02-12-16

Frédéric Leroy, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle, George Saunders, Botho Strauß, Jacques Lacarrière, Iakovos Kampanellis, Eric L. Harry

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

De zwangerschap
van mevrouw Alighieri

Maand 1

god neemt een bad

Mijn god, meer nog dan van uitregenen
in de douche geniet jij van een ligbad,
leg jij, oceaanheerser, loom je torso
te weken in lauw, amniotisch vocht,
met je tenen als sidderalen gekruld
rondom de badstopketting, je knieën
als kliffen uit het sop, orchestreer je
een odyssee – vanuit zeemeeuwperspectief
bedenk je monsters in de schuimkoppen,
bestuur je knisperende blastomeren,
goedaardige blaasjes op het watervlies.

Vooruit, dwaze piraat, laat varen
die hoop op onsterfelijkheid en kaap,
de kling geklemd tussen de tanden
en met schattenjachten opgetekend
in het logboek van je gedachten
die zwalpende éénmanssloep,
een schuimpje dat aanzwelt
tot een nieuwe wereld.

 

***

Er zit een ezelskaakbeen verborgen
in de noordenwind en het klieft en sist er
als een slang, een willekeurige god
die het tot mens wil schoppen
daalt (zo beweren kwade tongen)
door alle negen hellekringen
negen maanden lang
en wordt geboren
uit een vrouw.

Kijk om je heen, ook jij bevindt je
met je doorweekte rimpelvoeten
nu al in het voorgeborchte

je hart is groot
als papaverzaad.

 

 
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

Lees meer...

02-12-15

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle, George Saunders, Jacques Lacarrière

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

Laatste oriëntatie: het falen van de queeste

Stilstaan
in een anonieme straat
ach vooruit, een boulevard
met de naam van een generaal
die nooit een oorlog heeft gevochten
ergens tussen nummer 10 en nummer 12
(omdat je je ook tussen de nummers kunt ophouden)
terwijl je voelt hoe een krentengezicht je begluurt
vanuit nummer 7 omdat je gekeerd staat
naar nummer 9 en wie weet wat daar
nog achter de gordijnen
schuilt.

Je wou de stad zien

maar keer op keer wanneer je meende
eindelijk oog in oog te staan met het monster
verscheen opnieuw het woud, het vertrouwde treurspel
van predator en prooi – het ogenblik dat bevriest
tussen het in aarde wroeten en het graaien
van klauwen in, wanneer bomen
van elkaar gaan verschillen.

Je verstopt
zorgvuldig uitgekozen woorden
tussen de bakstenen en luistert hoe ze ruisen
als eikenbladeren terwijl je voortschrijdt en hoopt
op een zwerm onnavolgbare vogels, een luchtschip
met fiere zwarte zeilen.

 

 

Blankenberge

Zij (belegen sloerie)
speelt het link, doet zich voor
als dame, koketteert en vouwt zich open
als een strandparasol, deelt vanille-ijs uit
en verse Berlijnse bollen, kirt van plezier
tijdens hoge, dwaze rondjes op de velodroom,
wuift als een diva naar de uitzinnige massa
die haar schelpjes voor de voeten gooit;
men adoreert haar, likt haar tenen,
offert haar klaprozen uit cellofaan
en op de stadhuisvlag prijken
(als smaakloos eerbetoon)
haar blanke borsten.

Maar, onder haar zware rokken
stinkt ze naar algen – het is leedvermaak
dat ze als zandkorrels hoorbaar laat knarsen
(wanneer tevergeefs een halfdappere augustuszon
zich in staketselhout vast probeert te bijten,
zware golven de zomerkleuren wegspoelen
met vunzig, schuimend water).

Zij, ach ja, zij
is oorspronkelijk – de gestrande gedachte
van een garnaalvisser die zwijgend de kim beloert
(de ruggengraat tussen land en zee geklemd,
op zijn schouders het tumult van kleiduivels
die van de zee niet weten, kermissen houden,
dansen rond het vuur),

en met betonnen vingers grijpt ze
naar de hemel, terwijl klokkengeluid
alweer een nieuw kadaver aankondigt
in deze stad van stervenden, deze kanker
die gulzig teert op bejaardenrot.
Zij, mijn lief,
is een viswijf dat ruikt naar pis,
voorbijgangers te lijf gaat met droge wijting,
zand in open ogen strooit,
en toch, en toch,
mijn bleke geuzenhart draagt haar
hoog als het schuim op de golven.

 

 
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)
Blankenberge vanuit de lucht

Lees meer...

02-12-14

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle, George Saunders

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

Aanzoek

Of ze wilde trouwen

nog dezelfde dag
maar dan blootsvoets en in gebroken
leeuwentandenwit en alleen
als het regenen zou

ik lachte omdat lachen
nog net in mijn macht lag
en zij schopte met een grimas
de schoenen uit

haar lege schoenen botsten
over het vergeelde gras en het regende
zoals het nog nooit geregend had

het werd een huwelijk

haar handen droegen plechtig
een paar dode insecten ik hield
van haar en zij waarachtig veel
van de geur van natte aarde.

 

 

Dagelijks brood

3.
Maar verval nu ook weer niet
in mensonterend ontzag, nee

meet je liever een goddeloze
glimlach aan of vloek en trek
je kleren uit, laat mij kruimels
strooien in je lies, op je hals
met bebloemde vingers wolken
achterlaten, want laat ons geven

wat we aan elkaar ontbreken,
samen zweren, zoals behoort,
dat we bij brood alleen niet
zullen leven (maar bij alle woord).

 

 

Maritiem

Als je dan toch al zou willen, volle vrouw,
dat ik je lichaam met de zee vergelijk, hoop dan niet
op rollende verzen en opspattend woordenschuim
dat wit als de meeuwenborst of de stranden van Aitutaki
triomfeert in het zonlicht, maar hou ogen en neusgaten open,
verwacht een lading zure guano en de stank van algen,

dan breng ik je een lallend zeemanslied over scheurbuik
en gezwellen in kabeljauwlever, een ode aan de onregelmatigheid
van geïncrusteerde parasieten op die glibberige golfbrekers van je,
ach ja, misschien wat ongezouten piratenpraat bovenop, een slag
in het gezicht met een rotte, afgeknauwde droogvis,

en weet dat deze matroos nog het meeste houdt
van die mosselbaard die stug tussen je dijen pronkt.

