31-01-17

Anton Korteweg, Hasso Krull, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Zee

Ze is zo groot.

En, hoewel grijs in middels,
Zo mooi in haar groenblauwe jurk nog.

We mogen met z'n allen aan haar zitten,
nog steeds. Vindt ze niet erg.

We mogen er zelfs in, helemaal.
Merkt ze niet eens.

Ze is zo groot.

Haar kou gooit ons terug als een visje.

 

 

Bij het zien van een weegbree in een scheur van het asfalt

Een weegbree - drie ovale blaadjes -
gebroken uit een asfaltscheur

Nu je er toch bij stil moet staan,
wil je er niets van denken.

Of, moest het toch, iets als allicht,
de weegbree immers is heel algemeen
op asfalt, tussen puin en bij gebouwen.

Maar wat je ziet ben je natuurlijk zelf,
door je omgeving wreed gefnuikt maar niet
vergeefs naar volle wasdom strevend, toch,
de Zeeuwse wapenspreuk, zeg maar, maar anders,
zoiets, en anders is het die etterbak die steeds
waar je het niet verwacht z'n kop opsteekt
of, evenmin onaardig, 't onweerlegbaar teken
dat het het leven is dat altijd wint.

Enfin, het is je blijkbaar niet gegeven
een overblijvend, veel voorkomend plantje
in z'n natuurlijke omgeving waar te nemen
als wat het is: gewoon een weegbree. Jammer.

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)
Portret door Lia Laimbock, 1996

Lees meer...

31-01-16

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Weggaan

Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.

 

 

Leerling

Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
- moe heeft z'n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z'n fiets weg, en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan 't gebed:

Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.

Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert en doet goed zijn best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.

 

 

Een goed huwelijk

Een goed huwelijk is meer dan alleen
stil en ongedwongen alles voor elkander doen, zodat
je op den duur elkanders beê voorkomt. Nee.

Af en toe moet je ook eens communiceren
over de dingen waar het werkelijk op aan komt in
dit bestaan: brood voor het hart, van mens tot mens

Spreken. Vraagt bijvoorbeeld de liefste naar de zin
van dit haar leven, antwoord dan:
'Dat is een goeie vraag, m'n lief' - en zwijg.

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

Lees meer...

31-01-15

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse, Benoîte Groult

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Reiger

Die, sloot verlaten, in de hemel
uit vissen meende te moeten gaan,

ving vuur, hing, maanden nog, aan
een hoogspanningskabel te waaien,
steeds rafeliger en valer.

Was eindelijk zo mooi versleten,
als was hij nooit reiger geweest.

Toen kon ik me weer vergeten.

 

 

Herrlich Weit

Reeds werd ik voor de Rotary gevraagd, waar ik
het zelf wel naar gemaakt heb, want
ik heb het herrlich weit gebracht en ondanks dat
nog iets jongensachtigs behouden.

Mijn vrouw werd in die jaren nauwelijks
wat ouder, eigenlijk kleedt ze zich nog steeds
eenvoudig maar met smaak en maakt
's avonds textielschilderijen.

Onze kinderen noemen wij grut, het zijn
precies één jongen en één meisje, zij
zijn steeds het zonnetje in huis en wekken
bij vrienden afgunst of vertedering.

Als dit zo doorgaat houd ik het niet tegen
dat 'k eens met vochtig oog 'n stuk triplex afzaag
en daarin met een gloeiende breinaald brand:
'Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen.'

 

 

Tunnels

Gebruik de tunnel, staat er, en, die raad gevolgd,
Astrid, I love you. Mooi. So far, so good.
Daal je de Straatweg af het Haagse Bos in:
Astrid. Skelethoer. Negative Erection.

Zo kom je 's morgens om halfnegen in Wassenaar
in tien minuten maar van de banaalste uiting
van liefde tot het grofst vertoon van walging.
In 't echt duurt dat zo'n vijf tot zeven jaar.

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

Lees meer...

31-01-14

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Van haar af

Hij is al weer lang van haar af.
Moet ooit dus haar hebben beklommen.

Soms zal het gestormd hebben, daar,
maar soms was het weergaloos helder.

Soms lag het daar heerlijk, dat moet wel.
Soms ook wel niet.

Nu is hij dan dus van haar af.
Gedaald eerst, gerold, toen gevallen.
Het dal in.

Niet eens geprobeerd zich vast
te grijpen aan takken of struiken.
Niet schrap zich gezet. Hij was moe.

