07-05-17

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning, Peter Carey, Archibald MacLeish, Rabindranath Tagore

 

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Lijmen / Het been

“Ook de notaris scheen in te zien dat het nu uit was en nam zijn hamer in de hand. Driehonderd vijftig éénmaal, driehonderd vijftig andermaal.
Boorman was recht gestaan en had een arm opgestoken als een eerste Mussolini.
– Acht duizend vijfhonderd frank, sprak zijn zware basstem.
Het vrouwtje staarde hem aan met oogen die uitpuilden van verstomming, verslikte zich, hoestte geweldig, probeerde tevergeefs een opwellend gegichel te smooren en bevrijdde zich eindelijk in een onweerstaanbaren schaterlach die de heele zaal meesleepte, en de ruiten daveren deed.
Het publiek was opgesprongen.
– Huu, huu! jouwde een stem.
– Bui-ten, bui-ten, bui-ten, scandeerden de papiermenschen, zichzelf begeleidend met rhythmisch getrappel.
De notaris hamerde geweldig en toen even een windstilte intrad kon hij zich verstaanbaar maken.
– Mijnheer, riep hij, ik verzoek u dringend de orde niet te storen. Hetis hier geen kermistent.
De agent van politie had zich losgemaakt van den wand en slenterde in onze richting.
– Acht duizend vijfhonderd andermaal, brulde Boorman, of hoor jij niet goed? Toewijzen zeg ik!
– Eén millioen achthonderd vijftig duizend frank, schreeuwde opeens een mannetje met een bolhoed dat op een stoel was gesprongen.
Dat bod werd onthaald op een ontzaglijk hoera.
Wat Boorman toen riep was niet meer te verstaan, maar ik zag dat de radelooze notaris met zijn hamer een teeken gaf en de agent pakte Boorman bij den arm.
– Vooruit, beval hij verbeten.
Boorman was niet groot, maar sterk, want het borstbeeld van Leopold ii, een massief marmeren blok  dat voor mij geen vin wilde verroeren, had hij eens opgepakt en alleen van ’t Museum van Inlandsche en Uitheemsche voortbrengselen tot in de gang gedragen, bij gelegenheid van een schoonmaak.”

 

 
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960) 

Lees meer...

07-05-12

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Horst Bienek


De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

 

Earth's Immortalities

 

FAME.

See, as the prettiest graves will do in time,
Our poet's wants the freshness of its prime;
Spite of the sexton's browsing horse, the sods
Have struggled through its binding osier rods;
Headstone and half-sunk footstone lean awry,
Wanting the brick-work promised by-and-by;
How the minute grey lichens, plate o'er plate,
Have softened down the crisp-cut name and date!

LOVE.

So, the year's done with
(_Love me for ever!_)
All March begun with,
April's endeavour;
May-wreaths that bound me
June needs must sever;
Now snows fall round me,
Quenching June's fever---
(_Love me for ever!_)

 

 

 

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret in brons door Thomas Woolner, 1856

Lees meer...

07-05-11

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Joseph Joubert

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009 en ook mijn blog van 7 mei 2010.

 

 

Two in the Campagna    

 

I

 

I wonder do you feel to-day

        As I have felt since, hand in hand,

We sat down on the grass, to stray

        In spirit better through the land,

This morn of Rome and May?

 

 

II

 

For me, I touched a thought, I know,

        Has tantalized me many times,

(Like turns of thread the spiders throw

        Mocking across our path) for rhymes

To catch at and let go.

 

 

III

 

Help me to hold it! First it left

        The yellowing fennel, run to seed

There, branching from the brickwork’s cleft,

        Some old tomb’s ruin: yonder weed

Took up the floating weft,

 

 

IV

 

Where one small orange cup amassed

        Five beetles,—blind and green they grope

Among the honey-meal: and last,

        Everywhere on the grassy slope

I traced it. Hold it fast!

 

 

V

 

The champaign with its endless fleece

        Of feathery grasses everywhere!

Silence and passion, joy and peace,

        An everlasting wash of air—

Rome’s ghost since her decease.

 

 

VI

 

Such life here, through such lengths of hours,

        Such miracles performed in play,

Such primal naked forms of flowers,

        Such letting nature have her way

While heaven looks from its towers!

 

 

 

 

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret door Dante Gabriel Rossetti, 1855

 

 

Lees meer...

07-05-10

Willem Elsschot, Robert Browning, Archibald MacLeish, Rabindranath Tagore, Stanisław Przybyszewski, Joseph Joubert, Karl Gustav Vollmõller, A. E. W. Mason, Therese Huber


De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Lijmen / Het been

 

‘Het kopen is makkelijk genoeg,’ fluisterde Boorman, ‘maar hoe raak ik dat papier kwijt, want ik zou het liever niet versjouwen. Het beste zal zijn het dadelijk aan een van de concurrerende bieders over te doen. Hou ze dus goed in de gaten, zodat je ze kent, dan zal ik er een aanklampen bij ’t verlaten van de zaal. Zij krijgen het desnoods gratis.’
‘Ongeveer vierduizendvijfhonderd kilogram papier,’ riep de notaris. En uit een tas kreeg hij een exemplaar van ons Wereldtijdschrift, dat hij openvouwde als om te bewijzen dat het ook van binnen vol echt papier zat. Pas op dat moment zag ik op de eerste rij het been zitten.
‘De gehele voorraad bestaat uit exemplaren van dit zelfde tijdschrift,’ lichtte hij toe. ‘Het is glanzend papier van goede kwaliteit.’ Dat was dan ook alles wat er van gezegd kon worden.
Een algemene stilte viel in, als voelde niemand zich geroepen om de vijandelijkheden te openen., tot eindelijk een zware man, die al die tijd voor mij een smid was geweest, schuchter ‘honderd frank’ loste.
De papierliefhebbers tekenden zich nu af door opstaan, door het aannemen van een strakkere houding, door het onderbreken van een handeling. Zo liet ook mijn buurvrouw de vellen van haar vierde banaan afhangen, zonder de laatste hap te doen.
‘Honderdvijftig,’ sprak iemand achter ons, waarop de eerste ‘tweehonderd’ zei. Om beurten opbiedend waagde de zware man zich tot tweehonderdtachtig en toen zette zijn concurrent de laatste tien franc er bovenop. Die tweehonderdnegentig frank gingen het winnen, toen mijn buurvrouwtje, dat de hele morgen gegeten en gezwegen had, haar onttakelde banaan in de hoogte stak om de aandacht van de notaris te trekken en rustig driehonderdvijftig bood.
En zij was zo zeker dat niemand op dat reuzenbod zou durven reageren, dat zij zich dadelijk de mond vol stopte met haar laatste stuk en de schil tussen haar benen door onder de stoelen zwierde. De man die ’t eerste bod gedaan had, keerde zich om en lachte haar welgevallig toe, als voelde hij zich vereerd door haar verpletterd te worden."

 

 

 

 

Elsschot

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

Standbeeld in Antwerpen 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen.

 

 

The Guardian-Angel

 

A PICTURE AT FANO.

 

I.

 

Dear and great Angel, wouldst thou only leave

That child, when thou hast done with him, for me!

Let me sit all the day here, that when eve

Shall find performed thy special ministry,

And time come for departure, thou, suspending

Thy flight, mayst see another child for tending,

Another still, to quiet and retrieve.

 

II.

 

Then I shall feel thee step one step, no more,

From where thou standest now, to where I gaze,

---And suddenly my head is covered o'er

With those wings, white above the child who prays

Now on that tomb---and I shall feel thee guarding

Me, out of all the world; for me, discarding

Yon heaven thy home, that waits and opes its door.

 

III.

 

I would not look up thither past thy head

Because the door opes, like that child, I know,

For I should have thy gracious face instead,

Thou bird of God! And wilt thou bend me low

Like him, and lay, like his, my hands together,

And lift them up to pray, and gently tether

Me, as thy lamb there, with thy garment's spread?

 

IV.

 

If this was ever granted, I would rest

My bead beneath thine, while thy healing hands

Close-covered both my eyes beside thy breast,

Pressing the brain, which too much thought expands,

Back to its proper size again, and smoothing

Distortion down till every nerve had soothing,

And all lay quiet, happy and suppressed.

 

V.

 

How soon all worldly wrong would be repaired!

I think how I should view the earth and skies

And sea, when once again my brow was bared

After thy healing, with such different eyes.

O world, as God has made it! All is beauty:

And knowing this, is love, and love is duty.

What further may be sought for or declared?

 

VI.

