30-06-17

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Campo dei Fiori

Op Campo dei Fiori in Rome
manden met olijven, citroenen,
stenen die bespat zijn met wijn,
en met restjes van bloemen.
Door kooplui op tafels gestort
het roze fruit van de zee,
donkere trossen van druiven
vallend op het perzikdons.
Hier, juist op dit plein, werd ooit
Giordano Bruno verbrand.
De beul stak de brandstapel aan,
door het nieuwsgierige plebs omringd.
Maar de vlam was amper gedoofd,
of de taveernen zaten al vol.
Op de hoofden van de kooplui
manden met olijven, citroenen.
Ik dacht aan Campo dei Fiori
bij de zweefmolen in Warszawa,
op een zachte voorjaarsavond,
terwijl vrolijke muziek weerklonk.
De melodie overstemde
de salvo’s in het getto vlakbij,
en in de zachte voorjaarslucht
stegen de paren steeds hoger.
Uit brandende huizen joeg
de wind zwarte vliegers naar ons
en zij die zweefden en draaiden
vingen de flarden op in de lucht.
Die wind van brandende huizen
woei de meisjesjurken omhoog.
En de mensen lachten erom,
die mooie zondag in Warszawa.
Voor de een kan de moraal zijn
dat het volk van Warszawa en Rome
slechts handelt en vrijt, zich vermaakt,
en brandstapels, martelaars mijdt.
Een ander concludeert wellicht
dat al wat menselijk is vergaat,
en de vergetelheid begint
nog voor de vlammen zijn gedoofd.
Ik moest toen echter denken
aan de eenzaamheid van stervenden,
aan Giordano die de treden
van het schavot beklom
en in de taal van de mensen
geen woorden kon vinden, niet één,
om afscheid te nemen van hen,
afscheid van die mensheid die bleef.
Zij zaten weer aan de wijn
en verkochten hun zeesterren,
droegen in het vrolijk rumoer
manden met olijven, citroenen.
En hij was al heel ver van hen,
er leken eeuwen verstreken,
al hadden ze maar even gewacht
terwijl hij wegvloog in vlammen.
Ook deze eenzaam stervenden,
door de wereld al vergeten,
begrijpen onze taal niet meer,
als stamt ze van een oude ster.
— Tot alles een legende is
en op een nieuwe Campo dei Fiori
na jaren een dichters woord
het oproer laat ontbranden.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

30-06-16

Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Juli Zeh, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Avond

Voor maansopgang is er een moment van lage wolken,
volmaakt onbeweeglijk op de lijn van de zee:
abrikoosachtig doorschijnend met een scherpe krans van as
verdonkert, dooft en koelt het af tot grijzig vermiljoen.

Wie ziet dit? Hij die niet meer weet of hij bestaat.
Hij zet stappen op het strand, hij wil niet vergeten.
Vergeefs! Hij is even onherroepelijk als de wolken.
Longen, lever, seks, dat ben ik niet, is niet van mij.

Maskers, pruiken, cothurnen, kom hier bij mij!
Maak een ander van me, zet mij op een hel toneel,
zodat ik een ogenblik geloven kan dat ik besta!
O hymne, o poëem, o melopee,

zing met mijn mond, verstom je, dan ben ik verloren!
En zo zinkt hij langzaam diep de nacht in,
Oceanus. Niet langer hier gehouden
door zonsopgang of het opgaan van de maan.

 

 

Op mijn achtentachtigste verjaardag

Een stad wemelend van overdekte passages,
smalle pleintjes en arcaden,
terrasgewijs afdalend naar de baai.

En ik, starend naar het jonge schoon,
lichamelijk en onbestendig,
naar zijn dansende bewegen tussen oude stenen.

De kleuren van de jurken naar de zomermode,
het getik van schoentjes op de eeuwenoude tegels
verheugen mij door het ritueel van de terugkeer.

Het bezoeken van kathedralen en vestingtorens
heb ik lang geleden achter me gelaten,
Ik ben als hij die ziet, maar zelf niet voorbijgaat,
ondanks grijs haar en ouderdomskwalen een luchtgeest.

Gered, want de eeuwige en goddelijke verwondering zijn met hem.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Au politicien

Qui es-tu l’homme — assassin ou héros
Toi, que la nuit a élevé pour l’action.
Entre tes mains le sort du vieillard et de l’enfant
Et ton visage dissimulé
Tel un golem face au monde

Réduiras-tu en cendres la ville ou la patrie ?
Attends ! Tremble dans ton coeur ! Ne t’en lave pas les mains !
Ne cède pas le verdict à l’histoire non accomplie !
À toi le glaive et à toi la balance.
Par dessus le soucis des hommes, l’espoir et la colère
Tu sauves ou tu perds
La république.

Tu es bon et parfois parmi les tiens
Tu caresses la tête claire des enfants
Mais si un million de familles te maudissent ?
Gare à toi ! Que restera-t-il de tes bonnes journées ?
Que restera-t-il de tes discours vigoureux ?
L’obscurité arrive.

Dans ta main humaine, o combien humaine,
Des villes bruyantes, et des champs, des mines et des navires.
Regarde. T a ligne de vie passera par ici.
Trois fois béni
Trois fois maudit
Souverain du bien
Ou souverain du mal.

