24-11-13

Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Thomas Kohnstamm, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook alle tags voor Cissy van Marxveldt op dit blog.

Uit: Joop ter Heul

“Gisteravond heb ik Julies haar geschuierd, omdat haar arm zo moe was van het tennissen. Ze draagt de knoedel krullen niet meer, omdat Jog ze niet mooi vond. En ze heeft eigenlijk veel te leuk haar, om er zo'n herrie van te maken. Ze doet het nu maar gewoon met een vlecht om haar hoofd en ik zei, toen ik als een razende aan het schuieren was: "Je ziet er veel leuker uit dan vroeger met dat poedelhaar."
"Jog vindt het zo aardig,"zei Julie. "Hij zegt, het staat zo lief."
"Gek,"zei ik, ik had al die dingen nooit bij Jog gezocht. "Julie staarde toen ze zei: "Wie vind je aardiger om te zien. Jog of Herman de Wilde?"
"O, Jog!"zei ik vol vuur. "H. de Wilde heeft helemaal geen gezicht."
"En Lotte zegt, dat het zo mannelijk is,"proestte Julie.
"Phuu,"zei ik, "moet je alleen zijn schouders maar eens zien."
"Lotte is altijd zo mal overdreven,"zei Julie. "Au zeg, je rukt me de haren uit."
"Ja hoor eens,"zei ik, "jij gaat bij Lotte op fuiven en partijtjes, en als ze hier is, dan gaan jullie uit, en je zoent mekaar en al die nonsens, en dan moet je, nu ze aan de Rivièra zit met een blindedarm, niet over haar gaan mieren tegen mij. Da's niet eerlijk."

 


Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)
Cover

Lees meer...

24-11-12

Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Thomas Kohnstamm, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook alle tags voor Cissy van Marxveldt op dit blog.

 

Uit: De H.B.S. tijd van Joop ter Heul

 

“Julie vertelde me gisteravond dat ze met Jog samen een zomerhoed gekocht heeft.
’Met je verkouden gezicht?’ Vroeg ik. Ja, want als hij me dàn goed staat, dan flatteert hij me zeker, als ik er gewoon uitzie… Het is een schat van een dopje, zei Julie, Wit met kleine theeroosjes, heel snoezig’. ‘Hoe staat hij Jog?’ vroeg ik.
‘Oh you horrid pig’ zei Julie weer eens voor de verandering.

(…)


Ik ben gisteren uit gym gestuurd, omdat ik een ouwe tafelschel achter aan Steub zijn jasje had gehangen. ’t Stond zo gek zeg, en het mooiste was, hij merkte er eerst niets van. De schel werkte niet al te best meer, zie je, maar toen hij ons van die armoefeningen ging voordoen met beenhuppen, was ’t klingeling jongens bij elke hup. Hij brulde maar; ‘Wie belt daar? Ik wil weten wie daar belt’ En wij stikten gewoonweg. Pop zei nog: ’t is buiten geloof ik, de tram mijnheer.’ En toen dacht Steub eerst werkelijk nog, dat het de tram was, en hij begon weer te huppen en te luien. We konden geen stap meer doen van het lachen...”

 

Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

Scene uit Joop ter Heul, een KRO tv-serie uit 1968

Lees meer...

24-11-11

Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Thomas Kohnstamm, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook alle tags voor Laurence Sterne op dit blog.

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

 

Horace, I know, does not recommend this fashion altogether : But that gentleman is speaking only of an epic poem or a tragedy ; -- (I forget which) -- besides, if it was not so, I should beg Mr. Horace's pardon ; -- for in writing what I have set about, I shall confine myself neither to his rules, nor to any man's rules that ever lived.
To such, however, as do not choose to go so far back into these things, I can give no better advice, than that they skip over the remaining part of this Chapter ; for I declare before hand, 'tis wrote only for the curious and inquisitive.
---------- Shut the door. --------
I was begot in the night, betwixt the first Sunday and the first Monday in the month of March, in the year of our Lord one thousand seven hundred and eighteen. I am positive I was. -- But how I came to be so very particular in my account of a thing which happened before I was born, is owing to another small anecdote known only in our own family, but now made public for the better clearing up this point.
My father, you must know, who was originally a Turky merchant, but had left off business for some years, in order to retire to, and die upon, his paternal estate in the county of ------ , was, I believe, one of the most regular men in every thing he did, whether 'twas matter of business, or matter of amusement, that ever lived. As a small specimen of this extreme exactness of his, to which he was in truth a slave, -- he had made it a rule for many years of his life, -- on the first Sunday night of every month throughout the whole year, -- as certain as ever the Sunday night came, ---- to wind up a large house-clock which we had standing upon the back-stairs head, with his own hands: -- And being somewhere between fifty and sixty years of age, at the time I have been speaking of,-- he had likewise gradually brought some other little family concernments to the same period, in order, as he would often say to my uncle Toby, to get them all out of the way at one time, and be no more plagued and pester'd with them the rest of the month.“

 

 

Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

Portret door Joshua Reynolds, 1760

Lees meer...

24-11-10

Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman 

 

To my uncle Mr. Toby Shandy do I stand indebted for the preceding anecdote, to whom my father, who was an excellent natural philosopher, and much given to close reasoning upon the smallest matters, had oft, and heavily, complain'd of the injury; but once more particularly, as my uncle Toby well remember'd, upon his observing a most unaccountable obliquity, (as he call'd it) in my manner of setting up my top, and justifying the principles upon which I had done it,-the old gentleman shook his head, and in a tone more expressive by half of sorrow than reproach,-he said his heart all along foreboded, and he saw it verified in this, and from a thousand other observations he had made upon me, That I should neither think nor act like any other man's child:--But alas! continued he, shaking his head a second time, and wiping away a tear which was trickling down his cheeks, My Tristram's misfortunes began nine months before ever he came into the world.
--My mother, who was sitting by, look'd up,-but she knew no more than her backside what my father meant,--but my uncle, Mr. Toby Shandy, who had been often informed of the affair,-understood him very well.
I know there are readers in the world, as well as many other good people in it, who are no readers at all,-who find themselves ill at ease, unless they are let into the whole secret from first to last, of every thing which concerns you.
It is in pure compliance with this humour of theirs, and from a backwardness in my nature to disappoint any one soul living, that I have been so very particular already. As my life and opinions are likely to make some noise in the world, and, if I conjecture right, will take in all ranks, professions, and denominations of men whatever,-be no less read than the Pilgrim's Progress itself---and, in the end, prove the very thing which Montaigne dreaded his essays should turn out, that is, a book for a parlour-window;-I find it necessary to consult every one a little in his turn; and therefore must beg pardon for going on a little further in the same way: For which cause, right glad I am, that I have begun the history of myself in the way I have done; and that I am able to go on tracing every thing in it, as Horace says, ab Ovo.”

 

 

 


Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

Marmeren buste van Sterne in Shandy Hall, Coxwold, York

 

Lees meer...

24-11-09

Jules Deelder, Einar Kárason, Thomas Kohnstamm, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch


De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder is vandaag 65 jaar geworden. Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2007 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

 

Zelfportret

 

Soms zie je je zitten.

Bleek en sereen.

Hier en/of ginder.

Alleen of alleen.

