26-07-17

Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar, George Bernard Shaw, Hanya Yanagihara

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit:Vaslav

“En ik heb mevrouw nog zo gewaarschuwd. Maanden geleden al, begin oktober, meteen toen ik het aan zag komen. Kan best zijn dat ik toen te voorzichtig ben geweest, niet hard genoeg, gewoon omdat ik niet goed durfde. Het was ook een ijzingwekkende boodschap, verschrikkelijk! Haar zoiets te moeten zeggen over de man op wie ze haar hele ziel heeft ingezet, voor wie ze haar lijf heeft afgebeuld tot haar spieren ervan scheurden en het bloed in haar schoenen stond. Het ijzer in die wil! Ze heeft voor hem gestreden als een straatmeid en hem veroverd als een strateeg.
En nou dit.
Hoe kun je iemand die liefheeft voor zoiets de ogen openen?
Natuurlijk, het hoort niet dat een man als ik over zoiets begint, maar iemand moest het toch zeker doen? Ik heb het zo rustig mogelijk gebracht. Zakelijk bijna, zoals ik meld dat het bad klaarstaat of dat er aanmaakhout moet komen. Het laatste wat ik wilde was haar aan het schrikken maken, maar mij doet het evengoed pijn het te moeten aanzien. Ons allemaal hier in huis, maar mij misschien nog net iets meer. Ik, die dag in dag uit zoveel uren met hem optrek, had ik het dan zomaar stilletjes moeten laten gebeuren, terwijl ik zie wat er gaat komen? Ik weet als geen ander wat ons vandaag te wachten staat. Ik verzin het niet, ik heb het allemaal al eens eerder zien gebeuren, vroeger in Sils Maria. Niet nog een keer, dacht ik, niet nog een keer!
Ik heb het haar gezegd, maar ze wilde het niet horen. Wat had ik dan moeten doen, zwijgen? Ik herkende het gevaar. Ik zag het toch in zijn ogen. Het was mijn plicht daarop te wijzen. Dat is me niet in dank afgenomen. Marie en Lise vielen me nog bij, maar er was er maar één de kwaaie pier, dat voelde je. Die kilte. En later heeft ze dat gezegd ook, dat ik mijn plaats moest weten en dat als ik die niet kende, zij mij weg zou sturen. En desondanks ben ik er nog een keer op teruggekomen – ik moest toch wel!
Nog geen maand later, zodra het vrede was, begon ze brieven te schrijven. Twee, drie keer op een dag stuurde ze me naar de post. Geadresseerd aan theaters in Parijs, Londen en Monte Carlo, aan impresario’s en intendanten. Ook zag ik de namen van al die mensen over wie ze het altijd heeft, allemaal kunstenaars, sommigen zo beroemd dat wíj er in dit dal zelfs van gehoord hebben, zogenaamde oude vrienden, al heb ik ze hier nog nooit een voet zien zetten, op wie ze al haar hoop heeft gezet.”

 

 
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)
Maarten Heijmans (Vaslav) en Noortje Herlaar (Romola) in de toneelbewerking, Amsterdam, 2014

Lees meer...

26-07-16

Dolce far niente, Hans Kloos, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Yves Petry, Hanya Yanagihara

 

Dolce far niente

 

 

 
De Piramides, Jan van Galenstraat, Amsterdam

 

 

Interview met het bushokje
Marcanti-eiland

achter me stonden vroeger
op een zandvlakte in de winter
de kermisgasten
die zijn nu verstopt aan de overkant
tussen de markthallen en de begraafplaats

soms ben ik een bed
en vaak slachtoffer
van vandalisme
ik zat een keer
vol met kogelgaten

als iemand bus na bus
niet instapt de ogen gesloten
het hoofd tegen mij rustend
wou ik dat ik de rokken
van zijn moeder was

mijn glas rammelt
zachtjes bij het remmen
en optrekken van mijn vrienden
de nachtbussen

om de zoveel jaar krijg ik gratis
een complete makeover
ik begin nu te rotten
in mijn betonpoeren
maar zo lang de stad blijft
zal ik wel blijven

ik word ook op gezette tijden gereinigd
eind jaren tachtig
was er een klein punkmeisje
dat steeds weer glasnost op mij spoot
vorige week verkondigde ik nog:
weg met de kazen!

het mooist is het
als ik vol stroom
met lijven op zoek
naar de gewenste afstand
van elkaar en de regen

ik heb een keer gedroomd
dat ik midden op straat stond
en iedereen dwars door me heen reed

de volgende dag
was ik tijdelijk opgeheven
wegens wegwerkzaamheden

dat moeten ze niet te vaak doen
dat is niet goed
voor het zelfvertrouwen van een bushalte

ik heb een neef
waar nooit iemand uitstapt

 

 
Hans Kloos (Baarn, 23 december 1960)

Lees meer...

26-07-15

Paul Heyse, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar

 

Dolce far niente

 

 
Na de storm door Aleksej Savrasov, ca. 1870

 

 

Stille nach dem Sturm

Ach, den Zauber dieser Stille
Nach des Ungewitters Graus,
Dieses Friedens Segensfülle -
Keine Lippe spricht sie aus!

Jugendfrische reine Lüfte
Hauchen überm See heran,
Und es füllt ein süß Gedüfte
Rebenhald' und Wiesenplan.

Nur am Weg die jungen Blüten,
Die der Sturm vom Baume riß,
Mahnen an des Wetters Wüten
In der nächt'gen Finsternis.

Ach, sie blühten wohl vergebens,
Da kein Sommer mehr sie reift.
Aber wenn der Sturm des Lebens
In die vollen Zweige greift,

Und der Seele nach der schwülen
Leidenschaft der Friede kehrt,
Ist, genesen sich zu fühlen,
Nicht ein Blütenopfer wert?

 

 
Paul Heyse (15 maart 1830 - 2 april 1914)
Berlijn. Markt am Leipziger Platz door Paul Andorff, eind 19e eeuw
Paul Heyse werd in Berlijn geboren

Lees meer...

26-07-14

Dolce far niente, Remco Campert, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Yves Petry

 

Dolce far niente

 

 

 
Brug over de Schinkel, de Sluis bij de Overtoom, Amsterdam
door Jan Hermanus Melcher Tilmes, z.j.

 

 

Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

26-07-11

Arthur Japin, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook mijn blog van 26 juli 2008 en ook mijn blog van 26 juli 2009 en ook mijn blog van 26 juli 2010.

 

Uit: Een schitterend gebrek

 

„Zo word ik het minst opgemerkt. Ik kan hen echter op mijn gemak bestuderen. Dat deed ik ook die avond, deels voor mijn plezier, deels met het oog op mijn professie.
In de bocht van de Herengracht vielen mij twee heren op. De een was Jan Rijgerbos, een handelaar aan de beurs, die voor mij geen vreemde was. Het is een vriendelijke, welopgevoede weduwnaar, fris en goedgebouwd en niet veeleisend. Zijn metgezel kende ik niet. Die had een donker voorkomen met een opvallend profiel. Het was dat laatste dat mij onmiddellijk trok. Zijn aanblik raakte mij zonder dat ik begreep waarom. Ik vroeg de bootsman sneller te roeien, zodat wij het stel nog even bij konden houden. Ik bestudeerde de onbekende. Hij had een ovaal gelaat en droeg een blonde pruik, die het beter liet uitkomen. Hij was niet bijzonder knap maar wekte dadelijk mijn lust, op een manier die ik van mijzelf niet kende.
Dit ergerde mij.
Ik ben gewend degene te zijn die de lusten wekt.
Hij was me toch te mager, besloot ik. Bovendien ging hij volgens de laatste Parijse mode gekleed in een kniebroek van gele zijde, die zijn kousen bloot liet, wat hem in dit gure weer potsierlijk stond. Ik verloor mijn interesse en keek alweer rond naar andere wandelaars. Terwijl we onder de Leidsebrug door voeren, staken Rijgerbos en zijn vriend die juist over en ik ving alsnog een flard op van hun gesprek. Zij spraken in het Frans, de een moeizaam, de ander vloeiend. De stem van die Fransman stond me aan. Ik liet de bootsman stilhouden onder de bogen van de brug. Daar wachtten wij in de schaduw tot het stel uit het zicht was.
Het is dat mijn decolleté onverantwoord diep was uitgesneden; het is dat ik bepaald niet zonder zonden ben; het is dat mijn gedachten die avond verre van verheven waren; het is dat ik niet het soort vrouw ben aan wie een hogere macht ook maar een kwartiertje van zijn tijd zou verdoen, anders zou je nog denken dat God zelf of anders de duivel voor zijn vermaak in de hele opzet een handje heeft gehad. Een samenloop als deze! Hoe zelden is ons een glimp vergund op het grotere verband waarbinnen de voorvallen uit ons leven een plaats krijgen? „

 

 


Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

Lees meer...