 

 
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

Lees meer...

02-12-13

Botho Strauß, Frédéric Leroy, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle

 

De Duitse schrijver Botho Strauß werd geboren op 2 december 1944 in Naumburg an der Saale. Zie ook alle tags voor Botho Strauß op dit blog.

Uit: Lichter des Toren

„Mit seinem Bruder, einem Kretin, ging der Junge die Landstraße hinaus. Wie steif und verordnet er schritt! Nicht mal hätte man sagen können, wer von beiden der Ältere war, der Begleiter oder das rundköpfige, tapsige Wesen, das er ausführte, eines von seinem eigenen Fleisch und Blut. Der Idiot hielt den Kopf gesenkt, und es lächerte ihn grundlos, im wesentlichen und schlechthin. Der Imbezille ist jemand ohne Stab (bacillum). Der gerade Bruder war ihm einer, er ging bei ihm eingehängt. Manchmal zuckte der Gerade mit dem Arm, so wie eine steife Gattin ihren betrunkenen Mann vom Torkeln abhält und an sich zieht. Ja, er riß sogar an ihm und zerrte ihn in einen festeren Schritt. Doch der Schwachsinnige unterbrach sich nur kurz und begann sogleich wieder sein hohes, wimmerndes Kichern, als wär’s die einzige Äußerung, Belustigt sein, die sich ihm gleichsam von Gott mitgeteilt hatte über die Menschen, die einzige zu mindest, die ihn in eine höhere Übereinstimmung zu versetzen schien. Es war beinah, als diene er einem leisen Dauergelächter, das aus den Sphären über die Erde erging, als Medium. Als wäre er willenlos wie eine Muschel bereit zum ewigen Wiedertönen. Unterwegs griff der Junge, der zum Ausgang mit dem Idioten angestellte Bruder, in seine Hosentasche, nahm ein großes Taschen tuch heraus und ließ den Kichernden sich darin schneu zen, so wie Mütter es mit rotztriefenden Kindern tun. Und gerade hierin, wie also der Bruder vor sich und den Leuten im Dorf den überlegenen Erwachsenen hervorkehrte, unbeholfen und geniert, hätte es für den Betreuten einen unmittelbaren Kitzel zum Kichern gegeben. Doch der Idiot ward ja aus unendlicher Ferne belustigt und spürte neben sich gar nichts“.

 

 
Botho Strauß (Naumburg, 2 december 1944)

Lees meer...

02-12-12

Advent, Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle

 

Bij de Eerste Advent

 

 

Robert Campin (1375/1379–1444)

De aartsengel Gabriël verkondigt aan Maria de komst van Jezus

 

 

Advent

 

Advent is wachten. Wachten met verlangen
totdat het eindelijk gebeuren gaat
wat werd voorspeld in de profetenzangen;
wachten, tot God het Woord vervult in daad.

 

Advent is luist'ren. Luist'ren en verlangen
totdat de hemel lichtend opengaat
en je omspoeld wordt door de eng'lenzangen;
luisteren, totdat je hart meezingen gaat.

 

Advent is komen. Komen met verlangen
naar Bethlehem, waar God vlak voor ons staat
en onze mond vervult met nieuwe zangen
en waar geloof verandert in de daad.

 

Advent is bidden. Bidden vol verlangen
opdat Gods rijk van vrede komen gaat;
en Hij ons op de nieuwe aarde zal ontvangen
waar ons verlangen in aanbidding overgaat.

 

 

 

Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)

Lees meer...

02-12-11

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

De nood aan vaste middelpunten

 

Het staat ook in de reisgids: de kennismaking met de stad
begint niet aan de poorten maar in het hart, het plein
waar guillotines blinken tussen bloemen en fruit.
Rechtdoor en links zegt u? De man met glazen benen
bedankt het bloemenmeisje, zet de eerste stappen

 

in het stenen labyrint. Hij is nieuw hier maar declameert
luid en met overtuiging het unieke van elke stoeptegel,
van elk nastarend gezicht – uniek zoals ook woorden
strijdbaar van elkaar willen verschillen (vreemdeling
en vreemdeling twee anderen zijn). Zijn glazen benen

 

vertonen barsten maar dat deert hem niet: de stad is mooi
en geurt naar honderd verschillende kruiden tegelijk.

 

 

 

 

De avonden

 

Ik ben ze gaan liefhebben:

 

de avonden - hoe ze zwart
op de klaver druipen en ik
ze met open deur opwacht

 

stoet van stinkende nonnen

 

hoe ik dan niets heb dan wijn en brood
en hoe ze daar genoegen mee nemen

 

maar nooit blijven willen, rusteloos zijn

 

als uit hun rokken schatten vallen
eieren die over de houten vloer
stuiteren, onder meubelen rollen
nachtelijk worden uitgebroed

 

god weet tot welke monsters.

 

De avonden. Telkens
wat vozer, wat roestiger
wat meer vooringenomen.

 

 

 

 

Ondraaglijke lichtheid

 

In het raam een meisje, jong nog en vrijwillig
machteloos, overtollige zwaarte heeft ze
vrolijk naast zich neergelegd: want zij is licht
en vluchtig, in essentie een uitgehold raadsel
dat moeiteloos de kunst verstaat van het verdwijnen
in de alledaagsheid: zij is de fluisterstem,
de vogelvlucht, het trillen van het spinnenweb,
het licht dat uitdooft op de bodem van de put.

 

Zij is,

 

in het raam een meisje, een schatje en ze werkt
je danig op de zenuwen – je hebt een borrel nodig,
denk je, maar bij elke slok wordt je lichaam
weer wat zwaarder, een gapend gravitatieveld.

 

 

 

Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

Lees meer...

02-12-10

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook mijn blog van 2 december 2006 en mijn blog van 24 november 2007 en ook mijn blog van 2 december 2007 en ook mijn blog van 2 december 2008 en ook mijn blog van 2 december 2009.

 

 

Heiden

 

De zon scheen vaker. Aan de dingen kleefden
nog de namen, uitnodigend, uitwisselbaar
als losse plaatjes, zodat ik rozenstruiken
krokodillen ging noemen, mezelf krijger.

