stuff I bought you. Rub it in clockwise, just a little tiny dab, about the size of the tip of your pencil eraser.
Okay?"

 

 

 

 

Smiley
Jane Smiley (Los Angeles, 26 september 1949)

 

 

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dissident Vladimir Nikolajevitsj Vojnovitsj werd geboren in Doesjanbe op  26 september 1932. Vojnovitsj is beroemd vanwege zijn satirische proza, maar heeft ook poëzie geschreven. Toen hij in het begin van de jaren 1960 voor de Moskouse radio werkte, schreef hij ook de tekst voor een kosmonautenlied, "Veertien minuten voor de start". Tussen 1951 en 1955 diende Vojnovitsj in het leger van de Sovjet-Unie.

Zijn magnum opus, Het leven en de buitengewone avonturen van soldaat Ivan Tsjonkin speelt zich af tijdens de WO II en beschrijft op satirische wijze de alledaagse absurditeiten van het leven onder een totalitair regime. "Tsjonkin" is tegenwoordig een bekend personage in de Russische populaire cultuur en het boek werd verfilmd door de Tsjechische regisseur Jiří Menzel. In het werk Moskou 2042 schetst hij met veel zwarte humor een satirisch toekomstbeeld van de uitwassen van het totalitaire communistische sovjetregime diep in de 21e eeuw.

Tijdens de periode van stagnatie onder Leonid Brezjnev werd besloten Voinovitsj' werk niet meer uit te geven, maar de schrijver werd wel zeer populair in de samizdat en in het Westen. Vanwege zijn werk en zijn activiteiten binnen de mensenrechtenbeweging werd Vojnovitsj in 1974 uit de schrijversbond van de Sovjet-Unie gezet. In 1980 werd hij gedwongen naar het Westen te emigreren en vestigde hij zich in München. Gorbatsjov gaf Vojnovitsj in 1990 zijn Russische staatsburgerschap terug en sindsdien bezoekt de schrijver zijn vaderland regelmatig. Vojnovitsj heeft vele internationale prijzen gewonnen, waaronder de Staatsprijs van Russische Federatie en de Sacharovprijs. Sinds 1995 is hij ook actief als beeldend kunstenaar. Het werk van Vojnovitsj is inmiddels in dertig talen vertaald, waaronder het Nederlands.

 

 

Uit: Monumental Propaganda

 

Porosyaninov read slowly, smacking his lips together loudly as though he were eating cherries and spitting out the pits. At the same time, he lisped and stammered over every word, especially if it was a foreign one.

As Porosyaninov read, the core of Party activists listened in silence, their faces tense, their thick necks and the backs of their skulls shorn in semi–crew cuts.

Then they asked the speaker questions: Would there be a purge of the Party? And what should they do with the portraits of Stalin, take them off the walls and rip them out of the books as they had done many times before with former leaders of the Revolution and heroes of the Civil War? Porosyaninov involuntarily turned his head and squinted sidelong at the portrait of Lenin, then shivered and said that no purge was expected and there was no need to go overboard with the portraits. Although a certain number of individual actions taken by Stalin had been incorrect, he was and remained a distinguished member (that was the phrase the speaker used) of our Party and the world communist movement, and no one intended to deny him due recognition for his services.

Aglaya Revkina, who had been through so much in her life, proved to be unprepared for a blow like this. As they were leaving the club, several people heard her declare loudly, without addressing anyone in particular: “Such filth! Such terrible filth!”

Since on that particular evening the street was not covered in filth—in fact, it was cold and there was a blizzard swirling the snow about, so that everything could more accurately have been described as pure white—no one took Aglaya’s words literally.

“Yes, yes,” said Valentina Semenovna Bochkareva, the planner from the Collective Farm Technical Unit, backing her up. “What people we put our faith in!”

Elena Muravyova (secret-agent alias “Mura”) reported this fleeting dialogue to the local department of the Ministry of State Security, and her report was confirmed by Bochkareva herself during an interview of a prophylactic nature that was conducted with her.”

 

 

 

 

vojnovitsj
Vladimir Vojnovitsj (Doesjanbe, 26 september 1932)

 

 

 

 

 

 

De Nigeriaanse schrijver Cyprian Ekwensi werd op 26 september 1921 in Nigeria geboren in Minna. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

26-09-07

Bart Chabot , T. S. Eliot, William Self, Cyprian Ekwensi


De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot  werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

Uit: FC Dood

 

Ik heb in dienst gezeten. Bij de Koninklijke Luchtmacht, als dienstplichtig militair. Van 1974 tot 1976.
In mei ’76 ging ik, zoals dat heet, met Groot Verlof.
Tot op de dag van vandaag ben ik oproepbaar. Als via de draadomroep een algehele mobilisatie wordt afgekondigd, dien ik mij terstond, dat wil zeggen: binnen vierentwintig uur, te melden bij mijn onderdeel, in afwachting van nadere instructies.

