16-06-16

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Theo Thijssen, Casper Fioole, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Die Geschichte der Baltimores

„Morgen muss mein Cousin Woody ins Gefängnis. Dort wird er die nächsten fünf Jahre seines Lebens verbringen.
Schon auf der Fahrt vom Flughafen in Baltimore zum Haus meines Onkels Saul in Oak Park, wo Woody seine Jugend verbrachte und wir ihm an seinem letzten Tag in Freiheit Gesellschaft leisten wollen, male ich mir aus, wie er durch das Gittertor der imposanten Strafvollzugsanstalt von Cheshire, Connecticut, geht.
Für ein paar Stunden werden wir wieder zusammen sein, das wunderbare Quartett aus Woody, Hille], Alexandra und mir, das früher dort einmal so glücklich war. Noch habe ich nicht die geringste Vorstellung von den Auswirkungen, die dieser Tag auf unser aller Leben haben wird.
Zwei Tage später wird mein Onkel Saul mich anrufen.
Marcus? Onkel Saul hier.«
Hallo, Onkel Saul. Wie geht’s
Hör mir gut zu, Marcus«, unterbricht er mich. »Du musst sofort herkommen. Stell mir jetzt keine Fragen. Es ist etwas Schreckliches passiert.«
Dann ist das Gespräch weg. Erst denke ich, es liegt an der Verbindung, und rufe zurück, aber er geht nicht mehr ran. Als ich es beharrlich weiter versuche, nimmt er irgendwann einmal ab, sagt nur schnell: »Komm nach Baltimore!«, und legt wieder auf.
Wenn Sie dieses Buch in die Hände bekommen, dann lesen Sie es, bitte.
Ich möchte, dass jemand die Geschichte der Goldmans aus Baltimore kennt.“

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Lees meer...

16-06-15

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald doorManik Sarkar)

“Het eerste halfjaar na het verschijnen van mijn boek deed ik niets anders dan genieten van mijn heerlijke nieuwe bestaan. ’s Ochtends ging ik even langs kantoor om een blik te werpen op alles wat er eventueel over mij geschreven was en de tientallen brieven van bewonderaars te lezen die ik dagelijks ontving en die Denise vervolgens in grote ordners stopte. Dan vond ik dat ik wel genoeg had gedaan en ging ik, innig tevreden over mezelf, flaneren door de straten van Manhattan, waar het onder de voorbijgangers gonsde als ik langskwam. De rest van de dag maakte ik gebruik van de privileges die de roem me verschafte: het recht om te kopen wat ik wilde, het recht op een vip-loge in Madison Square Garden bij wedstrijden van de Rangers, het recht om over de rode loper te lopen met muzikanten van wie ik in mijn jeugd de platen had gekocht en het recht om uit te gaan met Lydia Gloor, dé televisiester van het moment, om wie iedereen vocht. Ik was een beroemd schrijver: ik had het gevoel dat ik het mooiste beroep van de wereld had. En omdat ik ervan overtuigd was dat mijn succes nooit voorbij zou gaan, sloeg ik geen acht op de signalen van mijn agent en mijn uitgever toen ze er bij me op aandrongen dat ik aan mijn tweede roman zou beginnen.
In de zes maanden daarna drong het langzaam tot me door dat de wind uit een andere hoek begon te waaien: de brieven van bewonderaars werden schaarser en op straat werd ik minder vaak aangesproken. Niet lang daarna begonnen de voorbijgangers die me nog herkenden te vragen: ‘Waar gaat uw volgende boek over, meneer Goldman? En wanneer komt het uit?’ Ik begreep dat ik aan het werk moest en dat deed ik ook: ik schreef ideeën op losse blaadjes en typte verhaallijnen uit op de computer. Maar het stelde allemaal niets voor. Dus kwam ik met andere ideeën en bedacht ik andere verhaallijnen. Maar ook die waren niet geslaagd. Daarom kocht ik een nieuwe computer, in de hoop dat die inclusief sterke ideeën en uitstekende verhaallijnen werd geleverd. Tevergeefs. Toen veranderde ik van methode: ik legde tot laat in de avond beslag op Denise en dicteerde haar allerlei invallen die volgens mij geweldige bon mots, prachtige zinnen en buitengewone invalshoeken voor romans waren. Maar de volgende dag vond ik mijn woorden vaal, mijn zinnen gammel en mijn invalshoeken uitvalswegen. En zo begon de tweede fase van mijn ziekte.”

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Bewaren

Lees meer...

16-06-14

Joël Dicker, August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu, Frans Roumen

 

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Die Wahrheit über den Fall Harry Quebert

„Das Buch war in aller Munde. Ich konnte in New York nicht mehr in Ruhe durch die Straßen schlendern oder durch den Central Park joggen, ohne dass Spaziergänger mich erkannten und ausriefen: »He, das ist Goldman! Der Schriftsteller!« Manche hefteten sich mir sogar im Laufschritt an die Fersen, um mir die Fragen zu stellen, die sie so beschäftigten: »Was Sie da in Ihrem Buch schreiben, ist das wahr? Hat Harry Quebert das wirklich getan?« In meinem Stammcafé im West Village schreckten manche Gäste nicht einmal davor zurück, sich an meinen Tisch zu setzen und mir ein Gespräch aufzudrängen: »Ich lese gerade Ihr Buch, Mr Goldman. Ich kann es einfach nicht aus der Hand legen! Das erste war ja schon gut, aber das hier …! Hat man wirklich eine Million Dollar abgedrückt, damit Sie es schreiben? Wie alt sind Sie denn? Knapp dreißig? Dreißig Jahre und haben schon so viel Kohle gescheffelt!« Sogar meinen Doorman hatte ich dabei ertappt, wie er immer dann, wenn er nicht gerade die Tür aufhalten musste, die Nase in das Buch steckte, und kaum hatte er es ausgelesen, nagelte er mich vor dem Fahrstuhl fest, um mir sein Herz auszuschütten: »Das ist also mit Nola Kellergan passiert! Wie grauenhaft! Wie kann man nur so etwas tun? Sagen Sie, Mr Goldman, wie ist so etwas möglich?«
Die New Yorker Society schwärmte von meinem Buch. Es war kaum zwei Wochen zuvor erschienen und versprach bereits der größte Verkaufserfolg des Jahres auf dem gesamten amerikanischen Kontinent zu werden. Alle wollten wissen, was sich im Jahr 1975 in Aurora zugetragen hatte. Überall wurde darüber berichtet: im Fernsehen, im Radio, in den Zeitungen. Ich war noch nicht einmal dreißig und durch dieses Buch, erst das zweite meines Lebens, zum gefragtesten Autor des Landes avanciert.
Dieser Fall, der Amerika so in Aufregung versetzte und der den Kern meiner Erzählung bildet, war einige Monate zuvor im Frühsommer wiederaufgerollt worden, nachdem man die Überreste eines seit dreiunddreißig Jahren verschollenen Mädchens entdeckt hatte. Damit begannen die Ereignisse in New Hampshire, von denen hier die Rede sein wird und ohne die das Städtchen Aurora im restlichen Amerika mit Sicherheit unbekannt geblieben wäre.“

 

 
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Lees meer...

16-06-13

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Casper Fioole, -minu, Frans Roumen

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

“Een alleraardigste man, eigenaar van de onbenulligste Portugese naam die er bestaat, José Maria da Silva, en tot nu toe de enige mens op aarde die mijn leeftijd juist wist te schatten. ‘Je krijgt er kijk op, in dit bedrijf’, was zijn verklaring. Hij bood me ten afscheid ettelijke bellen cachaça aan, zodat er niets kwam van mijn voornemen zaterdagochtend vroeg naar Rio te gaan. Achteraf viel het nog mee dat ik de bus van elf uur haalde. Aankomst zes uur. Met een taxi naar wat ik omschreef als ‘fatsoenlijk hotel met redelijke prijs’. De prijs was redelijk, maar de ambiance was van een goedkope liederlijkheid en verloedering die werkelijk tot braken noodde. Het is me intussen duidelijk geworden dat vrijwel elk hotel dat niet zéér duur is, in het centrum, een hoerenkast is. Hoererij is trouwens niet tot bepaalde straten beperkt, maar lijkt zo'n beetje in het hele centrum de gewoonte te zijn. Die kast waar ik in '73 met Noor zat was heel rustig vergeleken met het kot waar ik de eerste avond in Rio belandde. Daar komt bij dat tegenwoordig zelf de meest nederige van deze etablissementen radio op de kamers hebben met voorgeprogrammeerde popmuziek, en vaak ook nog televisie met porno en geweld, wat tot gevolg heeft dat de keet nog groter is en langer duurt dan wanneer er alleen maar wordt geneukt. Rekening houden met een ander is de mensen werkelijk volkomen vreemd. Om drie, vier, tot vijf uur in de nacht gelach en gegil, dreunende muziek, gesla met deuren - en toen ik, vroeg in de ochtend, eindelijk een beetje slaap vatte, droomde ik dat ik thuis was gekomen. Maar ik was niet alleen. Er waren vreemde mensen bij, met wie ik een opera aan het instuderen was.”

 

 

 

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

Lees meer...

16-06-12

August Willemsen, Casper Fioole, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

„Vrijdag 20 juli vroeg terug naar São Paulo. Op de bank: geen geld. De HBU zal nu reclameren en het geld naar de HBU in Rio sturen. São Paulo was, na twee dagen provinciestad, een verademing. Dat cosmopoliete. In de lift van het hotel trof ik een receptionist en een hotelgast. Receptionist, tegen mij: ‘Hier is een landgenoot van u’. Ik kijk naar de man. Zuidamerikaanser kon het niet: klein, donkerharig, besnord, vermetele strohoed. Hij zegt: ‘Ik ben Argentijn.’ Ik zeg: ‘Ik ben Hollander.’ ‘O,’ zegt de receptionist, ‘ik dacht dat u Paraguayo was.’ Het maakt allemaal niets uit. De hotelbaas is Galiciër, de receptionisten zijn Brazilianen, de kokkin spreekt Spaans en de wasvrouw Italiaans, verhaspeld met Spaanse en Portugese woorden. En iedereen verstaat iedereen. Op grond van uiterlijk wordt geen enkele (althans zelden de juiste) conclusie getrokken met betrekking tot herkomst.

Laatste avond in São Paulo. Ik loop, enigszins in gedachten met gebogen hoofd, over de São João, en zie opeens vonken en brandende dingen vlak voor mijn voeten neervallen. Ik kijk omhoog: uitslaande brand in een wolkenkrabber. Toen zag ik dat er wel al politiewagens waren, maar blijkbaar had men het niet nodig gevonden het trottoir af te zetten. Ik maakte dat ik naar de overkant kwam. Brand op de zesde verdieping, vooral gevoed door gordijnen en luxaflex zonneschermen voor de open ramen. Het vuur klom razend snel hoger. Bij elke nieuwe verdieping die werd bereikt steeg gejuich en applaus uit de menigte op. De brandweer had het vuur gauw geblust, het zat voornamelijk aan de voorkant. Maar zeven verdiepingen waren toch geblakerd. En de mensen maar juichen, als betrof het een voetbalwedstrijd.

Later op de avond nam ik nog even afscheid van ‘mijn’ Portugees, een kroegbaas op de hoek. Vreemd dat een Portugees in Brazilië, voor mij, toch weer iets ‘eigens’ heeft (Europa?).“

 

 

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

Lees meer...

16-06-11

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu

 

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blog van 16 juni 2010 en eveneens alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Ischa Meijer, De interviewer en de schrijvers.August Willemsen

 

„Van meet af aan ben ik geïntrigeerd geweest door het fenomeen taal.

In het begin van de oorlog waren er in een school bij ons om de hoek Duitse soldaten gelegerd, en ik herinner me nog hoe ik gefascineerd werd door hun spraak, die vreemde, boeiende klanken. 's Avonds in bed probeerde ik die te imiteren, dan probeerde ik op mijn heel eigen manier Duits te spreken. Zoals andere jongetjes van mijn leeftijd met autootjes speelden, was ik met taal in de weer. In Duitsland leerde ik vrij snel Duits praten, en vervolgens kwamen daar die twee Franse krijgsgevangenen aanzetten, met wie ik zeer goed kon opschieten - ja, dat werden mijn Grote Vrienden; vooral die ene, die Rémy heette, een vrij jonge, mooie kerel, in wiens taal ik buitengewoon geïnteresseerd raakte, en op den duur kon ik toch wel echt met hem converseren in een mengelmoesje van Frans en Duits. Ik zat de hele tijd bij die twee Franse jongens in onze schuur. En ze gingen dood.

Mei '45 gingen we weer terug naar Nederland. Ik was volkomen rustig. Pas veel later heb ik me gerealiseerd hoe chaotisch en verwarrend het toen om ons heen moet zijn geweest. Mijn moeder, mijn zuster en ik reisden met vrachtwagens en treinen door dat ontredderde land - die trip was wel georganiseerd, maar ik weet nog steeds niet hoe of door wie.

Mijn middelste broer heeft de oorlog grotendeels doorgebracht in een Oostenrijks jeugdstormkamp en hij is, als dertienjarige jongen, op eigen houtje naar Amsterdam teruggekeerd; ik weet nog steeds niet op welke wijze. Daar heeft men het in de familie ook nooit over gehad. Die was er ineens ook weer. Mijn oudste broer van achttien had in de tussentijd op het huis gepast en naar het schijnt een behoorlijk ruige periode doorgemaakt. Hij was het helemaal niet eens met mijn vader en wilde absoluut niet met zijn moeder, zusje en mij naar Duitsland. Met hem praat ik nog wel eens over vroeger - maar dan hebben wij het voornamelijk over de familiegeschiedenis, oftewel: hoe heeft het zover kunnen komen dat mijn vader die fatale keuze maakte?

In het kort komt het hierop neer: hij heeft zijn niet onaanzienlijke kapitaal tijdens de beurskrach van '29 verloren, weet dat lot aan De Joden en zag vervolgens Het Heil uit Duitsland komen.“

 

 

 

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

Lees meer...

16-06-10

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu, Ferdinand Laholli, Torgny Lindgren, Elfriede Gerstl


De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blog van 16 juni 2006, mijn blog van 13 juni 2007  en mijn blog van 29 november 2007.

  

Uit: Mensagem - de boodschap die niet aankwam

 

Mensagem (Boodschap) is het enige door Fernando Pessoa (1888-1935) bij zijn leven in boekvorm uitgegeven dichtwerk. Het verscheen een jaar voor zijn dood, in 1934. Wat is Mensagem? Waarom is het de enige gepubliceerde dichtbundel?

In de meest algemene termen: Mensagem is een mythische interpretatie van verleden en heden van Portugal, en een daarop gebaseerd visioen van zijn toekomst. De publicatie van het boek en het boek zelf hebben elk hun geschiedenis. Om met het laatste te beginnen: Pessoa heeft het boek niet zozeer geschreven, als wel samengesteld met (voor het merendeel) eerder geschreven gedichten. Het eerste dateert van 1913, vier werden geschreven tussen 1918 en 1922, vijftien in 1928, zes in 1934, en de andere daartussenin. Wat ze allemaal bindt is een aspect dat in het meeste van Pessoa's overige poëtische werk geheel ontbreekt: zijn nationalisme.