Aan haar voet ziet hij tegen haar op
als tegen de berg die zij is,
de berg die zij was en geweest is

en laat zich maar zo.

 

 

Hoe het leven tegemoet te treden nu je ouder wordt

Niet boos worden, schreeuwen,
hard weghollen nu, en niet
als een gek om je heen slaan.
Wie zegt dat er iets moet duren?

In de herfst vang je minder licht
dan 's zomers, en 's winters nog minder.
Waarom tekeer gaan?

Nee, met bescheiden animo en,
is die niet meer beschikbaar,
versleten bewegingen.

Besta ik straks niet meer,
kan ik alsnog gaan huilen

 

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

Lees meer...

31-01-13

Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook alle tags voor Anna Blaman op dit blog.

 

 

De spin

 

Die zilveren deinende schoot,
mijn liefste, dit maagdelijk gave net,
dit gruwelijk schone huwelijksbed,
dit vangzeil van de dood -
ik heb het gesponnen tussen de bomen
en tussen de zon en de aarde
en al waar ik ontwaarde
je zoet-zoemende dolersdromen.
Ik vang je op in mijn wiegelend bed
O wond in mijn maagdelijk net
O liefste verloren in mijn schoot
O worsteling in liefdesnood -
ik wikkel je in mijn zijden geweld
ik houd je met duizend armen omkneld
ik verstik je in een cocon van gloed
ik drink je zachte blanke bloed
dat rinnend gulpt en schreit -

en volgedronken op het kruis
van mijn geschonden dodenhuis
ik lig gebroken en bevrijd.

 

 

 

Monoloog in de nacht

 

Wij zijn, mijn lief, twee werelden zo ver
uiteen als aarde en morgenster
en zo tot eenheid omgedicht
als twee profielen van een gezicht
En samen zijn we van de kleine
smarten tot in de zeldzame festijnen
van ons beider leven
wat valt er nog te geven?

Jij kent als ik dat panische gevoel
jezelf te zijn en tevens doel
van de geliefde, even verwant
als vreemd, een zee aan strand
Vaak zijn wij één in brandingslust
van een tezaambewoonde kust
ook is er ebbe, een ver wijken,
een machteloos vertwijfeld reiken

Diep is de nacht. Ach waren wij haarzelve
zodat wij konden uitwelven
over elkander heel ons wezen -
waren wij een en alleen en boven deze
eenheid en alleenheid uit ons-beiden
zodat wij zonder te schenden scheiden
konden en zonder pijn alleen zijn –

 

 

 

Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

Lees meer...

31-01-12

Norman Mailer, Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Benoîte Groult

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook alle tags voor Norman Mailer op dit blog.

 

Uit: The Fight

 

"There is always a shock in seeing him again. Not live as in television but standing before you, looking his best. Then the World's Greatest Athlete is in danger of being our most beautiful man and the vocabulary of Camp is doomed to appear. Women draw an audible breath. Men look down. They are reminded again of their lack of worth. If Ali never opened his mouth to quiver the jellies of public opinion, he would still inspire love and hate. For he is the Prince of Heaven - so says the silence around his body when he is luminous."

(…)

 

"Then he made a curious remark one could think about for the rest of the week. It was characteristic of a great deal about Foreman. "Excuse me for not shaking hands with you," he said in that voice so carefully muted to retain his power, "but you see I'm keeping my hands in my pockets."
Of course! If they were in pockets, how could he remove them? As soon ask a poet in the middle of writing a line whether coffee is taken with milk or cream. Yet Foreman made his remark in such simplicity that the thought seems likeable rather than rude. He was telling the truth. It was important to keep his hands in his pockets. Equally important to keep the work at remove. He lived in silence. Flanked by body guards to keep, exactly, to keep hand-shakers away, he could stand among a hundred people in the lobby and be in touch with no one. His head was alone. Other champions had a presence larger than themselves. They offered charisma. Foreman had silence. It vibrated about him in silence."
"Foreman's hands were as separate from him as a kuntu. They were his instrument and he kept them in his pockets the way a hunter lays his rifle back into its velvet case."

 

 

Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

Op de cover van Life, augustus 1969

Lees meer...

31-01-11

Norman Mailer, Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Benoîte Groult

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook mijn blog van 31 januari 2008 en mijn blog van 10 november 2007 en mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: The Naked And the Dead

 

Nobody could sleep. When morning came, assault craft would be lowered and a first wave of troops would ride through the surf and charge ashore on the beach at Anopopei. All over the ship, all through the convoy, there was a knowledge that in a few hours some of them were going to be dead.

