09-12-16

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Gioconda Belli, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

 

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit:Waaitaal

““Last.
De slijter bij wie ik soms kom, doet vaak een beetje moeilijk over de wijn die hij verkoopt. Of moeilijk, nee, dat is niet het woord: artistiek - dát is het. Als we voor de schappen staan is het net alsof we naar een tentoonstelling kijken. Graag zou ik dit illustreren aan de hand van een voorbeeld, dus hoe hij over de wijnen praat, maar dat kan ik niet, want ik laat zijn woorden niet tot me doordringen. Ik kan doen alsof ik aandachtig luister, terwijl ik aan volstrekt andere dingen denk. Op het juiste moment zeg ik: ‘Doet u me daar maar een doosje van.’ Regelmatig complimnteert de slijter me vanwege mijn keuze.Laatst zei hij zelfs: ‘Heel verstandig.’
Het rare is dat wanneer ik zijn winkel verlaat, hij een ander register opentrekt. Dan kan hij zeggen: ‘Smakelijke avond.’ Ik moet daar niet moeilijk over doen, maar toch heb ik last van die woorden. Ze achtervolgen me op weg naar huis.
Gisteren sloeg hij toe tijdens het afrekenen. Hij stond al een tijdje met een fles in zijn handen, ik zag zijn mond bewegen, een keer of vier ving ik het woord ‘fruitig’ op, want sommige woorden dringen toch tot me door, en toen hij weer triomfantelijk tegen het etiket tikte, zei ik:
‘Doet u me maar een doosje. ’ Hij toetste een bedrag in op de kassa, hij sprak dat bedrag ook uit en toen zei ik waarom, geen idee: ‘Dat valt mee.’ Hij keek me aan en daar kwam het: ‘Geinig voor weinig.’ Ik voelde lichte schaamte en keek automatisch naar buiten. De hemel spuugde fel natte sneeuw tegen de winkelruit.”

 

 
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

Lees meer...

09-12-15

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Michael Krüger, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

 

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit:Als de winter voorbij is

“Het leek wel alsof je schrok,’ zegt Aimee.
‘Schrok?’
De etage waar ik ruim vijftien jaar heb gewoond, is bijna leeg. De meeste spullen zijn al naar het huis van Aimee gebracht, nog veel te veel, maar ‘die zoek ik daar wel uit’, een voornemen dat ze niet omhelsde.
‘Wat we hier kunnen doen, hoeven we daar niet meer.’
Ze houdt van het elimineren van ballast. En het meeste dat we bewaren in onze huizen, in de kasten, op zolder, in de kelder, is ballast. Misschien een poging inzicht te krijgen in onze identiteit of de betekenis van ons leven, misschien willen we denken: we zijn tenminste wat we bewaard hebben. Van veel hebben we ooit gedacht: leuk voor later. Het is veel sneller later dan we konden vermoeden en dan moet er dus veel leuk zijn, maar de dingen van toen zijn dat meestal niet, omdat ze niet eens de ruimte krijgen dat te worden.
Aimee kan enorm vragend een stapeltje brieven omhooghouden, bijeengehouden door bijvoorbeeld een rood touwtje – omdat ik ooit een rood touwtje passend vond voor die brieven, afkomstig van een geliefde die me schandalig had laten zitten, een gang van zaken die vloekte met de toon van haar brieven. En natuurlijk was ik het zelf die ervoor had gezorgd dat ze me schandalig liet zitten. Ik heb al vroeg geleerd over dit soort kwesties alsjeblieft niet te klagen.
‘Wanneer lees je die?’ Aimee stelt vragen zo dat ik de tijd neem om serieus over een antwoord na te denken.
‘Misschien wel nooit meer. Ik ben er zelfs bang voor,’ zeg ik. En ik denk erbij dat ik bang ben voor alles wat te dichtbij komt. Misschien is het geen angst, misschien wil ik het niet, maar veel van wat je niet wilt, heeft ook met angst te maken.
Aimee pakt een nieuwe vuilniszak. Paar dagen geleden stonden er dertig op de stoep, dertig loodgrijze, lompe, vormloze omhulsels van een vergeetbaar verleden.”

 

 
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

Lees meer...

09-12-14

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Michael Krüger, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

 

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit: Kleur van geluk

 ‘Het was echt zo.’
Dat zeiden we later zo nu en dan als we het over ons eerste gesprek hadden: ‘Het was echt zo.’
In de beginjaren van onze vriendschap hadden we het er nooit over. Misschien dachten we dat we het hadden verzonnen.
We waren elkaar weleens tegengekomen, maar kenden elkaar niet. Een gezamenlijke vriendin had gezegd dat het goed was als we eens zouden praten. Hij schreef verhalen en ik ook, de vriendin vond dat bijzonderder dan wijzelf, maar wie weet deed het ons goed als we eens samen over ons werk spraken.
Als ik naar hem toe fiets vraag ik me af wat er over mijn verhalen te zeggen valt. Zelf vind ik ze goed, maar ik weet dat ze nog beter kunnen worden. Misschien weet hij hoe dat moet. Zijn verhalen ken ik niet.
Het is de namiddag van een zomerse dag. Het is stil in de stad. Hij woont in een wijk die de Indische buurt wordt genoemd.
Hij heeft een smalle kamer in het huis waar hij met zijn moeder en zus woont. Zijn vader is kort daarvoor overleden.
Hij wijst me naar de enige stoel op die kamer, een gehavende fauteuil. Zelf gaat hij op het bed zitten. Tussen ons in staat een kleine tafel waarop hij twee beugelflessen bier zet. Er ligt een geel boek, een aflevering van het literaire tijdschrift Randstad. Hij wijst ernaar en zegt dat er verhalen van Jorge Luis Borges in staan. Ik ken die schrijver niet. Hij pakt het tijdschrift, slaat het open en begint een verhaal voor te lezen, ‘De ooggetuige’. Aan zijn stem merk ik dat het geen lang verhaal kan zijn.
Ineens steekt hij een vinger omhoog. ‘Hier gaat het om,’ zegt hij. ‘Indertijd was er een dag die de laatste ogen uitdoofde die Christus zagen; de slag van Junín en de liefde voor Helena stierven met de dood van een mens.”

 

 
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

Lees meer...

09-12-13

Gioconda Belli, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton


De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook alle tags voor Gioconda Belli op dit blog.

 

Niemand sucht aus

Man sucht sich das Land seiner
Geburt nicht aus,
und liebt doch das Land, wo man
geboren wurde.
Man sucht sich die Zeit nicht aus,
in der man die Welt betritt,
aber muß Spuren in seiner Zeit
hinterlassen.

Seiner Verantwortung kann sich
niemand entziehen.
Niemand kann seine Augen
verschließen, nicht seine Ohren,
stumm werden und sich die
Hände abschneiden.