Dit nationalisme van Pessoa schrijft men over het algemeen toe aan zijn in het buitenland doorgebrachte jeugd. Van zijn zevende tot zijn zeventiende leefde hij in Zuid-Afrika, waar zijn stiefvader Portugees consul was. Zoals bij wel meer ontheemden gebeurt, voelde Pessoa bij terugkeer in Portugal, in 1905, een grote drang zich te herintegreren in het culturele milieu van zijn geboorteland. In sommige opzichten werd hij Portugeser dan de Portugezen.

Dit uitte zich al vroeg in het schrijven van artikelen met patriottische strekking en in het opstellen van plannen voor een titanisch werk van epische toon en Sebastianistische strekking. Sebastianistisch? Daarover straks. Eerst verder met de ontstaansgeschiedenis van Mensagem.“

 

 

De zee Portugees

 

O zilte zee, wat van uw zout tezamen

Zijn door Portugal geweende tranen!

Hoeveel moeders hebben niet voor u geleden,

Hoeveel zoons hebben vergeefs gebeden!

Hoeveel meisjes bleven manloos zitten

Opdat wij u, o zee, zouden bezitten!

 

Was het dit waard? Alles is alles waard

Wanneer de ziel zichzelf aanvaardt.

Wie varen wil voorbij het verst verschiet

Moet voorbij pijn, voorbij verdriet.

God gaf de zee gevaren, diepten, kolken.

Maar in haar weerspiegelt hij de wolken.

 

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

Willemsen
August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939.

 

 

 

The Lovers

 

Locked in love as the sky to its mock color
in a frieze of love like beauty in ancient profile
the lovers are a blantant litany
the lovers are hoarse with shouting of each other
their zeal eyeless and terrible
their moods promiscuous
as shiny black flies

 

Locked in love like the glowing bodies of wrestlers
in a panic of love as God pushes from every pore
the lovers laugh shrilly
the lovers see nothing funny
locked in love they are immortal
they are writhing in pain

 

Unlocked they would be like us
like us faintly quizzical
full-faced and glad of borders, walls,
ceilings, sills,
margins and boundaries and floors
and knowing what we are not

 

Locked in love they are tortured by Furies of thought:
Should one fail, what would the other do?
Should one lose faith, how would the other survive?
Mere death would canonize them
it is not mere death they fear

 

it is not mere death they fear

 

 

 

 

Waiting

 

Too many gulls to be counted.
Unrhythmic waves—immense, shallow—
the sucking noises never predictable.
He waits on the beach, his arms tight around his knees.
He is not a child, he sits too heavily.

 

A Canada goose flies in, the wings ungainly, noisy.
Seven mallards ride the waves
and there are innumerable sailboats, all silent.
Is this perfection?
He waits for the next wave to change everything.

 

 

 

 

Joyce+Carol+Oates
Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec.

 

 

A Nameless Poet

 

I just read the work

of some nameless poet.

A poet

who posts some of his work

on his web site.

The poetry was ok

I suppose,

not great,

not even good

really.

but ok

 

However,

the man

who wrote it,

seemed to be

an asshole

of sorts.

 

“Thank you for not smoking cigarettes”

read a message on his website.

well,

fuck him!

I smoked the whole time I was reading

his mediocre poetry

and

I enjoyed my smoke

immensely.

I wish I could have

enjoyed

his work

a tenth of as much

as I enjoyed my smoke!

 

“My life is shit!”

exclaimed every one of his damned poems!

“Life, in general, is shit!”

exclaimed every one of his damned poems!

“Everybody hates me!”

exclaimed every one of his damned poems!

“And, none of it is my fault!”

exclaimed every one of his damned poems!

 

Fuck him.

He should probably

take up

smoking,

he might lighten up a bit.

 

 

 

Derek_R_Audette
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en columnsit -minu (eig. Hans-Peter Hammel) werd geboren op 16 juni 1947 in Basel. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

Uit: Vom Inselkoller und den Glühwürmchen

 

Inselkoller ist schrecklich. Und ich habe ihn.
Wenn die Vipern das Einzige sind, das dir entgegenzügelt, brauchst du andere Gesellschaft. Hornissenschwärme kreisen wie brummende Kampfflugzeuge über dir. Und Innocent macht beim kleinsten Brummer gleich in grösster Panik: «Schlag sie tot. Ich bin allergisch. Sieben können ein Pferd töten…» Ist er ein Gaul?
Ich beruhige ihn mit Kamille und wünschte mir Ferien auf dem sterilen Mars. Da hält dich auch das vielbesungene Röslein am Wegerand nicht auf Erden zurück. Oder das Balllettcorps der Lichtkäfer, die hier wie ein Transvestitenauftritt Glimmerschwänzchen und den Namen «Luciole» tragen.
Über die Glühwürmchen könnte ich ja stundenlang ein Liedlein singen. Tante Irmchen, die mit der Nasenwarze und den stets etwas verklebten Pfefferminz-Bonbons im Gummitäschchen, das gute Irmchen also hat in seiner besten Zeit stets das Lied vom «Glühwürmchen… Glühwürmchen glimmre…» hingefiepst. Um ehrlich zu sein – es hat damit sämtliche Hochzeitsgesellschaften und Trauergäste mit seinem «glimmre… glimmre… schimmre… schimmre» zum Wahnsinn getrieben. Und nachdem Irmchen von einem besoffenen Lastwagenfahrer plattgefahren war und links und rechts wie ein Pizzateig von der Krankenbarre lampte, als sie ihr diese Reanimationskiste ansetzten und Vollgas gaben, da kam sie nochmals hoch, verbeugte sich kurz und krächzte: «Schimmre… flimmre». DAS WARS DANN AUCH. ENDE VOM LIED. ENDE DER KATASTROPHE. ENDE DES GLIMMERFIMMERWAHNSINNS.

 

 

 

Minu
-minu  (Basel, 16 juni 1947)

 

 

 

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

 

 

Pretending

 

I am afraid to hear

and see

 

You are afraid to hear

and see

 

They are afraid to hear

and see.

 

We all pretend

that we know all about the world.

 

The Suicide Of Leaves

 

They long

to turn to gold

and now they fall

one

by one,

wailing.

 

 

 

 

Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird

 

 

 

 

Laholli
Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

Uit: Bathsheba  (Vertaald door Tom Geddes)

"Now King David was striken with frost in his body, to his very bones. It was the month of zif, when to everyone else the heat seemed unbearable. He could get no sleep; he became more and more like a solitary bird on a rooftop.
They covered him over with layer upon layer of sheepskins, skins that had been displayed before the face of the Lord, and yet still he shook and shivered incessantly from cold.
And wine, wine which had in Mephiboshet produced an over-abundance of warmth and sleep, he could not swallow – it merely trickled out from the corner of his mouth.
And Bathsheba said: ‘Woman is the warmest of all God’s creatures. Let us find him a woman who is in her warmest years.’
For she knew: both kings and gods had been awakened to renewed life, had even arisen from the dead in the shimmering heat exuded by youth.
It was Abishag from Shunem they found. Solomon found her. He called her the Shunammite after the city where he found her. It was said of her that withered trees she touched bor fruit within ten days, and that infertile asses became pregnant at ounce if she slapped their hind quarters. It was for these reasons that Solomon asked to see her. Babylonian merchants thought her real name was Ishtar. She had once been taken out into the desert and red-blossomed oleanders had grown up in her footprints.
When Solomon saw her, he realized at once that she was the one who could cure the King. If the frost in his body could withstand Abishag the Shunammite, then it was incurable. The sun had burned her dark brown: she had once been the guardian of a vineyard. Her teeth resembled a flock of newly-washed ewes, her hair was long and gleaming black, and her breasts were firm and pointed.“

 

 

 

TorgnyLindgren
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2008 en  ook mijn blog van 16 juni 2009.

 

 

ich schreibe also ... was ...

 

1.
schreiben ersetzt ersehntes sprechen?
verstanden werden wollen
was für ein wahnsinn
als ob der wind lesen könnte
na ja schreiben in ehren
schreiben ist der beste koch
das schreiben kommt
das schreiben geht
ich schreibe ... also bin ich?

 

2.
versteh ich denn was ich da sag
& bin ich der hüter meiner gedanken
& wie und wann gehören sie mir
in buchform eh klar - habs nicht
so gemeint -
& und wenn mir einer zufliegt
wie die birne vom baum
was dann

 

 

 

Elfriede_Gerstl
Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

13-06-10

Honderd jaar Gonzalo Torrente Ballester, Marcel Theroux, Fernando Pessoa, Willem Brakman, Hector de Saint-Denys Garneau, William Butler Yeats


De Spaans-Galicische schrijver Gonzalo Torrente Ballester werd geboren op 13 juni 1910 in Serantes, Ferrol, Galicië. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Hij studeerde aan de universiteiten van Santiago de Compostela en Oviedo. Zijn carrière als schrijver begon in Oviedo, maar ontwikkelde zich grotendeels in Madrid. Na een aantal verhuizingen rond in de latere jaren 1920 en vroege jaren 1930, met inbegrip van een periode in Parijs, keerde hij terug naar Spanje en verbond zich aan de Falange Partij van Franco om zijn eigen leven te redden en dat van zijn familie. Zijn eerste roman, Javier Marino, verscheen in 1943, en hij bleef romans publiceren tot aan zijn dood. Ondanks zijn aansluiting bij de Falangisten hield Torrente Ballester er relatief linkse ideeën op na en vanaf 1939, toen hij terugkeerde naar Santiago de Compostela, nam hij steeds meer afstand van de partij. In het midden van de jaren 1960 had hij een aantal problemen met de censors van de overheid. In 1966 verliet hij Spanje voor een baan aan de State University of New York in Albany in 1966 waar hij bleef tot 1970. In 1975 verhuisde hij naar Salamanca, waar hij tot aan zijn dood bleef wonen. In 1975 werd hij ook verkozen tot lid van de Real Academia Española  Torrente Ballester werd in 1985 bekroond met de belangrijkste Spaanse literaire prijs, de Cervantes-prijs.

 

Uit: Santiago de Compostela (Vertaald door Victor Andrés Ferretti en Karina Gómez-Montero)

 

„Santiago de Compostela entsteht um die Glocke. Die Glocke erschafft die Stadt, Tag für Tag, Jahr für Jahr, über Jahrhunderte hinweg, nur indem sie zur vollen Stunde schlägt. Und der Nebel ist das Chaos, aus dem die Glocke die Dinge formt. Zunächst ihre eigene wohlklingende Bronze, den Turm, in dem sie schwingt, und ihren Namen. Dann die bearbeiteten Steine, den Zierrat, die Gewölbe, Fassaden und Innenhöfe.

Zu guter Letzt die Gässchen, die Plätze und die Heiligen, die einen in ihren Nischen, andere als Schmuck der Portale und wieder andere, Gott weiß woher gekommen, die wie verloren auf einem Wandgemälde erscheinen. Sie alle tragen die Spuren der Zeit in ihren verwitterten, abgenutzten Gesichtern.

Wenn sich der Nebel auf die Stadt senkt, kehrt alles zu seinem ursprünglichen, formlosen Zustand zurück, und was bleibt, sind der Nebel und die Glocken. Die Umrisse verschwimmen, die Häuser lösen sich auf, werden gespenstisch, ihr Wesen verschwindet. Wenn der Nebel anhält, wird der Stein porös, in seinem Körper entstehen Höhlen, und er zerfällt wie ein Zuckerwürfel im Wasser. Es hat den Anschein, als ließe ein wenig mehr Nebel von der Stadt lediglich die Erinnerung zurück.

Compostelas Wesen besteht aus diesem beständigen Wechselspiel von Werden und Vergehen. Wenn der Regen kalt gegen die schwarzgrauen Steine prasselt, wird die Stadt von den Nebeln reingewaschen, und die Formen erscheinen wieder scharf, bestimmt, eindeutig. Wenn der Regen sanft und klar ist, zittern die Grate und Umrisse, als blickte man durch einen Schleier aus Rauch – ein unmerkliches Beben, wie Haut, die vor Liebe oder Scham erschaudert. Doch wenn die Sonne scheint, triumphieren die Farben: die goldschimmernden, warmen Steine, die gelben Moose, die Flechten, Brombeersträucher und Doppelsamen, die an den Mauern emporwachsen und in die Fugen der Quadersteine eindringen. Weiter oben treibt der Keim Knospen, und in den Kranzgesimsen thront der siegreiche Federbusch einer Klatschmohnblüte. Überall sprießt vorwitzig blaues und grünes Eisenkraut: über der Mähne eines Pferdes, das den Mauren übel mitgespielt hat, im Pilgerhut des Apostels, in einer Mitra oder im abgetrennten Busen manch einer denkwürdigen gemarterten Jungfrau. Und damit noch lange nicht genug!“

 

 

 

torrente
Gonzalo Torrente Ballester (13 juni 1910 – 27 januari 1999)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en presentator Marcel Theroux werd geboren op 13 juni 1968 in Kampala, Oeganda en groeide op in Wandsworth, Londen. Na de openbare lagere school bezocht hij de Westminster School. Hij ging Engels studeren aan het Clare College van de Universiteit van Cambridge en internationale betrekkingen aan de Yale University. Momenteel woont hij in Londen.

In maart 2006 presenteerde Theroux  „Death of a Nation“ op Channel 4, als onderdeel van de „The State of Russia“ series. In het programma verkende hij het land met zijn post-Sovjet-problemen, waaronder afname van de bevolking, de groeiende aids-epidemie en de vervolging van de Meskhetian Turken. Tijdens interviews in het programma sprak hij eenvoudig Russisch. Marcel Theroux schreef „The Stranger in The Earth“ en "The Confessions of Mycroft Holmes: a paper chase" waarvoor hij de Somerset Maugham Award 2002 ontving. Zijn derde roman, A Blow to the Heart, werd gepubliceerd door Faber in 2006. Zijn vierde, Far North. werd gepubliceerd in juni 2009. Theroux is de oudste zoon van de Amerikaanse schrijver van reisverhalen en schrijver Paul Theroux. Zijn jongere broer, Louis Theroux, is een journalist en tv-presentator.

 

Uit: Far North

 

„Every day I buckle on my guns and go out to patrol this dingy city.

I’ve been doing it so long that I’m shaped to it, like a hand that’s been carrying buckets in the cold.

The winters are the worst, struggling up out of a haunted sleep, fumbling for my boots in the dark. Summer is better. The place feels almost drunk on the endless light and time skids by for a week or two. We don’t get much spring or fall to speakof. Up here, for ten months a year, the weather has teeth in it.

It’s always quiet now. The city is emptier than heaven. But before this, there were times so bad I was almost thankful for a clean killing between consenting adults.

Yes, somewhere along the ladder of years I lost the bright-eyed best of me.