 

Guercino drew this angel I saw teach

(Alfred, dear friend!)---that little child to pray,

Holding the little hands up, each to each

Pressed gently,---with his own head turned away

Over the earth where so much lay before him

Of work to do, though heaven was opening o'er him,

And he was left at Fano by the beach.

 

VII.

 

We were at Fano, and three times we went

To sit and see him in his chapel there,

And drink his beauty to our soul's content

---My angel with me too: and since I care

For dear Guercino's fame (to which in power

And glory comes this picture for a dower,

Fraught with a pathos so magnificent)---

 

VIII.

 

And since he did not work thus earnestly

At all times, and has else endured some wrong---

I took one thought his picture struck from me,

And spread it out, translating it to song.

My love is here. Where are you, dear old friend?

How rolls the Wairoa at your world's far end?

This is Ancona, yonder is the sea.

 

 

 

 

Browning
Robert Browning
(7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret door Thomas Buchanan Read, 1853

 

 

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois.

 

 

Before March 

 

THE gull's image and the gull

Meet upon the water

All day I have thought of her

There is nothing left of that year

(There is sere-grass

Salt colored)

We have annulled it with

Salt

We have galled it clean to the clay with that one autumn

The hedge-rows keep the rubbish and the leaves

There is nothing left of that year in our lives but the leaves of it

As though it had not been at all

As though the love the love and the life altered

Even ourselves are as strangers in these thoughts

Why should I weep for this?

What have I brought her?

Of sorrow of sorrow of sorrow her heart full

The gull

Meets with his image on the winter water.

 

 

 

 

Broken Promise 

 

THAT was by the door

Leafy evening in the apple trees

And you would not forget this anymore

And even if you died there would be these

Touchings remembered

and you would return

From any bourne from any shore

To find the evening in these leaves

To find my arms beside this door...

I think O my not now Ophelia

There are not always (like a moon)

Rememberings afterward

(I think there are

Sometimes a few strange stars upon the sky.)

 

 

 

 

MacLeish
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 

 

 

 

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) geboren.

 

 

 

De banden zijn weerspannig

 

De banden zijn weerspannig,

maar mijn hart doet pijn als ik hen tracht te breken.

Vrijheid is al wat ik begeer,

maar ik schaam mij naar haar uit te zien.

Ik weet zeker dat Gij onschatbare weelde hebt,

dat Gij mijn beste Vriend zijt, en toch heb ik het hart niet

de rommel weg te vagen die mijn kamer vult.

De wade die mij dekt is een wade van stof en dood;

ik haat haar en toch omklem ik haar tederlijk.

Mijn schulden zijn vele, mijn dwalingen groot,

mijn schande is heimelijk en zwaar;

en toch, als ik kom vragen om wat er goed aan mij is,

dan beef ik van vrees dat mijn bede zal worden verhoord.

 

 

 

 

Baby's World 

 

I wish I could take a quiet corner in the heart of my baby's very

own world.

I know it has stars that talk to him, and a sky that stoops

down to his face to amuse him with its silly clouds and rainbows.

Those who make believe to be dumb, and look as if they never

could move, come creeping to his window with their stories and with

trays crowded with bright toys.

I wish I could travel by the road that crosses baby's mind,

and out beyond all bounds;

Where messengers run errands for no cause between the kingdoms

of kings of no history;

Where Reason makes kites of her laws and flies them, the Truth

sets Fact free from its fetters.

 

 

 

 

tagore
Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en schrijver Stanisław Przybyszewski werd geboren op 7 mei 1868 in Łojewo.

 

Uit: Totenmesse

 

Einen von den Unbekannten, von den im Dunklen und in Vergessenheit lebenden »Certains« führe ich hier vor.

Er ist Einer von denen, die auf dem Wege hinknicken, wie kranke Blumen, – Einer von dem aristokratischen Geschlechte des neuen Geistes, die an übermäßiger Verfeinerung und allzu üppiger Gehirnentwicklung zu Grunde gehen.

Wie ich in der Serie »Zur Psychologie des Individuums« durchaus keine Kritiken schreiben wollte, sondern einzig und allein die jüngste Evolutionsphase des menschlichen Gehirnes zu untersuchen beabsichtigte, ihre feinen und feinsten Wurzelfasern zu beschreiben, ihre Zusammensetzung zu analysieren, ein Totalitätsbild dessen zu geben, was noch unklar und verschwommen, nichtsdestoweniger immer energischer in den verschiedensten Äußerungen des modernen Lebens sich kundgibt: so auch in dieser Erzählung.

Es sind zumeist nur feine Spuren, die sich bis jetzt verfolgen lassen, zumeist nur Schattenstreifen, die eine Monomanie, eine Psychose in die Zukunft wirft; aber das sind die geknickten Zweige in der finsteren Wildnis, die zur vorläufigen Orientierung genügen.

Man erschrecke nicht vor den Neurosen, die am Ende doch den Weg bezeichnen, den die fortschreitende Entwicklung des menschlichen Geistes einzuschlagen scheint. In der Medizin hat man sich schon längst abgewöhnt, beispielshalber die Neurasthenie als eine Krankheit zu betrachten; sie scheint vielmehr die neueste und absolut notwendige Evolutionsphase zu sein, in der das Gehirn leistungsfähiger und vermöge der weit größeren Empfindlichkeit viel ausgiebiger wird.

Wenn auch die Neurose vorläufig noch tief den Organismus schädigt, so ist das weiter nicht schlimm. Gegen das Gehirn ist die sonstige körperliche Entwicklung zurückgeblieben, aber es dauert nicht lange: der Körper wird sich anpassen, das wunderbare Selbststeuerungsgesetz wird in Funktion treten, und was heute neurasthenisch heißt, wird sich morgen die höchste Gesundheit nennen.“

 

 

 

Przybyszewski

Stanisław Przybyszewski (7 mei 1868 – 23 november 1927)

 

 

 

 

Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

 

 

 

De Duitse schrijver Karl Gustav Vollmõller werd geboren op 7 mei 1878 in Stuttgart.

 

 

ZWIEGESPRÄCH (Fragment)

 

I

Ur-Nacht, die alles gebar,
Ur-Ding, das keiner erschaut,
Ur-Nichts, das blinzelnd liegt,

Hinter allem was wird und was war,
Vor dem selbst den Ewigen graut:
Ur-Dummheit, die alles besiegt.

Denkt der Mensch oder wird er gedacht –
Sind wir Stoff, der zu Geist sich versann,
Sind wir Geist, der zu Stoff sich verleibt,
Sind wir Herrn oder Sklaven der Macht,
Die uns peitscht und uns peinigt und treibt

Und uns paart und gepaart uns verlacht,
Weil, was einzeln in Schmerzen begann
Und schmerzlich in Schmerzen zerrann,
So als ewiges Erbe verbleibt,
Schmerz-Erbteil Aller verbleibt...

Ja wer ists der dies Spiel mit uns spielt,
Wo als Preis doch Vernichtung nur winkt:
Ekles Spiel um geliehene Zeit,
Niedres Würfeln um kärgliche Zeit,

Da schon Tod in die Karten uns schielt,
Da schon draußen das Henkerbeil blinkt —
Und die Karten sind alle gezinkt,
Alle Würfel sind falsch und gebleit.

 

 

 

 

Vollmöller
Karl Gustav Vollmõller (7 mei 1878 – 18 okrober 1948)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Alfred Edward Woodley Mason werd geboren op 7 mei 1865 in Londen.

 

Uit: The Four Feathers

 

„Yes," said Sutch. "She had imagination. Her thoughts could people them."

General Feversham glanced at his companion as though he hardly understood. But he asked no questions. What he did not understand he habitually let slip from his mind as not worth comprehension. He spoke at once upon a different topic.

"There will be a leaf out of our table to-night."

"Yes. Collins, Barberton, and Vaughan went this winter. Well, we are all permanently shelved upon the world's half-pay list as it is. The obituary column is just the last formality which gazettes us out of the Service altogether," and Sutch stretched out and eased his crippled leg, which fourteen years ago that day had been crushed and twisted in the fall of a scaling-ladder.

"I am glad that you came before the others," continued Feversham. "I would like to take your opinion. This day is more to me than the anniversary of our attack upon the Redan. At the very moment when we were standing under arms in the dark -- "

"To the west of the quarries, I remember," interrupted Sutch, with a deep breath. "How should one forget?"

"At that very moment Harry was born in this house. I thought, therefore, that if you did not object he might join us to-night. He happens to be at home. He will, of course, enter the service, and he might learn something, perhaps, which afterwards will be of use -- one never knows."