Es ist die Pflicht von allen zu lieben,
ein Leben zu leben,
ein Ziel zu erreichen.

Wir suchen den Zeitpunkt nicht aus,
zu dem wir die Welt betreten,
aber gestalten können wir diese Welt,
worin das Samenkorn wächst,
das wir in uns tragen.

 

 

Ihn erwarten

Am Morgen
erwache ich wie eine Gazelle
freudig im Busch
und warte auf dich.

Am Mittag,
vergraben zwischen Blumen,
male ich deinen Namen
in den Bauch der Flüsse.

In der Dämmerung,
bebend vor Liebe, ducke ich mich
und warte darauf,
daß du kommst in der Nacht,
daß du kommst und dich niederläßt
wie ein Vogel auf mir
und deinen Körper
über mir schwingst
wie eine Fahne.

 

Vertaald door Anneliese Schwarzer

 


Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

Lees meer...

09-12-12

Tweede Advent, Theodor Fontane, Gioconda Belli, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda

 

Bij de Tweede Advent

 

 

“Herbergssuche”, Ernst Fröhlich, 1877

 

 

 

Verse zum Advent

 

Noch ist Herbst nicht ganz entflohn,
Aber als Knecht Ruprecht schon
Kommt der Winter hergeschritten,
Und alsbald aus Schnees Mitten
Klingt des Schlittenglöckleins Ton.

Und was jüngst noch, fern und nah,
Bunt auf uns herniedersah,
Weiß sind Türme, Dächer, Zweige,
Und das Jahr geht auf die Neige,
Und das schönste Fest ist da.

Tag du der Geburt des Herrn,
Heute bist du uns noch fern,
Aber Tannen, Engel, Fahnen
Lassen uns den Tag schon ahnen,
Und wir sehen schon den Stern.

 

 



Theodor Fontane (30 december 1819 – 20 september 1898)
Standbeeld in Neuruppin

Lees meer...

09-12-11

Gioconda Belli, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda

 

De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook alle tags voor Gioconda Belli op dit blog.

 

 

Zandkastelen

 

Waarom zei je me niet dat je bezig was
dat zandkasteel te bouwen?

 

Het zou zo heerlijk geweest zijn
om dat kleine poortje binnen te treden,
door zijn zoute gangen te lopen
je op te wachten in kamers van schelpen,
je toe te spreken vanaf het balkon
mijn mond vol wit schuim en even transparant
als mijn woorden,
die vederlichte woorden die ik tot je sprak,
die niet zwaarder zijn dan de lucht
tussen mijn tanden

 

Het is zo heerlijk naar zee te kijken

 

En de zee zou zo mooi geweest zijn
vanaf ons zandkasteel,
de tijd likkend
met de intense en diepe tederheid
van het water,
ronddwalen d in de verhalen die men ons vertelde
toen wij, kinderen, een en al oor waren
voor de natuur

 

Het wassende water heeft je zandkasteel
nu meegenomen.
Heeft alles weggeveegd, de torens
en de grachten
het poortje waarlangs wij bij laagtij
zouden binnengetreden zijn,
als de werkelijkheid veraf was
en er op het strand
zandkastelen zijn...

 

 

Vertaald doorGermain Droogenbroodt

 

 

 

 

BRIEF LESSONS IN EROTICISM

I
To sail the entire length of a body is to circle the world
To navigate the rose of the winds without a compass
Islands gulfs peninsulas breakwaters against crashing waves
It isn't easy, though it is enjoyable
Don't think you can do it in one day or night of consoling the sheets
There are enough secrets in the pores to fill many moons
II
The body is an astral chart in a coded language
Find a star and perhaps you’ll begin
To change course when suddenly a hurricane or piercing scream
Makes you tremble in fear
A dip in the hand you didn't expect
III
Go over the entire length many times
Find the lake with the white water lilies
Caress the lily's center with your anchor
Plunge deep drown yourself stretch your limbs
Don't deny yourself the smell the salt the sugar
The heavy winds cumulonimbus-lungs
The brain's dense fog
Earthquake of legs
Sleeping tidal wave of kisses

 

 

 

Vertaald door Steven F. White

 

 

 


Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

Rubin Dario, Gioconda Belli en Ernesto Cardina, portret door Erin Currier

Lees meer...

09-12-10

Gioconda Belli, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda

 

De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2007 en ook mijn blog van 9 december 2008 en ook mijn blog van 9 december 2009.

 

 

Tempi

I
Mein Stück Süße von der Mandarinenschnitte
mein Specht gefiederte Schlange
Kolibrie, der meine Blume schnäbelt meinen Honig trinkt
meinen Zucker schlürft mir die Erde berührt
Anturio die Höhle das Haus der Abenddämmerungen
der Donner der Meere Segelschiff
Legionen von Vögeln Möwe im Tiefflug süße Mispel
Palme die meinen Beinen Strände gebiert
hoher Kokosmast, bebender Obelisk meines Untergangs
Schaum meiner Haut Regen Quelle
Kaskade in meinen Bachbett Brunst meiner Umtriebe
Licht deiner Augen Briese auf meinen Brüsten
verspielter Hirsch in meinem Wald aus Geißblatt und Moos
Wächter meines Lachens Schutz des Pochens
Kastagnette Schelle Jubel meines Rosenhimmels
aus Frauenfleisch mein Mann du einziger Talisman
Zauber meiner wüstenhaften Blätter komm noch einmal
ruf mich drück mich an deinen Hafen der heiseren Wellen
Erfüll mich mit deiner weißen Zärtlichkeit ersticke meine Schreie

Laß mich aufgelöste Frau sein 

 

 

Tempi
II

Glockengeräusche Sirenengesang
los laß ich die Zügel galoppiere Gelächter
setze die Mauern aus dem Spiel
Staudämme fallen in Stücke ich springe grün
die Hoffnung blau der Himmel sonare Horizonte
die sich in Winden auftun mich hindurchzulassen:
"Gebt frei den Weg der Frau, die nicht die Strudel der
Liebe fürchtet, noch die Orkane der Verachtung"
Gesiegt hat der alte Jahrgangswein der rote der weiße
es kamen es keimten die Trauben mit ihrer weichen Haust
die Rundungen deiner Figur du regnest auf mich
wäscht ab die Trauer erbaust wieder Leuchttürme Bibliotheken
alter Bücher mit wunderschönen Bildern
gibst mir den Grinsekater zurück Alice den Hasen
den verrückten Hut Schnewittchens Zwerge
den Marsch zwischen den Fingern den Hauch der Kindheit
du bist in dem Blick am Fenster aus dem der Baum entsteht,
der Kreisel, die kleinen Tassen, ich liebe dich, berühre dich
entdecke in dir den Hengst Kater Glühwürmchen Libelle
nackter Mann durchscheinend Trommel Trompete ich mach Musik
tanze stampfe entkleide mich umhülle dich du umhüllst mich
Küsse Küsse Küsse Küsse Küsse Küsse Küsse Küsse
Schweigen Schlaf.
 