Mei 1999 kreeg ik een brief van kolonel Steggelweij.
In verband met de ‘veranderde veiligheidssituatie’ zou, naar het zich thans liet aanzien, ‘van mijn kwaliteiten in de toekomst geen gebruik worden gemaakt’, reden om mij, Eerste Luitenant der Koninklijke Luchtmacht, bij Hare Majesteit de Koningin ‘voor te dragen voor vervroegd eervol ontslag’.
Ik schreef het volgende terug. (Dat dan wél, ja. Een dergelijk buitenkansje liet ik me niet ontglippen.)

Lieve kolonel,
(Zoiets komt in die kringen als een mokerslag aan. Schrijf je die lieden aan als ‘Geacht kolonelsregime’ of ‘Geachte leden van de Bloedjunta’, dat is geen punt, daar verblikken of verblozen ze niet van. Maar schrijf je ‘Lieve kolonel’, dan bezorg je de andere kant, de ontvangende partij, een hoog Brokeback Mountain-gevoel, iets wat in die specifieke kringen
niet bijster populair is.)
Ik deel uw inschatting niet.

Natuurlijk ben ik verheugd over de wat u noemt ‘veranderde veiligheidssituatie’. U doelt, naar ik aanneem, op het omvallen van het IJzeren Gordijn. Vergis ik mij echter of is de situatie sinds de val van de Berlijnse Muur in sommige opzichten niet veeleer verslechterd? We hoeven maar naar het voormalige Joegoslavië te kijken of naar de randhaarden in de ex-Sovjet-Unie, om in te zien dat te veel optimisme tot bittere teleurstelling kan leiden, ja, zelfs tot ontgoocheling.”

 

 

 

 

bartchabot
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

 

 

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

COUSIN NANCY

Miss Nancy Ellicott
Strode across the hills and broke them,
Rode across the hills and broke them--
The barren New England hills--
Riding to hounds
Over the cow-pasture.

Miss Nancy Ellicott smoked
And danced all the modern dances;
And her aunts were not quite sure how they felt about it,
But they knew that it was modern.

Upon the glazen shelves kept watch
Matthew and Waldo, guardians of the faith,
The army of unalterable law.

 

 

 

 

MORNING AT THE WINDOW

They are rattling breakfast plates in basement kitchens,
And along the trampled edges of the street
I am aware of the damp souls of housemaids
Sprouting despondently at area gates.

The brown waves of fog toss up to me
Twisted faces from the bottom of the street,
And tear from a passer-by with muddy skirts
An aimless smile that hovers in the air
And vanishes along the level of the roofs.

 

 

 

 

 

 

Elliot
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

 

 

 

 

De Engelse schrijver, criticus en columnist William Self werd geboren in Londen op 26 september 1961. Hij studeerde filosofie aan het Exeter College in Oxford. Self werkte ook als journaqlist en tekenaar en voor radio en televisie. Ook was hij lid van de punkband The Abusers. Tot 1996 kwam hij ook herhaaldelijk in de publiciteit wegens zijn heroineverslaving.

 

Uit: The Book of Dave

 

“Carl De´vu´sh, spindle-shanked, bleach-blond, lampburnt, twelve years old, kicked up buff puffs of sand with his bare feet as he scampered along the path from the manor. Although it was still early in the first tariff, the foglamp had already bored through the cloud and boiled the dew off the island. As he gained height and looked back over his shoulder, Carl saw first the homely notch of Manna Ba¨, then the shrub-choked slopes of the Gayt rising up beyond it. The sea mist had retreated offshore, where it hovered, a white-grey bank merging with the blue screen above. Wot if Eye woz up vair, Carl thought, up vair lyke ve Flyin I? He put himself in this lofty perspective and saw Ham, floating like a water beetle, thrusting out angled legs of grey stone deep into the placid waters of its ultramarine lagoon. The waters intensified the beetle island’s myriad greens: its golden wheatie crop, its purple, blue and mauve flowering buddyspike, its yellowy banks of pricklebush and its feathery stands of fireweed. The whole lustrous shell was picked out by a palisade of blisterweed, the lacy umbels of which trimmed the entire shoreline.