26-07-10

Arthur Japin, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar, George Bernard Shaw, Claude Esteban, Antonio Machado, Anré Maurois, Paul Gallico, Hans Bergel

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 26e juli mijn blog bij seniorennet.be

  

Arthur Japin, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar

           

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 26e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag

 

George Bernard Shaw, Claude Esteban, Antonio Machado, Anré Maurois, Paul Gallico, Hans Bergel

26-07-09

Aldous Huxley, Arthur Japin, Anne Provoost, Yves Petry, Nicholas Evans, George Bernard Shaw, Claude Esteban, Anré Maurois, Paul Gallico, Antonio Machado, Hans Bergel, Chairil Anwar


De Engelse schrijver en criticus Aldous Huxley werd geboren op 26 juli 1894 in Godalming, Surrey. Zie ook mijn blog van 26 juli 2006 en ook mijn blog van 26 juli 2007 en ook mijn blog van 26 juli 2008.

 

Uit: Aldous Huxley (Biografie door  Nicholas Murray)

 

„'Born into the rain,' Aldous Huxley told the New York Herald Tribune in 1952, 'I have always felt a powerful craving for light.' Huxley had in mind his lifelong struggle with defective eyesight, which sent him first to the Mediterranean and then to Southern California. But the wider metaphor is irresistible. His life was a constant search for light, for understanding, of himself and his fellow men and women in the twentieth century. This intellectual ambition -- not unknown but rare in English novelists -- sent him far beyond the confines of prose fiction into history, philosophy, science, politics, mysticism, psychic exploration. He offered as his personal motto the legend hung around the neck of a ragged scarecrow of a man in a painting by Goya: aun aprendo. I am still learning. Grandson of the great Victorian scientist Thomas Henry Huxley -- 'Darwin's bulldog' -- he had a lifelong passion for truth, artistic and scientific. His field of interest, declared Isaiah Berlin after his death, was nothing less than 'the condition of men in the twentieth century'.

Like an eighteenth century philosophe, a modern Voltaire -- though in truth he found that historical epoch lacking in depth and resonance -- he took the whole world as his province, and like those urbane thinkers he did it with consummate clarity and grace, was frequently iconoclastic, and struck many of his contemporaries in the early decades of the twentieth century as a liberator and a herald of the modern age of secular enlightenment and scientific progress. He was also an often disturbingly accurate prophet who became steadily more disillusioned with the uses to which science was being put in his time.

 

 

 

Huxley_Bell
Aldous Huxley (26 juli 1894 – 22 november 1963)

Portret door Vanessa Bell

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook mijn blog van 26 juli 2008.

 

Uit: Een schitterend gebrek

 

“Amsterdam 1758

Die avond, waarop alles in een nieuw licht kwam te staan, zou ik zoals alle donderdagen eigenlijk dineren met mijnheer Jamieson, een groothandelaar in huiden en tabak, en misschien daarna samen wat gaan dansen. Alleen omdat zijn jicht hem overvallen had en de goede man moest afzeggen, besloot ik mijn loge in de opera op te zoeken.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb altijd sober geleefd. Vanaf het moment dat het onheil toesloeg en ik door het leven werd voortgejaagd was ik spaarzaam. Ik moest wel, omdat ik lange tijd niet wist wat de volgende dag mij zou brengen. Of ik te eten zou hebben. Of er voor mij zou worden gezorgd. Of ik aangevallen zou worden en verder opgejaagd. Ook toen ik dan uiteindelijk in Amsterdam een zekere positie had verworven heb ik mij nooit meer aangemeten dan de uitdossing die de kringen waarin ik verkeerde van mij verwachtten en natuurlijk zaken die ik nodig had voor de uitoefening van mijn vak. Buitenissigheden heb ik mij nooit veroorloofd. Ik heb er ook niet naar getaald. Dit stond ik mijzelf de laatste jaren echter wel toe: een vaste logeplaats in de Franse schouwburg aan de Overtoom, die ik bezocht zodra ik mij daarvoor vrij kon maken.
Daarheen was ik die avond, half oktober, dus op weg. Ik had zoals ik gewend was een bootsman met een kleine, maar propere sloep gehuurd. Het was kil. De kou op de grachten is in Amsterdam anders dan in Venetië. Hij begint maanden vroeger, dringt het lichaam sneller en scherper binnen en nestelt zich eerder in de botten dan in de longen. Toch ga ik liever met de boot dan met een rijtuig. De mensen op de kade slaan geen acht op wie voorbijvaart. Zij gaan op in hun gesprekken.”

 

 

 

 

arthur_japin
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijfster Anne Provoost werd geboren in Poperinge op 26 juli 1964. Provoost groeide op in Woesten, in de Belgische Westhoek. Ze begon met schrijven toen ze vier was. Omdat ze toen technisch nog niet kon schrijven, dicteerde ze verhalen aan haar moeder. Later schreef ze boeken die ze zelf illustreerde. Toen ze literatuur ging studeren aan de universiteit in Kortrijk en Leuven, nam ze zich voor om niet meer te schrijven. Toen ze tijdens haar laatste jaar Germaanse Talen ziek in bed lag, schreef ze een verhaal. Tot haar grote verbazing won ze daarmee een wedstrijd. Anne Provoost schrijft gelaagde actuele en historische romans. Bekende titels van haar hand zijn: De roos en het zwijn, De arkvaarders, In de zon kijken en Beminde ongelovigen. Haar boeken kregen talrijke prijzen en werden herhaaldelijk vertaald. Haar roman Vallen werd in 2001 verfilmd door Hans Herbots.

 

Uit: De roos en het zwijn

 

“Ik was aan het melken toen ik de hoeven van een vijftiental paarden op het pad hoorde. Het was schemerdonker, en wat opviel waren de walmende fakkels van ricinushout die de ruiters droegen, waardoor hun gezicht er grimmig en hun wapenuitrusting er vervaarlijk uitzagen.
Ter hoogte van het huis van Orlinde hielden ze stil. Ze bleven een ogenblik staan beraadslagen en wezen naar het raampje van waaruit Orlinde ongetwijfeld stond te kijken. Op een teken van de eerste ruiter gaven ze hun paard de sporen en kwamen in galop in mijn richting. Het schrille geschreeuw en het licht van de fakkels deden de koe schrikachtig trappelen en met haar poten slaan, en in een snelle reflex schoof ik de halfvolle emmer melk achteruit. Ik liep naar het pad om te zien wat er gebeurde.
Ze waren opvallend zwaar bewapend. De eerste die mijn aandacht trok herkende ik ogenblikkelijk aan zijn ronde, bijna aantrekkelijke gezicht waarop een vriendelijkheid lag die in tegenspraak was met de manier waarop hij op zijn paard zat, schreeuwde en er nors probeerde uit te zien. Het was de man die me ooit onder bedreiging met een scherp mes het bos in gesleurd had en gezegd had dat hij gekomen was om heel diep in me te gaan. Over zijn linkeroog droeg hij een donkere lap. Door wat er toen gebeurd was, had ik het gevoel dat ik elk onderdeel van zijn lichaam en elk aspect van zijn karakter kende. Hij was de jongste en de kleinste van het gezelschap, maar duidelijk de gevaarlijkste. Hij was gekwetst, niet alleen in zijn mooie meisjesgezicht, maar ook in zijn ziel, en dat maakte hem fanatiek en vernielzuchtig”.

 

 

 

 

anne_provoost
Anne Provoost (Poperinge, 26 juli 1964)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Yves Petry werd op 26 juli 1967 geboren in Tongeren. Hij studeerde wiskunde en wijsbegeerte in Leuven, publiceerde verhalen in DW&B en in NWT en hij debuteerde in 1999 bij De Bezige Bij met de roman Het jaar van de man. Vervolgens verschenen van zijn hand Gods eigen muziek (2001), De laatste woorden van Leo Wekeman (2003) en De achterblijver (2006). Petry werd voor zijn oeuvre onderscheiden met de BNG Nieuwe Literatuurprijs 2006.