"By all means," said Sutch, with alacrity. For since his visits to General Feversham were limited to the occasion of these anniversary dinners, he had never yet seen Harry Feversham.

Sutch had for many years been puzzled as to the qualities in General Feversham which had attracted Muriel Graham, a woman as remarkable for the refinement of her intellect as for the beauty of her person; and he could never find an explanation. He had to be content with his knowledge that for some mysterious reason she had married this man so much older than herself, and so unlike to her in character. Personal courage and an indomitable self-confidence were the chief, indeed the only qualities which sprang to light in General Feversham. Lieutenant Sutch went back in thought over twenty years as he sat on his garden-chair to a time before he had taken part, as an officer of the Naval Brigade, in that unsuccessful onslaught on the Redan.“

 

 

 

Mason
A. E. W. Mason (7 mei 1865 – 22 november 1948)

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Joseph Joubert werd geboren in Montignac op 7 mei 1754. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Le repos dans la lumière

 

“Été 1783

«Qui m'expliquera (dit Mercier) pourquoi toutes les personnes appliquées spécialement à guérir les plaies, à soigner les maladies et qui vivent avec les êtres souffrants, ont pour les plaisirs des sens un penchant beaucoup plus vif que celui qui anime les autres hommes ?»

 

Août 1783.

On voit par le bas de leurs jambes qu'elles aimeraient à montrer tout ce qu'elles ont de beau. Et ce plaisir de montrer sa beauté est naturel surtout aux femmes dont les formes sont plus belles que le visage. Etc.

 

Une fille qui se montre nue aux yeux de son amant ne blesse pourtant en cela la pudeur publique.

 

1. Un effet infaillible du secret et du mystère est dans ce cas d'inspirer de la retenue même à l'imagination de son amant, si son amant a le coeur délicat.

 

2. Il ne se dira ni dans ce moment, ni dans les moments qui suivront : «C'est ainsi que les autres sont faites.» Ce serait, en quelque sorte, donner des témoins à des plaisirs dont la solitude augmente le prix, se distraire d'une volupté qui exige le recueillement, et trahir la confiance de sa maîtresse en la traduisant ainsi dans son esprit devant tout son sexe, etc.”

 

 

 

Joubert
Joseph Joubert (7 mei 1754 - 4 mei 1824)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Therese Huber werd geboren als Marie Therese Heyne op 7 mei 1764 in Göttingen. Zie en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Die Familie Seldorf

 

Im Frühling des Jahres 1784. kam zu Saumür in der ehemaligen Provinz Poitou, ein ältlicher Mann an, der, nach seiner Kleidung zu urtheilen, ein Seeoffizier von ansehnlichem Rang seyn mußte. Er war von seinen Kindern begleitet: einem Sohn und einer Tochter von neun bis dreyzehn Jahren, und einer zweiten Tochter, die noch in der frühesten Kindheit war. Die Kinder trugen tiefe Trauer um ihre vor kurzem verstorbene Mutter, aber weiter konnte die Neugier der Wirthsleute in dem wenig besuchten Gasthofe anfangs nichts erfahren; denn die beiden Bedienten des Fremden, ein junger Bursche aus der Gegend von Saumür selbst, der zufällig ganz kurze Zeit vorher nach Paris gewandert war, um dort Dienste zu suchen, und eine Kinderwärterin, waren nur gerade vor der[2] Abreise des Fremden aus der Hauptstadt von ihm angenommen worden, und wußten wenig mehr von ihrem neuen Herrn, als daß er seinem Namen nach zu urtheilen – er hieß Seldorf – kein geborner Franzos seyn müßte, im amerikanischen Kriege gedient hätte, und mit einem zerschmetterten Arm zurükgekommen wäre. Er äusserte indessen bald, daß er sich einige Zeit in der Stadt aufzuhalten gedächte; und sobald er seinen Kindern, für welche er die gröste Sorgsamkeit zu haben schien, alle Bequemlichkeiten verschafft hatte, die bei der Beschaffenheit des Hauses zu erlangen waren, erkundigte er sich bei dem Wirth, ob in diesem Strich nicht irgend ein gut gelegenes Landgut, von mässigem Umfang, zu kaufen seyn sollte. Es fand sich, daß dieser durch einen kleinen Weinhandel mit mehrern Herrschaften in Verbindung stand, und Leute in der Stadt kannte, die mit Aufträgen zu dergleichen Geschäften [3] versehen waren. Seldorf nahm auf den folgenden Tag Abrede mit ihm, einige Gänge zu diesen Leuten zu thun, und kehrte hierauf zu seinen Kindern zurük.

Er fand Sara, seine Aelteste, ein sanftes Geschöpf von neun Jahren, neben der Kinderwärterin knieen, und ihr Schwesterchen, das ein heftiges Fieber zu haben schien, liebkosend trösten, indeß der Knabe an einem Fenster stand, und mit grossen ernsten Augen auf die Gruppe blikte.”

 

 

 

Huber
Therese Huber (7 mei 1764 – 15 juni 1829)

Scherenschnitt door Luise Duttenhofer

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn tweede blog van 7 mei 2009

07-05-09

Robert Browning, Archibald MacLeish, Rabindranath Tagore, Stanisław Przybyszewski, Joseph Joubert, Karl Gustav Vollmõller, A. E. W. Mason, Therese Huber


De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

 

Confessions

  

What is he buzzing in my ears?

"Now that I come to die,

Do I view the world as a vale of tears?"

Ah, reverend sir, not I!

 

What I viewed there once, what I view again

Where the physic bottles stand

On the table's edge, -is a suburb lane,

With a wall to my bedside hand.

 

That lane sloped, much as the bottles do,

From a house you could descry

O'er the garden-wall: is the curtain blue

Or green to a healthy eye?

 

To mine, it serves for the old June weather

Blue above lane and wall;

And that farthest bottle labelled "Ether"

Is the house o'ertopping all.

 

At a terrace, somewhere near the stopper,

There watched for me, one June,

A girl; I know, sir, it's improper,

My poor mind's out of tune.

 

Only, there was a way... you crept

Close by the side, to dodge

Eyes in the house, two eyes except:

They styled their house "The Lodge".

 

What right had a lounger up their lane?

But, by creeping very close,

With the good wall's help, -their eyes might strain

And stretch themselves to Oes,

 

Yet never catch her and me together,

As she left the attic, there,

By the rim of the bottle labelled "Ether",

And stole from stair to stair,

 

And stood by the rose-wreathed gate. Alas,

We loved, sir -used to meet:

How sad and bad and mad it was -

But then, how it was sweet!

 

 

 

 

 

Browning
Robert Browning
(7 mei 1812 – 12 december 1889)

Geschilderd door Robert Barratt (Pen) Browning

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

 

 

Baccalaureate

  

A year or two, and grey Euripides,

And Horace and a Lydia or so,

And Euclid and the brush of Angelo,

Darwin on man, Vergilius on bees,

The nose and Dialogues of Socrates,

Don Quixote, Hudibras and Trinculo,

How worlds are spawned and where the dead gods go,--

All shall be shard of broken memories.

 

And there shall linger other, magic things,--

The fog that creeps in wanly from the sea,

The rotton harbor smell, the mystery

Of moonlit elms, the flash of pigeon wings,

The sunny Green, the old-world peace that clings

About the college yard, where endlessly

The dead go up and down. These things shall be

Enchantment of our heart's rememberings.

 

And these are more than memories of youth

Which earth's four winds of pain shall blow away;

These are earth's symbols of eternal truth,

Symbols of dream and imagery and flame,

Symbols of those same verities that play

Bright through the crumbling gold of a great name.

 

 

 

 

 

 

macleish
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 

 

 

 

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) geboren. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

 

Beggarly Heart

  

When the heart is hard and parched up,

come upon me with a shower of mercy.

 

When grace is lost from life,

come with a burst of song.

 

When tumultuous work raises its din on all sides shutting me out from

beyond, come to me, my lord of silence, with thy peace and rest.

 

When my beggarly heart sits crouched, shut up in a corner,

break open the door, my king, and come with the ceremony of a king.