 

 

 

 

Rotown magic

 

Rotterdam is niet te filmen

De beelden wisselen te snel

Rotterdam heeft geen verleden

en geen enkele trapgevèl

 

Rotterdam is niet romantisch

heeft geen tijd voor flauwekul

is niet vatbaar voor suggesties

luistert niet naar slap gelul

 

't Is niet camera-gevoelig

lijkt niet mooier dan het is

Het ligt vierkant hoog en hoekig

gekanteld in het tegenlicht

 

Rotterdam is geen illusie

door de camera gewekt

Rotterdam is niet te filmen

Rotterdam is vééls te ècht

 

 

 

 

 

Er lijkt

 

Er lijkt geen

vuiltje aan

 

de lucht maar

schijn bedriegt

 

Een flits in

de leegte

 

en je weet:

weer een be-

 

keuring aan

m'n reet!

 

 

 

 

 

JulesDeelder
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

Deelder als nachtburgemeester van Rotterdam (Portet door Jolanda van der Elst)

 

 

 

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Die isländische Mafia (Vertaald door Maria-Claudia Tormany)

 

Es war Pfarrer Sigvaldi, der den Kiosk bekam. Pfarrer Sigvaldi: das war schon ein besonderer Mann. Irgendwie hatte er sich bei den Männern der Kirche so verabschiedet, daß es keine Möglichkeit mehr für ihn gab, dort noch zu Arbeit oder Ehre zu kommen. Er bewarb sich zwar zwei- oder dreimal auf Stellenausschreibungen als Pfarrer in diesen Jahren, aber gewöhnliche Gemeindemitglieder wollten ihn lieber nicht bei sich sehen, er erlitt demütigende Niederlagen, so daß Lára ihm verbot, es noch weiter zu versuchen. Schon zuvor hatte sie ihm völlig die Kontrolle über die Finanzen entzogen und ihn von allen weltlichen Angelegenheiten ausgeschlossen, weil ihm alles immer schrecklich mißglückt war, so daß Pfarrer Sigvaldi keinen anderen Lebensinhalt hatte, als zu Hause herumzuhängen oder die Straßen der Innenstadt abzulaufen, mit schmeichlerischem und wichtigtuerischem Gesicht, und in verschwörerischer Art große Neuigkeiten zu verraten, in irgendwelchen Klatschclubs in einem der Cafés unten in der Stadt. Eine Zeitlang stürzte er sich auch in die Politik, schaffte es, sich in die Leitung eines Ortsvereins jener Partei wählen zu lassen, die die Stadt regierte. Aber schlußendlich erwies sich auch das nicht als dem Ansehen der Familie förderlich, und er wurde hübsch dort hinausmanövriert. Er hatte keinerlei Einkommen. In der Familie Killian machte man sich darüber lustig, daß die Aktentasche, mit der er immer in der Stadt herumlief, voller alter Tageszeitungen sei. Aber dann wurde ihm der Kiosk zum Kauf angeboten, der kleine Süßigkeitenladen mit Eis und Würstchen, den sein Schwager BárDur einige Zeit betrieben hatte, aber jetzt gern loswerden wollte, und das Ergebnis war, daß Lára ihrem Ehemann erlaubte, seine Kräfte an diesem Geschäft zu versuchen. Von irgend etwas mußte die Familie ja leben, denn Lára arbeitete zwar selbst halbtags im Schulamt der Stadt Reykjavík, aber das reichte nicht aus. Pfarrer Sigvaldi hatte sich bereits früher einmal an einer kaufmännischen Tätigkeit versucht, aber mit beschämendem Mißerfolg, und man kann auch nicht sagen, daß der Kiosk unter seiner Obhut florierte. Er stand selbst von morgens bis abends hinter dem Tresen, in Anzug und Weste und manchmal sogar mit einem Hut auf dem Kopf.“

 

 

 

 

 

Karason
Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

 

My name is Thomas. For as long as I can remember, travel has been a part of my life.
Over the years, I’ve tried to fight it and to break the hold that it has over me. I have made numerous attempts to return to civilian life: to get a job, a home, open a savings account, invest time or emotion or money in something stable — but the road has always pulled me back in. I have never owned a car or a television, or purchased a signicant piece of furniture. At a certain point, I recognized that I was powerless in the face of my travel addiction and did the best thing that I could do under the circumstances: I went pro.

This book is about that conversion. It chronicles the events that took me from bourgeois working stiff with a repressed travel habit to a full-time mercenary travel hack, with all of the good, bad, and surreal that it entails. This is not a sunny look at some dream job, but an unvarnished examination of what it really means to be a professional travel writer scratching out an income in the beginning of the twenty-first century. It is the true story of the life as I have experienced it and the effect that it has on the travel information that makes it into the readers’ hands.
Let’s get one thing straight from the beginning: I am not some resentful burnout who is trying to settle scores or slight those who would not hire him. I have (almost) made ends meet as a professional travel writer and have enjoyed positive working relationships with numerous editors and publishers. I’ve written country guidebooks, regional guidebooks, city guidebooks, phrasebooks, Internet travel content, travel essays, and both magazine and newspaper pieces. I’ve also done publicity work, interviews, and speaking engagements for travel publishers. Regardless, this book is not a polite evaluation of the job or the lifestyle and probably won’t do me any favors in the industry.”

 

 

 

 

ThomasKohnstamm
Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)

 

 

 

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit:  Waiting for the Wild Beasts to Vote

 

At the entrance to a far-off village, the hunters take the initiative of offering you — since you are a sinbo, a donsoba (a master hunter) —  the shoulder of a slaughtered bubale. At the next village there are shoulders, haunches, heads. At the village after that, there is a stinking mound of animal carcasses of every species: deer, monkeys, even elephants. Above the pile, the canopy of trees is black with vultures. In the sky, carrion birds attack each other with terrifying cries. Packs of hyenas, lycaons, lions follow and threaten.

The order is given that hunters should no longer offer you the shoulders of game killed by the hunters that week, need not gratify the master hunter who is their guest as their code of brotherhood demands.

In another village, to set itself apart, the sacrificial  priest does not stop at two chickens and a goat, he offers four chickens, two goats and an ox to the manes of the ancestors. The sacrificial priests in neighbouring villages follow suit, they outdo him, they go too far. Soon there are twenty oxen and as many goats and forty chickens. The sacrifice becomes interminable, it is a veritable hecatomb. A call goes out for a limit to be set on the number of sacrificial victims.“

 

 

 

 

Kourouma
Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)

 

 

 

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

 

Tiananmen

 

Today sure got me scared, oh, wow!
My legs are still shaking even now.
See, see, if they'd caught me I'd be done,
Or why else you'd think I'd have to run?
Hey, mister, let me get my wind back.
You didn't see that thing, it was black as black,
No head, limping, real damn scary,
Shaking white flags, saying something.
This year there's just no way, ask anyone,
Nothing anybody can do, devil or man.
Just more meetings, without sincerity!
But see, they're all kids in some family,
Just in their teens, right? What for?
Get their heads bashed in by guns some more?
Mister, yesterday I heard even more got killed.
Must have been more of them dumb kids,
These days lots of strange things are happening,
And those students, they got plenty to eat and drink—
But last year our uncle was killed at Willow 's Curve,
So hungry he couldn't even serve—
Who'd give his life for no reason to old Mr. Death!
I've never told a lie my whole life long, I bet
My lamp is full of enough jugfuls of gas,
Could I keep going like this and not see the path?
No wonder that old bald guy got so uptight
About telling us not to go to Tiananmen at night.
See! It's rotten luck, pulling this rickshaw thing.
Wait till tomorrow, when ghosts fill up all Beijing .