Way back, in the days of my youth, there were fat and happy times. The year ran like an orderly clock. We’d plant out from the hothouses as soon as the earth was soft enough to dig. By June we’d be sitting on the stoop podding broad beans until our shoulders ached. Then there were potatoes to dry, cabbages to bring in, meats to cure, mushrooms and berries to gather in the fall. And when the cold closed in on us, I’d go hunting and ice fishing with my pa. We cooked omul and moose meat over driftwood fires at the lake. We rode up the winter roads to buy fur clothes and caribou from the Tungus.

We had a school. We had a library where Miss Grenadine stamped books and read to us in winter by the wood-burning stove.

I can remember walking home after class across the frying pan in the last mild days before the freeze and the lighted windows sparkling like amber, and ransacking the trees for buttery horse chestnuts, and Charlo’s laughter tinkling up through the fog, as my broken branch went thwack! thwack! and the chestnuts pattered around us on the grass.“

 

 

 

Theroux
Marcel Theroux (Kampala, 13 juni 1968)

 

 

 

 

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007 en ook mijn blog van 13 juni 2008 en ook mijn blog van 13 juni 2009.

 

Uit de cyclus: De hoeder van kudden XX

 

De Taag is mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp,
Maar de Taag is niet mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp.
Want de Taag is niet de rivier die stroomt door mijn dorp.

De Taag heeft grote schepen
En op haar water vaart nog steeds,
Voor degenen die in alles zien wat er niet is
De herinnering aan de galjoenen.

De Taag ontspringt in Spanje
En de Taag mondt uit in zee in Portugal.
Dat weet iedereen.
Weinigen echter weten welke de rivier is van mijn dorp
En waarheen zij gaat
En vanwaar zij komt.
En daarom, omdat zij minder mensen toebehoort
Is vrijer en groter de rivier van mijn dorp.

De Taag is weg naar de Wereld.
Voorbij de Taag ligt Amerika
En het fortuin van hen die het vinden.
Niemand heeft ooit gedacht aan wat er ligt voorbij
De rivier van mijn dorp.

De rivier van mijn dorp doet denken aan niets.
Wie aan haar oever staat staat enkel aan haar oever.

 

 

 

 

Lisbon revisited (1926)

 

Niets hecht mij aan niets.
Ik wil vijftig dingen tegelijk.
Ik hunker met een drang van honger naar vlees
Naar iets, ik weet niet wat -
Begrensderwijze door het onbegrensde...
Ik slaap onrustig, en ik leef in het onrustig dromen
Van wie onrustig slaapt, half dromend.

Alle abstracte en noodzakelijke deuren heeft men voor mij dichtgedaan.
Gordijnen getrokken voor alle hypothesen die ik van de straat zou kunnen zien.
In de gevonden steeg bestaat het nummer niet dat mij gegeven was

Ik ontwaakte voor hetzelfde leven waarvoor ik was ingeslapen.
Zelfs mijn gedroomde legers werden overwonnen.
Zelfs mijn dromen voelden onwaar in het dromen.
Zelfs het slechts verlangde leven staat me tegen - zelfs dat leven...

Ik begrijp op onsamenhangende momenten;
Ik schrijf in tussenpozen van vermoeidheid;
En een weerzin van mijn eigen weerzin werpt me op het strand.

Ik weet niet welk lot of welke toekomst mijn stuurloze wanhoop past;
Noch welke eilanden van het onmogelijke zuiden wachten op mijn schipbreuk;
Op welke palmbossen van literatuur mij althans één vers zullen geven.

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

Today someone read me St. Francis of Assisi

 

Today someone read me St. Francis of Assisi.

I listened and couldn’t believe my ears.

How could a man who was so fond of things

Never have looked at them or understood what they were?

 

Why call water my sister if water isn’t my sister?

To feel it better?

I feel it better by drinking it than by calling it something –

Sister, or mother, or daughter.

Water is beautiful because it’s water.

If I call it my sister,

I can see, even as I call it that, that it’s not my sister

And that it’s best to call it water, since that’s what it is,

Or, better yet, not to call it anything

But to drink it, to feel it on my wrists, and to look at it,

Without any names.

 

 

 

Vertaald door Richard Zenith

 

 

 

Pessoa
Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd geboren op 13 juni 1922 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007. en mijn blog van 8 mei 2008. en ook mijn blog van 13 juni 2008 en ook mijn blog van 13 juni 2009.

 

Uit: Nadere kennismaking

 

„heer. Het is nu ieder voor zich, vroeger ging dat allemaal anders en ongetwijfeld erger.

vrouw. Erger?

heer. Nu ja, begrijpt u mij niet verkeerd maar de voorschriften waren toen anders, men sloot de voeten aaneen, boog, lichtte de hoed en zei: neemt u mij niet kwalijk mejuffrouw, maar ik vermoed dat u hier niet toevallig staat, daarbij; grijs mantelpakje, handtasje in de linkerhand en zo precies op het tijdstip van de afspraak. Bent u misschien?

vrouw. Maar dat klinkt helemaal niet erg.

heer. Waarachtig wel en dat moet destijds zeer vervelend geweest zijn, vernederend en - eerlijk - het verdere voorspel is ook niet alles, zo'n oliegladde, suave man, al die geheimzinnige kaartjes op dat bureau. Het lot zelf, eindelijk eens even zichtbaar. Ik kan het niet helpen, maar ik bespeurde in de diepte van dat hoofd een diepe tevredenheid, sadisme en bankrekening.

vrouw. Ik weet niet, ik vind het wel vreemd wat u daar allemaal zegt.

heer. Ik zal het u straks allemaal uitleggen. Kijk goed uit. Kijk goed uit! als we deze oversteek overleven stel ik voor in dat restaurant daar op de hoek een kopje koffie te gaan drinken.

vrouw. In dat grote strenge?

heer. Het is niet groot en streng, het is juist stijlvol en intiem. Ik zit er vaak, lees er mijn krant en kijk daar vaak overheen naar dit kruispunt en ik mag wel zeggen dat ik zo mijn ongelukjes heb gezien. Laten we ons niet in die rij voegen. Gauw nu! Dank heilige Christofoor, hier moeten we zijn.

Vrouw.. Nou... u was gauw aan de overkant, ik ben buiten adem.

heer. Wat u hier hoort is muziek. Die is als de stem van God zelf, overal aanwezig, ook op de toiletten. Ik heb eens een man ontmoet die vertelde in Griekenland, op vakantie, in een prachtige baai te hebben rondgezwommen waarin ook Odysseus moet hebben gesparteld. Helaas op de Pastorale van Beethoven die uit de bergen op hem neerdaalde. Ik zeg dit alles maar opdat u zult begrijpen hoe flink we moeten zijn in de toekomst.“

 

 

 

brakmanwillem

Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

 

 

De Frans-Canadese dichter Hector de Saint-Denys Garneau werd geboren op 13 juni 1912 in Montréal. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007. en ook mijn blog van 13 juni 2008  en ook mijn blog van 13 juni 2009.

 

 

 

Les enfants

 

Ah ! les petits monstres 
Ils vous ont sauté dessus
Comme ils grimpent après les trembles
Pour les fléchir
Et les faire pencher sur eux 
Ils ont un piège
Avec une incroyable obstination 
Ils ne vous ont pas laissés
Avant de vous avoir gagnés 
Alors ils vous ont laissés
Les perfides
vous ont abandonnés
Se sont enfuis en riant. 
Il y en a qui sont restés
Quand les autres sont partis jouer
Ils sont restés assis gravement. 

Il en est qui sont allés
Jusqu'au bout de la grande allée 
Leur rire s'est suspendu 
Pendant qu'ils se retournaient
Pour vous voir qui les regardiez 
Un remords et un regret
Mais il n'était pas perdu
Il a repris sa fusée
Qu'on entend courir en l'air
Cependant qu'eux sont disparus
Quand l'allée a descendu. 

 

 

 

 

Saules

 

La tête penchée
Le vent peigne leurs chevelures longues
Les saules au bord de l'onde
Les agite au-dessus de l'eau
Pendant qu'ils songent
Et se plaisent indéfiniment
Aux jeux du soleil dans leur feuillage froid
Ou quand la nuit emmêle ses ruissellements 

 

 

 

 

Saint-Denys
Hector de Saint-Denys Garneau
(13 juni 1912 – 24 oktober 1943)

 

 

 

 

 

De Ierse dichter, toneelschrijver en mysticus William Butler Yeats werd geboren in Sandymount bij Dublin op 13 juni 1865. Zie ook mijn blog van 13 juni 2006 en ook mijn blog van 13 juni 2007. en ook mijn blog van 13 juni 2008 en ook mijn blog van 13 juni 2009.

 

 

 

A Friend's Illness 

 

SICKNESS brought me this

Thought, in that scale of his:

Why should I be dismayed

Though flame had burned the whole

World, as it were a coal,

Now I have seen it weighed

Against a soul?

 

 

 

A First Confession 

 

I admit the briar

Entangled in my hair

Did not injure me;

My blenching and trembling,

Nothing but dissembling,

Nothing but coquetry.

 

I long for truth, and yet

I cannot stay from that

My better self disowns,

For a man's attention

Brings such satisfaction

To the craving in my bones.

 

Brightness that I pull back

From the Zodiac,

Why those questioning eyes

That are fixed upon me?

What can they do but shun me

If empty night replies?

 

 

 

Politics 

 

HOW can I, that girl standing there,

My attention fix

On Roman or on Russian

Or on Spanish politics?

Yet here's a travelled man that knows

What he talks about,

And there's a politician

That has read and thought,

And maybe what they say is true

Of war and war's alarms,

But O that I were young again

And held her in my arms! 

 

 

 

yeats

William Butler Yeats (13 juni 1865 –  28 januari 1939)


Zie voor nog meer schrijvers van de 13 juni ook
mijn vorige blog van vandaag.

 

16-06-09

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Ferdinand Laholli, Derek R. Audette, -minu, Torgny Lindgren, Elfriede Gerstl, Erich Segal, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, Theo Thijssen, John Cleveland, Giovanni Boccaccio, Frans Roumen


De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blog van 16 juni 2006, mijn blog van 13 juni 2007, mijn blog van 16 juni 2007 en mijn blog van 29 november 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

Uit: Kinderjaren (Graciliano Ramos)

 

“Het eerste wat ik in mijn geheugen heb bewaard was een vaas van geglazuurd aardewerk, vol pitomba’s,1verborgen achter een deur. Ik weet niet waar ik die hebgezien, wanneer ik die heb gezien, en indien een deel van dit voorval van lang geleden niet overvloeide in een ander, zou ik menen dat het een droom was. Misschien herinner ik mij niet eens de vaas zelf; het kan zijn dat het beeld van een rank en glanzend voorwerp me is bijgebleven omdat ik erover heb gesproken tegen mensen die het later hebben bevestigd. In dat geval bewaar ik dus niet de herinnering aan een merkwaardig stuk serviesgoed, maar mijn weergave ervan, gestaafd door mensen die de vorm en deinhoud ervan hebben vastgelegd. Hoe dan ook, de verschijning moet hebben berust op werkelijkheid. Men had mij in die tijd het begrip ‘pitomba’s’ bijgebracht – en pitomba’sdienden mij ter aanduiding van alle bolvormige voorwerpen. Later legde men mij uit dat deze generalisering onjuist was, en dat bracht me in verwarring. Er viel een tweede gat in het dikke wolkendek dat over mij lag: ik ontwaarde een heleboel gezichten, hoorde woorden zonder betekenis. Hoe oud zou ik zijn geweest? Volgens berekening van mijn moeder zo’n twee of drie jaar. De herinnering aan een uur of aan een paar minuten van lang geleden doet me niet veronderstellen dat ik een goed stel hersens had. Nee. Het was, zover ik me kan voorstellen, tamelijk gewoon. Ik geloof zelfs dat het een uitgesproken beroerd stel hersens werd. Maar dat ene uur van vroeger, die paar minuten, herinner ik me heel goed. Ik bevond me in een reusachtig lokaal met vuile muren. Het was ongetwijfeld nietreusachtig, zoals ik aannam: later heb ik soortgelijke lokalen gezien, en ze waren maar heel kleintjes. Mij echter leek het enorm. Daartegenover strekte zich een binnenplaatsuit, eveneens enorm, en aan het eind van de binnenplaats groeiden enorme bomen, zwaar van pitomba’s. Iemand had de pitomba’s veranderd in sinaasappelen. Dieverbetering beviel me niet: sinaasappelen, die ik waarschijnlijk al eerder had gezien, betekenden niets. Het lokaal was vol mensen. Een oude man met lange baard troonde voor een vuilzwarte tafel, en een aantal jongetjes, gezeten op banken zonder leuning, hielden velletjes papier in hun handen en blčrden: ‘Een b met een a – b, a: ba; een b met een e – b, e: be. En zo verder, tot aan u. Op lagere scholen in het binnenland heb ik het alfabet op verschillende manieren horen galmen. Maar geen enkele zoals deze, en de steedseendere dreun, de letters en de pitomba’s overtuigen me ervan dat het lokaal, de bomen die waren veranderd in sinaasappelbomen, de banken, de meester en de leerlingen werkelijk hebben bestaan.”

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

 

willemsen
August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

 

how gentle

 

how gentle are we rising

easy as eyes in sockets turning

 

intimate the hardness: jaw

upon jaw, forehead warm

 

upon forehead

kisses quick as breaths, without volition

 

Love: I am luminous

careless as love's breathing

 

fluorescent glowing the fine

warm veins and bones

 

your weight,

the sky lowered suddenly

 

I am loved: a message

clanging of a bell in silence

 

you are quickened with surprise

our horizons surrender to walls

 

Are we wearing out

our skins' defenses? --

 

turning to silk, texture of flashy

airy surfaces scant as breaths?

 

I am loved: the noon slides gently

suddenly upon us

to wake us

 

 

 

 

 

Waiting On Elvis, 1956

 

This place up in Charlotte called Chuck’s where I

used to waitress and who came in one night

but Elvis and some of his friends before his concert

at the Arena, I was twenty-six married but still

waiting tables and we got to joking around like you

do, and he was fingering the lace edge of my slip

where it showed below my hemline and I hadn’t even

seen it and I slapped at him a little saying, You

sure are the one aren’t you feeling my face burn but

he was the kind of boy even meanness turned sweet in

his mouth.

 

Smiled at me and said, Yeah honey I guess I sure am.

 

 

 

 

oates2
Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 

 

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Omdat zijn vader naar de VS gevlucht was werd de familie gedwongen om vanuit Korça daar naartoe te verhuizen. Later werd Laholli er dertig jaar lang toe toe gedwongen om in Savra te gaan wonen. Pas in 1987 was hij in staat zijn opleiding aan een avondschool af te maken. In 1990 emigreerde hij naar Duitsland. Tegenwoordig woont hij in Bückeburg. Laholli schrijft gedichten en proza en vertaald vanuit het Duits naar het Albanees.

 

 

WE ARE SHADOWS

 

We are shadows

dragged

over ignorance.

 

Perhaps we once were people

now replaced

by shadows.