 

Vertaald door Vladimir Krysinski

 

 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

30-06-14

Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Thomas Lovell Beddoes

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Over het gebed

Je vraagt me hoe je kunt bidden tot iemand die niet bestaat.
Ik weet alleen dat het gebed een brug van fluweel bouwt
waarover we lopen en als van een trampoline opstijgen
boven landschappen met een kleur van rijp goud,
omgetoverd door de magische stand van de zon.
Die brug leidt naar de oever van Ommekeer
waar alles andersom is en het woord 'is'
een betekenis onthult die wij nauwelijks voorvoelen.
Let wel, ik zeg 'wij'. Daar voelt ieder afzonderlijk
medelijden met anderen, verstrikt in een lichaam,
en weet dat wij ook als er geen overkant zou zijn,
evengoed die brug boven de aarde zouden opgaan.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Gift

A day so happy.
Fog lifted early. I worked in the garden.
Hummingbirds were stopping over the honeysuckle flowers.
There was no thing on earth I wanted to possess.
I knew no one worth my envying him.
Whatever evil I had suffered, I forgot.
To think that once I was the same man did not embarrass me.
In my body I felt no pain.
When straightening up, I saw blue sea and sails.

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

Wie viele herrliche Vorsätze

Wie viele herrliche Vorsätze, Spiele und Listen gab es,
Als uns, meine Freunde,
Die Wolken, die waldesrühmlichen Statuen
Und über der schmalen Straße die Johannisadler-Engel
aaaaabeschützten.
Ihr solltet verlieren und wußtet es nicht.
Ihr solltet verlieren und ich habe es gewußt,
Ohne die Mitwisserschaft, die vergebliche, euch oder mir zu
aaaaabekennen.
Nun ist es vollbracht. Der Wind spielt mit Schatten von Namen,
Bis die Schneestille folgt auf die Dynastie.
Wer Verstand besaß, wählte Doktrinen,
In denen der teuflische Moder, flimmernd, geleuchtet hatte.
Wer Herz besaß, ließ sich zur Nächstenliebe verführen.
Wer Schönheit wollte, diente dem Stein auf dem Stein.
So zahlte unser Jahrhundert heim
Denen, die seiner Verzweiflung und seiner Hoffnung vertrauten.
Und was hat Gewinn bedeutet? Mitten im Wort zu verstummen,
Den Schrei zu vernehmen, der Lüge zu huldigen, weil die Wahrheit gefallen war,
Kumpanei zu heucheln, an Gräbern vorbei,
Und sich zu den Auserwählten zählend,
Mit ganzem Körper die Scham
Zu empfinden.

 

Vertaald door Doreen Daume e.a.

 

 
 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

30-06-13

Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee, Assia Djebar

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

 

De zaal

 

De weg bracht mij rechtstreeks naar het heiligdom

van Notre Dame, hoewel daar geen gotiek was.

De deur in de poort gesloten. Ik koos die opzij uit,

niet van het hoofdgebouw, maar van de linkervleugel,

van helgroen koper, onderaan afbrokkelend.

Ik duwde. En toen openbaarde zich een zaal,

verbazingwekkend uitgestrekt, in een warm licht.

Grote standbeelden van vrouwen-godinnen, zittend

in gedrapeerde gewaden, verleenden de ruimte een ritme.

Mij omvatte een kleur als het binnenste van een paarsbruine bloem,

van reusachtige afmetingen. Ik liep, bevrijd

van zorgen, van gewetenswroeging, angsten.

Ik wist dat ik daar was, hoewel ik er pas heenga.

Ik werd rustig wakker, denkend dat die droom

het antwoord gaf op mijn vaak gestelde vraag:

hoe zit dat met het overschrijden van de laatste drempel?

 

 

 

 

Deelnemer

 

Wat is goed? Knoflook. Schapenbout van het spit.

Wijn drinken met uitzicht op de wiegende boten in de baai.

De sterrenhemel in augustus. Uitrusten op een bergtop.

Wat is goed? Zwembad en sauna na een reis van vele mijlen.

Vrijen en slapen in omhelzing terwijl de voeten elkaar raken.

Heldere mist in de vroegte omdat een zonnige dag aanbreekt.

In alles wat wij levenden delen ben ik ondergedompeld.

In mijn lichaam in plaats van anderen deze aarde ervarend,

zwervend, onder de onzekere contouren van kantoortorens? antikerken?

door dalen van altijd mooie, hoewel vergiftigde rivieren.

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

 

 

And Yet The Books

 

And yet the books will be there on the shelves, separate beings,
That appeared once, still wet
As shining chestnuts under a tree in autumn,
And, touched, coddled, began to live
In spite of fires on the horizon, castles blown up,
Tribes on the march, planets in motion.
“We are, ” they said, even as their pages
Were being torn out, or a buzzing flame
Licked away their letters. So much more durable
Than we are, whose frail warmth
Cools down with memory, disperses, perishes.
I imagine the earth when I am no more:
Nothing happens, no loss, it’s still a strange pageant,
Women’s dresses, dewy lilacs, a song in the valley.
Yet the books will be there on the shelves, well born,
Derived from people, but also from radiance, heights.

