08-10-17

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, John Cowper Powys, Sergei Efron, André Theuriet, Nikolaus Becker, Atticus Lish

 

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Winterwende

Verder en verder
de stad uit,
naar de onverlichte landen
wandelt hij,
de oude buitenslaper,
tranen kwijlend in zijn baard.
In het donker moet hij zoeken
naar wat niet
tussen mensen bestaat.
Oorzaakloos
flakkert in de lege kamer
een kaars.
Tijd likt onze handen,
trouwe hond die stinkt
en ouder wordt. Daarom
moeten wij vuren branden,
en alsmaar luisteren naar Bach.

Waar de nacht wit is
en schitterend van vorst,
keert hij om
en strompelt naar de stad terug
als een koning
met sterren bestrooid.
Samen met de ochtend
nadert hij, de ijspegels
aan zijn baard half ontdooid.
Gooi het joelblok in de haard.
Vouw cirkels tot slingers
en kroon de boom
rood wit rood.
Drie vonken stijgen
in de nacht:
een voor jezelf,
een voor je familie,
een voor de wereld.

 

 

Bosrand

Op een herfst zonder geloof
ging ik naar de hoeders van gene zijde.
Het was toen oktober
en mijn haar kleurde rood.
Ik ging uit de tijd,
dat wil zeggen,
ik ging uit de wereld.
Sprak tot een omgevallen boom
en zong voor één stervend blad.
Ik zag dat het denken
een lelijk huis was:
een vierkante woondoos
die ongenadig oprees uit de polders.
Sloopkogels!
Maar had alleen een BIC M10.

Langs een slootje schrijf ik dit,
bij dalend licht,
met uitzicht op een bosrand.
Tussen de stammen,
waar de nacht al begonnen is,
fluit een vogel de aarde stil.

 

 
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Lees meer...

08-10-16

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, John Cowper Powys, Sergei Efron, André Theuriet, Nikolaus Becker, Atticus Lish

 

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Dag liefje

Dit gedicht is andersom,
want alles is voorbij.
Het wordt al lente en
ik moet weg van hier.

Het mooie van de tijd is
dat hij doorgaat, trouwer dan mensen.
Zo verdwijnt ook alle pijn.
Zing maar met de vogels
die slecht weinig jaren hebben.

Dag liefje,
Sommige dingen heb ik nooit
gezegd, maar wel altijd gedacht.

Ik weet nog dat ik je zag
voor het eerst, in een zweefmolen,
je had een potlood in je haar.

 

 

Uit: Gratis tijd voor iedereen.

Elf witte gedaanten / in duisternis
Adem en ruis / onder zware gewelven

Diep in de zalen / flakkerend rood
Achter de stilte / één kleine vlam

Stenen plavuizen / glanzend van leegte
Roerloos rechtop / monnik en touw

Dunne witte armen / glijden uit plooien
Traag als gebeden /  omhoog langs het koord

Een knallende slag / wordt ronde galm
Sterft eenzaam uit / in zuigende stilte

De ruimte staat op / dan nogmaals een dag
Tien witte gestalten / schuifelden weg

Alleen blijft de monnik / met dreunend lawaai
In de doodstille kerk / absoluut silhouet

 

 
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Lees meer...

08-10-15

Atticus Lish

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Amerikaanse schrijver Atticus Lish werd geboren in 1972 in New York. Net als zijn vader, de invloedrijke literaire uitgever Gordon Lish, bezocht Lish de Phillips Academy, waar hij Mandarijn studeerde. Lish beschrijft zijn jeugd als "zeergeprivilegieerd”.Lish vertrok al na twee jaar van Harvard University. Hij had vervolgens enkele simpele baantjesn, waaronder Papaya koning en in een schuimfabriek in Gardena, Californië]. Lish trad toe tot de US Marine Corps, maar werd na anderhalf jaar eervol ontslagen. Hij trouwde met zijn vrouw, Beth, een in Korea geboren onderwijzeres, in 1995. Lish keerde terug naar Harvard en studeerde af met een scriptie over Ascoli theorema.] Tijdens zijn tweede stieperiode volgde Lish een ​​cursus fictie die hem inspireerde om zich te concentreren op het schrijven. In 2005 brachten Lish en zijn vrouw een jaar als docenten Engels door in de Chinese provincie Hubei. Een bezoek aan het afgelegen noordwesten van het land werd de inspiratie voor zijn Oeigoerse protagonist. Lish verhuisde in 2006 naar Brooklyn. Hij begon te werken aan “Preparation for the Next Life” in 2008 en besteedde vijf jaar het schrijven van het boek in handschrift. Lish, die vloeiend Mandarijn spreekt werkte als technisch vertaler op het moment van de publicatie van zijn roman. In november 2014 vertelde hij de Times dat hij was begonnen met het werk aan een andere roman. Als inspiratiebronnen noemt Lish Hemingway, Dos Passos, Flaubert, Tolstoj en de Bijbel. Lish volgde zes jaar lang een opleiding om professionele mixed-martial-arts vechter te worden, en blijft sport beoefenen, waaronder Braziliaanse jiujitsu, in New Yorks sportscholen. Het succes van zijn debuutroman “Preparation for the Next Life” uit 2014 kwam voor zijn onafhankelijke uitgever als een complete verrassing. Lish won een aantal prijzen, waaronder de PEN / Faulkner Award.

Uit:Preparation For The Next Life

After they crossed 111th Street, they encountered more headlights coming at them, bouncing along underneath the elevated tracks, and they began keeping to the sidewalk. From far away, they heard a rumbling that grew louder and louder until it reached them and the subway came thundering over their heads and screeched and slowed and came smashing to a stop. It exhaled and all the doors opened and the cold white light from inside the cars was cast down from high up above and the intercom spoke. Before they reached it, the subway went away, making blue sparks, and a little group of quiet men with Indian faces and string knapsacks and work boots was coming down the Z-shaped flight of stairs to the street.
Is this where you were talking about?
The intersection smelled like sweet fried plantains and chicken.
I come here before.
The men appreciated Zou Lei and one of them clucked his tongue at her as he and his friends crossed the intersection, passing in front of a truck with its engine gurgling and headlights spotlighting the men, flinging their shadows on the cement wall of a lounge.
There’s bars here, Skinner said. Will you drink with me?
Up to you.
They went into a windowless one-story building filled with Spanish singing and red light. There were men standing almost motionless swaying in the dark in cowboy hats and belt buckles. One of them staggered and his friends picked him up. You could not hear him in the music but you could see his mouth open and his eyes shut, shouting or crying out.
Skinner and Zou Lei waited at the bar until the short woman who tended bar in a cowboy hat came down to them.
Two beers, he said, holding up two fingers. Coors.
Coronas, the woman said.
Skinner picked up his bottle and drank off half of it as soon as it was put in front of him.
Zou Lei was talking to him, but he couldn’t hear her. She held up her bottle and they tapped their bottles together, then she drank. He put his arm around her. She shifted slightly, making it awkward.”

 

 
Atticus Lish (New York, 1972)

18:53 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: atticus lish, romenu |  Facebook |