02-01-17

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes, Ernst Barlach

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

In de Alpen

Het ergste wordt altijd overschaduwd door iets wat nog weer erger is. Nadat haar been was overreden, hoorden we Hansje nooit meer over haar koortslip. Maar het gezeur zat in de familie en toen ik haar in de Alpen over de paden reed, zag ik haar hand toch weer richting mond gaan. Vliegensvlug dook ik naar voren en voor ik het wist kusten we elkaar, zo hevig als ik nooit eerder iemand had gekust. Een bijzonder moment, daar in die Alpen, al werd het helaas verknald. Juist op dat ogenblik keerde Jezus Christus terug op aarde.

 

Ik dook in een baai

Ik dook in een baai. Ik dook in een baai waarvan het water zo troebel was dat ik geen hand voor ogen zag. Ik dook dieper. Ik zwom tot ik licht ontdekte, me naar de oppervlakte bewoog en boven kwam in een klein meer. Op de kant zat een man. Zijn haar was grijs, zijn ogen waren gesloten. Zijn handen hield hij gevouwen in zijn schoot en pas toen ik heel dichtbij hem was, keek hij op. Ik geloof niet dat hij schrok. Hij was ook niet triest. Hij zei: ‘Dit is nou wijsheid. Een huis ga ik er niet van kopen. Een mooie wagen evenmin. Maar op een dag hoop ik er een krab van te tekenen. De mooiste krab die men ooit op de wereld zag.

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees meer...

02-01-16

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Natuur

Het beeldscherm had me dusdanig geconditioneerd dat ik soms, wanneer ik een boek las, een ouderwets boek, ik in een van de hoeken keek hoe laat het was, Eens, toen ik door de natuur liep, merkte ik dat ik wegdroomde en met mijn hand probeerde de flora en fauna weg te klikken, Een paar maanden geleden op een feestje, tijdens de karaoke, legde een expert me uit dat het niet heel lang meer hoefde te duren voor het zover was. Hij huilde toen hij het me vertelde. Hij hield ervan, van die gekke ouwe natuur.

 

Goedkoop

Dure woorden zeiden me niks. Ik hield van de goedkope metafoor: een woeste man die in zijn leven een rivier volgt en aan het eind ervan uitkomt bij de zee. Ik was sowieso een goedkoop type. Ook in de liefde moest het altijd voor een prikje. Ik ging met vrouwen die zelf ook weinig uittrokken voor hun liefdesleven. En wanneer ik het toch een keer duur speelde, wanneer ik toch eens een kast van een huis binnendrong, dan doorzagen de lui van de beau monde me al snel. Ze merkten dat ik ver-kleed ging, zodat ik zonder pardon weer naar buiten werd getrapt. Ik was een aap - iemand uit de natuur. Nog steeds eigenlijk.

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees meer...

02-01-15

Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Nyk de Vries, Look J. Boden, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken, Christopher Durang

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

The Day Brushes It's Curtains Aside

to a dark stage.
I lie there awake in my prison bunk,
in the eye-catching silence
of prison night.

I study the moon out my grilled window.
I figure this and that,
not out, just figure, figuring more,
the inner I go, through illimitable tunnels,

roaring great, myself back back back.

I lie still, listening to water drops
clink and pap pap pap
in the shower stall next to my cell.

In that airy place we call the heart,
I move like a magician
in the colorful stage lights of my moods,
my bright dreams, and blue light
circles a tear on my cheek, and lips with her name.

>From flowers in my hands
her face appears. In cards
she is the queen. These are tricks
and I am the magician.

Tomorrow morning I will crawl out of bed
knowing I cannot escape the chains
they've wrapped around me.

I will crawl out of bed tomorrow,
as though I had stepped out of a box
on stage. It was no illusion,
when the sword plunged into the box,
I smiled at the crowd,
as it went deeper and deeper into my heart.

 

 
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

Lees meer...

02-01-14

Jimmy Santiago Baca, Christopher Durang, David Shapiro, André Aciman, Nyk de Vries, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken


De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Cloudy Day

It is windy today. A wall of wind crashes against,
windows clunk against, iron frames
as wind swings past broken glass
and seethes, like a frightened cat
in empty spaces of the cellblock.

In the exercise yard
we sat huddled in our prison jackets,
on our haunches against the fence,
and the wind carried our words
over the fences,
while the vigilant guard on the tower
held his cap at the sudden gust.

I could see the main tower from where I sat,
and the wind in my face
gave me the feeling I could grasp
the tower like a cornstalk,
and snap it from its roots of rock.

The wind plays it like a flute,
this hollow shoot of rock.
The brim girded with barbwire
with a guard sitting there also,
listening intently to the sounds
as clouds cover the sun.

I thought of the day I was coming to prison,
in the back seat of a police car,
hands and ankles chained, the policeman pointed,
“See that big water tank? The big
silver one out there, sticking up?
That’s the prison.”

And here I am, I cannot believe it.
Sometimes it is such a dream, a dream,
where I stand up in the face of the wind,
like now, it blows at my jacket,
and my eyelids flick a little bit,
while I stare disbelieving. . . .

The third day of spring,
and four years later, I can tell you,
how a man can endure, how a man
can become so cruel, how he can die
or become so cold. I can tell you this,
I have seen it every day, every day,
and still I am strong enough to love you,
love myself and feel good;
even as the earth shakes and trembles,
and I have not a thing to my name,
I feel as if I have everything, everything.

 

 
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

Lees meer...

02-01-13

Christopher Durang, David Shapiro, Jimmy Santiago Baca, André Aciman, Nyk de Vries, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken

 

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook alle tags voor Christopher Durang op dit blog.

 

Uit: Laughing Wild

 

“Woman: I want to talk to you about life. It’s just too difficult to be alive, isn’t it, and try to function? There are all these people to deal with. I tried to buy a can of tuna fish in the supermarket, and there was this person standing right in front of where I wanted to reach out to get the tuna fish, and I waited a while, to see if they’d move, and they didn’t—they were looking at tuna fish too, but they were taking a real long time on it, reading the ingredients on each can like they were a book, a pretty boring book if you ask me, but nobody has; so I waited a long while, and they didn’t move, and I couldn’t get to the tuna fish cans; and I thought about asking them to move, but then they seemed so stupid not to have sensed that I needed to get by them that I had this awful fear that it would do no good, no good at all, to ask them, they’d probably say something like, “We’ll move when we’re goddam ready you nagging bitch” and then what would I do? And so then I started to cry out of frustration, quietly, so as not to disturb anyone, and still, even though I was softly sobbing, this stupid person didn’t grasp that I needed to get by them, and so I reached over with my fist, and I brought it down real hard on his head and screamed: “Would you kindly move asshole!!!”

And the person fell to the ground, and looked totally startled, and some child nearby started to cry, and I was still crying, and I couldn’t imagine making use of the tuna fish now anyway, and so I shouted at the child to stop crying—I mean, it was drawing too much attention to me—and I ran out of the supermarket, and I thought, I’ll take a taxi to the Metropolitan Museum of Art, I need to be surrounded with culture right now, not tuna fish.”

 

 

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

Lees meer...

02-01-12

David Shapiro, Anton van Duinkerken, Jimmy Santiago Baca, Nyk de Vries, Blaga Dimitrova

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010 en ook mijn blog van 2 januari 2011.

 

 

Gold and Cardboard

 

My son said Daddy are there words for everything? I said You mean the space between

 

The clouds?

“Yes!” “No!”

 

Like those who love to think one word will take care of Maupassant’s tree and his landlady.

But it turns out you will get no further than the words that reach and do not touch.

 

X uses a hard word one per poem like throwing a true diamond sale or throwing a

Ruby on a Corten steel table, a little gold in cardboard. There is a country where

They make their own cardboard. General words the French love, a thousand eyes but only one

Kaleidoscope.

Even Merleau-Ponty not specific enough (said Meyer) like very pretty exit signs

Without numbers.

 

Paul Valéry said the world was made out of nothing and sometimes a bit of that

Nothing shines through. No grin, no cat.

 

But I think: The world was made of gold, and every once in a while

Some of that gold shines through.

 

You. They say it doesn’t matter that you can’t read the Book of Splendor in Aramaic. “Just leave it in your house.” Amazing debilitating magic at the door!

 

If there were the right word for everything, each young philosopher

Could dream without sleeping. Using the same ruler and we’d all

Have the same measures and ladders without rungs, with regular risers.