 

When desire blinds the mind with delusion and dust, O thou holy one,

thou wakeful, come with thy light and thy thunder

 

 

 

 

 

Rabindranath_Tagore
Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en schrijver Stanisław Przybyszewski werd geboren op 7 mei 1868 in Łojewo. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

Uit: Der Schrei

 

Leise, mit ängstlicher Vorsicht schlich Gasztowt an ein kleines, unscheinbares Haus heran, in dem ein bekannter und berüchtigter Kunsthändler Ausstellungen von Werken junger Künstler veranstaltete.
Er dachte nicht daran, dem höllischen Halsabschneider und felsenharten Shylock der jungen Künstler ein paar Franken aus der Tasche herauszulocken; das liess er sich nicht einmal im Traume einfallen: lieber würde er sich in einem Anfall von Hungerdelirium auf den erstbesten Passanten stürzen und ihn berauben, ehe er sich auch nur mit der geringsten Bitte an den unerbittlichen Wucherer wandte – nein! Das war es nicht – etwas ganz anderes; seit dem Augenblick, als er auf das Drängen des Händlers, der ihm mit kleinen Beträgen aus der äussersten Not herausgeholfen hatte, und unter Androhung der Versteigerung aller seiner Bilder sich endlich entschliessen musste, eine Auswahl seiner Bilder auszustellen, konnte er keine Ruhe finden.
Ihm war, als hätte er eine gottesschänderische Tat begangen, da er seine Bilder der öffentlichen Besichtigung preisgegeben, – als würden sie geschändet, jenes geheimnisvollen, heiligen Schleiers der schamhaften und innersten Ekstase beraubt, in der sie geschaffen waren: er hatte das Empfinden, als hätte er sein teuerstes Kind auf die Strasse gejagt, damit es mit seiner Schande ihm Geld verdiene – ihn würgte die Scham, er schäumte vor Wut, dass er sich hatte hintergehen lassen, er ergoss über sich die Jauche der Verachtung, dass er seinem heiligsten Entschlüsse untreu geworden: niemandem Einblick in die Geheimnisse seiner Offenbarungen zu gewähren.“

 

 

 

 

Przybyszewsk
Stanisław Przybyszewski (7 mei 1868 – 23 november 1927)

Portret door Edvard Munch

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Joseph Joubert werd geboren in Montignac op 7 mei 1754. Zie ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

Uit: Pensées

 

„Heureux ceux qui ont une lyre dans le coeur, et dans l'esprit une musique qu'exécutent leurs actions !“

„Les bons mouvements ne sont rien, s'ils ne deviennent des bonnes actions.“

 

„Les écrivains qui ont de l'influence ne sont que des hommes qui expriment parfaitement ce que les autres pensent, et qui réveillent dans les esprits des idées ou des sentiments qui tendaient à éclore.“

 

 

 

 

Joubert
Joseph Joubert (7 mei 1754 - 4 mei 1824)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Karl Gustav Vollmõller werd geboren op 7 mei 1878 in Stuttgart. Hij is vooral bekend door twee werken. Het script voor de film Der Blaue Engel met Marlene Dietrich, en het spekstakel The Miracle (Das Mirakel) dat hij samen schreef met Max Reinhardt, de vermaarde regisseur. Het stuk handelt over een non in de Middeleeuwen die met een riddder het klooster ontvlucht en verschillende mystieke avonturen beleefd. Gedurende haar afwezigheid neemt Maria in het klooster haar plaats in tot zij veilig is teruggekeerd.

 

ZWIEGESPRÄCH

 

V

 

Gott belügt uns mit Wünschen und Träumen

Die er selbst am Morgen besaß,

Am Schöpfungs-Morgen besaß,

Als er spielte mit Weltenräumen

Wie ein Kind mit Tieren und Bäumen,

Mit Menschen, Tieren und Bäumen,

Die er dann zu zerstören vergaß –

Zum Schluß zu zerstören vergaß...

 

Auf den wohlbereiteten Fluren

Vermehrt sich nun ewig die Brut,

Zwischen Tier und Engel die Brut

Der flüchtig entworfnen Figuren

Von Heiligen, Mördern und Huren,

Von halbgeformten Lemuren,

Wie des Schöpfers Hirn sie entfuhren –

Bis er einst sie zu tilgen geruht,

Sie selbst zu vertilgen geruht. ..

 

 

 

 

Vollmoeller
Karl Gustav Vollmõller (7 mei 1878 – 18 okrober 1948)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Alfred Edward Woodley Mason werd geboren op 7 mei 1865 in Londen. Hij studeerde in Oxford. Hij werd niet zo bekend als zijn tijdgenoot Rudyard Kipling. Daar staat tegenover dat zijn roman The Four Feathers tot een van de meest verfilmde boeken behoort, o.a. in 1939 en 2002. In totaal schreef Mason meer dan twintig boeken, waarvan het eerste verscheen in 1895.

 

Uit: The Four Feathers

 

Lieutenant Sutch was the first of General Feversham's guests to reach Broad Place. He arrived about five o'clock on an afternoon of sunshine in mid June, and the old red-brick house, lodged on a southern slope of the Surrey hills, was glowing from a dark forest depth of pines with the warmth of a rare jewel. Lieutenant Sutch limped across the hall, where the portraits of the Fevershams rose one above the other to the ceiling, and went out on to the stone-flagged terrace at the back. There he found his host sitting erect like a boy, and gazing southward toward the Sussex Downs.

"How's the leg?" asked General Feversham, as he rose briskly from his chair. He was a small wiry man, and, in spite of his white hairs, alert. But the alertness was of the body. A bony face, with a high narrow forehead and steel-blue inexpressive eyes, suggested a barrenness of mind.

"It gave me trouble during the winter," replied Sutch. "But that was to be expected." General Feversham nodded, and for a little while both men were silent. From the terrace the ground fell steeply to a wide level plain of brown earth and emerald fields and dark clumps of trees. From this plain voices rose through the sunshine, small but very clear. Far away toward Horsham a coil of white smoke from a train snaked rapidly in and out amongst the trees; and on the horizon rose the Downs, patched with white chalk.

"I thought that I should find you here," said Sutch.

"It was my wife's favourite corner," answered Feversham in a quite emotionless voice. "She would sit here by the hour. She had a queer liking for wide and empty spaces."

 

 

 

 

Alfred_Edward_Woodley_Mason
A. E. W. Mason (7 mei 1865 – 22 november 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Therese Huber werd geboren als Marie Therese Heyne op 7 mei 1764 in Göttingen. Zij was in haar tijd een belangrijke persoonlijkheid die werkte als schrijfster (romans, verhalen, reisbeschrijvingen, essays, kritieken), vertaalster, redactrice (Cottas Morgenblatt für gebildete Stände) en briefschrijfster (meer dan 4500 nagelaten brieven). Zij was een dochter van de invloedrijke hoogleraar oude filologie Christian Gottlob Heyne.

 

Uit: Klosterberuf

 

Ich begreife nicht recht klar, warum Sie die kleine Geschichte meines Lebens, die so unbedeutend ist, die so bald für die Welt ganz aufhören wird, schriftlich von mir haben wollen. Ist es ein mitleidiger Kunstgriff, mir durch die ungewohnte Beschäftigung, zusammenhängend über einen Gegenstand zu schreiben, meine Trennung von Ihnen erträglich zu machen? Der mislingt, meine Freundin! ich werde noch um so viel mehr an Sie denken. Erzählte ich Ihnen nicht schon Alles, was mein junges Herz beschäftigt hatte? Nahmen Sie meine Sehnsucht, meine Thränen, meine Wünsche nicht in Ihren Busen auf? Aber Sie legen es mir als eine Pflicht der Freundschaft auf, in meine Kindheit zurückzugehen, von meiner Mutter Schicksal zu beginnen, und fortzufahren bis zu dem Augenblicke, wo ich Sie kennen lernte. Das wird langsam gehen, denn Sie wissen, wie weniger Augenblicke Herr ich bin. Das wird schlecht gehen, denn ist gleich Deutsch die Sprache meines Herzens, so schrieb ich doch wenig in ihr, so [149] wenig wie im Polnischen, denn was hat ein Mädchen bei uns zu schreiben? was darf sie schreiben? – Ich machte mir einmal Auszüge aus den Kirchenvätern, die der Bischof alle in französischen Übersetzungen hat. Das entdeckte meine Stiefmutter und nannte es Kopfhängerei. Sie verklagte mich bei meinem Beichtvater, und der nannte meine Beschäftung einen unweiblichen Vorwitz, der dem Zweifel den Weg bahne. Zu meinem Unvermögen in der Sprache und im Styl kommt noch mein Mangel an Zeit. Der Sommer – denn Sie behaupten ja, wir haben keinen Frühling – führt so viele Gäste herbei, daß meiner Mutter Putzzimmer am Vormittage nicht leer wird. Von der bischöflichen Tafel darf ich mich nicht mehr ausschließen, und selten darf ich von da bis zur Abendpromenade nach Hause zurückkehren. Ihrem Rathe zu Folge widerstrebe ich nie mehr den Befehlen meiner Eltern, an der Tafel Theil zu nehmen. Ich sehe wohl, daß ich dadurch die Hoffnung bei Ihnen errege, dem Schleier doch endlich noch zu entsagen.“

 

 

 

huberpor
Therese Huber (7 mei 1764 – 15 juni 1829)

Miniatuur van Carl Ludwig Kaatz

 

 

07-05-08

Willem Elsschot, Robert Browning, Rabindranath Tagore, Archibald MacLeish, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Stanisław Przybyszewski, Joseph Joubert, Volker Braun


De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

Uit: Kaas

 

“Ik heb de heele week druk gezocht naar een tweedehandsbureau en dito schrijfmachine. En ik verzeker je dat het afloopen van al die uitdragerswinkels in de oude stad geen plezierig werk is.