 

 

 

Vertaald door Lucas Klein

 

 

 

 

Wen
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)

 

 

 

 

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

 

--Then, positively, there is nothing in the question, that I can see, either good or bad.--Then let me tell you, Sir, it was a very unseasonable question at least,-because it scattered and dispersed the animal spirits, whose business it was to have escorted and gone hand-in-hand with the HOMUNCULUS, and conducted him safe to the place destined for his reception.
The Homunculus, Sir, in how-ever low and ludicrous a light he may appear, in this age of levity, to the eye of folly or prejudice;-to the eye of reason in scientifick research, he stands confess'd-a Being guarded and circumscribed with rights:--The minutest philosophers, who, by the bye, have the most enlarged understandings, (their souls being inversely as their enquiries) shew us incontestably, That the Homunculus is created by the same hand,-engender'd in the same course of nature,-endowed with the same loco-motive powers and faculties with us:--That he consists, as we do, of skin, hair, fat, flesh, veins, arteries, ligaments, nerves, cartileges, bones, marrow, brains, glands, genitals, humours, and articulations;--is a Being of as much activity,--and, in all senses of the word, as much and as truly our fellow-creature as my Lord Chancellor of England.-He may be benefited, he may be injured,-he may obtain redress;-in a word, he has all the claims and rights of humanity, which Tully, Puffendorff, or the best ethick writers allow to arise out of that state and relation.
Now, dear Sir, what if any accident had befallen him in his way alone?--or that, thro' terror of it, natural to so young a traveller, my little gentleman had got to his journey's end miserably spent;--his muscular strength and virility worn down to a thread;-his own animal spirits ruffled beyond description,-and that in this sad disorder'd state of nerves, he had laid down a prey to sudden starts, or a series of melancholy dreams and fancies for nine long, long months together.--I tremble to think what a foundation had been laid for a thousand weaknesses both of body and mind, which no skill of the physician or the philosopher could ever afterwards have set thoroughly to rights”.

 

 

 

 

Sterne
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

Portret door Joshua Reynolds, 1760

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Joop en haar jongen

 

Toen ik me om zes uur voor het dinertje gekleed had, in een goudbruin zijden japonnetje, dat Leo het liefst van me zag - in mijn haar tussen de goudfluwelen band had ik een van de prachtige rozen gestoken, die Schoonpapa me gestuurd had, de engel - liep ik nog even door de kamers. In Leo's kamer stonden de sigaren en sigaretten klaar. Ik streelde even het leer van zijn stoel. En ik gooide de kussens wat nonchalanter op de divan.
Nog vijf dagen..... Ik nam zijn pijp op, die in de asbak lag op het lage Moorse tafeltje naast zijn stoel. Ik legde even de pijp tegen mijn wang. Ik dacht: "Ik zal zijn oude jasje over zijn stoel hangen." Ik stond te dromen in Leo's kamer. Toen hoorde ik in de verte reeds het getoeter van de feestauto's. Ze kwamen allen per auto, eigen of geleend. Ja, daar waren de gasten, en nog vijf dagen, dan was Leo weer bij me.
In de hall bleef ik onwillekeurig op de trap staan, terwijl Grietje opendeed. Natuurlijk dolde Kit's luidruchtige stem: "O Joost, wat plechtig, moeten we naar boven lopen om jou te begroeten?"
Toen sprong ik de trappen af met beide armen uitgestrekt: "Dag jongens!"
Noortje, slank en deftig, stelde me voor aan haar Jonkheer, die bleek en enigszins verpieterd leek, maar wel verliefd. Kaki en Loutje stonden gearmd. "Ze hebben aldoor gearmd gezeten, die tortelduiven," bromde de Bobbel. "Net als trouwens die broer van jou, Jodocus. Ik weet wel, dat ik in een andere auto terugga. Ben jij ook van dat soort, Katharina?"
"Natuurlijk niet," riep Kit. "Nietwaar Frits? Wij kussen niet in het openbaar."
"Dat doen wij ook niet," zei Kaki verontwaardigd.
"Al dat handjesdrukken is even erg," vond de Bobbel.
"Kom kinderen laten we dit dispuut binnen voortzetten." "Maar eerst het clubkind," verzocht Kit.
"Het clubkind wordt straks vertoond," beloofde ik.”

 

 

 

terheul
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

Boekomslag

 

 

 

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Der Gott der kleinen Dinge

 

Das Meer war schwarz, die Gischt grün wie Erbrochenes.

Fische fraßen das zerbrochene Glas.

Die Nacht stützte die Ellbogen auf das Wasser, und herabstürzende Sterne warfen funkelnde Splitter ab.

Falter erhellten den mondlosen Himmel.

Er konnte mit seinem einen Arm schwimmen. Sie mit zwei Armen.

Seine Haut war salzig. Ihre auch.

Er hinterließ keine Spuren im Sand, keine Wellen im Wasser, kein Abbild in Spiegeln.

Sie hätte ihn mit den Fingern berühren können, aber sie tat es nicht. Sie standen nur beieinander.

Still.

Haut an Haut.

Eine pudrige farbige Brise hob ihr Haar an und wehte es wie einen welligen Schal um seine armlose Schulter. Die abrupt endete, wie eine Klippe.

Eine magere rote Kuh mit hervorstehenden Beckenknochen tauchte auf und schwamm hinaus aufs Meer, ohne ihre Hörner nass zu machen, ohne zurückzublicken...“

 

 

 

 

ARUNDHATI_ROY
Arundhati Roy (Shillong, 24 november 1961)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Pinocchios Abenteuer (Vertaald door Heinz Riedt)

 

Geppettos Heim war nur ein kleines Zimmer zu ebener Erde, dessen einziges Fenster unter einem Treppenaufgang lag. Die Einrichtung konnte nicht bescheidener sein: ein wackliger Stuhl, ein schlechtes Bett und ein alter, beschädigter Tisch. An der hinteren Zimmerwand konnte man einen kleinen Kamin erkennen, in dem Feuer brannte; aber es war nur gemaltes Feuer und über ihm hing ein gemalter Kessel, der lustig kochte und eine Wolke von Dampf ausstieß, die ganz wie echter Dampf aussah.
Kaum war Geppetto zu Hause angekommen, da nahm er gleich sein Werkzeug zur Hand und fing an, den Hampelmann zu schnitzen.
»Welchen Namen soll ich ihm nur geben?« überlegte er sich. »Ich will ihn Pinocchio heißen. Dieser Name wird ihm Glück bringen. Ich kannte einmal eine ganze Familie von Pinocchi: Pinocchio hieß der Vater; Pinocchia hieß die Mutter und Pinocchi hießen die Kinder, und alle haben sich gut gehalten. Der reichste lebte von Almosen.«
Als er so den Namen für seinen Hampelmann gefunden hatte, ging er mit großem Eifer an die Arbeit, machte ihm zuerst die Haare, dann die Stirn und dann die Augen.
Und als die Augen fertig waren, merkte er - stellt euch sein Erstaunen vor -, daß sie sich bewegen konnten und ihn unentwegt anstarrten. Wie sich Geppetto von diesen Holzaugen so angestarrt sah, nahm er es beinahe krumm und sagte voller Verdruß:
»Ihr blöden Holzaugen, was glotzt ihr mich so an?« Doch niemand antwortete.
Nach den Augen machte er die Nase. Kaum war die fertig, fing sie auch schon an zu wachsen - und wuchs und wuchs, bis sie in wenigen Minuten zu einer Riesennase geworden war, die gar kein Ende nehmen wollte.
Der arme Geppetto gab sich alle Mühe, sie zu stutzen; aber je mehr er an ihr herumschnitt und abschnitt, desto länger wurde diese freche Nase.
Nach der Nase machte er ihm den Mund.“