 

 

 

Vertaald door Anneliese Schwarzer de Ruize e.a

 

 

 

 

Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

 

Lees meer...

09-12-09

Gioconda Belli, Patricio Pron, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Thomas Verbogt, Ödön von Horváth, John Milton, Jan Křesadlo, Maksim Bahdanovič, Dalton Trumbo


De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2007 en ook mijn blog van 9 december 2008.

 

Uit: Scroll of Seduction

 

Manuel said he would tell me the story of the Spanish queen, Juana of Castile, and her mad love for her husband, Philippe the Handsome, but only if I agreed to certain conditions.

He was a professor at Complutense University. His specialty was the Spanish Renaissance. I was seventeen years old, a high school student, and from the age of thirteen, since the death of my parents in a plane crash, I had been at a Catholic boarding school run by nuns in Madrid, far from my small Latin American country.

Manuel's voice rose densely within me, like a surging tide on which floated faces, furnishings, curtains, the adornments and rituals from forgotten times.

"What conditions?" I asked.

"I want you to imagine the scenes I describe for you in your mind's eye, to see them and see yourself in them, to feel like Juana for a few hours. It won't be easy for you at first, but a world created with words can become as real as the shaft of light that at this moment illuminates your hands. It's been scientifically proven that whether we see a lit candle with our eyes open or imagine it with our eyes closed, the brain has an almost identical reaction. We can see with our minds and not just our senses. In the world I'll conjure up, if you accept my proposal, you will become Juana. I know the facts, the dates. I can place you in that world, in its smells and colors; I can make you feel its atmosphere. But my narration—because I'm a man and, what's worse, a rational, meticulous historian—can never capture—I can never capture—what's inside. No matter how I try, I can'timagine what Juana felt when she set off, at sixteen, on the armada's flagship, accompanied by one hundred and thirty-two vessels, to marry Philippe the Handsome."

"You said she didn't even know him."

"She'd never laid eyes on him. She disembarked in Flanders, escorted by five thousand men and two thousand ladies-in-waiting, to find that her fiancé was not at the port to meet her. I can't imagine how she felt, just as I can't begin to conceive of her innermost thoughts when she finally met Philippe at the monastery in Lierre and they fell so suddenly, so thoroughly, so violently in love that they asked to be married that very night, so anxious were they to consummate a marriage that had actually been arranged for reasons of State."

How often had Manuel made reference to that initial meeting? Perhaps he enjoyed seeing me blush. I smiled to dissimulate. Although I had spent the last several years in a convent, surrounded by nuns, I could picture the scene. I had no trouble at all imagining what Juana must have felt.

"I see that you understand." Manuel smiled. "I just can't stop picturing that young woman—one of the most educated princesses in all of the Renaissance—who, after succeeding to the throne of Spain, was locked up in a palace at the age of twenty-nine and forced to remain there until she died, forty-seven years later. During her formative years she was tutored by one of the most brilliant female philosophers of the day, Beatriz Galindo, known as 'La Latina.' Did you know that?"

 

 

 

gioconda-belli

Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Patricio Pron werd geboren op 9 december 1975 in Rosario. Hij behaalde een licentiaat in de Sociale Communicatie aan de Universidad Nacional de Rosario (Argentinië) en een Ph.D. in de Romaanse filologie aan de Georgia Augusta Universiteit van Göttingen (Duitsland). In 1992 begon hij als journalist te werken bij diverse gedrukte media zoals La Capital de Rosario (Argentinië) en El Litoral de Santa Fe (Argentinië). Tegenwoordig werkt hij o.a. voor het Cultureel Supplement van de krant El Pais, Montevideo (Uruguay), Travesías (Mexico), en Quimera (Spanje). In 2000 toerde hij door Europa, de Balkan, Noord-Afrika en Turkije als correspondent voor de krant La Capital de Rosario. Tussen 2002 en 2007 werkte hij als assistent aan de Universiteit van Göttingen (Duitsland), waar bereid zijn doctoraat op het narratieve procedures in het werk van de Argentijnse striptekenaar Copi. Hij kreeg verschillende onderscheidingen, nationaal en internationaal, met inbegrip van de Juan Rulfo-prijs 2004. Zijn verhalen zijn opgenomen in bloemlezingen in Argentinië, Spanje, Duitsland, Colombia en Cuba.

 

Uit: The Harvest (Vertaald door Janet Hendrickson)

 

“Lost John reads the report from the clinic and discovers he has AIDS. It was just a routine checkup, the kind producers of pornographic videos regularly require of their employees, but the result is not what it should have been. Lost John stares at the paper in his hand. He's in the kitchen, standing in his underwear, and his head spins, so he leans on the counter for a moment and inhales. Then he slowly gets dressed, packs some clothes in a suitcase, and calls a taxi. While he waits for it to arrive, he flips through a magazine in which he's shown fucking Alyssa Soul. When he turns the page, he sees her face covered with his semen, and he knows this is the last time he will appear in a magazine, probably the last time he will fuck a girl in front of a camera; and he feels relief and nostalgia. He tells himself that his cock doesn't really look hard, that the lubricant around Alyssa's asshole is too obvious; he wonders how these details could have escaped the photographer, director, and assistant, all on the set when they filmed this scene. Then he remembers the conversation he had afterward with Alyssa in the showers, when they discovered that they'd both had nomadic childhoods, both had followed military fathers who jumped periodically from one base to another, all of them the same but in different places, like Texas or North Carolina or California. Well, Alyssa's father had died in the first Gulf War, and Lost John's, too, and both were surprised by these coincidences, and even more surprised that they had this conversation in a place where it's not common to share secrets that aren't fictitious. Alyssa had given him her phone number, but Lost John had tossed it in a wastebasket when he left the production company. He didn't want anything too personal. They call his phone to tell him that his taxi is waiting outside, and Lost John says thanks and hangs up the receiver softly and walks to the door.”

 

 

 

Patricio-Pron
Patricio Pron (Rosario, 9 december 1975)

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Krüger werd geboren op 9 december 1943 in Wittgendorf. Zie ook mijn blog van 9 december 2008.

 

Uit: Die Tiere kommen zurück

 

“Manche Autofahrer stiegen aus, um das Tier auf die rechte Fahrbahn zu bugsieren, zuckten aber zurück, wenn die Kuh ihren schweren Kopf mit ausholendem Schwung in ihre Richtung bewegte. Hatten sie Angst um den Lack ihrer Autos, die neben der pompösen Kuh lächerlich klein wirkten, wie Spielzeuge?