 

Uit: Alle mensen worden broeders

 

Het litteken op mijn kin is niet het gevolg van een of ander gebeuren met kosmische inslag, maar dat zal er me niet van weerhouden om, in afwachting van de Grote Finale, eens te vertellen hoe ik het heb opgelopen. Het gebeurde op de avond dat ik definitief besloot van mijn vrouw af te gaan. Dat voornemen had nu al maandenlang als een dolmakend insect om mijn hoofd heen gezoemd op zoek naar een gaatje om in mijn schedel te kruipen en er zich te ontpoppen tot kloek besluit. En ik had er lange tijd ogen en oren, neus en mond voor gesloten gehouden, maar tenslotte had het zich op eigen kracht een gangetje geboord en die avond was het in m’n lobben gerijpt tot het zeer dringende en dwingende ‘weg van die vrouw’. Ik had aanvankelijk niet eens overdreven veel gedronken, maar toen de fles wijn, waardoor ik me had laten aanvuren, helemaal leeg was, schrok ik toch enigszins van de doortastende persoon die ik plots was geworden, en liep ik, zonder mijn vrouw iets te vertellen, weg uit m’n kubus, de stad in, om me in diverse drankgelegenheden nader te beraden over de gevolgen van mijn beslissing.
Het was een ijskoude novemberavond, het vroor vingers en tenen, en ik hield er stevig de pas in terwijl ik me naar het eerste café spoedde. Ik verkeerde niet bepaald in de stemming om in de takken te gaan zitten en een vrolijk lied te fluiten. Onderweg hield ik plots halt, getroffen door de geur van verse kalk. Ik bevond me voor een huis in aanbouw dat langs zijn zwarte venster- en deurloze openingen het aroma van nieuwheid verspreidde.“

 

 

 

yves_petri
Yves Petry (Tongeren, 26 juli 1967)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Nicholas Evans werd geboren op 26 juli 1950 in Bromsgrove. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007 en ook mijn blog van 26 juli 2008.

 

Unit: The Divide

 

They rose before dawn and stepped out beneath a moonless sky aswarm with stars. Their breath made clouds of the chill air and their boots crunched on the congealed gravel of the motel parking lot. The old station wagon was the only car there, its roof and hood veneered with a dim refracting frost. The boy fixed their skis to the roof while his father stowed their packs then walked around to remove the newspaper pinned by the wipers to the windshield. It was stiff with ice and crackled in his hands as he balled it. Before they climbed into the car they lingered a moment, just stood there listening to the silence and gazing west at the mountains silhouetted by stars.
The little town had yet to wake and they drove quietly north along Main Street, past the courthouse and the gas station and the old movie theater, through pale pools of light cast by the street lamps, the car's reflection gliding the darkened windows of the stores. And the sole witness to their leaving was a grizzled dog who stood watch at the edge of town, its head lowered, its eyes ghost-green in the headlights.
It was the last day of March and a vestige of plowed snow lay gray along the highway's edge. Heading west across the plains the previous afternoon, there had been a first whisper of green among the bleached grass. Before sunset they had strolled out from the motel along a dirt road and heard a meadowlark whistling as if winter had gone for good.
But beyond the rolling ranch land, the Rocky Mountain Front, a wall of ancient limestone a hundred miles long, was still encrusted with white and the boy's father said they would surely still find good spring snow.”

 

 

 

 

 

nicholas-evans
Nicholas Evans (Bromsgrove, 26 juli 1950)

 

 

 

 

 

De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren in Dublin op 26 juli 1856. Zie ook mijn blog van 26 juli 2006 en ook mijn blog van 26 juli 2007 en ook mijn blog van 26 juli 2008.

 

Uit: You Never Can Tell

Act I

In a dentist's operating room on a fine August morning in 1896.  Not the usual tiny London den, but the best sitting room of a furnished lodging in a terrace on the sea front at a fashionable watering place.

The operating chair, with a gas pump and cylinder beside it, is half way between the centre of the room and one of the corners.  If you look into the room through the window which lights it, you will see the fireplace in the middle of the wall opposite you, with the door beside it to your left; an M.R.C.S. diploma in a frame hung on the chimneypiece; an easy chair covered in black leather on the hearth; a neat stool and bench, with vice, tools, and a mortar and pestle in the corner to the right.

Near this bench stands a slender machine like a whip provided with a stand, a pedal, and an exaggerated winch. Recognising this as a dental drill, you shudder and look away to your left, where you can see another window, underneath which stands a writing table, with a blotter and a diary on it, and a chair. Next the writing table, towards the door, is a leather covered sofa. The opposite wall, close on your right, is occupied mostly by a bookcase. The operating chair is under your nose, facing you, with the cabinet of instruments handy to it on your left.

You observe that the professional furniture and apparatus are new, and that the wall paper, designed, with the taste of an undertaker, in festoons and urns, the carpet with its symmetrical plans of rich, cabbagy nosegays, the glass gasalier with lustres; the ornamental gilt rimmed blue candlesticks on the ends of the mantelshelf, also glass-draped with lustres, and the ormolu clock under a glass-cover in the middle between them, its uselessness emphasized by a cheap American clock disrespectfully placed beside it and now indicating 12 o'clock noon, all combine with the black marble which gives the fireplace the air of a miniature family vault, to suggest early Victorian commercial respectability, belief in money, Bible fetichism, fear of hell always at war with fear of poverty, instinctive horror of the passionate character of art, love and Roman Catholic religion, and all the first fruits of plutocracy in the early generations of the industrial revolution.”

 

 

 

 

Shaw
George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)

 

 

 

 

 

 

De Franse dichter en essayist Claude Esteban werd geboren op 26 juli 1935 in Parijs. Zie en ook mijn blog van 26 juli 2007 en ook mijn blog van 26 juli 2008.

 

Uit: La mort à distance

 

“Nous allions lui rendre visite à l'improviste, un matin, un soir, juste pour nous assurer qu'il était bien là. Sans même nous concerter, nous obéissions à un rituel immuable. Nous le reconnaissions de loin, dominant de toute sa masse l'entrelacs tortueux des pins, et nous marchions vers lui, soudain silencieux, délivrés du bruit du monde. La jeune femme s'approchait la première, elle souriait un peu, s'assurait que personne ne risquait de la surprendre, puis très vite, elle étreignait l'arbre de tout son corps, les bras ouverts en serrant le tronc énorme, la tête contre l'écorce, les yeux clos. Je faisais mine de m'impatienter, je me moquais dou­cement de cette étrange façon de saluer notre ami, de le séduire, mais quand elle se retournait, je lisais dans son regard le bon­heur qu'elle venait de vivre. Elle avait entendu, me disait-elle, battre le coeur de l'arbre, elle avait senti sous ses doigts la sève lente qui montait, qui lui communiquait de sa force.

La jeune femme rayonnait, elle voulait que je suive son exemple, et moi, si pudibond, je m'enhardissais, et j'effleurais d'une main furtive cette monstrueuse patte posée là pour toujours sur la pelouse.

C'était un soir, c'était un matin, et depuis tant d'années. Pour­quoi a-t-il fallu qu'une tempête s'interpose entre l'arbre et nous, que la foudre le blesse, que se réveillent les mauvais démons? Nous n'avons pas cédé, l'arbre est intact dans notre mémoire. C'est à nous, maintenant, qu'il appartient de veiller sur lui, de l'enraciner dans ce temps que nous inventons ensemble. »

 

 

 

 

Claude_Esteban
Claude Esteban (26 juli 1935 – 10 april 2006)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver André Maurois (eig. Emile Salomon Wilhelm Herzog) werd geboren op 26 juli 1885 in Elbeuf. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007 en ook mijn blog van 26 juli 2008.

 

Uit: Gide (Vertaald door Carl Morse)

 

The core of the book was a recit by Menalque, one not far different from a recit Gide might have given after his African rebirth....
This recit contains the essence of the "tidings" of Les Nourritures. First a negative doctrine: flee families, rules, stability. Gide himself suffered so much from "snug homes" that he harped on its dangers all his life.
Then a positive doctrine: one must seek adventure, excess, fervor; one should loathe the lukewarm, security, all tempered feelings. "Not affection, Nathanael: love ..." Meaning not a shallow feeling based on nothing perhaps but tastes in common, but a feeling into which one throws oneself wholly and forgets oneself. Love is dangerous, but that is yet another reason for loving, even if it means risking one's happiness, especially if it means losing one's happiness. For happiness makes man less. "Descend to the bottom of the pit if you want to see the stars." Gide insists on this idea that there is no salvation in contented satisfaction with oneself, an idea he shares with both a number of great Christians and with Blake: "Unhappiness exaults, happiness slackens." Gide ends a letter to an amie with this curious formula: "Adieu, dear friend, may God ration your happiness!"

 

 

 

 

 

Maurois
Anré Maurois (26 juli 1885 – 9 oktober 1967)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul Gallico werd geboren op 26 juli 1897 in New York. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007 en ook mijn blog van 26 juli 2008.