A soldier lies flat on his bunk, closes his eyes, and remains wide-awake. All about him, like the soughing of surf, he hears the murmurs of men dozing fitfully. "I won't do it, I won't do it, " someone cries out of a dream, and the soldier opens his eyes and gazes slowly about the hold, his vision becoming lost in the intricate tangle of hammocks and naked bodies and dangling equipment. He decides he wants to go to the head, and cursing a little, he wriggles up to a sitting position, his legs hanging over the bunk, the steel pipe of the hammock above cutting across his hunched back. He sighs, reaches for his shoes, which he has tied to a stanchion, and slowly puts them on. His bunk is the fourth in a tier of five, and he climbs down uncertainly in the half-darkness, afraid of stepping on one of the men in the hammocks below him. On the floor he picks his way through a tangle of bags and packs, stumbles once over a rifle, and makes his way to the bulkhead door. He passes through another hold whose aisle is just as cluttered, and finally reaches the head.

Inside the air is steaming. Even now a man is using the sole fresh-water shower, which has been occupied ever since the troops have come on board. The soldier walks past the crap games in the unused salt-water shower stalls, and squats down on the wet split boards of the latrine. He has forgotten his cigarettes and he bums one from a man sitting a few feet away. As he smokes he looks at the black wet floor littered with butts, and listens to the water sloshing through the latrine box.”

 

 


Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

Mailer in 1949

 

 

Lees meer...

31-01-10

Norman Mailer, Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Benoîte Groult


De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook mijn blog van 31 januari 2008 en mijn blog van 10 november 2007 en mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2009.

 

Uit: Harlot's Ghost

 

„On a late-winter evening in 1983, while driving through fog along the Maine coast, recollections of old campfires began to drift into the March mist, and I thought of the Abnaki Indians of the Algonquin tribe who dwelt near Bangor a thousand years ago.
In the spring, after the planting of corn, the younger braves and squaws would leave the aged to watch over the crops and the children, and would take their birchbark canoes south for the summer. Down the Penobscot River they would travel to Blue Hill Bay on the western side of Mount Desert where my family’s house, built in part by my great-great-grandfather, Doane Hadlock Hubbard, still stands. It is called the Keep, and I do not know of all else it keeps, but some Indians came ashore to build lean-tos each summer, and a few of their graves are among us, although I do not believe they came to our island to die. Lazing in the rare joys of northern warmth, they must have shucked clams on the flats at low tide and fought and fornicated among the spruce and hemlock when the water was up. What they got drunk on I do not know, unless it was the musk of each other, but many a rocky beach in the first hollow behind the shore sports mounds of ancient clamshells, ground to powder by the centuries, a beach behind the beach to speak of ancient summer frolics. The ghosts of these Indians may no longer pass through our woods, but something of their old sorrows and pleasures joins the air. Mount Desert is more luminous than the rest of Maine.
Even guidebooks for tourists seek to describe this virtue: “The island of Mount Desert, fifteen miles in diameter, rises like a fabled city from the sea. The natives call it Acadia, beautiful and awesome.”
Beautiful and awesome. We have a fjord in the middle of Mount Desert, a spectacular four-mile passage by water between promontories on either side. It is the only true fjord on the Atlantic coast of North America, yet it is but a part of our rock-hewn splendor. Near the shore, peaks rise abruptly a thousand feet to afford sailing craft the illusion of great mountains, and our finest anchorage, Northeast Harbor, is in summer a dazzle of yachts.
Perhaps it is the nearness of our mountains to the sea, but silences are massive here, and summers have an allure not simple to describe. For one thing, we are not an island to attract people who follow the sun. We have almost no sand beach. The shore is pebble and clamshell strand, and twelve-foot tides inundate the rocks. Washed by incoming waves are barnacles and periwinkles, rockweed mussels, Irish moss, red seaweed, dulse. Sand dollars and whelks lie scattered in the throw of the surf. Kelp is everywhere and devil’s-apron often winds around one’s ankles. In the tide pools grow anemone and sponge. Starfish and sea urchins are near your toes.“

 

 

 

norman_mailer
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009.