Het staat er gewoonlijk zoo vol dat ik van op de straat onmogelijk kan onderscheiden of zij in voorraad hebben wat ik zoek en ik ben dus wel gedwongen binnen te gaan om het te vragen. Tegen die kleine moeite zie ik niet op, maar ik durf geen winkel verlaten zonder iets gekocht te hebben, en geen café zonder iets te hebben gedronken.

Zoo heb ik dan in 't begin een karaf, een zakmes en een gipsen Sint Jozef gekocht. Het zakmes kan ik gebruiken, al ben ik er een beetje vies van, en de karaf heb ik medegenomen naar huis, waar ze opzien gebaard heeft. Het Sint Jozefbeeld heb ik een paar straten verder, toen er niemand te zien was, op een vensterbank gezet en heb mij dan uit de voeten gemaakt. Want na die karaf heb ik gezworen niets meer mede naar huis te brengen en ik kon toch niet blijven rondloopen met dat gipsen beeld.

Nu echter blijf ik in de winkeldeur staan en vraag van daar uit of zij geen bureau-ministre en een schrijfmachine te koop hebben. Zoo lang ik de deurknop vasthoud sta ik eigenlijk niet in den winkel en heb dus geen moreele verplichting, want van dat koopen heb ik genoeg. Maar als de deur niet dicht is blijft de bel rinkelen en als dat te lang duurt sta je daar als een dief die nadenkt of hij zijn slag zal slaan of niet.

Daar komt dan nog bij dat ik nooit heelemaal gerust door de stad loop. Hamer heeft mijn certificaat wel, maar iemand die ernstig ziek is zit thuis en loopt de winkels niet af. Ik vrees altijd menschen van de General Marine te ontmoeten, want ik weet niet hoe een echte zenuwlijder doet. Als ik me laat neervallen dan gaan ze mij water in 't gezicht gieten, doen mij vliegende geest opsnuiven of brengen mij binnen bij een dokter of bij een apotheker die verklaart dat ik komedie speel. Neen, daar bedank ik voor. 't Is beter dat ze mij niet zien. Dus kijk ik goed rond en houd mij gereed om rechtsomkeer te maken of een zijstraat in te slaan. Alles wel beschouwd is het wenschelijk dat mijn heele afwezigheid haar beslag krijgt zonder dat er te veel over gekletst wordt.

Ik zou anders wel eens willen weten hoe 't op de Werf marcheert.

't Is nu kwart over negen. Ik weet dat mijn vier medecorrespondenten op dit oogenblik met hun kuiten tegen de pijp van de verwarming staan, ieder voor zijn schrijfmachine, als kanonniers voor hun stukken. Een van de vier vertelt een mop. Ja, dat eerste half uur was gezellig. Hamer heeft zijn grootboek opengeslagen zonder zich eerst te warmen en de juffrouw van de telefoon strijkt lichtjes over haar blonde haar, dat pas voor mijn heengaan permanent gegolfd was. Het geratel van de pneumatische klinkhamers dringt van op de werf tot in onze zaal door en buiten rijdt voor de vensters onze drukke dwerg-locomotief voorbij. Wij draaien onze vijf hoofden om en door 't venster groeten wij den ouden Piet met zijn blauwen kiel en zijn zakdoek om den hals, die haar zoo rustig voert als een huurkoetsier zijn oude knol. Bij wijze van wedergroet doet hij even zijn stoomfluit gaan. En ginder ver laat onze hooge schoorsteen zijn zwarten wimpel fladderen.

Zoo staan zij daar nu, die sufferds, terwijl ik doende ben mij een weg te banen in het oerwoud van de businesswereld.

Die zoekt, die vindt, dat heb ik zoo pas ondervonden. Want eindelijk heb ik een geschikt bureau ontdekt, met slechts een paar kleine motgaatjes in het groene kleed. Het kost drie honderd frank en al is het niet nieuw, toch zal het even goed dienst doen als een van twee duizend. Mijn vrouw had dus gelijk. Maar met dat al is er weder een heele week zoek en mijn kaas wacht met ongeduld op 't ontsluiten van den kelder.

Het probleem van de schrijfmachine heeft ook zijn beslag gekregen. Ik heb ontdekt dat die gehuurd kunnen worden en morgen staat er een thuis waarmede ik vertrouwd ben, namelijk een zustermachine van de Underwood waarop ik dertig jaren lang mijn brood heb verdiend.

Verleden Woensdag is de verkoopcyclus ingezet en wel bij Van Schoonbeke, die 't zelf prettig vindt dat het zoo goed marcheert”.

 

 

 

 

 

willemelsschot
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

 

Never The Time And The Place

 

Never the time and the place
And the loved one all together!
This path--how soft to pace!
This May -- what magic weather!
Where is the loved one's face?
In a dream that loved one's face meets mine,
But the house is narrow, the place is bleak
Where, outside, rain and wind combine
With a furtive ear, if I strive to speak,
With a hostile eye at my flushing cheek,
With a malice that marks each word, each sign!
O enemy sly and serpentine,
Uncoil thee from the waking man!
Do I hold the Past
Thus firm and fast
Yet doubt if the Future hold I can?
This path so soft to pace shall lead
Thro' the magic of May to herself indeed!
Or narrow if needs the house must be,
Outside are the storms and strangers: we
Oh, close, safe, warm sleep I and she, --
I and she!

 

 

 

My Star

 

All, that I know
Of a certain star
Is, it can throw
(Like the angled spar)
Now a dart of red,
Now a dart of blue
Till my friends have said
They would fain see, too,
My star that dartles the red and the blue!
Then it stops like a bird; like a flower, hangs furled:
They must solace themselves with the Saturn above it.
What matter to me if their star is a world?
Mine has opened its soul to me; therefore I love it.

 

 

 

 

You'll Love Me Yet

 

You'll love me yet!—and I can tarry
Your love's protracted growing:
June reared that bunch of flowers you carry
From seeds of April's sowing.

I plant a heartful now: some seed
At least is sure to strike,
And yield—what you'll not pluck indeed,
Not love, but, may be, like!

You'll look at least on love's remains,
A grave's one violet:
Your look?—that pays a thousand pains.
What's death?—You'll love me yet!

 

 

 

 

 

robert-browning-portrait
Robert Browning
(7 mei 1812 – 12 december 1889)

 

 

 

 

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) geboren. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

THE WATER IS SILENT

 

The fish in the water is silent,

the animal on the earth is noisy,

the bird in the air is singing.

But man has in him the silence of the sea,

the noise of the earth

and the music of the air.

 

 

 

 

Waarom, daarom

 

Waarom gaat de lamp uit?
Ik bescherm hem met mijn jas
om hem af te schermen tegen de storm.
Daarom gaat de lamp uit.

Waarom verwelkt de bloem?
Ik druk haar aan mijn borst
in angstige liefde.
Daarom verwelkt de bloem.

Waarom droogt de stroom op?
Ik heb een dam gebouwd,
om het water voor mijzelf te hebben.
Daarom droogt de stroom uit.

Waarom breekt de snaar van de harp?
Ik probeer haar een toon te ontwringen
die niet bij haar past.
Daarom breekt de snaar van de harp.

De begeerte naar de vrucht mist de bloem

 

 

 

 

Tagore
Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

 

Poem in Prose

 

This poem is for my wife.
I have made it plainly and honestly:
The mark is on it
Like the burl on the knife.

I have not made it for praise.
She has no more need for praise
Than summer has
Or the bright days.

In all that becomes a woman
Her words and her ways are beautiful:
Love's lovely duty,
the well-swept room.

Wherever she is there is sun
And time and a sweet air:
Peace is there,
Work done.