 

 

 

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

30-06-11

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee, Assia Djebar

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008 en ook mijn blog van 30 juni 2009 en ook mijn blog van 30 juni 2010.

 

 

Wolken

 

Wolken, meine schrecklichen Wolken,
wie schlägt das Herz voller Leid und Trauer,
Wolken, ihr weißen und schweigsamen Wolken,
die ich am Morgen durch Tränen schaue
und weiß, daß Hochmut in mir und Begierden,
die Grausamkeit und das Korn der Verachtung
zum toten Schlaf mir das Lager flechten,
und meiner Lüge herrlichste Farben
die Wahrheit verbergen. Dann senk ich die Augen
und spüre Gewitter, die mich durchschauern,
brennende, trockene. Wie seid ihr schrecklich,
Wolken, Wächter der Welt! Laßt mich schlafen,
mag die barmherzige Nacht mich verschlingen.

 

 

 

Das

 

Lauf Mein freudiger Lauf durch dunkle und herbstliche Parks, Über

Wege mit raschelnden Blättern und Tannennadeln, Wenn sich die

Wiesen unter den Eichen leeren, Und bläuliche Fernseh-Augen in

Fenstern verlöschen. Solch Leichtfüßigkeit hab ich nie wirklich

besessen, Höchstens als Junge, achtjährig, zeitig am Morgen, Über

die Erde fliegend, trunken von Licht, Gab es kein Halten im luftigen

Lauf. Doch feindlich begrüßen mich Wachsein und Wirklichkeit. Ich

schleppe mich langsam, asthmatisch, gestützt auf den Stock. Nur die

Nacht nimmt mich mit auf lange Reisen, Wo die Welt wie zuvor

wieder neu und schön. Am Bach Das Rauschen kristallklaren

Wassers zwischen den Steinen im Hochwald, tief in der Schlucht.

Am Ufer das Leuchten der Farne im Sonnenlicht, unfaßbar die

Formenvielfalt der Blätter: wie Lanzen, wie Schwerter, wie Herzen,

wie Schaufeln, wie Zungen, wie Federn, gekerbt und gezähnt,

gezackt und gesägt – wer nennt es beim Namen? Und dann erst die

Blüten! Weißliche Rispen, tiefblaue Kelche, hellgelbe Sterne,

Röschen und Dolden. Ich sitze, betrachte das Treiben der Hummeln,

den Flug der Libellen, den plötzlichen Start eines Fliegenschnäppers

und den eiligen, blauschwarzen Käfer im Dickicht der Halme. Und

mir ist, als hört’ ich die Worte des Demiurgen: »Entweder Felsen,

stumm, wie am ersten Tage der Schöpfung, oder das Leben, bedingt

durch den Tod, und damit die Schönheit, die dich berauscht.«

 

 

 

Vertaald door Doreen Daume

 

 

 

 

Bij het ochtendgloren

Uiteenstuivende paarden
van een voorbije eeuw.
Een reusachtige dageraad
breidt zich uit over de wereld.
Mijn fakkel verbleekt, de hemel wordt helder.
Ik sta bij een rotshol, daaronder bruist de rivier.
In de eerste glorie boven de bergen een tipje van de maan.

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

30-06-10

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee, Assia Djebar, Mongo Beti, Georges Duhamel, John Gay

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008 en ook mijn blog van 30 juni 2009.

 

 

Mijnheid

'Mijn ouders, mijn man, mijn zuster.'
Ik ontbijt in een cafetaria, luister aandachtig.
Vrouwenstemmen ritselen en vinden hun vervulling
in het ritueel dat we zo nodig hebben.
Tersluiks beschouw ik hun beweeglijke monden.
En ik geniet ervan hier op aarde de zijn,
nog een ogenblik, samen, hier op aarde,
om onze kleine mijnheid te celebreren.

 

 

 

 

De zin

'Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.'

'Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?'

'Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.'

 

 

 

 

Tafel [2]

 

In deze auberge aan de wankele pracht van de zee

beweeg ik me als in een aquarium, bewust van mijn vergaan,

temidden van ons, zo sterfelijk dat we nauwelijks leven.

Hoewel we ook rouwen, verheugt mij deze gemeenschap

van blikken, gebaren, aanrakingen, van nu en eeuwen her.

Ik dacht dat ik de stilzetting van de tijd zou afsmeken,

maar ik leer me verzoenen, zoals anderen voor mij.

En ik voel alleen aan de dingen die hier blijven:

de messen met hoornen heft, de tinnen schotels,

het blauwe porselein, sterk hoewel breekbaar,

en, als een wachter-rots tussen

troebele golven,

glimmend gepolijst, deze zware

tafel van hout.

 

 

 

Vertaald doorGerard Rasch

 

 

 

 czeslaw_milosz

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974.