 

Music without words: it does a good job of caring about you,

X-ray of thought the architect wanted. X-ray for the lovers—

 

I always loved to climb that ladder without rungs, I collect them. I fight over them, I forgive

My antagonist. Even the wild ladder without tongues. Even the literal is a metaphor.

This is not nothing says the boy to the teacher who could care less. Multeity. And if I made up a word

Would it survive like a quark of strangeness? Depends on which dictionary you’re using, I told

The president of that company. And if you made it up, like a rare country?

 

I loved you in the near distance like a word and rare cool blood. What was I thinking?

“You actually think?”

 

 

 

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

Lees meer...

02-01-11

Christopher Durang, David Shapiro, Jimmy Santiago Baca, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken, André Aciman

 

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Sister Mary Ignatius Explains It All For You 

 

„SISTER. But are you living properly?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. And you’re married?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. And you don’t use birth control?

ALOYSIUS. No.

SISTER. But you only have two children. Why is that? You’re not spilling your seed like Onan, are you? That’s a sin, you know.

ALOYSIUS. No. It’s just chance that we haven’t had more.

SISTER. And you go to mass once a week, and communion at least once a year, and confession at least once a year? Right?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. Well, I’m very pleased then.

ALOYSIUS. I am an alcoholic. And recently I’ve started to hit my wife. And I keep thinking about suicide.

SISTER. (thinks for a moment) Within bounds, all those things are venial sins. (to audience) At least one of my students turned out well. (to Aloysius) Of course, I don’t know how hard you’re hitting your wife; but with prayer and God’s grace …

ALOYSIUS. My wife is very unhappy.

SISTER. Yes, but eventually there’s death. And then everlasting happiness in heaven. (with real feeling) Some days I long for heaven. (to Gary) And you? Have you turned out all right?

GARY. I’m okay.

SISTER. And you don’t use birth control?

GARY. Definitely not.

SISTER. That’s good. (looks at him) What do you mean, “Definitely not”?

GARY. I … don’t use it.

SISTER. And you’re not married. Have you not found the right girl?

GARY. In a manner of speaking.

SISTER. (grim, choosing not to pursue it) Okay. (walks away, but can’t leave it, comes back to him) You do that thing that makes Jesus puke, don’t you?“

 

 

 

 

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

 

Lees meer...

02-01-10

David Shapiro, Christopher Durang, Jimmy Santiago Baca, Anton van Duinkerken, André Aciman, Nyk de Vries


De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Hij studeerde aan de Columbia University en de University of Cambridge. Hij groeide op met in de buurt vberoemdheden als Warhol en trok op met iedereen van Beatles en Stones tot Ginsburg. Shapiro doceerde aan Columbia, Bard College, Cooper Union, Princeton University, en William Paterson University.

 

 

Song for Hannah Arendt

 

Out of being torn apart

 comes art.

 Out of being split in two

 comes me and you. HA HA!

 Out of being torn in three

 comes a logical poetry. (She laughed but not at poetry.)

 Out of the essential mistranslation

 emerges an illegitimate nation.

 Better she said the enraged

 than the impotent slave sunk in the Bay.

 Out of being split into thirteen parts

 comes the eccentric knowledge of "hearts."

 (Out of being torn at all

 comes the poor-rich rhyme of not knowing, after all.)

 And out of this war, of having fought

 comes thinking, comes thought.

 

 

 

 

Voiceless

 

They were right who inveighed against

 the voice,

 too sexual an organ

 the rabbis whose laryngologists

 those who stopped a doctor

 by their side like a singer

 who refused to listen

 and put a wall where voice had been

 they died the lover of branches

 of fire of the tape recorder used for good or ill your burning hair

 If we were blind

 and if we were known to listen

 we would find one another

 by your voice alone

 (what you loved or Lillith loved was you and yes and permission)

 and we are blind

 

 

 

 

davidshapiro
David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

Uit: Sister Mary Ignatius Explains It All For You

 

“SISTER. (to Philomena) You, with the little girl. Tell me about yourself.

PHILOMENA. Well, my little girl is three, and her name is Wendy.

SISTER. There is no Saint Wendy.

PHILOMENA. Her middle name is Mary.

SISTER. Wendy Mary. Too many Y's. I'd change it. What does your husband do?

PHILOMENA. I don't have a husband.

(Long pause)

SISTER. Did he die?

PHILOMENA. I don't think so. I didn't know him for very long.

SISTER. Do you sign your letters "Mrs." or "Miss"?

PHILOMENA. I don't write letters.

SISTER. Did this person you lost track of marry you befolre he left?

PHILOMENA. (sad) No.

SISTER. Children, you are making me very sad. (to Philomena) Did you get good grades in my class?

PHILOMENA. No, Sister. You said I was stupid.

SISTER. Are you a prostitute?

PHILOMENA. Sister! Certainly not. I just get lonely.

SISTER. (to Philomena and the audience both) The Mother Superior of my own convent may get lonely, but does she have illegitimate children?

ALOYSIUS. There was that nun who stuffed her baby behind her dresser last year.

(Sister stares at him)

ALOYSIUS. It was in the news.

SISTER. No one was addressing you, Aloysuis. Philomena, my point is that loneliness does not excuse sin.

PHILOMENA. But there are worse sins. And I believe Jesus forgives me. After all, he didn't want them to stone the woman taken in adultery.

SISTER. That was merely a political gesture. In private Christ stoned many women taken in adultery.

DIANE. That's not in the Bible.

SISTER. (suddenly very angry) Not everything has to be in the Bible. (to audience, trying to recoup) There's oral tradition in the Church. One priest tells another priest something, it gets passed down through the years.

PHILOMENA. But don't you believe Jesus forgives people who sin?

SISTER. Yes, of course. He forgives you, but he's tricky. You have to be truly sorry, and you have to truly resolve not to sin again, or else. He'll send you straight to hell just like the thief He was crucified next to.

PHILOMENA. I think Jesus forgives me.

SISTER. Well I think you're going to hell. (to Aloysius) And what about you? Is there anything the matter with you?

ALOYSIUS. Nothing. I'm fine.”

 

 

 

 

Durang
Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Op tweejarige leeftijd werd hij door zijn ouders in de steek gelaten. Hij woonde enkele jaren bij zijn grootmoeder en werd daarna in een weeshuis geplaatst. Toen hij 21 was werd hij veroordeeld wegens drugsbezit en verdween hij voor zes en een half jaar in de gevangenis. In die tijd leerde hij zichzelf lezen en schrijven. Een medegevangene spoorde hem aan de gedichten die hij schreef voor publicatie op te sturen en zijn debuutbundel Immigrants in Our Own Land werd meteen goed ontvangen. In 1987 ontving hij voor zijn half-autobiografische Martin and Meditations on the South Valley de American Book Award for poetry. Andere bundels van hem zijn:  C-Train and Thirteen Mexicans: Dream Boy's Story, Healing Earthquakes (2001), Set This Book on Fire (1999), In the Way of the Sun (1997), Black Mesa Poems (1995), Poems Taken from My Yard (1986), en  What's Happening (1982)

 

 

Count-time 

 

Everybody to sleep the guard symbolizes

on his late night tour of the tombs.

When he leaves, after counting still bodies

wrapped in white sheets, when he goes,

 

the bodies slowly move, in solitary ritual,

counting lost days, mounting memories,

numbering like sand grains

the winds drag over high mountains

to their lonely deaths; like elephants

they go bury themselves

under dreamlike waterfalls,

in the silence.

 

 

 

To My Own Self 

 

My hands the Hook thunder hangs its hat on,

My breast the Arroyo storms fill with water,

My brow the Horizon sunrise fills,

My heart the Dawn weaving blue 

 

 

 

 

Baca
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en mijn blog van 26 december 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

Uit: Goethe's ‘West-Oestlicher Divan’

“Zijn tweede reis naar Italië, ondernomen in 1790, heeft een ingrijpende beteekenis gehad voor Goethe's ontwikkeling als lyrisch dichter. Zooals hij van den eersten zwerftocht in het klassieke landschap de voltooide ‘Iphigenie auf Tauris’ meebracht, zoo schreef hij op den tweeden zijn ‘Römische Elegien’, die, in tegenstelling tot zijn jeugd-poëzie, niet langer de neerslag zijn van een zwoel en chaotisch gemoedsleven, doch de plastische weergave van een helder, omgrensd en aan maat gebonden genot. Thans bezingt hij niet meer de smart van een onbestembare weemoed, maar de vreugde van het oogenblikkelijk geluk en de liefde tot het ontroerend-nabije:

 

 Oh, wie fühl ich in Rom mich so froh! gedenk' ich der Zeiten

 Da mich ein graulicher Tag hinten im Norden umfing,

 Trübe der Himmel und schwer auf meine Scheitel sich senkte,

 Farb- und gestaltlos die Welt um den Ermatteten lag,

 Und ich über mein Ich, des unbefriedigten Geistes

 Düstre Wege zu spähn, still in Betrachtung versank.