 

Uit: Eenzaam avontuur

 

‘Maar zij, zij wachtte ook, al was 't alleen maar op een weerzien, een ontmoeten, nieuws, een brief. Verschrikt hield ze de adem in, die holle en verongelijkte stemming was dus verlangen. Steels keek ze op naar Peps die in pyama door de kamer liep. Peps merkte niets. Veel kon er in je omgaan, veel kon je denken zonder dat een ander daar zelfs ook maar erg in had. Er speelde een vaag lachje om haar mooie mond. Mijn wezen achter een façade, dacht ze, een volkomen ondoordringbare façade die niets verraadt... Ze wachtte totdat hij haar blik ontdekte, een lieve blik die niets verried. Ze zag zijn bruine ogen, eerst verwonderd, dan met iets juichend... Ze sloeg haar armen om zijn hals en zei: “We blijven heel ons leven saampies.” - Ze zei het met een tederheid die niets verried. En het ontroerde hem... En onderwijl dacht ze er verder nog op door hoe diep een mens is en hoe gemakkelijk het is die diepten te verstoppen en er in weg te schuilen.’

‘Peps droeg een half kunstgebit. Dat nam hij uit de bovenkaak en borstelde hij schoon, boven de wastafel, zwijgend en van haar afgekeerd. Er waren ochtenden dat ze de voorkamer in liep, als hij dat deed, uit kiesheid en uit weerzin. Maar soms ook bleef ze juist zitten en dan zei ze iets waarom hij lachen moest of waarop hij moest antwoorden en spiedde ze via de spiegel waar hij voor stond naar zijn misvormde lach, zijn lispelende lipbewegingen. Zonder zijn tanden was hij weerloos, en hij wist het. Soms ook overviel ze hem precies op dat moment met tederheid. “Ach lieverd, kom toch even bij me, maar direct.” - Haar stem klonk mild, maar niettemin bevelend, als van een moeder met een absoluut gezag over haar leidzaam kind. Ze greep zijn handen, dwong hem op de knieën, streelde zijn hoofd, vlijde dat aan haar borst en keek hem in de ogen. En dat alles voordat hij zijn tanden weer had ingezet. Ze zag de vreugde in zijn ogen om haar vertedering, waarachter hij geen dubbelzinnigheid vermoeden kon. Ze zag zijn heimelijk bevangen vreugde, zonder tanden durfde hij natuurlijk niet te glimlachen en daarom koos hij een bepaald geluksmasker; roerloze bovenlip, een mond als in naïeve ernst, en alle vreugd verlegd in stralend kijken. Zo maakte ze het hem niet makkelijk. En op een ochtend ging ze nog wat verder. Ze ging naast hem voor de spiegel staan... Hij keerde zich toen af, verschrikt, en deed alsof hij, hoewel nog niet klaar met zijn gebit, iets zoeken ging. Maar zij keerde zich daarop ook om, leunend tegen de wastafel, en met dezelfde lach vol uitdaging en praal. “Wat zoek je, lieverd?” vroeg ze. Zo gebeurde er veel heimelijks tussen die twee.’

 

 

 

Blaman

Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

Portret door Helena de Boer

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009.

 

Uit: Negen Blasphemieën

 

1

Over twee weken ga ik met mijn vrouw

Naar Napels varen.

O God, dat is de tijd voor openbaren,

Open uw hemel, toon u naakt,

Bewijs dat gij dit alles hebt gemaakt

En laat ons weten wat wij zijn vergeten.

Ik geef u tijd. Twee weken

Zijn wij met enige ootmoedigheid

(Zij 't niet als loon voor smeken of verlangen)

Geestlijk bereid

Om u met feestlijk eerbetoon te ontvangen.

 

2

Simultaanspeler van ons lot,

Het is ons goed dat gij altijd met wit

Ons spel begint,

Dat gij

Blinkende engelen opstelt in de rij

Van uw pionnen,

Ons afleidt met uw rinkelende zonnen

En al uw tover aanwendt dat gij wint,

Maar niet, valsspeler God,

Dat gij met voze rust aanschouwt hoe wij

In 't spel waarmee gij ons een leven lang

Misdeelde

De zet beramen die uw boze dwang

Ons inpraat dat wij kozen,

Opdat perslot wij in een zoete weelde

Wenend de koning nederleggen

En zeggen:

Wij willen boeten dat wij met u speelden.

 

 

 

 

alfred-kossman

Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)

Getekend door Siegfried Woldhek, 1981

 

 

 

 

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook mijn blog van 31 januari 2009.