Wie um die Rechtmäßigkeit ihrer Anwesenheit auf genau dieser linken Straßenseite zu unterstreichen, hob die Kuh nun den Schwanz und ließ einen pladdernden Haufen auf das Pflaster klatschen. Selbst der sonst so grämliche Herr Pipo musste lachen, weil diese für die Kuh selbstverständliche Handlung in unserer Straße etwas zutiefst Verletzendes, zugleich aber auch aufreizend Komisches hatte. Und als hätte die Kuh nicht für genug Verwirrung gesorgt, knickte das mächtige, nun bereits von einer vielköpfigen Menge bestaunte Tier mit den Vorderbeinen ein und ließ sich schließlich in voller

Länge auf der Fahrbahn nieder.

Was für ein Bild: die Kuh in der Schillerstraße, Menschen, die aus allen Fenstern hängen und dies lauthals kommentieren, Kinder, die lachen, und andere, die der Kuh mit den pelzigen Ohren und den melancholischen Augen Grünzeug bringen, Alte mit bedenklicher Miene, die »Das ist der Anfang vom

Ende« zu sagen scheinen, und ein Polizist, der den skandalösen Sachverhalt wieder und wieder in sein Funkgerät sprechen muss, weil man ihn in der Zentrale offenbar für geisteskrank hält.

Doch, eine Kuh!, rief er, rot angelaufen, in der feixenden Menge, in der Schillerstraße, bitte kommen!

Aber es kam kein Streifenwagen. Dafür hüpfte ein eleganter Springbock durch die Menge, als wollte er zeigen, zu welchen extravaganten Bewegungen ein Lebewesen fähig sein kann. Und schon war er, wie eine Erscheinung, wieder verschwunden. Mich hielt es nun auch nicht länger in Pipos Friseurgeschäft. Besonders die rhetorisch unergiebige Einsilbigkeit des Italieners, seine rituellen Beschwörungen des nahenden Untergangs grenzten an Narretei. Was war denn geschehen? Ein paar

Heidschnucken hatten sich in unser Viertel verlaufen, eine Kuh, der Abgase und des Verkehrs überdrüssig, hatte sich auf die Fahrbahn gelegt, und ein afrikanischer Springbock war in drei Sätzen durch die Menge geflogen, von Untergang konnte keine Rede sein, eher von einer Belebung.

Wir haben doch auch das Problem der Füchse und Waschbären gelöst, sagte ich, schon unter der Tür, erinnern Sie sich? Das hätte ich nicht sagen sollen, denn nun brach die ganze Angst aus Herrn Pipos geknechteter Seele. Tatsächlich hatte er kürzlich, als Waschbären nachts die Mülltonnen geplündert hatten und Füchse durch die Straßen geschnürt waren, davor gewarnt, die Stadt kampflos aufzugeben und den wilden Tieren zu überlassen.“

 

 

 

Krueger

Michael Krüger (Wittgendorf, 9 december 1943)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en schilder Wolfgang Hildesheimer werd geboren op 9 december 1916 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 9 december 2008.

 

Uit: Eine größere Anschaffung
 
Eines Abends saß ich im Dorfwirtshaus vor (genauer gesagt, hinter) einem Glas Bier, als ein Mann gewöhnlichen Aussehens sich neben mich setzte und mich mit vertraulicher Stimme fragte, ob ich eine Lokomotive kaufen wolle. Nun ist es zwar ziemlich leicht, mir etwas zu verkaufen, denn ich kann schlecht nein sagen, aber bei einer größeren Anschaffung dieser Art schien mir doch Vorsicht am Platze. Obgleich ich wenig von Lokomotiven verstehe, erkundigte ich mich nach Typ und Bauart, um bei dem Mann den Anschein zu erwecken, als habe er es hier mit einem Experten zu tun, der nicht gewillt sei, die Katz im Sack zu kaufen, wie man so schön sagt. Er gab bereitwillig Auskunft und zeigte mir Ansichten, die die Lokomotive von vorn und von den Seiten darstellten. Sie sah gut aus und ich bestellte sie, nachdem wir uns vorher über den Preis geeinigt hatten, unter Rücksichtsnahme auf die Tatsache, daß es sich um einen second-hand-Artikel handelte.
Schon in derselben Nacht wurde sie gebracht. Vielleicht hätte ich daraus entnehmen sollen, daß der Lieferung eine anrüchige Tat zugrunde lag, aber ich kam nun einmal nicht auf die Idee. Ins Haus konnte ich die Lokomotive nicht nehmen, es wäre zusammengebrochen, und so mußte sie in die Garage gebracht werden, ohnehin der angemessene Platz für Fahrzeuge. Natürlich ging sie nur halb hinein. Hoch genug war die Garage, denn ich hatte früher einmal meinen Fesselballon darin untergebracht, aber er war geplatzt. Für die Gartengeräte war immer noch Platz.
Bald darauf besuchte mich mein Vetter. Er ist ein Mensch, der, jeglicher Spekulation und Gefühlsäußerung abhold, nur die nackten Tatsachen gelten läßt. Nichts erstaunt ihn, er weiß alles, bevor man es ihm erzählt, weiß es besser und kann es erklären. Kurz, ein unausstehlicher Mensch. Nach der Begrüßung fing ich an: „Diese herrlichen Herbstdüfte ...“ – „Welkendes Kartoffelkraut“, sagte er. Fürs erste steckte ich es auf und schenkte mir von dem Kognak ein, den er mitgebracht hatte. Er schmeckte nach Seife, und ich gab dieser Empfindung Ausdruck. Er sagte, der Kognak habe, wie ich auf dem Etikett ersehen könne, auf den Weltaufstellungen in Lüttich und Barcelona große Preise erhalten, sei daher gut. Nachdem wir schweigend mehrere Kognaks getrunken hatten, beschloß er, bei mir zu übernachten und ging den Wagen einstellen. Einige Minuten darauf kam er zurück und sagte mit leiser, leicht zitternder Stimme, daß in meiner Garage eine große Schnellzuglokomotive stünde. „ich weiß“, sagte ich ruhig und nippte von meinem Kognak, „ich habe sie mir vor kurzem angeschafft.“ Auf seine zaghafte Frage, ob ich öfters damit fahre, sagte ich nein, nicht oft, nur neulich nachts hätte ich eine benachbarte Bäuerin, die ein freudiges Ereignis erwartete, in die Stadt, ins Krankenhaus gefahren. Sie hätte noch in der Nacht Zwillingen das Leben geschenkt, aber das habe wohl mit der nächtlichen Lokomotivfahrt nichts zu tun. Übrigens war das alles erlogen, aber bei solchen Gelegenheiten kann ich oft diesen Versuchungen nicht widerstehen. Ob er es geglaubt hat, weiß ich nicht, er nahm es schweigen zur Kenntnis, und es war offensichtlich, daß er sich bei mir nicht mehr wohl fühlte. Er wurde ganz einsilbig, trank noch ein Glas Kognak und verabschiedete sich. Ich habe ihn nicht mehr gesehen.