There are always curtains and flowers
And candles and baked bread
And a cloth spread
And a clean house.

Her voice when she sings is a voice
At dawn by a freshening spring
Where the wave leaps in the wind
And rejoices.

Wherever she is it is now.
It is here where the apples are:
Here in the stars,
In the quick hour.

The greatest and richest good,
My own life to live in,
This she has given me --

If giver could.

 

 

 

 

Ars Poetica

 

A poem should be palpable and mute
As a globed fruit

Dumb
As old medallions to the thumb

Silent as the sleeve-worn stone
Of casement ledges where the moss has grown -

A poem should be wordless
As the flight of birds

A poem should be motionless in time
As the moon climbs

Leaving, as the moon releases
Twig by twig the night-entangled trees,

Leaving, as the moon behind the winter leaves,
Memory by memory the mind -

A poem should be motionless in time
As the moon climbs

A poem should be equal to:
Not true

For all the history of grief
An empty doorway and a maple leaf

For love
The leaning grasses and two lights above the sea -

A poem should not mean
But be

 

 

 

 

macleish
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

Uit: Die wechselnden Winde Vertaald door Petra Strien)

 

Als die Olmedos zu ihrem neuen Haus kamen, blies der Ostwind. Er blähte die Markisen, riss sie aus ihrem Aluminiumgestänge hoch, ließ sie wieder in sich zusammensacken, um sie sogleich erneut aufzublasen. Das unablässige Wallen klang dumpf und schwer wie der Flügelschlag eines Schwarms großer Vögel. Sobald der Wind einen Augenblick abflaute, war hier und da das Quietschen von rostigem Metall zu hören. Die Nachbarn holten eilig an ihren Häusern die identisch grünen Markisen ein. Juan Olmedo deutete das Kurbelgeräusch der Eisenstangen in den Ösen auf Anhieb richtig und dachte: Pech gehabt. Der Gegensatz zwischen dem blitzblauen Himmel, der sich wie ein Ballon aus Licht über den Fassaden der identisch weißen Häuser wölbte, und der Schroffheit dieses peitschenden Windes verwunderte ihn.

 

 

 

almudena
Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

 

 

De Duitse schrijver Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

Uit: Adagio für eine Trümmerwelt

 

Vratnos Versteck befindet sich in einem modrigen Keller. Mit angewinkelten Beinen hockt er auf einer löchrigen Matratze und könnte ebenso gut tot sein. Es würde keinen Unterschied machen. Nicht für ihn. Vratno ist fünfundzwanzig. doch das ist ohne Bedeutung. Seitdem sich die Welt weitergedreht hat, ist nichts mehr von Bedeutung.

In den Straßen liegen blutig zerfetzte Körper, Schreie und Detonationen zerschneiden die heiße Luft. Feuer knistern in den Ruinen. Wie das Land, so sind auch die Menschen gesichtslos geworden. Die Orientierungslosigkeit ist überall. Wie der Haß.

Im Keller schließt Vratno die Augen.

Die Bilder bleiben.

Vratnos Hände halten eine alte Klarinette und drücken sie an den ausgemergelten Körper. Die Klarinette ist das einzige, das ihm die alte Welt gelassen hat. Das glatte Holz ist warm und beschwört Erinnerungen herauf.

Die Musikschule in Zagreb zu besuchen ist Vratnos innigster Wunsch gewesen. Damals, bevor sich die Welt weitergedreht hat. Wenn er die Augen schließt, dann verschwinden der Keller und die Geräusche von draußen, dann sieht sich Vratno inmitten all der anderen Musiker die Welt mit leichten, sanften Klängen verzaubern. Da sind der Applaus und die andächtigen, bewegten, bewundernden Blicke der Zuhörer.

Nie wieder will er die Augen öffnen müssen.

 

 

 

 

Marzi
Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en schrijver Stanisław Przybyszewski werd geboren op 7 mei 1868 in Łojewo. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

Vigilien IX (Fragment)

Und nun still, so still, daß jeder Ton in der Luft hängen bleibt, daß jeder Lichtstrahl in der Atmosphäre taub wird.

Kein Ton und kein Licht ...

Ich liege da, so weich gebettet, so still um mich herum, so weich und still.

Und dieses melancholische Dunkel, dieses lustmüde, kranke Dunkel mit den fieberheißen, pochenden Schläfen.

Die Rosen ganz welk. Wie sie zittern in dem düstern Flor des Dunkels, und in den Urnen ihrer Kelche ruht der Tod, und die Blätter fallen ab wie Töne einer berührten Saite ...

Und wieder seh ich dich wie einst, in deiner nackten Gliederpracht; doch du bist mir fern, und ich sehe dich an mit dem kalten Blick gestillter Brünste.

Mein großes Auge, die Weltensonne, hat dich aus der Dunkelheit herausgehoben. Mein kosmischer Wille hat in dir die Ewigkeit besucht. Du warst das lächerliche Spielzeug, das unter meinen Händen zum Fetisch, zum heiligen Idol wurde. Ich habe in dir die Lüste geweckt und dir ewig neue Reize angedichtet – doch jetzt ist mein Blick für dich erloschen, nicht mehr schlägt das Herz in den Rhythmen deiner Lust.

Nein, nein!

Du nicht, mit deines Leibes lockenden Lüsten.

Du nicht, mit deines Schoßes tierischer Brut.

Dich brauch ich nicht, und gleichgültig ist mir mein blonder Knabe, dies lächerliche Stück Unsterblichkeit ...

Doch Du in mir, Du meines Hirnes ewige Gefährtin, Du meines Herzens uferlose Macht –

Du nur, Du zerlegt in tausend Flächen, Du zerstäubt in tausende Stäubchen Duftreiz –

Du in Milliarden Lichtfunken –

Du, zersiebt, zerflockt, zerfasert in tausend Stimmungen, in tausend träufelnde Gefühle –

Du, die Abendröte über dem herbstlichen Feld –

Du, der mystische Reiz der Religionen, Du warst und bist meine Unsterblichkeit:

Du meine große, heilige Kunst!

Verschwunden ist mir deines Leibes Pracht und vergessen; doch Du in Mir bist der Aufgang einer neuen Welt. Neue Instinkte habe ich geschaffen, tausend schlummernde Organe zum Genuß erweckt, tausend neue Verbindungen in hundert Gehirnen gestiftet, und das alles seh' ich zeugen fort und fort, und das alles seh ich sich durch kommende Geschlechter mehren, und sehe neue Kulturen wachsen, und feinere Zuchtwahl seh ich tätig – in die Unendlichkeit des Menschengeschlechtes lebe Ich durch Dich ...

 

 

 

 

przybys2
Stanisław Przybyszewski (7 mei 1868 – 23 november 1927)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 7 mei 2007.

 
De Franse schrijver en essayist
Joseph Joubert werd geboren in Montignac op 7 mei 1754.

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden.

 

07-05-07

Willem Elsschot, Rabindranath Tagore, Volker Braun, Archibald MacLeish, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Joseph Joubert, Robert Browning, Stanisław Przybyszewski


De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot pseudoniem van Alfons-Jozef de Ridder)werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. (Hij studeerde in Antwerpen onder meer aan de Antwerpse gemeenteschool in de Van Maerlantstraat, het atheneum en het Hoger Handelsinstituut, maar maakte zijn studies aan het atheneum niet af. Op het atheneum kreeg hij o.a. les van Pol de Mont en kwam zijn liefde voor de literatuur tot bloei. Hij oefende verschillende beroepen uit: niet enkel in Antwerpen en Brussel maar ook in Parijs en Rotterdam.

Vanaf 1912 werkte De Ridder voor het tijdschrift La Revue Continentale Illustrée, dat eigendom was van zijn vriend Jules Valenpint die model stond voor het personage Boorman. Tijdens de WO I ging dit tijdschrift door de economische omstandigheden in België op de fles.

Elsschot hield niet van de reclamewereld. Vlak voor zijn dood in 1960 formuleerde hij het als volgt: "Niet alleen walg ik van de reclame, maar ook van de commercie in het algemeen. En ik heb Lijmen geschreven omdat ik er op een of andere manier van af moest komen. Ik moest wel reclame bedrijven, want van mijn pen heb ik nooit kunnen leven."