 

Wreedheid was een deugd, rauw geweld
iets voor helden (dat wat heerste onder
de zomerzon, triomfeerde, regenwormen
in stukken hakte). Ik lachte vaker toen.

 

In een wereld van gras en pluizen was ik
heidens blond, wist van god noch gebod
maar hield van het witgekalkte kapelletje
verderop - plukte plechtig kruisspinnen.

 

Ik schiep een pantheon van gedrochten,
krioelend in glazen confituurpotten.

 

 

 

Dagelijks brood

 

zondag

 

1.

 

Sluit de heilige boeken en weet
liefste, dat voor een openbaring
deze homp op de keukentafel,
hier en nu, voor ons, eenzaam
addergebroed, genoeg kan zijn

 

want vergis je niet in eenvoud,

 

dit gebroken boerenbrood is
volmaakt als de middagzon.

 

 

 

 

Dodenmars

 

En draal niet en maal niet maar sta

nu smalend uit de doden op en klop

de nacht uit loden lakens. Gooi de luiken

open, stap de kamer uit en zet de pas erin,

maar kijk niet om, niet om, nooit om, en ga

niet na of kruimels door harpijen worden opgepikt,

vergeet hoe uit de verte een geliefde je naam roept,

tel je stappen maar herval niet in stilstand, word

geen zoutpilaar, treur niet om afgehakte vingerkootjes,

weggeworpen sieraden, kledingstukken bij elke hellepoort,

vergeet hoe lijken in zee werden gegooid, bijeengeraapt,

hoe klauwen werden geplant in de zwakste van de kudde,

in het weke deel, je weekste vlees, je hagedissenstaart,

je pars pro toto.

 

 

 

 

Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

 

 

 

Lees meer...

02-12-09

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, George Saunders, T. C. Boyle, Eric L. Harry


De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook mijn blog van 2 december 2006 en mijn blog van 24 november 2007 en ook mijn blog van 2 december 2007 en ook mijn blog van 2 december 2008.

 

 

Poëzie

Overdrijf nu niet – zij is lang
geen heldin met ontblote borst
die over lijken van de vijand stapt
en tirannen onthoofdt, noch de fakkel
van de humanisten, heilige belofte
van gelijkheid en broederschap,
blauwe fee die hout tot vlees maakt,
dan tot duurzaam aluminium, bron
van eeuwige jeugd of miraculeuze brug
over de vuurzee.

Nee, zij is geen fata morgana
maar de vuurzee zelf, lichtekooi
met tuberculose, vulgaire slet
die zwarte nagels in je rug plant,
infecties zaait, de laffe slag
van het ezelskaakbeen, schreeuw
van de vermoorde, geneuzel
van de bronstige sjamaan, lied
over de wereldslang en het ei

dat breken zal.

 

 

 

 

Schoolplein

 

Dat ik hier nu weer sta en over de muren

 

gluur naar het plein en hoe de bel dan gaat,

de hel bevriest, ik mijn vertrapte zelf opraap,

in de rij ga staan, de broek gladstrijk, hoe zij,

nu ook weer hier, het ijle, vlasblonde meisje,

ach, hoe zij dan hap in de appel stapt en hap

door die zure groene bol hapt en naast me

staat met een rake krakende appelhap,

bloedend op het witte vruchtvlees trapt.

 

Nee. Dat ik nu hier weer sta en zwijgend

naar een keurig ontruimd speelplein staar,

en hoe met z’n rattentanden de kindertijd

schuldig is en ettert als geschaafde knieën,

strijdbaar geurt naar gras en melk en krijt.

 

 

 

 

Onrust

Over de pijnboomgrens wacht de maan halfvol
en geel als een zuurtje op alarmfase twee
van het nachtelijk rampenplan.
‘Er lijkt wat,’
fluister je, ‘er lijkt wat in het gras te leven.’

 

maar ook jij weet: dit is geen leven, dit is
het stuiptrekkend sterven van iets jong
en vormloos.
‘Wat dan’’ Noem het
een gedachte, noodlottig in het gras verloren
door dat meisje in haar witte jurk (deze middag,
toen de zon scheen en er gezongen werd).

 

Jij legt je te slapen, naakt onder de bedsprei,
beeldt je stilte in, ik streel je haren en jij
ontwerpt zelfs een glimlach,

alles lijkt vredig,
terwijl de wind zich door de kieren sleept.

 

 

 

 

 

 

Leroy
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Botho Strauß werd geboren op 2 december 1944 in Naumburg an der Saale. Zie ook mijn blog van 2 december 2007 en ook mijn blog van 2 december 2008.

 

Uit: Ithaka

 

Oberes Gemach der Penelope. Halbverdeckt von der Rückenlehne sitzt die Fürstin auf ihrem Thronsessel. Ihr gegenüber auf einem Schemel Amphinomos, ein junger Freier.

 

PENELOPE Amphinomos. Du allein weißt nun, wie ich, die Bittere, lebe. Daß mein Gesicht vom Lächeln träumt wie von einer fernen Jugendfreude. Ich sehe, daß du ein Herz besitzt.

Ja, ein Herz. Anstand. Liebenswürdigkeit. Daß du mich achtest und dich nicht scheust, in die schwarze Flamme zu blicken, die ich bin — die mich verzehrt.

AMPHINOMOS Was von Eurem Rätsel ist mir begreiflich’ Was werde ich nie verstehen’

PENELOPE Du hast diesen riesigen Leib. Er zwingt dich, immer aufrecht zu sitzen. Ich halte mich gerade. Damit mir der Bauch nicht ans Kinn stößt. Du mußt dich langsam bewegen, mußt immer langsam gehen, gerade sitzen, gerade lehnen. Aber es gibt Stunden, da möchtest du dich verkriechen. Gar nicht so einfach, irgendwo einen Schlupfwinkel zu finden mit dem Leib, wo du dich verkriechen kannst, wie dir zumute ist.

AMPHINOMOS Die Fürstin könnte sich in eine entfernte Kammer zurückziehen, unerreichbar für die Rufe der Freier.

PENELOPE Dabei wispert's in mir, drinnen bin ich eine kleine, zarte Person. Draußen fällt Licht auf meine speckige Haut. Ich glänze wie eine schwitzende Stute. Drinnen kauere ich, schleiche wie ein Schatten auf der Mauer... Hat man aber einmal von mir den Koloß gesehen, so wird man nicht mehr nach dem zerbrechlichen Wesen fragen, das da drinnen lebt.