 

 

 

Prettig vooruitzicht

 

In het oksel van twee spoordijkjes,

tussen verwaaide dahlia's en

stinkende afrikaantjes,

 

op bonte klompen naast

een zelfgemaakte molen

waarvan, het kan niet op,

de wieken lustig draaien -

 

een knuistje in de hand.

 

 

 

Laatste stukje

 

Ben je er bijna,

wil je nog harder,

wil je nog mooier,

wil je geen adem meer,

wil je er zijn.

 

Doodgaan doe je om

aan te komen

waar je niet, nooit meer

hoeft te gaan leven.

 

 

 

 

korteweg
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009.

 

Uit: Mon évasion

 

Pas de théoriciens du moindre effort, pas de camouflage des matières scolaires sous des appellations ludiques et frauduleuses laissant croire aux élèves et aux parents que l'on peut s'instruire en faisant l'économie du travail. Pas d'activités d'éveil, impliquant que les autres activités seraient soporifiques ! Pas de psychologues scolaires enfin pour interdire toute punition, toute note trop basse qui pourrait traumatiser le nul, ou pour expliquer, donc justifier, l'insolence vis-à-vis du prof, voire la violence ou le passage à tabac avec la complicité d'un parent, conduites qui ne représentent plus tout bêtement l'arrogance et le refus de toute discipline mais un signe d'angoisse des jeunes, un appel au secours qu'il convient non de sanctionner mais de soigner, en remettant en question les enseignants, l'enseignement et la société tout entière. Nous, d'avant-guerre, étions des enfants, « infans », étymologiquement ceux qui ne parlent pas, qui ne donnent pas leur avis et nos parents à nous étaient « les parents », une espèce qui n'avait pas à être jugée ni remise en question.
La plupart des écrivains aujourd'hui, hommes ou femmes, en reviennent sans cesse à leur enfance comme à une caverne d'Ali Baba, qui peut se révéler, selon les cas, pleine de trésors ou d'horreurs, d'attendrissements ou de rancunes inexpiables. En tout cas ils prétendent y trouver les raisons de leur réussite et surtout de leurs échecs, analysant interminablement les phrases de papa ou de maman, instruisant sans cesse le procès de leurs géniteurs, de leur laxisme ou de leur autoritarisme, s'interrogeant même sur la façon dont ils ont fait l'amour le jour où ils ont conçu leur enfant, et dénonçant avec la même amertume le désintérêt parental pour la passionnante promesse qu'ils constituaient ou bien leur intolérable exigence de résultats pour leur enfant.
Personnellement, sauf talent exceptionnel du scripteur, les enfances m'ennuient et les actes d'accusation dressés contre les parents, qu'ils soient biologiques ou adoptifs, présents ou enfuis, aimants ou indifférents, commencent à m'écœurer. Je me suis avisée que ce qui est si reposant chez les Anciens, comme chez les Classiques ou les Romantiques, c'est qu'ils nous ont fait grâce de leur enfance. Corneille fut-il un enfant battu ? Est-ce que Platon se masturbait à dix ans ? Musset a-t-il beaucoup pleuré parce que sa mère ne venait pas l'embrasser le soir dans son lit ?“

 

 

 

GroultM
Benoîte Groult (Parijs, 31 januari 1920)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

31-01-09

Norman Mailer, Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Benoîte Groult, Stefan Beuse, Marie Luise Kaschnitz, Kenzaburo Oe, John 'O Hara, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire


De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook mijn blog van 31 januari 2008 en mijn blog van 10 november 2007 en mijn blog van 31 januari 2007.

 

Uit: The Executioner’s Song

 

Gary, I feel bad too. I can’t understand taking a life for the amount of money you got.”

Gary replied, “I don’t know how much I got. What was there?”

Nielsen said, “It was $125, and in Provo, approximately the same amount.” Gary began to cry. He didn’t weep with any noise but there were tears in his eyes. He said, “I hope they execute me for it. I ought to die for what I did.”

Gary, are you ready to?” Nielsen asked. “It doesn’t scare you?”

Would you like to die?”

Criminy,” said Nielsen, “no.”

Me neither,” said Gilmore, “but I ought to be executed for it.”

I don’t know,” said Nielsen; “there’s got to be forgiveness somewhere along the line.”

A little later, Gary made a private call to Brenda.

Brenda said, “Gary, you’re going to go down hard this time. You’re going to ride this one clear to the bottom.”

He said, “Man, how do you know I’m not innocent?”