 Nun umleuchtet der Glanz des helleren Aethers die Stirne...

 

Zulk een verheldering van het gevoel maakt den getroebleerden Goethe der achttiende eeuw tot den verlichten Europeeër, die hij in de negentiende eeuw vooral geweest is. Het Europeanisme was reeds een ideaal van Voltaire; het werd een begeerenswaardige droom in de bewogen jaren na de Fransche Omwenteling; sommigen dachten het spoedig verwerkelijkt te zullen zien door den gemengden opmarsch van Napoleons Europeesche legerbenden. Ook Goethe streefde naar dat ideaal, niet zoozeer om algemeen-humanitaire beweegredenen als wel uit gehoorzaamheid aan zijn romantischen expansie-drang. Want bij de beoordeeling van Goethe's ‘classicisme’ vergete men nooit, dat dit zijn oorsprong vond in een dóór-en-dóór romantisch gemoed. Het ontstond uit een behoefte aan innerlijke verruiming. Daarom kon het ‘huwelijk tusschen Faust en Helena’ weliswaar Euphorion, den goedgedragene, voortbrengen, maar naar zijn wezen kon het geen gelukkig huwelijk zijn. De verruiming en verheldering van den Germaanschen droom door den Helleenschen geest schiep nog geen klaarheid en ruimte genoeg. Immers de Germaan had zich niet alleen met den Griek te verzoenen, doch de volledige Europeeër, die een kind uit deze verbintenis was, moest zich daarna vereenigen met de moederlijke wijsheid van het Oosten. Goethe's geestesgroei is een onophoudelijke expansie geweest, die deze romanticus zich enkel veroorloven kon, omdat hij, door zijn maatgevoel beheerscht, bij alle expansie zichzelf wist te blijven.”

 

 

 

 

Anton_van_Duinkerken

Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)

Standbeeld in Bergen op Zoom

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

Uit: Shadow Cities

 

„107th, very quiet, very narrow, tucked away around the corner, reminded me of those deceptively humble alleys where one finds stately homes along the canals of Amsterdam.

And 106th, as it descended toward Central Park, looked like the main alley of a small town on the Italian Riviera, where, after much trundling in the blinding light at noon as you take in the stagnant odor of fuel from the train station where you just got off, you finally approach a sort of cove, which you can’t make out yet but which you know is there, hidden behind a thick row of Mediterranean pines,

over which, if you really strain your eyes, you’ll catch sight of the tops of striped beach umbrellas jutting beyond the trees, and beyond these, if you could just take a few steps closer, the sudden, spectacular blue of the sea.

To the west of Straus Park, however, the slice of Riverside and 106th had acquired a character that was strikingly Parisian, and with the fresh breeze which seems to swell and subside all afternoon long, you sensed that behind the trees of Riverside Park, serene and silent flowed an elusive Seine,

and beyond it, past the bridges that were to take you across, though you couldn’t see any of it yet, was not the Hudson, not New Jersey, but the Left Bank— not the end of Manhattan, but the beginning of a whole bustling city waiting beyond the trees—as it waited so many decades ago when, as a boy, dreaming of Paris, I would go to the window, look out to the sea at night, and think that this was not North Africa at all, but the Ile de la Cité. Perhaps what lay beyond the trees was not the end of Manhattan, or even Paris, but the beginnings of another, unknown city, the real city, the one that always beckons, the one we invent each time and may never see and fear we’ve begun to forget.

There were moments when, despite the buses and the trucks and the noise of people with boom boxes, the traffic light would change and everything came to a standstill and people weren’t speaking, and the unrelenting sun beat strong on the pavement, and I would almost swear this was an early summer afternoon in Italy, and that what lay behind Riverside Park was not just my imaginery Seine, but the Tiber as well. What made me think of Rome was that everything here reminded me of the kind of place all tourists know well: that tiny, empty piazza with a little fountain, where, thirsty and tired with too much walking all day, you douse your face, then unbuckle your sandals, sit on the scalding marble edge of a Baroque fountain, and simply let your feet rest a while in what is always exquisitely clear, non-drinkable water.“

 

 

 

 

Aciman
André Aciman (Alexandrië,  2 januari 1951)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

 

Motorman

 

Hij reed almaar rond op zijn motorfiets en nooit wist ik wat er in zijn hoofd omging. Op een dag volgde ik hem naar zijn hut in het bos. Ik liep naar het hokje toe en duwde de deur met kracht open. Voor mij lag languit achterover op de houten vloer de motorman. Hij keek op, kwam langzaam overeind en staarde me aan met een vreemd rood gezicht. Ik wilde iets zeggen, maar voor ik daarin slaagde, verdween de motorman zonder ooit terug te keren. Ik nam mijn intrek in het huisje en woonde er uiteindelijk ruim twintig jaar. Het is waar wat ze zeggen: elk nieuw huis moet beter zijn dan het vorige.

 

 

 

 

NykdeVries
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

02-01-09

Christopher Durang, Anton van Duinkerken, André Aciman, Nyk de Vries, Look J. Boden, Isidoor Teirlinck, Gerhard Amanshauser, Paul Sédir, Blaga Dimitrova, Philip Freneau, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes


De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008.

 

Uit: 'dentity Crisis

 

JANE. (at piano) I don't remember taking piano lessons.

SUMMERS. Maybe you've repressed it. My wife gave me the message about your attempting suicide. Why did you do it, Jane?

JANE. I can't stand it. My mother says she's invented cheese and I start to think maybe she has. There's a man living in th ehouse and I'm not sure whether he's my brohter or my father or my grandfather. I can't be sure of anything anymore.

SUMMERS. You're talking quite rationally now. And your self-doubts are a sign of health. The truly crazy person never thinks he's crazy. Now explain to me what led up to your attempted suicide.

JANE. Well, a few days ago I woke up and I heard this voice saying, "It wasn't enough."

SUMMERS. Did you recognize the voice?

JANE. Not at first. But then it started to come back to m e. When I was eight years old, someone brought me to a theatre with lots of other children. We had come to see a production of Peter Pan. And I remember something seemed wrong with the whole production, odd things kept happening. Like when the children would fly, the ropes would keep breaking and the actors would come thumping to the ground and they'd have to be carried off by the stagehands. There seemed to be an unlimited supply of understudies to take the children's places, and then they'd fall to the ground. And then the crocodile that chases Captain Hook seemed to be a real crocodile, it wasn't an actor, and at one point it fell off the stage, crushing several children in the front row.

SUMMERS. What happened to the children?

JANE. Several understudies came and took their places in the audience. And from scene to scene Wendy seemed to get fatter and fatter until finally by the second act she was immobile and had to be moved with a cart.

SUMMERS. Where does the voice fit in?

 

 

 

Christopher_Durang
Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en mijn blog van 26 december 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008.

 

 

Concentratiekamp

 

Niets dan de stem van een kind op den weg

Is genoeg om volkomen gevangen te zijn.

Achter het prikkeldraad wuiven de heesters,

Wat verder staan boomen en rein

In den lucht van den zomer klinkt eensklaps daarachter

Het heldere hooge geluid

Van 't kind, dat plezier heeft, en 't weet niet, hoe zeer het

Voor allen de vrijheid beduidt.

 

Dit lijkt op het heldere schellen der huisbel

Na schooltijd, als 't Zaterdag is:

Dan komen de stoeiende vragen aan Vader

Waar morgen direct na de Mis

De wandeling heen gaat. Zij maken hun plannen;

Het huis is te klein voor 't geluk,

En luid breekt de geestdrift der schoone verwachting

De ernst der studeerkamer stuk.

 

Wat baat het, van kind'ren en vrijheid te droomen,

Terwijl men toch vruchteloos tuurt

Om achter de heesters een glimp te betrappen

Van het leven? - Gevangenschap duurt

Niet korter, wanneer men zijn eigen geluk zoekt.

We zijn meer dan zeshonderd man.