 

Uit: The Snow Goose

 

The bird fluttered. With his good hand Rhayader spread on of its immense white pinions. The end was beautifully tipped with black.
Rhayader looked and marvelled, and said: ‘Child: where did you find it?’
‘In t’ marsh, sir, where fowlers had been. What — what is it, sir?’
‘It’s a snow goose from Canada. But how in all heaven came it here?’
The name seemed to mean nothing to the little girl. Her deep violet eyes, shining out of the dirt on her thin face, were fixed with concern on the injured bird.
She said: ‘Can ‘ee heal it, sir?’
‘Yes, yes,’ said Rhayader. ‘We will try. Come, you shall help me.’
There were scissors and bandages and splints on a shelf, and he was marvelously deft, even with the rooked claw that managed to hold things.
He said: ‘Ah, she has been shot, poor thing. Her leg is broken, and the wing tip! but not badly. See, we will clip her primaries, so that we can bandage it, but in the spring the feathers will grow and she will be able to fly again. We’ll bandage it close to her body, so that she cannot move it until it has set, and then make a splint for the poor leg.’
Her fears forgotten, the child watched, fascinated, as he worked, and all the more so because while he fixed a fine splint to the shattered leg he told her the most wonderful story.

 

 

 

 

Gallico
Paul Gallico (26 juli 1897 – 15 juli 1976)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver en dichter Antonio Machado Ruiz werd op 26 juli 1875 in Sevilla geboren. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

 

Fields of Soria 

 

Hills of silver plate,

grey heights, dark red rocks

through which the Duero bends

its crossbow arc

round Soria, shadowed oaks,

stone dry-lands, naked mountains,

white roads and river poplars,

twilights of Soria, warlike and mystical,

today I feel, for you,

in my hearts depths, sadness,

sadness of love! Fields of Soria,

where it seems the stones have dreams,

you go with me! Hills of silver plate,

grey heights, dark red rocks.

 

 

 

 

antonio_machado
Antonio Machado (26 juli 1875 – 22 februari 1939)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Hans Bergel werd geboren op 26 juli 1925 in Râşnov (Duits:Rosenau), Siebenbürgen ofwel Transsylvanië, Roemenië. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

Uit: Wenn die Adler kommen

 

Wenn der Passwind von Fundata herab ins Hochland gegen Rosenau hin um Türme und Mauern strich, sei die Stunde der Geistergeschichten oben auf dem Schloss gekommen, erzählte sich das Volk - im übrigen sei hier festgehalten, dass der Ire Bram Stoker zwar behauptet, sein Romanheld Jonathan Harker habe sich durch das nordsiebenbürgische Hochland geradewegs ostwärts über die Stadt Bistritz dem Schloss des Grafen Dracula im Bargau-Pass genähert. Doch das ist freie Erfindung des Dubliners. Denn der einzige Mächtige dieser Landstriche, dessen Namen je mit dem Teufel - mit "dracul" wie dieser im Rumänischen heißt - in Verbindung zu bringen ist, war Vlald der Pfähler. Von 1456 bis 1462 Herrscher der Walachei in der Donautiefebene, hielt er sich nachweislich niemals in den Ostkarpaten auf. Hingegen tat er es in den Südkarpaten, eben auf Schloss Törzburg, wo er mit seinem Gefolge inmitten bei lebendigem Leibe auf Pfähle gespießten schwangerer Frauen und Kinder zechte und so zu einer der fragwürdigsten Kultfiguren des westeuropäischen Literaturpublikums wurde. Bram Stoker gehört damit zu jenen Landfremden, die bis in unsere Tage herauf mit schludrigen Nachforschungen Durcheinander in das Bild bringen, das die Welt draußen von diesem Siebenbürgen hat. Hätte sich sonst denn die geschiedene Helena an den Sommerabenden auf dem nahe am Königstein gelegenen Schloss so köstlich amüsiert?

 

 

 

 

Bergel
Hans Bergel (
Râşnov, 26 juli 1925)

 

 

 

De Indonesische dichter Chairil Anwar werd geboren op 26 juli 1922 in Medan. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

.

 

The Seized and the Severed

 

the darkness and passing wind overtake me

and the room where the one I long for shivers

with night’s penetration; trees stand like dead memorials

 

but in Karet, yes, Karet Cemetery – my future locale – there, the wind howls, too

 

I put my room in order, and myself as well, in the chance that you might come

and I may once again unleash a new story for you;

but now it’s only my hands that move, emptily

 

my body is still and alone, as frozen stories and events pass by

 

 

 

 

chairil
Chairil Anwar (26 juli 1922 – 28 april 1949)

 

18-06-09

Richard Powers, Geoffrey Hill, Anton van Wilderode, Bert Schierbeek, Raymond Radiguet, Utta Danella, Aster Berkhof, Mirjam Pressler, Jean-Claude Germain, Günter Seuren, George Essex Evans, Martin Greif, Ivan Gontsjarov


De Amerikaanse schrijver Richard Powers werd geboren op 18 juni 1957 in Evanston, Illinois. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Prisoner's Dilemma

 

“The first indication that Pop had been seeing something more than heebie-jeebies for all those years came a few weeks before the end, when the old guy leaned over to Artie on the front porch of an autumn evening and said, distinctly, "Calamine." Father and son had come out after dinner to sit together on this side of the screens and see November along. They enjoyed, in silence, one of those nights that hung in the high fifties but could easily go ten degrees either way within the hour. Artie staked out the rocker while his father, as usual, exercised eminent domain over the kapok bed long ago banished to the porch because chez Hobson-a twenty-year repository of everything the family had ever owned?could not take one more cubic foot of crap without spewing it all through every doorway and window.

Silence had gotten them this far, and there seemed to Artie no reason to improve on it. He tried to chalk up his father's mumbled word to an involuntary spasm in the man's cerebral cortex, a first burst of verb salad accompanying the return of autumn. He hoped, for a moment, to hide from it, let the word fall to the ground and add to the November earthworm-stink and autumn. But Artie had no place to hide from Pop that the old man himself hadn't shown him. So he put his knuckles to the bridge of his nose, braced his face for what was coming, and asked, "Say what, Dad?"

"You heard me. Calamine. I say what I mean and I mean what I say. I plan my work and work my plan. When the tough get going, the . . ."

"Got you, Pop." Artie preempted quickly, for once Edward Hobson, Sr., was let out of the verbal paddock, he could go all night without denting his capacityfor free association. After a quarter century, Artie knew the symptoms. In the man's present condition, it was pointless to ask him straight out just what he meant by the Word. Artie tried reconstructing: Calamine, zinc oxide, iodine-nothing in that direction. Dad's invocation was certainly not a medical request. Dad abhorred all medications. His sickness was nothing so trivial or topical as dermatitis, except that in crowds, for the express purpose of publicly shaming any other Hobson with him, he had been known to sing, "It's no sin to shake off your skin and go dancing in your bones."

 

 

 

 

powers
Richard Powers (
Evanston, 18 juni 1957)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Geoffrey Hill werd geboren op 18 juni 1932 in Bromsgrove, Worcestershire. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

 

 

Mercian Hymns XXV

 

Brooding on the eightieth letter of Fors Clavigera, I speak this in

memory of my grandmother, whose childhood and prime womanhood were spent

in the nailer's darg.

 

The nailshop stood back of the cottage, by the fold. It reeked stale

mineral sweat. Sparks had furred its low roof. In dawn-light the

troughed water floated a damson-bloom of dust ---

 

not to be shaken by posthumous clamour. It is one thing to celebrate the

'quick forge', another to cradle a face hare-lipped by the searing wire.

 

Brooding on the eightieth letter of Fors Clavigera, I speak this in

memory of my grandmother, whose childhood and prime womanhood were spent

in the nailer's darg.

 

 

 

Mercian Hymns XVII

 

He drove at evening through the hushed Vosges. The car radio,

glimmering, received broken utterance from the horizon of storms...

 

'God's honours - our bikes touched: he skidded and came off.' 'Liar.' A

timid father's protective bellow. Disfigurement of a village king. 'Just

look at the bugger...'

 

His maroon GT chanted then overtook. He lavished on the high valleys its

haleine.

 

 

 

 

Hill
Geoffrey Hill (Bromsgrove, 18 juni 1932)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver dichter, vertaler en scenarist  Anton van Wilderode (pseudoniem van Cyriel Paul Coupé werd geboren in Moerbeke op 18 juni 1918. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

 

De dag van Eden – in memoriam matris

 

Je staat achter het raam zonder gezicht.
De notelaar met geverniste blaren
glanst van een zuiver en onwerelds licht
dat huiveringen legt over je haren.

Je draagt iets in je hand ik zie niet wat
een boek een brief een sjaaltje voor de winter
maar zeker iets dat ik vergeten had
en dat je je herinnerde daarginder.