Gary, what’s the matter with your head?”

I don’t know,” Gary said, “I must have been insane.”

Brenda asked, “What about your mother? What do you want me to tell her?”

He was quiet for a while. Then he said, “Tell her it’s true.”

Brenda said, “Okay. Anything else?”

Just tell her I love her.”

 

 

 

mailer
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Eenzaam avontuur

 

Maar zij, zij wachtte ook, al was 't alleen maar op een weerzien, een ontmoeten, nieuws, een brief. Verschrikt hield ze de adem in, die holle en verongelijkte stemming was dus verlangen. Steels keek ze op naar Peps die in pyama door de kamer liep. Peps merkte niets. Veel kon er in je omgaan, veel kon je denken zonder dat een ander daar zelfs ook maar erg in had. Er speelde een vaag lachje om haar mooie mond. Mijn wezen achter een façade, dacht ze, een volkomen ondoordringbare façade die niets verraadt... Ze wachtte totdat hij haar blik ontdekte, een lieve blik die niets verried. Ze zag zijn bruine ogen, eerst verwonderd, dan met iets juichend... Ze sloeg haar armen om zijn hals en zei: “We blijven heel ons leven saampies.” -

 

 

 

 

Blaman_Bordewijk
Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

Hier met de schrijver F. Bordewijk in 1957

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Geur der droefenis

 

Het leven is niet zwaar maar zéér vervelend’ zei de jongen die zich over de wieg boog. Hij had zijn plusfour met bollende knieën laag vastgegespt om te doen of het een lange broek was. Zijn zwarte pullover droeg hij omgekeerd. De slappe, smoezelige punten van zijn witte boord hingen over de hoge truirand. Dat op zijn rug de v-vormige uitsparing voor de das nu een stuk van zijn blauw gestreepte overhemd, een boordeknoopje en het vuile boord lieten zien kon hem weinig schelen. Hij gaf door zijn kleding aan dat hij niet de persoon wilde zijn waarvoor de kleding bestemd was, een schooljongen.

Omdat zijn hoge voorhoofd verontreinigd was door acne liet hij er een dikke lok zwart haar over vallen die tot aan de rand van zijn bril reikte, een oude bril met hoornen rand en een goudkleurige neusbrug, maar het rechterglas hing uit het lood. Het gezicht, hinderlijk onvolgroeid, met een knobbelige neus en een heldere kin, was ernstig hoewel tics en een nerveuze grijns het voortdurend in beweging hielden. De jongen was lang, mager, houterig van beweging. Hij heette Thomas Rozendal.

Hij verwijderde zich van de wieg. Een tweede jongen boog zich erover en zei: ‘Je zult nog een lange weg moeten gaan voor je mislukt bent.’

Hij leek ouder dan Thomas Rozendal, ouder dan hij was, een eerstejaars student in plaats van een gymnasiast uit de vierde klas. Zijn grijze lange broek had een vouw, zijn jasje van donkerder grijs bolde maar weinig bij de ellebogen, zijn blauwe overhemd en zijn witte boord waren schoon. Hij had blond, krullend, goed gekamd haar. Zijn lange gezicht was door de hoek tussen het rechte voorhoofd en de sterke neus mooi, mannelijk ondanks de kleine mond en kin. Hij heette Peter Oldewei.

Met duidelijke pas ging hij opzij. Een derde jongen boog zich over de wieg en zei: ‘Pas als je tachtig bent, helemaal dement, zul je weer even wijs zijn als nu.’ Het klonk onbedoeld lief.

 

 

 

 

Kossman
Alfred Kossmann
(31 januari 1922 - 27 juni 1998)

Hier met schrijver Theun de Vries (rechts) in 1965

 

 

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Korteweg studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden. Hij was enige jaren docent aan het protestants-christelijke Visser 't Hooft Lyceum in zijn woonplaats Leiden en later aan de universiteit aldaar, in combinatie met een recensentschap voor poëzie bij het dagblad Het Parool. In 1979 volgde zijn aanstelling bij het Letterkundig Museum, als opvolger van Gerrit Borgers. In zijn periode als hoofdconservator (directeur) verhuisde het museum in 1985 van de Haagse Juffrouw Idastraat naar het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek. Een ander wapenfeit was in 1996 de aankoop van het manuscript van de roman De Avonden van Gerard Reve voor 160.000 gulden. Dit recordbedrag had Korteweg al voor de openbare veiling bij opbod in de media aangekondigd als het maximum waartoe het museum kon gaan.  Sinds zijn debuut in het literair tijdschrift Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. Voor zijn poëzie werd Korteweg in 1986 de A. Roland Holst-Penning toegekend.