Een kind op den weg heeft gelachen. Wij hoorden 't

En elk werd er eenzamer van.

 

 

 

 

VanDuinkerken
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008.

 

Uit: Letters of Transit

 

“On a late spring morning in New York City almost two years ago, while walking on Broadway, I suddenly noticed that something terrible had happened to Straus Park. The small park, located just where Broadway intersects West End Avenue on West 106th Street, was being fenced off. A group of workers, wearing orange reflector shins, were manning all kinds of equipment, and next to what must have been some sort of portable comfort station was a large electrical generator. Straus Park was being dismantled, demolished.

Not that Straus Park was such a wonderful place to begin with. Its wooden benches were dirty, rotting, and perennially littered with pigeon droppings. You'd think twice before sitting, and if you did sit you'd want to leave immediately. It had also become a favorite hangout for the homeless, the drunk, and the addicted. Over the years the old cobblestone pavement had turned into an undulating terrain of dents and bulges, mostly cracked, with missing pieces sporadically replaced by tar or cement, the whole thing blanketed by a deep, drab, dirty gray. Finally, the emptied basin of what used to be a fountain had turned into something resembling a septic sandbox. Unlike the fountains of Rome, this one, like the park itself, was a down-and-out affair. Never a drop flowed from it. The fountain had been turned off decades ago.“

 

 

 

aciman
André Aciman (Alexandri
ë,  2 januari 1951)

 

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Hij schrijft zowel het Nederlands als het Fries. Ook is hij gitarist van de band Meindert Talma & the Negroes. In 2000 debuteerde Nyk de Vries met de roman 'Rezineknyn' bij uitgeverij Frysk en Frij en drie jaar later volgt de vertaling 'Rozijnkonijn' bij uitgeverij Passage. Het verhaal speelt zich voor een groot deel af in zijn geboortedorp. Samen met Meindert Talma was Nyk de Vries redacteur van het tijdschrift De Blauwe Fedde. In 2001 kwam hieruit een boek met interviews voort, getiteld 'De Blauwe Fedde Yn Petear' (vert. "De Blauwe Fedde in gesprek"): een bundeling van vijftien levensverhalen van eigenzinnige Friezen. In 2006 verscheen de eveneens Friestalige roman 'Prospero'. In het Friese literaire tijdschrift Hjir publiceert Nyk de Vries al sinds 2003 zijn prozagedichten. Deze zijn opgenomen in 'Motorman' dat in 2007 gelijktijdig in het Nederlands als in het Fries verscheen.

 

Harkema

 

 Aanvankelijk gaf ze fooien van wel honderd dollar. Langzaam slonk het

bedrag. Haar ster was dalende, ze begreep het zelf ook en op een avond

liep ze alleen in de richting van de havens, hinkelend, net als vroeger op

school. In gepeins klom ze naar de nok van een enorme hijskraan, bijna

tachtig meter boven de dokken. Het was ontzettend gevaarlijk wat ze

deed, nog afgezien van de jeugdbendes in de straten. Maar ze glimlachte,

balancerend op de uiterste rand. Het clubhuis in Harkema, daar was het

pas gevaarlijk.

 

 

 

nyk_de_vries
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en uitgever Look J. Boden werd geboren in Vlaardingen op 2 januari 1974. Hij werd landelijk bekend als oprichter en uitgever van het literaire tijdschrift Renaissance. Van 1996-2002 was hij hiervan hoofdredacteur. In 2000 richtte hij de Stichting Renaissance op, die de uitgave van het tijdschrift verzorgde, en ook festivals en Landelijke Gedichtendag organiseerde. Als dichter timmert hij vanaf 1995 aan de weg. Hij publiceert onregelmatig in bloemlezingen en tijdschriften. In 2007 kwam zijn eerste dichtbundel uit.

 

 

Vrouw in blik

 

Het is genetisch bepaald
niet zuiver, maar als je
je nou eens voorstelde
dat vrouwen klinische
objecten waren
die je ingeblikt
of ingeseald
kon kopen
bij de
super

 

(Ingrediënten:
verstand, liefde
redelijkheid,
sex-appeal –
20% van de
Aanbevolen
Dagelijkse
Hoeveelheid –,
conserveermiddel:
poëzie, smaakmakers:
u en andere mannen.
Tenminste Vruchtbaar Tot:
Zie onderkant)

dan zou ik sex
met een vleesetende plant
overwegen.

 

 

 

 

Boden
Look J. Boden (Vlaardingen, 2 januari 1974)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Isidoor Teirlinck werd geboren in Zegelsem op 2 januari 1851. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008.

 

Uit: Arm Vlaanderen

 

“Des anderen daags, eenen zondag, terwijl nog eene halve duisternis over het dorpje hing en de klok, de eerste maal, luidde voor de vroegmis, had de vleeschhouwer Borseels van Walleghem, het verken van den smid Jan Vanderlaen gekocht en weggeleid. Te vergeefs deed moeder Vanderlaen opmerken, dat men des zondags niet verkoopen mocht - 't was werken, zei ze. - Na Borseels' vertrek had oom Veyt, met een gegrinnik, den koopprijs opgestreken.

Bedrukt zat de smid bij het spaarzame vuur in de keuken; hij wreef herhaalde malen over zijne kin en scheen diep na te denken. Nu stond hij recht, trad in de nevenliggende kamer, waar Trees, zijne vrouw, zich aankleedde en zich gereed maakte om naar de kerk te gaan.

Twijfelend ging hij vóor het venster staan, alhoewel er buiten niets te zien was. Eindelijk richtte hij zich tot zijne vrouw, die op hem niet lette, en sprak:

‘Trees... in al mijn ongeluk zou ik mij nog al schikken... wildet gij mij maar verstaan... wat kan men in een huishouden beter hebben dan eene goede overeenkomst.’

In eenvoudige bewoordingen, soms haperend evenwel, legde hij heur vóor oogen hoe gelukkig zij vroeger waren, - vroeger, toen ze steeds dezelfde gedachten, dezelfde wenschen hadden! Nu, dat ze elkander meer dan ooit zouden moeten sterken en steunen, was dit zóó niet meer! Wie had zijne vrouw zoo zeer veranderd? Ging alles vroeger niet veel beter? Waren ze dan niet eerlijk?

Eerlijk - dat was het geliefde woord van den smid.“

 

 

 

 

Teirlinck
Isidoor Teirlinck (2 januari 1851 - 27 juni 1934)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gerhard Amanshauser werd geboren op 2 januari 1928 in Salzburg. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007

 

Uit: Mansardenbuch

 

DAS VERKEHRSPARADOX

 

Seit Jahrzehnten sehe ich im Winter, durch kahle Zweige hinabblickend, die Fahrzeuge, die im Lauf der Zeit einen kontinuierlichen Strom gebildet haben, dessen Lärm, wie Einstein bewiesen hat, nichts anderes bedeutet als das Sägen am eigenen Ast.
Schrödinger hat das Verkehrsparadox aufgestellt: *M=0, oder, in Worten: Die Summe aller Transportbewegungen ist gleich Null. Hat man zum Beispiel eine Straße mit Gegenverkehr, so heben die durchschnittlichen Verschiebungen, die einen positiv, die gegenläufigen negativ gerechnet, einander auf.
Nils Bohr hat gezeigt, daß zwar die Beschleunigungen zunehmen und die Entfernungen abnehmen - was sich in einer durchschnittlichen Steigerung der Antriebsenergie ausdrückt -, daß aber dadurch einzig und allein der Einsteinsche Lärm jährlich um 10 Dezibel zunimmt, während die Summe der Transporte invariant bleibt, nämlich Null.
Die Zunahme des Einsteinschen Lärms, den ich seit Jahrzehnten von meiner Mansarde aus messe, bedeutet eine Abnahme unserer Arbeitszeit am eigenen Ast.“ 

 

 

 

Amanshauser
Gerhard Amanshauser
(2 Januar 1928 - 2 September 2006)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, mysticus, Rozenkruiser en Martinist Paul Sédir (pseudoniem voor Yvon Le Loup) werd geboren op 2 januari 1871 in Dinan. Op zeer jonge leeftijd verhuisde het gezin van Bretagne naar Parijs. Zijn ouders hadden het materieel heel moeilijk. Dit had gevolgen voor de kleine Le Loup. Door ontbering had hij een verborgen tuberculose, brak hij een been en kreeg hij de ziekte van Pott. Als kind wilde hij herder worden. Hij schreef ooit een boek over de herdershond. Tussen 1894 en 1898 werden de eerste artikelen en de eerste werken van Sédir uitgegeven bij La Librairie du Merveilleux. Tussen 1894 et 1906, publiceerde Sédir ook de eerste vertalingen, in het Frans, van auteurs zoals Jacob Boehme, Gichtel, Jeanne Leade, William Law. Tevens publiceerde hij eigen werk waarin hij de resultaten van zijn opzoekingen uiteenzette. Sédir was altijd zeer voorzichtig wanneer hij sprak over het onzichtbare. Op een dag veranderde deze voorzichtigheid. Sédir had nog slechts één leer: houden van de medemens en dat gecombineerd met het zoeken naar het Rijk van God.