 

 

 

hildesheimer-wolfgang-1

Wolfgang Hildesheimer (9 december 1916 – 21 augustus 1991)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Anna Gavalda werd geboren op 9 december 1970 in Boulogne-Billancourt. Zie ook mijn blog van 9 december 2008.

 

Uit:  Je l'aimais

 

„– Qu’est-ce que tu dis ?

– Je dis que je vais les emmener. Ça leur fera du bien de partir un peu…

– Mais quand ? a demandé ma belle-mère.

– Maintenant.

– Maintenant ? Tu n’y penses pas…

– J’y pense.

– Enfin, mais qu’est-ce que ça veut dire ? Il est presque onze heures ! Pierre, tu…

– Suzanne,c’est à Chloé que je parle,Chloé, écoute-moi. J’ai envie de vous emmener loin

d’ici.Tu veux bien?

– …

– Tu crois que c’est une mauvaise idée ?

– Je ne sais pas.

– Va chercher tes affaires. Nous partirons

quand tu reviendras.

– Je n’ai pas envie d’aller chez moi.

– Alors n’y va pas. On se débrouillera sur place.

– Mais vous ne…

– Chloé, Chloé, s’il te plaît… Fais-moi confiance.

Ma belle-mère protestait encore :

– Mais enfin ! Vous n’allez pas réveiller les petites maintenant quand même ! La maison n’est même pas chauffée ! Il n’y a rien là-bas ! Il n’y a rien pour elles.

Elles… Il s’était levé. Marion dort dans son siège auto, le pouce au bord des lèvres. Lucie est roulée en boule à côté.

Je regarde mon beau-père. Il se tient droit. Ses mains agrippent le volant. Il n’a pas dit un seul mot depuis que nous sommes partis. Je vois son profil quand nous croisons les feux d’une autre voiture. Je crois qu’il est aussi malheureux que moi.

Qu’il est fatigué.

Qu’il est déçu.

Il sent mon regard :

– Pourquoi tu ne dors pas ? Tu devrais dormir tu sais, tu devrais abaisser ton siège et t’endormir. La route est encore longue…

– Je ne peux pas, je lui réponds, je veille sur vous.

Il me sourit. C’est à peine un sourire.

– Non… c’est moi.

Et nous retournons dans nos pensées.

Et je pleure derrière mes mains.“

 

 

 

AnnaGavalda

Anna Gavalda (Boulogne-Billancourt, 9 december 1970)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Na een niet-afgemaakte studie Nederlands gaf hij lessen Nederlands op een opleiding voor verpleegkundigen. Verbogt schreef romans, verhalen, toneelstukken, columns, hoorspelen en theaterteksten (voor onder anderen Nilgün Yerli). Daarnaast gaf hij schrijflessen aan de schrijversvakschool ’t Colofon, werkt hij als columnist voor De Gelderlander en was hij redacteur van literair poptijdschrift WahWah. Ook is hij regelmatig te horen voor de VPRO-radio. Vebogt debuteerde in 1981 met De Feestavond.

 

Uit: Echt iets voor jou

 

Ik woon in een buurt waarin de politie dag en nacht de handen vol heeft aan overvallen, huisvredebreuk en grondig lichamelijk geweld. Ze zien mij aankomen met mijn gestolen portefeuille, maar wat moet gebeuren, moet nu eenmaal gebeuren.
Op het politiebureau krijg ik een hoofdagent te spreken die zegt dat hij Bert heet. Met deze Bert heb ik van tien over drie tot kwart voor vijf in een klein kamertje doorgebracht waar Bert en ik de gang van zaken rond de portefeuille op ons gemak hebben doorgenomen.
Hoofdagent Bert typt namens mij een tekst in. Ik bedoel: ik geef wel een diefstal aan, maar Bert bedenkt daar de woorden bij. ‘Lees maar even mee,' zegt hij.
Ik lees dat Bert namens mij heeft genoteerd: ‘Op vrijdag 10 oktober, omstreeks 9.00 uur, heb ik voor het laatst genoemde portefeuille gezien. Ik bevond mij thuis en ik heb een aantekening in de portefeuille gestopt. Ik heb de portefeuille vervolgens in de linker binnenzak van mijn colbertjasje gestopt.'
Bert vraagt: ‘Klopt het?'
Ik zou het zelf niet zo hebben kunnen zeggen, maar het klopt wel.“

 

 

 

verbogt

Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

 

 

 

 

De Hongaars-Duirse schrijver Ödön von Horváth werd geboren op 9 december 1901 in Fiume. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2007  en ook mijn blog van 9 december 2008.

 

Uit: Glaube, Liebe, Hoffnung

 

SCHUPO Was hat sich denn da abgespielt?

ELISABETH lächelt böse: Nichts. Es ist bloß ein Fräulein verhaftet worden.

Wegen nichts.

SCHUPO Geh, das gibt es doch gar nicht!

ELISABETH Trotzdem.

Stille.

Was starrens mich denn so an?

SCHUPO lächelt: Ist denn das verboten?

Stille.

Sie erinnern mich nämlich. Besonders in Ihrer Gesamthaltung. An eine liebe Tote

von mir.

ELISABETH Sie reden so mystisch daher.

Stille.

[…]

SCHUPO man darf die Hoffnung nicht sinken lassen.

ELISABETH Das sind Sprüch.

Stille.

SCHUPO Ohne Glaube Liebe Hoffnung gibt es logischerweise kein Leben. Das

resultiert alles voneinander.

ELISABETH Sie haben leicht reden als Staatsbeamter in gesicherter Position.

SCHUPO Wir müssen doch alle mal sterben.

ELISABETH Hörens mir auf mit der Liebe.

Stille.

 

 

 

 

horvath
Ödön von Horváth (9 december 1901 – 1 juni 1938)

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Milton werd geboren op 9 december 1608 in Londen. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2008.

 

 

How Soon Hath Time

 

How soon hath Time, the subtle thief of youth,

Stoln on his wing my three and twentieth year!

My hasting days fly on wtih full career,

But my late spring no bud or blossom shew'th.

 

Perhaps my semblance might deceive the truth,

That I to manhood am arrived so near,

And inward ripeness doth much less appear,

That some more timely-happy spirits endu'th.