 

 

Carlo_Collodi_and_Pinochio
Carlo Collodi (24 november 1826 – 26 oktober 1890)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, bibliothecaris en archibaris Ludwig Bechstein werd geboren op 24 november 1801 in Weimar. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Werwölfe und Vampire

 

„Viel weiß des Volkes Glaube und Aberglaube an den Ostseeküsten und dann weit hinab und hinauf in West- und Ostpreußen, in Litauen und bis nach Polen hinein, ja bis Serbien, Bosnien und in die Türkei von dämonischen Wesen zu erzählen, und ließen sich davon allein Bücher füllen.

Der Werwolf oder Wärwolf ist gedacht als ein Mensch, der durch Zaubermittel sich zur Nachtzeit in ein reißendes Tier, meist in einen Wolf, verwandelt und Menschen und Vieh anfällt, um ihnen das Blut warm aus dem Herzen zu saugen. Was der Werwolf so im Freien und an Wachenden übt, das tut der Vampir in den Gemächern an den Schlafenden. Der Werwolf wandelt noch unter den Lebenden, der Vampir ist ein Abgeschiedener, der seinem Grabe entsteigt und die Menschen würgt. Das ist beider Gemeinsames und Besonderes, aber die Verwandtschaft ist noch enger begründet. Stirbt der Werwolf und wird begraben, dann wird auch er Vampir und kehrt mordend aus dem Grabe wieder mit nie gestilltem Durst nach dem Blute der Lebendigen. Vampire werden aber auch solche Tote, welche von ihrem Grabeskleid irgendeinen Zipfel oder das Endchen eines Schleiers oder Bandes mit dem Munde erlangen; daran schmatzen sie, und solange sie schmatzen, so lange haben und üben sie des Grabentsteigens und des Blutsaugens dämonische Gewalt. Dabei machen sie den Anfang mit den nächsten Verwandten. Dadurch sind schon ganze Familien und Dörfer ausgestorben.

Ein Jäger aus Danzig beging abends sein Revier und sah sich plötzlich von einem ungewöhnlich großen Wolf angefallen, da er aber nicht unvorbereitet war, so schoss er, und seine Kugel zerschlug dem Wolf den rechten Vorderfuß. Mit lautem Geheul ergriff der Wolf hinkend die Flucht. Der Jäger folgte der Spur des Blutes, nachdem er von neuem seine Büchse geladen, denn er wollte sich in Besitz des schönen Wolfspelzes setzen.“

 

 

 

 

bech-bromb-kl
Ludwig Bechstein (24 november 1801 – 14 mei 1860)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

De Duitse schrijver Gerhard Bengsch werd geboren op 24 november 1928 in Berlijn.

24-11-08

Jules Deelder, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Thomas Kohnstamm, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Gerhard Bengsch, Ludwig Bechstein, Carlo Collodi


De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2007. 

 

 

Aan de Maas

 

Aan de Maas gezeten

turend in het zwerk

het stadsgeraas geweken

ontstijgt men aan zichzelf

 

Op hoger plan gekomen

wiekend door de lucht

de zwaartekracht te boven

vindt men een ander terug

 

O vogel van verlangen

wiegend op de wind

verlos ons van elkander

en van elkaars gewicht

 

 

 

 

In de schemer

 

In de schemer buiten

op een tuinbank gezeten

 

van de geluidloze vlucht

van de vleermuis omgeven

 

werkt het gestage knagen

van het geweten

 

ons méér op de zenuwen

dan binnen

 

op de bank gelegen met

de televisie aan -

 

vandaar dat in zo weinig

tuinen banken staan

 

 

 

 

Jules_Deelder
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

 

 

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Van 1975 tot 1978 studeerde hij literatuurwetenschappen aan de universiteit van IJsland. Sindsdien is hij zelfstandig schrijver. Vanaf 1985 organiseert hij ook als een van de leiders het literatuurfestival van Reykjavík. Kárason begon met het schrijven van gedichten, later volgden romans. De doorbraak kwam met Þar sem djöflaeyjan rís (Het duivelseiland) uit 1983. Dit boek was het eerste uit een trilogie, waarvan ook een toneelstuk werd gemaakt. Deel 1 werd ook door regisseur Friðrik Þór Friðriksson verfilmd als Devil's Island. Sinds 1993 schrijft Kárason ook kinderboeken.

 

 

Uit: Sturmerprobt (Vertaald door Kristof Magnusson)

 

„Obwohl ich die schlechteste "Reifeprüfung" der ganzen Schule machte, so wurde damals die Prüfung nach der siebten Klasse genannt, war ich eins der beiden Kinder, die der Lehrer in seiner Abschiedsrede lobend erwähnte: die Klassenbeste und mich. Die Klassenbeste war eine echte Streberin, Addí, Kinderärztin ist die, glaube ich, geworden, die dumme Kuh ... Die hatte fast überall eine Zehn, und alle anderen hatten mindestens eine Acht oder Neun. Ich war auf der katholischen Schule, die war ziemlich klein, wir waren nur wenige in der Klasse, und der Notendurchschnitt lag um einiges höher als an anderen Schulen, nur ich krebste da rum mit Sieben-Komma-Irgendwas und hatte mich schon damit abgefunden, als Schandfleck der Schule zu gelten - aber der Lehrer bedankte sich, nun wo sich unsere Wege trennten, mit allen möglichen sentimentalen Worten, lobte erst Addí für ihren Erfolg, "und dann ist da noch jemand, der ein besonderes Kompliment verdient hat, und das ist unser Eyvindur hier; dieser Junge hat einen unglaublichen Erfolg erzielt, trotz schwierigster Verhältnisse, einen Erfolg, der seine Begabungen und Talente eindrucksvoll unter Beweis stellt, und wenn er so weitermacht, sollte es ihm gelingen, auf seinem Lebensweg einige Untiefen und Gefahren zu meiden ..."