AMPHINOMOS Die Fürstin darf nicht erwarten, daß die Vorstellungskraft eines Menschen ausreicht, um gegen die Leibesfülle, die er vor Augen hat, anzukämpfen und sich ein Bild zu erschaffen von der mageren, der entbehrungsvollen, der wahren Fürstin.  Allein die Hände. Die Finger sind zahlreich mit

Ringen bestückt .. .

PENELOPE Nur um von den feisten Klumpen selber abzulenken!

Die Hände, du siehst es, liegen weit oben, knapp unterhalb der Leistengegend, ein wenig nach innen verdreht, liegen gleich vorn auf den Fleischkissen der Oberschenkel. Meist stehen

die Ellbogen ein wenig ab, wenn ich mich aufstütze. Ich sehe dann aus wie eine Marktfrau, die mit dem richtigen Hintern auf dem richtigen Fleck sitzt. Doch die bin ich nicht.

Amphinomos! Befreie die Gefangene aus der Götzenstatur ihres Leibes! Durchschau, ich bitte, alles Stattliche, Große an mir! Befrei das zarte Geschöpf, dessen Rufe — elende, verzweifelte

— du deutlich vernimmst aus der Tiefe dieses Kolosses!

Auf der Kante des Ölbaumbetts sitzen die Drei fragmentarischen Frauen. Von der einen leuchtet nur das Knie. Von der anderen nur das Handgelenk. Von der Dritten nur im ausgeschnittenen Kleid das linke Schlüsselbein.

AMPHINOMOS Das kann ich nicht.’

 

 

 

 

 

Boto_Strauss
Botho Strauß (Naumburg, 2 december 1944)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ann Patchett werd geboren in Los Angeles op 2 december 1963. Zie ook mijn blog van 2 december 2007 en ook mijn blog van 2 december 2008.

 

Uit: Run

 

Bernadette had been dead two weeks when her sisters showed up in Doyle's living room asking for the statue back. They had no legal claim to it, of course, she never would have thought of leaving it to them, but the statue had been in their family for four generations, passing down a maternal line from mother to daughter, and it was their intention to hold with tradition. Bernadette had no daughters. In every generation there had been an uncomfortable moment when the mother had to choose between her children as there was only one statue and these Irish Catholic families were large. The rule in the past had always been to give it to the girl who most resembled the statue, and among Bernadette and her siblings, not that the boys ever had a chance, Bernadette was the clear winner: iron rust hair, dark blue eyes, a long, narrow nose. It was frankly unnerving at times how much the carving looked like Bernadette, as if she had at some point modeled in a blue robe with a halo stuck to the back of her head.

‘I can't give it to you,’ Doyle said. ‘It's in the little boys' room, on the dresser. Tip and Teddy say a prayer to it at night.’ He kept his eyes on them steadily. He waited for an apology, some indication of backing down, but instead they just kept staring right at him. He tried again. ‘They believe it's actually a statue of her.’

‘But since we have daughters,’ Serena said, she was the older of the two, ‘and the statue always passes on to a daughter—’ She didn't finish her thought because she felt the point had been made. She meant to handle things gracefully.

Doyle was tired. His grief was so fresh he hadn't begun to see the worst of it yet. He was still expecting his wife to come down the stairs and ask him if he felt like splitting an orange. ‘It has in the past but it isn't a law. It can go to a son for one generation and everyone will survive.’

They looked at each other. These two women, these aunts, had supported their now dead sister in her limitless quest for children but they knew that Doyle didn't mean for the family's one heirloom to pass to Sullivan, his oldest son. He meant for the statue to go to the other ones, the ‘little boys’ as everyone called them. And why should two adopted sons, two black adopted sons, own the statue that was meant to be passed down from redheaded mother to redheaded daughter’’

 

 

 

 

patchett
Ann Patchett (Los Angeles, 2 december 1963)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver George Saunders werd geboren op 2 december 1958 in Chicago. Zie ook mijn blog van 2 december 2007 en ook mijn blog van 2 december 2008.

 

Uit: Pastoralia

 

“This morning I go to the Big Slot and find it goatless. Instead of a goat there’s a note:

Hold on, hold on, it says. The goat’s coming, for crissake. Don’t get all snooty.

The problem is, what am I supposed to do during the time when I’m supposed to be skinning the goat with the flint’ I decide to pretend to be desperately ill. I rock in a corner and moan. This gets old. Skinning the goat with the flint takes the better part of an hour. No way am I rocking and moaning for an hour.

Janet comes in from her Separate Area and her eyebrows go up.

‘No freaking goat’ she says.

I make some guttural sounds and some motions meaning: Big rain come down, and boom, make goats run, goats now away, away in high hills, and as my fear was great, I did not follow.

Janet scratches under her armpit and makes a sound like a monkey, then lights a cigarette.

‘What a bunch of shit,’ she says. ‘Why you insist, I’ll never know. Who’s here’ Do you see anyone here but us’’

I gesture to her to put out the cigarette and make the fire. She gestures to me to kiss her butt.

‘Why am I making a fire’’ she says. ‘A fire in advance of a goat. Is this like a wishful fire’ Like a hopeful fire’ No, sorry, I’ve had it. What would I do in the real world if there was thunder and so on and our goats actually ran away’ Maybe I’d mourn, like cut myself with that flint, or maybe I’d kick your ass for being so stupid as to leave the goats out in the rain. What, they didn’t put it in the Big Slot’’

I scowl at her and shake my head.

‘Well, did you at least check the Little Slot’’ she says. ‘Maybe it was a small goat and they really crammed it in. Maybe for once they gave us a nice quail or something.’

I give her a look, then walk off in a rolling gait to check the Little Slot.

Nothing.

‘Well, freak this,’ she says. ‘I’m going to walk right out of here and see what the hell is up.’

But she won’t. She knows it and I know it. She sits on her log and smokes and together we wait to hear a clunk in the Big Slot.

About lunch we hit the Reserve Crackers. About dinner we again hit the Reserve Crackers.

No heads poke in and there’s no clunk in either the Big or Little Slot.