 

 

 

 

TIME PRESENT

 

The shirt of my dreams

was shredded

by the sun

of waiting.

My skin

feels

the sting

of nothing.

 

 

 

Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird

 

 

 

laholli
Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

 

 

 

 

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

 

A Pantoum For The Night Sky

  

The heavens shimmer with points of light

They poke their image through a canopy of dark

raging and churning with awesome might

They burn themselves a wondrous mark

 

They poke their way through a canopy of dark

to shine upon our imagination

They burn themselves a wondrous mark

For countless eons will they occupy their station

 

To shine upon our imagination

it is a goal for which they do not strive

For countless eons will they occupy their station

reminding man it is a mystery to be alive

 

It is a goal for which they do not strive

Raging and churning with awesome might

Reminding man it is a mystery to be alive

The heavens shimmer with points of light

 

 

 

 

 

Double Slit

  

Humor

humor and soup

and philosophy

and dreams of artificial splendor -

a thick, black turd

floating in the punchbowl

of life's

over inflated

expectations

 

a stream

a stream of thought

a stream of consciousness

 

does consciousness stream?

 

perhaps

 

but

I hear tell

that it moves

both as a particle

and a wave

 

 

 

 

 

DerekRAudett
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en columnsit -minu (eig. Hans-Peter Hammel) werd geboren op 16 juni 1947 in Basel. Hij is in Basel een locale beroemdheid, maar ook buiten die stad bekend. Hij volgde vanaf 1967 een opleiding tot journaqlist en is columnist voor de Basler Zeitung en andere Zwitserse kranten. Al 38 jaar leeft hij samen met de advocaat Anwalt Christoph Holzach, sinds 2007 in een geregistreerd partnerschap.

 

Uit: Song Contest

Also – Onkel Alphonse schaut immer. Onkel Alphonse gilt alles andere als schwul. GANZ IM GEGENTEIL! Er ist ein Hurenbock der ersten Güteklasse.
Jetzt aber, wo ein Zürcher Intelligenzblatt «Sind die Lovebugs schwul genug?» titelte, muss ich mich fragen: Spielt uns Alphonse etwa mit seinem «die hat aber toll Holz vorm Haus»-Theater die grosse Schau? Dann allerdings spielt er sie besser als die Lovebugs.
Natürlich habe ich auch geglotzt. Schon bei der Vorentscheidung. BESONDERS bei der Vorentscheidung. Das hatte weniger mit homophilen Gefühlen als mit meinem chauvinistischen Herzlein zu tun.
DENN IN DER VORENTSCHEIDUNG WAREN DIE BASLER JA NOCH DRIN.
Aber spätestens als das schwedische Operngirl «die Stimme» mezzosopranieren liess und die Norweger jede Note mit Liegestützen unterstützten, wusste ich: AUCH NÄCHSTES JAHR WIRD DER CONTEST NICHT IN DER SCHWEIZ STATTFINDEN. Da muss man nicht schwul oder Fachmann sein. Ich meine: Ein bisschen krachen muss es eben schon. Hier helfen auch Ausflüchte wie «wir wollten einfach mal einen andern Weg aufzeichnen» keine Bohne. Wettbewerb ist Wettbewerb – da gehts nur um eins: den Sieg.

 

 

 

minu_farb
-minu  (Basel, 16 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

 

Gemeentelijk IV

 

Vrede in onze tijd tussen Vimmerby en Hultsfred

- wie hijgend verslag uitbrengt voor hij valt

weet waar het om gaat,

de keuze van de kieskeurige voor pensees of paardebloemen bij het avondmaal,

de keuze van de braker om te behouden of te verwerpen,

de roep van de verkleumende om hogere loonschalen,

de macht van de vertegenwoordigers over de vertegenwoordigden.

 

Zij die ons vertegenwoordigen hebben hun plicht terdege beseft.

Ze eten ons eten, ze drinken onze wijn, ze genieten

van onze kinderhand, ze slapen de slaap die wij zo goed

zouden kunnen gebruiken. Ja, inderdaad,

ze vertegenwoordigen ons.

 

De meerderheid heeft altijd gelijk, zelfs als de meerderheid

van de meerderheid vaak helemaal geen gelijk heeft. En als die gelijk heeft

is dat in plaats van jou. Duim omhoog of duim omlaag?

Weet je zeker dat het jouw duim is?

De muis die een berg baarde

moet dat toch hebben gemerkt.

 

 

 

Vertaald door Hans Kloos

 

 

 

 

 

Lindgren
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2008. Elfiede Gerstl is na een lang ziekbed eerder dit jaar, op 9 april, aan kanker overleden

 

 

der papierene garten

 

keine wespen & bienen

kein gekäfer

überhaupt kein getier

kriecht mich hier an

fliegt mir in hautnähe

 

in meinem papierenen garten

der in meiner wohnung wächst

pflücke ich nach laune

sätze von wittgenstein

oder geniesse gedichtzeilen von artmann

 

oft sind halt kräuter & rüben benachbart

wie ordne ich sie und wozu

ich freu mich ja heimlich

    über meinen verwilderten garten

 

 

 

 

 

bei kleinen krisen leise zu sprechen

 

1

ich bin konstant

mit mir verwandt

zugleich ein fliessen dem ich folge

ich seh mit freude und entsetzen

wie sätze mich vernetzen und ersetzen

 

2

bin ich der sätze komisches konstrukt

und war auch dieses nicht schon wo gedruckt

die sätze kommen

die sätze gehen

muss ich das wirklich alles verstehen

 

3

bin ich aus sprache oder nicht

auf füssen gehendes gedicht

ich weiss nicht wer da spricht

 

 

 

 

 

ElfriedeGerstl
Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit:  Love Story

 

„"Listen, Harvard is allowed to use the Radcliffe library.”

“I'm not talkinglegality, Preppie, I'm talking ethics. You guys have five million books. We have a few lousy thousand.”

Christ, a superior-being type! The kind who think since the ratio of Radcliffe to Harvard is five to one, the girls must be five times as smart. I normally cut these types to ribbons, but just then I badly needed that goddamn book.

“Listen, I need that goddamn book.”

“Wouldja please watch your profanity, Preppie?”

“What makes you so sure I went to prep school?”

“You look stupid and rich,” she said, removing her glasses.

“You're wrong,” I protested. “I'm actually smart and poor.”

“Oh, no, Preppie. I'm smart and poor.”

She was staring straight at me. Her eyes were brown. Okay, maybe I look rich, but I wouldn't let some 'Cliffie -- even one with pretty eyes -- call me dumb.

“What the hell makes you so smart?” I asked.

“I wouldn't go for coffee with you,” she answered.

“Listen -- I wouldn't ask you.”

“That,” she replied, “is what makes you stupid.”

Let me explain why I took her for coffee. By shrewdly capitulating at the crucial moment -- i.e., by pretending that I suddenly wanted to -- I got my book. And since she couldn't leave until the library closed, I had plenty oftime to absorb some pithy phrases about the shift of royal dependence from cleric to lawyer in the late eleventh century. I got an A minus on the exam, coincidentally the same grade I assigned to Jenny's legs when she first walked from behind that desk. I can't say I gave her costume an honor grade, however; it was a bit too Boho for my taste. I especially loathed that Indian thing she carried for a handbag. Fortunately I didn't mention this, as I later discovered it was of her own design.“

 

 

 

 

Segal
Erich Segal (New York, 16 juni 1937)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs. Hij is afkomstig uit een adelijke familie. Zijn vader was lid van het volksfront van Leon Blum en werkte in verschillende landen als ambassadeur. Jean d'Ormesson groeide voor een groot deel buiten Frankrijk opgegroeid. Na zijn werk bij de Unesco in Parijs werd d'Ormesson directeur van het conservatieve dagblad Le Figaro. Hij begon boeken te schrijven. In 1971 kreeg hij de prijs van de Académie française voor zijn historische roman 'La Gloire de l'emipre'.

 

Uit: Presque rien sur presque tout

 

Pour un esprit, venu d'ailleurs, qui tomberait sur cette Terre et qui en ignorerait tout, l'eau serait un objet de stupeur presque autant que le temps. L'eau est une matière si souple, si mobile, si proche de l'évanouissement et de l'inexistence qu'elle ressemble à une idée ou à un sentiment. Elle ressemble aussi au temps, qu'elle a longtemps servi à mesurer, au même titre que l'ombre et le sable. Le cadran solaire, le sablier, la clepsydre jettent un pont entre le temps et la matière impalpable de l'ombre, du sable et de l'eau. Plus solide que l'ombre, plus subtile que le sable, l'eau n'a ni odeur, ni saveur, ni couleur, ni forme. Elle n'a pas de taille. Elle n'a pas de goût. Elle a toujours tendance à s'en aller ailleurs que là où elle est. Elle est de la matière déjà en route vers le néant. Elle n'est pas ce qu'on peut imaginer de plus proche du néant: l'ombre, bien sûr, mais aussi l'air sont plus si l'on ose dire - inexistants que l'eau.

Ce qu'il y a de merveilleux dans l'eau, c'est qu’elle est un peu là, et même beaucoup, mais avec une délicatesse de sentiment assez rare, avec une exquise discrétion. Un peu à la façon de l'intelligence chez les hommes, elle s'adapte à tout et à n'importe quoi. Elle prend la forme que vous voulez : elle est carrée dans un bassin, elle est oblongue dans un canal, elle est ronde dans un puits ou dans une casserole.“

 

 

 

 

jean-d-ormesson1
Jean d'Ormesson
(Parijs, 16 juni 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen. Toen zij acht jaar was verloor zij haar moeder die in het kraambed stierf. Vanaf toen moest zij op de boerderij helpen. Zij werd in 1985 beroemd door haar autobiografie „Herbstmilch“ die in 1988 verfilmd werd. Mede door de film werd het boek een bestseller. In 1991 verscheen nog "Ich bin halt eine vom alten Schlag", een bundel verhalen uit het boerenleven.

 

Uit: Herbstmilch

 

„Wir Kinder hatten ein fröhliches Leben. Die Eltern waren fleißig, Großvater arbeitete auch noch mit, obwohl er schon zwischen 80 und 90 Jahre alt war. Wenn er sich rasiert hat, mit einem langen Messer, schauten wir Kinder zu, denn das war sehr lustig. Der Spiegel hing an der Wand, und der Großvater schnitt ganz komische Gesichter, die Knie hat er an die Bank gestemmt, und weil er so zitterte, machte die Bank so lustige Töne.

Im Frühling lag draußen vor der Hofeinfahrt ein großer Wiedhaufen, den die Mutter mit dem Hackl in Bündel hackte. Da spielten wir Kinder, krabbelten auf dem Haufen herum, da wimmelte es nur von Kindern. Die Zapfen von den Fichten, das waren unsere Rosse, die Reigerl von den Föhren unsere Kühe, die Eicheln unsere Schweine. Aus den großen Rindenstücken wurde dann ein Hof gebaut. Rindenstücke waren auch unsere Wagen, an die mit einem Faden oder einer leichten Schnur unsere Tiere eingespannt wurden. Als Getreide nahmen wir Spitzwegerich, Breitwegerichblätter waren unser Geld, und alle möglichen Gräser hatten ihre Bedeutung und machten unseren Spielzeugbauernhof reich.“

 

 

 

 

Anna Wimschneider
Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Schoolland

 

„Hij greep het krijt al en begon aan de som. Achter z’n rug wenkte ik vol verstandhouding m’n klas toe, dat ze zich stil moesten houden; en ik wist, ze hoopten ’t zelfde als ik: dat de jongen het nulletje zou vergeten.

De gast werkte door; toen hij aan ’t gevaarlijke punt was gekomen, werd de klas hoorbaar onrustig, en hij hield op, en keek wantrouwig om.

‘Vooruit, maak ’em nou even áf,’ zei ik gemeen, om hem tot argeloos verder gaan te verleiden.

Maar ’k had het niet erg getroffen; want de jongen verijdelde de hele samenzwering, door kalm te zeggen: ‘Ja... van meester Kraak moeten we nou zeggen: ’t gaat nul maal, hier zet ik die nul, en dan mag ’k weer een cijfer bij halen, en weer gewoon verder gaan. Zo doen wij altijd.’

En hij bleef beleidvol met het krijtje in z’n hand staan wachten, alsof-ie zeggen wou: ‘En als jullie ’t hier anders willen, óók goed, maar dan doe ik niet mee; ik hou me aan m’n eigen meester.’ Hij was zó trouwhartig-rustig, dat ik me werkelijk ’n beetje schaamde voor m’n spekulatie.

‘Nou maar jij weet het precies, zo zijn wij ’t hier ook aan ’t leren, zie je, maak ’m maar even af.’

De klas grinnikte me toe, en Joost de Haas vergat zich en maakte een familiaar gebaar tegen mij met z’n hand onder aan z’n kin: je hebt een strop! De gast maakte kalm het sommetje verder goed.

‘Hoe héét je?’ vroeg ik hem. Het was een merkwaardige jongen, want hij nam bedaard de borddoek, om even het krijt van z’n vingers te vegen, met ’n zeker aplomb, of-ie zelf schoolmeester was.

 ‘Veen,’ antwoordde hij, en toen keek-ie naar de kaart in de hoek, alsof-ie te kennen wou geven: dáár kwam ik eigenlijk voor.

‘Ja, pak ’em maar,’ zei ik, ‘zeg Veen, je moet ’n beetje stommer zien te worden, dat je zitten blijft, en hier in de klas komt, ik wil je wel hebben.’ Hij scheen in die vorm het kompliment wel te waarderen, want nu liet-ie eindelijk z’n ernst schieten, en terwijl hij wegging met de kaart, zei hij lollig: ‘Als-ik gek ben, eerder niet.’

 

 

 

 

Theo_Thijssen
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

Beeld van Theo Thijssen in de Amsterdamse Jordaan, gemaakt door Hans Bayens

 

 

 

 

 

De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Hij kreeg een opleiding in Cambridge waar hij lector voor rhetorica werd aan het St John's College. Hij was een tegenstander van Oliver Cromwell en verloor daardoor in 1645 zijn positie. In 1655 werd hij gevangengezet, maar Cromweel liet hem weer vrij. Zijn Poems werden gepubliceerd in 1656.

 

 

Epitaph on the Earl of Strafford

 

HERE lies wise and valiant dust

Huddled up 'twixt fit and just,

Strafford, who was hurried hence

'Twixt treason and convenience.

He spent his time here in a mist,

A Papist, yet a Calvinist;

His Prince's nearest joy and grief,

He had, yet wanted all relief;

The prop and ruin of the state;

The people's violent love and hate;

One in extremes loved and abhorred.

Riddles lie here, or in a word --

Here lies blood; and let it lie

Speechless still and never cry.

 

 

 

 

cleveland
John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008.