 

Uit: Tsjip

“Ik herinner mij niet precies meer hoe en wanneer de vreemdeling in huis gekomen is, maar hij loopt hier nu voortdurend rond. Zeker heb ik zijn aanwezigheid in 't begin niet opgemerkt en zat hij boven als ik beneden was. Nu echter ontmoet ik hem op de trap, bots in de gang tegen hem aan en zit tegenover hem aan tafel, want hij eet nu ook mee. Mijn oudste dochter, die hem in huis heeft gehaald, zit naast hem. Zij zijn beiden op de Handelsschool en ik geloof dat hij in 't begin kwam om met haar te blokken. Hij was zwak in de Fransche taal en zij in Staathuishoudkunde en zij zouden trachten elkander te helpen. Ik heb toen tenminste zoo iets gehoord.

Het is een lange, beleefde Pool die zijn hielen tegen elkander klapt bij 't begroeten en die bij 't komen en 't heengaan mijn vrouw een handkusje geeft. Zoo ongeveer drukten wij, als jongens, de lippen op het heilig sakrament. Ik heb haar al eens gevraagd of Bennek, want dat is zijn voornaam, hare hand werkelijk kust en zij zegt dat het tusschen kussen en niet kussen in is: aanraken zonder nat te maken.”

 

Het Huwelijk

 

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd

in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,

haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven

toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard

en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,

hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren

en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond

het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.

Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,

en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.

Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen

en rennen door het vuur en door het water plassen

tot bij een ander lief in enig ander land.

 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad

staan wetten in de weg en praktische bezwaren,

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,

en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot

en zagen dat de man die zij hun vader heetten,

bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,

een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

 

 

Elschot
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 tijdens de Britse koloniale overheersing van India geboren in een rijke brahmaanse familie, die in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) woonde. Tagore ontplooide een grote bedrijvigheid als literator, componist, sociaal hervormer, strever naar onafhankelijkheid en pedagoog. In 1901 stichtte hij te Bolpur, 180 km van Calcutta, de Santi-Niketanschool, die later uitgroeide tot universiteit. Door te schrijven over sociale en politieke onderwerpen streefde Tagore in zijn wereldbeschouwingen bewust naar een harmonische verbinding tussen de Westerse en Oosterse filosofieën, religies en culturen. Hij had een belangrijk aandeel in de bevrijding van India. Hij schiep een soort letterkunde die dichter bij het gesproken Bengaals lag dan men ooit daarvoor had geschreven. Hij schreef voornamelijk in het Bengaals, maar vertaalde zelf veel van zijn werken in het Engels.

Door les te geven in verschillende landen bezocht hij vaak Europa en Amerika, vooral nadat hij in 1913 de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend had gekregen.

 

 

Mijn kind

 

Als ik je gekleurd speelgoed breng, mijn kind!
dan begrijp ik waarom er zulk kleurenspel is op wolken, op water,
en waarom bloemen veelvervig zijn
als ik gekleurd speelgoed geef aan jou, mijn kind.
Als ik zing om je te laten dansen,
dan weet ik waarlijk waarom er muziek is in de bladeren
en waarom de golven hun stemmenkoor zenden tot het hart der luisterende aarde
als ik zing om je te laten dansen.
Als ik zoetigheid breng in je gretige handjes,
dan weet ik waarom er honing is in de bloemenkelk
en waarom de vruchten heimelijk gevuld worden met zoet sap
als ik zoetigheid breng in je gretige handjes.
Als ik je gezichtje kus om je te doen lachen, mijn lieveling!
dan weet ik stellig wat de vreugde is,
die van de hemel stroomt in morgenlicht,
en wat het genot is dat de zomerkoelte aan mijn lichaam brengt
als ik je gezichtje kus om je te doen glimlachen.

 

 

 

“All men have poetry in their hearts, and it is necessary for them, as much as possible, to express their feelings. For this they must have a medium, moving and pliant, which can refreshingly become their own, age after age. All great languages undergo change. Those languages which resist the spirit of change are doomed and will never produce great harvests of thought and literature. When forms become fixed, the spirit either weakly accepts its imprisonment or rebels. All revolutions consists of the "within" fighting against invasion from "without"... All great human movements are related to some great idea.”

 

 

 

Tagore-1
Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. In hhet begin weerspiegelde zijn werk het enthousiasme voor de opbouw van een socialitische staat. In de jaren zestig werkte hij op uitnodiging van Helene Weigel als dramaturg bij het Berliner Ensemble. Na de Praagse Lente werd hij steeds kritischer ten aanzien van het leven in het socialisme en van de mogelijkheden tot hervormingen. Dat leidde tot een versterkte interesse voor hem van de Stasi, de geheime dienst van de DDR. Na de hereniging van Duitsland onderzocht hij kritisch de redenen voor het mislukken van de DDR.

 

 

Der 9. November

 

Das Brackwasser stachellippig, aufgeschnittene Drähte

Lautlos, wie im Traum, driften die Tellerminen

Zurück in den Geschirrschrank. Ein surrealer Moment:

Mit spitzem Fuß auf dem Weltriß, und kein Schuß fällt.

Die gehetzte Vernunft, unendlich müde, greift

Nach dem erstbesten Irrtum ... Der Dreckverband platzt.

Leuchtschriften wandern okkupantenhaft bis Mitte.

    BERLIN

NUN FREUE DICH, zu früh. Wehe, harter Nordost.

 

 

 

Aus dem dogmatischen Schlummer geweckt

 

Hast du die Nacht genutzt? – Ich übte mich

In der Erwartung. – Wessen? – Kennst du auch

Den süßen Schmerz: die Unbekannte lieben? –

Die unbekannte Tat? – Wie? – Wovon sprichst du? –

Die Adern sprangen fast in meinem Fleisch.

Wie bin ichs müd, den Markusplatz zu queren. –

Du träumst, nicht wahr, du träumst mit Konsequenz. –

Und auf den Straßen weht die Transparenz.

 

 

 

Braun
Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois. In 1917 publiceerde hij zijn eerste bundel. Hij werkte eerst als advocaat en uitgever van het tijdschrift The New Republic, maar koos toen toch voor een loopbaan als schrijver. In 1923 verhuisde hij met zijn vrouw naar Parijs, waar destijds het centrum lag van de Amerikaanse moderne literatuur. MacLeish kwam zo in de kring van de Lost Generation  terecht, en van de bannelingengemeenschap rondom Gertrude Stein en Ernest Hemingway. In 1928 keerde hij terug naar de VS.

 

Two Poems from the War

 

I

Oh, not the loss of the accomplished thing! 
Not dumb farewells, nor long relinquishment 
Of beauty had, and golden summer spent, 
And savage glory of the fluttering 
Torn banners of the rain, and frosty ring 
Of moon-white winters, and the imminent 
Long-lunging seas, and glowing students bent 
To race on some smooth beach the gull's wing:

Not these, nor all we've been, nor all we've loved, 
The pitiful familiar names, had moved 
Our hearts to weep for them; but oh, the star 
The future is! Eternity's too wan 
To give again that undefeated, far, 
All-possible irradiance of dawn.

 

 

 

An Eternity

There is no dusk to be, 
        There is no dawn that was, 
Only there's now, and now, 
        And the wind in the grass.

Days I remember of 
        Now in my heart, are now; 
Days that I dream will bloom 
        White the peach bough.

Dying shall never be 
        Now in the windy grass; 
Now under shooken leaves 
        Death never was.

 

 

 

 

MACLEISH
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Grandes studeerde geografie en geschiedenis. Al haar eerste roman Lulu werd in twintig talen vertaald en een internationale bestseller. Dat lukte ook met haar roman Malena. Voor haar werk tot nu toe ontving zij de Premio Julián Besteiro.

 

Uit:  Luftschlösser  (Castillos de cartón, vertaald door Sabine Giersberg)

 

 Die Drei ist eine ungerade Zahl.

«Es ist für dich, Maria José ¼ Jaime González.» Obwohl ich nun schon seit mehr als fünfzehn Jahren in der Abteilung  arbeitete,  hatte  ich  noch  immer  keine  eigene Sekretärin.  Ich  teilte  mir  Lorena,  eine  junge,  zerstreute Frau, die sich aber immerhin bemühte, mit Julián, einem schweigsamen Doktor der Kunstgeschichte, der auf spanische Bildhauerei des Barock - vor allem Alonso Berruguete - spezialisiert war. Genau wie ich nahm auch er mehr oder weniger alles entgegen, was hereinkam, nur dass er darunter litt. Bei mir war das anders, mir war es inzwischen gleich, ob mich der Zufall oder die Notwendigkeit an diesen Ort geführt hatte. Die Firma hatte mich als Expertin für zeitgenössische Malerei angestellt, doch ich verbrachte meine Zeit damit, Juwelen aus der Epoche Isabellas, Sekretäre, französische Bronzen aus dem 18. Jahrhundert und dergleichen mehr zu schätzen. Ich hatte eigentlich Malerin werden wollen, aber zu spät bemerkt, dass ich nicht genügend Talent dafür besaß. So etwas bemerkt man immer zu spät, und dann bleibt kein Raum mehr, etwas Neues zu entdecken. Als ich mit dem Malen aufhörte, war ich zweiundzwanzig, aber es hat Jahre gedauert, bis ich mich wieder so alt fühlte wie damals.