 

Natürlich hört man das irgendwie gern, man hat ja vorher noch nie ein Kompliment für seine Begabungen bekommen, außer höchstens beim Handball, und erst recht nicht für seine Talente! Aber am meisten wunderte es mich, dass sich die anderen überhaupt Gedanken über mich machten, über meine Herkunft, wo ich doch versucht habe, in der Schule so wenig Aufhebens davon zu machen wie möglich, man hat sich natürlich geschämt für seine Leute, niemals konnte ich Geburtstag feiern wie die anderen Kinder, wegen der Säufer und diesem ganzen Gesocks, das bei uns ein und aus ging, da war es natürlich nett, die Komplimente dieses Lehrers zu hören, als hätte der mich wirklich gern ...“

 

 

 

Einar Kárason
Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

 

 

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Hij bezocht de Franse school in Bamako (Mali). Wegens deelname aan een studentenprotest werd hij van school gestuurd. Toen hij weigerde zijn militaite dienst in Algerije te vervullen werd hij als straf naar Indochina overgeplaatst. Na zijn diensttijd studeerde hij in Lyon wiskunde. Kourouma viel al snel in ongenade bij president Félix Houphouët-Boigny van Ivoorkust en leefde twintig jaar in ballingschap in Algerije, Kameroen en Togo. In 1970 publiceerde hij zijn eerste roman Le Soleil des indépendances, maar pas begin jaren negentig wijdde hij zich weer opnieuw aan het schrijven. In 1990 ontving hij voor zijn tweede roman Monnè, outrages et défis de Grand Prix littéraire de l'Afrique noire en in 2000 werden hem de Prix Renaudot en de Prix Goncourt des lycéens toegekend voor Allah n’est pas obligé. Na zijn dood verscheen nog het onvoltooide werk Quand on refuse, on dit non.

 

Uit: Allah Is Not Obliged  (Allah n’est pas obligé, vertaald door Frank Wynne)

 

„The full, final and completely complete title of my bullshit story is: Allah is not obliged to be fair about all the things he does here on earth. Okay. Right. I better start explaining some stuff.

First off, Number one . . . My name is Birahima and I'm a little nigger. Not 'cos I'm black and I'm a kid. I'm a little nigger because I can't talk French for shit. That's how things are. You might be a grown-up, or old, you might be Arab, or Chinese, or white, or Russian-or even American-if you talk bad French, it's called parler petit nègre-little nigger talking-so that makes you a little nigger too. That's the rules of French for you.

Number two . . . I didn't get very far at school; I gave up in my third year in primary school. I chucked it because everyone says education's not worth an old grandmother's fart any more. (In Black Nigger African Native talk, when a thing isn't worth much we say it's not worth an old grandmother's fart, on account of how a fart from a fucked-up old granny doesn't hardly make any noise and it doesn't even smell really bad.) Education isn't worth a grandmother's fart any more, because nowadays even if you get a degree you've got no hope of becoming a nurse or a teacher in some fucked-up French-speaking banana republic.“ ("Banana republic" means it looks democratic, but really it's all corruption and vested interests.) But going to primary school for three years doesn't make you all autonomous and incredible. You know a bit, but not enough; you end up being what Black Nigger African Natives call grilled on both sides. You're not an indigenous savage any more like the rest of the Black Nigger African Natives 'cos you can understand the civilized blacks and the toubabs (a toubab is a white person) and work out what they're saying, except maybe English people and the American Blacks in Liberia, but you still don't know how to do geography or grammar or conjugation or long division or comprehension so you'll never get the easy money working as a civil servant in some fucked-up, crooked republic like Guinea, Côte d’Ivoire, etc., etc.

 

 

 

 

Kourouma
Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)

 

 

 

 

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Na de gebruikelijke vooropleiding bezocht hij de Tsinghua universiteit. In 1922 reisde hij naar de VS om kunst en literatuur te studeren aan het Art Institute of Chicago. Zijn eerste bundel Hongzhu (Engels: Red Candle) verscheen in deze tijd. In 1925 ging hij terug naar China. Zijn tweede bundel Sishui (Engels: Dead Water) verscheen in 1928. Bij het uitbreken van WO II trok hij naar Kunming, Yunnan. Hij werd politiek actief in 1944 en dat bleef hij tot aan zijn dood. Uiteindelijk werd hij bij een aanslag door geheime agenten van de Kuomintang gedood.

 

 

Dead Water

 

This is a ditch of desperate dead water,

Where wind can blow but raise no ripples.

Best just to throw in more scraps of copper and iron,

Might as well pour in your leftovers of cold porridge.

 

Perhaps the copper will green into emerald,

Tin cans rusting out stalks of peach blossoms;

Then let the grease weave up a sheet of silk,

While bacteria steam it into the clouds of dawn.

 

Let the dead water ferment into a ditch of green wine,

Pearl-like whitecaps floating all over;

The laughter of little pearls will turn into large pearls,

Before being bit burst by mosquitoes stealing wine.

 

So this ditch of desperate dead water

Can just boast of a few degrees of brightness.

And if the frogs can't bear the solitude,

Then just say the dead water will cry out a song.

 

This is a ditch of desperate dead water,

Which is certainly not where beauty resides,

Best just to give it up for ugliness to cultivate,

And see what kind of world he can turn it into.

 

 

 

Vertaald door Lucas Klein

 

 

 

 

 

Wen Yiduo
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Hij schrijft voornamelijk over Latijns-Amerika en de Caraïben. Kohnstamm heeft gewerkt voor Lonely Planet, verschillende tijdschriften en dagbladen. In april 2008 werd bekend dat Kohnstamm heeft toegegeven zich aan oplichting te hebben bezondigd en grote delen van zijn reisboeken te hebben verzonnen. Hij gaf toe zelfs nooit in Colombia te zijn geweest, het onderwerp van een van zijn boeken, en zou hebben gezegd: "I wrote the book in San Francisco. I got the information from a chick I was dating - an intern in the Colombian Consulate." Tom Hall, de Londense redacteur van Lonely Planet, nam deze uitspraak van Kohnstamm niet ernstig op. Volgens Hall hoefde Kohnstamm slechts over de Colombiaanse geschiedenis te schrijven en zou deze met een mastertitel in Latijns-Amerikaanse studies op zak daar zeer wel toe in staat zijn geweest.

 

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

 

Roebling.
Roe-bleeeng.
Rrrrroe-bling.
Alone in the fifty-seventh-floor conference room, I repeat the mantra under my breath. I sit in a rigid half-lotus position atop the glass table and watch the suspension cables of the Brooklyn Bridge flicker against the night sky. The office air is sharp with disinfectant. I take a slug of rum and return to my mantra.
John Roebling had a calling. Unfortunately for him, after the buildup, design, preparation, and politicking for the construction of the Brooklyn Bridge, the hapless bastard promptly dropped dead. His son, Washington, brought the bridge to completion, but not without picking up a case of the bends and almost dying in the process. Neither man ever wavered from a life of dedication, direction, and diligence.
A lot of good it did either of them.
I remove my battered leather shoes, the toes stained gray with salt from the slushy city sidewalks, and knead my left foot through my sweaty dress sock. Hundreds of pairs of headlights move in a stream back and forth across the bridge.
Yesterday during a meeting in this same conference room, a neckless, pockmarked banker pointed out that the name the bends was, in fact, coined during the construction of the Brooklyn Bridge. Hundreds of laborers toiled on the footing of the bridge, eighty feet below the surface of the river. They worked in nine-foot-high wooden boxes known as caissons, which were pumped full of compressed air and lowered to the depths with the men inside. After resurfacing, scores of workers were inflicted with a mysterious illness. Crippling joint pain. Mental deterioration. Paralysis. And for a few,agonizing death. The name the bends was taken from the debilitated posture of the sufferers.”