 

Uit: Das Dekameron (Vertaald door Karl Witte)

 

Es ziemt sich, ihr liebwerten Damen, ein jedes Ding, das der Mensch unternimmt, mit dem heiligen und wunderbaren Namen dessen zu beginnen, der alle Dinge geschaffen hat. Darum denke ich denn, der ich als erster bei unseren Erzählungen den Anfang machen soll, mit einer jener wunderbaren Fügungen zu beginnen, deren Kunde unser Vertrauen auf ihn als den Unwandelbaren bestärken und uns lehren wird, seinen Namen immerdar zu preisen. Es ist offenbar, daß die weltlichen Dinge insgesamt vergänglich und sterblich sowie nach innen und nach außen reich an Leiden, Qual und Mühe sind und unzähligen Gefahren unterliegen, welchen wir, die wir mitten unter ihnen leben und selbst ein Teil von ihnen sind, weder widerstehen noch uns ihrer erwehren könnten, wenn uns Gottes besondere Gnade nicht die nötige Kraft und Fürsorge verliehe. Was diese Gnade anbetrifft, so haben wir uns keineswegs einzubilden, daß sie um irgendeines Verdienstes willen, das wir hätten, über uns komme, vielmehr geht sie nur von seiner eigenen Huld aus und wird den Bitten derer gewährt, die einst wie wir sterblich waren, jetzt aber, weil sie während ihres Erdenwallens seinem Willen folgten, mit ihm im Himmel der ewigen Seligkeit teilhaftig sind. An sie, als an Fürsprecher, die unsere Schwäche und Gebrechlichkeit aus eigener Erfahrung kennen, richten wir vor allem jene Bitten, die wir vielleicht nicht wagten, unserem höchsten Richter gegenüber laut werden zu lassen.“

 

 

 

 

Boccaccio
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Portret door Andrea Del Castagno, rond 1450

 

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

 

Klassiek
                                            voor Arno

Ik heb een handdoek om mij heen geslagen
die nog naar hem ruikt en zo is hij hier
en heel dicht bij me, gunt me het plezier
wat liefde van zijn geur liet, op te dragen.

Hij douchte zich en als om mij te plagen
had hij de celdeur schijnbaar op een kier
gezet. Nu luister ik naar een klavier-
concert, om - Brahms - mijn hartslag te verlagen.

Niet dat zijn naakte lichaam in mij lust
schiep ooit, of toch wel ooit, maar nooit voor lang en
ofschoon geen hartstocht ons dat toch verbood,

maar met die innige, volmaakte rust,
waarmee hij me kust, op mond kust en op wangen,
raakt hij een leven, dieper dan de dood.

 

 

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen. Zie ook  mijn blog van 16 juni 2008.  mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 16 juni 2006. 

 

 

13-06-09

Fernando Pessoa, Willem Brakman, Hector de Saint-Denys Garneau, William Butler Yeats, Lode Zielens, Dorothy Leigh Sayers, Fanny Burney


De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007 en ook mijn blog van 13 juni 2008.

 

 

Soms heb ik...

Soms heb ik gelukkige gedachten,

Gedachten, plotseling gelukkig, in gedachten

En in de woorden waar ze zich vanzelf in losmaken...

 

Na het schrijven, lees ik…

Waarom heb ik dit geschreven?

Waar heb ik dit vandaan gehaald?

Van waar is dit tot mij gekomen? Dit is beter

       dan ikzelf…

Zouden wij op deze wereld niets dan pennen

       zijn met inkt

Waarmee iemand waarachtig schrijft wat wij

       hier krassen?…

 

 

Wanneer de lente komt... 

 

Wanneer de lente komt

En als ik dan al dood ben

Zullen de bloemen net zo bloeien

En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.

De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

 

Ik voel een enorme vreugde

Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is

 

Als ik wist dat ik morgen zou sterven

En het was overmorgen lente,

Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.

Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?

Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;

Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.

Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,

Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

 

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.

Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.

Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben

Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

Lisboa-Pessoa
Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)

Beeld in Lissabon 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd geboren op 13 juni 1922 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007. en mijn blog van 8 mei 2008. en ook mijn blog van 13 juni 2008.

 

Uit: Toeristen

 

“Om het terrasje hing de lichte onbeschoftheid van een goed lopende, zonnige vakantiemiddag niet al te ver buiten het topseizoen. Ze dreigde schemerig, half verscholen, maar toch al veelvormig in de vele toeristen op de wijde tegel- en asfaltvlakken om het restaurant, vol felle zonnevlekken, geparkeerde bussen en rijen vonkende, hete auto's,bewaakt door propvolle papierkorven. De filmploeg had zich daar parkeertechnisch afgezonderd middels een eigen, in het rond gebouwd wagenparkje, waarin enkele auto's met statieven en veel lampen her en der, leren koffers en tassen op de grond en ertussen wat verachtelijk starende jongelui die traag uit plastic bekertjes dronken. De meesten waren in witte broek. Ze dreigde in de kinderstemmen, in het slaan van portieren, het loerend verveeld ge~ slenter, in de veel te blauwe lucht, maar het duidelijkst was ze aanwezig op het terras waar schei en luidruchtig een zwerm Amerikanen was neergestreken, een vlucht kwetteraars, beweeglijk en kleurrijk als papegaaien.

Het was een overwegend zwarte groep: leren, clowneske petjes, kroezige, blauwzwarte baardjes en snorren om uitdagend flitsende tanden, getailleerde leren jacks snoerend nauwe pijpen om benen vol onrust en tikketakkende, orthopedisch hoge hakken.

Beurtelings wit en rood van ergernis draafde de ober-eigenaar heen en weer, nerveus als een insect getreiterd tot het uiterste. Onophoudelijk wisselden de yanks van tafeltje, kirrend, giechelend met archaïsche keelgeluiden, zodat het snel aandravende bier en ijs, de cakeplakken en Käsetorten opeens verbijsterd in de lucht kwamen te hangen. 'Wrong guy man... this is shit man... get lost man...' 'Gleich zahlen,' siste de bezwete eigenaar die overal tegelijk was, en groot geld wiegde tergend aan het eind van lange zwarte vingers tussen roze nagels. 'Hurry up man... got to go man...' Ook om het terras was het onweersachtig, maar toch zuiverden. Langs de kiosk met de onvermijdelijke wandelstokken, kaarten en zonnebrillen was de Kainzhof te zien, ook zonbevlekt maar met hardnekkig somber groen-grijs, ernaast wat paarden met biergele manen.”

 

 

 

 

brakman
Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

 

 

 

De Frans-Canadese dichter Hector de Saint-Denys Garneau werd geboren op 13 juni 1912 in Montréal. Zie ook mijn blog van 13 juni 2007. en ook mijn blog van 13 juni 2008.

 

 

PORTRAIT

 

C'est un drôle d'enfant
C'est un oiseau
Il n'est plus là 
Il s'agit de le trouver
De le chercher
Quand il est là 
Il s'agit de ne pas lui faire peur
C'est un oiseau
C'est un colimaçon. 
Il ne regarde que pour vous embrasser
Autrement il ne sait pas quoi faire
avec ses yeux 
Où les poser
Il les tracasse comme un paysan sa casquette 
Il lui faut aller vers vous
Et quand il s'arrête
Et s'il arrive
Il n'est plus là 
Alors il faut le voir venir
Et l'aimer durant son voyage

 

 

 

 

L'AQUARELLE

 

Est-il rien de meilleur pour vous chanter
les champs
Et vous les arbres transparents
Les feuilles
Et pour ne pas cacher la moindre des lumières 
Que l'aquarelle cette claire
Claire tulle ce voile clair sur le papier. 

 

 

 

 

garneau

Hector de Saint-Denys Garneau (13 juni 1912 – 24 oktober 1943)

 

 

 

 

De Ierse dichter, toneelschrijver en mysticus William Butler Yeats werd geboren in Sandymount bij Dublin 13 juni 1865. Zie ook mijn blog van 13 juni 2006 en ook mijn blog van 13 juni 2007. en ook mijn blog van 13 juni 2008.

 

 

THE INDIAN TO HIS LOVE

 

THE island dreams under the dawn

And great boughs drop tranquillity;

The peahens dance on a smooth lawn,

A parrot sways upon a tree,

Raging at his own image in the enamelled sea.

 

Here we will moor our lonely ship

And wander ever with woven hands,

Murmuring softly lip to lip,

Along the grass, along the sands,

Murmuring how far away are the unquiet lands:

 

How we alone of mortals are

Hid under quiet boughs apart,

While our love grows an Indian star,

A meteor of the burning heart,

One with the tide that gleams, the wings that gleam and dart,

 

The heavy boughs, the burnished dove

That moans and sighs a hundred days:

How when we die our shades will rove,

When eve has hushed the feathered ways,

With vapoury footsole by the water's drowsy blaze.

 

 

 

 

 

LINES WRITTEN IN DEJECTION

 

WHEN have I last looked on

The round green eyes and the long wavering bodies

Of the dark leopards of the moon?

All the wild witches, those most notable ladies,

For all their broom-sticks and their tears,

Their angry tears, are gone.

The holy centaurs of the hills are vanished;

I have nothing but the embittered sun;

Banished heroic mother moon and vanished,

And now that I have come to fifty years

I must endure the timid sun.

 

 

 

 

 

RECONCILIATION

 

SOME may have blamed you that you took away

The verses that could move them on the day

When, the ears being deafened, the sight of the eyes blind

With lightning, you went from me, and I could find

Nothing to make a song about but kings,

Helmets, and swords, and half-forgotten things

That were like memories of you--but now

We'll out, for the world lives as long ago;

And while we're in our laughing, weeping fit,

Hurl helmets, crowns, and swords into the pit.

But, dear, cling close to me; since you were gone,

My barren thoughts have chilled me to the bone.

 

 

 

 

 

wbyeats
William Butler Yeats (13 juni 1865 –  28 januari 1939)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 13 juni 2007.

 

De Vlaamse schrijver Lode Zielens werd geboren in Antwerpen op 13 juni 1901.

 

De Engelse schrijfster, dichteres en vertaalster Dorothy Leigh Sayers werd geboren op 13 juni 1893 in Oxford.

 

De Engelse schrijfster Frances „Fanny“ Burney werd geboren op 13 juni 1752 in King's Lynn, Norfolk.

 

 

14-02-09

Ischa Meijer, Piet Paaltjens, Robert Shea, Frederick Philip Grove, Frank Harris, Julia de Burgos, Vsevolod Garsjin, Edmond About, Johann Martin Usteri, Pierre-Claude de La Chaussée


De Nederlandse journalist, toneelschrijver, filmacteur en televisiepresentator Ischa Meijer werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1943. Zie ook mijn blog van 14 februari 2008.

 

Uit: De interviewer en de schrijvers (August Willemsen)

 

Mijn passie voor Brazilië is ook een haat-liefde. Dat land geeft me zo'n groot gevoel van vrijheid. Tegelijkertijd is het zo moeilijk om daar alleen te zijn. De Brazilianen zitten ontzettend dicht op elkaar. Ze willen voortdurend iets met elkander doen, men moet permanent met iemand naar een of andere gelegenheid, ze zijn de godganse dag aan het telefoneren, afspraken maken - daar kan ik niet zo goed tegen. Het zijn aardige, lieve, hartelijke mensen, maar ze ergeren me ook ontzettend.

Het kost mij überhaupt zo'n ongelooflijke moeite om op mezelf te zijn. Ik heb dat ook nog geprobeerd in de Sahara - maar juist daar bleek het verschrikkelijk moeilijk. Want het ergste wat een mens daar kan overkomen, is dat hij geheel op zichzelf komt te staan. Ik was daar gedurende vijf weken, in '71. En ik had voortdurend minimaal vier Marokkanen in mijn auto. Die lui bleken ook steeds ergens heen te moeten, ze hebben allerlei ingewikkelde verplichtingen, zoeken permanent contact met elkaar. En daar werd ik uiteindelijk ook weer totaal gek van.

Ik wil gewoon zoveel met mensen omgaan als ik zelf wil.

Met dat stotteren reguleer ik mijn contact; en met de drank doe ik in wezen hetzelfde - het kost mij zo veel moeite om mijn contact met de buitenwereld naar believen te regelen.

Vandaar ook dat ik me zo happy voel in de Bijlmer. Ik kan naar mensen toe als ik daar zin in heb - maar ze komen niet zo gauw op bezoek.

Mijn diepste angst en weerzin geldt: het ouwehoeren. Ik wil niet lastiggevallen worden.“

 

 

 

 

ischa
Ischa Meijer (14 februari 1943 – 14 februari 1995)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en predikant Piet Paaltjens werd geboren in Leeuwarden op 14 februari 1835. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2008.

 

 

Immortelle ix: Op `t hoekje van de Hooigracht

 

Op `t hoekje van de hooigracht

En van den Nieuwen Rijn,

Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang

Mijn boezemvriend zou zijn.

 

En halverwegen tusschen
De Vink en de Haagsche Schouw,

Daar brak hij, zes weken later zoowat,

Den eed van vriendentrouw.

 

 

 

Immortelle c

 

Zooals ik eenmaal beminde,

  Zoo minde er op aarde nooit een,

Maar 'k vond, tot wien ik mij wendde,

  Slechts harten van ijs en van steen.

 

Toen stierf mijn geloof aan de vriendschap,

  Mijn hoop en mijn liefde verdween,

En zooals mijn hart toen haatte,

  Zoo haatte er op aarde nooit een.

 

En sombere, bittere liedren

  Zijn aan mijn lippen ontgeleen;

Zoo somber en bitter als ik zong,

  Zoo zong er op aarde nooit een.

 

Verveeld heeft mij eindlijk dat haten,

  Dat eeuwig gezang en geween.

Ik zweeg, en zooals ik nu zwijg,

  Zoo zweeg er op aarde nooit een.

 

 

 

 

 

Leeuwarden_Piet_Paaltjens
Piet Paaltjens (14 februari 1835 – 19 januari 1894)

Standbeeld in Leeuwarden

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Shea werd geboren op 14 februari 1933 in New York. Zie ook mijn blog van 14 februari 2008.

 

Uit: The Illuminatus! Trilogy

 

In fact, the President of the United States had several severe migraines during the following weeks; but the atheistic rulers of Moscow and Peking were less susceptible to magic. They never reported a twinge. But, wait, here is another performer in our circus, and one of the most intelligent and decent in the lot-his name is unpronounceable, but you can call him Howard and he happens to have been born a dolphin. He's swimming through the ruins of Atlantis and it's April 10 already-time is moving; I'm not sure what Howard sees but it bothers him, and he decides to tell Hagbard Celine all about it. Not that I know, at this point, who Hagbard Celine is. Never mind; watch the waves roll and be glad there isn't much pollution out here yet. Look at the way the golden sun lights each wave with a glint that, curiously, sparkles into a silver sheen; and watch, watch the waves as they roll, so that it is easy to cross five hours of time in one second and find ourselves amid trees and earth, with even a few falling leaves for a touch of poetry before the horror. Where are we? Five hours away, I told you-five hours due west, to be precise, so at the same instant that Howard turns a somersault in Atlantis, Sasparilla Godzilla, a tourist from simcoe, Ontario (she had the misfortune to be born a human being) turns a neat nosedive right here and lands unconscious on the ground.“

 

 

 

Robert_shea_in_1977
Robert Shea (14 februari 1933 – 10 maart 1994)

 

 

 

 

De Canadees-Duitse schrijver en vertaler Frederick Philip Grove werd geboren als Felix Paul Greve op 14 februari 1879 in Radomno, Westpruisen. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007.