 

Uit: BLAISE PASCAL ou LE PHILOSOPHE MYSTIQUE

 

„Par un admirable effort soutenu au bras puissant de la sapience céleste, Pascal entre dans la sublime phalange des mystiques et s'y installe à l'une des premières places.  On a dit que la France n'est pas un pays de mystiques.  Quelle erreur !  Parce que nos mystiques ne furent jamais obscurs ou verbeux, -- sans doute ?  Faut-il rappeler saint Bernard, sainte Colette, sainte Jeanne de Matel, Marie Guyard, tant d'autres ?  Faut-il souligner ce dix-septième siècle étonnant, qui ne se contente pas de rassembler les plus nobles artistes, mais qui nous offre encore, dans l'ordre religieux, parmi les plus célèbres entre un si grand nombre de mystiques également admirables, Vincent de Paul pour la réalisation extérieure, Corneille et Pascal pour la réalisation morale ?  Le chauvinisme est une faiblesse; pourtant sachons rendre justice à notre pays ou, plutôt, adressons notre hommage à Dieu qui a comblé la France de Ses dons et qui ne lui a ménagé jamais ni les postes périlleux, ni les occasions de sacrifices, ni l'aide constante de Ses anges.“   

 

 

 

Sedir
Paul Sédir (2 januari 1871 — 3 februari 1926)

 

 

 

 

 

 

De Bulgaarsse dichteres Blaga Nikolova Dimitrova werd geboren op 2 januari 1922 in Byala Slatina. Haar moeder was lerares en haar vader jurist. Zij groeide op in Veliko Tarnovo en verhuisde later naar Sofia, waar zij haar middelbare school afmaakte en ook tot 1945 Slavische filologie studeerde. In de jaren zeventig werd zij kritisch op de Bulgaarse overheid. Dat leidde ertoe dat vier van haar bundels niet uitgegeven konden worden in deze jaren. In de jaren 1992/1993 was zij echter korte tijd vice-president van haar land.

 

 

LULLABY FOR MY MOTHER

 

In the evening I smooth her sheets,
covered with deep wrinkles.
Her hand,
withered by giving,
pulls me towards the night.

 

Half asleep, barely able to speak,
she says in a childish voice,
so naturally,
"Mommy!"
I become my mother's mother.

 

A cataclysm, a reversal
of the earth's axis—
the poles flip over.
What was I doing? I don't have time
for philosophical musings.

 

I dry her impatiently—
a skill, I've learnt from her.
"Mommy," she whispers, guiltily,
remembering her naughtiness.
Cold air blows in the window.

 

The heating pad. The glass. The pills.
To adjust the lamp shade.
"Mommy, don't go away!
I am afraid of the dark!"
Who is losing her mind, she or I?

 

Heavy with pain and fear, crying,
she waits for me to take her
in my arms. Two orphans cuddle
in the winter cradle.
Which am I?

 

Wake me up early tomorrow!
I am afraid, I'll oversleep!
Dear Lord, is there something
I have forgotten?
Who will be late, she or I?

 

Mommy, my child, sleep!
Lullaby,
my baby . . .

 

 

 

 

dimitrova1
Blaga Dimitrova (2 januari 1922 – 2 mei 2003)

 

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Philip Morin Freneau werd geboren op 2 januari 1752 in New York. Ten tijde van de Amerikaanse onafhankelijkheidsbeweging maakte hij met zijn patriotische gedichten naam als „dichter van de Amerikaanse revolutie.“ Terwijl tijdens zijn leven Freneaus politieke werd het meest in aanzien stond, zijn het nu gedichten als The Wild Honey Suckle, To a Caty-Did en The Indian Burying Ground die gelden als zijn belangrijkste bijdrage tot de literatuur. Zij tonen hem als een voorloper van de Amerikaanse Romantiek.

 

 

The Wild Honeysuckle

 

AIR flower, that dost so comely grow,

Hid in this silent, dull retreat,

Untouched thy honied blossoms blow,

Unseen thy little branches greet:

No roving foot shall crush thee here,

No busy hand provoke a tear.

 

By Nature’s self in white arrayed,

She bade thee shun the vulgar eye,

And planted here the guardian shade,

And sent soft waters murmuring by;

Thus quietly thy summer goes,

Thy days declining to repose.

 

Smit with those charms, that must decay,

I grieve to see your future doom;

They died--nor were those flowers more gay,

The flowers that did in Eden bloom;

Unpitying frosts and Autumn’s power

Shall leave no vestige of this flower.

 

From morning suns and evening dews

At first thy little being came;

If nothing once, you nothing lose,

For when you die you are the same;

The space between is but an hour,

The frail duration of flower.

 

 

 

 

Philip_freneau
Philip Freneau (2 januari 1752 – 18 december 1832)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean-Bernard Pouy werd geboren op 2 januari 1946 in Parijs. Na het gymnasium studeerde hij kunstgeschiedenis, met als zwaartepunt film. Daarna volgden allerlei werkzaamheden: als leraar, draaiboekschrijver, lector en journalsit. Zijn eerste boek „Spinoza encule Hegel“ verscheen in 1983. Het is een persiflage op de strubbelingen binnen de beweging van ‚68. Pouy’s hoofdfiguren zijn vaak oud-linksers. Zijn verhalen zijn doorspekt met boosaardige humor en bizarre invallen. Hij staat in de traditie van l’Oulipo.

 

Uit: LES TICS DE SPINOZA

 

„C'est comme ça. II y a des noms qui s'imposent tout seuls, Rimbaud, Caravage ou Johnny Thunders. II en va de même si l'on veut labourer le champ philosophique. Où va se nicher la mythologie absurde qui nous est si chère ? Dans Héraclite ou Aristote ? Chez Merleau-Ponty et Heidegger ? Non. Dans ces exemples pris au hasard, aucune image idiote ne nous monte à l'esprit. C'est un jeu : si on mettait un peu de moteur dans la métaphysique, Hegel roulerait en Solex, Marx bloquerait les frontières en trente-huit tonnes, Kant conduirait un grosse Mercedes Diesel sièges en cuir.

Mais Spinoza, le bon Baruch, impossible de le voir autrement que figé cuir, tête dans le vent, au guidon d'une moto Guzzi rouge, mille centimètres cubes, flamboyante et lustrée. C'est ainsi. Ça ne s'explique pas, c'est de l'ordre du transcendant. Spinoza, ne me demandez surtout pas pourquoi, c'est beaucoup plus rock and roll que Deleuze. L'histoire de la philosophie, (épistémologie et autres équipes de seconde division, c'est comme le reste, ça comporte des seconds couteaux, des rôles annexes, de la figuration, quelquefois des gueules qu'on n'oublie pas. Les stars, ces cerveaux en roue libre qui impriment durablement le cortex liquide des générations, ont quelque chose en plus. Prenez Wittgenstein, qui adorait faire la vaisselle qui écrit sous les grenades dans une tranchée de la guerre de 14, comme Évariste Gallois, la nuit avant le duel fatidique. Très fort.“

 

 

 

Jean-Bernard_Pouy
Jean-Bernard Pouy (Parijs 2 januari 1946)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Luc Decaunes werd geboren op 2 januari 1913 in Marseille. Hij werkte voor de radio, als journalist en als organisator van festivals, maar is vooral bekend wegens zijn talrijke, sinds 1938 gepubliceerde,  gedichtenbundels, romans en bloemlezingen. Hij was bevriend met dichters als Louis Aragon, Tristan Tzara en Paul Éluard.