Then the quality of light changes and she stands at the door of her Separate Area.”

 

 

 

 

Saunders-George
George Saunders (Chicago, 2 december 1958)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Coraghessan Boyle werd geboren op 2 december 1948 in Peekskill, New York. Zie ook mijn blog van 2 december 2008.

 

Uit: Drop City

 

The morning was a fish in a net, glistening and wriggling at the dead black border of her consciousness, but she'd never caught a fish in a net or on a hook either, so she couldn't really say if or how or why. The morning was a fish in a net. That was what she told herself over and over, making a little chant of it-a mantra-as she decapitated weeds with the guillotine of her hoe, milked the slit-eyed goats and sat down to somebody's idea of porridge in the big drafty meeting room, where sixty shimmering communicants sucked at spoons and worked their jaws.
        Outside was the California sun, making a statement in the dust and saying something like ten o'clock or ten-thirty to the outbuildings and the trees. There were voices all around her, laughter, morning pleasantries and animadversions, but she was floating still and just opened up a millionkilowatt smile and took her ceramic bowl with the nuts and seeds and raisins and the dollop of pasty oatmeal afloat in goat's milk and drifted through the door and out into the yard to perch on a stump and feel the hot dust invade the spaces between her toes. Eating wasn't a private act-nothing was private at Drop City-but there were no dorm mothers here, no social directors or parents or bosses, and for once she felt like doing her own thing. Grooving, right? Wasn't that what this was all about? The California sun on your face, no games, no plastic society-just freedom and like minds, brothers and sisters all?
        Star-Paulette Regina Starr, her name and being shrunk down to four essential letters now-had been at Drop City for something like three weeks. Something like. In truth, she couldn't have said exactly how long she'd been sleeping on a particular mattress in a particular room with a careless warm slew of non-particular people, nor would she have cared to. She wasn't counting days or weeks or months-or even years. Or eons either. Big Bang. Who created the universe? God created the universe. The morning is a fish in a net. Wasn't it a Tuesday when they got here? Tuesday was music night, and today-today was Friday.”

 

 

 

tc-boyle
T. C. Boyle (Peekskill, 2 december 1948)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Eric L. Harry werd geboren op 2 december 1958 in Ocean Springs, Mississippi. Zie ook mijn blog van 2 december 2007.

  

Uit: Invasion

 

Trotz der abendlichen Stunde war die Luft unangenehm. Ein nachmittägliches Gewitter hatte stickige, feuchte Luft zurückgelassen. Captain Jim Hart von den US Army Special Forces kletterte die Leiter zu dem getarnten Hochstand für die Rehjagd hinauf. Mit der Linken umklammerte er die Sprossen der Leiter, mit der Rechten seine H&K Maschinenpistole. Die Gummisohlen seiner Kampfstiefel verursachten keinerlei Geräusch. Oben angekommen, spähte er in den kleinen dunklen Raum, an dessen Wänden Gewehre mit langen Zielfernrohren lehnten. Schwach vernehmbares Schnarchen verriet ihm, wo sich die beiden Männer aufhielten. Sie lagen nebeneinander in offenen Schlafsäcken, deren Reißverschlüsse nicht zugezogen und die oben zurückgeschlagen waren. Offensichtlich wollten sie sich durch die Brise kühlen lassen, die auch in dieser schwülen Nacht herüberwehte.
Hart hängte die MP über seine Schulter und zog sein Messer aus der Scheide. Die fast fünfundzwanzig Zentimeter lange Klinge war von einem dumpfen Schwarz, nur an den Seiten glänzte sie silbrig, da sie an einem an der Scheide befestigten Stein geschliffen worden war.
Vorsichtig kletterte Hart zwischen die beiden Männer in den engen Raum.“

 

 

 

Larry
Eric L. Harry (Ocean Springs, 2 december 1958)

 

02-12-08

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, George Saunders, T. C. Boyle, Eric L. Harry


De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook mijn blog van 2 december 2006 en mijn blog van 24 november 2007 en ook mijn blog van 2 december 2007.

 

 

Holokauston

 

Ook in de herfst hielden we
ons als rovers op in de duinen

 

met haren vol zand en mist
en de opmerkelijke ernst
van een bende tienjarigen
riepen we oktober uit
tot de maand van het bloed

 

de dappersten onder ons
sneden met een ruk hun vingers
aan het helmgras, de rest kleurde
met het sap van braambessen
de handen rood

 

op een klein, cirkelvormig altaar
van schelpen en gedroogde bladeren
verbrandden we joelend een dode mus

 

als je tien bent ruikt de dood
nooit weeïg, wel scherp en rabiaat,
alsof de wereld brandt.

 

 

 

 

 

AQUAREL (voor Danaë)

 

maandag

 

Elk begin is heilig zwanger

 

ook dit

geknetter van insectenvleugels, dit gekras

op rijstpapier, het trage en nagelblanke

losknopen van je bloes, het druppen

van zonlicht op je schouders.

 

(Je navel

is een nauwe doodsspelonk

waarin gorgonen lonken, mijn galjoenen

krakend stranden, een duivelsnest

van beendermeel en afgehakte

handen).

 

Laat je vingers

glijden als gulzige zilvervisjes

door je haren, die zware krullen van je,

een waterval die je losgooit, eensklaps

maar verwacht

 

als regen op een zwoele zomeravond.

 

 

 

 

 

Hoe bij het ontwaken

Hoe bij het ontwaken je lichaam in daagse eenvoud
een publieke plaats is, een zonbeschenen marktplein
dat werelden draagt, zich overweldigend uitvouwt
en koopwaar uitstalt, hoe ik dan stiekem verdwijn

 

in ochtendrumoer, aan meloenen ruik en een druif
meepik, volwaardig het spel van vraag en aanbod
meespeel, slinks met vervalste prijskaartjes schuif,
persoonlijk en vrij van gewetensbezwaren de strot

 

oversnijd van de meest enthousiaste mededingers,
hoe ik vermoedens uitstuur als een doodseskader
van schaduwen, Assassijnen met lange vingers,
een gapende oogwonde en een mond vol ijswater,

 

hoe de hebzucht langs je heen glijdt als een stiletto,
hoe de kruimels resten, hoe de duiven landen: zo.