 

Uit: Settlers of the Marsh

 

On the road leading north from the little prairie town Minor two men were fighting their way through the gathering dusk.
Both were recent immigrants; one, Lars Nelson, a giant, of three years’ standing in the country; the other, Niels Lindstedt, slightly above medium size, but compactly built, of only three months’. Both were Swedes; and they had struck up a friendship which had led to a partnership for the winter that was coming. They had been working on a threshing gang between Minor and Balfour and were now on their way into the bush settlement to the north-east where scattered homesteads reached out into the wilderness.
It was the beginning of the month of November.
Niels carried his suitcase on his back; Nelson, his new friend’s bundle, which also held the few belongings of his own which he had along. He wore practically the same clothes winter and summer.
Above five miles from town they reached, on the north road, the point where the continuous settlement ran out into the wild, sandy land which, forming the margin of the Big Marsh, intervened between the territory of the towns and the next Russo-German settlement to the north, some twenty miles or so straight ahead.“

 

 

 

Grove
Frederick Philip Grove (14 februari 1879 – 19 augustus 1948)

 

 

 

 

 

De Iers-Engelse schrijver, publicist, uitgever en redacteur Frank Harris werd geboren op 14 februari 1856 in Galway, Ierland. Bekend werd hij als redacteur en eigenaar van een aantal Londense kranten en tijdschriften, waaronder de Evening News (vanaf 1883), de Fortnightly Review (1886–1894) als ook de Saturday Review. Harris schreef korte verhalen en romans, waarvan The Bomb de succesvolste en meest gewaardeerde was, twee boeken over Shakespeare en biografieën over zijn vrienden Oscar Wilde en George Bernard Shaw.

 

Uit: Oscar Wilde His Life and Confessions

 

„...Miss Travers had applied to Sir William Wilde for money again and again, and accompanied these applications with threats of worse pen-pricks if the requests were not acceded to. It was under these circumstances, according to Lady Wilde, that she wrote the letter complained of to Dr. Travers and enclosed it in a sealed envelope. She wished to get Dr. Travers to use his parental influence to stop Miss Travers from further disgracing herself and insulting and annoying Sir William and Lady Wilde.

The defence carried the war into the enemy's camp by thus suggesting that Miss Travers was blackmailing Sir William and Lady Wilde.

The attack in the hands of Serjeant Armstrong was still more deadly and convincing. He rose early on the Monday afternoon and declared at the beginning that the case was so painful that he would have preferred not to have been engaged in it--a hypocritical statement which deceived no one, and was just as conventional-false as his wig.“

 

 

 

Harris
Frank Harris (14 februari 1856 – 27 augustus 1931)

 

 

 

 

De Puerto Ricaanse dichteres en schrijfster Julia de Burgos (eig. Julia Constanze Burgos García) werd geboren op 14 februari 1914 in Carolina. Van 1931 tot 1933 studeerde zij aan de Universidad de Puerto Rico. Daarna werkte zij tot aan haar huwelijk als docente.Tussen 1937 en 1939 verschenen drie dichtbundels van haar. In 1940 trok zij naar New Yrok waar zij als journalste werkte. Later in dat jaar begon zij aan een studie literatuur en filosofie in Havanna op Cuba. Tijdens WO II woonde zij in Washington waar zij werkte voor het bereau van de Coordinator of Interamerican Affairs. In 1952 verscheen haar laatste dichtbundel.

 

 

I was the most quiet

 

I was the most quiet,
among those who voyaged to your harbor
No obscene social events announced me,
nor the hushed bells of ancestral reflexes;
my route was the wild music of birds
which flung into the air my kindness...fluttering.

 

Neither did vessels laden with opulence bear me,
nor oriental rugs support my body;
over the vessels my face appeared
whistling in the wind's aimless simplicity.

 

I did not measure the harmony of trivial ambitions
offered by your full-of-promises hand.
I perceived, only, in the depths of my frail spirit,
the tragic abandon hidden in your gesture.

 

Your constant duality was marked by my avid thirst.
You were like the sea, resonant and discreet.
Over you I spent my wasted hours.
You hovered above, as the sun on petals.

 

And I strolled in the breeze of your fallen anguish
in the naive sadness of knowing the truth:
your life was a deep struggle of restless springs
an awesome white river rushing to the desert.

 

One day, by the yellow banks of hysteria,
many ambitious, hidden faces trailed you;
through your surge of tears ripped from the cosmos
other voices encroached without discovering your
mystery...

 

I was the most quiet.
My voice, hardly an echo.
Conscience difused in a sound of anguish,
dissipated and sweet, throughout all silences.

 

I was the most quiet.
One who sprang from the earth with no other weapon
but a verse.

 

I stand before you... stars,
disarmed and gentle... his love in my breast!

 

 

 

Vertaald door Jack Agueros

 

 

 

 

JuliaDeBurgos
Julia de Burgos (14 februari 1914 – 6 juli 1953)

 

 

 

 

De Russische schrijver Vsevolod Garsjin werd geboren op 14 februari 1855 in Prijatnaja Dolina. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007.

 

Uit: The Signal

 

Semyon Ivanonv was a track-walker. His hut was ten versts away from a railroad station in one direction and twelve versts away in the other. About four versts away there was a cotton mill that had opened the year before, and its tall chimney rose up darkly from behind the forest. The only dwellings around were the distant huts of the other track-walkers.

Semyon Ivanov's health had been completely shattered. Nine years before he had served right through the war as servant to an officer. The sun had roasted him, the cold frozen him, and hunger famished him on the forced marches of forty and fifty versts a day in the heat and the cold and the rain and the shine. The bullets had whizzed about him, but, thank God! none had struck him.

Semyon's regiment had once been on the firing line. For a whole week there had been skirmishing with the Turks, only a deep ravine separating the two hostile armies; and from morn till eve there had

been a steady cross-fire. Thrice daily Semyon carried a steaming samovar and his officer's meals from the camp kitchen to the ravine. The bullets hummed about him and rattled viciously against the rocks.

Semyon was terrified and cried sometimes, but still he kept right on. The officers were pleased with him, because he always had hot tea ready for them.”

 

 

 

 

Garshin_by_Repin_1883
Vsevolod Garsjin (14 februari 1855 – 31 maart 1888)

Portret door Ilya Repin

 

 

 

 

De Franse schrijver Edmond François Valentin About werd geboren op 14 februari 1828 in Dieuze, Lorrainne. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007.

 

Uit: La Grèce contemporaine

 

Le 1er février 1852, je m' embarquais à Marseille sur le Lycurgue ; le 9, je descendais au Pirée. L' Orient, qui passe pour un pays lointain, n' est pas beaucoup plus loin de nous que la banlieue : Athènes est à neuf jours de Paris, et il m' en a coûté trois fois moins de temps et d' argent pour aller voir le roi Othon dans sa capitale, que Mme De Sévigné n' en dépensait pour aller voir sa fille à Grignan. Si quelque lecteur veut s' épargner la peine de parcourir ce petit livre ou se donner le plaisir de le contrôler, je lui conseille de s' adresser à la compagnie des messageries impériales : elle a d' excellentes voitures qui vont à Marseille en trente-six heures, et de fort bons bateaux qui font le voyage de Grèce en huit jours sans se presser. à Paris, à Marseille et partout où je disais adieu à des amis, on me criait, pour me consoler d' une absence qui devait être longue : " vous allez voir un beau pays ! " c' est aussi ce que je me disais à moi-même. Le nom de la Grèce, plus encore que celui de l' Espagne ou de l' Italie, est plein de promesses. Vous ne trouverez pas un jeune homme en qui il n' éveille des idées de beauté, de lumière et de bonheur.“

 

 

 

About
Edmond About  (14 februari 1828 – 16 januari 1885)

Standbeeld op Père Lachaise, Parijs

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Johann Martin Usteri werd geboren op 14 februari 1763 in  Zürich. Zie ook mijn blog van 14 februari 2007.

 

 

Freut euch des Lebens

 

Refr.: Freut euch des Lebens,

weil noch das Lämpchen glüht,

pflücket die Rose, eh´ sie verblüht !

 

Man schafft so gern sich Sorg und Müh´,

sucht Dornen auf und findet sie,

und läßt das Veilchen unbemerkt,

daß dort am Wege blüht.

 

Wenn scheu die Schöpfung sich verhüllt

und laut der Donner ob uns brüllt,

dann lacht am Abend nach dem Sturm

die Sonne, ach, so schön...

 

Wer Neid und Mißgunst sorgsam flieht

und G´nügsamkeit im Gärtchen zieht,

dem schießt sie schnell zum Bäumchen auf,

das goldene Früchte trägt...

 

Wer Redlichkeit und Treue liebt

und gern dem ärmeren Bruder gibt,

bei dem baut sich Zufriedenheit

so gern ihr Hüttchen auf...

 

Und wenn der Pfad sich furchtbar engt

und Mißgeschick dich plagt und drängt,

so reicht die Freundschaft schwesterlich

dem Redlichen die Hand...

 

 

 

 

SchweizUsteri23
Johann Martin Usteri (14 februari 1763 – 29 juli 1827)

Portret door Franz Hegi Aquatinta

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 14 februari 2007.

 

De Franse toneelschrijver Pierre-Claude Nivelle de La Chaussée werd geboren op 14 februari 1692 in Parijs.

 

 

 

21-06-08

Jean-Paul Sartre, Françoise Sagan, Machado de Assis, Ian McEwan, Chitra Gajadin, Helmut Heißenbüttel, Wulf Kirsten, Robert Menasse, Adam Zagajewski, Anne Carson, Ed Leeflang


De Franse schrijver Jean Paul Sartre werd geboren op 21 juni 1905 in Parijs. Zie ook mijn blog van 21 juni 2006 en ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

Uit: Les Mots

 

A peu près vers le même temps que Charles Schweitzer rencontrait Louis Guillemin, un médecin de campagne épousa la fille d'un riche propriétaire périgourdin et s'installa avec elle dans la triste grand-rue de Thiviers, en face du pharmacien. Au lendemain du mariage, on découvrit que le beau-père n'avait pas le sou. Outré, le docteur Sartre resta quarante ans sans adresser la parole à sa femme ; à table, il s'exprimait par signes, elle finit par l'appeler « mon pensionnaire ». Il partageait son lit, pourtant, et, de temps à autre, sans un mot, l'engrossait : elle lui donna deux fils et une fille ; ces enfants du silence s'appelèrent Jean-Baptiste, Joseph et Hélène. Hélène épousa sur le tard un officier de cavalerie qui devint fou ; Joseph fit son service dans les zouaves et se retira de bonne heure chez ses parents. Il n'avait pas de métier : pris entre le mutisme de l'un et les criailleries de l'autre, il devint bègue et passa sa vie à se battre contre les mots. Jean-Baptiste voulut préparer Navale, pour voir la mer. En 1904, à Cherbourg, officier de marine et déjà rongé par les fièvres de Cochinchine, il fit la connaissance d'Anne-Marie Schweitzer, s'empara de cette grande fille délaissée, l'épousa, lui fit un enfant au galop, moi, et tenta de se réfugier dans la mort.

 

Mourir n'est pas facile : la fièvre intestinale montait sans hâte, il y eut des rémissions. Anne-Marie le soignait avec dévouement, mais sans pousser l'indécence jusqu'à l'aimer. Louise l'avait prévenue contre la vie conjugale : après des noces de sang, c'était une suite infinie de sacrifices, coupée de trivialités nocturnes. A l'exemple de sa mère, ma mère préféra le devoir au plaisir. Elle n'avait pas beaucoup connu mon père, ni avant, ni après le mariage, et devait parfois se demander pourquoi cet étranger avait choisi de mourir entre ses bras. On le transporta dans une métairie à quelques lieues de Thiviers ; son père venait le visiter chaque jour en carriole. Les veilles et les soucis épuisèrent Anne-Marie, son lait tarit, on me mit en nourrice non loin de là et je m'appliquai, moi aussi, à mourir : d'entérite et peut-être de ressentiment. A vingt ans, sans expérience ni conseils, ma mère se déchirait entre deux moribonds inconnus ; son mariage de raison trouvait sa vérité dans la maladie et le deuil. Moi, je profitais de la situation : à l'époque, les mères nourrissaient elles-mêmes et longtemps ; sans la chance de cette double agonie, j'eusse été exposé aux difficultés d'un sevrage tardif. Malade, sevré par la force à neuf mois, la fièvre et l'abrutissement m'empêchèrent de sentir le dernier coup de ciseaux qui tranche les liens de la mère et de l'enfant ; je plongeai dans un monde confus, peuplé d'hallucinations simples et de frustes idoles. A la mort de mon père, Anne-Marie et moi, nous nous réveillâmes d'un cauchemar commun ; je guéris. Mais nous étions victimes d'un malentendu : elle retrouvait avec amour un fils qu'elle n'avait jamais quitté vraiment ; je reprenais connaissance sur les genoux d'une étrangère. »

 

 

 

 

sartre
Jean-Paul Sartre
(21 juni 1905 -  15 april 1980)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Françoise Sagan (pseudoniem van Françoise Quoirez) werd geboren in Cajarc, Lot op 21 juni 1935. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

Uit: Un certain regard

 

- Au début de 1954, une jeune fille de dix-huit ans, Mademoiselle Quoirez, qui a choisi le pseudonyme de Françoise Sagan, dépose aux éditions Julliard le manuscrit d'un court roman : Bonjour Tristesse. Le livre paraît en mai en même temps que beaucoup d'autres et sans aucune publicité. Un an après, le tirage dépasse un million d'exemplaires en France, et Françoise Sagan est célèbre dans le monde entier où son livre est traduit dans vingt-cinq langues. Célèbre, mais pas très bien connue peut-être. Quelques années plus tard, à une enquête sur les personnages contemporains célèbres, la plupart des personnages interrogées répondront : «Françoise Sagan ? Ah, oui, la vedette de cinéma.»
- Ah ? J'avais oublié.
- Oui. C'est que, tout de suite, il y a eu autour de vous une légende : l'argent, le whisky, les boîtes de nuit, les voitures de sport... Tout ce qu'on prête plutôt, en effet, à une vedette qu'à un écrivain. Vous aviez écrit un livre, et puis vous vous êtes retrouvée star. Comment porte-t-on tout cela à vingt ans ?
- J'ai porté ma légende comme une voilette... Ce masque délicieux, un peu primaire, correspondait chez moi à des goûts évidents : la vitesse, la mer, minuit, tout ce qui est éclatant, tout ce qui est noir, tout ce qui perd, et donc permet de se trouver. Car on ne m'ôtera jamais de l'idée que c'est uniquement en se colletant avec les extrêmes de soi-même, avec ses contradictions, ses goûts, ses dégoûts, ses fureurs, que l'on peut comprendre un tout petit peu, oh, je dis bien un tout petit peu, ce que c'est que la vie. En tout cas, la mienne...”