 

 

 

Kohnstamm
Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)

 

 

 

 

 

 

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

 

„I wish either my father or my mother, or indeed both of them, as they were in duty both equally bound to it, had minded what they were about when they begot me; had they duly consider'd how much depended upon what they were then doing;-that not only the production of a rational Being was concern'd in it, but that possibly the happy formation and temperature of his body, perhaps his genius and the very cast of his mind;-and, for aught they knew to the contrary, even the fortunes of his whole house might take their turn from the humours and dispositions which were then uppermost:--Had they duly weighed and considered all this, and proceeded accordingly,--I am verily persuaded I should have made a quite different figure in the world, from that, in which the reader is likely to see me.-Believe me, good folks, this is not so inconsiderable a thing as many of you may think it;-you have all, I dare say, heard of the animal spirits, as how they are transfused from father to son, &c, &c.-and a great deal to that purpose:-Well, you may take my word, that nine parts in ten of a man's sense or his nonsense, his successes and miscarriages in this world depend upon their motions and activity, and the different tracks and trains you put them into; so that when they are once set a-going, whether right or wrong, 'tis not a halfpenny matter,--away they go cluttering like hey-go-mad; and by treading the same steps over and over again, they presently make a road of it, as plain and as smooth as a garden-walk, which, when they are once used to, the Devil himself sometimes shall not be able to drive them off it.“

 

 

 

Sterne_2
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.

 

Uit: Zomerzotheid

 

„In de salon zaten de anderen. Hetty beeldig in een zeegroene jurk, was bij de theetafel bezig. "Ga zitten!" zei Gerrit Jan. Reep schoof de stoelen aan. Pit keek eens om zich heen."Wat een gekke stemming is er," dacht ze." Zou dat allemaal komen omdat het de laatste avond is?"
Toen klonken er stemmen in de hal. Besliste stappen. Ze keken allemaal naar de deur. De deur ging open. En op de drempel stond een jongeman, gebruind, keurig in evening-dress.
"Lúcas!" riep Pit. Ze sprong overeind. Ze ging weer zitten.
"Wat is dat voor een mop?" vroeg Ella hoog.
"Mag ik me even bekend maken," zei de jongeman langzaam. "Ik ben Robbert Johannes Padt van Heijendaal."
"Ròbbert!" Ella keek naar Gerrit Jan. "Wat is dat voor een krankzinnigheid?"
"Nee," zei Gerrit Jan. Hij nam zijn bril af, knipperde onnozel. "Nee, het is geen krankzinnigheid. Hij is Robbert Padt van Heijendaal."
"En jij dan? En jij dan?"
"Hij is óók nog een heel behoorlijk mens," zei Jef rustig. "Al heet hij maar Gerrit Jan Loots. Hij is een vriend van Robbert. Ons aller vriend trouwens."
Dot was de enige die grijnsde. Dot had de zaak onmiddellijk door! Maar Pit klemde haar avondtasje in haar handen. Ze zag bleek. Ella stond op. "Ik begrijp er niets van," zei ze. "Niets. Niets. En waarom gaf u zich dan voor Lucas uit?"

 

 

 

marxveldt
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

 

 

 

 

 

 

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.


Uit:
The Briefing

 

My greetings. I’m sorry I’m not here with you today but perhaps it’s just as well. In times such as these, it’s best not to reveal ourselves completely, not even to each other.

If you step over the line and into the circle, you may be able to hear better. Mind the chalk on your shoes.

I know many of you have travelled great distances to be here. Have you seen all there is to see? The pillbox batteries, the ovens, the ammunition depots with cavity floors? Did you visit the workers’ mass grave? Have you studied the plans carefully? Would you say it’s beautiful, this fort? They say it sits astride the mountains like a defiant lion.“

 

 

 

 

arundhati_roy
Arundhati Roy (
Shillong, 24 november 1961)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gerhard Bengsch werd geboren op 24 november 1928 in Berlijn. Vanaf 1954 was hij lid van de schrijversbond van de DDR. Hij begon zijnn loopbaan na WO II als journalist en redacteur bij een Berlijnse krant. Begin jaren vijftig begon hij met het schrijven van verhalen en publiceerde hij de roman Institut Bodelsang unter Mordverdacht. De Bulgaarse regisseur Slatan Dudow die nauw samenwerkte met Bertolt Brecht und Hanns Eisler nodigde hem uit mee te schrijven aan het draaiboek voor de film Frauenschicksale. Dat was het begin van zijn carriere als draaiboekschrijver. In de laatste jaren van zijn leven richtte Bengsch zich weer meer op de literatuur. In 1997 verscheen de satire Herr Minister läßt grüßen, in 2003 Der Colonel von Cattenberg en in 2004 zijn laatste boek Unterlassene Hilfeleistung - Zwei Kriminalfälle.

 

Uit: Unterlassene Hilfeleistung

 

„Als wieder Ruhe herrschte, sagte Woyko, und er bleckte uns dabei mit seinen schneeweißen Porzellankronen an: "Wir waren in Karmütz auf dem Gemeindeamt. Ihr Pachtvertrag endet nächstes Jahr. Dann müssen Sie raus, es sei denn, daß Sie von Ihrem Vorkaufsrecht Gebrauch machen. Das würde jedoch nach Paragraph 510 BGB bedeuten, daß Sie den Kaufpreis, den ein anderer Käufer bietet, binnen zwei Monaten auf den Tisch legen müßten. Sonst wäre der Zug weg."

Mir versagte fast die Stimme. "Haben Sie denn schon einen Käufer? Woher so schnell?"

"Uns ist auf dem Gemeindeamt ein Makler empfohlen worden, der uns auf Anhieb gleich mehrere Interessenten offerieren konnte."

"Handelt es sich zufällig um den Bruder des Bürgermeisters?" warf Annabella ein.

"Das ist in diesem Zusammenhang doch völlig uninteressant!" schrie Frau Hiltrud plötzlich in einer Stimmlage, die einen unmittelbar bevorstehenden hysterischen Anfall befürchten ließ.

Woyko verbat sich mit bestimmter Geste ihre weitere Einmischung. Er habe einen ernsthaften Käufer schon so gut wie sicher, wiederholte er, und der Preis sei bereits klar. "Neunhundertfünfundachtzigtausend!"

 

 

 

 

Gerhard_Bengsch
Gerhard Bengsch (24 november 1928 – 11 maart 2004)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, bibliothecaris en archibaris Ludwig Bechstein werd geboren op 24 november 1801 in Weimar. Bechsteins patriotische gedichten en zijn historische verhalen zijn nauwelijks nog bekend. Hij is vooral bekend gebleven door zijn verzameling sprookjes, Bechsteins Märchen. Ook zijn Deutsches Sagenbuch (1853) wordt nog steeds als naslagwerk over Duitse sagen gebruikt. Geliefd zijn tevens nog steeds zijn publicaties over Thüringen.