 

 

 

 

 

 

 

Leroy4
Frédéric Leroy (
Blankenberge, 2 december 1974)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Botho Strauß werd geboren op 2 december 1944 in Naumburg an der Saale. Zie ook mijn blog van 2 december 2007.

 

 

Uit: Die Unbeholfenen

 

„Das Haus, in dem mich die Familie meiner neuen Freundin erwartete, lag draußen vor der Stadt und war das einzige Wohngebäude mitten in einem öden Gewerbepark.

Verloren und trotzig übriggeblieben stand es zwischen den Fertigteilkonstruktionen der Lagerhallen und Containerbüros. Ein dreigeschossiger Fachwerkbau aus späterer Zeit, mit nachempfundenem mittelalterlichen Zierat, galt es seinen jetzigen Bewohnern je nach Laune für das einstige Domizil einer zu Wohlstand gelangten Wahrsagerin oder gar für das Haus des Scharfrichters außerhalb der Stadtmauer. Vor allem Nadjas jüngere Geschwister hielten es für fluchbeladen, wenn sie einmal der Koller der Abgeschiedenheit überkam und sie ihr entlegenes Wohnen als Strafe empfanden. Aber dies geschah eher selten und war allenfalls Ausdruck einer flüchtigen Überreizung, denn man hatte sich ja

freiwillig in die gemeinsame Isolation begeben und von der äußeren Alltagswelt entfernt.

Als erster begrüßte mich der ältere Bruder, ein Mann knapp über dreißig, mit einem Kopf voll silbergrauer Locken und ungewöhnlich breitem Oberkörper. Natürlich sah ich, daß es die Brust eines

Verwachsenen war, die mir auf Anhieb so vertrauenswürdig erschien und bei der ich am liebsten schon jetzt Zuflucht gesucht hätte. Denn ich fühlte mich unversehens entwurzelt, kaum daß ich in dieses mir völlig unbekannte Gemeinschaftsleben eingetreten war. Sein Brustkorb saß beinahe ohne Übergang auf den Oberschenkeln, ein Bauch oder Unterleib war nicht zu erkennen. Er fuhr im Rollstuhl auf mich zu, und ich kann mich nicht erinnern, daß mir der Anblick dieser Mißgestalt in den Zimmern meiner neuen Geliebten auch nur das geringste Unbehagen bereitet hätte.

»Albrecht!« rief er seinen Namen und streckte mir die Hand entgegen. Im selben Moment faßte ich eine überschwengliche Zuneigung zu ihm, ziemlich haltlos und verfrüht. Das einfache Wechselspiel von anziehenden und abstoßenden Kräften, das für gewöhnlich unter noch unbekannten Menschen eine erste Orientierung erlaubt, schien bei mir zu diesem Zeitpunkt außer Kontrolle geraten. Jedenfalls war ich in der fremden Umgebung, die die häusliche meiner mir ebenfalls noch fremden Freundin war, nicht imstande, zwischen Scheu und Überschwang, tiefer Beklommenheit und spontaner Vertrauensseligkeit eine gemäßigte Empfindungslage zu wählen.“

 

 

 

 

botho_strauss2
Botho Strauß (Naumburg, 2 december 1944)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ann Patchett werd geboren in Los Angeles op 2 december 1963. Zie ook mijn blog van 2 december 2007.

 

 

Uit: Bel Canto

 

„When the lights went off the accompanist kissed her. Maybe he had been turning towards her just before it was completely dark, maybe he was lifting his hands. There must have been some movement, a gesture, because every person in the living room would later remember a kiss. They did not see a kiss, that would have been impossible. The darkness that came on them was startling and complete. Not only was everyone there certain of a kiss, they claimed they could identify the type of kiss: it was strong and passionate, and it took her by surprise. They were all looking right at her when the lights went out. They were still applauding, each on his or her feet, still in the fullest throes of hands slapping together, elbows up. Not one person had come anywhere close to tiring. The Italians and the French were yelling, "Brava! Brava!" and the Japanese turned away from them. Would he have kissed her like that had the room been lit? Was his mind so full of her that in the very instant of darkness he reached for her, did he think so quickly? Or was it that they wanted her too, all of the men and women in the room, and so they imagined it collectively. They were so taken by the beauty of her voice that they wanted to cover her mouth with their mouth, drink in. Maybe music could be transferred, devoured, owned. What would it mean to kiss the lips that had held such a sound?

 

Some of them had loved her for years. They had every recording she had ever made. They kept a notebook and wrote down every place they had seen her, listing the music, the names of the cast, the conductor. There were others there that night who had not heard her name, who would have said, if asked, that opera was a collection of nonsensical cat screechings, that they would much rather pass three hours in a dentist's chair. These were the ones who wept openly now, the ones who had been so mistaken.“

 

 

 

 

ann_patchett
Ann Patchett (Los Angeles, 2 december 1963)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver George Saunders werd geboren op 2 december 1958 in Chicago. Zie ook mijn blog van 2 december 2007.

 

Uit: Pastoralia

 

I have to admit Im not feeling my best. Not that Im doing so bad. Not that I really have anything to complain about. Not that I would actually verbally complain if I did have something to complain about. No. Because Im Thinking Positive/Saying Positive. Im sitting back on my haunches, waiting for people to poke in their heads. Although its been thirteen days since anyone poked in their head and Janets speaking English to me more and more, which is partly why I feel so, you know, crummy.

Jeez, she says first thing this morning. Im so tired of roast goat I could scream.

 

What am I supposed to say to that It puts me in a bad spot. She thinks Im a goody-goody and that her speaking English makes me uncomfortable. And shes right. It does. Because weve got it good. Every morning, a new goat, just killed, sits in our Big Slot. In our Little Slot, a book of matches. Thats better than some. Some are required to catch wild hares in snares. Some are required to wear pioneer garb while cutting the heads off chickens. But not us. I just have to haul the dead goat out of the Big Slot and skin it with a sharp flint. Janet just has to make the fire. So things are pretty good. Not as good as in the old days, but then again, not so bad.