 

Uit: Spieltrieb

 

Nichts wies auf einen Donnerstag hin. Fern von den geregelten Abläufen der Städte, fern von Schulalltag, Morgenzeitung und Abendnachrichten verloren die Namen der Wochentage mit solcher Geschwindigkeit an Bedeutung, dass man sich fragte, ob sie ihre Bezeichnungen jemals zu Recht getragen hätten. Die Zeit sprang aus ihrem Korsett, dehnte und streckte sich nach Belieben und ließ die Annahme, man sei erst anderthalb Tage zuvor in Dahlem angereist, als dummdreisten Trick des Erinnerungsvermögens erscheinen. An gefühlter Zeit waren seit der Ankunft zwei Wochen vergangen, und Ada fing bereits an, ihr gewöhnliches Leben für unglaubwürdig zu halten. Mit etwas mehr Erfahrung hätte sie im prompten Plausibilitätsverlust der eigenen Herkunft ein zeitgemäßes Talent zum Vagabundieren erkannt. So aber hielt sie den Effekt für eine Folge des ungewohnten Alleinseins unter Menschen, das sich gegenüber dem üblichen Alleinsein ohne Menschen durch spürbar höheren Kräfteverbrauch auszeichnete.
Gegen zehn am Abend beendete Smutek die Vorbereitungen zu einer fiktiven Stadtführung durch Wien. In den verschiedenen Räumen des Hauses bereiteten Schülergruppen die Darstellung von Sehenswürdigkeiten und, Oxymoron hin oder her, von wichtigen historischen Ereignissen vor, bemalten Tapeten, probten dramatische Szenen, klebten Photos und Postkarten an die Wände. Ada hatte darum gebeten, wegen mangelnder Teamfähigkeit ein Stück Musil auswendig lernen und vortragen zu dürfen. Als Smutek die Schüler mit fröhlicher Stimme und geräumigen Handbewegungen entließ, drehte sich in ihr noch immer ein Geschwader nicht zu Ende gedachter Gedanken, so dass die Aussicht, den restlichen Abend zwischen menschlichen Kapseln unbekannten Inhalts zu verbringen, unerträglich erschien. Ungesehen gelangte sie in die Eingangshalle, schnürte die Laufschuhe zu und floh ins Freie.

 

 

 

Juli_Zeh
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960.

 

Uit: De waterkar

 

Ik ben een reiziger uit noodzaak, niet uit liefde. Overal ter wereld kom ik mensen tegen die mij benijden om mijn werk, dat me letterlijk overal brengt, en die verbaasd zijn dat ik hun enthousiasme niet deel. Meestal probeer ik mijn gevoelens te verbergen, want je wordt zo gauw voor blasé aangezien. Met name verre bestemmingen vertegenwoordigen voor mij voornamelijk een onaangename confrontatie met armoede, vervuiling en verspilling. Het gelukkigst ben ik wanneer mijn werkgevers mij vragen om enkele weken in Europa of de Verenigde Staten door te brengen,
maar helaas gebeurt dat niet zo vaak.
Ik ben adviseur voor een internationale investeringsmaatschappij en het is mijn opdracht om organisaties en projecten in het buitenland te bezoeken die mogelijk interessant zouden kunnen zijn voor onze maatschappij. Zo’n dertig procent van onze belangen zit in het bedrijfsleven van de zogeheten emerging markets, de opkomende economieën; wat we vroeger derdewereldlanden noemden. Dit klinkt nobeler dan het is, want uiteraard investeren wij uitsluitend in financieel gezonde en veelbelovende ondernemingen. Naar aanleiding van mijn analyse ter plaatse wordt besloten of mijn werkgever geld in een bepaald bedrijf gaat steken.
Wanneer ik op reis moet is het voornamelijk naar de meest achterlijke gebieden die zich op deze aardkloot bevinden. De aldaar aanwezige mogelijkheden om te investeren dienen zeer grondig onderzocht te worden en dat laat de directie bij voorkeur aan mij over. Vanwege mijn kritisch inzicht, zoals men beweert. Het is waar dat mijn maatstaven hoog zijn, en dat is precies de reden waarom ik au fond een afkeer van mijn werk heb. Vrijwel nergens in die regionen vind je immers een betrouwbare zakelijke onderneming, gebaseerd op voldoende kapitaal en met een hoge productiviteit. Een afspraak punctueel nakomen blijkt vaak al een hele opgave. Mijn rapporten vallen in de meeste gevallen dan ook negatief uit, en dat spijt mijzelf soms meer dan de maatschappij, lijkt het wel.”

 

 

 

Zirkzee
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

 

 

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig.Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van Algiers.

 

Uit: Fern von Medina (Vertaald doorHans Thill)

 

»Die Weigerung, mit der sie, die geliebte Tochter Mohammeds, den Nachfolgern entgegentritt, wird sie lange in sich lebendig halten, als einen Splitter, den sie mit sich trägt. Es geht um ihre Rechte als Tochter, um ihr Erbteil. Nein, hier geht es nicht um einen Garten, nicht um einige Güter in Medina und Umgebung, sondern um ein Symbol von weit höherer Bedeutung; so versteht es Fatima.>Nein<, sagt Fatima anklagend, >ihr habt die Absicht, mir meine Rechte als Tochter zu nehmen!< Sie könnte noch weiter gehen, könnte sagen: >Mohammed ist kaum tot, da habt ihr die Stirn, sogleich seine eigene Tochter zu enterben, die einzige lebende Tochter des Propheten!< Die entrechtete Fatima steht an der Spitze einer endlosen Prozession von Mädchen ...Mit ihren Forderungen tritt Fatima vor Abu Bekr. DasZimmer ist voll mit Gefährten, sie bleibt aufrechtstehen; keinen dieser Männer würdigt sie eines Blickes.«

 

 

 

Assia_Djebar
Assia Djebar (Cherchell, 30 juni 1936)

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 30 juni 2009.