Ik kom al moeder (bonzend van geluk).
Je hoort mij niet ik zie de grote blaren
achter je schouders schommelen en bedaren.
Maar op de drempel staat je voetafdruk.

 

 

 

 

 

Monasterio de Guadelupe/Extremadura, La Virgen

 

De moorse binnenhof. De sierfontein.

De eucalyptus slank als een pinakel.

De bruidsmuziek van zomergroen en water

van azulejo’s schijn en wederschijn.

 

De deur die dag en deemstering verdeelt.

Damast van uitgelegde altaardwalen.

Met blauw en bladgoud de initialen

in koorzangboeken hevig gepenseeld.

 

Het zuiver kerkschip met een zeil van licht.

Het marmerdek van voor- tot achtersteven.

Gelijk een boegbeeld moederlijk verheven

La Virgen met een okerzwart gezicht.

 

 

 

 

 

Anton_van_Wilderode-College
Anton van Wilderode (18 juni 1918 - 15 juni 1998)

Beeld in Sint Niklaas, gemaakt door Wilfried Pas.

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bert Schierbeek (1918-1996) werd geboren op 18 juni 1918 in Glanerbrug in Twente. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

 

Ik denk

 

ik denk
als het regent
laat ze niet nat worden

en als het stormt
vat ze geen kou

en ik denk ook
dat dat denken
niet helpt

want je wordt nooit meer
nat noch vat je een kou

want het regent
noch waait ooit
meer voor jou

 

 

 

 

 

de deur

 

een deur is open

of dicht

 

een deur die open is

is een gat naar

de ruimte

 

een deur die dicht is

deel van de muur

begrenst de ruimte

 

als ie beweegt

is ie een deur

 

zo ben ik

een deur

 

 

 

 

Schierbeek
Bert Schierbeek (18 juni 1918- 9 juni 1996)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Raymond Radiguet werd geboren op 18 juni 1903 in Saint-Maur-des-Fossés. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Le diable au corps

 

« L'amour veut faire partager sa béatitude. Ainsi, une maîtresse de nature assez froide devient caressante, nous embrasse dans le cou, invente mille agaceries, si nous sommes en train d'écrire une lettre. Je n'avais jamais tel désir d'embrasser Marthe que lorsqu'un travail la distrayait de moi; jamais tant envie de toucher à ses cheveux, de la décoiffer, que quand elle se coiffait. Dans le canot, je me précipitais sur elle, la jonchant de baisers, pour qu'elle lâchât ses rames, et que le canot dérivât, prisonnier des herbes, des nénuphars blancs et jaunes. Elle y reconnaissait les signes d'une passion incapable de se contenir, alors que me poussait surtout la manie de déranger, si forte. »

 

 

 

 

Radiguet
Raymond Radiguet (18 juni 1903 – 12 december 1923)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Utta Danella (eig.Utta Denneler) werd geboren op 18 juni 1924 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Der Kuss des Apollo

 

„Irgendwoher wird das Geld schon kommen.

Eine Weile blieb der Satz im Raum stehen, klang seltsam. Jana,die damit beschäftigt war,die Weingläser aus dem Schrank zu nehmen,warf einen Blick auf ihren Mann,der am Fenster stand und in den Garten hinaussah,wo die Herbstblätter von den Bäumen sanken. Sie konnte ihm von hinten ansehen, wie schlecht gelaunt er war, außerdem hörte man es seiner Stimme an.

»Das ist ja ein schreckliches Wort«, sagte sie.

»Was?«, knurrte er.

»Irgendwoher.« Sie sprach das Wort gedehnt aus und versuchte das R dramatisch zu rollen,was ihr nicht so gut gelang wie ihm mit seiner baltischen Herkunft. Er drehte sich um.

»So! Das Wort gefällt dir nicht.Was würdest du denn sagen?«

»Geld kommt nicht von irgendwoher oder von irgendwo, man muss es beschaffen.«

»Darum geht es ja.Wie immer.«

Er sah ihr zu, wie sie die hellen Gläser neben die Gedecke stellte und dann die rötlich getönten Rotweingläser aus dem Schrank nahm und leicht versetzt hinter die Weißweingläser auf dem Tisch platzierte. Sie hatte eine Vorliebe für hübsche Gläser.“

 

 

 

 

danella
Utta Danella (Berlijn,
18 juni 1924)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Aster Berkhof (eig. Louis van den Bergh werd geboren in Rijkevorsel op 18 juni 1920. Na zijn humaniora studeerde hij van 1938 tot 1942 Germaanse filologie in Leuven en promoveerde in 1946 tot doctor in de wijsbegeerte. Ondertussen werkte hij als redacteur bij De Standaard en vervulde hij zijn militaire dienstplicht in Schotland. Lange tijd was hij een verwoed reiziger. Aanvankelijk reisde hij door West-Europa om vervolgens in 1952 Noord-Afrika en in 1953 Noord-Amerika en Mexico te bezoeken. In 1955 maakte hij een wereldreis van twee maanden waarin hij vooral in contact probeerde te komen met primitieve volkeren. Over die reizen schreef hij een aantal reportages.  Na zijn reizen werd hij eerst leraar aan verschillende middelbare scholen en tenslotte docent aan de Universitaire Faculteit St. Ignatius te Antwerpen.  Aster Berkhof is vooral populair om zijn vlotgeschreven streek-, reis-, detective- en avonturenromans.

 

Uit: Veel geluk professor

 

De helft van de monden hingen open, alle ogen stonden star en verbaasd op Pierre gericht, en dikke Georges kwam langzaam recht op zijn bank, en zijn vinger wees ontsteld naar Pierre, en zijn mond deed van alles, maar er kwam geen geluid.

“Ze zijn al even verrast als gij,” zei Lady Thompson.

Pas toen bekwam ook Pierre van zijn verrassing, en op dat ogenblik barstte een applaus los, zoals er nog nooit een gehoord was in het Instituut. En toen Ann voor Pierre kwam staan, en zachtjes zei: “Proficiat,” en Pierre haar ontroerd in zijn armen nam en haar zoende, kraakte en schudde minutenlang het hele gebouw onder het handgeklap, dat zo geweldig was, dat sommige gasten in de hotels rondom aan een lawine dachten, verschrikt rechtveerden en zich bevend afvroegen waar ze zou neerkomen.

Lady Thompson bleef in de spleet van de deur staan kijken om het einde van de kus af te wachten. Maar tenslotte trok ze de deur maar toe. Er kwam geen einde aan…”

 

 

 

berkhof
Aster Berkhof (Rijkevorsel, 18 juni 1920
)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Mirjam Pressler werd geboren op 18 juni 1940 in Darmstadt. Pressler vertaalde al meer dan 300 werken uit het Hebreeuws, het Engels en het Nederlands. Als haar hoofdwerk geldt de kritische werkuitgave van Het dagboek van Anne Frank. Daarnaast schrijft zij veel voor de jeugd, maar ook detectives, romans en verhalen voor volwassenen.

 

Uit: Die Verführung (Een schitterend gebrek van Arthur Japin)

 

“An jenem Abend, an dem alles in ein neues Licht gerückt wurde, sollte ich, wie jeden Donnerstag, eigentlich mit Mister Jamieson dinieren, einem Großhändler in Häuten und Tabak, und danach vielleicht noch ein bißchen mit ihm tanzen gehen. Nur weil der gute Mann einen Gichtanfall bekam

und absagte, beschloß ich, meine Loge zu besuchen.

Verstehen Sie mich nicht falsch, ich lebe nicht im Luxus. Von dem Moment an, als das Unheil zuschlug und ich durch das Leben trieb, war ich gezwungenermaßen sparsam, da ich lange Zeit nicht wußte, was der folgende Tag bringen würde.

Ob ich etwas zu essen haben würde. Ob für mich gesorgt würde. Ob ich angegriffen und weitergejagt würde. Auch als ich mir schließlich in Amsterdam eine gewisse Position erworben hatte, habe ich mir nie mehr Äußerlichkeiten gegönnt, als es von den Kreisen, in denen ich verkehrte, erwartet wurde, einmal abgesehen von den Dingen, die ich zur Ausübung meines Berufs benötigte. Extravaganzen habe ich mir weder erlaubt, noch je Verlangen danach gehabt. Der einzige Luxus, den ich mir seit einigen Jahren gönnte, bestand in einem festen Logenplatz im Französischen Theater am Overtoom,

das ich besuchte, sobald ich mich dafür freimachen konnte.”

 

 

Vertaald door Mirjam Pressler

 

 

 

 

mirjam-pressler
Mirjam Pressler (Darmstadt, 18 juni 1940)

 

 

 

 

De Canadese schrijver, journalist en historicus Jean-Claude Germain werd geboren op 18 juni 1939 in Montral. Van 1972 tot 1982 was hij artistiek directeur van het Théâtre d'Aujourd'hui. Ook doceerde hij aan de National Theatre School of Canada.