 

 

 

 

 

Sagan
Françoise Sagan (21 juni 1935 – 24 september 2004)

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Joaquim Maria Machado de Assis werd geboren in Rio de Janeiro op 21 juni 1839. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

Uit: De psychiater en andere verhalen (vertaald August Willemsen)

 

‘En de lezer bereide zich voor op dezelfde verbijstering als welke de stad overviel,

toen men op een dag vernam dat alle gekken uit het Groene Huis in

vrijheid werden gesteld.

“Allemaal?”

“Allemaal.”

Dat kan niet; een paar ja, maar allemaal ... ... ...

Allemaal. Zo heeft hij het zelf gezegd in een memorandum dat hij vanmorgen

aan de gemeenteraad heeft gestuurd. Inderdaad had de psychiater de

Raad het volgende laten weten:

1. dat hij uit de statistieken van de stad en van het Groene Huis had opgemaakt dat viervijfde van de bevolking in deze inrichting was opgenomen;

2. dat deze bevolkingsverplaatsing hem ertoe gebracht had de grondslagen van zijn theorie betreffende hersenaandoeningen te herzien, een theorie volgens welke al die gevallen buiten het terrein van het gezond verstand vielen waarin het evenwicht der geestelijke vermogens niet volkomen en absoluut was;

3. dat deze herziening en de statistische gegevens hem hadden geleid tot de overtuiging dat de ware leer niet de bovengenoemde was maar de daaraan tegengestelde ...’

 

 

 

 

machado
Machado de Assis (21 juni 1839 - 29 september 1908)

 

 

 

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

Uit: Saturday

 

“Some hours before dawn Henry Perowne, a neurosurgeon, wakes to find himself already in motion, pushing back the covers from a sitting position, and then rising to his feet. It's not clear to him when exactly he became conscious, nor does it seem relevant. He's never done such a thing before, but he isn't alarmed or even faintly surprised, for the movement is easy, and pleasurable in his limbs, and his back and legs feel unusually strong. He stands there, naked by the bed—he always sleeps naked—feeling his full height, aware of his wife's patient breathing and of the wintry bedroom air on his skin. That too is a pleasurable sensation. His bedside clock shows three forty. He has no idea what he's doing out of bed: he has no need to relieve himself, nor is he disturbed by a dream or some element of the day before, or even by the state of the world. It's as if, standing there in the darkness, he's materialized out of nothing, fully formed, unencumbered. He doesn't feel tired, despite the hour or his recent labours, nor is his conscience troubled by any recent case. In fact, he's alert and empty-headed and inexplicably elated. With no decision made, no motivation at all, he begins to move towards the nearest of the three bedroom windows and experiences such ease and lightness in his tread that he suspects at once he's dreaming or sleepwalking. If it is the case, he'll be disappointed. Dreams don't interest him; that this should be real is a richer possibility. And he's entirely himself, he is certain of it, and he knows that sleep is behind him: to know the difference between it and waking, to know the boundaries, is the essence of sanity.”

 

 

 

IanMcEwan
Ian McEwan (Aldershot,  21 juni 1948)

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster Chitra Gajadin werd geboren in District Suriname op 21 juni 1954. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

Uit:Juweeltjes in het Sarnami

 

Karakteristiek aan hem is zijn rebelse geest. Analytisch en vlijmscherp is hij over het intellectuele nivo van de Hindostaanse gemeenschap. Een groep die niet in staat blijkt tot scheppend vermogen van enig benul. Onverzoenlijk is zijn houding tot die groep. En toch liggen zijn mooiste herinneringen verankerd in jeugdervaringen temidden van dezelfde groep. In hartje Corantijnpolder waar hij altijd zodra hij in Suriname was, de speelkameraad uit zijn jeugd placht op te zoeken. Veertig jaar geleden leerde hij als zevenjarige een deel van het leven in Suriname kennen die een blijvende plek in zijn hart zou veroveren. Ver van stedelijke bekrompenheid probeerde hij te ontsnappen aan de benauwende bescherming van zijn ouders. Waar districtsjongens droomden van de verre grote stad, confectiekleding en schoeisel, popelde hij om na school zijn schoenen uit te schoppen om joel te kunnen spelen. Om de weidsheid van de polder te verkennen en te voetballen tot het vallen van de avond. 'Dat was een heel mooie periode in mijn leven. Door met die kinderen te spelen heb ik de Hindostaanse taal goed leren spreken. Ik heb tot mijn achttiende Hindostaans gesproken met mijn moeder en Nederlands met mijn vader. De eerste zes maanden in Nickerie verbleven we in Hamptoncourtpolder. Mijn eerste les in het Sarnami vergeet ik nooit, dat was al op de eerste schooldag. Ik zag een roestige spijker in het gebouw en zei "dekh i khillá murcán hai" en toen zei een van de jongens "e bai..khillá ká yár" en toen zei de ander "u nail ke bole hai". Daar heb ik het Sarnami geleerd, van die jongens.”

 

 

 

 

Gajadin
Chitra Gajadin (District Suriname, 21 juni 1954)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Helmut Heißenbüttel werd geboren op 21 juni 1921 in Rüstringen, tegenwoordig Wilhelmshaven. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

 

Gedicht von Farben

das schräg herunter taumelnde einzelne schwarze Erlenblatt
die roten Punkte der Hagebutten im schwarzen Graben
die schwarz gefransten Brüche im grauen Asphalt
der Hahnenschrei im Nebel
das apfelsinenfarbene Reet des November
Erinnerung an John Cage mit der Muschel auf den Knien
der raspelnde Ton der Bewegung des Windes an meinem Ohr
der rostige Ton der Kirchuhr im Nebel
das rostige Laub der Kastanie am Bahnhof in Krempe
der schwarze Augenblick der Wahrheit
das Geräusch beim Niedersetzen des Topfes ein Hörspiel
die Besen der Erlenallee und das dichtere Gestrichel der Rotdornbüsche
ich erkenne das Schwarze im dichteren Gestrichel der Rotdornbüsche wieder
das Wiedererkennen der Schwärze der dichteren Dichte
das schwärzliche Rot der Mehlbeerbüsche im Dezember
das grüne Giebeldreieck im grauen Reetdach
das grüne Giebeldreieck im grauen Reetdach im Winter
das grüne Giebeldreieck im grauen Reetdach im Winter mittags

 

 

 

 

das Sagbare sagen

das Sagbare sagen
das Erfahrbare erfahren
das Entscheidbare entscheiden
das Erreichbare erreichen
das Wiederholbare wiederholen
das Beendbare beenden

das nicht Sagbare
das nicht Erfahrbare
das nicht Entscheidbare
das nicht Erreichbare
das nicht Wiederholbare
das nicht Beendbare

das nicht Beendbare nicht beenden

 

 

 

 

heissenbuettel
Helmut Heißenbüttel (21 juni 1921 – 19 september 1996)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Wulf Kirsten werd geboren op 21 juni 1934 in Klipphausen bij Meißen. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

 

Vor der Haustür

 

Vor der Haustür
manchmal morgens,
wenn ich vor die haustür trete,
den stadtrand noch stille anwandelt
für einen atemzug,
umfängt mich herzbeklemmend die fremde.
nichts kommt auf mich zu.
nichts werd ich kommen lassen
auf diesen abgetretnen gehwegplatten.
mein weltvertrauen setzt
auf jede postwurfsendung,
auf knüllpapier im schnittgerinne,
auf pflichtbewusstes anstandsgrün,
gezargt in kümmerwuchsrabatten.
eine fremde, kehlumspannend,
zaunentlang und mauerhin.
ein fremdling bin ich
mir selbst, landlos,
dorfverloren, ausgesandt

 

 

 

 

 

 

Kirsten
Wulf Kirsten (Klipphausen, 21 juni 1934)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse werd geboren op 21 juni 1954 in Wenen. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

Uit: Das war Österreich
Man kann alle österreichischen Phänomene nur verstehen, wenn man sich vor Augen hält, daß Österreich ein Museum ist. Gerade auch die Tatsache, daß das österreichische Staatsoberhaupt und ein Museumsdirektor demselben Anforderungsprofil genügen müssen: zum Beispiel Waldheim und der Direktor des Kunsthistorischen Museums Wilfried Seipel: Beide sind nicht über eine moderne Qualifikation definiert, sondern wesentlich über ihre Vergangenheit. Allerdings nicht über irgendeine Vergangenheit, sondern über eine solche, die dem österreichischen Geschichtsverständnis insgesamt entspricht. Das heißt, daß beide in der Vergangenheit möglicherweise nichts gemacht haben, wirklich nichts oder nichts wirklich, ausgenommen das, was alle gemacht haben. Wer will es ihnen also vorwerfen, zumal nichts bewiesen ist - es ist alles nur möglicherweise geschehen, und diese Auflösung der Geschichte in ein System von Möglichkeiten ist eben die österreichische Identität.

Nur in Österreich, unter den beschriebenen Voraussetzungen, ist es daher auch möglich, daß nicht nur das Kunstministerium, sondern sämtliche Ministerien mit kulturellen Belangen befaßt sind. Die Bundestheater, aber auch die Salzburger Festspiele unterstehen dem Finanzministerium. Im Mozartjahr 1996 trat selbst der Verkehrsminister als Dirigent auf. Das Außenministerium wiederum ist für Leihgaben und Versand österreichischer Exponate zuständig. Es organisiert etwa große Auslandstourneen der Lipizzaner, die daher von den österreichischen Zeitungen "unsere kulturellen Botschafter im Ausland" genannt werden. Für diese Botschafter ist allerdings gleichzeitig das Landwirtschaftsministerium zuständig. Und so weiter. Es gäbe noch unzählige Beispiele, die zeigen, daß die staatlichen Strukturen Österreichs der Logik eines Museums gehorchen, das die Größe eines ganzen Landes hat, unzählige Beispiele aus der Geschichte der Zweiten Republik, die deutlich machen, daß das Prinzip der österreichischen Politik die Kulturpolitik ist.”

 

 

 

 

Menasse
Robert Menasse (Wenen, 21 juni 1954)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

Fire

 

Probably I am an ordinary middle-class
believer in individual rights, the word
"freedom" is simple to me, it doesn't mean
the freedom of any class in particular.
Politically naive, with an average
education (brief moments of clear vision
are its main nourishment), I remember
the blazing appeal of that fire which parches
the lips of the thirsty crowd and burns
books and chars the skin of cities. I used to sing
those songs and I know how great it is
to run with others; later, by myself,
with the taste of ashes in my mouth, I heard
the lie's ironic voice and the choir screaming
and when I touched my head I could feel
the arched skull of my country, its hard edge.
 

 

 

 

 

Don't Allow the Lucid Moment to Dissolve

 

Don't allow the lucid moment to dissolve
Let the radiant thought last in stillness
though the page is almost filled and the flame flickers
We haven't risen yet to the level of ourselves
Knowledge grows slowly like a wisdom tooth
The stature of a man is still notched
high up on a white door
From far off, the joyful voice of a trumpet
and of a song rolled up like a cat
What passes doesn't fall into a void
A stoker is still feeding coal into the fire
Don't allow the lucid moment to dissolve
On a hard dry substance
you have to engrave the truth

   

 

 

 

 

Vertaald door  Renata Gorczynski

 

 

 

 

 

zagajewskim
Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)

 

 

 

 

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

XII. Here’s Our Clean Business Now Let’s Go Down the Hall to the Black Room Where I Make My Real Money

You want to see how things were going from the husband’s point of view---
let’s go round the back,
there stands the wife
gripping herself at the elbows and facing the husband.
Not tears he is saying, not tears again. But still they fall.
She is watching him.
I’m sorry he says. Do you believe me.
Watching.
I never wanted to harm you.
Watching.
This is banal. It’s like Beckett. Say something!
I believe

your taxi is here she said.
He looked down at the street. She was right. It stung him,
the pathos of her keen hearing.
There she stood a person with particular traits,
a certain heart, life beating on its way in her.
He signals to the driver, five minutes.
Now her tears have stopped.
What will she do after I go? he wonders. Her evening. It closed his breath.
Her strange evening.
Well he said.
Do you know she began.
What.


If I could kill you I would then have to make another exactly like you.
Why.
To tell it to.
Perfection rested on them for a moment like calm on a lake.
Pain rested.
Beauty does not rest.
The husband touched his wife’s temple
and turned
and ran
down
the
stairs.

 

 

 

 

annecarson
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 21 juni 2007.

 

 

De vader van de baby Constantijn, wat hem

 

De vader van de baby Constantijn, wat hem
voor ogen zweefde stuit en kalmeert mij niet.
Precieze dromen moet ik ’s nachts wel uit,
naar de keuken en ik wil dan nog een uur
op een bevriende stoel.

Niet de geringste engel zou er voor
hebben gevoeld verder te gaan
met haar broze, bedreigde lichaam.

Hij heeft veel te veel bedoeld.
Ik kom niet uit met zijn stoïsch verdriet
en niet met zijn troostrijke orde.

Hoe waar zijn die in zijn huis
trouwens geworden?

Want de moeder schreef het niet.

 

 

 

 

Soms moet

 

Soms moet het werkelijk stil zijn,
zij luidt haar kleine bel,

aandacht sneeuwt neer.

 

Nu nemen alle levenden hun stoeltje
op, zij maken een kring en wachten op

een lettergreep, een zegening,

een inval van een beer.

 

Ze is een beetje schele fee,
dat geeft haar fluisteren mysteries

mee; (daar gaat er een opeens

genezen).

 

De zon schijnt welgemoed en
zo rustig langs haar wangen.

 

Dit is vrede boven de
nieuwsgierigheid, waarnaar ze

grijs geworden, dik van leven

nog verlangen.

 

 

 

 

 

 

Leeflang_Vincent Menzel
Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

Foto: Vincent Menzel

 

 

16-06-08

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Giovanni Boccaccio, Torgny Lindgren, Theo Thijssen, Erich Segal, Cláudia Ahimsa, Elfriede Gerstl, Frans Roumen


De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blogs van 16 juni 2006, mijn blog van 13 juni 2007, mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 29 november 2007.

 

Uit: cláudia ahimsa  (poetry international '98)

 

“Cláudia Ahimsa (Porto Alegre, 1963) studeerde moderne dans en theater in Brazilië. Ze studeerde af aan het Tanztheater van Pina Bausch, en woonde van 1988 tot 1996 in Duitsland.

Vervolgens woonde ze een jaar in de Verenigde Staten. Ze maakte reizen naar Nepal, Tibet, Bali, Griekenland, Turkije, Jamaica, Denemarken, Ierland en Schotland.

Deze reizen laten hun sporen na in haar gedichten. Er zijn referenties aan allerlei plaatsen in de wereld, maar nauwelijks aan Brazilië. Dikwijls is er sprake van een onbeduidend voorval als aanleiding tot een originele gedachtengang. De gedichten gaan over een manier van kijken naar de dingen - een manier die onbevooroordeeld is; ze lijkt alles te willen zien alsof het voor het eerst is. Daarbij is het absurde nooit ver verwijderd van het alledaagse.