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939.

 

Uit: Self-consuming second-person fiction: Jose Emilio Pacheco's "Tarde de Agosto" (door Kimberly A. Nance)

 

Pacheco's "Tarde de agosto" (from the collection of stories El viento distante [The Distant Wind]) juxtaposes two commonplace versions of male initiation in a fresh and ironic take on both: "boy embarrasses himself in front of first love" and "war makes men of boys." Told in the Spanish second-person familiar tu by a narrator who is never explicitly identified, the action takes place in a single afternoon during the narratee-protagonist's adolescence. Sleeping, waking, or immersed in his Bazooka novels, the quiet boy dreams of glorious wars and of the only person who pays him any attention: Julia, his twenty-year-old cousin. On the afternoon in question he is sent along with Julia and her boyfriend, Pedro, to a park where the usual posted prohibition against disturbing the animals or picking the flowers sparks fantasies of desperate forays into enemy territory. Transported to "Tobruk, Narvik, Dunkerke, Las Ardenas, Iwo Yima, Midway, Monte Cassino, El Alamein, Varsovia" (23), the boy becomes a combat hero, capable of any action. When Julia mentions she would like to take one of the squirrels home as a pet and Pedro refuses because "habia cien, mil, cien mil guardabosques para guardar el bosque y las ardillas" (24) ("there were a hundred, a thousand, a hundred thousand rangers on patrol to protect the park and the squirrels") (69),(1) the boy has his orders. A moment later he is cornered in a tree and both the branch and his soldierly courage begin to give way. Ten interminable minutes pass before he can descend, pale and tearful and bereft of his illusions of valor. Julia reproaches Pedro for laughing at him, and no one speaks during the tense ride home. Although the boy consigns the Bazooka collection to the flames of the boiler, the memory of the afternoon is indelible.“

 

 

 

 jemilio_pacheco1

José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

 

 

 

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé.

 

Uit: L’ironie et l’humour dans Le pauvre christ de Bomba de Mongo Beti (door Fernando Lambert)

 

„On ne peut parler du Pauvre Christ de Bomba de Mongo Beti, sans penser à l'Aventure ambiguëde Cheikh Hamidou Kane.

Ces deux romans nous plongentchacun dans un univers religieux caractéristique. Mais, alors que l'Islam possède de solides racines dans l'Afrique de l'Ouest, le Christianisme apparaît tout à fait étranger au Cameroun. Ses représentants sont considérés par Beti comme les agents les plus efficaces de l'entreprise coloniale. Cela suffit sans doute à expliquer pourquoi l'Église catholique est placée au centre du roman, le Pauvre Christ de Bomba, de sorte qu'elle constitue une des structures essentielles, sinon la principale, de l'univers romanesque de Beti. Elle est présente aussi dès la première oeuvre, Ville cruelle3, où elle met son pouvoir moral au service de l'administration coloniale.

Son influence demeure implicite dans Mission terminée4. Par contre, dans le quatrième roman, le Roi miraculé5, elle revient au premier rang : elle entre en conflit avec les valeurs fondamentales de la société traditionnelle, en particulier la polygamie.

Au-delà de la thèse anti-cléricale et anti-chrétienne que beaucoup de critiques y ont d'abord vue, le Pauvre Christ de Bomba illustre bien la manière dont Beti tire sa matière romanesque du monde missionnaire camerounais qu'il connaît bien. Ce roman, qui représente très dignement la littérature de

contestation en Afrique, permet de mettre en lumière ce qui se révèle être l'originalité de Beti. L'auteur est visiblement hanté par le monde colonial en général, et d'une façon spéciale par le monde missionnaire.“

 

 

 

Beti
Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

 

 

 

 

De Franse dichter, romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs.

 

 

La devinette  

 

 

Oh ! Papa ! Toi qui sais tout

Toi qui lis dans tous les livres

Et même dans le journal,

Où les lettres sont si fines,

Oh, Papa ! Devine ! Devine !

Ses yeux sont deux billes de verre,

Ses oreilles, feuilles de chou,

Il a mis la peau de son père

Avec son nez en caoutchouc

Il fait peur aux petits enfants

Qu'est-ce que c'est ?

C'est l'éléphant !

Il dit tout ce qu'on lui fait dire

Il est vert. Il parle du nez.

Il nous demande avec colère

Si nous avons bien déjeuné

Oh ! Père, tu le reconnais ?

C'est un père, le perroquet !

 

 

 

 

Duhamel
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon.

 

 

 

IF THE HEART OF A MAN

 

IF the heart of a man is deprest with cares,

The mist is dispell'd when a woman appears;

Like the notes of a fiddle, she sweetly, sweetly

Raises the spirits, and charms our ears.