 

 

Réponses

Le chardonneret dans son nid
L’hirondelle au bord de ses ailes
La goutte d’eau dans son nuage
Que sont-ils ? Que font-ils ?
Ils attendent le jour le temps du vol l’orage
Ils ont patience de sages
L’espace leur est promis.
— Mais le prisonnier dans sa tour
Mais le partisan dans son bagne
Mais l’homme seul au pied du mur ?
Quand les murs sont clos
Quand le ciel est vide
Quand les fleurs sont là au bout des fusils
Les fleurs bavardes de la mort implacable ?
— Ils attendent le jour le temps d’amour l’orage
Ils ont le cœur des camarades des amis
Les mains de ceux qui luttent à leur place
L’avenir leur est promis.

 

 

 

 

Decaunes_Boekomslag
Luc Decaunes (2 januari 1913 - ? 2001)

Boekomslag (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

02-01-08

Christopher Durang, Anton van Duinkerken, Isidoor Teirlinck, André Aciman, Gerhard Amanshauser


De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007.

 

 

Uit: Laughing Wild

 

WOMAN. And then the next night I dreamt that I killed Sally Jessy Raphael.

 

MAN. [from offstage] And now the Sally Jessy Raphael show! [The stage transforms itself into a talk show setting. In the New York production, a section of the supermarket aisle turned around revealing a blue carpet and a blue "interview" chair; behind it was just more of the supermarket cans, but all color-coordinated blue -- blue cans of soda, blue boxes of laundry detergent, etc. Thus the setting rather than being a literal talk show became a kind of crackpot "dream" talk show, mixing up the supermarket and the TV show. The Woman discovers a microphone and red-framed glasses, which she puts on]

 

WOMAN. Hello. Sally Jessy Raphael can't be here today because I killed her. My aggression finally got the better of me, but what can you expect living in New York? These are her red-framed glasses, however. Do you like me in them? Now when my eyes are bloodshot from weeping or from allergies, you won't be able to tell whether it's my eyes that are red or my glasses!

 

This isn't my first time before the cameras you know. The late Andy Warhol discovered me, and he said I should be as famous as Edie Sedgwick. That isn't very famous, of course, but those of you who follow the East Village scene and take drugs know who I mean. Ahahahahahahahahahahaa.

 

I hope you don't mind if I do that, but I'm hoping to make that my signature on the air rather than these fuckin' glasses. Ahahahaha.

 

Let's see. Sally Jessy Raphael used to say "troops" a lot. I'll try that. Hey, troops! How are you? Do you like my glasses? That way when my eyes are red, you can't tell if I've been crying or someone's punched me! Ahahahaha. Did I tell you about my father in the baked potato? I ate him. Now, troops, I don't mean sexually, I mean I ate him cannibalistically. Ahahahaha. Just kidding about that, troops, but know that my pain is sincere.”

 

 

Durang
Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en mijn blog van 26 december 2007.

 

De Wuivende

 

Mijn vrouw is de wuivende, die met haar zakdoek

in 't licht langs het korenveld gaat.

Zij zendt mij een uiterste teken van liefde

nu zij mij, gedwongen, verlaat.

 

Wie weet voor hoelang zij vertrekt? Ik blijf eenzaam

doch jubel slaat op in mijn bloed.

Ik voel mij niet langer gevangen; rondom mij

is alom haar wuivende groet.

 

Mijn God in de hemel, die 't ziet, en die weet

hoe ik nooit voor mijzelven iets vroeg

-Al wat Gij mij gaaft heb ik dankbaar aanvaard

en Gij gaaft mij geluk genoeg! -

 

Verhoor voor vandaag en de rest van mijn leven

één enkele bede van mij:

Dat altijd mijn vrouw als uw teken van liefde

voor mij deze wuivende zij.

 

Haar simpel bewegen der hand bij haar afscheid

zond mij het geheim tegemoet,

Waarom Gij uw engel zijn boodschap liet zeggen

beginnende met 'Wees Gegroet'!

 

Want al wat beweegt, hier op aarde, in de zee

langs uw heemlen vol heerlijkheid

Is niets dan een wuivende groet aan de ziel

om te zeggen hoe goed Gij zijt.

 

Wie God wil begrijpen die heeft niet genoeg

aan ons vorsende mensenverstand.

Hij zie naar het dansen van sterren en golven

en 't wuiven der dierbaarste hand.

 

Al wat ik geloof en belijd vat ik samen

in deze mijn opperste wet:

Mijn ziel zij een wuivende groet aan mijn God

want ik heb geen volmaakter gebed.

 

Mijn ziel zij een riet aan de stroom der genade

en een wuivende golfslag die spoelt,

Langs de zoelheid der kust, en een graanveld in de zon,

dat de tocht van de zomerwind voelt.

 

Mijn ziel zij gelijk aan de ziel van de vrouw

die mij toezond uw godlijke groet

Want zij is de wuivende, die Gij mij gaaft

en ik dank U, het leven is goed.

 

 

 

 

VanDuinkerken
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)

Portret door Theo Swagemakers.

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Isidoor Teirlinck werd geboren in Zegelsem op 2 januari 1851. Isidoor Teirlinck werd onder meer bekend door zijn boeken over folklore. Hij was gehuwd met Oda van Nieuwenhove en vader van Herman Teirlinck. Teirlinck ging naar school in Lier. Hij werd onderwijzer en gaf les in Serskamp, Drogenbos, Sint-Joost-ten-Node en vanaf 1875 was hij leraar in de wis- en natuurkunde te Brussel. Hij schreef veel samen met zijn zwager Reimond Stijns onder de naam Teirlinck-Stijns.

 

Uit: Arm Vlaanderen

 

Was het geen echt lief dorpje - Voorde?

Zeer schilderachtig lag het in een klein dal, tusschen twee zacht klimmende heuvelen, die in den zomer met weelderige akkers en malsch geboomte bedekt waren. Boven den zuiderheuvel, welke de heele streek beheerschte, stond, slechts omringd door drie thuyaboomen, een reusachtig kruisbeeld, dat aan zonneschijn en regen, aan vorst en wind blootgesteld was. Voorbij het kristushout slingerde een landweg nederwaarts, liep nevens eenen overouden, prachtigen eik en verder langs het Meierboschje, leidde vóor eene groote boerenhoeve en bereikte de dorpsplaats langs de brug over de Keibeek bij den molen, waar het water in zilveren stralen op het log draaiende rad viel.

Het dorpje was niet groot. 't Kon ongeveer duizend inwoners tellen. De woningen besloegen, in eene enkele rij, gansch de noorderzijde der dorpsbaan; er rechtover, tusschen geboomte en struikgewas, klaterde lustig het beekje. De straat volgde getrouw door het groene dal, van het oosten naar het westen, den kleinen watervliet in al zijne grillige wendingen. Een wegel beklom den noorderheuvel, waarboven de houten molen zijne bruinroode zeilen, gewoonlijk traag, in den wind omdraaide. Op de dorpsbaan, niet ver van de brug, stond de kerk; er rond zag men het doodenplein, beplant met eene menigte zwarte, houten kruisen; er nevens, links, lag de oude smis, waar van 's morgens vroeg tot 's avonds laat de hamer op het aanbeeld klingelde.

 

Nu was het herfst.

De zon daalde lager aan de westerkim en wierp eenen valen, treurigen glans over het stille landschap. Overal schudd'en de boomen hunne gele bladeren af en het avondwindje, dat zich zachtjes verhief, ritselde geheimzinnig door loover en twijgen. Hier en daar stapten de paarden langzaam, met gebogen kop - hun slavenleven schier bewust - vóor den ploeg en trokken lange, rechte voren door de naakte velden.”

 

 

 

 

IsidoorTeirlinck
Isidoor Teirlinck (2 januari 1851 - 27 juni 1934)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Hij publiceert zijn werk in toonaangevende bladen en tijdschriften als The New York Review of Books, The New York Times, The Paris Review. Aciman doceert vergelijkende literatuurwetenschap aan de universiteit van Harvard. In Out of Egypt beschreef hij zijn jeugd als seculiere jood in het Egypte van de jaren vijftig en zestig. Hij had de Turkse nationaliteit, omdat zijn vader oorspronkelijk uit Istanbul kwam. Thuis spreken ze Frans, Italiaans, Grieks, Arabisch en Ladino. In 1965 trok de familie naar Rome, in 1969 naar New York. Daar studeerde Aciman in 1973 af aan het Lehman College. Aciman publiceerde o.a. ook nog de essaybundel False Papers (2001) en de roman Call Me By Your Name (2007), die door de New York Times gekozen werd tot Notable Book of the Year.