 

In the old days, when heads were constantly poking in, we liked what we did. Really hammed it up. Had little grunting fights. Whenever I was about to toss a handful of dirt in her face Id pound a rock against a rock in rage. That way she knew to close her eyes. Sometimes she did this kind of crude weaving. It was like: Roots of Weaving. Some-times wed go down to Russian Peasant Farm for a barbecue, I remember there was Murray and Leon, Leon was dating Eileen, Eileen was the one with all the cats, but now, with the big decline in heads poking in, the Russian Peasants are all elsewhere, some to Administration but most not, Eileens cats have gone wild, and honest to God sometimes I worry Ill go to the Big Slot and find it goatless.

 

 

 

 

Saunders
George Saunders (Chicago, 2 december 1958)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Coraghessan Boyle werd geboren op 2 december 1948 in Peekskill, New York. Zijn jeugd werd bepaald door het alcoholisme van zijn vader. Hij studeerde aan de State University of New York geschiedenis en Engels. Daar begon hij ook met schrijven. Hij studeerde verder aan de University of Iowa en behaalde daar zijn doctorstitel (PH.D.) in de Engelse literatuur van de 19e eeuw. Zijn verhalen en short stories verschijnen regelmarig in verschillende tijdschriften. Sinds 1978 doceert hij aan de University of Southern California, vanaf 1986 als hoogleraar. In 1979 verscheen zijn eerste verhalenbundel Descent of Man“. Inmiddels staan er naast verhalenbundels ook al elf romans op zijn naam.

 

Uit: Talk Talk

 

„She was running late, always running late, a failing of hers, she knew it, but then she couldn't find her purse and once she did manage to locate it (underneath her blue corduroy jacket on the coat tree in the front hall), she couldn't find her keys. They should have been in her purse, but they weren't, and so she'd made a circuit of the apartment — two circuits, three — before she thought to look through the pockets of the jeans she'd worn the day before, but where were they ? No time for toast. Forget the toast, forget food. She was out of orange juice. Out of butter and cream cheese. The newspaper on the front mat was just another obstacle. Piss-warm — was that an acceptable term? Yes — piss-warm coffee in a stained mug, a quick check of lipstick and hair in the rearview mirror, and then she was putting the car in gear and backing out onto the street.
       She may have been peripherally aware of a van flitting by in the opposite direction, the piebald dog sniffing at a stain on the edge of the pavement, someone's lawn sprinkler holding the light in a shimmer of translucent beads, but the persistent beat of adrenaline — or nerves, or whatever it was — wouldn't allow her to focus. Plus, the sun was in her eyes, and where were her sunglasses? She thought she remembered seeing them on the bureau, in a snarl of jewelry — or was it the kitchen table, next to the bananas, and she'd considered taking a banana with her, fast food, potassium, roughage, but then she figured she wouldn't because with Dr. Stroud it was better to have nothing at all in your stomach. Air. Air alone would sustain her.“

 

 

 

 

TCBoyle
T. C. Boyle (Peekskill, 2 december 1948)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Eric L. Harry werd geboren op 2 december 1958 in Ocean Springs, Mississippi. Zie ook mijn blog van 2 december 2007.

 

 

02-12-07

Ann Patchett, George Saunders, Eric L. Harry, Botho Strauß, Frédéric Leroy


De Amerikaanse schrijfster Ann Patchett werd geboren in Los Angeles op 2 december 1963. Zij schreef vier bekroonde romans, waarvan de wereldwijde bestseller Belcanto zowel de PEN/Faulkner Award als de Orange Prize won. Ze woont en werkt in Nashville, Tennessee, en schrijft regelmatig voor The New York Times Magazine, Vogue en de Washington Post.

 

Uit: Run

 

Bernadette had been dead two weeks when her sisters showed up in Doyle's living room asking for the statue back. They had no legal claim to it, of course, she never would have thought of leaving it to them, but the statue had been in their family for four generations, passing down a maternal line from mother to daughter, and it was their intention to hold with tradition. Bernadette had no daughters. In every generation there had been an uncomfortable moment when the mother had to choose between her children as there was only one statue and these Irish Catholic families were large. The rule in the past had always been to give it to the girl who most resembled the statue, and among Bernadette and her siblings, not that the boys ever had a chance, Bernadette was the clear winner: iron rust hair, dark blue eyes, a long, narrow nose. It was frankly unnerving at times how much the carving looked like Bernadette, as if she had at some point modeled in a blue robe with a halo stuck to the back of her head.

"I can't give it to you," Doyle said. "It's in the little boys' room, on the dresser. Tip and Teddy say a prayer to it at night." He kept his eyes on them steadily. He waited for an apology, some indication of backing down, but instead they just kept staring right at him. He tried again. "They believe it's actually a statue of her."

 

 

 

 

patchett
Ann Patchett (Los Angeles, 2 december 1963)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver George Saunders werd geboren op 2 december 1958 in Chicago (USA) en schrijft vooral korte satirische verhalen, gebundeld in onder meer CivilWarLand in Bad Decline (1996) en Pastoralia (2000). Hij publiceert regelmatig verhalen in McSweeney’s, een literaire blad dat in Amerika erg populair is. Voor zijn verhalen kreeg hij in 1994 en in 1996 de National Magazine Award. In 2000 debuteerde hij als kinderboekenschrijver met The very persistent Gappers of Frip.

 

 

Uit: Sticks

Every year Thanksgiving night we flocked out behind Dad as he dragged the Santa suit to the road and draped it over a kind of crucifix he'd built out of metal pole in the yard. Super Bowl week the pole was dressed in ajersey and Rod's helmet and Rod had to clear it with Dad if he wanted to take the helmet off. On the Fourth of July the pole was Uncle Sam, on Veterens Day a soldier,  on Halloween a ghost. The pole was Dad's only concession to glee. We were allowed a single Crayola from the box at a time. One Christmas Eve he shrieked at Kimmie for wasting an apple slice. He hovered over us as we poured ketchup saying: good enough good enough good enough. Birthday parties consisted of cupcakes, no ice cream. The first I brought a date over she said: what's with your dad and that pole? and I sat there blinking.