Roses and lillies her cheeks disclose,

But her ripe lips are more sweet than those.

Press her,

Caress her,

With blisses,

Her kisses

Dissolve us in pleasure, and soft repose.

 

 

 

 

gayjohn
John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)

 

 

Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 30 juni 2007en ook mijn blog van 30 juni 2008 en ook mijn blog van 30 juni 2009.

 

 

30-06-09

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee, Assia Djebar, Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay


De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Hündchen am Wegesrand (Vertaald door Doreen Daume)

 

“Um mein Land kennenzulernen, hatte ich mich in einem Zweispännerauf den Weg gemacht. Ich hatte einen großen Vorrat an getrocknetem Futter dabei und einen hinten am Wagen angebundenen, klappernden Eimer, der dazu diente, die Pferde zu tränken. Auf dieser Reise lernte ich die verschiedensten Gegenden kennen, manche waren hügelig, andere waldig, wieder andere ähnlich der Pußta. Dort ballte sich der Rauch über den Dächern der Gehöfte zusammen, so daß es aussah, als würden diese brennen. Das kam daher, weil diese Gebäude keinen Rauchfang hatten. Ich fuhr auch durch Felder und Seenlandschaften. Wie herrlich war es doch, sich auf diese Art vorwärts zu bewegen, die Zügel schleifen zu lassen, zu warten, bis hinter den Bäumen langsam ein Dorf oder ein Park erschien und darin das Weiß eines Gutshofs. Und immer sprang uns sofort ein kleiner bellender Hund entgegen, eifrig und pflichtbewußt. Das war am Anfang des Jahrhunderts, an dessen Ende wir uns nun befinden. Ich erinnere mich nicht nur an die Menschen, die dort lebten, sondern auch an die Generationen von Hunden, die ihnen bei ihren täglichen Geschäften Gesellschaft leisteten, und einmal, ich weiß nicht woher, sicher war es in einem Traum, den ich gegen Morgen hatte, kam mir diese drollige und fast zärtliche Bezeichnung für sie in den Sinn: "Hündchen am Wegesrand". Ohne Kontrolle. Er konnte seine Gedanken nicht kontrollieren. Sie irrten herum, wo sie wollten, und wenn er ihnen nach ging, wurde ihm übel. Denn es waren keine guten Gedanken, sie brachten es an den Tag, daß er in seinem tiefsten Innern grausam war. Das mußte er sich eingestehen. Er dachte, daß die Welt ein einziges Jammertal sei und daß die Menschen nichts anderes verdienten als ihren eigenen Untergang. Gleichzeitig hatte er den Verdacht, daß die Grausamkeit seiner Phantasie und sein Schaffensimpuls irgendwie zueinander gehörten.Vorübergehend und nur zum Schein Morgens aufstehen und zur Arbeit gehen, mit den Menschen durch Gefühle der Liebe, der Freundschaft oder der Feindschaft verbunden sein - und sich die ganze Zeit darüber im klaren sein, daß all dies nur vorübergehend und zum Schein ist. Unerschütterlich und greifbar warin ihm eigentlich nur die Hoffnung, diese war so stark, daß ihn das Leben selbst bereits ungeduldig machte.”

 

 

 

 

czeslaw_milosz
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Haar eerste boek was Adler und Engel dat in 2002 werd onderscheiden met de Deutsche Bücherpreis voor het beste debuut. Haar reis door Bosnië en Herzegovina in 2001 was de basis voor haar boek Die Stille ist ein Geräusch. Juli Zeh studeerde rechten in Passau, Krakau, New York en Leipzig. Zeh schrijft ook korte verhalen, theaterstukken en jeugdboeken.

 

Uit: Adler und Engel

 

“Ich habe den Eindruck, dass diese Nacht ein paar Grad kühler ist als die Nächte zuvor. Das wäre, in Übereinstimmung mit meinen Berechnungen, sogar logisch. Es muss Ende August sein, also wird die Hitze nachlassen, falls die Erde nicht doch feststeckt auf ihrer Umlaufbahn, und es wird regnen, irgendwann, vielleicht schon bald.

Mir kommt der Verdacht, dass Clara im Schuppen überhaupt nur auf den Regen wartet, wie eine dieser Wüstenpflanzen, die während der Trockenphasen braun, flach und eingeschrumpft für Monate in einem Winkel liegen können und dabei sogar tot sind im biologischen Sinn. Sobald sie aber Wasser bekommen, erblühen sie innerhalb von Minuten, wachsen zur zehnfachen Größe an, werden grün und nahezu schön. Ich habe dieses Phänomen klar vor Augen, mir fällt sogar der Name der Pflanze ein: Rose von Jericho. Gleichzeitig sehe ich Clara vor mir, wie sie bei den ersten fallenden Tropfen auf Knien und Ellenbogen ins Freie kriechen und solange im Regen liegen bleiben wird, bis sie kräftig genug ist, um sich zu erheben und alleine zu gehen, und dann wird sie diesen Hof verlassen, soviel steht fest. Das würde erklären, warum sie da drin liegt wie ausgeknipst. Tot im biologischen Sinn. Ich werde den Wetterbericht hören müssen. Ich werde einen Gartenschlauch kaufen, ihn am Hahn neben dem Tor anschließen und Wasser auf das Dach des Schuppens und gegen die Fensterscheiben trommeln lassen, um auszuprobieren, ob Clara reagiert, ob sie nach einer Weile kriechend auf der Schwelle erscheint. Lisa von Jericho. »

 

 

 

 

Juli_Zeh
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

 

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

 

Hoogverraad

 

Ik houd niet van mijn land.