 

Yet be it less or more, or soon or slow,

It shall be still in strictest measure even

To that same lot, however mean or high,

Toward which Time leads me, and the will of Heaven;

All is, if I have grace to use it so,

As ever in my great Taskmaster's eye.

 

 

 

 

 

Milton
John Milton (9 december 1608 – 8 november 1674)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 december 2008.

 

De Tsjechische psycholoog, schrijver en dichter Jan Křesadlo (pseudoniem van Václav Jaroslav Karel Pinkava) werd geboren op 9 december 1926 in Praag. Zie ook mijn blog van 9 december 2006.

 

De Wit-Russische (Belarussische) dichter, journalist en criticus Maksim Bahdanovič werd geboren op 9 december 1891 in Minsk. Zie ook mijn blog van 9 december 2006.

 

De Amerikaanse schrijver en sceenwriter
James Dalton Trumbo werd geboren op 9 december 1905 in het plaatsje Montrose in Colorado.

 

09-12-08

Gioconda Belli, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, Jan Křesadlo, Maksim Bahdanovič, John Milton, Dalton Trumbo


De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2007.

 

Uit: The Country Under My Skin

 

With each shot I fired my body shuddered, the impact reverberating through every last joint, leaving an unbearable ringing in my head, sharp and disturbing. Shame kept me from admitting how much I hated firing a gun. I would squeeze my eyes shut as I pulled the trigger, praying that my arm wouldn’t tremble during that brief, blinding moment. After every shot I would feel a sudden, overwhelming urge to throw down the weapon as if it were on fire, as if my body could only be whole again once I let go of that lethal appendage gripped in my hand and pressed against my shoulder.

 

January 1979. Morning. A brisk northerly wind blew through a clear, cloudless sky. It would have been a perfect day for going to the beach, for lounging on the grass beneath a tree, gazing out at the Caribbean. Instead, I found myself at a shooting range with a group of Latin American guerrillas. In my arms, an AK-47. Behind me, observing us as he spoke with a group of people, was Fidel Castro.

 

Barely half an hour earlier, in an atmosphere reminiscent of a pleasant elementary school field trip, we had arrived at the modern and well-appointed shooting range of the FAR—the Fuerzas Armadas Revolucionarias, the Cuban armed forces. Inside the munitions warehouse, where we were to select our weapons of choice, we were like children in a toy store, touching and studying the astonishing array of automatics, semiautomatics, machine guns, and pistols laid out before us. I had only shot with pistols before, and I wanted to know what it felt like to fire a rifle. After choosing our weapons, we went out to the field, and lined up to aim and fire at our targets, which were located directly across a ravine. For the first time in my life I felt the pounding in my shoulders, the power of the machine gun blasts, and the way the body loses balance if the feet are not planted firmly in the ground for support. The others began firing away enthusiastically, but I felt dazed and bewildered, floundering through a world of muffled sounds, as if underwater.”

 

 

 

Gioconda_Belli
Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Krüger werd geboren op 9 december 1943 in Wittgendorf. Hij groeide op in Berlijn. Van 1962 tot 1965 werkte hij als boekhandelaar in Londen. In 1968 werd hij lector bij de Carl Hanser Verlag. In 1986 kreeg hij de leiding over de afdeling literatuur bij deze uitgeverij en in 1995 werd hij bedrijfsleider. Zijn literaire werk beperkte zich eerst tot het schrijven van voor –en nawoorden bij bloemlezingen en verzamelbundels, maar in 1976 debuteerde hij zelf met de dichtbundel Reginapoly. Zijn eerste verhaal, Was tun?, verscheen in 1984. In 1991 verscheen zijn eerste roman Der Mann im Turm.

 

 

Rede der Erbin

 

Mein Erbe betrug

14 Millionen Euro in bar

und in Aktien,

dazu eine kleine

Apotheken-Kette im Sauerland

und eine Eigentumswohnung

auf Mallorca.

Da ich mich außerstande sah,

anderen zu befehlen,

verkaufte ich die Apotheken.

Ich komme hin.

Meinen Eltern bin ich dankbar.

 

 

 

 

Brummelei des Gärtners

 

Meine Kunden haben zuviel

über Gärten gelesen.

Sie können englische Gärten

von französischen unterscheiden.

Sichtachse, rufen sie

und zeigen auf Stiefmütterchen.

Jemand hat Kartoffelschalen

in den Buchs geschüttet.

Ich muß ihnen erklären,

wie man Schatten züchtet.

Und sie glotzen mich an,

als sei ich ein Animator

auf einer Spielwiese für Rentner.

 

 

 

 

 

 

Krueger
Michael Krüger (Wittgendorf, 9 december 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en schilder Wolfgang Hildesheimer werd geboren op 9 december 1916 in Hamburg als zoon van joodse ouders. Zijn ouders emigreerden naar Palestina waar hij een opleiding kreeg tot timmerman. Daarna studeerde hij hij schilderkunst en decorbouw in Londen. In 1946 werkte hij als tolk en als griffier bij de processen van Neurenberg. Daarna trad hij toe tot de Gruppe 47 en werd hij zelfstandig schrijver van vooral toneelstukken en hoorspelen. Zijn biografie over Mozart uit 1977 noemde hij zelf wel „mein Lebensbuch“.

 

Uit: Mozart

 

„Es wundert uns nicht, daß gerade diese beiden Werke ein Übermaß an emotionaler Interpretation erfahrenhaben, vor allem das g Moll-Werk. In der Tat spricht es eine Sprache, die zum Mitvollzug eines unerklärbaren Vorganges auffordert, einer abwechselnd dringlichen und wieder distanzierten Mitteilung, die auf uns – es gibt da wohl kaum eine Ausnahme – tief tragisch wirkt. Es läßt sich schließlich nicht leugnen, daß unser rezeptives Potential ja nicht auf ein Abstraktum reagiert, sondern auf Suggestionen aus dem reichen Angebot eines Zauberers. Er gibt uns Erfahrungen ein, legt uns Assoziationen nah, mit Erlebtem, vergangenen Erschütterungen, die sich außermusikalischer Begrifflichkeit entziehen …Letzten Endes beruht darauf unser niemals nachlassendes Mozart-Erlebnis: Wir genießen – nicht anders al sim Fall Beethoven – die Sublimierungen der Katastrophe eines Menschen als Katharsis. In der Hoffnung, diese Quintette absetzen zu können, sah sich Mozart allerdings getäuscht. Im April –während der Arbeit am „Don Giovanni“ — bot er sie „schön und korrekt geschrieben auf subscripzion“ an,und zwar durch seinen Freund, Ordensbruder und wahrscheinlich schon beginnenden Gläubiger Michae lPuchberg, in dessen „Sallizinscher Niederlassungshandlung am hohen Markt“ die Werke ab Juli zu haben wären; doch vergebens: keiner kaufte sie. Am 25. Juni 1788 verlängerte Mozart die Subskriptionszeit bis 1789, auch das war umsonst. Wien zog kleinere Geister vor, Kozeluch, Dittersdorf, Hummel, Duschek, Eberl,Gyrowetz, und wie sie alle hießen. Mit seelenaufrührender Musik wollte man nichts zu tun haben. Am 23. April 1787 war in „Cramers Magazin der Musik“ (Hamburg) der Bericht des Wiener Korrespondenten über den auf Abwege geratenen Mozart erschienen: „Schade, daß er sich in seinem künstlichen und wirklich schönen Satz, um ein neuer Schöpfer zu werden, zu hoch versteigt, wobei freylich Empfindung und Herz wenig gewinnen,seine neuen Quartetten sind doch wohl zu stark gewürzt – und welcher Gaumen kann das lange aushalten.“ Dasselbe Magazin bestätigte ihm denn auch  im Jahr 1789, „daß er einen entschiedenen Hang für das Schwere und das Ungewöhnliche hat“, was wohl auch kaum zu leugnen ist. Ob Mozart zur Zeit dieser Quintette und ihrer Ablehnung das Honorar von hundert Dukaten für den Prager Auftrag des „Don Giovanni“ schon ausgegeben oder noch nicht erhalten hatte, wissen wir nicht.“

