24-12-11

Kerstnacht (August van Cauwelaert)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

De Geboorte van Christus, Carl Heinrich Bloch, tussen 1865 en 1879

 

 

 

Kerstnacht

 

De Kerstnacht is begonnen

Een nacht vol koele maan;

Het bassen der kanonnen

Is van de lucht vergaan.

 

Wij hebben 't roer geborgen,

Den gordelriem ontgord.

Tot de ongewenschte morgen

Ons weer ter wallen port.

 

Ter dekking, diep gedoken

In schemer, 't aangezicht;

Maar buiten, de aarde ontloken

In wonder rijpend licht.

 

Geen moord of vloek ontheiligt

't Gelaat van dezen nacht;

Ons leven rust beveiligd

Onder de sterrenwacht.

 

Want ook ter andre zijde,

Van waar ons dood besprong,

Zal 't hart de boodschap beiden

Die voor de herdren zong.

 

Hoe worden, schroom-bevangen,

De menschenkindren goed;

De weemoed van verlangen

Vermildert ons gemoed.

 

Hoe hebt ge uw kindren, Vader,

Verheerlijkt uit hun smart;

Hoe staan we uw vrede nader

En nader aan uw hart.

 

Wordt ons uw Zoon herboren

In deze' onzaalgen tijd?

Onduldig luistren de ooren

Of daar geen kindje schreit.

 

De onvreed'ge volleren smachten;

Weer recht zich kranke hoop;

De kring van dage' en nachten

Omschreef zijn nieuwen loop.

 

En lage sterren dwaalden,

Beroerd door vreemde macht;

Ach, of nu 't Kerstkind daalde

In de armoede 'onzer gracht.

 

Daar is geen vuur, te warmen

Verkleumde hoofd en voet,

Maar in ons schuttende armen

Herbloeit het weiger bloed.

 

Ons schoudren zullen dekken

De' onmond'gen schoonen knaap,

Een leger hem verstrekken

Ons mantels voor zijn slaap.

 

De palm, dien 't werk verweerde,

Zal zacht van zorge zijn,

Bang dat óns hand hem leerde

De straal van de eerste pijn....

 

Zoo dalen en zoo rijzen, -

De hemel doel of de aard, -

Ons rustiger gepeizen

In veilig-vrome vaart.

 

Ach, als ge uit arremoede

Tot heil verkoren zijt,

En 't harte gaat bevroeden

Waar 't glanzende oog om schreit....

 

Hoe lang zal 't wonder duren?

Wij luistren sprakeloos....

En traagzaam wenden de uren

Ter nachtelijke roos.

 

Dan komt, de sterren tegen,

In dubblen toon en taal,

Uit dubble gracht gerezen

Het oude kerstverhaal.

 

 

 



August van Cauwelaert (31 december 1885 - 4 juli 1945)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn vorige blog van vandaag en mijn eerste blog van vandaag.