Zijn bovenaardse praal

is ongrijpbaar.

Maar (nu komt er een gemeenplaats)

ik gaf mijn leven

voor tien van zijn landstreken,

voor zekere personen,

havens, dennenbossen,

forten,

een rommelige stad,

grauw, monsterlijk,

voor enkele figuren uit zijn geschiedenis,

bergen en drie of vier rivieren.

 

 

 

Vertaler onbekend

 

 

 

 

Varken tegenover God

 

Ik ben zeven jaar. Door het raam op de boerderij

zie ik hoe een man een kruis slaat

en tot het slachten van een varken overgaat.

Ik wil het schouwspel niet zien.

Bijna menselijk, het voorafgaande

gegil waar ik naar luister.

(Bijna menselijk, zeggen de zoölogen,

zijn de organen van het varken, dat slim is,

meer nog dan honden of paarden.)

Schepselen Gods, zo noemt mijn grootmoeder hen.

Broeder varken, zou de Heilige Franciscus hebben gezegd.

En nu het mes erin en gedruppel van bloed.

En ik ben nog klein maar vraag me al af:

Schiep God de varkens om te worden gevreten?

Wie geeft hij gehoor: het smekende varken

of hem die een kruis slaat voor bij het keelt?

Als God bestaat, waarom dan lijdt dit varken?

Het vlees pruttelt in de olie.

Straks zal ik schrokken als een varken.

Maar ik zal geen kruis slaan aan tafel.

 

 

 

Vertaald door Barber van de Pol

 

 

 

 

 

 

jose_emilio_pacheco
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Na haar debuutroman Mykene (2001), een historische roman over de Trojaanse Oorlog, schreef ze een romantische bewerking van de legende van Tristan en Isolde: Het Boek van Tristan en Isolde (2004). Ze was co-auteur van de briefroman Iris & Valentine. In 2008 verscheen Het Heksenhuis, een historische roman gebaseerd op de heksenvervolgingen in Bamberg. Zirkzee groeide op in Oegstgeest en studeerde sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

 

Uit: Mykene

 

“Ik, Klytemnestra, koningin van Mykene, dochter van de dappere Tindareos, befaamd om mijn schoonheid en schranderheid, heerseres over een uitgestrekt rijk; ik vernietigde de vijanden van ons machtige land en bood de berooide slachtoffers van wrede invallers een toevlucht. Ik aanbad de Drie Godinnen en zag erop toe dat zij kregen wat hun toekwam, en méér; ik hield mij aan de ongeschreven wetten.

Ik heb mijn rijk staande gehouden terwijl overal om ons heen de paleizen ten onder gingen in vuur en geweld. De mensen kunnen vrijelijk over de wegen lopen. In de burcht van Mykene staan de poorten open. De muren en kantelen dromen in de zon; de waterputten zijn toegankelijk voor alle reizigers.

Ik overwon degenen die met wapens de grenzen van Mykene overschreden en vernietigde hen, maar smekelingen die in vrede kwamen liet ik slechts een rechtvaardige belasting betalen, jaar na jaar, in kleding en graan, voor de magazijnen.”

 

 

 

zirkzee
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

 

 

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig. Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van Algiers. Assia Djebar is historica, geografe, schrijfster en cineaste. Ze is directeur van het Centrum voor Franse en Francofone Studies aan de Universiteit van Louisiana (V.S.). Djebar is internationaal de bekendste schrijfster uit de Maghreb. Romans van haar zijn in veertien talen vertaald. Zij is een voorvechtster voor de rechten van de (moslim)vrouw, schrijft vaak over het verschil tussen een vrouw die Westers is opgevoed en de traditioneel opgevoede vrouwen en de geschiedenis van Algerije. Hoewel de schrijfster in het begin in het Frans schreef, is ze ook een studie klassiek Arabisch begonnen om haar ouderlijke taal beter te beheersen en om ook in die taal te schrijven. Ze ontving o.a. in 1997 de Yourcenar Prijs en in 2000 de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels.