The real island was quite as vivified as any toyist vision, the southeast-facing undulation of land audibly hummed. Bees, drugged by the heat, lay down in the flowers, ants reclined on beds of leaf mould, flying rats gave a liquid coo-burble – then stoppered up. To the south a few gulls soared above the denser greenery of the Ferbiddun Zo¨n.”

 

 

 

 

Self
William Self (Londen, 26 september 1961)

 

 

De Nigeriaanse schrijver Cyprian Ekwensi werd op 26 september 1921 in Nigeria geboren in Minna. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

26-09-06

Bart Chabot, T.S, Eliot, Cyprian Ekwensi


Dichter en schrijver Bart Chabot  werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Hij maakte zijn debuut met de poezie-bundel Als U Zo Gaat Beginnen in 1979. Hij is tevens de biograaf van Herman Brood. Broodje Gezond, een romantische biografie over mentor Herman Brood, belandt in 1996 in de Boeken Top Tien. Chabot is, naast zijn dichtwerkzaamheden ook regelmatig in het theater te zien, vroeger met Herman Brood, nu nog met Jules Deelder. Hij brengt tevens singles en cd's uit en is vaste deelnemer aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. In 2005 schreef hij de tekst voor het Groot Kinderdictee en was hij tevens beste Nederlandse prominente deelnemer aan het Groot Dictee. In 2006 toert Chabot met Ronald Giphart en Martin Bril in de theatervoorstelling Giphart & Chabot met bril.

 

 

crisisberaad
 
de lucht is klm-blauw
en het gras groeit aprilgroen op
daartussenin is van alles aan de hand
trouwens, achter die luchten
en onder het gras ook
maar naar wat er precies aan de gang was
bleef het gissen
 
er wordt aan de deur geklopt
een insider, kennelijk; de bel
doet het al jaren niet meer
maar als ik opendoe
staat er niemand
de stoep blijft de stoep
waarom doet mijn hoofd me dit aan?
 
het is kil in huis
de verwarming is kapot
en de zon is weliswaar op het appèl verschenen
maar als dienstplichtige
en biedt zo geen soelaas
hier in huis zelfs waait de wind
skeletrot
            de kilte rukt tot in mijn botten op
 
ik kijk naar de vuilniszakken bij de stoeprand
dat doen de kraaien ook
            zij vertrouwen het zaakje maar half
en komen er mooi hun boom niet voor uit
wat
doe ik hier nog?
spookte het door mijn moerashoofd
            mijn drijfzandkop
   wat jaag ik na?
 
            een dode hond?
 
                        een vlo?

 

 

 

BARTchabot
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

Thomas Stearns Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri als zoon van Henry Ware Eliot en Charlotte Champe Stearns. Zijn grootvader van vaders kant, William Greelleaf Eliot, was de oprichter van unitarianistische kerk in St. Louis. Na zijn middelbare school studeerde T.S.L. letteren en filosofie in Harvard. In 1914 verhuisde hij naar Londen en woonde enige tijd bijt Bertrand Russell en raakte bevriend met de Amerikaanse banneling Ezra Pound en de leden van de Bloomsbury Groep van Virginia Woolf, zonder ooit deel uit te maken van die groep. In de periode tussen 1917 en 1922 schreef Eliot zijn eerste grote werken: Prufrock and Other Observations (1917), Poems (1920) en The Waste Land (1922). The Waste Land, onder redactie van vriend en dichter-criticus Ezra Pound, kreeg onmiddellijk aandacht van de literaire kritiek en het publiek en vestigde Eliots reputatie als een belangrijk dichter. In 1948 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur.

 

The Journey of the Magi

 

'A cold coming we had of it,
Just the worst time of the year
For a journey, and such a long journey:
The ways deep and the weather sharp,
The very dead of winter.'
And the camels galled, sorefooted, refractory,
Lying down in the melting snow.
There were times we regretted
The summer palaces on slopes, the terraces,
And the silken girls bringing sherbet.
Then the camel men cursing and grumbling
and running away, and wanting their liquor and women,
And the night-fires going out, and the lack of shelters,
And the cities hostile and the towns unfriendly
And the villages dirty and charging high prices:
A hard time we had of it.
At the end we preferred to travel all night,
Sleeping in snatches,
With the voices singing in our ears, saying
That this was all folly.