 

 

 

 

hildesheimer_wolfgang
Wolfgang Hildesheimer (9 december 1916 – 21 augustus 1991)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Anna Gavalda werd geboren op 9 december 1970 in Boulogne-Billancourt. Na haar literatuurstudie werkte Gavalda achtereenvolgens als verkoopster, arbeidster en au pair, en schreef ze een stuk of wat boeketromannetjes. Vervolgens besloot ze het in de literaire sector te proberen. Haar eerste verhalenbundel, Je voudrais que quelqu'un m'attende quelque part, uit 1999 was meteen een schot in de roos. Het boek ging over de toonbank als warme broodjes en werd door de lezers gehonoreerd met de Grand Prix RTL-Lire 2000.

 

Uit: Ensemble, c'est tout

 

„Paulette Lestafier n’était pas si folle qu’on le disait. Bien sûr qu’elle reconnaissait les jours puisqu’elle n’avait plus que ça à faire désormais. Les compter, les attendre et les oublier. Elle savait très bien que c’était mercredi aujourd’hui.

D’ailleurs elle était prête ! Elle avait mis son manteau, pris son panier et réuni ses coupons de réductions. Elle avait même entendu la voiture de la Yvonne au loin… Mais voilà, son chat était devant la porte, il avait faim et c’est en se penchant pour reposer son bol qu’elle était tombée en se cognant la tête contre la première marche de l’escalier.

Paulette Lestafier tombait souvent, mais c’était son secret. Il ne fallait pas en parler, à personne.

«À personne, tu m’entends? » se menaçait-elle en silence.

«Ni à Yvonne, ni au médecin et encore moins à ton garçon…»

Il fallait se relever lentement, attendre que les objets redeviennent normaux, se frictionner avec du Synthol et cacher ces maudits bleus.

Les bleus de Paulette n’étaient jamais bleus. Ils étaient jaunes, verts ou violacés et restaient longtemps sur son corps. Bien trop longtemps. Plusieurs mois quelquefois…

C’était difficile de les cacher. Les bonnes gens lui demandaient

pourquoi elle s’habillait toujours comme en plein hiver, pourquoi elle portait des bas et ne quittait jamais son gilet.

 

Le petit, surtout, la tourmentait avec ça :

– Alors mémé? C’est quoi ce travail ? Enlève-moi tout ce bazar, tu vas crever de chaud !

Non, Paulette Lestafier n’était pas folle du tout. Elle savait que ses bleus énormes qui ne partaient jamais allaientlui causer bien des ennuis un jour…“

 

 

 

Gavalda
Anna Gavalda (
Boulogne-Billancourt,
9 december 1970)

 

 

 

 

 

 

De Hongaars-Duirse schrijver Ödön von Horváth werd geboren op 9 december 1901 in Fiume. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2007.

 

Uit: Geschichten aus dem Wiener Wald

 

“Marianne: Ich hab mal Gott gefragt, was er mit mir vorhat. – Er hat es mir aber nicht gesagt, sonst wär ich nämlich nicht mehr da. -Er hat mir überhaupt nichts gesagt – Er hat mich überraschen wollen.

Oskar: Marianne! Hadere nie mit Gott!

Marianne: Pfui! Pfui! Sie spuckt aus.

Stille.

Oskar: Mariann. Gott weiß, was er tut, glaub mir das.

Marianne: Kind! Wo bist du denn jetzt? Wo?

Oskar: Im Paradies.

Marianne: So quäl mich doch nicht –

Oskar: Ich bin doch kein Sadist! Ich möchte dich doch nur trösten. – Dein Leben liegt doch noch vor dir. Du stehst doch erst am Anfang. –Gott gibt und Gott nimmt.

Marianne: Mir hat er nur genommen, nur genommen –

Oskar: Gott ist die Liebe, Mariann – und wen er liebt, den schlägt er –

Marianne: Mich prügelt er wie einen Hund!

Oskar: Auch das! Wenn es nämlich sein muss.

-

Mariann. Ich hab dir mal gesagt, dass ich es dir nie wünsch, dass du das durchmachen sollst, was du mir angetan hast – und trotzdem hat dir Gott Menschen gelassen – die dich trotzdem lieben – und jetzt, nachdem sich alles so eingerenkt hat. – Ich hab dir mal gesagt, Mariann, du wirst meiner Liebe nicht entgehn-

Marianne: Ich kann nicht mehr. Jetzt kann ich nicht mehr –

Oskar: Dann komm-

 

 

 

 

horvath2
Ödön von Horváth (9 december 1901 – 1 juni 1938)

 

 

 

 

 

 

De Tsjechische psycholoog, schrijver en dichter Jan Křesadlo (pseudoniem van Václav Jaroslav Karel Pinkava) werd geboren op 9 december 1926 in Praag. Zie ook mijn blog van 9 december 2006.

 

 

Uit: The Purple Anachorete (fragment)

 

"With green-tinged light, behold, the west was blazing,

in slowly waning, dying conflagration,

after the sun's great disc had settled, lazing,

in its gold-purple furnace of cremation,

out-spanned in splendid vaulted meditation,

hovering, still, inviting breathless gazing:

Yet by-and-by the outspread molten glory

began to fade and greener grew each storey.

 

And in that green, a castle silhouetting,

arching like backs of dragons or related

monsters, drawn-out, sinuous, outward setting

in droves against clouds green and corrugated,

above the panoply of roofs grey-slated -

feasting the eye, as dark clouds drew their netting

over the stage where bristling gothic spires

and battlements stemmed the horizon's fires.