 

Uit: Call Me By Your Name

 

“Today, the pain, the stoking, the thrill of someone new, the promise of so much bliss hovering a fingertip away, the fumbling around people I might misread and don't want to lose and must second-guess at every turn, the desperate cunning I bring to everyone I want and crave to be wanted by, the screens I put up as though between me and the world there were not just one but layers of rice-paper sliding doors, the urge to scramble and unscramble what was never really coded in the first place—all these started the summer Oliver came into our house. They are embossed on every song that was a hit that summer, in every novel I read during and after his stay, on anything from the smell of rosemary on hot days to the frantic rattle of the cicadas in the afternoon—smells and sounds I'd grown up with and known every year of my life until then but that had suddenly turned on me and acquired an inflection forever colored by the events of that summer.

Or perhaps it started after his first week, when I was thrilled to see he still remembered who I was, that he didn't ignore me, and that, therefore, I could allow myself the luxury of passing him on my way to the garden and not having to pretend I was unaware of him. We jogged early on the first morning—all the way up to B. and back. Early the next morning we swam. Then, the day after, we jogged again. I liked racing by the milk delivery van when it was far from done with its rounds, or by the grocer and the baker as they were just getting ready for business, liked to run along the shore and the promenade when there wasn't a soul about yet and our house seemed a distant mirage. I liked it when our feet were aligned, left with left, and struck the ground at the same time, leaving footprints on the shore that I wished to return to and, in secret, place my foot where his had left its mark.

            This alternation of running and swimming was simply his “routine” in graduate school. Did he run on the Sabbath? I joked. He always exercised, even when he was sick; he'd exercise in bed if he had to. Even when he'd slept with someone new the night before, he said, he'd still head out for a jog early in the morning. The only time he didn't exercise was when they operated on him. When I asked him what for, the answer I had promised never to incite in him came at me like the thwack of a jack-in-the-box wearing a baleful smirk. “Later.”

            Perhaps he was out of breath and didn't want to talk too much or just wanted to concentrate on his swimming or his running. Or perhaps it was his way of spurring me to do the same—totally harmless.

            But there was something at once chilling and off-putting in the sudden distance that crept between us in the most unexpected moments. It was almost as though he were doing it on purpose; feeding me slack, and more slack, and then yanking away any semblance of fellowship.

            The steely gaze always returned. One day, while I was practicing my guitar at what had become “my table” in the back garden by the pool and he was lying nearby on the grass, I recognized the gaze right away. He had been staring at me while I was focusing on the fingerboard, and when I suddenly raised my face to see if he liked what I was playing, there it was: cutting, cruel, like a glistening blade instantly retracted the moment its victim caught sight of it. He gave me a bland smile, as though to say, No point hiding it now.

            Stay away from him.

            He must have noticed I was shaken and in an effort to make it up to me began asking me questions about the guitar. I was too much on my guard to answer him with candor. Meanwhile, hearing me scramble for answers made him suspect that perhaps more was amiss than I was showing. “Don't bother explaining. Just play it again.” But I thought you hated it. Hated it? Whatever gave you that idea? We argued back and forth. “Just play it, will you?” “The same one?” “The same one.”

 

 

 

aciman
André Aciman (Alexandri
ë,  2 januari 1951)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 2 januari 2007

 

De Oostenrijkse schrijver Gerhard Amanshauser werd geboren op 2 januari 1928 in Salzburg.

 

 

26-12-07

Stilte van Kerstmis (Anton van Duinkerken)


Aan alle bezoekers en mede-bloggers Prettige Kerstdagen!

 

 

Weihnachten2

 

 

Stilte van Kerstmis

 

't Laatste geluid op straat,
waarnaar ik luisterde,
viel stil.

 

De laatste vogelkeel, nu heel
de lucht verduisterde,
viel stil.

 

En in mijn hoofd elke gedachte,
in mijn hart ieder verlangen,
in mijn ziel
de twijfel of Gij met mij waart
of mij verliet,
viel stil.

 

Lang zocht ik in de stilte
naar de bron van mijn gezangen:
ik vond een kind, dat in de kribbe sliep
en ieder lied
viel stil.

 

 

 

Anton van Duinkerken

 

 

 

 

 

Duinkerken
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van 26 december mijn andere blog van vandaag.

 

 

11:09 Gepost door Romenu | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, anton van duinkerken, romenu |  Facebook |

02-01-07

Christopher Durang, Anton van Duinkerken, Gerhard Amanshauser


De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Hij bezocht katholieke scholen en werd daarna verder opge;eid aan het Harvard College en de Yale School of Drama. Terugkerende thema’s in zijn werk zijn kindermisbruik, rooms-katholieke dogma’s en cultuur en homosexualiteit. Zijn stukken zijn door geheel de VS opgevoerd, ook op Broadway. Werk van hem o.a. Sister Mary Ignatius Explains It All for You, Beyond Therapy, Baby With the Bathwater, The Nature and Purpose of the Universe, Titanic, A History of the American Film, The Marriage of Bette and Boo, Laughing Wild, 'Dentity Crisis, The Actor's Nightmare, The Vietnamization of New Jersey, Betty's Summer Vacation, Mrs. Bob Cratchit's Wild Christmas Binge, and Miss Witherspoon.

 

 

Uit:  The Actor's Nightmare:

 

Scene: Basically an empty stage, maybe with a few set pieces on it or around it. George Spelvin, a young man, wanders in. He looks baffled and uncertain where he is. Enter Meg, the stage manager. In jeans and sweatshirt, perhaps, pleasant, efficient.

 

GEORGE. Oh, I'm sorry. I don't know how I got in here.

MEG. Oh, thank goodness you're here. I've been calling you.

GEORGE. Pardon?

MEG. An awful thing has happened. Eddie's been in a car accident, and you'll have to go on for him.

GEORGE. Good heavens, how awful. Who's Eddie?

MEG. Eddie.

(He looks blank.)

MEG. Edwin. You have to go on for him.

GEORGE. On for him.

MEG. Well, he can't go on. He's been in a car accident.

GEORGE. Yes, I understood that part. But what do you mean "go on for him"?

MEG. You play the part. now I know you haven't had a chance to rehearse it exactly, but presumably you know your lines, and you've certainly seen it enough.

GEORGE. I don't understand. Do I know you?

MEG. George, we really don't have time for this kind of joshing. Half-hour. (Exits)

GEORGE. My name isn't George, it's ... well, I don't know what it is, but it isn't George.

(Enter Sarah Siddons, a glamourous actress, perhaps in a sweeping cape)

SARAH. My God, did you hear about Eddie?

GEORGE. Yes I did.

SARAH. It's just too, too awful. Now good luck tonight, George darling, we're all counting on you. Of coursre, you're a little too young for the part, and you are shorter than Edwin so we'll cut all the lines about bumping your head on the ceiling. And don't forget when I cough three times, that's your cue to unzip the back of the dress and then I'll slap you. We changed it from last night. (She starts to exit)

GEORGE. Wait, please. What play are we doing exactly?

SARAH. What?

GEORGE. What is the play, please?

SARAH. Coward.

GEORGE. Pardon?

SARAH. Coward. (looks at him as if he's crazy) Coward. Noel Coward. (suddenly relaxing) George, don't do that. For a second, I thought you were serious. Break a leg, darling. (exits)

GEORGE. Coward. I wonder if it's Private Lives. At least I've seen that one. I don't remember rehearsing it exactly. And am I an actor? I thought I was an accountant. And why does everyone call me George?

(Enter Dame Ellen Terry, younger than Sarah, a bit less grand)

ELLEN. Hello, Stanley. I heard about Edwin. Good luck tonight. We're counting on you.

GEORGE. Wait. What play are we doing?

ELLEN. Very funny, Stanley.

GEORGE. No really. I've forgotten.

ELLEN. Checkmate.

GEORGE. Checkmate?

ELLEN. By Samuel Beckett. You know, in the garbage cans. You always play these jokes, Stanley, just don't do it onstage. Well, good luck tonight. I mean, break a leg. Did you hear? Edwin broke both legs. (Exits)

GEORGE. I've never heard of Checkmate.

(Re-enter Meg)

MEG. George, get into costume. We have fifteen minutes. (Exits)

(Enter Henry Irving, age 28-33, also somewhat grand)

HENRY. Good God, I'm late. Hi, Eddie. Oh you're not Eddie. Who are you?

GEORGE. You've never seen me before?