Then at dawn we came down to a temperate valley,
Wet, below the snow line, smelling of vegetation;
With a running stream and a water-mill beating the darkness,
And three trees on the low sky,
And an old white horse galloped away in the meadow.
Then we came to a tavern with vine-leaves over the lintel,
Six hands at an open door dicing for pieces of silver,
And feet kiking the empty wine-skins.
But there was no information, and so we continued
And arriving at evening, not a moment too soon
Finding the place; it was (you might say) satisfactory.

All this was a long time ago, I remember,
And I would do it again, but set down
This set down
This: were we led all that way for
Birth or Death? There was a Birth, certainly
We had evidence and no doubt. I had seen birth and death,
But had thought they were different; this Birth was
Hard and bitter agony for us, like Death, our death.
We returned to our places, these Kingdoms,
But no longer at ease here, in the old dispensation,
With an alien people clutching their gods.
I should be glad of another death.

 

 

 

 

 

eliot
Thomas Stearns Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

 

Cyprian Ekwensi werd op 26 september 1921 in Nigeria geboren. Na zijn studie werkte hij eerst twee jaar als boswachter en onderwees daarna biologie en scheikunde. Tegelijkertijd schreef hij, ook voor de radio, talrijke korte verhalen. Aansluitend studeerde hij farmacie in Lagos en Londen, maar hij bleef actief voor de radio en de pers. Na een korte tijd als apotheker gewerkt te hebben werd Ekwensi redacteur bij de radio en in 1961 directeur op het Nigeriaanse ministerie voor informatie. Vanaf 1975 gaf hij leiding aan een uitgeverij van kranten totdat hij zich uiteindelijk geheel op het schrijven toelegde. Ekwensi schreef meer dan 30 romans.

 

Werk o..a.: King for ever! (1992), Divided we stand (1980), Survive the peace (1976)

 

Uit:  No Escape From S. A. P

“If anyone had told Dr Fasanmi of Nigeria that he would be running a Centre in Kuwait in the middle of the Gulf Crisis, he would never have believed it.

"Kuwait? .. You must be joking! Am quite happy here in Lagos, thank you!"

But that was before SAP started biting.

Dr Fasanmi was a low-profile kind of man. He had little time for social life, or for gossip. Though a member of several clubs, he was seldom seen killing time.

When at the club he was either playing a brisk game of tennis or swimming, and then, he would gather his kit, fling them into his official car and speed off to the General Hospital where he worked as consultant.

Late at night, he would go home to his wife, Funmi a pretty accountant with a commercial bank, who had given him two lovely kids -- a boy and a girl.

Fasanmi and his wife had dreams but there was little time to take them seriously.

He had left the club one afternoon and was about to start his car when the radio said, "Here is a special announcement: The following medical doctors in the Health Service have been retired from the service -- with immediate effect ...

He did not stop to listen as the names were reeled off. He was comparatively young, had committed no crime, had not contravened the civil service codes of conduct ...

He drove on. Suddenly, he pricked up his ears. Was that, name his own or someone else's? He could not be sure...

Retired--by a simple radio announcement. Such was the terrifying practice under which one worked these days.

Retired... A cold sweat broke over him and he found himself driving faster towards his home. His wife confirmed that she had heard the announcement.

Fasanmi put on a smile. "Well," he consoled himself. Such are the times in which we live! Appointments and dismissals by radio broadcast.

But the shock of it all remained, and for weeks and weeks he was disoriented. At 45, he was retired from the Public Service. This meant he had to vacate his official quarters, return the government vehicle assigned to him as consultant to the General Hospital, find a new employer or, better still, set up on his own, but where was the capital?

He would be paid a lump sum as gratuity and a pittance of a pension monthly, scarcely enough to set up a practice. He had to do something to get himself together.

The more he thought about his plight, the more confused he became. Occasionaly, sitting by himself, he would burst into fits of self-derisive laughter.

It took him another few months to set up the Family Health Clinic and that was because he was a special kind of man, a survivor. Many professionals of his kind had been destroyed by sudden and unexpected retirement.

Finally , there it was: The Family Health Clinic with its complement of well-turned out staff -- doctors, nurses, medical technicians, located in a side-street in Lagos. The meticulous service, reasonable charges and reliable diagnoses and prescriptions soon gave it a good reputation.

Patronage soared. Returns were impressive. He realized he should have established on his own all this lost time. Now he could give expression to his dreams.”

 

 

 

ekwensi
Cyprian Ekwensi (Nigeria, 26 september 1921)

 

19:32 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bart chabot, t s eliot, cyprian ekwensi |  Facebook |