 

Infiltrating the skies, with jackdaws ridden,

flurries of bats began to make impression,

leaving their hideaways and dens, well-hidden

and setting off in one prolonged procession,

in their perambulating intercession

then swiftly dwindling, by far distance bidden,

winged coenobites heading for far places:

Their cordon whirled in strands and braided traces..."

 

 

 

Vertaald door VZJ Pinkava

 

 

 

 

Kresadlo
Jan Křesadlo (9 december 1926 - 13 augustus 1995)

 

 

 

 

De Wit-Russische (Belarussische) dichter, journalist en criticus Maksim Bahdanovič werd geboren op 9 december 1891 in Minsk. Zie ook mijn blog van 9 december 2006.

 

 

"Above the white down of the cherries. . ."

 

De la musique avant toute chose.    

P. Verlaine        

 

 

Above the white down of the cherries,

Like blue fire, soaring high,

Cleaving, weaving pathways, light and

Swift — a blue-winged butterfly.

 

All around the air is trembling

With the sun in golden strings,

And almost too quiet for hearing

It strums them with trembling wings.

 

And in waves the song is pouring,

Gentle gleaming paean to spring.

Is it not my heart that carols?

Is it not my heart that sings?

 

Is it not a bell-voiced zephyr,

Whispering in the thin plants, hides?

Or perhaps the tall dry rushes

Rustling at the waterside?

 

Not for us to understand it,

Nor discover it, nor learn:

The notes flying, quivering, ringing,

Let me not to thinking turn.

 

Song bursts forth and gushes into

The great world, unfettered, free.

But who is it that will hear it?

The poet alone, maybe.

 

 

 

 

 

TO S. PAŁUJAN

(Triolet)

 

You were, like the moon, alone:
You lonely lived, you lonely died.
Though wide the world with people sown,
You were, like the moon, alone.
Beauty and light, expanses wide
You sought — and, far from everyone,
You were, like the moon, alone:
You lonely lived, you lonely died.

 

 

Vertaald door Vera Rich

 

 

 

 

Bahdanovic
Maksim Bahdanovič (9 december 1891 – 25 mei 1917)

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Milton werd geboren op 9 december 1608 in Londen. Zie ook mijn blog van 9 december 2006.

 

 

ON HIS HAVING ARRIVED AT THE AGE OF TWENTY-THREE

 

HOW soon hath Time, the subtle thief of youth,

Stolen on his wing my three-and-twentieth year!

My hasting days fly on with full career,

But my late spring no bud or blossow shew'th.

Perhaps my semblance might deceive the truth

That I to manhood am arrived so near;

And inward ripeness doth much less appear,

That some more timely-happy spirits endu'th.

Yet, be it less or more, or soon or slow,

It shall be still in strictest measure even

To that same lot, however mean or high,

Toward which Time leads me, and the will of Heaven.

All is, if I have grace to use it so,

As ever in my great Task-Master's eye.

 

 

 

 

Milton
John Milton (9 december 1608 – 8 november 1674)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en sceenwriter James Dalton Trumbo werd geboren op 9 december 1905 in het plaatsje Montrose in Colorado. Dalton groeide op in Grand Junction waar zijn ouders in 1908 naartoe verhuisden. Tijdens zijn universiteitsperiode besefte hij dat hij schrijver wilde worden. Toen zijn vader ontslagen werd volgde Dalton het gezin naar Los Angeles, waar hij zich inschreef aan de University of South California. Hij kon zijn studie niet afmaken omdat hij na de dood van zijn vader in 1926, de zorg voor het gezin op zich moest nemen. Hij had verschillende baantjes. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de Davis Perfection Bakery. Dit werk heeft hij jaren gedaan. In deze jaren bleef hij schrijven, meest korte verhalen. Hij verkocht verhalen en schreef zijn eerste roman Eclipse die in 1934 verscheen. In datzelfde jaar kon hij eindelijk de bakkerij vaarwel zeggen omdat hij een baan kreeg als reader bij Warner Bros. Al snel leidde dat tot een baan als junior screenwriter op de afdeling B-films. In oktober 1947 moesten de filmmensen tegen wie een verdenking gekoesterd werd, voor de House Un-American Activities Committee verschijnen. Tien van de gedaagden weigerden antwoord te geven. Dit werd gezien als minachting van de rechtbank en daarvoor werden de tien veroordeeld tot gevangenisstraffen van ongeveer een jaar. Dalton Trumbo was één van hen. De tien werden ook door Hollywood op de zwarte lijst geplaatst. Trumbo heeft 10 maanden in de gevangenis gezeten. Na zijn vrijlating vertrok hij eerst na Mexico, waar hij stug doorging met schrijven. De welvarende tijd was echter voorbij. In de jaren vijftig heeft hij onder pseudoniem een dertigtal scripts geschreven. Voor twee daarvan, Roman Holiday (1953) en The brave one (1957) kreeg hij de oscar hoewel de Academy zich daar niet van bewust was.

 

Uit: Johnny Got His Gun

 

„He shot up through cool waters wondering whether he'd ever make the surface or not. That was a lot of guff about people sinking three times and then drowning. He'd been rising and sinking for days weeks months who could tell? But he hadn't drowned. As he came to the surface each time he fainted into reality and as he went down again he fainted into nothingness. Long slow faints all of them while he struggled for air and life. He was fighting too hard and he knew it. A man can't fight always. If he's drowning or suffocating he's got to be smart and hold back some of his strength for the last the final the death struggle.

He lay back quietly because he was no fool. If you lie back you can float. He used to float a lot when he was a kid. He knew how to do it. His last strength going into that fight when all he had to do was float. What a fool.

They were working on him. It took him a little while to understand this because he couldn't hear them. Then he remembered that he was deaf. It was funny to lie there and have people in the room who were touching you watching you doctoring you and yet not within hearing distance. The bandages were still all over his head so he couldn't see them either. He only knew that way out there in the darkness beyond the reach of his ears people were working over him and trying to help him.

They were taking part of his bandages off. He could feel the coolness the sudden drying of sweat on his left side. They were working on his arm. He felt the pinch of a sharp little instrument grabbing something and getting a bit of his skin with each grab. He didn't jump. He simply lay there because he had to save his strength. He tried to figure out why they were pinching him. After each pinch there was a little pull in the flesh of his upper arm and an unpleasant point of heat like friction. The pulling kept on in short little jerks with his skin getting hot each time. It hurt. He wished they'd stop. It itched. He wished they'd scratch him.““

 

 

 

dalton_trumbo_hat
Dalton Trumbo (9 december 1905 – 10 september 1976)