HENRY. Who the devil are you?

GEORGE. I don't really know. George, I think. Maybe Stanley, but probably George. I think I'm an accountant.

HENRY. Look, no one's allowed backstage before a performance. So you'll have to leave, or I'll be forced to report you to the stage manager.

GEORGE. Oh she knows I'm here already.

HENRY. Oh. Well, if Meg knows you're here it must be all right I suppose. It's not my affair. I'm late enough already. (Exits

MEG. (offstage) Ten minutes, everybody. The call is ten minutes.

GEORGE. I better just go home. (Takes off his pants) Oh dear, I didn't mean to do that.

(Enter Meg

MEG. George, stop that. Go into the dressing room to change. Really, you keep this up and we'll bring you up on charges.

GEORGE. But where is the dressing room?

MEG. George, you're not amusing. It's that way. And give me those. (takes his pants) I'll go soak them for you.

GEORGE. Please don't soak them.

MEG. Don't tell me my job. Now go get changed. The call is five minutes. (Pushes him off to dressing room; crosses back the other way, calling out:) Five minutes, everyone. Five minutes. Places.

 

(A curtain closes on the stage. Darkness. Lights come up on the curtain.)

 

 

 

Durang
Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken (Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs) werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom  Hij verhuisde, na zich uit een priesteropleiding teruggetrokken te hebben, in 1929 naar Amsterdam, als redacteur van het dagblad De Tijd. Hij werd daar tevens de aanvoerder van de katholieke jongeren die zich verenigd hadden rond het letterkundig tijdschrift De Gemeenschap. Van Duinkerken werd in die tijd ook bekend door zijn pennestrijd met Menno ter Braak over geloof en rede, alsmede door zijn radicale afwijzing van het nationaal-socialisme ('Ballade van den katholiek'). Evenals Simon Vestdijk en andere vooraanstaande Nederlanders die door de Duitse bezetter wegens hun invloed als gevaarlijk werden beschouwd, was hij in 1942 bijna acht maanden geïnterneerd in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel. Na de oorlog hervatte hij zijn letterkundige en journalistieke arbeid. Vanaf 1952 tot aan zijn dood was hij hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

 

Ballade van den katholiek

Aan Ir. A.A. Mussert,
die zich in 'Volk en Vaderland'
van vrijdag 6 december 1935
veroorloofde te schrijven over
'den zich katholiek noemenden Van Duinkerken'

Jawel, mijnheer ik noem mij Katholiek.
En twintig eeuwen kunnen 't woord verklaren
Aan u en aan uw opgewonden kliek,
Die blij mag zijn met twintig volle jaren,
Als onze God u toestaat te bedaren
Van 't heilgeschreeuw, geleerd bij de barbaren,
En als uw volksbeweging haar muziek
Toonzetten leert op ònze maat der eeuwen.
De roomsen hebben in de politiek
Iets meer gedaan dan onwelluidend schreeuwen.
Daarom, mijnheer, noem ik mij Katholiek!
Gij weet het slecht, maar in een zieke tijd,
Toen Rome rot was van de dictatoren,
Elkaar verdringend met de grage nijd
Van wie elkanders roem niet kunnen horen,
Werd God de Zoon te Bethlehem geboren
Uit ene Maagd wier naam in uw oren
Klank voert van ketterij en godsdienststrijd:
Een Joodse vrouw, die gij diep zoudt verachten
- Joden zijn aan uw soort niet sympathiek -
Maar die het licht is van mijn zwartste nachten,
Daarom, mijnheer, noem ik mij Katholiek!

Prince

Heer Jezus zoet, Prins van de ware Kerk,
Die één is, heilig en apostoliek,
Maakt ons in dienst van zijnen vrede sterk,
Daarom, mijnheer, noem ik mij Katholiek!

 

 

 

 

 

Uit: Een humoristische pastoorsroman

Een recensie door Anton van Duinkerken van Pastoor Poncke van Jan Eekhout

Hierin komt hij overeen met pastoor Vogels uit "Kinderen van het (ons) volk" en "De schoone Voleinding", zoodat het ons niet verbaast, voor in dit nieuwe boek van Eekhout een opdracht aan Coolen te lezen. Alleen is de pastoorsfiguur van Coolen dramatischer betrokken in het dorpsleven. Bij Eekhout mist men zulke dramatiek. Zijn pastoor is een type, meer dan een figuur en dus ook meer de held van een reeks aaneengerijgde anecdoten van 'n roman. Hij sterft, als het boek uit moet zijn, eenvoudigweg omdat het lang genoeg geduurd heeft. Doch hij is naar het wezen onsterfelijk. Men zou hem honderdduizend anecdoten op zijn naam kunnen geven en nog zou het getal niet volteekend zijn. Hij is de goedmoedige, voor humor vatbare, origineele dorpspastoor met een gouden hart, die in alle tijdperken der kerkgeschiedenis heeft geleefd, en die, zonder een heilige te worden, van zijn menschelijkheid toch een deugd wist te maken, stralend als de deugd der meest volmaakten.
Dat deze eeuwige dorpspastoor de hulde ontving van een niet-katholiek letterkundige, is zeker iets merkwaardigs. Het teekent verhoudingen, zooals ons land ze in langen tijd niet heeft gekend. Wij meenen, dat dit goede verhoudingen zijn!

 

 

 

DUINKERKEN
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)

 

De Oostenrijkse schrijver Gerhard Amanshauser werd geboren op 2 januari 1928 in Salzburg. Hij studeerde elektrotechniek aan de Technische Hochschule in Graz als ook Duits en Engels in Wenen, Innsbruck en Marburg an der Lahn. Van 1955 tot aan zijn dood leefde hij als schrijver in Salzburg. Hij schreef o.a. verhalen, poezie, „Dialog-Prosa, autobiografische, filosofische, kunstkritische en andere essays, recensies en hoorspelen. Hij is gevormd door de ervaringen van het nationaal-socialisme en de literaire verwerking daarvan zoals veel van zijn tijdgenoten, bijvoorbeeld Ernst Jandl en Elfriede Jelinek. Hij zette zich in voor een grotere bekendheid van Elias Canetti, maar ook voor volgens hem ondergewaardeerde schrijvers als Anton Kuh en Oskar Panizza.

 

Uit: Als Barbar im Prater

 

„Im oberen Stock beim Großvater Stockhammer, der ein absolutes Gehör hatte, herrschten Klassik und Romantik, im unteren Stock beim Vater ertönten die Volksflöten. Ich galt als unmusikalisch und war dispensiert. Doch das krampfhafte Zusammenspiel zweier Blockflöten, die sich stotternd um eine jener als Volksmusik bezeichneten Melodien bemühten, begleitete trübselig meine Kindheit. Dieses ideologisch gepflegte Liedgut hängt mir seitdem zum Hals heraus: eine verstümmelte Kunst, sei sie nun bäurisch oder urban veredelt - in meinen unmusikalischen Ohren ist sie genau so mit Ekel belegt wie die Verse:

Es geht eine helle Flöte
Der Frühling ist über dem Land

Mein Großvater, der als Amateursänger Preise errungen hatte (wovon die Gravierung einer goldenen Taschenuhr Zeugnis ablegte), hatte mit Bruckner musiziert, und dieser soll einmal zu ihm gesagt haben: "Brav, Stockhammer." Darauf war er besonders stolz, obwohl er die symphonische Musik Bruckners im Prinzip ablehnte. Vor den ideologischen Volksblockflöten hatte er überhaupt keinen Respekt.
Es nimmt nicht wunder, dass bei solchen Diskrepanzen zwischen den Stockwerken eine ständige Spannung herrschte, die nur meine Mutter, als Haustochter, zu überbrücken vermochte. Da sie sowohl Blockflöte als auch Klavier spielte, konnte sie in beiden Stockwerken musizieren. Mein Vater hörte es allerdings nicht gern, wenn sie Seitensprünge zur höheren Musik machte, in der er nicht zu Hause war. So setzte sie schließlich jahrelang aus, und erst als er zum Militär einrückte, begann sie wieder stundenlang auf dem Klavier zu üben.
Den Gang vom oberen Stockwerk in das untere empfang ich als Abstieg; und ich hasste und hasse das Volkstümliche und Alpenländische nicht zuletzt deshalb, weil es einer Verstümmelung meiner Mutter gleichzukommen schien.“

 

 

AMANSHAUser
Gerhard Amanshauser
(2 Januar 1928 - 2 September 2006)