 

 

Adonis

 

Als niemand de Adonis in je doodt,
dood die dan zelf. Zo oud als jij en nog
steeds ideale schoonzoon - geen gezicht.

Stap uit in Vijftig, stap daar uit zoals
je dat in, zeg maar, Zutphen doet,
en ga dan naar behoren ouder worden
en oud, met bril, buik, haar uit oor en neus,
elk jaar wat meer, en kom daar rond voor uit.

Maai het gazon en knip de heg op tijd
en koop een hond voor de gezelligheid.

Leg, het gemoed bedroefd maar opgewekt de geest,
die, zeg maar vijfendertig, jaren af -
al krijg je niet meer wie je hebben wilt,
de onderwereld van je huwelijk heb je nog.

 

 

 

een 160

 

[een 160 is een tekst die bestaat uit precies 160 tekens,
inclusief spaties: precies de lengte van een sms'je.
Het wordt ook wel de haiku van de 21e eeuw genoemd]

Ik weet het niet, groeien.
Net boom, komt de bijl.
Als kip: een paar weken.
Mens wordt niet mooier.
Groeien: niet doen!
Maar moet het, dan krom,
richting aarde.

 

 

 

 

korteweg

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Mon évasion

 

„Comme enfant, lorsque j'y pense, assez rarement, je me déçois. Déjà je ne portais pas mon vrai prénom. Mes parents, espérant sans doute un Benoît, m'avaient déclarée Benoîte à l'état civil, mais ce prénom se révélant inadapté, je suppose, pour un gros bébé placide, ils préférèrent mon deuxième prénom, Rosie. Aucun des deux ne m'a jamais appelée Benoîte. J'étais une enfant conventionnelle, timide, obéissante et bonne élève, beaucoup plus proche de Camille et Madeleine de Fleurville, deux petites filles modèles et sans intérêt, que de l'insolente Sophie de la Comtesse de Ségur. Mes parents, en tant que père et mère, étaient beaucoup plus intéressants que moi en tant qu'enfant. D'excellents parents qui n'ont eu comme défaut que de rester eux-mêmes, avec leur forte personnalité qu'ils n'ont jamais sacrifiée, sous prétexte de devenir de meilleurs éducateurs pour ma sœur et pour moi. Ils menaient leur vie et puis nous étions là et ils nous aimaient, c'est tout. Pas de thérapeutes à l'époque pour se pencher sur le pipi au lit tardif, ou sur la dyslexie qu'on osait qualifier de manque d'application ou sur le médiocre travail en classe qu'on attribuait tout simplement à la paresse, sans crainte de traumatiser à jamais le coupable !

 

 

 

 

B_Groult
Benoîte Groult (Parijs, 31 januari 1920)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Meeres Stille

 

Zwei Tage vor meinem Geburtstag ist meine Mutter mit dem gelben Sportcoupé meines Vaters in den Himmel geflogen. Es war ein sonniger Tag, und neben ihr lag alles, was ich mir gewünscht hatte: sieben Päckchen und eine Schultasche aus Leder.
In meinen Träumen habe ich oft gesehen, wie der gelbe Wagen über die Kante schießt, in einen ganz und gar wolkenlosen Himmel. Man hört das kurze Durchdrehen der Räder, das Zischen des Fahrtwindes und dann nichts mehr: ein plötzlicher Trichter aus Stille, jedes Geräusch im schwarzen Loch einer unendlich gedehnten Schrecksekunde.
Meine Mutter trägt das Kleid, das sie von meinem Vater zum Hochzeitstag bekommen hat, ein champagnerfarbenes Seidenkleid, das leuchtet, wenn Licht darauf fällt. Ihre Haare wehen hinter der Kopfstütze, Lack blitzt im Sonnenlicht, und als wäre die Schwerkraft plötzlich aufgehoben, lösen sich die Päckchen vom Beifahrersitz.
Der Wagen landet auf einem Felsvorsprung. Meine Mutter streckt die Arme nach den Geschenken aus, die in Zeitlupe vom Himmel fallen, rote, blaue, gelbe, mit Schleifen, ohne Schleifen. Sie weiß nicht, was sie zuerst fangen soll, und schließlich entscheidet sie sich für das schönste Paket: ein rot-gelb gestreiftes mit einer kleinen Windmühle dran. Sie hält es ans Ohr, schüttelt es und hört, wie es klappert. Dann schließt sie die Augen. Sie lächelt, weil sie sich freut, daß sie ein so schönes Geschenk für mich hat.
Ich nehme das Paket und bringe es an einen Ort, den niemand kennt. Jeden Tag hole ich das Geschenk aus seinem Versteck. Ich blase gegen die Windmühle, um zu sehen, wie sie sich dreht. Dann streiche ich über das Papier und schiebe das Paket zurück. Bald werde ich es öffnen.