 

Uit:  Les faux brillants de Félix-Gabriel Marchand. Paraphrase

 

« TRÉMOUSSET : Puis-je vous rappler, baron, que l’ivrognerie... est un signe de noblesse! / FAQUINO : Pour les lordzzes anglais! /

TRÉMOUSSET : Comme pour les nobbes étaliens! Même que çé ça... qui fait la diffarence entte les nobes pis les gences ordinaires... la façon dont y portent leur bouésson! /

 FAQUINO : Dans une taverne! /

TRÉMOUSSET : Pis au parlement itou! Parsqu’un nobbe han... un nobbe... quant-y a un verre dans lnez, ben ça y montte dans a fasse pis ça resse là! Yé plastré!... Tandisse que lmonde ordinaire eu-z-autres, ben ça leu tombbe dans é jambes pis ça leu rvire lé-z-orteils en anse de cruche! Aha! Ha! Ha! (Il va pour perdre pied et s’accroche à Faquino qui le soutient.) »

 

 

 

germain
Jean-Claude Germain (Montreal, 18 juni 1939)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Günter Seuren werd geboren op 18 juni 1932 in Wickrath, Niederrhein. Na zijn gymnasiumopleiding werd hij medewerker van de Illustrierten Neue Post in Düsseldorf. Vanaf 19555 was hij zelfstandig schrijver en filmcriticus bij de Deutsche Zeitung. Naast zijn verhalend proza, waarmee hij dicht bij het realisme van de „Kölner Schule“ stond, schreef hij ook draaiboeken en hoorspelen.

 

Uit: Die Krötenküsser

 

“Zur Zeit war ich solo, konnte den Leuten nicht den beruhigenden Anblick von Mann und Frau bieten, die Seite an Seite durchs Leben gehen. Wir hatten uns getrennt, und ich schleppte eine kontrollierte Depression mit mir herum.

Es hatte ganz beiläufig angefangen. Sie hatte bezahlt und saß irgendwo im Parkett. Ich war noch gut im Geschäft, kassierte ein paar Hunderter beim Leseabend und dachte überhaupt nicht an aussterbende Arten. Im Gegenteil, an dem Abend ging ich mit Freunden und Bekannten noch in eine Kneipe, um den Nachgeschmack vom Tingeln durch Buchläden und Volkshochschulen runterzuspülen. Unter den entfernten Bekannten war ein neues Gesicht. Sie hatte einen weißen Bordeaux im Kühlschrank. Alles fing von vorn an.

Es dauerte länger, als ich erwartet hatte. Glücksarbeit, den vollgeladenen Einkaufswagen durch den Supermarkt schieben, an der Kasse stehen, zahlen und dabei spüren, daß man den Wohltäter spielt, um sich das Wochenende zu erkaufen. Besuchsweise lieben und dann zurück an den Schreibtisch.

Sie war geschieden, brauchte einen Seelenmasseur. Aber dann kam diese Nacht, die mich veranlaßte, mich mehr um aussterbende Arten zu kümmern als um ein geregeltes Sexualleben. Das ist kein Witz. Ich brauchte eine Therapie, als alles vorbei war.

Es war dunkel im Zimmer, nur der Fernseher war noch eingeschaltet. Wir hatten getrunken und irgendwann vergessen, auf die Fernbedienung zu drücken.”

 

 

 

 

seuren
Günter Seuren (18 juni 1932 – 10 december 2003)

 

 

 

 

 

De Australische dichter George Essex Evans werd geboren op 18 juni 1863 in Londen. Zijn vader stierf al toen hij pas een paar maanden oud was. Hij emigreerde op 17-jarige leeftijd naar Queensland in Australië waar hij als ambtenaar werkte. Zijn eerste bundel The Repentance of Magdalene Despar verscheen in 1891, in 1898 gevolgd door Loraine and other Verses. In 1901 won hij een prijs van £50 voor zijn "Ode for Commonwealth Day".

 

 

A Nocturne

  

  Like weary sea-birds spent with flight

   And faltering,

The slow hours beat across the night

   On leaden wing.

The wild bird knows where rest shall be

   Soe'er he roam.

Heart of my heart! apart from thee

   I have no home.

 

Afar from thee, yet not alone,

   Heart of my heart!

Like some soft haunting whisper blown

   From Heaven thou art.

I hear the magic music roll

   Its waves divine;

The subtle fragrance of thy soul

   Has passed to mine.

 

Nor dawn nor Heaven my heart can know

   Save that which lies

In lights and shades that come and go

   In thy soft eyes.

Here in the night I dream the day,

   By love upborne,

When thy sweet eyes shall shine and say

   "It is the morn!"

 

 

 

 

 

GeorgeEssexEvans
George Essex Evans (18 juni 1863 – 10 november 1909)

 

 

 

 

 

De Duitse dicher en schrijver Martin Greif (eig. Friedrich Hermann Frey werd geboren op 18 juni 1839 in Speyer. Door bemiddeling van Eduard Mörike verschenen in 1868 bij de uitgever Cotta. In 1869 trok hij naar Wenen waar zijn stukken met veel succes aan het Burgtheater werden opgevoerd. Later was hij verbonden aan het Hof- und Nationaltheater in München.

 

 

Frühling im Trentino

 

Beschneite Ferner

Und Alpenhörner,

Ein lachend Thal,

Auf grünen Wiesen

Violen sprießen

Am Bach zumal.

 

Wo sich vom Felsen

Die Wasser wälzen,

Blüht weiß ein Baum,

Wildheit und Milde

In einem Bilde

Hold wie ein Traum!

 

 

 

 

 

 

Martin_Greif
Martin Greif (18 juni 1839 – 1 april 1911)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Ivan Aleksandrovitsj Gontsjarov werd geboren op 18 juni 1812 in Simbirsk als zoon van een graanhandelaar. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008.

 

Uit: Oblomov

 

„His movements, too, even when he was excited, were kept in check by a certain kind of mildness and laziness which was not without its own touch of gracefulness. If his mind was troubled, his eyes were clouded over, lines appeared on his forehead, and he was plunged into doubt, sadness, and fear; but his anxiety seldom took the form of any definite idea and still more seldom was it transformed into a decision. All his anxiety resolved itself into a sigh and dissolved into apathy or drowsiness.

How well Oblomov’s indoor clothes went with the calm features of his countenance and his effeminate body! He wore a dressing-gown of Persian cloth—a real oriental dressing-gown, without the slightest hint of Europe, without tassels, without velvet trimmings, and so capacious that he could wrap it round him twice. The sleeves, in true Asiatic fashion, got wider and wider from the shoulders to the hands. Though this dressing-gown had lost its original freshness and here and there exchanged its natural sheen for one acquired by years of faithful service, it still preserved the brilliance of its oriental colour, and the material was as strong as ever.

The dressing-gown had a vast number of inestimable qualities in Oblomov’s eyes: it was soft and flexible, it was so light that he did not feel its weight, and it obeyed the least movement of his body like a devoted slave.

Oblomov never wore a tie or a waistcoat at home because he liked to feel unhampered and free. He wore long, soft, wide slippers; when he put his feet on the floor as he got out of bed, he invariably stepped into them without looking.“

 

 

 

Gontsjarov
Ivan Gontsjarov (18 juni 1812 - 27 september 1891)

Portret door Ivan Kramskoy

 

 

 

26-07-08

Aldous Huxley, Arthur Japin, George Bernard Shaw, Paul Gallico, André Maurois, Claude Esteban, Antonio Machado, Nicholas Evans, Chairil Anwar, Hans Bergel


De Engelse schrijver en criticus Aldous Huxley werd geboren op 26 juli 1894 in Godalming, Surrey. Zie ook mijn blog van 26 juli 2006 en ook mijn blog van 26 juli 2007.

Uit: The Doors of Perception and Heaven and Hell

„It was in 1886 that the German pharmacologist, Louis Lewin, published the first systematic study of the cactus, to which his own name was subsequently given. Anhalonium Lewinii was new to science. To primitive religion and the Indians of Mexico and the American Southwest it was a friend of immemorially long standing. Indeed, it was much more than a friend. In the words of one of the early Spanish visitors to the New World, "they eat a root which they call peyote, and which they venerate as though it were a deity."

Why they should have venerated it as a deity became apparent when such eminent psychologists as Jaensch, Havelock Ellis and Weir Mitchell began their experiments with mescalin, the active principle of peyote. True, they stopped short at a point well this side of idolatry; but all concurred in assigning to mescalin a position among drugs of unique distinction. Administered in suitable doses, it changes the quality of consciousness more profoundly and yet is less toxic than any other substance in the pharmacologist's repertory.