 

Uit: Das Märchen von den sieben Schwaben

 

Es waren einmal sieben Schwaben, die wollten große Helden sein und auf Abenteuer wandern durch die ganze Welt. Damit sie aber eine gute Bewaffnung hätten, zogen sie zunächst in die weltberühmte Stadt Augsburg und gingen sogleich zu dem geschicktesten Meister allda, um sich mit Wehr und Waffen zu versehen. Denn sie hatten nichts Geringeres im Sinne, als das gewaltige Ungetüm zu erlegen, das zur selben Zeit in der Gegend des Bodensees gar übel hausete. Der Meister staunte schier, als er die sieben sah, öffnete aber flugs seine Waffenkammer, die für die wackeren Gesellen eine treffliche Auswahl bot. »Bygott!« rief der Allgäuer, »send des au Spieß? So oaner wär mer grad reacht zume Zahnstihrer. For mi ischt e Spieß von siebe Mannslengen noh net lang genueg. « Drob schaute ihn der Meister wiederum an mit einem Blick, der den Allgäuer beinahe verdroß. Denn dieser lugte zurück mit grimmigen Augen, und bei einem Haar hätt's was gegeben, wenn der Blitzschwab nicht just zur rechten Zeit sich ins Mittel gelegt

 

 

 

bechstein
Ludwig Bechstein (24 november 1801 – 14 mei 1860)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.

 

 

24-11-07

Frédéric Leroy, Jules Deelder, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi


De Vlaamse dichter (en voedingsbiotechnoloog) Frédéric Leroy ontving vandaag in Brugge de Prijs Letterkunde 2007 van de Provincie West-Vlaanderen voor zijn bundel "Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen)". Zie ook mijn blog van 2 december 2006. 

 

Kleine ode aan de verloren tijd

Deur die opent. Stappen. Deur die sluit.
De zure geur van houten kasten en de wijze
waarop licht in oude gebouwen zichzelf dooddrukt
tegen muren, documentarisch wordt, onwerkelijk
als een foetus op sterk water. Deur die opent.

(Maar waarom toch altijd de verloren tijd
het scherpst in mijn geheugen gegrift wordt:
het wandelen, het wachten, het nagelbijten,
het staren naar de straatstenen – en de rest,
dat wat men al snel sleutelmomenten noemt,
een lijstje, een overhoop gegooide chronologie?)

Deur die sluit. Uitspraak. Stappen.
Schouderklopjes. De onaangepaste kleur
van mijn schoenen.

 

 

 

 

 

frederic
Frédéric Leroy (
Blankenberge, 2 december 1974)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.

 

 

Blues on tuesday

 

Geen geld.
Geen vuur.
Geen speed.

Geen krant.
Geen wonder.
Geen weed.

Geen brood.
Geen tijd.
Geen weet.

Geen klote.
Geen donder.
Geen reet.

 

 

Aan de Maas

 

Aan de Maas gezeten
turend in het zwerk
het stadsgeraas geweken
ontstijgt men aan zichzelf

Op hoger plan gekomen
wiekend door de lucht
de zwaartekracht te boven
vindt men een ander terug

O vogel van verlangen
wiegend op de wind
verlos ons van elkander
en van elkaars gewicht

 

 

 

Bokswereld

 

Half Moon Inn
San Diego California

Op het gazon rond
het zwembad groepen ze samen
de gok- sex- en horecaf-
bazen doen zaken

Soms laat er een
zich voorzichtig te water
Van ver klinkt de stem
van Bep van Klaveren

"Ik gaf 'm een hóek ...
Hij hep nóoit meer gebokst"
De temperatuur loopt op
tot 26 graden

 

 

 

 

Deelder
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 24 november 2006.

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland.

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889.

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong.


De Italiaanse schrijver Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren.

 

 

24-11-06

Laurence Sterne, Jules Deelder, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi


Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland.

Sterne was de zoon van een onderofficier en bracht zijn jeugd door in verschillende garnizoenssteden. Hij bezocht de school in Halifax, en bleef zonder cent achter toen zijn vader in 1731 in Jamaica overleed. Sternes ouders hadden echter goede connecties en hij kon zich zodoende toch inschrijven aan de Universiteit van Cambridge. Een van zijn vrienden daar was de jonge landeigenaar John Hall-Stevenson, een scherpzinnig man met een voorkeur voor pornografie, die als Eugenius opduikt in Tristram Shandy. Sterne studeerde af in 1737 en werd spoedig daarna praktiserend geestelijke. In 1759 begon hij aan 'Tristram Shandy', waarvan hij gedeelten voorlas aan vrienden in het huis van John Hall-Stevenson. De eerste twee delen van dit boek verschenen in York in 1759 en in Londen in 1760, en maakten hem beroemd. Vervolgdelen kwamen uit in 1761, 1762, 1765, en 1767.

Door zijn nieuwverworven faam kwam hij in contact met invloedrijke lieden, en via hen verkreeg hij de post van predikant in Coxwold met bijbehorend huis (dat hij Shandy Hall noemde) aan de rand van het dorp in 1760. Hij geraakte hierdoor in een positie waarin hij kon gaan reizen, en dat was ook nodig voor zijn gezondheid: hij was tuberculose-patiënt. Hij verbleef langdurig in Frankrijk en maakte een reis door Italië; van tijd tot tijd ging hij terug naar Coxwold en Londen om aan zijn boeken te werken. Laurence Sterne overleed in Londen op 18 maart 1768.

 

Uit: TRISTRAM SHANDY

 

-- WE'LL not stop two mo-
ments, my dear Sir, -- only,
as we have got thro' these five volumes,
(do, Sir, sit down upon a set -- they
are better than nothing) let us just look
back upon the country we have pass'd
through. --

  -- What a wilderness has it been !
and what a mercy that we have not both
   of us been lost, or devoured by wild
beasts, in it.

  Did you think the world itself, Sir,
had contained such a number of Jack
Asses ? -- How they view'd and re-
view'd us as we passed over the rivulet
at the bottom of that little valley ! --
and when we climbed over that hill, and
were just getting out of sight -- good
God ! what a braying did they all set up
together !

  -- Prithee, shepherd ! who keeps
all those Jack Asses ?  * * *

  -- Heaven be their comforter --
What ! are they never curried ? -- Are
they never taken in in winter ? -- Bray
bray -- bray. Bray on, -- the world is
deeply your debtor ; -- louder still --
 that's nothing ; -- in good sooth, you
are ill-used : -- Was I a Jack Asse, I
solemnly declare, I would bray in
G-sol-re-ut from morning, even unto
night.

 

 

 

 
LAURENENCE_STERNE
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

 

Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Na de HBS studeerde hij enkele jaren voor de akte Nederlands. Op zijn elfde schreef hij zijn eerste gedicht met de titel 'Hoort, men werpt een atoombom' en in 1963 debuteerde hij in een literair tijdschrift met het gedicht "Leert Uw vogels kennen". Hij werd ontdekt door Simon Vinkenoog (door Deelder steevast aangeduid als "ene Simon V. te A.") die hem uitnodigde als deelnemer aan een poëzie-manifestatie in het Amsterdamse theater Carré in 1966. Drie jaar later verscheen zijn debuutbundel Gloria Satoria (1969). Diverse bundels volgden, en Deelder ging ook korte verhalen schrijven. In de jaren negentig trad hij veelvuldig op met Herman Brood en met collega-dichter Bart Chabot.