We left home, married,  had children of our own, found the seeds of meanness blooming also within us. Dad began dresssing the pole with more complexity and less discernible logic. He draped some kind of fur over it on Groundhog Day and lugged out a floodlight to ensure a shadow. When an earthquake struck Chile he lay the pole on its side and spray painted a rift in the earth. Mom died and he dressed the pole as Death and hung from the crossbar photos of Mom as a baby. We'd stop by and find odd talismans from his youth arranged around the base: army medals, theater tickets, old sweatshirts, tubes of Mom's makeup. One autumn he painted the pole bright yellow. He covered it with cotton swabs that winter fro warmth and provided offspring by hammering in six crossed sticks around the yard. He ran lengths of string between the pole and the sticks, and taped to the string letters of apology, admissions of error, pleas for understanding, all written in a frantic hand on index cards. He painted a sign saying LOVE and hung it from the pole and another that said FORGIVE? and then he died in the hall with the radio on and we sold the house to a young couple who yanked out the pole and the sticks and left them by the road on garbage day.

 

 

saunders3
George Saunders (Chicago, 2 december 1958)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Eric L. Harry werd geboren op 2 december 1958 in Ocean Springs, Mississippi. Harry raakte plotsklaps bekend binnen de internationale techno-thriller gemeenschap dankzij zijn eerste boek "Arc Light" (WWIII) waarin de 3de wereldoorlog uitbreekt door de schuld van een overijverige Russische generaal. Harry werd dankzij dit boek onmiddellijk vergeleken met andere schrijvers zoals Tom Clancy en Michael Crichton en wordt aanzien als 1 van de leidende nieuwe meesters in het genre. Nochtans wees niets in het verleden van Harry erop dat hij ooit schrijver zou worden. Hij studeerde o.a. op de Militaire Marine Academie en in de staatsuniversiteiten van Moskou en Leningrad. (Harry spreekt dan ook vloeiend Russisch en gaf reeds lezingen over de post-soviet militaire capaciteiten) Momenteel is hij Senior Vice President bij El Paso Corporation ( gas en olie maatschappij ) en is hij verantwoordelijk voor alle legale aspecten binnen het bedrijf. Volgens eigen zeggen rolde hij totaal onverwacht het schrijversvak in. Toen hij op een dag zijn nieuwe printer wou uittesten, kwam hij tot de conclusie dat hij eigenlijk niets te printen had. Met de eerste Golfoorlog in gedachten, begon hij dan maar wat in te typen. Zijn echtgenote Marina las deze pagina's en moedigde hem aan het verhaal te vervolledigen. Deze eerste pagina's vormden het begin van zijn bestseller "Arc Light" en Harry heeft sindsdien 3 andere romans geschreven. Eric L. Harry woont momenteel samen met zijn vrouw en 2 zonen in Houston, Texas.

 

Eric L. Harry zelf over Society of the mind:

 

“Following Arc Light, I went to work on Protect & Defend -- a military/political technothriller about the collapse of Russia into anarchy, an attempt by China to claim Siberia, and the American and European "blue berets" who are in the wrong place at the wrong time. I'm now back with the troops on the frigid Eurasian plain, but I took a feverish six-week detour to produce the first draft of a book about artificial intelligence, virtual reality, and robotics. Society of the Mind may be about computers, but it sprang from my reading of a book entitled Consciousness Explained by Daniel Dennett. I've since forsworn further reading until I've completely finished the project to which I'm committed.”

 

 

 

harry_ericl
Eric L. Harry (Ocean Springs, 2 december 1958)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Botho Strauß werd geboren op 2 december 1944 in Naumburg an der Saale. Zie ook mijn blog van 2 december 2006.

 

Uit: Mikado

 

Zu einem Fabrikanten, dessen Gattin ihm während eines Messebesuchs entführt worden war, kehrte nach Zahlung eines hohen Lösegelds eine Frau zurück, die er nicht kannte und die ihm nicht entführt worden war. Als die Beamten sie ihm erleichtert und stolz nach Hause brachten, stutzte er und erklärte: Es ist Ihnen ein Fehler unterlaufen. Dies ist nicht meine Frau.

Die ihm Zu-, jedoch nicht Zurückgeführte stand indessen hübsch und ungezwungen vor ihm, wachsam und eben ganz neu. Außerdem schien sie schlagfertig und geistesgegenwärtig zu sein. Den Beamten, die betreten unter sich blickten, gab sie zu verstehen, ihr Mann habe unter den Strapazen der vergangenen Wochen allzusehr gelitten, er sei von der Ungewißheit über das Schicksal seiner Frau noch immer so durchdrungen und besetzt, daß er sie nicht auf Anhieb wiedererkenne. Solch eine Verstörung sei bei Opfern einer Entführung und ihren Angehörigen nichts Ungewöhnliches und werde sich bald wieder geben. Darauf nickten die Beamten verständnisvoll, und auch der tatsächlich verwirrte Mann nickte ein wenig mit.

Aus seinen dunkelsten Stunden war also unversehens diese völlig Fremde, diese helle und muntere Person aufgetaucht, die den übernächtigten Fabrikanten von seinen schlimmsten Befürchtungen zwar ablenkte, diese aber keinesfalls zerstreute.

 

 

 

 

 
Strauss1
Botho Strauß (Naumburg, 2 december 1944)

 

 

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook mijn blog van 2 december 2006 en mijn blog van 24 november 2007.

 

 

 

Parasolpoëzie

 

(Het terras van café Liberty)

De lijven zijn week en blank vandaag. De man kijkt naar
de vrouw en weet dat de vrouw kijkt naar het schaaltje
met groene olijven maar weet dat de man naar haar kijkt
en zo vult kijken en weten bijna een uur en stapt ergens
halverwege dit uur, alsof hij een symmetrie wil breken,
een postbode voorbij die met het tweetal weinig van doen
heeft behalve dan dat hij de vrouw soms envelopjes bezorgt,
maar zo zullen er wel meer van die toevalligheden zijn
die er niets of alles toe doen, ik alvast betaal mijn schuld
en laat geen fooi na, nooit een fooi na.

 

 

 

 

Zij stoeit met stiletto's

Het gedicht als zoektocht
naar mezelf maar vooral
naar jou, datgene
wat mij ontbreekt,
rusteloos maakt

en soms korrelig
geprojecteerd in een cerebrale
achterbuurt (hersenwijk waar ik
mijn eigen gore lijk verberg) ben jij

een nymfomane ijspop: Eurotrash
en naakt in hoge laarzen speel je er
een bleke heroine, draag je
in een vluchtige zwarte mis
met gladgestreken haren
je merrieheupen hoog,

stoei je met stiletto's.

 

 

 

Leroy
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)