Mescalin research has been going on sporadically ever since the days of Lewin and Havelock Ellis. Chemists have not merely isolated the alkaloid; they have learned how to synthesize it, so that the supply no longer depends on the sparse and intermittent crop of a desert cactus. Alienists have dosed themselves with mescalin in the hope thereby of coming to a better, a first-hand, understanding of their patients' mental processes.“


AldousHuxley
Aldous Huxley (26 juli 1894 – 22 november 1963)


 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Japin wilde in zijn kindertijd zo nu en dan iemand anders zijn. Zijn vader (Bert Japin) was onder andere toneelrecensent. De liefde voor het toneel zat er al vroeg in. Zijn vader pleegde zelfmoord toen Japin twaalf jaar was. Het scheppen van een fantasiewereld, de vlucht uit de realiteit, was een middel om te overleven. Japin vertrok na het gymnasium naar Londen, om een opleiding te volgen aan een toneelschool, The School of Dramatic Arts. Terug in Amsterdam studeerde hij twee jaar Nederlandse Taal en Letterkunde en stapte vervolgens over naar de Kleinkunstacademie. In 1982 studeerde hij hier af. Hij speelde rollen voor radio, film en televisie (bijv. enkele bijrollen in de film 'Flodder' en de TV-serie 'Onderweg naar morgen') en op het toneel bij onder andere Toneelgroep Centrum en de Theaterunie.  In 1987 stopte Japin met acteren en begon te schrijven. In 1996 debuteerde hij met Magonische Verhalen. In 1997 volgde De zwarte met het witte hart. In de tussenliggende periode schreef Japin scenario’s, hoorspelen en toneelstukken, waarmee hij diverse literaire prijzen won. In 2000 werden enkele Magonische Verhalen verfilmd. In maart 2002 verscheen De droom van de leeuw, een grote roman over liefde en verbeelding. In 2003 werd Een schitterend gebrek gepubliceerd, dat het jaar daarop de Libris literatuurprijs ontving.


Uit: De overgave


“Die ene dag. Mensen vragen altijd alleen maar naar die ene dag. Alsof ik er geen andere heb geleefd. Of ik me die nog herinner, durven ze soms te vragen. Jazeker, ik herinner mij die dag. Ik herinner hem mij zoals andere mensen van mijn leeftijd zich een heel leven herinneren. Geen wonder, ik bén die vierentwintig uur. Alles wat ik nu nog denk en droom en doe, werd daarbinnen bepaald.
Wat ik voor die ochtend ben geweest, verloor iedere waarde; wat er na die nacht nog van mij over was, kon nergens anders nog belang aan hechten. Ik heb altijd gezegd dat met die dag alles begonnen is en alles ophield.
En nu, op de valreep, dient zich een vervolg aan.
Had ik gezegd dat ik die kerel niet wil zien, dat ik het verdom oude wonden open te rijten en hem dus niet zal ontvangen, dan was alles gebleven zoals het was. Zoals ik het ken. Zoals ik het begrijp. Maar hij is er al. De oude miss Croney kwam het me vertellen, helemaal over haar toeren. Gisteravond is hij in de stad gearriveerd, net na zonsondergang, en hij heeft vannacht boven The Whistle gelogeerd met twee van zijn vrouwen. Hij draagt een driedelig zwart pak, een gouden horlogeketting en een dasspeld in de vorm van de ster van Texas. Mijnheer wel. Elegant steunt hij op een slanke wandelstok, maar van onder zijn bolhoed hangt zijn haar in lange zwarte vlechten.
‘Die mond van hem,’ Croney gruwde ervan, ‘zo verbeten, de hoeken tot aan de kaken neergetrokken, zoiets grimmigs heb je nooit gezien.’
‘Dacht je?’ bromde ik.
‘En zijn ogen dan, die blik, o God, die vernietigende blik!’ Ze sloeg haar handen voor haar gezicht, maar ik geloof
niet dat ze zich realiseerde wat ze zei.
Als je haar moet geloven heeft de stad er de hele nacht van gegonsd en heeft niemand een oog dichtgedaan. Vanochtend vroeg heeft zich in de hoofdstraat een groepje verzameld dat met het uur uitdijt, wachtend tot de vreemdeling zich laat zien.“



Japin
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)




De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren op 26 juli 1856. Zie ook mijn blog van 26 juli 2006 en ook mijn blog van 26 juli 2007.


Uit: An Unsocial Socialist


In the dusk of an October evening, a sensible looking woman of forty came out through an oaken door to a broad landing on the first floor of an old English country-house. A braid of her hair had fallen forward as if she had been stooping over book or pen; and she stood for a moment to smooth it, and to gaze contemplatively—not in the least sentimentally—through the tall, narrow window. The sun was setting, but its glories were at the other side of the house; for this window looked eastward, where the landscape of sheepwalks and pasture land was sobering at the approach of darkness.

The lady, like one to whom silence and quiet were luxuries, lingered on the landing for some time. Then she turned towards another door, on which was inscribed, in white letters, Class Room No. 6. Arrested by a whispering above, she paused in the doorway, and looked up the stairs along a broad smooth handrail that swept round in an unbroken curve at each landing, forming an inclined plane from the top to the bottom of the house.

A young voice, apparently mimicking someone, now came from above, saying,

"We will take the Etudes de la Velocite next, if you please, ladies."

Immediately a girl in a holland dress shot down through space; whirled round the curve with a fearless centrifugal toss of her ankle; and vanished into the darkness beneath. She was followed by a stately girl in green, intently holding her breath as she flew; and also by a large young woman in black, with her lower lip grasped between her teeth, and her fine brown eyes protruding with excitement. Her passage created a miniature tempest which disarranged anew the hair of the lady on the landing, who waited in breathless alarm until two light shocks and a thump announced that the aerial voyagers had landed safely in the hall.

"Oh law!" exclaimed the voice that had spoken before. "Here's Susan."

"It's a mercy your neck ain't broken," replied some palpitating female. "I'll tell of you this time, Miss Wylie; indeed I will. And you, too, Miss Carpenter: I wonder at you not to have more sense at your age and with your size! Miss Wilson can't help hearing when you come down with a thump like that. You shake the whole house."

Oh bother!" said Miss Wylie. "The Lady Abbess takes good care to shut out all the noise we make. Let us—"

"Girls," said the lady above, calling down quietly, but with ominous distinctness.

Silence and utter confusion ensued. Then came a reply, in a tone of honeyed sweetness, from Miss Wylie:

"Did you call us, DEAR Miss Wilson?"

"Yes. Come up here, if you please, all three."



GeorgeBernardShaw
George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)





De Amerikaanse schrijver Paul Gallico werd geboren op 26 juli 1897 in New York. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

Uit: Ein Miau sagt mehr als tausend Worte (The Silent Miaow, 1964)


„Ich kann nicht oft genug sagen, wie wirkungsvoll das stumme Miau Widerstand bricht, vorausgesetzt. du nutzt es nicht ab und sparst es für den rechten Augenblick auf.

Die Technik ist lächerlich einfach. Du schaust dem Opfer an, öffnest den Mund wie zu einem volltönenden Miau — wie du es machen würdest, wenn du aus dem Zimmer gehen willst oder Hunger hast oder dich ärgerst. aber in diesem Fall lässt du keinen Ton entwischen.

Die Wirkung ist einfach erstaunlich. Der Mann oder die Frau sind bis ins innerste Mark erschüttert, und sie geben dir praktisch alles, was du willst. Deshalb sage ich, tu es nicht oft, denn sonst werden sie abgestumpft. und du hast eine wirksame Waffe verspielt.

Selbst ich, die den Menschen ein Leben lang studiert hat, finde keine Erklärung dafür, warum das stumme Miau diese magische Wirkung hat, ja, ich weiß nicht einmal, was genau die Menschen dabei empfinden. Vielleicht bieten wir ihnen ein so sprechendes Bild der Hilflosigkeit, dass ihm das Gott-Syndrom nicht widerstehen kann. Wir haben schon das Glück, dass gewisse Teile unserer gesprochenen Sprache, vor allem das Miau, dem Schreien ihrer eigenen Kinder gleicht, den Lauten, mit denen ihre Jungen ihr Verlangen nach Nahrung, Liebe, Wärme oder sonstigem Fehlendem kundtun. Die Menschen reagieren vollautomatisch und sofort auf Babygeschrei, und deshalb kann ein richtig platziertes, jämmerliches Miau sie ebenso dazu bringen, irgend etwas für uns zu tun.