 

 

 

 

beuse
Stefan Beuse (Münster,  31 januari 1967)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

 

Auferstehung

Manchmal stehen wir auf
Stehen wir zur Auferstehung auf
Mitten am Tage
Mit unserem lebendigen Haar

Mit unserer atmenden Haut.

Nur das Gewohnte ist um uns.
Keine Fata Morgana von Palmen
Mit weidenden Löwen
Und sanften Wölfen.

 

Die Weckuhren hören nicht auf zu ticken
Ihre Leuchtzeiger löschen nicht aus.

 

Und dennoch leicht
Und dennoch unverwundbar
Geordnet in geheimnisvolle Ordnung
Vorweggenommen in ein Haus aus Licht.

 

 

 

 

 

 

kaschnitz
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Kenzaburo Oe werd op 31 januari 1935 geboren in het dorp Oso op het eiland Shikoku. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008

 

Uit: Tagame Berlin – Tokyo (Vertaald door Nora Bierich)

 

Kogito unterrichtete zweimal pro Woche an der Universität. An den anderen Tagen, außer am Wochenende, aß er mit seinen Kollegen vom Wissenschaftskolleg zu Mittag. Sein Leben war einsam, und er musste an die Diskussionen denken, die Gorô und er mehrfach über Selbstmord geführt hatten. Das Thema war auch in den Gesprächen mit dem Schildkäfer aufgekommen.
Seit sich Gorô vom Dach jenes Gebäudes in den Tod gestürzt hatte, hatte es sich Kogito zur Schildkäfer-Regel gemacht, von sich aus nicht über Selbstmord zu sprechen. Gorô jedoch hatte unbe­kümmert davon angefangen.
- Schon kurz nachdem wir uns in Matchama begegnet sind, er­füllte ich dir gegenüber eine Aufgabe, glaube ich. Ob ich dir wirk­lich von Nutzen war, weiß ich allerdings nicht. Wahrscheinlich war es eher ein Solokampf. Als wir uns nicht mehr so häufig trafen, sind andere an meine Stelle gerückt. Vielleicht war ich nicht der Einzige, der meinte, dass du jemanden brauchst. Die anderen, die meine Rolle übernahmen, waren nicht solche Gangster wie ich, oder? Wahrscheinlich wirst du es wie immer sofort ableugnen, aber du warst wirklich begnadet, nicht? Solltest du dich nicht langsam, wo du auf die sechzig zugehst, vom basso ostinato deiner Seinsweise, die­sem sturen Bass der Selbstironie, lösen?
Kogito dachte in einer Arglosigkeit, die auch schon wieder Selbst­ironie verdient hätte, dass Gorô bestimmt sagen wollte, er habe ihm gegenüber die Rolle des Mentors eingenommen. Er drückte die Pau­sentaste und erwiderte:

- Wer soll an deine Stelle getreten sein, seit wir uns nicht mehr so oft sahen? Er stellte das Band wieder an, und als habe er Kogitos Reaktion genau vorausgesehen, fuhr Gorô angriffslustig fort:

 

 

 

 

Oe
Kenzaburo Oe (Oso, 31 januari 1935)

 

 

 

 

 

Voor onderstaande schrijvers zie ook mijn blog van 31 januari 2007.

 

De Amerikaanse schrijver John 'O Hara werd geboren op 31 januari 1905 in Pottsville, Pennsylvania.

 

De Nederlandse schrijver, dichter en dominee Anthony Winkler Prins werd geboren te Voorst op 31 januari 1817.


De Vlaamse dichteres en schrijfster Maria Elisa Belpaire werd geboren te Antwerpen op 31 januari 1853.

De Amerikaanse schrijver (van Franse afkomst) Michel-Guillaume Jean de Crèvecoeur werd geboren op 31 januari 1735 in Caen.