 

Vroeger of later
Ga je dood
Dat staat als een paal
Boven water
Zo oud als Sparta
Word je nooit

En als je gaat
Is het je tijd geweest
Dat is één ding
Dat zeker is

Zo niet
Ofter een hemel is
Maar álster één is
Dan zal je zien
Dat de Hemelpoort
- Oh brok in ons keel -
Verdacht veel weg heeft
Van Het Kasteel

 

 

Voor Ari van Jules Deelder

Lieve Ari / Wees niet bang
De wereld is rond / en dat istie al lang
De mensen zijn goed / de mensen zijn slecht
Maar ze gaan allen / dezelfde weg
Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt
Je komt uit het water / en gaat door het vuur
Daarom lieve Ari / Wees niet bang
De wereld draait rond / en dat doettie nog lang

 

 

 

deelder
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

Zij was de schrijfster van klassiekers als "Joop ter Heul" , "Een zomerzotheid" en vele andere verhalen. Cissy van Marxveldt is een pseudoniem van Setske Beek-de Haan. Ze werd geboren in Oranjewoud (Fr.) op 24 november 1889 en overleed te Bussum 31 oktober 1948.

Op donderdag 3 februari 1916 trouwde ze met Leo Beek, reserve tweede luitenant bij het 18e regiment infanterie. Later werkte Leo Beek als personeelschef bij De Bijenkorf te Amsterdam.

In 1917 kwam haar droom uit: haar eerste boek Game and set! verscheen, een jaar later gevolgd door Het hoogfatsoen van Herr Feuer, over haar Amsterdamse tijd op kantoor met haar Duitse baas). De boeken werden onder de naam Betty Bierema uitgebracht. Hoewel de boeken flopten, benaderde een nieuw tijdschrift voor jongeren haar om een feuilleton te schrijven. Dit deed ze onder de naam Cissy van Marxveldt. Ze schreef de verhalen in de vorm van brieven van een HBS-meisje aan haar vriendin: Joop ter Heul was geboren.

Het tijdschrift ging al snel op de fles, maar De Haan ging door met Joop ter Heul; een HBS-meisje zonder zorgen, uit een chic milieu. Haar uitgever had echter geen interesse. Valkhoff & Co uit Amersfoort wilde het wel uitbrengen. In 1919 verscheen 'De HBS-tijd van Joop ter Heul'. Het was meteen een succes.

Uit: De H.B.S. tijd van Joop ter Heul

Waarom ik nu eigelijk zoo woedend en mopperig ben? Omdat ik niet meer aan Net mag schrijven. Ja natuurlijk, nog wel eens in de zooveel weken, maar niet, zooals we altijd deden, een brief wanneer je er leut in had. Ik moet er ook altijd inloopen. Ik zat op Pa's kamer geschiedenis te leeren, en 't verveelde me zoo gruwelijk. Toen dacht ik: ‘Kom, laat ik maar met een brief aan Net beginnen. Daar heb ik wel puf in.’ En ik raakte er zoo vreeselijk in, dat ik Pa niet hoorde binnenkomen. Ik kladde maar door, en toen Pa's stem opeens mijn nek kietelde, klapte ik dadelijk het geschiedenisboek dicht. De brief was nog nat en het vlekte natuurlijk; 't gaf een smeerboel. Pa sloeg het boek open, schudde zijn hoofd, en begon er met een radeermesje in te peuteren. Ik zei: ‘Och laat u dat maar, want we hebben allemaal kladpartijen in onze boeken.’ Ik wou niet, dat Pa onnoodige moeite deed. Maar Pa ging er toch mee door, en hij zei: ‘Zit je zoo je geschiedenis te leeren? 't Is fraai’ - dat is een stop-uitdrukking van Pa, ‘of denk je misschien, dat je er genoeg van kent?’

‘O hemeltje nee’, zei ik, ‘dat niet, maar ik had zoo'n puf om aan Net te schrijven.’

 

 

 

cvanmarxveldt
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong in India en groeide op in Kerala.  Zij studeerde af aan de Delhi School of Architecture, maar werd scenarioschrijfster, schreef scripts voor films en voor televisie. Zij woont in Dehli met haar man, de filmmaker Pradeep Kishen. Haar eerste roman.The God of Small Things, uit 1997 won de prestigieuze Booker Prize en werd een internationale best-seller.

 

Uit: "God of Small Things"

 

May in Ayemenem is a hot, brooding month. The days are long and humid. The river shrinks and black crows gorge on bright mangoes in still, dust green trees. Red bananas ripen.Jackfruits burst. Dissolute bluebottles hum vacuously in the fruity air. Then they stun themselves against clear windowpanes and die, fatly baffled in the sun. The nights are clear, but suffused with sloth and sullen expectation. But by early June the southwest monsoon breaks and there are three months of wind and water with short spells of sharp, glittering sunshine that thrilled children snatch to play with. The countryside turns an immodest green. Boundaries blur as tapioca fences take root and bloom. Brick walls turn moss green. Pepper vines snake up electric poles. Wild creepers burst through laterite banks and spill across the flooded roads."

 

 

arundhati
Arundhati Roy (
Shillong, 24 november 1961)

 

 

Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren. Zijn vader werkte als kok bij een markies, zijn moeder was afkomstig uit Collodi, een gehucht tussen Florence en Pisa. Omstreeks 1860 gebruikte hij voor het eerst de pseudoniem Carlo Collodi. Ook was hij betrokken bij de ontwikkeling van de Florentijnse omgangstaal. Hij stierf in 1890. Carlo Collodi is de schepper van Pinokkio, de uit een stuk lachhout gesneden marionet wiens neus steeds langer wordt als hij jokt. Hij schreef het verhaal eerst als feuilleton voor het kinderblad Il Giornale per Bambini. Tussen 1881 en 1884 verscheen dit onder de titel Storia di un burattino, (De geschiedenis van een marionet), met grote tussenpozen in acht afleveringen. In het boek vormen ze de eerste vijftien hoofdstukken. Het verhaal eindigde triest: de ondeugende Pinokkio werd opgehangen aan de grote Eik en stierf. Onder grote druk van de uitgever, daartoe aangezet door de enthousiaste lezers, schreef Collodi daarna nieuwe afleveringen. Hij introduceerde de Fee die wil dat Pinokkio zijn leven betert. Daardoor kreeg het verhaal een wat meer moralistische strekking. In 1883 verscheen het in boekvorm als Le Aventure di Pinocchio  Pinokkio behoort tot de klassiekers van de jeugdliteratuur. De eerste vertaling werd in 1900 gepubliceerd.

 

         

             Uit: Pinokkio

 

Er was eens,...
een poppenmaker Geppetto hij maakte een speciale pop
en noemde hem Pinokkio. "Ik wens dat je een echt jongen bent"
zei Geppetto bedroefd. "Want ik ben zo alleen".
Die nacht kwam de Blauwe Fee naar Geppetto's werkplaats.

"Goed Geppetto" zei ze, "Je maakt andere altijd gelukkig,
je verdient het dat je wens uitkomt".
Lachend raakte de Blauwe Fee het popje aan met haar hand.
"Klein popje, gemaakt van hout. Wordt wakker".
en in een oogwerk, bracht zij Pinokkio tot leven.
"Pinokkio, als je braaf, eerlijk en aardig bent, word je op
een dag een echte jongen," zei de Blauwe Fee.

 

 

pinokkio
Illustratie uit Pinokkio

 

 

 

collodi
Carlo Collodi (24 november 1826 – 26 oktober 1890)