Offenbar verständigen sich die Menschen untereinander vor allem mit der Stimme; das klappert und plappert unaufhörlich von morgens bis abends, und, so unglaublich es klingt, manche reden sogar im Schlaf weiter.

So glauben sie stets, die Töne, die wir machen, bedeuteten dasselbe wie bei ihnen, und unsere Sprache gleiche der ihren, was natürlich gar nicht falscher sein könnte. Zurück zum stummen Miau. Für sie scheint es eine Last an Unglück und Not wiederzugeben, die so groß ist, dass wir ihr nicht einmal Stimme verleihen können. Es ist ein Unschrei der Verzweiflung und Sehnsucht, der schneller und direkter ins menschliche Herz trifft als das jammervollste Miau, dessen wir fähig sind, und ich glaube, die Menschen stellen es auf die gleiche Stufe wie ihren eigenen Gesichtsausdruck von Liebe, Verzweiflung, Not oder Bitte, mit dem sie gewöhnlich ihr wichtigeren Reden begleiten.

Was mich angeht, ich beschränke den Gebrauch des stummen Miau auf das Betteln am Tisch, wie ich schon angedeutet habe, aber man kann es auch bei anderen Gelegenheiten wirkungsvoll einsetzen, wenn man etwas möchte, das sie einem offenbar nicht zu geben geneigt sind.“



Gallico
Paul Gallico (26 juli 1897 – 15 juli 1976)





De Franse schrijver André Maurois (eig. Emile Salomon Wilhelm Herzog) werd geboren op 26 juli 1885 in Elbeuf. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.


Uit: Climats


« ...Aprés le départ d'Odile ma vie fut très malheureuse. La maisonme semblait si triste que j'avais peine à y rester...J'étais agité par de vagues remords, pourtant je n'avais rien de précis à me reprocher. J'avais épousé Odile que j'aimais, alors que ma famille eût souhaité pour moi des mariages plus brillants; je lui avais été fidèle jusqu'à la soirée avec Misa, et ma brève trahison avait été causé par la sienne....Je commençais à entrevoir une vérité pour moi très nouvelle sur les rapports qui doivent exister entre les hommes et les femmes. Je voyais celles-ci, êtres instables, toujours à la recherche d'une forte direction qui fixerait leurs pensées et leurs désirs errants; peut-être ce besoin créait-il pour l'homme le devoir d'être cette infaillible boussole, ce point fixe. Un grand amour ne suffit pas à détacher l'être qu'on aime si l'on nesait en même temps remplir toute la vie de l'autre d'une richesse sans cesse renouvelée...Les femmes s'attachent naturellement aux hommes dont la vie est un mouvement qui les entraînent dans ce mouvement, qui leur donnent une tâche, qui exigent beaucoup d'elles....Au lieu de comprendre ses gouts, je les avais condamnés; j'avais voulu lui imposer les miens...
Notre destinée est déterminée par un geste,par un mot : au début le plus petit effort suffirait pour l'arr^ter, puis un mécanisme géant est mis en mouvement. Maintenant je sentais que les actes les plus héroïques n'auraient pus faire renaïtre chez Odile l'amour qu'elle avait eu jadis pour moi... »



Andr_Maurois_by_Philip_Alexius_de_
Anré Maurois (26 juli 1885 – 9 oktober 1967)

Portret door Philip Alexius de László

 

 

 

 

De Franse dichter en essayist Claude Esteban werd geboren op 26 juli 1935 in Parijs. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

Uit: Au plus près de la voix


« Que restait-il, au lendemain d’une guerre, de ses désastres, de ses désillusions, sur quoi bâtir ? Quelle assurance donner à une parole qui se refuserait à la fois au soliloque subliminal des uns et à l’engagement restrictif des autres ? Tout le langage, est-on tenté de répondre, tous les mots qui attendent d’être mis ensemble, mais désassujettis des finalités secondes, des motivations subreptices dont ils s’étaient aggravés. Était-ce derechef un leurre, le rêve récurrent d’une virginité des vocables, d’un sens plus pur, ainsi que l’avait exprimé une fois pour toutes Mallarmé, dans l’acception quasi alchimique du terme ? Les mots de la tribu, assurément, mais redevenus tangibles dans la bouche, rendus à leur matérialité savoureuse, à leur substance, à leurs sucs. Les concepts, les notions claires, n’avaient nourri que nos pensées ; nous avions faim de choses plus charnelles, et que les mots aient un goût d’arbre, de terre remuée, que le vent les traverse, la pluie, l’orage. C’était, on le devine, enfreindre les conventions tacites, bafouer la sourcilleuse législation des linguistes et le savoir de ceux qui allaient bientôt, avec quelque superbe, se nommer sémioticiens.

Car les mots – on n’avait pas manqué, depuis un siècle, d’en avertir les « locuteurs », et au premier chef les écrivains – les mots, tels qu’ils se proposent au commerce verbal, ne sont rien que l’assemblage insécable d’un signifiant et d’un signifié, en vérité, des sortes de vecteurs mentaux qui n’entretiennent de relations qu’avec d’autres signes, et qui, à eux tous, enserrés dans ce réseau de l’intellect, nous permettent de communiquer, et donc de nous entendre les uns avec les autres. Nous savions tout cela – et que ce morceau de réalité que tel mot convoque, feuille, caillou, soleil, occupe la position toute subalterne de référent. N’importe. Il fallait à ces poètes des temps nouveaux pécher contre la grammaire et la norme par une forme très ancienne de cratylisme, c’est-à-dire entremêler l’immédiat et l’intelligible, restituer aux vocables les plus élimés par l’usage du quotidien ce que j’appellerai avec les phénoménologues leur corporalité primitive, et donc leur place au coeur de la complétude et de la massivité du monde. »



Esteban
Claude Esteban (26 juli 1935 – 10 april 2006)





De Spaanse schrijver en dichter Antonio Machado Ruiz werd op 26 juli 1875 in Sevilla geboren. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.



Last night, as I was sleeping,


Last night, as I was sleeping,
I dreamt -- marvelous error!—
that a spring was breaking
out in my heart.
I said: Along which secret aqueduct,
Oh water, are you coming to me,
water of a new life
that I have never drunk?

Last night, as I was sleeping,
I dreamt -- marvelous error!—
that I had a beehive
here inside my heart.
And the golden bees
were making white combs
and sweet honey
from my old failures.

Last night, as I was sleeping,
I dreamt -- marvelous error!—
that a fiery sun was giving
light inside my heart.
It was fiery because I felt
warmth as from a hearth,
and sun because it gave light
and brought tears to my eyes.

Last night, as I slept,
I dreamt -- marvelous error!—
that it was God I had
here inside my heart.

Siesta

 

 

 

 

In Memory of Abel Martin

While the fish of fire traces its curve,
near the cypress beneath the supreme blue,
and the blind child flies in the white stone,
and in the elm the ivory couplet
of the green cicada beats and returns,
let's honor the Lord
-- the black stamp of his good hand --
who has dictated the silence in the clamor.

To the god of the distance and the absence,
of the anchor in the sea, the open sea...
He frees us from the world -- omnipresence --
opening for us a path to walk on.

With the hidden cup well-filled,
with this ever-filling heart,
let's honor the Lord who has made the Void
and has sculpted in faith our reason



antonio-machado
Antonio Machado (26 juli 1875 – 22 februari 1939)





De Engelse schrijver Nicholas Evans werd geboren op 26 juli 1950 in Bromsgrove. Zie ook mijn blog van 26 juli 2007.

 

Uit: The Horse Whisperer


“There was death at its beginning as there would be death again at its end. Though whether it was some fleeting shadow of this that passed across the girl's dreams and woke her on that least likely of mornings she would never know. All she knew, when she opened her eyes, was that the world was somehow altered.

The red glow of her alarm showed it was yet a halfhour till the time she had set it to wake her and she lay quite still, not lifting her head, trying to configure the change. It was dark but not as dark as it should be. Across the bedroom, she could clearly make out the dull glint of her riding trophies on cluttered shelves and above them the looming faces of rock stars she had once thought she should care about. She listened. The silence that filled the house was different too, expectant, like the pause between the intake of breath and the uttering of words.
Soon there would be the muted roar of the furnace coming alive in the basement and the old farmhouse floorboards would start their ritual creaking complaint. She slipped out from the bedclothes and went to the window.”



evans3
Nicholas Evans (Bromsgrove, 26 juli 1950)



Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 26 juli 2007.

De Indonesische dichter Chairil Anwar werd geboren op 26 juli 1922 in Medan.


De Duitse schrijver en journalis
t Hans Bergel werd geboren op 26 juli 1925 in Râşnov (Duits:Rosenau), Siebenbürgen ofwel Transsylvanië, Roemenië.