Cláudia Ahimsa heeft sinds 1992 drie dichtbundels gepubliceerd. Zij is ook actief op politiek gebied: zij ijvert voor de bevrijding van Tibet en de onafhankelijkheid van Oost-Timor. ‘Ahimsa’ is Sanskriet voor ‘geweldloosheid’.

 

 

Estudos

 

Me disseram que ali embaixo

coisas miúdas

têm olhos e ânus...

Removo a pedra e sopro.

Não aceito

mais este enigma.

 

 

 

Studie

 

Men heeft mij gezegd dat hier beneden

minuscule dingetjes

ogen hebben en anussen...

Ik verwijder de steen en kijk.

Ik kan niet leven met

dit zoveelste raadsel.

 

 

 

 

Tierelyrisch

 

En ze ontwaakte van abrupte vreugde

trachtte zich aan te kleden

trok niets aan

 

vergeefs zocht ze enig detail

te vatten in de spiegel

dat tenminste iets normaals zou passen

in de impulsen van die anarchie

 

die draden uit de zijde haalde

die parfum goot op de rozen

haar geslacht afdroogde aan de gordijnen

en op de nagels van haar tenen beet

 

ze belde de telefoniste

en legde uit dat ze gelukkig was

 

totdat ze haar verstikte

absurd van grootheid

buitensporig brutaal

 

de vreugde laat af

 

ze liet zich naakt op bed vallen

en rolde schaterend om en om

totdat ze droevig werd.

 

 

 

 

De oude dichter

 

Nee

hij heeft geen kudden opgedreven

het zijn gerecyclede woorden

melodieuze vlakten

 

Nee

hij heeft de weiden niet verdord

hij heeft de blaadjes omgedraaid

geprojecteerd in halvemanen

 

voor zijn ogen

     eerstvolgende schutting

de horizon

     die een eeuw overbrugt.

 

 

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

 

 

 

willemsen
August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Nostalgia

Rural District School #7, Ransomville, New York

Crumbling stone steps of the old schoolhouse
Boarded-up windows shards of winking glass
Built 1898, numerals faint in stone as shadow
Through a window, obedient rows of desks mute
Only a droning of hornets beneath the eaves,
the cries of red-winged blackbirds by the creek

How many generations of this rocky countryside grown & gone
How many memories & all forgotten
no one to chronicle, no regret

& the schoolhouse soon to be razed & goodbye America
The flagless pole, what relief!
I love it, the eye lifting skyward to nothing

Never to pledge allegiance to the United States of America
again
Never to press my flat right hand over my heart again
as if I had one

 

 

I Saw A Woman Walking Into A Plate Glass Window

I saw a woman walking into a plate glass window
as if walking into the sky.

I saw her death striding forward to meet her,
shadowed in flawless glass.

Dogwood blossoms drew her, a lilac-drugged air,
it was beauty's old facade,
blinding,
blind: the transparency
that, touched, turns opaque.

The frieze into which she stepped buckled in anger
and dissolved in puzzle parts about her head.

*          *          *

 

I saw a woman walking into sunshine confident and composed
and tranquil to the last.

I saw a woman walking into something that had seemed nothing.
As we commonly tell ourselves.

The trick to beauty is its being unassimilable,
a galaxy of glittering reflections,
each puzzle part in place.
Not this raining of glass and blood
about the amazed head.

The unfathomable depths into which she stepped became
the merest surface,
Pain and noise.

*          *          *

 

I saw a woman walking into her broken body
as if she were a bride.

I saw her soul struck to the ground because mere space
could not bear it aloft.

I saw how the window at last framed only what was there,
beyond the frame,
that could not fall.

My throat filled with blood:
you would not have believed how swiftly.

 

 

 

 

oates

Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 

 

De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

The 1000 Nights

 

And so for one thousand nights,
I watched the teardrop rain of a thousand rotting suns,
And in this hour of haste and need
my soul has lost its purchase.

 

I sit weeping beneath the listful heavens,
watching brother and brother unite,
as the forming of this unification
finds a means to kill the father.

 

How wretched we have become,
How stark our language finds us.
What then are we to withhold
From the lion who lies in wait?

 

A prayer from merchants, empty of salvation,
Hear me and listen, pay heed my friend,
For these one thousand nights will pass for you as well
Prepare a way for their coming,
And lose yourself amongst the sands of death.

 

 

 

Where Did I Put My Poems?

 

Poetry,
what a weird damn thing!
I’ve written tons of great poems,
I mean truly great, great poems.
I’ve lost them all.

I don’t know where I put them.
I wrote them down and left them somewhere,
they must haven gotten moved by someone;
they must have been put away;
lost forever most likely.
it’s a shame really;
they were really, really great poems.

I don’t mean that I wrote them all at once,
and then lost them.
oh no, not at all – Not by a long shot.
I would write one,
then another quite a while later.
I wrote a bunch of really bad ones in between.

None of them rhymed much I don’t think.
well, perhaps a few did.
I can’t quite be sure now.
I think I wrote most of them while I was stoned.
words sometime seem to flow easier when I’m stoned.

I don't get stoned much anymore

I wish I could remember them,
I’d write them down again.
but, although I’ve tried,
I just can’t remember.
I do remember that they were good.
I don’t remember what they were about,
or how they went.
I wish I could remember
if they even ever existed at all.

It’s a real shame that they’re gone now.
you would have loved them.
they were really, really great.
damn, those poems were so good.

This one is shit.

 

 

 

 

 

normal_DerekAudette_Promo2
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Decamerone

 

En terwijl ze dit besluit voortdurend voor ogen hielden, bleven ze schertsend en lachend als altijd met Lorenzo omgaan. En op een dag gingen ze zo, onder het voorwendsel dat ze met zijn drieën een uitstapje wilden maken, de stad uit en namen Lorenzo mee. Toen ze nu op een eenzame en afgelegen plek waren aangekomen, zagen ze hun kans schoon en doodden hem terwijl hij nergens op verdacht was. Vervolgens begroeven ze hem zonder dat iemand er iets van merkte. En bij hun terugkomst in Messina verspreidden ze het gerucht dat ze hem voor zaken ergens naar toe hadden gestuurd: iets wat gemakkelijk geloof vond omdat zij hem vaak dergelijke reizen heten maken. Toen Lorenzo maar niet terugkwam en Lisabetta zich over zijn afwezigheid ongerust begon te maken, vroeg zij haar broers herhaaldelijk en met grote nadruk waar hij toch bleef. En omdat zij steeds maar bleef aandringen, zei een van haar broers op een dag tegen haar: 'Wat heb je toch? Wat heb jij eigenlijk met Lorenzo te maken, dat je zo vaak naar hem vraagt? Als je nog eens een keer naar hem vraagt, zullen wij je het antwoord geven dat je verdient.' Triest en terneergeslagen en ten prooi aan een onbestemde angst wachtte de jonge vrouw vanaf dat moment bezorgd en zonder nog iets te vragen af wat er zou gebeuren. En dikwijls riep ze 's nachts bedroefd de naam van haar vriend en smeekte zij hem terug te komen, en vaak huilde zij hete tranen over zijn langdurige afwezigheid. En terwijl ze nergens meer plezier in had, bracht ze haar dagen in bange afwachting door.

Eens op een nacht, toen zij erg had geschreid om haar geliefde die maar niet terugkeerde, was zij tenslotte huilend in slaap gevallen. En tijdens die slaap verscheen haar toen Lorenzo. Hij zag er bleek en weggetrokken uit en zijn kleren waren aan alle kanten gescheurd en weggerot. En het was alsof hij tegen haar zei: 'O Lisabetta, dag en nacht roep je mijn naam en treur je over mijn afwezigheid, en de tranen die je vergiet zijn een zware beschuldiging aan mijn adres. Daarom kom ik je zeggen dat ik niet meer bij jou kan terugkeren, omdat ik op de laatste dag dat jij me hebt gezien door jouw broers ben vermoord.' En hij wees haar de plaats aan waar ze hem hadden begraven. En nadat hij tegen haar had gezegd dat zij hem niet meer moest roepen of verwachten, verdween hij.’

 

 

 

 

boccaccio
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

 

 

 

 

 

 

 

De Zweedse schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

Uit: Der Weg der Schlange (Vertaald door Gisela Kosubek)

 

"Herr im Himmel, war es Karl Orsa, Bauer und Krämer, den du seinerzeit begraben wolltest, als du Kullmyrliden solcherart zerrissen hast, oder mich, mein Haus und Johanna? Und die Kinderchen, noch ganz ohne Leben?
In unseren Gegenden kann solches nicht geschehen, ward behauptet. Erdbeben, Risse, Verwerfungen. Mitnichten.
Allein um dieses will ich dich fragen.
Du kennst meine Umstände.
Hochschwedisch, Herrgott, wie ich es jetzt mit dir spreche, das habe ich in Baggböle gelernt und vom Jakob.
Umstände ist ein grobes Wort.
Ich will dir alles kundtun, Herrgott.
Ich will dir all und jedes kundtun, von Anfang bis Ende, und dann will ich dich fragen nach dem, was ich nicht verstehe. Ich, Johann Johansson, von den Leuten Jani Großmaul genannt, sicher auch so geheißen von dir, der jeglichen mit gleicher Elle mißt, geboren in Kullmyrliden achtzehnhundertneunundvierzig, im selbigen Jahr, da Großvater Alexis sich erhängte an einer von Oll Karlsas Kiefern, eigenen Wald besaß er dazumal nicht mehr, und im selbigen Jahr, da zwei von Johan Olovs Ochsen bei der Quelle am Gårdmoor durchs Eis brachen und ihr somit den Namen gaben, Oxkallkälla. Denn jegliches soll einen Namen haben.
Wenn dir, Herrgott, jemals ein Becher Wasser vonnöten ist, um den Durst eines ewigen Wesens zu stillen, so sag ich dir, geht zur Oxkallkälla, sie ist klar und kalt gleich der Luft zwischen den Sternen, und sie liegt nur zehn Schritt weit von den Letztstegen vor dem Granberg.
Du weißt, ich bin aufsässig geboren, du hast mich so erschaffen. Und ständig sprachst du zu mir: Du sollst nicht aufsässig sein, Jani Großmaul. In dieser Sache, Herr, bist du wundersam, du formst uns auf ganz eigene Weise, manch einen selbstgefällig, andere störrischen Wesens oder von sonst einem Schlag. Und dann verbrauchst du unser Leben, um uns zu unterweisen, daß wir dergestalt nicht sein sollen, wir sollen nicht sein auf jene besondere Weise, wie du uns erschaffen. Doch tatest du gut daran, mir nur weniges zu geben, auf das mein Trotz sich richten ließ. Wär's dein Wille gewesen, mich zum Sohn eines Krämers oder Großbauern zu machen, so wär ich wohl ein gefährlich Mannsbild geworden, mit all diesem Eigensinn und dem Querwuchs im Stamm meines Wesens, ich hätt ein übler Herr werden können.“

 

 

 

Lindgren
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen als dochter van joodse ouders. Ze studeerde geneeskunde en psychologie. Medio jaren vijftig begon ze in tijdschriften te publiceren. Zij debuteerde in 1962 met Gesellschaftsspiele mit Mir. Ook een succes werd Gerstls roman Spielräume uit 1977. Een van haar bekendste werken is de uitgave Kleiderflug, Schreiben Sammeln Lebensräume, die in 2007 opnieuw is uitgebracht.

 

die depperte gewohnheit

 

die depperte gewohnheit
gern im bett zu schreiben
rest aus der zeit wo mir kein eckerl eigen
kein tisch kein kastl - gar kein ruheort
jetzt ist die wohnung vollgestopft
mit büchern und mit kleidern
zum teil in säcken schachteln koffern
so wiederhole ich die zeit der flucht
die zeit der armut
in der s nicht üblich war was wegzuschmeissen
mit angst und krankheit falsch (meschugge)
umzugehen
hab ich noch immer nicht so ganz verlernt
als würde einer jahrelang noch weitertrippeln
nachdem die fesseln von den füssen
längst ihm abgenommen

 

 

 

 

ElfriedeGerstl
Elfriede Gerstl (Wenen, 16 juni 1932)

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Rooilaan langs de Maas

Eerst dient de horizon zich weidser aan,
zo zonder bomen die het uitzicht zeven.
Dit werd pas 's winters even vrij gegeven,
om er dan snel een loofdoek voor te slaan.

Een kleine bal, een zwarte volle maan,
lijkt al wat in de verte is gebleven.
De bomen zijn steeds ijler weggedreven.
Van dichterbij zie ik een pony staan.

Daar ging ik met de hond elk jaargetijde,
tot vreemde mannen ons met vuur beroofden
van deze gang die ons voor kort bevrijdde

van kooi en tijd. En ik herinner mij de
begeerde schaduw die het zonlicht doofde,
het herfstgeruis dat eeuwigheid beloofde.

 

 

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957) woont en werkt in Nijmegen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007. en mijn blog van 16 juni 2006. 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 juni 2007. 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879.

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren.

 

 

30-11-07

In memoriam August Willemsen


De Nederlandse vertaler en schrijver August Willemsen is gisteren overleden. Hij is 71 jaar oud geworden. Na zijn middelbare school in Amsterdam, ging Willemsen in dezelfde stad naar het conservatorium, richting piano. Dit bleek geen succes en op vrij late leeftijd startte hij een studie Portugees. Door zijn vertalingen van de Portugese dichter Fernando Pessoa raakte hij bekend als een vooraanstaand vertaler. In 1983 werden zijn vertalingen bekroond met de Martinus Nijhoff-prijs. Willemsen maakte ook naam als schrijver. In 1985 publiceerde hij Braziliaanse Brieven over zijn verblijf in Brazilië. In 1986 ontving hij daar de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor. In 1991 verscheen De val, over zijn drankverslaving en zijn revalidatie na een ongeval en in 1994 De goddelijke kanarie, een lyrische geschiedenis van het Braziliaanse voetbal. Hij werkte aan een biografie van de tragische Braziliaanse stervoetballer Garrincha en aan een vertaling van het volledige werk van Pessoa. Zie ook mijn blog van 16 juni 2006 en mijn blog van 16 juni 2007.

.

 

'Programma voor na mijn dood'

 

Wanneer ik, na mijn sterven, aankom in de andere wereld,
Zal ik eerst mijn vader en moeder willen kussen, mijn broers en zusjes, mijn opa en oma,
ooms en tantes, neefjes en nichtjes.
Daarna zal ik langdurig een paar vrienden omhelzen – Vasconcelos, Ovalle, Mário…
Ook zou ik graag de heilige Franciscus van Assisi ontmoeten.
Maar wie ben ik? Teveel eer.
Dit gedaan zijnd zal ik verzinken in de aanschouwing van God en zijn glorie,
Vergeten, voor altijd, alle heerlijkheden, pijnen en verbijsteringen
Van dit andere leven aan deze zijde van het graf.

 

 

 

 

Manuel Bandeira (vertaald door August Willemsen)

 

 

 

 

wilemsen
August Willemsen (16 juni 1936 - 29 november 2007)