 

Uit:  Weisses Algerien (Vertaald door Hans Thill)

 

»Aus der Tiefe des Friedhofs schlagen in Wellen die Hymnen nach vorn, branden bis zum Grab, überkreuzen, vermischen sich dort: in der Berbersprache, in arabischem Dialekt, auf französisch. Nach einem Moment der Schwebe bricht dann der Gesang der Internationale hervor. Noch ein wenig unsicher steigt die Strophe empor, es ist das erste Mal auf einem muslimischen Friedhof. Von der anderen Seite kommen patriotische Lieder. Die Offiziellen sind starr vor Angst, als ob die Menge gleich losgelassen würde ... gegen sie. Als die Chöre und Lieder zum ersten Mal aussetzen, versucht der Imam, mit seiner Rede zu beginnen ... in klassischem Arabisch. Das Publikum heult auf. Die Gesänge der Berber steigen von allen Seiten auf, diesmal um die Rede zu übertönen. Aus der Tiefe schrauben sich die ersten you-you-Rufe der traditionellen Frauen empor, durchschneiden den Lärm. Die immer noch schrägen Sonnenstrahlen verleihen der Szene eine Aureole.«

 

 

assia_djebar
Assia Djebar (Cherchell, 30 juni 1936)

 

 

 

 

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Le Rebelle I

 

Abstraction devrait être faite, au moins provisoirement, du contenu de l'enseignement de tel professeur : faisons simplement remarquer, en passant, que des notions telles que la bonne orthographe, la correction de la langue, etc... s'agissant d'étudiants africains qui, on ne répétera jamais assez cette lapalissade, ne sont pas des Français (et dont le français ne fut jamais la langue maternelle, n'en déplaise à M. Senghor, et cela d'ailleurs en partie par la faute de l'implacable censure des gouvernements des potentats francophiles), demanderaient pour le moins à être renouvelées et précisées par un libre débat, entre responsables français et responsables africains compétents - de préférence aux béni-oui-oui cooptés pour venir faire de la figuration dans ce genre d'instances.“

 

 

 

 

Mongo_Beti
Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

 

 

 

De Franse romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Le cinéma

 

“Jamais invention ne rencontra un intérêt plus général et plus ardent. Le cinéma est encore dans son enfance, mais le monde entier lui a fait confiance. Le cinéma a, dès son début, enflammé les imaginations, rassemblé des capitaux énormes, gagné la collaboration des savants et des foules, fait naître, employé, usé des talents innombrables, variés. Il consomme une grande quantité d'efforts, de courage et d'invention. Tout cela pour un résultat minime. Je donne tous les films du monde pour une pièce de théâtre, pour un tableau de peinture, pour un symphonie ! Toutes les œuvres qui ont tenu quelque place dans ma vie, toutes les œuvres d'art dont la connaissance a fait de moi un homme, représentaient d'abord une conquête. J'ai dû les aborder de haute lutte après une fervente passion. Par contre, l'œuvre cinématographique ne soumet notre esprit et notre cœur à nulle épreuve. Elle nous dit tout de suite ce qu'elle sait. Par nature, elle est mouvement, mais elle nous laisse immobiles, comme paralytiques. Beethoven, Molière, Vinci, j'en appelle trois, il y en a cent, voilà vraiment l'art ! Le cinéma m'a parfois diverti, parfois même ému, jamais il ne m'a demandé de me surpasser. Le cinéma n'est pas un art ! »

 

 

 

 

georges_duhamel
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

Houtgravure door Constant Le Breton.

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

Another 

 

Tis a moon-tinted primrose, with a well

Of trembling dew; in its soft atmosphere,

A tiny whirlwind of sweet smells, doth swell

A lady bird; and when no sound is near

That elfin hermit fans the fairy bell

With glazen wings, (mirrors on which appear

Atoms of colours that flizz by unseen

And struts about his darling flower with pride.

But, if some buzzing gnat with pettish spleen

Come whining by, the insect ‘gins to hide

And folds its flimsy drapery between

His speckled buckler and soft silken side.

So poets fly the critics snappish heat,

And sheath their minds in scorn and self-conceit.

 

 

 

 

beddoes
Thomas Lovell Beddoes (20 juni 1803 – 26 januari 1849)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

AN ELEGY ON A LAP-DOG

 

SHOCK'S fate I mourn; poor Shock is now no more,

Ye Muses mourn, ye chamber-maids deplore.

Unhappy Shock! yet more unhappy fair,

Doom'd to survive thy joy and only care!

Thy wretched fingers now no more shall deck,

And tie the fav'rite ribbon round his neck;

No more thy hand shall smooth his glossy hair,

And comb the wavings of his pendent ear.

Yet cease thy flowing grief, forsaken maid;

All mortal pleasures in a moment fade:

Our surest hope is in an hour destroy'd,

And love, best gift of heav'n, not long enjoy'd.

 

Methinks I see her frantic with despair,

Her streaming eyes, wrung hands, and flowing hair

Her Mechlen pinners rent the floor bestrow,

And her torn fan gives real signs of woe.

Hence Superstition, that tormenting guest,

That haunts with fancied fears the coward breast;

No dread events upon his fate attend,

Stream eyes no more, no more thy tresses rend.

Tho' certain omens oft forewarn a state,

And dying lions show the monarch's fate;

Why should such fears bid Celia's sorrow rise?

For when a lap-dog falls no lover dies.

 

Cease, Celia, cease; restrain thy flowing tears,

Some warmer passion will dispel thy cares.

In man you'll find a more substantial bliss,

More grateful toying, and a sweeter kiss.

 

He's dead. Oh lay him gently in the ground!

And may his tomb be by this verse renown'd.

Here Shock, the pride of all his kind, is laid;

Who fawn'd like man, but ne'er like man betray'd.

 

 

 

 

gay
John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)

Portret door William Aikman