«Stell ihn durch.»

 

 

 

Grandes
Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

De Duitse schrijver Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Hij studeerde economie in Mainz en woont tegenwoordig in Saarbrücken. Nadat hij verschillende korte verhalen had gepubliceerd verscheen in 2004 zijn romandebuut Lycidas dat een enorm succes werd. In 2005 volgde het vervolg Lilith, en de trilogie werd in 2006 afgesloten met Lumen.

 

Uit: Lilith

 

THE TIMES THEY ARE A-CHANGING

Die Welt ist gierig, und manchmal verschwinden Menschen in ihrem Schlund, ohne jemals wieder gesehen zu werden. Emily Laing war sechzehn, als ihre beste Freundin Aurora Fitzrovia gemeinsam mit Master Micklewhite, dem sie bei Nachforschungen in einer dringlichen Angelegenheit zur Hand gehen musste, vom Angesicht der Erde verschwand. Es gab keinen Brief und auch keinen Hilferuf, keine Zeugen und nicht den geringsten Hinweis. Während ihrer Rückreise aus Konstantinopel widerfuhr den beiden Schreckliches, und als der menschenleere Orient-Express im Bahnhof Elephant & Castle einfuhr, da kündete nurmehr ein verwüstetes Abteil von dem Schicksal, das sie uns entrissen hatte. Fassungslos standen das Mädchen und ich auf dem Bahnsteig inmitten einer aufgeregten Menschenmenge. In den Gesichtern spiegelten sich Entsetzen und Verzweiflung. Jeder der hier Anwesenden hatte das mysteriöse Verschwinden eines geliebten Menschen zu beklagen. Keiner konnte sich erklären, was während der Fahrt von Frankreich nach Britannien geschehen war. Nicht ein einzi- ger Fahrgast war mehr aufzufinden gewesen. Spurlos verschwunden waren die Menschen, die in der uralten Metropole von Paris noch die Abteile gefüllt hatten. So fing es an. An einem Tag im Winter. »Was glauben Sie, Wittgenstein«, fragt das Mädchen, »werden wir sie finden?« Emily Laing, der ich einst am Fuße der großen Rolltreppe in der Tottenham Court Road begegnet war, sitzt mir gegenüber in dem luxuriösen Abteil des Zuges, der uns fortbringen wird. Fort aus der Stadt der Schornsteine.

 

 

 

marzi
Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

De Franse schrijver en essayist Joseph Joubert werd geboren in Montignac op 7 mei 1754. Joubert schreef eigenlijk zeer weinig en heeft tijdens zijn leven nooit een werk uitgegeven. Het enige wat hij deed was zijn gedachten voor zichzelf neerpennen. Jouberts aantekeningen waren reflecties over uiteenlopende zaken (de natuur van het menselijk wezen, literatuur, ... ) en waren vaak geschreven in een aforistische stijl. Deze aantekeningen wekten de interesse van Chateaubriand, die na Jouberts dood een kleine selectie in omloop bracht onder de titel Recueil des Pensées de M. Joubert (Parijs, 1838). Dit werk werd in meer uitgebreide vorm opnieuw uitgegeven in 1842 onder de titel Pensées, Essais, Maximes et Correspondance de J. Joubert door Paul de Raynal, een neef van de auteur.

 

Citaten:

 

« Recevoir des bienfaits de quelqu'un est une manière plus sûre de se l'attacher que de l'obliger lui-même. La vue d'un bienfaiteur importune souvent, celle d'un homme à qui l'on a fait du bien est toujours agréable. Nous aimons notre ouvrage en lui. »

 

« Voulez-vous connaître le mécanisme de la pensée, et ses effets ? lisez les poètes. Voulez-vous connaître la morale, la politique ? lisez les poètes. Ce qui vous plaît chez eux, approfondissez-le : c'est le vrai. »

 

« On n'est moins ennemi de ceux qui nous haïssent que de ceux qui nous méprisent. »

 

 

Joubert
Joseph Joubert (7 mei 1754 - 4 mei 1824)

 

 

De engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zijn vruchtbaarste periode als schrijver begon in 1841 met de publicatie van het dramatische gedicht Pippa Passes en duurde tot 1869 toen het laatste deel verscheen van The Ring And The Book.

De belangrijkste werken uit deze rijd zijn Dramtic Lyrics (1842) en Dramatic Romances And Lyrics (1845), waarin Browning de grondslag legt voor het genre van de dramatische monoloog.

 

Meeting at night

 

The gray sea and the long black land;

And the yellow half-moon large and low;

And the startled little waves that leap

In fiery ringlets from their sleep,

As I gain the cove with pushing prow,

And quench its speed i' the slushy sand.

Then a mile of warm sea-scented beach;

Three fields to cross till a farm appears;

A tap at the pane, the quick sharp scratch

And blue spurt of a lighted match,

And a voice less loud, through its joys and fears,

Than the two hearts beating each to each!

 

 

In a gondola

 

The moth's kiss, first!

Kiss me as if you made me believe

You were not sure, this eve,

How my face, your flower, had pursed

Its petals up; so, here and there

You brush it, till I grow aware

Who wants me, and wide ope I burst.

 

The bee's kiss, now!

Kiss me as if you enter'd gay

My heart at some noonday,

A bud that dares not disallow

The claim, so all is render'd up,

And passively its shatter'd cup

Over your head to sleep I bow.

 

 

Browning
Robert Browning
(7 mei 1812 – 12 december 1889)

 

De Poolse schrijver Stanisław Przybyszewski werd geboren op 7 mei 1868 in Łojewo. Przybyszewski ontwikkelde een groot interesse voor het satanisme en voor de filosofie van Friedrich Nietzsche en begon een bohème-leben. In die tijd behoorden Edvard Munch, August Strindberg en Richard Dehmel tot zijn vrienden. In 1895 werd hij medeoprichter van het tijdschrift Pan, maar hij publiceerde ook in Die Fackel van Karl Kraus. In 1899 publiceerde hij in Życie het programmatische manifest van de naturalistisch-symbolistische stroming Jong Polen, Confiteor.

Przybyszewski schreef in het begin in het Duits, later in het Pools.

 

Uit: Satans Kinder

 

„Gordon beugte sich weit vor und sah Ostap mit scharfen, unruhigen Augen an.

»Du mußt es tun, Ostap, jetzt darfst du nicht mehr wanken, du hast einmal zugesagt; jetzt ist es zu spät.«

Ostap sah ihn wie verständnislos an, besann sich aber und sagte:

»Nein, ich kann nicht! Verstehst du? ich kann nicht!«

Er wurde sehr bleich und sein Gesicht zuckte.

Gordon lehnte sich in seinem Stuhl zurück.

»Du mußt!« sagte er.

»Ich will nicht!« schrie Ostap rasend auf. »Ich will nicht! Bist du denn kein Mensch? Verstehst du nicht, daß es sich auch nebenbei um meinen Vater handelt? Verstehst du nicht: sobald er mir verrät, wie der Schrank geöffnet wird, wird er zum Mitschuldigen!«

Gordon lächelte.

»Wenn nichts weiter im Wege steht als ein Vater ...«

»Was? Was meinst du damit!«

Gordon lächelte wieder.

»Du bist doch ein sonderbarer Mensch. Manchmal bist du scharfsinnig wie eine Lanzette und dann wieder sentimental, weich und lächerlich wie eine Jungfrau. Was heißt das eigentlich, Vater? Willst du mir mit dergleichen Gründen kommen? Du meinst wohl einen Herrn, der dich trotz seines und deines Willens erzeugt hat? Ha ha ha ... Du hast ihn doch nicht darum gebeten, wie? Das Leben ist wohl kein solch übermäßiges Vergnügen – heh? Übrigens hab ich keine Lust zu philosophischen Disputen. Du mußt es tun und wirst es tun! Das ist ja lächerlich, das mit dem Vater! ... Willst du Tee oder Grog haben?«

Ostap setzte sich hin und sah stumpf zu Boden.

Sie schwiegen lange.“

 

 

 

przybyszewski
Stanisław Przybyszewski (7 mei 1868 – 23 november 1927)